CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Esschebaan 31- Bijlage 2 - Toelichting (1310436).pdf

Raadsvergadering Boxtel 23 mei 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Esschebaan 31 Boxtel (reg.nr. 1310436)12.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan

Esschebaan 31, Boxtel NL.IMRO.0757.BP01ESSCHEBAAN31-VST1

1 Wijzigingsplan Brede Balrouw 48 Hoeven

Colofon

ZLTO Advies maart ’23 Projectnummer 2021000335 Kantoor ’s-Hertogenbosch Onderwijsboulevard 225 5223 DE ’s-HERTOGENBOSCH Postbus 100 5201 AC ’s-HERTOGENBOSCH

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

2

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING .............................................................................................................................................. 5 1.1

AANLEIDING ................................................................................................................................................. 5

1.2

LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED................................................................................................................ 5

1.3

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ......................................................................................................................... 6

1.4

LEESWIJZER .................................................................................................................................................. 7

2.

HET PLAN ............................................................................................................................................... 8 2.1

HUIDIGE SITUATIE .......................................................................................................................................... 8

2.2

BEOOGDE SITUATIE ........................................................................................................................................ 9

3.

PLANOLOGISCH BELEIDSKADER ........................................................................................................... 11 3.1

RIJKSBELEID ................................................................................................................................................ 11

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte........................................................................................... 11

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.................................................................................. 11

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking ..................................................................................................... 12

3.2

PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................... 12

3.2.1

Brabantse omgevingsvisie ............................................................................................................... 12

3.2.1

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd) ................................................... 13

3.3

GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................... 18

3.3.1

De ambitie van Boxtel - Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het buitengebied ........................ 18

3.3.2

Strategische Visie: Boxtel 2020: duurzaam en dynamisch centrum in Het Groene Woud ............... 20

4.

OMGEVINGSASPECTEN ........................................................................................................................ 21 4.1

M.E.R.-BEOORDELING .................................................................................................................................. 21

4.2

GELUID ...................................................................................................................................................... 21

4.3

LUCHTKWALITEIT ......................................................................................................................................... 22

4.4

GEUR ........................................................................................................................................................ 25

4.5

BODEM...................................................................................................................................................... 26

4.6

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ..................................................................................................................... 27

4.7

EXTERNE VEILIGHEID ..................................................................................................................................... 27

4.8

CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE................................................................................................................ 31

4.9

MOBILITEIT EN PARKEREN .............................................................................................................................. 33

4.10

TECHNISCHE INFRASTRUCTUUR ................................................................................................................... 33

4.11

FLORA EN FAUNA ..................................................................................................................................... 34

4.12

WATER .................................................................................................................................................. 37

4.12.1

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................................................... 38

4.12.2

Waterschap De Dommel .............................................................................................................. 38

4.12.3

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 ....................................................................... 40

5.

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE .................................................................................................... 42 5.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................................................................................. 42

5.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ............................................................................................................ 42

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

3

5.3 6.

7.

PROCEDURE ................................................................................................................................................ 42 JURIDISCHE PLANOPZET ....................................................................................................................... 43

6.1

REGELS ...................................................................................................................................................... 43

6.2

VERBEELDING.............................................................................................................................................. 43 BIJLAGEN ............................................................................................................................................. 44

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

4

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Aan de Esschebaan 31 (hierna: plangebied) is een varkenshouderij aanwezig. Het bedrijf bestaat uit een bedrijfswoning en vier varkenstallen. Er is een erfverharding aanwezig tussen de gebouwen en er zijn op de verharding silo’s aanwezig voor de opslag van voer voor het bedrijf. Het bedrijf doet mee aan de saneringsregeling varkenshouderij en als onderdeel van deelname aan deze regeling is een wijziging van de bestemming ter plaatse noodzakelijk. Onderdeel van de bestemmingswijziging dient in ieder geval te zijn dat het houden van intensieve diersoorten niet langer is toegestaan. Initiatiefnemer heeft via een principeverzoek medewerking van de gemeente gevraagd aan het wijzigen van de locatie in een woonbestemming en gelijktijdig twee ruimte-voor-ruimte kavels te ontwikkeling op de locatie van de voormalige varkensstallen. De gemeente heeft instemmend gereageerd op het ingediende principeverzoek.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen ten Zuiden van de dorpskern Esch. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Boxtel, sectie I, nummer 2930 en 2931. En gemeente Esch, Sectie B, nummer 2277. In figuur 1-1 is de ligging van de initiatieflocatie weergegeven.

Figuur 1-1:

Situering plangebied

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied 2011”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 10 juli 2014. Het plangebied is gelegen binnen de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ en heeft een bouwblok met een oppervlakte van circa 9.000 m2, daarnaast heeft het de dubbelbestemming ‘Waarde – Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap’. En de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’. Middels figuur 1-2 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven. Een klein deel van het plangebied is gelegen binnen de voormalige gemeente Haaren en valt onder het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2020”. In figuur 1-3 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven van de voormalige gemeente Haaren, het gedeelte dat binnen het plangebied valt heeft de enkelbestemming agrarisch. De gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik en binnen het bouwvlak voor de uitoefening van een intensief agrarisch bedrijf.

