CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bindend advies zonnepark Renbaan-Esschebaan- Bijlage 2 BOPA motivering (onderbouwing)

Raadsvergadering Boxtel 27 mei 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend advies zonnepark Renbaan-Esschebaan en zonnepark De Vorst29.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlage 2

BOPA motivering (onderbouwing)

Inhoud bijlage • BOPA motivering (onderbouwing) 20 dec 2024 - actualisatie; d.d. 12 maart 2025

BOPA-motivering Ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan - Esschebaan Boxtel

BOPA-motivering Ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan – Esschebaan Boxtel Gemeente Boxtel

Rapportnummer:

POU240041.007.001.R4/RHA (a.u.b. bij correspondentie vermelden)

Opdrachtgever:

Gemeente Boxtel Postbus 10.000, 5280 DA Boxtel

Ambtelijk opdrachtgever:

Wil Krause Teammanager Maatschappelijke en Economische ontwikkeling

Opsteller:

Rob de Haas

2e lezer:

Willem Scheijen

Status:

Definitief versie 3, rapport R4

Datum:

12 maart 2025

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen T +31 (0)73 303 27 00 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

POU240041.007.001.R4/RHA

Inhoud 1

Inleiding ...................................................................................................................4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 4 1.2 Begrenzing besluitgebied ....................................................................................................... 5 1.3 Huidige situatie....................................................................................................................... 5 1.4 Geldend planologisch regime ................................................................................................. 6 1.5 Doel......................................................................................................................................... 7 1.6 Leeswijzer ............................................................................................................................... 7

2

Projectprofiel ...........................................................................................................8 2.1 Gebiedsbeschrijving................................................................................................................ 8 2.2 Landschappelijk schetsontwerp ............................................................................................. 9 2.3 Technisch ontwerp ............................................................................................................... 11 2.4 Ontmanteling zonnepark ...................................................................................................... 17

3

Beleidskader ..........................................................................................................18 3.1 Rijksbeleid............................................................................................................................. 18 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................. 21 3.3 Regionaal beleid (RES NOB 1.) .............................................................................................. 35 3.4 Gemeentelijk beleid.............................................................................................................. 36

4

Aspecten van de fysieke leefomgeving ..................................................................39 4.1 Activiteiten en milieuzonering.............................................................................................. 39 4.2 Natuur: doeltypen onderzoek .............................................................................................. 40 4.3 Natuur: soortenbescherming ............................................................................................... 41 4.4 Natuur: gebiedsbescherming ............................................................................................... 42 4.5 Bodem .................................................................................................................................. 45 4.6 Archeologie en Cultuurhistorie............................................................................................. 47 4.7 Geluid.................................................................................................................................... 50 4.8 Omgevingsveiligheid............................................................................................................. 51 4.9 Milieueffectrapportage ........................................................................................................

55 4.10 Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 56

2

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

4.11 Water .................................................................................................................................... 57 4.12 Verkeer en parkeren ............................................................................................................. 65 4.13 Lichtreflectie en schittering .................................................................................................. 66 4.14 Elektromagnetische straling ................................................................................................. 67 4.15 Duurzaamheid, energietransitie en klimaatadaptatie.......................................................... 68 4.16 Hoogspanningsverbindingen ................................................................................................ 69

5

Participatie ............................................................................................................70 5.1 Participatie onder de omgevingswet .................................................................................... 70 5.2 Participatie in Boxtel............................................................................................................. 71 5.3 Aanloop naar de omgevingsdialoog ..................................................................................... 71 5.4 Omgevingsdialoog ................................................................................................................ 72

6

Economische uitvoerbaarheid ...............................................................................82

7

Procedure ..............................................................................................................83 7.1 De te volgen procedure ........................................................................................................ 83 7.2 Vooroverleg .......................................................................................................................... 83 7.3 Terinzagelegging ontwerp omgevingsvergunning ................................................................ 83 7.4 Vergunningverlening ............................................................................................................ 83

8

Bijlagen ..................................................................................................................84

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

3

POU240041.007.001.R4/RHA

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Boxtel pakt de energieopgave op met maximale inspanning en kosteneffectief om zo snel mogelijk energie neutraal te worden door naast de besparingsmogelijkheden, hoofdzakelijk in te zetten op benutting van groen gas, zonnepanelen én zonnevelden. Dit is uitgewerkt in de ‘Visie zonneen windenergie gemeente Boxtel’ (juli 2020), de ‘Visie Duurzaam Boxtel 2030’ en is vastgelegd in het beleidsakkoord 2021 – 2026 ‘Samen aan de slag’ (februari 2021). Voor aanleg van zonnevelden is uitgegaan van een tenderpatroon van 50 ha per jaar in de komende 5 jaar. Daarna wordt, gerelateerd aan de hand van herijking van de dan te hanteren uitgangspunten, een nieuw patroon vastgesteld. De eerste tender voor de realisatie van 50 ha zonnevelden is tussen 16 december 2020 tot 1 februari 2021 opengesteld. Op juni 2022 is door het college besloten om 48 hectare te gunnen aan vier initiatiefnemers door in te stemmen met de ingediende principeverzoeken voor vier zonneparken. Eén van de geselecteerde zonneparken uit de tender betreft het ecologisch verbindings-zonnepark ‘Renbaan – Esschebaan’ (afgekort: EVZp). Dit zonnepark, met een bruto oppervlak van circa 18 ha, gaat de gemeente Boxtel zelf ontwikkelen. Het betreft locatie nummer 1 in onderstaande figuur 1.

Figuur 1 Indicatieve situering vier zonneparken gemeente Boxtel: 1. 2. 3. 4.

4

Zonnepark Tussen de Renbaan en de Esschebaan Zonnepark Boxtel Beerze Zonnepark De Vorst Zonnepark Ontginningsweg

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Deze motivering is opgesteld voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) om het ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan – Esschebaan planologisch mogelijk te maken. Om een omgevingsvergunning voor een BOPA te kunnen verlenen moet op grond van artikel 8.0a, tweede lid en artikel 8.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) sprake zijn van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Met voorliggende motivering wordt onderbouwd dat met onderhavig planvoornemen sprake is van een ETFAL.

