Bijlage 5 - Bindend advies zonnepark De Vorst - Bijlagen BOPA motivering (onderbouwing)
Tekst van het document
Het plangebied bestaat uit momenteel uit veelgebruikte agrarische akkers binnen een agrarisch gebied. De kans op aanwezigheid van en/of nega-
plangebied zijn echter geen waarnemingen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.
tieve effecten op soorten van de rode lijst is daarmee zeer laag. Mede door de inrichting en het beheer zal het plangebied een kwaliteitsimpuls voor de benoemde soorten krijgen. Binnen het zonnepark zal een kruidenrijk grasland worden ontwikkeld. Hierdoor kan het plangebied als foerageergebied voor de haas gaan dienen en als nectarbron voor de verschillende vlinder- en libellensoorten gaan dienen. Daarnaast zal het gebied altijd toegankelijk zijn voor de haas, gezien het hekwerk circa 10 centimeter boven het maaiveld komt.
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel
14
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt genomen:
Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;
Met betrekking tot de das dient contact op te worden genomen met de dassenwerkgroep om de exacte locaties van de dassenburchten en de functionaliteit van het plangebied voor de das te bepalen.
Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
6.1
Vervolgtraject en advies
6.1.1
AERIUS-berekening
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan, graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW). Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanlegfase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personenauto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie.
Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel
15
7
Samenvatting
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 1,4 km
Mogelijk
-
Uitvoering mogelijk indien uit-
gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of een omgevingsvergunning. In de tabel is tevens weergegeven of maat-
komst onder 0,00 mol/ha/j
regelen noodzakelijk zijn om flora- en fauna-activiteiten met schadelijke
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 400 m
Nee
-
Ecologische waarde en ken-
handeling voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
merken blijven gelijk Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Potentieel aanwezig
Sprake van schadelijke handeling
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Vleermuizen
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Ja
Te voorkomen
Met betrekking tot de das dient contact op te worden genomen met de
Zorgplicht heeft betrekking op een soort als de
dassenwerkgroep om de exacte locaties van de dassenburchten en
egel
Grondgebonden zoogdieren
de functionaliteit van het plangebied voor de das te bepalen. Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel
16
8
Geraadpleegde bronnen Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. alle soorten en stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd op 29 oktober 2024 https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a.
huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur/ (informatiekaart natuur (IKN)) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/beschermde-soortenindicator-besi/ (beschermde soortenindicator (BeSI) https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden) https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten) https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels) https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden) https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten) https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen) https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/geconsolideerde-teksten-omgevingswet/ (wettekst Omgevingswet) https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren) Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant
https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuurnetwerk-brabant-(nnb) (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) https://www.dassenwerkgroepbrabant.nl/ (gegevens das in Noord-Brabant) https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 (grenzen beschermde gebieden)
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel
17
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
’s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK 's-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel
18
Bijlage 3 - Weging van het waterbelang
Weging van het waterbelang Zonnepark De Vorst te Boxtel (Gemeente Boxtel)
Weging van het waterbelang Zonnepark De Vorst te Boxtel (Gemeente Boxtel)
Aeres Milieu Projectnummer
: AM24500
Status rapport
: Definitief vs2
Datum
: 27 maart 2025
Opdrachtgever
: BRO Willemsplein 2 5211 AK 's-Hertogenbosch
Opgesteld door
: dhr. J. Martens MSc.
Gecontroleerd door
: dhr. M. Vrolix bc.
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
Pagina | 2
AM24500
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
BUREAUSTUDIE BESTAAND WATERSYSTEEM ..............................................................................................................................................8 2.1.
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................8
2.2.
Watersystemen ...............................................................................................................................................................................................8
3.
PLANVOORNEMEN EN AFWEGING ................................................................................................................................................................. 13
4.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 15
Bijlagen: 1. Topografische overzichtskaart 2. Concepttekening planvoornemen 3. Geraadpleegde literatuur
Pagina | 3
AM24500
1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een weging van het waterbelang opgesteld voor een voorgenomen ontwikkeling ter hoogte van deZonnepark De Vorst te Boxtel. Ter plaatse bevindt zich momenteel akkerland met enkele watergangen. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1. Adres onderzoekslocatie
: Zonnepark De Vorst te Boxtel
Gemeente
: Boxtel
Waterschap
: Dommel
Kadastrale registratie
: Boxtel, sectie N, nummer 192
Oppervlakte
: ca. 7,1 ha
Peil maaiveld
: 7,8 tot 8,8 m +NAP
Peil grondwater
: 7,2 m +NAP
Afbeelding 1: Begrenzing van de onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto en kadastrale situatie: PDOK-viewer
Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze weging van het waterbelang is een voorgenomen ontwikkeling ter plaatse. Men is voornemens een nieuwe zonneweide aan te leggen. Deze ontwikkeling heeft mogelijks invloed op de bestaande waterhuishouding. Tevens dient rekening gehouden te worden met het geldend beleid. Het is noodzakelijk om vroegtijdig de toekomstige waterstromen in beeld te brengen, zodat deze op een duurzame manier verwerkt kunnen worden en het planvoornemen geen verhoogd risico op wateroverlast tot gevolg heeft. Een grotere plantekening is opgenomen in bijlage 2.
Pagina | 4
AM24500
Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling d.d. 27-03-2025 (bron: opdrachtgever)
Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten, de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te verwerken om tot een duurzame neutrale herontwikkeling te komen. Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie.
