Financiële-controleverordening- ter inzage bijlage 3 Detailoverzicht en beschrijving belangrijkste wijzigingen modelverordening versus oud (1322122).pdf
Tekst van het document
November 2022: Model Financiële verordening (2023) Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Toelichting wijziging:
NIEUW (2023): Boxtel
OUD (2016): Boxtel
NIEUW (2023): Sint-Michielsgestel
OUD (2016): Sint-Michielsgestel
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Volgens de model verordening waarbij uitvoeringsorganisatie MGD is toegevoegd,
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. - uitvoeringsorganisatie MGD: Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – Sint-Michielsgestel, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – SintMichielsgestel.
Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: - inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves; - netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; - uitvoeringsorganisatie: Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – Sint-Michielsgestel, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – Sint-Michielsgestel. - product: onderdeel van een programma van de begroting, zijnde het beleidsproduct
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. - uitvoeringsorganisatie MGD: Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – Sint-Michielsgestel, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – SintMichielsgestel.
Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: - inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves; - netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; - uitvoeringsorganisatie: Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – Sint-Michielsgestel, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Boxtel – Sint-Michielsgestel. - product: onderdeel van een programma van de begroting, zijnde het beleidsproduct
Grotendeels in lijn met bestaande fin. Verordening. Afwijking modelverordening: 1. Vaststelling bij van programma-indeling en paragrafen bij aanvang iedere raadsperiode in op verzoek van de raad. 2. Voor de verplichte paragrafen is een verwijzing opgenomen naar de BBV.
Artikel 2. Programma-indeling en paragrafen 1. De begroting en jaarverslag hebben een bestaande programma-indeling. Op verzoek van de raad kan de indeling gewijzigd worden. 2. De programma's zijn onderverdeeld in beleidsproducten. 3. De raad stelt per programma vast: - Wat wil de raad bereiken?; - Wat gaat het college daarvoor doen?; - Wat kost het? 4. De begroting en jaarverslag bevatten de verplichte paragrafen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Op verzoek van de raad kan een paragraaf toegevoegd worden.
Artikel 2. Programma-indeling 1. De begroting en jaarverslag hebben een bestaande programma-indeling. Op verzoek van de raad kan de indeling gewijzigd worden. 2. De programma's zijn onderverdeeld in beleidsproducten. 3. 3. De raad stelt per programma vast: - Wat wil de raad bereiken?; - Wat gaat het college daarvoor doen?; - Wat kost het? 4. De indeling van de jaarstukken volgt de indeling van de begroting van het betreffende jaar. 5. Het college doet een voorstel voor SMART geformuleerde indicatoren of meetbare doelen op nader te bepalen onderwerpen van de begroting.
Artikel 2. Programma-indeling en paragrafen Artikel 2. Programma-indeling 1. De begroting en jaarverslag hebben een bestaande programma-indeling. Op verzoek van de raad kan de 1. De begroting en jaarverslag hebben een bestaande programma-indeling. Op verzoek van de raad kan de indeling gewijzigd worden. indeling gewijzigd worden. 2. De programma's zijn onderverdeeld in beleidsproducten. 3. De raad stelt per 2. De programma's zijn onderverdeeld in beleidsproducten. programma vast: 3. De raad stelt per programma vast: - Wat wil de raad bereiken?; - Wat wil de raad bereiken?; - Wat gaat het college daarvoor doen?; - Wat gaat het college daarvoor doen?; - Wat kost het? 4. De indeling van de jaarstukken volgt de indeling van - Wat kost het? de begroting van het betreffende jaar. 5. Het college doet een voorstel voor SMART 4. De begroting en jaarverslag bevatten de verplichte paragrafen Op verzoek van de raad kan een paragraaf geformuleerde indicatoren of meetbare doelen op nader te bepalen onderwerpen van de begroting. toegevoegd worden.
