Bijlage 3 - Omgevingsplan Laar-Nieuw Laar - bijlagen bij toelichting (plan MER)
Tekst van het document
Een deel van de veehouderijen moeten, veelal vanaf 2020 en/of 2022-2024, één of meerdere stallen aanpassen aan de Brabantse reductieverplichting voor de ammoniakemissie uit stallen.
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
69
P183326.014/ECO
In Bijlage 4 zijn de nadere gegevens van de veehouderijen in het gebied opgenomen. In paragraaf 4.5 worden de overige bedrijvigheid en functies in het plangebied (die mogelijke milieugevolgen kunnen hebben) beschreven. In paragraaf 4.6 wordt nader ingegaan op de referentiesituatie van het gebied (de in de huidige situatie aanwezige waarden en kenmerken in het gebied) voor de volgende aspecten: Ruimtelijke en functionele structuur Natuur (gebieden en soorten) Landschap Bodem en Water Cultuurhistorie en archeologie Leefbaarheid en gezondheid
4.2
Vergunde situatie (uitgangssituatie gebiedsvisie)
De (milieu)vergunde situatie wordt meegenomen als referentiesituatie, omdat dit de uitgangssituatie is waarvoor de gebiedsvisie is vastgesteld, maar ook de potentiële (her)ontwikkelingsruimte in het plangebied inzichtelijk maakt. De vergunde situatie is gecorrigeerd voor de varkenshouderijen die deelgenomen hebben aan het Actieplan ammoniak en veehouderij d.m.v. toepassen van stoppersmaatregelen, aangezien dit een gedoogregeling was tot 2020.
Figuur 15: Aanduiding met adressen veehouderijen in het plangebied
70
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
Tabel 5: Vergunde situatie * Gecorrigeerd o.b.v. BOP Actieplan ammoniak en veehouderij
Locatie
Ammoniak (kg NH3/jr)
Geur (OUE/sec)
Fijn stof (kg PM10 /jr)
Toelichting
Laar 31
3.584,58
46.861
180
Nieuw Laar 5a Laar 11 * Laar 27 * Schellekensveld 2 * Oud Laar 17 *
1.220,7 635 1.423 1.471 414 693 163 1.011 10.615
42.923 7.590 6.272 15.106 2.116 748 121.616
194 50 86 72 14 185 9 745
Vergund 2017: varkens, 40.000 m3 mestverwerking en algenkweekvijver (uitsluitend eigen mest verwerken conform IOV: ca. 7.700 m3) Vergund 2020 situatie 2, varkens BOP Actieplan ammoniak varkens BOP Actieplan ammoniak varkens BOP Actieplan ammoniak varkens BOP Actieplan ammoniak varkens Pluimvee Paarden Melkrundvee
Laar 19 Nieuw Laar 5 Plein 13-15 Totaal vergund
De varkenshouderijen Laar 11, Schellekensveld 2 en Oud Laar 17 staan sinds januari 2020 leeg, omdat de stallen niet voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Het beëindigen van deze veehouderijen maakt onderdeel uit van het totale gebiedsplan. Deze bedrijven kunnen nog doorstarten als ze de stallen aanpassen. Deze beslissing is afhankelijk van de besluitvorming omtrent het plan. Besluitvorming omtrent het bestemmingsplan stond aanvankelijk gepland voor 2019. Deze datum is aanzienlijk opgeschoven, waardoor betreffende veehouderijen inmiddels leeg staan in afwachting van de besluitvorming over het bestemmingsplan.
4.3
Feitelijke, planologisch legale situatie (referentie voortoets Wnb bestemmingsplan - plantoets)
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten de effecten van dat bestemmingsplan op Natura 2000-gebieden worden beoordeeld. Een Passende beoordeling kan achterwege blijven voor een plan dat niet resulteert in een toename van stikstofdepositie t.o.v. de referentiesituatie in de zin van de artikel 2.7 lid 1 en artikel 2.8 van de Wnb. Om te beoordelen of een Passende beoordeling achterwege kan blijven wordt een zogenaamde Voortoets uitgevoerd. De Raad van State op 29 mei 2019 heeft geoordeeld dat de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in strijd met de Habitatrichtlijn is vastgesteld (ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604). Het PAS was niet van toepassing op een bestemmingsplan. Als een bestemmingsplan voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied waar de kritische depositiewaarde is bereikt, moet deze passend worden beoordeeld. Dit systeem is door de PAS-uitspraak niet veranderd. Niettemin werd soms bij een bestemmingsplan, in plaats van een passende beoordeling, verwezen naar het PAS. Namelijk in gevallen waaraan een Wnb-vergunning vooraf ging, die met toepassing van het PAS was verleend. Deze onderbouwing houdt sinds de PAS-uitspraak geen stand meer.