1.2

Begrenzing besluitgebied

Het besluitgebied heeft betrekking op de kadastrale percelen gemeente Boxtel, sectie I met de nummers 787 (gedeeltelijk), 788, 1824, 1825, 2918 en 2921 (gedeeltelijk) met een gezamenlijk oppervlak van circa 18 ha.

Figuur 2:Begrenzing besluitgebied ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan – Esschebaan

1.3

Huidige situatie

Het besluitgebied bestaat in de huidige situatie uit akkerbouwgronden waar onder andere aardappelen maïsteelt plaatsvindt en grasland aanwezig is. Het besluitgebied ligt tussen de Esschebaan en Renbaan, ten noordwesten van de kern Boxtel. De locatie is op dit moment volledig onbebouwd. Navolgend is een aantal foto’s weergegeven van het besluitgebied in de huidige situatie.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

5

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 3: Aanzicht besluitgebied vanaf Renbaan

1.4

Geldend planologisch regime

Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht en zijn onder meer de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) komen te vervallen. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen binnen de gemeente Boxtel van rechtswege omgezet naar één omgevingsplan. Deze bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan Boxtel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Boxtel bestaat vooralsnog alleen uit de bruidsschatregels (hoofdstuk 22). Daarom maakt het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, vastgesteld op 10 april 2012 door de gemeenteraad en onherroepelijk geworden op 10 juli 2014, van rechtswege deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De agrarische gronden binnen het besluitgebied hebben de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap’. Betreffende gronden zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het leefgebied van soorten van half-open cultuurlandschap, waaronder begrepen agrarische gronden met een half-open karakter en de daarbij behorende natuurkwaliteiten, extensief gebruikte perceelsranden en overhoeken.

In het perceel I-2918 ligt bovendien een cirkelvormig gebied (zie rode speld in figuur 3) waarbinnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - Categorie 3’ geldt. De hiervoor aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

Figuur 4: Besluitgebied (rood omlijnd) i.r.t. voormalig bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’

6

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

1.5

Doel

De regels van het omgevingsplan van de gemeente Boxtel voorzien niet in het realiseren van het beoogde zonnepark. Om dit toch mogelijk te maken wordt bij de gemeente Boxtel een (tijdelijke) omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) voor het realiseren en exploiteren van dit ecologisch verbindings-zonnepark voor een periode van maximaal 25 jaar aangevraagd. De tijdelijkheid om een locatie voor maximaal 25 jaar als zonnepark in gebruik te hebben volgt uit de provinciale omgevingsverordening. Middels voorliggende BOPA-motivering wordt onderbouwd dat met het (voor een periode van maximaal 25 jaar) planologisch mogelijk maken van het ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan – Esschebaan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; ETFAL-afweging. Daarnaast wordt onderbouwd dat de tijdelijke ontwikkeling volledig omkeerbaar is en dat het besluitgebied na het verlopen van de omgevingsvergunning in de oorspronkelijke staat kan worden hersteld.

1.6

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de gebiedsbeschrijving en de voorgenomen ontwikkeling met bijbehorend landschappelijk inpassingsplan toegelicht. In hoofdstuk 3 vindt de toetsing van het initiatief aan het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid plaats. Hoofdstuk 4 gaat in op de toetsing van aspecten van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 5 en 6 worden respectievelijk de haalbaarheid van het project en de te volgen procedure toegelicht.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

7

POU240041.007.001.R4/RHA

2

Projectprofiel

2.1

Gebiedsbeschrijving

Het landschapstype waarin het besluitgebied zich bevindt is het heideontginningslandschap. Op de kaarten tot en met 1950 is te zien hoe er op de Tongersche heide is ontgonnen, bos is aangeplant en vervolgens ook weer is gekapt. Op de kaart van 1870 zijn duidelijk groene lijnstructuren binnen de projectlocatie te zien. Deze geven de historische kavelgrenzen weer waarbinnen heide is ontgonnen. Daarnaast is ook de aanleg van de spoorlijn zichtbaar op deze kaart, alsmede de gedeeltelijke bebossing van de Hondsven. Op dezelfde kaart is ook in het oosten van de projectlocatie een natte moeraszone zichtbaar. In de kaart van 1900 is de planlocatie volledig bebost ten behoeve van de houtproductie welke in 1950 dan ook weer gekapt is. In deze kaart is ook de paardenrenbaan te zien. Deze is in 1917 aangelegd en is ook waar de projectlocatie zijn naam aan te danken heeft. Op basis van de historische ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat de kavelgrenzen en de watergangen de overgebleven lijnen van het historisch landschap zijn. Door het versterken van deze lijnstructuren kan er een casco gevormd worden voor de ontwikkeling van het zonnepark. De ruimtelijke veranderingen door de jaren heen van vennen, moerassen, heide, en bosstructuren vormen handvaten voor de invulling van dit casco.

Figuur 5: Historische analyse besluitgebied ecologisch verbindings-zonnepark ‘Renbaan-Esschebaan Boxtel’

8

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

2.2

Landschappelijk schetsontwerp

Uitgangspunten voor het uiteindelijke schetsontwerp zijn ontleend aan de landschappelijke analyse aangevuld met de uitgangspunten uit de ‘Handreiking Kwaliteitsverbetering’ van de gemeente Boxtel en opgehaalde feedback uit het participatietraject. Dit heeft geresulteerd in versterking van bestaande landschappelijke lijnen als casco voor een goede ruimtelijke inpassing, een functionele interne zonering en een netwerk van ecologische verbindingen door en langs het zonnepark. In afstemming met de direct omwonenden is invulling gegeven aan de wens om voldoende en ruime afstand te houden tussen omliggende woningen en het zonnepark. De afstand tot de woningen aan de Esschebaan en de zonnepanelen bedraagt circa 80 meter. In alle gevallen wordt tussenliggend de woningen en de zonnepanelenopstelling een robuuste afschermende groene aanplant gerealiseerd. De afwisselende invulling van de dooradering is ontleend aan de verschillende biotopen: bosrijk, waterrijk en kruidenrijk die in dit besluitgebied aanwezig zijn. Deze biotopen worden ingevuld met struweelranden, open grasvelden, bomenclusters, brede vochtige biotopen met afwisselend enkele laagtes. De landschappelijke inpassing van circa 6,8 ha bedraagt circa 38% van het totaaloppervlak vaan het besluitgebied van circa 18 ha.

