BP Kerkweide-West Bijlage 1 Toelichting Planregels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kerkweide-West 8 maart 2023
Bestemmingsplan Kerkweide-West Gemeente Boxtel Vastgesteld
Rapportnummer:
211X09693_7
IMRO-code:
NL.IMRO.0757.BP07KerkweideWest-VST2
Datum:
8 maart 2023
Opdrachtgever:
Kerkweide ontwikkeling
Projectteam BRO:
CVe, TAu
Concept:
januari 2020
Ontwerp:
augustus 2020
Vastgesteld:
13 juli 2021
Gewijzigde vaststelling:
11 april 2023
Trefwoorden:
--
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 5 6
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgenomen ontwikkeling
7 7 8
3. BELEIDSTOETS 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
11 11 13 15
4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING 4.1 Cultuurhistorie & Archeologie 4.2 Flora en fauna 4.3 Waterparagraaf 4.4 Bodem 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Akoestisch onderzoek industrielawaai 4.7 Akoestiek wegverkeer 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Externe veiligheid 4.11 Kabels en leidingen 4.12 M.e.r.-plicht
19 19 21 22 26 26 30 33 34 35 37 41 41
5. JURIDISCHE PLANOPZET
42
6. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
46
Inhoudsopgave
1
7. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 7.1 Vooroverleg 7.2 Procedure 7.3 Beroep 7.4 Zorgvuldige dialoog
47 47 47 47 48
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Woonladder Bijlage 2: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 3: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 4: Waterparagraaf Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Akoestisch onderzoek Industrielawaai Bijlage 7: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 10: Notulen bewonersoverleg 16 april 2020 Bijlage 11: Asbestonderzoek en sloopvergunning Bijlage 12: Raadsvoorstel- en besluit, inclusief Nota van Wijziging en Nota van Zienswijzen Bijlage 13: Quickscan bedrijven en milieuzonering Bijlage 14: Infiltratieonderzoek Bijlage 15: Verleende omgevingsvergunning Bijlage 16: Raadsbesluit welstandsvrij Bijlage 17: Kennisgeving besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 18: Advies Veiligheidsregio
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING
1.1 Aanleiding In de tot de gemeente Boxtel behorende kern Liempde is het inbreidingsplan Kerkweide ontwikkeld voor het gebied tussen de Kerkheiseweg, Bergstraat en de Boxtelseweg. In totaal zullen hier ca. 56 woningen komen. Het plan bestaat uit twee delen, waarbij in het westelijke gedeelte, Kerkweide-West, 18 koopeengezinswoningen en 11 koopappartementen (of 6 koopappartementen en 5 huurappartementen) gerealiseerd zullen worden. Dit bestemmingsplan ziet toe op het westelijk gedeelte, Kerkweide-West. Het plangebied betreft percelen van particulieren initiatiefnemers, welke de handen ineen hebben geslagen om als ontwikkelaar op te treden, met als doel een duurzame wijk te creëren. De locatie wordt, vanuit de overheid, al sinds enkele jaren gezien als één van de inbreidingslocaties in de kern Liempde. In de woningbouwstudie Wolf 2015, door de gemeente Boxtel geïnitieerd, zijn er meerdere locaties voorgesteld en onderzocht als mogelijke inbreidingslocaties voor woningbouw. Het plangebied is een middengebied gelegen tussen woningen en bedrijven aan de Boxtelseweg, Bergstraat en Kerkheiseweg. Het plangebied is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Liempde’, volledig ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’. Toch is op grond van dit bestemmingsplan de realisatie van het project niet mogelijk.
Om de ontwikkeling van dit westelijke plandeel mogelijk te maken, is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan (postzegelplan) ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt op de percelen achter de woningen gelegen aan de Kerkheiseweg 24, 26 en 28 en achter de woningen aan de Boxtelseweg en de Bergstraat in de kern Liempde. Het plangebied staat kadastraal bekend staat als gemeente Liempde, sectie E, nummers 3315, 4091 (ged.), 4092 en 5971 (ged.). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 8.500 m2. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het woonperceel Kerkheiseweg 22 en aan de westzijde aan enkele woonpercelen aan de Bergstraat. Het plangebied wordt aan de zuidzijde ontsloten op de Kerkheiseweg, de straat wordt begeleid door markante eiken. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven op de afbeeldingen op de volgende pagina. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
Hoofdstuk 1
3
Boxtel
Liempde
Figuur 1.1: Ligging en begrenzing van het plangebied (Bron: Google Maps en PDOK-viewer, Waterparagraaf )
Hoofdstuk 1
4
1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Liempde’ het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Boxtel op 17 december 2013. Conform het bestemmingsplan is voor bijna het gehele plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’ geldend. Enkel ten zuiden van Kerkheiseweg 26 is een klein gedeelte bestemd als ‘Tuin’. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – zeer open bebouwing’ van toepassing. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de functie wonen. Binnen deze bestemming zijn hoofdgebouwen toegestaan binnen een in de verbeelding opgenomen bouwvlak. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ beschermt de mogelijk aanwezige archeologische waarden op het perceel. De bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – zeer open bebouwing’ bepaald dat de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 5 meter moet zijn. In de huidige situatie is er geen bouwvlak op de verbeelding opgenomen. Conform het geldende bestemmingsplan is het dus niet mogelijk het perceel te bebouwen. Om dat te kunnen doen is het noodzakelijk een bestemmingsplanprocedure te doorlopen om het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied te herzien.
Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.
Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan met globale ligging het plangebied (rood omlijnd) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Hoofdstuk 1
5
1.4 Leeswijzer De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt een beschrijving van het plan in hoofdstuk 2. De beleidstoets is in hoofdstuk 3 van dit bestemmingsplan opgenomen. In hoofdstuk 4 worden alle relevante milieuonderwerpen behandeld en verantwoord. De juridische toelichting is in hoofdstuk 5 opgenomen en in hoofdstuk 6 is de economische uitvoerbaarheid beschreven. In hoofdstuk 7 is tenslotte de maatschappelijke haalbaarheid beschreven. Rapportages van uitgevoerde sectorale onderzoeken zijn als separate bijlage aan dit bestemmingsplan gevoegd.
