Bijlage 3 - Toelichting bp Gebiedsontwikkeling Venstraat
Tekst van het document
Bestemmingsplan - toelichting Gebiedsontwikkeling Venstraat Gemeente Sint-Michielsgestel
Initiatiefnemer: Marrobel B.V.
Opsteller: Van Hoven & Oomen
Datum 5 augustus 2024
1
2
3
4
INLEIDING
4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
4 6 7 12 14 15
Doelstelling en gebiedsvisie Ligging en ontstaansgeschiedenis plangebied Bestaande situatie Gewenste situatie Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
RUIMTELIJK BELEID
16
2.1
Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 2.1.4 Wet natuurbescherming 2.1.5 Wet geluidhinder 2.1.6 Waterwet 2.1.7 Omgevingswet
16 16 17 17 17 18 18 18
2.2
Provinciaal beleid 2.2.1 Brabantse Omgevingsvisie 2.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
18 18 19
2.3
Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel 2011 2.3.2 Aanvullingen structuurvisie Buitengebied 2.3.3 Ontwerp omgevingsvisie 2.3.4 Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023 - 2027
29 29 30 31 32
MILIEU- EN RUIMTELIJKE WAARDENTOETS
33
3.1 3.2
Bodem Luchtkwaliteit 3.2.1 Fijn stof 3.2.2 Geur
33 37 37 38
3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Geluid Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Waterparagraaf Cultuurhistorie en archeologie 3.7.1 Cultuurhistorie 3.7.2 Archeologie
41 42 44 45 51 51 56
3.8
Wet natuurbescherming 3.8.1 Flora en fauna 3.8.2 Stikstof
58 58 61
3.9 Verkeer en infrastructuur 3.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
61 63
JURIDISCHE TOELICHTING
65
4.1 4.2 4.3 4.4
65 65 65 66
Inleiding Algemene toelichting verbeelding Algemene toelichting regels Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Venstraat
2
5
6
UITVOERBAARHEID
67
5.1 5.2
67 67
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
BIJLAGEN
69
3
1 INLEIDING 1.1 Doelstelling en gebiedsvisie Initiatiefnemers van onderhavige ontwikkeling zijn de eigenaren van de locaties Venstraat 1 en 2 te SintMichielsgestel en een aantal landbouwpercelen aan de Wolfsdreef. Het plangebied waarop de gewenste ontwikkeling betrekking heeft bestaat uit een geitenbedrijf gelegen aan de Venstraat 1 (kadastraal bekend als gemeente MCG – L – 529, 532 en 539), Rijksmonumentale bebouwing aan de Venstraat 2 (kadastraal bekend als gemeente MCG – L – 227), een veldschuur aan de Wolfsdreef (kadastraal bekend als gemeente MCG – L – 494) en landbouwgronden gelegen aan de Wolfsdreef (kadastraal bekend als gemeente MCG – N – 42 en MCG – L – 244). Initiatiefnemers zijn voornemens om het geitenbedrijf aan de Venstraat 1 te saneren, de agrarische bedrijfswoning te bestemmen tot burgerwoning en te splitsen in twee wooneenheden en drie nieuwe woningen te realiseren. De Rijksmonumentale bebouwing aan de Venstraat 2 wordt gerestaureerd en twee nieuwe woningen worden gerealiseerd waarvan één in een cultuurhistorisch waardevolle schuur en één ter hoogte van de veldschuur aan de overzijde van de Wolfsdreef. Ten westen van het plangebied wordt circa 7,517 hectare nieuwe natuur gerealiseerd, ingericht en beheerd.
Om een en ander in breder perspectief te plaatsen waaruit tegelijkertijd blijkt wat de kwaliteitswinst van de gehele ontwikkeling inhoud is een gebiedsvisie ontwikkeld voor het gehele plangebied. Tevens is hierin de landschappelijke inpassing meegenomen. Deze gebiedsvisie is als bijlage 1 toegevoegd aan deze toelichting. Huidige situatie: Onderstaande situatietekening beschrijft de huidige situatie van het plangebied Venstraat. Hierbij is de geitenboerderij met schuren prominent aanwezig. Tevens is de monumentale boerderij met schuren zichtbaar aan de overzijde.
Figuur 1: Uit 'gebiedsvisie' - bestaande situatie
In de gebiedsvisie is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de historie van het gebied alsmede de ruimtelijke kwaliteit en karakteristiek. Daarbij is ook een inventarisatie gemaakt van de bestaande bomen.
4
In de verdere planvorming wordt rekening gehouden met deze bomen en behoud karakteristieke uitstraling van het plangebied. De boominventarisatie is geïntegreerd in de gebiedsvisie en ook separaat toegevoegd aan deze toelichting. Op basis van een ruimtelijke analyse en set van uitgangspunten is toegewerkt naar een uitgewerkt plan voor het gebied rondom de Venstraat waarin alle genoemde ontwikkelingen zijn opgenomen. In onderstaande figuur is dit plan weergegeven.
Figuur 2: Uit 'gebiedsvisie'- plan
Vervolgens is een beplantingsplan opgesteld waarbij de ruimtelijke kwaliteit nog extra versterkt is. Centraal hierbij is het behoud van bestaand bomen gesteld. Alle bomen blijven, behalve enkele Berken en een zaailing van de Walnoot op de Venstraat 1, behouden. Een gekapte (dode) Eik bij de Wolfsdreef wordt herplant. Het inpassingsplan is opgenomen in de gebiedsvisie.
5
Figuur 3: Uit 'gebiedsvisie' - Inpassingsplan
Tenslotte zijn in de gebiedsvisie enkele uitgangspunten opgenomen ten aanzien van de toekomstige beeldkwaliteit en is de natuurontwikkeling aan de Wolfsdreef welke ook een onderdeel van de planvorming meegenomen. De gehele gebiedsvisie vormt een integraal onderdeel van het plan.
1.2 Ligging en ontstaansgeschiedenis plangebied De locatie is gelegen aan de Venstraat te Sint-Michielsgestel. De locatie ligt ten noorden van de kern SintMichielsgestel en ten oosten van de kern Vught gelegen tegen het gebied de Wolfsdreef waar veel natuurgronden zijn gelegen. De omgeving kenmerkt zich door een agrarisch en landelijk karakter met her en der (agrarische) bebouwing, bosschages en agrarische- en natuurvelden met landschapselementen.
