CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.4 Herstelbesluit bp Woonlocatie Laarzicht - Bijlagen toelichting (1407150)

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 17 juni 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling herstelbesluit bestemmingsplan Woonlocatie Laarzicht, Middelrode33.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit resulteerde in het ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’. 4 Deze vrijwillige certificering valt dus niet binnen een wettelijk kader en derhalve zal de inhoud en methode van een Historisch vooronderzoek OO enigszins kunnen variëren. Per 1 januari 2021 is het nieuwe, wettelijk verplichte Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (opsporing) in werking getreden. Daarbij is (gelijktijdig) het vrijwillige Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten ingegaan. 5 Bodac B.V. zal dit Historisch vooronderzoek OO dan ook uitvoeren conform de meest recente versie van het certificatieschema.

2.2

Doelstelling

Bodac B.V. werkt voorliggende rapportage uit conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). Dit schema beschrijft de doelstelling van een Historisch Zie voor meer informatie: www.explosievenopsporing.nl Tot 31 december 2020 was het WSCS-OCE opgenomen in Bijlage XII van de Arbeidsomstandigheden met oude eisen van de certificering. 3 SCVE, ‘7SCVE-SEC.11124.V’ (29 mei 2017). 4 VOMES, ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’ (8 februari 2021). 5 ‘Certificatie Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten’, < https://www.vomes.nl/certificatie/certificatie-vooronderzoek-en-risicoanalyseoo/> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. 1 2

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 8 van 77 vooronderzoek OO. Het onderzoek heeft als doel om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van OO, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. De bureaustudie bestaat dan ook uit het inventariseren, analyseren en beoordelen van bronmateriaal. De gevonden geografisch herleidbare indicaties en contra-indicaties worden vervolgens getoetst op relevantie. Op basis hiervan zal gemotiveerd worden vastgesteld of er mogelijk sprake is van een op Ontplofbare Oorlogsresten verdacht gebied, en zo ja, dan zal de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke munitieartikelen beschreven worden. 6 Vervolgens wordt een horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied opgesteld. Het eindresultaat is een rapportage voorzien van een bijbehorende OO-Bodembelastingkaart (zie Bijlage 1).

2.3

Onderzoeksmethode

Leidraad voor het vaststellen van de onderzoeksmethode is het CS-VROO. Verder is voorliggend document opgesteld conform het DO BMS, P01500 en ISO9001 kwaliteitssysteem. Voor het opstellen van een conclusie is het bronmateriaal essentieel. De organisatie verzamelt indicaties en contra-indicaties aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en een luchtfotoanalyse. De onderzoeksmethode met betrekking tot de luchtfotoanalyse wordt in Paragraaf 4.6 uiteengezet. Inzake het bronmateriaal zullen verscheidene uitgangspunten geëvalueerd worden. Een toelichting op verplichte en aanvullende bronnen, beschreven in het CS-VROO, staan in Bijlage 5 van deze rapportage. Naar aanleiding van het CS-VROO zal beoordeeld worden of bepaalde oorlogshandelingen een relevante indicatie vormen voor de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Hier mag echter gemotiveerd van afgeweken worden. De gevonden indicaties en contra-indicaties uit voornoemd bronmateriaal dient een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van oorlogstuig in het onderzoeksgebied. Bij gebruikmaking van indicaties of contra-indicaties uit geschreven bronnen, behoren de verwijzingen ongewijzigd in de rapportage over te worden genomen. Deze locaties moeten vervolgens vertaald worden naar een plaatsbepaling in de huidige topografie.

Indien er onduidelijkheid is over de locatie van indicaties of contra-indicaties zal dit eveneens gedocumenteerd worden. Vervolgens zullen alle relevante indicaties beoordeeld worden op betrouwbaarheid. Gecontroleerd wordt of de informatie van desbetreffende indicatie uit een primaire of secundaire bron komt, of de informatiebron op zichzelf betrouwbaar is met betrekking tot de beschreven feiten en of de gevonden informatie overeenkomt met dezelfde OO-gerelateerde indicaties uit andere bronnen. Op basis van het onderzoek zal een conclusie worden getrokken of er binnen een onderzoeksgebied wel of geen verhoogde kans is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Bij het vaststellen van de conclusie ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ worden enkele uitgangspunten gehanteerd. Een verhoogde kans op OO wordt geconstateerd wanneer er specifieke meldingen zijn van de aanwezigheid van munitieartikelen of wanneer Bodac B.V. een beredeneerde inschatting maakt over de aanwezigheid van oorlogshandelingen. Aan voorgenoemde constateringen wordt de conclusie ‘verdacht’ gekoppeld. Benoeming van hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm, ontstekingsinrichtingen en aantal (afwerpmunitie) van de mogelijke OO is noodzakelijk. Daarnaast hanteert de bureaustudie een horizontale en verticale afbakening bij een verdacht verklaarde locatie.

Deze afbakeningen worden vastgesteld op basis van de ‘nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied’, behorende bij het CS-VROO. Deze nadere bepalingen, bekend onder kenmerk CS-VROO-02, stellen geen eisen aan de certificaathouder aangezien gemotiveerd van deze nadere bepalingen mag worden afgeweken. De horizontale afbakening wordt in het systeem ArcGIS Pro verwerkt, waarbij Bodac B.V. gebruik maakt van het Rijksdriehoeksstelsel (RD) als coördinatensysteem. In de rapportage dient bij het bepalen van de verticale afbakening rekening te worden gehouden met hoofdsoort, gewicht en kaliber. Daarnaast zal, voor het berekenen van de indringingsdiepte bij afgeworpen munitie, gebruik worden gemaakt van het Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven. 7 Indien er sprake is van grondroering of grondverzet in de periode 1945 tot heden, dan zal dit meegenomen worden in het contra-indicatieonderzoek. De uiteindelijke verdachte verticale afbakening zal uitgedrukt worden tot een diepte ten opzichte van NAP.

De gevonden indicaties zullen beoordeeld worden op de aannemelijkheid van de aanwezigheid van OO. Enkel door detectie kan de daadwerkelijke aanwezigheid van munitieartikelen vastgesteld worden. 7 Deltares, ‘Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven’, 1210497-000, 2015. 6

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 9 van 77

2.4

Kwalificatie onderzoeksteam

Het Historisch vooronderzoek OO en alle ArcGIS Pro werkzaamheden zijn uitgevoerd door historicus dhr. R. (Rick) Klein Gunnewiek (MA). 8 Deze rapportage is in samenspraak en onder verantwoording van dhr. R. (Roy) Maas, projectleider van Bodac B.V., voltooid.

8

Dhr. Klein Gunnewiek beschikt over de expertises Historisch onderzoek, Luchtfoto-interpretatie.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 10 van 77

3 Projectscope Ter plaatse van Middelrode zijn grondroerende werkzaamheden voor de bouw van woningen gepland. Om een inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft Kragten B.V. aan Bodac B.V. opdracht verleend tot het uitvoeren van een Historisch vooronderzoek OO naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO). Zoals gecommuniceerd met de opdrachtgever, middels de door Bodac B.V. opgestelde offerte, zal deze bureaustudie het kenmerk ‘H1053’ betiteld als ‘Middelrode Christinastraat’ krijgen. 9

3.1

Onderzoeksgebied

Teneinde een gefundeerde uitspraak te kunnen doen omtrent de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied is door Bodac B.V. een buffer geformuleerd met een straal van 250.00 m1. Binnen deze straal worden alle voor het indicatieonderzoek relevante gebeurtenissen meegenomen in deze rapportage. Het onderzoeksgebied valt onder de gemeente Sint-Michielsgestel in de provincie Noord-Brabant. Het onderzoeksgebied bevindt zich aan de noordoostkant van het dorp Middelrode. Het bestaat uit landbouwgrond met een aantal boerderijen. Voor deze rapportage zal de gemeente Sint-Michielsgestel relevant zijn. Middels kaartmateriaal is het onderzoeksgebied met buffer op de navolgende pagina in kaart gebracht (211203_H1053_OG_01).