Rondom worden diervriendelijke afrasteringen en ecologische passages toegepast zodat de projectlocatie doorgankelijk blijft als migratie- en leefgebied voor onder andere kleine zoogdieren. Bosrijk biotoop Een robuuste omzoming van de projectlocatie zorgt voor een inpassing die het zonneveld vanuit de omgeving aan het zicht onttrekt. De historisch bepaalde buitenste kavelgrenzen van de projectlocatie worden daarmee gemarkeerd. Deze omzoming heeft een breedte van 10 tot 25 meter, zodat een volledige gelaagdheid van mos, kruiden, struweel en kronen kan ontstaan. Met robuuste ecologische zones aan de noord- en oostzijde worden de aansluitende bos- en natuurgebieden in de omgeving met elkaar verbonden. Waterrijk biotoop De andere twee primaire assen die dwars door het zonnepark lopen, behoren tot het waterrijke biotoop. Dit zijn brede vochtige zones met afwisselend enkele laagtes die aansluiten op het bosrijke biotoop. De laagte loopt van noordoost naar zuidwest grotendeels onder de zonnepanelen door waardoor deze niet zichtbaar is in het landschap. De laagtes en de wadi’s aan de Esschebaan dragen bij aan een meer klimaatrobuuste inrichting van het natte gebied. Omwonende ervaren in de huidige situatie veel wateroverlast langs de Esschebaan. Het fietspad staat periodiek onder water.

De twee in het zonnepark opgenomen wadi’s met een ruime bergingscapaciteit aan de Esschebaan zullen water tijdens piekmomenten opvangen en geleidelijk laten infiltreren. Kruidenrijk biotoop Het kruidenrijk biotoop loopt door het gehele zonnepark en reikt tot de randen van het bosrijke biotoop. Door een onderlinge afstand van minimaal 3 meter tussen de panelentafels is een goede ontwikkeling van de kruidlaag mogelijk. Voldoende daglicht en neerslag is daarmee geborgd. Dit resulteert in een natuurlijke groeicyclus wat zorgt voor een verbetering van het bodemleven en daarmee een verbetering van de bodemkwaliteit. Het bloem- en kruidenrijke aan te brengen graslandmengsel dient naast migratiegebied ook als foerageergebied. Door de gradiënten met de bosrijke- en waterrijke biotopen worden er habitatomstandigheden gerealiseerd voor verschillende doelsoorten.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

9

POU240041.007.001.R4/RHA

Specifieke maatregelen voor de Das en klein wild In het doeltypenonderzoek is geconstateerd dat het plangebied en de aangrenzende bosschage ten noorden door de Das wordt gebruikt als foerageergebied. De aanbevolen maatregelen zoals het creëren van een bosrijk biotoop en de verbinding versterken met kruidenrijk biotoop binnen het plangebied zijn verwerkt in het plan. De toevoeging van opgaande beplanting in en rondom het plangebied creëert geleiding voor migratie en schuilmogelijkheden voor de Das en ander klein wild. Om versnippering van het leefgebied te voorkomen wordt het hekwerk 30 cm van de grond af geplaatst. Ook andere doelsoorten als marterachtigen, haas, konijn, egel en vos kunnen profiteren van deze passages. Een indicatieve tekening van een hekwerk is opgenomen in bijlage 21. Overige aandachtspunten • Aansluitend op het besluitgebied bevinden zich aan de Esschebaan 11, 15, 19, 21 en 27 reguliere burgerwoningen. De afstand tussen deze woningen en beoogde zonnepanelen betreft in alle gevallen minimaal 50 meter. Er zal worden voldaan aan de wettelijke verplichtingen; • Aan de noordzijde wordt het besluitgebied omgeven door een robuuste landschappelijke inpassing van overwegend 25 meter.

Hierdoor wordt het zonnepark vanaf de Esschebaan zoveel als mogelijk aan het zicht onttrokken; • Aan de Renbaan worden ook een wandelpad, een toegang tot infopunt en een uitkijkplateau gerealiseerd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een veilige wandelomgeving met interessante inkijkjes in het zonnepark. • In de huidige planvorming worden gen structurele wijzigingen doorgevoerd aan het bestaande watersysteem, in de zin van het blokkeren of dempen van greppels en/of sloten. Waar nodig worden de zonnepaneelstellages over de greppels aangelegd.

Figuur 6: Inrichtingsschets ecologisch verbindings-zonnepark ‘Renbaan-Esschebaan Boxtel’

10

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 7 Dwarsdoorsnede A-A’

Figuur 8 Dwarsdoorsnede B-B’

Figuur 9 Dwarsdoorsnede C-C’

Figuur 10 Dwarsdoorsnede D-D'

Deze nieuwe ontwikkeling gaat gepaard met een goede landschappelijke inpassing en leidt tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Voor een gedetailleerde beschrijving en onderbouwing van het schetsontwerp wordt verwezen naar het landschapsplan dat integraal als bijlage 1 is opgenomen.

