Bijlage Herziend Beheerplan Civ Kunstwerken BOX.pdf
Tekst van het document
Risicoklasse 2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3
Btl.142-011-v4 Pagina 29 van 39
3.6.2 Klein- en groot onderhoud Binnen het benodigde onderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen klein onderhoud (Exploitatie) en groot onderhoud (Voorziening). Voor de komende 5 jaar bestaat het klein onderhoud met name uit: - het eenmalig herstellen van schades en gebreken (bijv. betonreparatie, bevestigingen e.d.); - het lokaal bijwerken van slijtlagen en conserveringen; - het aanbrengen of vervangen van enkele kleine onderdelen (bijv. dekplank, kitvoeg, e.d.); - reinigingswerkzaamheden incl. het verwijderen van begroeiing en graffiti; - inspectiewerkzaamheden incl. technische inspecties en nadere onderzoeken. Voor de komende 5 jaar bestaat het groot onderhoud met name uit: - het volledig vervangen van conserveringen, slijtlagen en voegwerk; - het volledig vervangen van constructieonderdelen (bijv. dekbeplanking, leuningwerk, damwanden e.d.). Het geadviseerde onderhoud voor de komende 5 jaar is overzichtelijk weergegeven in de hoeveelhedenspecificatie in bijlage IV van dit beheerplan. 3.6.3 Vervangingen Binnen deze beheerperiode zijn er geen vervangingen van kunstwerken gepland. De eerste vervangingen zijn, inclusief het planjaar, in onderstaande tabel weergegeven. Nr.
Naam
Vervangingsjaar
Opmerking
Kw014
Loxvensewegbrug
2030
Wordt in 2021 herberekend
Kw017
Kempsewegbrug
2030
Heeft een aslastbeperking van 10t
Kw018
Voorstraatbrug
2030
Moet worden herberekend
Kw022
Leemputtenpadbrug
2030
Heeft einde levensduur bereikt
Tabel 10: Geplande vervangingen
3.6.4 Raakvlakken Op basis van de inspecties zijn de werkzaamheden ingepland per jaar. Deze uitvoeringsjaren betreffen uitgangspunten. Wanneer de werkzaamheden worden opgenomen in een raamovereenkomst zullen deze nader ingepland moeten worden. Dit omvat onder andere het in kaart brengen en inpassing geven aan de volgende raakvlakken: ➢ Evenementen in de gemeente; ➢ Andere uitvoeringswerkzaamheden op of nabij kunstwerken; ➢ Omliggende wegennet i.v.m. omleidingen. Door aan het begin van de besteksvoorbereiding de raakvlakken in kaart te brengen, kan tijdig afstemming plaatsvinden tussen de betrokken partijen. Hierdoor kunnen de werkzaamheden, zonder conflicten, worden ingepland.
Btl.142-011-v4 Pagina 30 van 39
4. BEHEERSTRATEGIE Civieltechnische kunstwerken vormen een onderdeel van de openbare ruimte. Traditioneel is beheer gebaseerd op het in stand houden van kunstwerken tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder in het kader van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek. In de Woningwet en het Bouwbesluit staan de minimale eisen waaraan een kunstwerk moet voldoen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Oudere kunstwerken zijn ontworpen op basis van oudere normen die niet meer voldoen aan de eisen voor huidige verkeersbelasting en -intensiteit. De Woningwet stelt dat constructies moeten voldoen aan de door het Bouwbesluit 2012 aangewezen normen en voorschriften; dit betreft de Eurocode (NEN-EN 1990) serie voor nieuwbouw en de NEN 8700 serie voor bestaande bouw. In de volgende paragraven worden de beheerstrategie en de daarbij horende uitdagingen voor de komende beheerperiode toegelicht. De gemeente Boxtel stelt bij het beheren van de kunstwerken de volgende uitgangspunten: 1. Borgen van de veiligheid; 2. Borgen van het functioneren; 3. Uitvoering geven aan gemeentelijke beleid: a. Beheersysteem; b. Duurzaamheid; c. Leefbaarheid en burgerparticipatie; d. Financieel beheer. 4.1 Borgen van de veiligheid Constructieve Veiligheid Civieltechnische kunstwerken vormen een onderdeel van de openbare ruimte.