Email correspondentie tussen dhr. P. Kaasenbrood en dhr. L. van Rooi (Bodac B.V.) conform offerte met kenmerk 210617_C21209_OB_01 verzonden op 17 juni 2021.

9

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

15 8100

15 8050

15 8000

15 7950

15 7900

15 7850

15 7800

15 7750

15 7700

15 7650

15 7600

15 7550

15 7500

15 7450

15 7400

15 7350

15 7300

15 7250

15 7200

15 7150

15 7100

15 7050

15 7000 40 9050

40 9050

40 9000

40 9000 Esri Nederland, Community Maps Contributors

40 8950

40 8950

40 8900

40 8900

40 8850

40 8850

40 8800

40 8800

40 8750

40 8750

40 8700

40 8700

40 8650

40 8650

40 8600

40 8600

40 8550

40 8550

40 8500

40 8500

40 8450

40 8450

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer

40 8400

40 8400

Versiebeheer Nr.

Datum

1.

03-12-2021 211203_H1053_OG_01

Tekeningnaam

Status Actueel

2. 3.

´

40 8350

40 8350

Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

40 8300

20

40

Meters 60

Formaat: A2

Opdrachtgever: Kragten B.V.

Schaal: 1:2.000

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Onderzoeksgebied

Tek.: R. Klein Gunnewiek 8300 40

Tekeningnaam: 211203_H1053_OG_01

Acc.: R. Maas

15 8100

15 8050

15 8000

15 7950

15 7900

15 7850

15 7800

15 7750

15 7700

15 7650

15 7600

15 7550

15 7500

15 7450

15 7400

15 7350

15 7300

15 7250

15 7200

15 7150

15 7100

15 7050

15 7000

Esri Nederland, Community Map Contributors

Pagina 12 van 77

4 Indicatieonderzoek Het indicatieonderzoek zal op basis van primaire en secundaire bronnen vaststellen of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Alvorens deze bronnen geraadpleegd kunnen worden, zal een inventarisatie plaats moeten vinden van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken ter plaatse van het onderzoeksgebied.

4.1

Eerder uitgevoerd onderzoek

Conform het CS-VROO dient bij aanvang van het onderzoek te worden nagegaan of er in het verleden onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van OO, en zo ja, te worden gerapporteerd op welke wijze(n) deze informatie is betrokken bij het onderzoek. Voor dit vooronderzoek is navraag gedaan bij de VEO Bommenkaart. Eveneens is door de opdrachtgever een reeds uitgevoerd vooronderzoek aangeleverd. De volgende rapportage hebben betrekking op delen van het onderzoeksgebied: Rapportage Derden Sweco B.V., Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Christinastraat te Middelrode, Projectkenmerk ‘51003380’, 03-09-2021. Uit het vooronderzoek van Sweco komt naar voren dat het gebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Zij hebben het derhalve verdacht gemaakt op zowel Britse als Duitse verschoten geschutmunitie. Voor de Britse geldt dat het verdacht is tot en met de 25 ponder en voor de Duitse geldt tot en met 10,5 cm. 

Het kaartmateriaal op de navolgende pagina schetst een beeld van de eerder uitgevoerde onderzoeken in verhouding tot het huidige onderzoeksgebied (211203_H1053_VEO_01).

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

15 8100

15 8050

15 8000

15 7950

15 7900

15 7850

15 7800

15 7750

15 7700

15 7650

15 7600

15 7550

15 7500

15 7450

15 7400

15 7350

15 7300

15 7250

15 7200

15 7150

15 7100

15 7050

15 7000 40 9050

40 9050

40 9000

40 9000 Esri Nederland, Community Maps Contributors

40 8950

40 8950

40 8900

40 8900

40 8850

40 8850

40 8800

40 8800

40 8750

40 8750

40 8700

40 8700

40 8650

40 8650

40 8600

40 8600

40 8550

40 8550

40 8500

40 8500

40 8450

40 8450

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer Sweco B.V., 51003380

40 8400

40 8400

Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

03-12-2021 211203_H1053_VEO_01

Actueel

2. 3.

´

40 8350

40 8350

Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

40 8300

20

40

Meters 60

Formaat: A2

Opdrachtgever: Kragten B.V.

Schaal: 1:2.000

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Reeds uitgevoerd onderzoek

Tek.: R. Klein Gunnewiek 8300 40

Tekeningnaam: 211203_H1053_VEO_01

Acc.: R. Maas

15 8100

15 8050

15 8000

15 7950

15 7900

15 7850

15 7800

15 7750

15 7700

15 7650

15 7600

15 7550

15 7500

15 7450

15 7400

15 7350

15 7300

15 7250

15 7200

15 7150

15 7100

15 7050

15 7000

Esri Nederland, Community Map Contributors

Pagina 14 van 77

4.2

Stafkaart Kadaster

Ten behoeve van het bronnenonderzoek is kennis van de toenmalige topografie ten tijde van mogelijke oorlogshandelingen noodzakelijk. Met behulp van topografische kaarten van het Kadaster en ArcGIS Pro kan de oude situatie geprojecteerd worden op de huidige locatie. 10 Daarmee kunnen verdwenen toponiemen uit het huidige straatbeeld achterhaald en gebruikt worden in het brononderzoek. Op het kaartmateriaal staan diverse toponiemen beschreven, zoals:   

Zandstraat; Laar; Spartelgat.

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog hoorde het onderzoeksgebied bij de gemeente Berlicum. Derhalve dienen de archieven van deze gemeente geraadpleegd te worden, alsmede het provinciale archief van NoordBrabant. Onderstaande afbeelding geeft de topografische stafkaart weer die werd gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog (211215_H1053_HIS_01).

10

Kadaster, Stafkaart Hertogenbosch, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, sheet 11 S.W.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

15 9000

15 8800

15 8600

15 8400

15 8200

15 8000

15 7800

15 7600

15 7400

15 7200

15 7000

15 6800

15 6600

15 6400

15 6200

40 9600

40 9600

Esri Nederland, Community Maps Contributors

40 9400

40 9400

40 9200

40 9200

40 9000

40 9000

40 8800

40 8800

40 8600

40 8600

40 8400

40 8400

40 8200

40 8200

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer 40 8000

40 8000 Versiebeheer Nr.

Datum

1.

15-12-2021 211215_H1053_HIS_01

Tekeningnaam

Status Actueel

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

100

Formaat: A2 Schaal: 1:5.000

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Historische situatie 1943

Tek.: R. Klein Gunnewiek

Tekeningnaam: 211215_H1053_HIS_01

Acc.: R. Maas

15 8800

Opdrachtgever: Kragten B.V.

15 8600

15 8400

15 8200

15 8000

15 7800

15 7600

15 7400

15 7200

15 7000

15 6800

15 6600

15 6400

15 6200

40 7800

50

´

40 7800

15 9000

0

Meters 150

Pagina 16 van 77

4.3

Literatuur

Voor het indicatieonderzoek is relevante literatuur geraadpleegd. Het betreft zowel standaardwerken als eventuele specifieke lokale en regionale schriftuur. In deze literatuur kunnen indicaties gevonden worden welke herleidbaar zijn tot het onderzoeksgebied. In het chronologisch overzicht in Bijlage 2 zal de relevantie en herleidbaarheid verder onderzocht worden. De lijst met geraadpleegde literatuur, websites en alle andere geraadpleegde bronnen is te vinden in Bijlage 6.

