Bp Esschebaan 31- Bijlage 2 - Toelichting (1310436).pdf
Tekst van het document
Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in staat zijn om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Van zelfredzaamheid kan alleen sprake zijn wanneer een dreigende ramp zich tijdig laat aankondigen. Bij het langdurig vrijkomen van toxische stoffen is het raadzaam de gehele populatie uit het effectgebied te evacueren. Bij kleine hoeveelheden toxische stoffen is het raadzaam de populatie te alarmeren, waarbij schuilen en het sluiten van ramen en deuren de voorkeur heeft. Op het plangebied zal sprake zijn van aanwezigheid van personen met een voldoende zelfredzaamheid. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij de aanwezigheid van personen met beperkte zelfredzaamheid te verwachten zijn. De woningen worden naar moderne maatstaven gebouwd en zullen voorzien worden van ventilatiemogelijkheden, deze zijn af te sluiten in geval dit noodzakelijk is voor de veiligheid. Bestrijdbaarheid Voor de beoordeling van de bestrijdbaarheid is de bestrijding en de inrichting van het gebied om de bestrijding te faciliteren door de brandweer belangrijk. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken is het van belang dat op het moment dat er iets misgaat de hulpverlening niet wordt belemmerd bij de uitvoering van haar taken.
De Esschebaan is uitstekend bereikbaar voor de brandweer en de omliggende wegen hebben een voldoende breedte en kwaliteit om de toegang voor bluswagens mogelijk te maken. Vluchtroute Mocht er een ramp van een dusdanige orde plaatsvinden dat het niet mogelijk is om op het plangebied te schuilen dan zullen aanwezigen moeten vluchten. Afhankelijk van de locatie van de ramp kan vluchten via de Esschebaan in noordelijke of zuidelijke richting. Communicatie Nieuwe bewoners krijgen bij het betreden van de woning informatie over de aanwezige systemen in de woning, onderdeel van deze informatie is de informatie over het gebruik en kunnen afsluiten van systemen in geval van nood.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
30
Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Behalve de buisleiding onder de Esschebaan zijn er geen risicobronnen in de omgeving van het plangebied aanwezig. De woningen worden op afstand van de leiding gebouwd en zijn voorzien van moderne systematiek waar gebruik van kan worden gebruikt in geval van nood. De Brandweer Brabant Noord heeft een advies uitgebracht met betrekking tot externe veiligheid in het plangebied. Het advies van de brandweer is om de zelfredzaamheid van toekomstige bewoners te vergroten. Dit kan onder andere met het aanbieden van het advies aan de nieuwe bewoners. Het advies is als bijlage 7 bij de toelichting opgenomen.
4.8
Cultuurhistorie en archeologie
Vanwege artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeenten zullen een inventarisatie moeten (laten) maken van alle cultuurhistorische waarden in het besluitgebied, dus niet alleen van de archeologische waarden. Daarnaast moeten ze aangeven welke conclusies ze daaraan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het kader van het planvoornemen. De Rijksoverheid vraagt dat er in de monumentenzorg ook aandacht is voor de omgeving waarin het monument staat. Hierbij is het belangrijk dat er niet alleen aandacht voor het monument zelf is, maar ook voor de omgeving. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Momo (modernisering monumentenzorg). Belangrijkste punt uit de Momo voor onderhavig plan is dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten in de directe nabijheid van het plangebied. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe de cultuurhistorische waarden kaart opgesteld. In 1992 is het Verdrag van Malta ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa.
Dit verdrag heeft tot doel het cultureel erfgoed wat zich in de bodem bevindt te beschermen en te behouden. Hierbij moet gedacht worden aan archeologische vondsten en resten, gebruiksvoorwerpen, restanten van oude nederzettingen en grafvelden etc. Een van de belangrijke aspecten voor onderhavig plan is het kader wat het verdrag stelt t.a.v. ruimtelijke ordening. Dit kader houdt in dat er tijdig rekening gehouden dient te worden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem. Voorafgaand aan een plan moet inzichtelijk gemaakt worden welke verwachtingen er zijn en in hoeverre rekening gehouden dient te worden met de aanwezige archeologische waarden. In figuur 4-5 is een uitsnede van de gemeentelijke archeologische waardenkaart gegeven. Het plangebied is aangegeven met een rode cirkel. Het plangebied heeft beleidscategorie 6 gekregen op de kaart. De ligging binnen beleidscategorie 6 betekend dat er zeer lage verwachtingen zijn voor wat betreft trefkans voor archeologische vondsten.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
31
Figuur 4-6: uitsnede archeologische waardenkaart
Naast archeologische zijn er ook cultuurhistorische waarden in het gebied. In figuur 4-7 is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant weergeven. Het plangebied is gelegen binnen de archeologische landschappen “de Meierij”.