2.3

Technisch ontwerp

Met voorliggende BOPA-motivering worden randvoorwaarden geschetst en bandbreedtes vastgelegd waar met de realisatie van het ecologisch verbindings-zonnepark aan moet worden voldaan. Beoogd wordt om het besluitgebied te herontwikkelen naar een ecologisch verbindings-zonnepark (EVZp) bestaande uit zonnevelden (met toebehoren), een batterijopslag en een landschappelijke inpassing. Het zonnepark heeft een opgesteld vermogen van 13 megawattpiek (hierna: MWp) en voorziet met circa 20.000 tot 21.000 zonnepanelen van 620 Wp ongeveer 3.500 huishoudens van stroom. De zonnepanelen hebben elk een oppervlakte van circa 2 m2 en worden op stellages geplaatst in een zuidgeoriënteerde richting. De stellages met panelen hebben een maximale hoogte van 2,5 meter boven het maaiveld. Deze maximale hoogte volgt uit de optimalisatie van het technisch ontwerp dat enerzijds voldoet aan de randvoorwaarden en uitgangspunten van het landschapsplan voor dit ecologisch verbindings-zonnepark en anderzijds voldoende zonne-energie produceert waarbij nog sprake is van een rendabele business case.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

11

POU240041.007.001.R4/RHA

De zonnepanelen worden in een hellingshoek van circa 15° op de stellages gemonteerd. De bandbreedte waarbinnen de zonnepanelen op de stellages gerealiseerd kunnen worden is in onderstaande figuur visueel weergegeven.

Figuur 11 Bandbreedte constructie zonnepanelen

Binnen deze bandbreedte zijn twee opties voor de realisatie van de zonnepanelen bekeken. Beide opties worden hieronder nader toegelicht. Technisch ontwerp: optie 1 De paneel oriëntatie met verticale panelen is het meest compact en is, rekening houdend met alle hoeken binnen het park, het eenvoudigst te plaatsen. De zonnepanelen hebben een maximale hoogte van 1,84 meter tot het maaiveld. De afstand tussen de tafels waarop de zonnepanelen worden gesitueerd bedraagt 3,39 meter. De hellingshoek van de tafels bedraagt 15°. Met deze optie zijn 21.028 panelen van 620 Wp voorzien die een maximaal opgesteld vermogen van 13,04 MWp leveren.

Figuur 12: Zijaanzicht zonnepanelen optie 1

Technisch ontwerp: optie 2 Deze paneel oriëntatie met horizontale panelen is een stuk breder waardoor de hoeken van het plangebied minder kunnen worden benut. De zonnepanelen hebben een maximale hoogte van 2,38 meter tot het maaiveld. Tussen de tafels is een afstand van 4,87 meter voorzien. De hellingshoek van de tafels betreft 15°. De tafels met zonnepanelen zijn bij optie 2 groter dan bij optie 1. De afstand tussen de tafels is eveneens groter. Voor dit ontwerp zijn 20.514 panelen van 620 Wp voorzien die een maximaal opgesteld vermogen van 12,72 MWp leveren.

Figuur 13: Zijaanzicht zonnepanelen optie 2

12

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

In onderstaande twee figuren is het technisch ontwerp voor zowel optie 1 als optie 2 gevisualiseerd. Het technisch ontwerp is ook als bijlage 2 toegevoegd. De geprojecteerde onderhoudswegen zijn slechts ter indicatie en kunnen afwijken van het landschapsplan. Bij het ontwerp en de situering van de onderhoudspaden dient men rekening te houden met de (drassige) ondergronden en laagtes.

Figuur 14 Technisch ontwerp ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan-Esschebaan Boxtel: Optie 1

Figuur 15 Technisch ontwerp ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan-Esschebaan Boxtel: Optie 2

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

13

POU240041.007.001.R4/RHA

2.3.1 Batterijopslag Aan de zuidzijde van het besluitgebied is als netverzachter een ruimte van circa 3.000 m² gereserveerd voor de opslag van opgewekte zonne-energie in diverse batterijen van een energieopslagsysteem (EOS). De batterijopslag wordt als netverzachter ingezet om curtailmentverliezen1 van het ecologisch verbindings-zonnepark te verlagen en de piekbelasting op het net te reduceren. Door de batterij op deze manier in te zetten wordt een groter gedeelte van de opwek geleverd als het ook daadwerkelijk wordt verbruikt. De batterijopslag heeft een vermogen van 6 megawatt (hierna: MW) en een energie inhoud (energiecapaciteit) van 24 megawattuur (hierna: MWh). Batterijsystemen kunnen veilig worden geïnstalleerd wanneer zij de richtlijnen volgen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen PGS 37-12. Bij het ontwerp van het batterij-opslagsysteem is rekening gehouden met de veiligheidsrichtlijn PSG 37-1. Het plan is (maar nog niet zeker) om de opgeslagen energie vanuit de batterijopslag af te voeren naar het zuidoostelijk gelegen netwerkstation op bedrijventerrein Ladonk (hemelsbreed circa 3 km). Gesprekken over aansluiting op het netwerkstation vinden reeds plaats. Een batterijopslagsysteem bestaat vaak uit batterijmodules, een energiemanagementsysteem (EMS), omvormer(s) en een of meerdere transformatoren.

De batterijmodules zijn geplaatst in een daarvoor bestemde behuizing (veelal een container of een stalen behuizing), vaak met inbegrip van het EMS. De omvormer(s) en transformator(en) werken op dezelfde wijze als voor de zonnepanelen uit het zonnepark en worden vaak vlak naast de batterijmodules geplaatst. Als hoogte voor de batterijen wordt een maximale hoogte van 4 meter aangehouden. Om visueel op te gaan in de omgeving wordt het batterijsysteem uitgevoerd in een neutrale groen- of grijstint. Een indicatieve tekening van een energieopslagsysteem is opgenomen in bijlage 19. Uit het ontwerp volgt dat nog voldoende ruimte ‘over’ is om de batterijopslag in noordoostelijke richting ‘het park in’ te verplaatsen. Rondom de batterijopslag komen onderhoudspaden/ opstalplaatsen voor veiligheidsdiensten te liggen. De onderhoudspaden worden uitgevoerd in een semi-verharding.

