CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bindend adviesrecht - BOPA- verwijsmast Peerkesbos 1- Bijlage 2 Bijlagenboek

Raadsvergadering Boxtel 10 maart 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend adviesrecht - BOPA - verwijsmast Peerkesbos 114.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadastraal situatie: ______________________________________________________________________________________________

BOS

Gemeente: BOXTEL Plaats:LIEMPDE Sectie: P, nummer: 427

491

Bebouwd oppervlakte

KES

106

______________________________________________________________________________________________

PEER

Grondoppervlakte Bebouwd oppervlakte gebouw: Bebouwd oppervlakte bijgebouw/trafo:

17.985 m² 00.660 m² (ca. 3,6%) 00.056 m²

Bruto vloeroppervlakte ______________________________________________________________________________________________

Restaurant:

66

kelder begane grond entresol 1e verdieping

0.193 m² 0.660 m² 0.128 m² 0.118 m²

_______________________________________________________________________________________________

Totaal:

1.099 m²

Parkeren ______________________________________________________________________________________________

Voorzijde

76 p.p

A2

TROVIS architectuur Kubus 40 3364 DG Sliedrecht Tel. +31 184 61 30 44 Mail info@trovis.nl www.trovis.nl

wegenbeperkingengebied

662

bestaande bomen niet ingemeten (indicatief)

fietsen

bouwvlak

terras

1

perceelgrens

427 trafo

560

OPDRACHT PLAATS OPDRACHTGEVER

inmeting bestaand + integraal zie rapport bomeninventarisatie

MCDONALD'S NEDERLAND B.V. PEERKESBOS 1 l 5298 PE l LIEMPDE

FASE

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

TEKENING

01 l 28-11-2025 l Aanvraag Omgevingsvergunning

LIEMPDE

ADRES

TEKENINGNUMMER

428

NIEUWBOUW MCDRIVE BOXTEL

SCHAAL PROJECTNUMMER DATUM FORMAAT

SITUATIE BESTAAND BS-01 1:500 240071 23-07-2025 01 l 28-11-2025 A1

TROVIS architectuur is onderdeel van KUBUS 40 3364 DG Sliedrecht

T : +31 184 61 30 44 E : info@trovis.nl W : www.trovis.nl

Deze tekening mag zonder onze schriftelijke toestemming niet gereproduceerd, noch vermenigvuldigd, noch aan derden ter inzage worden gegeven.

Kadastraal situatie: ______________________________________________________________________________________________

BOS

Gemeente: BOXTEL Plaats:LIEMPDE Sectie: P, nummer: 427

491

PEER

KES

106

66

A2 10 9 7

wegenbeperkingengebied

10

7

9

7

4

realisatie/ toegang onderhoudsweg positie en wijze van uitvoering i.o.m. gemeente/rijkswaterstaat

3

nieuw te planten bomen zie rapport bomeninventarisatie

662

bestaande bomen niet ingemeten (indicatief)

fietsen

GS-A

bouwvlak

terras

1

TROVIS architectuur Kubus 40 3364 DG Sliedrecht Tel. +31 184 61 30 44 Mail info@trovis.nl www.trovis.nl

10

8

5

energieluifel

New Store HAV I

DMB

6 DTC+COD

8 DMB

bestaande trafo/ bijgebouw aanpassen

energieluifel DMB

DMB

427

DTC+COD

trafo

verwijsmast ca. 35 meter 8

560

energieluifel

energieluifel 8

TE

N SE AT A PL

T AS TM S IJ RW VE

OPDRACHT PLAATS OPDRACHTGEVER

inmeting bestaand + integraal zie rapport bomeninventarisatie

LIEMPDE MCDONALD'S NEDERLAND B.V.

ADRES

PEERKESBOS 1 l 5298 PE l LIEMPDE

FASE

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

TEKENING TEKENINGNUMMER

perceelgrens

NIEUWBOUW MCDRIVE BOXTEL

SCHAAL PROJECTNUMMER DATUM FORMAAT

SITUATIE GEWIJZIGD VERWIJSMAST B-06 1:500 240071 28-11-2025 A1

428

TROVIS architectuur is onderdeel van KUBUS 40 3364 DG Sliedrecht

T : +31 184 61 30 44 E : info@trovis.nl W : www.trovis.nl

Deze tekening mag zonder onze schriftelijke toestemming niet gereproduceerd, noch vermenigvuldigd, noch aan derden ter inzage worden gegeven.

OPDRACHT PLAATS OPDRACHTGEVER

LIEMPDE MCDONALD'S NEDERLAND B.V.

ADRES

PEERKESBOS 1 l 5298 PE l LIEMPDE

FASE

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

TEKENING TEKENINGNUMMER

01 l 28-11-2025 l Aanvraag Omgevingsvergunning

NIEUWBOUW MCDRIVE BOXTEL

VERWIJSMAST B-12

SCHAAL PROJECTNUMMER DATUM FORMAAT

240071 23-07-2025 01 l 28-11-2025 A3

TROVIS architectuur is onderdeel van KUBUS 40 3364 DG Sliedrecht

T : +31 184 61 30 44 E : info@trovis.nl W : www.trovis.nl

Deze tekening mag zonder onze schriftelijke toestemming niet gereproduceerd, noch vermenigvuldigd, noch aan derden ter inzage worden gegeven.

35000

Boxtel, Reclamemast McDonald’s vestiging Keulsebaan Onderzoek stikstofdepositie Gemeente Boxtel

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

6 januari 2026, projectnummer 250360

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding

3

1.1

Situering en huidige situatie

3

1.2

Toekomstige situatie

4

Wettelijk kader en berekenings- methodiek

6

2.1

Natura 2000-gebieden

6

2.2

Berekeningsmethodiek

8

Onderzoeksgegevens

10

3.1

Huidige situatie

10

3.2

Aanlegfase

10

3.3

Toekomstige situatie

12

Onderzoeksresultaten

13

4.1

13

Aanleg- en gebruiksfase rekenjaar 2026

Conclusie

14

5.1

Aanleg- en gebruiksfase, rekenjaar 2026

14

5.2

Eindadvies

14

Bijlagen Bijlage 1: AERIUS pdf-bestand aanleg- en gebruiksfase, rekenjaar 2026

1 Inleiding In de gemeente Boxtel bestaat het voornemen om aan de Peerkesbos/Keulsebaan het bestaande horecagebouw te verbouwen en hier een vestiging van McDonald’s te realiseren. Als deel hiervan wordt een reclamemast gerealiseerd om zichtbaar te zijn vanaf de autosnelweg A2. In het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in de Omgevingswet is het noodzakelijk de mogelijke stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk te maken. Het voorliggende rapport voorziet in dit onderzoek.

1.1

Situering en huidige situatie Het voorliggende project voorziet de realisatie van een reclamemast bij een vernieuwd restaurant aan het Peerkesbos nabij de autosnelweg A2. De locatie ligt ten zuiden van Boxtel en ten westen van Liempde. De directe omgeving wordt gekenmerkt door onder andere de snelweg, natuur en landbouw. Navolgende figuren geven de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van de nabije omgeving en een luchtfoto van de ontwikkellocatie weer.

Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood) (bron: openstreetmap)

Luchtfoto van de ontwikkellocatie (in rood) (bron: PDOK) 3

1.2

Toekomstige situatie McDonald’s heeft al langer het voornemen om een nieuw restaurant met drivelane te realiseren op de locatie tussen de Keulsebaan, het Peerkesbos en het aansluitpunt Boxtel van de autosnelweg A2. Onderdeel van deze ontwikkeling is de realisatie van een verwijsmast om voor een goede zichtbaarheid richting de autosnelweg A2 te zorgen. Onderstaande figuren geven de voorgenomen inrichting voor het terrein weer.

Stedenbouwkundig ontwerp (bron: Trovis Architectuur, 28-11-2025)

4

Vogelvlucht impressie van ontwerp met in rood de reclamemast (bron: Trovis Architectuur, 31-012025)

5

2 Wettelijk kader en berekeningsmethodiek 2.1

Natura 2000-gebieden Ingevolge artikel 2.44 van de Omgevingswet zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen ter uitvoering van Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. Dit impliceert dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor deze gebieden en dat negatieve gevolgen zo veel mogelijk beperkt dienen te worden. Voor de habitattypen en leefgebieden waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden zijn kritische depositiewaarden (KDW) voor stikstofdepositie vastgesteld. Met de KDW wordt bedoeld: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Projecten zoals het in dit rapport genoemde project kunnen door stikstofemissie effect hebben op habitattypen binnen omliggende Natura 2000-gebieden en gelet op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soort verslechteren. Gezien het gegeven dat stikstofemissie, in de vorm van stikstofoxiden (NOx) of ammoniak (NH3), kan plaatsvinden bij onder andere landbouw, gemotoriseerd verkeer, industrie en ook bij de verwarming van huizen, is het wettelijk vereist deze emissie in beeld te brengen. Het voorliggende rapport voldoet aan deze vereiste.

Onderstaande figuur geeft de locaties van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weer.

Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden

6

Het betreft de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Kampina & Oisterwijkse Vennen circa 3,5 kilometer; - Vlijmens ven, Moerputten & Bossche Broek circa 10 kilometer; - Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen circa 12 kilometer. Er ligt ook een Belgisch natuurgebied dat deel uitmaakt van Natura 2000 binnen een straal van 25 kilometer van de ontwikkellocatie. Het buitenlandse natuurgebied ligt op de volgende afstand tot de ontwikkellocatie: - Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout

circa 23 km.

Om negatieve effecten op alle Natura 2000-gebieden uit te sluiten zijn in Aerius automatisch rekenpunten op de dichtstbijzijnde grens van het natuurgebied geplaatst. Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand van het besluitgebied gelegen. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet per definitie gelijk aan de Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen maar geven slechts een overzicht van de ligging van het project ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In voorgaande figuur wordt de locatie van het project inzichtelijk gemaakt en tevens worden de mogelijk aanwezige stikstofgevoelige habitattypen weergegeven, van zeer gevoelig (donkerpaars), gevoelig (licht paars) tot minder/niet gevoelig (licht groen). De meest actuele kaart van alle Natura 2000-gebieden is via de website van de provincie te raadplegen en niet per definitie opgenomen in het programma AERIUS Calculator 2025.0.11. 2.1.1

Inspanningsplicht beperking stikstofemissie In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt nog een aanvullende eis gesteld met betrekking tot stikstof. Artikel 7.19a van het Bbl verplicht initiatiefnemers om adequate maatregelen te treffen om de stikstofemissie naar de lucht te beperken. De verplichting vereist niet om geheel emissieloos werken, maar heeft tot doel de emissies te beperken ten opzichte van de situatie waarin geen maatregelen zouden worden getroffen. Initiatiefnemers dienen te overwegen welke stappen zij verder kunnen nemen om de uitstoot van hun reguliere werkwijze te reduceren. De inspanningsplicht uit het Bbl geldt pas tijdens de vergunningsfase wanneer de plannen in detail uitgewerkt zijn en concrete beperkende stappen aangewezen kunnen worden. Ten tijde van de uitvoering dient de aannemer ervoor te zorgen dat een werkwijze wordt gehanteerd die de uitstoot van stikstof minimaliseert. Aangezien er nog geen bouwplanning door een aannemer voor het project is gemaakt kunnen deze concrete stappen nog niet worden afgestemd. In voorliggend onderzoek wordt enkel beoordeeld of het project een te hoge stikstofdepositie zou kunnen veroorzaken op omliggende Natura-2000 gebieden waardoor maatregelen vereist zouden zijn.

1

AERIUS Calculator 2025, release op 8 oktober 2025.

7

2.2

Berekeningsmethodiek De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de aanlegfase en gebruiksfase van het project worden uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2025.0.1. De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. In het kader van een stikstofonderzoek kunnen significant negatieve effecten met deze waarde worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van vervolgonderzoeken niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van een project2. Een hogere waarde wordt beschouwd als overschrijding zodat er op verzoek van het bevoegd gezag een nadere beschouwing conform wettelijke kaders dient plaats te vinden. Blijkens jurisprudentie kan daarbij nader onderzoek achterwege blijven wanneer stikstofdepositie plaatsvindt op hexagonen die niet overbelast of naderend overbelast zijn3. Immers, op deze hexagonen leidt een stikstofdepositie niet tot een overschrijding of naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde 4. Dit betekent per definitie dat stikstofdepositie daar geen probleem vormt voor de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige habitats en dat significante gevolgen in zoverre zijn uitgesloten5. In geval de depositie de grens van de KDW overschrijdt noemen we dit overbelast.

In de praktijk wordt een veiligheidsmarge van 70 mol/ha/jaar aangehouden voor het gebruik van berekeningen voor toestemmingsverlening van initiatieven. Hexagonen noemen we naderend overbelast als de depositie hoger is dan de KDW minus deze veiligheidsmarge. Hexagonen met een depositie lager dan deze waarde zijn gedefinieerd als niet overbelast. Uit het navolgende hoofdstuk zal moeten blijken of op basis van de rekenresultaten een overschrijding op overbelaste hexagonen wordt geconstateerd. Bij de berekening van stikstofemissies door mobiele werktuigen, bijvoorbeeld in de aanlegfase, maakt het programma AERIUS Calculator 2025.0.1 gebruik van een nadere specificatie van Stage klasse, brandstofverbruik, draaiuren en – indien van toepassing – AdBlue verbruik. Daarmee geeft het programma AERIUS Calculator 2025.0.1 een range waarbinnen invoer en berekening van gegevens en brandstofverbruik voor materieel mogelijk is. Hierbij worden nieuwere machines geclassificeerd als schoner en hebben derhalve ook een lager brandstofverbruik. Voor stikstofemissie is niet voor elk materieel bedrijfsspecifieke informatie beschikbaar, vandaar dat als controlemechanisme de berekeningsmethodiek uit onderzoek van TNO6 ‘Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele

2

3 4 5 6

Met deze versie van de AERIUS Calculator kan tot maximaal 25 kilometer rondom de emissiebronnen gerekend worden. In Nederland zijn over het algemeen binnen 25 kilometer Natura 2000-gebieden aanwezig. In gebieden waar mogelijk op meer dan 25 kilometer afstand van emissiebronnen overschrijdingen mogelijk zijn, zijn in de relevante windrichtingen rekenpunten gelegd om overschrijdingen uit te sluiten. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2012:BY7360. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2016:497. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1969. TNO rapport 2020 R11528.