Beleid Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal, waterschaps- naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit te (laten) voeren en door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Pagina | 5
AM24500
Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. In de Omgevingswet staan alle regels voor de ruimte waarin we wonen, werken en ontspannen: onze leefomgeving. Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Vanuit de Omgevingswet heeft de provincie naast een omgevingsvisie een omgevingsverordening vastgesteld voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken.
Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. De concretere invulling om dit te verwezenlijken is opgenomen in o.a. de omgevingsverordening. Verder is een Regionaal Water en Bodem programma (RWP 2022-2027) door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaat adaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het Waterbeheerprogramma “Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving”. Het waterschap werkt aan drie waterdoelen die elk een programmatische aanpak hebben. In het plan voor de komende jaren kiest het waterschap voor een aanzienlijke wijziging en aanscherping van de doelstellingen om de watertransitie mogelijk te maken. Dit heeft ook gevolgen voor gemeentelijke ruimtelijke plannen. In 2050 wil De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past.
Dat laatste wil zeggen: een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving, én zorgt voor een goede waterkwaliteit.
Pagina | 6
AM24500
Voor deze watertransitie worden drie principes gehanteerd die inhoudelijke sturing geven: - Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. - Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. - Wat schoon is moet schoon blijven. Deze programma’s zijn in het WBP verder uitgewerkt naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; waterschapsverordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. In de waterschapsverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten, waar in het werkgebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. De regels zijn nu specifiek gekoppeld aan bepaalde gebieden waar ze gelden en toegespitst op activiteiten die iemand kan doen. Activiteiten zijn toegestaan, mits er wordt voldaan aan voorwaarden in de verordening. Middels het omgevingsloket kan dit gecontroleerd worden. De gemeente Boxtel heeft een verbreed gemeentelijk rioleringsplan (2020-2024), waarin het beleid ten aanzien van grond-, vuil- en regenwater is vastgelegd overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Hierbij heeft de gemeente als doelstelling om in 2050 klimaatbestendig en water robuust ingericht te zijn. Om dit te bereiken moet er hydrologisch neutraal ontwikkeld worden.
Gezien de geohydrologische omstandigheden binnen de gemeente hanteert de gemeente het uitgangspunt dat perceeleigenaren in nieuw- en herbouw situaties (uit- en inbreidingen) hun hemelwater altijd redelijkerwijs zelf kunnen verwerken. Dit betekent het kunnen bergen/verwerken van de neerslaggebeurtenissen uit de Keur (bergingseis van 60 mm). Als ondergrens hanteert de gemeente een verhardingstoename van 250 m2. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden een aantal uitgangspunten gehanteerd ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerders. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor plannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem.
Leeswijzer Door middel van deze rapportage wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven in hoofdstuk 2. Vervolgens is in hoofdstuk 3 het planvoornemen beschreven met de verwachte wijzigingen en aandachtspunten. Tot slot worden er in hoofdstuk 4 nog algemene aandachtspunten beschreven.
Pagina | 7
AM24500
2. BUREAUSTUDIE BESTAAND WATERSYSTEEM 2.1.
Inleiding
Het plangebied is zuidelijk in het buitengebied van de gemeente Boxtel gelegen en bevindt zich in het kampenlandschap. Noord-, zuid-, en westelijk grenst het perceel aan akkerland. Oostelijk ligt de straat De Vorst. Het plangebied is geheel onverhard en binnen en rondom het plangebied bevinden zich diverse watergangen. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografische overzichtskaart opgenomen. Over het algemeen is er een beperkt hoogteverschil aanwezig binnen de onderzoekslocatie. Het maaiveld kent een maaiveldhoogte variërend tussen 7,9 en 8,8 m +NAP. Globaal gezien is het maaiveld aflopend in noordelijke richting met een verlaging nabij de aanwezige kleine greppels. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogteverschillen visueel weer.
7,9
8,4
8,8
Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (rood) (bron: AHN Nederland)
2.2.
Watersystemen
De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Bijkomend wordt de visie van de gemeente omtrent klimaat adaptief ontwikkelen kort samengevat. Hieronder zijn de relevante aspecten kort beschreven.
Pagina | 8
AM24500
Bodemopbouw en grondwater Van de onderzoekslocatie is diverse informatie geraadpleegd bij o.a. het Omgevingsloket, BRO-loket, bodematlas NoordBrabant, bodemdata Nederland en ons eigen archief. Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (2023) ligt het plangebied op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss. Volgens de Bodemkaart komt binnen het plangebied naar verwachting een veldpodzolgrond voor. Deze is naar verwachting opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De verwachte bodemopbouw bepaald middels het BRO-loket wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Diepte [m-mv.]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 16,1
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand
16,1 – 20,4
Formatie van Boxtel
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand
20,4 – 28,6
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand
Tabel 1: Verwachte bodemopbouw (bron: BRO-loket)
Op basis van de verwachte bodemopbouw zal er een goede tot matige (verticale) doorlatendheid aanwezig zijn in het plangebied. Volgens de kwel- en infiltratiekaart van de provincie Noord-Brabant ligt het plangebied in een gebied waar kwel kan optreden. Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterwingebied of -beschermingsgebied. Binnen en in de ruime omgeving van het plangebied zijn verschillende grondwatermonitoringspunten bekend bij de grondwatertools. Op basis van deze meetreeksen kan een inschatting gemaakt worden van de lokale verwachte grondwaterstanden. Aanliggend oostelijk van het plangebied ligt grondwatermonitoringsput (B51B1848). Hierin is een gemiddelde grondwaterstand gemeten van ca. 7,4 m +NAP en een GHG van ca. 8,0 m +NAP. Hierin is slechts een korte meetreeks opgenomen. Ca. 300 meter noordoostelijk ligt grondwatermonitoringsput (B51B0284). Hierin is een gemiddelde grondwaterstand gemeten van ca. 7,2 m +NAP en een GHG van ca. 7,8 m +NAP. Tevens is gekeken naar de indicatieve kaart met grondwaterstanden van waterschap De Dommel (zie afbeelding 4). Binnen het plangebied komt naar verwachting een GVG voor tussen 0,2 (noordelijk) en 0,8 m +NAP (zuidelijk). De GHG binnen het plangebied komt naar verwachting voor tussen 0,2 (noordelijk) en 0,4 (zuidelijk) m +NAP.
