Bijlage 2 - Toelichting en regels Berlicum, Plein 13-15
Tekst van het document
45.4
Voorgenomen
activiteit
Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt het bedrijf omgeschakeld van een veehouderij naar een grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde veehouderij. Daamaast wordt de bestaande monumentale bedrijfswoning van het bedrijf afgesplitst en omgeschakeld naar een burgerwoning. Tevens zal de woning, ten behoeve van het behoud van de monumentale waarde van het pand, worden gesplitst in twee afzonderlijke wooneenheden. Er zal bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van sloop en/of nieuwbouw van gebouwen en er zal geen verharding worden aangelegd. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het reeds bestaande ruimtebeslag. Afkoppeling van het hemelwater zal plaatsvinden middels een gescheiden stelsel. hemelwater afkomstig van het verhard opperak
Hierbij zal het
niet op het riool worden afgevoerd, maar middels
straatkolken en dakgoten worden afgevoerd naar infitratie- en/of bergingsvoorzieningen. Van belang daarbij is dat bij een ruimtelijke ontwikkeling hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Aanleg van nieuw verhard opperak leidt tot versnelde afver van hemelwater naar de watergangen. Om te
voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang (waterbergingscompensatie). Voor de mate van compensatie hanteert het waterschap de volgende
richtlijnen: e _ Voor ontwikkelingen waarbij het verharde oppervak niet toeneemt of met minder dan 500 m? toeneemt
is geen aanwllende compensatie nodig. 48
DLV ADVIES &RESULTAAT
*
Voor ontwikkelingen waarbij het verharde oppervak toeneemt met meer dan 500 m?, maar minder dan 10.000 m?, dient compenserende waterberging te worden toegepast. Hiervoor dient gebruik te worden
gemaakt van de rekenregel. *
Voor ontwikkelingen waarbij het verharde oppervak toeneemt met 10.000 m? of meer dient in overleg
met het waterschap maatwerk te worden toegepast. Vanuit het gemeentelijk beleid inzake hemelwater is opgenomen dat voor iedere toename van het verhard oppendak van meer dan 250 m? een aanwllende compensatie nodig is. Voor het berekenen van de mate van compensatie wordt aangesloten bij het beleid van het waterschap. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een toename van het verhard oppervak, het verhard opperdak zal met de sloop van een deel van de huidige kapschuur juist afnemen.
De voorgenomen
ontwikkeling zal daarmee niet leiden tot een toename van meer dan 250 m?. Aanwllende compensatie wordt daarmee niet noodzakelijk geacht.
Zoals te zien in de volgende figuur zijn er nabij de locatie enkele watergangen die zijn aangemerkt als egger wateren (A en/of B watergangen) gelegen. Voor dergelijke watergangen geldt dat deze niet zomaar
gewijzigd mogen worden en dat binnen de beschermingszones van deze watergangen geen obstakels mogen worden geplaatst.
Kaart legger wateren waterschap Aa en Maas. Bron: Waterschap Aa en Maas.
Zoals te zien in de voorgaande figuur zijn geen beschermingszones van de betreffende watergangen over de planlocatie gelegen. Tevens vinden geen ontwikkelingen in of aan de betreffende watergangen plaats. De betreffende watergangen zullen derhalve met de voorgenomen ontwikkeling dan ook niet worden geschaad. Om negatieve effecten op de huidige goede waterkwaliteit te voorkomen en waterbesparing te bereiken wordt/worden:
*
zoveel mogelijk maatregelen getroffen om het waterverbruik zo gering mogelijk te laten zijn en verontreiniging van het regenwater en oppervaktewater te voorkomen; * _ duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toegepast. 49
DLV ADVIES &RESULTAAT
De locatie is voorzien van riolering, waar het afvalwater van de (bedrijfs)woningen op wordt geloosd. Het bedrijfsafvalwater wordt middels een gescheiden stelsel afgevoerd. Hemelwater wordt hierbij niet
afgevwerd op het rioleringssysteem, maar wordt middels dakgoten en straatkolken opgevangen in een bergingsvoorziening. Hiermee is geen sprake van afkoppeling van hemelwater naar
Rioolwaterzuiveringsinstallaties. Hiermee zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van onevenredige aantasting van de waterhuishouding ter plaatse.
45.5 Compenserende waterberging Ter compensatie van de toename van het verharde oppenak bij ruimtelijke ontwikkelingen dient ‘compenserende waterberging plaats te nden om wateroverlast te voorkomen. Zoals nader aangetoond in
de paragraaf "Voorgenomen activiteit” (paragraaf 4.5.4) is voor de voorgenomen ontwikkeling geen ‘compenserende waterberging nodig.
50
DLV ADVIES &RESULTAAT
Hoofdstuk 51
5
Uitvoerbaarheid
Economische
uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project.
Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project.
Een tweede bepaling
omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling
van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten zeker te stellen.
Op basis van artike! 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast
voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven: "Artikel
6.2.1
Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a.
de bouw van een of meer woningen;
b.
de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen:
c.
de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m? bruto-voeroppervlakte of met een of meer woningen;
d.
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of
ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of
ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve
oppervakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m? bruto-vloeropperlakte bedraagt;
f.
de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m? bruto-voeroppervlakte.”
Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een in het betreffende artikel genoemde bouwplan,
waarmee geen exploitatieplan nodig is Kosten voor het uitvoeren en doorlopen van de procedure zijn daamaast voor rekening van de initiatiefnemer. Gemaakte kosten door de gemeente worden middels het heffen van leges op de initiatiefnemer verhaald, zoals is opgenomen in de legesverordening van de gemeente Sint-Michielsgestel. Hiermee kan worden gesteld dat het project financieel haalbaar wordt geacht.
