Bijlage 3 - Bijlagen bij BOPA motivering (onderbouwing) zonnepark Heidebos
Tekst van het document
Landschappelijke inpassing zonnepark ‘Heidebos’
10 december 2024 (revisie 2)
1. INLEIDING Als onderdeel van vergunningaanvraag voor Zonnepark Heidebos vindt u hier ons landschappelijk en ecologisch plan. Dit plan is opgesteld door Koos Iestra van landschapsarchitectenbureau Haver Droeze in samenspraak met Martin Heinen van ecologisch adviesbureau Ecogroen. Het plangebied heeft een oppervlakte van 6,8 ha en ligt in het gebied Hooge Heide en Engelenstede. Dit is een dekzandgebied met lange tijd onontgonnen heidevelden dat in de 19e eeuw in cultuur gebracht is als naaldbos en later als jonge landbouwontginning. Het bezit een rechthoekige verkaveling met afwisselend bos en landbouwgrond en met een algemene kavelrichting die vanaf Engelenstede doorloopt tot de Groote Wetering. Er zijn lanen geplant en voor ontwatering rechte watergangen gegraven. Kavelgrenzen zijn regelmatig beplant met boom- of houtsingels en soms houtwallen. In 1980 zijn grote delen van het bos aangekocht als regionaal recreatief uitloopgebied. Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerland en wordt gebruikt voor de teelt van maïs en aardappels. Een strook aan de zuid- en westzijde is in gebruik voor recreatie (trimbaan). De twee percelen (Berlicum sectie M 132 & 595) liggen langs een wetering met fiets en wandelpaden en grenzen aan de respectievelijke noord- en zuidzijden aan recreatief bos. Naast het plangebied aan de zuidzijde loopt een laan met een wandelpad.
Aan de oostzijde grenst het aan landbouwgrond die als grasland in gebruik is. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Een beschrijving van het bestaande landschap en de ecologische samenhang waarbij kansen voor inpassing worden beschreven, en een korte samenvatting van de vigerende ruimtelijke ordening. • Een inpassingsplan met toelichting voor de inpassing van het zonnepark in een plattegrond en een aantal profielen, en een indicatie van de toe te passen beplantingen en materialen. • Een samenvatting van de toegevoegde waarde voor het landschap.
afb. 1: laan langs de zuidzijde van het plangebied (sunvest.nl)
2
afb. 2: ligging plangebied - topografische kaart 2018 (pdok.nl)
3
afb. 3: ligging plangebied - topografische kaart ca. 1907 (pdok.nl)
4
2. LANDSCHAP Karakteristiek Het park ligt aan een wetering die uitmondt in de Groote Wetering in een gebied wat tot de helft van de 19e eeuw bos en heide gebied was. Dit in tegenstelling tot de kleinschalige agrarische kampen ontginningen rond Berlicum en Vinkel. Niet ver ligt een oude hoeve met de naam Engelenstede (naar de oorspronkelijke eigenaar, de heer Engel) en de bijbehorende bossen hebben nu zowel een natuur als een recreatie functie. De Groote Wetering is in de jaren vijftig van de vorige eeuw gegraven om wateroverlast in het van oorsprong vochtige heidegebied te voorkomen en is via twee rechte dwarssloten met de bredere omgeving verbonden. De bossen zijn aanvankelijk geplant als naaldhout, maar inmiddels in belangrijke mate omgevormd tot loofhout. Een klein stukje heide ligt ten zuidwesten van het plangebied. De bossen met zandpaden en sloten/kanalen zijn een waardevolle recreatieve uitloop voor de steden. In het bos zijn diverse sportfaciliteiten (trimmen, MTB etc) en het noordelijke bos is parkachtig ingericht voor dagrecreatie. Het perceel is in de 20ste eeuw ontgonnen en als bosperceel gebruikt. Pas in de jaren vijftig, na de oorlog, is het als bouwland in gebruik genomen.
Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss
Dekzandrug
afb. 4: geomorfologische kaart (pdok.nl)
Kansen Een zonnepark op deze locatie kan bijdragen aan de landschappelijke (ruimtelijke) kwaliteit door het aanbrengen van houtwallen of singels, aan de ecologische kwaliteit door vochtige heide als oorspronkelijk natuurtype weer een kans te geven en door het verbeteren van recreatiefaciliteiten. Additioneel kunnen struwelen, akkerflora en voedseldragende planten worden aangebracht. De opstelling kan door een specifieke keuze van hoogte, breedte van gangpaden en transparantie van panelen, bijdragen aan het verbeteren van de bodemkwaliteit. Het beheer met schapen voegt hier nog dynamiek aan toe. Door de combinatie van ruime opzet, begrazing met schapen en natuurontwikkeling langs de randen ontstaat er een eerste vorm van natuurinclusieve landbouw, die na het opruimen van het zonnepark naadloos voortgezet kan worden. De bodem komt in een gezonde agrarische conditie. Langs de watergang en langs de zuidgrens van het park kan (bestaand) recreatief gebruik ondersteund worden. Het aanbrengen van een houtwal langs de oostgrens voegt landschappelijke en ecologische kwaliteit toe. Als richting van de rijen zou de richting van de sloot in het midden van het perceel kunnen worden gekozen.
Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
afb. 5: bodemkaart (pdok.nl)
5
ndschapsatlas - GroenErfgoed inheemse bomen en struiken 1e Bosstatistiek (1938-1942)
hakhout houtwal 6.5m+NAP
eik
5.0m+NAP
loofhout wegbeplanting
5.5m+NAP 6.2m+NAP
heide
naaldhout
afb. 8: 1e bosstatistiek 1938-1942 (cultureelerfgoed.nl)
afb. 6: hoogtekaart (ahn.arcgisonline.nl)
recreatiebos
primaire watergang beschermingszone langs watergang 5m vanaf de waterlijn
www.opentopo.nl
boskamers erven langs de Coppensdijk
bos op rabatten
afb. 7: legger waterschap Vallei & Veluwe (pdok.nl)
afb. 9: gedetailleerde luchtfoto (beeldmateriaal.nl)
6
Recreatiegebied Engelenstede Het plangebied maakt deel uit van recreatiegebied Engelenstede. Dit ligt tien kilometer ten oosten van ‘s-Hertogenbosch, tussen Rosmalen, Berlicum en Vinkel. Het gebied heeft een omvang van ongeveer 80 ha. Het is toegankelijk op de paden en in eigendom en beheer bij stadsgewest ‘s-Hertogenbosch. Het fungeert alls stedelijk uitloopgebied en er zijn vele routes door het gebied te vinden. Onderstaande tekst over het gebied is te vinden op wikipedia. Geschiedenis De Engelenstede dankt haar naam aan de Boerenhoeve, die in 1776 in het noordelijke gedeelte stond. De eigenaar, de heer van Engelen, had aan de zijkant van zijn boerderij een engel ingemetseld. Omstreeks 1911 is de familie Hunink een belangrijk eigenaar in het gebied geworden. Engelenstede is een restant van een heidegebied met vennen, dat in natte perioden plaatselijk erg drassig is. Om het overtollig water af te voeren, werd de Wetering gegraven. Landschappelijk gezien valt het gebied onder de jonge ontginningen, omdat de omgeving pas rond de eeuwwisseling werd ontgonnen. De Wetering mondt in ‘s-Hertogenbosch uit in het riviertje de Aa. Het bos is aangeplant voor de mijnbouw: stuthout voor de kolenmijnen in Limburg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een groot deel van het bos omgehakt. Eerst door de Duitsers en later ook door de Engelsen, die in het gebied waren gelegerd.
Na de oorlog is een groot deel herplant, ook weer met naaldhout.
plangebied
Het Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch heeft erin 1980 bos- en landbouwgronden aangekocht voor de regionale open luchtrecreatie. Voor de recreatieve inrichting zijn landbouwgronden bebost, open plekken gemaakt in het bestaande bos, wandel- en ruiterpaden aangelegd en is de waterplas in het zuiden gegraven.
