CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

bp Groenweg 7, Esch- Bijlage 5b Toelichting.pdf

Raadsvergadering Boxtel 4 oktober 2022, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Groenweg 7 (reg nr 1299745)13.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN

‘Groenweg 7’

TOELICHTING 4 OKTOBER 2022

Gemeente Boxtel Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’

Gegevens opdrachtgever Organisatie

: Reuvers Projectontwikkeling B.V.

Adres

: Maaskade 18

Postcode

: 5347KD

Plaats

: Oss

Gegevens adviesbureau Naam

: Pittiger in planologie

Adres

: Verwestraat 32

Postcode

: 5491BZ

Plaats

: Sint Oedenrode

Telefoon

: 06-19743337

Internet

: www.pittiger.com

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ...................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding........................................................................................................................ 4 1.2 Vigerend bestemmingsplan............................................................................................. 5

2

Bestaande situatie en plan .......................................................................................... 7 2.1 Bestaande situatie ........................................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie ....................................................................................................... 8 2.3 Stedenbouw .................................................................................................................. 10 2.4 Verkeer en parkeren ..................................................................................................... 11

3

Beleidskader ............................................................................................................. 13 3.1 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 14 3.3 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 17

4.

Milieuhygiënische aspecten ...................................................................................... 21 4.1 Algemeen ...................................................................................................................... 21 4.2 Akoestiek ....................................................................................................................... 21 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................................... 22 4.4 Bedrijven en milieuzonering.......................................................................................... 23 4.5 Bodem ........................................................................................................................... 24 4.6 Externe Veiligheid ......................................................................................................... 26 4.7 Natuur ........................................................................................................................... 31 4.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................................ 33 4.9 Water ............................................................................................................................

35 4.10 Gezondheid ................................................................................................................. 38 4.11 Straling ........................................................................................................................ 40 4.12 Kabels en leidingen ..................................................................................................... 41 4.13 Milieueffectrapportage (M.e.r.) .................................................................................. 41

5.

Juridische planbeschrijving ........................................................................................ 43

6.

Uitvoeringsaspecten ................................................................................................. 45 6.1 Economische haalbaarheid ........................................................................................... 45 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid .................................................................. 45

7.

Bijlagen ..................................................................................................................... 47

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De eigenaar van Groenweg 7 in Esch heeft het idee opgevat om op zijn perceel twee nieuwe woningen te realiseren van het type ‘twee-onder-één-kap’. Op perceel is een langgevelboerderij gelegen met ruime tuin. Het perceel grenst zowel aan de Groenweg als De Langvelden. Het is de bedoeling de nieuwe woningen aan De Langvelden te situeren. De eigenaar van Groenweg 7 heeft zijn idee voor de ontwikkeling van twee twee-onder-éénkap-woningen op zijn perceel voorgelegd aan de voormalige gemeente Haaren. Het college van B&W heeft op 3 december 2019 besloten om in principe hieraan medewerking te willen verlenen. Voor de principemedewerking gelden enkele voorwaarden, namelijk: - er moet een omgevingsdialoog gevoerd worden; - de nieuw te realiseren woningen moeten levensloopbestendig zijn; - er moet een AERIUS-berekening worden uitgevoerd; - de ruimtelijke invulling moet verder worden uitgewerkt, het gaat om: o hoe wordt het perceel gesplitst; o verhouding tuin vs. bebouwing (v.w.b. de bestaande en nieuwe woningen); o waar de nieuwe bebouwing precies geprojecteerd wordt (afstand tot perceelsgrenzen); o de locatie van de parkeervoorzieningen (1,7 per woning); o inzicht in de voor- en achtergevels. Tegelijkertijd met het principebesluit heeft het college van B&W de initiatiefnemer uitgenodigd om een ontwerpbestemmingsplan bij de gemeente in te dienen.

In het bestemmingsplan moeten de gestelde voorwaarden uitgewerkt zijn. Dit bestemmingsplan onderbouwt waarom de ontwikkeling getuigt van een goede ruimtelijke ordening en maakt de voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk. Plangebied De afbeelding hieronder geeft het plangebied (groene arcering en rode pijltje) op de luchtfoto weer.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

4

1.2 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Kom Esch 2020’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Haaren d.d. 29 oktober 2020. Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor wonen en ter bescherming van eventueel in de grond aanwezige archeologische waarden. Voor wat betreft de bestemming ‘Wonen’ geldt dat ingevolge de begrippen van het bestemmingsplan wonen in woningen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan. Ook zijn bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, en voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie toegelaten. Voor hoofdgebouwen geldt dat deze alleen zijn toegestaan binnen een bouwvlak. Bijgebouwen mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. In het plangebied is op dit moment geen sprake van een bouwvlak. Hoofdgebouwen zijn er nu niet toegestaan. Bijgebouwen behorende bij het hoofdgebouw dat elders op het perceel staat (niet binnen het plangebied van dit bestemmingsplan) wel. Dat betekent dat ter plaatse van het plangebied op dit moment alleen bijgebouwen zijn toegestaan.