Figuur 4-7: Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW-Brabant)
Het plangebied heeft in het bestemmingsplan geen dubbelbestemmingen voor de onderdelen archeologie of cultuurhistorie gekregen. Wel is de gebiedsaanduiding “Leefgebied soorten van halfopen cultuurlandschap” aanwezig, dit is een van de waarden van de Meierij.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
32
Het archeologisch en cultuurhistorisch beleid vormt geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Er zijn geen signalen dat er archeologische of cultuurhistorische waarden in de bodem van het plangebied aanwezig zijn.
4.9
Mobiliteit en parkeren
De ontsluiting van het plangebied verloopt via de Esschebaan. Ter hoogte van het plangebied is een maximaal toegestane snelheid van 60 kilometer per uur van kracht. De Esschebaan is een typische weg voor het Brabants buitengebied. Het betreft een weg met verkeer in twee richtingen en een apart, afgescheiden, fietspad naast de weg.
Figuur 4-8: aanzicht vanaf de openbare weg
De verkeerskundige situatie zal op het plangebied veranderen, waar nu nog sprake is van vervoer en bezoek aan het plangebied door (zwaar)vrachtverkeer zal in de toekomst enkel woongerelateerd verkeer aanwezig zijn. De Esschebaan is prima in staat om het verkeer afkomstig van de bestaande woning en de nieuwe woningen te verwerken. De ontwikkeling heeft geen verkeersaantrekkende werking. Het parkeren zal worden opgelost op eigen terrein. Per woning is voorzien in drie volwaarde parkeerplaatsen voor eigen auto’s en eventuele bezoekers. Op of langs de openbare weg zal geen parkeren plaats vinden. Mobiliteit en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De Esschebaan is in staat om het verkeer van en naar het plangebied te verwerken en bij de nieuwe en bestaande woningen zal voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn.
4.10 Technische infrastructuur De locatie is reeds aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals drukriolering en andere nutsvoorzieningen. Hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden. De nieuwe woningen zullen ten tijde van de bouw worden aangemeld en zullen hun eigen aansluiting op de gangbare technische infrastructuur krijgen.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
33
De technische infrastructuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het grootste deel van de aansluitingen is al aanwezig en voor de nieuwe woningen zullen aparte aansluitingen worden aangevraagd bij de relevante nutsbedrijven.
4.11 Flora en Fauna Natuurnetwerk Nederland In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: -
Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
-
Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
-
Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
-
Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee;
-
Alle Natura 2000-gebieden.
Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Verordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan NoordBrabant. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de verordening.
Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Onderhavige locatie is op circa 120 meter van het dichtstbijzijnde NNB-gebied gelegen, zie onderstaand figuur. Gezien de aard van het initiatief is het redelijkerwijs uit te sluiten dat onderhavig initiatief een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van dit gebied.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
34
Figuur 4-9: Uitsnede kaart Natuur Netwerk Brabant (NNB) (kaartbank.brabant.nl) Wet natuurbescherming De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen t.a.v. de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming (dieren en planten) en de Boswet zijn opgegaan in deze nieuwe wet. De strekking van de wet blijft gelijk; de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van beschermde gebieden (Natura2000 gebieden en beschermde natuurmonumenten) van belang. Ten zuidwesten van de initiatieflocatie is het Habitat- en Vogelrichtlijngebied Kampina & Oisterwijkse vennen gelegen. De afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa 2,5 kilometer.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
35
Figuur 4-10: ligging Natura2000-gebieden De ontwikkeling leidt niet tot directe of indirecte effecten in de zin van areaalverlies, verontreiniging of verstoring van het gebied. Soortenbescherming Om de populatie van een te beschermen soort te behouden mag, in juridische termen, geen sprake zijn van ‘een wezenlijke invloed op de soort’. Uiteraard wordt hier een negatieve invloed bedoeld. Of een (bouw)werk wezenlijke invloed uitoefent, hangt onder meer af van de lokale, regionale, landelijke en Europese stand van de soort. Hoe zeldzamer een soort is, hoe kwetsbaarder de populatie. En omgekeerd: hoe algemener een soort voorkomt, des te beter kan de populatie tegen een ingreep met een negatieve invloed. Daarnaast is het van belang of een soort kan uitwijken naar een nabijgelegen geschikt leefgebied dat ongemoeid wordt gelaten. Sommige soorten doen dat gemakkelijker dan andere. Zo is een kamsalamander bijzonder plaats getrouw, terwijl een bever zich gemakkelijk tientallen kilometers kan verplaatsen op zoek naar een nieuw leefgebied. Ook speelt mee of een ingreep tijdelijk is of permanent. In opdracht van de gemeente Boxtel heeft een quickscan flora & fauna plaatsgevonden op de locatie. De gemeente heeft een dergelijke quickscan voor verschillende locaties binnen de gemeentegronden uit laten voeren waar sprake is van sloopactiviteiten.