52
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorliggend plan betreft een herziening op het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel" en de herzieningen en actualisaties daarop van gemeente Sint-Michielsgestel en wordt opgesteld conform de Uniforme Voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het kader van deze procedure wordt eenieder tijdens de terinzagetermijn in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het plan n te dienen. Wanneer het plan ter inzage ligt wordt gepubliceerd in de gemeentelijke bladen, op de gemeentelijke website en in de digitale Staatscourant. Tevens wordt het plan voor eenieder digitaal raadpleegbaar gesteld va www:uimtelijkeplannen.nl. Het voorliggende plan wordt gecoördineerd uitgevoerd n samenhang met de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw
ten aanzien van het monumentale pand.
521 Ter inzage termijn ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 27 april tot en met 7 juni 2023 ter inzage gelegen.
Tijdens deze ter
inzage termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te
dienen. Tijdens de ter inzage termijn zijn geen zienswijzen ingekomen. Wel heeft het waterschap Aa en Maas een informele reactie gegeven op het ontwerpbestemmingsplan. Hoewel dit geen formele zienswijze betreft is ervoor gekozen om wel aan deze informele reactie tegemoet 51
DLV ADVIES &RESULTAAT
te komen. Het waterschap heeft als volgt gereageerd: 1.
Erontbreekt een beschrijving van het beleid van het waterschap (en de gemeente).
Ik zou u willen
verzoeken om in de waterparagraaf een beschrijving te geven van het waterbeleid. Zo wordt bijvoorbeeld het Waterbeheerplan niet benoemd in de waterparagraaf.
2.
Verder advseert het waterschap om in de plantoelichting kort aan te geven dat er nabij het plangebied egger wateren (A en B watergang) aanwezig zijn, maar de ontwikkeling deze niet raakt.
Op basis van de voorgaande reactie is de toelichting van het voorliggende plan als volgt aangepast: 1. 2.
3.
In de toelichting is de paragraaf "Beleid waterschap Aa en Maas" (paragraaf 4.5.2) toegevoegd, waarin het beleid van Waterschap Aa en Maas nader is beschreven. In de toelichting is de paragraaf "Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Sint-Michielsgestel 2020-2024" (paragraaf 4.5.3) toegevoegd, waarin het gemeentelijk beleid met betrekking tot water vanuit het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Sint-Michielsgeste! nader is beschreven. Vervolgens is n de paragraaf "Voorgenomen activiteit” (paragraaf 4.5.4) eveneens getoetst aan het aanwllend gemeentelijk beleid. In de paragraaf "Voorgenomen activiteit” (paragraaf 4.5.4) is een beschrijving opgenomen van de nabij het plangebied aanwezige legger wateren (A en B watergangen) en s aangegeven dat het voorgenomen initiatief hier geen inoed op zal hebben.
Gezien het voorgaande is in voldoende mate rekening gehouden met de belangen van het waterschap zoals in de informele reactie is aangegeven.
53
Handhaving
Een bestemmingsplan en/of een omgeingsvergunning is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in de omgewingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Sint-Michielsgestel vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van een ruimtelijk project heeft regelgewing met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van een bestemmingsplan of een vrijstelling.
52
DLV ADVIES &RESULTAAT
Hoofdstuk 6 61
Wijze van bestemmen
Doel en reikwijdte
Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. het toekennen van gebruiksmogelijkheden.
Het gaat dus om
In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald
dat twee begrippen centraal staan. Dit zijn: 1.
goede ruimtelijke ordening;
2.
uitvoerbaarheid.
Als een plan aan deze twee eisen voldoet, voldoet het aan de wet.
Via een bestemmingsplan worden functies aan gronden gegeven. Vanuit de Wro volgt een belangrijk principe, namelijk toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder, etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan bepaalt uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. 2.
de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een n het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en: de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsregels zijn hierbij mede van belang).
Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing
(omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van \werken! (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden).
Een bestemmingsplan
regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en kan daarbij egels geven voor:
1.
het bebouwen van de gronden;
2.
het verrichten van werken (aanleggen).
Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is niet het enige instrument. Andere wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet,
de Monumentenwet
1988, de Algemeen Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitvoeren van het ruimtelijk beleid.
Via overeenkomsten kan de gemeente met betrokken partijen aanwullende afspraken maken voor zover dat niet va het bestemmingsplan geregeld kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het zeker stellen dat
bepaalde activiteiten ook werkelijk verricht worden om zo het toelatingskarakter van een bestemmingsplan aan te scherpen.
6.2
_ Onderdelen van een bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen. Dit zijn de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart).
6.2.1 De toelichting De toelichting wordt opgesteld volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hier staat, in het kort, dat in de toelichting verslag gedaan moet worden van de gemaakte keuzes in het plan. Voor een ontwikkelingsgericht plan waagt dat een andere motivatie dan voor op beheer gerichte plannen (een plan kan ook zowel ontwikkelingsgericht zijn voor het ene deel en voor een ander deel beheergericht). Ook moet ingegaan worden op het aspect water, de afstemming met andere overheden (indien nodig), het onderzoek voor zover nodig voor de uitvoerbaarheid en de wijze waarop inspraak is verricht (indien nodig).
Als er bij het bestemmingsplan een milieu-effect rapport s gemaakt hoeft niet ingegaan te worden op monumentale en/of andere waarden in het plangebied noch de milieukwaliteit in het gebied, want dat
gebeurt in dat geval in het milieu-effect rapport. Via de toelichting wordt zo inzicht gegeven in de twee eisen uit artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 53
DLV ADVIES &RESULTAAT
Centraal in de toelichting moet staan waarom de functies als opgenomen op de plankaart, met de bijhorende regels, de mogelijkheden bieden en waarom dit past op die locatie. Bijlagen bij de toelichting: Bij de toelichting kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van
het bestemmingsplan zelf. Omdat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van het bestemmingsplan kan de toelichting zelf kort van tekst blijven omtrent het desbetreffende onderwerp. Hierdoor blijft de toelichting zelf kort en daarmee
leesbaar.
Algemene beleidsdocumenten hoeven vanwege het algemeen geldende karakter niet als bijlage opgenomen te worden bij het bestemmingsplan. Denk aan verschillende sectorale beleidsdocumenten als ook structuursies. Een toelichting moet, voor zover het beleidsstuk relevant is voor het plan, aangeven wat de relatie is tussen het bestemmingsplan en dat beleidsdocument.