Voor wat betreft de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ geldt dat archeologisch onderzoek overlegd moet worden als ter plaatse van meer dan 500 m2 met een diepte van een 0,5 meter aan grond verstoord gaat worden. Zie ook de afbeelding hieronder die een uitsnede geeft van de verbeelding van het vigerende

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

5

bestemmingsplan. De locatie is aangeduid met een rood pijltje.

De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, omdat ter plaatse van het plangebied geen hoofdgebouwen zijn toegestaan. Er is namelijk geen sprake van een bouwvlak. 1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid). Hoofdstuk 7 bevat de opsomming van de bijlagen.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

6

2 Bestaande situatie en plan 2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ruimteljike en functionele structuur Het plangebied is gelegen nabij het centrum van het dorp Esch. Het gebied waarin het plangebied is gelegen wordt getypeerd als een ‘Woongebied’. Het is niet gelegen aan de historische structuur. 2.1.2 Huidig situatie Het plangebied is nu onderdeel van een perceel dat is gelegen aan de Groenweg en De Langvelden, op de hoek. Het plangebied zelf is alleen gelegen aan De Langvelden. Het plangebied bestaat nu uit een achtertuin behorende bij de woning die aan Groenweg 7 is gesitueerd. Het plangebied is als tuin ingericht en in gebruik. De afbeeldingen hieronder geven een beeld van de huidige situatie. De eerste afbeelding is van de woning aan Groenweg 7, vanuit de hoek Groenweg/ De Langvelden. De tweede afbeelding is vanuit De Langvelden richting de Groenweg genomen.

De foto’s hieronder zijn aan de binnenzijde van de haag die het plangebied met het openbare gebied scheidt genomen.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

7

2.2 Toekomstige situatie Het is de bedoeling in het plangebied twee nieuwe woningen te realiseren van het type tweeonder-één-kap en levensloopbestendig. De voorgevels van de woningen komen in lijn te staan met de voorgevels van de woningen aan De Langvelden nummer 1, 3, 5 en verder. Hieronder is de situatieschets van de nieuwe situatie opgenomen.

Groenweg De Langvelden

Hieronder is een impressie van de beoogde nieuw te bouwen woningen in het plangebied opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

8

Het hoofdgebouw van de woningen bestaat deels uit één laag met kap in de vorm van een zadeldak (straatzijde) en deels uit een platte kap (achterzijde woning). De bijbehorende gooten bouwhoogte is voor het gedeelte aan de straat maximaal 4 en 8 meter, voor het gedeelte aan de achterzijde hiervan geldt 3,25 meter als maximale hoogte. De woningen worden gerealiseerd met een volledig programma op de begane grond. Dat betekent dat men op de begane grond naast koken en wonen ook kan slapen en baden. De afbeeldingen hieronder geven een indruk van de goot- en bouwhoogten en de voorgevels van de beoogde te realiseren woningen in het plangebied.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

9

De afbeelding hieronder geeft een indruk van de plattegronden (begane grond) van de beoogde woningen.

2.3 Stedenbouw De maat en schaal van de beoogde woningen sluit aan bij de dorpse karakteristiek van de kern Esch. De toegepaste goot- en bouwhoogte sluit aan bij de woningen aan de Groenestraat enerzijds en de woningen aan De Langvelden anderzijds. Door het toepassen van architectuur die aansluit bij de kleinschaligheid van de bebouwing in De Langvelden wordt het dorpse karakter door de ontwikkeling in het plangebied niet aangetast. Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

