Bijlage 3 - Bijlagen bp Groot Grinsel 12-16 Den Dungen
Tekst van het document
Een toename van stik-stofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit
zenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Ver-
te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening voor
volgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk
zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toe-
geacht.
name van stikstofdepositie plaatsvindt. Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
7
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. Ook is voor het te verwijderen struweel geen gemeentelijke kapvergunning nodig. Desondanks is een groene woonomgeving altijd waardevol, voor je gezondheid en de biodiversiteit. Geadviseerd wordt om het te verwijderen groen weer terug te brengen in het plan of in de directe omgeving.
Figuur 10:
Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
8
5
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,
Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(artikel 3.5 Wnb)
(artikel 3.10 Wnb)
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit
gen Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
lingen per regime weergegeven.
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-
-
de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en
fende vogelsoort
de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In
-
het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
9
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen
plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-
5.2
Vleermuizen
bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt
doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,
Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-
de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht
zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,
houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Het appartementencomplex heeft een plat dak met bitumen bedekking,
rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart en
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de
waardoor geschikte nestgelegenheid voor vogels onder het dak kan wor-
watervleermuis.
kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-
den uitgesloten. In de gevels en dakranden zijn geen kieren of gaten aan-
ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor
wezig die groot genoeg zijn om als broedholten voor een gebouwbroe-
In de gevels van het appartementencomplex zijn meerdere open stootvoe-
alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze
dende vogelsoort als huismus of gierzwaluw te dienen. Het te verwijderen
gen aanwezig, welke toegang geven tot ruimten in de spouw. Daarnaast
beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.
opgaand groen kan wel dienen als rust- en foerageergebied voor de huis-
zijn er plaatselijk smalle kieren langs de dakbetimmering aanwezig. De
mus. In de omgeving is echter ruim voldoende alternatief leefgebied aan-
aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een gebouwbewonende
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
wezig in de vorm van tuinbeplanting en openbaar groen. Tijdens de
vleermuissoort binnen het appartementencomplex kan niet worden uitge-
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
quickscan zijn daarnaast geen waarnemingen van huismus gedaan. In de
sloten. Het opgaand groen op de zuidoostgrens betreft jong struweel, en
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens
er zijn geen bomen met holten, kieren of loshangede stukken schors aan-
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en
getroffen. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een boom-
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst,
bewonende vleermuis kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is geen
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
heggenmus, zwartkop, winterkoning, en houtduif tot broeden komen.
sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen,
den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-
5.1.1
standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een
fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel
5.2.1
nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-
Bij de sloop van het gebouw bestaat de kans dat er één of meerdere ver-
5.1
Vogels
Toetsing
oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing
fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand
blijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van
Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-
groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen
vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient
terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-
overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de
duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van
lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-
Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het
een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt
ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode
broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot
bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of
in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid
het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw
van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de
alvorens er mag worden gesloopt.
bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de
aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld
functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-
van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De
gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de
voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-
5.3
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-
standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
10
den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-
5.3.1
rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-
geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-
niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-
bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat
vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-
bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-
van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook
plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-
stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-
uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-
doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name
treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is
lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.
een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen
het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-
kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
teel) aanwezige individuen.
worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, eekhoorn, das, waterspitsmuis en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner
Toetsing
5.5.1
5.6
Toetsing
Vissen
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan
5.4
Reptielen
deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De
5.6.1
waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving.
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen
Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat
zijn op voorhand uitgesloten.
voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
5.7
Toetsing
Ongewervelde diersoorten
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van 5.4.1
Toetsing
grote vos, iepenpage, teunisbloempijlstaart en sierlijke witsnuitlibel. Al
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op
deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in
voorhand uitgesloten.
het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig
dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in poten-
5.5
Amfibieën
tie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Binnen het plangebied zijn geen
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als
libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezig-
sporen, zoals uitwerpselen of prooidieren, of potentiële verblijfplaatsen in
bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
heid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend
de bebouwing of opgaand groen aangetroffen die duiden op de aanwezig-
Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-
hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten.
heid van de steenmarter. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten
bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde poelkikker, heikikker, Al-
Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat
of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eet-
penwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat
aanwezig.
sporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het ge-
echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwe-
bruik van het plangebied door de das. Gezien het ontbreken van opper-
zigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijker-
5.7.1
vlaktewater kan de aanwezigheid van waterspitsmuis en bever op voor-
wijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde onge-
hand worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger be-
van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepas-
wervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten
schermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de versprei-
sing.
habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde
Toetsing
dingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
11
5.8
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als bokkenorchis, groot spiegelklokje, knolspirea en wilde ridderspoor. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. 5.8.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
12
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
6.1
Vervolgtraject en advies
Voor het verwijderen van aanwezige verblijfplaatsen dient een ontheffing
6.1.1
Soortgericht onderzoek
te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in
De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevol-
dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een ontheffings-
gen hebben voor vleermuizen, wat een overtreding van de verbodsbepa-
aanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridi-
lingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortge-
sche en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werk-
richt vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige si-
zaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang,
tuatie verblijfplaatsen aanwezig zijn van de betreffende soort(groep)en.
een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het ver-
Een vervolgonderzoek naar vleermuizen loopt van half mei tot en met eind
krijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de
september.
aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien.
Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een vleer-
De ODBN neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aan-
muizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen
vraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.
het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties.
Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt.
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
13
7
Samenvatting
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 3,9 km
Nee
-
Geen rekenresultaten bo-
wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor
ven 0,00 mol/ha/j
bepaalde soortgroepen te voorkomen. Natuurnetwerk Nederland
Ca. 1 km
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Jaarrond be-
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp
Globale broedseizoen loopt van maart tot
maken of controle vooraf
half augustus
Nee
Nee
-
-
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar gebruik van ge-
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ont-
bouw door vleermuizen
heffing nodig
schermd Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
14
8
Geraadpleegde bronnen
Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in Noord-Brabant) Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.
huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming) Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Bronnen Noord-Brabant Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)
Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
15
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Groot Grinsel, Den Dungen
16
Bijlage 4 Stikstofdepositieonderzoek
64
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
notitie
projectnaam AERIUS-berekening Groot Grinsel 12-16 datum 17 mei 2023 projectnummer P06157 opdrachtgever Collins Foods Netherlands Operations B.V. Opgesteld door KTj
1. Inleiding
Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11
In Den Dungen aan het Groot Grinsel ter hoogte van nummer 12-16 is
van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient vol-
een verouderd pand aanwezig met zeven appartementen. Het voorne-
doende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder
men bestaat om het bestaande gebouw te slopen om ruimte te maken
meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel moge-
voor de bouw van negen sociale huurappartementen inclusief parkeer-
lijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kun-
gelegenheid. Het plangebied is gelegen aan Groot Grinsel in Den Dun-
nen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet
gen, onderdeel van de gemeente Sint-Michielsgestel. Het plangebied
natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten be-
staat kadastraal bekend als Den Dungen sectie D, nummer 270 en heeft
vat om schadelijke handelingen in Natura 2000-gebieden te beperken.
een oppervlakte van ca. 690 m2.
Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vast te leggen, die eenieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.
2. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden Wettelijk kader
Doorwerking plangebied
Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuur-
Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
gebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna,
aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura
door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de
2000-gebied van het projectgebied is “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’, gelegen op circa 3,9 kilometer. Zie figuur 1.
aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied in-
Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99 info@bro.nl www.bro.nl
standhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats
Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zo-
vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is
als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de
het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te
afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uit-
verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Na-
gesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een
tura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats
logiesgebouw betreft, kan een significante toename aan stikstofdeposi-
van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect
tie tijdens de gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden van-
kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ver-
wege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Der-
der geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plan-
halve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd.
nen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming).