1 2

Curtailment houdt in dat de opwerk van een zonnestroominstallatie tijdelijk ingeperkt wordt. https://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/online/pgs-37-1/2023/1-0-december-2023#2

14

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 16 Opzet batterijopslag (EOS) ecologisch verbindings-zonnepark Renbaan-Esschebaan Boxtel

2.3.2 Transformatoren en omvormers Transformatoren (trafo’s) en omvormers worden zo ver als mogelijk en technisch haalbaar van omliggende woningen aangelegd. Hierbij wordt minimaal aan de wettelijke geluidsnormen voldaan. Omvormers worden vaak verspreid over het zonnepark geplaatst om de gelijkstroom (DC) van verschillende groepen zonnepanelen om te zetten in wisselstroom (AC). Het verspreiden helpt om de efficiëntie te maximaliseren en de belasting gelijkmatig te verdelen. Trafo’s worden gebruikt om de spanning van de omvormers aan te passen aan het spanningsniveau van het elektriciteitsnet. Afhankelijk van de grootte van het zonnepark, de hoeveelheid opgewekte energie, en de technische indeling, kunnen er meerdere trafo’s en omvormers nodig zijn. In het worst-case scenario worden, ten aanzien van de zichtbaarheid, meerdere grote centrale trafo’s en omvormers verspreid neergezet in het zonnepark. (Een grove schatting is dat tussen de 5 en 15 trafo’s en/of omvormers worden geplaatst.) Deze worden langs onderhoudspaden gesitueerd, zodat ze goed bereikbaar zijn voor onderhoud en veiligheidsdiensten. De onderhoudspaden worden uitgevoerd in een semi-verharding. In sommige systemen wordt er gebruik gemaakt van microomvormers, waarbij elke zonnepaneel of elke rij panelen een eigen omvormer heeft, vaak gemonteerd op stellages onder de panelen. Deze zijn daardoor minder zichtbaar.

Een indicatieve tekening van een transformator en omvormer is opgenomen in bijlage 19. De exacte lay-out en locatie(s) van de trafo’s en omvormers wordt in een later stadium bepaald. Door mogelijke technologische ontwikkelingen en aangescherpte veiligheidseisen, kan het type transformatorstation of omvormer namelijk ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden anders zijn dan wat op dit moment gebruikelijk is. Het type wordt uiteindelijk bepaald in overleg met de leverancier.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

15

POU240041.007.001.R4/RHA

Transformatoren en omvormers worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het patroon van de panelen om een zo rustig mogelijk beeld te creëren. Daarnaast worden ze op ruime afstand van de randen gesitueerd, en zo ver als mogelijk en technisch haalbaar van omliggende woningen aangelegd. Als hoogte voor de trafo’s en omvormers wordt een maximale hoogte van 4 meter aangehouden. Om visueel op te gaan in de omgeving worden ze uitgevoerd in een neutrale groen- of grijstint. 2.3.3 Inkoopstation (klantstation) Het inkoopstation zorgt voor de aansluiting van het zonnepark op het openbare elektriciteitsnet. Het fungeert als een doorvoerpunt waar de opgewekte elektriciteit van het zonnepark wordt overgedragen aan het net. Vanuit de transformatoren lopen elektriciteitskabels naar het inkoopstation. Het inkoopstation betreft vaak een klein gebouwtje of container. Het is doorgaans gebruikelijk om het inkoopstation dicht bij de ingang van een zonnepark te plaatsen. Vaak ook afhankelijk van eventuele specifieke eisen van de netbeheerder. De beoogde locatie van het inkoopstation is daarom nabij de ingetekende locatie van de batterijopstelling van het EVZp. Een indicatieve tekening van een inkoopstation (klantstation) is opgenomen in bijlage 19. De exacte lay-out en locatie van het inkoopstation wordt in een later stadium bepaald.

Door mogelijke technologische ontwikkelingen en aangescherpte veiligheidseisen, kan het type inkoopstation namelijk ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden anders zijn dan wat op dit moment gebruikelijk is. Het type kan uiteindelijk bepaald worden in overleg met de netbeheerder. Als hoogte voor het inkoopstation wordt een maximale hoogte van 4 meter aangehouden. Om visueel op te gaan in de omgeving wordt het inkoopstation uitgevoerd in een neutrale groen- of grijstint. 2.3.4 Kabels Kabels zijn nodig om alle onderdelen van het zonnepark met elkaar te verbinden. Ook moet het zonnepark met het openbare net, het onderstation van de netbeheerder, worden verbonden. Om mogelijk kabelverlies tegen te gaan, het verlies van stroomspanning door te veel/lange kabels, worden de kabels tussen de zonnepanelen, omvormers, transformatoren en het inkoopstation zo efficiënt mogelijk ingericht. DC-kabels (gelijkstroom) worden gebruikt om de zonnepanelen met de omvormers te verbinden. Deze kabels worden vaak door kabelgoten onder de stellages gerealiseerd naar de uiteinden van een paneelrijen. Hier komen ze samen waarna ze vaak onder de grond richting de omvormers gaan (niet bij een systemen met micro-omvormers). Vervolgens worden AC-kabels gebruikt om de omvormer met trafo’s en daarna weer het inkoopstation te verbinden.

Deze kabels worden meestal ondergronds gelegd op een logische plek, zoals langs een pad voor onderhoud. Vanuit het inkoopstation wordt er een kabel aangelegd naar het onderstation van de netbeheerder. Over het algemeen bepaald de netbeheerder hoe en waar deze laatstgenoemde kabel wordt aangelegd. De exacte lay-out, type kabels en locatie van de kabels wordt in een later stadium bepaald. 2.3.5 Camerabewaking Om betreding van het zonnepark door onbevoegden te ontmoedigen en om incidenten te signaleren is cameratoezicht wenselijk. De camera’s worden op palen van circa 3 tot 6 meter gemonteerd om het park goed in beeld te krijgen en om vernielingen te voorkomen. Een indicatieve tekening van een camerapaal is opgenomen in bijlage 20. De exacte lay-out, type camera en locatie van de camera’s wordt in een later stadium bepaald.