Pagina | 9
AM24500
Afbeelding 4: Indicatieve grondwaterstanden binnen het plangebied (bron: Waterschap De Dommel)
Oppervlaktewater Rondom het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig die deels onder het beheer van het waterschap De Dommel vallen, zie afbeelding 5. Door het waterschap wordt onderscheid gemaakt tussen A- en B-watergangen op basis van de functie en omvang van de watergang. A-watergangen zijn de belangrijkste wateren met een afvoer van minimaal 30 liter per seconde of met een bijzondere functie. B-watergangen zijn minder belangrijke wateren met een afvoer tussen de 10 - 30 liter per seconde. In onderstaande afbeelding zijn de aanwezige B-watergangen rondom het plangebied weergegeven. Noord- en westelijk ligt een B-watergang. Centraal doorheen het plangebied lopen enkele droogvallende greppels welke voor de lokale afwatering naar de omliggende B-watergangen zorgen. Voor het eventueel dempen van (delen van) B-watergangen is een watervergunning verplicht. Het planvoornemen ziet echter niet op aanpassingen aan de aanwezige B-watergangen. Binnen het plangebied liggen twee greppels voor de lokale afwatering. De zuidelijke greppel blijft behouden voor een kleinschalig karakter, de noordelijk greppel zal worden gedempt. Deze dient niet gecompenseerd te worden gezien deze op eigen perceel ligt en derden/buurpercelen hiervan geen hinder ondervinden. Een overzicht van de wijzigingen door het planvoornemen is opgenomen in hoofdstuk 3.
Pagina | 10
AM24500
Afbeelding 5: Uitsnede leggerkaart met aanduiding plangebied (bron: waterschap De Dommel)
Afvalwater Binnen het plangebied zijn geen panden aanwezig. Bij een zonnepark verblijven er geen personen op het perceel en zal ook geen afvalwater geproduceerd worden waardoor dit aspect geen belemmering vormt.
Hemelwater Het plangebied is geheel onverhard (akkerland). Hemelwater kan derhalve lokaal in de bodem infiltreren of oppervlakkig afstromen naar de aanwezige oppervlaktewateren. Ten behoeve van het agrarisch gebruik zijn enkele greppels aanwezig welke voor de afvoer van overtollig water in nattere periodes instaan. Volgens de Bodematlas van Provincie Noord-Brabant ligt het plangebied binnen een gebied waar meestal kwel optreed (gelegen nabij beekdal). De mogelijkheid tot infiltratie en de infiltratiesnelheid is onder andere afhankelijk van de lokale bodemopbouw en optredende grondwaterstanden. Indien noodzakelijk voor de (natuur)ontwikkeling kan (indicatief) een beter beeld van de lokale bodemopbouw verkregen worden door het plaatsen van profielboringen en enkele infiltratiemetingen. Dit wordt niet noodzakelijk geacht. Aanbrengen van verhard oppervlak leidt tot versnelde afstroom van hemelwater. Dit is slecht voor het waterhuishoudkundige systeem doordat er minder vocht de bodem in trekt en hemelwater versneld naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. Des te meer hemelwater de bodem in kan trekken, des te kleiner wordt de kans op wateroverlast en droogte. Echter de kwaliteit van het hemelwater mag niet verslechteren en binnen het plangebied mogen geen handelingen plaatsvinden die de milieu hygiënische condities van het water schaden.
Een nadere toelichting op de toekomstige verhardingen door de planontwikkeling is opgenomen in hoofdstuk 3.
Pagina | 11
AM24500
Klimaatadaptatie Het is van belang om Nederland klimaatbestendig en water robuust in te richten. Risico’s voor waterveiligheid, wateroverlast en droogte mogen ondanks de klimaatverandering niet toenemen. Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker afgewisseld met perioden van droogte. De gemeente Boxtel werkt samen met Brabant Water en waterschap De Dommel aan water en klimaatadaptatie. Hierbij is het streefdoel om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Samen hebben ze de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Hieraan kan een plan een bijdrage leveren door dit zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Om de invloeden van de klimaatveranderingen in beeld te brengen heeft de gemeente een klimaatstresstest uitgevoerd. De gemeente Boxtel is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie waarin de gemeentelijke ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn worden vastgelegd. De gemeente Boxtel zal inspanningen moeten leveren om de in deze visie vastgestelde doelen te realiseren. Aan de hand van een omgevingsplan kunnen regels worden vastgesteld om de gemeentelijke doelen te bereiken. Ook in de gemeente Boxtel is er sprake van verdroging en hittestress.
