Financiële-controleverordening- ter inzage bijlage 3 Detailoverzicht en beschrijving belangrijkste wijzigingen modelverordening versus oud (1322122).pdf
Tekst van het document
Volgens model verordening. Artikel 18. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Artikel 17. Prijzen economische activiteiten Artikel 13. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de kostprijs in rekening gebracht. geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een 4.
Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit activiteiten wordt gemotiveerd. van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet. 4. Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b.
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
Artikel 17. Prijzen economische activiteiten Artikel 13. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet kostprijs in rekening gebracht. het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden wordt gemotiveerd. ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
gemotiveerd. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, activiteiten wordt gemotiveerd. waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Volgens bestaande fin. verodening. Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1. Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, [… (verdere opsomming van rechten en leges waarvan het wenselijk wordt geacht de tarieven jaarlijks vast te stellen)]. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de tarieven voor erfpachten. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. 3. Burgemeester en wethouders leggen bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten, die afwijkt van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 18. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en andere leges.
Artikel 18. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en andere leges.
Volgens bestaande fin. verordening. Artikel 20. Financieringsfunctie Artikel 19. Financieringsfunctie 1. Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders Financiele verordening is op hoofdlijnen. Daar waar 1. Het college stelt een nota Uitvoeringsregeling Treasury vast. Deze wordt ter kennisgeving aan de raad mogelijk wordt verwezen naar de betreffende nota's. verzonden en behandelt minimaal de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en in acht: In dit specifieke geval de nota uitvoeringsregeling a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee risicodragend kapitaal. Treasury. prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. [2. Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden. [3. Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt.
Als in de begroting niet is voorzien in budget voor deze voorziening dan doen burgemeester en wethouders vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.] OF 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota leningen- en garantiebeleid aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal.]
OUD (2016): Boxtel Artikel 12. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2. Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW). 3. Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld.
Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en andere leges.
NIEUW (2023): Sint-Michielsgestel Artikel 16. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken. 3. De kosten die toegerekend worden voor de bepaling van de kostprijs van de lokale heffingen zijn gebaseerd op de inzet van de uitvoeringsorganisatie MGD.
OUD (2016): Sint-Michielsgestel Artikel 12. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2. Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. 3. Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld.
Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en andere leges.
Artikel 15. Financieringsfunctie Artikel 19. Financieringsfunctie 1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: 1. Het college stelt een nota Uitvoeringsregeling Treasury vast. Deze wordt ter kennisgeving aan de raad a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee verzonden en behandelt minimaal de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en risicodragend kapitaal. b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. c. Uitzettingen moeten een prudent karakter hebben. 2. Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden. 3. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 4. Het college stelt met betrekking tot treasury een uivoeringsregeling vast.
Artikel 15. Financieringsfunctie 1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. c. Uitzettingen moeten een prudent karakter hebben. 2. Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden. 3. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 4. Het college stelt met betrekking tot treasury een uivoeringsregeling vast.
Artikel 20. Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 16. Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 20. Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 16. Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 21. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Het college stelt een nota risicomanagement en weerstandsvermogen op. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. In deze nota is minimaal opgenomen de werkwijze omtrent de berekening van de benodigdeen beschikbare weerstandscapaciteit en het ratio weerstandsvermogen. De wijze van rapportering van risico's. 2. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 17. Weerstandsvermogen & risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 21. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Artikel 17. Weerstandsvermogen & risicobeheersing 1. Het college stelt een nota risicomanagement en weerstandsvermogen op. Deze nota wordt door de raad In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte vastgesteld. In deze nota is miimaal opgenomen de werkwijze omtrent de berekening van de benodigde- en onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. beschikbare weerstandscapaciteit en het ratio weerstandsvermogen. De wijze van rapportering van risico's. 2. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Artikel 21. Lokale heffingen Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; b. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid; [c. de berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid;] d. onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing; e. […].
Volgens bestaande fin. verordening. Voor de verplichte onderdelen is een verwijzing opgenomen naar de BBV.
Financiele verordening is op hoofdlijnen. Daar waar Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing mogelijk wordt verwezen naar de betreffende nota's 1. In dit artikel wordt verstaan onder: en de verplichte onderdelen vanuit de BBV. In dit - netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het specifieke geval de nota weerstandsvermogen en aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van risicobeheersing. langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; - onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting. 2.