Hoofdstuk 1
6
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1 Huidige situatie Liempde is in de vroege middeleeuwen ontstaan op een dekzandrug aan het beekdal van de Dommel. Er was nog geen sprake van een dorpskern, alleen van verspreid gesitueerde buurtschappen, zoals Loeind, Kasteren, Vrilkhoven en De Berg. Op het snijpunt van verbindingswegen tussen deze buurtschappen is geleidelijk de dorpskern Liempde ontstaan. De geschiedenis van Liempde is nog steeds goed zichtbaar in de dorpskern. De monumenten en beeldbepalende panden zijn verspreid over de kern gesitueerd met grotere concentraties aan de Kapelstraat, Dorpsstraat en rond het Raadhuisplein. Dit zijn de oudste linten van het dorp. De ruimtelijke structuur van Liempde is gebaseerd op de historische pleinen, monumenten, beeldbepalende panden en de kleinschalige uitbreidingen die, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog, in de linten hebben plaatsgevonden. Liempde heeft daardoor een informele en ongedwongen en langgerekte dorpsstructuur. De Kerkheiseweg is eveneens een oud lint van het dorp en tot de kruising met de Bergstraat behoort de Kerkheiseweg tot de historische structuur van het dorp. Het gedeelte westelijk van de Bergstraat betreft een naoorlogse uitbreiding van de kern. De woningen in de directe omgeving zijn met name vrijstaande of twee-onder-een-kap woningen die ruim zijn opgezet op groen ingerichte percelen.
Naast woningen zijn er tevens enkele kleinere bedrijven in de omgeving van het plangebied aanwezig. Het plangebied betreft een onbebouwd perceel te midden van woonpercelen en kan derhalve worden aangemerkt als inbreidingslocatie. Het plangebied is onverhard en er is geen andere vegetatie aanwezig. Het plangebied is momenteel grotendeels in gebruik als grasland. Enkel het perceel Kerkheiseweg 26 is reeds in gebruik als woonbestemming. Er is een vrijstaande woning met bijgebouwen aanwezig. Het erf tussen de woning en bijgebouwen is bijna volledig verhard.
Figuur 2.1 Huidige situatie (Bron: PDOK-viewer, Waterparagraaf)
Hoofdstuk 2
7
2.2 Voorgenomen ontwikkeling Het plangebied waar Kerkheide-West is voorzien is gelegen in het onbebouwde middenterrein tussen de Kerkheiseweg en de Bergstraat, doorlopend tot aan de achtertuinen van de Boxtelseweg. Dit gedeelte wordt ontwikkeld door enkele particuliere grondeigenaren. Het beoogde programma voor plandeel Kerkweide-West bestaat uit: 6 stuks, 3x 2-ondereenkapwoningen, bij de entree van de wijk aan de Kerkheiseweg, geschikt als doorstart gezinswoningen, inhoud 500-575 m3, prijsklasse € 330.000,- tot € 380.000,-; 11 appartementen in een bouwblok 2-laags in het middengebied, bestemd voor alleenstaande jongeren en/of ouderen. Oppervlakte 65/70 m 2, prijsklasse € 160.000,- tot € 185.000,-; 10 een gezins-/starterswoningen in 3 bouwblokken en 2 stuks 3x 2-ondereenkapwoningen aan middengebied georiënteerd, inhoud 320-390 m3, prijsklasse € 225.000,- tot € 290.000,-. De voorgenomen ontwikkeling is gevisualiseerd in figuur 2.2. Er wordt gestreefd naar een plan met een hoog duurzaamheidsgehalte o.a. de realisatie van “Nul op de Meterwoningen” om mee te gaan in de nieuwste trends met betrekking tot de duurzaamheid. KerkweideWest krijgt verder een dorpse uitstraling en dorps karakter. Er is daarbij gekozen voor een doorlopende verkeersstructuur waarbij aan de Kerkheiseweg voor elk plandeel een toegang gemaakt kan worden.
Vanaf de toegangsweg (Kerkheiseweg) heeft de bebouwing een open karakter. De twee-onder-eenkapwoningen vormen de overgang van de vrijstaande woningen aan de Kerkheiseweg naar de nieuwbouw. De bestaande woning die dicht aan de Kerkheiseweg is gelegen, vervalt. Hiervoor komt een geschakelde twee-onder-een-kapwoning 2 meter terug t.o.v. de huidige rooilijn, om een ruimere entree naar de wijk te creëren. Vanuit de toegang Kerkheiseweg wordt een groen middengebied gecreëerd met een ”wadi” en speelgelegenheid. De appartementen zijn georiënteerd met de woonruimte op dit open middengebied. De achtertuinen van de woningen zijn deels gelegen aan de tuinen van de bestaande woningen. De aan de woonstraat gelegen 4 bouwblokken bestaan uit een-gezins-/starterswoningen. Er worden 42 parkeerplaatsen gerealiseerd in het openbaar gebied in de vorm van parkeerkoffers, 10 parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning/appartement.
Hoofdstuk 2
8
Figuur 2.2: Impressie beoogde situatie Kerkweide - West (Bron: opdrachtgever, 5 juli 2021)
Hoofdstuk 2
9
De Kerkheiseweg heeft nu een beeldkarakteristiek van hoofdzakelijk open bebouwing afgewisseld met een enkele zeer open bebouwing. Doordat in Liempde al veel vrijstaande woningen aanwezig zijn, volgens de door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie 2016, zelfs van een oververtegenwoordiging sprake is, wordt door de gemeente gestimuleerd om bij nieuwbouw andere woningtypen te ontwikkelen. Met de afwisseling van twee-onder-een-kapwoningen, appartementen en aaneengebouwde woningen wordt hierop ingespeeld met dit initiatief.
Hoofdstuk 2
10
3.
BELEIDSTOETS
3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (vastgesteld op 13 maart 2012) staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk stelt dat een aanpak dient te ontstaan waarmee Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig wordt gemaakt. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een Rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.
Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit bovenstaande drie doelen zijn de dertien nationale belangen naar voren gekomen. Deze zijn geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt niet binnen een van de Nationale hoofdstructuren. De SVIR heeft geen specifieke betekenis voor dit bestemmingsplan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
Hoofdstuk 3
11
De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de SVIR is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.
Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Dit plan voorziet in de toevoeging van 29 wooneenheden op een inbreidingslocatie in de dorpskern Liempde. Er is daarmee sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’, zoals omschreven in artikel 1.1.1 van het Bro.
De Ladder voor duurzame verstedelijking dient doorlopen te worden. In de bijlage is de Ladderonderbouwing opgenomen. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor de gehele Ladderonderbouwing wordt verwezen naar de bijlagen behorende bij dit bestemmingsplan. Op subregionaal niveau kan de woningbehoefte tot 2025 met de bestaande totale plancapaciteit redelijk ingevuld worden. Dat geldt echter niet als gekeken wordt naar de harde plancapaciteit. In de gemeente Boxtel is voor deze periode de verwachte woningvraag (1.450 woningen) in omvang 1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
12
echter aanzienlijk groter dan de totale plancapaciteit (1.130 woningen). Vooral de harde plancapaciteit is met 135 woningen erg laag. Het initiatief om 29 woningen op de locatie Kerkeweide-West in Liempde te bouwen, voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte, te meer omdat de locatie naar het zich laat aanzien op relatief korte termijn bebouwd kan worden. In de kern Liempde overtreft de vraag de plancapaciteit eveneens, vooral nu er door de provincie is aangegeven dat er veel minder op de locatie Hamsestraat-Roderweg gebouwd kan worden dan gepland was. Ook in Liempde is sprake van een kwantitatieve behoefte. De behoefte aan nieuwe woningen in de kern Liempde (en Lennisheuvel) is onderschreven door de gemeente Boxtel, onder meer in de recente Woonvisie 2016-2025. De gemeente heeft de behoefte vertaald in een concreet woningbouwprogramma voor de kern Liempde. Vanuit het beleid van de gemeente blijkt dat er in kwalitatieve zin in Liempde vooral behoefte is naar mogelijkheden voor met name starters en jonge gezinnen om zich te vestigen en daarnaast in beperkte mate ook naar woningen voor senioren. Het gaat hierbij zowel om huurwoningen als betaalbare koopwoningen. Gezien het beoogde programma sluit het planinitiatief hier voor het overgrote deel bij aan en voorziet daarmee in een kwalitatieve behoefte.
Aangezien het planinitiatief Kerkweide-West een inbreidingslocatie betreft, sluit het planinitiatief ook in ruimtelijke zin aan bij de beleidsuitgangspunten van de gemeente. De realisatie van Kerkweide draagt mede bij aan het handhaven van diversiteit in woonmilieus in de gemeente: naast het “centrumdorp” woonmilieu in Boxtel-kern, dat nog versterkt wordt met de realisatie van onder meer de woonwijk Selissen, wordt ook het dorpse woonmilieu in de kleinere kernen van de gemeente versterkt. Geconcludeerd wordt dat een aantoonbare behoefte aanwezig is voor de realisatie van 29 wooneenheden in de inbreidingslocatie te Liempde. De ladder voor duurzame verstedelijking is positief doorlopen.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verder uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma’s. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Hoofdstuk 3
13
Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die direct in strijd zijn met de omgevingsvisie van Noord-Brabant. Nadere regels vanuit de provincie voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hier wordt in de volgende paragraaf op ingegaan. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies.
De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte 2014.
Figuur 3.1: Uitsnede kaart Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Volgens de Interim Omgevingsverordening is het plangebied gelegen in het ‘Stedelijk gebied, landelijke kern’. In figuur 3.1 is hiervan een uitsnede weergegeven met de ligging van het plangebied.
Hoofdstuk 3
14
Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in Stedelijk gebied waardoor stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. Een plan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Met dit bestemmingsplan worden 29 wooneenheden in het plangebied mogelijk gemaakt. De Ladder voor duurzame verstedelijking dient doorlopen te worden. Deze ladderonderbouwing (zie ook paragraaf 3.1) is als bijlage opgenomen behorende bij dit bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat sprake is van een passende behoefte voor de diverse voorzieningen woontypen in de vorm van 29 wooneenheden. De woningen worden op een inbreidingslocatie in de dorpskern gerealiseerd. Er is derhalve sprake van zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik. Daarmee is dit planvoornemen in lijn met de Interim Omgevingsverordening.
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Verfrissend Boxtel In juli 2011 heeft de gemeenteraad van Boxtel de Structuurvisie Verfrissend Boxtel voor het gemeentelijk grondgebied vastgesteld. Hierin wordt een integrale visie gegeven op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie bestaat ten eerste uit een Atlas, hierin wordt een inventarisatie van het huidige beleid gemaakt en een beschrijving van het huidige Boxtel gegeven. Vervolgens is een analyse gemaakt op vier integrale thema’s: wonen en leven, beleven, ondernemen en verbinden. Daaropvolgend zijn een agenda, welke de belangrijkste vraagstukken bevat, en een bedrijfsplan gemaakt. De vier thema’s vormen de rode draad van de visie. In het thema ‘wonen en leven’ wordt een voorwaardenkaart voor aangenaam leven geschetst, in het thema ‘beleven’ wordt een troevenkaart van Boxtel gegeven, in het thema ‘ondernemen’ wordt een kansenkaart voor vitaliteit geschetst en in het thema ‘verbinden’ wordt een vervlechtingskaart van duurzame relaties gegeven. In de structuurvisie wordt de nadruk gelegd op de ligging van Boxtel en de omringende dorpen in het Nationale Landschap Het Groene Woud. Beide entiteiten zijn onmiskenbaar aan elkaar gekoppeld, het wonen en werken kunnen daar direct van profiteren. Ondanks de wenselijke verschillen tussen de bebouwde kommen en het buitengebied, wordt juist ook gezocht naar overeenkomsten.