Hier kan de gemeente iets aan doen door vergroening van de leefomgeving en het openbaar gebied, het grondwaterpeil door regenwater af te koppelen van het riool en lokaal vast te houden. Naast een voldoende hoge ligging dient water zoveel mogelijk groen en hergebruikt of lokaal verwerkt te worden. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Verder kan water zoveel mogelijk vastgehouden worden voor droge periodes. Dit kan door de inpassing van hemelwaterinfiltratie, grondgebonden groenstructuren of groene daken waardoor ook het risico op hittestress zoveel mogelijk wordt beperkt. Op de website https://bouwadaptief.nl/ zijn voorbeelden van mogelijke maatregelen en klimaatadaptatieve projecten opgenomen.
Pagina | 12
AM24500
3. PLANVOORNEMEN EN AFWEGING Men is voornemend een nieuwe zonneweide aan te leggen binnen de gemeente Boxtel. Het plangebied wordt momenteel agrarisch gebruikt en is volledig onverhard, met omliggend enkele oppervlaktewateren. Het planvoornemen ziet toe op een meervoudig ruimtegebruik waarbij er aandacht is voor bijkomend groen (verhogen lokale biodiversiteit) en een recreatief wandelpad. Ook is het voornemen om westelijk een struweelsingel aan te leggen en oostelijk een zoom met bloem- en kruidenrijk grasland aan te leggen. Het terrein vertoont een gering hoogteverschil variërend tussen ca. 7,9 tot 8,8 m +NAP. Globaal gezien is het plangebied aflopend in noordelijke richting met lokaal een verlaging richting de aanwezige greppels. De gemiddelde grondwaterstand ligt naar verwachting op ca. 7,2 m +NAP en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) op ca. 7,8 tot 8,0 m +NAP. Dit komt overeen met een ontwateringsdiepte van ca. 0,1 tot 0,8 m -mv. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden worden gehandhaafd of zelfs verhoogd. Gezien het toekomstige gebruik als zonnepark (geen bewoonde bebouwing en installaties op stellingen) speelt het grondwater geen belemmerende factor behoudens ter plaatse van de benodigde transformatorhuis(jes).
Voor de benodigde transformatorhuisjes wordt aanbevolen deze eventueel verhoogd boven het maaiveld te plaatsen om wateroverlast te voorkomen. Deze transformators worden binnenplans opgenomen, geclusterd achter elkaar, parallel aan de panelen, langs één centrale lijn op onderling gelijke afstand georganiseerd. Indien er toegangswegen worden aangelegd is een lichte verhoging van 10 cm boven het bestaand maaiveld geadviseerd zodat (grond)water geen overlast oplevert. Bij normale wegen wordt een minimale ontwateringsdiepte van 70 cm geadviseerd maar omdat het eigen toegangswegen zijn voor een beperkt toegankelijk gebied, is een minimale ontwateringsdiepte minder van belang en mag hiervan afgeweken worden. Toekomstige onderhoudswegen worden net als de bestaande paden bij voorkeur voorzien van een grof grindpakket op een doorlatend geotextiel (dikte afhankelijk van de benodigde draagkracht) waardoor grondwater geen overlast zal veroorzaken en water lokaal in de bodem kan wegzijgen. Conform het geldende beleid is compensatie vereist vanaf een verhardingstoename van meer dan 500 m 2 en kan tot 10.000 m2 gebruik gemaakt worden van de rekenregel (zie Algemene regels verhard oppervlak Brabantse waterschappen). Vanuit de gemeente dient compensatie aangelegd worden vanaf 250 m2. De geplande verharding bij de Vorst is circa 202 m2 (info opdrachtgever).
Dit omvat de transformatoren, het inkoopstation en de batterij. De toegangsweg en de veiligheidszones om de trafo’s, het inkoopstation en de batterij heen worden halfverhard (grindverharding) uitgevoerd. Derhalve is er geen verplichting tot compensatie van de verhardingstoename. Het afstromend hemelwater zal direct nabij de verharding lokaal oppervlakkig afgeleid worden en in de bodem infiltreren. Door de aanleg van een zonnepark (panelen op stellingen met open grondoppervlak) is geen aanvullende compensatie noodzakelijk voor het planvoornemen. Hemelwater kan verder rechtstreeks tussen de panelen op eigen perceel infiltreren in de bodem welke ingezaaid wordt met gras. Afhankelijk van de invulling en type verharding dient voor enkele toegangswegen, het wandelpad en de transformators lokale wateropvang ingepast te worden in het omliggende groen. Rondom wordt namelijk een struweel en bloem- en kruidenrijk grasland aangelegd. Pagina | 13
AM24500
Binnen en rondom het plangebied zijn meerdere watergangen aanwezig. Voor het dempen van een overige watergang is geen vergunning benodigd. Doordat deze op eigen perceel ligt, vormt dit ook geen overlast voor derden. Er vinden geen wijzigen plaats in/nabij de B-watergangen. Wanneer voor de ontsluiting van het zonnepark een dam met duiker nodig is in een B-watergang, dan gelden hiervoor algemene regels vanuit de Waterschapsverordening. B-watergangen hebben geen beschermingszone. Aanliggende eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor beheer en onderhoud (en dus voor het reserveren van voldoende ruimte hiervoor). Momenteel wordt minimaal 1 meter ruimte gehouden tussen de insteek en landschappelijke inpassing zodat onderhoud mogelijk is/blijft voor de aangrenzende eigenaren. De initiatiefnemer hanteert dit reeds zo bij andere zonneparken waar dit geen probleem oplevert. Door de voorgenomen landschappelijke inpassing, beperkte verhardingstoename welke lokaal kan infiltreren op eigen terrein in de bodem, het toepassen van waterdoorlatende verharding voor o.a. de toegangsweg en het wandelpad en rekening te houden met het bestaand oppervlaktewater wordt door het planvoornemen hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is er ter plaatse en in de directe omgeving door het planvoornemen geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten.