Deze zogeheten één-op-één-inpassing van een onherroepelijke Wnb-vergunning in een bestemmingsplan is gelet op de uitspraak niet toegestaan als deze is verleend op basis van het PAS-beoordelingskader.
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
71
P183326.014/ECO
Het is vaste rechtspraak dat de feitelijke, planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan de referentiesituatie voor deze beoordeling vormt. In de Voortoets moeten de effecten van de maximale planologische mogelijkheden van een plan op Natura 2000-gebieden worden afgezet tegen de effecten op de Natura 2000-gebieden in de feitelijke, planologisch legale situatie ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan (ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 en 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:298). Bij het bepalen van de referentiesituatie Wnb voor een bestemmingsplan is niet van belang of de situatie ook milieurechtelijk legaal is. Het is evenmin van belang of een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend of dat voor het gebruik al een Nbwet-/Wnb-vergunning is verleend. Bovendien wordt bij het bepalen van de referentiesituatie in het planspoor geen link gelegd met de data van aanwijzing van de Natura 2000-gebieden. Tabel 6: Feitelijke, planologisch legale situatie (Referentie Wet natuurbescherming bestemmingsplan)
Locatie
Ammoniak (kg NH3/jr)
Toelichting
Laar 31 Nieuw Laar 5a
3.572,13 983,8
Laar 11 Laar 27 Schellekensveld 2 Oud Laar 17 Laar 19 Nieuw Laar 5 Plein 13-15 Totaal voortoets Wnb
0 0 0 0 0 0 0 4.556
Niet gerealiseerd: 15 dekberen, mestverwerking en algenteeltvijver Niet gerealiseerd: 37 rundvee (vergund situatie 1) of 105 fokzeugen + 27 rundvee (vergund situatie 2) Geen vee meer aanwezig Geen vee meer aanwezig Geen vee meer aanwezig Geen vee meer aanwezig Geen vee meer aanwezig Geen aanduiding paardenhouderij meer in bestemmingsplan Melkveehouderij beëindigd, paard hobbymatig, akkerbouw
Zowel Laar 31 als Nieuw Laar 5a beschikken over een onherroepelijke Wnb-toestemming die verleend is onder de voormalige Natuurbeschermingswet:
Laar 31 heeft een onherroepelijke Natuurbeschermingswetvergunning (verleend 3 juni 2016, kenmerk Z/006005-30767-PRO). Deze Nbwet-vergunning is verleend met toepassing van externe saldering.
Nieuw Laar 5a heeft een onherroepelijke omgevingsvergunning van 26 maart 2020 met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) in het kader van de Wet natuurbescherming, verleend met toepassing van artikel 2.2aa van het Besluit omgevingsrecht (3 december 2019). Deze vergunning ziet toe op twee situaties (zogenaamde of/of vergunning) en is voor een klein deel niet gerealiseerd.
72
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
4.4
Feitelijke situatie met correctie IOV (referentie MER)
Voor het beoordeling van de daadwerkelijke milieueffecten in het MER, moet ten aanzien van de in paragraaf 4.3 beschreven feitelijke, planologisch legale situatie ook de zekere toekomstige ontwikkelingen betrokken worden. Voor de veehouderijen in het plangebied zijn dit de eisen van de Verordening natuurbescherming, inmiddels onderdeel van de Interim Omgevingsverordening (IOV). De IOV stelt reductie-eisen voor de ammoniakemissie uit stallen. Iedere stal moet afzonderlijk voldoen aan deze eisen. Intern salderen is niet toegestaan. Voor de autonome ontwikkeling wordt uitgegaan van de strengste reductie-eis vanaf 1 januari 2028. Bij varkens wordt er vanuit gegaan dat een gecombineerde luchtwasser met 85% ammoniakreductie wordt toegepast. Dit gaat gepaard met (ten hoogste) 45% geurreductie en 80% reductie van fijn stof. De varkenshouderij Nieuw Laar 5a heeft luchtwassers die 85% en 95% ammoniak reduceren en voldoet al aan de IOV. De varkenshouderij op Laar 31 heeft luchtwassers die 70% en 85% ammoniak reduceren. De luchtwassers 70% moeten uiterlijk 2028 vervangen worden Als autonome ontwikkeling is uitgegaan van biologische gecombineerde luchtwassers 85%. Tabel 7: Feitelijke, planologisch legale situatie met correctie IOV (referentie MER)
Locatie
Ammoniak (kg NH3/jr)
Geur (OUE/sec)
Fijn stof (kg PM10 /jr)
Diersoort – ammoniakreductie % Eisen Beh en IOV
Laar 31 Nieuw Laar 5a Totaal referentie MER
1.951 983,8 2.935
46.706 41.495 88.201
148 185 333
Varkens - 85% Varkens - 85%
4.5
Overige bedrijvigheid
Voor de bestaande (niet-veehouderij) bedrijven in het plangebied wordt de huidige bestemming overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Op de locaties Groenstraat 28 en Plein 30 is de feitelijke situatie niet in overeenstemming met het bestemmingsplan en is een correctie van de begrenzing van het bestemmingsvlak nodig.