Voor de Esschebaan 31 concludeert het onderzoek dat er geen belemmeringen aanwezig zijn voor de beoogde ontwikkeling maar wel wordt aangeraden een AERIUS-berekening uit te laten voeren (zie bijlage 11). Niet volledig uitgesloten is de aanwezigheid van vleermuizen. Er heeft een aanvullend onderzoek plaatsgevonden voor wat betreft vleermuizen, deze is als bijlage 5 toegevoegd. Het aanvullend onderzoek concludeert dat er geen belemmeringen voor vleermuizen aanwezig zijn. Het gedeelte
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
36
van de originele quickscan en het aanvullend vleermuizenonderzoek zijn is als bijlage 4 bij deze onderbouwing toegevoegd. Algemene zorgplicht In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een algemene zorgplicht opgenomen voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, voor bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Om eventueel broedende vogels in en rondom de locatie niet te verstoren dienen verstorende activiteiten plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels aanwezig zijn. Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten Ten aanzien van vogelsoorten geldt dat indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden (april tot half juli) geen overtreding plaats zal vinden van de wetgeving ten opzichte van vogels. Het aanvragen van een ontheffing is dan niet aan de orde. Daarbij wordt opgemerkt dat de Wet Natuurbescherming geen standaardperiode voor het broedseizoen kent. Het gaat er om of er een broedgeval is.
De periode april tot half juli kan wel globaal aangehouden worden voor het niet uitvoeren van werkzaamheden. Bij inachtneming van de hierboven genoemde voorwaarden kan voorkomen worden dat er overtreding van de Wet Natuurbescherming zal plaatsvinden. De soortenbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het huidige gebruik van de locatie kent geen nadrukkelijke waarde voor de soortenbescherming. De beoogde ontwikkeling gaat gepaard met het aanplanten van een landschappelijke inpassing, deze inpassing zal een positief effect kennen voor wat betreft de soortenbescherming.
4.12 Water Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er op basis van Europees beleid, Rijksbeleid en provinciaal beleid rekening gehouden te worden met de aanwezige watersystemen en waterketens. Het waarborgen en zorgdragen voor een goede afvoer en doorstroming van het water moet verplicht opgenomen worden in ieder plan. Derhalve moet ieder plan voorzien zijn van een waterparagraaf. Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan is in december 2009 vastgesteld. In dit plan is het waterbeleid op hoofdlijnen omschreven en zijn de ruimtelijke aspecten die de doelstellingen die hieruit voorkomen opgenomen. Het Rijksbeleid richt zich met name op de waterveiligheid t.a.v. de grote rivieren; de Maas, Waal en Rijn en de kustlijn, de omgang met zoetwatergebieden, de algemene waterkwaliteit en grote watergebieden zoals Rijn-Maas delta, IJsselmeergebied etc. Het Rijksbeleid heeft geen gevolgen c.q. consequenties voor onderhavig plan. Provinciaal waterplan 2016-2021 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 30 augustus 2016 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Met dit waterplan richt de provincie zich de komende 6 jaar op de ontwikkeling van een klimaatbestendig en ecologisch gezond watersysteem en een duurzame watervoorziening.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
37
Het Plan richt zich globaal op drie punten: •
Gezonde fysieke omgeving
•
Veilige fysieke omgeving
•
Groene groei
Ten aanzien van gezonde fysieke leefomgeving vormt de Provincie doelen om de bodem en waterkwaliteit te verbeteren en te borgen. Ook gezond zwemwater en oppervlaktewater komt aan de orde. De veilige fysieke omgeving richt zich met name op de meer traditionele rol van mens tegen het water en ziet toe op het beschermen van inwoners tegen het water. Het hoofdstuk groene groei richt zich ten slotte op de transitie naar een meer biobased economy.