Eventueel benodigde vergunningen of meldingen worden niet middels deze weging van het waterbelang geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden zoals onder andere het Omgevingsloket.
Pagina | 14
AM24500
4. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Bij het voldoen aan de milieu hygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/staal (niet verzinkt)/aluminium, bij voorkeur geen gecoate materialen i.v.m. verwering.
•
Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag vervuild of afvalwater op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Het is verboden om chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.
Pagina | 15
AM24500
Aeres Milieu
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
AM24500
Aeres Milieu
Bijlage 2 Concepttekening planvoornemen
AM24500
toegang kabeltracé en inrit zonnepark ruimte voor opslag en techniek
P
nieuwe struweelhaag ca. 6 meter breed 1,07 ha
greppels vrijhouden voor kleinschalig karakter
2,34 ha panelen indicatief noord/zuid opstelling in lijn met de verkaveling
1,68 ha 1’
nieuwe houtsingel
nieuwe houtwal 2 4 bestaande eiken
2’
1
leidingenstrook vrijhouden 1m onderhoudspad versterking in natuurnetwerk door nieuwe ecologische verbindingszone
Landschappelijke inpassing Zonneweide De Vorst Gemeente Boxtel
Datum: Maart 2025
Schaal: 1:1.500
Getekend: RT
Formaat: A3S
Tekeningnr.:
Projectnr.: P07685
N
plangrens
hekwerk
1
1’
akker; maïs
1
min.10
4
vrije ruimte
aan te planten houtsingel, boom- en struikvormers (struiken 3-5 meter hoog, bomen 8-10 meter hoog)
onderhoudspad
bestaande sloot
zonnepanelen i.c.m. inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland
+2m t.o.v. huidig maaiveld
plangrens
hekwerk
2
onderhoudspad
Zone leiding
vrijwaring 5m
leidingenstrook
5 zonnepanelen i.c.m. inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland
Dwarsprofielen Zonneweide De Vorst Gemeente Boxtel
10
2’
vrijwaring 5m
5
9
3
17
3
aan te leggen houtwal boom- en struikvormers (aarden wal 2m hoog, struiken 3-5 meter hoog, bomen 8-10 meter hoog)
bestaande sloot
3 wegprofiel De Vorst met aan weerszijden bomen
bestaande sloot
Datum: Maart 2025
Schaal: 1:200
info@bro.nl
Getekend: RT
Formaat: A3L
telefoon +31 (0)411 85 04 00
Tekeningnr.:
Projectnr.: P07685
Bosscheweg 107 Boxtel www.bro.nl
N
Aeres Milieu
Bijlage 3 Geraadpleegde literatuur
AM24500
Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024, Gemeente Boxtel;
•
Waterbeheerprogramma 2022-2027, Waterschap De Dommel;
•
Waterschapsverordening Waterschap De Dommel;
•
Omgevingsvisie en omgevingsverordening provincie Noord-Brabant;
•
Landelijke Handreiking Watertoets;
•
Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;
•
Nationaal Bestuursakkoord Water, 2003 en actueel 2008;
•
Waterwet;
•
Het Nationaal Waterplan;
•
Kader Richtlijn Water;
•
Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.
Overige literatuur •
Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;
•
Ruimtelijke plannen Nederland;
•
Bodematlas provincie Noord-Brabant.
Internet •
www.dewatertoets.nl
•
www.boxtel.nl
•
www.dommel.nl
•
www.brabant.nl
•
www.BROloket.nl
•
www.ahn.nl
•
www.pdok.nl
Pagina | 16
AM24500
Bijlage 4 - Stikstofdepositieonderzoek
advies
projectnaam AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel
1. Inleiding
Bij de bepaling van de stikstof depositie kan een activiteit door het ver-
De eigenaar (hierna: initiatief nemer) van de percelen gelegen aan de De
oorzaken van stikstof depositie in een Natura 2000- gebied als een Na-
Vorst te Boxtel is voornemens op deze percelen een zonnepark te ont-
tura 2000-activiteit moet worden aangemerkt. Dit volgt uit artikel 4.15 lid
datum 11 december 2025
wikkelen. Het plangebied betref t het perceel dat kadastraal bekend
1 van de omgevingsregeling. De methode voor het berekenen van stik-
staalt als gemeente Boxtel, sectie N en nummer 192. Het plangebied
stof depositie op Natura-2000 gebieden is de AERIUS calculator van toe-
heef t een oppervlakte van circa 7,1 hectare en wordt momenteel ge-
passing. Mocht er aan de hand van een stikstof berekening blijken dat er
bruikt voor het telen van verschillende gewassen.
geen stikstof depositie ontstaat hoger dan 0,00 mol/ha/jaar bij omlig-
projectnummer P07685
gende Natura 2000 gebieden dan is een passende beoordeling aan de
opdrachtgever Novar Nederland B.V.
In verband met de aan te vragen omgevingsvergunning is het van be-
hand van het omgevingsplan niet nodig, aangezien er geen signif icante
lang om inzicht te hebben of met onderhavige ontwikkeling sprake is van
gevolgen verwacht zijn.