Hierbij wil de gemeente Boxtel de omgeving niet grondig in aanzien veranderen, maar de bestaande sterke punten van de gemeente beter benutten. Hiertoe worden in de structuurvisie onder andere een aantal concentratiegebieden aangegeven waar de voor de visie belangrijke projecten worden geplaatst. De woonomgeving in Boxtel is gevarieerd. De opgave voor het woningaanbod is te komen tot meer differentiatie en variatie. Onder andere via het organiseren van goed verspreide zorgvoorzieningen. De woningvraag in Boxtel leidt niet tot grootschalige uitbreidingen, maar eerder tot ‘afronden’ (met kleinschalige uitbreidingen) en ‘inbreiden’ en herstructureren. De leefomgeving kan nog beter worden uitgenut, onder andere door de openbare ruimte direct in te richten op het wonen.
Hoofdstuk 3
15
Doorwerking plangebied In de structuurvisie ‘Verfrissend Boxtel’ uit 2011 is de opgave geformuleerd om te komen tot meer differentiatie en variatie binnen het woningaanbod. In de structuurvisie worden de concrete doelstellingen en projecten, zoals geformuleerd in de rapportage integraal dorpsontwikkelingsplan Liempde (iDOP), overgenomen. Er dient onder meer speciale aandacht te zijn voor het vernieuwen en verbeteren van de seniorenhuisvesting. De woningbouw in de kern Liempde moet zich daarbij met name te concentreren op een klein aantal inbreidingslocatie en één grootschalige uitbreidingslocatie aan de rand (Hamsestraat). Aangezien Kerkweide een inbreidingslocatie is en ook als zodanig is aangemerkt, voldoet het planinitiatief aan deze richtlijn. Boxtel 2020, duurzaam en dynamisch centrum in Het Groene Woud In deze strategische visie (29 juni 2009) is aangegeven in welke richting Boxtel zich in de periode 2010-2020 verder wil ontwikkelen. De strategische visie is verwoord in zes ambities. De ambities zijn ondersteund in de vele gesprekken die hebben plaatsgevonden en moeten worden voortgezet. De zes ambities zijn: 1. Boxtel blijft voorop met duurzaamheid; 2. Boxtel ontwikkelt toerisme en recreatie tot een volwaardige bedrijfstak; 3. Boxtel versterkt zijn positie als werkgelegenheidsgemeente; 4. Boxtel werkt aan een sterk centrum; 5.
Boxtel is ook in 2020 een prima woongemeente; 6. Boxtel heeft een modern bestuur. Deze ambities zijn toegelicht in de zes hoofdstukken. Voor dit bestemmingsplan is ambitie één en vijf van belang. In de navolgende alinea wordt deze ambitie nader toegelicht. Boxtel blijft voorop met duurzaamheid De gemeente is vooruitstrevend op het gebied van duurzaam bouwen. Dit komt onder andere tot uiting in het stellen van hogere eisen aan nieuwbouwwoningen dan wettelijk voorgeschreven, waar het gaat om materiaal- en energieverbruik. Boxtel, een prima woongemeente Tot 2020 groeit de eigen bevolking van Boxtel nog met 700 inwoners tot een totaal van 30.900. Voor deze groei alleen zijn ongeveer 300 woningen nodig. Een veel groter aantal, plusminus 900 woningen, is nodig om de nog steeds doorgaande gezinsverdunning op te vangen. De gemiddelde woningbezetting bedroeg in 2008 namelijk 2,47 en zal dalen naar ongeveer 2,30 in 2020. Voor de eigen bevolking zijn er dus opgeteld zo'n 1.200 woningen nodig. Doorwerking plangebied Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan een inbreidingslocatie aan de Kerkheiseweg – Bergstraat – Boxtelseweg door het mogelijk te maken van maximaal 29 wooneenheden op te richten, onderverdeeld in diverse woontypologieën. Het initiatief speelt in op de woonbehoefte binnen de kern Liempde in de gemeente Boxtel.
Er wordt gestreefd naar een plan met een hoog duurzaamheidsgehalte o.a. door de realisatie van “Nul op de Meterwoningen”, duurzame bouwmaterialen en biedt het
Hoofdstuk 3
16
plan ruimte voor innovatieve duurzame technieken, zoals het gebruik van gecertificeerd CLT-populierenhout uit de eigen streek om mee te gaan in de nieuwste trends met betrekking tot de duurzaamheid. Daarmee is het plan in lijn met de strategische visie. Woonvisie 2016-2025 Deze nieuwe woonvisie vormt het vervolg op de woonvisie 2010-2014. Voor een belangrijk deel zijn de doelen bereikt door nieuwbouw en locatieontwikkeling, zij het niet altijd volledig door de economische crisis, stagnatie op de woningmarkt en tijd die het vroeg om plannen vlot te trekken. Boxtel legt in de nieuwe woonvisie de prioriteiten van het woonbeleid vast voor de periode 2016-2025. Naast een beschrijving van de plancapaciteit in de gemeente Boxtel analyseert de woonvisie ook de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de verschillende wijken. In de Regionale Agenda Wonen wordt de netto-behoefte aan toevoeging van woningen in Boxtel in de periode 2015 tot 2025 geraamd op 1.315. Inclusief compensatie voor sloop zijn dat er 145 per jaar. Gemiddeld lag de bouwproductie in Boxtel de afgelopen tien jaar daar ruim onder. Zonder extra inspanningen kan Boxtel niet in de geraamde woningvraag voorzien, omdat de plancapaciteit vooralsnog ontoereikend is. De gemeente is daarom altijd op zoek naar voldoende geschikte bouwlocaties en er is ruimte voor particuliere wooninitiatieven.