4.12.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Een deel van het kadastrale perceel waarop de ontwikkeling is beoogd is in de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant aangewezen als zoekgebied waterberging. Het plangebied betreft echter niet het volledige kadastrale perceel. Het zoekgebied waterberging is gelegen buiten het huidige bouwvlak en de beoogde woonbestemmingen. Het zoekgebied waterberging heeft dan ook geen invloed op het initiatief.
4.12.2 Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel is waterbeheerder in het plangebied en is verantwoordelijk voor de waterhuishoudkundige verzorging (waterkwaliteit en waterkwantiteit) binnen het plangebied. Het beleid van het waterschap is verwoord in de volgende documenten en wordt hierna kort besproken: Waterbeheerplan 2022-2027 ; Handreiking Watertoets; Keur 2015. Waterbeheerplan 2022-2027 Het waterbeheerplan beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2022-2027. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu- en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Het waterschap schetst een verandering in wijze van werken ten opzichte van het verleden op de volgende drie punten:
•
van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat vanaf nu ook naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied, niet alleen naar het beekdal;
•
van een sectorale aanpak naar een integrale aanpak; samen met overheden en gebiedspartners werken we aan meerdere doelen in het gebied;
•
van ‘water afvoeren’ naar ‘elke druppel telt’; we richten het waterbeheer in op maximaal water vasthouden, we gaan minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
De hoofddoelen van het waterschap blijven de volgende: • Droge voeten • Schoon water
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
38
• Voldoende water Droge voeten Op het doel droge voeten geeft het waterschap aan te werken aan verhoging van keringen waar nodig en het aanleggen van buffermogelijkheden daar waar dit nodig is. Schoon water De doelstellingen rond schoon water worden gesteld op fronten van rioolwater zuivering en het continueren van de bestaande zuiveringen. Voldoende water Voldoende water wil zeggen dat voor iedere gebruiker van (grond) water er voldoende beschikbaar is. Dit wordt verzekerd door vermindering van gebruik en beperken van grondwater gebruik, het beter opvangen van hemelwater en het slimmer omgaan met sturing binnen het systeem. Keur 2015 De Keur is in maart 2015 vastgesteld en dient als een aanvulling op regels uit de Waterwet. De Keur stelt regels t.a.v. de inrichting, het gebruik, beheer en onderhoud en overige werkzaamheden aan rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen. Deze regels gelden zowel voor stromen die eigendom zijn van het Waterschap, maar ook die in eigendom zijn van derden (burgers, agrariërs etc.). De Brabantse waterschappen hebben gezamenlijk de Keur overgenomen om te zorgen voor uniformiteit in de regelgeving. De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn.
Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot, of het plaatsen van een duiker of brug. Legger Vanuit de Keur wordt regelmatig verbinding gelegd met de ‘legger’. Een legger is een door het waterschap vastgesteld register en geeft een overzicht van: •
Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv. stuwen, bruggen, etc.
•
Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent.
•
Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk zijn voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing zijn. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken.