6.2.2 De planregels De planregels zijn verdeeld over4 hoofdstukken: 1.
2.
3.
4.
Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn soms erg belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald; Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. leder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd n de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Ten slotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een afwijkingsmogelijkheid van de regels in het bestemmingsplan zelf, dit in tegenstelling tot 'buitenplanse’ afwijkingen). In de algemene regels kunnen erg belangrijke bepalingen zijn opgenomen; Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).
Bijlagen bij de planregels Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels.
6.2.3 De verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen zoals gebiedsaanduidingen,
bouwaanduidingen, bouwakken,
etc.. Via de bijhorende regels in de planregels
wordt bepaald wat hier wel en niet is toegestaan. 54
DLV ADVIES &RESULTAAT
De verbeelding wordt ook wel plankaart genoemd. Dan wordt hetzelfde bedoeld. Belangrijk te weten is dat een digitaal bestand (een '.gml-bestand’ leidend is. Dat digitaal bestand bepaalt waar welke bestemming ligt en waar welke aanduidingen etc.. Een afgeleide van dat digitale bestand is bijvoorbeeld een ' pdf:bestand' of een papieren (analoge) verbeelding. Bij twijfel over een ’.pdf-bestand' of een papieren versie van de verbeelding geeft het digitale bestand de juridische doorslag.
6.3
Voorliggend bestemmingsplan
Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding
en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de
bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.
De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:
«
'Agrarisch, waarbij de functie voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijfen het agrarisch gebruik van gronden wordt neergelegd.
«
Wonen’, waarbij de functie wonen in woningen wordt neergelegd.
Dit plan kent de volgende noemenswaardige bijzonderheden: * _ Het bouwak van het agrarisch bedrijf zal worden voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - veehouderij, waarmee het uitvoeren van een veehouderij wordt uitgesloten; Een deel van het huidige agrarische bouwak zal worden omgeschakeld naar een woonbestemming ten behoeve van de om te schakelen en splitsen monumentale woning. Het bouwvak
zal worden
verkleind.
Binnen de te realiseren woonbestemming zal een maatvoeringsaanduiding worden opgenomen voor het toestaan van twee wooneenheden.
Binnen de woonbestemming zullen de te behouden bijgebouwen worden voorzien van een aanduiding die borgt dat de te behouden oppervakte aan bijgebouwen de maximale oppervakte is. Een en ander is weergegeven op de bij dit plan behorende verbeelding. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro).
55
DLV ADVIES &RESULTAAT
56
DLV ADVIES &RESULTAAT
Bijlagen bij de toelichting
57
DLV ADVIES &RESULTAAT
Bijlage 1
Landschappelijk
inrichtingsplan
58
Plein 13 - 15 Berlicum
(geanonimiseerd)
Inhoudsopgave:
Handreiking Kwaliteitsverbetering Landschap Landschappelijk inpassingsplan
ovsw
Beheer
m o
Locatie
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
erpbureau
Bestaande situatie
1
E3
Deze afbeeldingen geven een beeld van de locatie van het plangebied ( bron google eorth}
8
-
vuime
|
anesch
ontwerpbureau Pagina 3
Foto1
Foto3
ontwerpbureau Pagina 4
Deze foto's geven een beeld van het perceel
Foto 2
estaande
situa
Foto
Foto 7
Deze foto's geven een beeld van het perceel
Foto8
6
estaande
situa
Bovenstaande afbeelding geeft schematisch de bestaande situatie weer. Aan de straat ( Plein } is reeds een dubbele laanbeplanting aanwezig. Rondom de woningen ( nr 13 en 15 } is momenteel een praktische erfinrichting aanwezig. Dit in de vorm van veel verharding, sleufsilo's en opslag
andreiking KVL
Kampenlandschap Kleinschalig landschap
Onregelmatige verkaveling Kronkelige wegen Verspreide bebouwing met erfbeplanting
Wegbeplanting
_
Kavelgrensbeplanting
Deze kaartjes zijn uitsneden uit de Handreiking
ii =
e
kwaliteitsverbetering van Boxtel
Deze landschapselementen komen overeen met
n
het landschapstype oude zandontginningen wat aansluit op het plangebied.
Kleinschalig landschap met erf; kavelgrens-
Voor voorliggend plan zal ment name worden
enwegbeplanting. Behoud overgangen beekdal en oude bouw-
ingezet op kavelgrensbeplanting met gebruik van onderstaande boomsoorten.
anden (steilranden)
Boomsoorten op erven tuinen Zomerei (Quercusen inrobur) (Leiinde (Tilia europaea Pallida) Notenboom Juglans regia) Boomgaard of solitaire fruitboom Hagen om erven en tuinen Beuk (Fagus (Acer sylvatica)campestre) Veldesdoorn Meidoor (Crataegus monogyna) Gemengde haag Bomen in het landschap en langs wegen. Gewone es (Fraxinus excelsior)
Populier (Populus x canadensis Marilandica)
Zomereik (Quercus robur) Schietwilg (Salix alba’Liempde)
Schietwilg geknot (Salix alba) Geriefhoutbosjes Schietwilg (Salix alba 'Liempde) Gewone es (Fraxinus excelsior)
W ea ontwerpbureau
v
k e penda)
Houtwallen en singels(Quercus op derobur) hogere delen Zomerreik Haagbeuk (Carpinus betulus) Zomerlinde (Tilia vulgaris) Gewone es (Fraxinus excelsior) Meidoorn (Cataegus monogyna) Hazelaar (Corrylus Veldesdoorn (Acer avelana) campestre) Komoelje (Comus sanguinea) Hondsroos (Rosa canina) Vuilboom (Rhamnus fangula) Gelderse roos (Vibumum opulus) Schietwilg (Salix alba’Liempde)
_ Beplanting in de beekdalen
Gewone es (Fraxinus excelsior) Zwarte els (Alnus glutinosia)
Schietwilg (Salix alba'Liempde) Zoete kers (Prunus avium) Zachte berk (Betula pubescens) Esdoom (Acer pseudoplatanus)
Grauwe wilg (Salix cinerea)
Hagen in het landschap
m
Gemengde hagen Vlechthagen
m
gewenst vrijuitzicht op paardenweide
andschappelijke U ESS S JENNGENS situatie)
eelhaag
Bovenstaande tekening geeft de nieuwe ontwikkeling weer met de landschappelijke inpassing.