Figuur 1-2:

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied 2011”

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

6

Figuur 1-3:

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2020”

De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De huidige bestemming ‘Agrarisch’ zal grotendeels gewijzigd worden in de bestemming ‘wonen’. Om de beoogde ontwikkeling planologisch correct te vertalen wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Het plangebied beslaat gronden in beide voormalige gemeenten, sinds de gemeentelijke herindeling is het eenvoudiger het bestemmingsplan te herzien omdat met nog maar één gezag dient te worden gehandeld.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidend hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie binnen het plangebied en de beoogde situatie. In hoofdstuk 3 komen de relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau aan bod. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure die het bestemmingsplan doorloopt. Tenslotte komt in hoofdstuk 6 de toelichting op de planregels (de planregels in combinatie met de verbeelding) aan bod.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

7

2.

Het plan

2.1

Huidige situatie

In de huidige situatie is op het plangebied een varkenshouderij aanwezig. Het bedrijf is in het buitengebied tussen Esch en Boxtel gelegen, de directe omgeving is als bebouwingslint voor vrijstaande woningen met ruime percelen aan te duiden. Vanaf de openbare weg maakt het bedrijf een opgeruimde en goed verzorgde indruk. Inmiddels zijn de stallen op het plangebied gesloopt. Het bedrijf op het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning die via het erf bereikbaar is en vier varkensstallen. De stallen hebben de volgende oppervlakten: Stal 1: 831,6 m2 Stal 2: 727,2 m2 Stal 3: 746 m2 Stal 4: 296 m2 De varkenshouderij heeft zich gespecialiseerd in het houden van vleesvarkens. Het bedrijf koopt gespeende biggen aan en brengt deze tot slachtgewicht waarna ze het bedrijf verlaten om geslacht te worden. Het bedrijf heeft een vergunning voor het houden van circa 1.075 gespeende biggen en circa 1.400 vleesvarkens.

Figuur 2-1: aanzicht plangebied vanaf de openbare weg. Zomer 2021

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

8

2.2

Beoogde situatie

Initiatiefnemer heeft kennisgenomen van de saneringsregeling varkenshouderij (SRV) waar de (demissionair) Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opdracht voor heeft gegeven. De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst Voor ondernemend Nederland (RVO). Na inschrijving is het bedrijf op het plangebied een van de bedrijven die van de regeling gebruik kan maken en daarmee komt een einde aan het houden van dieren op het plangebied. Onderdeel en vereiste van de regeling is dat deelnemers en betrokken gemeenten zorgdragen voor het wijzigen van de (intensieve) bestemming waardoor het niet meer mogelijk wordt om dieren op de locatie te houden. Initiatiefnemer verliest hierdoor zijn bron van inkomsten. Na berekening van de subsidie, was deze niet toereikend om de sloop en omzetting naar een andere bestemming te compenseren. Voor initiatiefnemer was stoppen met het bedrijf daarom niet interessant. In overleg met de gemeente is ervoor gekozen om meer te slopen en twee Ruimte-voor-Ruimte kavels mogelijk te maken, waardoor deze ruimtelijk kwaliteitsverbetering haalbaar is voor initiatiefnemer. In het totaal wordt er ongeveer 2.600 m2 stallen, een veldschuur van 206 m2 en ongeveer 1.400 m2 aan erfverharding verwijderd en 3.185 m2 groen bestemd.

Dit is de reden dat initiatiefnemer voornemens is om de bestemming van de locatie te wijzigen naar een woonbestemming, waarbij de bedrijfswoning omgezet naar wonen met 2 Ruimte-voor-Ruimte kavels. Stapeling van regelingen is niet mogelijk en daarom worden bij de Ruimte-voor-Ruimte maatschappij twee kavels aangekocht. In ruimtelijk opzicht vinden er verschillende ingrepen op het plangebied plaats. In eerste instantie zijn alle bestaande varkensstallen gesloopt en wordt deze grond bouwrijp gemaakt. Op de plaats van de stallen worden twee bouwkavels gerealiseerd met bijgebouwen. De bestaande oprit naar de huidige bedrijfswoning wordt verlegd richting de voormalige bedrijfswoning en voor de twee bouwkavels wordt de aanwezige tweede oprit gebruikt. Het geheel wordt landschappelijk ingepast. In onderstaand figuur is de landschappelijke inpassing zichtbaar, de volledige inpassing is in de bijlage 1 bij deze onderbouwing opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

9

Figuur 2.2: schematische weergave toekomstige situatie.

Er is gekozen om de rooilijn van de nieuwe woningen in lijn met bouwgrens van de bestaande stallen te houden. De woningen worden buiten de 100% letaliteitszone van de DPO-leiding langs de Esschebaan geplaatst. De percelen zijn 1.000 m2 groot en door deze plaatsing is de verhouding van de voor en achtertuin in goed proporties. Om toch het vrije karakter van het landelijk gebied te waarborgen zijn de woningen in een verspringende rooilijn geplaatst. Er is gekozen voor 2 vrijstaande woningen omdat de Ruimte-voorRuimte regeling bij de start van dit project geen andere mogelijkheden kent. Sinds 20 juli 2022 is de Ruimte-voor-Ruimte regeling vervangen door de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit en is het mogelijk om verschillende woningtype op te richten. Bij de vaststelling van dit beleid lag dit plan al in concept bij de gemeente waardoor de mogelijkheid van een andere invulling (zoals twee onder een kap) niet meegenomen is bij de afwegingen. Om de beoogde ontwikkeling van het plangebied mogelijk te maken is een herziening van het plangebied noodzakelijk ter hoogte van de Esschebaan 31.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

10

3.