8

werktuigen, binnenvaart en zeevaart’ (d.d. 8 oktober 2020) kan worden gehanteerd. Daarbij wordt de berekening in twee stappen uitgevoerd. Stap 1: brandstofverbruik (liters) bij draaiuren 0,245 x arbeid [kWh] Stap 2: aanvullend brandstofverbruik (liters) bij stationair draaien + (0,52 + 0,0034 x maximaal vermogen [kW]) x draaiuren [h] In combinatie met de door TNO7,8 vastgestelde gemiddelde motorlast van 60% (bij uitsluiting stationair gebruik) en een gemiddelde belasting van circa 65% (bij uitsluiting stationair gebruik) betreft de totale gemiddelde motorlast (inclusief stationair) ongeveer 39%. Uitgaande van deze berekening en vergelijkbare projecten hanteert SAB, tenzij anders door de opdrachtgever c.q. aannemer vermeld, het gemiddelde vermogen van materieel. Op basis van de TNO-formule zou het brandstofverbruik derhalve gemiddeld conform de kenmerken in de navolgende tabel moeten zijn. Het door aannemers vermelde verbruik wijkt echter consistent af van het met behulp van de TNOmethode berekende verbruik. Daarom is het verbruik richting de ervaringscijfers afgerond om de door SAB gehanteerde kencijfers te bepalen. Gemiddeld brandstofverbruik conform TNO Aerius indeling vermogen

Gemiddeld brandstofverbruik

Gehanteerd brandstofverbruik *

18 <= kW < 37

3 liter/uur

5 liter/uur

37 <= kW < 56

5 liter/uur

5 liter/uur

56 <= kW < 75

7 liter/uur

5 liter/uur

75 <= kW < 130

11 liter/uur

10 liter/uur

130 <= kW < 300

22 liter/uur

20 liter/uur

300 <= kW < 560

43 liter/uur

40 liter/uur

560 <= kW < 1000

78 liter/uur

80 liter/uur

* Indien geen gegevens door aannemers verstrekt.

7 8

TNO rapport 2020 R11528. TNO emissiefactoren 2020 voor AERIUS 2020.

9

3 Onderzoeksgegevens 3.1

Huidige situatie De locatie van de reclamemast is onbebouwd. In het kader van een voortoets wordt in het navolgende onderzoek aangenomen dat er in de huidige situatie geen relevante stikstofemissie naar de lucht plaatsvindt. Er wordt in de berekening dus niet gesaldeerd met bestaand gebruik dat eventueel onder de te hanteren referentiesituatie zou kunnen vallen. Om nieuwbouw mogelijk te maken zullen slechts beperkte sloopactiviteiten plaatsvinden, deze worden als onderdeel van de aanlegfase inzichtelijk gemaakt.

3.2

Aanlegfase Het project voorziet in het plaatsen van een aanduidings- en verwijsmast, indirect ook de aanleg van een tijdelijke weg. De start van de aanlegfase zal op zijn vroegst nog in 2026 plaatsvinden. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2026. Ten behoeve van de aanlegfase voor het besluitgebied vinden een aantal relevante stikstofemissies naar de lucht plaats. Deze stikstofemissies worden veroorzaakt door mobiele werktuigen en bouwverkeer ten behoeve van het project en worden in onderstaande paragrafen beschreven. In bijlage 1 is de AERIUS export van de aanlegfase bijgevoegd.

3.2.1

Mobiele werktuigen Voor de aanleg zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. In overleg met de opdrachtgever is een inschatting gemaakt van het gebruik van mobiele werktuigen op basis van cijfers uit vergelijkbare projecten. De effectieve bouwtijd duurt naar verwachting (op basis van eerdere projecten) circa 8 weken. De Shovel wordt gebruikt om de bouwweg van en naar de reclame mast aan te leggen. De overige werktuigen worden gebruikt voor de grondwerkzaamheden voor de fundering en het plaatsen en installeren van de mast. Navolgende tabel geeft een overzicht van het groot materieel en het te verwachten dieselverbruik en minimale AdBlue-gebruik in deze periode.

Overzicht inzet groot materieel Vermogen in kW

Leeftijd

Bedrijfsduur (uren/jaar)

Brandstofverbruik (liters/jaar)

AdBlue verbruik (liters/jaar)

Graafmachine

75 - 130

stage IV

ca. 40

ca. 400

ca. 24

Shovel

75 - 130

stage IV

ca. 40

ca. 400

ca. 24

Mini graver

56 - 75

stage IV

ca. 40

ca. 200

ca. 12

Mobiele kraan

130 - 300

stage IV

ca. 32

ca. 640

ca. 38

Hoogwerker

56 - 75

stage IV

ca. 32

ca. 160

ca. 9

Betonpomp

130 - 300

stage IV

ca. 8

ca. 160

ca. 9

Werktuig

10

Hierbij dienen eventuele elektrische mobiele werktuigen een oplaadbare accu te hebben of aangesloten te worden aan bouwstroom. De inzet van een stroomaggregaat is niet mogelijk omdat dit zou leiden tot bijkomende stikstofuitstoot. 3.2.2

Bouwverkeer Ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmaterialen en het personeel ter plaatse vindt van en naar de ontwikkellocatie werkverkeer plaats. Gemiddeld per jaar komen er 4 busjes (lichtverkeer) en 2 vrachtwagens per dag naar het besluitgebied, dat zijn respectievelijk circa 8 en 4 bewegingen per werkdag. Op basis van 40 werkdagen (8 weken) komt dit neer op in totaal 320 lichtverkeersbewegingen en 160 zwaar verkeersbewegingen. Het aanrijdende bouwverkeer is gemodelleerd vanaf de Boxtelseweg naar de projectlocatie via de oprit van de autosnelweg A2 en een (tijdelijke) bouwweg en het afrijdende verkeer vanuit de ontwikkellocatie naar het zuiden via een bouwweg en De Oorsprong naar de rotonde Eindhovenseweg/Keulsebaan. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 9,10 Ook is er op de ontwikkellocatie zelf stationair bouwverkeer ingevoerd. De methode uit de AERIUS instructie gegevensinvoer wordt toegepast, waarbij wordt aangenomen dat alle vrachtwagens gemiddeld 10 minuten per vrachtwagen stationair zullen draaien, gedurende het hele bouwjaar (ca. 200 dagen per rekenjaar).