10

Qua materiaalgebruik zijn gemetselde gevels en gebakken pannen uitgangspunt. Qua kleurgebruik zijn roodbruine gevels en antracietkleurige dakpannen passend in de omgeving. De detaillering van goten, dakranden en buitenkozijnen is sober. 2.4 Verkeer en parkeren 2.4.1. Verkeer Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied wordt direct op De Langvelden ontsloten. Voor de verkeersaantekkende werking is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Onderhavig gebied dat getypeerd kan worden als ‘Rest bebouwde kom’ en ‘Matig stedelijk’ genereert 7,8 tot 8,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Gemiddeld gaat het om 8 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Bij een totaal van twee woningen neemt de verkeersgeneratie van gemotoriseerd verkeer met 16 verkeersbewegingen per etmaal toe. Deze toename is verwaarloosbaar, namelijk de huidige ontsluiting van het plangebied is afdoende om deze toename te kunnen faciliteren. 2.4.2 Parkeren In Esch gelden de ‘parkeernormen gemeente Boxtel’. Volgens deze normen geldt voor tweeonder-één-kapwoningen in ‘rest kom’ een norm van 2 parkeerplaatsen per woning. In onderhavige situatie betekent dat dat voor de ontwikkeling minimaal 4 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn.

Voor dit plan zijn 4 nieuwe parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien (2 parkeerplaatsen per woning). De afbeelding hieronder illustreert dit.

De parkeerplaatsen hebben - conform CROW – een afmeting van 2,5 x 5 meter.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

11

2.4.3 Herinrichting openbare ruimte In de huidige situatie zijn er aan de voorzijde van het plangebied twee openbare langsparkeerplaatsen en een boom aanwezig. In verband met het initiatief moet de openbare ruimte heringericht worden, zodat het plangebied bereikt kan worden: er moeten inritten worden toegevoegd. Omdat in de omgeving behoefte is aan de bestaande openbare langsparkeerplaatsen is het niet wenselijk dat deze hierdoor verdwijnen. Hiermee is rekening gehouden bij de herinrichting van de openbare ruimte. Dit houdt in dat de twee langsparkeerplaatsen aan de voorzijde van de nieuwe woningen teruggebracht worden en de boom naar elders in de gemeente (zo dicht mogelijk bij de huidige groeiplaats) zal worden verplaatst of een nieuwe vergelijkbare boom worden herplant. Voor de herinrichting van de openbare ruimte is een inrichtingsplan gemaakt dat is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6). Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer. 2.5 Goede ruimtelijke ordening Het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied. In dergelijke gebied zijn stedelijke functies, zoals het initiatief voorzien. Op een groot perceel dat voor wonen in gebruik is, is gekozen voor inbreiding: een voorstelbare keuze gezien de grote behoefte aan meer woningen. Onderhavig initiatief gaat specifiek over wonen in een gebied waar overwegend wordt gewoond.

Het initiatief sluit dus goed aan bij de bestaande functionaliteit van het gebied. De woningen worden levensloopbestendig gerealiseerd, dat betekent dat alle voorzieningen (woonkamer/ keuken/ slaapkamer/ badkamer) op de begane grond aanwezig zijn. De woningen zijn voor een doelgroep, die als ze hier naartoe verhuizen, doorgaans doorstroming op de woningmarkt op gang brengen. Stedenbouwkundig gezien wordt aangesloten bij het straatbeeld dat in De Langvelden aanwezig is. Voor het initiatief is in deze toelichting gemotiveerd dat het aansluit bij het gemeentelijke, provinciale en Rijksbeleid en voldoet aan de relevante wet- en regelgeving. Kortom, het gaat hier om een initiatief dat getuigt van een goede ruimtelijke ordening.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

12

3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (Novi) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op 11 september 2020 is de Novi vastgesteld, welke vanaf 12 februari 2021 bindend is voor het Rijk als de geldende visie onder de Wro. De Novi vervangt daarmee de Structuurvisie Ruimte en infrastructuur van 2012. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden.

We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Het wonen in de gemeente wordt in lijn met de regionale verstedelijkingsstrategie ontwikkeld. De woningen in het plangebied worden duurzaam (BENG) gerealiseerd. Dat betekent o.a. dat ze voorzien zijn van zonnepanelen en een warmtepomp (geen gas). Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

13

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Onderhavig plan omvat het toevoegen van 2 woningen, waarmee er conform jurisprudentie aangaande het begrip stedelijke ontwikkeling i.r.t. de ladder voor duurzame vestedelijking geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit leidt ertoe dat niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking hoeft te worden getoetst. Uiteraard is – los van het feit dat het hier juridisch gezien niet om een stedelijke ontwikkeling gaat – wel bekeken of de ontwikkeling binnen het gemeentelijke en regionale woningbouwbeleid past. Een toelichting hierop staat in paragraaf 3.3.2. Doordat het

bestemmingsplan en het te realiseren aantal woningen passen binnen het gemeentelijke en regionale woningbouwbeleid, sluit de ontwikkeling aan bij de behoefte. De woningen worden in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan vormt geen belemmering voor de uitvoering van het Rijksbeleid. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie.

Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

14

De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening, welke regels bevat waarmee gemeenten bij nieuwe ontwikkelingen rekening moet houden (zie hierna). 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren.

Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte. Zo geeft de provincie Noord-Brabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid.

Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het aspect ‘concentratie van verstedelijking’ en ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ doordat binnenstedelijk wordt ontwikkeld. De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de paragraaf hierna wordt onderhavig initiatief aan de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant getoetst.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

15

3.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening NoordBrabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.

De ontwikkeling waar het hier om gaat betreft het binnenstedelijk ontwikkelen van twee twee-onder-één-kapwoningen. Op onderhavige ontwikkeling is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavige locatie is gelegen in het stedelijk gebied van Esch. Verder geldt dat het om duurzame stedelijke ontwikkeling moet gaan. Hiervan is sprake omdat de ontwikkeling zorgvuldig ruimtegebruik bevordert. Namelijk, binnenstedelijk wordt

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

16

ontwikkeld, waardoor geen buitenstedelijke uitbreiding benodigd is. Ook moet de ontwikkeling passen in de regionale afspraken. Voor de motivatie daaromtrent wordt verwezen naar de paragraaf 3.3.2 van deze toelichting. Hieruit blijkt dat het plan passend is in de afspraken die regionaal zijn gemaakt. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke herontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven. Er worden woningen ontwikkeld in gebied dat als ‘woongebied’ is getypeerd. Het principe inbreiding boven uitbreiding wordt toegepast. Er wordt levensloopbestendig gebouwd. Er wordt aangesloten bij de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden.

Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Haaren 2013 De gemeente Haaren is samengevoegd met de gemeente Boxtel. Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Haaren geldt totdat voor het grondgebied van de voormalige gemeente Haaren een nieuwe structuurvisie of met het oog op de omgevingswet een Omgevingsvisie wordt vastgesteld de structuurvisie Haaren 2013. In deze paragraaf wordt met die reden ingegaan op de structuurvisie Haaren 2013. De voormalige gemeente Haaren is een groene gemeente. Dit groene karakter wil ze graag behouden. Tegelijkertijd wil de gemeente haar ogen niet sluiten voor ontwikkelingen. De voormalige gemeente Haaren wenst daarom de ruimtevraag in zijn geheel te bekijken en daar een allesomvattend beleid voor hebben. Deze visie heeft zijn beslag gekregen in de Structuurvisie Haaren die op 22 januari 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze structuurvisie is de concretisering van de abstracte doelen zoals verwoord in de in 2011 vastgestelde Toekomstvisie Haaren. Wonen Ten aanzien van het beleid inzake wonen en woonomgeving heeft de voormalige gemeente Haaren haar algemeen beleid als volgt verwoord. Het doel van beleid is dat het voor iedereen fijn wonen is in de gemeente Haaren.

Een leefbare woonomgeving houdt in dat er een goede balans bestaat tussen woningvoorraad en woningbehoefte. Daarbij is flexibiliteit in meerdere

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

17

opzichten van belang, zodat aanpassing aan de veranderende eisen mogelijk is en ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Daarbij heeft is in de structuurvisie nog een basisverantwoordelijkheid verwoord: het bieden van onderscheidende woonmilieus, voldoende woningaanbod en een woningvoorraad die toegankelijk is voor doelgroepen van beleid door middel van duurzame planontwikkeling. Belangrijk is daarbij dat op dorpse wijze wordt gebouwd, door een bebouwingstypologie voor te staan die past bij een lage bebouwingsdichtheid. De woningen die in het plangebied worden gebouwd zijn levensloopbestendig en daarom geschikt voor de meer seniore doelgroep, die in het beleid speciale aandacht heeft. Verder is de beoogde ontwikkeling is beoordeeld op de eigenheid van de plek. Door te kiezen voor twee twee-onder-één-kap woningen en aan te sluiten op de bouwregels die voor aangrenzende kavels gelden wordt gevolg gegeven aan een bij de directe omgeving passende bebouwingstypologie met een lage dichtheid. Haarens kwaliteitsmenu Onderdeel van de Structuurvisie Haaren 2013 is het Haarens Kwaliteitsmenu. Hierin wordt per onderscheiden omgeving beschreven wat de specifieke kwaliteiten zijn en hoe de kwaliteiten verder ontwikkeld kunnen worden. Zo wordt bij ieder initiatief getoetst of het past binnen de kwaliteiten van de omgeving. Het plangebied is onderdeel van de zone Woongebieden.