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c. de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten; d. de wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; e. de wijze waarop met projectspecifieke risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen, en f. […].
November 2022: Toelichting wijziging: Model Financiële verordening (2023) Volgens bestaande fin. verodening. Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen [1. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en Voor de verplichte onderdelen is een verwijzing opgenomen naar de BBV. de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].] 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het onderhoudsplan openbare ruimte vast. 3. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het rioleringsplan vast. 4. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan gebouwen aan.
Het onderhoudsplan gebouwen bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het onderhoudsplan gebouwen vast.
NIEUW (2023): OUD (2016): NIEUW (2023): OUD (2016): Boxtel Boxtel Sint-Michielsgestel Sint-Michielsgestel Artikel 22. Onderhoud kapitaalgoederen Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen Artikel 22. Onderhoud kapitaalgoederen Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ten 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ten 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ten 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ten minste op de verplichte onderdelen minste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording minste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording minste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording op grond van artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. provincies en gemeenten. provincies en gemeenten. provincies en gemeenten. 2. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar geactualiseerde onderhoudsplannen aan voor activiteiten in de openbare ruimte, 2.
Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar geactualiseerde onderhoudsplannen aan voor 2. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar geactualiseerde onderhoudsplannen aan voor 2. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar geactualiseerde onderhoudsplannen aan voor zijnde wegen, openbare verlichting, groen en speeltoestellen. activiteiten in de openbare ruimte, zijnde wegen, openbare verlichting, groen en speeltoestellen. activiteiten in de openbare ruimte, zijnde wegen, openbare verlichting, groen en speeltoestellen. activiteiten in de openbare ruimte, zijnde wegen, openbare verlichting, groen en speeltoestellen. 3. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde 3. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader 3. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader 3. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.
weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud en weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud en weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud en 4. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast. Onderhoudsplannen voor 4. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat 4. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat 4. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat onderwijsgebouwen en sportaccommodaties kunnen apart worden aangeboden. voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen.
De voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast. Onderhoudsplannen voor onderwijsgebouwen en sportaccommodaties kunnen raad stelt het plan vast. Onderhoudsplannen voor onderwijsgebouwen en sportaccommodaties kunnen raad stelt het plan vast. Onderhoudsplannen voor onderwijsgebouwen en sportaccommodaties kunnen apart worden aangeboden. apart worden aangeboden. apart worden aangeboden.
[Artikel 24. Financiering Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].]
Artikel 23. Financiering Artikel 19. Financiering Artikel 23. Financiering Artikel 19. Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Volgens bestaande fin. verodening. Voor de verplichte onderdelen is een verwijzing opgenomen naar de BBV.
Volgens bestaande fin. verordening. Artikel 25. Bedrijfsvoering Voor de verplichte onderdelen is een verwijzing Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken opgenomen naar de BBV. naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d. de automatiseringskosten; e. de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant; f. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen [, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden of voldoen aan [kwalitatieve criteria rapportagegrens] ] en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; g. een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; h. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; i.
geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt, en i. j. […].
Artikel 24. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 20. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 24. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 20. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
[Artikel 26. Verbonden partijen Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].]
Volgens bestaande fin. verordening. Voor de verplichte onderdelen is een verwijzing opgenomen naar de BBV.
Artikel 25. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 21. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 25. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 21. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 27. Grondbeleid [1. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].] 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; e. de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan, en f. […]. 3. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een grondprijzenbrief aan met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. De raad stelt de grondprijzenbrief vast. 4. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen [contante OF nominale] waarde.