7
3. ECOLOGIE
(in samenwerking met ecologisch adviesbureau Ecogroen1)
Tijdens een natuurtoets zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde soorten aangetroffen die de aanleg van het zonnepark beperken. Het perceel wordt incidenteel als foerageergebied gebruikt voor das en vleermuissoorten. Op het perceel zelf komen enkele algemene soorten voor zoals veldmuis of bruine kikker. Het afwisselend gebruik van het perceel als mais- en als aardappelakker maakt dat het gebruik door dieren incidenteel blijft. Daarentegen komen in de omliggende percelen diverse dier- en vogelsoorten voor van bossen en kleinschalig cultuurlandschap.. Waarnemingen laatste tien jaar Veel vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis allemaal langs de randen van het westelijke bos/kleinschalig gebied en de bermen van Hooghei/Kaathoven. Zoogdieren algemene soorten: vos, ree en das Vogels < 5 jaar: algemene bosvogels: boomklever, grote bonte specht, kuifmees, goudhaan, matkop. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten < 5 jaar: bosuil, ijsvogel, kleine bonte specht, eenmalig: sperwer, havik en buizerd. Reptielen en amfibieën: levendbarende hagedis. Veel algemene amfibieën: bruine kikker, gewone pad, groene kikker.
Dagvlinders: algemene bosrandsoorten: klein geaderd witje, gehakkelde aurelia, bont zandoogje, boomblauwtje, oranjetipje. Flora: in bosgebieden algemene bossoorten en langs wegen en watergangen algemene soorten. Bijzonder: koningsvaren. Potenties. Bij het nieuwe gebruik als zonnepark zijn er verschillende kansen te benutten. • •
• • • • • •
Vissen: algemene soorten. Bijzonder: kleine modderkruiper
•
1 bronnen: Kieft, K. & A.J.A. van Teeffelen (2024). Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de natuurwet- en regelgeving. Rapport 24-072. Ecogroen bv. & Heinen, M.A. (2023). Zonnepark Hooge Heide Berlicum ecologische potenties. Notitie 23016 Ecogroen bv
•
Creëren van natte heide en kleinschalig landschap. Kleinschalig: vliegroutes vleermuizen langs een nieuwe houtwal aan oostkant (geen verlichting aanbrengen), koppelen van vliegroute aan vleermuisverblijven of een vleermuistoren. Leefgebied das, egel en kleine marterachtigen versterken met aanleg takkenrillen. Onderdoorgangen in omheining - tunnels voor dassen en andere kleine zoogdieren. Zonnige plaatsen/steilrandjes heischraal/zandig met stenen en takkenrillen voor levendbarende hagedis in een houtwal of bosrand. Op de zon gelegen bloemrijke zomen en randen voor dagvlinders bij bosranden of houtwal. Hagen en struweel rondom het gebied: broedvogels. Oever: aanleg flauwe, natuurlijke oevers bij kavelsloot; leefgebied creëren voor amfibieën. Flora: kruidenrijke vochtige laag tot middelhoge heischrale vegetatie ontwikkelen, voedselrijke toplaag afgraven en plaggen. Grond kan worden verwerkt in een houtwal. Bosuilenkast ophangen aan een van de oude bomen op de zuidoosthoek.
afb. 10: gewone dwergvleermuis, dagvlinder, kuifmees, das & levendbarende hagedis (beeldmateriaal.nl)
8
4. BELEID EN PLANNEN
Plannaam:
Buitengebied Sint-Michielsgestel
Datum afdruk:
2023-01-02
Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:
gemeente Sint-Michielsgestel bestemmingsplan NL.IMRO.0845.BP2010BGSMG00M100-OH01 geheel onherroepelijk in werking
IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:
IMRO2008 2013-01-25 onherroepelijk
Het plangebied wordt in het bestemmingsplan aangeduid als “Agrarisch gebied met landschapswaarden”. Met bovendien de toevoegingen “Archeologische verwachtingswaarde 2”, “Besloten gebied”, “Historisch Landschappelijk gebied” en “Leefgebied Dassen”. Hieruit volgen niet direct restricties voor de aanleg van een zonnepark. Wel dienen de aangegeven waarden te worden meegewogen in de voorstellen voor inpassing. In de directe omgeving zijn in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant natuur- en beheertypen aangeduid voor kenmerkende en te behouden vegetaties. Direct rond het plangebied zijn dit “N16.04 Vochtige bossen” met productie, en “N07.01 Droge heide”. Bij deze vegetatietypen kan in het plangebied goed worden aangesloten.
afb. 12: vigerend bestemmingsplan buitengebied (ruimtelijkeplannen.nl)
* * Disclaimer: Er kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan, noch aanspraak gemaakt worden op de inhoud van deze afdruk. Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van deze afdruk de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie (na verloop van tijd) verouderd is of niet (meer) correct is. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit het gebruik van gegevens van de afdruk.
Pagina 1 van 2
afb. 11: vochtig bos gezien vanaf het pad langs de wetering (sunvest.nl)
afb. 13: Natuurbeheerplan Noord Brabant (noord-brabant.maps.arcgis.com)
9
5. INPASSING EN INRICHTING Landschap Het zonnepark is een nieuw onderdeel in het agrarisch recreatieve landschap. Vergeleken met de huidige intensieve bewerking van het perceel, waarin jaarlijks geploegd en bemest wordt is het zonnepark een vorm van gebruik die ruimte laat aan een herstel van de bodem, aan een duurzame ontwikkeling van natuur, met name in de randen, en aan blijvende ruimtelijke toevoegingen die de schaal en variatie van het landschap respectievelijk aantrekkelijker en groter maken. Bovendien wordt ruimte gelaten aan recreatie, wat een belangrijk medegebruik is in dit gebied. Het zonnepark is met haar beweiding door schapen en haar groene omranding een eerste stap op weg naar een natuurinclusieve wijze van landbouw. Het gebied Hooge Heide / Engelenstede wordt gekenmerkt door afwisseling van bos en open landbouwpercelen, vaak in kamers omgeven door houtsingels of -wallen. Het wordt doorsneden door weteringen en lanen die naast hun oorspronkelijke functie voor bosbouw en ontwatering nu ook een recreatieve functie hebben. De belangrijkste ingrepen voor inpassing van het zonnepark in dit landschap zijn het openhouden van ruime stroken met een natuurlijke invulling (A & B op p.11) langs de wetering en de laan langs de zuidzijde, en het aanbrengen van een houtwal (G op p.11) aan de oostzijde zodat een nieuwe ‘kamer’ ontstaat.
Hierdoor blijven twee karakteristieke elementen, wetering en laan, gerespecteerd en wordt een derde, een houtwal, toegevoegd. Het zonnepark volgt in opstellingsrichting de richting van de bestaande kavelsloot die dwars door het park loopt en uitkomt op de wetering. De hoogte van de panelen wordt beperkt tot 1,5 m om de ruimtelijke ervaring van de boskamer niet te verstoren. Gekozen is voor een zuidopstelling, dat wil zeggen dat de tafels allen één kant op gericht zijn (min of meer zuid), Dat geeft veel meer licht- en regeninval onder de panelen dan bij een dakopstelling en leidt ertoe dat ook onder de panelen schaduwminnende vegetatie groeit, zoals die ook in het naastgelegen bos onder de bomen groeit. Gekozen is bovendien voor transparante panelen die met kleine onderlinge afstand (ca. 1 cm) op de tafels bevestigd zijn zodat regenwater ook tussen de panelen door het onderliggende maaiveld kan bereiken. Op deze manier krijgt het bodemleven kans om zich te ontwikkelen en is ook de ontwikkeling van een heidevegetatie mogelijk. De vegetatie wordt beheerd door extensieve beweiding met schapen, in dit geval het Kempisch Heideschaap. Door de panelen vrij vlak te leggen is het laagste deel 80 cm boven de grond. Een Kempisch heideschaap kan hieronder lopen.
watergang
NIEUWE BOSKAMER natuuroevers
natuurzoom
nieuwe houtwal
laan afb. 14: schets hoofdzaken landschappelijke inpassing (haverdroeze.nl)
afb. 15: bosvegetatie en jong grasland (sunvest.nl)
10
F.
G.
C. E.
D.
B.
H.
A.