1/6
3. Het planvoornemen Initiatiefnemer is voornemens de realisatie van sociale huurwoningen aan het Groot Grinsel ten hoogte van nummer 12-16 te Den Dungen. In de huidige situatie is een bestaand pand aanwezig dat ruimte biedt voor 7 appartementen. De bebouwing dateert uit 1967, is verouderd en er is sprake van betonrot. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing te slopen om plaats te maken voor een nieuw appartementengebouw dat ruimte moet bieden voor 9 sociale huurwoningen, met ieder een oppervlak van circa 68 m2. De nieuwe bebouwing zal bestaan uit drie bouwlagen, met op elke bouwlaag drie appartementen. De appartementen zullen gerealiseerd worden met een balkon, gelegen binnen de gevellijn. Aan de zuidwestzijde van het plangebied wordt een bijgebouw gerealiseerd, in dit gebouw zal voor ieder appartement een afzonderlijke berging worden gerealiseerd. Tevens is op eigen terrein ruimte voor zeven parkeerplaatsen. Het plangebied is te bereiken vanaf de Bosscheweg, over de Litserstraat om vervolgens af te slaan op het Groot Grinsel. Tevens kan vanaf de N616 over het Hooidonk, die vervolgens opgaat in de Litserstraat afgeslagen worden op het Groot Grinsel. Figuur 1 geeft de ligging van beide plangebieden weer ten opzichte van de projectlocatie ten opzichte het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.
Figuur 1: Plangebied aangeduid middels rode omlijning, en de afstand tot het dichts gelegen Natura-2000 gebied. De extra meetpunten voor de gebieden gelegen in België zijn ook aangeduid.
AERIUS-berekening Groot Grinsel 12-16
2/6
4. AERIUS-berekening
(Mobiele) werktuigen
Verkeer sloop, bouw en aanleg
Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege
Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld
Ten behoeve van de herontwikkeling vinden ook verkeersbewegingen
stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit
gebruik van mobiele werktuigen bij bouw van een verblijfsgebouw van
plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale
deze berekening blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase
soortgelijke grootte. De berekening is uitgevoerd aan de hand van de
verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 2. De bewegingen zijn over
géén rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen is de
verstrekte gegevens door de ontwikkelaar. Het brandstofverbruik is be-
de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen
rekend aan de hand van de volgende formule uit het “Instructie gege-
in twee richtingen zijn ingevoerd tot de nabijgelegen gebiedsontslui-
vensinvoer voor AERIUS Calculator 2022” (januari 2023, BIJ12):
tende wegen. Deze lijnbronnen lopen over het Groot Grinsel en de Lit-
door AERIUS gegenereerde rapportage voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document worden de inge-
serstraat, waarvan vervolgens het verkeer opgaat in het heersend ver-
voerde gegevens kort toegelicht.
keersbeeld op de Bosscheweg. Aanlegfase
Hierin is “B” het brandstofverbruik in [L/u], volgens de relatie op basis
Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk
Ter plaatse van de locatie wordt een appartementencomplex gereali-
van het AUB rapport van TNO2 en is “Pmax” het maximale vermogen van
seerd met een footprint van circa 300 m2. Het aanwezige pand op de
plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de be-
het werktuig [kW]. Voor de inzet van mobiele werktuigen is gerekend
wegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar
planlocatie wordt gesloopt. Bij het planvoornemen wordt gebruik ge-
met Stageklasse V die ten tijde van de realisatie gemiddeld 5 jaar oud
de bijgevoegde AERIUS calculator.
maakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegin-
zijn. De mobiele werktuigen op diesel zullen allemaal worden voorzien
gen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is be-
van 6% AdBlue om de stikstofdioxide (NOx) uitstoot te verlagen. Zie
Conclusie
rekend. Het bouwproces neemt naar verwachting minder dan een jaar in
hiervoor tabel 1 en bijgevoegde AERIUS- rapportage.
Het rekenresultaat is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De aanlegfase zorgt
beslag voor de bouwfase. Er is uitgegaan van het bouwjaar 2024.
dan ook niet voor negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Hoewel de berekening uitkomt, kan er bij uitvoering gekozen worden om mobiele werktuigen elektrisch in te zetten om de stikstofdepositie verder te reduceren.
