bp Groenweg 7, Esch- bijlage 6.3 werkdocument externe veiligheid.pdf
Tekst van het document
Monitorweg 29 1322 BK Almere Postbus 10044 1301 AA Almere
Werkdocument Externe Veiligheid gemeente Haaren projectnr. 242414.01 datum: 10 juli 2012 revisie 03
auteur(s) Tom van der Linde Jeroen Eskens
Opdrachtgever Gemeente Haaren De heer L. van Beurden Postbus 44 5076 ZG Haaren
datum vrijgave
beschrijving revisie 03
goedkeuring
vrijgave
juli 2012
definitief
Jeroen Eskens
Roel Eerden
Laatst bijgewerkt 15 juli 2015 door Luc van Beurden.
Colofon
Projectgroep bestaande uit: Tom van der Linde Jeroen Eskens Rudi van Rooij
Tekstbijdragen:
Fotografie:
Vormgeving: Datum van uitgave: juli 2012 Contactadres: Monitorweg 29 1322 BK Almere Postbus 10044 1301 AA Almere Stad
Copyright © Ingenieursbureau Oranjewoud Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Inhoud blz.
1
Inleiding ..............................................................................................................2
2
Externe veiligheidsbeleid......................................................................................4
2.1 2.2
Inleiding ............................................................................................................................... 4 Basisbegrippen ..................................................................................................................... 4
3
Risicobronnen ......................................................................................................8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Inleiding ............................................................................................................................... 8 Spoor ................................................................................................................................... 8 Vervoer over de weg ............................................................................................................ 9 Vervoer per buisleiding ...................................................................................................... 10 Risicovolle inrichtingen ...................................................................................................... 12 Conclusie uitgangssituatie .................................................................................................. 12
4
Planologische kaders .......................................................................................... 13
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5
Inleiding ............................................................................................................................. 13 Planologische kaders .......................................................................................................... 14 Spoorwegen en N65 ........................................................................................................... 14 Hogedruk-aardgastransportleidingen ................................................................................ 15 Vloeistofleidingen .............................................................................................................. 16 LPG-tankstations ................................................................................................................ 16 Overige risicovolle inrichtingen .......................................................................................... 17
5
Verantwoordingsniveaus groepsrisico ................................................................ 18
5.1 5.2 5.3 5.4
Inleiding ............................................................................................................................. 18 Uitgangspunten ................................................................................................................. 18 Verantwoordingsniveaus 1 en 2 ......................................................................................... 19 Verantwoordingsniveau 3 .................................................................................................. 21
6
Taken en verantwoordelijkheden ....................................................................... 24
Bijlage 1: Kwetsbaarheid van objecten .............................................................................. 26
blad 1 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
1
Inleiding Voor u ligt het werkdocument externe veiligheid van de gemeente Haaren. In dit werkdocument is beschreven hoe de gemeente Haaren omgaat met externe veiligheidsvraagstukken binnen haar gemeente. In de gemeente Haaren bevinden zich verschillende soorten risicobronnen die vanuit de externe veiligheids wet- en regelgeving relevant zijn. Deze risicobronnen zijn weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1: risicobronnen in de gemeente Haaren Legenda: = gemeentegrens = spoorlijn = LPG tankstation
= doorgaande weg = buisleiding = overige risicovolle inrichtingen
Externe veiligheid bestaat uit twee onderdelen: plaatsgebonden risico en groepsrisico. De lokale beleidsvrijheid is met name ten aanzien van het groepsrisico groot (zie hoofdstuk 2). Doel van dit werkdocument is eenheid brengen in de manier waarop deze vrijheid wordt ingevuld. Het werkdocument bevat vijf verschillende onderdelen: overzicht landelijk externe veiligheidsbeleid (hoofdstuk 2); inventarisatie van risicobronnen(hoofdstuk 3); vastleggen planologische kaders(hoofdstuk 4); verantwoordingsniveaus groepsrisico(hoofdstuk 5); taken en verantwoordelijkheden (hoofdstuk 6).
blad 2 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Overzicht landelijk externe veiligheidsbeleid (hoofdstuk 2) Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in verschillende soorten wet- en regelgeving. Hierdoor is hel beleid toegespitst op de specifieke risicobron, maar wordt het werkveld onoverzichtelijk met kleine nuanceverschillen per risicobron. Daarnaast is externe veiligheidsbeleid nog sterk in ontwikkeling en zijn bepaalde beleidswijzigingen aanstaande. In hoofdstuk 2 wordt hiervan een overzicht gegeven. Resultaat: een overzicht van het huidige externe veiligheidsbeleid en op handen zijnde wijzigingen. Inventarisatie van risicobronnen (hoofdstuk 3) Zoals gesteld bevinden zich binnen de gemeente Haaren meerdere risicobronnen: buisleidingen, het spoor, de N65, een tweetal LPG-tankstations en enkele kleine risicovolle inrichtingen. In hoofdstuk 3 zijn van al deze bronnen eventuele knelpunten met plaatsgebonden risico geïnventariseerd en is de hoogte van het groepsrisico beschouwd. Resultaat: een gebundeld overzicht van risicobronnen in de gemeente. Vastleggen van planologische kaders (hoofdstuk 4) Omgaan met externe veiligheid is maken van ruimtelijke keuzes, maar welke? Het invloedsgebied van risicobronnen kan tot enkele kilometers reiken.
In hoofdstuk 4 zijn planologische kaders opgesteld die ruimtelijke ordenaars duidelijkheid geven binnen welke afstand van risicobronnen welke ontwikkelingen al dan niet gewenst zijn. Resultaat: duidelijkheid welk type objecten binnen welke zones al dan niet gewenst zijn. Verantwoordingsniveaus groepsrisico (hoofdstuk 5) Invulling van de verantwoordingsplicht grotendeels vormvrij voor gemeenten. Deze beleidsvrijheid biedt gemeente mogelijkheden, maar maakt het invullen van de verantwoordingsplicht complex. Om invullen van de verantwoordingsplicht te structureren is in hoofdstuk 5 concreet vastgelegd welke aspecten van groepsrisicoverantwoording op welke wijze al dan niet beschouwd worden. Ook is in dit hoofdstuk aangegeven hoe met domino-effecten en cumulatie wordt omgegaan en is een standaardverantwoording opgesteld voor ruimtelijke plannen op grote afstand van de risicobron. Resultaat: 1. duidelijke vormgeving van groepsrisicoverantwoording; 2. standaardverantwoording voor ontwikkelingen op grote afstand. Taken en verantwoordelijkheden (hoofdstuk 6) Het invullen van de verantwoordingsplicht is een proces waarbij meerdere actoren betrokken zijn, zoals de afdeling Ruimte en Samenleving, de Gemeentewinkel en de veiligheidsregio.