A. natuurzone langs wetering en laan B. laan met brede berm en afstappunt C. batterijen en trafo’s in groen scherm D. bestaande sloot met natuuroever in corridor met struweel en riet
E. bloemrijke berm en onderhoudspad met converters F. ingang met inkoopstation G. nieuwe houtwal met takkenrillen H. bosrand met kruidenrijke zoom
afb. 16: inpassingsplan zonnepark (www.haverdroeze.nl)
11
In de brede natuurstroken langs de paden wordt vochtige heide ontwikkeld en in het veld onder en tussen de panelen wordt gestreefd naar heischraal grasland, vegetaties die vóór de ontginning het gebied kenmerkten en waarvan nog stukjes overgebleven zijn in aangrenzend bospercelen. Hier wordt een gevarieerde vegetatie van struweel, heide en kruiden ontwikkeld met planten als Jeneverbes, Brem, Struikheide, Dopheide en Bochtige Smele. De houtwal wordt ingeplant met streekeigen soorten als Eik, Ruwe en Zachte berk, Lijsterbes, Ratelpopulier en Vuilboom en wordt aan de oostkant voorzien van een wat flauwer talud met grazige zomen ten behoeve van kleine dieren (salamanders en kikkers) en insecten (dagvlinders). De houtwal wordt verdicht met takkenrillen als middel om de doorzichtigheid (in de winter) te beperken, en om als schuilplaats te dienen voor kleine dieren zoals Egel, Levendbarende hagedis en kleine marterachtigen. Om de schaalgrootte van de opstelling te verkleinen wordt een natuurstrook door het zonnepark aangelegd (D op p.11) waarin de bestaande watergang is opgenomen. Kruidige zomen (voor dagvlinders, wilde bijen en andere insecten) afwisselend met laag struweel worden hier ontwikkeld. In het midden de watergang, en aan het begin en het einde verbreed tot kruiden- en bloemrijke vlinderweitjes.
De bedoeling is dat deze weitjes ook steunpunten zijn voor insecten en kleine dieren om het veld over te steken. De sloot midden op de kavel wordt met een knijpstuw afgesloten van de
afb. 17: wandelpad - trimbaan wordt opgeheven (sunvest.nl)
wetering zodat hier water kan worden vastgehouden in perioden met hoge neerslag, dat geleidelijk zal worden afgegeven aan het grondwater. Doordat de sloot verder afgesloten is van ander water kan deze tevens functioneren als voortplantings- en overwinteringsbiotoop in de vorm van een poel voor amfibieën. De oevers zullen natuurvriendelijk worden beheerd. Langs de noordzijde van het zonnepark wordt direct aangesloten op het recreatiebos (H op p.11). In de berm langs deze zijde van de opstelling zal tot aan de smalle sloot een kruiden- en bloemrijke zoomvegetatie worden beheerd met gefaseerd sinusmaaibeheer. Ter plekke van de brede openingen in de bosrand zal gevarieerd struweel worden aangeplant in groepen (eilanden). De opstelling wordt omgeven door een hek (1,80 m hoog) met enkele camera’s. In het hek worden passages aangebracht zodat kleine zoogdieren (o.m. Das) binnen het park kunnen komen. Het hekwerk en de camera’s zullen niet opvallend van kleur zijn en waar mogelijk zullen natuurlijke materialen (hout) worden toegepast. Langs de doorgaande wandelpaden wordt het hek achter het struweel geplaatst, tegen de opstelling aan. Op deze wijze valt het weg in het landschap. Het park wordt ontsloten vanaf de Coppendijk via de huidige zandweg die met puin verhard kan worden.
Waar nodig – tot de batterijopstelling met converters - zal puinverharding worden aangebracht met een grasdek o.m. voor de bereikbaarheid van hulpdiensten.
afb. 18: oeverzone wetering - trimbaan wordt opgeheven (sunvest.nl)
12
afb. 19: natuurzone met struweel, heide en heischraal gras langs de wetering (haverdroeze.nl)
13
vleermuizen
egel en marterachtigen
bos- en struweelvogels hagedis
infobord
picknickbank insecten schapen mezenkast
vleermuizenkast
bosuil amfibieën
insecten insecten
das
insecten
egel en marterachtigen
amfibieën
infobord
bestaand afstappunt
bos- en struweelvogels schapen
das ijsvogel
das
das
schapen
afb. 20: ecologische en recreatieve betekenis inpassingsplan zonneveld (www.haverdroeze.nl)
14
De bermen en open stroken tussen de rijen van het park zijn onverhard en worden ontwikkeld als (heischrale) grasvegetaties, in de rand met bloemrijke kruiden. Deze worden gedoseerd begraasd met schapen (drukbegrazing). De converters van worden op maximale afstand tot het wandelpad geplaatst. Halverwege de zuidrand van het zonnepark wordt een batterijopstelling (C op p.11) geplaatst bestaande uit 6 batterijunits en enkele transformatorkasten. De opstelling hiervan wordt omgeven door een begroeide groene metershoge geluidwerende ecowand (‘Kokowall’), een met palen versterkte kokoswand waar klimplanten tegen op groeien. Een dergelijk groene en natuurvriendelijke wand voegt de opstelling in in het landschap. Het biedt tevens ruimte voor nestkasten voor vogels en vleermuiskasten. Vleermuizen gebruiken ook de bestaande laan en de nieuwe houtwal om hun actieradius uit te breiden. Ecologie
Zandige stukken komen ook voor langs de oostzijde van de nieuwe houtwal. De oevers van de kavelsloot worden hier licht afgevlakt (1:3) en de bodem wordt gefaseerd geschoond. Langs de noordelijke kavelsloot bij de weitjes, worden enkele geperforeerde dode stammen geplaatst als bijenhotel. De grazige vegetatie wordt na afplaggen ingezaaid met een inheems, streekeigen bosrandmengsel dat zich ook verder kan ontwikkelen onder de panelen. Specifieke kasten worden aangebracht voor Vleermuizen en voor Mezen bij de batterijopstelling, en in de noordelijke bosrand voor de Bosuil. Recreatie
Het zonnepark is mede door de afsluiting een rustpunt voor kleine zoogdieren, vogels, amfibieën en insecten als vlinders. De te ontwikkelen (heide)vegetaties zijn streekeigen. De voedselrijke bovenlaag van de natuurstroken wordt afgeplagd en verwerkt in de houtwal om in de vochtiger lagen van het bodemprofiel eventueel nog aanwezige zaadbanken vrij te stellen. De stroken wordt bovendien met uit de directe omgeving betrokken heidestrooisel bestrooid en er wordt een basisstructuur van struweel in aangeplant. Op enkele plekken worden zandige bultjes aangebracht voor hagedissen en insecten.
Het pad onder de bomen aan de zuidzijde van het zonnepark blijft toegankelijk voor recreatie. Ten behoeve van de recreatie worden langs dit wandelpad bij het begin en het einde infoborden geplaatst met een toelichting op landschap, natuur, historie en energieopwekking. Aan het oosteind van het pad wordt in de berm een picknickbank geplaatst. Aan de westkant van het pad is al een picknickbank aanwezig. Vanaf het wandel/fietspad aan de overzijde van de wetering zijn enkele doorzichten mogelijk op het zonnepark. De mogelijkheid bestaat voor plaatselijke natuurorganisaties (o.m. IVN) om het park te bezoeken en deel te nemen aan het beheer, bijvoorbeeld het maken van de takkenrillen.
afb. 21: bestaande houtsingel aan de westzijde (sunvest.nl)
afb. 22: bestaande kavelsloot langs de oostkant (sunvest.nl)
15
Dassen rond het plangebied De aanwezigheid van dassen rondom het plangebied doet de vraag rijzen in hoeverre het plangebied hiervoor van betekenis kan zijn. Het brengt ook de vraag naar voren in hoeverre het plangebied voor de komst van het zonnepark van betekenis is geweest voor de dassen. Situatie Het plangebied maakt deel uit van een jonge ontginning met als belangrijke karakteristiek de maximale exploitatie en het ontbreken van landschappelijke (kavelgrens) beplantingen. In plaats daarvan waren prikkeldraad en kunstmest belangrijke ingrediënten. Dit is sinds de transformatie naar regionaal recreatiegebied veranderd. Het plangebied is tot voor kort deels als akker en deels als storm- en tokkelbaan in gebruik. Voor dassen heeft dit gebied slechts beperkte waarde. De das heeft zijn leef- en fouragegebied vooral gezocht aan de andere zijde van de wetering. Hier is een burcht waargenomen en in de directe omgeving is een afwisseling van bospercelen en open graslanden (boskamers) wat de voorkeur van de dassen voor dit gebied begrijpelijk maakt. Dassen zullen niet gemakkelijk de wetering oversteken, maar mogelijk wel gebruik maken van de aanwezige brug. Belangrijk is dat migratie mogelijk is en niet nog verder belemmerd wordt door afrasteringen of andere obstakels. Daarvoor zullen dassenpoorten worden opgenomen in de afrastering rond het park.