Laar 19: caravanstalling en eiergroothandel (bedrijfsbestemming) Groenstraat 31: bloemenkwekerij (agrarische bestemming). Groenstraat 33: hoveniersbedrijf (bedrijfsbestemming) Groenstraat 28: installatiebedrijf (bedrijfsbestemming) Plein 8: grondverzet- en loonbedrijf (bedrijfsbestemming) Plein 13: akkerbouwbedrijf (agrarische bestemming) Plein 30: Adviesbureau (bedrijfsbestemming) met hobbymatig paarden Koesteeg 7B: schildersbedrijf (bedrijfsbestemming met aanduiding opslag) Nieuw Laar 16: mini-camping (agrarische bestemming) Schellekensveld 7: camping (agrarische bestemming)
In het plangebied zijn verder kleinschalige (neven)activiteiten aanwezig. Dit zijn activiteiten zonder verkeersaantrekkende werking en zonder significante milieueffecten. Dit is en blijft geborgd in het bestemmingsplan en kan daarom buiten beschouwing gelaten worden in het MER.
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
73
P183326.014/ECO
4.6
Huidige waarden en kenmerken binnen het plangebied
In voorgaande paragrafen zijn de referentiesituaties beschreven ten aanzien van veehouderijen binnen het plangebied. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de aanwezige waarden en kenmerken binnen het plangebied.
4.6.1 Ruimtelijke en functionele structuur Het gebied ligt tegen de rand van de woonkernen Berlicum en Middelrode. Woonkavels en agrarische percelen wisselen elkaar af. Het dorp verandert geleidelijk naar buitengebied. Het dorps functioneren en agrarische bedrijfsvoering zijn hier met elkaar verweven. Voor dorpelingen is het plangebied een gewild woongebied. Ook is het een recreatief uitloopgebied voor het dorp (wandelen, fietsen). Voor bewoners van het buitengebied zijn de dorpse voorzieningen dicht bij. Het gebied was van oorsprong agrarisch van aard. In de loop der jaren is door uitbreiding het woongebied steeds dichterbij gekomen. Daarbij zijn afgelopen jaren in het gebied tussen de woonkern Berlicum en Laar-Nieuw Laar meerdere Ruimte voor Ruimte woningen toegevoegd en zijn een aantal voormalige agrarische bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoning. Hierdoor krijgt het plangebied steeds meer het karakter van een dorpsrand. Tussen het plangebied en de bebouwde kom van Berlicum is een sportpark en een manege aanwezig.
Figuur 16: Weergave van de verschillende aanwezige functies in het gebied Laar-Nieuw Laar
In het gebied zijn negen agrarische bouwvlakken gelegen, waarvan zeven met de aanduiding ‘intensieve veehouderij’. De ligging nabij het dorp zorgt voor veel dynamiek door veranderende functies op agrarische bedrijfskavels en ontwikkeling van nieuwe woningen. Vooral de veehouderijsector moet investeren in de bedrijfsvoering door de veranderende markt en door aangescherpte regelgeving. Enkele veehouders zijn genoodzaakt de bedrijfsvoering te beëindigen en moeten op zoek naar een nieuwe inkomstenbron en/of functie voor het agrarische bedrijfsperceel.
74
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
In het gebied vinden op verschillende locaties niet-agrarische bedrijfsactiviteiten en kleinschalige (neven)activiteiten plaats. Sommige bedrijvigheid is verwant aan de agrarische sector of het buitengebied (zoals kwekerij en hovenier). Andere bedrijven hebben geen functionele relatie met het buitengebied (zoals installatiebedrijf of adviesbureau). Ook worden er op verschillende locaties hobbymatig dieren gehouden, met name paarden en pony’s.
Figuur 17: Locaties binnen het plangebied (bron: Gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar); onderste foto rechterzijde van de weg veehouderij Nieuw Laar 5a en linkerzijde van de weg veehouderij Laar 31 (bron: Google Streetview)
Door het plangebied loopt een gasleiding, zie navolgende afbeelding.
