Bindend adviesrecht - BOPA - hofgebouw Liduinaterrein Boxtel - Bijlage 1 Ruimtelijke motivering (1379036)
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering
Liduinahof 35 te Boxtel Gemeente Boxtel
Datum: 16 februari 2026
ROS
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
INLEIDING Aanleiding
4
1.2
Projectgebied
5
1.3
Doel
6
1.4
Geldend planologisch kader
6
1.5
Leeswijzer
7
PLANBESCHRIJVING Bestaande situatie
8
2.2
Toekomstige situatie
10
BELEIDSMATIGE AFWEGING
3.2
3.3
5
datum
8
2.1
3.1
4
4
1.1
16
Rijksbeleid
16
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
16
3.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving
17
Provinciaal beleid
18
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
18
3.2.2
Omgevingsverordening Noord-Brabant
20
Gemeentelijk beleid
29
3.3.1.
Omgevingsvisie Boxtel
29
3.3.2.
Visie Duurzaam Boxtel 2030
31
3.3.3.
Visie op Wonen
32
MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN
33
4.1
Voortoets OER-beoordeling
33
4.2
Omgevingsveiligheid
34
4.3
Geluid - Wegverkeer
36
4.4
Luchtkwaliteit
37
4.5
Bodem
39
4.6
Activiteiten en milieuzonering
42
4.7
Weging van het waterbelang
44
4.8
Ecologie
51
4.9
Geur
53
4.10
Verkeer en parkeren
54
4.11
Cultuurhistorische waarden
56
UITVOERBAARHEID
59
5.1
Economische uitvoerbaarheid
59
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59
5.3
Omgevingsdialoog
59
16 februari 2026
pagina
2 van 60
ROS
Bijlagen 1.
Bestaande situatie
2.
Voorlopig inrichtingsplan Liduina
3.
Nieuwe situatie
4.
Aanmeldnotitie mer beoordeling
5.
Onderzoek wegverkeerslawaai
6.
Verkennend bodemonderzoek belevingstuin
7.
Verkennend bodemonderzoek projectlocatie
8.
Quick scan flora
9.
Aanvullend vleermuisonderzoek
10. Activiteitenplan vleermuisonderzoek 11. Quickscan beschermde planten- en diersoorten 12. Onderzoek stikstof 13. losse uitvoerbestanden van de AERIUS-berekening aanlegfase 14. losse uitvoerbestanden van de AERIUS-berekening gebruiksfase
15. Archeologie Bureau- en Inventariserend veldonderzoek 16. Selectieadvies archeologie 17. Verslag omgevingsdialoog 18. Presentatie omgevingsdialoog
datum
16 februari 2026
pagina
3 van 60
ROS
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Deze ruimtelijke motivering is opgesteld ten behoeve van het uitbreiden van het bouwen buiten het geldende bouwvlak zoals opgenomen in het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Boxtel voor het adres Liduinahof 35 te Boxtel. Op de locatie is het zorgcomplex van de Zorggroep Elde Maasduinen (ZGEM) gevestigd. ZGEM is voornemens vervangende nieuwbouw op te richten voor de bestaande bewoners/cliënten als onderdeel van een algehele kwaliteitsslag in het zorgaanbod. Het aantal zorgplekken blijft gelijk. Om de nieuwbouw mogelijk te maken, is een gebouw (gebouw A) gesloopt. In het geldende Bestemmingsplan ‘Boxtel Noord’ ligt de locatie binnen de functie ‘Maatschappelijk’ en deels binnen het bestaande bouwvlak. De voorgenomen nieuwbouw ligt grotendeels buiten het bestaande bouwvlak.
Uitsnede bestemmingsplan Boxtel Noord
Om deze nieuwbouw mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Bij een BOPA is het van belang dat de gevolgen op de fysieke leefomgeving van de activiteiten die de toestemming mogelijk maakt, worden afgewogen zodat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze afweging vindt plaats in deze ruimtelijke motivering.
datum
16 februari 2026
pagina
4 van 60
ROS
1.2
Projectgebied
De projectlocatie is gelegen op het adres Liduinahof 35 binnen de kern Boxtel. Navolgende afbeeldingen geven de ligging van de locatie ten opzichte van de kern en de directe omgeving weer.
Globale ligging planlocatie (in rode kleur) ten opzichte van de kern Boxtel.
Globale ligging planlocatie (in rode kleur) ten opzichte van de directe omgeving.
datum
16 februari 2026
pagina
5 van 60
ROS
1.3
Doel
Met voorliggende ruimtelijke motivering (behorende bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)) worden de effecten van het bouwen buiten het geldende bouwvlak op de locatie Liduinahof 35 te Boxtel op de fysieke leefomgeving in beeld gebracht en afgewogen.
1.4
Geldend planologisch kader
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Vanuit de Omgevingswet moet iedere gemeente een omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente vaststellen. Veel gemeenten hebben echter nog geen nieuw omgevingsplan vast kunnen stellen. Voor de gemeenten die nog geen nieuw omgevingsplan hebben vastgesteld geldt het zogenaamde omgevingsplan van rechtswege. Dit bestaat uit de regels uit verschillende ruimtelijke instrumenten die met de ingang van de Omgevingswet zijn komen te vervallen (zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen en verordeningen) en uit de regels over activiteiten die vanuit de Rijksoverheid gelden (de zogenaamde bruidsschat). De gemeente Boxtel heeft nog geen nieuw omgevingsplan vastgesteld, waarmee het zogenaamde omgevingsplan van rechtswege van toepassing is binnen deze gemeente. Voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen wordt vanuit het omgevingsplan van rechtswege nog getoetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan en, waar nodig, aan de aanvullende bepalingen uit de zogenaamde bruidsschat. Dit wordt dan gezien als een toetsing aan het geldende omgevingsplan. Op de locatie Liduinahof 35 te Boxtel is het bestemmingsplan ‘Boxtel Noord’ van toepassing. Op de locatie geldt de functie ‘Maatschappelijk’. Binnen de functie mogen hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht.
De voorgenomen nieuwbouw aan de Liduinahof 35 past daarmee niet binnen de bepalingen uit het omgevingsplan van rechtswege (Boxtel Noord). De beoogde nieuwbouw buiten het bestaande bouwvlak is hieronder verbeeld.