Traditioneel is beheer gebaseerd op het in stand houden van kunstwerken tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder in het kader van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek. In de Woningwet en het Bouwbesluit staan de minimale eisen waaraan een kunstwerk moet voldoen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Oudere kunstwerken zijn ontworpen op basis van oudere normen die niet meer voldoen aan de eisen voor huidige verkeersbelasting en -intensiteit. De Woningwet stelt dat constructies moeten voldoen aan de door het Bouwbesluit 2012 aangewezen normen en voorschriften; dit betreft de Eurocode (NEN-EN 1990) serie voor nieuwbouw en de NEN 8700 serie voor bestaande bouw. De gemeente hanteert het Basis onderhoudsniveau ofwel onderhoudsniveau 3 conform de NEN 2767. Dat betekent dat niet alleen de veiligheid op een minimaal niveau wordt geborgd door onveilige situaties te herstellen als die zich voordoen, maar wordt met name middels het uitvoeren van periodieke inspecties en nader onderzoek zoals een constructieve risicoscan onveilige situaties vroegtijdig geconstateerd, zodat preventief ingrijpen mogelijk is. Beheer & Uitvoering analyseert het probleem. Eenvoudige gebreken worden opgelost door Wijkbeheer. Complexe en grotere gebreken worden hersteld door een gespecialiseerde aannemer.
Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 wordt bij 23 kunstwerken geadviseerd een nader onderzoek uit te voeren (8 onderzoeken reeds gepland). Bij deze kunstwerken zijn mogelijk constructieve risico’s aanwezig. Door nader onderzoek uit te voeren wordt de ernst van de risico’s en de eventuele beheersmaatregelen inzichtelijk gemaakt, zodat de gemeente daarop adequaat kan acteren. Op deze wijze wordt de constructieve veiligheid hersteld of verder geborgd.
Btl.142-011-v4 Pagina 31 van 39
Verkeersveiligheid Naast de constructieve veiligheid wenst de gemeente ook de verkeersveiligheid te verbeteren dan wel te borgen. Ook op civiele kunstwerken kunnen verkeersveiligheidsknelpunten aanwezig zijn. Middels het uitvoeren van een Verkeersveiligheidsinspectie worden deze risico’s in beeld gebracht en eventuele knelpunten geïnventariseerd. Dit gebeurt op basis van onder andere de CROW richtlijnen die van toepassing zijn op de betreffende wegcategorie waarin het kunstwerk zich bevindt. Wat betreft verkeersveiligheid wordt samengewerkt met het team IVR. Indien bepaalde maatregelen noodzakelijk zijn om verkeersveiligheidsrisico’s te verlagen of weg te nemen wordt de uitvoering van de maatregelen, afhankelijk van de prioriteit, zoveel mogelijk gecombineerd met de reguliere onderhoudswerkzaamheden. Daarmee wordt bereikt dat hinder zoveel mogelijk wordt beperkt en de veiligheid wordt verbeterd. Gevolgen Categorie
Gevolg
1. Matig
licht letsel
2. Ernstig
ernstig letsel
3. Zeer ernstig
Zeer ernstig letsel/ verkeersdode(n)
Potentiële kans (op wegvak/kunstwerk) a. Niet vaak b. Regelmatig komt minder dan 1x komt minimaal 1x per 2 jaar voor per 2 jaar voor
c. Vaak komt meerdere keren per 2 jaar voor
Tabel 11: Risicomatrix verkeersveiligheidsrisico’s
4.2 Borgen van het functioneren Het functioneren van kunstwerken moet tevens voldoen aan het Basis onderhoudsniveau. De periodieke inspecties vormen de basis voor de vervolgwerkzaamheden zoals nader onderzoek, onderhoud en vervangingen. De resultaten van de inspecties worden gebruikt voor het inplannen van de benodigde onderhouds- vervangingsmaatregelen. Op die wijze wordt het functioneren van de kunstwerken geborgd. Het soort onderhoud en de frequentie daarvan is erop gericht het areaal zo kostenefficiënt mogelijk in stand te houden, waarbij gestreefd wordt naar de gewenst balans tussen kosten en staat van de kunstwerken. Er worden geen concessies gedaan ten aanzien van constructieve- en verkeersveiligheid.