BRO projectleider RTa
stikstof depositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
projectteam RVe
De Omgevingswet heef t voor wat betref t gebiedsbescherming betrek-
review WvdH
Doorwerking plangebied
2. wettelijk kader natura 2000-gebieden king op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs signif icante ef f ecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Projecten en activiteiten die een signif icant negatief ef f ect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige ef f ecten te verwachten zijn, welke niet signif icant zijn, geldt de specif ieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden.
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch
Op grond van art. 2.15a van de Ow heef t het Rijk omgevingswaarden
+31 (0)73 208 91 55
als resultaatverplichtingen. Het uiteindelijke doel hiervan is om de stik-
info@bro.nl www.bro.nl
Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Figuur 1 geef t de ligging van het project weer ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ op circa 1,4 kilometer af stand ten westen van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een ef f ect, betref t dit een extern ef f ect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof . Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een zonnepark betref t, kan een signif icante toename aan stikstof depositie tijdens de aanlegf ase en gebruiksf ase op de omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstof depositieberekening benodigd. Onderhavig document en bijgevoegde Aerius-bijlagen geven hier invulling aan.
voor stikstofdepositie vastgesteld. Deze omgevingswaarden zijn bedoeld stof depositie op termijn te verminderen tot het niveau dat noodzakelijk is voor een gunstige staat van instandhouding van de natuurlijke habitats.
1/8
Figuur 1: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied(en) (Bron: AERIUS Calculator)
AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel
2/8
3. Het planvoornemen De wens van de initiatief nemers is om het huidige agrarische perceel te gebruiken voor het realiseren van een zonnepark. Daarvoor zal merendeel van de gehele oppervlakte van 7,1 ha benut worden. Naast het zonnepark worden eveneens ingrepen gedaan aan de omgeving om de kwaliteiten van het landschap mee te nemen en te versterken. Om het zonnepark landschappelijk in te passen zijn de volgende ontwerpprincipes toegepast: 1.
Versterken kampenlandschap door het toepassen van robuuste groenstructuren;
2.
Gestructureerde positie van de panelen en bouwwerken: panelen in lijn met de verkaveling in zuidopstelling, traf o’s centraal op de locatie;
3.
Recreatieve aansluiting langs de zuid- en oostzijde van het plangebied.
Het plangebied is door de jaren heen zijn kleinschaligheid verloren. Met de komst van het zonnepark kan dit kleinschalige karakter worden teruggebracht door de aanplant van verschillende soorten landschapselementen. Navolgende af beelding weergeef t het landschappelijk inpassingsplan waarop het zonnepark evenals de landschappelijke inpassingen zijn weergeven. Ten behoeve van het planvoornemen dient het maaiveld te worden opgehoogd waarbij er grond aan zal worden gevoerd. Voor de realisatie van het zonnepark met een groene inpassing en het grondverzet zal gebruik worden gemaakt van verschillende (elektrische) mobiele werktuigen (zie navolgend hoof dstuk). Daarnaast zal er veel gewerkt worden met divers (elektrisch) handgereedschap.
Figuur 2: Landschappelijk inpassingsplan planvoornemen
AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel
3/8
4. AERIUS-berekening
Hierin is “B” het brandstof verbruik in liter per uur, volgens de relatie op
gehanteerd dat elk uitgaand lichtverkeersvoertuig, of tewel 50% van de
Om op voorhand negatieve ef f ecten op Natura 2000-gebieden vanwege
basis van het AUB rapport van TNO2 en is “Pmax” het maximale ver-
lichtverkeersbewegingen, een koude start heef t.
stikstof depositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit
mogen van het werktuig in kW. Voor de inzet van mobiele werktuigen is
deze berekening blijkt dat bij zowel de aanlegf ase als de gebruiksf ase
gerekend met Stageklasse V die ten tijden van de realisatie gemiddeld 6
Voor middelzwaar verkeer of zwaar verkeer geldt dat zij doorgaans niet
geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen is de
à 7 jaar oud zijn. Zie hiervoor tabel 1 met de invoergegevens en bijge-
langer dan 2 uur geparkeerd staan met de motor uit. Veel van deze
door AERIUS gegenereerde rapportage voor de aanleg- en gebruiks-
voegde AERIUS- rapportage.
voertuigbewegingen zijn ten behoeve van levering van materialen waardoor ze niet langer dan 2 uur geparkeerd hoeven te staan. Middelzwaar
f ase opgenomen. In het voorliggende document worden de ingevoerde Verkeer bouw en grondwerkzaamheden
en zwaar verkeer dat zich wél langer dan 2 uur op het terrein bevindt
Ten behoeve van de aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, on-
staan deze periode niet altijd met de motor uit. Zie hiervoor voorgaand
Aanlegfase
der andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verkeers-
‘stapvoets rijden’ en navolgend ‘stationair draaien’.
Bij de realisatie van het zonnepark worden diverse mobiele werktuigen
generatie is weergeven in tabel 1. De bewegingen zijn over de aanlig-
ingezet en zal bouwverkeer plaatsvinden. Dit zorgt voor emissies aan
gende wegen vanaf het plangebied gemodelleerd tot aan de Keulse-
Om onzekerheden op te kunnen vangen is er voor 10% van de middel-
stikstof . Er is dan ook een stikstof onderzoek uitgevoerd naar deze
baan, waar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. Voor
zwaar en zwaar verkeersbewegingen een koude start ingevoerd.
gegevens kort toegelicht.
bouwf ase. Voor de beoogde ontwikkeling is een bouwperiode van circa
meer inf ormatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-
6 maanden aangehouden.
rapportage. Voor het bouwverkeer is een f ile marge van 10% aangehou-
Stationair draaien zware vrachtwagens
den.