Om duidelijkheid te krijgen omtrent taken en verantwoordelijkheden bij het invullen van de verantwoordingsplicht is het werkproces op hoofdlijnen beschreven in hoofdstuk 6. Resultaat: beschrijving van het werkproces op hoofdlijnen.
blad 3 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
2
Externe veiligheidsbeleid
2.1
Inleiding Externe veiligheid is de (on)veiligheid in de leefomgeving die veroorzaakt wordt door het opslaan, verwerken en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld vervoersassen, buisleidingen en chemische bedrijven. Het beleid is vastgelegd in verschillende besluiten en circulaires: risicovolle inrichtingen: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); transportassen: Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (CRvgs), naar verwachting in 2012 vervangen door het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev); buisleidingen: Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dit hoofdstuk wordt het Nederlandse externe veiligheidsbeleid kort beschreven aan de hand van enkele basisbegrippen.
2.2
Basisbegrippen Risico Risico is de kans van het optreden van een calamiteit maal het effect die de gebeurtenis heeft. Binnen het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is een norm afgesproken: de kans dat een onbeschermd persoon overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen mag niet groter zijn dan 1 op de 1 miljoen per jaar. In vergelijking met andere risico's die men in het dagelijkse leven loopt, is dit een relatief laag risico (zie figuur 2.1).
Figuur 2.1: toegevoegde kans op overlijden bij diverse risicovolle activiteiten (bron: CBS) Figuur 2.1 toont dat de toegevoegde kans te overlijden als gevolg van externe (on)veiligheid kleiner is dan bij veel andere activiteiten. Groot verschil is dat deze andere activiteiten voortkomen uit bewuste keuzes. Verblijven binnen het invloedsgebied van activiteiten met gevaarlijke stoffen is dit vaak niet. Plaatsgebonden risico en groepsrisico De basis van externe veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbare objecten (zie pagina 8). Het groepsrisico is de maat voor de kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaald aantal slachtoffers.
blad 4 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. De plaatsgebonden risicocontouren en de fN-curve zijn weergegeven in figuur 2.2.
Figuur 2.2
Plaatsgebonden risicocontouren en fN-curve
Binnen de plaatsgebonden risicocontouren bestaat een bepaald risico te overlijden als gevolg van een calamiteit. Binnen de PR 10-6 contour gelden harde bouwrestricties. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de aard van de risicobron, maar ook door het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied daarvan. Bij veel ruimtelijke besluiten is verantwoording van dit groepsrisico vereist. Dit noemt men de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. De verantwoordingsplicht De verantwoordingsplicht geeft antwoord op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Ook is het verplicht de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen. Met het invullen van de verantwoordingsplicht laten gemeenten het externe veiligheidsaspect meewegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is zowel kwantitatief als kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico omvat naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat wordt berekend door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens een aantal kwalitatieve aspecten.
Deze aspecten zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1 elementen verantwoording groepsrisico Ligging groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde Toename groepsrisico ten opzichte van de nulsituatie De mogelijkheden van zelfredzaamheid van de bevolking De mogelijkheden van hulpverlening Nut en noodzaak van de ontwikkeling Het tijdsaspect
blad 5 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het groepsrisico dat overblijft nadat eventuele veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Dit is schematisch weergegeven in figuur 2.3.
Afwegingsmodel veiligheidszorg
Onveiligheid
Hulpvraag
Bestuurlijk te accepteren onveiligheid
Repressie Preparatie Preventie Pro-actie
Figuur 2.3 het te accepteren "restrisico" In de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico (Oranjewoud/Save in opdracht van de Ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken, november 2007) zijn de onderdelen die aan bod moeten komen bij groepsrisicoverantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. In de wet is geregeld wanneer het groepsrisico verantwoord moet worden. Omdat de wettelijke basis per risicobron verschilt, verschillen per risicobron ook de voorwaarden die verantwoording wel of niet verplicht stellen. Wanneer groepsrisicoverantwoording verplicht is, is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: wanneer verantwoorden? Bron Wanneer groepsrisicoverantwoording? Inrichtingen (Activiteitenbesluit)
Geen
Inrichtingen (Bevi)
Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit genomen wordt.
Windturbines
Geen
Vliegvelden
Geen
Buisleidingen
Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit genomen wordt1.
Spoor- rijks- en waterwegen
Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raad van State leiden.
1 0,1
bij buisleidingen kan volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan keer de oriëntatiewaarde of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. blad 6 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Externe veiligheidsbeleid heeft betrekking op enerzijds de risicobronnen en anderzijds de risico-ontvangers. Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Onderstaande definities zijn gebaseerd op de definities zoals opgenomen in (de toelichting van) het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Kwetsbare objecten Kwetsbare objecten zijn (naast woningen) gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van meer dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven kunnen als kwetsbaar object worden gezien wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (bijv. zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en objecten waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving staat gedetailleerder beschreven wat onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk hierbij is dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. In bijlage 1 zijn de definities van (beperkt) kwetsbaar object en de aanscherping die de gemeente Haaren daarbij maakt verder uitgewerkt.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin een persoon in staat is zichzelf in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen zonder hulp van derden. Het beschouwen van zelfredzaamheid van personen binnen een invloedsgebied is onderdeel van de groepsrisicoverantwoording. Voorbeelden van groepen beperkt zelfredzame personen zijn kinderen, zieken, ouderen en gedetineerden. Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Externe veiligheidsbeleid bij vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg is vastgelegd in de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Op termijn (naar verwachting 1 april 2015) zal deze circulaire vervangen worden door het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Onderdeel van dit laatstgenoemde besluit is dat voor vervoersassen een risicoplafond wordt vastgesteld. Anders dan nu het geval is, is het risico dat wordt veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen in de toekomst niet meer ongelimiteerd. Ook worden PR 10-6 contouren in de toekomst vastgelegd in de vorm van een gestandaardiseerde maximale risicocontour, een veiligheidszone genoemd. Deze systematiek wordt het Basisnet genoemd. Met het Basisnet zullen ook enkele maatregelen worden genomen die het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor aanzienlijk veiliger maken.
