BP Schijndelsedijk 3 te Boxtel - Bijlage 2 Regels en toelichting
Tekst van het document
Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1
Bed&breakfast in bestaande gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.1 ten behoeve van het gebruik van bestaande bebouwing voor bed & breakfast, onder de voorwaarden dat: a. maximaal aan 8 personen logies en ontbijt zal worden geboden waarbij de maximale oppervlakte voor alle voorzieningen getroffen ter realisatie van het bed & breakfast, ten hoogste 100 m2 bedraagt; b. de toeristisch-recreatieve functie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; c. de activiteiten plaatsvinden binnen bestaande bebouwing, waarbij heeft te gelden dat de kamers deel uitmaken van het hoofd(woon)gebouw of een architectonisch, constructief en / of functioneel ondergeschikt gebouw, gelegen op maximaal 100 m van het hoofdgebouw, zodat de nevenactiviteit en het hoofd(woon)gebouw kunnen worden gezien als een ruimtelijke eenheid; d. de afwijking milieuhygiënisch uitvoerbaar is; e. er geen onevenredige verkeersaantrekkende werking en parkeerdruk ontstaat; f. de gebiedswaarden substantieel worden versterkt conform een ingediend landschapsversterkingsplan, door middel van het aanleggen van landschaps- of natuurlijke elementen, het aanbrengen van beeldkwaliteit en/of het herstellen van cultuurhistorische elementen aan gebouwen en/of omgeving en/of de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. 5.6.2
Mantelzorg
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.6.1 onder b voor het gebruik van aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen of een deel van het (voormalige) bedrijfsgebouw als afhankelijke woonruimte, onder de voorwaarden dat: a. aangetoond wordt dat een afhankelijke woonruimte noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; b. de afhankelijke woonruimte in beginsel plaatsvindt in de woning; wanneer wordt aangetoond dat inwoning in het hoofdgebouw onredelijke bezwarend is of niet haalbaar is, kan, met inachtneming van alle overige bepalingen, een afhankelijke woonruimte in een bijgebouw of een deel van een bedrijfsgebouw gerealiseerd worden; c. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2 en een maximale inhoud van 260 m3. Deze maatvoering geldt ook wanneer de afhankelijke woonruimte in een deel van een bedrijfsgebouw wordt gerealiseerd; d. het bijgebouw of het deel van het bedrijfsgebouw waarbinnen de afhankelijke woonruimte wordt gerealiseerd op maximaal 30 m van het hoofdgebouw staat en qua ligging een ruimtelijke eenheid met het hoofdgebouw vormt; e. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; f.
per woning kan op enig moment slechts één omgevingsvergunning voor het gebruik als afhankelijke woonruimte van kracht zijn; Burgemeester en wethouders trekken de omgevingsvergunning in, zodra de bij het verlenen van de voor
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
19
de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. 5.6.3
Advies
Met betrekking tot de toepassing van de in 5.6.1 genoemde bevoegdheden wordt advies ingewonnen bij de WUBBB ten aanzien van de vraag of de gebiedswaarden in voldoende mate worden versterkt bij uitvoering van het ingediende landschapversterkingsplan (voor zover deze voorwaarde bij de afwijkingsbevoegdheid is opgenomen), waarbij de WUBBB zich zo nodig baseert op een deskundigenrapport.
20
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie - Categorie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - Categorie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Omgevingsvergunning
a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie - Categorie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over op basis van de in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Een onderzoek als bedoeld onder a is ook niet vereist indien door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan de esdekdiepte; d. Het bevoegde gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. de verstoringsdiepte minder diep reikt dan de esdekdiepte; 4. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 6.2.2
Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen
a. In de situatie als bedoeld in 6.2.1 onder d kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 6.2.3
Uitzonderingen
Het bepaalde in 6.2.1 en 6.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op : a. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 500 m2; b. en bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; c. plaatsvinden binnen de bestemming 'Wonen'; d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3 meter;
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
21
e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; f. mogen worden uitgevoerd kracht een reeds verleende vergunning. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Verbod
Het is verboden om op of in de voor 'Waarde - Archeologie - Categorie 4' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en -woelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden teelt van houtgewas met agrarische productiefunctie , graszodenteelt en siergewassenteelt; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j.
het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,50 m bedragen; k. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden. 6.3.2
Uitzonderingen
a. Het bepaalde in 6.3.1, uitgezonderd onder l, is niet van toepassing indien de werkzaamheden of werken: 1. maximaal 0,50 meter diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van ten hoogste 500 m2; 2. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3. het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 4. het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,50 meter onder maaiveld wordt geroerd; 5. het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie betreffen waarbij de verstoringsoppervlakte van het perceel per saldo gering is; 6. plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; 7. in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning. b.