Figuur 4: Topografische ligging planlocatie De locatie ligt aan de Venstraat, welke een erg oude weg is uit de periode <1850 zoals zichtbaar is op de topografische kaart. Reeds in 1850 was sprake van bebouwing aan deze weg alsmede op onderhavige locatie. Door de tijd heen is er steeds meer bebouwing in het gebied gekomen, het landelijke karakter is behouden gebleven. Een en ander wordt op onderstaande historische landkaarten, te raadplegen via www.topotijdreis.nl weergegeven.
6
Figuur 5: Plangebied door de tijd heen (www.topotijdreis.nl)
1.3 Bestaande situatie Het plan heeft betrekking op vier onderdelen: 1. Venstraat 1: Agrarisch bedrijf (geitenhouderij) 2. Venstraat 2: Rijksmonumentale en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing 3. Landbouwpercelen Wolfsdreef 4. Veldschuur Wolfsdreef
7
Figuur 6: Overzicht plangebied bestaande situatie
Ad 1. Agrarisch bedrijf Op de Venstraat 1 is een agrarisch bedrijf gelegen, een geitenhouderij. Op het bedrijf is een bedrijfswoning met stallen gelegen, tevens zijn voer- en mestplaten aanwezig op het bedrijf (zie ook onderstaande figuur 7). Op het bedrijf zijn op basis van een melding Activiteitenbesluit (besluit d.d. 30 november 2015) 450 geiten ouder dan 1 jaar (RAV-code C1.100) en 300 fokgeiten (RAV-code C2.100 en C3.100) aanwezig. Tevens is ruimte voor 1 stier van 8-24 maanden (RAV-code A6.100). De ammoniakemissie bedraagt maximaal 1.010 kg NH3 per jaar, De geur emissie bedraagt 11.045 ouE/s en de Fijnstof emissie 11.720 gram per jaar. In het kader van de Wet natuurbescherming is de locatie onder de PAS aangemeld. Als gevolg van onderhavige ontwikkeling zal deze melding worden ingetrokken. Op de locatie is een bouwvlak á 6.900 m2 waarvan ca 1.800 m2 bebouwd is en 2.500 m2 verhard (voerplaten, mestopslag, verharding). De woonboerderij en bedrijfsgebouwen zijn onderstaand weergegeven.
Figuur 7: Woonboerderij Venstraat 1
8
Figuur 8: Geitenstal Venstraat 1
Ad 2. Rijksmonumentale bebouwing Op de Venstraat 2 ligt een Rijksmonumentale boerderij met bijgebouwen, de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is in slechte staat. De woning en bijgebouwen vormen gezamenlijk een bijzonder geheel, inclusief waterput welke in totaliteit gerestaureerd dient te worden ten einde de bebouwing voor de toekomst te bewaren. De Rijksmonumentale boerderij is op onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 9: Woning Venstraat 2
9
Het bijgebouw is op onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 10: Te verbouwen bijgebouw Venstraat 2
Ad 3 Landbouwpercelen Wolfsdreef Aan de weg Wolfsdreef zijn een tweetal agrarische percelen gelegen welke als grasland en bouwland in regulier agrarisch beheer zijn. Ze liggen ten westen van de geplande gebiedsontwikkeling zoals op figuur 6 aangegeven. Op onderstaande foto’s zijn de landbouwpercelen weergegeven.
Figuur 11: Landbouwperceel wat omgevormd wordt naar vochtig hooiland
Figuur 12: Landbouwperceel wat omgevormd wordt tot vochtig hooiland (ged.) en kruiden- en faunarijke akker (ged.)
10
Ad 4. Woning Wolfsdreef Aan de overzijde van de weg Wolfsdreef is een veldschuur (stalling) gelegen voor opslagdoeleinden (zie ook onderstaande foto).
Figuur 13: Veldschuur Wolfsdreef
Onderstaande figuur betreft een schematische weergave van het plangebied Venstraat.
Figuur 14: Bestaande situatie plangebied Venstraat, uit Gebiedsvisie Venstraat 1 en 2 (Oslo)
11
1.4 Gewenste situatie In de gewenste situatie worden de vier te onderscheiden onderdelen als volgt ontwikkeld: 1. Venstraat 1: Saneren geitenhouderij 2. Venstraat 2: Restauratie cultuurhistorisch waardevolle bebouwing (deels Rijksmonumentaal)/ Wonen 3. Natuurontwikkeling Wolfsdreef 4. Woning Wolfsdreef Ad 1 Saneren geitenhouderij Aan de locatie Venstraat 1 worden de agrarische activiteiten beëindigd (saneren geitenhouderij). De bestaande agrarische bedrijfswoning wordt herbestemd tot wonen waarbij tevens een woningsplitsing in twee wooneenheden wordt gerealiseerd. Op het erf worden drie nieuwe woningen gerealiseerd waarvan één woning in en om het ‘achterhuis’. Hier is sprake van een uitbreiding van bestaande bebouwing. Ad 2 Restauratie cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Aan de locatie Venstraat 2 wordt de aanwezige (Rijksmonumentale) bebouwing gerestaureerd. De cultuurhistorisch waardevolle schuur wordt daarbij herbestemd tot wonen (nieuwe functie). Ad 3 Natuurontwikkeling Wolfsdreef Op de landbouwpercelen aan de Wolfsdreef wordt natuur ontwikkeld. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van 3.19.93 hectare vochtig hooiland, 4.03.31 hectare kruiden- en faunarijke akker en 0.46.72 ha Dennen, Eiken- en beukenbos.
De realisering van vochtig hooiland gaat gepaard met het afgraven van de nutriëntenrijke toplaag waarna het gebruik geëxtensiveerd wordt doordat geen sprake meer zal zijn van bemesting in de vorm van drijfmest en/of kunstmest. Ook intensieve beweiding en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen behoort tot het verleden. Hierbij wordt aangesloten op de naastgelegen reeds ingerichte natuurterreinen. De kruidenrijke akkers worden ingezaaid met granen waarbij eveneens geen bemesting of toepassing van gewasbeschermingsmiddelen toegepast worden. De gronden welke als bos worden ingericht zijn in het bestemmingsplan reeds bestemd als natuur. Ad 4 Woning Wolfsdreef De veldschuur aan de overzijde van de Wolfsdreef wordt eveneens herbestemd en ontwikkeld tot burgerwoning. Op onderstaande figuren zijn de ontwikkelingen op kaart weergegeven:
Figuur 15: Sanering geitenbedrijf, realiseren 3 nieuwe woningen (rood) met woningsplitsing huidige woonboerderij (bedrijfswoning), Restaureren Venstraat 2 met twee nieuwe woningen (paars)
12
Figuur 16: Natuurontwikkeling Wolfsdreef; Beheereenheid 1 is reeds bestemd zijn als “Bos”. De feitelijke bestemming verandert derhalve niet.