Planologisch beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012 vastgesteld) omvat het ruimtelijke rijksbeleid tot 2040. Het uitgangspunt van de structuurvisie is voldoende ruimte te bieden voor het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze doelstellingen zijn vertaald in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Naast ruimte maken en het versimpelen en verbeteren van omgevingsrecht wordt er ook geïnvesteerd, met name in de capaciteit van de infrastructuur. Prioriteit krijgen de Mainports, de Brainports en de Greenports, alsmede de achterlandverbindingen. Opgaven van nationaal belang voor de provincies Limburg en Noord-Brabant zijn onder andere: •

Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost Nederland (Brainport Avenue) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a. verdere ontwikkeling Eindhoven Airport).

•

Het borgen van de waterveiligheid en – kwaliteit en zoetwatervoorziening voor de korte termijn (zoals Maaswerken en uitvoering hoogwaterbeschermingsprogramma) en de lange termijn. Binnen het Deltaprogramma wordt deze opgave aangepakt.

•

Het tot stand brengen en beschermen van de natuur (Natuur Netwerk Nederland), inclusief de Natura 2000 gebieden.

Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten uit de SVIR zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden of projecten van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de SVIR dient daarom verder getoetst te worden aan het Barro.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen. Belangrijke punten hierin zijn o.a. het zuinig ruimtegebruik, bescherming van kwetsbare (natuur)gebieden en bescherming van het land tegen klimaatverandering, overstroming en wateroverlast, de uitoefening van defensietaken, toekomstige uitbreidingen van de hoofdinfrastructuur. Met het Barro maakt het rijk duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

11

Op 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische Hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond Rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd. De Ladder duurzame verstedelijking is een processchema met als doel om mogelijke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven voor stedelijke functies, zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied te laten plaats vinden. De ladder is een toetsingsinstrument voor ontwikkelaars en de overheid dat gevolgd moet worden bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar stedelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. In artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro wordt stedelijke ontwikkeling als volgt omschreven: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ wordt niet nader omschreven in het Bro, maar op basis van uitspraken van de Raad van State kan hier worden gedacht aan maatschappelijke functies of functies op gebied van religie, cultuur, leisure en recreatie. De ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële ontwikkelingen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden.

Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Het wijzigen van een bedrijfswoning in een reguliere woning en toevoegen van twee bouwkavels via de provinciale Ruimte-voor-Ruimte regeling valt niet binnen de definitie van een stedelijke ontwikkeling zoals de wet omschrijft. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling is dusdanig beperkt van aard dat er geen rijksbelangen worden geschaad.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Brabantse omgevingsvisie

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze vervangt 4 provinciale beleidsplannen: de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Met de omgevingsvisie formuleert de Provincie haar ambitie voor Brabant voor de toekomst. De Provincie ziet een toekomst met een grote verwevenheid tussen stad en land en de bijkomende voor- en nadelen die daaraan kleven. Het plangebied ligt op de grens van Oost en Midden-Brabant. De omgevingsvisie ziet hier de verbinding met de steden ’s-Hertogenbosch, Nijmegen en Eindhoven en de verbinding met greenport Venlo. De regio kent een hoge natuurwaarde en tevens veel agrarische activiteit, de

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

12

Provincie ziet de agrarische sector in deze regio omvormen tot een sector die meer op kwaliteit produceert. De Omgevingsvisie kent als basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: -

werken aan de Brabantse energietransitie;

-

werken aan een klimaatproof Brabant;

-

werken aan een slimme netwerkstad;

-

werken aan een concurrerende, duurzame economie.

De ontwikkeling op het plangebied betreft de planologische beindiging van het agrarisch bedrijf op het plangebied en toevoeging van twee ruimte-voor-ruimte woningen. Deze ontwikkeling draagt bij aan het vergroten van de woningbouwvoorraad binnen de gemeente Boxtel. De omgevingsvisie geeft tevens de visie van de Provincie op haar eigen rol en hoe zij de gewenste ontwikkeling naar 2050 wil stimuleren. De provincie ziet zichzelf als verbinder en aanjager waar nodig. Ten aanzien van de (intensieve) landbouw sector ziet zij dat de sector een aantal forse uitdagingen heeft en wil de Provincie een rol pakken om van de sector een meer natuurinclusieve te maken De ontwikkeling van het plangebied past in de Brabantse omgevingsvisie. Het bedrijf is in de huidige vorm en situatie beperkt houdbaar en mede om die reden is besloten voor beëindiging. Een initiatief dat de woning voorraad van de gemeente Boxtel vergroot is vanwege het tekort aan woningen gewenst.