Het gedeelte van de beoogde nieuwbouw dat buiten het bestaande bouwvlak ligt (globaal rood omlijnd).
datum
16 februari 2026
pagina
6 van 60
ROS
Het is mogelijk om het initiatief met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) mogelijk te maken. Daarbij is het belangrijk om een goede afweging te maken van de mogelijke effecten van het initiatief op de fysieke leefomgeving. In deze toelichting is deze afweging verder gemotiveerd. Concreet zal er met deze BOPA toestemming worden gevraagd voor het afwijken van het omgevingsplan. Deze toestemming kan bij de volgende aanpassingsronde van het Omgevingsplan worden meegenomen. De toestemming ziet toe op het bouwen buiten het geldende bouwvlak waarbinnen een bouwwerk mag worden opgericht tot de voorgenomen gooten bouwhoogte van 13 meter.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 met daarin de beschrijving van het initiatief. Daarbij wordt het initiatief beschreven en wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing van het initiatief. Hoofdstuk 3 met daarin de beleidsmatige afweging. Daarbij wordt het initiatief getoetst aan het beleid dat van toepassing is vanuit de Rijksoverheid, de provincie en de gemeente. Hoofdstuk 4 met daarin de afweging van de mogelijke effecten van het initiatief op de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt het initiatief getoetst aan de verschillende van belang zijnde regels voor de fysieke leefomgeving en of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 5 met daarin de uitvoerbaarheid van het initiatief. Daarbij wordt een afweging gemaakt van de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.
datum
16 februari 2026
pagina
7 van 60
ROS
2
PLANBESCHRIJVING
2.1
Bestaande situatie
Het perceel Liduinahof 35 is gelegen in de gemeente Boxtel ten noordwesten van de kern Boxtel. De Liduinahof is een groot verzorgingscomplex, bestaande uit meerdere gebouwen, die in de loop van de jaren gefaseerd zijn gebouwd. Het bouwjaar van deze gebouwen varieert tussen 1973 en 2003. Aan de voorzijde van de Liduinahof ligt een groot parkeerterrein, terwijl de ‘achtertuin’ van de Liduinahof zeer groen en natuurlijk is ingericht. Hierbij is getracht het natuurlijke karakter van de Dommel aan te laten sluiten aan de tuin. In 2019 is er een wandeltuin gerealiseerd die voornamelijk gericht is op het in standhouden van de biodiversiteit. De tuin is aangeplant met diverse waardplanten en fruitbomen, die een mooie beleving voor de bewoners bieden. Aan de noord- en zuidzijde van het complex wordt het terrein afgeschermd door middel van een strook bosplantsoen. Het bosplantsoen aan de zuidzijde ontneemt hiermee het zicht op de achterliggende wijk, terwijl het noordelijk gelegen bosplantsoen aansluit op de Dommel.
Huidige situatie omgeving projectgebied.
Ten noorden van het projectgebied ligt een park waar de beek de Dommel meandert. Daarna volgt de loop van de Dommel langs het projectgebied verder richting het zuidwesten. Ten noordoosten van het Liduinaterrein bevindt zich het Wereldhuis, een ander zorgcomplex van ZGEM. Verder oostelijk en zuidwestelijk van het perceel liggen hoofdzakelijk woonwijken en bedrijven. Het Liduinaterrein is bereikbaar via Liduinahof en de Bosscheweg.
Omgeving Liduinahof 35
datum
16 februari 2026
pagina
8 van 60
ROS
Op het Liduinaterrein bevinden zich het zorgexpertisehuis Liduina, alsook enkele praktijken en een zorgwinkel. Daarnaast is er een buitenpoli van het Jeroen Bosch Ziekenhuis gevestigd. Ter illustratie toont de onderstaande afbeelding de voormalige situatie.
Voormalige situatie met veel verharding en gebouw A
Op de voorgaande afbeelding staat gebouw A nog aangeduid. Dit gebouw is inmiddels met vergunning gesloopt in verband met geconstateerde betonrot in de constructie van het gebouw. Dit gebouw was oorspronkelijk in gebruik als verpleeghuis. Als gevolg van interne herverdeling zijn de 60 patiënten uit gebouw A verplaats naar andere delen binnen het totale zorgcomplex en is de vrijkomende ruimte ingezet als kantoorruimte voor 60 medewerkers van het bestuursbureau. Anticiperend op voorliggend plan is deze kantoorfunctie inmiddels blijvend verplaatst naar de vestiging van ZGEM aan de parkweg en zal in de nieuwe situatie niet terugkeren. In de nieuwe situatie wordt het gebouw ingericht voor maximaal 60 patiënten (en herleeft in zekere zin de oorspronkelijke situatie in relatie tot het aantal patiënten). Tot slot wordt in algemene zin opgemerkt, dat in het kader van de Zorgwet het binnen Liduina niet is toestaan om het aantal patiënten toe te laten nemen. Ter nadere duiding, het aantal patienten zal als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet toenemen. Uitsluitend is sprake van een interne verplaatsing van patiënten.
datum
16 februari 2026
pagina
9 van 60
ROS
2.2
Toekomstige situatie
Op de locatie Liduinahof 35 wordt beoogd om de nieuwbouw van het zogeheten Hofgebouw aan de westzijde van de bestaande bebouwing te realiseren. Hier is grotendeels geen bouwvlak aanwezig. De BOPA heeft tot doel om te kunnen bouwen buiten het geldende bouwvlak. De huidige maatschappelijke functie blijft hierbij onverminderd van kracht. Het plan is om in de nieuwbouw 3 doelgroepen te huisvesten, namelijk PG, PG+ en DZEP. Dit zijn bewoners met dementie en een zwaardere klasse dementerende met onbegrepen gedrag. Het ontwerp is zo ingericht dat er een grote flexibiliteit is in het plaatsen van 1 van de 3 doelgroepen. Het gebouw bestaat uit 3 verdiepingen waarbij elke verdieping 2 groepen huisvest. Elke groep bestaat uit 10 kamers, waardoor het zorgcomplex in totaal over 60 kamers beschikt. Van deze 60 kamers worden er 3 kamers als comfort room voor tijdelijke opvang. Alle kamers beschikken over een eigen sanitair en ruimte voor het plaatsen van een klein zitje. Verder zijn alle kamers en de gangen georiënteerd op het groen, vanuit de gedachte achter het woonconcept wonen in het groen. Het hofgebouw bestaat uit drie ‘identieke’ verdiepingen met een ‘open’ binnenhof – U vorm.
datum
16 februari 2026
pagina
10 van 60
ROS
Aan de zijde van de Dommel bevinden zich de huiskamers waar groot gedeelte van de tijd door cliënten wordt door gebracht. Ook is hier ruimte voor een gezamenlijke buitenruimte met uitzicht en mogelijkheid voor de zintuigelijke ervaringen (zicht, horen, reuk, smaak, voelen) met het groen en blauw.
Nieuwe situatie
Beeldkwaliteit Aan de Dommel in Boxtel is in de loop der jaren het voormalige ziekenhuisterrein uitgegroeid tot een groot zorgcomplex van meerdere aaneengeschakelde gebouwen. Architectenbureau BiermanHenket heeft voor ZGEM het ‘Masterplan Lduina’, een visie, opgesteld. Hierin wordt de grote schaal, die niet bij het dorpse karakter van Boxtel past, vervangen door kleinschaliger wonen in het groen. Het idee is dat er ruimtes in het groen ontstaan – groenkamers – waar bewoners met dementie kunnen wonen, ontmoeten en ontspannen. In zorgexpertisehuis Liduina wordt zorg geleverd aan mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag (D-ZEP). De fysieke leefomgeving heeft direct invloed op gedrag, de huidige entourage sluit niet meer aan bij de leef- en beleefwereld van de bewoners die kampen met vergevorderde dementie. Zij hebben behoefte aan een beschutte omgeving, die gericht is op het individu en die onnodige prikkels vermijd. Wonen in het groen In het Masterplan wordt voorzien in een ontwerp wat directe verbinding met groen en daglicht biedt, waarin de groepsvormen kleinschaliger van opzet zijn en waarin het mogelijk is om
datum
16 februari 2026
pagina
11 van 60
ROS
maximale bewegingsvrijheid in een veilige omgeving aan de bewoners te bieden. Tevens sluit de parkontwikkeling naadloos aan bij het streven om binnen en buiten met elkaar te verbinden. Hieronder is een impressie opgenomen van het beoogde Hofgebouw.
