Bindend adviesrecht BOPA Woningbouw De Kleine Aarde- Bijlage 1 Ruimtelijke motivering
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
19
Conform de berekende geluidsbelasting uit het eerdere onderzoek kan
verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding
4.7.2
Onderzoek
geconcludeerd worden dat ook met het nieuwe plan een gevelbelasting
van de Omgevingswet komen te vervallen. Sinds 1 januari 2023 ver-
CIMLK
zal ontstaan die onder de standaardwaarde ligt. De locatie van de wo-
vangt het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het
In het kader van goede ruimtelijke ordening is het van belang om aan te
ningen wijkt namelijk slechts minimaal af. Ook worden de woningen niet
NSL. Middels dit nieuwe instrument kan de luchtkwaliteit berekend en
tonen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking
hoger dan de eerdere geplande woningen. De gecumuleerde belasting
gemonitord worden onder de Omgevingswet.
tot luchtkwaliteit. Hierover kunnen uitspraken worden gedaan aan de hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 ter plaatse
bedroeg conform het eerdere onderzoek 48 dB. Dit zal in de nieuwe situatie niet veel wijzigen. Geconcludeerd kan daarom worden dat ook bij
NIBM
van het projectgebied. De achtergrondwaarden van de vier dichtstbij-
het nieuwe plan een acceptabel woon- en leefklimaat in de woningen zal
De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een
zijnde rekenpunten zijn in navolgende tabel.
ontstaan.
activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor NO2 en
4.6.3
Conclusie
Figuur Achtergrondwaarden ter plaatse van het projectgebied Id
PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project
NO2 μg/m3
PM10 μg/m3
PM10 overschrijdingsdagen
PM2.5 μg/m3
Jaar
Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename
gezien vanuit het milieuaspect geluid.
van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is
51501
28,70
19,41
7,15
10.6485
2022
3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.
52268
28,84
19,45
7,18
10,6616
2022
760229
26,09
19,02
6.86
10,5055
2022
Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project
760142
25,77
18,98
6,84
10,49
2022
binnen de NIBM-grens blijft:
Norm
40
40
35
25
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden
zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de lucht-
kwaliteit;
aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’
De data uit het CIMLK toont aan dat de achtergrondwaarden significant
vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet
lager zijn dan de gestelde normen. Hieruit kan worden afgeleid dat er
wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 van het
sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot
Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet bin-
luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied.
nen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detail-
wordt voldaan:
Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.
berekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt
NIBM
overschreden.
Er is geen sprake van een toename aan woningen in het projectgebied.
Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-
Op dit moment zijn er al 22 woningen toegestaan en er worden er
grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening vol-
slechts 18 gerealiseerd. Er zal daarom ook geen sprake zijn van een
doende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een een-
toename aan verkeer ten opzichte van het eerdere bestemmingsplan.
voudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt
Het plan is daarmee NIBM.
aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.
CIMLK
4.7.3
Conclusie
Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige
Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
toedeling van functies aan locaties.
(NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
20
4.8
Verkeersgeneratie, - afwikkeling en parkeren
Verkeersgeneratie
Aandachtsgebieden
4.8.1
Toetsingskader
In het eerdere bestemmingsplan voor de 22 appartementen is een bere-
Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen
Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of
kening gemaakt van de verkeersgeneratie. De 22 appartementen zorg-
binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd
sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat
den daar voor circa 100 mvt/etmaal. De verkeersgeneratie van de 18
kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag
grondgebonden woningen zullen vergelijkbaar zijn met deze verkeers-
De aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met externe
geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden.
generatie. In figuur 8 is de nieuwe ontsluiting van het projectgebied
veiligheidsrisico’s.
weergegeven. Deze nieuwe ontsluiting zal het verkeer kunnen verwerOm te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrek-
ken. De ontsluiting takt aan de oostzijde aan op Het Klaverblad. De om-
Er zijn drie typen aandachtgebieden die onderscheid maken tussen drie
kende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt
liggende wegen kunnen het verkeer hier verwerken.
gevaren:
van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in
Brandaandachtsgebied (BAG) is de locatie begrensd door de af-
grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publi-
4.8.3
catie 381). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indica-
Gezien vanuit het milieuaspect verkeersgeneratie- afwikkeling en parke-
plasbrand of fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m²
tie van de met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie.
ren is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan loca-
is.
Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen.
ties.
Conclusie
stand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een
De CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeer-
4.9
Omgevingsveiligheid
normen vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten vol-
4.9.1
Toetsingskader
doen.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans op overlijden van een onbe-
4.8.2
schermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de lo-
Onderzoek
Parkeren
catie waar een activiteit wordt verricht, als rechtstreeks gevolg van een
In het eerdere vastgestelde bestemmingsplan voor de 22 appartemen-
ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit.
ten is een parkeerbalans opgesteld. De 18 grondgebonden woningen
Voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties be-
zorgen ten opzichte van de 22 appartementen niet voor extra parkeer-
treft de kans van 1 op de 1.000.000 (PR 10-6) een grenswaarde, met
vraag of –behoefte. Het geplande parkeerterrein op eigen terrein voldoet
uitzondering van kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen op een locatie
daarmee ook met dit nieuwe plan in de benodigde behoefte. Ter plaatse
die parallel aan een tunnel is gelegen of boven een tunnel waardoor het
van het parkeerterrein is ruimte voor 27 parkeerplaatsen. Mocht er
vervoer van brandbare gassen in bulkhoeveelheden en ontplofbare stof-
sprake zijn van een overschot aan parkeerplaatsen, kunnen enkele par-
fen niet is toegestaan.
keerplaatsen ingericht worden met een groene invulling. Hiermee wordt er voldaan aan de parkeernormen.
Voor de afstanden wordt verwezen naar bijlage VII behorende bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In artikel 5.9 van het Bkl wordt aangegeven tot waar deze afstanden gelden.
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
Explosieaandachtsgebied (EAG) is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (BLEVE) de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m² is; b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is.
Gifwolkaandachtsgebied (GAG) is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof gedurende een daarbij aangegeven periode.
Een gifwolkaandachtsgebied wordt in het Bkl (voorlopig) begrensd op een afstand van 300 m vanaf de locatie binnen de begrenzing van de activiteit. Voor wegen, spoorwegen en binnenwateren zijn bij ministeriële regeling de navolgende afstanden aangewezen voor het aandachtsgebied:
Brandaandachtsgebied: 30 meter
Explosieaandachtsgebied: 200 meter
21
Voor een overzicht van de aan te houden afstanden voor de overige ac-
4.9.3
tiviteiten met vastgestelde afstanden wordt verwezen naar bijlage VII
Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit het
2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten. In dit hoofdstuk zijn te-
van het Bkl.
aspect omgevingsveiligheid sprake is van een evenwichtige toedeling
vens de regels voor vergunningsvrije gevallen opgenomen evenals de
van functies aan locaties.