Voor het plan worden de kavelgrenzen aangeplant met inheemse bomen en worden exoten ( coniferen ) verwijderd. Veel verharding ( ongeveer 600m2 ) wordt weggehaald en als tuin ingericht en de schutting aan de noordwest zijde wordt omgevormd naar een inheemse haag ( Ligustrum aangezien deze voor een deel reeds aanwezig is wordt hier op aangesloten }
ontwerpbureau Pagina 8
Het perceel wordt deels omzoomd aan de noordzijde met een struweelhaag zodat de schuren aan het zicht onttrokken worden. Het zicht op, en vanaf de monumentale boerderij blijft met opzet open aangezien dt een fraai element is in het landschap. In de voortuin komt een solitaire Lindeboom die uit kan groeien tot een monumentale boom wat een mooi ensemble vormt met de monumentale boerderij. De tuinen worden omzoomd met een beukenhaag langs de straat. De bestaande verharding ten noorden van de nieuwe Lindeboom wordt in de nieuwe situatie gebruikt als inrit, hier veranderd n principe niets met de huidige situatie.
andschappelijke Inpassingsplan (nieuwe situatie)
De soorten bomen die aangeplant worden zijn: - Quercus robur( zomereik } ( deze worden langs de paarde weide aangeplant } -Tilia europaea ( deze wordt in de voortuin aangeplant ) -De haag wordt voorgesteld als Ligustrum vulgare en Fagus sylvatica -De struweelhaag bestaat uit de volgende soorten; -Crataegus monogyna
-Viburnum opulus -Corrylus avalana -Acer campestre
ontwerpbureau Pagina 9
eer
Met betrekking tot het beheer van voorgaand omschreven bomen en hagen moet worden uitgegaan van normale omstandigheden. De eerste snoei is belangrijk om de verhouding wortels en kroon te optimaliseren. Later als de boom volwassen is is onderhoud snoei noodzakelijk. Schurende takken moeten worden verwijderd. In droge periodes kan de boom nog niet zelf voldoende water vinden, water geven is de eerste drie jaar belangrijk. De hagen moeten het eerste jaar ook voorzien worden van water. Verder is regelmatig 'scheren’ van de haag nodig om een vaste compacte vorm te behouden. In een optimale situatie mag de haag 2x per jaar gesnoeid worden. De struweelhaag kan vrij uitgroeien en wordt 1 maal per 5 tot 7 jaar aan drie zijden gesnoeid. Na het snoeien heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter en een breedte van tenminste 0,8 meter.
ontwerpbureau Pagina 10
Landschappelijk inrichtingsplan
Februari
2023
DLV ADVIES &RESULTAAT
Bijlage 2
_ Akoestisch onderzoek
70
OMGEVING BV
AKOESTISCH
ONDERZOEK
WEGVERKEERSLAWAAI EN
INDUSTRIELAWAAI
Plein
13-15 te Berlicum
Datum
:3 mei 2022
Rapportnummer
: 222-BP115-wl-ilv2
Project
: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai Plein
13-15 te Berlicum
Opdrachtgever
: DLV
Advies
Datum rapport
:3 mei 2022
Voor akkoord:
Voor akkoord:
G
Plein
-15 te Berlieum
M & A Omgeving BV
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
L
Inleiding
1
2 21
Normering Wegverkeerslawaai Industrielawaai
2 2
4
3.
Wegverkeerslawaai
6
3.1
Uitgangspunten
6
32
Resultaten
7
4
Industrielawaai
8
41
Uitgangspunten bedrijf Plein 13
8
42
Resultaten directe hinder
11
43
Resultaten
12
5.
Gecumuleerde geluidsbelastingen
13
6.
Conclusies en aanbevelingen
15
61
Wegverkeerslawaai
15
63
Industrielawaai en wegverkeerlawaai gecumuleerd
16
22
62
indirecte hinder
Industrielawaai
Bijlagen Bijlage 1
: Situatietekening
Bijlage 2
: Invoergegevens wegverkeerslawaai
Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5a Bijlage 5b
: Resultaten wegverkeerslawaai : Verkeersgegevens : Invoergegevens industrielawaai -directe hinder: Invoergegevens industrielawaai -indirecte hinder-
Bijlage 62
: Resultaten
Bijlage 6b Bijlage 7
: Resultaten industrielawaai -indirecte hinder: Geeumuleerde geluidbelastingen
industrielawaai -directe hinde:
15
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving
BV
1. Inleiding Er is aan M & A Omgeving opdracht verleend tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek voor een ontwikkeling aan het Plein 13-15 te Berlicum. Het agrarische veehouderijbedrijf op de locatie Plein 13-15 wordt omgezet naar agrarisch akkerbouwbedrijf (geen veehouderij
meer). Verder wordt de huidige bedrijfswoning met huisnummer 15 afgesplitst van het bedrijf Plein 13, omgezet van bedrijfswoning naar burgerwoning en gesplitst in twee wooneenheden. In het kader van het omzetten naar de bestemming ‘burgerwoningen’, dient te worden getoetst aan de eisen volgens de Wet geluidhinder. Uitgangspunt is dat wordt uitgegaan van een goed
woon- en leefklimaat bij de betreffende woningen. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de bedrijvigheid (agrarisch akkerbouwbedrijf) aan het Plein 13. Het doel van het akoestisch onderzoek
is het berekenen
van de geluidbelasting vanwege
wegverkeerslawaai en industrielawaai op de gevels van de omliggende woningen. Op deze manier kan beoordeeld worden wat het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan is. Daarnaast is bepaald of het nabij gelegen bedrijf aan het Plein 13 niet belemmerd wordt in hun bedrijfsvoering in het kader van de Wabo door de woningsplitsing en het omzetten naar
burgerwoningen
(Plein
15).