Figuur 18: Ligging gasleiding (bron: Risicokaart Brabant)
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
75
P183326.014/ECO
4.6.2
Verkeer
De wegen binnen het gebied zijn lokale verharde wegen zonder doorgaande functie (geen ontsluiting op een weg van hogere orde of verbinding tussen woonkernen). In het plangebied liggen ook een aantal onverharde en halfverharde wegen ter ontsluiting van landbouwgronden. Het verkeer binnen in het plangebied grotendeels uit bestemmingsverkeer. Voor de veehouderijen in en rondom het plangebied vinden dagelijks zware transportbewegingen plaats voor met name aan- en afvoer van voer, vee, melk, mest. Verder rijden er landbouwvoertuigen van en naar de landbouwgronden in het plangebied. Door het beëindigen van de veehouderijactiviteiten op vijf intensieve veehouderijen en één melkveehouderij is de verkeersgeneratie in de feitelijke situatie al afgenomen ten opzichte van de vergunde situatie en de uitgangssituatie waarvoor de gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar is vastgesteld. Het zware vracht- en landbouwverkeer heeft in het verleden geleidt tot geluidhinder en verkeersonveilige situaties. In de feitelijke situatie betreft dit nog de verkeersgeneratie van Laar 31 (varkenshouderij en bouwbedrijf als nevenactiviteit en een vergunning voor mestverwerking) en Nieuw laar 5a (alleen varkenshouderij). Verder genereert de bedrijvigheid aan de Groenstraat (bloemenkwekerij en hovenier) en Plein (akkerbouw en grondverzet- en loonbedrijf) extra verkeer binnen het plangebied.
Ten aanzien van deze bedrijven zijn geen wijzigingen voorzien in het bestemmingsplan. De twee campings binnen het plangebied hebben een beperkte omvang en daarbij is de verkeersgeneratie (kampeer) seizoengebonden en bestaat daarbij vooral uit lichte verkeersbewegingen.
4.6.3
Natuur
Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (Habitatrichtlijngebied) ligt op ca. 7 km afstand ten westen van het plangebied. Op circa 14 km liggen ten westen en zuidwesten de Natura 2000-gebieden Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (habitatrichtlijngebied) en Kampina & Oisterwijkse Vennen (Vogel- en Habitatrichtlijngebied). Gezien de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden zijn alleen (mogelijke) effecten door stikstofdepositie relevant en kan afkomstig zijn van NH3- en NOx-emissies. Overige effecten zoals verstoring voor Natura2000 gebieden is op voorhand uit te sluiten gezien de grote afstand.
76
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
Figuur 19: Ligging Natura 2000 gebieden (bron: Kaartbank Brabant)
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek vormen samen één gebied ten zuidwesten van 's-Hertogenbosch. Hier gaat het beekdal van de Dommel over in het laagveengebied van de "Naad van Brabant". Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied basen minnende water- moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied waar kranswier-vegetaties wordt aangetroffen in sloten. De Moerputten is een natuurreservaat met een groot areaal aan blauwgrasland en elzenbroekbos. Het Bossche Broek is een moerassig gebied in de benedenloop van de Dommel, waar blauwgraslanden aanwezig zijn. Het hele Natura 2000-gebied is aangewezen als leefgebied voor twee soorten pimpernelblauwtjes, zeer zeldzame vlindersoorten. Deze vlinders vormen de kern van de instandhoudingsdoelstellingen. Een onnatuurlijk waterpeil en de vermesting op agrarische gronden heeft negatieve effecten voor het leefgebied van het pimpernelblauwtje. Naast de habitatsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd, komt in het gebied meer bijzondere fauna voor. Vooral voor vogels is Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek waardevol (o.a. watersnip, grutto, kievit, kwartelkoning, roodborsttapuit en blauwborst). Het hele Natura 2000-gebied is van belang voor weidevogels. Verder is het gebied van belang voor trekkende zwanen en ganzen.
In grote delen van het Natura 2000-gebied leven dassen en is specifiekere delen leven bijzondere soorten als pimpernelblauwtje, bittervoorn, heikikker, rugstreeppad, levendbarende hagedis en kamsalamander.
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
77
P183326.014/ECO
Tabel 8: Instandhoudingsdoelstellingen Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek
Doelstelling Habitattypen
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
H3140 H6410
Kranswierwateren Blauwgraslanden
Uitbreiding Uitbreiding
Verbetering Verbetering
H6510A H6510B H7140A
Glanshaver- en vossenstaart-hooilanden Overgangs- en trilveen
Uitbreiding
Verbetering
Behoud
Behoud
Afhankelijk van beheer Verdroging, vermesting en verzuring veroorzaken lokaal afname van de kwaliteit Bij voortzetting huidige beheer is uitbreiding te verwachten Verdroging, vermesting en verzuring veroorzaken lokaal afname van de kwaliteit
Doelstelling Habitatsoorten
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
H1059 H1061 H1145 H1149 H1831
Uitbreiding Uitbreiding Uitbreiding Behoud Behoud
Verbetering Verbetering Verbetering Behoud Behoud
Uitbreiding tot duurzame populatie Uitbreiding tot duurzame populatie Uitbreiding Behoud Behoud
Pimpernelblauwtje Donker pimpernelblauwtje Grote modderkruiper Kleine modderkruiper Drijvende waterweegbree
In de huidige situatie zijn alle habitattypen en leefgebieden in Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek afhankelijk van beheer. Bij het ontbreken van overstromingsdynamiek en door de hoge stikstofdepositie kan zonder beheer niet meer worden voldaan aan de randvoorwaarden die deze habitattypen aan hun omgeving stellen. Een afname van stikstofdepositie is noodzakelijk.