mogelijkheden tot maatwerk. Indien geen vrijstelling van toepassing is,
Binnen het aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans dat 10 personen of meer per jaar overlijden als rechtstreeks gevolg van een incident binnen een aandachtsgebied. Gewaarborgd dient te worden dat maatregelen getroffen zijn ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties of dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die personen aanwezig zijn beperkt is. 4.9.2
Conclusie
4.10
Natuur en landschap
4.10.1
Toetsingskader
Met ingang van 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. Binnen het Bkl zijn diverse regels opgenomen ter bescherming van de natuur. Deze regels komen grotendeels overeen met de huidige regelgeving in de Wet natuurbescherming. Het betreft met name voorschriften voor de bescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels ter bescherming van plant- en diersoorten (waar-
Onderzoek
Er is in het kader van het vastgestelde bestemmingplan “Woningbouw De Kleine Aarde” een onderzoek naar externe veiligheid gedaan ten behoeve van de realisatie van de 22 appartementen. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen. Uit deze analyse blijkt dat het projectgebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de Schijndelsedijk/N618 en ook het LPG-tankstation Shell aan de Schijndelseweg 61. Het projectgebied ligt binnen het aandachtsgebied van de A2 en daarnaast binnen het aandachtsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding Z-544-01 van Gasunie. Hiervoor is ten dienste van het plan uit het eerdere bestemmingsplan een verantwoording van het groepsrisico voor opgesteld. Deze ging in op de verantwoording van de 22 appartementen. Daarnaast heeft de veiligheidsregio destijds een advies uitgebracht voor het plan. Dit advies is ook opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke motivering. De verantwoording van het groepsrisico en ook het advies van de veiligheidsregio zal met dit plan niet wijzigen. Het aantal woningen en het aantal personen in het projectgebied zal niet toenemen met dit project ten opzichte van het eerdere bestemmingsplan. Er is zelfs sprake van een afname. Daarnaast wordt met dit plan geen bebouwing voor
onder vogels) en voorschriften met betrekking tot de bescherming van houtopstanden. De regelgeving met betrekking tot gebieds- en soortenbescherming vindt haar oorsprong grotendeels in twee Europese richtlijnen, namelijk de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming In Nederland zijn er specifieke gebieden van groot belang voor flora en fauna, waaronder Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Deze gebieden worden beschermd door verschillende wettelijke instrumenten. In artikel 5.1, lid 1 van de Omgevingswet staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit uit te voeren. Daarnaast bepaalt lid 2 van hetzelfde artikel dat het eveneens verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren. Voor beide gevallen geldt dat afwijkende regelingen kunnen zijn opgesteld in het omgevingsplan, de waterschap verordening, de omgevingsverordening of een ministeriële regeling.
Hoofdstuk 11 van het Bal behandelt de vergunningplicht voor Natura
dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen enkelvoudige en meervoudige aanvragen, afhankelijk van de aard van de activiteit (flora- en fauna-activiteit en/of Natura 2000-activiteit). Natura 2000-gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden is gebaseerd op de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst deze gebieden aan via een aanwijzingsbesluit, zoals bepaald in artikel 2.44 van de Omgevingswet. Bovendien stelt hij op basis van artikel 2.43 van de Omgevingswet de instandhoudingsdoelstellingen vast. Nederland beschikt over meer dan 160 Natura 2000-gebieden. Bij de voorbereiding van een omgevingsplan dienen mogelijke significante effecten als gevolg van projecten, plannen en activiteiten, zowel individueel als in combinatie met andere plannen of projecten, te worden geïdentificeerd en beoordeeld, zoals voorgeschreven in artikel 16.53, lid c, van de Omgevingswet. Een activiteit die potentieel significante nadelige gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied wordt aangeduid als een Natura 2000-activiteit, zoals beschreven in bijlage A van de Omgevingswet. Natura 2000-gebieden hebben externe effecten, wat betekent dat ook ingrepen buiten deze gebieden die verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden geëvalueerd op hun impact op soorten en habitats.
Een ruimtelijk plan dat aanzienlijke gevolgen kan hebben voor een Na-
minder zelfredzame personen mogelijk gemaakt. Het advies van de vei-
tura 2000-gebied kan alleen worden goedgekeurd als uit een passende
ligheidsregio zal worden meegenomen bij de ontwikkeling van de plan-
beoordeling blijkt dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied
nen door woonstichting JOOST.
niet zal aantasten. Bij verkregen zekerheid kan vergunningverlening
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
22
plaatsvinden, zoals bepaald in artikel 8.74, lid b, van het Besluit kwaliteit
op land, maar omvat ook alle grote wateren in Nederland, zoals de grote
Door de strike formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrij-
leefomgeving (Bkl). Als er echter geen zekerheid is verkregen, kan het
rivieren, het IJsselmeer en de Waddenzee. De provincie wijst in de om-
wel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving worden nagegaan of er
plan toch worden goedgekeurd mits wordt voldaan aan de volgende drie
gevingsverordening de NNN-gebieden aan.