16

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

De camera’s moeten in ieder geval zo geplaatst en gelimiteerd worden dat nagenoeg alleen het eigen terrein in beeld wordt gebracht en ze geen lichthinder voor de omgeving veroorzaken. Om visueel op te gaan in de omgeving wordt het de masten en camera’s uitgevoerd in een neutrale groen- of grijstint. 2.3.6 Hekwerk Vanuit verzekeringstechnisch oogpunt en om vandalisme en diefstal te voorkomen wordt rondom het zonnepark een hekwerk geplaatst. Om versnippering van het leefgebied voor klein wild te voorkomen, wordt het hekwerk circa 30 cm van de grond af geplaatst. Ook andere doelsoorten als marterachtigen, haas, konijn, egel en vos kunnen profiteren van deze passages. Een indicatieve tekening van een hekwerk is opgenomen in bijlage 21. Het hekwerk zal uitgevoerd worden met een gaassoort (grijs of groen) waardoor het hekwerk visueel zo transparant en passend mogelijk is en de door de kleur. Het hekwerk wordt 1,80 meter hoog. Het hekwerk wordt aan de binnenzijde van de struweelranden geplaatst om het zo grotendeels uit het zicht te ontnemen.

2.4

Ontmanteling zonnepark

Het zonnepark heeft een tijdelijk karakter en zal na een periode van 25 jaar ingebruikname weer uit het landschap verdwijnen. Door de landschappelijke inpassing wordt een sterke basis gelegd voor een mogelijke grootschalige natuurontwikkeling die aansluit bij het aanwezige natuurnetwerk. Door het nieuwe gebruik van de agrarische percelen, het stopzetten van de bemesting én het gebruik van pesticiden en het aangepaste beheer wordt de natuurlijke dynamiek hersteld. Het aanpassen van het beheer waarbij de vegetatie gemaaid en geruimd wordt zorgt voor een verschraling van de grond en hiermee voor een gevarieerde, gebiedseigen en grotere soorten rijkdom ofwel een toename van de biodiversiteit. Dit betekent dat na ontmanteling van de zonneweide, met geringe aanpassingen in het landschap, de verdere natuurontwikkeling kan worden gestimuleerd en het agrarisch gebruik weer kan worden gecontinueerd met een bodem die hersteld is. De ontwikkeling is hiermee omkeerbaar. Wanneer een eventuele ontwikkelaar en/of exploitant het zonnepark gaat realiseren, kunnen over de ontmanteling van het zonnepark specifieke eisen en concrete afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

17

POU240041.007.001.R4/RHA

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: - Klimaat & Energie; ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - Duurzame economie; duurzaam economisch groeipotentieel; - Stad & Regio; sterke en gezonde steden en regio’s; - Landelijk gebied; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond).

Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Met de beoogde ontwikkeling wordt een forse bijdrage geleverd aan klimaat- en energiedoelstellingen, waarbij de kenmerken en identiteit van het gebied centraal staan. In de NOVI is verder opgenomen dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorzieningen. Het ruimtelijk Rijksbeleid voor energiedoelstellingen beperkt zich dan ook enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee. Met het projectvoornemen wordt een ecologisch verbindings-zonnepark mogelijk gemaakt. Met de aanleg van de zonnepanelen wordt bijgedragen aan de energietransitie. Het besluitgebied wordt landschappelijk ingepast. Tevens wordt de locatie door de aanleg van twee greppels en twee wadi’s klimaatadaptief ingericht. Door deze combinatie van functies wordt een meerwaarde binnen het besluitgebied gecreëerd.

3.1.2 Instructieregels Rijk De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet.

18

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt, in aanvulling op de wet, onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving.

Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat regels ter bescherming van de nationale belangen aan de hand van instructieregels, waaronder : • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) • beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, Rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën. De instructieregels van het Rijk werken door in het provinciale en gemeentelijk beleid.

Tevens maken instructieregels onderdeel uit van het kader waaraan de aspecten van de leefomgeving (Hoofdstuk 4) getoetst moeten worden. Concrete toetsing aan de vier AMvB's vindt hierom niet in deze paragraaf plaats, maar in het vervolg van deze motivering.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

19

POU240041.007.001.R4/RHA

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van artikel 5.129 sub g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De Ladder voor duurzame verstedelijking was voorheen geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De jurisprudentie met betrekking tot de Ladder die is ontstaan onder de Bro, is dan ook van belang bij de toepassing van de Ladder onder de Omgevingswet. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een uitspraak (ABRvS 23 januari 2019; ECLI:NL:RVS:2019:178) gedaan waaruit blijkt dat een zonnepark geen stedelijke ontwikkeling betreft. De uitspraak van de Afdeling is hieronder kort samengevat: “4.3. Uit overweging 6.2 van de uitspraak van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, blijkt dat de Afdeling diverse voorzieningen op het gebied van energieopwekking en -distributie niet als stedelijke ontwikkeling heeft aangemerkt.

Genoemd worden: een hoogspanningsverbinding, een windturbinepark en een transformatorstation. Naar het oordeel van de Afdeling is er geen aanleiding voor een andere benadering met betrekking tot een zonnepark, dat naar zijn aard niet wezenlijk verschilt van een windturbinepark. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat een zonnepark, net als een windturbinepark, zich bij uitstek niet goed leent om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. De toepasselijkheid van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro op een dergelijke voorziening zou daarentegen juist tot gevolg hebben dat het bevoegde bestuursorgaan telkens zou moeten motiveren waarom deze voorziening niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Dit vindt de Afdeling in het licht van het doel en de strekking van de ladder voor duurzame verstedelijking een onlogische consequentie.” Gelet op bovenstaande is er met het (planologisch) mogelijk maken van een zonnepark geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de ontwikkeling niet Ladderplichtig is. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet aan de orde. 3.1.4 Zonneladder Het Rijk wil de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk benutten met behoud van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Het Rijk wil ook de landbouw- en natuurgronden waar mogelijk ontzien. Daarom wordt een voorkeursvolgorde gevolgd, de zogenoemde ‘zonneladder’. Door initiatiefnemer dient in de volgende volgorde gezocht te worden naar opwek met zonne-energie op: 1. Daken en gevels; 2. Terreinen en objecten binnen bebouwd gebied; 3. Terreinen en objecten in het landelijk gebied (m.u.v. landbouw- en natuurgronden); 4. Landbouw- en natuurgronden.