Impressie beoogde Hofgebouw
In het voorgenoemde masterplan voor Liduina ontstaat door de gesloopte hoogbouw van het voormalige ziekenhuis ruimte voor een nieuwbouwvolume, omgeven door groen en in de nabijheid van de Dommel. Door de kwaliteiten van de huidige belevingstuin verder uit te breiden is er een park ontworpen die de huidige belevingstuin vergroot over de volledige breedte van het terrein. Langs de Dommel zijn in het verleden meerdere watermolens gebouwd. Sommige van deze watermolens zijn nog steeds bewaard gebleven. Voor de vormgeving van het Hofgebouw is er gezocht naar een link met de plek. De watermolens karakteriseerde zich onder andere door een divers dakenlandschap en verschillend materiaalgebruik waaronder hout, baksteen. Daarnaast ging het vaak om meerdere kleinschalige gebouwen dichtbij het water. Deze eigenschappen zijn het onderliggende stedenbouwkundige concept voor de nieuwbouw: een moderne variant van de typische watermolen.
Materialisatie en duurzaamheid In de materialisatie is er een link naar de historie van de plek gezocht (watermolens). Daarnaast is rekening gehouden met de hedendaagse duurzaamheidseisen en opties tot (modulair) bouwen met hout. Het circulair en biobased bouwen zijn principes die ZGEM graag nastreeft en waarbij
datum
16 februari 2026
pagina
12 van 60
ROS
de woon- en belevingskwaliteiten voor de bewoners, medewerkers en bezoekers altijd de prioriteit behouden. In de gevels zit een repeterend ritme door de repetitie van de plattegrond. Binnen dit ritme hebben we de gevelopeningen laten verspringen om zo een gevarieerder beeld te krijgen. Door de ‘eenvoud’ in materialisatie en de repetitie ontstaat een rustig beeld en vallen de uitzonderingen (serre, ingangen, schoorstenen, balkons) op. Het gebouw staat op een baksteenplint die in hoogte verspringt naar gelang deze van gevelpositie veranderd. Voor het kleinschalige karakter zijn de langs gevels door verticale accenten in baksteen en hout subtiel opgedeeld. Zoals eerder aangegeven speelt ook het gepatineerde zinken dak een rol bij de opdeling van het groter geheel. Voor de kleuren en de materialen is gezocht naar een duurzame afwerking met natuurlijke kleuren en natuurlijke veroudering. Er wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor enkele groene gevels.
Landschappelijke inpassing Het landschapsplan voor de inpassing van de gewenste ontwikkeling op locatie is ontstaan na een onderzoek naar de landschapskenmerken van de plek. Daaruit is naar voren gekomen dat de ontwikkeling zich bevindt op een plek die uit oorsprong een natuurlijke (bos)zone aan de beek was. Het projectgebied ligt nagenoeg tegen De Dommel en direct tegen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Bij het opstellen van dit landschappelijke inpassingsplan is daar dan ook aansluiting bij gezocht. Het plan voor de landschappelijke inpassing grijpt terug naar het (recente) verleden, waardoor met toevoeging van landschapselementen een kleinschalige verkaveling ontstaat. Daarnaast wordt door de situering van het bouwvolume en de groene toevoegingen een fijn leefklimaat ontwikkeld voor de toekomstige bewoners van de plek, waarbij rekening wordt gehouden met de huidige vraagstukken zoals biodiversiteit (flora en fauna), hittestress en waterberging. De afbeelding van de nieuwe situatie op blz 10 van deze ruimtelijke motivering toont tevens de landschappelijke inpassing van de locatie Liduinahof 35 te Boxtel. De eerste aanzet voor deze landschappelijke inpassing is gelegd in het voorontwerp inrichtingsplan, opgesteld door landschapsbureau REDD. Volledigheidshalve is dit voorontwerp inpassingsplan als bijlage opgenomen bij de voorliggende ruimtelijke motivering.
Dementievriendelijk wonen Vanuit de GGD is geadviseerd om in voorliggend plan mogelijk gebruik te maken van de Toolkit ‘Dementievriendelijk Woongebouw’ Deze Toolkit is gemaakt in opdracht van Woonzorg Nederland door KAW in samenwerking met Alzheimer Nederland, Aedes, ActiZ en de DEEL academy van TU Eindhoven. De kernbedoeling van deze toolkit is het bieden van ruimtelijke tips voor een dementievriendelijk ontwerp en beheer van woongebouwen voor ontwikkelaars, complexbeheerders en huurders van woning corporaties. De toolkit richt zich op het bevorderen van zelfstandig wonen in gehuurde woningen. Hoewel sommige tips overlappen met thema's zoals zorggeschiktheid,
datum
16 februari 2026
pagina
13 van 60
ROS
brandveiligheid, leven met dementie, gezonde woningen en inrichting, ligt de focus van deze toolkit hier niet op. De navolgende afbeelding verbeeldt de onderliggende behoefte van mensen met dementie naar ontwerpprincipes. Deze ontwerpprincipes worden achtereenvolgens toegepast op bijvoorbeeld de inrichting van de directe omgeving, de entree buiten, de entree binnen, de ontmoetingsruimte, een binnentuin, het trappenhuis, de badkamer, etc.
Afbeelding uit Toolkit dementievriendelijk woongebouw
Verder is door de GGD gewezen op de website van ‘Het Juiste Huis’ waar informatie wordt gedeeld over dementievriendelijk wonen. In een dementievriendelijke woning staan eigen regie , gezamenlijkheid, veiligheid en ondersteuning centraal. Het is een plek waar mensen met dementie en hun naasten tijdig heen willen verhuizen. In de Wijzer wonen met dementie staan alle aspecten waar rekening mee gehouden kan worden en in de praatplaat dementie vriendelijke buurten kun je zien welke aspecten in een omgeving die dementie vriendelijk maken. En zo een omgeving is natuurlijk een zorgzame en gezonde omgeving voor iedereen! Een mens-vriendelijke leefomgeving!