4.4

Nationale archieven

Ten behoeve van het indicatieonderzoek zijn nationale en internationale archieven onderzocht. In de archieven is voornamelijk aandacht besteed aan documenten van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde OO, oorlogsschaderapporten, oorlogsdagboeken, gevechtsverslagen van verschillende legeronderdelen en eventuele naoorlogse werkzaamheden. Waar aanwezig zijn relevante indicaties in het indicatieonderzoek meegenomen. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken bevindt zich in Bijlage 6. 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief In het gemeentearchief Brabants Historisch Informatie Centrum te Den Bosch zijn archiefstukken geraadpleegd, te weten 1472 Gemeentebestuur Berlicum 1934-1995. In het Brabants Historisch Informatie Centrum te Den Bosch zijn provinciale documenten ingezien. Er zijn diverse dossiers geanalyseerd uit het archief 127 Militair Gezag in Brabant. Het Militair Gezag (MG) was het dagelijks bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland namens de Nederlandse regering in Londen tot aan de overdracht van deze gebieden aan voorgenoemde regering. Het MG moest het door zuiveringen, collaboratie en oorlogshandelingen ontstane vacuüm in het burgerlijke gezagsapparaat opvullen. Het orgaan hield zich bezig met herstel van het land en handhaving van de veiligheid.

Onderwerpen als de luchtbeschermingsdienst, het herstellen van oorlogsschade en de explosievenopruiming vielen hier ook onder. Deze onderwerpen kunnen relevant zijn voor het indicatieonderzoek. 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag In het Nationaal Archief zijn documenten van het archief 2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking. Dat leidde tot de oprichting van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de luchtbescherming sterker onder controle van de bezetter. Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren rapportages over luchtactiviteiten en informatie over de organisatie van de luchtbeschermingsdienst. Naast bovengenoemd archief zijn documenten van de Korps Hulpverleningsdienst onderzocht, te weten 2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 1945-1974.

Op 21 juli 1947 werd de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) enkel belast met ruimingen van militaire objecten, voorheen functioneerde dit orgaan ook in de civiele sector. Het Korps Hulpverleningsdienst was vanaf bovenstaande datum als aanspreekpunt en verantwoordelijke organisatie aangewezen voor het ruimen van explosieven in de civiele sector. Vanaf 1 januari 1948 werd zij eveneens verantwoordelijk voor militaire objecten. 11 Rond 1971 werden taken, zoals het ruimen van geïmproviseerde explosieven, overgedragen aan de Explosieve Opruimingsdienst (EODD). Met het raadplegen van dit archief tracht Bodac B.V. inzicht te krijgen in mogelijke ruimingen tussen 1946 en 1971. Specifieke informatie uit de periode waarin het Korps Hulpverleningsdienst actief was, is vermoedelijk wel gedocumenteerd, maar vervolgens vernietigd of niet zodanig gearchiveerd dat deze informatie nog vindbaar is. In het archief zijn derhalve alleen krantenberichten over de werkzaamheden van het Korps geraadpleegd. Ook het 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) is gecontroleerd op relevante indicaties. Op 14 mei 1940 werd de zetel van de Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd.

Hiermee werd ook het ministerie van Defensie (later Oorlog) in Londen ondergebracht.

11

J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004), 90.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 17 van 77 Het ministerie hield zich bezig met luchtvaart, militaire operaties en inlichtingen uit Nederland. Informatie met betrekking tot deze taken kunnen relevant zijn voor deze bureaustudie. Tot slot is het archief 2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie- Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 geraadpleegd. De voornaamste taken van de Commissie van Proefneming waren het plannen, uitvoeren en verslag uitbrengen van de resultaten van fabricage, ontwikkelingsproeven van munitie en wapens. Daarnaast ontwikkelde en verbeterde de Commissie de beproevingmethoden en -procedures van wapens en munitie. In 1939 werd de Commissie in verband met het opheffen van de Normaal Schietschool uitgebreid en zij werd opgeheven met ingang van 15 juli 1940. 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is allereerst het zogenoemde bunkerarchief geraadpleegd, te weten 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken. Dit archief vermeld Duitse verdedigingswerken op nationaal niveau. Daarnaast is ook een document uit 447 Bevrijding van Nederland ingezien. In dit document worden verschillende meldingen van Middelrode en omgeving gedaan in de septemberdagen van 1944.

4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD) In het Nederlands Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidestudies te Amsterdam zijn meerdere archieven onderzocht, zoals 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West). Toen Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zich in mei 1940 in Nederland vestigde liet hij zich bijstaan door vier Generalkommissare met bijbehorend apparaat voor belangrijke onderdelen van het bestuur. De Generalkommissar für das Sicherheitswesen was leider van de SS-organisatie in Nederland. Het archief betreft documentatie van deze organisatie. Vervolgens is het archief 216k Departement van Justitie geraadpleegd. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling Luchtbescherming, bevinden zich hier tevens rapporten, correspondentie van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d. 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van het MMOD bevindt zich bij het Semi-Statisch Informatiebeheer van het Ministerie van Defensie in Rijswijk. Het archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten van Nederlandse gemeenten.

In sommige gevallen is deze informatie omtrent munitieruimingen in de naoorlogse jaren 1945-1947 eveneens aanwezig in de betreffende gemeentearchieven. Voor het huidige indicatieonderzoek is gezocht op vermeldingen van de voormalige gemeente Berlicum. 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Ten behoeve van het indicatie- en contra-indicatieonderzoek is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) te Soesterberg bestudeerd. In 1971 heeft de EODD de taak voor het ruimen van aangetroffen OO van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen. Pas vanaf dit jaar zijn alle meldingen van aangetroffen en geruimde explosieven bijgehouden. Tot 1990 werden deze ruimingen ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s) genoemd. Tegenwoordig worden de ruimingen omschreven als ‘Werkopdrachten’ (WO’s) of ‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s). Een nadeel van deze bron is de onvolledigheid van meldingen of ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 bij de EODD of het SIB. Over de periode 2010-2020 zijn de meldingen digitaal raadpleegbaar bij de EODD. Voor deze bureaustudie is gezocht op vermeldingen van de (voormalige) gemeenten Berlicum en Sint-Michielsgestel en plaatsen Berlicum en Middelrode. Bodac B.V. heeft een overzicht van de EODD ontvangen van de UO’s/MORA’s binnen en rondom het onderzoeksgebied.