20

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Pas als trede 1, 2 en 3 onvoldoende mogelijkheden bieden komen locaties op trede 4 in beeld. Daarmee wordt de landbouw en natuur ontzien. Per regio wordt de zonneladder nader uitgewerkt vanuit het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie. Met onderhavig project wordt ingezet op trede 4. Er wordt gebruik gemaakt van gronden binnen het landelijk gebied, waarbij wordt ingezet op versterking en verbinding van de bestaande ecologische hoofdstructuur in en rondom het besluitgebied. Op provinciaal en regionaal niveau is de zonneladder verder uitgewerkt. Toetsing hieraan vindt plaats in de paragrafen 3.2.2 en 3.3.1.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: ‘Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moet minder energie worden gebruikt en meer duurzame energie worden opgewekt. 3. Slimme netwerkstad: de manier mensen zicht verplaatsen verandert en stelt andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering is er sprake van meer extremen in temperatuur en neerslag. 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Met onderhavig project wordt door de beoogde opwek van duurzame energie bijgedragen aan de Brabantse energietransitie.

Het besluitgebied wordt met de landschappelijke inpassing en de realisatie van twee wadi’s klimaatadaptief ingericht. Hierdoor wordt ingespeeld op de gevolgen van klimaatverandering. De Brabantse Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze Omgevingsverordening Noord-Brabant vindt een vertaalslag van de hoofdopgaven in concreet bindende regels plaats. De toetsing aan de Omgevingsverordening vindt in de volgende paragraaf plaats. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant

3.2.2.1 Inleidend

Provinciale Staten kunnen in de Omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels). De Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In aansluiting op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Omgevingsverordening.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

21

POU240041.007.001.R4/RHA

De provinciale omgevingsverordening bevat direct werkende algemene regels en instructieregels voor het buitengebied. Het gaat daarbij om enerzijds afwegingscriteria en anderzijds concrete voorwaarden. De instructieregels in hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant hebben tot doel dat de gemeenteraad (of in een voorkomend geval het college van burgemeester en wethouders) de inhoud van de regels betrekt bij het verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De instructieregels richten zich op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. 3.2.2.2 Aanduidingen ter plekke van besluitgebied in Omgevingsverordening Noord-Brabant

Figuur 17: Uitsnede kaart 1: Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen

Op basis van kaart 1: Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen is de locatie gelegen binnen de zoneringen ‘Beperkingen veehouderij’, ‘Diep grondwaterlichaam’ en ‘Geen attentiezone waterhuishouding’. Op basis van deze aanduidingen gelden extra regels voor veehouderijen en onconventionele winning van koolwaterstoffen. Deze regels hebben geen betrekking op de aanleg van een ecologisch verbindings-zonnepark en vormen hierdoor geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

22

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 18: Uitsnede Kaart 3: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden

Op basis van kaart 3: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden is het besluitgebied buiten het Natuur Netwerk Brabant (NNB) gelegen. Aan de noordzijde grenst het besluitgebied aan het NNB. Met de inrichting van het besluitgebied is aan de noordzijde een stevige landschappelijke inrichting voorzien, waarmee wordt bijgedragen aan de versterking van het NNB. De landschappelijke inpassing is nader toegelicht in paragraaf 2.2.3.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

23

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 19: Uitsnede Kaart 5: Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant

Op basis van Kaart 5: Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant is het besluitgebied gelegen binnen de zoneringen ‘Landelijk gebied’ en ‘Beperking grootschalige logistiek’. Ter plaatse gelden extra regels voor grootschalige logistiek. Deze regels hebben geen betrekking op de aanleg van een ecologisch verbindings-zonnepark en vormen hiermee geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen. Binnen het landelijk gebied gelden wel specifieke regels voor zonneparken. In paragraaf 3.2.2.5 wordt dit project getoetst aan de regels van artikel 5.54.

24

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 20: Uitsnede Kaart 6: Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied

Op basis van Kaart 6: Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied gelden de aanduidingen ‘Beperking veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’. Op basis van deze aanduidingen gelden extra regels voor veehouderijen. Deze regels hebben geen betrekking op de realisatie van een ecologisch verbindings-zonnepark en vormen hiermee geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

25

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 21: Uitsnede Kaart 7: Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging

Op basis van Kaart 7: Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’. Op basis van deze aanduiding gelden regels voor de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moet zijn ingericht. Binnen het besluitgebied is geen sprake van regionale wateren waardoor de aanduiding geen aanvullende regels voor onderhavige ontwikkelingen met zich meebrengt. De waterhuishoudkundige inrichting van het besluitgebied wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht. Er geldt geen attentiezone waterhuishouding binnen het besluitgebied. 3.2.2.3 Paragraaf 5.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 5.1.2 van de provinciale Omgevingsverordening wordt ingegaan op de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; ETFAL. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde.

Een Omgevingsplan (of een BOPA) geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit (artikel 5.7). Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en de meerwaardecreatie. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8) houdt in dat een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag en dat de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling. Alleen wanneer uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk.

26

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Met artikel 5.9 wordt toepassing gegeven aan de lagenbenadering en 5.10 gaat in op de meerwaardecreatie. De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel voor het maken van een goede afweging over ontwikkelingen. Met een juiste toepassing worden de effecten van een ontwikkeling op de verschillende lagen in beeld gebracht en maatregelen om optredende negatieve effecten te voorkomen. De lagenbenadering omvat de effecten op: • de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; en • de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving.