Loonse en Drunensen Duinen & Leemkuilen De Loonse en Drunense Duinen is een groot stuifzandgebied. In dit gebied zijn dikke pakketten dekzand afgezet. Deze dekzanden zijn in de loop der tijd begroeid geraakt met bos, maar door houtkap en overbeweiding kon het zand weer gaan stuiven en ontstonden de huidige Loonse en Drunense duinen. Het stuifzandgebied wordt omringd door uitgestrekte naald- en eikenbossen die aan de zuidkant aansluiten op een beekdal met alluviale bossen, moeras en vennen. Enkele kilometers ten zuiden liggen de Leemkuilen met gegraven plassen omgeven door moerasbos. Tabel 9: Instandhoudingsdoelstellingen Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
Doelstelling Habitattypen
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
H2310
Uitbreiding
Verbetering
Uitbreiding Behoud
Verbetering Behoud
Onderdruk door betreding, verbossing en vergrassing. Beperkt sprake van vergrassing Sprake van (versnelde) verlanding
Uitbreiding Behoud
Verbetering Behoud
Niet aanwezig, maar met potenties Kwaliteitsverbetering door beheer
H2330 H3130 H6410 H9160A
78
Stuifzandheiden met struikheide Zandverstuivingen Zwakgebufferde vennen Blauwgraslanden Eikenhaagbeukbossen
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
H9190 H91E0C
Oude eikenbossen Vochtige alluviale bossen
Behoud Uitbreiding
Behoud Verbetering
Kwaliteit onder druk door recreatie Uitbreiding en kwaliteitsverbetering door beheer en inrichtingsmaatregelen
Doelstelling Habitatsoorten
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
H1166 H1831
Uitbreiding Behoud
Verbetering Behoud
Behoud
Behoud
Uitbreiding. Populatie neemt toe. Behoud. In 2010 voor het laatst waargenomen, als zaadbank aanwezig. Behoud. In 2010 voor het laatst waargenomen, als zaadbank aanwezig.
H1831
Kamsalamander Drijvende waterweegbree Drijvende waterweegbree
Emissie van verzurende en vermestende stoffen in combinatie met verdroging en een gebrek aan natuurlijke dynamiek vormen het grootse knelpunt voor de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen. Een afname van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied is noodzakelijk.
Kampina & Oisterwijkse Vennen De Kampina & Oisterwijkse Vennen bestaat uit licht glooiend zandlandschap met bossen, vennen, bijzondere graslanden en heide. Beekdalen doorsnijden het landschap. De Kampina is vooral van belang vanwege de vennen, natte heide en de fraaie overgangen naar schraallanden (Smalbroeken). Deze unieke natuur is grotendeels afhankelijk van water. Het gebied is daarom aangewezen als Natte Natuurparel. Er leven zeldzame planten- en diersoorten, zoals de drijvende waterweegbree, kamsalamander en taigarietgans. Tabel 10: Instandhoudingsdoelstellingen Kampina & Oisterwijkse Vennen
Doelstelling Habitattypen
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
H2310
Uitbreiding
Verbetering
Uitbreiding Uitbreiding
Verbetering Verbetering
H3130
Stuifzandheiden met struikheide Zandverstuivingen Zeer zwak gebufferde vennen Zwak gebufferde vennen
Uitbreiding
Verbetering
H3160 H4010A
Zure vennen Vochtige heiden
Behoud Uitbreiding
Verbetering Verbetering
H4030
Droge heiden
Uitbreiding
Verbetering
H6410
Blauwgraslanden
Behoud
Verbetering
H7110B H7150
Actieve hoogvenen Pioniersvegetaties met snavelbiezen
Uitbreiding Uitbreiding
Verbetering Behoud
Matig ontwikkeld, onder druk door vergrassing, verbossing en betreding Matig ontwikkeld, kleine oppervlakte. Goed ontwikkeld, met potentie voor herstel. Goed tot matig ontwikkeld met potentie voor herstel. Goed tot matig ontwikkeld Matig ontwikkeld. Kwaliteitsverbetering door beheer. Goed en matig ontwikkeld. Kwaliteitsverbetering door beheer. Niet stabiel. Klein oppervlak, bosopslag en mogelijk verzuring. Kleine oppervlakte. Goed tot matig ontwikkeld.