Het woningbestand van Liempde bestaat grotendeels uit vrijstaande en half vrijstaande woningen op ruimte percelen. Het aandeel woningen voor kleine huishoudens is klein. De gemeente wil sturen op het vergroten van de mogelijkheden voor starters en jonge gezinnen om zich te vestigen, en beperkt op de doelgroep senioren. Het toevoegen van woningen in de huursector en woningen voor kleine huishoudens zal zorgen voor een evenwichtigere opbouw van de woningvoorraad. De aangegeven accenten in de woningbouwprogrammering zijn: woningen voor senioren in het sociale en het vrije huursegment; goede sociale huurwoningen voor starter; betaalbare koopwoningen voor doorstromende senioren. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in een vraag gestuurde ontwikkeling in Liempde. Doordat in Liempde al veel vrijstaande woningen aanwezig zijn, volgens de door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie 2016 - 2025, zelfs van een oververtegenwoordiging sprake is, wordt door de gemeente gestimuleerd om bij nieuwbouw andere woningtypen te ontwikkelen. Het programma voor Kerkweide-West omvat koopwoningen voor starters, jonge gezinnen en senioren door de realisatie van betaalbare appartementen en eengezinswoningen.
Tevens bestaat de mogelijkheid dat van de 10 koopappartementen of woningen een aantal worden aangeboden als huurappartementen Met de afwisseling van twee-ondereen-kapwoningen, appartementen en aaneengebouwde woningen wordt hierop ingespeeld met dit initiatief. Daarmee sluit het project goed aan bij de hoofddoelen van de woonvisie voor Liempde. Het initiatief is derhalve in lijn met de woonvisie van gemeente Boxtel.
Hoofdstuk 3
17
Welstandsnota 2016 In de Welstandsnota 2016 heeft het plangebied het thema “Historische kernen, linten en gemengde bebouwing” gekregen. Uit de criteria vloeit voort dat ook bij nieuwbouw sprake moet zijn van kappen die vergelijkbaar zijn met de omgeving. Dit kan beperkingen opleveren om een plan met een hoog duurzaamheidsgehalte te ontwikkelen. Platte daken, lessenaarsdaken of bijvoorbeeld halfronde daken zijn dan niet toegestaan. Voor het plangebied (met uitzondering van de 2 woningen aan de Kerkheiseweg) is daarom door de gemeenteraad besloten de welstandregels af te schaffen. Dit is in het raadsbesluit als volgt onderbouwd: “Het bestemmingsplan Kerkweide-West maakt de realisatie van in totaal 18 eengezinswoningen en 11 appartementen mogelijk op het binnengebied omsloten door de Kerkheiseweg, de Bergstraat en de Boxtelseweg in Liempde. Om het gebied te ontsluiten wordt het pand Kerkheiseweg 26 gesloopt. Hier wordt een inrit gemaakt en er worden 2 nieuwe woningen gerealiseerd. Voor het binnengebied is het niet bezwaarlijk de welstandsregels af te schaffen. Zo vormen deze regels geen belemmering voor de te ontwikkelen bebouwing. Ook bevinden de woningen zich op wat grotere afstand van de Kerkheiseweg en zijn daardoor minder zichtbaar. Voor de 2 woningen aan de Kerkheiseweg worden de welstandsregels zoals die nu gelden wel gehandhaafd.
Het afschaffen van de welstandsregels in het binnengebied betekent dat er geen regels gelden voor kapvormen en materiaal- en kleurgebruik van de gebouwen. Met de 4e wijziging van de welstandsnota worden de bij de welstandsnota behorende kaartbijlagen aangepast.” Het raadsbesluit Aanwijzen welstandsvrij gebied woningbouw Kerkweide-West in Liempde is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd.
Hoofdstuk 3
18
4.
MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING
Er bestaat een duidelijke relatie tussen het milieubeleid en de ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien het ruimtelijk en milieubeleid naar elkaar in de vorm van omgevingsbeleid. De milieukwaliteit is derhalve een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. In dat verband dient bij de afweging bij de ontwikkeling van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op alle milieuaspecten.
4.1 Cultuurhistorie & Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Cultuurhistorie De Kerkheiseweg is aangemerkt als lijn van hoge waarden. Daarnaast ligt het plangebied in de regio ‘De Meijerij’ en Nationaal Landschap Het Groene Woud. Nationaal Landschap Het Groene Woud bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond.
Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. Nationaal Landschap het Groene Woud wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Nationaal Landschap het Groene Woud wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen. Het plangebied grenst enkel ten zuiden aan de Kerkheiseweg. In de noord-, west- en oostzijde wordt het plangebied omsloten door bestaande woningen en/of bedrijven en/of tuinen behorende bij deze woningen en/of bedrijven.
Hoofdstuk 4
19
In de huidige situatie is aan de Kerkheiseweg 26 een vrijstaande woning met bijgebouwen aanwezig, welke zeer dicht tegen de weg is gelegen. In de toekomstige situatie is een twee-onder-een-kapwoning ter plaatse van de Kerkheiseweg 26 voorzien. Door deze verder van de weg te situeren wordt beter aangesloten bij de bestaande ruimtelijke bebouwingsstructuur van de Kerkheiseweg. Het planvoornemen heeft derhalve een positieve invloed op de lijn van hoge waarden. Om deze reden zal het initiatief de versterking van cultuurhistorische waarden van de regio ook niet belemmeren. Archeologie De gemeente Boxtel heeft een Nota vastgesteld waarin het archeologisch beleid is opgenomen. In deze nota (Nota gemeentelijk archeologiebeleid Boxtel) is een kaart met een classificatie opgenomen. De classificatie gaat in op de mogelijkheid tot het aantreffen van archeologische vondsten. De gemeente Boxtel heeft in het bestemmingsplan ‘Liempde’ deze classificaties doorvertaald in dubbelbestemmingen. Dat houdt in dat de bescherming van eventuele archeologische waarden voorrang heeft op de onderliggende bestemming. Ter plaatse van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’, bij bodemingrepen met een verstoringsoppervlakte groter dan 250 m 2 en dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Deze drempelwaarde wordt met dit bestemmingsplan overschreden. Nader archeologisch onderzoek is dan ook uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde verkennend booronderzoek wordt door aanwezigheid van een (restant van een) B-horizont de middelhoge verwachting zoals gesteld in het bureauonderzoek voor de perioden vanaf het neolithicum gehandhaafd. Door het ontbreken van de A- en de E-horizont, die vermoedelijk zijn opgenomen in het bovenliggende pakket, wordt de verwachting voor de periode laat-paleolithicum-mesolithicum op basis van de kwetsbaarheid van deze resten bijgesteld naar laag. Op basis van bovenstaande wordt voor het plangebied vervolgonderzoek geadviseerd. Dit gaat plaats vinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Hiertoe dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat dient te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid (gemeente). Dit advies moet gecontroleerd en beoordeeld worden door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Boxtel. Deze zal vervolgens een besluit nemen over de vervolgprocedure. Tot die tijd kan zal er nog niet begonnen worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen.