Ontwikkeling Voor de ontwikkeling van de omgeving in en rond het zonnepark wordt aangesloten bij heischraal grasland (H6230 – Heischraal grasland) dat ook in de omgeving voorkomt (bijvoorbeeld in het bos ten zuiden van het plangebied). Dit biotoop reikt terug naar het landschap van voor de ontginning. In de zomen van het park willen we dit biotoop verder ontwikkelen en in het midden van het plangebied rond een verbrede watergang willen we een natte variant met pijpestrootje en dwergstruiken (N06.04 Vochtige heide) ontwikkelen. Deze biotopen zijn voor de das minder interessant omdat regenwormen en fruitdragende planten hier vrijwel geen rol spelen. Met het oog op de das zullen we echter wel fruitdragende soorten bij het struweel opnemen zoals wilde appel of kers. Het is echter niet zo dat de natuurontwikkeling zal worden afgestemd op de das. Aan de oostzijde van het perceel wordt een houtwal aangelegd. Hierop zullen ook insecten leven die de das als voedsel heeft. Op deze wal zal ook braam voorkomen en zullen soorten als wilde appel en kers worden geplant. Hier zal een das dus wel voedsel kunnen vinden. Langs de noordzijde van het plangebied wordt een (smalle) strook met kruidenrijk grasland en gevarieerd struweel in groepen (eilanden) ontwikkeld. Hier zal een das relatief ongestoord kunnen migreren en ook voedsel vinden.
16
afb. 23: impressie natuurstrook langs de laan bij toegang met picknikbank (www.haverdroeze.nl)
17
zonnepark beheer door schapen
corridor met watergang en insectenveld natuurvriendelijke oever op het zuiden hoog grasland en struweel voor vlinders en andere insecten
beheer door schapen
zonnepark
zonnepark
beheer door schapen
bloemrijke hooiberm hek
erfgrens
heide, heischraal grasland en struweel:
ecologische betekenis en versterken afscherming zicht op zonnepark
plangrens wandelpad in heideschraal grasland
profiel 3
zonnepark
plangrens bloemrijke hooiberm met struweeleilanden hek
profiel 1 (1a,1b&1c) beheer door schapen
18 3.0m 1.0m
PROFIELEN schaal 1:1000 -
profiel 1c
schaal 1:1000 -
profiel 1a
1.8m 1.5m
schaal 1:1000 -
profiel 1b
12.0m 4.0m 8.0m
1.5m 1.5m 1.8m 1.5m
profiel 2
zonnepark beheer door schapen
hek heide, heischraal grasland & struweel ecologische betekenis en versterken afscherming zicht op zonnepark
plangrens vrijwaringszone 5 m beheer watergang
plangrens
profiel 3
kruidenrijke slootberm
nieuwe houtwal
met aan westzijde beschutte helling voor alamanders en vlinders
hek
bloemrijke hooiberm
zonnepark
,5
profiel 1 (1a,1b&1c) beheer door schapen
1:3
1:1
PROFIELEN
19 3.0m 8.0m 2.0m
wetering
erfgrens
recreatief fiets- en voetpad
bestaande houtwal
-
schaal 1:1000 -
profiel 3
schaal 1:1000
9.0m
profiel 2
1.8m 1.5m
heischrale vegetatie (www)
2.0m 5.0m
1.5m 1.8m
profiel 2
6. BEPLANTING & MATERIALEN Natuurzone langs wetering en laan (A op p.11/profielen 1a en 2)
Ambitie: Het ontwikkelen van een natuurzone langs de laan met een vegetatie van struweel, heide en heischraal grasland.
Doelbeeld: Een afwisselende vegetatie van grassen, kruiden, heide en struiken tot ca. 1,5 m hoog. Door deze vegetatie wordt afstand gecreëerd tot het zonnepark en het landschappelijke beeld sluit aan bij de bos- en heide vegetaties op de aangrenzende bospercelen.
Ecologie: Ecologisch zijn heide en heischraal grasland van betekenis voor hagedissen, insecten (o.m. vlinders) en vogels en voor een variatie aan karakteristieke bloeiende planten.
Aanleg en beheer: Door kleinschalig af te plaggen zal de voedselrijkere toplaag in depot gezet worden en gebruikt worden voor de aanleg van een houtwal. In de ondergrond zijn vermoedelijk nog zaden aanwezig van de oorspronkelijke heidevegatie. De ontwikkeling hiervan zal ondersteund worden door het aanbrengen van strooisel uit heidegebiedjes in de omgeving en door een afgestemd lokaal zaadmengsel te zaaien. Struiken worden aangeplant als bosplantsoen 80-120 in groepen van 5-9 st. met plantafstand 1 m. Soorten die worden geplant zijn: Vuilboom (10%), Wilde lijsterbes (10%), Brem (20%), Gaspeldoorn (15%), Hondsroos (15%), Wilde appel (15%), Kroosjespruim (15%). Met het oog op de aanwezigheid van dassen zijn hier Wilde appel en Kroosjespruim doorheen gemengd. Beheer vindt plaats door begrazen (drukbegrazing) met het Kempisch heideschaap, door periodiek kleinschalig afplaggen, en door wegnemen van opschot van ongewenste boom- en struikvormers (berk etc.). Graszomen en bermen in het corridor langs de sloot (D op p.11/profiel 1b) Ambitie: Het ontwikkelen van een grazige bloemrijke vegetatie met incidentele (besdragende) struiken ter versterking van de beleving van de wisselwerking tussen natuur en energieopstelling.
Doelbeeld: Hoog (1 m) bloemrijk gras en kruiden bestaande uit boszoom planten als Vingerhoedskruid, Havikskruid, Boerenwormkruid, Bosandoorn, Geel nagelkruid, Robertskruid, Look-zonder-look, Fluitenkruid etc. Met incidenteel struiken als Sleedoorn, Gagel, Aalbes en Wilde appel. Langs de sloot in het midden van het park kan riet groeien. Ecologie: Bloeiende grazige weitjes zijn van betekenis voor insecten (vlinders en wilde bijen), vogels en kleine zoogdieren als Veldmuizen en Marters. De sloot is, afgesloten door een knijpstuw, zonder vissen en hierdoor van betekenis als habitat voor amfibiën.
afb. 24: heide, heischraal grasland, kruidenrijke boszomen (www)
20
Aanleg en beheer: Kleinschalig verwijderen van de toplaag. Aanwezige kruiden laten opschieten, maaien en afvoeren. Inzaaien met een lokaal streekeigen mengsel van zoom- en bosrandplanten uit de omgeving. Indien dit niet voorhanden is, is het mengsel O1 Onderbegroeiing - boszoom van Cruydt-hoeck of gelijkwaardig een goed alternatief. Aanplanten van struiken als bosplantsoen 80-120 cm in groepen van 5-9 st. Soorten conform natuurzone aangevuld met Sleedoorn (10%), Gagel (5%), Eenstijlige meidoorn (5%) en Wilde appel (5%). Beheer door gefaseerd en sinus te maaien en het maaisel af te voeren. Struweel snoeien en terugzetten 1x per 3 jaar. Nieuwe houtwal (G op p.11/profiel 3) Ambitie: Aanleg van een streekeigen houtwal als ruimtelijke afsluiting van de boskamer met het zonnepark.
met een greppelfrees opnieuw worden getrokken. Ook de kavelsloot langs de noordzijde van het plangebied wordt zo onderhouden. Hierlangs worden struweeleilanden geplant. Struweeleilanden (H op p.11/profiel 1c) Langs de noordzijde van het plangebied zullen tussen het hek en de greppel eilanden met struweel worden aangeplant. Deze dienen als verzachting van de afrastering en als vluchtbosjes en stapstenen voor de ecologie. Aanleg en beheer: Er wordt in groepen van 5-9 stuks geplant met 1,25 m plantafstand en 3-6 m tussen de groepen. Soorten zijn: Hondsroos (20%), Gelderse roos (20%), Wilde appel (15%), Wilde lijsterbes (15%), Hulst (15%, wintergroen) en Wilde liguster (15%, wintergroen). Beheer door gefaseerd en sinus te maaien en het maaisel af te voeren. Struweel snoeien/terugzetten 1x per 3 jaar.
