CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting bp Gebiedsontwikkeling Venstraat

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 19 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: 8 Raadsvoorstel Gebiedsontwikkeling Venstraat22.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 41: kaartbank.brabant.nl/viewer (indicatieve archeologische waarden)

In het bestemmingsplan zijn de dubbelbestemmingen 2,3 en 4 opgenomen verspreid over de planlocatie. Door deze dubbelbestemmingen zijn beperkingen opgelegd ten aanzien van het bouwen op deze gronden (of het roeren van de gronden). Hiervan kan afgeweken worden mits middels een archeologisch onderzoek aangetoond kan worden dat geen archeologische waarden aanwezig zijn en indien aanwezig deze in voldoende mate worden veiliggesteld.

56

Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. De samenvatting van het onderzoek is hieronder weergegeven. Het volledige rapport is als bijlage 6a toegevoegd aan deze toelichting. Samenvatting en conclusies archeologisch onderzoek: Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied archeologische resten vanaf het Neolithicum kunnen worden verwacht en met name resten van verdedigingswerken uit 1629. Resten worden verwacht onder het eerddek, vanaf een diepte 50 tot 90 cm -mv. Resten van het huidige erf en een eventuele 18e/19e-eeuwse voorganger worden vanaf het maaiveld verwacht. De verstoring van het archeologisch niveau bij de aanleg van de stallen is waarschijnlijk beperkt geweest omdat de daarvoor uitgevoerde graafwerkzaamheden grotendeels tot maximaal 60 cm -mv zijn uitgevoerd. Econsultancy adviseert om bij de ophanden zijnde bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemmingen te handhaven. Dit betekent dat voorafgaand aan toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden eerst verder archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Omdat voornamelijk grondsporen worden verwacht, kan dit onderzoek het best als een inventariserend veldonderzoek, karterende/waarderende fase, door middel van proefsleuven worden uitgevoerd.

Hiervoor moet een programma van eisen worden opgesteld dat door de bevoegde overheid, de gemeente Sint-Michielsgestel, moet worden goedgekeurd. Het advies is door gemeente Sint-Michielsgestel overgenomen, zie bijlage 6b. Gemeente Sint – Michielsgestel heeft vervolgens ingestemd met het advies van Econsultancy om een vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek voorafgaand aan en ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw. Dit conform het opgestelde Programma van Eisen zoals toegevoegd als bijlage 6c. Onderstaande figuur betreft het proefsleuvenplan.

Figuur 42: Proefsleuvenplan uit vastgesteld Programma van Eisen gebiedsontwikkeling Venstraat

57

Gezien voorgaande kan gesteld worden dat de archeologische waarden, mits de huidige dubbelbestemming archeologische waarden gehandhaafd blijft, niet in het geding zijn en vaststelling van dit bestemmingsplan kan plaatsvinden.

3.8 Wet natuurbescherming 3.8.1 Flora en fauna Op basis van de Wet natuurbescherming moet rekening gehouden worden met gebiedsbescherming (Natura 2000), inclusief de gebieden welke zijn opgenomen in de Vogel- en Habitatrichtlijn. Gezien de aard van het project zijn er geen negatieve effecten te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen in omliggende Natura 2000-gebieden. De Wet natuurbescherming heeft als doel om dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied te beschermen. Het is bij ruimtelijke plannen mogelijk dat dier- en plantensoorten (beschermd) beschadigd, verstoord of vernietigd worden. De Wet natuurbescherming beoogt dat te voorkomen of te compenseren. Pas als er én beschermde dier- en plantensoorten voorkomen in het projectgebied én de activiteiten effect hebben op de dier- of plantensoorten dan komt een toets aan de tabellen 1, 2 en 3 van de Wet natuurbescherming aan de orde. De beschermde soorten worden als volgt onderscheiden: • • •

Algemene soorten (FF1); Overige soorten (FF2); Streng beschermde soorten (FF3).