In de AERIUS instructie staan in bijlage 1 de emissiecijfers voor stationair verkeer per rekenjaar. Hierop gebaseerd ontstaat er door de hierboven gegeven verkeersgeneratie 0,99 kg NOx per jaar en 13 g NH3 in 2026. Het stationair draaien op locatie is gemodelleerd door middel van een vlakbron over het bouwterrein, met de standaard bronkenmerken van de sector ‘weg’ volgens het Handboek werken met AERIUS. Naast rijdend verkeer dient de uitstoot door opstartend verkeer berekend te worden. Als een voertuig 2 uur of langer stil heeft gestaan is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze ‘koude start’ rond het vertrekpunt van het verkeer. Er is uitgegaan van één koude start aan het eind van de werkdag. In dit geval 160 koude starts per jaar. Voor (middel)zwaar vrachtverkeer wordt aangenomen dat zo veel mogelijk wordt gewerkt volgens het just-in-time principe, waardoor vrachtverkeer zo kort mogelijk op de bouwplaats aanwezig is. Hierdoor zal geen koude start bestaan. De koude starts zijn gemodelleerd als vlakbron over de relevante parkeerplaatsen.

9

10

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, AERIUS Calculator Handboek Werken met Calculator 2025, 7 oktober 2025 Raad van State, ECLI:NL:RVS:2024:249.

11

3.3

Toekomstige situatie Het project voorziet in de realisatie van een reclamemast. De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit project in de gebruiksfase betreft het verkeer. Dit wordt in navolgende paragrafen beschreven. Aangezien de aanlegfase maar een klein deel van het jaar in neemt, is de gebruiksfase toegevoegd aan rekenjaar 2026. Zo is de worstcase situatie getoetst. Latere rekenjaren zullen in uitstoot lager zijn aangezien hier de aanlegfase is afgerond.

3.3.1

Rijdend verkeer De aantrekkende verkeersbewegingen zullen bestaan uit periodieke inspecties van de mast, de LED schermen, elektronica en eventuele reparaties. Waarschijnlijk zal dit enkele keren per jaar plaats vinden. Voor een worst case berekening gaan we uit van een maandelijkse inspectie. In totaal per jaar komen er circa 12 busjes (lichtverkeer) naar het besluitgebied, dat zijn circa 24 bewegingen. Het aanrijdende verkeer is gemodelleerd vanaf de Boxtelseweg via de oprit van de autosnelweg A2 naar de reclamemast. Vertrekkend verkeer is naar het zuiden en via De Oorsprong naar de rotonde Eindhovenseweg/Keulsebaan gemodelleerd. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 11,12

3.3.2

Koude start Naast rijdend verkeer dient de uitstoot door opstartend verkeer berekend te worden. Als een voertuig 2 uur of langer stil heeft gestaan is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze ‘koude start’ rond het vertrekpunt van het verkeer. De koude starts voor dit project betreffende het vertrekkende onderhoudspersoneel aan het eind van de werkdag. In dit geval 12 koude starts per jaar. De koude starts zijn gemodelleerd als vlakbron over de relevante parkeerplaatsen.

11

12

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, AERIUS Calculator Handboek Werken met Calculator 2025, 7 oktober 2025 Raad van State, ECLI:NL:RVS:2024:249.

12

4 Onderzoeksresultaten 4.1

Aanleg- en gebruiksfase rekenjaar 2026 Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de AERIUS -berekening van de aanleg- en gebruiksfase voor het rekenjaar 2026 weer.

Resultaatblad AERIUS rekenjaar 2026 OwN-2000 registratieset

Resultaatblad AERIUS gebruiksfase buitenlandse rekenpunten

Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van rekenjaar 2026 dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en situatieberekening onder de OwN2000-registratieset of op de Belgische rekenpunten. Aangezien rekenjaar 2026 het maatgevende jaar betreft met zowel aanlegwerkzaamheden als gebruik zullen ook in latere jaren geen overschrijdingen optreden. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.

13

5 Conclusie In gemeente Boxtel bestaat het voornemen om bij een nieuwe vestiging van McDonald’s een reclamemast te realiseren. In het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in de Omgevingswet is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt.

5.1

Aanleg- en gebruiksfase, rekenjaar 2026 Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van rekenjaar 2026 dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Aangezien rekenjaar 2026 het maatgevende jaar betreft met zowel aanlegwerkzaamheden als gebruik zullen ook in latere jaren geen overschrijdingen optreden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.

5.2

Eindadvies Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit benodigd.

14

Bijlagen

Bijlage 1: Aerius pdf-bestand aanleg- en gebruiksfase rekenjaar 2026

Aerius pdf-bestand aanleg- en gebruiksfase rekenjaar 2025

Quickscan Flora & Fauna Liempde, Peerkesbos 1

EcologieWerkt

Rapport Quickscan Flora & Fauna

Locatie

:

Datum Projectnummer OG Projectnummer Eco

: : :

Ecoloog Email

: :

Telefoon

:

Opdrachtgever

:

Peerkesbos 1 Liempde 28-10-2025 1312 QS336 R. Eisenga Ruurd@ecologiewerkt.nl www.ecologiewerkt.nl 06-4182 6415

McDonald's Nederland B.V. t.a.v. Stefan van der Voort Postbus 403 3500 AK UTRECHT

© EcologieWerkt: Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 2/41

EcologieWerkt

Samenvatting In opdracht van McDonalds Nederland B.V. is op 19 oktober 2025 een ecologische QuickScan Flora & Fauna uitgevoerd voor de verbouwplannen om een bestaand, leegstaand, restaurant om te vormen tot een McDonalds restaurant. De locatie bevindt zich aan het Peerkesbos 1 in Liempde, gemeente Boxtel. Deze samenvatting beschrijft de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek. Voor de volledigheid verwijzen wij u ook naar hoofdstuk 6 Conclusie en advies. Soortbescherming Uit bureaustudie en veldbezoek is naar voren gekomen dat het niet uit te sluiten is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Omgevingswet Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) beschermde soorten. Het plangebied biedt op de locatie van de werkzaamheden geschikte biotoop in de vorm van verblijfplaatsen voor beschermde soorten fauna, te weten gebouwbewonende soorten vleermuizen. Een nader onderzoek naar deze beschermde soorten is noodzakelijk om uit te sluiten dan wel aan te tonen dat het plangebied voor beschermde soorten een functie heeft. Het beboste deel bevindt zich buiten de verstorende invloedsfeer van de geplande verbouwing. Dit geldt ook voor een aangetroffen buizerdnest. Deze soort valt onder categorie 4 en heeft een jaarrond beschermd nest.