Het verbod als bedoeld in 6.3.1 is ook niet van toepassing indien: 1. de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de
22
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan de esdekdiepte, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 6.3.1 onder h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 2. de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 6.3.1 onder h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 6.3.3
Rapport en toelaatbaarheid
a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie - Categorie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b. een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Het bevoegde gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 6.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a. In de situatie als bedoeld in 6.3.3 onder c. kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden : 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.
de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
6.4.1
Wijziging
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie - Categorie 4' te wijzigen door de voor 'Waarde - Archeologie - Categorie 4' aangewezen gronden die, bij wijze van dubbelbestemming, bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, onder de voorwaarden dat:
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
23
a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
24
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Artikel 7 7.1
Waarde - Waardevolle vegetaties
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Waardevolle vegetaties' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van gebied met vegetaties met natuurwaarden, waaronder begrepen de abiotische omstandigheden die het voorkomen van die vegetaties mogelijk maken, zoals bodem, reliëf en waterhuishouding. 7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.2.1
Verbod
Het is verboden om op of in de voor 'Waarde - Waardevolle vegetaties' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken, uit te voeren : a. grondwerkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, vergraven en egaliseren van gronden voorzover de werkzaamheden plaatsvinden op de perceelsranden; b. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanleggen van een drainagestelsel en het aanbrengen van onderbemaling, tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaand drainagestelsel door een gelijkwaardig stelsel, waaronder een peilgestuurd stelsel; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; d. het verwijderen of rooien van bos- , natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; e. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen voor zover groter dan 200 m2 per ingreep voorzover de werkzaamheden plaatsvinden op de perceelsranden (toegevoegd); f. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedraagt voorzover de werkzaamheden plaatsvinden op de perceelsranden; g.
het verwijderen of wijzigen van perceelsgrenzen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilranden, landschapselementen en het verwijderen van paden of onverharde wegen voorzover de werkzaamheden plaatsvinden op de perceelsranden; h. het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen met een tijdelijk karakter. 7.2.2
Uitzonderingen op verbod
Het in 7.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b. c. d. e.
normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen; plaatsvinden binnen de bestemming 'Wonen'; het normale agrarisch gebruik betreffen; plaatsvinden in het kader van de natuurontwikkeling of -beheer; die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning.
7.2.3
Afwegingskader
De in 6.2.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien door de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden.
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
25
Onder de waarde van deze gronden wordt verstaan de waarde als gebied voor vegetaties met natuurwaarden, zoals deze waarde tot uitdrukking komt in de aanwezigheid van kwellocaties, vochtige, matig voedselrijke graslanden, droge, voedselarme graslanden en pionierbegroeiing.
26
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Hoofdstuk 3 Artikel 8 8.1
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
27
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1
Bebouwingsgrenzen
9.1.1
In acht te nemen afstand
Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen dienen, wanneer gebouwen worden gebouwd op gronden grenzend aan de gronden bestemd voor verkeersdoeleinden de volgende afstanden uit de as van de op de verbeelding nader onderscheiden wegen in acht genomen: bestemming: afstand uit de wegas: Verkeer - Snelverkeer 100 meter Verkeer - Verkeer 20 meter Verkeer - Railverkeer 20 meter Verkeer - Onverhard en Verkeer - Voet-/fietspad 10 meter 9.1.2
Afwijken in acht te nemen afstand
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.1.1 , onder de voorwaarde dat uit overleg met de wegbeheerder blijkt dat daartegen uit hoofde van het wegbeheer, de verkeersveiligheid daaronder begrepen, geen bezwaar bestaat. 9.2
Geluidszones langs wegen
Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van: a. 250 meter ter weerszijden van een weg met een of twee rijstroken; b. 400 meter ter weerszijde van een weg met drie of vier rijstroken; mogen toegelaten geluidsgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als genoemd in artikel 82 lid 1 van de Wet geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde. 9.3
Geluidzones langs spoorwegen
Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van: a. 100 meter ter weerszijden van het Duits lijntje; b. 400 meter ter weerszijden van het traject Boxtel- 's Hertogenbosch; c. 700 meter ter weerszijden van het traject Boxtel-Tilburg; d. 800 meter ter weerszijden van het traject Boxtel-Eindhoven; mogen toegelaten geluidsgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde.
28
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting.