Hierbij maakt Bodac B.V. gebruik van een buffer van 250.00 m1, welke overigens voor elke gevonden indicatie gebruikt wordt om de relevantie te bepalen. Deze meldingen ondersteunen het indicatieonderzoek door een nauwkeuriger beeld te creëren welke oorlogshandelingen (beschietingen, grondgevechten, bombardementen) in of in de buurt van het te onderzoeken gebied hebben plaats gevonden. Zowel in de database als op de ruimrapporten zelf zijn de locatieomschrijvingen dikwijls vrij summier beschreven. Dit betekent dat de betreffende locaties meestal slechts indicatief kunnen worden ingetekend op de inventarisatiekaart in Bijlage 1. Om het verschil in nauwkeurigheid enigszins aan te geven maakt Bodac B.V. onderscheid tussen munitieruimingen op adresniveau en op straat(naam)niveau. Hierbij dient nog opgemerkt www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 18 van 77 te worden dat ook een munitieruiming op adresniveau als indicatief dient te worden beschouwd, omdat de exacte locatie meestal niet is te achterhalen uit de stukken. Om de gevonden plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps en ArcGIS Pro. In Bijlage 6 Overzicht geraadpleegd materiaal is een tabel opgenomen met daarin de geraadpleegde MORA’s welke relevant zijn voor het onderzoeksgebied. Deze ruimingen zijn in het kaartmateriaal op de navolgende pagina inzichtelijk gemaakt (211214_H1053_EODD_01). MORA’s worden veel op adres of straatniveau opgeschreven, maar dat wil niet zeggen dat de artikelen daar ook gevonden zijn. In het geval van een gebied met veel landbouwgrond, zoals in Middelrode, kan het zijn dat MORA’s die worden gevonden op het dichtstbijzijnde adres of straat worden genoteerd. Om een completer beeld te kunnen geven van de gebruikte munitieartikelen in een conflictgebied dat ongeveer een maand het toneel is geweest van de strijdende partijen, heeft Bodac B.V. er in dit specifieke geval voor gekozen om de MORA’s wat breder dan alleen het onderzoeksgebied en de buffer te beoordelen. Ook de MORA-meldingen in de directe omgeving zijn daarom meegenomen in het onderzoek. Zie voor een overzicht van de geraadpleegde MORA-meldingen de Uitvoeringsopdrachten EODD in Bijlage 6. Naast het overzicht van de UO’s heeft Bodac B.V.

het mijnenveldregister onderzocht. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de strijdende partijen gebruik van mijnenvelden. Het type (antitankmijn of antipersoneelsmijn) en het aantal gelegde mijnen was afhankelijk van de functie van het mijnenveld. Mijnen werden onder andere gelegd voor de verdediging en vertraging van de opmars van troepen. In de jaren direct na 1945 zijn de Duitse en geallieerde mijnenvelden geruimd, waarbij niet altijd alle geplaatste mijnen konden worden terug gevonden. Sindsdien zijn op of nabij de locaties van voormalige mijnenvelden nog sporadisch mijnen aangetroffen. In sommige gevallen werden zelfs grote aantallen mijnen gevonden, doordat de als ‘geruimd’ aangemerkte mijnen destijds niet zijn afgevoerd of vernietigd, maar ter plaatse begraven of gedumpt. De EOD beschikt over een collectie mijnenlegrapporten en mijnenruimrapporten uit de periode 1944-1947. Bodac B.V. heeft navraag gedaan of er ter plaatse van het onderzoeksgebied mijnenvelden zijn gedocumenteerd. Uit de mijnenruimrapporten blijkt dat er twee velden in het onderzoeksgebied hebben gelegen die zijn afgezocht. Daarbij is één veld, waar mijnen werden aangetroffen, geruimd. Op het andere veld werden geen mijnen gevonden. Bodac B.V. gaat er derhalve van uit dat er geen mijnen meer in het onderzoeksgebied aanwezig zijn.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

15 8400

15 8300

15 8200

15 8100

15 8000

15 7900

15 7800

15 7700

15 7600

15 7500

15 7400

15 7300

15 7200

15 7100

15 7000

15 6900

15 6800

15 6700

20070572

40 9200

40 9200

Esri Nederland, Community Maps Contributors

40 9100

40 9100

19801157 40 9000

40 9000

19960500

19710102

40 8900

40 8900

19770816 19960099

40 8800

19862792

19841190

40 8800

20010265 20192680

40 8700

40 8700

19820484

19960375 20180660 40 8600

40 8600

19763238

20141548

19841316 19761298

40 8500

19833320

19721577

40 8500

19911076 40 8400

40 8400

Verklaring

19772743

40 8300

Onderzoeksgebied

40 8300

Buffer Ruiming met locatie op adresniveau Ruiming met locatie op straatniveau

19793268

Versiebeheer

19752651

60

Formaat: A2

Opdrachtgever: Kragten B.V.

Schaal: 1:3.000

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: EOD meldingen

Tek.: R. Klein Gunnewiek

Tekeningnaam: 211214_H1053_EODD_01

Acc.: R. Maas

40 8100

Esri Nederland, Community Map Contributors 15 8100

15 8000

19772730 15 7900

19772917 15 7800

15 7700

19870542 15 7600

15 7500

15 7400

15 7300

15 7200

15 7100

15 7000

19763971

30

Meters 90

15 8400

19870698

19850642

´

40 8200

0

19820911 15 6900

Actueel

Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

40 8100 15 6800

Status

3.

19911183

15 6700

Tekeningnaam

14-12-2021 211214_H1053_EODD_01

2.

19831731

20140487

Datum

1.

15 8300

40 8200

Nr.

15 8200

19851545

Pagina 20 van 77

4.5

Internationale archieven

Bodac B.V. beschikt over gegevens uit internationale archieven welke, conform CS-VROO, voor dit indicatieonderzoek zijn geraadpleegd. Het betreft documenten uit het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau en The National Archives (TNA) te Londen. 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg Ten behoeve van het indicatieonderzoek heeft Bodac B.V. onderzoek gedaan in het Militärarchiv, dat ondergebracht is in het Bundesarchiv te Freiburg am Breisgau. Dit archief beschikt over documenten van het Duitse rijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Archiefstukken van organisaties als de Waffen-SS, Krijgsmarine en Wehrmacht zijn beperkt bewaard gebleven. Door verschillende oorlogshandelingen zijn de documenten ernstig beschadigd. 12 Derhalve blijven slechts enkele archieven over die van betekenis kunnen zijn voor het indicatieonderzoek. Een voorbeeld is de collectie van Lageberichte, te weten RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab en RM-7 Seekriegsleitung der Kriegsmarine. Deze dagelijkse rapporten gaven een korte beschrijving van oorlogshandelingen (voornamelijk bomafworpen) door heel Nederland voor de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941. 4.5.2 The National Archives (TNA) te Londen In The National Archives te Londen zijn verschillende collecties geraadpleegd voor deze bureaustudie. Allereerst beschikt Bodac B.V.

over de zogenoemde ’Daily Logs’ van de 2nd Tactical Air Force (ook wel 2nd TAF genoemd). Zij was vanaf september 1944 tot en met mei 1945 actief boven het Nederlandse luchtruim. Naast de gegevens van de 2nd TAF zijn andere AIR-collecties geraadpleegd. Voorbeelden hiervan zijn het RAF Bomber Command, Coastal Command en Fighter Command. Daarnaast zijn er Operation Record Books (ORB’s) onderzocht van relevante Groups, Wings en Squadrons. Naast archieven over Geallieerde luchtstrijdkrachten beschikt TNA over zogenoemde ’War Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse grondstrijdkrachten die ten tijde van de bevrijding van Nederland in Nederland operationeel waren. Uit de archiefstukken van de AIR- en WO-collecties kunnen gegevens gevonden worden omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte OO. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de Geallieerden gebruik van een specifiek coördinatensysteem genaamd Nord de Guerre. Met dit systeem werd Nederland onderverdeeld in kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter met elk een specifieke codering en nummering van vier cijfers. Wanneer er gebruik werd gemaakt van zes cijfers dan besloeg dit een gebied van 100 bij 100 meter. geallieerde stafkaarten, waarin dit coördinatensysteem staat aangegeven, zijn geraadpleegd om de desbetreffende relevante kaartvierkanten voor het indicatieonderzoek te achterhalen.

Voor het indicatieonderzoek is de navolgende geallieerde stafkaart gebruikt: 

Stafkaart Hertogenbosch, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition (AMS 1), sheet 11 S.W.