specifieke soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Zoals eerder
voorwaarden:
aangegeven, wordt in hoofdstuk 11 van het Bal bepaald wanneer een
alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;
Activiteiten in deze gebieden mogen alleen plaatsvinden indien ze geen
het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar be-
nadelige effecten hebben op de essentiële kenmerken of waarden van
lang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard;
het gebied, of als dergelijke effecten kunnen worden voorkomen of ver-
Stikstof
de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om
minderd door het implementeren van mitigerende maatregelen.
Stikstofemissie betreft de uitstoot van stikstof, afkomstig van bijvoor-
te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-
omgevingsvergunning vereist is.
beeld verkeer, energiecentrales en industriële activiteiten. StikstofdepoBijzondere natuurgebieden en landschappen
sitie is de neerslag van stikstof op de grond. Met name voor de natuur
Naast de Natura 2000-gebieden heeft de minister van Landbouw, Na-
vormt dit een uitdaging, omdat het de bodem verrijkt met voedingsstof-
De criteria voor het beoordelen van de omgevingsvergunning voor Na-
tuur en Voedselkwaliteit de bevoegdheid om bijzondere nationale na-
fen, wat nadelig is voor de biodiversiteit in het betreffende gebied. Het
tura 2000-activiteiten worden beschreven in afdeling 8.6 van het Besluit
tuurgebieden aan te wijzen, zoals vastgelegd in artikel 2.44, lid 2 van de
behoud van alle planten- en diersoorten vereist zowel voedingsrijke als
kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze beoordelingsmaatstaven zijn vastge-
Omgevingswet. Daarnaast kan de provincie in de omgevingsverorde-
voedingsarme bodems.
steld binnen het aanvullingsspoor Natuur.2
ning specifieke provinciale natuurgebieden en landschappen als bijzon-
netwerk bewaard blijft.
der aanwijzen, conform artikel 2.44, lid 5 van de Omgevingswet. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Wanneer een project zich nabij een Natura 2000-gebied bevindt en potentieel significante stikstofuitstoot en -depositie kan veroorzaken, is het
De aanwijzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is geregeld in
Soortenbescherming
verplicht een stikstofberekening uit te voeren (voor de bouw- en/of ge-
de Omgevingsverordening, conform artikel 2.44, lid 4 van de Omge-
Onder de Omgevingswet worden tal van dier- en plantensoorten be-
bruiksfase) met behulp van het rekeninstrument AERIUS. In artikel 4.15
vingswet en artikel 7.6, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Van-
schermd, met aandacht voor soorten van Europees belang die vallen
van de Omgevingsregeling staat deze methode vermeld voor het bere-
uit de Omgevingsverordening draagt de provincie zorg voor de totstand-
onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn, evenals bepaalde
kenen van stikstofdepositie bij Natura 2000-activiteiten. Om het project
koming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch
soorten van nationaal belang. De bescherming van soorten vindt zowel
te kunnen uitvoeren, mogen de berekende resultaten niet hoger zijn dan
netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Het netwerk wordt ge-
binnen als buiten het NNN plaats. Deze bescherming kan variëren van
0,00 mol/ha/j. Wanneer aan deze voorwaarde wordt voldaan, kunnen
vormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische
wet- en regelgeving tot concrete maatregelen die gericht zijn op het be-
negatieve significante effecten op het betreffende Natura 2000-gebied
verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met
houden, vestigen of uitbreiden van populaties van verschillende soorten.
op voorhand worden uitgesloten, waardoor het project op basis daarvan
omringende agrarisch gebieden te verbinden. Ook is het gericht op de
In overeenstemming met artikel 2.18, lid 1, sub f van de Omgevingswet
kan worden voortgezet.
bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gun-
rust de primaire verantwoordelijkheid hiervoor doorgaans bij de provin-
stige staat van instandhouding van aanwezige dier- en plantensoorten,
cies. Niettemin hebben ook decentrale overheden de mogelijkheid actief
4.10.2
typen natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten die van nature in
beleid te voeren, bijvoorbeeld door het opstellen van programma's voor
Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De conclusie is hierna be-
Nederland voorkomen. Bijna alle aangewezen Natura 2000-gebieden
soortenbescherming.
schreven.