3.2.1

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd)

Naast de Omgevingsvisie kent de Provincie Noord-Brabant de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de omgevingsverordening staan de regels die de provincie stelt aan de bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. Met de Interim omgevingsverordening bereidt de provincie Noord-Brabant de komst van de Omgevingswet concreet voor en hanteert zij de in de wet aangegeven schrijf- en handelingswijze. De omgevingsverordening is geschreven met oog voor de doelgroep: burgers, gemeenten en waterschappen. Essentieel onderdeel van de verordening is de gedachte dat ontwikkelingen en plannen in gezamenlijkheid uitgevoerd worden en overleg en dialoog worden daarom toegejuicht. De verordening biedt voor ontwikkelaars en gemeenten meer mogelijkheden tot maatwerk, vaste afstanden en grootte maten worden losgelaten en er komt meer nadruk te liggen op het passend maken van initiatieven in hun omgeving. Voor gemeenten is hoofdstuk 3 van de verordening het belangrijkst, het hoofdstuk bevat de instructieregels voor gemeenten. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling van de locatie zijn artikel 3.68, 3.69, 3.77, 3.78 en 3.79 van belang. Onderstaand zijn deze artikelen weergegeven en is cursief aangegeven hoe de ontwikkeling hier aan voldoet.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

13

Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a.

alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; De bestaande bedrijfswoning op het plangebied zal van functie wijzigen. De twee overige woningen worden via de Ruimte-voor-Ruimte regeling worden toegevoegd.

b.

zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Niet van toepassing

Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a.

dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; Behalve de woonfunctie worden er geen andere functies mogelijk gemaakt

b.

in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Voor de nieuwe woningen wordt gebruik gemaakt van de Ruimte-voor-ruimte regeling.

Artikel 3.69 Afwijkende regels wonen In afwijking van Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a.

de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; Niet van toepassing 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Niet van toepassing

b.

een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: 1. een fysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel; en Niet van toepassing 2. de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden; Niet van toepassing

c.

de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. Niet van toepassing

d.

in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; Niet van toepassing 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Niet van toepassing

Artikel 3.77 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Voor de toepassing van de maatwerkbepalingen in deze afdeling geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in paragraaf 3.1.2, en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten:

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

14

a.

welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; De functie past binnen de omgeving en dit is in bijlage 1 verder uitgewerkt.

b.

welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, bedoeld in afdeling 3.2 Basis op orde, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; De gemeente heeft deze afwegingen meegenomen in het besluit tot medewerking aan dit initiatief.

c.

op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en In bijlage 2 wordt het landschappelijke inpassingplan weergegeven waarmee dit voldoet aan verbetering van het landschap.

d.

op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. Sloop is reeds gerealiseerd van de varkensstallen op basis van verplichting van de SRV, daarnaast zullen overige bijgebouwen ook worden gesloopt.

Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. In het vooroverleg heeft de gemeente de provincie betrokken bij het initiatief. Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: a.

de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; Er worden 2 woningen worden gerealiseerd. Dit is mogelijk doordat stallen worden gesloopt, verharding wordt verwijderd, aanleg van natuur en behoud van waardevol landschap.

b.

de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; Niet van toepassing.

c.

de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; Overtollige bebouwing en verharding wordt verwijderd en er worden geen varkens meer gehouden wat de emissie van milieuhinderlijke stoffen terugdringt.

d.

de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77; Zie uitwerking artikel 3.77.

e.

is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; Stallen zijn gesloopt en vergunning is ingetrokken. Het houden van vee is niet meer mogelijk. Woningen zullen duurzaam worden uitgevoerd.

f.

de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en Van toepassing.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

15

g.

bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. In het vooroverleg heeft de gemeente de provincie betrokken bij het initiatief.

Lid 2 De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a.

als de activiteit de realisatie van een woning betreft: I.

wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied;

II.

is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit, qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimtevoor-ruimtekavel; en

III.

is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort;

Zie hiervoor bijlage 1 en 9. b.

als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken; De vergunning is ingetrokken (verplichting vanuit de SRV).

c.

als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft: I.

heeft het landgoed ten minste een omvang van10 hectare;

II.

bestaat 50% van het landgoed uit gerealiseerde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant;

III.

wordt de fysieke tegenprestatie ingezet voor de ontwikkeling van natuur;

IV.

is de bebouwing van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed;

V.

wordt de bebouwing geconcentreerd opgericht buiten het Natuur Netwerk Brabant;

VI.

zijn naast landgoedwoningen ook andere bij een landgoed passende gebruiksactiviteiten mogelijk, waaronder zorg; en

VII.

is de openbaarheid van het landgoed verzekerd.

Niet van toepassing d.

als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie gericht op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken. Niet van toepassing

Lid 3 Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a.

de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; of Niet van toepassing

b.

de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Er wordt een intensieve veehouderij gesaneerd waarbij de stallen, bedrijfsgebouwen en erfverharding worden gesloopt. Dit is een verbetering van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit. Verder worden de verouderde stallen vervangen door beter in de ruimtelijke structuur passende vrijstaande woningen. En wordt een intensieve agrarische bestemming voor een groot gedeelte groen bestemd (zie bijlage 1 en 2).

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

16

Lid 4 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a.

artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a;

b.

artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en

c.

artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste lid, onder a.

Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimtekavel Lid 1 Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a.

door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; Voor de ontwikkeling is sprake van aanzienlijk sloop van varkensstallen, het doorhalen van de vergunning voor het houden van varkens en het aanleggen van een landschappelijke inpassing (zie bijlage 1).

b.

op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in artikel 3.78, derde lid; en Zie weergave art. 3.78, derde lid.

c.

past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77. Zie weergave art. 3.77.