Doelbeeld: Een wal opgeworpen met afgeplagde grond van ca. 1 m hoog met een steile zijde (1:1,5) naar de berm en een flauw talud (1:3) naar de sloot. De wal wordt beplant met houtige gewassen waaronder Zomereik, Zachte berk, Hulst, Ratelpopulier en Wilde lijsterbes. En met een kruidachtige zoom afgewisseld met zandige stukken aan de flauwe zijde. Op de wal tussen het opgaand hout wordt snoeihout op rillen gezet zodat de beplanting in de winter niet doorzichtig wordt. Ecologie: De houtwal is een refugium voor vogels, kleine zoogdieren en hagedissen. De houtwal dient tevens als vliegroute voor vleermuizen. Aanleg en beheer: De aanplant wordt verspringend geplant in rijen. 1,25 m in de rij en 1,0 m tussen de rijen. Soorten zijn: Zomereik (20%), Zachte berk (15%), Ratelpopulier (15%), Hazelaar (10%), Vuilboom (10%), Gelderse roos (10%), Wilde appel (5%), Wilde lijsterbes (5%), Hulst (5%, wintergroen) en Wilde liguster (5%, wintergroen). Materiaal: inheems bosplantsoen 80-120 cm. Wilde appel is opgenomen i.v.m. hier foeragerende dassen. Het beheer is gericht op het ontwikkelen van een homogene en dichte beplanting eerste 3 jaar waar nodig maaien tussen de beplanting en inboeten. Na 3 jaar eerste onderhoud: terugzetten en dunnen zoveel nodig voor de gewenste ontwikkeling. In de buitenste rijen zullen vooral wintergroene en dichte struiken blijven.
Snoeihout verwerken als ril in de houtwal. Kavelsloten: (profielen 1c en 3) Naast de flauwe zijde van de houtwal, aan de kant van de kavelsloot, is een strook vlak gehouden van ca. 1,5m vanwaar onderhoud aan de oevers kan worden gedaan. Beheer zal hier handmatig worden verricht met een bosmaaier. Zo nodig kan de greppel
afb. 25: houtwal, takkenrillen en zandhagedis op zandrug (www)
21
Batterijopstelling
Overige materialen
Een batterijopstelling met acht containers wordt omgeven door een begroeid geluidsscherm van 3m hoogte. Het scherm bestaat uit kokoselementen ondersteund door een inwendige vakwerkconstructie (‘Kokowall’) en is in zijn geheel geluidwerend. Aan de constructie zullen nestkasten voor mezen en vleermuiskasten bevestigd worden.
Voor alle overige materialen zal waar mogelijk gebruik gemaakt worden van natuurlijke materialen. Deze keuze is beperkt zijn door eisen die beveiliging en verzekering aan de opstelling en de afsluiting van het terrein stellen.
afb. 26: kokowall, geluidsscherm, geluidsdichte kast, mezenkast en vleermuiskast (www)
afb. 27: houten palen met gaas, dassentunnel, picknickbank en infobord (www)
22
7. TOEGEVOEGDE WAARDEN Toegevoegde waarden aan natuur en landschap zijn: 1 Bijdrage aan de energietransitie in deze regio.
1.
2 Toevoegen nieuwe ‘boskamer’ aan het half-open landschap.
3 Losgekoppelde kavelsloot met natuurvriendelijke oevers als biotoop voor amfibiën en tevens als buffer in afvoer hemelwater.
2.
4 Ontwikkelen heischrale bermen met streekeigen struiken als verbinding met het oorspronkelijke heide landschap.
3.
5.
7.
5 Ontwikkelen houtwal met assymmetrisch profiel en streekeigen beplanting als zichtafscherming, en tevens als biotoop voor reptielen, kleine zoogdieren, vogels, vleermuizen en insecten.
6 Aanbrengen dassenpoorten in de afrastering en wilde appel en kers als voedsel. Aanbrengen vleermuis- en mezenkasten aan geluidwerende begroeide wal rond de batterijopstelling en aanbrengen bosuilkast in de bosrand aan de noordzijde.
7 Gebruik van bestaande agrarische ontsluiting (geen extra wegen). Agrarisch duurzaam door behoud percelering en infrastructuur. 8 Aanleg infoborden met picknickbank bij de laan en mogelijkheden voor participatie door natuurgroepen of scholen bij het beheer van het plangebied.
4.
6.
8. afb. 28: referenties bij de tekst (www.)
23
COLOFON:
opdrachtgever: Sunvest Ontwikkeling BV Maarssenbroeksedijk 37, 3542 DM Utrecht sunvest.nl
adviseurs: Adviesbureau Haver Droeze Muurhuizen 165B 3811EG Amersfoort haverdroeze.nl
24
Ecologisch adviesbureau Ecogroen Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort ecogroen.nl
Addendum natuuringrepen en doelsoorten ‘Heidebos’
28 november 2024 (revisie 2)
25
dassentunnel
kruidenrijk grasland bloemrijk grasland met struweel heideschraal grasland houtwal met struweel en bomen visvrije sloot met natuurvriendelijke oevers puinverharde grasweg kokoswal met klimplanten
Natuurmaatregelen zonnepark Heidebos
HET REE (Capreolus capreolus) Leefwijze Het Ree is een typische bewoner van het zogenaamde parklandschap of de bosrandzone. Het vestigt zich bij voorkeur in gebieden waar dichte, ondoordringbare kreupelbosjes afgewisseld worden met akkers en weilanden, onderling verbonden door hagen en begroeide wallen. Dergelijke biotopen bieden de meeste afwisseling qua voedsel. Reeën zijn herkauwers en eten kruiden, grassen, scheuten, bladeren en knoppen van bomen en struiken. Maar ook bessen, landbouwgewassen, twijgen, eikels, beukennootjes en paddenstoelen. In de zomer eten ze veel jonge blaadjes. Reeën zijn tamelijk plaatsgebonden. Het levensareaal van een ree in een bosbiotoop bedraagt normaal niet meer dan 1 à 2 km², het jaarareaal hooguit de helft ervan. In het voorjaar en in de zomer wordt dat gebied nog beperkter en gaan reeën, vooral de bokken, zich vestigen in een territorium. Hier binnen verplaatst een ree zich het liefst volgens vaste trajecten: de wissels. Een ree kan goed zwemmen en hard lopen. Bij verstoring gaat een ree er met sierlijke sprongen vandoor, waarbij hij met gemak een hek neemt (soms wel 15 meter ver). Onrust Onrust heeft een grote impact op het welbevinden van reeën. Rust betekent dat reeën voldoende vertrouwd zijn met de geuren, geluiden en bewegingen uit de omgeving of afgeschermd zijn van deze prikkels voor de zintuigen.