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
29
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
11.1.1 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maatvoeringen, afmetingen, inhoudsmaten en percentages tot niet meer dan 10% van die maatvoeringen, afmetingen, inhoudsmaten en percentages, onder de voorwaarden dat deze afwijking niet geldt voor: 1. de maximale toegestane bebouwde oppervlakte van niet-agrarische bedrijven; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van waterlopen of wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien waterhuishoudkundige aspecten en/of de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, onder de voorwaarden dat de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de technisch betere realisering van de bestemmingen of bouwwerken; d. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht met een bouwhoogte van niet meer dan 10 m, met dien verstande dat deze afwijking niet geldt voor terrein- en erfafscheidingen; e. de bestemmingsregels en toestaan dat de grenzen van het bestemmingsvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1.
plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. (hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, onder de voorwaarde dat de bestemmingsvlakgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; f. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, luchtwassers en lichtkappen; 11.1.2 Afwegingskader De in 11.1.1 onder a tot en met g bedoelde vergunning wordt slechts verleend, onder de voorwaarden dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f.
30
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieuhygienische uitvoerbaarheid, waaronder begrepen leidingbelangen; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de landschappelijke en natuurwaarden, archeologische, cultuurhistorische of aardkundige waarden.
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Toevoegen dubbelbestemming Waarde - Archeologie
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan gronden de dubbelstemming 'Waarde - Archeologie Categorie 2', 'Waarde - Archeologie - Categorie 3' of 'Waarde - Archeologie - Categorie 4' toe te kennen, onder de voorwaarde dat uit archeologisch onderzoek blijkt dat op de betreffende gronden archeologische waarden of archeologische verwachtingswaarden aanwezig zijn die deze bescherming behoeven.
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
31
Artikel 13 13.1
Algemene procedureregels
Nadere eisen
Bij het stellen van nadere eisen wordt de volgende procedure gevolgd: a. het voornemen tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken op het gemeentehuis ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op electronische wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in dat belanghebbenden schriftelijk of electronisch hun zienswijzen kunnen indienen gedurende de onder a genoemde termijn; d. degenen die tijdig hun zienswijzen schriftelijk of electronisch hebben ingediend worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen mondeling nader toe te lichten; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede.
32
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Artikel 14 14.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 14.2
Prioriteit van (dubbel)bestemmingen
a. waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: c. in de eerste plaats de regels van 'Waarde - Archeologie - Categorie 4'; d. in de tweede plaats de regels van de bestemming 'Waarde - Waardevolle vegetaties'
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
33
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Bouwwerken
15.1.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijkingen naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 15.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 15.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld 15.1.1 met maximaal 10%. 15.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 15.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder of in afwijking van een vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2
Gebruik
15.2.1 Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Vogel- en Habitatrichtlijnen (richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979 en richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992) beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaand gebruik. 15.2.2 Wijziging gebruik Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in 15.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 15.2.3 Onderbreken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 15.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In het geval van meerjarige teelt is geen sprake van onderbroken gebruik, mits het gebruik is hervat aan het eind van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de teelt is gestaakt. 15.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 15.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
34
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Schijndelsedijk 3 te Boxtel'.
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
35
36
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
37
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
38
Bestemmingsplan "Schijndelsedijk 3 te Boxtel" (ontwerp)
Landschappelijke inpassing Schijndelsedijk 3, Boxtel Concept
colofon
projectnaam Landschappelijke inpassing Schijndelsedijk 3, Boxtel datum 13 april 2023 projectnummer P03730 opdrachtgever particulier BRO projectleider RT projectteam AR RT bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Kenschets (historisch) landschap 1.4 Huidige situatie
4 4 5 6
Inpassingsplan
7
2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Kwaliteitsbijdrage 2.3 Beplantingsindicatie
8 8 9
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
3
1
Inleiding
1.2
Kaders en uitgangspunten
woningen terugkomt. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar
Het inpassingsplan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het
burgerwoning. Een deel van de huidige bebouwing (250 m2) van de
vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en
voormalige kassen wordt behouden en gerenoveerd ten behoeve van
Aan de Schijndelsedijk 3 in de gemeente Boxtel is een glastuinbouwbe-
aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen.
een bijgebouw bij deze woning.
drijf met bedrijfswoning aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens om het bedrijf te beëindigen en ter plaatse van de glastuinbouw twee Ruim-
Plangebied
Bestemmingsplan
te-voor-Ruimte woningen te realiseren. De bestaande bedrijfswoning
Het plangebied betreft een perceel aan de Schijndelsedijk 3, kadastraal
In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2011 zijn de gronden
wordt omgezet naar burgerwoning.
bekend als: gemeente Boxtel, BTL00-R-37. De locatie ligt in het buurt-
bestemd als ‘Agrarisch - glastuinbouw’ (19.780 m²). Volgens het vige-
Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is
schap Langenberg. Het plangebied is een voormalige agrarische be-
rende bestemmingplan is ter plaatse één bedrijfswoning toegestaan.
de planlocatie momenteel bestemd als ‘Agrarisch - Glastuinbouw’. Ter
drijfslocatie voor glastuinbouw. Het perceel heeft een oppervlak van ca.