Als soorten uit de derde categorie door het project schade zullen leiden, is het de vraag of het project wel doorgang kan vinden. Bij soorten uit de tweede categorie zal in ieder geval aangetoond moeten worden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Pas dan zal ontheffing verkregen kunnen worden. Voor de soorten uit de eerste categorie geldt een algemene vrijstelling, waarbij de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming centraal staat. Quickscan Flora en Fauna Omdat sprake is van sloop, herbouw, nieuwbouw is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Deze is uitgevoerd door Econsultancy BV. Het onderzoek is in twee fasen uitgevoerd, voor de locatie aan de Venstraat 1 en Venstraat 2. De rapporten zijn als bijlage 7a en 7b toegevoegd aan deze toelichting. Een samenvatting met conclusies is hieronder weergegeven. De quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep.

De initiatiefnemer is voornemens de geitenschuur en veldschuur te slopen en de leegstaande woning te renoveren, ten behoeve van de realisatie van nieuwbouwwoningen op de onderzoekslocatie. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel I. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

58

Conclusies Venstraat 1 en Wolfsdreef • Uit de quickscan is gebleken dat de leegstaande woning op de onderzoekslocatie in potentie verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen bevat, die door de voorgenomen ingreep verloren zullen gaan. Nader onderzoek dient uitgevoerd te worden om de daadwerkelijke functie van de leegstaande woning voor de soortgroep vleermuis te bepalen. De bomenrij langs de Venweg kan functioneren als vliegroute. De bosschage bij de veldschuur kan gebruikt worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. Verstoring kan op voorhand voorkomen worden door het gebruiken van vleermuisvriendelijke verlichting rondom de woning, bomenrij en de bosschage. • Het woonhuis is potentieel in gebruik door de huismus als broedlocatie. Indien de heggen behouden blijven (en dat blijven ze) en de verstoring rond het woonhuis beperkt wordt is er geen reden om aan te nemen dat deze nesten aangetast worden door de voorgenomen ingreep. • Het groen en incidenteel de bebouwing kan als nestlocatie van algemene vogelsoorten fungeren. Aanbevolen wordt om buiten het broedseizoen (buiten maart tot september) te kappen en slopen, zodat broedgevallen niet aanwezig zijn. • De watergang kan gebruikt worden als looproute door marterachtigen. De watergang dient onbelicht te blijven en vrij van verstoring.

Daardoor zal op voorhand een negatief effect op de marterachtigen te voorkomen zijn. • Er is geen sprake van een beschermde houtopstand zoals beschreven in de Wet natuurbescherming. Het planvoornemen is om geen bomen te kappen. Indien dit voornemen wijzigt dient navraag gedaan te worden bij de gemeente naar de eventuele noodzaak voor een kapvergunning. De bomen dienen in de winterperiode tevens op vleermuisgeschikte holtes, ruimtes, spleten en schorst geïnspecteerd te worden. • Overtredingen ten aanzien van de paragrafen omtrent gebiedsbescherming (Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland) zijn niet aan de orde. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Conclusie Venstraat 2 • Op basis van de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming dient voor de uitvoering van de plannen middels aanvullend onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van nestlocaties van de huismus. Om vast te stellen of er broedgevallen van de huismus op de onderzoekslocatie aanwezig zijn dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soort.

Op basis van de huidige plannen van de opdrachtgever dient er nader onderzoek huismus te worden uitgevoerd bij de schuur (opstal 1) en het te slopen gedeelte van opstal 3. Indien er onverhoopt toch (renovatie)werkzaamheden gaan plaatsvinden bij opstal 2 en/of het oude gedeelte van opstal 3 en/of opstal 4, dienen deze opstallen meegenomen te worden tijdens het nader onderzoek. • Op basis van de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming dient voor de uitvoering van de plannen middels aanvullend onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent het gebruik van de onderzoekslocatie (de voormalige varkensstal behorende bij opstal 3) door de steenuil en de kerkuil. • Voor de boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief geldt dat er nader onderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen vaststellen dan wel uitsluiten dat een van deze soorten gebruik maakt van het kraaiennest op de onderzoekslocatie. • Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal kan voor het broedseizoen maart tot september worden aangehouden) worden uitgevoerd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. De opdrachtgever heeft aangegeven dat het groen op de onderzoekslocatie behouden blijft.