Het groepsrisico van veel spoorlijnen zoals in Haaren zal daardoor met de komst van het Basisnet afnemen. Tot slot wordt voor sommige vervoersassen een Plasbrand Aandachtsgebied (PAG) vastgesteld. Dit is een zone van 30 meter langs de vervoersas waarbinnen bouwkundige veiligheidseisen aan bebouwing worden gesteld om de effecten van een plasbrand te minimaliseren.
blad 7 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
3
Risicobronnen
3.1
Inleiding Binnen de gemeente Haaren zijn diverse risicobronnen aanwezig die bepalend zijn voor het externe veiligheidsbeleid van de gemeente. Het betreft: transport van gevaarlijke stoffen over het spoor; transport van gevaarlijke stoffen over de weg; buisleidingen; stationaire activiteiten: - LPG-tankstations; - propaantanks.
3.2
Spoor In de gemeente Haaren lopen twee spoorlijnen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd: spoorlijn Tilburg - 's-Hertogenbosch; spoorlijn Tilburg - Boxtel. Over de spoorlijn Boxtel- 's-Hertogenbosch wordt vooralsnog geen vervoer van gevaarlijke stoffen voorzien. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor wordt in het kader van het Basisnet een risicoplafond vastgesteld. Vooruitlopend op dit Basisnet worden deze risicoplafonds vastgelegd in een wijziging van de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Omdat deze circulaire reeds ter behandeling in de Tweede Kamer ligt, wordt in dit werkdocument uitgegaan van deze risicoplafonds. De vervoersaantallen waarop risicoplafonds van de twee spoorlijnen gebaseerd zijn is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 risicoplafonds spoorlijnen (aantal wagons) Spoorlijn
A, brandbaar gas
C3, brandbare vloeistof
B2, toxisch gas
D3, tox. vloeistof
D4, zeer tox. vloeistof
B3 zeer toxische gassen
Tilburg - 's-Hertogenbosch
700
1050
200
50
50
0
Tilburg - Boxtel
3650
4600
2300
3750
0
0
Plaatsgebonden risico Met de komst van het Basisnet wordt per spoorlijn een veiligheidszone vastgesteld. Dit is een gestandaardiseerde maximale PR 10-6 contour. Voor de spoorlijn Tilburg - 's-Hertogenbosch is de veiligheidszone 0 meter, voor de spoorlijn Tilburg - Boxtel is deze veiligheidzone 6 meter. Binnen deze zone zijn geen kwetsbare objecten toegestaan en beperkt kwetsbare objecten alleen onder zwaarwegende belangen. In de huidige situatie bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze 6 meter. Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Met de komst van het Basisnet wordt per spoorlijn een PAG vastgesteld. Dit is een zone van 30 meter waarbinnen in verband met het aanwezige plasbrandscenario bouwkundige veiligheidseisen aan nieuwe kwetsbare objecten worden geëist. Het PAG heeft geen consequenties voor beperkt kwetsbare objecten of bestaande situaties. De spoorlijn Tilburg - 's-Hertogenbosch krijgt geen PAG, de spoorlijn Tilburg - Boxtel wel. Nieuwe kwetsbare objecten binnen 30 meter van deze spoorlijn dienen na vaststelling van het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) te voldoen aan aanvullende bouwkundige veiligheidseisen. Let op: PAG voor dit spoor vastgesteld op 9 meter (zie eindrapport werkgroep basisnet 20-09-2011)?? blad 8 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Groepsrisico In het kader van de Basisnetontwikkeling zijn de groepsrisico's van de spoorlijnen berekend. Voor de spoorlijn Tilburg - 's-Hertogenbosch ligt het groepsrisico lager dan 0,3 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van de spoorlijn Tilburg - Boxtel ligt in de bebouwde kom van Oisterwijk tussen 0,3 x de oriëntatiewaarde en 1 x de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van het spoorgedeelte van deze spoorlijn dat door de gemeente Haaren loopt is lager dan 0,3 x de oriëntatiewaarde.
3.3
Vervoer over de weg In de gemeente Haaren worden gevaarlijke stoffen vervoerd per weg. Dit betreft voornamelijk doorgaand vervoer over de N65, maar ook bestemmingsverkeer over gemeentelijke wegen. N65 Voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de N65 zijn door Rijkswaterstaat tellingen uitgevoerd in 2006. Resultaten hiervan zijn weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2 N65
vervoerde gevaarlijke stoffen N65 (2006)
Aantal wagens
LF1, brandbare vloeistof
LF2, brandbare vloeistof
LT3, toxische vloeistof
GF3, brandbaar gas
2121
2446
33
616
Evenals bij spoorwegen worden voor Rijkswegen risicoplafonds vastgesteld in het kader van het Basisnet, de N65 maakt hier ook onderdeel van uit. Anticiperend op het Basisnet zijn deze risicoplafonds vastgelegd in de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. In deze circulaire zijn eveneens veiligheidsafstanden vastgelegd (maximale PR 10-6 contour). Een eventueel plasbrandaandachtsgebied wordt pas vastgesteld wanneer het Btev van kracht is. Plaatsgebonden risico De veiligheidszone van de N65 is vastgesteld op 0 meter. De weg heeft dus geen PR 10 -6 contour. Plasbrandaandachtsgebied De N65 zal in de toekomst geen plasbrandaandachtsgebied krijgen. Groepsrisico In het kader van de Basisnetontwikkeling zijn groepsrisicoberekeningen uitgevoerd op basis van het vastgestelde risicoplafond. Voor de N65 is dit risicoplafond gebaseerd op 1500 vervoerseenheden LPG per jaar. Uit deze risicoberekeningen blijkt dat het groepsrisico van de N65 lager is dan 0,1 keer de orientatiewaarde. Gemeentelijke wegen Naast het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen over de N65 worden diverse risicovolle inrichtingen bevoorraad over de gemeentelijke wegen in Haaren. Het aantal risicovolle inrichtingen in de gemeente Haaren in beperkt (zie paragraaf 3.5), waardoor ook de intensiteit van het vervoer van gevaarlijke stoffen beperkt zal zijn.
Gesteld kan daarom worden dat gemeentelijke wegen geen PR 10-6 contour hebben en er niet of nauwelijks sprake zal zijn van een groepsrisico. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen is zo gering dat de gemeente Haaren de elementen ven de verantwoordingsplicht niet verder beschouwt.
blad 9 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
3.4
Vervoer per buisleiding Externe veiligheidbeleid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Hierin is vastgesteld dat er geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Verantwoording van het groepsrisico is verplicht wanneer binnen het invloedsgebied (1% letaalgrens2) een ruimtelijk besluit genomen wordt. De gemeente Haaren wordt doorkruist door meerdere hogedruk-aardgastransportleidingen van de Gasunie en 3 vloeistofleidingen: één van Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) en twee van Rotterdam-Rijn Pijpleiding (RRP). Externe veiligheidsaspecten van de leidingen zijn beschouwd in het kader van lopende saneringsprogramma's3. De ligging van de leidingen en bijbehorende leidinginformatie is weergegeven in figuur 3.1 en de tabellen 3.3 en 3.4..