Afgeschermd zijn kan ook door voldoende afstand tot het mogelijke gevaar. Een voorbeeld van reeën die op die manier overleven zijn de veldreeën. Zij hebben geleerd hoe groot de afstand tot mensen of andere belagers moet zijn om te kunnen overleven. De meest waardevolle dekking voor reeën is echter begroeiing. Hier vinden reeën tevens voedsel. Dekking wordt vooral beïnvloed door barrières voor geur, geluid en beweging. Naarmate er meer onrust is zal de dekking omvangrijker, dichter of voor belagers vervelender moeten zijn om het ree de nodige rust te bieden. Reeën gebruiken ook steilranden, slootkanten en akkerranden als beschutting tegen diverse invloeden.
afbeelding 2: ruimte voor het ree rond het park
Plangebied Voor reeën is het plangebied buiten het hek toegankelijk. De stroken van het plangebied buiten het hek hebben gezamenlijk een oppervlakte van 7000m2. Ze zullen door reeën gebruikt worden voor voedsel, dekking en migratie. Het is mogelijk maar niet waarschijnlijk dat reeën zelfs over het hek het zonnepark zullen binnenkomen. Er is echter genoeg voedsel en bescherming buiten het hek. Zowel langs de west- als langs de oostzijde van het zonnepark kunnen reeën tussen de aangrenzende delen van het Brabants Natuurnetwerk migreren. De watergangen rond het plangebied zijn hiervoor geen barriëre. Door de afwisseling van heide, kruidenrijke vegetatie en struweel langs de zuid- en westzijde en het wallichaam met struweel en bomen aan de andere zijde zijn dit veilige en voedselrijke routes.
afbeelding 1: ree bij een houtwal en in het veld (www)
afbeelding 3: plangebied en Brabants Natuur Netwerk
DE DAS (Meles meles) Leefwijze De das is een sociaal dier dat in familiegroepen leeft en zijn leefomgeving volgens vaste gewoonten gebruikt. In Nederland bestaat een clan uit gemiddeld vier dieren, maar er zijn ook clans van ongeveer twintig dieren bekend. Dassen zijn erg gehecht aan hun burcht. Zij kunnen van generatie op generatie dezelfde burchten en wissels gebruiken. Dassen gebruiken hun reuk- en gehoorvermogen meer dan hun zichtvermogen. Dassen kennen hun territorium dan ook op basis van geuren. In een gebied zonder herkenbare geuren, zoals de eigen lichaamsgeur raken ze gedesoriënteerd. Daarom is er gewenning nodig als dassen in een leeg gebied worden uitgezet. Een das loopt in het algemeen in een rustig tempo. De das kan voor korte duur een snelheid tot 30 kilometer per uur halen. Dassen vermijden om in het water te geraken, maar als het moet kunnen ze goed zwemmen. Regenwormen vormen het grootste deel van het voedsel van de das (stapelvoedsel). Daarnaast eten dassen bosvruchten, valfruit, noten, eikels, granen (vooral maïs en tarwe), paddenstoelen, jonge knaagdieren, egels, slakken en insecten (zoals kevers en wespen- en hommelbroed) en de larven van langpootmuggen (emelten) en kevers (engerlingen). Habitat, voedselaanbod en migratie De das leeft in gebieden die bestaan uit een combinatie van diverse biotooptypen.
Vaak zijn dit zowel hooggelegen als laaggelegen gronden die op korte afstand van elkaar liggen, in meestal kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende bosjes, houtwallen, singels en heggen. Die kunnen als beschutting en geleiding dienen. Belangrijke kenmerken van dassenhabitat zijn: • aanwezigheid van een groot voedselaanbod • voor de burchten een bodem die goed vergraafbaar is en die het regenwater snel kan afvoeren • aanwezigheid van voldoende dekking rond de burchten en de migratieroutes • weinig verstoring.
afbeelding 2: ruimte voor de das rond en in het park
Het voedselaanbod is vooral op bemeste grasweiden (regenwormen) en in maïsakkers (maïskolven) van het agrarische gebied te vinden. Maïsakkers zijn vooral in augustus en september van belang als er kolven aanwezig zijn. Het in deze periode gevonden voedsel is van belang voor het aanleggen van een vetlaag voor de winter. In meer natuurlijke landschappen moeten dassen meer inspanning leveren om voldoende voedsel te vinden. Oude en structuurrijke eikenbossen bevatten jaarrond een hoog en gevarieerd aanbod aan voedsel en zijn dus ook belangrijke foerageergebieden. De das migreert in verschillende seizoenen heen en terug tussen delen van zijn leefgebied. Plangebied Dassenburchten zijn bekend ten westen van het plangebied. Het is mogelijk dat de das incidenteel foerageert op de akker waar het zonnepark wordt gebouwd. De watergang hiertussen maakt dit echter niet erg waarschijnlijk. Het biotoop van heischraal grasland dat voor het zonnepark als doeltype is gekozen is dan ook niet op de das gericht. Wanneer het zonnepark hier gebouwd is zal het wel toegankelijk zijn voor dassen (en andere kleine dieren) door op 7 verschillende plekken dassentunnels aan te brengen (zie tekening), en routes hier naar toe te leiden. Op verschillende plaatsen buiten het hek zijn bovendien struweel soorten als Wilde appel en Zoete kers geplant. Daar kunnen dassen foerageren.
‘s Avonds is het gebied stil en kunnen dassen zich ongestoord over het gebied verspreiden. Er is verder voldoende struweel dat als dekking kan fungeren.
afbeelding 3: dassen in burcht, bos en weiland & dassentunnel (www)
COLOFON:
opdrachtgever: Sunvest Ontwikkeling BV Maarssenbroeksedijk 37, 3542 DM Utrecht sunvest.nl
adviseurs: Adviesbureau Haver Droeze Muurhuizen 165B 3811EG Amersfoort haverdroeze.nl
Ecologisch adviesbureau Ecogroen Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort ecogroen.nl
Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos
Inventarisatie en beoordeling in het kader van de natuurwet- en regelgeving
Sunvest
Definitief
(085) 4871265 info@ecogroen.nl www.ecogroen.nl
Colofon Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos Inventarisatie en beoordeling in het kader van de natuurwet- en regelgeving
24-072
10 juni 2024
Definitief
K. Kieft & A.J.A. van Teeffelen
K. Kieft
H. Scholten
Sunvest Ontwikkeling B.V.
©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Kieft, K. & A.J.A. van Teeffelen (2024). Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos . Inventarisatie en beoordeling in het kader van de natuurwet- en regelgeving. Rapport 24-072. Ecogroen bv
Inhoud Samenvatting
5
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.2.1 Huidige situatie 1.2.2 Voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer
7 7 7 7 9 11
2.
Wettelijk kader en methode 2.1 Omgevingswet 2.2 Onderzoeksmethode 2.2.1 Bureaustudie 2.2.2 Quickscan veldbezoek 2.2.3 Toets Flora- en fauna-activiteit 2.2.4 Toets Natura 2000-activiteit 2.2.5 Toets Natuurnetwerk Nederland 2.2.6 Toets overige beschermde zones in relatie tot natuur
12 12 12 12 12 12 13 13 13
3.
Soortbescherming 3.1 Flora 3.2 Zoogdieren 3.2.1 Vleermuizen 3.2.2 Das 3.2.3 Steen-/boommarter 3.2.4 Kleine marterachtigen 3.2.5 Overige zoogdieren 3.3 Vogels 3.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten 3.3.2 Vogels zonder jaarrond beschermde nesten 3.4 Amfibieën 3.5 Reptielen 3.5.1 Levendbarende hagedis 3.5.2 Overige reptielen 3.6 Overige soortgroepen 3.7 Specifieke zorgplicht
14 14 14 14 15 17 17 17 18 18 18 19 19 19 20 20 20
4.
