Bindend advies zonnepark Ontginningsweg- Bijlage 2 Motivering
Tekst van het document
komende jaren het elektriciteitsnet in alle buurten van de gemeente ver-
ken dat die bruto potentie netto minder wordt. Gezien deze onzekerhe-
tot 2030 naar verwachting nog enigszins groeien. De potentie voor zon-
zwaren. Daarvoor worden tientallen transformatorhuisjes bijgeplaatst op
den wordt geen bijdrage ingeschat voor de RES-opwekopgave tot 2030.
nestroom op gevels is niet onderzocht, omdat hiervoor geen data of ken-
of nabij die locaties zijn er kansen voor om binnen de concessie van
Daardoor is deelname aan het programma OER een optie voor de op-
getallen beschikbaar zijn, maar er wordt niet verwacht dat de realisti-
Vattenfal openbare laadpleinen te combineren met overkapte parkeer-
gave vanaf 2030.
sche potentie hiervoor groot is. De potentie in trede 1 wordt dus inge-
terreinen met zonnepanelen. Daarbij lijkt het overkappen van een klein
schat op 36,5% van de lokale RES-opwekopgave.
aantal parkeerplaatsen haalbaar en kan de opwek rechtstreeks gebruikt
Oppervlaktewater van enige omvang is alleen beschikbaar op de Lang-
worden voor het laden. De mogelijkheden hiervoor kunnen onderzocht
spier, maar die wordt recreatief te intensief gebruikt om deze te benutten
Trede 2. Potentie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied Op parkeerplaatsen
worden en hiervoor kan in het omgevingsprogramma duurzaamheid en
voor een drijvend zonnepark.
Er is data beschikbaar (bron: AHN4, kadaster/RVO) waaruit de prakti-
het niet realistisch dat hiervoor meer dan 100 parkeerplaatsen overkapt
Uit tabel 3 (navolgende pagina) blijkt dat een aantal stortplaatsen onder
sche potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald kan wor-
kunnen worden. Dan gaat het om zo’n 750 panelen oftewel 1,8% van de
NNB vallen of te klein zijn (minder dan 1 hectare). Gezien de mogelijke
den. Uitgangspunten hierbij zijn dat de parkeerplaats geschikt is voor in-
praktische potentie en wordt de realistische potentie op parkeerplaatsen
verontreiniging en de beperkte grootte is een rendabele exploitatie als
stallaties > 15 kWp en door de complexiteitsfactor van de belemmerin-
in geschat op minder dan 0,3% van de RES-opwekopgave.
zonnepark mogelijk. Daarnaast zijn gronden veelal in eigendom van par-
het omgevingsplan ruimte geboden worden. Dit vraagt tijd en tot 2030 is
gen blijkt 35% van de parkeerplaatsen geen belemmeringen te hebben. Tabel 2: Potentie zon op parkeerplaatsen Eenheid
Waarde
Totaal te benutten panelen
40003
Totale potentie TWh
0,0137
ticulieren en zijn zonneparken op veel van die locaties ongewenst, waarTrede 3. Potentie op terreinen en objecten in het landelijk gebied
door het gebruik van die gronden als zonnepark niet voor de hand ligt.
In bijlage 2 bij de RES 1.0 NOB is in het rapport “achtergrond verbruik
Maar die zijn te klein van omvang om een rendabele exploitatie als zon-
en potentie” het potentieel van de opwek van zon op restgronden (tabel
nepark mogelijk te maken. Uit de tabel blijkt dat het doorgaans niet om
4.10, blz 53) ingeschat op 3 TJ. Daarbij is geen onderscheid gemaakt
ongebruikte gronden gaat, maar hebben ze een functie.
tussen restgronden binnen (trede 2) of buiten (trede 3) stedelijk gebied, maar dat komt overeen met 1% van de RES-opwekopgave (0,000833
Het RWZI-terrein is en wordt in de toekomst al benut voor de eigen
TWh).
energievoorziening van waterschap de Dommel en door Dommelstroom. Op voormalige agrarische bebouwing (VAB) is in het VAB-beleid geen
Uit tabel 2 blijkt een praktische potentie van 0,0137 TWh, oftewel 17% van de lokale RES-opwekopgave. Het is echter niet realistisch te veron-
In de toelichting van artikel 5.54, lid 2 moet bij meervoudig ruimtegebruik
specifieke ruimte opgenomen. Dit is maatwerk en op voorhand kan hier-
derstellen dat 35% van alle parkeerplaatsen in de gemeenten bedekt
uitgegaan worden van ruimte op gronden of objecten langs spoorlijnen
voor geen potentie bepaald worden. De potentie in trede 3 wordt dus in-
kunnen worden met zonnepanelen om meerdere redenen. Ten eerste
en wegen, op water, op stortplaatsen, grond- en slibdepots, op vloeivel-
geschat op 1% van de lokale RES-opwekopgave.
omdat veel parkeerplaatsen worden gebruikt voor evenementen of
den, RWZI-terreinen of ten dienste van de agrarische functie (agri-PV).
markten en de overkappingen niet gewenst zijn. Ten tweede omdat niet
Langs de rijksweg A2 en spoorlijnen zijn er mogelijkheden, maar Rijkwa-
alle overkappingen op parkeerplaatsen stedenbouwkundig gewenst zijn
terstaat heeft bekend gemaakt dat er op zijn vroegst in 2029 ruimte is
of anderszins niet passen in gemeentelijk beleid (bv verkeerskundig op
voor een voorverkenning in het kader van het programma Opwek van
veiligheid). Zo vraagt de vastgestelde Strategie Klimaatadaptatie 2022-
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
20
Trede 4. Potentie op landbouw- en natuurgronden
Tabel 3: Voormalige stortplaatsen in de gemeente Boxtel
Op natuurgronden (binnen NNB) zijn zonneparken niet toegestaan en
Gemeente
Naam
Locatiecode
Grootte
Functie
Eigenaar
Boxtel
Roderweg, Liempde
NB3100007
0,23 ha
natuur
Noord-Brabants Landschap
0,029+0,00024+0,0008= 0,0291 TWh oftewel 36,3% van de RES-op-
Boxtel
Kerkakkers, Liempde
NB3100003
0,74 ha
landbouw
particulier
gave.