Het oprichten van twee nieuwe vrijstaande woningen is echter niet mo-
plaatse is één bedrijfswoning toegestaan. Het realiseren van 2 nieuwe
19.780 m2.
gelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. Verder kennen de
1.1
Aanleiding en initiatief
gronden de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie – 4’ en de dubbel-
woningen naast de bestaande is derhalve niet toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel
Planvoornemen Het voornemen is het huidige gebruik te beeindigen, de kassen te slo-
heeft op 8 juni 2022 besloten om onder voorwaarden medewerking te
pen en op de locatie een prettig woonmilieu te creëren . Ter plaatse
verlenen aan het initiatief. Bij de planwijziging dient o.a. te worden aan-
wordt ca. 7.100 m2 aan kassen gesloopt, waar langs de Oude Boom-
getoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
gaard twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen in de vorm van vrijstaande
bestemming ‘Waarde - waardevolle vegetaties’.
Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavig advies geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
Figuur 1: Ligging plangebied
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
Figuur 2: Vigerend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke plannen)
4
Structuurvisie Verfrissend Boxtel 2011
Handreiking Ruimte voor Ruimte kavels
De structuurvisie is het beleidskader voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Binnen de gemeente Boxtel is de afgelopen jaren gewerkt aan een
Het buitengebied van Boxtel kent een sterke verwevenheid van land-
handreiking Ruimte voor Ruimte kavels (maart 2020). De bebouwings-
bouw, natuur, wonen, watersystemen en recreatie. In het gemeentelijke
clusters zijn in deze handreiking in de vorm van buurtschappen uitge-
beleid ten aanzien van het buitengebied wordt ingespeeld op deze verwevenheid en wordt getracht deze te behouden en uit te bouwen.
werkt. Deze handreiking bevat globale kaders voor de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen binnen de acht aangewezen buurtschap-
Het buitengebied van Boxtel moet in samenhang bezien worden. Daar-
pen, zo ook voor buurtschap Langenberg.
bij wordt enerzijds gestreefd naar verbetering en verbreding van de
Voor het bepalen van geschikte locaties van de Ruimte voor Ruimte ka-
agrarische gebruiksmogelijkheden en anderzijds naar versterking van
vels en het verlenen van medewerking, is het van belang om aan te slui-
natuurwaarden en cultuurhistorische waarden. Behouden én versterken
ten op de kenmerken van de buurtschappen. Hierbij wordt ook rekening
van de essentiële cultuurhistorische waarde van het natuurrijke cultuur-
gehouden met de draagkracht van het buurtschap en zijn omgeving. De
ODQGVFKDS%HERXZLQJHQHU¿QULFKWLQJPRHWHQLQPDDWHQYRUP]RYHHO
handreiking is geen vastgesteld document. Het betreft een handvat voor
mogelijk aansluiten bij de kleinschaligheid en de cultuurhistorie van het landschap. De historische (land)wegen, structuur en waardevolle morfo-
de eerste globale beoordeling van initiatieven.
logie moeten zoveel mogelijk worden behouden evenals de bestaande
Doorwerking plangebied
groenstructuren en perceelsscheidingen (bron: Structuurvisie Boxtel
Een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor een wo-
2011).
ning op basis van de Ruimte voor Ruimte regeling is dat het perceel waar de nieuwe woning(en) wordt opgericht moet zijn gelegen in een bebouwingsconcentratie of -lint. Een bebouwingsconcentratie kan bestaan uit een kernrandzone, bebouwings-lint of bebouwingscluster. Voor de gemeente Boxtel zijn de bebouwingsconcentraties nader begrensd in de “handreiking Ruimte voor Ruimte kavels. Op de kaart hiernaast is te zien dat een gedeelte van de Schijndelsedijk en de Oude Boomgaard wordt gez ien als een lintstructuur, gelegen binnen buurtschap Langenberg. Richtinggevend uitgangspunt is dat 25 procent van deze lintstructuur mag worden versterkt. Landschappelijke kenmerkende bestaande structuren zijn enkele aanwezige houtwallen en laanstructuren. Daarnaast wil men inzetten op het versterken van deze landschappelijke elementen door middel van het versterken van deze groenstructuren met nieuwe houtwallen.