Afbeelding Wijzer wonen met dementie
datum
16 februari 2026
pagina
14 van 60
ROS
Initiatiefnemer is een zeer ervaren zorgverlener voor o.a. zwaar dementerende ouderen en is bekend met de ‘Toolkit Dementievriendelijk Woongebouw’ en de ‘Wijzer wonen met dementie’. De vervangende nieuwbouw wordt (gezien de doelgroep van zwaar dementerende ouderen) zeer dementievriendelijk uitgevoerd en is in overeenstemming met de adviezen uit de toolkit en de wijzer.
datum
16 februari 2026
pagina
15 van 60
ROS
3
BELEIDSMATIGE AFWEGING
Een ontwikkeling moet passen binnen het beleid dat door zowel de gemeente als door de Rijksoverheid en de provincie is vastgesteld. Daarbij dient een afweging te worden gemaakt of een initiatief passend is binnen de uitgangspunten en regels die in de verschillende beleidsstukken zijn opgenomen of, wanneer een initiatief daar niet helemaal binnen past, dat met behulp van maatwerk sprake kan zijn van een aanvaardbare of wenselijke ontwikkeling. In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan het beleid dat is vastgesteld door de Rijksoverheid, de provincie en de gemeente.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Het initiatief zal geen nadelige invloed hebben op de nationale belangen zoals zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie van de Rijksoverheid. Op 11 september 2020 heeft de Rijksoverheid de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de visie voor de lange termijn van de Rijksoverheid op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de duurzame leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting door strategische keuzes te maken. Ook maakt de NOVI ruimte voor maatwerk in de regio en werkt gebiedsgericht, dat wil zeggen bij de aanpak van de opgaven worden de kenmerken van het gebied als uitgangspunt genomen. Een van de belangrijkste uitgangspunten uit de NOVI is de nieuwe aanpak voor (ruimtelijke) vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Deze nieuwe aanpak richt zich op het uitgangspunt om te werken met een integrale aanpak in plaats van verschillende vraagstukken sectoraal op te pakken. Om te komen tot deze integrale aanpak omschrijft de NOVI vier thema's welke prioriteit hebben:
•
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.
•
Duurzaam economisch groeipotentieel.
•
Sterke en gezonde steden en regio's.
•
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Vanuit de NOVI geeft de Rijksoverheid kaders en richting voor de nationale belangen, maar legt de verantwoordelijkheid voor het behalen van de doelstellingen bij alle partijen samen. Gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheden en meer mogelijkheden om eigen beleid te maken binnen de kaders die de Rijksoverheid biedt. Vanuit de Rijksoverheid wordt gestreefd naar de regie op de samenwerking tussen de verschillende partijen en op het bewaken van de nationale belangen. De Rijksoverheid streeft naar een zogenaamd “omgevingsinclusief” beleid. Daarbij staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal. Om ruimtelijke vraagstukken integraal te kunnen afwegen werkt de NOVI met drie afwegingsprincipes. Deze principes ondersteunen bij het maken van de juiste belangenafweging. Het gaat om de volgende drie principes:
datum
16 februari 2026
pagina
16 van 60
ROS
•
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies.
•
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.
•
Afwentelen wordt voorkomen.
Zo lang geen sprake is van een nationaal belang en zo lang de ambities van de Rijksoverheid niet worden tegengewerkt wordt de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen zoveel mogelijk aan provincies en gemeenten gegeven en is er geen sprake van een ontwikkeling in strijd met de NOVI. Het initiatief heeft geen gevolgen voor de nationale belangen die zijn opgenomen in de NOVI en werkt de ambities van de Rijksoverheid niet tegen. Het initiatief is daarom niet in strijd met de nationale belangen zoals zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie van de Rijksoverheid.
3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving Het initiatief zal geen nadelige invloed hebben op de nationale belangen. Het initiatief betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling heeft ten opzichte van de bestaande situatie, geen nadelige invloed op de nationale belangen, zodat geen nadere afweging van de behoefte hoeft te worden gemaakt. Verdere toetsing aan de normen uit het Bkl vindt plaats bij de toetsing aan het beleid van de provincie, het waterschap en de gemeente. Op 3 juli 2018 heeft de Rijksoverheid het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vastgesteld. Met ingang van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ook het Bkl in werking getreden. Het Bkl is één van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) die verdere invulling geven aan de Omgevingswet. In het Bkl zijn inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid opgenomen voor het behalen van de nationale doelstellingen en het voldoen aan de internationale verplichtingen. Het Bkl bestaat uit instructieregels (voor programma's, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten), omgevingswaarden, regels voor omgevingsvergunningen en regels over monitoring en informatie. Provincies, gemeenten en waterschappen dienen de regels uit het Bkl door te vertalen in hun beleid.
Een verdere toetsing aan de normen uit het Bkl vindt dan ook plaats bij de toetsing aan het beleid van de provincie, het waterschap en de gemeente. In het Bkl is verder de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Dit houdt in dat wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling er een zorgvuldige afweging gemaakt dient te worden van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte van de betreffende ontwikkeling. Het plan heeft betrekking op de oprichting van het Hofgebouw. Hiervoor is een bestaand gebouw van het voormalige ziekenhuis gesloopt. De ontwikkeling zal plaatsvinden binnen de kaders van capaciteitsuitbreidingen bij verpleeghuizen, het zogeheten WOZO akkoord. Toepassing van de Ladder betekent voor het project geen belemmering. Volgens jurisprudentie is 'in beginsel' sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen aan het bestek worden toegevoegd. Het project omvat het oprichten van nieuwbouw voor het huisvesten
datum
16 februari 2026
pagina
17 van 60
ROS
van eenzelfde aantal bewoners met een zorgvraag. Geacht wordt dat door de sloop van een deel van het ziekenhuis reeds meer aansluiting is gevonden met de schaal van de kern van Boxtel. Met voorliggende ontwikkeling wordt een veel beperkter volume teruggeplaatst. Geacht wordt dat met voorliggend project geen extra woningen mogelijk worden gemaakt binnen de maatschappelijke functie ter plaatse. Deze omstandigheid is geborgd omdat het WOZO akkoord geen capaciteitsuitbreidingen toestaat. Er is enkel sprake van de realisatie van een nieuw gebouw dat gedeeltelijk buiten het geldende bouwvlak is gelegen. Dit maakt dat een verdere toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Daarmee is in voldoende mate getoetst aan het Bkl en wordt het initiatief als passend op de projectlocatie beschouwd.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft, in het kader van de – destijds - naderende Omgevingswet, een nieuwe Omgevingsvisie opgesteld waarin de provinciale beleidsuitgangspunten uiteen worden gezet. De Omgevingsvisie is op 14 december 2018 vastgesteld. De beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn niet juridisch bindend, maar zijn wel de basis van het ruimtelijke beleid. De omgevingsvisie gaat over twee vragen:
•
Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zien?
•
Wat moet in 2030 voor elkaar zijn om dat toekomstperspectief te verwezenlijken.
De doelstelling die Noord-Brabant heeft voor 2050 is dat zij in dat jaar welvarend, verbonden en klimaatproof zijn. De welvaart wil de provincie bereiken door te investeren in een gezonde en sterke concurrentiepositie door het goede vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers, maar ook door de voortrekkersrol in de transitie naar een innovatieve en duurzame economie. De provincie ziet welvaart niet alleen als economische bestaanszekerheid, maar ook als geluk, gezondheid en veiligheid van mensen. In dat kader stelt de provincie dat in 2050 bestaande problemen in de fysieke leefomgeving zijn opgelost en dat het robuuste natuurnetwerk uitstekend functioneert. Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie wil de provincie zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeteren. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. Voor wat betreft de verbondenheid is het streven van de provincie dat Brabant de centrale ligging uitstekend weet te benutten door goede verbindingen op zowel fysiek als op sociaalmaatschappelijk (digitaal) gebied. Daarbij is een van de doelen dat de logistieke bedrijvigheid nog steeds een topsector is, maar dan op een schonere en slimmere manier.