Daarnaast geldt voor het bouwverkeer dat dit zij soms stationair draaien.
Voor de inzet van de (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemid-
Stapvoets rijden
voorbeeld tijdens het laden/lossen of tijdens het wachten op het vrijko-
deld gebruik van mobiele werktuigen voor de beoogde ontwikkeling, op
Voor het middelzwaar en zwaar verkeer dat zich binnen de contouren
men van een losplaats. De emissiecijf ers die hiervoor zijn gebruikt ko-
basis van eerder uitgevoerde berekeningen. Gezien de ontwikkelaar
van het plangebied verplaatst, geldt dat deze overwegend stapvoets rij-
men uit de bijlage van de handreiking ‘Instructie gegevensinvoer voor
geen gegevens met betrekking tot de aanlegf ase beschikbaar heef t, is
den. Daarom is voor deze categorie een aparte lijnbron toegevoegd
AERIUS calculator 2025’ van BIJ12. Voor het stationair draaien is uitge-
uitgegaan van kencijf ers en ervaringscijf ers van eerdere berekeningen.
waarbij een f ile marge van 100% is aangehouden.
gaan dat elk voertuig, dat valt onder zwaar vrachtverkeer, circa 10 minu-
(Mobiele) werktuigen
Het brandstof verbruik van de mobiele werktuigen is berekend aan de hand van de volgende f ormule uit het “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025’ (oktober 2025, Bij 12) 1
1 2
Koude start verkeer Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart wor-
Dit houdt in dat zij met draaiende motor op eigen terrein stilstaan, bij-
ten stationair draait gedurende de bouwf ase. De gegevens hiervan zijn opgenomen in tabel 1.
den nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. Denk hierbij bijvoor-
Conclusie
beeld aan een geparkeerde auto waarbij tijdens het starten in de eerste
De totale emissie van de verkeersgeneratie en mobiele werktuigen is
10 á 30 seconden na start een hogere koude start-emissie plaatsvindt.
volgens de berekening 43,0 NOx/kg/j en 1,4 NH3/kg/j. Het rekenresul-
Er is daarom een aparte vlakbron ingevoerd voor alle voertuigen die op
taat is daarmee niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De aanlegf ase zorgt
de projectlocatie een koude start hebben. Hierbij wordt als uitgangspunt
dan ook niet voor negatieve ef f ecten op natura 2000-gebieden.
Expertiseteam Stikstof Bij12, 2025. ‘Instructie gegevensinvoer voor Aerius Calculator 2025’. P.50
Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305, p. 26
AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel
4/8
Gebruiksfase De realisatie van het zonnepark zal logischerwijs gasloos worden opgel everd. Dit zorgt dan ook niet voor een stikstof emissie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksf ase samenhangen zorgen wél voor stikstofemissie. Verkeersgeneratie In de huidige situatie bestaat het plangebied vrijwel volledig uit agrarische gronden. De toekomstige situatie heef t een verwaarloosbare verkeersaantrekkende werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van incidenteel verkeer ten behoeve van onderhoud, controle en beheer van het zonnepark en de groene inpassing. Zo zal het terrein enkele keren per jaar gemaaid worden en vindt een aantal keer per jaar een bezoek van een monteur plaats ten behoeve van storingen of onderhoud. Hiervoor zijn 120 verkeersbewegingen per jaar gemodelleerd (licht verkeer).
Invoergegevens Zonnepark De Vorst Mobiele werktuigen
Vermogen
Aanleg en terreinafwerking
Graafmachine Kiepwagen Shovel Verreiker Mini heimachine Mini kraan Trilplaat
120 80 60 80
Stage klasse
Elektrisch Elektrisch V V V V Elektrisch
Bouwverkeer Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
Verkeersgeneratie (mvt/jaar) 552 138 414
Bouwverkeer stationair Zwaar verkeer
Aantal uur 69,138
wegtype stad stagnerend
Draaiuren
Brandstofverbruik (liters/uur)
Brandstofverbruik (liters/jaar)
Adblue (6%) (l/j)
194 120 115 184 92 138 69
x x 11,940 8,140 6,240 8,140 x
x x 1373 1498 574 1123 x
x x 82 90 34 67 x
Emissie NOX (kg/jaar) 13,9
Srmwegtype niet-snelweg
jaar 2026
Voertuigen met een koude start 276 14 41 g/uur stationair NH3 0,99312
Totaal
g/uur staionair Nox 74,06088
Emissie NOX (kg/jaar) 0 0 8,2 9 3,8 6,9 0 27,9 Emissie NOX (kg/jaar) 1,3 Emissie NH3 Emissie NOX (kg/jaar) (kg/jaar) 0,07 5,12
Tabel 1: Invoergegevens AERIUS-calculator aanlegfase
De bewegingen zijn over de zelf de route gemodelleerd als het bouwverkeer. Voor meer inf ormatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie De totale emissie van de verkeersgeneratie is volgens de berekening 0,0706 NOx/kg/j en 0,0085 NH3/kg/j. Het rekenresultaat is daarmee niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De gebruiksf ase zorgt dan ook niet voor negatieve ef f ecten op natura 2000-gebieden.
AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel
5/8
5. Resultaten en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegf ase als de gebruiksf ase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee kunnen op voorhand negatieve ef f ecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstof depositie uitgesloten worden. Omdat signif icant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoef t voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen signif icant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht op grond van artikel 8.74b lid 1 Bkl.
6. Bijlagen Bijlage 1: AERIUS stikstof berekening aanlegf ase Bijlage 2: AERIUS stikstof berekening gebruiksf ase
AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel
6/8
Bijlage 1 - AERIUS stikstofberekening aanlegfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Movares De Vorst, - Boxtel Zonnepark De Vorst Aanlegfase Zonnepark De Vorst
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RbF3y3TjMqcN 11 december 2025, 09:58 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Aanlegfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RbF3y3TjMqcN (11 december 2025)
2026 -
1,4 kg/j
43,0 kg/j
2/7
Projectberekening
Aanlegfase Zonnepark De Vorst (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 4 5 6
Anders... | Aanduiding plangebied (globaal) Anders... | Bouwverkeer stationair Verkeer | Koude start: overig | Bouwverkeer koude start Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen bouwfase Verkeersnetwerk
RbF3y3TjMqcN (11 december 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
70,0 g/j 27,8 g/j 1,1 kg/j 0,2 kg/j
5,1 kg/j 1,3 kg/j 27,8 kg/j 8,8 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RbF3y3TjMqcN (11 december 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase Zonnepark De Vorst" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RbF3y3TjMqcN (11 december 2025)
5/7
Projectberekening
Aanlegfase Zonnepark De Vorst, Rekenjaar 2026 1
Naam
Anders...
Aanduiding Uittreedhoogte plangebied Warmteinhoud (globaal) Spreiding Locatie X:150757,88 Y:397964,36 Oppervlakte 7,64 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0,0 m
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer Locatie X:151221,04 Y:396960,2 Lengte 3.209,20 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
Anders...
RbF3y3TjMqcN (11 december 2025)
-
552,0 /jaar 138,0 /jaar 414,0 /jaar 0,0 /jaar
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Naam Bouwverkeer Uittreedhoogte stationair Warmteinhoud Locatie X:150757,88 Spreiding Y:397964,36 Oppervlakte 7,64 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
-
Aantal voertuigbewegingen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer plangebied Locatie X:150715,07 Y:397826,86 Lengte 1.213,44 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
0,0 m 0,000 MW 0,0 m
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /jaar 138,0 /jaar 414,0 /jaar 0,0 /jaar
NOₓ NH₃
5,5 kg/j 1,5 kg/j 0,2 kg/j
In file
10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 % 3,3 kg/j 0,9 kg/j 48,8 g/j
In file
0,0 % 100,0 % 100,0 % 0,0 % 5,1 kg/j 70,0 g/j
6/7
Projectberekening
5
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Bouwverkeer koude start X:150757,88 Y:397964,36 7,64 ha
276,0 /jaar 14,0 /jaar 41,0 /jaar 0,0 /jaar
Mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte
Naam/Stageklasse
1,3 kg/j 27,8 g/j
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
NOₓ NH₃
Mobiele werktuigen bouwfase X:150757,88 Y:397964,36 7,64 ha
NOₓ NH₃
27,8 kg/j 1,1 kg/j
BrandstofDraaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik
Shovel 1.373 l/j Stage-V, >= 2019 , 82 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Verreiker 1.498 l/j Stage-V, >= 2019 , 90 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Mini heimachine 574 l/j Stage-V, >= 2019 , 34 l/j 56-75 kW, diesel, SCR: ja Mini kraan 1.123 l/j Stage-V, >= 2019 , 67 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja
115 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
8,2 kg/j 0,3 kg/j
184 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
9,0 kg/j 0,4 kg/j
92 u/j 2,5 m 0,011 MW
0,4 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
3,8 kg/j 0,1 kg/j
138 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
6,9 kg/j 0,3 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website RbF3y3TjMqcN (11 december 2025)
7/7
Bijlage 2 - AERIUS stikstofberekening gebruiksfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Movares De Vorst, - Boxtel Zonnepark De Vorst Gebruiksfase Zonnepark De Vorst met referentiesituatie
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RYmMNu6vXcwC 11 december 2025, 09:53 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Gebruiksfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RYmMNu6vXcwC (11 december 2025)
2027 -
8,5 g/j
70,6 g/j
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase Zonnepark De Vorst (Beoogd), rekenjaar 2027 Emissiebronnen 1 3
Anders... | Aanduiding plangebied (globaal) Verkeer | Koude start: overig | Bouwverkeer koude start Verkeersnetwerk
RYmMNu6vXcwC (11 december 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,4 g/j 6,1 g/j
15,3 g/j 55,3 g/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RYmMNu6vXcwC (11 december 2025)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase Zonnepark De Vorst" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RYmMNu6vXcwC (11 december 2025)
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase Zonnepark De Vorst, Rekenjaar 2027 1
Naam
Anders...
Aanduiding Uittreedhoogte plangebied Warmteinhoud (globaal) Spreiding Locatie X:150757,88 Y:397964,36 Oppervlakte 7,64 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer Locatie X:151221,04 Y:396960,2 Lengte 3.209,20 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Bouwverkeer koude start X:150757,88 Y:397964,36 7,64 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
0,0 m 0,000 MW 0,0 m
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
-
-
Aantal voertuigbewegingen
120,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
NOₓ NH₃
55,3 g/j 6,5 g/j 6,1 g/j
In file
10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 15,3 g/j 2,4 g/j
Koude starts
60,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website RYmMNu6vXcwC (11 december 2025)