13
1.5 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt binnen de grenzen van een aantal gemeentelijke bestemmingsplannen zijnde: - Bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld d.d. 16 december 2010) incl. latere herzieningen waarvan voor de vigerende regels de meest recente 3e actualisatie van het bestemmingsplan van toepassing is (vastgesteld 29 juni 2023). - Bestemmingsplan De Wolfsgaard (vastgesteld d.d. 8 juni 2017) De gewenste gebiedsontwikkeling past niet binnen de vigerende bestemmingen in deze bestemmingsplannen. Er kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, vanwege de omvang van de plannen wordt echter gekozen voor het vaststellen van een partiele herziening van het bestemmingsplan. Om de haalbaarheid van de gewenste ontwikkeling te toetsen is het initiatief voorgelegd aan de gemeente Sint-Michielsgestel middels een principeverzoek. Per brief d.d. 1 oktober 2021 heeft de gemeente aangegeven in principe en onder voorwaarden bereid te zijn medewerking te verlenen aan het initiatief.
De betreffende voorwaarden hebben voornamelijk betrekking op: - de voorwaarden zoals opgenomen in de wijzigingsvoorwaarden van het bestemmingsplan Buitengebied; - een goede ruimtelijke ordening met een goed woon- en leefklimaat; - parkeren op eigen terrein; - belangen omliggende functies; - aandacht voor bomen en landschappelijke waarden (landschappelijk en stedenbouwkundig plan); - het voeren van een gedegen omgevingsdialoog; - afstemming met provincie in zake het voldoen aan het provinciale ruimtelijke beleid. Op basis van voornoemde punten is het initiatief verder uitgewerkt. Om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken is een partiele herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Figuur 17: Overzicht plangebied bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Venstraat (in rood), www.ruimtelijkeplannen.nl
14
1.6 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de verschillende aspecten van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 2 gaat in op het ruimtelijk-planologische beleidskader. Voor een beschrijving van de milieuhygiënische en ruimtelijke aspecten wordt verwezen naar hoofdstuk 3. De juridische opzet van het plan is beschreven in hoofdstuk 4, de onderdelen economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 5. Vervolgens zijn de bijlagen bij hoofdstuk 6 toegevoegd.
15
2 RUIMTELIJK BELEID 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Als gevolg hiervan is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012) bijna geheel komen te vervallen. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van Nationaal Waterplan 2016-2021 op grond van de Waterwet. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen die voor liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio’s; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruik de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Onderhavig initiatief ziet toe op het toevoegen van nieuwe woningen in landelijk gebied in combinatie met het saneren van een geitenbedrijf, het restaureren van Rijksmonumentale bebouwing én natuurontwikkeling. Vanwege het feit dat de ontwikkeling leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat, verbetering van de omgevingskwaliteit en de identiteit van het gebied kan gesteld worden dat de leefomgeving verbeterd. De ontwikkeling past binnen de gestelde afwegingsprincipes van de NOVI.
16
2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Omgevingswet benoemt niet alleen een omgevingsvisie (waaronder NOVI). Ook instructieregels zijn een instrument voor de uitwerking van het rijksbeleid. Deze worden gebruikt om de doorwerking van het rijksbeleid waar nodig juridisch te waarborgen. De instructieregels van het Rijk zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voordat de Omgevingswet in werking treedt, gelden de regels op basis van de Wro, waaronder het Besluit en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro). In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van bestemmingsplannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat het Natuurnetwerk Nederland een nationaal belang is en dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Natuurnetwerk. In het plangebied liggen twee percelen aan de Wolfsdreef die vallen binnen het Natuurnetwerk Nederland Deze percelen hebben nu een agrarische bestemming en krijgen de bestemming “Natuur”. Dit is in overeenstemming met de uitgangspunten van het Barro. 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (“ladder”) is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende aspecten van belang: Is sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De stedelijke ontwikkeling ligt buiten bestaand stedelijk gebied, wat nu? Rol van de provincie Voor woningbouwplannen geldt volgens jurisprudentie dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is.
Omdat er sprake is van 5 nieuwe woningen (en één extra woning door woningsplitsing), is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op het initiatief. 2.1.4 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 heeft de Wet natuurbescherming de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en Floraen Faunawet vervangen. Doel van de Wet natuurbescherming is: • Bescherming van de biodiversiteit in Nederland • Decentralisatie van verantwoordelijkheden • Vereenvoudiging van regelgeving Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming zijn provincies bevoegd gezag geworden voor vrijwel alle natuur gerelateerde zaken. Indien noodzakelijk wordt middels een vergunning planvorming toegestaan of ontheffing verleend. Nadere toetsing hierop vindt plaats in paragraaf 3.8.
17
2.1.5 Wet geluidhinder De Wet geluidhinder dateert van 16 februari 1979. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De normstelling op woningen is geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wetten richtten zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bv. normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis, zie paragraaf 3.3 voor nadere toetsing. 2.1.6 Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Een achttal wetten is samengevoegd tot één wet, de Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan de vermindering van regels, vergunningenstelsels en administratieve lasten. Zie paragraaf 3.6 voor de toetsing. 2.1.7 Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat u buiten ziet, hoort en ruikt. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven.
Om ervoor te zorgen dat de leefomgeving een gezonde, veilige en prettig leefbare plek is, zijn veel regels gemaakt. Zowel voor inwoners als bedrijven. Die regels gaan onder andere over hoe om te gaan met natuur, milieu, bouwen en wonen. De Omgevingswet bundelt deze regels. De beoordelingsregels voor vergunningverlening staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen onder de Wabo waardoor het initiatief niet onder de reikwijdte van de Omgevingswet valt, dit volgt uit artikel 4.6 en 4.4 van de Invoeringswet Omgevingswet. Bij de toetsing van de milieu en ruimtelijke aspecten zijn de wettelijke kaders uit de oude wetgeving opgenomen. Voor volgende procedures zoals voor sloop, bouw, et cetera. zal de Omgevingswet wel van toepassing zijn.