Boxtel
Molendijk, Liempde
NB3100004
0,1 ha
natuur
particulier
Boxtel
Kasterensestraat, Liempde
NB3100005
0,04 ha
landbouw
particulier
Boxtel
Gemondesestraat, Liempde
NB3100006
0,03 ha
landbouw
particulier
Boxtel
Boxtel Oost, Boxtel
NB0900004
0,62 ha
wonen en intensief gebruik openbaar groen
particulier
Boxtel
Konijnshoolsedreef, Boxtel
NB0900036
0,48 ha
natuur
Noord-Brabants Landschap
Boxtel
Molenstraat, Boxtel
NB0900026
0,07 ha
bebouwing en verhardingen
gemeente
Banisveld, Boxtel
NB0900002
6,4 ha
natuur
gemeente
Tongeren, Boxtel
NB0900035
0,45 ha
landbouw
particulier
Nergena 34 (stort)
NB0900950
0,1 ha
natuur
Noord-Brabants Landschap
Broxven, Esch
NB1650001
0,4 ha
bebouwing en verharding
particulier
op landbouwgronden alleen nog bij uitzondering of op basis van overgangsrecht. De totale potentie in trede 1, 2 en 3 wordt ingeschat op
Omdat geen windenergie benut kan worden is voor de realisatie van de RES-opwekopgave additioneel de opwek van 0,051 TWh zon op veld noodzakelijk. Daarvoor is van 16 december 2020 tot 1 februari 2021 een tender voor zonneparken opengesteld in de gemeente en is op juni 2022 door het college besloten om 48 hectare te gunnen aan 4 initiatiefnemers (waaronder de gemeente zelf) door in te stemmen met de ingediende principeverzoeken voor 4 zonneparken. Daarmee wordt 0,042 TWh opgewekt. Samen met de potentie uit de treden 1, 2 en 3 houdt dit in dat daarmee 0,0713 TWh gerealiseerd is of wordt voorbereid. Dat is 89% van het RES-opwekdoel. In de visie zonne- en windenergie is de uitgifte van de 50 hectare zonneparken in de vorm van een tender opgenomen. Vanuit die tender zijn vier initiatiefnemers, waaronder de gemeente Boxtel zelf, door een onafhankelijke commissie geselecteerd. De locaties van de vier geselecteerde initiatieven zijn weergegeven in figuur 150 en bestaan uit: 1. Zonnepark Tussen de Renbaan en de Esschebaan 2. Zonnepark Boxtel Beerze 3. Zonnepark De Vorst 4. Zonnepark Ontginningsweg Zonneparken die (grotendeels) in trede 2 liggen krijgen voorrang ten opzichte van trede 3. De reden hiervoor is dat in gebieden waar een verstedelijking afweegbaar is, in de toekomst een stedelijke ontwikkeling en dus bebouwing te verwachten is.
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
21
Trede 2 gebieden liggen met name in de Noordwest hoek Noordwest-
een advies van de netwerkbeheerder niet past binnen de termijn waarin
2030. Vanwege de luchtvaartbelemmeringen in de regio zijn de moge-
hoek en nabij de Vorst waardoor de zonneparken de Vorst en Renbaan-
vergunningen onder het oude recht verleend kunnen worden, maar dat
lijkheden voor windenergie in de regio beperkt is de regio voor een groot
Esschebaan voorrang hebben gekregen.
er wel wordt uitgegaan dat de zonneparken alleen prioriteit krijgen voor
deel aangewezen op zonneparken op landbouwgronden. Dus ook regio-
een aansluiting op het netwerk als na vergunningverlening een dergelijk
naal zijn er nagenoeg geen mogelijkheden voor de samenwerking in de
Artikel 5.54. lid 2: Uitzonderingen voor zonneparken op landbouwgrond.
advies wordt verkregen. In die zin wordt verwacht dat de initiatieven uit
realisatie van de lokale opwekopgave door een deel daarvan in een an-
In artikel 25 is opgenomen dat het recht van toepassing blijft zoals dat
de tender aan deze uitzondering zullen voldoen.
dere gemeente te realiseren.
gold op 1 januari 2024 voor zonneparken die voor 1 juli 2025 vergund zijn. In lid 2 zijn drie uitzonderingsgronden opgenomen op basis waar-
Artikel 5.54, lid 3: voorwaarden omgevingsplannen voor zonneparken
van zonneparken op landbouwgrond zijn toegestaan. Ervan uitgaande
Onder a van lid 3 is opgenomen dat zonneparken passen binnen de ge-
dat de vergunningen voor de zonneparken uit de tender verleend kun-
wenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarvoor is de ontwikke-
nen worden voor 1 juli 2025, zijn deze uitzonderingen dus niet van toe-
ling van zonneparken opgenomen in de vastgestelde Omgevingsvisie
passing op de zonneparken in de eerste tender. Desondanks wordt hier-
van de gemeente.
onder toegelicht hoe hiermee aandacht aanbesteed is. Onder b en c van lid 3 is opgenomen dat geborgd is dat het zonnepark In lid 2 onder b is opgenomen dat er een voorkeur is voor landbouw-
tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten en dat de ontmante-
gronden waarvan beleidsmatig is vastgelegd dat het landbouwkundig
ling van het park hierna wordt geborgd. Hiervoor wordt een voorwaarde
gebruik wordt beëindigd. Daarom is in de tender voorrang gegeven aan
opgenomen in de omgevingsvergunning en wordt ook een financiële ze-
de in de (inmiddels vervallen) structuurvisie opgenomen gebieden waar
kerheidstelling opgenomen in de anterieure overeenkomst. Die borg-
verstedelijking afweegbaar is. Twee van de vier zonneparken uit de ten-
stelling voor de ontmanteling wordt opgenomen in de omgevingsvergun-
der liggen op gronden waar verstedelijking afweegbaar is. In de inmid-
ning.
dels vastgestelde Omgevingsvisie zijn deze gebieden niet meer opgenomen. Zonneparken worden doorgaans met een buitenplanse omge-
Onder d van lid 3 is opgenomen dat de ontwikkeling een maatschappe-
vingsplanactiviteit (BOPA) voor een periode van 25 jaar vergund en
lijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving
daarin is het niet goed mogelijk om daarin op te nemen dat na die 25
om te participeren in het project. De zonneparken uit de tender zijn ge-
jaar het landbouwkundig gebruik wordt beëindigd, omdat die BOPA is
richt op het streven om minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren en
gericht op het opnieuw in gebruik nemen van de landbouwgrond na de
de inspanning hiervoor wordt anterieur overeengekomen met de aanvra-
periode van 25 jaar. Desondanks mag aangenomen worden dat op zon-
ger. In die zin hebben ze een maatschappelijke meerwaarde doordat lo-
neparken op gronden waar verstedelijking afweegbaar op termijn het
kaal zeggenschap verkregen kan worden over de lokale opwekopgave.