Wanneer de aanwezige beplanting onverhoopt toch gesnoeid of verwijderd dient te worden en buiten het broedseizoen wordt gesnoeid of verwijderd, wordt geadviseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen om broedgevallen hierin te voorkomen. Eventueel aanwezige nesten in het groen mogen worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien er gedurende het

59

•

•

•

broedseizoen gewerkt wordt, dient er eveneens rekening gehouden te worden met eventueel in de omgeving broedende soorten. Op basis van de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming dient voor de uitvoering van de voorgenomen ingrepen middels aanvullend onderzoek tevens meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te laten voeren naar de functies zomer-, kraam-, individueel winter- en paarverblijfplaats van de onderzoekslocatie voor de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en laatvlieger. Op basis van de huidige plannen van de opdrachtgever dient er nader onderzoek vleermuis te worden uitgevoerd bij de schuur (opstal 1) en het te slopen gedeelte van opstal 3. Indien er onverhoopt toch (renovatie) werkzaamheden gaan plaatsvinden bij opstal 2 en/of het oude gedeelte van opstal 3 en/of opstal 4, dienen deze opstallen mee genomen te worden tijdens het nader onderzoek. Ten aanzien van mogelijk in de omgeving verblijvende vleermuizen, vliegroutes en foerageergebieden wordt geadviseerd om verlichtingsarmaturen te gebruiken die naar beneden schijnen en daarmee zo min mogelijk strooilicht veroorzaken, of andere vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurig) toe te passen.

Voor de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en de steenmarter geldt dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is volgens de Handreiking Kleine Marterachtigen (2017) om de daadwerkelijke functie van de onderzoekslocatie voor marterachtigen te kunnen vaststellen. Deze informatie is benodigd om te kunnen bepalen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn bij de voorgenomen plannen. Het wordt geadviseerd om materiaalopslag (ook takken- en steenhopen) eventueel te verwijderen nadat het marteronderzoek is afgerond. Verder dient met betrekking tot algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht, waarbij al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het beschadigen van individuen te voorkomen.

Conclusie totaal: Econsultancy ziet geen reden om aan te nemen dat bij aanwezigheid van beschermde vleermuis-, huismusuilen-, marter- en/of roofvogelfuncties het niet mogelijk is om een ontheffing op de Wet natuurbescherming te verkrijgen, middels de gangbare weg (ontheffingsaanvraag, mitigerende- en compenserende maatregelen, ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol). Er zijn afdoende mogelijkheden om eventueel aanwezige functies duurzaam te handhaven door middel van compensatie en mitigatie. De resultaten van het nader onderzoek ecologie zullen geen belemmering vormen voor het traject van de bestemmingsplanwijziging en aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de voorgenomen ingreep. Omgevingsvergunning: Uit de twee quickscans Wet natuurbescherming en het nader onderzoek ecologie, door Econsultancy uitgevoerd (rapport 16921.003, versie D1, d.d. 15 september 2021, rapport 16921.012, D2, d.d. 17 januari 2023 en rapport 16921.014, D1, d.d. 18 oktober 2023), blijkt dat een deel van de onderzoekslocatie beschermde functies vervult voor huismus en gewone dwergvleermuis. Bij de voorgenomen werkzaamheden kan niet op voorhand worden uitgesloten dat beschermde functies van deze beschermde soorten worden verstoord, beschadigd of vernield. Dit kan leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Omgevingswet, waardoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is.