De kenmerken die verwoord zijn voor deze zone en die betrekking hebben op het plangebied luiden als volgt: - Landelijke en groene uitstraling woongebieden, ruime opzet openbare ruimte met een groen karakter - Veelal vrijstaande en halfvrijstaande woningen in één tot twee bouwlagen met kap, verspreid zijn ook aaneengebouwde woningen aanwezig - Bebouwingsbeeld is kleinschalig en dorps door de toepassing van kappen en metselwerk. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de bouw van twee nieuwe twee-onder-één-kap woningen die qua maatvoering en bouwhoogte past binnen de kleinschalige, landelijke en groene uitstraling van het woongebied van Esch. De beoogde ontwikkeling voorziet in de beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Haaren 2013. 3.3.2 Woonvisie Haaren 2017 – 2021 “Van Wensen naar Wonen” en “Woonvisie Boxtel 2016 – 2025” De gemeente Haaren is samengevoegd met de gemeente Boxtel. Er is sinds de samenvoeging geen nieuwe woonvisie meer opgesteld voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Boxtel. De woonvisie voor Haaren had echter een kortere horizon dan die voor Boxtel, daarbij geldt dat de woningbouwprogrammering sinds de samenvoeging voor het gehele huidige grondgebied van de gemeente geldt. Tegen die achtergrond wordt niet meer getoetst aan de “Woonvisie Haaren 2017 – 2021”, maar aan de “Woonvisie Boxtel 2016”.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

18

Op 28 juni 2016 heeft de gemeenteraad de Boxtelse woonvisie 2016 – 2025 vastgesteld. In nauw overleg met de in 2015 bestaande lokale woningcorporaties, de gemeenteraad, stakeholders en inwoners is de nieuwe woonvisie opgesteld. In een aantal interactieve werkbijeenkomsten zijn de grote lijnen geschetst. In een projectgroep zijn deze grote lijnen uiteindelijk verwerkt tot een woonvisie. De woonvisie moet kaders bieden die de gemeente de komende jaren nodig heeft om samen met betrokken partijen vorm te geven aan wonen in Boxtel. Een van de opgaven die in de woonvisie is geformuleerd is het “Vraaggericht bouwen met oog voor de toekomst”. Dit gaat over kwantiteit en kwaliteit. Kwantiteit In de woonvisie is opgenomen dat er de afgelopen jaren te weinig is gebouwd en behoefte is aan meer bouwprojecten om in de vraag te kunnen voldoen. Ook in Haaren was dit aan de orde. In zijn totaliteit is dan ook sprake van meer vraag dan aanbod en is er ruimte voor wat betreft de woningbouwcapaciteit. Kwaliteit Aangaande de kwaliteit is een aantal speerpunten benoemd. Relevant in onderhavig kader is doorstroming en prioriteiten in het woningbouwprogramma. De gemeente wil doorstroming van ouderen facitliteren, waardoor het voor nieuwe toetreders tot de woningmarkt gemakkelijker wordt om de woningmarkt te betreden.

De maatregel hiervoor is om bijzondere aandacht te besteden aan de ontwikkeling van locaties die geschikt zijn voor de realisatie van woningen voor ouderen, zodat gezinswoningen vrijkomen voor starters en vestigende gezinnen. Met onderhavig initiatief wordt aan deze maatregel invulling gegeven. Er wordt een woningtype gerealiseerd dat geschikt is voor de senior, namelijk een levensloopbestendige woning op een kavel van gemiddelde omvang. Het product is passend voor senioren die nu in een grote woning wonen, maar niet hun hele vrijheid willen verliezen door verhuizing naar een meer geschikte woning. De gemeente streeft naar een woningbouwprogramma dat aansluit bij de actuele vraag, maar ook bij de toekomstige vraag naar woningen. Voor de toekomst houdt de gemeente met name rekening met het groeiende aanbod van woningen in de bestaande voorraad die vrijkomen als ouderen doorstromen of overlijden. Het is dus vooral niet de bedoeling om woningen in dat segment toe te voegen, maar juist woningen zoals in onderhavig initatief zijn voorzien. De woningen van de ouderen komen daardoor beschikbaar voor degenen die nu en ook in de nabije toekomst op zoek zijn naar een gezinswoning. 3.3.3 Duurzaamheid Ten aanzien van de duurzaamheidsdoelstellingen heeft de gemeente een aantal duurzaamheidsambities. Deze ambities zijn de volgende: 1.