Figuur 3: Uitsnede kaart Handreiking Ruimte voor Ruimte kavels (maart 2020)
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
5
1.3
Kenschets landschap
Geschiedenis De bebouwing van het buurtschap Langenberg bestond omstreeks
Landschapstype
1900 nog uit een handvol boerderijen. De Schijndelsedijk en de Oude
Het perceel aan de Schijndelsedijk ligt in het kampenlandschap, dicht
Boomgaard zijn wegen die al voor 1900 aanwezig waren. Het gebied
tegen de grens van het essenlandschap ten noorden het perceel. Het kampenlandschap is een kleinschalig landschap met een onregelmatige
bestond voornamelijk uit akker en graslanden met een onregelmatige verkaveling en veel houtwallen. Aan de Schijndelsedijk 3 was begin
verkaveling. Het landschap is ontstaan doordat men de hoge gronden
1900 een woning aanwezig aan dicht aan de Schijndelsedijk gelegen in
heeft ontgonnen voor akkerbouw. De lagere gronden waren hiervoor
de zuidwestelijke hoek van het perceel. Na 1950 wordt er ook een wo-
niet geschikt en werden veelal gebruikt voor gras- en hooilanden. Qua
ning aan de Oude Boomgaard 2 gebouwd. In 1994 wordt de bestaande
verschijningsvorm lijken deze kampen op de velden. Het belangrijkste
bebouwing op het perceel gesloopt en wordt er een tweekapper ge-
verschil zit in de kleinschaligheid. De kampen zijn veel kleinschaliger.
bouwd en een kas. Vanaf dat moment worden de omliggende gronden
De kavels werden in het verleden veelal omgeven door houtwallen om
ook voor boomteelt gebruikt. Rond 2005 wordt de kas nog verder uitge-
het vee buiten de akkers te houden. Veel van deze karakteristieke patronen zijn door de jaren heen verdwenen.
breid in westelijke richting. In 1933-1936 werd tevens het Afwateringskanaal Boxtel gegraven, ten
Landschapskenmerken
westen van het perceel. Later is de A2 parallel aan dit kanaal aan ge-
•
Op de hoger gelegen gronden de kampen met aangrenzend op de
legd in 1966. De Schijndelsedijk gaat met een viaduct over het kanaal
lagergelegen vlakken gronden oude graslanden;
en de A2. Het perceel aan de Schijndelsedijk 3 begint daar waar de
•
Lage grondwaterstanden;
aanlanding van viaduct eindigt. De A2 vormt een duidelijke scheiding
•
Eerdgronden;
tussen de kern van Boxtel en het buitengebied.
•
Een kronkelig wegenpatroon;
• •
Een onregelmatige blokverkaveling; Veelal houtwallen rondom percelen, soms bomenrijen langs boerderijen en wegen;
•
Lintachtige bebouwing met open tussenruimten.
Doel Binnen dit landschap gaat de aandacht uit naar het verstreken van de kleinschaligheid door de aanplant van houtwallen. De houtwallen worden hierbij ingezet als raamwerk, hierbinnen is veel mogelijk als het past binnen de maat en schaal van het gebied. Doorkijkjes vanaf de openbare weg op de open kampen blijven behouden en worden waar nodig versterkt. Bovendien blijven de oude gras-en hooi-landen intact als grazige vlaktes.
Figuur 4: Berken langs Schijndelsedijk en rechts boomteelt
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
6
Figuur 9: 1860
Figuur 7: 1900
Figuur 5:
Figuur 8: 1960
Figuur 6: 1998
Figuur 10: 2021
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
1930
7
1.4
Huidige situatie
De locatie aan de Schijndelsedijk 3 betreft op dit moment een glastuinbouwlocatie. De bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. In de huidige situatie is op het perceel een bedrijfswoning met behorende bijgebouwen aanwezig. De bedrijfswoning betreft een twee-onder-eenkapwoning samen met het perceel Schijndelsedijk 3a (buiten het plangebied gelegen). Achter de bedrijfswoning is het glastuinbouwbedrijf gesitueerd met kassen en behorende bebouwing. Aan de voorzijde van deze kassen is een grote parkeerplaats aanwezig. Het perceel van de Oude Boomgaard 2, wordt omringd door het perceel van de Schijndelsedijk 3. Deze kavel heeft een robuuste randbeplanting van laurier en bevat een vrijstaande woning. Rondom de kassen en de woning liggen boomgaarden en ten oosten van bestaande kas ligt QRJHHQZDWHUUHVHUYRLU,Q¿JXXULVHHQOXFKWIRWRYDQGHSODQORFDWLH ZHHUJHJHYHQHQLQ¿JXXU]LMQGHDDQZH]LJHNDVVHQRSGHSODQORFD-
Figuur 11:
Schijndelsedijk en viaduct over A2
Figuur 13: Bestaande esdoorn, parkeerplaats en kassen
Figuur 12:
Waterbassin grenzend aan achtertuin en kassen
Figuur 14:
tie weergegeven.