De volgende kaartvierkanten dekken het onderzoeksgebied af en zijn derhalve gebruikt tijdens het evalueren van de bronnen uit The National Archives (zichtbaar op de navolgende pagina):  

QE3943; QE4043.

Bundesarchiv, ‘Militärische Unterlagen’, <https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zurBenutzung/benutzen-hinweise-militaerische-unterlagen.html> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. Het archief geeft een uitleg over de beschadigingen: ’Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.’ 12

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

15 8100

15 8050

15 8000

15 7950

15 7900

15 7850

15 7800

15 7750

15 7700

15 7650

15 7600

15 7550

15 7500

15 7450

15 7400

15 7350

15 7300

15 7250

15 7200

15 7150

15 7100

15 7050

15 7000 40 9050

40 9050

40 9000

Esri Nederland, 40 9000 Community Maps Contributors

40 8950

40 8950

40 8900

40 8900

40 8850

40 8850

40 8800

40 8800

40 8750

40 8750

40 8700

40 8700

QE3943

QE4043

40 8650

40 8650

40 8600

40 8600

40 8550

40 8550

40 8500

40 8500

40 8450

40 8450

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer Nord de Guerre

40 8400

40 8400

Versiebeheer Nr.

Datum

1.

03-12-2021 211203_H1053_NG_01

Tekeningnaam

Status Actueel

2. 3.

´

40 8350

40 8350

Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

40 8300

20

40

Meters 60

Formaat: A2

Opdrachtgever: Kragten B.V.

Schaal: 1:2.000

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Nord de Guerre coördinaten

Tek.: R. Klein Gunnewiek 8300 40

Tekeningnaam: 211203_H1053_NG_01

Acc.: R. Maas

15 8100

15 8050

15 8000

15 7950

15 7900

15 7850

15 7800

15 7750

15 7700

15 7650

15 7600

15 7550

15 7500

15 7450

15 7400

15 7350

15 7300

15 7250

15 7200

15 7150

15 7100

15 7050

15 7000

Esri Nederland, Community Map Contributors

Pagina 22 van 77 4.5.3 The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C. In de National Archives and Records Administration te Washington D.C. zijn manuscripten/interviews met de Duitse legerleiding geraadpleegd uit Record Group 549. Deze documenten geven een algemene indruk van de verdediging binnen en rondom het onderzoeksgebied. Verder zijn er zogenoemde ‘After Action Reports’ geraadpleegd van relevante Amerikaanse grondtroepen. Deze documenten zijn, qua inhoud, enigszins vergelijkbaar met de ‘War Diaries’ van de Britten en Canadezen. 4.5.4 Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa In de Library and Archives Canada (LAC) zijn diverse documenten geraadpleegd betreffende de grondtroepen van het Canadese leger. De ‘War Diaries’ van de Canadese troepen zijn niet geanalyseerd voor het huidige onderzoek. In het LAC zijn enkel de ‘Appendices’ van deze dagboeken beschikbaar. In dezelfde stukken, die ondergebracht zijn in TNA, zijn deze namelijk niet toegevoegd aan de archiefstukken.

4.6

Analyse luchtfoto’s

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van uitgebreide luchtfotoanalyses om troepenbeweging te ontdekken, resultaten van bombardementen waar te nemen en nieuwe ‘targets’ e.d. te vinden. Het doel van de luchtfoto-interpretatie is – de in de geschreven bronnen gevonden – indicaties visueel inzichtelijk te maken, alsmede additionele informatie te vergaren. Met behulp van luchtopnamen is dikwijls vast te stellen of het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Sporen van kraters, beschadigde woningen, troepenverplaatsingen of stellingen (militaire vergraving) kunnen aanwijzingen zijn voor een mogelijk verdacht gebied. 4.6.1 Methodiek Conform het CS-VROO worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd voor de interpretatie van het onderzoeksgebied. Tijdens de selectie houdt Bodac B.V. rekening met:     

Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het te onderzoeken gebied; Dekking; Opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen; Kwaliteit fotobeeld; Schaal.

Luchtfoto’s zullen, naar op basis van de data van de oorlogshandelingen, met data van vóór, ten tijde en ná de gevonden indicaties geraadpleegd worden. Ten behoeve van de luchtfoto-interpretatie zal Bodac B.V. letten op de verschillende typen luchtfoto’s, de meest bruikbare foto’s zijn de zogenoemde ‘verticals’. 13 Met behulp van beeldparen kunnen verstoringen in de foto’s geanalyseerd en gedefinieerd worden. Het programma Photoshop wordt gebruikt om de foto’s bij te snijden en grijswaarden toe te passen. Door middel van het georeferentie systeem ArcGIS Pro kunnen mogelijke indicaties op de juiste locatie gepositioneerd worden. 14 Niet alleen de selectie van foto’s kan invloed hebben op de luchtfotoanalyse. Een luchtfoto blijft een momentopname van de situatie van het onderzoeksgebied ten tijde van fotograferen. Niet alleen kunnen wolken, bebouwing, schaduwwerkingen, groei van planten of water hinderlijk zijn tijdens de luchtfotointerpretatie. Ook herstelwerkzaamheden of camouflage kunnen een vertekend beeld geven van mogelijke oorlogshandelingen. Tijdens de luchtfotoanalyse maakt Bodac B.V. een classificatie van objecten welke relevant kunnen zijn voor het indicatieonderzoek. Drie termen zullen de validiteit van een object of verstoring bepalen.

Het begrip ‘bevestigd’ wordt ingezet wanneer de betrouwbaarheid grenst aan zekerheid, waarbij de waarneming met een tweede bron bevestigd kan worden. Het begrip ‘waarschijnlijk’ zal ingezet worden wanneer er een overwegende zekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. Als er een overwegende onzekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto, dan zal de term ‘mogelijk’ gebruikt worden. Indien een object met de betrouwbaarheid ‘mogelijk’ invloed heeft

De kwaliteit van de luchtfotoanalyse heeft onder andere te maken met de opnamehoek en opnamehoogte van de foto’s. Vanwege verschillende aspecten (kwaliteit luchtfoto, opnamehoek, brandpunt, snelheid vliegtuig en de beschikbare georeferentie punten) treedt er tijdens de georeferentie van luchtfoto’s een afwijking van vijf tot tien meter op. In dit indicatieonderzoek wordt een tolerantie gehanteerd van tien meter.

13 14

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 23 van 77 op de afbakening van een verdacht gebied, streeft Bodac B.V. ernaar om aanvullende bronnen te raadplegen. 15 Tot slot maakt Bodac B.V. gebruik van een bedrijfsspecifieke GIS-codering betreffende het indicatieonderzoek van bronnenmateriaal en de luchtfotoanalyse. Met behulp van deze codering wordt getracht een koppeling te maken tussen de verschillende indicaties die zijn voortgekomen uit het vooronderzoek en het kaartmateriaal wat alles visueel inzichtelijk maakt. Indien relevante indicaties geografisch ingetekend kunnen worden, zal de GIS-code in Bijlage 2 beschreven worden. Er wordt bij het optekenen van de GIS-codering rekening gehouden met het verschil tussen indicaties afkomstig uit literatuur en archiefmateriaal, alsmede indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse. Wanneer indicaties afkomstig zijn vanuit literatuur of archiefmateriaal wordt de GIS-codering gekoppeld aan de letter ‘A’ (archief). Voor indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse wordt de letter ‘L’ (luchtfoto) gehanteerd. Wanneer indicaties in beide bronnen voorkomen worden beide letters genoteerd. In de paragraaf 4.7 Conclusie indicatieonderzoek is een tabel opgenomen met daarin alle indicaties die als relevant voor het onderzoeksgebied zijn bestempeld. 4.6.2 Selectie beeldmateriaal Voor dit indicatieonderzoek heeft Bodac B.V.