Combinatie van model verordening en bestaande Artikel 26. Grondbeleid verordening. 1. Het college biedt de raad een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota Financiele verordening is op hoofdlijnen. Daar waar grondbeleid bevat in ieder geval: mogelijk wordt verwezen naar de betreffende nota's. a. de koers van het grondbeleid; In dit specifieke geval de nota grondbeleid. b. het afwegingskader hoe het college bepaalt welke rol het beste past in een bepaalde situatie; Voor de verplichte onderdelen is een verwijzing c. de inzet van het grondbeleidinstrumentarium; opgenomen naar de BBV. d. de kaders voor grondaankoop, gronduitgifte en grondprijzen; e. de kaders voor de grondexploitaties, het risicomanagement en de verantwoording hierover; f. de rolverdeling tussen raad en college. g. de waardering van voorzieningen voor verliesgevende grondexploitaties. 2. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
Artikel 26. Grondbeleid 1. Het college biedt de raad een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de koers van het grondbeleid; b. het afwegingskader hoe het college bepaalt welke rol het beste past in een bepaalde situatie; c. de inzet van het grondbeleidinstrumentarium; d. de kaders voor grondaankoop, gronduitgifte en grondprijzen; e. de kaders voor de grondexploitaties, het risicomanagement en de verantwoording hierover; f. de rolverdeling tussen raad en college. g. de waardering van voorzieningen voor verliesgevende grondexploitaties. 2. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
Artikel 26. Grondbeleid 1. Het college biedt de raad een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de koers van het grondbeleid; b. het afwegingskader hoe het college bepaalt welke rol het beste past in een bepaalde situatie; c. de inzet van het grondbeleidinstrumentarium; d. de kaders voor grondaankoop, gronduitgifte en grondprijzen; e. de kaders voor de grondexploitaties, het risicomanagement en de verantwoording hierover; f. de rolverdeling tussen raad en college. g. de waardering van voorzieningen voor verliesgevende grondexploitaties. 2. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
Artikel 22. Grondbeleid 1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verwachte verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 28. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording door burgemeester en wethouders aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Combinatie van model verordening en bestaande verordening. Art. 2 is toegevoegd omdat de administratie van de gemeente wordt uitgevoerd door MGD.
Artikel 27. Administratie Artikel 23. Administratie Artikel 27. Administratie Artikel 23. Administratie 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente; a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; vorderingen, schulden, contracten; vorderingen, schulden en contracten; vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en kostencalculaties; voor het maken van kostencalculaties; voor het maken van kostencalculaties; voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot e. het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het e. het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de relevante wet- en regelgeving, en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede relevante wet- en regelgeving, en rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede relevante wet- en regelgeving. voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in 2. Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. 2.
Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. 2. De administratie van de gemeente wordt gevoerd door de uitvoeringsorganisatie MGD. van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie 2. De administratie van de gemeente wordt gevoerd door de uitvoeringsorganisatie MGD. 3. De administratie van de gemeente wordt gevoerd door de uitvoeringsorganisatie. en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. 3. De administratie van de gemeente wordt gevoerd door de uitvoeringsorganisatie.
Volgens model verordening Artikel 29. Financiële organisatie Burgemeester en wethouders dragen in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen, en h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. i.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 28. Financiële organisatie Artikel 24. Financiële organisatie Het college draagt in ieder geval zorg voor: Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de uitvoeringsorganisatie ; a. een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de uitvoeringsorganisatie ; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de uitvoeringsorganisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor e.
de te maken afspraken met de uitvoeringsorganisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; uitputting van middelen; f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan productenraming en de productenrealisatie; ondernemingen en instellingen, en g. de uitvoering van het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en werken en diensten; eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan i. het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten ondernemingen en instellingen; en zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden i.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke getoetst. regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Grotendeels volgens bestaande fin. verordening. Artikel 30. Interne controle 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de [aantal (bijvoorbeeld 4 of 5)] jaar. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 29. Interne controle 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college indien nodig maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 28. Financiële organisatie Artikel 24. Financiële organisatie Het college draagt in ieder geval zorg voor: Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de uitvoeringsorganisatie ; a. een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de uitvoeringsorganisatie ; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en toegekende budgetten en investeringskredieten; investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de informatievoorziening van de financieringsfunctie; financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de uitvoeringsorganisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor e.
de te maken afspraken met de uitvoeringsorganisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; productenrealisatie; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan g. de uitvoering van het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; ondernemingen en instellingen, en h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. i.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 25. Interne controle Artikel 29. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente. Bij afwijkingen in de administratie neemt het en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande college indien nodig maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Artikel 25. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.