Daarnaast bieden nog zichtbare historische waarden, erfgoed en landschappelijke verscheidenheid een verbinding met het verleden.
datum
16 februari 2026
pagina
18 van 60
ROS
Deze elementen dienen te blijven behouden voor een aantrekkelijke omgeving als uitloopgebied voor de inwoners van steden en dorpen en voor recreatie. Verder wil de provincie goed om kunnen gaan met de klimaatverandering en de effecten daarvan. Hierbij staat duurzaam, gezond en klimaatbestendig bouwen centraal. Daarnaast dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn om water op te vangen en vast te houden in tijden van droogte en om wateroverlast te voorkomen. Op basis van deze doelstellingen heeft de provincie vier hoofdopgaven geformuleerd:
•
Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit
•
Werken aan de Brabantse energietransitie;
•
Werken aan een klimaatproof Brabant;
•
Werken aan de slimme netwerkstad;
•
Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Deze opgaven worden niet los van elkaar gezien, maar zijn vanuit de basis met elkaar verbonden. Hierbij wordt gekeken vanuit een gebiedspecifieke benadering om de kansen en bedreigingen van de opgaven te benoemen en rekening te houden met de kansen vanuit andere hoofdopgaven. In de omgevingsvisie geeft specifieke aandacht aan het behouden en ontwikkelen van een gezonde leefomgeving. Bij gezondheid gaat het om "quality of life", welzijn en het bevorderen van gezondheid. Dat draagt bij aan geluk, veerkracht, vitaliteit en productiviteit van mensen, het functioneren van de (Brabantse) samenleving. Bijvoorbeeld door een gezonde levensstijl te bevorderen door bij de (her)inrichting van de omgeving meekoppelkansen te benutten en uit te nodigen tot beweging door meer groen, of meer voorzieningen voor buitenrecreatie. Daarnaast is een goede omgevingskwaliteit van belang, zowel in de bebouwde als de onbebouwde omgeving. Er is een steeds grotere verwevenheid van stad en land. Het is daarom belangrijk om stad en land in samenhang te bezien. Deze samenhang is duidelijk terug te zien in de maatregelen rond klimaatadaptatie. Een gebiedsgerichte benadering van de beekdalen waar stad en land samenkomen is nodig. Een aantrekkelijk landschap is essentieel voor een goede omgevingskwaliteit.
Zorgexpertisehuis Liduina is aangewezen als Regionaal Expertise Centrum in de provincie NoordBrabant, als het gaat om zorg voor mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag (DZEP). Vanuit die functie voelt Zorggroep Elde Maasduinen (ZGEM) zich verantwoordelijk als de last-resort plek voor VVT instellingen in de provincie, wanneer cliëntenzorg niet meer in de reguliere setting vormgegeven kan worden. Een belangrijke voorwaarde om deze zorg te kunnen blijven leveren, naast een gespecialiseerd zorg- en behandelteam, is passende huisvesting. De fysieke leefomgeving heeft direct invloed op gedrag, de huidige bebouwing sluit niet meer aan bij de leef- en beleefwereld van onze cliënten die kampen met vergevorderde dementie. Zij hebben behoefte aan een beschutte omgeving, die gericht is op het individu en die onnodige prikkels vermijd. In de huidige setting is het niet mogelijk om direct naar buiten te gaan en is ook toetreding van daglicht onvoldoende geborgd. De ruimtes sluiten niet goed aan bij het zorgconcept en de benodigde doorontwikkeling van volwaardige PG-zorg.
datum
16 februari 2026
pagina
19 van 60
ROS
De nieuwbouw zorgt voor een directe verbinding met groen en daglicht. De groeps-woonvormen zijn kleinschaliger van opzet en maken het mogelijk om maximale bewegingsvrijheid in een veilige omgeving aan onze cliënten te bieden. De parkontwikkeling sluit naadloos aan bij het streven om binnen en buiten met elkaar te verbinden. Om de veranderingen in de zorg het hoofd te kunnen bieden, is een transformatie van het huidige complex noodzakelijk. Binnen het aanwezige gebouwencomplex van Liduina zijn een aantal verpleegafdelingen gehuisvest die niet meer voldoen aan de huidige maatstaven van privacy, aan de wettelijke regels van de Wet op zorg en dwang en aan de kwaliteit van een geschikte woonen leefomgeving voor deze specifieke groep dementerende ouderen met zeer ernstig probleemgedrag. De oprichting van het Hofgebouw is een onderdeel binnen de totale herinrichting van het terrein. Het Hofgebouw ligt op en voor de plek waar de voormalige hoogbouw heeft gestaan (in het Masterplan aangeduid als ‘gebouw A’). Door deze sloop is plaats ontstaan voor het Hofgebouw, waarbij beide woonvleugels via hun huiskamers gekoppeld zijn met elkaar. Tussen de nieuwbouw ontstaat hierdoor een hofje waar nog meer geborgenheid geboden kan worden aan de cliënten. De huiskamers van de beide vleugels van het gebouw zijn georiënteerd op de Dommel.
Het Hofgebouw wordt gesitueerd in een park-inrichting zoals hiervoor in paragraaf 2.2 is beschreven. Ten slotte wordt het Hofgebouw gebouwd volgens de huidige eisen ten aanzien van duurzaamheid en energie. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de beleidskaders zoals verwoord in de Omgevingsvisie Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant.
3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 5 december 2023 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld met toepassing van een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM). Daarmee hebben zij de omgevingsverordening, zoals eerder vastgesteld op 11 maart 2022, in overeenstemming gebracht met de Omgevingswet. Voor publicatie in het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) heeft de provincie per 1 januari 2024, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant gepubliceerd. Daarin wordt voor de actuele regels en geometrie verwezen naar de TAM-Omgevingsverordening. Voor toetsing aan de regels van het provinciale beleid is daarom de TAM-versie van de Omgevingsverordening leidend. Vanuit de verordening is de vervangende nieuwbouw gelegen in een gebied dat (deels) nader is aangemerkt als ‘stedelijk gebied’, 'landelijk gebied', ‘norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’, ‘norm wateroverlast binnen stedelijk gebied’, ‘diep grondwaterlichaam’, ‘geen attentiezone waterhuishouding’, groenblauwe waarden’, ‘beperking grootschalige logistiek’, ‘beperkingen veehouderij’ en 'stalderingsgebied'.
datum
16 februari 2026
pagina
20 van 60
ROS
Gezien de ligging van het projectgebied tegen De Dommel is vanuit het aspect water specifiek gekeken naar de zonering van ‘Regionale waterberging’ en ‘Behoud en herstel watersystemen’. Navolgende afbeelding toont de ligging van de nieuwbouw ten opzichte van voornoemde zoneringen, waaruit valt op te maken dat de nieuwbouw ook binnen de zonering ‘Behoud en herstel watersystemen’ is gelegen.