een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtfoto’s in nationale en internationale archieven. In Nederland bestaan momenteel twee archieven die samen een vrij complete collectie beheren van relevantie luchtopnamen die gemaakt zijn door zowel Britse als de Amerikaanse luchtmacht. Een deel van deze collecties bevindt zich in de afdeling Speciale Collecties, Bibliotheek Wageningen University (WUR) te Wageningen. Het andere deel beheert het Kadaster GEOInformatie (KAD) te Zwolle. De luchtfoto’s uit beide archieven kunnen geleverd worden door de site www.dotkadata.nl. Naast de verplichte Nederlandse archieven beschikken ook internationale archieven over luchtfoto’s van Nederland. Bodac B.V. heeft ook de luchtfotocollecties van The National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh geraadpleegd. In Bijlage 6 wordt een overzicht gegeven van de geselecteerde en geanalyseerde luchtfoto’s. In Bijlage 2 worden de resultaten van de luchtfotoanalyse gepresenteerd in vergelijking met de indicatietabel.

4.7

Conclusie indicatieonderzoek

Uit het indicatieonderzoek is gebleken dat er relevante en herleidbare indicaties zijn gevonden in de literatuur, archiefstukken en/of de luchtfotoanalyse. In Bijlage 2 is een overzicht in chronologische tabelvorm gegeven van de bevindingen uit het indicatieonderzoek. Van sommige indicaties is het niet mogelijk gebleken een exacte locatie vast te stellen. Deze zijn omwille van het historisch overzicht en/of relevantie wel opgenomen in het overzicht. Wanneer een gebeurtenis buiten de buffer van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden, of als de precieze locatie niet bekend is, dan wordt dit vermeld. In het overzicht wordt tevens vermeld of een gebeurtenis als relevant of niet relevant kan worden beschouwd voor het onderzoeksgebied. Middels een GIS-codering worden de indicaties uit de indicatietabel, welke zichtbaar zijn in luchtopnamen, gekoppeld aan de luchtfototabel. In de maanden september en oktober van het jaar 1944 heeft het onderzoeksgebied bij Middelrode in de frontlinie gelegen van de gevechten tussen de geallieerden en de Duitsers. Daarbij is er in een langere periode met geschut op elkaar geschoten en zijn er op meerdere momenten schermutselingen tussen de beide strijdende partijen. Op 22 oktober 1944 vond de laatste grote slag plaats in Middelrode, operatie Alan, waarbij het dorp werd bevrijd.

Omdat het gebied zo intensief betrokken is geweest in de strijd, is het lastig om op de Inventarisatiekaart in Bijlage 1 elke gevechtshandeling in te tekenen. Er is daarom gekozen om voornamelijk de zichtbare schades en kraters die te zien zijn op de luchtfoto’s in te tekenen. Daarnaast zijn de doelen in het ‘Fireplan’ van operatie Alan van 22 oktober 1944 en de meer concrete doelen uit de oorlogsdagboeken van de geallieerde troepen ingetekend. Meer algemene doelen (bijvoorbeeld als een compleet kaartvak als doelwit wordt genoemd) en de reeds nagezochte en geruimde mijnenvelden zijn om het overzicht te bewaren niet ingetekend. In de navolgende tabel zijn de relevante indicaties met de bijbehorende GIS-coderingen beschreven. Deze zijn ook terug te zien op de bijbehorende Inventarisatiekaart in Bijlage 1.

15 Het object met betrouwbaarheid ‘mogelijk’ zal door Bodac B.V. geverifieerd worden met behulp van andere luchtfoto’s met verschillende data. Daarnaast zal getracht worden om aanvullende indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek te vinden.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 24 van 77 GIS-codering: GIS-AL-01

GIS-AL-02 GIS-L-03 GIS-L-04 GIS-AL-05 GIS-A-06

Datum:

Indicatie:

Oktober 1944

Er worden rond Middelrode defensieve stellingen gemaakt. Er worden door de Duitsers een aantal loopgraven aangelegd aan de noordkant van het dorp bij Oud Laar.

Oktober 1944

In de verdedigende stellingen worden op meerdere punten mitrailleursnesten gemaakt.

Oktober 1944

Op de luchtfoto’s zijn verstoringen in de grond waarneembaar die mogelijk het gevolg zijn van de beschietingen door artillerie.

Oktober 1944

Op de luchtfoto’s zijn kraters waarneembaar. Deze zijn het gevolg van de beschietingen door artillerie.

September/oktober 1944

Oorlogsschade aan gebouwen in het onderzoeksgebied en de buffer.

September/oktober 1944

Genoemde beschoten coördinaten vanuit de oorlogsdagboeken van de geallieerden.

Tabel 1: Relevante of belangrijkste indicaties.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 25 van 77 4.7.1

Beeldmateriaal

Figuur 1: Fireplan van Operation Alan. Op 22 oktober 1944 werd begonnen aan deze operatie waarbij ook Middelrode beschoten werd door artillerie-eenheden van de 7th Armoured Division. Bron: The National Archives, WO 171 War Office: Allied Expeditionary Force, North West Europe (British Element): War Diaries, Second World War – 1039 53rd (Heavy) Regiment (Royal Artillery).

Figuur 2: Aantal beschadigingen in de gemeente Berlicum. Te zien is dat er binnen deze gemeente veel vernielde en zwaar beschadigde gebouwen zijn. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum: 127 Militair Gezag in Brabant – 34 Kaarten oorlogsschade aan woningen, boerderijen, kerken en andere gebouwen, 1945.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 26 van 77

Figuur 3: Percentages beschadigingen per gemeente in Brabant. Hier is ingezoomd op de gemeente Berlicum. Te zien is dat een groot deel beschadigd is. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum: 127 Militair Gezag in Brabant – 34 Kaarten oorlogsschade aan woningen, boerderijen, kerken en andere gebouwen, 1945.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 27 van 77

4.8

Beeldvergelijking

Om te kunnen laten zien hoe zwaar het gebied in de conflictperiode betrokken is geweest bij de beschietingen tussen de geallieerden en de Duitsers, is er door Bodac B.V. gekozen een beeldvergelijking te maken van verschillende momenten in de periode september en oktober 1944. Hiervoor zijn luchtfoto’s van 13 september 1944 (voor de conflictperiode), 2 oktober 1944 en 15 oktober 1944 (tijdens de conflictperiode) gebruikt. Er zijn geen luchtfoto’s beschikbaar van na de conflictperiode die het gebied afdekken. De schade die na 15 oktober 1944 is toegebracht tijdens Operatie Alan en de bevrijding van Middelrode op 22 en 23 oktober 1944 is dan ook nog niet zichtbaar. Het kaartmateriaal op de navolgende pagina’s toont de beeldvergelijkingen (211203_H1053_BV_01_01, 211203_H1053_BV_02_01 en 211206_H1053_BV_03_01). 211203_H1053_BV_01_01 Op de eerste beeldvergelijking is de omgeving van de korenmolen bij Middelrode, die in de buffer van het onderzoeksgebied stond, zichtbaar. Op de luchtfoto van 13 september 1944 is te zien dat deze nog overeind staat. Op de luchtfoto van 15 oktober 1944 is te zien dat de molen weg is door de beschietingen. In het veld zijn veel kraters waarneembaar als gevolg van de artilleriebeschietingen. Ook zijn Duitse loopgraven zichtbaar. 211203_H1053_BV_02_01 Op de tweede beeldvergelijking is het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied zichtbaar.