De vigerende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ is overgenomen in dit bestemmingsplan, behalve voor de andere bestemmingen die daar voorkomen (zoals ‘Groen’ of Wonen’) bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond te verwachten archeologische waarden. Bij bepaalde ingrepen moet een omgevingsvergunning aangevraagd worden, die alleen verleend wordt als de archeologische waarden niet onevenredig geschaad worden. De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor onderhavig initiatief.
Hoofdstuk 4
20
4.2 Flora en fauna Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Vanaf 1 januari 2017 geldt de nieuwe Wet natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er is een verschuiving opgetreden in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur). Doorwerking plangebied Door middel van een Quickscan flora- en fauna is een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarde. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. In deze paragraaf wordt alleen de conclusie en aanbevelingen vermeld. De complete quickscan is opgenomen als bijlage. Conclusies gebiedsbescherming Natura2000-gebieden liggen op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde.
Uit de stikstofberekening (bijgevoegd als bijlage) blijkt dat vanwege het plan aan de Kerkheiseweg te Liempde, rekening houdend met worst-case aannames, ter plaatse van het nabij gelegen Natura 2000gebied ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ een stikstofdepositiebijdrage berekend wordt van ten hoogste 0,00 mol N/ha/jaar. Er is derhalve geen sprake van een toename van de stikstofdepositie. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het dichtstbijzijnde NNB-gebied ligt op 570 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNBgebied. Het plan zal niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden, omdat de werkzaamheden niet zullen reiken tot het NNB-gebied. Verder vindt er ook geen externe werking op het NNB-gebied plaats. Negatieve effecten zijn daarom uitgesloten. Conclusies soortbescherming Het plangebied is mogelijk geschikt voor huismus, gierzwaluw, vogels zonder jaarrond beschermd nest, vleermuizen, bunzing en wezel. Er is nader onderzoek uitgevoerd. Tijdens het nader onderzoek is één zomerverblijfplaats en één paar- en mogelijke winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld in de westgevel van de woning. Er zijn geen nestplaatsen van de huismus aangetroffen in het plangebied en ook is de aanwezigheid van bunzing en wezel uitgesloten.
Voor de gewone dwergvleermuis is een activiteitenplan opgesteld en ontheffing aangevraagd. De ontheffing is verleend en is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Na het verkrijgen van deze ontheffing en na het nemen van de juiste mitigerende en/of compenserende maatregelen (8 vleermuiskasten in de gevels) vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor onderhavig initiatief.
Hoofdstuk 4
21
4.3 Waterparagraaf Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. Voor ieder ruimtelijk plan is een formele watertoets noodzakelijk. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem. Beleidskaders Waterschap De Dommel Sinds maart 2015 is een gezamenlijke Keur door de Brabantse Waterschappen opgesteld. Op grond van de Keur zijn Algemene regels (Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015) en een aantal Beleidsregels opgesteld. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem.
Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ Naast het beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Voorts zijn er in Nederland diverse waterschappen die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheerplan “Waardevol Water” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het Waterschap is verantwoordelijk voor het waterkeringenbeheer, het waterbeheer en het transporteren en zuiveren van afvalwater.
In aansluiting op het landelijke beleid hanteert het Waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen onderzocht dient te worden hoe omgegaan wordt met het schone hemelwater. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen hydrologisch neutraal uit te voeren. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Daarnaast is het streven om het schone en het verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden.
Hoofdstuk 4
22
Gemeente Boxtel Het gemeentelijk beleid van Boxtel is overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Het gemeentelijk water en rioleringsbeleid van Boxtel is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 20152019. De belangrijkste aanpassing hierin ten opzichte van voorgaande gemeentelijke rioleringsplannen komt voort uit het in werking treden van de Wet verankering en bekostiging Gemeentelijk Watertaken. Gemeenten hebben daarin de verplichting om naast de zorgplicht voor inzamelen en transporteren van huishoudelijk afvalwater, ook de grondwater- en hemelwaterzorgplicht uit te werken en een plaats te geven. In de gemeente Boxtel wordt afvalwater en hemelwater in de meeste gebieden gemengd via de riolering afgevoerd. In nieuwere gebieden wordt neerslag bij hoge neerslagintensiteiten via een verbeterd gescheiden stelsel afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bij lage intensiteiten wordt het afgevoerd naar de zuivering. In enkele gebieden in Boxtel is (een deel van) het verhard oppervlak afgekoppeld van het rioolstelsel en wordt het opgevangen regenwater geinfiltreerd in de bodem of gebufferd in oppervlaktewater. Samen met de gemeente Sint-Michielsgestel en Waterschap De Dommel heeft de gemeente Boxtel een Watervisie opgesteld. Het plan biedt een overzicht van de maatregelen die genomen moeten worden voor een goed waterbeheer.
Daarbij gaat het om maatregelen op de korte en de lange termijn. De Watervisie Boxtel is een afgeleide van het Waterplan en vormt als zodanig het kader voor de nadere uitwerking van onderliggende plannen, waaronder het nieuwe verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). De thema’s en streefbeelden uit het Waterplan zijn geëvalueerd en waar nodig in de visie geactualiseerd. Dit betekent onder meer dat er ‘hydrologisch neutraal’ moet worden gebouwd, conform de Hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen. Op planniveau geldt voor de herontwikkeling met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m² een vrijstelling voor de realisatie van de compensatie vanuit het waterschap maar kan door de gemeente een specifieke invulling afhankelijk van de mogelijkheden ter plaatse geëist worden. Volgens het vGRP 2020-2024 geldt vanaf een toename van 250 m 2 de bergingseis. De gemeente kiest er bewust voor hemelwater lokaal te verwerken en te kiezen voor verwerking van hemelwater op particulier terrein. Op deze manier wordt goed gebruik gemaakt van de lokale deskundigheid en blijft het systeem in beheer bij de eigenaar. Compensatie geëist door de gemeente dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem.