4.3 Uitvoering geven aan gemeentelijk beleid De gemeente Boxtel heeft een aantal beleid gerelateerde stukken die van invloed zijn op het beheer en onderhoud van civieltechnische kunstwerken zoals de Strategische Visie 2010-2020, de Duurzaamheidsvisie Boxtel 2030 en het uitvoeringsprogramma Boxtel 2017-2022. 4.3.1 Beheersysteem Om grip en overzicht te houden op zowel de toestand als de uit te voeren maatregelen gebruikt de gemeente het beheersysteem iASSET. In het beheersysteem staan de vaste gegevens van alle kunstwerken (aantal, type, functie, bouwjaar, afmetingen e.d.). Ook is daarin verwerkt wanneer welke onderhoudsmaatregelen uitgevoerd moeten te worden en welke maatregelen wanneer zijn uitgevoerd, dat noemen we ook wel de variabele gegevens. Het up-to-date houden van het beheersysteem is belangrijk, zodat de informatie betrouwbaar blijft en op elk willekeurig moment een overzicht gemaakt kan worden van de stand van zaken. Op basis van periodieke inspecties en terugkoppeling vanuit de uitvoering worden de gegevens up-to-date gehouden.
Btl.142-011-v4 Pagina 32 van 39
4.3.2 Duurzaamheid Uit de duurzaamheidsvisie Boxtel 2030 blijkt duidelijk dat de gemeente streeft naar duurzame, maatschappelijke, economische en ecologische ontwikkeling. Samen met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen wil de gemeente hier vorm aangeven. Voor de civieltechnische kunstwerken wordt met oog op duurzaamheid rekening gehouden met de volgende aspecten: - Kunstwerken worden elke 2 jaar gereinigd om aantasting en versnelde degradatie van materialen zoveel mogelijk te beperken. - Bij vervanging van civieltechnische kunstwerken is het uitgangspunt duurzame materialen toe te passen, zoals composiet of duurzaam FSC hardhout; - Bij het vervangen van kunstwerken of onderdelen van kunstwerken worden duurzame ontwerpkeuzes geëist, bijvoorbeeld het toepassen van afstandhouders of contactoppervlakken te voorkomen. - Bij het vervangen van verhardingen op betonnen bruggen (of het aanleggen van nieuwe betonnen bruggen) worden waterdichte membranen toegepast om het onderliggende beton beter te beschermen. - Bij vervanging van openbare verlichting op en rondom de kunstwerken dient er LED verlichting aangebracht te worden. In diverse gemeenten wordt de landelijke bekende Aanpak Duurzaam GWW gehanteerd, dit betreft een praktische werkwijze om duurzaamheid in Grond-, Weg- en Waterbouwprojecten een plaats te geven.