Gebiedsbescherming 4.1 Natura 2000-gebieden 4.1.1 Algemeen 4.1.2 Stikstofdepositie 4.1.3 Specifiek zorgplicht Natura 2000 4.2 Natuurnetwerk Nederland 4.2.1 Ligging plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Brabant 4.2.2 Toetsing externe werking Natuurnetwerk Brabant
21 21 21 22 22 22 22 23
4.3
Overige regels ter bescherming van gebieden 4.3.1 Rust- en foerageergebied ganzen en smienten 4.3.2 Groenblauwe waarden
Geraadpleegde bronnen
Bijlagen Bijlage 1 - Natuur in de Omgevingswet: Wettelijke kaders Bijlage 2 - Ecologisch logboek
23 23 24 25
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZonnepark ZonneparkHeidebos Heidebos
Samenvatting Aanleiding en doelstelling Sunvest Ontwikkeling B.V. (Sunvest) heeft het voornemen om een zonnepark te ontwikkelen op een akker (ca. 6,8 ha) ten noordoosten van Berlicum: Zonnepark Heidebos. Binnen het plangebied is geen (permanent) oppervlaktewater en zijn geen houtopstanden aanwezig. Voor de aanleg van het zonnepark wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd. Wet- en regelgeving omtrent de bescherming van natuur verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In deze quickscan natuurtoets zijn de effecten van het voornemen getoetst aan de beschermingskaders van de Omgevingswet ten aanzien van soorten, Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en overige provinciaal beschermde zones ten aanzien van natuur, voor zover van toepassing.
Soortbescherming • Op ca. 130 meter van het plangebied is een dassenburcht aanwezig. Van directe verstoring als gevolg van de werkzaamheden is geen sprake. In de jaren dat er maïs geteeld wordt in het plangebied, vormt het plangebied periodiek geschikt foerageergebied voor das. Maisteelt is de afgelopen jaren afgewisseld met aardappelteelt, wat ongeschikt is als foerageergebied voor dassen. In de toekomstige situatie vormt het zonnepark permanent geschikt foerageergebied voor das. Tijdens de aanlegfase is in ruime mate alternatief permanent foerageergebied voorhanden in de vorm van bemeste graslanden. Als gevolg van de plannen worden verbodsbepalingen ten aanzien van das niet overtreden. • In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig. Het plangebied is in gebruik als akker en vormt beperkt geschikt broedbiotoop van vogels zonder jaarrond beschermde nesten. In de omliggende bomenrijen en bosranden is broedbiotoop aanwezig voor algemeen voorkomende vogelsoorten. • Het plan leidt niet tot verlies of verstoring van groei-, nest- en/of verblijfplaatsen van flora, overige zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden, uitgezonderd soorten waarvoor een vrijstelling van een aantal van de verbodsartikelen uit de Omgevingswet geldt in de provincie Noord-Brabant.
Mits voorkomen wordt dat exemplaren van vrijgestelde soorten opzettelijk worden gedood, zijn vervolgstappen niet aan de orde.
Gebiedsbescherming • Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 8 kilometer afstand van het plangebied. Vanwege deze afstand en (lokale) aard van
05
Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos
het voornemen zijn nadelige gevolgen – met uitzondering van stikstofdepositie – op voorhand uitgesloten. Er zijn vervolgstappen nodig ten aanzien van stikstofdepositie. • Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Brabant (NNB), maar grenst daar wel aan. Aangezien het initiatief niet past binnen het vigerende omgevingsplan én provincie Noord-Brabant externe werking kent ten aanzien van initiatieven in de buurt van het NNB, is een nadere toetsing aan de regels van het NNB aan de orde. Uit de effectbeoordeling blijkt dat als gevolg van het plan geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB optreden en de ruimtelijke samenhang tussen gebieden van het NNB niet wordt aangetast. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde. • Op circa 6 kilometer ten noorden van het plangebied ligt een door de provincie Noord-Brabant aangewezen beschermd rust- en foerageergebied ganzen en smienten. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor het rust- en foerageergebied. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde. • Het plangebied ligt binnen een door de provincie aangewezen gebied met groenblauwe waarden. In de toekomstige situatie maakt het intensieve akkerbeheer plaats voor een natuurinclusief zonnepark wat bevorderlijk is voor de bodem, het water en de soorten die hiervan afhankelijk zijn.
Ook past het zonnepark binnen de omliggende waarden aangezien de natuurmaatregelen zoveel mogelijk worden afgestemd op het landschap. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.
Advies en vervolgstappen • Aanvullend onderzoek is nodig om de effecten van stikstofemissie op Natura 2000 gebieden tijdens de werkzaamheden in beeld te brengen. Geadviseerd wordt om zogenoemde stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS Calculator uit te (laten) voeren om te beoordelen of er vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet nodig zijn voor Natura 2000-gebieden. • Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen moeten altijd worden voorkomen. Hierom dient de uitvoering van de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen plaats te vinden. Voor de meeste soorten kan de periode tussen begin maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Bij het aantreffen van in gebruik zijnde nesten van vogels wordt in overleg met een ecologisch deskundige bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd. Vervolgstappen zijn niet aan de orde, mits rekening wordt gehouden met het broedseizoen. • Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt, mogen onder de Omgevingswet niet opzettelijk worden gedood.
Door de specifieke zorgplicht (zie volgend punt) in acht te nemen wordt opzettelijk doden voorkomen en is geen vergunningplicht aan de orde. • De specifieke zorgplicht ten aanzien van soorten is altijd van toepassing. In paragraaf 3.7 zijn voorzorgsmaatregelen genoemd. Indien volgens deze voorzorgsmaatregelen wordt gewerkt én dit wordt vastgelegd in een logboek (of ecologisch werkprotocol) kan worden aangetoond dat er zorgvuldig en conform de specifieke zorgplicht wordt gewerkt.
06
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZonnepark ZonneparkHeidebos Heidebos
1. Inleiding 1.1
Aanleiding en doelstelling Sunvest Ontwikkeling B.V. (Sunvest) heeft het voornemen om een zonnepark te ontwikkelen op een akker (ca. 6,8 ha) ten noordoosten van Berlicum: Zonnepark Heidebos. Het initiatief past niet binnen het omgevingsplan: voor de aanleg van het zonnepark wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit aangevraagd. Omdat uitvoering van dit plan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, verplicht wet- en regelgeving omtrent de bescherming van natuur om vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In opdracht van Sunvest heeft Ecogroen een quickscan natuurtoets uitgevoerd om de effecten van het voornemen te toetsen aan de beschermingskaders van de Omgevingswet ten aanzien van soorten, Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en andere provinciale beschermingszones ten aanzien van natuur. Aangezien er geen houtopstanden aanwezig zijn binnen het plangebied is een toetsing aan het onderdeel houtopstanden niet aan de orde.
1.2
Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling
1.2.1
Huidige situatie Het plangebied (figuur 1.1, ca 6,8 ha) ligt ten noordoosten van Berlicum en ten westen van Kaathoven. Het plangebied ligt in een landschap waar agrarische percelen en boerderijen worden afgewisseld met bos- en natuurpercelen. Het plangebied betreft een akker met aan de west- en zuidzijde een strook met regelmaat gemaaid gras van ca. 15 meter breed met enkele houten toestellen (voor fitness o.i.d.) die voor recreatieve doeleinden worden gebruikt. Binnen het plangebied ontbreekt het aan opgaande begroeiing/bomen en permanent oppervlaktewater. In nattere perioden is tijdelijk oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een zaksloot die van west naar oost midden door het perceel loopt. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door een zone met een sloot, bosjes en struweel; en aan de zuidzijde door een bomenrij met struweel. Aan de zuidwestzijde buiten het plangebied bevindt zich ook een restant heide. Het perceel grenst aan de westzijde aan een wetering met laan en aan de oostzijde aan een agrarische perceel en grasland. Op 200-300 meter afstand liggen de straten Coppensdijk/Werststeeg ten oosten en Hooghei ten zuiden van het plangebied. Zie figuur 1.2 voor een impressie van het plangebied.
07
Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos
Figuur 1.1 Ligging plangebied Heidebos (rood omlijnd).