Figuur 3.1 buisleidingen in de gemeente Haaren Legenda: = gemeentegrens = hogedrukaardgastransportleidingen = vloeistofleidingen
Tabel 3.3
leidinginformatie hogedruk-aardgastransportleidingen Nummer Druk Diameter 1%-letaalgrens (m) (bar) (inch) (invloedsgebied)
100% letaalgrens (m)4
PR 10-6 contour
1
Z-515-01
40
12
140
70
0
2
Z-515-04
40
8
95
50
0
3
Z-515-06
40
6
70
50
0
4
Z-515-02
40
4
45
30
0
5 (huidig)*
Z-520-01
40
12
140
70
40
(nieuw) 6 (huidig)
Z-520-01 Z-520-02
40 40
12 4
140 45
70 30
4 0
(nieuw)
Z-520-02
40
12
140
70
4
Z-520-26
40
4
45
30
0
7**
* deze leiding wordt verlegd, die nieuwe leiding komt ca. 100 meter noordelijker te liggen ** de Gasunie heeft aangegeven dat deze leiding reeds vervallen is
2 3
Grens waarbinnen de dodelijke (letale) effecten 1% zijn. Externe veiligheid buisleidingen Haaren, analyse t.b.v. toetsing aan het Bevb. Oranjewoud/Save: 29 november
2011. 4 100%-letaalgrens is de grens waarbinnen alle aanwezigen in geval van een calamiteit komen te overlijden. Genoemde afstand is afkomstig van een intern document van de Gasunie. blad 10 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Tabel 3.4 leidinginformatie vloeistofleidingen Naam Druk Diameter 1%-letaalgrens (m) (bar) (inch) (invloedsgebied)
100%-letaalgrens (m)
PR 10-6-contour
1
DPO
80
6
18
nvt
0
2
RRP
43
36
62,8
nvt
42
3
RRP
62
24
70,6
nvt
46,1
Hogedruk-aardgastransportleidingen Belemmeringenstrook Bij iedere leiding geldt een belemmeringenstrook van maximaal vijf meter waarbinnen verregaande bouwrestricties gelden. Plaatsgebonden risico Van de hogedruk aardgastransportleidingen heeft alleen de huidige leiding 5 op enkele locaties een PR 10-6 contour. Hierbinnen bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten. Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan. De Gasunie is bezig desbetreffende leiding te vervangen, de nieuwe leiding zal geen PR 10 -6 contour krijgen. Groepsrisico Bij het reeds genoemde onderzoek5 is op basis van vuistregels vastgesteld dat geen van de hogedrukaardgastransportleidingen een significant groepsrisico heeft. Onderzoek QRA (zowel 24 inch als 36 inch) dd 5 januari 2015 (half jaar geldig) Het groepsrisico is niet specifiek voor deze locatie berekend. Motivatie voor deze keuze is dat er geen formele groepsrisico (GR) aandachtpunten met een GR boven de oriënterende waarde (OW) komen, zolang de bevolkingsdichtheid lager is dan 255 personen per hectare [7]. Het groepsrisico zal verdwijnen zodra er geen gebouwen/personen binnen de 10-6 contour gelegen zijn. Let op: wel aandacht voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid!! Vloeistofleidingen Belemmeringenstrook Bij iedere leiding geldt een belemmeringenstrook van maximaal vijf meter waarbinnen verregaande bouwrestricties gelden.
Plaatsgebonden risico Van de vloeistofleidingen hebben de twee leidingen van RRP een PR 10-6 contour. Binnen deze contour bevinden zich geen kwetsbare objecten. Wel bevinden zich binnen de PR 10-6 contour enkele beperkt kwetsbare zoals sportvelden en agrarische bedrijven, maar dit vormt geen knelpunt. Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan. Uit onderzoek van de RRP blijkt dat de afstanden voor plaatsgebonden risico groter zijn dan vooraf ingeschat. De afstanden zijn vergroot van 33 naar 45,2 meter en van 25 naar 30,6 meter. Hierdoor ontstaat mogelijk een knelpunt bij de woningen Torenstraat 6, 8 en 8a te Haaren. De RRP zal dit verder in kaart brengen en zonodig saneren (maatregelen treffen). Groepsrisico Bij het reeds genoemde onderzoek5 is op basis van vuistregels vastgesteld dat geen van de vloeistofleidingen een significant groepsrisico heeft.
5
Externe veiligheid buisleidingen Haaren, analyse t.b.v. toetsing aan het Bevb. Oranjewoud/Save: 29 november
2011. blad 11 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
3.5
Risicovolle inrichtingen In de gemeente Haaren bevinden zich verschillende risicovolle inrichtingen. Het betreft twee LPG tankstations en diverse propaantanks. LPG tankstations Binnen de gemeente Haaren bevinden zich aan de N65 twee LPG tankstations: Esso en BP. De doorzet LPG van Esso is gelimiteerd op 999 m3 jaar, die van BP is ongelimiteerd 6. Plaatsgebonden risico Binnen de PR 10-6 contouren van de LPG tankstations bevinden zich in de huidige situatie geen kwetsbare objecten. Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan 7. Groepsrisico Voor beide LPG tankstations zijn groepsrisicoberekeningen uitgevoerd met de LPG-tool. Uit deze berekeningen blijkt dat het groepsrisico van beide LPG tankstations onder de oriëntatiewaarde ligt. Diverse opslagen gevaarlijke stoffen Naast de twee LPG tankstations bevinden zich in de gemeente Haaren meerdere risicovolle inrichtingen. Het betreft voornamelijk propaantanks kleiner dan 13 m 3. Deze vallen niet onder het Bevi. Bij deze inrichtingen hoeft alleen voldaan te worden aan een veiligheidsafstand die voortvloeit uit het Activiteitenbesluit. Deze veiligheidsafstanden zijn weergeven in tabel 3.5. Tabel 3.5
veiligheidsafstanden propaantanks (<13 m3) Bevoorrading t/m 5 keer per jaar
Opslagtank propaan t/m 5 m
3
Opslagtank propaan 5 t/m 13 m
3
Bevoorrading > 5 keer per jaar
10 meter
20 meter
15 meter
25 meter
Groepsrisicoberekening en - verantwoording is bij propaantanks kleiner dan 13 m3 niet aan de orde. In de gemeente Haaren bevinden zich twee bedrijven met een propaantank groter van 13 m3: Flora Partners en Veehouderij Vugts. Deze twee bedrijven vallen wel onder het Bevi. Van deze propaantanks moet het plaatsgebonden risico en groepsrisico berekend worden wanneer binnen het invloedsgebied een ruimtelijk besluit genomen wordt. De grootte van het invloedsgebied is afhankelijk van de grootte van de tank. Bij een standaard propaantanks is echter niet de tank zelf maar de tankauto maatgevend voor de grootte van het invloedsgebied. De grootste tankauto's zijn 31 m3 en hebben een invloedsgebied van maximaal ongeveer 350 meter. Wijziging Revi per 1 juli 2015 Propaantanks tussen 13 en 50 m3 met een maximale doorzet van 600 m3/jaar. PR-contour ondergronds/ingeterpt reservoir: 25 tot 40 meter PR-contour bovengronds reservoir: 25 tot 55 meter Invloedsgebied: 150 meter Groepsrisico: hulpmiddel verantwoording groepsrisico vastgesteld. Details zie bijlage 2 van dit werkdocument.