Stedelijk gebied Artikel 5.31 (Externe werking Natuur Netwerk Brabant) bepaalt dat een nieuwe ontwikkeling die binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en die aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant geeft, de negatieve effecten waar mogelijk moet beperken en de overblijvende, negatieve effecten moet compenseren. Deze bepaling is niet van toepassing op aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In paragraaf 4.8 is gemotiveerd dat dit project gelet op de ligging ten opzichte van Natuur Netwerk Brabant en dat sprake is van vervangende nieuwbouw geen negatieve effecten tot gevolg zal hebben. Compensatie is dan ook niet aan de orde. Artikel 5.55 (Duurzame stedelijke ontwikkeling) bepaalt dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals wonen, werken of voorzieningen in beginsel binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en dat daarbij gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling past binnen regionale afspraken en dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.1.2 van deze motivering is gemotiveerd dat met deze ontwikkeling sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Er is immers sprake van: • een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Dit blijkt uit de motivering in hoofdstuk 4 van deze motivering; •
zorgvuldig ruimtegebruik, doordat een bestaande zorglocatie binnen stedelijk gebied wordt herontwikkelt om kwalitatief betere zorg te kunnen verlenen;
datum
16 februari 2026
pagina
21 van 60
ROS
•
klimaatadaptatie. Hemelwater dat op verhard oppervlak terecht komt wordt afgekoppeld en
•
toepassing van duurzame energie. Het gebouw zal voldoen aan de hedendaagse
binnen het projectgebied is ruimte voor berging en infiltratie van dit hemelwater. duurzaamheidseisen waardoor het energieverbruik zo gering mogelijk is. Tevens zijn zonnepanelen op het dak voorzien. Mogelijkheden voor duurzame mobiliteit zijn gelet op de doelgroep (zwaar dementerende ouderen) nauwelijks aanwezig. De overige regels binnen dit werkingsgebied (Toedeling beheer vaarwegen, Veehouderij in stedelijk gebied, Windturbine in stedelijk gebied, Ruimte-voorRuimtekavel) zijn niet aan de orde omdat hiervan geen sprake is bij dit project. Landelijk Gebied Tot het ‘landelijk gebied’ behoort het gebied buiten bestaand stedelijk gebied met uitzondering van Natuur Netwerk Brabant, ecologische verbindingszone, primaire waterkeringen, rivierbed en groenblauwe mantel. De provincie geeft binnen deze gebieden ruimte aan de gemeenten om zelf aan te geven welke ontwikkelmogelijkheden er zijn voor een gevarieerde plattelandseconomie en in welke gebieden het agrarische gebruik prevaleert. In voorliggend geval is sprake van een beoogde kwaliteitsslag voor de bestaande zwaar dementerende bewoners in een nieuw gebouw. Om te kunnen voorzien een verduurzaming en groene dooradering van de gebouwen ter plaatse, is de vervangende nieuwbouw deels buiten het geldende bouwvlak voorzien (maar wel binnen de maatschappelijk bestemming, zoals opgenomen in het (tijdelijke) omgevingsplan Boxtel Noord.
Deze dooradering biedt ruimte voor biodivesiteit en versterking (uitbreiding) van de aansluitende natuurbestemming ter hoogte van De Dommel. Tot slot kan de voorgenomen ontwikkeling worden aangemerkt als een vervangende nieuwbouw waarbij een deel van het nieuwe gebouw buiten het bouwvlak van een bestaande ‘niet-agrarische activiteit’ (Art. 5.78 lid 4) is gelegen. Dit is mogelijk indien sprake is van een redelijke uitbreiding van een bestaande niet-agrarische activiteit, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in Artikel 5.75 Mestbewerking , als dat vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving. De locatie van voorgenomen vervangende nieuwbouw is reeds bestemd als ‘Maatschappelijk’ en is gesitueerd op het terrein waarop meerdere medische functies zijn geconcentreerd. Juist door de situering van een deel van de vervangende nieuwbouw buiten het geldende bouwvlak ontstaan kansen voor het creëren van een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving. In de beschrijving van de nieuwe situatie (paragraaf 2.2), alsmede in de beschrijving van de milieu-hygiënische aspecten (hoofdstuk 4) wordt dit nader toegelicht.
Omgevingswaarde (norm) wateroverlast buiten stedelijk gebied De omgevingswaarde drukt de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag.
datum
16 februari 2026
pagina
22 van 60
ROS
Zij geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. De maatregelen die nodig zijn om de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren aan de in de Omgevingsverordening vastgelegde norm te laten voldoen neemt de beheerder op in het waterbeheerprogramma, bedoeld in artikel 3.7 van de wet, dan wel worden uitgewerkt via inrichtingsplannen Er gelden verschillende omgevingswaarden:
•
een omgevingswaarde voor het stedelijk gebied (met een gebied waar een afwijkende omgevingswaarde geldt);
•
een omgevingswaarde voor het stedelijk gebied (met een gebied waar een afwijkende omgevingswaarde geldt);
•
een omgevingswaarde voor een gebied waar geen normen gelden (normvrij gebied).
De omgevingswaarde voor stedelijk gebied (Norm wateroverlast stedelijk gebied) is 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, waar hoofdinfrastructuur en spoorwegen liggen, 1/150 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; 1/50 per jaar voor gebieden met glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw;1/25 per jaar voor gebieden met akkerbouw; 1/10 per jaar voor grasland en overige gebieden. Als bebouwing gelegen is binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) geldt er geen omgevingswaarde want op grond van Artikel 2.4 is dit normvrij (Normvrij gebied). Het huidige landgebruik van het deel van het planbied waar de omgevingswaarde wateroverlast buiten stedelijk gebied geldt, is op dit moment in gebruik als buitenruimte/park bij de zorginstelling. Dat valt onder categorie d van lid 1 van artikel 2.3. Voor de (nieuwe) bebouwing binnen dit werkingsgebied geldt dan een bescherming tegen een overstromingskans van 1/10 per jaar. Op basis van het oppervlaktewatermodel van waterschap De Dommel blijkt, dat de huidige bebouwing hoog genoeg ligt. Ook bij zeer extreme waterpeilen in de Dommel ligt de bestaande bebouwing hoger dan het berekende waterpeil in het model.
Omdat de nieuwbouw hetzelfde bouwpeil krijgt als de bestaande voormalige bebouwing is de kans op wateroverlast in de praktijk klein en lager dan de omgevingsnorm die minimaal geldt vanuit de Omgevingsverordening. Omgevingswaarde (norm) wateroverlast binnen stedelijk gebied De omgevingswaarde drukt de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Zij geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. De maatregelen die nodig zijn om de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren aan de in de Omgevingsverordening vastgelegde norm te laten voldoen neemt de beheerder op in het waterbeheerprogramma, bedoeld in artikel 3.7 van de wet, dan wel worden uitgewerkt via inrichtingsplannen
datum
16 februari 2026
pagina
23 van 60
ROS
Er gelden verschillende omgevingswaarden:
•
een omgevingswaarde voor het stedelijk gebied (met een gebied waar een afwijkende omgevingswaarde geldt);
•
een omgevingswaarde voor het buitenstedelijk gebied (met een gebied waar een afwijkende omgevingswaarde geldt);
•
een omgevingswaarde voor een gebied waar geen normen gelden (normvrij gebied).