Lid 2 Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Niet van toepassing Lid 3 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste lid, onder a. De interim omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling voldoet aan de gestelde regels, er zijn enkele documenten in de bijlage van deze onderbouwing opgenomen ter verdere onderbouwing.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

17

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

De ambitie van Boxtel - Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het buitengebied

De provincie Noord-Brabant heeft ten tijde van het opstellen van de verordening ruimte het concept van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering geïntroduceerd. Vanaf het moment van introductie heeft de kwaliteitsverbetering tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen gepaard te laten gaan met een investering in de directe omgeving. Verbetering van de omgevingskwaliteit vindt meestal plaats in de vorm van het aanleggen van groen of groenstructuren op of rond het plangebied, als daar geen plaats of ruimte voor wordt in de regel een bijdrage aan een gemeentelijk groenfonds voorgesteld. De gemeente Boxtel heeft het provinciaal beleid vertaald via “De ambitie van Boxtel – Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het buitengebied”. De beleidsregel geeft een doorvertaling van het provinciaal beleid op lokaal niveau. De beleidsregel volgt de indeling in categorieën zoals ook de Provincie deze aanhoudt. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in te delen in 3 categorieën: •

Categorie 1: kleine ontwikkelingen met een minimale impact op de omgeving

•

Categorie 2: Ontwikkelingen met beperkte impact op de omgeving

•

Categorie 3: Ontwikkelingen met een grote impact op de omgeving

Het wijzigen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming is ingedeeld in categorie 3. Het wijzigen van een bedrijfswoning naar een reguliere woning en het toevoegen van twee ruimte-voor-ruimte is ingedeeld in categorie 2. Het aandeel van de ontwikkeling dat valt binnen categorie 2 is op het plangebied groter dan het gedeelte dat valt binnen categorie 3. Concreet wil het beleid zeggen dat bij ruimtelijke ontwikkeling van categorie 3 moet worden bepaald hoe groot de financiële winst is die met een project gepaard gaat en 20% daarvan dient als investering terug te komen. Ontwikkeling van categorie 2 dienen gepaard te gaan met een goede landschappelijke inpassing. In de regeling Ruimte-voor-Ruimte is vastgelegd dat een inpassing volstaat en verdere investeringen in de kwaliteit van het landschap niet noodzakelijk zijn. Er is voor de volledigheid een berekening uitgevoerd om te bepalen hoe groot de investering in de omgevingskwaliteit dient te zijn en op welke manier invulling is gegeven aan deze waarde. Voor de berekening is uitgegaan van de waarde van onderliggende gronden en is de ondergrond voor de ruimte-voor-ruimtewoningen niet meegerekend. Als toegepaste maatregelen is gekozen de aanleg en het onderhoud van de landschappelijke inpassing op te voeren.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

18

Figuur 3-1: ruimtelijke kwaliteitsberekening

Vanuit de saneringsregeling veehouderij (SRV) is alleen de sloop van stallen verplicht gesteld en wordt een subsidie voor berekend. De sloop van erfverharding (ongeveer 1.400 m2) en de veldschuur (206,1 m2) is hier niet in meegenomen. Deze extra sloop zorgt voor een landschappelijke winst. Verder wordt er 3.185 m2 aan groen bestemd dat voorheen agrarisch was bestemd. Ook de extra toevoeging van een poel met een hakhoutsingel zorgt voor een kwaliteitswinst. De ontwikkeling van het plangebied valt grotendeels binnen categorie twee van de ambitie van Boxtel. Voor de volledigheid is een berekening gemaakt voor de landschappelijke winst. Met de aanleg en het onderhoud van de landschappelijke inpassing is zorg gedragen voor de ruimtelijke kwaliteitswinst. Het slopen, verwijderen van verhardingen en beëindigen van de varkenshouderij is eveneens een grote verbetering van de landschappelijke kwaliteit in de omgeving van het plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

19

3.3.2

Strategische Visie: Boxtel 2020: duurzaam en dynamisch centrum in Het Groene

Woud De gemeente Boxtel heeft in 2010 een nieuwe structuurvisie voor Boxtel in gang gezet. Deze visie bestaat uit drie hoofdproducten: •

Atlas van Boxtel: Een heldere, overzichtelijke ruimtelijke analyse van wat Boxtel is met een inventarisatie van kwaliteiten, ambities en knelpunten. Ook wordt hierin de ruimtelijke opgave gedefinieerd.

•

Strategische Agenda van Boxtel: Een set van te maken integrale ruimtelijke strategische keuzes en oplossingsrichtingen (in woord en beeld).

•

Bedrijfsplan van Boxtel: Een meerjaren investeringsplanning waarin tot uitdrukking komt hoe de kwaliteiten en de richtinggevende uitspraken leiden tot programma’s en financiële claims (gesegmenteerd, gefaseerd)

De Esschebaan 31 ligt in het segment Buitengebied. Het Bestemmingsplan Buitengebied heeft een beheersmatig karakter. Ingezet wordt op: •

Behouden én versterken van de essentiële cultuurhistorische waarde van het natuurrijke cultuurlandschap.

•

Het beschermen en versterken van de natuurwaarden.

•

Het verbeteren van de recreatieve gebruiksmogelijkheden (waarbij vooral wordt gedacht aan ‘groene’ vormen van recreatie).

•

Economische (landbouw-) ontwikkelingen rekening houdende met de kwaliteit van het buitengebied.

•

Het verbeteren van de ecologische relaties tussen de natuurgebieden.