De
overige
bedrijven
in de omgeving
zijn akoestisch
niet
relevant.
De situatietekening is weergegeven in bijlage 1.
Naar aanleiding van
opmerkingen
van de gemeente
is het eerder verschenen
akoestisch
onderzoek 222-BPIll-wl-il-vl, d.d. 09-03-2022 aangepast. De volgende zaken zijn in onderhavig onderzoek gewijzigd: . Er is nu uitgegaan van gebiedstype ‘rustig buiten gebied’ in tegenstelling tot het eerder aangehouden gemengd gebied. Dit betekent dat 5 á 10 dB(A) strengere richtwaarden
gehanteerd worden; .
In het eerder verschenen onderzoek was uitgegaan dat er 6 zware voertuigen (tractor/ vrachtwagens) helemaal naar achteren reden (toen mobiele bron Tr/Vrl). Dit is niet juist gebleken en is aangepast naar het volgende. Er rijdt maximaal 1 tractor (bron Tr2) helemaal naar achteren en er kunnen verder maximaal 6 zware voertuigen
(tractor/ vrachtwagens) tot achter de meest zuidelijke stal/loods rijden (nu mobiele bron Tr/Vrl);
.
Er is een rekenpunt gelegd op de achtergevel van woning Plein 11.
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving BV
2. Normstelling 2.1 Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (1-1-2013) zijn voor wegverkeerslawaai zones opgenomen, waarbin-
nen regels zijn gesteld omtrent bescherming van geluidgevoelige objecten. Voor de normstelling binnen deze zones wordt voor verkeerslawaai onderscheid gemaakt tussen de ligging in binnenstedelijk gebied en buitenstedelijk gebied. Binnenstedelijk gebied is het gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Het buitenstedelijk gebied is het gebied buiten de
bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg en autosnelweg. De breedten van de geluidzones voor de verschillende wegen is weergegeven in onderstaande tabel 2.1. Tabel 2.1 : Breedten van geluidzones e gebied
Aantal rijstroken
Stedelijk
Brecdte geluidzone [meter]
1of2
200
3 of meer
350
1of2
250
3of4
400
$ of meer
600
Buitenstedelijl
Tabel 2.2 : Geluidsgrenswaarden voor nieuwbouw van binnenstedelijke situaties langs bestaande wegen (art. 83 Wgh)
Woningen
Maximale gevelwaarde
63 dB
Maximale
33 dB
binnenwaarde
Tabel 2.3 : Geluidsgrenswaarden voor nieuwbouw van buitenstedelijke situaties langs bestaande wegen (art. 83 Wgh) Woningen
Maximale gevelwaarde
534B
Maximale
33dB
binnenwaarde
Plein 13-15 te Berlieum
Voor onderhavige
M & A Omgeving BV
situatie geldt dat de wegen
als bestaande en de woningen
als nieuwe
situatie gezien dient te worden. De wegen buiten de bebouwde kom hebben een geluidzone van 250 meter. Aftrek voor het in de toekomst
stiller worden
van wegverkeer
Alvorens te toetsen aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder dient een correctie volgens voorschrift 3.4 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder (2012) te worden toegepast. Indien in alle redelijkheid kan worden beredeneerd dat op de betreffende weg nog maatregelen mogelijk zijn die een beduidend lager geluidsniveau in de toekomt tot gevolg zullen hebben dan mag voor wegen met een rijsnelheid tot 70 km/h een correctie worden
toegepast van maximaal 5 dB. Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen km/uur of meer bedraagt : 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB bedraagt.
70
3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 1 10g Wgh 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting. 5 dB voor de overige wegen 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder (borging binnenwaarden).
De relevante wegen Groenstraat en Plein hebben een rijsnelheid van 60 km/h, dus er geldt een aftrek van 5 dB.
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving
BV
2.2 Industrielawaai
De beoordeling van de akoestische activiteiten vindt plaats in het kader van goede ruimtelijke ordening. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor de omgeving van het plangebied is functiemenging toegestaan. In
dergelijke gebieden komen milieu belastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar voor. In onderhavige situatie wordt de inrichting op relatief korte afstand gesitueerd van woningen van derden. Daarom wordt beoordeeld of geen onaanvaardbare effecten optreden ten gevolge van geluid producerende activiteiten vanuit de inrichting.
In onderhavig ‘rustig buitengebied’ wordt als richtwaarde voor de geluidnormering 40 á 45 dB(A) etmaalwaarde gepast geacht. Voor maximale geluidniveaus wordt getoetst aan de grenswaarde voor het maximale geluidniveaus van 70 dB(A) voor de dagperiode, 65 dB(A) voor de avondperiode en 60 dB(A) voor de nachtperiode. Dit sluit ook aan bij de toekomstige geluidvoorschriften in het milieuspoor voor de inrichting aan Plein 13 (Activiteitenbesluit). De controle op en berekening van de in de voorschriften opgenomen geluidsgrenswaarden dient te geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" uitgave 1999. De gemeente heeft de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften op te stellen. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkómen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt
zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het ruimtelijk beleid van rijk en provincies biedt gemeente beleidsvrijheid voor maatwerk op lokaal niveau. Er wordt, in principe voor plannen en toetsen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, uitgegaan van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Het is mogelijk om deze gemotiveerd toe te passen, met als doel te komen tot maatwerk op lokaal niveau. Een belangrijke bouwsteen voor milieuzonering is de richtafstandenlijst in de ‘VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering’. Hierin zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. Er wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Er valt 1 bedrijf binnen de hinderafstanden tot de ontwikkellocatie: Plein
13
Onderhavige inrichting valt onder de categorie ‘Agrarisch bedrijf". Deze heeft volgens lijst 2 -
Activiteiten
in de ‘VNG-publicatie
Bedrijven
en milieuzonering’
milieucategorie
bijbehorende richtafstand voor geluid bedraagt 30 meter (rustige woonwijk gebied, en 0 meter voor gemengd gebied).