Gedurende deze beheerplanperiode 2021-2025 wil de gemeente verkennen of deze aanpak ook gehanteerd kan worden bij aanleg of grootschalig onderhoud aan kunstwerken. 4.3.3 Leefbaarheid en burgerparticipatie In 2018 is een coalitieakkoord tot stand gekomen voor de periode t/m 2022. In dit coalitieakkoord zijn een aantal ambities verwoord ten aanzien van Leefbaarheid en Burgerparticipatie. Dat komt tot uitdrukking in de volgende onderwerpen: -
-
De gemeente wil de verkeersveiligheid verbeteren door het combineren van onderhoudswerkzaamheden en verkeersmaatregelen. Ook bij werkzaamheden aan civiele kunstwerken zullen opdrachtnemers gestuurd worden vanuit dat uitgangspunt het onderhoud in te plannen. Zodoende wordt ook de hinder door werkzaamheden aan kunstwerken zoveel mogelijk beperkt wat ten goede komt aan de verkeersveiligheid; Vanuit het oogpunt van burgerparticipatie betrekt de gemeente de inwoners per dorp om de knelpunten in het verkeer inzichtelijk te krijgen. In dat kader worden ook eventuele knelpunten rondom civiele kunstwerken geïnventariseerd. Wanneer de inventarisatie is afgerond worden de knelpunten rondom civiele kunstwerken daar uit gefilterd en krijgen als addendum een plek in dit beheerplan. Dat geldt tevens voor de resultaten van de overleggen met bewoners en de Fietsersbond ten aanzien van het bevorderen van het fietsverkeer. Het kan namelijk betekenen dat de wens bestaat dat ergens in binnen de beheergrenzen bijvoorbeeld een fietsbrug aangelegd wordt.
Btl.142-011-v4 Pagina 33 van 39
4.3.4 Financieel beheer Inspecteren en prioriteren Middels het uitvoeren van 2 jaarlijkse inspecties worden technische risico’s tijdig inzichtelijk gemaakt. Aan de hand van deze risico’s wordt het benodigd onderhoud geprioriteerd en ingepland. De benodigde onderhoudsmaatregelen of nadere onderzoeken worden dusdanig ingepland dat budgetten zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet worden en geconstateerde degradatie, schades of gebreken aan kunstwerken tijdig worden verholpen. Figuur 6: Assetmanagement balans Afschrijvingstermijnen investeringen Financiering van een vervanging van een civieltechnisch kunstwerk vindt, conform de BBV, plaats met een kapitaalinvestering. De Raad moet deze goedkeuren. Investeringen worden over een bepaalde looptijd lineair afgeschreven. Deze afschrijving plus de rente vormt de jaarlijkse kapitaallast. Deze kapitaallast is terug te zien in de meerjarenbegroting. De gemeente Boxtel heeft geen voorziening voor investeringen. De afschrijvingsperiode van een investering wordt bepaald door de verwachte, minimale technische levensduur. De gemeente Boxtel hanteert een termijn van 40 jaar voor alle typen civieltechnische kunstwerken. Stalen en betonnen kunstwerken zijn voor een langere termijn ontworpen. In de praktijk gaan ze dan ook langer mee dan de gestelde 40 jaar.
Van composiet is de levensduur vaak nog niet in de praktijk getoetst maar door de meeste producenten en leveranciers wordt gesproken over 50-60 jaar. In het beheersysteem zijn de afschrijvingstermijnen in tabel 3 gehanteerd. Brugtype Afschrijvingstermijn Houten brug 40 jaar Stalen en composiet brug 60 jaar Betonnen brug 75 jaar Tabel 12: Afschrijvingstermijn investering per type kunstwerk
Btl.142-011-v4 Pagina 34 van 39
5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Het kunstwerken areaal is van de gemeente bestaat uit 115 kunstwerken. In bijlage I is een kunstwerkenlijst toegevoegd. Dit beheerplan is toegespitst op de 90 kunstwerken waarover de gemeente de volledige onderhoudsverantwoording draagt (categorie 1 en 2). Er zijn 16 kunstwerken waarover de gemeente gedeeltelijk onderhoud voert (categorie 3), deze zijn opgenomen in bijlage V van dit beheerplan. De overige negen kunstwerken (categorie 4) zijn puur ter kennisgeving, beheer en ouderhoud vanuit de gemeente is hier niet van toepassing. 5.1 Conclusie Uit de resultaten van de inspecties blijkt dat de kunstwerken over het algemeen in een redelijke staat verkeren. Op basis van de instandhoudingsinspectie is geconcludeerd dat 69% van de kunstwerken in een redelijk tot goede staat verkeert. De constructieve risicoscan wijst echter wel uit dat er bij 21 van de 40 gescande kunstwerken, mogelijk constructieve risico’s aanwezig zijn. Dit is 23% van het areaal. Het areaal kent een tweetal kunstwerken welke in zeer slechte staat verkeren. Dit zijn Kw029 Broekdijkbrug en KW030 Vleutstraat duiker. De bruggen zijn overkluisd en daardoor niet meer inspecteerbaar. Door de overkluizing is de functionaliteit van de overbrugging echter gewaarborgd. De gemeente heeft besloten deze vervanging in 2031 te plannen.