2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Brabantse Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie, een visie op de Brabantse leefomgeving vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste kernwaarden voor het handelen van de provincie als mede de hoofdopgaven voor de toekomst. De Brabantse Omgevingsvisie vervangt als gevolg van de aankomende Omgevingswet tenminste de vier provinciale beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie Ruimtelijke Ordening) en natuur (BrUG). De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. In de visie is één basisopgave “de basis op orde” benoemt en zijn vier hoofdopgaven opgenomen. 1.
2.
Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit (basisopgave): Doel 2050: Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Werken aan de Brabantse energietransitie:
18
3.
4.
5.
Doel 2050: 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant door minder energie te gebruiken en meer duurzame energie opwekken. Werken aan een klimaatproof Brabant: Doel 2050: Brabant is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor klimaatadaptatie en een trekkersrol voor de landbouw. Werken aan de slimme netwerkstad: Doel 2050: Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. Werken aan een concurrerende duurzame economie: Doel 2050: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Niet hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand circulair.
De Brabantse omgevingsvisie krijgt verder vorm via de Omgevingsverordening Noord-Brabant. 2.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 21 maart 2023 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant geconsolideerd welke tot het moment dat de Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt vastgesteld, geldig is. Wel zal in deze onderbouwing aangesloten worden bij de nog vast te stellen Omgevingsverordening Noord-Brabant. De regels in deze omgevingsverordening sluiten aan op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Omgevingswet vraagt dat provincies afwegen of het vanuit subsidiariteit nodig is om op provinciaal niveau rechtstreeks werkende (algemene) regels te stellen. Deze afweging is gemaakt in de Themafiches omgevingsverordening, die in februari 2020 zijn vastgesteld. In het algemeen geldt dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten, bijvoorbeeld omdat de provincie vanuit de wet verantwoordelijk is om bepaalde doelen te halen, of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening.
Bij het opnemen van instructieregels aan gemeente en waterschap geldt dat deze nodig zijn vanuit de opgaven en ambities uit de omgevingsvisie, bijvoorbeeld omdat waarden of een onderwerp gemeentegrens overstijgend zijn of om een uniform beleid binnen de provincie te realiseren. Bij het vormgeven van de instructieregels geldt dat waar mogelijk is gewerkt met kaders die ruimte bieden voor eigen beleidsmatige invullingen. Voor enkele onderwerpen, zoals het Natuurnetwerk Brabant, beleid rondom de veehouderij of het voldoen aan omgevingswaarden is die ruimte beperkt.
2.2.2.1
Ligging plangebied
In deze paragraaf wordt een nadere beschrijving gegeven van de ligging van de planlocatie op een aantal relevante kaarten zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening. In deze paragraaf worden een aantal elementen tevens getoetst aan de Interim Omgevingsverordening. De meer specifieke toetsing aan de artikelen 3.69 ‘afwijkende regels (burger)woningen’, 3.77 ‘Ontwikkelingsrichting’, 3.78 ‘maatwerk met als doel omgevingskwaliteit’ en 3.79 ‘Ruimte-voor-ruimte kavel’ vindt in paragraaf 2.2.2.6 plaats.
19
2.2.2.2 Ligging op basiskaart Landelijk gebied
Figuur 18: Interim omgevingsverordening – basiskaart
Ontwikkelingen Venstraat De locatie is gelegen in deelgebied “Landelijk gebied”. Wonen is in deze zonering alleen mogelijk in bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen. Niet agrarische functies in Landelijk gebied kunnen enkel mogelijk worden wanneer artikel 3.78 ‘maatwerk met als doel omgevingskwaliteit’ of 3.79 ‘ruimte-voorruimte’ wordt toepepast. Ontwikkelingen natuur Wolfsdreef De locatie is niet opgenomen op de basiskaart ‘Landelijk gebied’. 2.2.2.3 Ligging op kaart ‘natuur en stiltegebieden’
Figuur 19: Interim Omgevingsverordening - natuur en stiltegebieden
Ontwikkelingen Venstraat De locatie is gelegen in deelgebied ‘Attentiezone waterhuishouding’. In deze gebieden worden activiteiten uitgesloten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen
20
gelegen Natuur Netwerk Brabant. In artikel 3.26 van de Interim Omgevingsverordening zijn regels opgenomen omtrent het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen: a. Het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. De aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. Het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. Het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten De regels vormen geen belemmering voor het saneren van het geitenbedrijf en restaureren van de cultuurhistorische waardevolle bebouwing in combinatie met herbestemming en nieuwbouw. Er vindt geen grootschalig grondverzet plaats, er is geen sprake van ophoging, er is geen drainage aanwezig, de grondwaterstand wordt niet beïnvloed (verlaagd) als gevolg van het initiatief, het areaal verhard oppervlak neemt af en er worden extra mogelijkheden voor vasthouden hemelwater gerealiseerd. Het toevoegen van woningen heeft geen negatief effect op de genoemde instandhoudingsdoelen.
Verder is in de regels van dit bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen voor het plangebied aan de Venstraat met een aanlegvergunningensttelsel om de voorwaarden uit artikel 3.26 van de IOV te borgen. Ontwikkelingen natuur Wolfsdreef De locatie is gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant. Deze gronden zijn bestemd voor de ontwikkeling van natuur. Door onderhavig initiatief wordt deze natuur daadwerkelijk gerealiseerd middels de ontwikkeling van kruiden- en faunarijke akkers en vochtige hooilanden. De natuurontwikkeling dient na inrichting via een bestemmingsplanwijziging te worden vastgelegd. Het initiatief is passend binnen het thema Natuur. De locatie is tevens gelegen in het deelgebied ‘Attentiezone waterhuishouding’. In deze gebieden worden activiteiten uitgesloten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Onderdeel van de natuurontwikkeling is het afgraven van de nutrientenrijke toplaag ten behoeve van de ontwikkeling van vochtige hooilanden. Voor deze afgraving is door gemeente Sint-Michielsgestel een omgevingsvergunning (OV2021255 d.d. 21 okt 2021) verleend. Gesteld kan worden dat de natuurontwikkeling passend is binnen de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. 2.2.2.4 Ligging op kaart ‘grondwaterbescherming, waterveiligheid- en berging’
Figuur 20: Interim Omgevingsverordening – grondwaterbescherming, waterveiligheid- en berging
21
Ontwikkelingen Venstraat De locatie is gelegen in deelgebied ‘Reservering waterberging’. Volgens artikel 3.36 zijn de regels gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Onderhavige ontwikkeling leidt tot een kleiner areaal bebouwde en/of verharde gronden (het huidige verhard oppervlak bedraagt ca 6.000 m2, het nieuwe verhard oppervlak bedraagt ca 1.600 m2) en aanvullende infiltratievoorzieningen. Het past daarmee bij de doelstelling om het waterbergend vermogen van het betreffende gebied te behouden, en te vergroten. In de regels van het bestemmingsplan is een dubbelbestemming hiervoor opgenomen. Ontwikkelingen natuur Wolfsdreef De locatie is gelegen in het deelgebied ‘Regionale waterberging’. Volgens artikel 3.35 gelden binnen regionale waterberging meer beperkingen dan in de reserveringsgebieden waterberging, omdat deze gebieden concreet nodig zijn om wateroverlast tegen te gaan. De beperkingen hebben betrekking op het oprichten van gebouwen en voorzien in een vergunningstelsel voor het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden. Bij onderhavige natuurontwikkeling is hier geen sprake van, er wordt door het afgraven juist voor meer waterberging gezorgd waardoor voldaan wordt aan artikel 3.35. In de regels van dit bestemmingsplan is een dubbelbestemming hiervoor opgenomen.