1. De
rustig buiten-
De richtafstandenlijsten gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke
activiteiten
concreet
worden
beoogd,
dan
kan
gemotiveerd
worden
uitgegaan
van
de
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving BV
daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Aangezien in dit akoestisch onderzoek, tot in detail, de activiteiten worden beschreven en de daadwerkelijke geluidbelasting wordt berekend, kan worden afgeweken van de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het
toetsingskader
voor
geluid,
aangezien
de
richtafstanden,
worden
overschreden,
is als
volgt: Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige relevante) gebiedstype ‘rustig buitengebied’ van maximaal: . 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; . 65 -70 dB(A) maximaal (piekgeluiden);
°
bestemmingen
in (het
50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking;
is planherziening mogelijk. Piekgeluiden beschouwing
veroorzaakt door aan- en afrijdend verkeer mogen in beginsel niet buiten worden gelaten bij de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke
ordening. De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” biedt wel de mogelijkheid, mits goed gemotiveerd, om af te wijken van de eerder genoemde richtwaarde. In dit akoestisch onderzoek zullen, voor de inrichting aan het Plein 13, de activiteiten worden beschreven en de daadwerkelijke geluidbelasting worden berekend. Er zal dus worden
onderzocht of aan bovenomschreven richtwaarden wordt voldaan ter plaatse van de woningen.
Bij de beoordeling van de belangen van de bestaande bedrijven zijn de "akoestische" milieurechten van het bedrijf in het milieukader (milieuvergunning) leidend. Er moet gezorgd
worden voor een aanvaardbaar akoestisch klimaat bij de nieuwe geluidsgevoelige bestemming.
Verder moet gekeken worden naar de (akoestische) mogelijkheden van het bestemmingsplan voor het perceel waarop de bestaande bedrijven zijn gevestigd, zodat deze niet onredelijk worden ingeperkt. De "akoestische milieurechten" van het bestaand bedrijf zijn op basis van het Activiteitenbesluit.
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving BV
3. Wegverkeerslawaai 3.1 Uitgangspunten wegverkeer Het bouwplan is gelegen in de zones van de Groenstraat / Plein. De verkeersgegevens zijn conform opgave gemeente Sint-Michielsgestel (mail d.d. 03-03-2022, zie bijlage 4). De verkeersgegevens staan samengevat in tabellen 3.1 en 3.2. Tabel 3.1 : Verkeersgegevens wegen voor prognosejaar 2032 Weg
Etmaalintensiteit
| _ Wegdektype
_ | Rijsnelheid [km/h]
2032
Groenstraat
200
DAB
0
Plein
200
DAB
60
De volledige invoergegevens voor het akoestisch model zijn opgenomen in bijlage 2. Er zijn voor onderhavige locatie geen optrektoeslag, drempels en rotondes van toepassing.
Plein 13-15 te Berlieum
3.2
M & A Omgeving
BV
Resultaten wegverkeerslawaai
Aan de hand van de verkeersgegevens, zoals in voorgaand hoofdstuk gegeven, zijn de geluidsbelastingen bepaald ten gevolge van de verschillende wegen. De berekeningen zijn uitgevoerd op waarneemhoogten van 1.5, en 5 meter, welke als maatgevend kunnen worden beschouwd voor de
begane grond en I° verdieping. De berekeningen zijn uitgevoerd volgens standaard rekenmethode 2 (2012) en hiervoor is gebruik gemaakt van software van DGMR (Geomilieu V2021.1). De voor de berekeningen van belang zijnde bodemfactor die is gebruikt bij de berekeningen bedraagt 1.0, buiten de verhardingen
(factor 0). De resultaten staan per weg vermeld in tabel 3.2, waarbij de geluidbelastingen van alle wegen afzonderlijk (inclusief aftrek conform artikel 3.4 RMG
2012) en gecumuleerd (exclusief
aftrek conform artikel 3.4 RMG 2012). Tabel 3.2: Geluidbelastingen L‚, -wegverkeer-
[dB] 2032
Rekenpunt
Groenstraat / Plein
Groenstraat / Plein
Voorgevel
34/34
39/39
WA-2. Linker zijgevel
36/36
4/
WA-3.
29/30
34/35
incl. aftrek 5 dB
excl. aftrek
Plein 15, woning A (meest westelijk)
WA-L.
Achtergevel
Plein 15, woning B (meest oostelijk) WB-1.
Voorgevel
30/32
35/37
WB-2.
Rechter zijgevel
22/26
2731
WB-3.
Achtergevel
25/27
30/32
Opmerkingen tabel 3 : voor de loeatie van de rekenpunten wordt verwezen naar bijlage 2 en de resultaten staan in bijlage : de vermelde geluidsniveaus zijn voor de begane grond/eerste verdieping/tweede verdieping, gescheiden door een */
Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat, vanwege de Groenstraat en Plein overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale geluidbelasting bedraagt 36 dB.
De geluidsbelastingen zijn inclusief de wettelijke aftrek conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012.
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving
BV
4. Industrielawaai
41
Uitgangspunten industrielawaai bedrijf aan Plein 13
4.1.1
Bedrijfsvoering
Bij het bedrijf aan Plein 13 is er sprake van kleinschalige agrarisch akkerbouwbedrijf. De maatgevende 13° dag wordt akoestisch in beeld gebracht, zijnde de representatieve bedrijfssi tuatie. 4.1.2 Relevante activiteiten
Op het terrein kunnen in de toekomstige bedrijfsvoering (geen veehouderij meer) de volgende activiteiten plaats vinden: A. Personenautobewegingen i.v.m. stalling caravans en rijbewegingen met campers;
B. Personenautobewegingen algemeen; C. Zware voertuigbewegingen (tractor/ vrachtwagen); D. Lossen hooi en stro;
E. Overig.
In dit onderzoek worden, de navolgende activiteiten beschouwd als akoestisch relevant: 4.1.3 Bedrijfsduur en modellering A. Personenautobewegingen i.v.m. stalling caravans en rijbewegingen met campers
In de voormalige ligboxenstal en jongveestal kunnen caravans en campers worden gestald. Ten behoeve van de stalling van caravans en campers is rekening gehouden met de volgende personenauto-aantallen: Dagperiode:
.