Ten behoeve van de nieuwe ontwerpen zal afstemming met het waterschap moeten plaatsvinden. Er zijn zes kunstwerken welke in matige staat verkeren. Deze kunstwerken behoeven op korte termijn relatief meer of groter onderhoud, dan de kunstwerken welke in redelijke staat verkeren. Hierbij gaat het over bijvoorbeeld het vervangen/herstellen van kleine liggers, het herstellen van betonschades, vervangen van conservering en het aanbrengen van slijtlagen. In totaal zijn er 24 kunstwerken welke nader onderzocht dienen te worden. Hierbij gaat het om de 21 kunstwerken waarbij mogelijk constructieve risico’s aanwezig zijn (drie van deze onderzoeken zijn reeds ingepland) en drie kunstwerken waarbij een technische inspectie in de vorm van metingen nodig is (deze inspecties zijn reeds ingepland). Naast de kunstwerken waarover de gemeente de volledige onderhoudsverantwoording draagt, zijn er 16 kunstwerken van derden, waar de gemeente slechts gedeeltelijk onderhoud uitvoert. In bijlage V van dit beheerplan is een overzicht van deze kunstwerken opgenomen, inclusief een toelichting op de staat van onderhoud.
5.2 Aanbevelingen In het kader van het goed en zorgvuldig onderhouden van het areaal en het realiseren en behouden van veilige situaties, worden de volgende zaken aanbevolen: Vòòr de volgende inspectieronde de genoemde zaken onder paragraaf 3.4.4 met betrekking tot het verduidelijken van kunstwerken met de juiste partijen af te stemmen. De kunstwerken periodiek visueel laten inspecteren. Op basis van het gekozen onderhoudsniveau is dit 1 keer per 2 jaar. De geadviseerde nadere onderzoeken, zoals aangegeven in paragraaf 3.4.1 uit te laten voeren. De noodzakelijke onderhouds- en/of vervangingsmaatregelen, zoals deze zijn ingepland in iASSET, in de aangegeven planjaren uit te laten voeren. Het uit te voeren onderhoud middels een vraagspecificatie in de vorm van een meerjarige raamovereenkomst aan te besteden. Het aanvragen van voldoende middelen. In hoofdstuk 6 is uitgezet hoeveel budget benodigd is om de hierboven genoemde inspecties, onderzoeken, onderhoud en vervangingen uit te voeren.