Deze watertoets dient derhalve aangeleverd te worden ter goedkeuring aan het waterschap. Als een voorziening wordt aangelegd, kan een (indicatief) onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem noodzakelijk zijn. In eerste instantie is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor de verwerking op zijn/haar terrein. Doorwerking plangebied Aeres Milieu heeft voor onderhavige ontwikkeling een waterparagraaf opgesteld. Deze waterparagraaf is opgenomen in de bijlagen behorende bij dit bestemmingsplan. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies vermeld.
Hoofdstuk 4
23
Het westelijk plandeel van inbreidingsgebied ‘Kerkweide’ voorziet in de gewenste bouw van starterswoningen, tweekappers en een dubbellaags appartementsblok. De woning aan de Kerkheiseweg 26 wordt gesloopt. Kerkheiseweg 28 blijft behouden. Centraal is een gemeenschappelijke hemelwatervoorziening gepland. In onderstaande tabel zijn de veranderingen betreffende toe- en/of afname van verharde oppervlakken binnen het plangebied samengevat. Bruto (verharde) oppervlakten
Huidige situatie [m2]
Totaal oppervlakte, circa Dak oppervlakte, circa
Toekomstige situatie [m2] 7.600
Nr. 26 770
Starters 202+153+153+103 Tweekappers 3x124 Appartementen 507 Bergingen bij panden 170
Overig verhard oppervlak (wegen, parke-
Nr. 26 550
ren), circa
Weg en pp 3.200 Terras verharding tuin (12x40) 480
Onverharde oppervlakte, circa
6.340
2.320
Totaal verhard oppervlak
1.320
5.340 (+4.020)
Tabel 4.1: Toe- en/of afname van verharde oppervlakken (Bron: Waterparagraaf, Aeres Milieu)
Uit de tabel is af te leiden dat door de (her)ontwikkeling het verhard oppervlak in totaal met circa 5.340 m2 zal bedragen hetgeen een toename betekent van 4.020 m 2. Ter plaatse wordt een gescheiden stelstel aangelegd. Alle afgekoppelde neerslag zal niet of zeer gering verontreinigd zijn (zie ook hoofdstuk 4). Deze neerslag kan rechtstreeks via bijvoorbeeld lijnafwatering of traditionele afvoermaterialen worden afgevoerd naar een voorziening. Voor het totaal verhard oppervlak dient circa (5.340 m2 x 60 mm=) 320 m3 retentie aangelegd te worden. Gezien de voorgenomen herontwikkeling en optredende GHG gaat de voorkeur uit naar een bovengrondse hemelwaterberging. Voor de nieuwbouwontwikkeling zal het terrein opgehoogd worden. Voor de GHG zijn meetgegevens verstrekt, waarmee GHG geïnterpoleerd of berekend worden. Dit zal bij de nadere uitwerking worden betrokken. Voor nieuwbouwwoningen is een drooglegging van 0,7 onderzijde vloer of een vloerpeil van 20 cm boven de kruin van de weg geadviseerd. Dit komt overeen met een vloerpeil van circa 9,49,5 m +NAP. Bij het stedenbouwkundig ontwerp is hiermee rekening gehouden door de woningen hoger als het straatniveau aan te leggen. Verder wordt de afstroming van hemelwater binnen het eigen perceel gehouden door het afschot en molgoten met een globale afstroming in noordwestelijke richting naar het oppervlaktewater.
Ter plaatse is een goede verspreiding in de bodem aanwezig. De huidig aanwezige greppel centraal zal gedempt worden voor o.a. de toekomstige nieuwbouw en wadi. Door de ondergelegen slecht doorlatende bodem zal hemelwater net als bestaand via het bestaande waterstelsel verwerkt worden. Door de aanleg van voorzieningen wordt de benodigde vertraging ingepast. Bij de verdere planuitwerking dient rekening gehouden te worden met de verwachte GHG en eventuele ophoging van het terrein.
Hoofdstuk 4
24
Voor het hemelwater is in het planontwerp centraal in de geplande groenzone een wadi gepland. De hiervoor opgenomen ruimte bedraagt circa 220 m2. Afhankelijk van de uiteindelijke profilering / indeling kan een oppervlak tot 460 m 2 verlaagd worden om (tijdelijk) hemelwater op te vangen. Alleen een wadi is te weinig om al het hemelwater te verwerken. De bergingshoeveelheid kan aangevuld worden door ondergrondse ook waterberging in te passen zodat ook geen diepe voorziening aangelegd hoeft te worden. Aanvullende hemelwaterverwerking kan en zal ingepast worden middels bijvoorbeeld alternatieve HWA-voorzieningen zoals waterberging op de percelen of open bestrating. Binnen het plangebied wordt een gedeelte van circa 550 m2 voorzien van grasbetontegels. Dit wordt noordoost- en westelijk op het parkeerterrein en aan de westzijde van de appartementen aangelegd. Aanvullend kan hieronder tevens de resterende waterberging aangelegd worden middels een ondergrondse voorziening zoals grind/lavakoffer, rockflow of IT-kratten. In samenspraak met de gemeente en het Waterschap vindt de nadere uitwerking hiervan plaats in het inrichtingsplan. In de toekomstige stelsels dienen voorzieningen getroffen te worden om zand en bladeren af te vangen. Op een hemelwatervoorziening dient een noodoverlaat aangelegd worden voor boven normatieve buien.