Zonder het treffen van maatregelen, zal overtreding plaatsvinden van artikel 11.46, lid 2 en lid 4 (bal) voor de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en artikel 11.37, lid 2 (Bal) voor de huismus (Passer domesticus). De aanvraag omgevingsvergunning is op 22 mei 2024 ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant noord en in behandeling. Ter onderbouwing van de omgevingsvergunningaanvraag is een ecologisch activiteitenplan opgesteld. Om negatieve gevolgen voor huismus en vleermuizen ten aanzien van de aanwezige verblijfplaatsen te voorkomen zijn maatregelen getroffen die bestaan uit zowel tijdelijke als permanente compensatie, in de vorm van het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen, en het treffen van mitigerende maatregelen voorafgaand en gedurende de werkzaamheden. De compenserende en mitigerende maatregelen zijn uitgewerkt in onderhavig activiteitenplan. Het ecologisch activiteitenplan is

60

door gemeente Sint-Michielsgestel goedgekeurd. De locaties van de plaatsing van de voorzieningen (maatregelen) zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Door initiatiefnemers zijn de voorgestelde maatregelen uitgevoerd. Deze zijn inmiddels gecontroleerd en goedgekeurd door Econsultancy, dit is gerapporteerd in bijgevoegde memo (bijlage 7g). Conclusie: Geconstateerd wordt dat het aspect Wet Natuurbescherming geen belemmering vormt voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan. 3.8.2 Stikstof Om de invloed van het project op gevoelige habitattypen of leefgebieden in N2000-gebieden in beeld te brengen is een stikstofdepositie berekening gemaakt met het rekenprogramma Aerius ten behoeve van de aanlegfase (bijlage 7d) en gebruiksfase (bijlage 7e). De ammoniakrechten behorend bij de geitenhouderij zijn ingetrokken. Uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie als gevolg van het projectplan (en realisatie) vormt geen strijdigheid met de Wet natuurbescherming, het project is derhalve uitvoerbaar.

3.9 Verkeer en infrastructuur De planlocatie is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie zoals opgenomen in de Structuurvisie van de gemeente. Hier zijn diverse woningen gelegen en de nodige (agrarische) bedrijvigheid. Door onderhavige ontwikkeling wordt het agrarisch bedrijf aan de Venstraat 1 gesaneerd en worden woningen gerealiseerd gedeeltelijk in bestaande bebouwing. Netto komen er 6 nieuwe woningen bij (5x nieuwbouw, 1x woningsplitsing).

61

Bij de realisatie van de woningen zal rekening gehouden worden met de mogelijkheid om te parkeren en manoeuvreren op eigen gronden zodat de verkeersveiligheid op de Venstraat/Wolfsdreef niet in het geding komen. Op alle kavels is ruim voldoende gelegenheid om hierin te voorzien. De ontsluiting van de locatie is zeer goed te noemen. Via de Venstraat, Pettelaarseweg, Oude Gestelseweg en Gestelseweg wordt aangesloten op de A2 (8 minuten). Door de gemeente Sint-Michielsgestel zijn op 13 oktober 2020 de “Beleidsregels parkeernormen SintMichielsgestel” vastgesteld. Als uitgangspunt hierbij geldt dat nieuwe ontwikkelingen een parkeerbehoefte met zich meebrengen en daarmee parkeerdruk genereren. De beleidsregels zijn van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijnde: 1. Nieuwbouw: van ‘niets’ (braakliggend terrein) naar een ruimtelijke ontwikkeling; 2. Vergroting/uitbreiding/splitsing: Vergroting/uitbreiding/splitsing van een pand kan immers leiden tot een grotere parkeerbehoefte; 3. Functie-/bestemmingswijziging: eventueel in combinatie met verbouwingsactiviteiten, waarbij de nieuwe functie/de nieuwe bestemming een andere parkeerbehoefte genereert. Onderhavige situatie valt hieronder waardoor gekeken moet worden of de parkeernormen zoals gesteld in de beleidsregels nageleefd kunnen worden (parkeerbalans). De parkeernormen zoals opgenomen in de beleidsregels zijn als volgt:

Figuur 43: Parkeernormen uit "beleidsregels parkeernormen Sint - Michielsgestel d.d. 13 oktober 2020

Parkeerbalans Voor onderhavige situatie geldt dat in de nieuwe situatie, met 8 woningen (incl. bestaande), in totaal 8 x 2,40 = 19,2 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. Na afronding betekent dit 20 parkeerplekken. Zoals uit onderhavig plan blijkt wordt uitgegaan van ca 3,0 parkeerplekken per woning, in totaal 23. Voor de te splitsen woning aan de Venstraat 1 zijn 5 parkeerplaatsen beschikbaar. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde parkeernormen.

62

Figuur 44: Overzicht parkeergelegenheid gebiedsvisie Venstraat (3 parkeerplaatsen per woning)

Gezien voorgaande kan geconcludeerd worden dat verkeer en infrastructuur geen belemmering vormen voor onderhavig initiatief.

3.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan is een toetsing aan de Wet milieubeheer aan de orde. In de Wet milieubeheer (Wm) is namelijk aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een m.e.r. moet worden gemaakt waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’ (met volledige milieueffectrapport (MER)) en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’ (afweging naar significante negatieve gevolgen voor het milieu). Voor de beoordeling wordt verwezen naar onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. In deze onderdelen is aangegeven welke activiteiten m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties moet een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' worden gemaakt. Deze toets is weliswaar 'vormvrij'; de wet stelt echter wel eisen aan de inhoud. In de praktijk betekent dat in de onderbouwing bij het bestemmingsplan een paragraaf 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' wordt opgenomen. Toetsing Onderhavige activiteit betreft het realiseren van 6 nieuwe wooneenheden (waarvan één woningsplitsing).

Onder D11.2 is opgenomen ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Hierbij is een drempelwaarde á 2000 of meer woningen opgenomen. Het initiatief valt derhalve ruim onder deze drempelwaarde waardoor de vormvrije toetsing van toepassing is.

63

Voor de vormvrije toetsing wordt aangesloten bij de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese richtlijn. Hierbij zijn een drietal elementen opgenomen: 1. 2. 3.

Kenmerken van de projecten Plaats van de projecten Kenmerken van het potentiële effect

Ad 1 Het project heeft betrekking op de realisatie van 6 nieuwe wooneenheden. Hierbij zijn geen milieubedreigende activiteiten voorzien waarbij verontreiniging, uitstoot en/of afvalstoffen aan de orde zijn. Tevens zijn geen risico’s voor menselijke gezondheid aan de orde. Ad 2 Het initiatief vindt plaats aan de Venstraat te Sint-Michielsgestel. De aard van de activiteiten (woningen) zijn niet bijzonder te noemen waarbij het toekomstig gebruik milieutechnisch geen risico’s oplevert. In de directe omgeving van de locatie zijn geen natuurwaarden of beschermde natuurgebieden (N2000, HRgebieden) aanwezig. Ad 3 De potentiële effecten op de omgeving zijn in onderhavige ruimtelijke onderbouwing uitvoerig gemotiveerd. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van nadelige significante effecten voor het milieu en/of natuurgebieden. Conclusie Gezien voorgaande kan geconcludeerd worden dat er geen verdere stappen nodig zijn ten aanzien van het besluit milieueffectenrapportage en onderhavige vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat voor de beoordeling ervan. Het College van B&W heeft bij besluit van 5 december 2023 besloten af te zien van een milieueffectrapportage (m.e.r.) omdat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zijn. Het aspect vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig initiatief.

64

4 JURIDISCHE TOELICHTING 4.1 Inleiding De planmethodiek is afgestemd op de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening, waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd.

4.2 Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.