Btl.142-011-v4 Pagina 35 van 39
6. FINANCIEEL In dit hoofdstuk wordt ingegaan op benodigde financiële middelen om het areaal de komende beheerperiode op het gewenste onderhoudsniveau: Basis, in stand te houden. Daarnaast worden de financiële consequenties van de eerder genoemde aanbevelingen inzichtelijk gemaakt. De kosten zijn gebaseerd op het totaal van 106 kunstwerken waaraan de gemeente een onderhoudstaak heeft (categorie 1 t/m 3). 6.1 Opbouw van de kosten Alle genoemde bedragen en kosten in dit beheerplan zijn gebaseerd op eenheidsprijzen van GWWkosten (zie gwwkosten.nl) en ervaringscijfers van Ingenieursbureau Westenberg B.V. en zijn als volgt opgebouwd: • Inclusief aankoop materiaal, lonen, kosten materieel. • Exclusief winst & risico, algemene kosten en uitvoeringskosten. • Exclusief engineering (besteksvorming e.d.) en toezicht. • Exclusief bijzonder materieel (duikploeg, hoog-, laagwerker etc.), maatregelen in het kader van het milieu, verkeersmaatregelen, ontheffingen/vergunningen. • Exclusief btw. • Gebaseerd op prijspeil 2021. • Gebaseerd op gelijktijdig uitvoeren van onderhoudsprojecten. Een percentage voor engineering en toezicht is vooraf moeilijk vast te stellen gezien dit afhankelijk is van de grootte van het werk en van de omstandigheden waaronder werkzaamheden uitgevoerd moeten worden.
Dit geldt ook voor bijzonder materieel (duikploeg, hoog-, laagwerker etc.), maatregelen in het kader van het milieu, verkeersmaatregelen en/of ontheffingen/vergunningen. Daarnaast dient onderstreept te worden dat de werkelijke onderhouds- en vervangingskosten kunnen afwijken van de in de meerjarenoverzichten aangegeven kosten, omdat deze ook afhankelijk zijn van de marktsituatie, economische omstandigheden, de aanbestedingsprocedure en de het ontwerp van het specifieke kunstwerk. Om bovengenoemde variabelen beter te stabiliseren en een kwantitatieve invulling voor de op te stellen raamovereenkomst te genereren, is een hoeveelhedenspecificatie met besteksraming opgesteld, voor de periode 2021-2024. 6.2 Meerjarenonderhoudsplanning Om een financiële doorkijk tot 2030 te realiseren, zijn met behulp van het beheersysteem iASSET meerjarenoverzichten gegenereerd en opgenomen in bijlagen II en III van dit beheerplan. Deze laten per kunstwerk en per vakdiscipline de geraamde kosten zien voor de periode van 2021 tot 2030. Binnen de ramingen is zowel klein- als groot onderhoud beschouwd. De overzichten betreffen de ramingen voor het totaal aan exploitatie en voorziening. De kosten ten aanzien van werkzaamheden aan verhardingen, verlichting en naamborden van watergangen komen ten laste van het budget van andere disciplines en zijn daarom niet opgenomen in de ramingen.
De kosten ten aanzien van vervangingen, ofwel investeringen, worden later in dit hoofdstuk vermeld. Bij het genereren van de meerjarenoverzichten is een indexering van 2% per jaar toegepast.
Btl.142-011-v4 Pagina 36 van 39
In onderstaande tabel is een samenvatting van de meerjarenonderhoudsplanning 2021-2030 per vakdiscipline weergegeven.
Vervangen slijtlaag
Totaal 2021-2025 € 103.647,00 € 223.890,00 € 76.137,00 € 157.453,00 € 225.090,00 € 52.747,00 € 53.643,00 € 37.674,00
Totaal 2026-2030 € 77.782,00 € 162.163,00 € 2.947,00 € 231.096,00 € 171.993,00 € 152.905,00 € 104.035,00 € 54.868,00
Totaal
€ 930.281,00
€ 957.789,00
Vakdiscipline Calamiteiten reservering* Conserveren Eenmalige herstelacties Inspectie** Reinigen Vervangen diverse onderdelen Vervangen houten onderdelen
Totaal 2021-2030
Gem. per jaar t/m 2030
€ 181.429,00 € 386.053,00 € 79.084,00 € 388.549,00 € 397.083,00 € 205.652,00 € 157.678,00
€ 18.142,90 € 38.605,30 € 7.908,40 € 38.854,90 € 39.708,30 € 20.565,20 € 15.767,80
€ 92.542,00
€ 9.254,20
€ 1.888.070,00
€ 188.807,00
* Calamiteiten onderhoud is geen directe kostenpost. Het betreft een reservering voor mogelijke calamiteiten en vandalisme ** Betreft periodieke instandhoudingsinspecties en geadviseerde nader onderzoeken
Tabel 13: Samenvatting meerjarenonderhoudsplanning
De gemiddelde jaarlijkse kosten voor inspecties, onderzoeken en klein- en groot onderhoud voor de periode 2021 tot en met 2030 zijn geraamd op circa: € 189.000,=. ➢ Hiervan is ca. € 55.000,= voor het onderhouden van grote kunstwerken van derden ➢ De overige € 134.000,= is benodigd voor kunstwerken van de gemeente zelf 6.3 Hoeveelhedenspecificatie De gemeente is voornemens het onderhoud voor de komende 4 jaar middels een meerjarige raamovereenkomst aan te besteden. Om de kwantitatieve invulling voor de raamovereenkomst vorm te geven en de in paragraaf 6.1 genoemde variabelen vorm te geven, is een hoeveelhedenspecificatie opgesteld, waarbij door middel van eenheidsprijzen en hoeveelheden een indicatieve kostenraming van de uit te voeren werkzaamheden wordt gegeven. De hoeveelhedenspecificatie is opgenomen in bijlage IV van dit beheerplan. In onderstaande tabel is een samenvatting van de besteksraming per uitvoeringsjaar weergegeven. Indexering is hierin niet meegenomen. Onderdeel Totaal werkzaamheden 2021 Totaal werkzaamheden 2022 Totaal werkzaamheden 2023 Totaal werkzaamheden 2024
Kosten € 267.200,00 € 26.200,00 € 138.000,00 € 114.900,00
Totaal werkzaamheden
€ 546.300,00
Diverse bijkomende kosten
€ 355.950,=
TOTAAL Tabel 14: Samenvatting besteksraming
€ 881.700,=
De totale uitvoeringskosten voor het klein- en groot onderhoud in de periode 2021 tot en met 2024 worden geraamd op: € 882.000,=.
Btl.142-011-v4 Pagina 37 van 39
6.4 Investeringen Op basis van de huidige technische staat en het bouwjaar is per kunstwerk de restlevensduur bepaald. Hierbij is geen rekening gehouden met mogelijke niet zichtbare gebreken (zoals vermoeiing of ontwerpfouten), bijzondere klimatologische invloeden en gebruikersintensiteit. In onderstaande tabel is een indicatie van de investeringskosten per vervanging weergegeven. Indexering is hierin niet meegenomen. Nr.
Naam
Vervangingsjaar
Indicatie vervangingskosten
Kw014
Loxvensewegbrug
2030
€ 132.500,-
Kw017
Kempsewegbrug
2030
€ 150.000,-
Kw018
Voorstraatbrug
2030
€ 112.500,-
Kw022
Leemputtenpadbrug
2030
€ 131.250,-
Tabel 15: Vervangingen
De totale vervangingskosten binnen de beheerperiode 2021 tot en met 2030 worden geschat op: € 527.000,=.
Btl.142-011-v4 Pagina 38 van 39
7. OVERZICHT BIJLAGEN Nr.
Titel
Versie
Datum
Document
I.
Kunstwerkenlijst
2
07-07-2021
Btl.142-012
II.
Meerjarenoverzicht per kunstwerk 2021-2030
3
04-10-2021
Btl.142-013
III.
Meerjarenoverzicht per vakdiscipline 2021-2030
3
04-10-2021
Btl.142-014
IV.
Hoeveelhedenspecificatie incl. kostenraming 2021-2024
3
04-10-2021
Btl.142-016
V.
Onderhoud grote kunstwerken van derden
3
04-10-2021
Btl.142-017
Btl.142-011-v4 Pagina 39 van 39