landbouwkundig gebruik wordt beëindigd Onder e van lid 3 is opgenomen dat de ontwikkeling past binnen de regiVerder is in lid 2 onder c opgenomen dat de ontwikkeling van het zonne-
onale afspraken. Hieraan wordt voldaan doordat in de RES NOB 1.0 af-
park bijdraagt aan de vermindering van netcongestie of zorgt voor ver-
spraken zijn gemaakt over de lokale opwekopgave van de 10 gemeente
groting van een efficiënter netwerkgebruik, wat blijkt uit een advies van
in regio Noordoost Brabant voor de realisatie van het RES-doel voor
Figuur 17 Tenderlocaties uitgifte zonneparken Boxtel
de netwerkbeheerder. Hierover wordt opgemerkt dat het verkrijgen van
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
22
Doorwerking plangebied De beoogde locatie is verder passend binnen het gemeentelijk beleid en is gekozen als een van de vier tender-initiatieven. De zonneparken uit deze tender die in trede 2 liggen hebben voorrang gekregen. Omdat initiatieven uit enkel trede 1 en 2 van de zonnelader niet voldoende capaciteit bieden heeft e gemeente aangegeven dat ook de zonneparken uit trede 3 noodzakelijk zullen zijn. De ontwikkeling van een zonneweide op onderhavige (tender)locatie is daarmee en logisch vervolg. De gemeente hanteert in haar visie ook een aantal kaartenlagen, waarbij per laag bepaalde voorwaarden worden gehanteerd (zie figuur 10 t/m 13). Op deze kaarten is te zien dat de locatie is gelegen binnen trede 3, en binnen het gebied waar zonneparken zijn toegestaan en dus niet in een uitsluitingsgebied liggen. Uitgaande van de verwachte energiebehoefte binnen de gemeente en regio is het enkel realiseren van zon op daken en binnen stedelijk gebied niet voldoende. Dit wordt niet allen geconcludeerd in de visie zonne- en windenergie Boxtel, maar ook in de
Figuur 18 PV Zon - Gebied algemene voorwaarden Figuur 19 PV Zon - Gebiedspecifieke voorwaarden
provinciale verordening (motie ‘Voorrang zon op dak’) evenals in de RES-NOB. De totale potentie van treden 1 en 2 van de zonneladder bedraagt 0,987 TWh ten opzichte van de regionale opwekdoelstelling van 1,6 TWh. Er is daarom ook gekozen voor het niet vasthouden van de tredes van de zonneladder in volgordelijkheid. De ontwikkeling is gelegen op een passende locatie voor opwekking van zonne-energie en levert een significante bijdrage aan de doelstellingen op het gebied van energietransitie. Daarnaast hanteert de gemeente in haar visie ook een aantal voorwaarden/criteria voor inactieven. Deze worden hierna nader besproken.
Figuur 21 PV Zon- Tredes (voorrangsprincipe)
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
Figuur 20 PV Zon - Mogelijke uitsluitingsgebieden
23
De omgeving moet participeren in het project.
stand komen door spontane ontwikkeling. De veldopstellingen van zon-
effecten zoals vermeden CO2-uitstoot en stikstofdepositie, verbetering
Initiatiefnemers zullen in een zorgvuldig proces met de omgeving een
nepanelen bieden beschutting aan fauna en de draagconstructies nest-
van luchtkwaliteit, en verbetering van de bodemkwaliteit dienen ook
omgevingsdialoog aangaan. Voor participatie is een participatieplan op-
gelegenheid voor vogels en insecten. Zoogdieren voelen zich goed thuis
meegewogen te worden, maar deze zijn niet eenvoudig in geld uit te
gesteld, welke als apart document aan de aanvraag zal worden toege-
op het nieuwe park. Het grasland en de beschutting tussen de panelen
drukken zijn. Bij een maatschappelijke analyse zijn de maatschappelijke
voegd. Participatie kan worden onderverdeeld in drie vormen, namelijk
geeft veel dekking en is een aantrekkelijker leefgebied dan het huidige
effecten van verminderde visuele of landschappelijke effecten. De straal
informeren, meebeslissen en profiteren.
intensieve agrarisch gebied. Ook voor muizen, kleine marterachtige en
van impact is vermoedelijk erg klein aangezien panelen dichtbij de
uilen gaat dit gelden en zal het gebied en aantrekkelijk foerageer- en
grond staan en minder zichthinder opleveren voor omwonenden én er
Financiële participatie heeft betrekking op het bieden van mogelijkheden
leefgebied vormen vanwege de rust (geen bodemverstoring in vergelij-
feitelijk geen direct omwonenden zijn bij het zonnepark.
om financieel deel te kunnen nemen in de exploitatie van het zonnepark
king met de huidige landbouw) en aanwezigheid van voldoende open
en mee te profiteren in de opbrengsten van de productie van duurzame
areaal.
energie. Het uitgangspunt voor dit project is een streven naar 50% lo-
De recreatieve/toeristische waarde moet toenemen Bij het ontwerp van het zonnepark is zoveel mogelijk aangesloten bij de
kaal eigendom via een energiecoöperatie. Een nadere verslaglegging
De ruimtelijke kwaliteit is geborgd met een landschappelijk inpassing-
gebiedsopgaven, waaronder bijvoorbeeld behoud en verbetering van
en uitwerking van de (financiële) participatie is opgenomen in het partici-
plan.
landschappelijke structuren in het gebied en versterking van het (cul-
patieplan.