Tabel 1 Mobiele werktuigen aanlegfase Werktuig
Bouwjaar
Brandstof
Vermogen
Draai-
Brandstof-
Tot. brandstof-
AdBlue (liters
Totale emis-
Totale emis-
(kW)
uren
verbruik per
verbruik
per jaar)
sie (kg NOx/j)
sie (kg NH3/j)
uur1
1 2
Graafmachine Sloop
va 2019
Diesel
140
30
13.84
415
25
2.3
99.6
Tabel 2 Bouwverkeer aanlegfase
Verreiker
va 2019
Diesel
80
70
8.14
570
34
3.5
0.1
Bouwverkeer
Graafmachine
va 2019
Diesel
140
140
13..84
1938
116
11.3
0.5
Bedrijfsbusjes (licht verkeer)
420
Mobiele kraan
va 2019
Diesel
140
135
13.84
1668
112
10.8
0.4
Middelzwaar verkeer
36
Betonwagen/ -pomp
va 2019
Diesel
300
180
29.04
5227
314
29
1.3
Zwaar vrachtverkeer
36
Verkeersgeneratie in totaal (jaar)
Berekend aan de hand van formule uit hoofdstuk 8.4 van: BIJ12 in opdracht van RIVM, ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022’ (januari 2023), p. 44. Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305, p. 26
AERIUS-berekening Groot Grinsel 12-16
3/6
Gebruiksfase
over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor meer infor-
De nieuwbouw zal gasloos worden ontwikkeld. Deze bebouwing zorgt
matie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage.
dan ook niet voor een emissie van stikstof. Wel zorgt de bouw van vergroting van de verkeersgeneratie. De toename van de verkeersgenera-
Conclusie
tie zorgt zodoende voor een stikstofemissie. Er is er voor de gebruiks-
Het rekenresultaat met de ingevoerde verkeersbewegingen is niet hoger
fase is uitgegaan van het rekenjaar 2024.
dan 0,00 mol/ha/j. De gebruiksfase zorgt dan ook niet voor negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.
De toevoeging van appartementen zorgt voor een toename van de verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. Voor de berekening zijn echter de bestaande verkeersbewegingen van de bestaande
5. Resultaten en conclusie
woningen niet verrekend. Er is dus uitgegaan van de verkeersgeneratie
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de gebruiksfase en de
van de toevoeging van 9 appartementen. Voor de berekening is gebruik
aanlegfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee
gemaakt van de CROW-381 publicatie. Er is uitgegaan van de gemid-
kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden van-
delde kencijfers passend bij de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’, ge-
wege stikstofdepositie uitgesloten worden.
biedstype ‘centrum’. De gemeente Sint-Michielsgestel hanteert voor sociale huur woningen de parkeercijfers voor twee-onder-een-kap koopwo-
Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ont-
ningen. Daarom is voor de berekening van de verkeersgeneratie uitge-
wikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er
gaan van de gemiddelde CROW-cijfers voor twee-onder-een-kapwonin-
van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn,
gen. De gemiddelde verkeersgeneratie bedraagt 7,6 motorvoertuigbe-
geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.
wegingen per etmaal. De verkeersgeneratie voor de 9 appartementen bedraagt 68,4 motorvoertuigen per etmaal. Er zijn 72 lichte verkeersbewegingen als lijnbron over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd tot de dichtstbijzijnde gebiedsontsluitende weg. Er zijn twee lijnbronnen uitgezet. Lijnbron 1 loopt over het Groot Grinsel, die ontsluit op de Litserstraat, vanaf hier ontsluit de lijnbron zicht ten zuiden op de Bosscheweg. Lijnbron 2 loopt over het Groot Grinsel, ontsluit op de Litserstraat, vervolgens eindigt de lijnbron ten noorden op de kruising van de Tuinstraat met de Litserstraat, waar het verkeer is opgegaan in het heersend verkeersbeeld. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid
AERIUS-berekening Groot Grinsel 12-16
4/6
Bijlage 1 - AERIUS stikstofberekening aanlegfase
AERIUS-berekening Groot Grinsel 12-16
5/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BRO Groot Grinsel 14, 5275 BZ Den Dungen P6157 Bouwfase appartementen Groot Grinsel
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RNHqReAEwmT8 17 mei 2023, 11:35 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Groot Grinsel Den Dungen Bouwfase - Beoogd Groot Grinsel Den Dungen Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RNHqReAEwmT8 (17 mei 2023)
2024 -
2,4 kg/j
57,2 kg/j
2/7
Projectberekening
Groot Grinsel Den Dungen Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werktuigen Verkeersnetwerk
RNHqReAEwmT8 (17 mei 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,4 kg/j 9,4 g/j
56,9 kg/j 0,3 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RNHqReAEwmT8 (17 mei 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Groot Grinsel Den Dungen Bouwfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RNHqReAEwmT8 (17 mei 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Groot Grinsel Den Dungen Bouwfase , Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Werktuigen X:153857,58 Y:408579,6 0,05 ha
Graafmachine Sloop
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Verreiker
Stage-V, >= 2019 , 56-75 kW, diesel, SCR: ja
570 l/j
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1938 l/j
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1868 l/j
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
5227 l/j
Naam
Graafmachine Mobiele kraan Betonwagen/ pomp 2
NOₓ NH₃
Stageklasse
Brandstofverbruik
415 l/j
RNHqReAEwmT8 (17 mei 2023)
Max. snelheid
30 u/j
25 l/j
Stof Emissie
NOₓ
70 u/j
34 l/j
NOₓ NH₃
140 u/j 116 l/j
NOₓ NH₃
135 u/j 112 l/j
NOₓ NH₃
Bouwverkeer zuid X:153739,66 Y:408565,64 458,80 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Draaiuren AdBlue verbruik
NH₃
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
56,9 kg/j 2,4 kg/j
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
180 u/j 314 l/j
NOₓ NH₃
2,3 kg/j 99,6 g/j 3,5 kg/j 0,1 kg/j 11,3 kg/j 0,5 kg/j 10,8 kg/j 0,4 kg/j 29,0 kg/j 1,3 kg/j
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 40,0 g/j Hoogte - NH₃ 5,2 g/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
420,0 p/jaar 36,0 p/jaar 36,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
3
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