Investeringen zijn grotendeels vastgelegd in het ‘Programma Beleven’. Daarnaast is er sprake van een aantal nieuwe ontwikkelingen, die nog niet uitgekristalliseerd zijn in een (ruimtelijk) programma: •

verduurzaming van de landbouw;

•

plattelandsverbreding, onder andere in de bebouwingsclusters.

Prioriteit in relatie tot de inzet van geld, tijd en capaciteit hebben: •

plattelandsverbreding (nader uit te werken);

•

verduurzaming van de landbouw (nader uit te werken).

Doordat verduurzaming van het bestaande varkensbedrijf niet meer aan de orde was en ook niet gewenst, is de omschakeling naar een woonbestemming in een intensivering gebied niet tegenstrijdig aan de Visie van de gemeente Boxtel. Doordat het plan rekening houdt met de omliggende natuur en ecologische verbindingszone, is het plan van toegevoegde waarde voor het buitengebied. De ontwikkeling van het plangebied houdt rekening met de Structuurvisie Boxtel 2011.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

20

4.

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan alle relevante omgevingsaspecten

4.1

M.e.r.-beoordeling

Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten weer. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk om na te gaan of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: -

kenmerken van de projecten;

-

plaats van de projecten;

-

kenmerken van het potentiële effect.

Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Het is voor de beoogde ontwikkeling op de locatie niet noodzakelijk een milieu effect rapportage op te stellen. Het initiatief kan immers niet worden aangemerkt als een activiteit die voorkomt in een van de categorieën uit bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. In de volgende paragraven wordt de milieugevolgen voor de beoogde ontwikkeling tegen het licht gehouden. Hieruit komt naar voren dat er geen existente gevolgen zijn. In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven‐ en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora‐ en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren. Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.‐beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.‐beoordeling of MER niet zinvol wordt geacht.

4.2

Geluid

Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe bestemmingen. De Wet geluidhinder gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen die aandachtsgebieden voor mogelijke geluidhinder begrenzen. Volgens de Wet geluidhinder gelden voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen dan woningen en andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone van een weg geluidswaarden die niet overschreden mogen worden.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

21

Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg waar geen wijzigingen optreden op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. De Ruimte-voor-Ruimte woningen zijn volgens de wet geluidhinder nieuwe geluidsgevoelige objecten, om te bepalen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is opdracht verleend voor een akoestisch onderzoek zie hiervoor bijlage 3. Het akoestisch onderzoek concludeert dat de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatse van de ruimte-voor-ruimte woningen met 1 dB wordt overschreden. De geluidsbelastingen blijven wel overal onder de wettelijke maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Voor de hogere waarde bij de ruimte voor ruimte woningen wordt een hogere waarde van 49 dB aangevraagd. De bestaande woning Esschebaan 31 is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Wel dient er aangetoond te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De woning heeft aan de achterzijde, waar ook de buitenruimte/tuin is, een geluidluwe zijde. Dit draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, ook buiten de woning. De hoogste geluidsbelasting is 56 dB. De binnenwaarde dient te voldoen aan de vereisten uit het Bouwbesluit, 33 dB. Er moet een geluidsisolatie van 23 dB bereikt worden. Dit zal aangetoond worden met een karakteristieke geluidwering berekening (GA;k).

Hierdoor is een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en dit onderzoek concludeert dat er door het nemen van isolerende maatregelen sprake is van een goed woon- en leefklimaat op het plangebied voor wat het aspect geluid betreft. Het onderzoek is als bijlage 3 bij deze onderbouwing toegevoegd. Daarnaast wordt er een aanvraag gedaan voor het toestaan van een hogere geluidswaarde ter plaatse van de nieuwe ruimte-voor-ruimte woningen.

4.3

Luchtkwaliteit

Titel 2 van hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (deze titel wordt ook wel aangeduid als ‘Wet luchtkwaliteit’) voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijn stof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: •

Jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

•

Daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;

•

Aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

Vanuit de rijksoverheid worden er via het RIVM grootschalige concentratie- en depositiekaarten beschikbaar gesteld. De kaarten geven voor PM10, NO2 en PM2,5 achtergrond concentraties in de lucht. In figuur 4-1, 4-2 en 4-3 zijn uitsneden gegeven van de betreffende kaarten. De

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

22

kaartgegevens zijn op gemeenteniveau uit te lezen, met een cirkel is globaal de ligging van het plangebied weergegeven. Te zien is dat er ter plaatse sprake is van een goede luchtkwaliteit. Het beëindigen van de intensieve veehouderij betekent automatisch een verbetering ten aanzien van de luchtkwaliteit. Varkenshouderijen kennen een behoorlijke uitstoot van fijnstof en een beperkte uitstoot van stikstofdioxide.

Figuur 4-1: uitsnede RIVM No2

Figuur 4-2: uitsnede RIVM fijnstof pm2,5

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

23

Figuur 4-3: uitsnede RIVM fijnstof pm10

NIBM Het Besluit ‘niet in betekenende mate bijdragen’ staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. De afkorting NIBM staat voor ‘Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging. Hiermee worden ruimtelijke projecten of (te vergunnen) activiteiten bedoeld die slechts een zeer geringe bijdrage hebben aan de luchtverontreiniging. In deze gevallen is een toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit niet nodig. Belangrijk bij toepassing van NIBM is dat aannemelijk gemaakt moet worden, dat de 3% grens niet wordt overschreden (artikel 2 van het Besluit NIBM). Wanneer gesteld kan worden dat het aannemelijk is dat de grens niet wordt overschreden, dan is het project al ‘NIBM’. Behalve de getalsmatige onderbouwing geeft de regeling NIBM aan dat een woningbouwplan met minder dan 1500 woningen per definitie niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een project is ‘NIMB’ wanneer maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM₁₀) of stikstofdioxide (NO₂). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM₁₀ als NO₂. Het project is wel in betekende mate (IMB) indien de toename voor één of beide stoffen hoger is. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een categorie uit de

Regeling NIBM valt. Het gaat dan bijvoorbeeld om het realiseren van kantoor- en woningbouwlocaties. Het project is dan NIBM als ze onder de vastgestelde omvang blijft. 2.