Afkoppelen afval- en hemelwater Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater van de bedrijfswoning is aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. De nieuwe woningen zullen eveneens op het bestaande rioleringssysteem aangesloten worden.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
39
Hemelwater De nieuwe woningen worden voorzien worden van dakgoten en het daarmee opgevangen hemelwater zal apart infiltreren en afgekoppeld worden van het aanwezige riool. De ontwikkeling gaat gepaard met een verlaging van verharding en bebouwing. Er is sprake van sloop van gebouwen en de verharding die nodig is om deze gebouwen te bereiken wordt eveneens verwijderd. In plaats daarvan worden de woningen, bijgebouwen en verharding om deze te kunnen bereiken aangelegd. In onderstaand overzicht is de sloop en verwijdering weergegeven. Gebouwen
Verharding
Sloop
2800 m2
1500 m2
Oprichting
700 m2
500 m2
Totaal
- 1900 m2
- 1000 m2
Doordat er sprake is van een behoorlijk verlaging van de hoeveelheid gebouwen en verharding kan hemelwater eenvoudiger infiltreren op het plangebied in de toekomst. Bodemdoorlatendheid De doorlatendheid van de bodem is bepalend voor de infiltratiecapaciteit hiervan. Bij een goede bodemdoorlatendheid kan het water sneller infiltreren in de bodem. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk dat infiltratievoorzieningen bij een slechte bodemdoorlatendheid voldoende opvangcapaciteit hebben. De bodem van het plangebied betreft een zandgrond met voldoende bodemdoorlatendheid. Een nader onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem wordt derhalve niet noodzakelijk geacht
4.12.3 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 Op 11 november 2019 heeft de gemeente Boxtel het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) vastgesteld. Het VGRP is het beleidsplan dat op hoofdlijnen invulling geeft aan de gemeentelijke watertaken. In het VGRP is vastgelegd wat zij wil bereiken en wat de rol van burgers en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Afvalwater Alle percelen waar afvalwater vrijkomt zijn aangesloten op (druk)riolering of een voorziening met een vergelijkbaar rendement (bv. IBA). Dit betekend dat er geen ongezuiverde afvalwaterlozingen meer plaatsvinden. Nieuwe afvalwaterlozers dienen te voldoen aan de regels uit het lozingenbesluit. De aanlegkosten van een aansluiting op een voorziening zijn voor rekening van de aanvrager/initiatiefnemer. De riolering van de nieuwe woningen zal aangesloten worden op de bestaande riolering. Bij aanleg wordt er gezorgd dat de riolering voldoet aan het lozingenbesluit. Hemelwater De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater wat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen.
Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
40
Uitgangspunt voor de afvoer van hemelwater is ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’ zoals opgenomen in de Keur 2015 van het waterschap. Hiervoor wordt de waterkwantiteitstrits, waarbij optie 1 het meest wenselijk is en optie 5 het minst wenselijk is, aangehouden. 1. Hergebruik 2. Vasthouden/infiltreren 3. Bergen 4. Afvoeren naar oppervlaktewater 5. Afvoeren naar riolering. Het hemelwater op de locatie wordt niet aangesloten op het riool. De goten van de nieuwe woningen zullen op de omliggende gronden afwateren waar het kans krijgt om te infiltreren in het grondwater. Grondwater Er wordt geen grondwater onttrokken als gevolg van het initiatief. Grondwater levert geen belemmeringen op voor het initiatief. Oppervlaktewater Het initiatief heeft geen invloed op het oppervlaktewater in de omgeving. Oppervlaktewater levert geen belemmeringen op voor het initiatief.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
41
5.
Uitvoerbaarheid en procedure
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een zogenaamde anterieure overeenkomst afgesloten waarin de afspraken over plankosten en planschade zijn geregeld. Gezien het karakter van het plan is er op voorhand geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van planschade ten gevolge van het plan. Tevens wordt er een overeenkomst afgesloten in verband met de landschappelijke inpassing.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De omgevingsdialoog is op woensdag 11 mei 2022 gehouden bij D’n Buff aan Nergena 16 te Boxtel. Het verslag van deze dag is als bijlage 8 opgenomen.
5.3
Procedure
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf donderdag 17 november 2022 gedurende 6 weken, tot en met woensdag 28 december 2022 ter inzage gelegen met bijbehorende stukken.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
42
6.
Juridische planopzet
Dit plan betreft een herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied 2011” van de gemeente Boxtel ter plaatse van Esschebaan 31.
6.1
Regels
De planregels beschrijven de bestaande regeling voor een woonbestemming. De planregels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende Buitengebied 2011’ van de gemeente Boxtel.
6.2
Verbeelding
Aan het plangebied wordt de bestemming wonen toegekend.
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
43
7.
Bijlagen 1. Motivering aanvaardbaarheid nieuwe woningen aan de Esschebaan 2. Landschappelijke inpassing 3. Akoestisch onderzoek 4. Ecologisch onderzoek 5. Nader onderzoek vleermuizen 6. Verkennend bodemonderzoek 7. Advies Brandweer Brabant Noord 8. Omgevingsdialoog 1. Presentatie omgevingsdialoog 2. Presentielijst 3. Verslag 9. Ruimte-voor-ruimte certificaten 10. Besluit hogere waarde geluid 11. Aerius-berekeningen
Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel
44