Advies is de plaatsing van een reclamezuil nabij ( 25 meter) het nest uit te voeren buiten het broedseizoen om verstoring te voorkomen, niet alleen van de buizerd maar ook van algemene soorten broedvogels. Rekening houdend met het broedseizoen van de Buizerd is het broedseizoen globaal van eind februari tot half augustus. Als hieraan kan worden voldaan hoeft er geen Omgevingsvergunning voor het jaarrond beschermde nest aangevraagd te worden, of een broedvogelcheck te worden uitgevoerd voor algemene soorten. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten broedvogels een nest hebben in of nabij het plangebied. Hiervoor geldt de (specifieke) zorgplicht (bijlages I, II en III). Indien de werkzaamheden starten tijdens het broedseizoen (maart t/m half augustus) moet door een ecoloog vastgesteld worden of algemene broedvogels een nest hebben binnen het plangebied of de verstorende invloedsfeer. Indien de geplande bouwperiode aanvangt vóór het broedseizoen en er voortdurend doorgewerkt wordt (m.u.v. de weekenden) komen algemene soorten niet tot broeden en hoeft er geen broedvogelcheck uitgevoerd te worden. Tabel 1:

Overzicht van noodzakelijke nader onderzoeken naar beschermde soorten

Soortgroep Nader onderzoek Functie Vogels Nee Vleermuizen Ja Zomer-, kraam-, paar-, en/of individueel winterverblijf Grondgebonden zoogdieren Nee Amfibieën en reptielen Nee Vissen Nee Overige Fauna Nee Bomen Nee Zorgplicht van toepassing → Ja Broedvogels in bomen en struiken* * alleen noodzakelijk indien werkzaamheden worden opgestart tijdens het broedseizoen

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 3/41

EcologieWerkt

Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De ingreep leidt niet tot verkleining van de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op deze soorten. Deze QuickScan doet geen uitspraken over stikstofdepositie. In tabel 2 een overzicht van nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Indien noodzakelijk dient apart stikstofonderzoek uitgevoerd te worden. Tabel 2:

Natura 2000-gebieden en de afstand tot het plangebied en mate van gevoeligheid van stikstof

Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek Kempenland West Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux Rechte Heide & Riels Laag Strabrechtse Heide & Beuven Langstraat

Afstand 3,8 km 11 km 13 km 16 km 22 km 23 km 24 km 25 km

Gevoelig voor stikstof Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Deels

Houtopstanden In de beoogde ingreep zijn kapwerkzaamheden voorzien. Hiertoe is een Bomeninventarisatie uitgevoerd (Donker Disign, Datum: 29-09-2025, Kenmerk: 250016_SO_RAP_03) en (Donkergroen, Datum: 12-6-2025 Bestandsnaam: VTA _MC Donalds _Boxtel 2025)

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 4/41

EcologieWerkt

Inhoudsopgave

1.1 1.2 1.3

Inleiding ...................................................................................................................................... 6 Aanleiding .................................................................................................................................... 6 Doel van het onderzoek ............................................................................................................... 6 Leeswijzer .................................................................................................................................... 7

2.1 2.2 2.3

Opzet van het onderzoek........................................................................................................... 8 Bureauonderzoek ......................................................................................................................... 8 Veldonderzoek ............................................................................................................................. 8 Effectenbeoordeling ..................................................................................................................... 8

3.1 3.2

Beschrijving van het plangebied .............................................................................................. 9 Algemene beschrijving van het plangebied .................................................................................. 9 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden ........................................... 10 Bureauonderzoek ..................................................................................................................... 12

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Veldonderzoek ......................................................................................................................... 15 Vogels ........................................................................................................................................ 15 Vleermuizen ............................................................................................................................... 17 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 18 Amfibieën en reptielen ............................................................................................................... 19 Vissen ........................................................................................................................................ 19 Overige fauna waaronder vlinders en libellen ............................................................................ 19 Flora ........................................................................................................................................... 20 Bomen........................................................................................................................................ 20

6.1 6.2

Conclusie en advies................................................................................................................. 21 Gebiedsbescherming ................................................................................................................. 21 Soortbescherming ...................................................................................................................... 21

7.1

Aanbevelingen natuurvriendelijk bouwen ............................................................................. 23 Informatie voor het creëren van verblijfplaatsen voor beschermde soorten ............................... 23

Bijlage I

Rijksregels flora- en fauna-activiteit...................................................................................... 26

Bijlage II De Omgevingswet (relevante wetteksten) ............................................................................... 29 Bijlage III Vrijstellingen en specifieke maatregelen ............................................................................... 33 Bijlage IV Literatuur en bronvermelding ................................................................................................. 34 Bijlage V Beeldmateriaal plangebied ...................................................................................................... 35

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 5/41

EcologieWerkt

Inleiding 1.1

Aanleiding

De opdrachtgever is voornemens een bestaand, leegstaand wegrestaurant te verbouwen tot een vestiging van een McDrive van de keten McDonalds. Voor deze omvorming wordt het pand voorzien van gevelbeplating en worden onder meer dakranden vervangen. De directe omgeving (terras en parkeerplaats) wordt ook aangepast. Om de uitvoering van de werkzaamheden mogelijk te maken dient onderzoek verricht te worden naar de aanwezigheid van nabijgelegen beschermde gebieden en flora en fauna, dit om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Omgevingswet wordt overtreden. In dat kader is door EcologieWerkt een QuickScan Natuur aansluitend op het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) uitgevoerd. Dit rapport presenteert de bevindingen van dat onderzoek.

Figuur 1:

1.2

Huidige situatie van het plangebied, in het rode kader, in de omgeving (bron: AERIUS-calculator)

Doel van het onderzoek

Het doel van de QuickScan is te onderzoeken of: • in het plangebied beschermde plant- en diersoorten kunnen voorkomen • de ingreep mogelijk een effect heeft op deze beschermde soorten • de ingreep mogelijk een effect heeft op beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en NNN) • het plangebied een belangrijke functie voor beschermde plant- en diersoorten kan vervullen (bijvoorbeeld als essentieel foerageergebied, vliegroute, nest- of verblijfplaats) • op basis van bovenstaande bevindingen nader onderzoek nodig is

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 6/41

EcologieWerkt

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de opzet van het onderzoek toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de kenmerken van het plangebied en de ligging ten opzichte van beschermde natuurgebieden. Hoofdstukken 4 en 5 beschrijven de resultaten van het bureau- en veldonderzoek. In hoofdstuk 6 worden hieruit conclusies getrokken en advies gegeven. Tenslotte worden in hoofdstuk 7 enkele aanbevelingen meegegeven ten aanzien van ecologievriendelijk bouwen. De belangrijkste (verbods)bepalingen uit de Omgevingswet Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan in bijlage I, II en III. In bijlage IV staat een overzicht van de gebruikte literatuur en bronnen. Bijlage V bevat aanvullend fotomateriaal.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 7/41

EcologieWerkt

Opzet van het onderzoek 2.1

Bureauonderzoek

Door middel van bronnen- en literatuuronderzoek wordt onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recent zijn waargenomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de verspreidingsatlas dat voor het plangebied en de directe omgeving de waarnemingen van Flora en Fauna weergeeft. Daarnaast worden relevante en actuele websites geraadpleegd. Ook wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden in kaart gebracht. Aan de hand van deze informatie wordt een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Ook wordt een inschatting gemaakt of de voorgenomen ruimtelijke ingreep negatieve effecten heeft op (potentieel) aanwezige beschermde soorten en gebiedsfuncties.