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. [3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een nadere onderverdeling van de programma’s vast. ] 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Grotendeels in lijn met bestaande fin. verordening Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken en modelverordening 1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van Punt 4 is nieuw. Toegevoegd vanuit de modelverordening. de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het In de notitie incidentele baten en lasten heeft de investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording commissie BBV geadviseerd om in de financiele verordening een grensbedrag op te nemen. Dit provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de advies is overgenomen in deze nieuwe financiele begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten verordening. en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf [grensbedrag] afzonderlijk gespecificeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s het saldo per product weergegeven en bij de 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per product weergegeven en bij de jaarstukken worden onder 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per product weergegeven en 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s het saldo per product weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per product jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per product elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per product weergegeven. De meerjarenramingen per beleidsproduct worden bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per product weergegeven. De meerjarenramingen per beleidsproduct worden opgenomen in de Financiële begroting. weergegeven. De meerjarenramingen per beleidsproduct worden opgenomen in de Financiële begroting. opgenomen in de Financiële begroting. weergegeven. De meerjarenramingen per beleidsproduct worden opgenomen in de Financiële begroting. 2.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet, reeds gerealiseerde investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende geautoriseerde investeringskrediet, reeds gerealiseerde uitgaven en de te ramen investeringsuitgaven in het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende uitgaven en de te ramen investeringsuitgaven in het lopende en de komende 4 jaren weergegeven. boekjaar en de komende 4 jaren weergegeven. boekjaar en de komende 4 jaren weergegeven. 3.
In het jaarverslag wordt bij de uiteenzetting van de financiële positie voor de investeringen een overzicht verstrekt van de geautoriseerde lopende en de komende 4 jaren weergegeven. 3. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten 3. In het jaarverslag wordt bij de uiteenzetting van de financiële positie voor de investeringen een overzicht 3. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten investeringskredieten, reeds gerealiseerde uitgaven en de te ramen investeringsuitgaven in het lopende en de komende 4 jaren. en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten in het lopende boekjaar en over de komende 4 en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten in het lopende boekjaar en over de komende 4 verstrekt van de geautoriseerde investeringskredieten, reeds gerealiseerde uitgaven en de te ramen jaren weergegeven. jaren weergegeven. investeringsuitgaven in het lopende en de komende 4 jaren. 4. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 4. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd. 25.000 afzonderlijk gespecificeerd.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Burgemeester en wethouders bieden voor [datum] aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor [datum] vast. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van [[bedrag] OF [percentage van de totale lasten]] opgenomen.
Volgens de model verordening aangepast naar de werkwijze binnen de gemeenten. Art. 3 Gemeenten zijn verplicht om een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Voorstel is maximaal €1 per inwoner.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per [programma OF programmaonderdeel OF taakveld]. [2. In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld], als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.] 3. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4. Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 5. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 6. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan [bedrag] informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. [7.
Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de jaarschijven van meer dan [bedrag] aan lasten van een investeringsbudget worden aan de raad integraal voorgelegd bij de jaarrekening.]
Art. 5 Per beleidsproduct conform bestaande Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten verordening. 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting en begrotingswijzigingen de baten en de lasten Lid. 2 tot en met 4 investeringen aangepast naar de per beleidsproduct. huidige werkwijze. 2. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een voorstel aan de raad voor ter vaststelling van een investeringskrediet. Bedoeld voorstel geeft tevens aan de voorgestelde dekking. 3. De kredieten van de toekomstige voorgenomen investeringen plaatsen we in de laatste jaarschijf. Wanneer duidelijk is wanneer de voorgenomen investeringen daadwerkelijk plaats gaan vinden, worden de kredieten naar voren gehaald. De raad autoriseert het college om kredieten die geplaatst zijn in de laatste jaarschijf naar voren te halen. Dit onder de voorwaarde de raad hierover te informeren en de effecten hiervan te verwerken in de eerstvolgende rapportage. 4. Bij een gevoteerd investeringskrediet met een meerjarig karakter kunnen verschuivingen in de begrote investeringsinkomsten en/of de begrote investeringsuitgaven tussen de jaarschijven worden doorgevoerd.