3.6
Conclusie uitgangssituatie Binnen de gemeente Haaren bevinden zich meerdere risicobronnen. Voor geen van deze risicobronnen geldt dat in de huidige situatie sprake is van een knelpunten met het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico van geen van de risicobronnen overschrijdt de oriëntatiewaarde. 6 Bij een ongelimiteerd doorzet wordt voor risicoberekeningen doorgaans uitgegaan van een maximale doorzet van 1500 m3/jaar. Dit is een worst case aanname, aangezien deze doorzet slechts bij enkele LPG tankstations langs snelwegen daadwerkelijk wordt behaald. 7 Voor nadere analyse zie het rapport "saneringsprogramma LPG tankstations gemeente Haaren. SRE: 1 april 2008". blad 12 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
4
Planologische kaders
4.1
Inleiding In het vorige hoofdstuk is geconstateerd dat in de gemeente Haaren de huidige situatie geen sprake is van knelpunten met het plaatsgebonden risico, er bevinden zich geen kwetsbare objecten binnen PR 10 6 contouren. De gemeente voldoet dus aan de wettelijke basisveiligheid. Eveneens is geconstateerd dat er in de gemeente Haaren geen risicobronnen zijn waarvan het groepsrisico hoger is dan de oriëntatiewaarde. In die zin kan geconstateerd worden dat in de huidige situatie sprake is van een acceptabele externe veiligheidsniveau in de gemeente Haaren. Om deze situatie ook in de toekomst te behouden zijn in dit hoofdstuk ruimtelijke veiligheidskeuzes vastgelegd in de vorm van planologische kaders. Het principe van de planologische kaders is: hoe dichter bij de risicobron en hoe kwetsbaarder het object, hoe zwaarder de verantwoordingspicht wordt ingevuld. Tevens zijn in de planologische kaders bepaalde objecten dicht bij risicobronnen geheel uitgesloten. Per risicobronnen zijn drie zones vastgesteld waarbinnen bepaalde verantwoordingsniveaus gelden. De zones zijn globaal gebaseerd op de reikwijdte van incidenten met gevaarlijke stoffen. Omdat verschillende risicobronnen verschillende scenario's hebben, verschilt ook de zone-indeling per risicobron. De invulling van de verschillende verantwoordingsniveaus is toegelicht in hoofdstuk 5.
De zone indeling is schematisch weergegeven in figuur 4.1. Figuur 4.1 zone indeling
Zone 1 Spoorwegen en N65 (meten vanaf midden buitenste 2 sporen/rand van de rijbaan)
Zone 2
Zone 3
30 meter
200 meter
1500 meter
(invloedsgebied plasbrand)
(aandachtsgebied BLEVE)
(invloedsgebied toxisch)
Hogedruk-aardgastransportleidingen (meten vanaf hart van de leiding)
PR 10-6 contour
100% Letaalgrens
Vloeistofleidingen (meten vanaf hart van de leiding)
PR 10-6 contour
LPG tankstations (meten vanaf LPG vulpunt)
PR 10-6 contour
Propaantanks inhoud 13 50 m3 en doorzet < 600 m3/jaar
PR 10-6 contour
Overige Bevi-inrichtingen (meten vanaf risicobepalende installatie)
PR 10-6 contour
1% letaalgrens (invloedsgebied)
1% Letaalgrens
-
(invloedsgebied)
150 meter
-
(invloedsgebied)
150 meter
-
(invloedsgebied)
PR 10-8 contour
1% letaalgrens (invloedsgebied)
blad 13 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
4.2
Planologische kaders
4.2.1
Spoorwegen en N65 Zonering spoorweg en N65
Zone 1
0-30 meter* zeer kwetsbaar object
niet toegestaan
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
Zone 2
30-200 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
Zone 3
200-1500 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
* Bij spoorwegen gemeten vanaf het midden van de buitenste twee sporen, bij wegen vanaf de rand van de meest rechtse rijbaan (bepaald vanuit rijrichting).
NB: conform de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is verantwoording van het groepsrisico bij (spoor)wegen niet verplicht wanneer geen sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. In dat geval hoeft de verantwoordingsplicht dus niet verder ingevuld te worden. Gemeente Haaren maakt hier een aanvulling op: verantwoording is wel verplicht wanneer binnen zone 2 een zeer kwetsbaar object bevindt (zie ook paragraaf 5.2). Zone 1: 0-30 meter Zone 1 hangt samen met het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen. Binnen deze zone zijn zeer kwetsbare objecten niet toegestaan. Voor (beperkt) kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Zone 2: 30-200 meter Deze zone omvat het BLEVE aandachtsgebied (het gebied waar de effecten van een BLEVE het hevigst zijn). In deze zone zijn personen (ook personen in gebouwen) onvoldoende beschermd tegen een BLEVE. Voor zeer kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1, voor (beperkt) kwetsbare objecten niveau 2. Zone 3: 200-1500 meter Vanaf 200 meter zijn mensen binnenshuis in principe voldoende veilig voor een BLEVE. Vanaf 200 meter wordt daarom alleen nog rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied kan bescherming wordt geboden door ramen en deuren te sluiten. Voor alle objecten geldt verantwoordingsniveau 3.
blad 14 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Hogedruk-aardgastransportleidingen Zonering hogedruk-aardgastransportleidingen
Zone 1
PR 10-6 contour* zeer kwetsbaar object
nvt (conform Bevb niet toegestaan)
kwetsbaar object
nvt (conform Bevb niet toegestaan)
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
Zone 2
PR 10-6 - 100% letaliteitcontour* zeer kwetsbaar object
niet toegestaan
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2 100% - 1% letaliteitcontour*
Zone 3
4.2.2
zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3b
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3b
* afstanden verschillen per buisleiding, zie hoofdstuk 3.4.