30 auto’s (route P1, heen- en terugrijden, 60 bewegingen)
.
10 campers (route Campl, heen- en terugrijden, 20 bewegingen)
B. Personenautobewegingen algemeen Ten behoeve van de rijroute naar het achterste gedeelte van het bedrijf wordt rekening gehouden
met de volgende personenauto-aantallen (route P2): Dagperiode: . 6 auto’s (heen- en terugrijden, 12 bewegingen) C. Zware voertuigbewegingen (tractor/ vrachtwagen)
In verband met de akkerbouwactiviteiten op het veld zijn er 0.a. rijbewegingen met tractoren en vrachtwagens. Ten behoeve van de rijroute van de zware voertuigentak wordt rekening gehouden met de volgende aantallen: Dagperiode (Toute Tr/Vrl):
.
6 voertuig (heen- en terugrijden, 12 bewegingen)
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving
BV
(Toute Tr2):
.
1 voertuig (heen- en terugrijden, 2 bewegingen)
D. Lossen hooi en stro
In de opslagruimten achter het woonhuis aan Plein 15 worden pakken hooi en stro gelost. Dit geschiedt in totaal met maximaal 1 voertuigvracht in de dagperiode. Het lossen geschiedt met een
(diesel) heftruck en neemt een uur tijd in beslag. E. Overig 1 keer per jaar wordt er diesel gelost in de tank. Het lossen neemt 10 minuten tijd in beslag in de dagperiode. Dit valt onder het 12 dagen criterium. De kleinschalige werkplaats, waar de reparatiewerkzaamheden plaatsvinden heeft een voldoende geluidisolatie. Deze is opgebouwd met stalen daken/ gemetselde gevels met PIR isolatie. Verder is de geluidproductie ook zeer beperkt, aangezien er met handgereedschap wordt gewerkt. Geluiduitstraling vanuit dit gebouw en de overige gebouwen is richting de omgeving niet relevant. Tabel 4.1 : Geluidvermogenniveaus ‘Plein 13°
Bronnummers in model
geluidbron
Lyaag [dB(A)]
Lyamax [dB(A)]
herkomst
heft
diesel heftruck lossen hooi/stro
99
-
bibliotheek M&A
P1/P2 TrVrl
personenauto’s Tractor / vrachtwagens
0 103
-
bibliotheek M&A bibliotheek M&A
p-Vr
piek vrachtwagen /ractor
Ü
106
bibliotheek M&A
p-P
piek auto
-
95
bibliotheek M&A
p-heftr
piek diesel heftruck lossen hooi/stro
-
108
bibliotheek M&A
Tabel 4.2 : Bedrijfsduren/ bedrijfsduurcorreeties/ transportbewegingen ‘Plein 13°
Bronnum-
geluidbron
‘mers in mo-
Bedrijfsduur /Cb [dB(A)]
bedrijfssituatie
del
Dagperiode
heft
diesel heftruck lossen hooi/stro
PI
personenauto’s met
| Avondperiode
| Nachtperiode
1 uur
_
-
RBS
30 stuks
-
-
RBS
-
-
RBS
10 stuks
-
-
RBS
6 stuks
-
-
RBS
60 bew.]
P2
personenauto’s algemeen
6 stuks [12 bew.]
Camp
campers
TiVrl
Tractor / vrachtwagens
20 bew.]
[12 bew.]
Plein
M & A Omgeving BV
13-15 te Berlieum
T2
Tractor
T stuks
-
-
RBS
[2 bew.] p-Vr
pick vrachtwagen /tractor
x
-
-
RBS
p-camp
pick campers
X
-
-
RBS
pP
pick auto
x
-
-
RBS
Opmerking tabel 4.2
Voor de rijbewegingen is voor de voertuigen een snelheid van 10 km/h aangehouden.
Deze snelheid is een gemiddelde
snelheid en deze zal in werkelijkheid voor het achteruitrijdend verkeer lager zijn en voor het vooruit rijdend verkeer
hoger. De routes van de voertuigbewegingen wordt gesimuleerd door mobiele rijlijnen in het akoestisch model, zie bijlage $
10
Plein 13-15 te Berlieum
4.2 Resultaten
M & A Omgeving
BV
industrielawaai -directe hinder-
Met behulp van voornoemde invoergegevens is een akoestisch model samengesteld via software van DGMR “Geomilieu V2021.1”. Dit akoestisch model is doorgerekend via methode IL.8 van de handleiding “Meten en rekenen industrielawaai” (1999).
Op de waameempunten op de gevels van de woningen zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus bepaald ten gevolge van de geluiduitstraling van het bedrijf aan de Plein 13. Bij dit bedrijf vinden geen activiteiten plaats, waarbij relevante tonale of intermitterende geluiden hoorbaar zijn of trillingen waameembaar zijn ter plaatse van de beoordelingspunten. Overige bedrijven in de omgeving van het plangebied zijn akoestisch niet relevant.
De resultaten voor de representatieve bedrijfssituatie (RBS) staan gegeven in tabel 43. De volledige resultaten zijn gegeven in bijlage 6. Er is voor de relevante dagperiode een waameemhoogte van 1,5 meter gehanteerd. Tabel 43 : Geluidsuitstraling bedrijf Plein 13 -representatieve bedrijfssituatieLuar
Tmmissiepunt
[dB(4)]
Lm
dag | avond | nacht
[dB(A)]
dag | avond | nacht
Plein 15, woning A (meest westelijk) WA-L
Voorgevel
32
-
-
6Q
-
-
WA-3.
Linker zijgevel
24
-
-
52
-
-
WA-S.
Achtergevel
30
-
-
a
-
-
0
-
-
70
-
-
40
-
-
70
-
-
32
-
-
68
-
-
37
-
-
57
-
-
27
-
-
48
-
-
30
-
-
56
-
-
70
6
60
Plein 15, woning B (meest oostelijk} WB-1.