2.2

Veldonderzoek

Naast een bureaustudie wordt een biotooptoets uitgevoerd: een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnen- en literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied en de invloedsfeer van de werkzaamheden. 2.3

Effectenbeoordeling

Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, wordt beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing wordt alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Omgevingswet. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect. Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet natuurbescherming. Algemene soorten ook meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn vaak zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in de Omgevingswet Besluit activiteiten leefomgeving Artikel 11.55 lid 2 (Bal). Wel geldt de zorgplicht op grond van Artikel 11.28 (Bal). Indien de (specifieke) zorgplicht van toepassing is dan worden aanbevelingen gedaan.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 8/41

EcologieWerkt

Beschrijving van het plangebied 3.1

Algemene beschrijving van het plangebied

Het plangebied ligt naast de afrit 26 van de A2. Daarnaast is de oost/zuidzijde omsloten door een bos en de westzijde door een houtsingel en akkers. Het buiten terrein met de beplanting is in kaart gebracht door Donker Disign (Datum: 29-09-2025, Kenmerk: 250016_SO_RAP_03) en Donkergroen (Datum: 12-6-2025 Bestandsnaam: VTA _MC Donalds _Boxtel 2025). Deze Ecologische QuickScan spitst zich toe op de bebouwing en omgeving binnen de verstorende invloedsfeer, ook wordt ingezoomd op de mogelijke ecologische gevolgen van de verbouwing aan het groen buiten de directe verstorende invloedsfeer. Het bestaande, leegstaande restaurant heeft een oppervlakte van 653m2 en is gebouwd in 1993. Het gebouw heeft een pijlvorm met platte schuine daken, het is één verdieping hoog, kent gemetselde muren met aan een aantal kanten met ruwe planken gepotdekselde daklijsten. De directe omgeving kant wat struiken en op bouwgrond opgeschoten kruidplanten. Bomen staan op enige afstand van de bebouwing. Er is geen water met natuurlijke oevers in de omgeving (impressie plangebied voorplaat en figuur 2).

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 9/41

EcologieWerkt

Figuur 2: Foto impressie: boven de terraszijde (west) onder achterzijde (zuid)

3.2

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden

Op onderstaande kaarten is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (afstand tot NNN natuurverbinding 170 meter, figuur 3). Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur en heeft geen significant verstorend effect op habitattypen of specifieke soorten. Deze QuickScan doet geen uitspraken over stikstofdepositie. In tabel 3 een overzicht van nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Indien noodzakelijk dient apart stikstofonderzoek uitgevoerd te worden (figuur 4). Tabel 3:

Natura 2000-gebieden en de afstand tot het plangebied en mate van gevoeligheid van stikstof

Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek Kempenland West Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux Rechte Heide & Riels Laag Strabrechtse Heide & Beuven Langstraat

Quickscan Flora & Fauna

Afstand 3,8 km 11 km 13 km 16 km 22 km 23 km 24 km 25 km

Gevoelig voor stikstof Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Deels

– Liempde, Peerkesbos 1 – 10/41

EcologieWerkt

Figuur 3:

Ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (groen) (bron: Kaarten | Atlas Leefomgeving)

Figuur 4:

Ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000 gebieden

Quickscan Flora & Fauna

(bron: AERIUS-calculator)

– Liempde, Peerkesbos 1 – 11/41

EcologieWerkt

Bureauonderzoek Uit recente verspreidingsgegevens komt naar voren in of nabij het plangebied (bron Verspreidingsatlas.nl) binnen een straal van 5 kilometer diverse beschermde soorten flora en fauna zijn waargenomen. Soorten die binnen het plangebied of directe omgeving zijn waargenomen komen uit verschillende soortgroepen. In de tabellen worden categorieën en afkortingen toegepast, deze worden hieronder verklaard. Jaarrond beschermde nesten In de tabel over vogels wordt de beschermingscategorie van het nest van de soort genoemd. Dit cijfer verwijst naar de volgende beschermingsstatus: categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten ( voorbeeld Steenuil) categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing (voorbeeld Huismus) categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie) categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest (voorbeeld Buizerd) categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel Rode lijst In de tabellen wordt de status van de soort op de Rode lijst vermeld. De afkortingen staan voor: NB Niet beschouwd OG Onvoldoende gegevens TNB Thans niet bedreigd GE Gevoelig KW Kwetsbaar BE Bedreigd EB Ernstig bedreigd VNW In het wild verdwenen uit Nederland VN Verdwenen uit Nederland De Oranje lijst geldt voor vogelsoorten die een negatieve trend laten zien en richting een Rode lijststatus bewegen.

Reden om te bedenken hoe deze soorten nu al te beschermen zijn. Vogels In het plangebied en directe omgeving zijn beschermde soorten die hun nest maken in of aan gebouwen of bomen waargenomen. In onderstaande tabel worden de voor het plangebied relevante soorten op een rij gezet. Tabel 4:

Overzicht vogels

Soort Boomvalk Buizerd Sperwer Huismus Spreeuw

Categorie NL 4 4 4 2 5

Quickscan Flora & Fauna

Boom X X X X

Gebouw

X X

Status Rode lijst KW Oranje lijst GE Oranje lijst

– Liempde, Peerkesbos 1 – 12/41

EcologieWerkt

Vleermuizen Er zijn waarnemingen bekend van zeven soorten vleermuizen rond Liempde. Geen van deze soorten is vrijgesteld onder de Omgevingswet. Tabel 5:

Overzicht vleermuizen

Soort Bosvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Vale vleermuis

Boom X

Gebouw X

X X X X X

X X

Status Rode lijst GE TNB TNB KW OG NB VN

Grondgebonden zoogdieren Er worden 32 soorten grondgebonden zoogdieren genoemd rondom Liempde. Een groot aantal hiervan is vrijgesteld van verbodsbepalingen (bijlage III), wel geldt voor deze soorten ten allen tijde de zorgplicht (bijlage I). In onderstaande tabel de voor dit Atlasblok relevante soorten. Tabel 6:

Overzicht grondgebonden zoogdieren

Soort Bunzing Das Steenmarter Wezel Eekhoorn Haas Konijn

Vrijgesteld onder de Omgevingswet

V V

Status Rode lijst KW TNB TNB TNB TNB GE GE

Amfibieën en reptielen Van de soortgroep amfibieën worden van negen soorten waarnemingen genoemd. Van reptielen worden twee soorten genoemd, naast exotische schildpadden. In onderstaand schema een overzicht waarbij exoten niet zijn meegenomen. Tabel 7:

Overzicht amfibieën en reptielen

Soort Amfibieën Alpenwatersalamander Bastaardkikker Boomkikker Bruine kikker Gewone pad Kamsalamander Kleine watersalamander Meerkikker Poelkikker

Quickscan Flora & Fauna

Vrijgesteld onder de Omgevingswet

V V V V V

Status

TNB TNB KW TNB TNB KW TNB TNB TNB

– Liempde, Peerkesbos 1 – 13/41

EcologieWerkt

Reptielen Levendbarende hagedis Hazelworm

GE TNB

Vissen Van de soortgroep vissen worden waarnemingen gemeld van kwetsbare soorten. Omdat aan de op afstand aanwezige watergang en oever niet wordt gewerkt wordt deze soortgroep niet verder uitgewerkt.