Het landschappelijk inpassingsplan dat is opgesteld is opgenomen als
tuurhistorisch) landschap, het versterken van recreatieve routes, natuur-
bijlage 1 en nader toegelicht in paragraaf 2.2. Hierin wordt de beoogde
ontwikkeling en het verbeteren van ecologische kwaliteiten. Het plange-
De biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie moet toenemen.
ontwikkeling wordt aangesloten op de voorkomende landschappelijke
bied ligt naast een alternatieve NS-wandelroute (Ontginningsweg),
Door het toevoegen van landschapselementen wordt niet alleen het
kwaliteiten, volgend uit de opgestelde gebiedspaspoorten: de Structuur-
welke aansluit op de route naar Kampina.
landschap versterkt, maar krijgen ook de ecologische en cultuurhistori-
visie Boxtel en in de Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het buiten-
sche waarden in het gebied en de directe omgeving een impuls. Met
gebied (gemeente Boxtel, 14 april 2015) en de daarbij behorende Hand-
Met de komst van het zonnepark kan deze alternatieve route worden
name de ligging van de NNB gebieden rondom de percelen en de ecolo-
reiking kwaliteitsverbetering voor initiatiefnemers in het buitengebied van
versterkt en aantrekkelijker worden gemaakt door de aanleg van nieuwe
gische verbindingszone aan de westzijde van het plangebied geven
Boxtel (juni 2015). Daarnaast is ook het borgen van de maatschappe-
landschapselementen, maar ook door de recreant op educatieve wijze
aanleiding voor een ecologische verbetering/verhoging van de biodiver-
lijke meerwaarde door de mate van meervoudig ruimtegebruik en de
mee te nemen in de ontwikkeling van zonne-energie. Door het plaatsen
siteit. De grootste biodiversiteitswinst wordt in het plan behaald door de
maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te be-
van een informatiebord wordt de recreant zich hier van bewust. Daar-
aanleg van nieuwe landschapselementen, waardoor er nieuwe schuilge-
perken. De ligging langs NNB en binnen de gebiedsbegrenzing attentie-
naast wordt er een picknick bank en tafel geplaats, welke gebruikt kan
legenheden en voedselbronnen ontstaan voor insecten (bijen, vlinders),
zone waterhuishouding biedt potentie de volgende ruimtelijke opgaven
worden als rustpunt. Met de ontwikkelingen van een zonnepark kunnen
vogels en andere fauna. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van inheemse
te koppelen aan de aanleg van een zonnepark:
dan ook andere maatschappelijke wensen (versneld) worden gereali-
beplanting, waarbij er zoveel mogelijk vruchtdragende en bloeiende
Combinatie met attentiezone waterhuishouding
seerd.
soorten worden toegepast in lijn met de landschapskenmerken.
Natuurontwikkeling Enkele voorbeelden hiervan zijn eveneens educatieve mogelijkheden
Daarnaast krijgen grassen, kruiden en insecten door de beëindiging van
De maatschappelijke kosten voor de inpassing op het elektriciteitsnet-
voor scholen in de omgeving, inzet op ontwikkeling van innovatieve
het agrarisch gebruik de mogelijkheid om zich spontaan te ontwikkelen,
werk moeten zo laag mogelijk zijn.
technieken, realiseren van zonne- energie installaties op daken van
doordat er geen sprake van verstoring, betreding of landbewerking zoals
De ontwikkeling is voor rekening van initiatiefnemer. Eventuele kosten
maatschappelijke gebouwen en het aanbieden van zonne-energie in-
in de huidige situatie. In het belang van de natuurwaarden zullen de ex-
om het zonnepark op het net aan te sluiten zijn voor risico en rekening
stallaties aan particulieren en bedrijven in de omgeving tegen een gere-
tensief beheerde graslanden langs de randen en onder de panelen tot
van initiatiefnemer. Overige maatschappelijke kosten zijn nihil. Indirecte
duceerde prijs.
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
24
De kosten van de uiteindelijke uitvoeren kunnen worden gefinancierd dankzij het omgevingsfonds, waarover later meer. Dit omgevingsfonds komt onder toezicht van een onafhankelijk lokaal bestuur, welke beslissingsbevoegd is over de uitgaven van het fonds. Kampina Daarnaast ligt de locatie ook binnen de zone van 1.000 meter rondom Kampina. Doelstelling is om de stikstofdepositie op dit Natura 2000-gebied te doen laten afnemen. Door de realisatie van het zonnepark kunnen de niet meer bemest worden, waarbij dit een positief effect oplevert voor de stikstofdepositie. In par 5.12 wordt aan de hand van een stikstofdepositieonderzoek (bijlage 3) aangetoond dat de realisatie van het zonnepark geen negatieve effecten realiseert op het Natura-2000 gebied 'Kampina en Oisterwijkse Vennen'. 4.4.4
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling passend is binnen het gemeentelijk beleid, en ook op het gebied van landschap, natuur en ruimtelijke kwaliteit passend is op deze locatie. Het zonnepark is passend binnen trede 3 van de zonneladder en daarmee is de ontwikkeling in lijn met het gemeentelijk beleid.
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
25
5
Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving
5.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
5.1.1
Toetsingskader
Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage op basis van paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, wordt bepaald op basis van bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste ko-
m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Daarnaast kan de m.e.r.-(beoordelings)plicht nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, die voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn, b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles
5.2
Bodem
gen.
5.2.1
Toetsingskader
Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren deelt dit
de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bo-
voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel
demgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw
16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel
of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen
van een aanmeldnotitie.
meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het
5.1.2
Onderzoek
bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de ge-
Op basis van het Omgevingsbesluit kan een zonnepark (mogelijk) wor-
meente rekening met de interventiewaar-den voor de verschillende stof-
den beschouwd als een:
fen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding
Stedelijk ontwikkelingsproject;
van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de
Landinrichtingsproject;
gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatre-
Industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit,
gelen worden getroffen.
stoom, en warm water.
lom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen waarvoor de
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkre-
Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondIn bijlage V van het Omgevingsbesluit is onder categorie C. Energie-In-
verzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie
dustrie een zonnepark niet opgenomen als m.e.r. plichtig. Als aanvulling
ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen
op bijlage V van het omgevingsbesluit geldt 16.36 (lid 1 en 2) van de
in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen.
Omgevingswet waarin wordt aangegeven dat als de gemeente beleid heeft waarin ze ontwikkelingen opnemen die mer(beoordelings)plichtig
5.2.2
Onderzoek
zijn.
Een zonneweide betreft geen gebouw en valt derhalve niet onder het bereik van artikel 5.89 lid g van het Bkl. Het betreft ook geen bodemge-
Op basis van de jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak ABRvS 14
voelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89 sub h Bkl. Verder betreft een
augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) is vastgesteld dat de realisa-
zonneweide ook geen bodembedreigende functie. Voor de realisatie van
tie van een zonnepark geen stedelijk ontwikkelingsproject dan wel een
de zonnepanelen is er slechts zeer beperkt sprake van bodem-roerende
landinrichtingsproject of een industriële installatie bestemd voor de pro-
werkzaamheden.
ductie van elektriciteit, stoom en warm water. Op basis hiervan is er geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit.