Voor de centrale wadi kan dit eenvoudig door een maaiveldverloop te creëren naar de noordwestelijk hoek (bovengronds middels een molgoot) Als alternatief kan net als bestaand van de noordelijk pvc-buis gebruikt gemaakt worden door deze dan ondergronds te verbinden welke afstroomt naar de A-watergang. Noordwestelijk op de perceelsgrens is een A-watergang aanwezig. De bestaande pvc-buis bij de noordelijke tuin /plangrens blijft behouden. In de huidige situatie is onderhoud aan deze A-watergang slechts beperkt mogelijk. Bij de ontwikkeling vinden ter plaatse van de Awatergang geen wijzigingen plaats. In vooroverleg met het Waterschap is afgestemd om de westelijke A-watergang te behouden en om het onderhoud mogelijk te maken door in het bestemmingsplan een 'vrijwaringszone-watergang' van 5 meter op te nemen. Ter hoogte van de parkeerplaatsen en westelijk van de appartementen is een 5 meter brede onbebouwde strook gepland welke verhard wordt met grasbetontegels ten behoeve van de toegankelijkheid. Hierdoor wordt door het planvoornemen een sterke verbetering (en bereikbaarheid) van de A-watergang t.o.v. de huidige situatie gerealiseerd. Verder wordt de profilering van het maaiveld aangesloten op de omliggende percelen met een eventuele bijkomende ontsluiting zodat geen wateroverlast optreedt vanuit het plangebied.
Vanaf het oosten is geen toenemende hemelwaterafstroming te verwachten omdat het maaiveld buiten het plangebied in oostelijke richting afhelt. Al het afvalwater dat na realisatie van de nieuwbouwwoningen zal worden geproduceerd, zal worden afgevoerd via een nieuw aan te leggen DWA-riool richting de Kerkheiseweg. Door de bouw van 28 woningen bedraagt de toekomstige hoeveelheid afvalwater naar verwachting circa 0,84 m3/uur. Door de afkoppeling van het hemelwater zal het lokale rioolstelsel dit naar verwachting zonder aanvullende ingrepen kunnen verwerken. De gemeente is reeds betrokken bij het planvoornemen omdat het openbaar gebied ook door de gemeente overgenomen zal worden. Voor de aansluiting dient en zal te zijner tijd een aanvraag bij de gemeente Boxtel ingediend worden. Het wateraspect zal in samenspraak met het Waterschap en de gemeente nader worden uitgewerkt in een concreet inrichtingsplan. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is vastgelegd dat aan de waterbergingseis moet worden voldaan. Geconcludeerd wordt wanneer voldaan wordt aan de gestelde randvoorwaarden het aspect ‘water’ niet zorgt voor belemmeringen bij uitvoering van onderhavig initiatief.
Hoofdstuk 4
25
4.4 Bodem Bij de verkenning van de mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Doorwerking plangebied Door Aeres Milieu is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De complete rapportage is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen, in deze paragraaf volgen enkel de conclusies van het onderzoek. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met Polychloorbifenylen (som PCB). In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verhoogd met barium en naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
In het bodemonderzoek wordt geadviseerd na de sloop van enkele opstallen een verkennend onderzoek asbest in bodem (conform NEN5707) uit te voeren ter plaatste van deze opstallen. Deze opstallen zijn inmiddels gesloopt. Bij de sloopaanvraag is een asbestinventarisatie uitgevoerd (is als bijlage bijgevoegd). Op grond van de volledige aanvraag (inclusief asbestinventarisatie) is de sloopvergunning afgegeven (is als bijlage bijgevoegd). Vervolgens is de sloop door een gecertificeerd bedrijf conform de vergunning uitgevoerd. Bij de sloop is een groot gedeelte van de bovenlaag en bestrating ook verwijderd, waardoor niet aannemelijk is dat er asbest achter gebleven is. Daarom is na sloop geen extra asbestonderzoek in de bodem meer nodig.
4.5 Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering van de VNG 2. In de tabel behorende bij de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG, zijn functies opgenomen die zijn ingedeeld in milieucategorieën,
2
Bedrijven en milieuzonering, editie 2009
Hoofdstuk 4
26
waarbij per functie is aangegeven wat de indicatieve afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan (enigszins) van afgeweken worden in situaties waarin geen sprake is van een rustige woonwijk, of waar door onderzoek is aangetoond dat geen sprake is van een overbelaste situatie. Door Kragten is een beoordeling uitgevoerd naar de eventuele milieuhygiënische beperkingen voor het ontwikkelen woningen aan de Kerkheiseweg wat betreft de aspecten geur, stof en gevaar. Voor het aspect geluid is door M+P een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd, zie paragraaf 4.6. Hierna volgen enkel de conclusie van de beoordeling van de aspecten geur, stof en gevaar. Beide onderzoeken zijn als separate bijlagen bij het bestemmingsplan gevoegd. Omgevingstype Conform de Handreiking Bedrijven en milieuzonering zijn er twee gebiedstyperingen mogelijk: Rustige woonwijk; een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding; Gemengd gebied; een gebied met een matige tot sterke functiemenging en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen.
De typering van het plangebied wordt gebaseerd op de situering van het plangebied in de omgeving, waarbij de beoogde woningbouw geluidsbelasting ondervindt vanwege: aan de westzijde de bedrijven aan de Bergstraat met bedrijfsbestemmingen tot milieucategorie 3.2. o milieucategorie. 3.2 heeft een richtafstand voor geluid van 100 meter in een rustige woonwijk; alle bouwvlakken in het plangebied liggen binnen deze richtafstand; o milieucategorie 3.2 heeft een richtafstand voor geluid van 50eter m in een gemengd gebied; een groot deel van de bouwvlakken in het plangebied liggen binnen deze richtafstand. aan de noordzijde op een afstand van circa 70 meter gelegen doorgaande verbindingsweg (Boxtelseweg) naar de snelweg A2; aan de west- en zuidzijde de autosnelweg A2, met 6 rijstroken en een geluidszone van 600 meter die op een afstand van circa 580 m van het plan is gelegen. De geluidsbelasting komt hierbij uit alle richtingen. Op basis hiervan gaan wij voor dit bestemminsplan uit van een typering als gemengd gebied.