Niet begrote investeringsinkomsten op een gevoteerd investeringskrediet moeten eerst door de raad geautoriseerd worden alvorens de raad kan instemmen met een verhoging van de begrote investeringsuitgaven van op dat gevoteerde investeringskrediet. 5. Het college informeert de raad als zij verwacht, dat de lasten van een beleidsproduct de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een beleidsproduct de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Elk jaar biedt het college aan de raad een planningsoverzicht met data waarop de verschillende P&Cdocumenten aan de raad worden aangeboden. 2. Het college biedt aan de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze kadernota voor het zomerreces vast. 3. De post onvoorzien bedraagt maximaal € 1 per inwoner.
Artikel 4. Kaders begroting Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Elk jaar biedt het college aan de raad een planningsoverzicht met data waarop de verschillende P&C1. Elk jaar biedt het college aan de raad een planningsoverzicht met data waarop de verschillende P&Cdocumenten aan de raad worden aangeboden 2. Het college biedt jaarlijks in maart aan de raad documenten aan de raad worden aangeboden. een kadernotitie aan met een voorstel voor het beleid en de financiële uitgangspunten voor de begroting voor 2. Het college biedt aan de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze kadernota 3. Op basis hiervan stelt het college van B&W een dekkingsplan op dat aan de raad wordt voorgelegd in voor het zomerreces vast. haar laatste vergadering vòòr het zomerreces. 3. De post onvoorzien bedraagt maximaal € 1 per inwoner.
3.
Hoofdstuk 3. Autorisatie door de Raad Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting en begrotingswijzigingen de baten en de lasten per beleidsproduct. 2. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een voorstel aan de raad voor ter vaststelling van een investeringskrediet. Bedoeld voorstel geeft tevens aan de voorgestelde dekking. 3. Het college neemt maatregelen om onderuitputting op investeringen zoveel als mogelijk te voorkomen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting en begrotingswijzigingen de baten en de lasten per beleidsproduct. 2. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een voorstel aan de raad voor ter vaststelling van een investeringskrediet. Bedoeld voorstel geeft tevens aan de voorgestelde dekking. 3. De kredieten van de toekomstige voorgenomen investeringen plaatsen we in de laatste jaarschijf. Wanneer duidelijk is wanneer de voorgenomen investeringen daadwerkelijk plaats gaan vinden, worden de kredieten naar voren gehaald. De raad autoriseert het college om kredieten die geplaatst zijn in de laatste jaarschijf naar voren te halen. Dit onder de voorwaarde de raad hierover te informeren en de effecten hiervan te verwerken in de eerstvolgende rapportage. 4. Bij een gevoteerd investeringskrediet met een meerjarig karakter kunnen verschuivingen in de begrote investeringsinkomsten en/of de begrote investeringsuitgaven tussen de jaarschijven worden doorgevoerd.
Niet begrote investeringsinkomsten op een gevoteerd investeringskrediet moeten eerst door de raad geautoriseerd worden alvorens de raad kan instemmen met een verhoging van de begrote investeringsuitgaven van op dat gevoteerde investeringskrediet. 5. Het college informeert de raad als zij verwacht, dat de lasten van een beleidsproduct de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een beleidsproduct de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
Combinatie van model verordening en bestaande Artikel 6. Tussentijdse rapportages verordening 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste [aantal (bijvoorbeeld vier)] maanden en de eerste [aantal (bijvoorbeeld negen)] maanden van het lopende boekjaar. 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten, en h. […]. 3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan [[bedrag] OF [percentage]] toegelicht.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages (bestuursrapportages) over de realisatie van de (meerjaren)begroting. 2. In de tussenrapportages worden afwijkingen op het beleid en de daarbij horende ramingen van de baten en de lasten van producten en investeringskredieten in de begroting toegelicht en worden voorstellen gedaan voor aanpassingen (>€ 10.000) van baten en lasten en van investeringskredieten. Aanpassingen kleiner dan € 10.000 vallen in het jaarrekeningresultaat. Ook de voorgestelde dekking van de aanpassingen wordt weergegeven. 