5.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig planvoor5.1.3
Conclusie
nemen.
Er is geen sprake van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht.
of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
26
5.3
Cultuurhistorie
zijn betrokken bij het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erf-
5.3.1
Toetsingskader
en ontwikkelen kennis en informatie voor medeoverheden.
goedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De
De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is
bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in
sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefom-
situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de ver-
maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel
geving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen samen
stoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeolo-
erfgoed mogelijk. Provincies en gemeenten moeten in het omgevings-
bevatten wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel
gische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaats-
plan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed
erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht
vinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het ge-
en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van
de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de belangenaf-
ding raken.
het erfgoed dat binnen de provinciale- of gemeentegrenzen aanwezig is.
weging.
Voor de provincie Noord-Brabant zijn deze stukken door vertaald in de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024’. Op basis daarvan
5.3.2
wordt een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan opge-
Het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ van de gemeente Boxtel kent
nomen.
enkele dubbelbestemmingen voor cultuurlandschap. Op basis van het
Onderzoek
vigerende bestemmingsplan is er geen dubbelbestemming die rust op Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit
de projectlocatie. Tevens is het gebied niet aangewezen als cultuurhis-
vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurland-
torisch waardenvol gebied, noch is er een cultuurhistorisch waardevol
schappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en
element aanwezig binnen de projectlocatie conform de Cultuurhistori-
stads- en dorpsgezichten.
sche Waardenkaart (herziening 2024) van de provincie Noord-Brabant. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling van een zonnepark op de be-
Middels een omgevingsplan dienen provincies en gemeenten cultureel
oogde locatie geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische
erfgoed te beschermen. De primaire vraag daarbij is welke elementen
waarden oplevert.
van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) bevinden zich binnen de provinciale- of gemeentegrenzen of direct daarbuiten, en wat wil men (of
5.3.3
moet men) daarvan beschermen? Daarbij wordt rekening gehouden met
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig
de instructieregels in de artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwali-
planvoornemen.
teit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en werelderfgoed).
Conclusie
5.4
Archeologie
5.4.1
Toetsingskader
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd Provincies en gemeenten worden daarbij ondersteund door specialisten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze ministeries werken mee met de totstandkoming van de wet en de bijbehorende regels,
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving zijn overgegaan naar de Omgevingswet.
Figuur 22 Uitsnede bestemmingsplan met dubbelbestemming archeologie rood omlijnd en het projectgebied blauw omlijnd
5.4.2
Onderzoek
Blijkens het vigerende bestemmingsplan rust op een deel van het projectgebied een archeologische bestemming, namelijk ‘Waarde – Archeologie 3’ (zie figuur 21).
27
Conform de bestemmingsplanregels moet er voor het bouwen van een
Conform de bestemmingsplanregels is het daarnaast verboden om
5.5
bouwwerk een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd op gronden
grondwerkzaamheden (zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egali-
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ar-
met betreffende bestemming. Uitzonderingen hierop luiden als volgt:
seren, diepploegen en -woelen van gronden) uit te voeren op gronden
tikel 4.2 Omgevingswet) is het van belang dat activiteiten met gebruiks-
met betreffende bestemming. Uitzonderingen hierop luiden als volgt:
ruimte en milieugevoelige activiteiten worden toebedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren:
Het bepaalde in 33.2.1 en 33.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op :
Activiteiten en milieuzonering
a. Het bepaalde in 33.3.1, uitgezonderd onder l, is niet van toepassing
a. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 125 m2;
indien de werkzaamheden of werken:
b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm
1. maximaal 0,50 meter diep reiken ten opzichte van het maaiveld
onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden ge-
en een verstoringsoppervlakte hebben van ten hoogste 125 m2;
1.
menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is;
2.
scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.
Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als
plaatst; […]
Het noordelijke deel waarop de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeolo-
voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.
gie - Categorie 3’ is gelegen zal grotendeels worden gebruikt voor de Het oppervlakte waarop de dubbelbestemming rust betreft slechts een
plaatsing van zonnepanelen. Ook zal er conform het landschappelijk in-
5.5.1
Toetsingskader
klein deel aan de noordzijde van het plangebied. Daarvan blijft de noor-
passingplan een vrije ruimte tussen het hekwerk en de panelen worden
Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige
delijke rand van het plangebied een vrije ruimte tussen het hekwerk en
gerealiseerd. Om het kleinschalig mozaïek landschap te versterken wor-
functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke
de zonnepanelen. Voor de plaatsing van de panelen wordt er uitgegaan
den hier struweelhagen aangeplant. De aanplanting van deze haag ge-
leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren:
van 2 betonnen pootjes om de 3 meter, wat resulteert in ca. 20 pootjes
beurt in driehoeksverband met een onderlinge plantafstand van 1,25 x
1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het
per paneel (één paneel heeft een oppervlakte van 218 m2). De diameter
1,25m. Deze zijn bij aanplant 60-80 cm. De struweelhaag zorgt logi-
kan én gewenst is.
van een betonvoetje is ca. 10 cm2, wat betekend dat er 78,54 cm2 aan
scherwijs niet voor een verstoringsdiepte van 0,50 meter en zal gezien
2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar
verstoringsoppervlakte per pootje aanwezig is en 1.570,8 cm2 versto-
de geringe overlap enkel aan de noordzijde tevens niet leiden tot een
het moet.
ringsoppervlakte per paneel.
verstoringsoppervlakte van 125 m 2. Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.
De oppervlakte van de panelen binnen bestemming archeologie betreft
De werkzaamheden welke gepaard gaan met de ontwikkeling van het
8.235 m2 waarmee er 37 (8.235/218) panelen binnen dit deel van het
beoogde zonnepark aan de Ontginningsweg zorgen derhalve niet voor
plangebied zullen worden geplaatst. De verstoringsoppervlakte binnen
een belemmering voor het milieuaspect archeologie. Een nader onder-
Daarbij moet worden voldoen aan de instructieregels uit het Besluit
de bestemming archeologie is daarmee 5,8 m 2 (37 panelen x 1.570,8
zoek kan derhalve achterwege blijven.
Kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van geluid, geur en trilling door activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan
cm2) en blijft daarmee onder de grens van 125 m2. 5.4.3
Conclusie
plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en
Mocht blijken dat verankering op palen in plaats van betonnen pootjes
Voor het milieuaspect Archeologie is er sprake van een evenwichtige
milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten
toch wenselijk is zal de dieptegrens van 50cm worden overschreden en
toedeling van functies aan locaties.
met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte
dient er alsnog archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit zal
van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een spe-
voorafgaan aan de start bouw worden uitgevoerd en wordt als voor-
cifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen
schrift opgenomen.
voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term ‘activiteiten met
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
28
gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het mi-
geen milieugevoelige functie. Omliggende milieubelastende bedrijven
lieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activi-
vormen daarmee geen belemmering voor het oprichten van een zonne-
van geluidsisolerende materialen en behuizingen om het geluid te
teiten leefomgeving (Bal). De term is dus ruimer dan de veelgebruikte
park waardoor een toets aan de omliggende milieubelastende bestem-
term ‘milieubelastende activiteiten’.
mingen achterwegen worden gelaten.
dempen. Afstand en locatie: De batterijopslag wordt geplaatst op een vol-
doende afstand van woongebieden en andere gevoelige locaties. Geluidsmuren: Geluidsmuren worden geïnstalleerd rondom de bat-
terijopslag om geluidsemissies te beperken. Monitoring en onderhoud: Regelmatige monitoring en onderhoud
Geluidsisolerende behuizing: De batterijopslag wordt voorzien
Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of
Ook dient te worden onderzocht, of het woon- en leefklimaat ter plaatse
mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus
van omliggende woningen (milieugevoelige functies) niet onevenredig
belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat
wordt aangetast als gevolg van het zonnepark. Daarom dient te worden
betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek
getoetst of in de omgeving van het projectgebied functies voorkomen
van het koelsysteem en andere componenten om ervoor te zorgen
te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die
die een belemmering kunnen vormen voor de nieuwe ontwikkeling. Ten
dat ze efficiënt en stil werken.
voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie,
aanzien van de zonnepanelen zelf kan redelijkerwijs worden gesteld, dat
net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet
geen milieuhinder (geluid, geur of stof) te verwachten is. Voor de bijbe-
Gelet op de geruime afstand in combinatie met de maatregelen worden
op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er
horende transformators kan enige geluidproductie overdag worden ver-
er geen belemmeringen verwacht. Hiertoe zal in de omgevingsvergun-
sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.
wacht. Het gebruik van de transformatoren is het best vergelijkbaar met
ning vast worden gelegd dat ten gevolge van de activiteiten op de loca-
de in de VNG-brochure vermelde categorie ‘elektriciteits-distributiebe-
tie het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L ArLT) op een afstand
Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’
drijven 10-100 MVA’ (milieucategorie 3.1). In rustig woongebied/rustig
van 100 meter van de grens van het zonnepark (werkterrein), op een
De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de VNG biedt onder
buitengebied dient daarom in beginsel een richtafstand van 50 meter tot
beoordelingshoogte van 5 meter niet meer mag bedragen dan:
de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en ver-
omliggende milieugevoelige functies te worden aangehouden.
50 dB(A) in de dagperiode (7. 00-19. 00 uur).
45 dB(A) in de avondperiode (19. 00-23. 00 uur).
40 dB(A) in de nachtperiode (23. 00-7. 00 uur).
vangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de oude wetgeving. De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer
Het gebied heeft overwegend een agrarisch karakter, met weinig bebou-
van activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling
wing. In de wijde omgeving van het projectgebied zijn wel enkele wonin-
code (SBI-code) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daar-
gen gesitueerd. Deze woningen zijn echter allen gelegen op een afstand
Met deze voorwaarde zal de geluidbelasting bij de woningen op afstan-
van wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor
van ruim 300 meter ten opzichte van de plek waar ruimte voor de batte-
den van 300 meter of meer minimaal 10 dB lager zijn. Er is daarmee
geluid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van
rijen en techniek is beoogd.
sprake van aanvaardbaar geluid bij de woningen.
pect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke regels
De beoogde batterijopslag binnen het project heeft een capaciteit van
5.5.3
voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzone-ring’
8.4 MW / 20 MWh (zie ook specificaties van het batterij-pack in bijlage
Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering bestaan er geen belem-
gelden aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omge-
6). Bij de installatie van een BESS is het essentieel om de geluidsemis-
meringen voor de voorgenomen oprichting van een zonnepark in het
vingsplan van gemeenten.
sies te beheersen om overlast (zelfs op een afstand van 300 meter) voor
plangebied.
geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende asConclusie
de omgeving te voorkomen. Geluid van de batterijopslag komt voorna5.5.2
Onderzoek
melijk van het koelsysteem, de omvormers en de transformatoren. Om
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
geluidsoverlast te minimaliseren, worden de volgende maatregelen ge-
dient onderzocht te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon-
nomen:
en leefklimaat bij het projectgebied. Het beoogde zonnepark betreft
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
29
5.6
Elektromagnetische straling
gesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van elektriciteitsinfrastruc-
5.7
Geluid
5.6.1
Toetsingskader
tuur en die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla2. De
5.7.1
(Spoor)wegverkeer
Elektromagnetische velden
waarde van 0,4 microtesla geldt als gemiddelde voor een heel jaar. Tij-
Magnetische velden ontstaan bij het transport en het gebruik van elektri-
dens dat jaar kan de veldsterkte regelmatig boven en onder de waarde
5.7.1.1 Toetsingskader Geluid door (spoor)wegen
citeit/stroom. Voorbeelden van voorzieningen die zorgen voor elektro-
van 0,4 microtesla komen. Het is een waarde uit voorzorg, die alleen
Het Bkl bevat geluidsregels voor onder meer (spoor)wegen. De regels
magnetische velden zijn antennes, hoogspanningslijnen, mobiele tele-
van toepassing is bij bovengrondse hoogspanningslijnen. Daarnaast
voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen
foons en elektrische apparaten. De kracht van het elektromagnetische
wordt in het advies geadviseerd om bij een ligging nabij een boven-
geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing
veld kan per voorziening verschillen. In het kader van de planologie zijn
grondse hoogspanningslijnen een magneetveldzone te berekenen. Op
van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe ge-
met name antennes en hoogspanningslijnen van belang, aangezien dit
basis van deze berekening kan worden bekeken hoeveel gevoelige be-
luidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
vaste objecten zijn.
stemmingen in de magneetveldzone liggen. Geluidsgevoelige gebouwen
In het kader van gezondheid en milieu is het bij nieuwe ontwikkelingen,
5.6.2
waar sprake is van gevoelige gebouwen zoals woningen, scholen en
Uit onderzoek van het RIVM over gezondheid en elektromagnetische
het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte
kinderopvang, van belang dat er rekening wordt gehouden met mag-
velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations 3 is ge-
van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie
neetvelden. Dergelijke projecten moeten buiten een magneetveldzone
concludeerd dat de sterkte van de velden afneemt wanneer de afstand
heeft.
liggen. De sterkte van elektromagnetische velden is het grootst dichtbij
tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT (jaargemid-
de bron en neemt af als de afstand tot de bron groter wordt.
delde) wordt bereikt op een afstand van 7 meter van het transformator-
5.7.1.2 Onderzoek
station. Dit wordt door de Rijksoverheid als grenswaarde aangenomen
In de nabijheid van het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen.