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
Overkapping achtertuin
8
2
Inpassingsplan
Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleids-
aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap
kaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Naast-
de aanwezige landschappelijke elementen en het huidige straatbeeld. Het OLQW]RDOVZHHUJHJHYHQLQ¿JXXULVLQGHKXLGLJHVLWXDWLHYRRURQJHYHHU 310 meter bebouwd (frontbreedtes). De frontbreedte van de nieuwe kavels, zoals getekend in naaststaande schets, is 60 meter. De twee nieuwe kavels worden gepositioneerd aan de Oude boomgaard tegen de noordelijke plangrens. Er ontstaat hierdoor een doorzicht naar het landschap tussen de bestaande woning en de nieuwe kavels. Ook bedraagt het het aantal aaneengesloten kavels hierdoor niet meer dan twee. Door de nieuwe kavels te positioneren aan de Oude Boomgaard wordt er aan de
aard omg e Bo Ou d
staande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. De inpassingsmaatregelen zetten in op het versterken van
bestaande boomteelt
1500m²
B 2
Schijndelsedijk een doorzicht vrijgehouden naar het landschap. Wanneer
1
de kavels aan de Schijndelsedijk zouden worden gesitueerd wordt het zicht naar het landschap dichtgezet. De nieuwe kavels krijgen dezelfde
1500m²
3
B
diepte als het bestaande perceel aan de Oude Boomgaard. Op deze manier blijft de zichtlijn hier achter gewaarborgd.
2 Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1.
5
Inpassing woonpercelen middels knip/scheerhagen langs de perceel
4
grenzen. Een lage beukenhaag aan de straatzijde en een hoge gemengde haag op het achtererf. 2. Rooilijn van de nieuwe woningen ligt op minimaal 19,5 meter afstand tot kantverharding weg, dit is naar aanleiding van het akoestisch
1700m²
onderzoek.
ren naar het landschap. 6. Aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap.
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
hoge haag
A1
doorzichten landschap lage haag
3. 9HUOHQJHQEHVWDDQGH]DNVORRWWHQEHKRHYHYDQKHPHOZDWHULQ¿OWUDWLH 4. Zone van 5 meter niet aantasten t.b.v. behouden Teunisbloempijlstaart 5. Perceel inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland, doorzicht creë-
A2
bestaande boomteelt
twee bestaande bomen handhaven
2.1
Kwaliteitsverbetering landschap (gemeentelijk beleid)
een hogere gemengde haag aangeplant. Dit sluit aan bij de bestaande
2.2.3
groenstructuren in het gebied, waarbij percelen vaak worden omkaderd
7HQEHKRHYHYDQGHZDWHULQ¿OWUDWLHZRUGWGHEHVWDDQGH]DNVORRWDDQ
De provincie Noord-Brabant heeft ten tijde van het opstellen van de ver-
met houtwallen of hagen. De bestaande bedrijfswoning die wordt omge-
de achterzijde van het perceel aan de Schijndelsedijk 3a verlengd. Hier-
ordening ruimte het concept van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering ge-
zet naar burgerwoning krijgt aan de voorzijde van het perceel ook een
door komt er een doorgaande sloot aan de achterzijde van het perceel
introduceerd (thans opgenomen in artikel 3.9 in de interim Omgevingsverordening). De gemeente Boxtel heeft het provinciaal beleid vertaald
beukenhaag en langs de woning een hogere gemengde haag.
HQZRUGWKHWZDWHUJHLQ¿OWUHHUG
via “De ambitie van Boxtel – Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het
2.2.2
2.2.4
buitengebied”. De beleidsregel geeft een doorvertaling van het provinci-
Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. De hoogst toelaat-
In de bestaande haag rondom de Oude Boomgaard 2 is door eco-
aal beleid op lokaal niveau.
bare geluidbelasting bedraagt 53 dB. In verband met de geluidzone van
ORJLVFKRQGHU]RHNHHQ7HXQLVEORHPSLMOVWDDUWDDQJHWURႇHQ9RRUKHW
de Rijksweg A2 wordt de rooilijn voor de nieuwe woninginen op 19,5
behoud van deze vlinder wordt er een zone van 5 meter vrijgehouden,
Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in te delen in 3 categorieën:
meter gelegd. Stedenbouwkundig gezien is het aan te raden om mini-
parallel aan de bestaande haag.