NB: conform het Bevb kan bij buisleidingen volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Gemeente Haaren maakt hier een aanvulling op: verantwoording is wel volledig verplicht wanneer zich binnen zone 2 of 3 een zeer kwetsbaar object bevindt. Zone 1: PR 10-6 contour De PR 10-6 contour van hogedruk-aardgastransportleidingen ligt in de meeste gevallen binnen de belemmeringenstrook van maximaal vijf meter. Binnen deze strook is geen bebouwing toegestaan. Wanneer de PR 10-6 contour wel buiten de belemmeringenstrook ligt, zijn conform het Bevb geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan. Voor beperkte kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Zone 2: PR 10-6 - 100% letaliteitcontour De 100% letaliteitcontour is de contour waarbinnen bij een calamiteit iedereen zal overlijden. Binnen deze contour zijn zeer kwetsbare objecten niet toegestaan. Voor kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1, voor beperkt kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2.
Zone 3: 100% - 1% letaliteitcontour De 1% letaliteitcontour is de contour waarbinnen in geval van een calamiteit nog 1% van de aanwezigen zal overlijden. Tussen de 100% en de 1% letaliteitcontour geldt voor zeer kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2, voor (beperkt) kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 3.
blad 15 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
4.2.3
Vloeistofleidingen Zonering vloeistofleidingen*
Zone 1
PR 10-6 contour** zeer kwetsbaar object
nvt (conform Bevb niet toegestaan)
kwetsbaar object
nvt (conform Bevb niet toegestaan)
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
Zone 2
PR 10-6 - 1% letaliteitcontour** zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
* de vloeistofleidingen hebben geen 100% letaliteitcontour, daarom is gewerkt met 2 zones ** afstanden verschillen per buisleiding, zie hoofdstuk 3.4.
NB: conform het Bevb kan bij buisleidingen volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Gemeente Haaren maakt hier een aanvulling op: verantwoording is wel volledig verplicht wanneer zich binnen zone 2 een zeer kwetsbaar object bevindt. Zone 1: PR 10-6 contour Binnen de PR 10-6 contour van buisleidingen zijn conform het Bevb geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan. Voor beperkte kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Let op: ook bij vloeistofleidingen bestaat een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijde van de leiding waarbinnen helemaal geen bebouwing is toegestaan. Zone 2: PR 10-6 contour - 1% letaliteitcontour De 1% letaliteitcontour is de contour waarbinnen in geval van een calamiteit nog 1% van de aanwezigen zal overlijden. Tussen de PR 10-6 contour en de 1% letaliteitcontour geldt voor kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 1, en voor beperkt kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2.
LPG-tankstations Zonering LPG-tankstations*
Zone 1
PR 10-6 contour** zeer kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1 PR 10-6 - 150 meter**
Zone 2
4.2.4
zeer kwetsbaar object
niet toegestaan
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
* Bij LPG tankstations is het invloedsgebied wettelijk vastgesteld op de 100% letaliteitgrens (150 meter) in
plaats van de 1% letaliteitgrens (ca. 300 meter). Het is landelijk vastgesteld dat buiten deze 150 meter geen risicobeleid meer gevoerd wordt. Voor LPG tankstations wordt daarom maar met twee zones gewerkt. ** Gemeten vanaf het vulpunt de ondergrondse tank.
blad 16 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Zone 1: PR 10-6 contour Binnen de PR 10-6 contour van LPG-tankstations zijn geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan (conform het Bevi). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Zone 2: PR 10-6 - 150 meter Het invloedsgebied van LPG-tankstations is vastgesteld op 150 meter. Binnen deze contour geldt voor zeer kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 1 en voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2.
Overige risicovolle inrichtingen Zonering overige risicovolle inrichtingen
Zone 1
PR 10-6 contour zeer kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
Zone 2
PR 10-6 - PR 10-8 contour* zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2 PR 10-8 - 1% letaliteitcontour*
Zone 3
4.2.5
zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
beperkt kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
* Voor categoriale inrichtingen is geen PR 10-8 contour bekend. De ligging van zone 2 dient dan locatiespecifiek bepaald te worden afhankelijk van de maatgevende scenario's.
Zone 1: PR 10-6 contour Binnen de PR 10-6 contour van risicovolle inrichtingen zijn geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan (conform het Bevi). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Zone 2: PR 10-6 - PR 10-8 contour De PR 10-8 contour is de maximale contour waarbinnen personen invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico. Afhankelijk van het maatgevend scenario kunnen personen binnen deze contour komen te overlijden als gevolg van een plasbrand, BLEVE of toxisch scenario. Binnen deze contour geldt voor zeer kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 1 en voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2. Zone 3: PR 10-8 - 1% letaliteitcontour Buiten de PR 10-8 contour moet voornamelijk rekening gehouden worden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied kan bescherming wordt geboden door ramen en deuren te sluiten. Voor alle objecten geldt verantwoordingsniveau 3. In de huidige situaties zijn er alleen twee propaantanks binnen de gemeente Haaren aanwezig die onder het Bevi vallen. De 1% letaliteitgrens van deze propaantanks is 350 meter (zie paragraaf 3.5).
blad 17 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
5
Verantwoordingsniveaus groepsrisico
5.1
Inleiding In hoofdstuk 4 zijn middels planologische kaders verantwoordingsniveaus vastgesteld. Afhankelijk van de afstand tot de risicobron en de kwetsbaarheid van het geprojecteerde object dient één van de drie verantwoordingniveaus toegepast te worden. Deze verantwoordingsniveaus zijn een invulling van de verplichte elementen van groepsrisicoverantwoording zoals opgesteld in de Handreiking verantwoordingplicht groepsrisico. Het laagste verantwoordingsniveau, niveau 3, is een standaard verantwoordingstekst. In dit hoofdstuk is toegelicht welke aspecten bij welk verantwoordingsniveau in welke mate moeten worden beschouwd. Het werken met deze verantwoordingniveaus is gebaseerd op bepaalde uitgangspunten. Deze zijn beschreven in paragraaf 5.2. De verantwoordingsniveaus zelf zijn verder uitgewerkt in de paragrafen 5.3 (niveau 1 en 2) en 5.4 (niveau 3).