4.3 Algemene toelichting regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. Ten aanzien van de regels is zoveel als mogelijk aangesloten bij de planregels van de 3e actualisatie van het bestemmingsplan buitengebied vanuit een duidelijke en toepasbare plansystematiek in het buitengebied. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel 'wijze van meten' opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden.

Bij de planregels zijn enkele voorwaardelijke bepalingen opgenomen: - gebruik van de gronden en gebouwen conform de bestemming 'Wonen' is toegestaan, mits de landschappelijk inpassing uiterlijk binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, is gerealiseerd en deze beheerd en onderhouden wordt, conform de gebiedsvisie Venstraat welke als bijlage 2 is toegevoegd aan de planregels; - gebruik van het perceel conform de bestemming 'Wonen' is toegestaan mits de te saneren bebouwing inclusief te verwijderen erfverharding, overeenkomstig de gebiedsvisie welke als bijlage 2 is toegevoegd aan de planregels, is gesaneerd binnen 6 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Ten aanzien van de cultuurhistorische waarden is een waarde cultuurhistorie opgenomen. Aanvragen omgevingsvergunning voor het slopen of verbouwen van bouwwerken die een relatie hebben met cultuurhistorische waarden zullen ter advisering voorafgaand aan vergunningverlening voorgelegd worden aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (Monumentencommissie).

65

Op de verbeelding behorend bij onderhavige gebiedsontwikkeling zijn gebieden aangewezen waarbinnen bijgebouwen opgericht mogen worden. Deze gebieden zijn benoemd met de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de algemene regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

4.4 Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Venstraat Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Venstraat zijn wijzigingen in de toelichting, planregels en verbeelding aangebracht. Door de wijzigingen zijn de voorwaarden en waarden uit de aangepaste gebiedsvisie beter geborgd in de planregels en de verbeelding. De aanpassingen hebben betrekking op: - Verkleinen bouwvlakken ten behoeve van wonen - Positionering bijgebouwen door een toevoeging van de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ - Tekstuele aanpassingen zoals opgenomen in de nota van wijzigingen Daarnaast zijn relevante bijlagen aangepast of aangevuld aan deze toelichting zoals: - Aangepaste gebiedsvisie Venstraat (bijlage 1) - Vervanging van de koopovereenkomst door RvR certificaten (bijlage 2a) - Advies Adviescommissie Omgevingskwaliteit (bijlage 2c) - Besluit hogere grenswaarde geluid (bijlage 5b) - Programma van Eisen archeologie (bijlage 6b) - Ecologisch activiteitenplan (bijlage 7f) - Memo geplaatste tijdelijke voorzieningen (bijlage 7g) - Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen (bijlage 9) Ter verduidelijking zijn er tekstuele aanpassingen doorgevoerd in de toelichting. Een nota van zienswijzen en wijzigingen is toegevoegd aan deze toelichting waarin de ambtelijke wijzigingen zijn opgesomd.