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; • de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn; • waarbij de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, deel uit kan maken van de meerwaardecreatie. Ter plaatse van het besluitgebied is geen sprake van een bouwperceel. Ook ligt het besluitgebied niet binnen het bestaand stedelijk gebied. Echter, om tegemoet te kunnen komen aan de klimaatdoelstellingen is energie opwekken met zonne- en windparken noodzakelijk. Landelijk is vastgesteld dat in 2030 de reductie van broeikasgassen van 49% bereikt moet zijn. Door energie duurzaam op te wekken draagt gemeente Boxtel actief bij aan deze doelstelling. Onderhavig initiatief draagt dan ook bij aan de gestelde klimaatdoelstellingen, waarmee grootschalige zonne-energie (buiten bestaand bouwperceel) behoort tot de mogelijkheden. De bestaande ecologische kenmerken van het gebied worden verwerkt en er wordt gebruik gemaakt van een gebied wat zich uitstekend leent voor energieopwekking.

Op grond van artikel 5.54 wordt dan ook, in afwijking van artikel 5.8, de mogelijkheid geboden voor de realisatie van het beoogde zonnepark buiten een bestaand bouwperceel. De ontwikkeling van het ecologisch verbindings-zonnepark wordt gecombineerd met de landschappelijke inpassing en het klimaatadaptief inrichting van het besluitgebied. De opgave van de energietransitie wordt zodoende gecombineerd met het verbeteren van de leefomgeving in NoordBrabant. Er is mede door de landschappelijke inpassing sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Met het project is evident sprake van meerwaardecreatie. 3.2.2.4 Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Met voorliggende BOPA-motivering wordt bijgedragen aan een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit op locatie en in de omgeving van de locatie. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als bijlage 1 aan deze motivering is toegevoegd. Het ecologisch verbindings-zonnepark wordt aan de noordzijde gevormd door een robuuste groenstrook en twee wadi’s aan de Esschebaan om de bestaande wateroverlast tegen te gaan. Op dit moment bevindt zich geen bebouwing binnen het besluitgebied en met voorliggend project wordt ook geen bebouwing opgericht.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

27

POU240041.007.001.R4/RHA

3.2.2.5 Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied De voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen ligt op daken of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied. Dat heeft het voordeel dat ze dicht bij de gebruiker en energiesystemen worden geplaatst wat bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik. De verwachting is echter dat dergelijke locaties onvoldoende blijken om in de behoefte voor opwek van duurzame energie te voorzien. Daarom is er ook een mogelijkheid om onder voorwaarden zelfstandige opstellingen van zonne-energie te ontwikkelen in landelijk gebied. In artikel 5.54 van de omgevingsverordening wordt deze mogelijkheid geboden. Dit artikel stelt het volgende:

Art. 5.54 Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied kan de ontwikkeling van een zonnepark mogelijk maken om te voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie; 2. binnen Stedelijk gebied; 3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken; c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten; e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn de opstelling voor zonneenergie en de daarbij behorende voorzieningen, worden verwijderd; f. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en g. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder. Art.

5.54 Lid 2 Artikel 5.8, eerste lid, onder a, is niet van toepassing voor dit artikel. Toetsing aan art. 5.54, lid 1 Onderbouwing sub a Voor deze voorwaarde is van belang dat het realiseren van zonnepanelen op daken niet voldoende elektriciteit oplevert om de gestelde energiedoelen te halen. Zelfs als alle te benutten daken worden vol gelegd met zonnepanelen, kunnen de energiedoelstellingen van 2030 en 2050 niet worden gehaald. Om de gewenste doelstellingen toch te halen, zullen ook andere terreinen benut moeten worden voor toepassing van zonne-energie. Daarbij kan worden gedacht aan gronden binnen of aansluitend aan het stedelijk gebied, bouwpercelen of meervoudig ruimtegebruik in het landelijk gebied. Binnen de gemeente Boxtel zijn mogelijkheden aanwezig om onbenutte terreinen in te zetten voor zonne-energie. Het is echter lastig om voldoende oppervlak in te zetten en daarmee de gewenste energiedoelstellingen te behalen. Ook omdat ruimte vrij moet blijven voor woningbouw en bedrijventerreinen, zeker in of direct aansluitend aan het stedelijk gebied.

28

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

In de regionale energiestrategieën wordt beschreven dat de in dit artikel genoemde mogelijkheden niet voldoende potentie hebben om de gewenste energiedoelstellingen te behalen. Daarom zal ook gekeken moeten worden naar het grootschalig opwekken van zonne-energie in het landelijk gebied. Hiertoe worden in de regionale energiestrategieën gebieden aangewezen waar de realisatie van een zonneveld, eventueel in combinatie met zon en wind aanvaardbaar wordt geacht. De gemeente Boxtel heeft een tender uitgeschreven om in totaal 50 hectare aan zonneparken binnen de gemeente te ontwikkelen. Eén van de geselecteerde zonneparken uit de tender betreft het ecologisch verbindingszonnepark ‘Renbaan – Esschebaan’ (EVZp). Dit zonnepark, met een bruto oppervlak van circa 18 ha, gaat de gemeente Boxtel zelf ontwikkelen. Onderhavig zonnepark ligt tevens op een logische plek ten opzichte van het netwerkstation waarop de energie afkomstige van de zonnepanelen afgekoppeld kan worden. De zonneparken uit de uitgezette tender zijn bedoeld om te voorzien in de lokale opwekopgave die regionaal is overeengekomen in de Regionale Energie Strategie Noordoost-Brabant (RES NOB 1.0, 2021). Die opwekopgave aan duurzame energie voor de gemeente Boxtel bedraagt 0,08 TWh.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=4a9eb38e-8a73-4ed9-b96b-ea52593496df