De omgevingswaarde voor buitenstedelijk gebied (Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied) is 1/100 per jaar voor gebieden waar hoofdinfrastructuur en spoorwegen liggen, 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw, 1/25 per jaar voor akkerbouw en 1/10 per jaar voor grasland. Voor bebouwing die is gelegen in buitenstedelijk gebied geldt als omgevingswaarde die van het omringende landgebruik. Als bebouwing bijvoorbeeld gelegen is binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) geldt er geen omgevingswaarde want op grond van Artikel 2.4 is dit normvrij (Normvrij gebied). De nieuwbouw vindt plaats buiten het huidige bouwvlak, terwijl vanuit de bestemmingsregels alleen bouwen binnen bouwvlakken is toegestaan. De nieuwbouwlocatie is daarmee momenteel niet bestemd voor bebouwing. Voor de nieuwbouwlocatie geldt daarom nu een bescherming tegen een overstromingskans van 1/10 per jaar. Op basis van het oppervlaktewatermodel van waterschap De Dommel blijkt, dat de huidige bebouwing hoog genoeg ligt. Ook bij zeer extreme waterpeilen in de Dommel ligt de bestaande bebouwing hoger dan het berekende waterpeil in het model. Omdat de nieuwbouw hetzelfde bouwpeil krijgt als de bestaande voormalige bebouwing is de kans op wateroverlast in de praktijk klein en lager dan de omgevingsnorm die minimaal geldt vanuit de Omgevingsverordening.
Geen attentiezone waterhuishouding Het gebied kent geen specifieke eisen ten opzichte van de waterhuishouding Diep grondwaterlichaam Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op grond van Artikel 4.21 in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de verplichting om vanuit de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn om het grondwater dat nu en voor de toekomst geschikt is voor de winning van drinkwaterwater bestemd voor menselijke consumptie te beschermen. De onconventionele winning van koolwaterstoffen brengt risico's met zich mee, die de kwaliteit van het grondwater voordrinkwaterwinning dat bestemd is voor menselijke consumptie bedreigen. Omdat de risico's van deze onconventionele boringen naar koolwaterstoffen onbekend en wellicht onbeheersbaar zijn, is het nodig de grondwaterlichamen die geschikt zijn voor het onttrekken van water bestemd drinkwaterwinning voormenselijke consumptie te beschermen met een verbod. Beperking grootschalige logistiek Het omgevingsplan bepaalt dat ter plaatse van Beperking grootschalige logistiek dat nieuwvestiging, vestiging en uitbreiding van grootschalige logistiek is verboden.
datum
16 februari 2026
pagina
24 van 60
ROS
Groenblauwe waarden Binnen Groenblauwe waarden (Art. 5.46) is het beleid gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem en de ontwikkeling van groenblauwe waarden, natuur en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen. Binnen de groenblauwe waarden is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties met een extensief karakter, zoals grondgebonden landbouw en recreatie, en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals intensieve stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie, of concentratiegebieden voor intensieve landbouwfuncties) passen minder bij het karakter van deze gebieden. Door de gebieden aan te duiden kan de gemeente de waarden betrekken in hun afweging. Het perceel Liduinahof 35 is reeds in gebruik en door de gemeente bestemd als zorgcomplex. De inrichting van het terrein is volledig gerealiseerd en gericht op het gebruik als zorginstelling.
Doordat de voorgenomen bouw van het Hofgebouw gepaard gaat met een aanzienlijke reductie van het verhard oppervlak, wordt de kans benut om de groenblauwe waarden te versterken. In het inrichtingsplan is nader uitgewerkt op welke wijze de vervangende nieuwbouw landschappelijk wordt ingepast. Door deze inpassing wordt ter plaatse de natuur en landschap versterkt en wordt ruimte geboden voor een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem. Stalderingsgebied en Beperkingen Veehouderij Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een (ontwikkeling van een) veehouderijbedrijf waarop hokdieren gehouden worden. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied en Beperkingen Veehouderij zijn daarmee niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Behoud en herstel watersystemen De Dommel is aangeduid voor behoud en herstel van watersystemen. Hier wordt gestreefd naar behoud, herstel en ontwikkeling van het natuurlijk watersysteem (beken en kreken) en de daaraan gekoppelde natuur- en landschapswaarden. Binnen de gebieden (25 meter rondom een waterloop) zijn of worden maatregelen uitgevoerd op het gebied van de morfologie, zoals het laten hermeanderen van beken, het aanleggen van plas-draszones en het herstel van kwel. Daarom is ook ruimte naast de waterloop nodig om de maatregelen goed uit te kunnen voeren.
In deze gebieden gelden ruimtelijke beperkingen aan activiteiten die het realiseren van watersysteemherstel belemmeren of onnodig kostbaar maken. De voorgestane ontwikkeling biedt in relatie tot de inrichting van de aansluitende ruimte tussen de nieuwbouw en De Dommel kansen voor een verdere inrichting en versterking van de EVZ langs De Dommel. Indien dit aan de orde is, is voor (bouw)werken binnen deze zone is een vergunning van het waterschap nodig, behalve als het werk eenvoudig ongedaan te maken is (afdeling 2.23 Waterschapsverordening).
datum
16 februari 2026
pagina
25 van 60
ROS
Om de vervangende nieuwbouw gedeeltelijk buiten het geldende bouwvlak op te richten, zijn in de provinciale verordening (anders dan voornoemd) geen specifieke bepalingen opgenomen. Wel gelden voor een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied algemene regels voor het behoud en de versterking van de omgevingskwaliteit. Hiervoor zijn de volgende regels opgenomen:
Artikel 5.7 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, Lid 1: Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit.
Lid 2: Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: a.
zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in Artikel 5.8 (met uitzondering van eerste lid onder a en e;
b.
de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9 ; en
c.
meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 5.10 ."
Voor elk van de afzonderlijk genoemde onderdelen voor een goede omgevingskwaliteit zijn vervolgens aanvullende bepalingen opgenomen. Voor zorgvuldig ruimtegebruik gelden de volgende aanvullende bepalingen:
Artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik, Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.
een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag;
b.
de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling;
c.
bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
d.
gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel ; en
e.
splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan.
Lid 2 Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden.
Ad. 5.8, lid 1, sub b: Met de combinatie van de verwerving van het Ruimte-voor-Ruimte ontwikkelingsrecht, de landschappelijke inpassing, de aanvullende kwaliteitsverbetering (al dan niet in combinatie met een storting in het landschapsfonds),
datum
16 februari 2026
pagina
26 van 60
ROS
is geen sprake van intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik van bestaande bebouwing. Wél is er sprake van meerwaardecreatie.
Ad. 5.8, lid 1, sub c: Zoals nader omschreven in de paragraaf ''Besluit kwaliteit leefomgeving" (paragraaf 3.1.2) is toepassing gegeven aan het Besluit kwaliteit leefomgeving en heeft de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking plaatsgevonden.
Ad. 5.8, lid 1, sub d: Voor onderhavig initiatief wordt de zogenaamde BOPA toegepast. Bij vertaling in het omgevingsplan wordt de bebouwing geconcentreerd binnen het bouwperceel.
Ad. 5.8, lid 2: Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van gebruik van het bestaand ruimtebeslag. Hieronder wordt namelijk verstaan: de locatie Stedelijk gebied, de locatie Bebouwd gebied of een bestaand bouwperceel. Voor wat betreft de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering zijn in de verordening de volgende aanvullende voorwaarden opgenomen:
Artikel 5.9 toepassing van de lagenbenadering, Lid 1: Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: a.
welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; en
b.
hoe negatieve effecten worden voorkomen.
Lid 2: Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: a.
de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden;
b.
de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; en
c.
de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden , de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving .
Lid 3: Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen, het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid.
datum
16 februari 2026
pagina
27 van 60
ROS
Zoals nader is aangetoond en omschreven in het hoofdstuk "Afweging effecten op de fysieke leefomgeving" (hoofdstuk 4) is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een mogelijke aantasting van de in het gebied (mogelijk) voorkomende waarden en/of functies. Er zal daarmee geen sprake zijn van mogelijke negatieve effecten op de genoemde lagen en/of kenmerken daarvan. Voor wat betreft de meerwaardecreatie gelden vanuit de verordening de volgende aanvullende bepalingen:
Artikel 5.10 meerwaardecreatie, Lid 1: Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a.
de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren; en
b.
de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Lid 2: De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie." Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt op duurzame wijze ontwikkeld volgens de huidige eisen op het gebied van energie en duurzaamheid. Daarmee zal sprake zijn van een duurzame ontwikkeling, waarbij het energieverbruik zoveel mogelijk zal worden geminimaliseerd. Daarmee wordt bijgedragen aan de energie- en klimaatdoelstellingen. Tevens zal met de voorgenomen ontwikkeling, zoals nader is omschreven in de paragraaf "toekomstige situatie", worden voorzien in een goede bij het gebied passende landschappelijke inpassing. Hiertoe is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld waarin de voorgenomen landschappelijke inpassing nader is uitgewerkt en is onderbouwd. De oprichting van het Hofgebouw in combinatie met een goede landschappelijke inpassing in het landschap is aan te merken als een vorm van meerwaardecreatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal daarmee worden voorzien in meerwaardecreatie.
Nu bij de voorliggende ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, geen sprake is van een mogelijke aantasting van de functies en waarden in de verschillende lagen en/of de kenmerken daarvan en sprake is van meerwaardecreatie wordt met de voorgenomen ontwikkeling voldaan aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de regels zoals die zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant.
datum
16 februari 2026
pagina
28 van 60
ROS
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1. Omgevingsvisie Boxtel Op 4 februari 2025 heeft de gemeenteraad van Boxtel de Omgevingsvisie Boxtel voor het gemeentelijke grondgebied vastgesteld. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Verfrissend Boxtel. In de gemeente Boxtel zijn veel ontwikkelingen in de leefomgeving. Denk hierbij aan woningbouw, stoppende agrarische bedrijven, en het opwekken van duurzame energie. Soms kunnen deze ontwikkelingen worden gecombineerd, maar niet altijd. Er is weinig ruimte en niet alles kan zomaar overal. De omgevingsvisie helpt om de juiste balans te vinden tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving: 1. De visie geeft een integrale richting aan ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, en de uitwerking van beleid in onder andere programma’s en het omgevingsplan; 2.
De visie geeft een uitnodigend en inspirerend toekomstbeeld dat is opgesteld met en voor inwoners, organisaties en (maatschappelijke) ondernemers;
3.
De visie geeft de werkwijze aan: wat doet de gemeente, wat laten we aan de markt over, wat laten we aan de samenleving over, en welke voorwaarden stellen we hierbij?
De omgevingsvisie is opgebouwd aan de hand van vier hoofdthema’s. Alle aspecten van de leefomgeving komen hierin terug. De thema’s bieden structuur bij de invulling van de omgevingsvisie. De hoofdthema’s zijn: Aangenaam leven Dit hoofdthema heeft betrekking op wonen en alles wat samenhangt met een aangename woonomgeving. Hieronder vallen onderwerpen, zoals het landschap, natuur, voorzieningen, gezondheid en veiligheid. Verbindend Netwerk Het hoofdthema verbindend netwerk gaat over de netwerken. In fysieke zin gaat het hierbij om netwerken voor verkeer- en vervoer, zowel boven- als ondergronds. In sociale zin gaat het om netwerken die eraan bijdragen dat iedereen volwaardig mee kan doen in de samenleving. Krachtige economie Dit hoofdthema gaat over de economische aspecten, zoals het vestigingsklimaat, kennis en innovatie en de arbeidsmarkt in de gemeente. Ook de transitie van duurzame landbouw en toerisme en recreatie zijn van belang in dit hoofdthema. Inclusieve duurzaamheid Inclusieve duurzaamheid is een breed thema dat ingaat op klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Het gaat hier over de omschakeling naar circulariteit en hernieuwbare energie (energie die afkomstig is uit natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, bijvoorbeeld door zonnepanelen of een warmtepomp). Ook biodiversiteit, bodem en water komen terug binnen dit hoofdthema.
datum
16 februari 2026
pagina
29 van 60
ROS
Voornoemde thema’s zijn nader uitgewerkt per deelbied. Het plangebied is gelegen in het deelgebied ‘Veerkrachtige woonwijken’ en tegen het deelgebied ‘Beekdalen’. De navolgende afbeelding toont de visiekaart van de omgevingsvisie.
Omgevingsvisie Boxtel (plangebied geel omcirkeld)
In het deelgebied ‘Veerkrachtige woonwijken’ wil de gemeente inzetten op:
•
het afkoppelen van hemelwater en gescheiden opvangen van afvalwater en hemelwater de standaard is. In het openbaar gebied komen meer groenstroken, wadi’s, vijvers, bomen en waterdoorlatend straatwerk om hemelwater langer vast te houden en hittestress te bestrijden;
•
groen toegevoegd is en de kwaliteit van het bestaande groen verbeterd is met meer aandacht voor biodiversiteit en mogelijkheden om te bewegen en elkaar te ontmoeten, het bevorderen van de gezondheid; Bij hoge temperaturen in de zomer zorgen bomen voor schaduw en koelere plekken;
•
woningen verduurzaamd zijn door beter te isoleren en woningen van het gas af te halen, voorzieningen voor elektrische fietsen en auto’s te faciliteren en het gebruik van duurzame en zoveel mogelijk circulaire materialen;
•
de (zorg)voorzieningen toegankelijk en bereikbaar zijn voor inwoners die daarop aangewezen zijn;
•
er meer mogelijkheden zijn om elkaar te ontmoeten en te bewegen, zoals speeltuinen, picknickplaatsen en mogelijkheden om te sporten in de openbare ruimte.
datum
16 februari 2026
pagina
30 van 60
ROS
Het project leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit binnen het deelgebied ‘Veerkrachtige woonwijken’ door de vervangende nieuwbouw van het Hofgebouw met een passende beeldkwaliteit en de realisatie van de landschappelijke inpassing. De ontwikkeling geeft het gebied een impuls, ook door de aansluiting met de loop van de Dommel en de aanwezige watermolens. Verder sluit de schaal van de nieuwbouw beter aan op de rest van de kern Boxtel. Tot slot is functioneel sprake van een kwaliteitsslag in het aanbod van zorgvoorzieningen. Met betrekking tot het aangrenzende deelgebied ‘Beekdalen’ geeft de gemeente aan, dat de beken (zoals De Dommel) bijdragen aan de kwaliteiten van de gemeente en krijgen daarom de ruimte. Dit is goed voor de natuur, de waterkwaliteit, het beter vasthouden van water en voor recreatie. Met het oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen, waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd, tegengegaan. Dit is noodzakelijk voor het bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico's stroomafwaarts. De beekdalen zorgen ook voor verbinding tussen de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. De beken en beekdalen zijn daarmee ook belangrijk voor de biodiversiteit.