66

5 UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, eerste lid, Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grondexploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, Wro juncto artikel 6.24 Wro. De uitvoering van het plan is in particuliere handen en heeft geen gevolgen voor de gemeentelijke financiën. Het plan behelst de sanering van een geitenhouderij, restauratie van Rijksmonumentale bebouwing, realisatie 5 nieuwe woningen, 1 woningsplitsing en realisatie natuur. Er is sprake van een bouwplan en de grondexploitatiewet is van toepassing. Afspraken hieromtrent zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst waarvan de zakelijke omschrijving gelijktijdig aan het ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat derden schade leiden door onderhavige ontwikkeling. Initiatiefnemer heeft een planschadeovereenkomst gesloten met de gemeente Sint – Michielsgestel, deze maakt onderdeel uit van de anterieure overeenkomst.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Onderhavig initiatief heeft betrekking op het wijzigen van een agrarische bestemming naar wonen alsmede het mogelijk maken van wonen in voormalige agrarische bebouwing. Bij de totstandkoming van dit plan is een verantwoorde afweging gemaakt waarbij de belangen van omgeving, omwonenden en milieu zijn meegewogen. Ten behoeve van creëren van draagvlak voor het plan heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden en zijn de plannen gedeeld met Het Groene Hart en Natuurgroep Gestel. Zie bijlage 8 voor volledige verslaglegging omgevingsdialoog. De omwonenden hebben met belangstelling kennis genomen van de plannen. Er zijn geen verdere voorstellen gedaan om het plan te wijzigen. Ook Natuurgroep Gestel ziet vooralsnog geen aanleiding tot het plaatsen van kanttekeningen. Het Groene Hart heeft een aantal opmerkingen geplaatst voornamelijk ten aanzien van de locatie van de inzet ruimte-voor-ruimte woningen. Gezien de aard en opzet van deze gebiedsontwikkeling en de overleggen met gemeente en Provincie houden we vast aan de uitwerking zoals opgenomen in de gebiedsvisie en onderhavig bestemmingsplan.

Bestuurlijk vooroverleg In het kader van het wettelijk verplicht vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept-bestemmingsplan voorgelegd aan de bestuurlijke partners, waaronder de provincie Noord-Brabant en waterschap de Dommel. De opmerkingen uit het bestuurlijk vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Procedure De bepalingen omtrent de procedure van wijziging (of uitwerking) van een bestemmingsplan zijn omgeschreven in afdeling 3.2a van de Wet ruimtelijke ordening. In artikel 3.9a is opgenomen dat: - Op de voorbereiding van een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de kennisgeving bedoeld in artikel 3:12 van die wet, tevens langs elektronische weg geschiedt, dat het ontwerpbesluit met de hierbij behorende stukken tevens langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld, dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging

67

omtrent de uitwerking of wijziging besluiten. Op het besluit tot vaststelling van een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan is artikel 3.8, derde lid, van overeenkomstige toepassing. - Het eerste lid is niet van toepassing op de afwijzing van een aanvraag om een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan vast te stellen. - Tot een afwijzing als bedoeld in het tweede lid besluiten burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Een besluit tot vaststelling van een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Gebiedsontwikkeling Venstraat’ heeft van 15 december 2023 tot en met 25 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn 2 zienswijzen ingediend. Met één indiener is overleg gevoerd wat, na aanpassingen van het plan, ertoe heeft geleid dat de zienswijze is ingetrokken. Een tweede zienswijze heeft geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Een nota van zienswijzen is als bijlage 9 toegevoegd. Beroep De vaststelling van het bestemmingsplan is op de in artikel 3.8, derde lid van de Wro voorgeschreven wijze bekend gemaakt.

Belanghebbenden kunnen binnen de wettelijke beroepstermijn tegen het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

68

6 BIJLAGEN 1. Gebiedsvisie Venstraat 2. Kwaliteitsbijdrage a. Ruimte voor Ruimte - certificaten b. Berekening kwaliteitsbijdrage IOV c. Advies Adviescommissie Omgevingskwaliteit 3. Bodemrapport a. Bodemrapport deel 1 b. Bodemrapport deel 2 4. Onderzoek geurhinder 5. Geluid a. Akoestisch rapport b. Besluit hogere grenswaarde geluid 6. Archeologie a. Archeologisch rapport b. Selectieadvies gemeente Sint-Michielsgestel c. Programma van Eisen 7. Wet natuurbescherming a. Quickscan Venstraat 1 b. Quickscan Venstraat 2 c. Memo Wet natuurbescherming d. Stikstofberekening bouwfase e. Stikstofberekening gebruiksfase f. Activiteitenplan gebiedsontwikkeling Venstraat g. Memo geplaatste tijdelijke voorzieningen 8. Verslagen omgevingsdialoog Venstraat 9. Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=c5abf80a-147d-456b-905b-0d60f9cec546