bouwverkeer noord X:153792,81 Y:408712,35 375,77 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 32,7 g/j Hoogte - NH₃ 4,3 g/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
420,0 p/jaar 36,0 p/jaar 36,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RNHqReAEwmT8 (17 mei 2023)
7/7
Bijlage 2 - AERIUS Stikstofberekening gebruiksfase
AERIUS-berekening Groot Grinsel 12-16
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BRO Groot Grinsel 14, 5275 BZ Den Dungen P06157 Gebruiksfase appartementen Groot Grinsel
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RaDJau9LoF3c 16 mei 2023, 16:08 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Groot Grinsel Den Dungen - Beoogd Groot Grinsel Den Dungen - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RaDJau9LoF3c (16 mei 2023)
2024 -
0,3 kg/j
5,3 kg/j
2/6
Projectberekening
Groot Grinsel Den Dungen (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1
RaDJau9LoF3c (16 mei 2023)
Wonen en Werken | Woningen | Plangebied Verkeersnetwerk
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j
5,3 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RaDJau9LoF3c (16 mei 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Groot Grinsel Den Dungen " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RaDJau9LoF3c (16 mei 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Groot Grinsel Den Dungen , Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Woningen
Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:153857,58 Warmteinhoud Y:408579,6 Spreiding Oppervlakte 0,05 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Wegverkeer woningen zuid X:153739,66 Y:408565,64 458,80 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
1,0 m 0,000 MW 1m
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Wegverkeer woningen noord X:153792,81 Y:408712,35 375,77 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 2,9 kg/j Type scherm - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
72,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 2,4 kg/j Type scherm - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
72,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RaDJau9LoF3c (16 mei 2023)
6/6
Bijlage 5 Bodemonderzoek
84
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest
Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen In opdracht van: BRO
Inhoud 1
2
Inleiding ................................................................................................................. 4
Vooronderzoek ....................................................................................................... 6
2.1
Werkwijze ................................................................................................................................................................ 6
2.3
Historische informatie........................................................................................................................................... 7
2.2 2.4
3
3.1
Hypothese ............................................................................................................................................................. 10
3.3
Uitvoering veldwerk ............................................................................................................................................ 11
3.4 3.5
Zintuigelijke waarnemingen .............................................................................................................................. 11 Uitvoering laboratoriumonderzoek .................................................................................................................. 12
4.1
Analyseresultaten grond ..................................................................................................................................... 14
4.3
Analyseresultaten grondwater........................................................................................................................... 16
Analyseresultaten asbest .................................................................................................................................... 15
Conclusie ...............................................................................................................17
5.1
Resultaten grond ................................................................................................................................................. 17
5.3
Resultaten grondwater ....................................................................................................................................... 17
5.2 5.4
6
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................................................... 10
Resultaten .............................................................................................................14
4.2
5
Geohydrologische gegevens ................................................................................................................................ 9
Uitvoering onderzoek ............................................................................................10
3.2
4
Locatiegegevens .................................................................................................................................................... 7
Resultaten asbest in grond ................................................................................................................................. 17 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................................ 18
Betrouwbaarheid onderzoek .................................................................................19
Bijlagen
Bijlage 1: Locatiekaart
Bijlage 2: Situatietekening Bijlage 3: Boorprofielen
Bijlage 4: Toetsingstabellen
Bijlage 5: Analysecertificaten
Bijlage 6: Definitie achtergrond, streef en interventiewaarden
3
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen 4 september 2023
1 Inleiding
BRO heeft Lycens B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van onderhavig verkennend bodemonderzoek op
de locatie Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen. Voor de ligging van deze locatie wordt verwezen naar bijlage 1, de locatiekaart.