de klimaatverandering te stoppen, door de concentratie CO2 in de atmosfeer terug te brengen (klimaatmitigatie):

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

19

- minder energie gebruiken; - de benodigde energie duurzaam opwekken; - CO2 uit de lucht halen en vastleggen in bomen, planten en de bodem. 2. onze leefomgeving voor te bereiden op de klimaatveranderingen (klimaatadaptatie). De nieuwe woningen worden duurzaam. Dit wil zeggen dat bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning de woningen zullen voldoen aan de dan geldende regelgeving ten aanzien van duurzaamheid (geen gas/BENG), daarbij wordt gestreeft naar de realisatie van energieneutrale woningen. Verder geldt dat de woningen levensloopbestendig worden uitgevoerd, wat inhoudt dat het volledige woonprogramma op de begane grond aanwezig is. Hierdoor is en blijft de woning geschikt voor iedere levensfase.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

20

4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.

4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Consequenties In het plangebied worden twee nieuwe geluidgevoelige objecten (woningen) gerealiseerd. Dat betekent dat beoordeeld moet worden of deze objecten niet te veel geluidhinder ondervinden van externe geluidbronnen. Het plangebied is gelegen in 30-km/ uur gebied. Dat betekent dat het plangebied niet is gelegen in een wettelijke geluidzone (conform Wgh) van een weg, maar dat wel aangetoond moet worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met die reden is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1).

Hierna wordt ingegaan op de conclusie van het uitgevoerde onderzoek. “De locatie ondervindt een relevante geluidbelasting van de niet in kader van de Wet geluidhinder gezoneerde 30-kilometerwegen: de Groenweg en de Looiershof. De Langvelden is akoestisch gezien geen relevante weg. Woon- en leefklimaat Ervan uitgaand dat er wordt voldaan aan de minimale eis voor de geluidwering 20 dB mag de (gecumuleerde) geluidbelasting niet hoger zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau in de geluidgevoelige vertrekken van 33 dB te voldoen.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

21

Ervan uitgaand dat er wordt voldaan aan de minimale eis voor de geluidwering 20 dB mag de (gecumuleerde) geluidbelasting niet hoger zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen. Bij de in dit onderzoek berekende geluidbelasting van ten hoogste 47 dB is zonder nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel het woon- en leefklimaat gewaarborgd.“ Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidszone van een spoorweg. Ook luchtverkeerslawaai is niet aan de orde. Dit geldt ook voor industrielawaai. Voor de motivatie hiervan wordt verwezen naar de paragraaf ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van deze toelichting. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 vervangen werd door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Een belangrijk doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Dit was in de voorgaande periode reeds een gebruikelijke praktijk. De voormalige gemeente Haaren heeft de (eventuele) archeologische waarden in de gemeente beschermd middels dubbelbestemmingen in de bestemmingsplannen. Consequenties Voor het plangebied geldt op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Kom Esch 2020’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’.

Dit betekent dat archeologisch onderzoek overlegd moet worden als ter plaatse meer dan 500 m2 met een diepte van een 0,5 meter aan grond verstoord gaat worden. Om de ontwikkeling te kunnen realiseren zal niet meer dan 500 m2 aan grond verstoord hoeven te worden. Dat betekent dat geen archeologisch onderzoek hoeft te worden overlegd om aan te tonen dat de ontwikkeling geen archeologische waarden verstoort. Dit betekent wel dat over

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

22

het gehele plangebied de huidige dubbelbestemming blijft bestaan ter bescherming van eventuele archeologische waarden. Bovenstaande ontslaat de ontwikkelende partij niet van haar zorgplicht. Ingeval tijdens graafwerkzaamheden archeologische vondsten worden gedaan moet dit ingevolge de Erfgoedwet worden gemeld. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties Binnen of in de nabijheid van het plangebied is geen sprake van cultuurhistorische waarden. Er komen geen cultuurhistorisch waardevolle elementen of gebouwen voor. Er worden geen cultuurhistorische waarden aangetast door voorliggend plan. Op het gebied van cultuurhistorie zijn er dus geen belemmeringen voor het initiatief.

4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals woningen): • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In dat kader heeft de Nederlandse Vereniging voor Gemeenten (VNG) de Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gepubliceerd. De richtafstanden die in deze handreiking staan vermeld dienen als leidraad voor het garanderen van een goede ruimtelijke ordening en woon- en leefklimaat. Consequenties Rondom het plangebied zijn twee inrichtingen gelegen: - Groenweg 3a, Esch (Van Vucht interieuratelier), en; Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

23

-

Groenweg 6, Esch (FSI-techniek).