Overige fauna waaronder vlinders en libellen Er worden diverse algemene en kwetsbare soorten vlinders (36 soorten) en libellen (45 soorten) waargenomen rond Liempde. Hieronder een overzicht van beschermde en Rode lijstsoorten. Tabel 8:

Overzicht overige fauna waaronder vlinders en libellen

Soort Dagvlinders Bruin blauwtje Grote vos Grote weerschijnvlinder Heideblauwtje Kaasjeskruiddikkopje Kleine parelmoervlinder Kleine ijsvogelvlinder Oranje zandoogje Libellen en juffers Beekoeverlibel Beekrombout Bosbeekjuffer Bruine korenbout Bruine winterjuffer Gevlekte witsnuitlibel Glassnijder Tengere pantserjuffer Vroege glazenmaker

Beschermd onder Omgevingswet

X X

Status Rode lijst

GE KW KW GE KW KW GE

X X

KW BE BE KW BE KW KW KW KW

Flora In de omgeving van Liempde zijn 1.282 soorten flora aangetroffen, waaronder 80 Rode lijstsoorten. Ook de Muurvaren is aangetroffen. Het plangebied kent in de nabijheid van de werkzaamheden kort gemaaid plantsoen en verharding, om die reden is de lijst met planten hieronder niet verder uitgewerkt. Bomen In de omgeving van het plangebied staan bomen. Deze bomen zijn geïnventariseerd. De uitkomsten en plannen voor het plangebied zijn terug te vinden in de rapportage van Donker Disign (Datum: 29-09-2025, Kenmerk: 250016_SO_RAP_03).

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 14/41

EcologieWerkt

Veldonderzoek Het veldonderzoek is op 19 oktober 2025 uitgevoerd door ecoloog R. Eisenga, halverwege de middag. Zie onderstaande tabel voor de weersomstandigheden. Tabel 9: Weersomstandigheden

(bron: buienradar.nl)

Datum

Temperatuur (℃)

Overheersende windrichting (bft)

Bewolking

Neerslag (mm)

19-10-2025

14°

Z2

Licht bewolkt

0 mm

Tijdens het veldbezoek is nagegaan of het plangebied een functie vervult voor de hierboven genoemde soorten. Deze bevindingen worden hieronder per soortgroep uiteengezet. 5.1

Vogels

Tijdens het veldbezoek zijn van de vogelsoorten waarvan het nest jaarrond beschermd is geen soorten waargenomen in de directe omgeving van het plangebied. Diverse algemene soorten werden waargenomen, waaronder Heggenmus, Roodborst, Vink en Koolmees. Het plangebied kent rondom het complex groen in de vorm van gazon lage struiken en groenblijvende heesters. Veel is verhard. Op grof bouwzand zijn kruidplanten opgekomen. Water ontbreekt in de directe omgeving (figuur 2). Binnen het voor deze Ecologische QuickScan onderzochte deel zijn geen bomen met met nesten en holtes binnen de verstorende invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Vogels met een jaarrond beschermd nest in bomen binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden zijn hierdoor uitgesloten. Het is mogelijk dat algemene soorten broedvogels broeden of op het platte dak of nabij de gevel groeiende struiken (zie conclusie). De muren van het complex zijn gesloten. Er zijn geen openingen waar vogels met een jaarrond beschermd nest een nest kunnen maken. Geschikt overstek voor de Huiszwaluw ontbreekt ook. Het is uit te sluiten dat het plangebied een functie heeft voor gebouwbewonende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest.

In de bomen ten zuiden van het plangebied is door Donker Disign (Datum: 29-09-2025, Kenmerk: 250016_SO_RAP_03) en Donkergroen (Datum: 12-6-2025 Bestandsnaam: VTA _MC Donalds _Boxtel 2025) een nest van een Buizerd vastgesteld. De buizerd is een categorie 4 soort: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest. Dit nest is jaarrond beschermd (figuur 5). De afstand van het nest tot activiteit (parkeren) is bij benadering 50 meter, deze 50 meter bestaat uit bos. Er is geen direct zicht op de parkeerplaats. De beoogde reclamezuil staat gepland op 25 meter van het nest. Ook hier bestaat deze 25 meter uit bos. Daarnaast is er bij de reclamezuil geen dagelijkse menselijke activiteit. Deze afstanden liggen voor de Buizerd buiten de verstorende invloedsfeer. Als de reclamezuil buiten het broedseizoen wordt geplaatst (eind februari – eind juli) dan vindt er geen verstoring van het nest plaats. Er is dan geen Omgevingsvergunning voor dit nest noodzakelijk.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 15/41

EcologieWerkt

Figuur 5:

Rode stip het Buizerdnest en de afstand tot activiteit (blauwe lijn), gele stip reclamezuil

(bron: Donkergroen)

Conclusie vogels Het plangebied en directe omgeving, binnen de verstorende invloedsfeer is ongeschikt voor vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. Algemene broedvogels kunnen het groen in de directe omgeving van de bebouwing en parkeerplaats van het plangebied gebruiken om te nestelen. Deze soorten algemene broedvogels nestelen zijn tijdens het nestelproces beschermd. Geadviseerd wordt werkzaamheden buiten het broedseizoen (eind februari tot half augustus) uit te voeren. Werkzaamheden kunnen buiten het broedseizoen worden opgestart en doorlopen in het broedseizoen, mits er buiten de weekenden doorlopend wordt gewerkt. Door verstoring zullen vogels om te broeden uitwijken naar een andere locatie. Indien dit niet mogelijk is moet door een ecoloog de omgeving worden gecontroleerd op broedvogels. Indien deze worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het broedproces is afgerond. Voor het plaatsen van de reclamezuil moet gezien de locatie het broedseizoen in acht worden genomen. Het plaatsen tijdens het broedseizoen van algemene broedvogels tijdens het nestelproces verstoren. Ook bevindt het nest van de Buizerd, met een jaarrond beschermde status (categorie 4), zich voor de plaatsing op een gevoelige locatie.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 16/41

EcologieWerkt

5.2

Vleermuizen

Het complex is opgetrokken uit gestucte muren. Deze muren zijn gesloten. De enige open stootvoegen bevinden zich op een hoogte van 50 centimeter. Door te geringe hoogte kunnen deze open stootvoegen geen entree zijn naar een verblijfplaats in de spouwmuur. Op een aantal dakranden zijn gepotdekselde ruwe houten planken bevestigd. Tussen deze planken onderling en tussen de planken en de muur bevinden zich spleten die ruim genoeg zijn om toegang te geven naar een achterliggende verblijfplaats voor vleermuizen (figuur 6). Dit geldt ook voor enkele metalen dakranden (figuur 7 links). Doordat het pand al twee jaar niet in gebruik is, is ook de schoorsteen mogelijk geschikt als verblijfplaats (figuur 7 rechts). Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn beschermd. Het complex heeft mogelijk een functie als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. De bomen binnen de verstorende invloedsfeer zijn gecontroleerd op holtes, loszittende schors en ingescheurde takken. Dit is niet aangetroffen. De bomen in de directe omgeving hebben bovendien nog een zeer beperkte stamomvang. De functie verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen hoeft niet te worden onderzocht. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een lijnelement. De functie lijnelement hoeft niet te worden onderzocht. Als mogelijk foerageergebied speelt het plangebied mogelijk een rol.