H2330 H3110
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
79
P183326.014/ECO
H9190
Oude eikenbossen
Behoud
Behoud
H91E0C
Vochtige alluviale bossen
Behoud
Verbetering
Klein areaal. Kwaliteit onder druk door opslag naaldhout. Matig ontwikkeld.
Doelstelling Habitatsoorten
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
H1082
Uitbreiding
Verbetering
Kwetsbaar.
H1149 H1166
Gestreepte waterroofkever Kleine modderkruiper Kamsalamander
Behoud Uitbreiding
Behoud Verbetering
H1831
Drijvende waterweegbree
Uitbreiding
Verbetering
Stabiel. Maatregelen verbeterde oppervlakte en kwaliteit. Matige toename.
Doelstelling Broedvogels
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
A004 A276
Behoud Behoud
Behoud Behoud
Sterke afname. Stabiel.
Dodaars Roodborsttapuit
Doelstelling Niet broedvogels
Oppervlak
Kwaliteit
Opmerking
A039
Behoud
Behoud
Afname.
Taigarietgans
De voornaamste bedreigingen voor soorten in Kampina & Oisterwijkse Vennen zijn verdroging en stikstofdepositie. Een overmaat aan stikstofdepositie leidt tot verzuring van de bodem en het ondiepe grondwater en heeft een negatief effect op planten en dieren. In delen van Kampina & Oisterwijkse Vennen is herstel van de waterstructuur en een actief beheer nodig. Een afname van stikstofdepositie is in het hele Natura 2000-gebied nodig. Met name optische verstoring en geluid (recreatie) is relevant voor de vogelsoorten.
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het Natuurnetwerk bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNB. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNB ligt circa 1 kilometer ten noordoosten en zuidoosten. Gezien de relatief grote afstand tussen het plangebied en het NNB beperken de mogelijke effecten ten gevolge van de activiteiten in het gebied Laar-Nieuw Laar zich tot stikstofdepositie.
80
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
Figuur 20: Ligging Natuurnetwerk Brabant (bron: Kaartbank Brabant)
Figuur 21: Natuurbeheertypen Natuurnetwerk Brabant (bron: Kaartbank Brabant)
Het NNB ten oosten van het plangebied bestaat uit beheertype N16.03 Droog bos met productie en N16.04 Vochtig bos met productie. Dit bos bestaat uit verschillende bosopstanden. Dit bostype is veelal aangelegd op voormalige landbouwgronden. Ook het NNB ten noorden van het plangebied bestaat deels uit Droog bos met productie en deels uit Vochtig bos met productie. Hiernaast is ook de volgende beheerstypen aanwezig: N10.02 Vochtig hooiland aanwezig, ontstaan door de ontginning van moerassen of natte bossen en door langdurig gebruik als hooiland. Vochtige hooilanden zijn bloemrijke
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
81
P183326.014/ECO
graslanden en zijn van belang als leefgebied voor veel bijzondere soorten, maar zijn door ontginning, ontwatering en bemesting zeldzaam geworden. N06.06 Zuur ven en hoogveenven aanwezig. Deze vennen omvatten door regenwater gevoede, stilstaande wateren. Het water is (matig) zuur en voedselarm. Zuur ven of hoogveenven is van belang gezien de zeldzaamheid van hieraan gebonden soorten en wordt bedreigd door slechte luchtkwaliteit en verdroging. N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland aanwezig en dit type is oa. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en zoogdieren.
Zeer kwetsbare gebieden Wet ammoniak en veehouderij (Wav-gebieden) Het plangebied ligt op circa 1 km afstand van het dichtstbij gelegen Wav-gebied. Dit betekent dat de Wet ammoniak en veehouderij geen beperkende werking heeft voor de veehouderijen binnen het plangebied. Deze gebieden zijn voor verzuring gevoelige gebieden en maken ook onderdeel uit van het Natuurnetwerk.
Figuur 22: Ligging zeer kwetsbare gebieden Wav (bron: Kaartbank Brabant)
82
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
4.6.4
Landschap
Het landschap in het gebied Laar- Nieuw Laar is de laatste 150 jaar ingrijpend veranderd. De grootschalige openheid van de oude bouwlanden is verdwenen door de uitbreiding van de kernen Berlicum en Middelrode. De kleinschalige percelering die van oorsprong in de noordoostkant van het gebied voor kwam, heeft plaats gemaakt voor grotere en beter te bewerken landbouwkavels. Daarbij is de beplanting aan de perceelsranden veelal verdwenen. Vrijwel alle gebouwen zijn in de tweede wereldoorlog verwoest. Wat er nu staat is bijna allemaal van na die periode. De hoeveelheid bebouwing en de maatvoering van gebouwen is bovendien veel groter. De loop van de Wambergsche Beek is verlegd, zodat deze waterloop past binnen de nieuwe verkaveling van het gebied. En hoewel het wegenpatroon bijna overal zijn oorspronkelijk verloop nog heeft, zijn de wegen zelf breder geworden en verhard. Dat het landschap ingrijpend veranderd is, wil niet zeggen dat het daarmee niet van waarde is of onaantrekkelijk oogt. Vooral tegen de dorpsrand is het kleinschalig, besloten en erg groen door de vele beplante erven en het dichte patroon van met bomen omzoomde lanen. Verder van de dorpsrand af wordt het landschap steeds grootschaliger met fraaie vergezichten.