2.2.2.5 Ligging plangebied op kaart ‘Landbouw’
Figuur 21: Interim Omgevingsverordening – specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen
Ontwikkelingen Venstraat De locatie is gelegen in binnen het thema landbouw met duiding ‘Verbod uitbreiding veehouderij’. In artikel 2.72 is opgenomen dat in deze gebieden een toename van bestaande oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten. De gewenste ontwikkeling met het saneren van de veehouderij in combinatie met restaureren cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en nieuwbouw past binnen deze regels. Ontwikkelingen natuur Wolfsdreef De locatie is gelegen binnen een gebied met duiding ‘Verbod uitbreiding veehouderij’. Op deze locatie is geen veehouderij aanwezig. De ontwikkeling van agrarische gronden naar natuur is niet strijdig met deze duiding. 2.2.2.6 Toets Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De gewenste ontwikkeling heeft betrekking op het herbestemmen van een agrarische bedrijfswoning in burgerwoning en het splitsen van deze woning in twee eenheden, het realiseren van 6 nieuwe woningen in het buitengebied.
22
Ten aanzien van deze ontwikkelingen worden hieronder een viertal artikelen uit de Interim Omgevingsverordening specifiek getoetst, waaruit zal blijken dat onderhavig plan voldoet aan de randvoorwaarden van deze Omgevingsverordening én de kernwaarden en opgaven uit de Omgevingsvisie. Uit de opgenomen kaarten blijkt dat onderhavige ontwikkeling niet wordt belemmerd door de aanduidingen uit de Interim Omgevingsverordening. Een en ander is passend, wanneer tevens in overeenstemming met de richtinggevende beleidsonderdelen uit de Omgevingsverordening. In onderhavige ontwikkeling is sprake van de realisatie van een 6-tal nieuwe wooneenheden. Deze kunnen gerealiseerd worden op basis van de artikelen zoals hieronder weergegeven. Deze specifieke artikelen zijn: Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen – 1 woning Artikel 3.77 Ontwikkelingsrichting – toepassing maatwerkbepalingen Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit – 2 woningen Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel – 3 woningen Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen Voor een aantal veel voorkomende ontwikkelingen zijn in dit artikel regels opgenomen die afwijking mogelijk maken van het uitgangspunt dat alleen bestaande burgerwoningen zijn toegestaan.
Het gaat om: • vervangende bouw binnen het bouwperceel als overtollige bebouwing wordt gesloopt en de bestaande woning feitelijk en juridisch wordt opgeheven; • het inpandig splitsen van een beeldbepalende woonboerderij • de vestiging of splitsing van een of meer woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; • bestemmingswijziging van een voormalige bedrijfswoning naar burgerwoning. Inpandig splitsen van een beeldbepalende woonboerderij Het verbod om nieuwe woningen toe te voegen in Landelijk gebied is vooral ingegeven om de verdergaande verstening, verrommeling en ongewenste menging van functies tegen te gaan. Bij inpandige splitsing van woonboerderijen treedt in beginsel geen verdergaande verstening of verrommeling op. Niet alle woonbebouwing is geschikt voor inpandige splitsing. Vanuit omgevingskwaliteit is het niet wenselijk dat er aan- en uitbouwen worden gerealiseerd om splitsing mogelijk te maken. Ook is het niet wenselijk dat overal in het landelijk gebied nieuwe woningen ontstaan vanwege de belemmeringen die dat kan meebrengen voor andere functies. Daarom wordt deze mogelijkheid alleen geboden voor beeldbepalende woonboerderijen. In het algemeen hebben deze een ruime omvang, geschikt voor splitsing. En er is al een woonfunctie aanwezig waarmee omliggende functies rekening moeten houden.
Dit type woonboerderijen zijn in het algemeen beeldbepalend zodat behoud vanuit omgevingskwaliteit wenselijk is. De regeling is zo ingericht dat er een gelijk speelveld binnen de provincie wordt geborgd. Zowel tussen gemeenten maar ook met de andere (maatwerk) mogelijkheden voor de ontwikkeling van een woning, zoals de ontwikkeling van een woning vanwege artikel 3.78 of de mogelijkheid die in dit artikel onder c. is opgenomen vanwege behoud van cultuurhistorische waarden. In beide gevallen vereist de toepassing van de regeling een investering in omgevingskwaliteit. Daarom is de omvang van de fysieke tegenprestatie aan het versterken van omgevingskwaliteit in dit artikel ook gekoppeld aan de omvang van de tegenprestatie van een ruimte voor ruimte kavel (zie ook certificaten RvR – bijlage 2a). Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing De mogelijkheid voor het toevoegen van een woning in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen is ingegeven vanuit het belang van het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Het gaat hierbij om cultuurhistorisch waardevolle bebouwing die door Rijk, provincie of gemeenten is aangewezen en die als zodanig is beschermd. In een voorkomend geval kan de cultuurhistorische waarde ook worden aangetoond met een deskundigenrapport, te beoordelen door een provinciale deskundige.
Het gebouw wordt gelet op de in zo'n rapport aangetoonde cultuurhistorische waarden vervolgens ook door de gemeente als zodanig aangewezen en beschermd. Deze regeling is niet bedoeld voor het toevoegen van woningen (of splitsing) in gebouwen (niet zijnde woonboerderijen) die de gemeente
23
vanwege andere redenen, zoals het beeldbepalende karakter of anderszins vanuit omgevingskwaliteit graag wil behouden. Het artikel is in de omgevingsverordening als volgt opgenomen: In afwijking van Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel , als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: 1. een fysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel; en 2. de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden. c. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. d. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Toetsing Het artikel heeft betrekking op de realisatie van een woning in het bijgebouw bij de Rijksmonumentale bebouwing aan de Venstraat 2.