3. In de tussentijdse rapportages worden samenvattende overzichten opgenomen voor: a. de begrotingsmutaties op het niveau van programma en beleidsproduct; b. het totale saldo van de baten en lasten; c. de mutaties in de reserves; d. het begrotingssaldo na de reservemutaties; 4. De tussenrapportage ná het zomerreces geeft daarnaast inzicht in de voortgang van de investeringen.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages (bestuursrapportages) over de 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages (bestuursrapportages) over de realisatie van de (meerjaren)begroting van de gemeente over de eerste 4 maanden en de eerste 8 maanden realisatie van de (meerjaren)begroting. van het lopende boekjaar. 2. In de tussenrapportages worden afwijkingen op het beleid en de daarbij horende ramingen van de baten 2. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de ramingen van de baten en de lasten van producten en en de lasten van producten en investeringskredieten in de begroting toegelicht en worden voorstellen investeringskredieten in de begroting toegelicht en worden voorstellen gedaan voor aanpassingen (>€ gedaan voor aanpassingen (>€ 10.000) van baten en lasten en van investeringskredieten. Aanpassingen 10.000) van budgetten en van investeringskredieten. Aanpassingen kleiner dan € 10.000 vallen in het kleiner dan € 10.000 vallen in het jaarrekeningresultaat. Ook de voorgestelde dekking van de aanpassingen jaarrekeningresultaat. wordt weergegeven. Ook de voorgestelde dekking van de aanpassingen wordt weergegeven. 3. In de tussentijdse rapportages worden samenvattende overzichten opgenomen voor: 3.
De tussenrapportage na 8 maanden geeft daarnaast een nader inzicht in de voortgang van de a. de begrotingsmutaties op het niveau van programma en beleidsproduct; investeringen. b. het totale saldo van de baten en lasten; c. de mutaties in de reserves; d. het begrotingssaldo na de reservemutaties; 4. De tussenrapportage ná het zomerreces geeft daarnaast inzicht in de voortgang van de investeringen.
Nieuw. Volgens model verordening. Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. [Burgemeester en wethouders bieden dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan aan de raad.] Volgens model verordening waarbij bedragen gelijk Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen zijn aan de huidige fin. verordening. [1.] In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan [bedrag]; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan [bedrag], en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen. [2. Bij het aangaan van een verplichting groter dan [bedrag] initiëren burgemeester en wethouders een zienswijzeprocedure door de raad.]
Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
Volgens de model verordening. Artikel 9. EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Artikel 9. EMU-saldo Artikel 8. EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, het EMU-tekort van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het nodig acht, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting. college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 4. Kaders begroting 1. Elk jaar biedt het college aan de raad een planningsoverzicht met data waarop de verschillende P&C-documenten aan de raad worden aangeboden 2. Het college biedt jaarlijks in mei aan de raad een ontwerpkadernota inclusief ontwerpdekkingsplan aan met een voorstel voor het beleid en de financiële uitgangspunten voor de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting en begrotingswijzigingen de baten en de lasten per beleidsproduct. 2. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een voorstel aan de raad voor ter vaststelling van een investeringskrediet. Bedoeld voorstel geeft tevens aan de voorgestelde dekking. 3. Het college neemt maatregelen om onderuitputting op investeringen zoveel als mogelijk te voorkomen.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages (bestuursrapportages) over de realisatie van de (meerjaren)begroting van de gemeente over de eerste 4 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende boekjaar. 2. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de ramingen van de baten en de lasten van producten en investeringskredieten in de begroting toegelicht en worden voorstellen gedaan voor aanpassingen (>€ 10.000) van budgetten en van investeringskredieten. Aanpassingen kleiner dan € 10.000 vallen in het jaarrekeningresultaat. Ook de voorgestelde dekking van de aanpassingen wordt weergegeven. 3. De tussenrapportage na 8 maanden geeft daarnaast een nader inzicht in de voortgang van de investeringen.