Op 2 oktober 1944 zijn al wat kraters zichtbaar, maar is er nog geen schade waarneembaar aan de gebouwen in en rond het onderzoeksgebied. Op de luchtfoto van 15 oktober 1944 is te zien dat de gebouwen grotendeels kapotgeschoten zijn. Ook zijn er veel meer kraters waarneembaar in het gebied. 211206_H1053_BV_03_01 Op de derde beeldvergelijking is het westelijke deel van het onderzoeksgebied te zien. Op de luchtfoto van 2 oktober 1944 zijn nog geen kraters waarneembaar. Ook zijn er nog geen Duitse loopgraven te zien. Op de luchtfoto van 15 oktober 1944 zijn er wel kraters waarneembaar in het onderzoeksgebied. Ook is voor de boerderij een Duitse loopgraaf gegraven met een aantal wapenopstellingen. Deze stelling heeft tijdens Operation Alan op 22 oktober 1944 nog voor oponthoud gezorgd bij de opmars van de geallieerden. De stellingen zijn vervolgens door de geallieerde artillerie onder vuur genomen om het verzet te breken.

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Esri Nederland, Community Maps Contributors

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

03-12-2021 211203_H1053_BV_01_01

Actueel

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

5,5

11

Meters 16,5

Formaat: A0

Opdrachtgever: Kragten B.V.

Schaal: 1:500

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Beeldvergelijking 13-09-1944/15-10-1944 Tek.: R. Klein Gunnewiek

Tekeningnaam: 211203_H1053_BV_01_01

Acc.: R. Maas

´

Esri Nederland, Community Maps Contributors

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

03-12-2021 211203_H1053_BV_02_01

Actueel

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

5,5

11

Meters 16,5

Formaat: A0

Opdrachtgever: Kragten B.V.

Schaal: 1:500

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Beeldvergelijking 02-10-1944/15-10-1944 Tek.: R. Klein Gunnewiek

Tekeningnaam: 211203_H1053_BV_02_01

Acc.: R. Maas

´

Esri Nederland, Community Maps Contributors

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

06-12-2021 211206_H1053_BV_03_01

Actueel

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

5,5

11

Meters 16,5

Formaat: A0

Opdrachtgever: Kragten B.V.

Schaal: 1:500

Project: H1053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Beeldvergelijking 02-10-1944/15-10-1944 Tek.: R. Klein Gunnewiek

Tekeningnaam: 211206_H1053_BV_03_01

Acc.: R. Maas

´

Pagina 31 van 77

5 Conclusie en advies Op basis van het indicatieonderzoek zal een gemotiveerde conclusie getrokken worden of het onderzoeksgebied als ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ aangemerkt wordt. Indien (een deel van) het onderzoeksgebied verdacht is, dan zal gepoogd worden om hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, aantallen, type ontstekingsinrichtingen (van afwerpmunitie) en de verschijningsvorm van de mogelijk aanwezige OO te achterhalen. Naar aanleiding van de geraadpleegde bronnen en het contraindicatieonderzoek is het onderzoeksgebied verdacht verklaard op een verhoogd risico tot aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie Bijlage 1 voor de indicatiekaart en de OO-Bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied).

5.1

Aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten

Met behulp van het indicatieonderzoek kunnen de mogelijk aan te treffen OO vastgesteld worden. Op basis van het geanalyseerde feitenmateriaal worden de verschillende (sub)soorten en verschijningsvormen van de munitieartikelen onderzocht. Omtrent de hoeveelheid van het mogelijk aan te treffen munitiemateriaal is op basis van de beschikbare gegevens geen uitspraak te doen. Onderstaande Tabel 2 geeft een overzicht van de mogelijk aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied. Hoofdsoort Explosief:

(Sub)soort en kaliber:

Verschijningsvorm:

Onderdeel wrak

Restant springput/explosie

Opgeslagen, Gedumpt, Begraven

Verschoten, Gegooid, Gelegd, Weggeslingerd

Afgeworpen

Klein Kaliber Munitie 17 Infanteriemunitie 16

Hand- en geweergranaten

Munitie voor granaat- en raketwerpers Brisantgranaat: Geallieerd: -

25 ponder 3.7 inch

Duits:

Geschutmunitie

-

7,5 cm 10,5 cm 15 cm

Mortiergranaat: Geallieerd: -

2 inch 3 inch 4.2 inch

Duits:

Op de Inventarisatiekaart en de OO-Bodembelastingkaart wordt de categorie infanteriemunitie gehanteerd als verzamelnaam voor verschillende soort OO. De hieronder te scharen OO uit het CS-VROO worden in de legenda onder deze noemer weergegeven ten behoeve van de overzichtelijkheid van beide kaarten. Hieronder wordt verstaan: Klein Kaliber Munitie, handgranaten, geweergranaten en munitie voor granaat- en raketwerpers. 17 De aanwezigheid van Klein Kaliber Munitie (KKM) leidt niet tot significante risico’s op het gebied van Arbo-veiligheid. In de branche is daarom afgesproken dat hiernaar niet actief wordt gezocht. 16

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 32 van 77 -

8 cm 12 cm

Tabel 2: Overzicht van de mogelijk aan te treffen OO in het onderzoeksgebied.

5.2

Horizontale afbakening

Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied is Bijlage 2a van het CS-VROO als uitgangspunt gehanteerd. De indicaties uit Bijlage 2 en de conclusie van het indicatieonderzoek (Paragraaf 4.7) zijn als uitgangspunten gebruikt voor de horizontale afbakening van het op OO verdacht verklaarde gebied. Militair object | Uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfotoanalyse blijkt dat er in het onderzoeksgebied verdedigende stellingen zijn gegraven door Duitse troepen. In het CS-VROO wordt het volgende vermeld voor militaire objecten: Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of ontplofbare oorlogsresten, dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: -

Veldversterkingen (licht constructie van hout, grond e.d.); Zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); Duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen).

Uit het literatuur- en archiefonderzoek blijkt dat in de maand oktober van 1944 verdedigende stellingen zijn gegraven rondom Middelrode. Op luchtfoto’s is te zien dat een deel daarvan in het onderzoeksgebied zijn gegraven. Het gaat daarbij om loopgraven en wapenopstellingen (mitrailleursnesten). De linies werden gebouwd om de geallieerde opmars te stuiten. Omdat de linies een gevechtsdoeleinde hadden is het mogelijk dat er infanteriemunitie in de gegraven stellingen is achtergebleven. Na de oorlog zijn er rondom het onderzoeksgebied verschillende ruimingen van Duitse infanteriemunitie gedaan, zoals een panzerschreck, een panzerfaust en meerdere Duitse handgranaten. Het gebied waar de Duitse stellingen hebben plaatsgehad is dan ook verdacht op gedumpte Duitse infanteriemunitie (klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaat- en raketwerpers). Artilleriebeschieting | Uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfotoanalyse blijkt dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen met geschutmunitie. In het CS-VROO wordt het volgende vermeld voor artilleriebeschietingen: Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut.