Het vestigen van een woning in dit gebouw draagt bij aan het behoud van het Rijksmonumentale boerderijcomplex, conform artikel 3.69 lid c. Door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit is per 19 juli 2024 een positief advies verstrekt ten behoeve van de planontwikkeling (zie bijlage 2c). Voor de te splitsen woonboerderij aan de Venstraat 1 geldt dat geen sprake is van een beeldbepalende of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Artikel 3.69 lid b is hierop dus niet van toepassing, deze ontwikkeling valt onder artikel 3.78. Op basis van artikel 3.69 wordt één woning gerealiseerd. Artikel 3.77 Ontwikkelingsrichting Bij de toepassing van maatwerkbepalingen in het landelijk gebied is het belangrijk na te denken of dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de locatie ligt. Om de afweging te kunnen maken in een concreet geval is het nodig dat een gemeente beleid uitwerkt waarin een ontwikkelingsrichting voor de verschillende typen gebied is opgenomen. Dat voorkomt ad hoc besluitvorming en vergemakkelijkt de afweging bij de toepassing van maatwerkbepalingen. Voor zover zo'n ontwikkelingsrichting al niet is opgenomen in bestaande plannen of daaruit afgeleid kan worden, kan zo'n ontwikkelingsrichting redelijk snel en eenvoudig samen met betrokkenen gemaakt worden.
Het gaat om een globale denkrichting welke functies passen in de te onderscheiden gebieden met een globale bepaling van een omvang. De ontwikkelingsrichting kan een (omgevings)visie zijn, maar dat hoeft niet. De gemeente heeft een keuzevrijheid op welke manier zij invulling geeft aan dit vereiste. Dat kan bijvoorbeeld door de ontwikkelingsrichting op te nemen als onderbouwing van het bestemmingsplan maar dat kan ook door dit in een apart beleidsdocument op te nemen of als ruimtelijke onderbouwing van een omgevingsvergunning. De ontwikkelingsrichting geeft daarom mede invulling aan hoe de gemeente in een concreet gebied omgaat met de kwaliteitsverbetering landschap. Het artikel is in de omgevingsverordening als volgt opgenomen: 1. Voor de toepassing van de maatwerkbepalingen in deze afdeling geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 3.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving;
24
b.
2.
welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 3.2 Basis op orde , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en d. op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit , onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.
Toetsing Voor de gebiedsontwikkeling is een gebiedsvisie opgesteld, zie bijlage 1. In deze visie wordt omschreven wat de ontwikkeling behelst, in een ruimtelijk en landschappelijk perspectief. Door deze ontwikkeling wordt een geitenhouderij gesaneerd wat andere ontwikkelingen mogelijk maakt. Aan de Venstraat 2 kan de Rijksmonumentale bebouwing gerestaureerd worden en binnen het plangebied, maar ook daar buiten kunnen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden. Denk hierbij aan het vervallen van de beschreven gezondheidsrisico’s van het houden van geiten ten aanzien van woningbouwplannen. De kwaliteitsverbetering is in de gebiedsvisie uitvoerig beschreven. Op basis van de uitgangspunten van de gebiedsvisie en de totale ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat het initiatief voldoet aan de maatwerkbepalingen uit artikel 3.77. Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit In het verleden bestonden er diverse regelingen die vanuit een rood-voor-groen benadering ontwikkeling mogelijk maakte, zoals: • de individuele ruimte-voor-ruimte regeling voor varkens- en kippenhouderijen; • de landgoederenregeling; • de regeling verbetering bebouwingsconcentraties; • nieuwe functies bij complexen van cultuurhistorisch belang. In de omgevingsverordening is voor gekozen de drie regelingen samen te voegen.
Hierbij zijn enkele voorwaarden uit de 'oude' regelingen gehandhaafd maar meer algemeen geformuleerd. Het artikel is als volgt geformuleerd: 1. Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief een bouw- of gebruiksactiviteit mogelijk maken als: a. de activiteit volledig tot doel heeft de omgevingskwaliteit te versterken en voor dat doel de middelen genereert; b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; c. de activiteit door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; d. zowel de activiteit als de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77; e. is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; f. de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en g. bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. 2.
De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij tenminste de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd:
25
a.
3.
4.
als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1. wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit, qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; b. als de activiteit de ontwikkeling van een landgoed betreft: 1. heeft het landgoed ten minste een omvang van10 hectare; 2. bestaat 50% van het landgoed uit gerealiseerde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant; 3. wordt de fysieke tegenprestatie ingezet voor de ontwikkeling van natuur; 4. is de bebouwing van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed; 5. wordt de bebouwing geconcentreerd opgericht buiten het Natuur Netwerk Brabant; 6. zijn naast landgoedwoningen ook andere bij een landgoed passende gebruiksactiviteiten mogelijk, waaronder zorg; en 7. is de openbaarheid van het landgoed verzekerd. c. als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, de daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder verleende vergunningen, zijn ingetrokken; d.
als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, de invulling gericht is op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken. Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als; a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; of b. de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied, Bebouwd gebied of een bebouwingsconcentratie. Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen van toepassing; a. artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; c. artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste lid.
Met de nieuwe regeling ontstaan er meer mogelijkheden voor ontwikkelingen in het landelijk gebied, zolang deze als doel hebben de omgevingskwaliteit te versterken. Belangrijkste voorwaarde is daarbij dat de opbrengst van de rode ontwikkeling volledig wordt ingezet om de groene doelen te realiseren. Dit vraagt om maatwerk per geval en is daarom niet nader ingevuld met concrete voorwaarden, overleg met betrokken partijen waaronder de provincie is hiertoe nodig. Toetsing De splitsing van de woonboerdeij aan de Venstraat 1 is vanuit de Interim omgevingsverordening te beschouwen als een nieuwe woning (artikel 3.78). Het artikel is daarnaast van toepassing op de realisatie van een woning in het achter de woonboerderij gelegen ‘achterhuis’. In totaliteit worden op basis van dit artikel twee woningen gerealiseerd. De berekening kwaliteitsbijdrage is uitgewerkt in de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit zoals beschreven in paragraaf 2.2.2.7. Algemene voorwaarden (lid 1): Door onderhavige ontwikkeling worden groene prestaties gerealiseerd door het verbeteren van de omgevingskwaliteiten van het plangebied en de omgeving van het plangebied. Door het saneren van de geitenhouderij in combinatie met de landschappelijke inpassing zoals weergegeven in de gebiedsvisie (bijlage 1) neemt de omgevingskwaliteit toe, eveneens door de realisatie van 7,7 hectare natuur aan de Wolfsdreef.