Artikel 8. Informatieplicht Artikel 7. Informatieplicht Artikel 8. Informatieplicht Artikel 7. Informatieplicht 1. In het kader van de actieve informatieplicht beslist het college niet over: Het college besluit niet over: 1. In het kader van de actieve informatieplicht beslist het college niet over: Het college besluit niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten (voor zover niet eerder geautoriseerd) groter dan € 1. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten (voor zover niet eerder geautoriseerd) groter dan € a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten (voor zover niet eerder geautoriseerd) groter dan € 1. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten (voor zover niet eerder geautoriseerd) groter dan € 100.000 en/of 100.000; 100.000 en/of 100.000; 2. het verstrekken van leningen (voor zover niet eerder geautoriseerd), waarborgen en garanties groter dan € 100.000, b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties (voor zover niet eerder geautoriseerd) groter dan 2. het verstrekken van leningen (voor zover niet eerder geautoriseerd), waarborgen en garanties groter dan b.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties (voor zover niet eerder geautoriseerd) groter dan dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en/of bedenkingen ter kennis € 100,000, en € 100.000, dan nadat de raad € 100,000, en van het college te brengen. c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en/of bedenkingen c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen ter kennis van het college te brengen. dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Artikel 9. EMU-saldo Artikel 8.
EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort van de Wet EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. nodig acht, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Hoofdstuk 4. Financieel beleid
November 2022: Toelichting wijziging: Model Financiële verordening (2023) Nieuw. Volgens model verordening. Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de Art. 10 is nieuw vanwege de invoering rechtmatigheidsverantwoording van het college. In jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over het bestuurlijk behandelvoorstel wordt toegelicht rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de waarom gekozen is voor een verantwoordingsgrens van 1% en een rapporteringsgrens van €100.000. raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van [percentage tussen 0 en 3%] van de totale Belangrijke overweging is om dit in lijn te houden lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter met de grenzen van de accountantscontrole en de bestaande verbijzonderde interne controles die hier dan [bedrag] nader toegelicht. al op zijn ingericht. .
NIEUW (2023): OUD (2016): Boxtel Boxtel Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
NIEUW (2023): OUD (2016): Sint-Michielsgestel Sint-Michielsgestel Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
Nieuw. Volgens model verordening. Artikel 11. Voorwaardencriterium Art. 11 is nieuw vanwege de invoering 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig rechtmatigheidsverantwoording van het college. In het bestuurlijk behandelvoorstel wordt dit verder uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, toegelicht administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks uiterlijk op [datum] ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. [Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.]
Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Nieuw. Volgens model verordening. Artikel 12 Begrotingscriterium Art. 12 is nieuw vanwege de invoering 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de rechtmatigheidsverantwoording van het college. In hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn het bestuurlijk behandelvoorstel wordt dit verder toegelicht gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage . 5.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 12 Begrotingscriterium Artikel 12 Begrotingscriterium Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende beleidsproducten, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn hiermee samenhangende beleidsproducten, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; gekomen; zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is 2.
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. compenseren. compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage . c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage . c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage . 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen 5.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2.Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Nieuw. Volgens model verordening. Art. 13 is nieuw vanwege de invoering rechtmatigheidsverantwoording van het college. In het bestuurlijk behandelvoorstel wordt dit verder toegelicht
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2.Het college zorgt voor en legt de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen vast.
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2.Het college zorgt voor en legt de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen vast.
Paragraaf 4. Financieel beleid
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Combinatie van model verordening en bestaande Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa [1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals verordening. 1. Het college stelt een nota Uitvoeringsregeling Activeren, afschrijven en rente vast. Deze wordt ter Financiele verordening is op hoofdlijnen. Daar waar kennisgeving aan de raad verzonden en bevat in ieder geval: vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. mogelijk wordt verwezen naar de betreffende nota's. a. het minimaal bedrag om te activeren; OF b. de afschrijvingsmethode en maximale afschrijvingstermijn per categorie; 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota investeringen aan. Deze In dit specifieke geval naar de nota uivoeringsregeling activeren, afschrijven en rente. c. het moment van starten met afschrijven; nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: d. restwaarde. a. de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd; b. de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie; c. het moment van starten met afschrijven; d. de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; e.
de componentenbenadering; f. restwaarde; g. […].] 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
Artikel 9 Waarderen en afschrijven vaste activa 1. Investeringen met een economisch nut worden geactiveerd en lineair afgeschreven. Voor de berekening van de kapitaallasten kan rekening gehouden worden met een restwaarde. 2. Investeringen met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en lineair afgeschreven. Er wordt geen restwaarde gehanteerd. 3. Het college stelt met betrekking tot waarderen en afschrijven een uitvoeringsregeling samen.
[Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. parkeerbelasting; e. rioolheffing; f. afvalstoffenheffing, en g. bijstandsverstrekking, h. […] wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan [bedrag], een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.]
Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen
Niet van toepassing
Grotendeels volgens model verordening. Financiele Artikel 16. Reserves en voorzieningen verordening is op hoofdlijnen. Daar waar mogelijk 1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt [geen] wordt verwezen naar de betreffende nota's. In dit toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota reserves en voorzieningen specifieke geval de nota reserves/voorzieningen. aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen, en c. bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. het bestedingsplan van de reserve c. de voeding van de reserve; d. de maximale hoogte van de reserve, en e. de maximale looptijd. 4.
Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. [5. De reserves worden jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening getoetst en de onderliggende bestedingsplannen wordt hierbij geactualiseerd.]
Artikel 15. Reserves en voorzieningen 1. Het college stelt een nota reserves en voorzieningen op. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen. 2. De bestaande reserves en voorzieningen worden jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening getoetst en de benodigde aanpassingen, waaronder de actualisatie van onderliggende bestedingsplannen van reserves, worden verwerkt in begrotingswijzigingen. 3. Een voorstel voor de instelling van een nieuwe bestemmingsreserve of van een nieuwe voorziening wordt door het college ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Het college stelt een nota Uitvoeringsregeling Activeren, afschrijven en rente vast. Deze wordt ter kennisgeving aan de raad verzonden en omvat in ieder geval: a. het minimaal bedrag om te activeren; b. de afschrijvingsmethode en maximale afschrijvingstermijn per categorie; c. het moment van starten met afschrijven; d. restwaarde.
n.v.t.
Artikel 11. Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. In deze nota worden de bestaande reserves en voorzieningen doorgelicht. De nota wordt door de raad vastgesteld. 2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de wijze van voeding en onttrekking van de reserve; en c. de maximale hoogte van de reserve.
Artikel 9 Waarderen en afschrijven vaste activa 1. Investeringen met een economisch nut worden geactiveerd en lineair afgeschreven. Voor de berekening van de kapitaallasten kan rekening gehouden worden met een restwaarde. 2. Investeringen met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en lineair afgeschreven. Er wordt geen restwaarde gehanteerd. 3. Het college stelt met betrekking tot waarderen en afschrijven een uitvoeringsregeling vast.
Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen
Artikel 15. Reserves en voorzieningen 1. Het college stelt een nota reserves en voorzieningen op. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen. 2. De bestaande reserves en voorzieningen worden jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening getoetst en de benodigde aanpassingen, waaronder de actualisatie van onderliggende bestedingsplannen van reserves, worden verwerkt in begrotingswijzigingen. 3. Een voorstel voor de instelling van een nieuwe bestemmingsreserve of van een nieuwe voorziening wordt door het college ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
n.v.t.
Artikel 11. Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. In deze nota worden de bestaande reserves en voorzieningen doorgelicht. De nota wordt door de raad vastgesteld. 2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de wijze van voeding en onttrekking van de reserve; en c. de maximale hoogte van de reserve.
November 2022: Toelichting wijziging: Model Financiële verordening (2023) Volgens bestaande fin. verordening. Specifiek Artikel 17. Kostprijsberekening toegeschreven op de kostprijsberekening die 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening gebruikt wordt binnen MGD en de gemeenten. worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. [2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken.] 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van [een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. OF het aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten die met de betreffende heffing maximaal in rekening kunnen worden gebracht, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de taakvelden.] [6.
Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in artikel 16 eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.] 7. In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
NIEUW (2023): Boxtel Artikel 16. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken. 3. De kosten die toegerekend worden voor de bepaling van de kostprijs van de lokale heffingen zijn gebaseerd op de inzet van de uitvoeringsorganisatie MGD.