Voorzorgsbeleid magneetvelden
bij situaties van langdurige blootstelling. Aangezien er geen woningen
Rondom het plangebied zijn geen wegen gelegen, enkel landweggetjes.
Door de minister voor Klimaat en Energie is (samen met de toenmalig
zijn gelegen op een afstand van minder dan 7 meter, maar de afstand
Daarbij betreft een zonneweide geen geluidgevoelig gebouw of terrein.
minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en in afstem-
tot bestaande woningen in de omgeving vele malen groter is, is nader
Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzake-
ming met de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
onderzoek op elektromagnetische straling niet noodzakelijk. Gelet op de
lijk.
op 21 april 2023 een herijkt voorzorgsbeleid aan gemeenten, provincies
relatief ruime afstand van woningen tot het plangebied zal er voor de
en netbeheerders gezonden inzake de gezondheidsrisico’s van mag-
omliggende woningen geen verslechtering plaatsvinden van het woon-
5.7.1.3 Conclusie
neetvelden1. De kern van het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvel-
en leefklimaat.
Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
gelen gaan treffen om de sterkte en grootte van magneetvelden zo veel
5.6.3
5.7.2
mogelijk te beperken. Het beleidsadvies is erop gericht om zoveel als re-
Vanuit het milieuaspect elektromagnetische straling is er sprake van een
5.7.2.1 Toetsingskader
delijkerwijs mogelijk te voorkomen dat mensen langdurig worden bloot-
evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te beschou-
Onderzoek
De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van
den is dat met de netbeheerders is afgesproken dat deze bronmaatreConclusie
Milieuzonering van zonnepark
wen in hoeverre een gewenste ontwikkeling inpasbaar is in de omgeving
1 2 3
https://www.kennisplatform.nl/verschil-tussen-limiet-100-microtesla-grens-0-4-microtesla/ https://www.infomil.nl/publish/pages/86406/beleidsadvies_vrom_2005_1.pdf RIVM-rapport 609300011/2009. Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
30
voor wat betreft het aspect geluid. Wanneer een milieubelastende func-
Voor een evenwichtige toedeling van geurhinder dient het aspect geur
Echter kan de gemeente in het omgevingsplan ook andere gebouwen,
tie mogelijk wordt gemaakt, dient te worden beschouwd in hoeverre
onderzocht te worden:
zoals logiesgebouwen of gevangenissen, of gedeeltes daarvan als geur-
sprake is van een acceptabele geluidssituatie ter plaatse van omlig-
indien geurveroorzakende activiteiten in de buurt van bestaande
gevoelig aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van men-
geurgevoelige gebouwen en/of locaties worden toegelaten.
sen (art. 5.91 lid 4 Bkl). Daarnaast wordt op grond van artikel 5.91 lid 3
indien geurgevoelige gebouwen en/of locaties in de buurt van be-
Bkl een nog niet bestaand gebouw, dat mag worden gebouwd op grond
staande geurveroorzakende activiteiten worden toegelaten.
van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buiten-
gende geluidsgevoelige objecten. Bij individuele milieubelastende functies, niet zijnde geluidsgezoneerde industrieterreinen, wordt het rele-
vante toetsingskader gevormd door de Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering 2023’ van de VNG.
planse omgevingsplanactiviteit, ook al als geurgevoelig gebouw beGeurveroorzakende activiteiten
schouwd.
5.7.2.2 Onderzoek
Het Bkl geeft enkel voor drie bedrijfsmatige activiteiten aan welke geur-
Een zonnepark is een milieubelastende functie die zorgt voor de produc-
belasting of afstand acceptabel wordt geacht:
5.8.2
tie van geluid. Dit heeft te maken met de aanwezige transformatoren en
1. Zuiveringtechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2)
Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl wordt voor onderhavig project geen geur
het EOS. Daarom zal moeten worden verkend in hoeverre sprake is van
2. Houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf
veroorzakende activiteit noch een geurgevoelig gebouw gerealiseerd. Er
een acceptabele geluidssituatie ten opzichte van omliggende geluidsge-
5.1.4.6.3)
Onderzoek
is immers geen sprake een van de bovengenoemde functies. Nader on-
3. Enkele andere agrarische activiteiten (subparagraaf 5.1.4.6.4)
derzoek naar het aspect geur is niet noodzakelijk.
standen (o.a. voor geluid) ten opzichte van omliggende milieugevoelige
Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals onder meer industrie worden geen
5.8.3
functies, is het niet noodzakelijk een akoestisch onderzoek industriela-
waarden en afstanden toegekend, enkel de algemene bepalingen van
Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig project.
waai uit te voeren. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen
subparagraaf 5.1.4.6.1 zijn hierbij van toepassing. Ook in deze gevallen
naar paragraaf 5.5 (activiteiten en milieuzonering).
dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze
voelige objecten ten aanzien van geluid afkomstig van de zonneweide met bijbehorende installatie. Aangezien wordt voldaan aan de richtaf-
activiteiten op geurgevoelige gebouwen. 5.7.2.3 Conclusie Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect ge-
Geurgevoelige gebouwen en locaties
luid.
Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl is er sprake van een geurgevoelig gebouw als een gebouw of een gedeelte van een gebouw een van de vol-
5.8
Geur
5.8.1
Toetsingskader
gende functies onderbrengt:
Geurhinder is onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 Bkl ‘Geur’, onderdeel van paragraaf 5.1.4 ‘Beschermen van de gezondheid en van het milieu’. Geurhinder kan door verschillende bedrijfs- of hobbyactiviteiten veroorzaakt worden. Hierbij valt te denken aan veehouderijen en andere agrarische activiteiten maar ook bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties.
woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan;
bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.