Conform het vigerende bestemmingsplan zijn op Groenweg 3a bedrijven toegestaan met maximaal milieucategorie 2. Ook is detailhandel toegestaan. Op de locatie is een interieurbedrijf gevestigd. Het gaat om advies en meubelmakerij (sbi-code 162, timmerwerkfabrieken, vervaardiging van overige artikelen van hout, categorie 3.1). Voor categorie 2 bedrijven (detailhandel inbegrepen) geldt conform de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een maximale richtafstand van 30 meter. Voor het gevestigde bedrijf geldt een maximale richtafstand van 50 meter voor geluid. Voor de overige aspecten geldt 0 meter voor geur, 30 meter voor stof en 0 meter voor gevaar. De afstand tussen het bestemmingsvlak van het bedrijf en de dichtstbij gelegen nieuwe gevel is 50 meter. De richtafstand wordt gehaald. Relevant is ook dat in de tuin sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het is aannemelijk dat dit aan de orde is, omdat tussen het bedrijf en de tuin sprake is van bebouwing die geluidsafschermend werkt. De oprichting van nieuwe woningen kunnen, omdat het gevoelige objecten betreffen, ook belemmerend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een bedrijf. In onderhavige situatie is dit niet aan de orde. Tussen het bestemmingsvlak van het bedrijf en het plangebied zijn namelijk al andere gevoelige objecten gelegen, welke maatgevend zijn.

Conform het vigerende bestemmingsplan zijn op Groenweg 6 bedrijven toegestaan met maximaal milieucategorie 2. Ook is detailhandel toegestaan. Op de locatie is momenteel een installatiebedrijf gevestigd. Het gaat om een aannemersbedrijf met werkplaats met een b.o. < 1000 m2, categorie 2). Voor categorie 2 bedrijven (detailhandel inbegrepen) geldt conform de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een maximale richtafstand van 30 meter. De afstand tussen het bestemmingsvlak van het bedrijf en de dichtstbij gelegen nieuwe gevel is 40 meter. De richtafstand wordt gehaald. De oprichting van nieuwe woningen kunnen, omdat het gevoelig objecten betreffen, ook belemmerend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een bedrijf. In onderhavige situatie is dit niet aan de orde. Tussen het bestemmingsvlak van het bedrijf en het plangebied zijn namelijk al andere gevoelige objecten gelegen, welke maatgevend zijn. Concluderend kan gesteld worden dan bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de ontwikkeling, er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Andersom vormt de ontwikkeling ook geen belemmering voor omliggende bedrijvigheid.

4.5 Bodem Beleidskader De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Bij een bestemmingswijziging wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een ‘strengere’ bodemgebruiksvorm inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

24

bodemgebruik oplevert, wordt de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. Consequenties Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van een twee grondgebonden woningen. Het gaat om het qua grondgebruik regelen van een gevoelige functie. Door Van Oort Bodemonderzoek is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, welke bijgevoegd is bij deze toelichting (bijlage 2). Hierna wordt ingegaan op de samenvatting en het advies van het onderzoeksbureau. “Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een niet-lijnvormige onverdachte locatie (ONVNL). De grond is tevens onderzocht op PFAS. Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door Synlab Analytics & Services BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd zijn (<Aw). Het grondwater is licht verontreinigd met barium (>Sw). Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit ons inziens geen belemmering te vormen voor een bestemmingswijziging en nieuwbouw van woningen.

Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. In het kader van het tijdelijk handelingskader voor PFAS is zowel de boven- en als ondergrond beoordeeld als grond van achtergrondwaarde-kwaliteit. De meetwaarden voldoen zowel aan de vastgestelde lokale als landelijke achtergrondwaarde. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.” Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is bevonden voor de voorgenomen functie. Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het uitgevoerde onderzoek. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bij afvoer van grond kan een zogenaamd APO4 onderzoek (partijkeuring) van toepassing zijn.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

25

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

26

kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts. Werkdocument Verantwoording Groepsrisico Haaren De voormalige gemeente Haaren heeft met het Werkdocument Verantwoording Groepsrisico Haaren beschreven hoe de gemeente omgaat met externe veiligheidsvraagstukken binnen haar gemeente. Dit werkdocument dient aanvullend op de landelijke wetgeving betrokken te worden bij de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s. Dit werkdocument is als bijlage aan de toelichting toegevoegd (bijlage 3). Consequenties Via de risicokaart is voor onderhavige locatie vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en/ of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van externe veiligheid van belang zijn. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart ter hoogte van de het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een rood pijltje.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