Toepassing van de regeling vraagt om maatwerk, balans is nodig tussen de groene component en rode component. Intensief overleg tussen initiatiefnemer, gemeente en provincie is daarbij van groot belang teneinde een zorgvuldige afweging te nemen. Uit onderhavige planvorming blijkt dat zorgvuldig is afgewogen dat rood en groen in balans zijn en dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die de Interim omgevingsverordening beoogt te beschermen
26
Specifieke voorwaarden (lid 2): Bij het oprichten van de twee nieuwe woningen (achterhuis en woningsplitsing) aan de Venstraat 1 moet het doel zijn, versterken van de omgevingskwaliteit waarbij de tegenprestatie in omgevingskwaliteit wordt vastgelegd. Via maatwerk wordt de mate van tegenprestatie overeengekomen met initiatiefnemer. De inhoud van de fysieke tegenprestatie is bepaald via de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit (d.d. 11 juli 2023), zie paragraaf 2.2.3. Door de realisatie van het initiatief en het intrekken van bijbehorende rechten en vergunningen (sanering milieuhinder) aan de Venstraat 1 wordt een positieve bijdrage geleverd aan de omgevingskwaliteiten. De agrarische activiteiten worden blijvend beëindigd waardoor een grote milieuwinst wordt behaald. Door het vaststellen van dit bestemmingsplan wordt de beëindiging van agrarische activiteiten juridisch vastgelegd. Door de realisatie van ca 7,7 hectare nieuwe natuur (natuurontwikkeling Wolfsdreef) binnen het Natuurnetwerk Brabant wordt een extra kwaliteitsimpuls geleverd, gedeeltelijk gesubsidieerd door het Groen Ontwikkelfonds Brabant. Er is geen sprake van de ontwikkeling van een nieuw landgoed, wel van duurzaam en juridisch gewaarborgde natuur in het Natuurnetwerk Brabant. Tevens is onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort.
Dit blijkt gedeeltelijk het geval te zijn omdat drie woningen via artikel 3.79 ‘Ruimte voor ruimte kavel’ gerealiseerd worden. Aanvaardbare locatie (lid 3): Het oprichten van woningen is alleen op aanvaardbare locaties mogelijk. De huidige locatie ligt in een bebouwingsconcentratie als bedoeld in de omgevingsverordening, zie ook paragraaf 2.3.1 waar de structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel beschreven wordt. Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel De ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte kavels door de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte (ORR) is gebaseerd op in het verleden behaalde aanzienlijke omgevingskwaliteitswinst in het landelijk gebied. Deze gerealiseerde kwaliteitswinst is in het verleden gefinancierd door de provincie. In eerste instantie kwam de behaalde omgevingskwaliteitswinst voort uit de toepassing van de Regeling beëindiging veehouderij (Rbv). Later is dit uitgebreid en is er door de provincie ingezet op het realiseren van omgevingskwaliteitswinst door een verbrede toepassing van het principe van ruimte voor ruimte met de regeling Ruimte voor ruimte verbreed (GS 2006). De ORR ontwikkelt niet in alle gevallen zelf de ruimte-voor-ruimtekavels. Het is ook mogelijk om een titel voor een ruimte-voor-ruimtekavel bij de ORR te kopen. De ORR geeft daarvoor certificaten uit.
In zo'n geval is er sprake van een ruimte-voor-ruimtekavel die 'vanwege de ontwikkelingsmaatschappij' wordt ontwikkeld. Ook deze kavels zijn dus gebaseerd op in het verleden behaalde aanzienlijke omgevingskwaliteitswinst die de provincie heeft gefinancierd. Het certificaat geeft in zo'n geval het bewijs dat de omgevingskwaliteitswinst in het verleden is behaald. De voorwaarden voor de ontwikkeling van een individuele ruimte-voor-ruimtekavel of enkele kavels zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die voor de ontwikkeling van een woning die in Artikel 3.78 zijn opgenomen. Verschil is wel dat de fysieke tegenprestatie in het geval van een ruimte-voor-ruimtekavel een gegeven is omdat die al in het verleden heeft plaatsgevonden, zoals hierboven toegelicht. Daarom is in de regeling geen directe koppeling gelegd dat de fysieke tegenprestatie in omgevingskwaliteit in het bestemmingsplan moet zijn geborgd. Het artikel is in de omgevingsverordening als volgt opgenomen: 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a. Door of vanwege de Ontwikkelingsmaataschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit;
27
b. Op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit, derde lid; en c. Past binnende ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77. 2. Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. 3. Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing a. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c. Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste lid onder a. Toetsing Ten behoeve van onderhavige gebiedsontwikkeling zijn op basis van artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel 3 bouwtitels aangekocht, zie bijlage 2a. Daarbij zijn de bepalingen zoals beschreven in lid 3 ten aanzien van zorgvuldig ruimtebegruik, kwaliteitsverbetering en wonen in landelijk gebied, niet van toepassing. De drie bouwtitels maken het mogelijk een woning te realiseren aan de Wolfsdreef alsmede twee woningen aan de Venstraat 1. De certificaten van de aankoop van deze titels zijn als bijlage 2a bij deze toelichting gevoegd. Zoals in de vorige paragraaf omschreven ligt de ontwikkeling op een aanvaardbare locatie en past de ontwikkeling in de ontwikkelingsrichting van het gebied Conclusie ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voldoet aan de gestelde maatwerkeisen uit de omgevingsverordening. 2.2.2.7 Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord - Brabant Op 11 juli 2023 is de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant gewijzigd vastgesteld. In deze beleidsregels zijn uitgangspunten opgenomen welke worden gehanteerd bij toepassing van de kwalitatieve invulling van de fysieke tegenprestaties in de Interim omgevingsverordening opgenomen, meer specifiek artikelen 3.69 en 3.78. In de beleidsregel is opgenomen dat het niet de bedoeling is om enkel ruimte te bieden voor grote woningen in het buitengebied, maar ook om in het buitengebied de mogelijkheid bieden om in te spelen op actuele ontwikkelingen op de woningmarkt. De gemeente kan bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling de actuele vraag naar woningen binnen de gemeente betrekken. Uitgangspunt daarbij is wel dat de woningbouwtypen worden gesitueerd op een aanvaardbare locatie. Deze mogelijkheid beperkt zich tot bebouwingsconcentraties (linten, clusters en kernrandzones). Het ‘splitsen’ van bouwvolumes in kleinere wooneenheden heeft immers ook gevolgen voor verkeer aantrekkende werking, de ladder voor duurzame verstedelijking en het verstedelijkingsbeleid. Dit laatste hangt sterk samen met het aantal woningen dat wordt gerealiseerd.