Figuur 1.2 Impressie van het plangebied. Foto’s: Ecogroen
08
Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos
1.2.2
Voorgenomen ontwikkeling Het voornemen is het zonnepark aan te leggen op de akker en dit in te passen in de groene omgeving waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkheden voor recreatie en met de lokale natuurwaarden, welke waar mogelijk worden versterkt (zie figuur 1.3 voor het definitief ontwerp en figuur 1.4 en 1.5 voor de technische tekening). Zo wordt onder andere een houtwal met takkenrillen aangebracht langs het perceel aan de oostzijde en wordt een natuurzone aangelegd langs de wetering en de laan aan de westzijde van het perceel. De bestaande zaksloot blijft behouden en deels voorzien van een natuurvriendelijke oever. Er wordt een onderhoudspad met bloemrijke berm aangelegd dat de sloot doorkruist. De bodemkwaliteit zal in de toekomstige situatie naar verwachting verbeteren doordat het land niet meer zal worden bewerkt of bemest en er niet meer met zware machines zal worden gewerkt. De opstelling van de transparante zonnepanelen wordt zo ingericht dat het regenwater ook tussen de panelen het maaiveld kan bereiken. Ook wordt schaduwminnende vegetatie aangebracht onder en tussen de panelen dat door schapen wordt beweid. Als laatste wordt een groen scherm geplaatst als visuele afsluiting van de batterijen en transformatoren. De afrastering wordt passeerbaar voor bijvoorbeeld de das.
Het plaatsen van de zonnepanelen en technische installaties wordt uitgevoerd bij daglicht. Concreet betreffen de werkzaamheden (bron: Sunvest, 2024): • Het bouwrijp maken van de akker op de locatie waar de zonnepanelen en installaties zijn gepland. Het aanleggen van de bekabeling. Het plaatsen van de stellages voor de zonnepanelen en het plaatsen van de zonnepanelen en overige installaties. De zonnepanelen worden vlak neergelegd waarbij het laagste deel 80 cm boven de grond uitsteekt en schapen hier onderdoor kunnen lopen. • De opstelling wordt omgeven door een hek (1.8m hoog). In het hek worden vier passages aangebracht (één in elke windrichting) zodat kleine dieren in het plangebied kunnen komen. Het hek wordt merendeels achter struweel geplaatst. • De houtwal aan de oostkant wordt ingeplant met streekeigen soorten. Tevens worden takkenrillen aangelegd voor verdichting met als doel de biodiversiteit te versterken (insecten, vogels, kleine zoogdieren). • De natuurzone langs de wetering en laan wordt voorzien van een wat flauwer talud met grazige zomen. De voedselrijke bovenlaag van de natuurstrook wordt afgeplagd en daarna bestrooid met heidestrooisel. Ook wordt een basisstructuur van struweel aangeplant (enkele lage struiken met overhangende takken) en worden zandige bultjes aangebracht voor salamanders en insecten.
• Rondom de bestaande watergang wordt een natuurstrook aangelegd, in de vorm van kruidige zomen afgewisseld met laag struweel. In het midden van de watergang en aan de uiteinden wordt het pad verbreed tot kruiden- en bloemrijke vlinderweitjes. • Langs een struinpad aan de overzijde van de wetering, bij de weitjes, worden geperforeerde dode stammen geplaatst als bijenhotel. De grazige vegetatie wordt na afplaggen ingezaaid met een bosrandmengsel dat zich ook kan ontwikkelen onder de panelen. • De oevers van de sloot worden licht afgevlakt en de slootbodem wordt in de gebruiksfase gefaseerd beheerd. • In de berm langs de noordzijde wordt tot aan de sloot een kruiden- en bloemrijke vegetatie beheerd met gefaseerd/sinus maaibeheer. Ter plekke van de brede opening in de bosrand wordt gevarieerd struweel aangeplant. • Een met palen versterkte kokoswand waar inheemse klimplanten tegenop groeien wordt tegen de zuidrand van het zonnepark geplaatst. Deze omsluit de zes batterijunits en transformatorkasten en is geluiddempend. Kasten voor vleermuizen, mezen en uilen worden aangebracht aan de muur.
09
Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos
Figuur 1.3 Inpassingsplan zonnepark Heidebos (bron: Sunvest). NB: de kaart is niet noord-georiënteerd.
Figuur 1.4 Technische tekening zonnepark Heidebos (bron: Sunvest)
10
Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos
Figuur 1.5 Technische tekening kokos geluidswal zonnepark Heidebos (bron: Sunvest)
1.3
Leeswijzer Het juridische kader waarbinnen de quickscan natuurtoets is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Vervolgens wordt beschreven of er beschermde soorten (hoofdstuk 3) en/of beschermde gebieden (hoofdstuk 4) voorkomen of te verwachten zijn binnen de invloedssfeer van het initiatief en of er mogelijk schadelijke handelingen worden verricht. Hierbij is aangegeven welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn om schadelijke handelingen te voorkomen, of een vergunningplicht van toepassing is en of vervolgonderzoek nodig is om kennisleemten op te vullen.
11
Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZonnepark ZonneparkHeidebos Heidebos
2. Wettelijk kader en methode 2.1
Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Een groot deel van de regels over de fysieke leefomgeving is hiermee gebundeld in één wet. De Omgevingswet bestaat, naast de Omgevingswet zelf, uit vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en één ministeriële regeling. De Omgevingswet regelt onder meer de bescherming van flora en fauna, Natura 2000-gebieden, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In dit rapport wordt ingegaan op de onderdelen flora en fauna, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en overige provinciaal beschermde zones ten aanzien van natuur, indien van toepassing. Bijlage 1 bevat een samenvatting van de relevante wetteksten.
2.2
Onderzoeksmethode
2.2.1
Bureaustudie Om een beeld te krijgen van aanwezige natuurwaarden in en in de omgeving van het plangebied is gestart met een bureaustudie. Hierbij zijn onder andere bekende verspreidingsgegevens van beschermde soorten uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Bij het raadplegen van de NDFF is een zoekgebied van circa vijf kilometer rondom het plangebied aangehouden en is gezocht naar waarnemingen in de afgelopen tien jaar. Daarnaast zijn de Informatiekaart Natuur (IKN) en de provinciale omgevingsverordening geraadpleegd om een beeld te krijgen van de ligging van nationaal en provinciaal beschermde gebieden in en rondom het plangebied.
2.2.2
Quickscan veldbezoek De verzamelde informatie uit de bureaustudie vormt de basis voor een veldbezoek dat op 20 februari 2024 (8 graden C, droog, licht bewolkt en lichte wind) is uitgevoerd door ecologen van Ecogroen. Tijdens het veldbezoek zijn het plangebied en de directe omgeving (zone circa 75 meter rondom het plangebied) onderzocht, waarbij aandacht is besteed aan (biotoop van) beschermde soorten. Naast een beoordeling van de aanwezige biotopen is onder andere gelet op aanwijzingen voor (mogelijke) nesten van jaarrond beschermde vogels en sporen van bijvoorbeeld das.
2.2.3
Toets Flora- en fauna-activiteit Aan de hand van de uitgevoerde bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of er beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn binnen de invloedsfeer van het plan. Vervolgens is bepaald of er schadelijke handelingen kunnen optreden door uitvoering van het plan op beschermde
12
Quickscan natuurtoets Zonnepark Heidebos
soorten en/of hun leefgebied. Tot slot is beoordeeld of er vervolgstappen nodig zijn, zoals vervolgonderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Flora- en Fauna-activiteit. 2.2.4
Toets Natura 2000-activiteit Aan de hand van de uitgevoerde bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of het plan kan leiden tot (significant) nadelige gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Er is gestart met het bepalen van de (mogelijke) negatieve effecten die kunnen optreden als gevolg van het plan. Vervolgens is beoordeeld of negatieve gevolgen te verwachten zijn voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden, en zo ja, of deze significant (kunnen) zijn. Als er mogelijk sprake is van significant nadelige gevolgen is er advies gegeven over te nemen vervolgstappen.
2.2.5
Toets Natuurnetwerk Nederland Aan de hand van de uitgevoerde bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of er door het plan effecten kunnen optreden op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland – in Noord-Brabant: wezenlijke ecologische kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Indien dit het geval is, is er een advies opgenomen over de te nemen vervolgstappen.
2.2.6
Toets overige beschermde zones in relatie tot natuur Naast het NNB kent provincie Noord-Brabant nog andere beschermingszones t.a.v. natuur, te weten rust- en foerageergebied ganzen en smienten. Deze zijn vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. Aan de hand van de uitgevoerde bureaustudie is de ligging van het plangebied ten opzichte van deze zones bepaald en is beoordeeld of er door de plannen effecten (kunnen) optreden op doelen van deze beschermingszones. Indien effecten niet zonder meer kunnen worden uitgesloten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.