Onderzoek
maken del uit van het NNN. Het NNN omvat niet alleen natuurgebieden
2
‘Vergunningplicht Natura 2000-activiteit’, aandeslagmetdeomgevingswet.nl
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
23
Ten aanzien van jaarrond beschermde vogelsoorten zijn, wegens het
Ecologisch werkprotocol
het waterbelang zorgt ervoor dat per initiatief de klimaatbestendigheid
ontbreken van beschikbare nesten, geen aanvullende onderzoeken be-
Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing van de Wet
van het watersysteem en een water robuuste inrichting van de omgeving
nodigd. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen
natuurbescherming verkregen voor de soorten wezel, poelkikker en Al-
vroegtijdig in de planvorming worden betrokken (artikel 5.37 lid 1 van het
worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit
penwatersalamander. De resultaten van de quickscan, het nader onder-
Bkl).
te voeren. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half
zoek en de eisen van de ontheffing zijn verwerkt in een ecologisch werk-
augustus worden aangehouden. Indien binnen het broedseizoen de bo-
protocol. Het ecologisch werkprotocol is opgenomen in de bijlagen. Voor
Daarbij is het van belang dat waterbeheerders vroegtijdig worden be-
men worden gekapt, kan dit enkel nadat tijdens een broedvogelinspectie
dit onderzoek wordt hier dan ook naar verwezen. Door de maatregelen
trokken bij de planvorming. Ook is het belangrijk dat er op een gestruc-
door een deskundig ecoloog is bevestigd dat er geen broedgevallen
uit het ecologisch werkprotocol te volgen worden overtredingen van de
tureerde wijze afstemming tussen het waterschap en de gemeente
aanwezig zijn.
verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voorkomen.
plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van
Ten aanzien van mogelijke vliegroutes van vleermuissoorten, zijn over-
Stikstof
tredingen van de Omgevingswet te voorkomen. Omliggende groenstruc-
Er is een nieuw onderzoek gedaan naar stikstofdepositie op basis van
Naast het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerders bij de planvor-
turen dienen functioneel behouden te blijven en additionele verlichting
de laatst vrijgegeven Aerius-calculator. Dit onderzoek is opgenomen in
ming kunnen initiatiefnemers online middels de digitale watertoets na-
tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie richting deze
de bijlagen bij deze motivering. Uit deze berekening blijkt dat bij zowel
gaan of hun project voldoende rekening houdt met de waterbelangen.
groenstructuren dienen voorkomen te worden.
de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan
Uit de digitale watertoets volgt een advies welke wateraspecten relevant
0,00 mol/ha/j. In de bijlagen is de door AERIUS gegenereerde rappor-
zijn voor het project en waarom. Aanvullend op dit advies dient in onder-
tage voor de aanleg- en gebruiksfase opgenomen.
havige ruimtelijke motivering verantwoording afgelegd te worden over de
belang is.
Ten aanzien van beschermde amfibiesoorten en de steenmarter en kleine marterachtigen, is er voor het uitvoeren van werkzaamheden een
manier waarop is omgegaan met de inbreng van de waterbeheerders. 4.10.3
per 1 mei 2025 af. Hierdoor is er een aanvraag gedaan voor een verlen-
Gezien vanuit het aspect natuur en landschap is er sprake van een
lijke project. Dit proces krijgt onder de naam ‘weging van waterbelangen’
ging van de ontheffing.
evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
(onder de oude wetgeving bekend als de watertoets) een plaats bij het
Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Ten aanzien van algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren is het in het kader van de zorgplicht noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen.