Op een andere manier aannemelijk maken dat het project de 3% grens niet

overschrijdt. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Dit mag ook als een project de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM overschrijdt. Het is dan mogelijk om alsnog via berekeningen aannemelijk te maken dat de 3% grens niet wordt overschreden. Soms kan een kwalitatieve beschrijving voldoende zijn.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

24

De Regeling NIBM geeft categorieën aan van gevallen en getalsmatige grenzen waarbinnen een project altijd NIBM is, ongeacht de bijdrage ervan op de concentraties. Voor dergelijke gevallen mag er zonder meer van worden uitgegaan dat de bijdrage van het project NIBM is. Verkeer Het plan heeft gelet op de aard van de ontwikkeling mogelijk invloed op de luchtkwaliteit. In de huidige bestemming wordt het bedrijf bezocht door divers verkeer voor de aanvoer van voer, de afvoer van dieren en mest en bezoek van diverse controlerende of ondersteunende instanties. Een aanzienlijk deel van dit verkeer vindt plaats via zwaar vrachtverkeer. Na de beëindiging van de intensieve veehouderij bevinden zich op het plangebied enkel woningen, deze woningen zullen enkel door personenauto’s aangedaan worden. Om toch te bepalen of deze ontwikkeling in betekenende mate gezien kan worden is een berekening uitgevoerd met een worst case situatie. In dit geval zou de bestemmingswijziging 20 extra voertuigbewegingen betekenen van personenauto’s. Het aantal van 20 bewegingen is volledig fictief om een worst-case situatie te simuleren. Het voorbeeld is gekozen om een extreme situatie te toetsen waarmee kan worden gesteld dat het regulier verkeer in ieder geval niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In onderstaand figuur is de uitkomst van deze berekening zichtbaar.

De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is in de huidige situatie sprake van een goede luchtkwaliteit en met het beëindigen van de varkenshouderij zal de luchtkwaliteit verbeteren. Het wijzigen naar woonbestemmingen betekent dat de verkeersbewegingen afnemen in de beoogde situatie en de fijnstofproductie verder afneemt.

4.4

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij geeft het wettelijk kader inzake geurhinder in relatie tot veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. Voor wat

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

25

betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: •

Leidt een plan tot belemmeringen voor de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden

van nabij gelegen veehouderijen? •

Is ter plaatse van de woning een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd?

Belemmeringen Op grond van artikel 3.2 van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand tussen de gevel van het dichtstbijzijnde dierenverblijf behorende tot een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, gelegen binnen de bebouwde kom, tenminste 100 meter te bedragen. Buiten de bebouwde kom is deze afstand minimaal 50 meter. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken, binnen bepaalde grenzen (artikel 6 van de wet). In de huidige situatie is er op het plangebied sprake van een varkenshouderij met een geurproductie en daarmee eventuele geurhinder voor de omgeving van het plangebied. Het wijzigen van de bestemming betekend dat eventuele overlast volledig verdwijnt. Geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De beëindiging van de varkenshouderij betekend dat de geurproductie en eventuele hinder daarvan volledig van het plangebied verdwijnen. In de omgeving zijn geen andere intensieve veehouderijen aanwezig en het plangebied is op voldoende afstand gelegen om de invloed van deze bedrijven op het plangebied beperkt in te kunnen schalen.

4.5

Bodem

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. De nieuwe woningen met bijgebouwen worden gesitueerd binnen het bestaande bouwvlak op de plek van een voormalige varkensstallen. Tijdens de sloop worden de bestaande putten onder de varkensstallen verwijderd en onstaat daardoor een bouwput van circa 1,5 tot 2 meter diep. Puin afkomstig uit de bouwput wordt gezeefd en afgevoerd. Om de ontstane bouwput weer te dichten is grond aangekocht voorzien van een schone grond verklaring. Door opbrengen van schone grond en in feite sanering van directe omgeving van het varkensbedrijf wordt de bodemgesteldheid verzekerd voor de toekomstige situatie.