Conclusie
5.9
Gezondheid
5.9.1
Toetsingskader
In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Er bestaat landelijk de wens om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsveror-
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
31
dening en programma's. De beleidsambities met betrekking tot gezond-
5.9.3
heid kunnen sterk variëren per gemeente. Tevens hebben veel gemeen-
Het initiatief levert een bijdrage aan het bereiken van een gezonde fy-
ten ervoor gekozen om beleidsneutraal over te gaan naar de Omge-
sieke leefomgeving.
vingswet. Dit houdt in dat voornamelijk in de beginfase na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gemeenten nog geen tot weinig beleid zullen hebben met betrekking tot gezondheid. In een later stadium zal het beleid sterk per gemeente verschillen. 5.9.2
Conclusie
5.10
Lichthinder en reflectie
5.10.1
Toetsingskader
Er zijn diverse locaties met kunstmatige verlichting, waaronder (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Deze verlichting kan verschillende ne-
Onderzoek
De gemeente Boxtel heeft een ontwerp Omgevingsvisie waarin verschillende thema’s aan bod komen. Eén van de vier hoofdthema’s is het ‘aangenaam leven’ in Sint-Michielsgestel. Dit hoofdthema heeft betrekking op wonen en alles wat samenhangt met en aangename woonomgeving. Hieronder vallen onderwerpen zoals het landschap, natuur, voorzieningen, gezondheid en veiligheid. De thema’s zijn verder uitgewerkt in dromen en ambities en komen daarna samen in verschillende scenario’s. Het hoofdthema ‘aangenaam leven’ omvat verschillende dromen en ambities die zijn toegespitst op een veilige, gezonde maar vooral leefbare omgeving. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een zonneweide, waarmee een duurzame energievoorziening wordt gerealiseerd. De realisatie van duurzame energievoorzieningen draagt bij aan een reductie van vervuiling en daarmee gepaard gaande schadelijke gezondheidseffecten, die door niet-duurzame energievoorzieningen (kunnen) worden veroorzaakt. Een zonnepark heeft zelf ook geen gezondheid beperkende werking. De transitie naar duurzame energievoorzieningen draagt dus ook bij aan het creëren van een gezonde leefomgeving. Ook het omzetten van landbouwgrond naar een zonnepark met bijbehorende groenvoorzieningen past in dit beeld en betekent onder meer een reductie van geurhinder.
De realisatie van voldoende groen en waterberging in en rondom de zonneweide past eveneens bij het bereiken van een gezondere fysieke leefomgeving.
gatieve effecten veroorzaken. Zo kunnen mensen hinder ondervinden wanneer ze zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, bijvoorbeeld om te kunnen rusten of slapen. Licht van objecten langs (rijks)wegen, zoals een reclamezuil, kan ook hinder veroorzaken en daarmee onveilige situaties creëren. Verder kan kunstmatige verlichting in de nacht het gedrag van dieren
functies mogelijk die gevoelig zijn voor lichthinder. Ook worden er geen functies mogelijk gemaakt, die tot lichthinder voor de omgeving leiden. Wanneer een zonnepark in de buurt van een weg of woningen ligt, is het mogelijk dat deze voor enige vorm van lichthinder wegens reflectie zorgt. Voor onderhavig planvoornemen geldt dat het volledige plangebied omsloten door een struweelhaag van circa 4m hoog. De enkele woningen gesitueerd aan de oosten/noordoostzijde liggen op circa 150(+)m afstand. Redelijkerwijs kan eventuele hinder vanwege reflectie daarom op voorhand worden uitgesloten. 5.10.3
Conclusie
Het aspect lichthinder en reflectie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
beïnvloeden, met mogelijke gevolgen zoals desoriëntatie, afstoting of
5.11
Luchtkwaliteit
aantrekking, wat kan leiden tot uitputting en sterfte. Kunstmatige verlich-
5.11.1
Toetsingskader
ting kan ook fungeren als barrière voor dierlijke verplaatsingen. Deze
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter be-
negatieve effecten hebben niet alleen individuele gevolgen maar kunnen
scherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels
ook de instandhoudingsdoelstellingen van bepaalde soorten aantasten.
opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden
Daarnaast kan kunstmatige verlichting leiden tot horizonvervuiling of het
zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht
verminderen van de donkerte op grotere afstanden, zoals het zichtbaar
voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).
zijn van verlichte objecten in een open landschap tot wel 5 à 10 kilometer.
Aandachtsgebieden De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aan-
Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen.
dachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concen-
Het Bkl bevat daarom geen Rijksinstructieregels voor lichthinder, met
traties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10
uitzondering van rijksregels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen,
staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor
opgenomen in artikel 4.790 van het Bal.
alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht ne-
5.10.2
Onderzoek
men (artikel 5.51 Bkl).
In het projectgebied zelf zijn geen functies en voorzieningen aanwezig, die lichthinder veroorzaken. Onderhavig initiatief maakt geen nieuwe
Niet in betekende mate De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtsgebied vindt niet
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
32
altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bij-
steld dat het initiatief niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwali-
van het Natuurnet-werk loopt via het traject van de provinciale ruimte-
draagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomge-
teit. Omdat er geen sprake is van een gevoelige functie, is een onder-
lijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Bra-
vingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het
zoek naar de achtergrondwaarden in het kader van het woon- en leefkli-
bant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecolo-
Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de lucht-
maat niet aan de orde. Het projectgebied ligt bovendien niet binnen een
gische Verbindingszones (EVZ). Het netwerk wordt gevormd door kern-
kwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is
aandachtsgebied luchtkwaliteit.
gebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszo-
dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemid-
Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBMtool.
Conclusie
Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Onderzoek
In onderhavig geval is er sprake van het oprichten van een zonneweide. Een zonneweide kent een zeer lage verkeersaantrekkende werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van sporadisch verkeer ten behoeve van onderhoud, controle en beheer. Op voorhand kan redelijkerwijs worden ge-
alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezen-
toedeling van functies aan locaties.
lijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan
5.12
Natuur en landschap
5.12.1
Toetsingskader
Wettelijke gebiedsbescherming De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In perkt, of ongedaan gemaakt worden. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
gende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn
Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige
dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, be-
Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit
5.11.2
nes met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omrin5.11.3
delde concentraties.
met mitigerende maatregelen. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Soortenbescherming Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’.