In het hele gebied geven de beplante wegen het landschap structuur, maat en schaal en bieden ze tegenwicht aan de grootschaligere agrarisch gebruikte ruimtes die tussen die wegen in liggen. Het contrast tussen de door beplanting en erven besloten wegen en de open ruimtes is een belangrijke kwaliteit van het gebied. Ook de erven zijn fraai, met veel opgaand groen wat vaak een mooie tegenhanger vormt voor de op het erf aanwezige bebouwing. De bebouwing zelf is niet monumentaal, maar wel aantrekkelijk met over het algemeen een ‘gebiedseigen’ architectuur.
Figuur 23: Huidige landschappelijk inpassing binnen het plangebied
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
83
P183326.014/ECO
Door de dynamiek in het gebied staat de landschappelijke kwaliteit onder druk: • Door de toename van de hoeveelheid bebouwing komt de openheid, landelijkheid en het groene karakter in het geding. • Wanneer bebouwing erg groot is (met name moderne stallen) past die niet meer in de maat en schaal van het landschap en worden de gebouwen storende elementen. • Bedrijfsbeëindiging gaat gepaard met de afbraak van stallen en schuren. Vaak komt daar (minder) nieuwe bebouwing voor terug. Op zich is dat een positieve ontwikkeling, mits die nieuwe bebouwing en de bijhorende erfinrichting passend zijn voor het gebied. Bedrijfsbeëindiging kan ook gepaard gaan met het verlies van de functie van de bijhorende agrarische gronden, vooral wanneer die gronden te klein zijn om een nieuwe rol te krijgen in de agrarische bedrijfsvoering. Geen agrarisch gebruik kan leiden tot ander gebruik, braak liggende percelen, versnippering en verrommeling van het buitengebied. Dit komt met name de open ruimtes in het landschap niet ten goede. • Toename van verkeer (en toename van zwaar verkeer) vermindert de kwaliteit als woongebied en maakt wandelen en fietsen minder aantrekkelijk.
Vooral in de noordelijke hoek van het plangebied (Plein en Nieuw Laar vanaf Laar tot Plein) staat de kwaliteit van het landschap onder druk omdat de beplanting langs de wegen hier grote openingen vertoont én omdat robuuste erfbeplantingen ontbreken rond de erven met de meest grootschalige bebouwing. Maar ook tegen de dorpsrand (rond Oud Laar en de kruising De Oude Ploeg – Groenstraat) dreigen ontwikkelingen de kwaliteit van het landschap in negatieve zin te beïnvloeden. Hier zijn het vooral het toekomstig gebruik van vrijkomende bebouwing, het duurzaam open houden van kleinere agrarische percelen en de bouw van burgerwoningen die voor een uitdaging zorgen.
Figuur 24: Knelpunten in het landschapsbeeld (Bron: Landschapsplan Laar- Nieuw Laar)
84
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
De erven ondersteunen het groene raamwerk van beplante wegen. Ze zijn op een enkele uitzondering na fraai, vaak met zorg ingericht en voorzien van mooie uitgegroeide boombeplanting die een goed tegenwicht vormen voor de bebouwing op het erf. Bij de drie grootste bedrijven in het gebied is de verhouding groen/bebouwing zoek. Hier is te veel bebouwing en veel te weinig groen. Het groen dat er staat is niet robuust genoeg om tegenwicht te bieden aan de grote bouwmassa’s: het ontbreekt aan volume en hoogte. Op basis van de bestaande kwaliteiten van het gebied, de kansen en knelpunten en de veranderingen die te verwachten zijn, is een landschapsvisie voor het gebied Laar-Nieuw Laar ontwikkeld. Deze visie zet in op het behoud en verder ontwikkelen van de identiteit van het landschap van Laar – Nieuw Laar. Deze landschapsvisie wordt in het bestemmingsplan door vertaald. In de bijlagen bij de regels van het bestemmingsplan zijn voor de te ontwikkelen locaties landschappelijke inpassingsplannen of een uitwerking van de landschappelijke kaders opgenomen.