De aanleiding voor het onderzoek is de geplande planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie.
Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke
verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie.
Hiervoor is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beoordeeld door het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grond- en grondwatermonsters.
De onderzoekslocatie, met een oppervlakte van circa 690 m2 bevindt zich binnen de bebouwde kom van Den Dungen. De situering van de onderzoekslocatie wordt weergegeven in onderstaand figuur. Het voornemen
bestaat om de huidige bebouwing te slopen en nieuwe huurappartementen inclusief parkeergelegenheid te realiseren.
Afbeelding. 1.
4
Situering onderzoekslocatie
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen 4 september 2023
Het onderzoek is conform de Nederlandse Normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (NEN5740) en "Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond" (NEN5707) uitgevoerd.
Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf.
In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. De opzet van het onderzoek wordt in
hoofdstuk 3 en de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden in hoofdstuk 4 beschreven. Tot slot
worden in hoofdstuk 5 de resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek weergegeven en worden aanbevelingen geformuleerd.
5
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen 4 september 2023
Historisch beeldmateriaal
Voor het historisch onderzoek zijn de topografische kaarten van 1890 tot op heden bestudeerd. In onderstaande afbeeldingen zijn van de jaartallen 1962, 1978, 2006, 2021 kaartuitsneden weergegeven (opvolgend).
Op basis van historische topografische kaarten kan worden opgemaakt dat de onderzoekslocatie tot 1978 in agrarisch gebruik is geweest. Op kaarten vanaf 1978 is de huidige bebouwing ter plaatse van de
onderzoekslocatie zichtbaar. Sindsdien is de terreinindeling van de onderzoekslocatie voor zover bekend niet
meer significant gewijzigd. Verder is tot 1970 een sloot zichtbaar die de onderzoekslocatie doorkruist. Deze sloot is mogelijk rond 1970 gedempt. Er zijn geen concrete gegevens bekend ten aanzien van de demping (bij de gemeente). Er wordt vanuit gegaan dat de sloot is gedempt met gebiedseigen materiaal.
8
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen 4 september 2023
Informatie Provincie/Omgevingsdienst/ Gemeente Sint-Michielsgestel
Uit de bestudeerde digitale informatie blijkt dat er, voor zover bekend, op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden.
Beschikbare onderzoeksrapporten
Voor zover bekend, is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd.
Conclusie
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie ten aanzien van chemische parameters en asbest als onverdacht beschouwd.
2.4
Geohydrologische gegevens
De onderstaande (hydro)geologische beschrijving zijn afkomstig uit de Basis Registratie Ondergrond (BRO) van het gegevens afkomstig:
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem tot circa 18 m-mv uit een watervoerend pakket. Dit pakket bestaat voornamelijk uit midden en fijn zand. Tot circa 24 m-mv is vervolgens een scheidende laag
aanwezig, bestaande uit voornamelijk kleihoudende (zand)lagen. Tot dieper dan 200 m-mv bestaat de bodem vervolgens uit afwisselende watervoerende pakketten en scheidende lagen.
De stroming van het freatische grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal in noordwestelijke
richting. Lokaal kan de grondwaterstroming van deze richting afwijken. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied en/of boringvrije zone.
9
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen 4 september 2023