•
Categorie 1: kleine ontwikkelingen met een minimale impact op de
maal de afstand van de rooilijn van de bestaande woning aan te hou-
omgeving; Categorie 2: Ontwikkelingen met beperkte impact op de omgeving;
den, deze ligt op 16,5 meter.
• •
Categorie 3: Ontwikkelingen met een grote impact op de omgeving
Het saneren van de glastuinbouwlocatie, omzetting van bedrijfswo-
Rooilijn op 19,5 meter
Verlengen bestaande zaksloot
Zone van 5 meter niet aantasten t.b.v. Teunisbloempijlstaart
Maatregel
Omvang/stuks
Voorgesteld sortiment
Verband
Aanplant nieuwe beukenhaag hoogte ca. 1 meter
ca. 180 strekkende meter
Fagus sylvatica
plantafstand 15 cm/ 6 a 7 stuks per m1
Ligustrum vulgare (ligusterhaag) Acer campestre (veldesdoorn) Viburnum opulus (Gelderse roos) Rosa canina (Hondsroos) Rhamnus frangula (Vuilboom) Corylus avelana (hazelaar) Cornus sanguinea (kornoelje)
Dubbele rij met een plantafstand van 50 cm.
n.v.t.
ning naar burgerwoning en de realisatie van twee ruimte-voor-ruimte woningen is conform de beleidsregels aan te merken als een categorie 2 ontwikkeling. Op basis van de beleidsregel zijn voor categorie 2 ontwikkelingen een landschappelijke inpassing benodigd, waarbij de
Aanplant nieuwe gemengde haag, hoogte ca. 200 strekkende meter ca 2 meter
nadruk wordt gelegd op het ‘inkleden’ of omzoomen van de projectlocatie groen. In de volgende paragraaf worden de inrichtingsmaatregelen toegelicht.
2.2
Inrichtingsmaatregelen
2.2.1 Inpassing woonpercelen middels knip/ scheerhagen langs de perceel grenzen.
Inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland
ca. 1240 m2
divers grasmengsel zoals bijv. Botanische hooilandrand of Bloemenblok voor akkervogels op bouwland, eventueel met extra Teunisbloem
Aanplant houtsingel
ca. 335 m2
Zomerreik, Haagbeuk, Zomer-linde, Gewone Gemengd, driehoeksverband, 1x1 es, Schietwilg, Hazelaar, Veldes-doorn, Kor- meter noelje, Hondsroos, Vuilboom, Gelderse roos Eindhoogte Boomvormers ca. 15 meter, struikvormers ca. 5 meter
Om het straatbeeld te verbeteren wordt er een beukenhaag met een hoogte van ca. 1 meter over de gehele lengte voorzijde en gedeeltelijk zijkant van de voortuinen aangeplant van de Ruimte voor Ruimte kavels. Beukenhagen passen in het straatbeeld van de Oude Boomgaard, verderop in de straat zijn deze ook toegepast. Tussen de percelen aan de achterzijde en de begrenzing aan de achterkant van het perceel wordt
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
10
2.2.5
Perceel inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland
2.4
Provinciaal beleid
aan glasopstand aanwezig in het plangebied. Hiervan wordt 1000 m2
Het perceel tussen de Oude Boomgaard 2 en de nieuwe kavels in blijft
Voor het omzetten van de bedrijfswoning wordt er gebruik gemaakt van
ingezet voor de omzetting bedrijfswoning naar burgerwoning. Daarnaast
vrij van opgaande beplanting, zodat er een doorzicht naar het landschap
artikel 3.69 sub d (omzetting bedrijfswoning). Voor de twee ruimte voor
blijft er 250 m2 hiervan staan als bijgebouw. Er blijft dus 5877 m2 over
ontstaat. Het perceel kan worden ingezaaid met bloem- en kruidenrijk
ruimte kavels is artikel 3.79 relevant. Voor één van de twee ruimte voor
om in tezetten als fysieke tegenprestatie. In totaal worden de volgende
grasland.
ruimte woningen wordt een ruimte voor ruimte titel aangekocht bij de ontwikkelingsmaatschappij. De andere ruimte voor ruimte woning wordt
maatregelen ingezet als fysieke tegenprestatie:
2.2.6
gerealiseerd op basis van het creëren van omgevingskwaliteit, wat hier
•
Sloop glasopstand en afwaardering (artikel 3 sub b: 5.877 m2 x
•
17,75= 104.316,75 euro Amoveren verharding (2.000 m2) en bassin (1.000 m2): 3.000 x
Aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap
precies onder verstaan wordt is terug te vinden in artikel 3.78. De pro-
Aan de achterzijde van de twee nieuwe kavels wordt een houtwal aan-
vincie heeft met artikel 3.78 meer mogelijkheden gemaakt voor ontwik-
geplant. Op deze manier wordt het coulissenlandschap van de omge-
kelingen in het landelijk gebied, mits er sprake is van een verbetering
ving versterkt.
van de omgevingskwaliteit.