4.6.5 Bodem en water Binnen het plangebied liggen geen beschermingszones voor grondwateronttrekkingen. Deze liggen op een afstand van circa 1 km en meer. Deze beschermingszones liggen rondom NNB en Natte natuurparels. Het plangebied ligt ook niet in een beschermingszone rondom een waterwingebied. Ten noorden van het plangebied ligt op ca. 1,4 km een beschermingszone voor grondwaterwinning rondom waterwingebied Nuland. Ten oosten ligt op ca. 1,9 km afstand een boringsvrije zone rondom waterwingebied Loosbroek.
Figuur 25: Grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Kaartbank Brabant)
Binnen het gebied liggen kleinere waterlopen waaronder de Wambergsche Beek. Deze waterloop lijkt in de huidige situatie op een willekeurige kavelsloot, heeft geen ‘natuurlijk’ verloop en heeft een diepe ligging en steile taluds. Deze waterloop heeft echter de potentie om tot een aantrekkelijk landschapselement te worden ontwikkeld.
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
85
P183326.014/ECO
Figuur 26: Weergave ligging Wambergsche Beek (bron: Kaartbank Brabant)
Het plangebied ligt geohydrologisch gezien in een dekzandgebied dat aan de zijde van Berlicum doorsneden wordt door een beekdal. In het beekdal is sprake van een min of meer natuurlijke grondwaterhuishouding. Het grondwater op de (hogere) zandgronden wordt sterk door de landbouw beïnvloed.
Figuur 27: Geomorfologische waarden plangebied
86
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
Figuur 28: Bodemkaart plangebied
4.6.6 Cultuurhistorie en archeologie Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Sint-Michielsgestel (2010) heeft geldt voor een groot deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. Ook zijn er binnen het plangebied enkele zones met een middelhoge archeologische verwachting. Daarnaast zijn er enkele gebieden met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een cultuurhistorisch element, een object uit de database van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) of een historische dorpskern.
Figuur 29: Archeologische beleidskaart Sint-Michielsgestel, 2010
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
87
P183326.014/ECO
In het plangebied zijn volgens de MIP-objectendatabase 4 gemeentelijke momenten aanwezig: Plein 30: langgevelboerderij Nieuw Laar 25: boerderij Zandstraat 53: schuur Plein 13: krukboerderij De krukboerderij Plein 15 is aangemerkt als Rijksmonument. Archeologisch vooronderzoek Voor het hele plangebied is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan). Doel van het archeologisch vooronderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan. Voor de 19 locaties die op dit moment een agrarische bestemming hebben en die straks de enkelbestemming wonen of bedrijf krijgen en voor locaties waar de functieaanduiding in het nieuwe bestemmingsplan gaat wijzigen is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Voor 10 locaties waar daadwerkelijk gebouwd gaat worden is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd.
Figuur 30: Onderzoekslocaties archeologisch onderzoek (bron: BOOT)
In de volgende Tabel 11 zijn de conclusies van het archeologisch onderzoek samengevat:
88
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
Tabel 11: Conclusies archeologisch bureau- en booronderzoek en advies dubbelbestemming
Gezien de aangetroffen verstoringen binnen het plangebied, het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen, en de aangetroffen landschappelijke situatie kan worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is.
4.6.7 Leefbaarheid en gezondheid Door de combinatie van verschillende intensieve veehouderijen en relatief veel burgerwoningen in de omgeving, is in het gebied Laar- Nieuw Laar in Berlicum sprake van een overbelaste situatie door geur, fijnstof en zware verkeersbewegingen en beleving daarvan door omwonenden. Met name door de direct omwonenden van de intensieve veehouderijen wordt overlast in de vorm van geur, fijnstof, ongedierte (vliegen), verkeersonveilige situaties en geluid ervaren. Daarnaast maken omwonenden zich zorgen over hun gezondheidssituatie vanwege mogelijke negatieve effecten van geur, fijnstof, ammoniak en risico op infectieziekten.
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
89
P183326.014/ECO
Figuur 31: Indicatieve achtergrondbelasting geur vergund en Referentie MER (incl. emissies van stoppers) Bijlage B-6
Figuur 32: Indicatieve endotoxine contouren vergund en Referentie MER (incl. bijdrage stoppers) Bijlage B-6
Figuur 33: Indicatieve bijdrage concentratie fijnstof (PM10) van veehouderijen vergund en Referentie MER (incl. stoppers) Bijlage B-6
90
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
P183326.014
Figuur 34: Kaart bestaande achtergrondconcentraties PM10 (Bron: RIVM, 2020)
In hoofdstuk 6 worden de emissie gerelateerde milieueffecten, met name geur, fijn stof en endotoxinen ten gevolge van veehouderij nader gekwantificeerd.
Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)
91