5.2
Uitgangspunten Ondergrens van groepsrisicoverantwoording Wanneer zich binnen het invloedsgebied van een risicobron niet meer dat tien personen bevinden, is er geen sprake van groepsrisico en kan dus ook verantwoording geheel achterwege blijven. Deze personendichtheid kan worden bepaald aan de hand van kengetallen op basis van bestemmingsplancapaciteit en kengetallen uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. Het invloedsgebied waarbinnen personen worden meegeteld wordt voor punt- en lijnbronnen anders bepaald. Dit is weergegeven in figuur 5.1. Lijnbron (buisleidingen, transportassen)
Puntbron (inrichtingen)
Invloedsgebied
500 m.
Plangebied
500 m.
Invloedsgebied
Plangebied
Figuur 5.1: Bepaling Invloedsgebied Wanneer verantwoorden? Groepsrisicoverantwoording is niet altijd verplicht. Voorwaarden zijn vastgelegd in de verschillende besluiten en circulaires en verschillen dus per risicobron. Dit is uiteengezet in tabel 2.2. Hier is te zien dat bij transportassen en buisleidingen afwijkingen bestaan. Bij transportassen is verantwoording niet verplicht wanneer geen sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Gemeente Haaren maakt hier een aanvulling op: verantwoording is wel verplicht wanneer binnen zone 2 een zeer kwetsbaar object bevindt.
blad 18 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Bij buisleidingen kan volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Gemeente Haaren maakt hier een aanvulling op: verantwoording is wel volledig verplicht wanneer binnen zone 2 of 3 een zeer kwetsbaar object bevindt. De oriëntatiewaarde is geen grenswaarde Binnen de externe veiligheidswet- en regelgeving speelt de oriëntatiewaarde een interessante rol. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoeveel personen kunnen omkomen in geval van een calamiteit: hoe meer personen, hoe hoger het groepsrisico. Bij groepsrisicobeleid gelden geen norm-, grens- of richtwaarden voor de hoogte van het groepsrisico. Daarom is een oriëntatiewaarde vastgesteld. Deze waarde dient als oriëntatie om de af- en toename van groepsrisico te kunnen illustreren. Het is dus een ijkpunt en geen norm. Groepsrisicoverantwoording houdt in dat alle kwalitatieve elementen van de verantwoordingsplicht beschouwd worden, en niet alleen het rekenkundige groepsrisico. Het rekenkundige groepsrisico bevat immers tal van aannames en onzekerheden, ook al worden berekeningen helemaal volgens de protocollen uitgevoerd.
Het is daarom belangrijk om de oriëntatiewaarde te beschouwen waar deze voor is bedoeld: een ijkpunt voor het rekenkundige groepsrisico. In deze beleidsvisie wordt de oriëntatiewaarde daarom niet als grens- of streefwaarde beschouwd. Domino-effecten en cumulatie Domino effecten ontstaan wanneer het falen van de ene risicobron leidt tot het falen van een de ander. Cumulatie van risico's is het optellen van het risico van twee afzonderlijke bronnen. Voor zowel domino-effecten als cumulatie van risico's geldt dat kwantificering lastig, danwel onmogelijk is. Tevens bestaat er geen landelijk kader waaraan getoetst kan worden. Afwegen van domino-effecten en cumulatie is onderdeel van groepsrisicoverantwoording. Indien relevant worden beide aspecten in de verantwoording kwalitatief beschouwd. Hierbij wordt opgemerkt dat het toegevoegde risico van domino-effecten doorgaans beperkt is, evenals de situaties waarbij cumulatie relevant is.
5.3
Verantwoordingsniveaus 1 en 2 Het onderscheid tussen verantwoordingsniveau 1 en 2 is dat verantwoordingselementen bij niveau 1 zwaarder beschouwd moeten worden dan bij niveau 2. Bij verantwoordingsniveau 1 is sprake van een nee, tenzij. Bij verantwoordingsniveau 2 van een ja, mits. In tabel 5.1 is globaal weergegeven welke elementen bij welk verantwoordingsniveau zwaarder of lichter beschouwd kunnen worden. Belangrijk hierbij is te beseffen dat de tabel een indicatie is van de inzet. De exacte uitwerking wordt door contextuele factoren in de praktijk bepaald. Het onderscheid tussen verantwoordingsniveau 1 en 2 is dus slechts richtinggevend. Tabel 5.1
uitgangspunten bij groepsrisicoverantwoording niv. 1
niv. 2
Algemene beschouwing Beschouwen van personendichtheid binnen invloedsgebied De hoogte van het huidige en toekomstige groepsrisico en de ligging daarvan ten opzichte van de oriëntatie waarde. De aanwezigheid van beperkt zelfredzame groepen.
Altijd beschouwen
Noodzaak Noodzaak van de ontwikkeling op deze risicovolle locatie moet worden aangetoond.
Zwaar
Licht blad 19 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Voor- en nadelen van veiliger alternatieven worden inzichtelijk gemaakt.
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheid beperking ontwikkeling.
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden om afstand tot risicobron te vergroten .
Zwaar
Licht
Beschouwen oriëntatie van de bebouwing ten opzichte van risicobron.
Licht
Niet
Beschouwen van effect beperkende maatregelen in het overdrachtsgebied.
Licht
Niet
Beschouwen mogelijkheden twee van de risicobron afgerichte externe vluchtwegen.
Zwaar
Licht
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden bouwtechnische veiligheidsmaatregelen.
Licht
Niet
Beschouwen mogelijkheden intern ontruimingsplan afstemmen op externe veiligheid.
Zwaar
Niet
Beschouwen interne vluchtwegen en ten opzichte van de risicobron.
Zwaar
Niet
Beschouwen mogelijkheden ter verbetering van alarmering.
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden tot het houden van rampoefeningen.