Toch is, vanwege de aanwezigheid van een varkenshoduerij, de locatie niet als “onverdacht” aan te duiden. Om de bodemgesteldheid definitief vast te stellen is opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse. Dit onderzoek is uitgevoerd en als bijlage 6 bij deze onderbouwing gevoegd. Het onderzoek concludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de beoogde ontwikkeling voor wat betreft het onderdeel bodem.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

26

De bodemgesteldheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek 9 (zie bijlage 6), in het onderzoek zijn er geen verontreinigingen in de bovengrond, ondergrond en het grondwater gevonden. De hypothese ‘heterogeen verdachte locatie’ uit het vooronderzoek kan verworpen worden. Het complete verkennende bodemonderzoek is opgenomen in de bijlage 6 bij deze toelichting.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient ervoor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Deze ruimtelijke zonering is gebaseerd op het in acht nemen van voldoende fysieke afstand. Afhankelijk van bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Om gemeenten te ondersteunen in het keuzeproces welke bedrijven gewenst en welke bedrijven ongewenst geacht worden heeft de vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) een Handreiking Bedrijven en milieuzonering uitgebracht. De Handreiking, in de vorm van een gids, geeft voor verschillende bedrijfstypen richtafstanden op de onderdelen geur, stof, geluid en gevaar. Op het plangebied is in de huidige situatie een varkenshouderij aanwezig. Varkenshouderijen kennen behoorlijke richtafstanden in de handreiking en kennen daarmee een behoorlijke mogelijke hinder op de directe omgeving. Met het wijzigen van de bestemming wordt een bron van mogelijke hinder weggenomen. In de omgeving van het plangebied is aan de Nergena 16 een bedrijf aanwezig dat waterbuffels houdt, dit type bedrijf kent geen vermelding in de handreiking.

Het meest gelijkende bedrijfstype betreft een rundveehouderij met geur als grootste richtafstand. Voor rundveehouderijen wordt een richtafstand van 100 meter voor geur aangehouden. Het bedrijf is op circa 130 meter van het plangebied gelegen en daarmee wordt voldaan aan de grootste richtafstand. Verder zijn in de omgeving enkel woonbestemmingen gelegen. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De nieuwe woningen ervaren geen belemmeringen van omliggende bedrijven en de nieuwe woningen vormen zelf ook geen belemmering voor de ontwikkelmogelijkheden van het bedrijf in de omgeving.

4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidsituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Het wettelijk kader voor externe veiligheid wordt gevormd door diverse besluiten en circulaires: •

Inrichtingen (bedrijven): Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

27

•

Transportroutes: Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev);

•

Buisleidingen: Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Deze wettelijke kaders gaan uit van een minimum veiligheidsniveau voor locaties via het plaatsgebonden risico (PR) en het beperken van het theoretisch aantal slachtoffers in geval van een incident via het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR10-6) is een (berekende) afstand vanaf een risicobron waarbinnen de kans om te overlijden door een ongeval met de aanwezig gevaarlijke stoffen meer dan 1 op een miljoen jaar is. Binnen deze afstand mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden opgericht binnen het bestemmingsplan. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld grote kantoren, kinderdagverblijven e.d. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Groepsrisico Het groepsrisico is een berekende (oriëntatie-)waarde die aangeeft of er mogelijk sprake is van veel slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om het groepsrisico te berekenen is inzicht noodzakelijk in de aard van de risicobron en het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied daarvan. Bij veel ruimtelijke besluiten moet de hoogte van dit groepsrisico verantwoord worden. Dit noemt men de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers.

Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Boxtel De gemeente heeft een beleidsvisie externe veiligheid opgesteld. In de visie heeft de gemeente voor verschillende gebieden vastgesteld en per gebied ambitieniveaus vastgesteld. Het plangebied valt binnen het “gemengd gebied”. In onderstaand overzicht zijn de ambitieniveaus voor dit gebied weergegeven.

Aan de ambitieniveaus zoals door de gemeente gesteld wordt op het plangebied voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

28

Figuur 4-4: uitsnede signaleringskaart EV

Zoals in bovenstaand figuur zichtbaar is zijn er in de directe omgeving van het plangebied twee buisleidingen aanwezig. Onder de Esschebaan is een hogedruk pijpleiding van defensie aanwezig en op ruim 300 meter in oostelijke richting een pijpleiding van Gasunie. Het plangebied is buiten het invloedsgebied van de leiding van Gasunie gelegen maar binnen het invloedsgebied van de leiding van defensie.

Figuur 4-5: Invloedsgebied DPO-leiding

Ruimtelijke onderbouwing Esschebaan 31, Boxtel

29

De afstand van de zuidelijke RvR woning tot de DPO-leiding is 30 meter, de voorgevelrooilijn ligt precies op de grens van het invloedsgebied uit het kaartmateriaal van de gemeente. Bij de noordelijke RvR woning ligt de dichtstbijzijnde punt bouwvlak op ca. 32 meter vanaf de grens van het invloedsgebied DPO leiding. In figuur 4-5 zijn de zones weergegeven van de DPO leiding op het inrichtingsplan. Behalve ligging binnen het invloedgebied van de buisleiding onder de Esschebaan is het plangebied gelegen binnen het gifwolk scenario van het spoor ten oosten en zuiden van het plangebied. Vanwege de afstanden tot de buisleiding is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk op basis van artikel 7 en 8 van het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Ligging binnen een gifwolk scenario betekend dat beschouwd dient te worden in hoeverre risico’s van dit scenario kunnen worden ondervaning. Omdat de ontwikkeling op het plangebied geen grote bijdrage heeft voor het aantal personen dat op het plangebied aanwezig is kan deze verantwoording beperkt zijn. De benoemde artikelen van het Bevt vragen om een toelichting in hoeverre personen die aanwezig zijn op het plangebied zelfredzaam zijn, in welke mate een eventuele ramp te bestrijden is en als bestrijden niet mogelijk is in welke mate en via welke route er gevlucht kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=f72c6eeb-c60e-4532-a013-c3b0e4149ea1