Conclusie
Dit gebeurt meestal in de ‘weging van het waterbelang’ van het ruimte-
ontheffing verleend. De ontheffing voor de soortenbescherming loopt
4.11
Weging van het waterbelang
4.11.1
Toetsingskader
Het milieuaspect water vormt een integraal onderdeel van het omgevingsbeleid. Onder de Omgevingswet is het wettelijk verplicht om, in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.37, lid 1, een ‘weging van het waterbelang’ uit te voeren bij ruimtelijke plannen, zoals nieuwbouwprojecten. De weging van het waterbelang is een instrument waarmee de waterhuishoudkundige belangen een doorlopende positie krijgen in het ruimtelijke beleid, niet alleen op basis van concrete ontwikkelingen. Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden
evenwichtig toedelen van functies aan locaties. 4.11.2
Onderzoek
In het kader van het bestemmingsplan “Woningbouw De Kleine Aarde” is een waterparagraaf opgesteld voor het projectgebied ten behoeve van de realisatie van de 22 appartementen. Deze waterparagraaf is geactualiseerd op basis van het aangepaste planvoornemen. De watertoets is te raadplegen in de bijlagen, hieronder worden de belangrijkste conclusies samengevat. De conclusies ten aanzien van afvalwater, grondwater en oppervlaktewater blijven in de situatie van het nieuwe plan met 18 grondgebonden woningen gelijk.
geboden in de effecten van het initiatief op afvalwater, grondwater, oppervlaktewater, hemelwater/regenwater en drinkwater. De weging van
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
24
De planlocatie is in de huidige situatie geheel onbebouwd en onverhard.
Op basis van de watertoets kan geconcludeerd worden dat er met de
Ook is de nieuwbouw veel minder milieubelastend gelet op de gebruikte
Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uit-
wadi’s voldoende bergingscapaciteit ter plaatse van het plangebied.
duurzame en milieuvriendelijke materialen en het feit, dat er sprake is
gegaan van een oppervlak van ca. 1.520 m2. Op basis van het toekom-
van prefab. De impact op het milieu is een stuk minder.
stig af te koppelen verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de wa-
4.11.3
ter-bergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 91 m3 (1.520 m2
Vanuit het milieuaspect weging van het waterbelang is er sprake van
Er wordt dan ook voldaan aan afdeling 4.4 van het Besluit bouwwerken
x 0,06 m). Hiervoor wordt ervan uitgegaan dat beide wadi’s worden aan-
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
leefomgeving (Bbl), Er is sprake van een evenwichtige toedeling van
gelegd met een diepte van 0,3 meter, een talud van 1 op 3 en dat de wadi zich volledig kan vullen. Uitgaande van de afmetingen opgenomen in tabel VI kan ca. 93 m3 geborgen worden.
4.12
Conclusie
Gezondheid
functies aan locaties.
In het tijdelijke deel van het Omgevingsplan Boxtel wordt ‘het beschermen van de gezondheid’ van belang geacht (artikel 22.42 en 22.44 lid 2 onder b). Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat geen negatieve effecten zijn te verwachten op daarin genoemde gezondheidsaspecten, zoals geluid, bodemkwaliteit, water, luchtkwaliteit, geur en omgevingsveiligheid etc. Er wordt voldaan aan relevante wet- en regelgeving. De nieuwe bewoners komen te wonen in een groen gebied, waar het prettig wonen zal in groene en natuurrijke omgeving. De nieuwe plannen zijn zodanig dat de omwonenden een aantrekkelijk woon- en leefklimaat behouden, waar het goed toeven blijft. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.13
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Omdat het klimaat in hoog tempo verandert, is het bij nieuwbouwplannen van belang dat ruimte wordt ingebouwd voor klimaatadaptatie. Bij de oude plannen was hier al de nodige aandacht voor. Ten opzichte van het oude plan zal het verhard oppervlak afnemen. Bovendien komt er in plaats van 1 groot bouwblok kleinschalige woningbouw die open is en ruimte biedt aan flora en fauna. Er is meer dan voldoende groen om hitFiguur 9 Wadi's binnen het plangebied
testress te voorkomen.