De functie foerageergebied blijft echter tijdens en na de werkzaamheden behouden. Bovendien voorziet het groenplan in een versterking van de inheemse flora, waar vleermuizen van kunnen profiteren. De functie essentieel foerageergebied hoeft niet te worden onderzocht. Conclusie vleermuizen Het plangebied heeft mogelijk een (essentiële) functie voor vleermuizen • Het complex is door ruimte tussen planken, dakranden en schoorsteen toegankelijk voor vleermuizen en daarmee geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten vleermuizen; • De bomen binnen de verstorende invloedsfeer van het plangebied zijn voor boombewonende vleermuizen ongeschikt als verblijfplaats; • Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een lijnelement; • De functie van foerageergebied verandert door de voorgenomen werkzaamheden niet. Een nader onderzoek is noodzakelijk om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat het plangebied de functie verblijfplaats heeft voor gebouwbewonende vleermuizen.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 17/41

EcologieWerkt

Figuur 6:

Ruimte tussen planken

Figuur 7:

Links ruimte tussen dakrand en de muur; rechts openingen in de schoorsteen

5.3

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied kent binnen de verstorende invloedsfeer nauwelijks aaneengesloten stukken groen (figuur 2). De bebossing eromheen bevindt zich buiten de verstorende invloedsfeer, er wordt hoogstens aan de randen wat gekapt, wat elders wordt gecompenseerd. Ook zijn de in de omgeving van het plangebied waargenomen soorten marters geen boombewoners. Voor de Eekhoorn is de hoeveelheid bos te klein, doordat het niet is verbonden met ander bos, is het voor deze soort geen geschikt leefgebied. Het complex zelf is niet toegankelijk, de plint is gesloten. De functie van het plangebied voor beschermde soorten zoogdieren hoeft hierdoor niet nader onderzocht te worden. Conclusie grondgebonden zoogdieren De aanwezigheid van verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren als marters binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 18/41

EcologieWerkt

Een nader onderzoek naar grondgebonden beschermde soorten zoogdieren is niet noodzakelijk. Er zijn minimaal mogelijkheden voor algemene soorten in het plangebied. Zijn deze aanwezig dan geldt hiervoor de zorgplicht (zie bijlage I, II en III).

5.4

Amfibieën en reptielen

Het plangebied grenst binnen de verstorende invloedsfeer niet aan water met een natuurlijke oever. Er is water in de vorm van een sloot als begrenzing naar de afrit van de A2 aanwezig. Amfibieën kunnen dit water door het ontbreken van een natuurlijke oever niet verlaten. Hierdoor kan het plangebied als landhabitat geen rol spelen voor beschermde soorten amfibieën. De aanwezigheid van amfibieën kan hierdoor worden uitgesloten. Voor de Levendbarende hagedis en de Hazelworm geldt het volgende habitat (bron NDFF): Habitat Levendbarende hagedis Heide en hoogveen komen naar voren als voorkeurshabitat. De soort komt ook voor langs infrastructuur (spoorlijnen en wegbermen), bij bos en struweel en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op venoevers en ook wel langs lijnvormige wateren. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit laagveen. Habitat Hazelworm De voorkeurshabitat van de Hazelworm bestaat uit enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort komt voor in bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen. De meeste waarnemingen hebben betrekking op bos- en heideterreinen Het plangebied voldoet niet aan de habitateisen van deze soorten.

Conclusie amfibieën en reptielen Geconstateerd is dat de werkzaamheden in het plangebied geen invloed hebben op soorten amfibieën en reptielen. Met de soortgroepen amfibieën en reptielen hoeft tijdens de uitvoering van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden. Indien tijdens de werkzaamheden algemene soorten amfibieën worden aangetroffen geldt daarvoor de zorgplicht (zie bijlage I en II).

5.5

Vissen

Het plangebied binnen de verstorende invloedsfeer grenst niet direct aan een watergang. De soortgroep vissen is hierdoor voor het plangebied niet verder onderzocht. 5.6

Overige fauna waaronder vlinders en libellen

Er vinden geen ingrijpende werkzaamheden plaats aan het aanwezige groen. De algemene, beschermde en Rode lijst soorten van beide soortgroepen kunnen tijdens de werkzaamheden eenvoudig uitwijken. Er is voor deze soortgroepen geen nader onderzoek noodzakelijk.

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 19/41

EcologieWerkt

5.7

Flora

Het gebruik van de omgeving en de hoge eisen die beschermde soorten flora aan de groeiplaats stellen, maken het plangebied ongeschikt. Met beschermde soorten flora hoeft geen rekening gehouden te worden. 5.8

Bomen

Voor de bomen wordt een apart traject gevolgd. Zie hiervoor Donker Disign (Datum: 29-092025, Kenmerk: 250016_SO_RAP_03) en Donkergroen (Datum: 12-6-2025 Bestandsnaam: VTA _MC Donalds _Boxtel 2025)

Quickscan Flora & Fauna

– Liempde, Peerkesbos 1 – 20/41

EcologieWerkt

Conclusie en advies 6.1

Gebiedsbescherming

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De ingreep leidt niet tot verkleining van de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op deze soorten. Deze QuickScan doet geen uitspraken over stikstofdepositie. In tabel 10 een overzicht van nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Indien noodzakelijk dient apart stikstofonderzoek uitgevoerd te worden. Tabel 10: Natura 2000-gebieden en de afstand tot het plangebied en mate van gevoeligheid van stikstof Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek Kempenland West Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux Rechte Heide & Riels Laag Strabrechtse Heide & Beuven Langstraat

6.2

Afstand 3,8 km 11 km 13 km 16 km 22 km 23 km 24 km 25 km

Gevoelig voor stikstof Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Deels

Soortbescherming

In tabel 11 wordt weergegeven welke functie het plangebied kan hebben voor (beschermde) soortgroepen waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. Tabel 11: Overzicht van de te onderzoeken functies in het plangebied voor (beschermde) soorten Soortgroep Nader onderzoek Functie Vogels Nee Vleermuizen Ja Zomer-, kraam-, paar-, en/of individueel winterverblijf Grondgebonden zoogdieren Nee Amfibieën en reptielen Nee Vissen Nee Overige Fauna Nee Bomen Nee Zorgplicht van toepassing → Ja Broedvogels in bomen en struiken* * alleen noodzakelijk indien werkzaamheden worden opgestart tijdens het broedseizoen

Een nader onderzoek naar de functie verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten vleermuizen is noodzakelijk om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat het plangebied een functie heeft voor deze soortgroep. Advies broedvogels Het beboste deel bevindt zich buiten de verstorende invloedsfeer van de geplande verbouwing. Dit geldt ook voor een aangetroffen buizerdnest. Deze soort valt onder categorie 4 en heeft een jaarrond beschermd nest. Advies is de plaatsing van een reclamezuil nabij ( 25 meter) het nest uit te voeren buiten het broedseizoen om verstoring te voorkomen, niet alleen van de buizerd maar ook van algemene

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=76a1aff4-2999-4c13-b39c-1a376ced4c19