Licht
Niet
Beschouwen mogelijkheden tot centraal afsluitbaar ventilatiesysteem
Zwaar
Licht
Zwaar
Zwaar
Zwaar
Zwaar
Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen
Bronmaatregelen Beschouwen mogelijke veiligheidsmaatregelen aan de bron. Objectgerelateerde veiligheidsmaatregelen
Zelfredzaamheid Advies van veiligheidsregio mbt zelfredzaamheid inwinnen en beoordelen Bestrijdbaarheid Advies van veiligheidsregio mbt bestrijdbaarheid inwinnen en beoordelen
Algemene beschouwing Onder algemene beschouwing vallen de elementen die conform de landelijk wet- en regelgeving altijd beschouwd dienen te worden. Deze elementen worden bij verantwoordingsniveau 1 en 2 volledig beschouwd. Noodzaak De eerste vraag bij groepsrisicoverantwoording van een ruimtelijke ontwikkeling is de vraag waarom deze ontwikkeling juist op deze risicovolle plek is geprojecteerd. Is de ontwikkeling tegen het licht van het risico wel noodzakelijk/wenselijk? Is er geen veiliger alternatief? Bij beide verantwoordingsniveaus moeten veiliger alternatieven beschouwd worden. Vaak zal blijken dat alternatieven niet beschikbaar zijn, al is het maar om de voor de hand liggende reden dat een geschikt bouwperceel onroerend is. Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen De tweede stap is beschouwen in hoeverre aan de geprojecteerde ruimtelijke ontwikkeling veiligheidsmaatregelen genomen kunnen worden. Door de ontwikkeling te beperken in de zin van personenaantallen worden minder mensen bij de risicobron geprojecteerd. Ook kan de afstand tussen personendichtheden en de risicobron vergroot worden. De derde maatregel die beschouwd moet worden, is de oriëntatie van de bebouwing ten opzichte van de risicobron. Door bijvoorbeeld kwetsbare delen en open gevels van gebouwen niet aan de bronzijde te projecteren kan het effect van een calamiteit op het object beperkt worden.
Tot slot dienen maatregelen in het overdrachtsgebied (zoals bijvoorbeeld een plasbrandkering) beschouwd te worden en dienen er minimaal twee van de risicobron afgerichte vluchtwegen te zijn. Bronmaatregelen Bronmaatregelen zijn veelal het effectiefst om veiligheid te verbeteren. Vaak gaan bronmaatregelen echter de ruimtelijke procedure te boven. Bij vervoersassen is de gemeente vaak helemaal niet bevoegd om veiligheidsmaatregelen te treffen.
blad 20 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Objectgerelateerde veiligheidsmaatregelen Objectgerelateerde veiligheidsmaatregelen kunnen effectief zijn, maar zijn moeilijk te borgen in een ruimtelijke procedure. Wel kunnen ze vaak vrij eenvoudig (en uitsluitend) in samenspraak met initiatiefnemers/ontwikkelaars overeen worden gekomen in een privaatrechtelijke overeenkomst. Uitzondering hierop zijn veel bouwtechnische maatregelen (zoals het gebruik van verstevigd raamwerk of constructie). Deze zijn vaak duur, terwijl het effect ervan betwist kan worden. Zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid De zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid worden beoordeeld aan de hand van het advies van de veiligheidsregio. Zowel bij verantwoordingsniveau 1 als 2 moet het advies zwaar beoordeeld worden. Dat houdt in dat adviezen van de veiligheidsregio in principe worden overgenomen, tenzij er aantoonbaar zwaarwegende belangen zijn dit niet te doen.
5.4
Verantwoordingsniveau 3 Verantwoordingsniveau 3 is het lichtste verantwoordingsniveau en bestaat uit een standaard verantwoordingstekst. Dit niveau wordt in drie situaties toegepast: op afstand groter dan 200 meter van de spoorwegen en de N65 waar alleen het toxische scenario nog relevant is (verantwoordingsniveau 3a); buiten de 10-8 contour van risicovolle inrichtingen (excl. LPG tankstations) waar alleen het toxische scenario nog relevant is (verantwoordingsniveau 3a); tussen 100% en 1% letaliteitgrens van hogedruk-aardgastransportleidingen (verantwoordingsniveau 3b). In onderstaande kaders is een standaard verantwoordingstekst opgenomen die als basis gebruikt kan worden bij de ruimtelijke onderbouwing van een plan.
blad 21 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Verantwoording groepsrisico bij niveau 3a Inleiding Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de risicobron. Op deze afstand is het toxisch scenario maatgevend. Effecten als gevolg van een plasbrand of BLEVE reiken niet tot het plangebied. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit.
Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daarom niet verder beschouwd. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwings- en alarmsysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van Haaren valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen.. Op termijn zal dit waarschuwingssysteem vervangen worden door NL-alert. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren en de daarin gemaakte keuzes.
blad 22 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
Verantwoording groepsrisico bij niveau 3b Inleiding Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevinden zich binnen het invloedsgebied van een hogedrukaardgastransportleiding. De effecten van een fakkelbrand (bij hoge druk aardgastransportleiding) als gevolg van een falende leiding reiken tot het plangebied. Het risico van de leiding is relatief laag (zie Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren). Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De ontwikkeling bevindt zich namelijk buiten de 100% letaliteitgrens. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch.
De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden om het gebied af te zetten. Eventuele bestrijding vindt plaats wanneer de leiding door de leidingeigenaar is afgesloten en leeggestroomd. De bestrijding zal daarna gericht worden op eventuele secondaire brandden. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Een fakkelbrand of plasbrand is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen indien mogelijk en anders binnen te schuilen tegen warmtestraling. De geprojecteerde ontwikkeling bevat geen groepen beperkt zelfredzame personen. Zelfredzaamheid wordt daarom voldoende geacht. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Haaren en de daarin gemaakte keuzes.
blad 23 van 29
Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren Projectnr. 242414.01 juli 2012 , revisie 03
6
Taken en verantwoordelijkheden In de hoofdstukken 4 en 5 is beschreven welke planologische kaders de gemeente Haaren hanteert bij het invullen van de verantwoordingsplicht. Bij de daadwerkelijke uitvoering hiervan zijn drie verschillende actoren betrokken: bevoegd gezag; milieudienst/adviesbureau; veiligheidsregio. Bevoegd gezag Het invullen van de verantwoording is een taak van het bevoegd gezag. Dit is (behalve bij inpassingplannen en aanwijzingen) de gemeente(raad). Het bevoegd gezag is ervoor verantwoordelijk dat een ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de normen van het plaatsgebonden risico en dat (indien van toepassing) groepsrisico op de juiste manier wordt berekend en verantwoord en het geheel wordt vastgelegd in een externe veiligheidsparagraaf. Binnen de gemeente Haaren worden ruimtelijke ontwikkelingen geïnitieerd/gecoördineerd door de afdeling Ruimte en Samenleving. In een projectgroep neemt ook een milieuspecialist van de afdeling Gemeentewinkel plaats. Deze milieuspecialist coördineert de benodigde specialistische milieutechnische onderzoeken, zoals externe veiligheidsonderzoeken. Milieudienst/adviesbureau Voor externe veiligheidsonderzoeken schakelt de milieuspecialist de milieudienst of een specialistisch adviesbureau in. Deze onderzoeken worden door de milieuspecialist inhoudelijk beoordeeld.