Omdat het onderzoeksgebied ongeveer een maand lang in de frontlinie heeft gelegen, is het niet altijd geheel duidelijk wie op welk moment aanwezig was en waarmee werd geschoten. De reden van de beschietingen is niet altijd gelijk. Zo zijn er situaties bekend van Duitse troepen die een terugtrekkende beweging maakten onder de dekking van artillerievuur, waarop de geallieerden vervolgens met eigen artillerie een antwoord gaven. Daarentegen zijn er ook beschietingen als die tijdens operatie Alan, waarbij er een vooraf opgezet vuurplan werd gemaakt met vastgestelde doelwitten. Op luchtfoto’s is duidelijk aan de schades en kraters in en rondom het onderzoeksgebied te zien dat het gehele gebied betrokken is geweest bij de beschietingen. Op basis van munitieruimingen door de EOD kan een redelijke verwachting van de gebruikte en mogelijk nog aan te treffen munitie gemaakt worden. Er is daarom voor de afbakening gekozen om de hierboven in Tabel 2 genoemde kalibers die in en rond het onderzoeksgebied zijn gevonden en geruimd te hanteren. Op basis van de bekende informatie wordt het gehele onderzoeksgebied als verdacht op verschoten geschutmunitie van zowel Duitse als geallieerde makelij verklaard.

5.3

Verticale afbakening

De verticale afbakening van het verdachte gebied is afhankelijk van de verschijningsvormen welke in het onderzoeksgebied zijn geconstateerd. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient rekening te worden gehouden met verschillende factoren, zoals bodemgesteldheid, bodemweerstand, vorm en diameter van de OO. Voor het merendeel van de (verschoten/weggeslingerde) munitieartikelen zijn gegevens, zoals de verwachte snelheid en inslaghoek, niet gevonden in het archiefonderzoek. Daarnaast heeft de maaiveldhoogte ten tijde van de Tweede Wereldoorlog invloed op de uiteindelijke verticale afbakening. Het is echter niet altijd mogelijk met volledige zekerheid de exacte maaiveldhoogten te achterhalen, waardoor de www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 33 van 77 afbakening in dit opzicht als indicatief beschouwd moet worden. Met behulp van de maaiveldhoogte kan een verticale afbakening berekend worden. De maaiveldhoogte bedraagt tussen de +5.60 m1 NAP en +6.40 m1 NAP. 18 Uit bodemgegevens (booronderzoeken B45D0229 en B45D0232) en van het DINOloket blijkt dat de ondergrond rond het onderzoeksgebied bestaat uit zandgrond. 19 Gedumpte OO | Uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfotoanalyse blijkt dat er in het onderzoeksgebied Duitse stellingen zijn aangelegd. Bij het onderzoeksgebied is gedumpte Duitse infanteriemunitie geruimd. Uit de bronnen blijkt niet hoe diep de stellingen precies waren. Bodac B.V. hanteert derhalve een maximale indicatieve diepteligging van 1.50 m¹ voor de eventueel aan te treffen gedumpte OO op de plekken van de Duitse verdedigingswerken in het onderzoeksgebied. Verschoten OO | Uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfotoanalyse blijkt dat het onderzoeksgebied te maken heeft gehad met beschietingen door geschut van verschillende kalibers. In de nieuwe nadere bepalingen uit het CS-VROO, het CS-VROO-02 (versie 21-02), zijn er specifiekere afbakeningen gegeven voor verschoten geschutmunitie.

Waar eerder werd uitgegaan van een standaard maximale indicatieve diepteligging van de OO per grondsoort, zijn er nu specifiekere afbakeningen voor de maximale indicatieve diepteligging van de OO per grondsoort op basis van de verschillende soorten geschut en de kalibers. De afbakening per verwacht kaliber is hieronder in Tabel 3 te vinden. Hoofdsoort explosief:

(Sub)soort explosief:

Maximale indicatieve diepteligging OO uitgaande van hoogte maaiveld t.t. van WOII(m1) 20: Zand:

Klein Kaliber Munitie Infanteriemunitie

Hand- en geweergranaten

1.50

Munitie voor granaat- en raketwerpers Brisantgranaat: Geallieerd: 25 ponder

0.75

3.7 inch

0.75

Duits:

Geschutmunitie

7.5 cm

0.75

10.5 cm

0.75

15 cm

1.50

Mortiergranaat: Geallieerd: 2 inch

0.30

3 inch

0.80

4.2 inch

1.00

Duits:

Kadaster, ’Topotijdreis: meer dan 200 jaar topografie’ <https://www.topotijdreis.nl/> [14-12-2021]. DINOloket, ‘Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond’ < https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens> [14-12-2021]. 20 Er dient een minimale onderzoeksdiepte van 1.00 m1 aangehouden te worden, omdat rekening moet worden gehouden met de vermenging in de leeflaag door grondbewerkingen. De aangegeven indicatieve diepteligging van OO is aangegeven ten opzichte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De diepteligging van OO is daarnaast sterk afhankelijk van diverse factoren zoals bijvoorbeeld ophoging/verlaging, niveauverschillen, verhardingen, grondwaterstanden, bodemvochtigheid, vorst, begroeiing etc. Afwijkingen t.o.v. bovengenoemde tabel zijn eveneens mogelijk indien er zich ten tijde van de Tweede Wereldoorlog op de locatie bijvoorbeeld waterpartijen, schuttersputten, loopgraven, kraters, watergangen ed. hebben plaatsgevonden. 18 19

www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Middelrode Christinastraat

Pagina 34 van 77 8 cm

0.80

12 cm

1.00

Tabel 3: Overzicht met de indringingsdiepte van explosiefhoofdsoorten in de verschillende grondsoorten (zand of klei).

5.4

Advies en vervolgstappen

Het onderzoeksgebied kwalificeert Bodac B.V. op basis van het geanalyseerde feitenmateriaal als verdacht op de (mogelijke) aanwezigheid van OO. Daar waar het verdachte gebied en het onderzoeksgebied elkaar overlappen (het opsporingsgebied) adviseren wij de opdrachtgever om het opsporingsproces voort te zetten. Indien alleen grond wordt aangebracht, waarbij geen beroering of afgraving van de bodem plaatsvindt, kan worden overwogen om de bodem voorafgaand aan de (grond)werkzaamheden niet nader te onderzoeken op de aanwezigheid van OO. Bij aan- en afvoer van grond zal echter vaak gebruik worden gemaakt van zware machines. De druk en trilling die door deze machines op de bovengrond wordt uitgeoefend kan mogelijk leiden tot het in werking treden van OO die (net) onder het maaiveld liggen. Het is derhalve aan te bevelen de bodem voorafgaand aan deze werkzaamheden toch te laten onderzoeken op de aanwezigheid van munitieartikelen. Daar waar enkel graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen de contouren van reeds naoorlogs vergraven tracés van bijvoorbeeld rioleringssleuven kan redelijkerwijs worden aangenomen dat OO destijds zijn opgemerkt en weggenomen. Deze aanname is echter geen wetmatigheid.

Het is derhalve raadzaam voor aanvang van de voorgenomen werkzaamheden een protocol op te stellen met betrekking tot de handelswijze bij het incidenteel aantreffen van OO uit de Tweede Wereldoorlog. Ook voor gebieden welke als ‘onverdacht’ verklaard zijn kan gebruik worden gemaakt van dit protocol. Bodac B.V. heeft reeds een Protocol Toevalstreffer voor u opgezet (te vinden in Bijlage 7). Aangezien het onderzoeksgebied voornamelijk uit landbouwgrond bestaat en er uit een naoorlogse beeldvergelijking is gebleken dat het sinds de Tweede Wereldoorlog grotendeels onbebouwd is gebleven, adviseert Bodac B.V. om direct tot de detectiewerkzaamheden over te gaan. Omdat de grond vermoedelijk nog ongeroerd is, kunnen er nog steeds OO in de grond aanwezig zijn. Vanwege de omvang van het te onderzoeken gebied is het raadzaam om dit te doen middels passieve non-realtime oppervlaktedetectie. Bodac B.V. kan deze werkzaamheden voor u uitvoeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=2955f40a-7951-44aa-a980-d971cbf4742e