De gemeenten dienen in dat verband de ontwikkelingsrichting voor het gebied te bepalen. Bij een omvang van minder dan 11 woningen is in het algemeen géén sprake van een stedelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. Voor de juiste balans tussen de gewenste woonvorm, het aantal woningen/wooneenheden, de inzet van ruimte voor ruimte én de omgevingskwaliteit van het buitengebied, is maatwerk met betrekking tot de omgevingskwaliteit opgenomen in deze beleidsregel. De regeling gaat uit van een tegenprestatie in omgevingskwaliteit afhankelijk van de omvang en aard van de woning. Op basis van de gewenste ontwikkeling met 2 nieuwe wooneenheden (woningsplitsing Venstraat 1 en realisatie woning in achterhuis) zal een tegenprestatie geleverd moeten worden. Door het slopen, terug bestemmen, realisaren van kwaliteitsverbetering door landschappelijke inpassing en natuurontwikkeling wordt in een tegenprestatie voorzien. Deze tegenprestatie is opgenomen in bijlage 2b. Uit deze bijlage blijkt dat aan de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit voldaan wordt.
28
2.2.2.8
Omgevingsverordening Noord Brabant
De omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle regels van de provincie over de fysieke leefomgeving en is per 1 januari 2024 in werking getreden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen voordat de omgevingsverordening in werking is getreden. Omdat de inhoudelijke toetsing met de inwerkintreding van de omgevingsverordening Noord-Brabant in relatie tot onderhavig initiatief niet wezenlijk is veranderd kan geconcludeerd worden dat het initiatief ook passend is binnen de omgevingsverordening Noord Brabant.
2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel 2011 In de vergadering van 13 oktober 2011 is de structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel door de gemeenteraad vastgesteld. Met deze structuurvisie beoogt de gemeente de kwaliteit van het buitengebied te verhogen, de sociaaleconomische ontwikkeling te ondersteunen en regie te voeren. De structuurvisie is gekoppeld aan het bestemmingsplan waarbij de structuurvisie het wensbeeld (visie, ruimtelijke kwaliteit) weergeeft enerzijds, en anderzijds ruimte biedt voor nieuwe ontwikkelingen onder bepaalde voorwaarden. Insteek is dat de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd en versterkt doordat initiatieven hieraan bijdragen. Onderhavige locatie is gelegen binnen bebouwingsconcentratie 10: Wolfsdreef. Binnen de bebouwingsconcentratie is opgenomen dat er mogelijkheden zijn voor het toevoegen van woningen, bijvoorbeeld via Ruimte-voor-Ruimte of andere regelingen (zoals beschreven in paragraaf 2.2.2 en 2.2.3). Voor de specifieke locatie waar de gebiedsontwikkeling Venstraat betrekking op heeft zijn enkele richtingen geduid in de structuurvisie. Onderstaand is een figuur weergegeven van het deelgebied Wolfsdreef.
Figuur 22: Deelgebied Wolfsdreef (uit: Structuurvisie Buitengebied St. Michielsgestel)
In de structuurvisie is het volgende opgenomen:
29
“De Wolfsdreef ligt in het verlengde van de Hemelrijkstraat ten noordoosten van Sint-Michielsgestel. Het ligt op een dekzandrug, maar wordt aan de noordkant begrensd door een moerasachtig gebied. Het maaiveld kent een typerend microreliëf, met op korte afstand grote verschillen die kunnen oplopen tot meer dan 2 meter. Aan de zuidkant ligt de Dooibroek, een vanuit de historie nat gebied. De liniedijk landt met een krachtige bocht bij de Wolfsdreef. Dit gebiedje heeft een besloten karakter door de laan- en kavelbeplanting en de aanwezigheid van het bos op de Vossenberg. Verderop richting het noordwesten ligt een oud broekbos uit 1850, en het landgoed Haanwijk. Aan de Venstraat ligt een geitenboerderij en worden asperges geteeld. Het bebouwingscluster kent een sterke ruimtelijke samenhang met een landelijke uitstraling. De bebouwing ligt enigszins verspreidt, en kent veel verschillende oriëntatierichtingen. Over het algemeen ligt de gevel vrij dicht aan de weg. Op de kruising Venstraat/ Wolfsdreef ligt een groot bedrijf met veel verschillende opstallen en aaneengesloten verharding, dat qua korrelgrootte niet goed past in het kleinschalige landschap.
Voor het gebied zijn een aantal aanduidingen opgenomen in beleid te weten: - Extensiveren natuur - Woonvisie: • Splitsing van woningen mogelijk onder voorwaarden • Ruimte-voor-Ruimte mogelijk onder voorwaarden - Behoud en versterking besloten cultuurlandschap - Behoud boslandschap In de visie worden daarnaast een aantal mogelijkheden benoemd ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit: 1. Ontstening van agrarische bedrijven/ verkleinen van de korrelgrootte van bedrijfskavels. 2. Herstellen zichtrelatie Wolfsdreef/ Venstraat door middel van sloop grote opstallen. 3. Het eventueel toevoegen van nieuwe woningen met behoud van zichtrelatie naar het achterland. 4. Op vrijkomende agrarische kavels kan te allen tijde gebruik gemaakt worden van de regeling ‘ruimtevoor-ruimte’ of de regeling ‘ruimte-voor-ruimte-verbreed’. Voor de gebiedsontwikkeling is een totale gebiedsvisie opgesteld (bijlage) waarin de ontwikkelingen nader zijn beschreven. De nieuwe te realiseren woningen passen binnen de gevraagde kwaliteitsverbetering omdat sprake is van ontstening in de totale gebiedsontwikkeling en zichtlijnen worden verbeterd vanuit de Wolfsdreef/ Venstraat. De woning die aan de Wolfsdreef gerealiseerd wordt ligt reeds verscholen en is volledig landschappelijk ingepast.