2.3 Beplantingsindicatie
In artikel 3 sub b van de beleidsregel is uitgewerkt wat de omvang moet zijn van de fysieke tegenprestatie om nieuwvestiging van wonen in het
8,50= 25.500 euro Voor het toevoegen van nieuwe woningen geldt een fysieke tegenpres-
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In de tabel op de vorige pagina zijn de verschillende vakken, maatvoe-
landelijk gebied mogelijk te maken bij glastuinbouwbedrijven. Voor de
tatie van € 125.000 per vrijstaande woningen, met bovengenoemde bedragen kan dit volledige bedrag worden behaald. Voor de andere vrijstaande woning neemt de initiatiefnemer aanvullend maatregelen in de
omzetting van de bedrijfswoning naar burgerwoning geldt dat er een
DDQNRRSYDQFHUWL¿FDWHQELMGH2QWZLNNHOPDDWVFKDSSLMUXLPWHYRRUUXLP-
basisinspanning benodigd is van sloop 250 m2 aan bedrijfsbebouwing
te. Het resterende bedrag (129.816,75-125.000=4.816,75 euro) kan hier-
of 1.000 m2 glasopstand. In de huidige situatie zijn er in totaal 7.127 m2
op hierop in mindering worden gebracht.
ULQJYRRUJHVWHOGVRUWLPHQWSODQWYHUEDQGHQKHWDDQWDODDQWHVFKDႇHQ stuks opgenomen.
2.3
Fysieke maatregelen (sloop, afwaardering)
Beheer en onderhoud
Maatregelen
Oppervlakte
prijs per m2
Inzet en afwaardering
Inzet sloop glasopstand en afwaardering
5877 m2 *
€17,75 per m2
104.316,75 euro
Inzet sloop voorzieningen (verharding + waterbassin) en afwaardering
3000 m2
€8,50 per m2
25.500 euro
De hagen: minimaal 1x per jaar snoeien in de zomer. Het snoeien begint al bij het aanplanten van de haag. Hoe vaker de haag geknipt wordt des te rechter en óók des te dichter hij wordt. Snoei de bovenkant van de KDDJSDVDOVGH]HGHMXLႋHKRRJWHKHHIWEHUHLNW
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
totaal inzetten omgevingskwaliteit
129.816,75 euro
Bijdrage in het versterken van de omgevingskwaliteiten van een vrijstaande woning (min. inspanning)
-125.000 euro
UHVWHUHQGHEHGUDJLQPLQGHULQJRSDDQNRRSFHUWL¿FDWHQ
4.816,75 euro
11
%LMODJHௐௐInpassingsplan
Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel
aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap
bestaande boomteelt
aard omg e Bo Ou d
1500m²
B 2 1
1500m²
de ijn h Sc
3
B 2 4
A1. omzetting bedrijfswoning naar burgerwoning A2. behoud en renovatie 250m2 huidige bebouwing tbv bijgebouw bij woning+ B. zoekgebied hoofdgebouw binnen ruimte voor ruimte kavel van ca.1500m²
A2 hoge haag
A1
doorzichten landschap
1.
inpassing woonpercelen middels knip/scheerhagen langs perceelgrenzen. Lage haag beukenhaag aan straatzijde, hoge gemengde haag op achtererf 2. rooilijn nieuwe woningen op minimaal 19,5m afstand t.o.v. kantverharding weg 3. verlengen bestaande zaksloot t.b.v. hemelwaterinfiltratie 4. Zone van 5 meter niet aantasten t.b.v. Teunisbloempijlstaart 5. Rest van perceel inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland t.b.v. zichtlijn.
lage haag
bestaande boomteelt
Landschappelijke Tekeningnaam inpassing Schijndelsedijk 3, Boxtel Projectnaam inclusief locatie Kwekerij Hans van der Steen Opdrachtgever
k
Legenda
1700m²
5
dij lse
twee bestaande bomen handhaven
datum datum 13-06-2023 08-08-2022
getekend projectnr. pagina getekend projectnr. pagina 1/1 AR P03730 BC P00124 13/14
schaal formaat formaat schaal A3 1:1000 A3 1:1000
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl