CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bindend advies zonnepark De Vorst - Bijlagen BOPA motivering (onderbouwing)

Raadsvergadering Boxtel 16 december 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Nieuw bindend advies zonnepark De Vorst19.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zonnepark De Vorst te Boxtel Gemeente Boxtel Bijlagenboek

Zonnepark De Vorst te Boxtel

1

colofon

projectnaam Zonnepark De Vorst te Boxtel datum December 2025 projectnummer P07685 opdrachtgever Novar BRO projectleider RTa projectteam RVe bron kaft BRO review TAu

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Zonnepark De Vorst te Boxtel

2

Inhoudsopgave Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing Bijlage 2 - Quickscan flora en fauna

Bijlage 3 - Weging van het waterbelang Bijlage 4 - Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 5 - Technische tekeningen zonnepark

Bijlage 6 - Technische tekeningen batterij Bijlage 7 - Kwaliteitsbijdrage

Zonnepark De Vorst te Boxtel

3

Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing

Landschappelijk inpassingsplan Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel 23 juni 2025

colofon

projectnaam Landschappelijk inpassingsplan Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel datum 23 juni 2025 projectnummer P07685 opdrachtgever Novar BV BRO projectleider RT projectteam RT bron kaft BRO review Novar Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

1.5 1.6

2

Aanleiding en initiatief Plangebied Kaders en uitgangspunten

4

4 4 4

Beleidskaders

4

Historische kenschets

6

Landschapstype

6

Landschapskenmerken

6

Doel

6

Huidige situatie Input vanuit de omgeving

7 8

Inpassingsplan

2.1 Inrichtingsmaatregelen Houtwal 2.2 Richtlijnen aanleg en beheer

9

11 11 12

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en initiatief

Novar heeft het voornemen om op een perceel aan De Vorst in Boxtel een zonnepark te ontwikkelen. Deze locatie is één van de voorkeurslocaties die de gemeente Boxtel heeft aangewezen voor de ontwikkeling van grondgebonden zonneparken. Dit komt mede doordat deze locatie in het verleden is aangewezen als uitbreiding voor het industrieterrein Boxtel. Momenteel is het GreentechPark Brabant de laatste uitbreiding aan deze zijde. Omdat het inpassingsplan van het principeverzoek onvoldoende was uitgewerkt, heeft Novar hier extra aandacht aan gegeven. In deze rapportage is aantoont dat er met de toevoeging van landschapselementen sprake is van een goede ruimtelijke inpassing die aansluit op de omgevingskwaliteiten. Op hoofdlijnen gebeurt dit door aan te sluiten op de landschappelijke inpassing voor GreentechPark Brabant (ten noorden van de planlocatie) en door de versterking van het kleinschalige kampenlandschap met struweelhagen en houtsingels. Dit inpassingsplan geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Boxtel en bevindt zich in het kampenlandschap. Het is een perceel aan De Vorst in Boxtel, kadastraal bekend als: gemeente Boxtel, sectie N, nr. 192. Het plangebied is momenteel in gebruik als landbouwgrond en heeft een oppervlak van ca. 7,1 ha. Novar is in gesprek met de gemeente Boxtel om een gedeelte van het noordelijk gelegen perceel (nr. 196) te betrekken bij de ontwikkeling, zodat er een logische afronding en inpassing kan ontstaan.

1.3

Kaders en uitgangspunten

Industrieterrein Boxtel

Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen.

Lennisheuvel

GreentechPark Brabant

Beleidskaders Op de locatie zijn verschillende beleidsregimes van toepassing. Hieronder is beknopt weergeven welke uitgangspunten relevant zijn voor of van toepassing zijn op het planvoornemen. De Visie zonne- en windenergie van de gemeente Boxtel uit 2020 en de provinciale omgevingsverordening gelden hierin als het meest recente en richtinggevende documenten.

spoorlijn

Visie zonne- en windenergie 2020 – gemeente Boxtel Met de Beleidsvisie ‘zonne- en windenergie Boxtel’ zet de gemeente Boxtel uiteen hoe invulling te geven aan de wijze waarop realisatie van zonne-energie mogelijk is. In de visie is afgewogen welke locaties binnen de gemeente geschikt zijn gelet op aspecten van zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. De biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie moet toenemen Bij nieuwe ontwikkelingen is het van belang dat er wordt bijdragen aan de ecologische en (cultuurhistorische) landschappelijke waarden. Het behouden, herstellen en duurzaam ontwikkelen van deze kwaliteiten staat hierbij centraal. De ruimtelijke kwaliteit moet zijn geborgd met een landschappelijk inpassingsplan Onderdeel van ruimtelijke kwaliteit is ook het borgen van de maatschappelijke meerwaarde door de mate van meervoudig ruimtegebruik en de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken.

De Vorst Brede Heide

Figuur 1: Ligging plangebied en mogelijk te betrekken deel van een perceel van de gemeente (stippellijn)

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

4

De recreatieve / toeristische waarde moet toenemen Een zonnepark kan de bestaande recreatieve waarde van een gebied of een route versterken. Ook kan een zonnepark samengaan met het openstellen van een gebied dat voorheen niet toegankelijk was voor publiek.

• •

• In het gebied met een waterbergingsopgave wordt invulling gegeven aan de waterbergingsfunctie In de omgevingsverordening Noord-Brabant is de projectlocatie niet opgenomen als attentiezone waterhuishouding, er liggen dan ook geen specifieken opgaven op het gebied van waterbergingsfuncties en bijbehorende opgaven. Omgevingsverordening Noord-Brabant Om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie dient te worden voldaan uit ‘Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied’. Dit artikel maakt het mogelijk om binnen het landelijk gebied zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te ontwikkelen als: • uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: - door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame ener gie; - binnen Stedelijk gebied; - door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en - op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. • de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken; • de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project;

•

is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten; juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzieningen, worden verwijderd; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder.

Doorwerking initiatief De gemeente Boxtel heeft aangegeven behoefte te hebben aan 50 hectare grondgebonden zonneparken om in voldoende duurzame energie te kunnen voorzien. Dit zonnepark levert daar een bijdrage aan en is vanuit gemeentelijke visie een geschikte ontwikkellocatie. De locatie ligt tegen bestaand stedelijk gebied en sluit daarmee aan op de provinciale voorwaarde. De omgeving is betrokken bij de planontwikkeling en krijgt de mogelijkheid om te participeren.

Regionale energiestrategie (RES) De gemeente Boxtel valt onder de Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant. In het afwegingskader landschap RES NOB worden de volgende punten binnen de zonneladder aangehaald over de plaatsing van zonnepanelen: Zonneladder buitengebied • Om versnippering van het landschap te voorkomen is het in het landelijk gebied wenselijk om zonneweides te concentreren. Plaatsingsstrategieën zijn hierbij van toepassing. Doorwerking initiatief Bij de landschappelijk inpassing worden de inpassingsmaatregelen zo ingezet dat deze de landschappelijke structuren op termijn versterkt. Omkeerbaarheid is het streven: het verwijderen van een zonneweide laat geen onuitwisbare sporen achter in het landschap. Kwaliteitsbijdrage Bij realisatie van een zonnepark in Landelijk Gebied dient naast het toetsen aan artikel 5.54 van de Omgevingsverordening ook te worden getoetst aan de kwaliteitsverbetering conform artikel 5.11 uit de Omgevingsverordening. Dit is een aanscherping van de randvoorwaarden t.o.v. van de interim omgevingsverordening. Naast de specifieke voorwaarden voor het opstellen van een landschappelijke inpassing moet ook een kwaliteitsverbetering worden opgenomen. De landschappelijke inpassing mag echter niet worden meegenomen als kwaliteitsbijdrage. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid en de daarbij horeden regelgeving.

Op dit moment is de gemeente Boxtel bezig met het opstellen van deze regelgeving. Aangezien deze nu niet bekend is, kan de kwaliteitsbijdrage op dit moment niet worden uitgwerkt en zal dit op een later moment aandacht vragen.

Figuur 2: Ligging plangebied binnen de provinciale omgevingsverordening. Geel is Landelijk gebied, rood bestaand Stedelijk gebied

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

5

Landschapstypen 1.4

Historische kenschets

Om de juiste inpassingsmaatregelen of kwaliteitsverbetering te bepalen is kennis van het landschap nodig. Afhankelijk van de bodemsoort, de waterhuishouding of de tijd waarin het landschap ontgonnen is zijn diverse landschapstypen ontstaan. In het buitengebied van de gemeente Boxtel komen verschillende landschapstypen voor.

essenlandschap kampenlandschap

Landschapstype Het plangebied ligt in het kampenlandschap. Het landschap is kleinschalig en is ontstaan doordat men de hoge gronden ontgonnen heeft voor akkerbouw. De lagere gronden waren hiervoor niet geschikt en werden veelal gebruikt als gras- en hooilanden. De kavels werden in het verleden veelal omgeven door houtwallen om het vee buiten de akkers te houden. Veel van deze karakteristieke patronen zijn door de jaren heen verdwenen. Landschapskenmerken • Op de hoger gelegen gronden de kampen met aangrenzend op de lagergelegen vlakken gronden oude graslanden; • Lage grondwaterstanden; • Eerdgronden; • Een kronkelig wegenpatroon en een onregelmatige blokverkaveling; • Veelal houtwallen rondom percelen, soms bomenrijen langs boerderijen en wegen; • Lintachtige bebouwing met open tussenruimten. Doel Binnen dit landschap gaat de aandacht uit naar het verstreken van de kleinschaligheid door de aanplant van houtwallen, singels en hagen. De houtwallen- en singels worden hierbij ingezet als raamwerk, hierbinnen is veel mogelijk als het past binnen de maat en schaal van het gebied. Doorkijkjes vanaf de openbare weg op de open kampen blijven behouden en worden waar nodig versterkt.

heideontginningslandschap broekontginningslandschap

Voor de Handreiking Kwaliteitsverbetering is op basis van diverse landschapsbeleidskaarten van de gemeente Boxtel een logische en werkbare kaart samengesteld. Boxtel

De traditionele naamgeving van de landschapstypen wordt aangehouden: Essenlandschap Kampenlandschap Heideontginningslandschap Broekontginningslandschap

Lennisheuvel

Liempde

Kampina

Elk landschapstype wordt met een eigen kleur aangeduid. In deze handreiking ziet u snel welke maatregelen in uw landschap wenselijk zijn. Kijk bij de planvorming ook naar historische kaarten en foto’s. Deze zijn onder andere te vinden op www.watwaswaar.nl.

Figuur 3: Landschapstypen kaart, bron: Handreiking Handreiking kwaliteitsverbetering gemeente Boxtel kwaliteitsverbetering gemeente Boxtel

Figuur 4: Historische kaart 1900, bron: topotijdreis

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

7

Figuur 5: Historische kaart 1950, bron: topotijdreis Om samen het landschap mooi te houden

Figuur 6: Historische kaart 2023, bron: topotijdreis

6

1.5

Huidige situatie

Het plangebied ligt grofweg tussen de wegen ‘De Vorst’ en ‘Brede Heide’. Het perceel is hedendaags in gebruik als landbouwgrond. Op de gronden zijn twee greppels aanwezig. Het plangebied is door de jaren heen zijn kleinschaligheid verloren. Met de komst van het zonnepark kan dit kleinschalige karakter worden teruggebracht door de aanplant van verschillende soorten landschapselementen. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een boomkwekerij. De oostzijde wordt gevormd door de weg ‘De Vorst’. De Vorst is aan weerszijden voorzien van eikenbomen. Langs het wegprofiel loopt een sloot met her en der rietopslag. Het wegprofiel ligt duidelijk hoger in het landschap. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door een agrarisch perceel en erf aan de Brede Heide. GreentechPark Brabant Langs de noordzijde voorzien bestaande bomen en struiken (houtsingel) in combinatie met een rietkraag een robuuste overgang naar de aangrenzende percelen. Hier zal het bedrijventerrein van GreentechPark Brabant worden ontwikkelt. Ter inpassing is langs de zijde van De Vorst een brede houtsingel voorgestelt van ca. 20m breed, die doorloopt langs de zuidzijde van de bedrijven. Zie de volgende pagina voor een dwarsdoorsnede.

Figuur 7: Bestaande overgang met riet en houtsingel

Figuur 10: Zicht naar het oosten

Figuur 8: De vorst met laanbomen

Figuur 11: zicht naar het noorden met aan de linkerzijde een boomkwekerij

Figuur 9: Zicht naar het noorden ter hoogte van het gemeentelijk perceel.

Figuur 12:

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

Zicht naar het zuiden op een boerenerf

7

1.6

Input vanuit de omgeving

Novar heeft diverse keukentafelgesprekken gevoerd en ook is er een bewonersbijeenkomst geweest waar de ruimtelijke opzet en mogelijke inpassingsmaatregelen zijn besproken. Voor het ontwerp en de landschappelijke inpassing zijn onderstaande punten door omwonenden meegegeven: • Zichtbeperking door groenstroken: Wens voor brede en goed onderhouden groenstroken langs alle zijden van de panelen om het zicht op het zonnepark maximaal te beperken. Hiervoor is gevraagd te werken met een hoge grondwal, ten minste gelijk aan het profiel

van GreentechPark (+2m ten opzichte van het huidige maaiveld). Bewoners zien liever geen plasdras- zone ivm zorgen over overlast (muggen, ratten). Om extra massa te maken is het voorstel om het hekwerk aan de westkant van de aanwezige leidingstrook te plaatsen. Vanuit de bewoners is het wenselijk dat de inpassing over het perceel van de gemeente wordt doorgetrokken (zijde De Vorst). De wens van bewoners is om planten en bomen in grote maten aan te planten en ver voordat de panelen geplaatst worden, zodat er al een volgroeide groene zoom is als de panelen komen.

•

Biodiversiteit: Er zijn zorgen over de impact van het zonnepark op de biodiversiteit en de vraag om voldoende open ruimte tussen de panelen om de groei van beplanting te bevorderen. Behoud van leefgebieden voor wild zoals reeën, hazen en vogels.

•

Geluidshinder:”Er zijn zorgen over geluidshinder, met name in verband met eventuele batterijen en omvormers. Verzoek om geen gemotoriseerde of elektrische maaimachines te gebruiken voor het beheer.

•

Watermanagement: Suggestie om de bestaande sloot langs de Vorst te verbreden en het waterbeheer te verbeteren door bijvoorbeeld een blusvijver aan te leggen.

•

Infrastructuur en verkeer: Wens dat de ingang, transformatorhuizen, batterijopstelling en aanrijroute aan de noordzijde van het projectgebied komen, niet aan De Vorst. Bewoners willen geen recreatief wandelpad langs het zonnepark, om rust in de omgeving te bewaren

•

Schittering van de panelen: Er zijn zorgen over de schittering van de zonnepanelen, vooral voor omwonenden met dieren zoals paarden.

•

Planning en fasering: Er is een wens voor inspraak in de planning van de bouwfase en dat bewoners op de hoogte worden gehouden van belangrijke updates.

Figuur 13: Principeprofiel voor de inpassing aan de zijde van De Vorst, uit Beeldkwaliteitsplan GTPB Boxtel 2022.

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

8

2

Inpassingsplan

Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het landschap, de beleidskaders en participatie zijn vormgegeven. Naaststaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Belangrijk onderdeel van de inpassing is het doortrekken van de houtwal langs de kant van De Vorst. Conform het inpassingsplan voor GreentechPark is hier een aardenwal van 2m hoog voorgesteld die begroeid wordt met bomen en struiken. Door deze robuuste groenstructuur wordt het zicht vanuit de naastgelegen percelen beperkt en ontstaat er één geheel in aansluiting op GreentechPark. Op eigen grond is het niet mogelijk om deze structuur geheel langs De Vorst door te zetten. Om het zicht op de zonnepanelen te beperken is er een houtsingel voorgesteld ter hoogte van het gemeentelijk perceel in de noordoosthoek. Novar is in gesprek met de grondeigenaar om het perceel te betrekken bij de ontwikkeling. Om de panelen te camoufleren en de kleinschaligheid te versterken wordt er langs de zuidrand een houtsingel geplaatst. Ook komen er struweelhagen langs de westzijde, tussen de panelen en blijft de bestaande beplanting aan de noordzijde behouden. Bestaande greppels blijven behouden als open ruimte tussen de panelen om het oppervlak van de aaneengesloten panelen te breken en daarmee de percelering te benadrukken.

De batterijen en omvormers zijn zo ver mogelijk van de omliggende woningen geplaatst en ook de toegang is aan de noordzijde gesitueerd. Ook bewoners vinden dit de meest logische en prettige locatie. Na de periode van 25 jaar zal het zonnepark worden verwijderd en het oorspronkelijke gebruik hersteld. Figuur 14: Inpassingsplan, zie bijlage 1 voor het inpassingsplan op schaal.

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

9

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

10

2.1

Inrichtingsmaatregelen

Houtwal Langs De Vorst wordt een houtwal aangelegd. Vanaf de insteek is een 3 meter vrije zone aangehouden, waarna een aardenwal oploopt tot +2m ten opzichte van het huidige maaiveld. In een strook van 17m worden inheemse bomen en struiken geplaatst die zorgen voor opgaand groen. Ter hoogte van de leidingenstrook mag vooralsnog geen opgaande beplanting worden toegepast. Deze strook blijft open en zal bestaan uit kruidenrijk grasland. Houtsingel Aan de zuidkant wordt een houtsingels aangeplant. De houtsingels hebben een minimale breedte van 10 meter, waarbij een strook van 1m langs de rand is vrijgehouden voor onderhoud. Deze houtsingels brengen de maat en schaal terug in het landschap. Struweelhagen Ter overgang naar de reeds aanwezige boomkwekerij en in het zonnepark worden struweelhagen aangeplant. Deze gemengde hagen hebben een minimale breedte van 6 meter en een uiteindelijke hoogte van 3 tot 5m. Door de flanken van het park aan te planten ontstaat er een sterke kamerstructuur, wat typisch is voor het kampenlandschap.

Techniek integreren in het zonnepark De transformatoren/ nutsvoorzieningen worden geïntegreerd in het zonnepark. Dit betekent dat deze voorzieningen in lijn met de panelen worden gepositioneerd. Daarnaast worden ze aan de noordwestzijde van het zonnepark geplaatst, zodat deze vanaf de randen (aan De Vorst) niet zichtbaar zijn. De batterijlocatie ligt in het noorden, waar de afstand tot de woningen uit de omgeving maximaal is om eventuele overlast tot een minimum te beperken. Ruimtelijk is deze locatie ook geschikt om het zicht op de techniek te beperken. Panelen in lijn met de verkaveling Ter versterking van de aanwezige verkavelingsstructuur worden de panelen in een zuid-opstelling geplaatst. De panelen volgen hiermee de verkavelingsstructuur om onnodige rafelranden te voorkomen. Hekwerk Ter afscheiding van het openbaar terrein en het zonnepark wordt langs de binnenrand van de inpassing een sober en industrieel hekwerk aangebracht (2.00m hoog). Het hekwerk en technische elementen worden uitgevoerd in een gebiedseigen kleur (donkergroen). Om migratie van klein fauna niet te benadelen wordt het hekwerk 15 cm boven de grond aangebracht. Het hekwerk staat daarnaast op ruime afstand van zowel de panelen als openbare weg.

Meervoudig ruimtegebruik Bij het ontwerp van het zonnepark is zoveel mogelijk aangesloten bij de gebiedsopgaven, waaronder bijvoorbeeld behoud en verbetering van landschappelijke structuren, de verhoging van de biodiversiteit ter plaatse en versterking van het (cultuurhistorisch) landschap, In het algemeen kan men stellen dat de inrichting en het beheer van zonneparken zorgen voor de instandhouding van bloem- en kruidenrijke vegetaties en dat deze een bijdrage leveren aan ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. De struweelhagen, houtsingels en kruidenrijk grasland in het plan zorgen voor een versterking van het oorspronkelijk kleinschalig landschap en de inpassing van het zonnepark. Door gebruik te maken van beplantingssoorten die verschillende flora en fauna aantrekken wordt er een biodiverse leefomgeving gecreëerd. Deze structuren bieden voedsel, nest en schuilgelegenheid voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Zoogdieren Voor zoogdieren functioneren zonneparken als leefgebied. Indien het grasland tussen en onder de panelen kruidenrijk is en veel dekking geeft, is het in potentie een aantrekkelijker leefgebied dan intensief gebruikte agrarische graslanden.

Bloem- en kruidenrijke zoom De randen langs het zonnepark worden ingericht als bloem- en kruidenrijke zoom. Deze maatregel levert een belangrijke bijdrage aan de lokale biodiversiteit.

Vogels In het algemeen is door de aanleg van een zonnepark een verschuiving in de samenstelling van de vogelsoorten die het gebied gebruiken te verwachten, omdat verschillende soortgroepen vermoedelijk verschillend op de aanleg van een zonnepark reageren. Zonnepanelen bieden potentieel nieuwe nestlocaties.

Bestaande greppel De bestaande greppels in het plangebied blijven gewaarborgd. Door het behoud van deze structuur wordt het ritme van de zonnepanelen onderbroken, wat de kleinschaligheid benadrukt.

Door de aanplant van struweel en houtsingels is er een geleidelijke overgang van het omliggende agrarische gebied naar het zonnepark. Dit biedt een geschikte broedbiotoop/ rust- en foerageergebied voor diverse vogels.

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

11

Insecten Met het inzaaien van bloemrijke vegetaties wordt ingezet op het verhogen van de dichtheid aan vlinders en hommels. Met name dagvlinders zijn sterk afhankelijk van bloemrijke vegetaties en het voorkomen van specifieke waardplanten. Landschappelijke meerwaarde Met de realisatie van het zonnepark gaan geen landschapselementen verloren. Bij aanplant van nieuwe groenstructuren is er rekening gehouden met een inheemse en diverse soortensamenstelling. Denk hierbij aan een bes-en vruchtdragend sortiment. De nieuwe groenstructuren en de vegetatie bloem- en kruidenrijk grasland hebben als doel de biodiversiteit te verhogen. In vrijwel het gehele gebied wordt kruidenrijk grasland gerealiseerd en beheerd. De structuren van de aan te planten bomen en struiken in oost-west richting vormen de hoofdstructuur en herstellen het oorspronkelijk kleinschalige landschap.

2.2

Richtlijnen aanleg en beheer

De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. Hierbij is in de samenstelling een voorkeur gegeven aan soorten die tevens wintergroen blijven (zoals hulst en liguster), om ook dan het zicht op de panelen te verminderen. Hieronder is de maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. Aanplant houtwal- en singels S1 Aanplanten struweel: 10 - 17 meter breed, 5 tot 10 rijen in driehoeksverband met een onderlinge plantafstand van 1 x 1m of 1,5 x 1,5m afhankelijk van de soorten. Aanplanten in groepen van 5 tot 7 stuks van dezelfde soort, aanplanthoogte 100-125 cm. Eindhoogte van 3-5 meter. Voorstel sortiment: - 20% Hulst (wintergroen) - 15% Liguster (wintergroen) • 10% Hazelaar • 10% Gewone vlier • 10% Wegendoorn • 10% Vuilboom • 10% Hondsroos • 5% Inlandse vogelkers • 5% Krent • 5% Rode kornoelje S2 Aanplanten boomvormers: Plantafstand tussen de 8 en 12 meter hart op hart in wisselende afstand. Plantmaat (stamomtrek) 16/18 cm. Eindhoogte tussen de 10 - 25m. Locatie nader te bepalen Voorstel sortiment: • Zomereik • Beuk • Grauwe wilg

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

• •

Ruwe berk; Zwarte els

Aanplant struweelhagen S3 Aanplanten struweel: 6 meter breed, 3-4 rijen in driehoeksverband met een onderlinge plantafstand van 1 x 1m of 1,5 x 1,5m afhankelijk van de soorten.. Aanplanten in groepen van 5 tot 7 stuks van dezelfde soort, aanplant 100-125 cm met een eindhoogte van 3-5 meter. Voorstel sortiment: - 20% Hulst (wintergroen) - 15% Liguster (wintergroen) • 10% Hazelaar • 10% Gewone vlier • 10% Wegendoorn • 10% Vuilboom • 10% Hondsroos • 5% Inlandse vogelkers • 5% Krent • 5% Rode kornoelje Aantallen Struweel/ bosplantsoen: ca. 9.000m2/ 7.200 stuks boomvormers: ca. 500m1/ 50 stuks Kruidenrijke vegetatie Inzaaien met geschikt mengsel, passend bij de lokale bodemgesteldheid.

12

Beheer Struweel en houtsingels De struweelhaag mag vrijuit groeien tot een brede en hoge haag en wordt niet vaker dan een keer per jaar gesnoeid. De eerste 10 jaar is snoeien beperkt noodzakelijk, de struweelhaag krijgt dan ruimte om voldoende te groeien. Na ongeveer 3 jaar zal de aanplant een meer gesloten karakter krijgen en kan waar nodig gesnoeid worden. Dit snoeiwerk bestaat voornamelijk uit het weghalen van takken die problemen geven. Hierbij zal de robuustheid van de haag zo veel mogelijk worden gewaarborgd. Overhangende takken worden 1 maal per 3 jaar teruggesnoeid. De werkzaamheden dienen in de periode van begin november tot eind februari plaats te vinden. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Het afzetten dient eens in de 6 tot 10 jaar te gebeuren. Het laten staan van struweel levert een belangrijke bijdrage in de variatie. Het vrijkomende stamhout dient uit de singel te worden verwijderd. Een deel van het vrijkomende stamhout kan op diverse plaatsen worden opstapeld of verwerkt tot een takkenril. Op die manier ontstaan schuilplaatsen voor diverse kleine zoogdieren en vogels.

Bloem- en kruidenrijke zoom Het gewas wordt jaarlijks 1 keer gemaaid en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. De eerste maaibeurt is tussen 1 juli en 1 augustus en bij deze maaibeurt wordt 50% van de beheereenheid niet gemaaid en blijft overstaan. De tweede maaibeurt is tussen 15 september en 15 november en dan wordt het deel dat nog niet gemaaid is gemaaid. Het overige deel blijft staan.

Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark De Vorst, gemeente Boxtel

13

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

toegang kabeltracé en inrit zonnepark ruimte voor opslag en techniek

3’

P

nieuwe struweelhaag ca. 6 meter breed

3 1,07 ha

greppels vrijhouden voor kleinschalig karakter

2,34 ha panelen indicatief noord/zuid opstelling in lijn met de verkaveling

1,68 ha 1’

nieuwe houtsingel

nieuwe houtwal 2 4 bestaande eiken

2’

1

leidingenstrook vrijhouden

4m onderhoudspad versterking in natuurnetwerk door nieuwe ecologische verbindingszone

Landschappelijke inpassing Zonneweide De Vorst

Tekeningnaam Gemeente Boxtel Projectnaam inclusief locatie Gemeente <naam>

Datum: April 2025

Schaal: 1:1.500

Getekend: RT

Formaat: A3S

datum

getekend

projectnr.

pagina

formaat

08-08-2022

BC

P00124

15/16

A3 P076851:1000

Tekeningnr.:

schaal

Projectnr.:

documentnaam P07685_LIP_20250623

N

plangrens hekwerk

plangrens

3

vrijwaring 3m

hekwerk onderhoudspad 3.5

1

akker; maïs

4

min.10

4

vrije ruimte bestaande sloot

aan te planten houtsingel, boom- en struikvormers (struiken 3-5 meter hoog, bomen 8-10 meter hoog)

vrije ruimte

3

1’

2

K&L

3’

vrijwaring 3m

5

ca. 10

zonnepanelen i.c.m. vrije ruimte bestaande vrije ruimte + inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland greppel k&L tracé

bestaande situatie met groenstrook + maisakker

zonnepanelen i.c.m. inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland

+2m t.o.v. huidig maaiveld

plangrens

hekwerk

2

K&L

vrijwaring 5m

Vrije ruimte

leidingenstrook

5

10

zonnepanelen i.c.m. inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland

Dwarsprofielen Tekeningnaam Zonneweide De Vorst Projectnaam inclusief locatie Gemeente Boxtel Gemeente <naam>

2’

onderhoudspad 3.5 vrijwaring 5m

5

9

3

17

3

aan te leggen houtwal boom- en struikvormers (aarden wal 2m hoog, struiken 3-5 meter hoog, bomen 8-10 meter hoog)

bestaande sloot

3 wegprofiel De Vorst met aan weerszijden bomen

www.bro.nl info@bro.nl

08-08-2022

Schaal: 1:200

Datum: April 2025

Bosscheweg 107 Boxtel

datum

bestaande sloot

Getekend:

Formaat:

getekend

projectnr.

RT pagina

formaat A3L schaal

BC

P00124

16/16

A3

telefoon +31 (0)411 85 04 00

Tekeningnr.:

1:1000

Projectnr.:

documentnaam P07685 P07685_LIP_20250623

N

Bijlage 2 - Quickscan flora en fauna

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel datum 24 maart 2025 projectnummer P07685 opdrachtgever Novar Nederland B.V. BRO projectleider RTa opgesteld door KPe interne controle RdM bron kaft BRO

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

8

3.1 3.2

8 8

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

9

5

Toetsing soortenbescherming

10

5.1

11

Vogels 5.1.1

5.2

Vleermuizen 5.2.1

5.3

Toetsing Toetsing

Vaatplanten 5.8.1

Conclusie 6.1

15

Vervolgtraject en advies

15

6.1.1

15

AERIUS-berekening

7

Samenvatting

16

8

Geraadpleegde bronnen

17

11

11 11

11 13

13 13

13 13

13

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

6

Toetsing

5.9 Specifieke zorgplicht 5.10 Invasieve exoten

13

13 14

14 14

14 14

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Ten behoeve van de realisatie van een zonnepark in gemeente Boxtel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet (Ow). In deze wet vindt men de beschermingsregels voor soortenbescherming en gebiedsbescherming als uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ook de bescherming van houtopstanden is hierin opgenomen. Daarnaast vindt provinciale gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), welke is uitgewerkt in de respectievelijke omgevingsverordening.

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Omgevingswet en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 29 oktober 2024 tussen 10.30 – 11.30 uur door een ecoloog van BRO 1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 13°C, bewolkt, lichte neerslag, met een noordoostenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Op 29 april 2025 is een extra veldbezoek uitgevoerd om sporen, zoals wissels, snuitpuntjes, latrines en vluchtpijpen, van de das rond het plangebied. Daarnaast is aan de hand van NDFF-gegevens, verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd.

Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen in het buitengebied, ten zuiden van de kern van Boxtel. Het plangebied ligt ter hoogte van de splitsing Brede Heide en de Vorst. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit agrarische percelen, waar verschillende gewassen op worden geteeld. Ook zijn er binnen het plangebied twee greppels aanwezig en vier eikenbomen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan een boomkwekerij. Aan de noordzijde van het plangebied bevinden zich bomen en struiken in combinatie met een rietkraag een robuuste overgang naar de aangrenzende percelen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een sloot en de weg ‘De Vorst’. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door andere agrarisch percelen,

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

welke eveneens in gebruik zijn voor de teelt van gewassen. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen is om op de huidige agrarische percelen een zonnepark te realiseren. Naast de ontwikkeling van het zonnepark is het voornemen ook om een (maatschappelijke) meerwaarde te creëren op het gebied van landschap, water- en ecologische aspecten. Binnen het plangebied is geen opgaand groen aanwezig. Het aanwezig groen op de grenzen van het plangebied zal worden versterkt binnen de inpassing. Figuur 3 geeft een beeld van de landschappelijke inpassing ban het plangebied.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

5

Figuur 3: Landschappelijke inpassing van het zonnepark

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

6

Figuur 4: Noordoosten van het plangebied

Figuur 5: Noordoosten van het plangebied

Figuur 6: Zuiden van het plangebied

Figuur 7: Westen van het plangebied

Figuur 8: Noorden van het plangebied

Figuur 9: Noordoosten van het plangebied

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

7

3

Toetsing gebiedsbescherming

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding

Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde

De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking

van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-

op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en

netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die

Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura

tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een sa-

2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en acti-

menhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.

viteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf

De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnet-

in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Pro-

werk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en

jecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de be-

verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit

schermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Na-

het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones

tura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet

(EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig be-

significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige

schermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikke-

gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt wor-

lingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebie-

den.

den beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen ne-

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

gatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 1,4 kilometer afstand ten westen van het projectgebied (zie figuur 10). Indien

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtst-

er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg

bijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 400 meter ten westen van

van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof.

het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de

Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg

omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke

van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een zonnepark betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten tijdens de aanlegfase. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

8

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Aangezien er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn binnen het plangebied is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 10:

Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

9

5

Toetsing soortenbescherming

Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor

De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-

Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-

men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-

schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies

scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden

zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling

voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een

bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een

ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 11.54

aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschre-

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

ven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.

Vogels (Art. 11.37 Bal)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(Art. 11.46 Bal)

(Art. 11.54 Bal)

De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in

Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal

Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:

gen Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal

-

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-

Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal

richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningsplichtige activitei-

de staat van instandhouding van de desbetref-

ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-

fende vogelsoort

Vogels (artikel 11.37 Bal)

Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)

Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)

-

genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd

-

zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de vergunningsplichtige activiteiten per regime weergegeven.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

10

Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle

Er is geen bebouwing binnen het plangebied aanwezig, hierdoor kunnen

5.2

Vleermuizen

‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige

broedlocaties van gebouwbewonende vogelsoorten als kerkuil, huismus,

Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is

gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-

huiszwaluw, boerenzwaluw en gierzwaluw worden uitgesloten. In de op-

het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende

maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de

gaande beplanting rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaar-

vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, rosse

rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-

rond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en rans-

vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis.

bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen

uil. Wel kunnen mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heg-

worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-

genmus, zwartkop, winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden

Er bevindt zich geen bebouwing binnen het plangebied, waardoor de aan-

len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.

komen in het opgaand groen rond het plangebied. Er zijn geen mogelijke

wezigheid van een rust- of verblijfplaats van een gebouwbewonende

broedholten of nestkasten in de aangrenzende bomen aangetroffen die

vleermuissoort op voorhand worden uitgesloten. Ook bevinden zich bin-

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

mogelijk door steenuil gebruikt kunnen worden. Het plangebied betreft dan

nen het plangebied geen bomen met holtes of kieren die geschikt zijn voor

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

ook geen essentieel leefgebied voor deze soort, gezien er voldoende al-

vleermuisverblijfplaatsen, waardoor de aanwezigheid van een rust-of ver-

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

ternatief leefgebied in de directe omgeving aanwezig is. Daarnaast zal het

blijfplaats van een boombewonende vleermuissoort ook op voorhand kan

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

plangebied ook in de toekomstige situatie als leefgebied voor deze soort

worden uitgesloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foera-

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

kunnen dienen. Gezien de omgeving van het plangebied heel erg soortge-

geergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

lijk is aan het plangebied zelf, betreft het hier geen (essentieel) leefgebied

hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige land-

den. Indien dit niet mogelijk is, zal een omgevingsvergunning voor een

voor soorten met een jaarrond beschermd nest.

schapselementen.

worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat

5.1.1

5.2.1

van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een

Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn

vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.

jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel

van (potentiële) schadelijke handelingen met betrekking tot vaste rust- of

nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-

verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. In de

fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand

toekomstige situatie zal er geen verlichting worden geplaatst,

flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen aangevraagd moeten

5.1

Vogels

Toetsing

Conform de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt onderscheid

groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen

gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogel-

overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de

soorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de

wetteksten wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.

broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks

Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus

nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, kolo-

worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broed-

niebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’)

geval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van

zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten

een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient

slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak te-

een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen

rugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar

zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vo-

die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren

gelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale po-

is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

pulaties is dan ook uitgesloten.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

5.3

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.

11

Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de NDFF komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, boommarter, das, eekhoorn en bever voor. Gezien het regulier bewerken van het perceel en het ontbreken van struweel ten behoeve van een schuilplaats, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Van de steenmarter en boommarter zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. Daarnaast is er geen opgaand groen aanwezig binnen het plangebied, waardoor het ontbreekt aan geschikt leefgebied voor deze soort.Gezien het ontbreken van oppervlaktewater binnen en in de directe omgeving van het plangebied kan de aanwezigheid van bever op voorhand worden uitgesloten.

Binnen het plangebied zelf zijn geen eenduidige sporen aangetroffen die wijzen op het gebruik van het plangebied door de das. Daarnaast is er tijdens een aanvullend veldbezoek binnen omliggende bosschages gezocht naar dassensporen (zie figuur 11). Tijdens dit veldbezoek zijn geen burchten of losse vluchtpijpen van de das aangetroffen. Wel zijn er enkele wissels aangetroffen. Deze zijn niet veel belopen, en kunnen tevens van de haas zijn. Daarnaast is er een haartoef in prikkeldraad aangetroffen. Deze haren waren circa 2-3 cm lang en verliepen van kleur (figuur 12). Deze komen overeen met de Er zijn verder geen snuitpuntjes aangetroffen.

Figuur 11: Onderzochte bossen t.b.v. de das (rood gearceerd). Wissels zijn in het groen weergegeven, de locatie van de aangetroffen haarborstel in het geel.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

12

Verder ten zuiden zijn waarnemingen van de das bekend, met name bin-

biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan bin-

nen de Mortelen. Hier is een kleinschalig landschap aanwezig. Het hek-

nen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

werk langs het spoor is daarnaast niet passeerbaar voor de das. Er kan worden uitgesloten dat het plangebied essentieel leefgebied betreft. Wel

5.4.1

kan het foerageergebied betreffen voor eventueel zwervende dassen of

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen

van dassen die zijn gevestigd binnen de Mortelen in tijden dat daar niet

zijn op voorhand uitgesloten.

voldoende foerageer mogelijkheden aanwezig zijn. In de huidige situatie is er geen groen aanwezig binnen het plangebied en wordt het intensief voor akkerbouw gebruikt. Hierdoor is er geen jaarrond aanbod aan voedsel aanwezig voor de das. Mede door de landschappelijke inpassing zal het plangebied in de toekomst wel jaarrond voedsel kunnen voorzien. Daarnaast blijft het zonnepark toegankelijk voor de das, doormiddel van openingen in het hekwerk en is er meer dekking door de aanplant van hout-

5.5

Toetsing

Amfibieën

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, boomkikker, heikikker, Alpenwatersalamander, vinpootsalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgele-

wallen.

genheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binDe aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. 5.3.1

nen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. 5.5.1

Toetsing

Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en potentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen

Toetsing

Figuur 12: Haarborstel in prikkeldraad

5.7

Ongewervelde diersoorten

Volgens de NDFF zijn in de ruime omgeving van het plangebied waarne-

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

mingen bekend van bruine eikenpage, gentiaanblauwtje, grote vos, grote

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart,

van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke handelingen

beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, Kempense heidelibel,

zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het

speerwaterjuffer en de vermiljoenkever. Al deze soorten stellen echter

wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende

zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig

individuen.

zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van

voor (incidenteel) aanwezige individuen.

5.6

5.4

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan

heid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde on-

deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

gewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte

Reptielen

Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving

Vissen

(deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zeker-

schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de om5.6.1

Toetsing

geving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

13

5.7.1

Toetsing

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-

Gezien het huidige gebruik van het plangebied is verstoring door de werk-

schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.

zaamheden op een van de benoemde soort niet aan de orde. Een overtre-

5.8

Vaatplanten

In de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF beschermde soorten bekend als drijvende waterweegbree, kranskarwij (niet

ding met betrekking tot de specifieke zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits algemene zorgplichtmaatregelen worden genomen om het doden en verwonden van individuen te voorkomen.

wild) en stijve wolfsmelk. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen

5.10

aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied

Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of ver-

is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs

voerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde

uitgesloten.

Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel,

Invasieve exoten

kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten 5.8.1

Toetsing

en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige popu-

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-

laties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties om-

schermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

schreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor

5.9

enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Azi-

Specifieke zorgplicht

Behalve de genoemde soorten geldt een bescherming onder de specifieke zorgplicht voor soorten van de rode lijst. Dit zijn circa 4.300 soorten. In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van rode lijst-soorten binnen het plangebied. Wel zijn er in de directe omgeving waarnemingen bekend van haas, konijn, kleine ijsvogelvlinder, oranje zandoogje, beekrombout en bosbeekjuffer.

atische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd. Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aanwezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien, bestrijden of beheersen van de duizendknopen. In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de reuzenbalsemien, smalle waterpest en de grote waternavel. Binnen het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=b70c637f-7d03-4c42-8287-3fe0d861c806