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
25
5
5.1
Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.2
Vaststellingsprocedure
Financieel-economische haalbaarheid
te lopen op de dag waarop de aanhouding eindigt.
Voor de omgevingsvergunningaanvraag voor onderhavige buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de reguliere procedure gevolgd. De beslistermijn begint te lopen zodra de aanvraag is ontvangen. Als het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aanhoudt, begint de termijn
De realisatie van de ontwikkeling is in handen van één initiatiefnemer. In de verkoopovereenkomst met de gemeente zijn er afspraken gemaakt
In de reguliere procedure bedraagt de beslistermijn in beginsel 8 weken.
over de financiële haalbaarheid. Het kostenverhaal is geregeld in de
Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmaal met maximaal 6 weken
verkoopovereenkomst en het addendum daarop tussen de gemeente en
verlengen. Een omgevingsvergunning die is voorbereid met de reguliere
de initiatiefnemer. Doordat het appartementsgebouw uit het vorige plan-
voorbereidingsprocedure treedt in werking vanaf de dag na bekendma-
voornemen niet financieel haalbaar bleek, is er gekozen voor 18 prefab
king door het bevoegd gezag.
grondgebonden woningen. De ontwikkeling is economisch uitvoerbaar. 5.2.3 De ontwikkeling betreft een bouwactiviteit waarvan kosten moeten worden verhaald, zoals bepaald in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Om de verschuldigde kosten te verhalen, is de gemeente op basis van
Bezwaar en beroep
Na de besluitvorming bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Na het bezwaar is er nog de gelegenheid voor beroep en hoger beroep.
artikel 13.13 van de Omgevingswet een overeenkomst aangegaan met de initiatiefnemer. Daarin zijn alle kosten voor de grondexploitatie meegenomen inclusief eventuele financiële bijdragen en nadeelcompensatie. Het opnemen van vergunningvoorschriften is dus niet noodzakelijk.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Omgevingsdialoog
Over de nieuwe plannen is uitgebreid overleg geweest met omwonenden. Bij deze motivering is een presentatie gevoegd, die op 19 en 20 maart 2024 is getoond tijdens twee informatieavonden. Een verslag van beide avonden is ook als bijlage bij deze motivering gevoegd. Op 18 juni heeft een tweede informatieavond plaatsgevonden. De prestentatie hiervan is ook opgenomen in de bijlagen.
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
26
6
Belangenafweging en conclusie
6.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Om te beoordelen of het planvoornemen resulteert in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zijn alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving nauwkeurig onderzocht en afgewogen. Met name uit hoofdstuk 4 ‘Milieuaspecten’ kan worden geconcludeerd dat de beoogde activiteit leidt tot een situatie waarin er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er heeft een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden, waarbij doeltreffend verband is gelegd tussen de instrumenten van de Omgevingswet en recent beleid. Er is een duidelijke link gecreëerd tussen de belangen van de initiatiefnemer, de doelen van de gemeente, en de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden.
6.2
Conclusie
Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit adequaat gemotiveerd is, en derhalve de omgevingsvergunning verleend kan worden.
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
27
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Archeologisch onderzoek Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Stikstofonderzoek Bijlage 4: Besluit ontheffing soorten WNB Bijlage 5: Watertoets Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7: Akoestisch onderzoek Bijlage 8: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 9: Advies veiligheidsregio Bijlage 10: Presentatie Omgevingsdialoog maart 2024 Bijlage 11: Verslag Omgevingsdialoog maart 2024 Bijlage 12: Presentatie Omgevingsdialoog juni 2024 Bijlage 13: Evaluatierapport Archeologisch onderzoek Bijlage 14: Ecologisch werkprotocol Bijlage 15: Verkennend bodemonderzoek
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
28
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
29