27

In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich geen Bevi-inrichting. Dat betekent dat ten gevolge hiervan geen sprake is van een risicocontour die over het plangebied heen ligt. Wel zijn er buisleidingen en wegen aanwezig waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. DPO en gasleiding Z-515-01 Onderstaande gegevens zijn die van de leidingen nabij het plangebied. DPO Afstand tot plangebied: 450 meter 1%-letaalgrens (m) 100%-letaalgrens (m) PR 10-6-contour (invloedsgebied) nvt =0 = 18 Gasleiding Z-515-01 Afstand tot plangebied: 530 meter 1%-letaalgrens (m) 100% letaal-grens (m)4 PR 10-6 contour (invloedsgebied) = 70 =0 =140

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

28

Voornoemde afstanden tot de buisleidingen zijn te groot om van negatieve invloed te zijn op de planontwikkeling. Spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Eindhoven, spoordeel Vught - Boxtel Zo is het plangebied gelegen in de nabijheid van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Eindhoven, spoordeel Vught-Boxtel. Over dit spoordeel vindt momenteel ‘incidenteel’ transport van gevaarlijke stoffen plaats. Echter met de realisatie van het programma hoogfrequent spoor (PHS) zal het transport van gevaarlijke stoffen over dit spoordeel aanzienlijk toenemen. In een externe veiligheidsonderzoek voor het PHS (Meterenboog) is aangegeven, welke categorie gevaarlijke stoffen over dit spoordeel zullen worden vervoerd. Hieruit blijkt dat de bepalende stof voor het invloedsgebied groepsrisico toxisch gas is (stofcategorie B3, invloedsgebied 995 meter). Het plangebied is hier geheel binnen gelegen. Spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Eindhoven, spoordeel Vught-Boxtel Plaatsgebonden risico Het plangebied is niet gelegen binnen de PR-10-6 contour (plaatsgebonden risico) van de spoorlijn. Groepsrisico De spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Eindhoven, spoordeel Vught - Boxtel bevindt zich op een afstand van 670 meter van het plangebied. Dit spoordeel is opgenomen als Basisnetroute in de Regeling Basisnet. Momenteel vindt nog geen significant transport van gevaarlijke stoffen plaats over dit spoordeel.

In de toekomst zullen over de spoordeel echter gevaarlijke stoffen vervoerd worden uit de stofcategorie B3. Deze stofcategorie heeft conform de HART een invloedsgebied van 995 meter. Het plangebied zal in de nabije toekomst dan ook volledig binnen het invloedsgebied van dit spoordeel komen te vallen. De overige stofcategorieën, welke vervoerd worden over de spoorlijn zijn niet relevant, omdat het invloedsgebied hiervan niet over het plangebied ligt. Conform het Bevt dient voor een plan binnen het invloedsgebied van een transportroute een verantwoording van het groepsrisico uitgevoerd te worden. Aangezien het plan niet binnen 200 meter van de transportroute ligt, kan volstaan worden met beperkte verantwoording (artikel 8, lid 1 en artikel 7, Bevt). Verantwoording groepsrisico Het plangebied valt binnen de zone 3 (200 - 1500 meter) van de zonering voor spoorlijnen, welke benoemd zijn in het ’Werkdocument verantwoording groepsrisico Haaren’. Deze zone heeft de volgende kenmerken. - Vanaf 200 meter zijn mensen binnenshuis in principe voldoende veilig voor een BLEVE. - Vanaf 200 meter wordt daarom alleen nog rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied kan bescherming wordt geboden door ramen en deuren te sluiten.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

29

Voor de zone dient een type verantwoording niveau 3a afgelegd te worden. Verantwoordingsniveau 3a is het lichtste verantwoordingsniveau en bestaat uit een standaard verantwoordingstekst. De verantwoordingstekst is hieronder opgenomen. “Verantwoording groepsrisico bij niveau 3a Inleiding Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de risicobron. Op deze afstand is het toxisch scenario maatgevend. Effecten als gevolg van een plasbrand of BLEVE reiken niet tot het plangebied. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet signifcant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beinvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gestled heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch.

De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit. Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daarom niet verder beschouwd. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geisoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwings- en alarmsysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van Haaren valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Op termijn zal dit waarschuwingssysteem vervangen worden door NL-Alert.

Bestemmingsplan ‘Groenweg 7’ – 4 oktober 2022

30

Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met het Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren en de daarin gemaakte keuzes.” Geconcludeerd kan worden dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen.

Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6e81852c-04fe-485b-b636-e2537d25e3f7