Voorgevel
WB.3. Rechterzijgevel
|
WB-5. Achtergevel Overige woningen derden 01. Plein 8 02.
Groenstraat
03. Plein 11
NORMERING: Opmerking
.
33
4045 | 3540 | 3035
tabel
Bovenstaande geluidsniveaus zijn exclusi
etmaalcorrectie.
11
Plein 13-15 te Berlieum
4.3 Resultaten
M & A Omgeving
BV
industrielawaai -indirecte hinder-
In verband met de indirecte hinder afkomstig van transportbewegingen van bedrijven heeft de minister van VROM d.d. 29 februari 1996 een circulaire uitgegeven, waarin is vastgesteld hoe met deze vorm van hinder om te gaan. Verder is er jurisprudentie over dit onderwerp, waarin wordt gesteld dat bij voorkeur de rekenmethode ‘industrielawaai’ gebruikt dient te worden ter bepaling van de indirecte hinder.
Voor de indirecte hinder is een akoestisch model wegverkeerslawaai opgesteld. De voertuigaantallen staan in tabel 4.4. En de resultaten staan in tabel 4.5. Tabel 4.4 : Bedrijfsduren/ bedrijfsduurcorrecties indirecte hinder (Plein 13),
Bronnummers
in
geluidbron
mO-
Bedrijfsduur /Cb [dB(A)]
del
Dagperiode
Z
zware voertuigen
|
Avondperiode
7 stuks
| Nachtperiode
-
-
-
-
[14 bew.]
MZvl
middelzware voertuigen
10 stuks [20 bew.]
LM
lichte voertuigen
36 stuks 72 bew.]
Tabel 4,5 : Resultaten indirecte hinder- Plein 13-
L
Immissiepunt
[dB(A)]
etmaal
Plein 15, woning A (meest westelijk) WA-1.
Voorgevel
28
Plein 15, woning B (meest oostelijk) WB-1. Voorgevel
25
Overige woningen derden 02. Groenstraat 33
43
NORMERING:
50
Uit de resultaten Dblijkt dat op de maatgevende,
woning
aan Groenstraat
33
maximaal
een
geluidniveau van 43 dB(A) optreedt (zie bijlage 6b). Dit betekent dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).
12
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving BV
5. Gecumuleerde geluidbelasting De woningen aan Plein 15 (2 burgerwoningen) hebben een geluidbelasting ten gevolge van zowel wegverkeer als industrielawaai. Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012
Er is voor de cumulatie van de verschillende geluidbronnen, wegverkeerslawaai en industrielawaai met de volgende rekenmethode rekening gehouden:
Deze rekenmethode wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan een geluidsbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of van een relevante blootstelling door meerdere bronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. In dit geval berekent de methode de gecumuleerde geluidsbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende
geluidsbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode dient de geluidsbelasting bekend te zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. De relevante bronsoorten hier worden als volgt aangeduid: wegverkeer L en industrielawaai L. De ingevolge artikel 110g van de wet bij wegverkeerslawaai toe te passen aftrek wordt bij deze rekenmethode niet toegepast. Al deze grootheden moeten zijn uitgedrukt in Lden, met uitzondering van
industrielawaai
waarbij
de geluidsbelasting
volgend
de geldende
wettelijke
definitie wordt
bepaald.
L*
is de geluidsbelasting
vanwege
wegverkeer
die evenveel
hinder
veroorzaakt
als cen
geluidsbelasting L; vanwege wegverkeer. L*, wordt als volgt berekend:
L*, = 1,00 Ly; +0,00 L*,
is de geluidsbelasting vanwege
industrielawaai die evenveel hinder veroorzaakt als een
geluidsbelasting L vanwege wegverkeer. L*, wordt als volgt berekend: L*, =1,00 L; + 1,00 Als alle betrokken bronnen op deze wijze zijn omgerekend in L*-waarden, dan kan de gecumuleerde waarde worden berekend door middel van de zogenoemde energetische sommatie. De rekenregel hiervoor is.
Leow = 10 1og [E‚1* 10 1 (L*n/ 10] waarbij gesommeerd wordt over alle N betrokken bronnen en de index n kan staan voor IL en VL
13
Plein 13-15 te Berlieum
In tabel
5.1
staan
M & A Omgeving
de geluidbelastingen
van
het wegverkeerslawaai
BV
en het industrielawaai
gecumuleerd. Tabel 5.1 : Geluidbelastingen L. -geeumuleerd-
L. [dB]
Rekenpunt
wegverkeer*
industrie
gecumuleerd*
etmaalwaarde
Plein 15, woning A (meest westelijk) WA-L.
Voorgevel
39
32
40
WA-2.
Linker zijgevel
41
24
41
WA-3.
Achtergevel
34
30
36
WB-1. Voorgevel
35
40
42
WB-2. Rechter zijgevel
27
40
42
WB-3. Achtergevel
30
32
34
Plein 15, woning B (meest oostelijk)
Opmer!
en tabel 5.
-
‘voor de locatie van de rekenpunten wordt
*
: voor de berekening wordt verwezen naar bijlage 7 : begane grond
verwezer
Bij de bepaling van de vereiste (karakteristieke) geluidwering dient, bij de ruimten overeenkomstig artikel 3.3 van het Bouwbesluit, de karakteristieke geluidwering ten minste gelijk te zijn aan het verschil tussen de geluidbelasting en het vereiste binnenniveau (33 dB ter plaatse van
verblijfsgebieden en 35 dB ter plaatse van verblijfsruimten), uitgaande van de dosismaat L
14
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving
BV
6. Conclusies en aanbevelingen 6.1 Wegverkeerslawaai Toetsing
van
de
berekende
geluidbelastingen
aan
de
voorkeursgrenswaarde
en
maximale
ontheffingswaarde dient per geluidbron (weg) afzonderlijk te geschieden. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt bij nieuwbouw van woningen 48 dB. Verder is conform de Wet geluidhinder, Afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” bij aanwezige wegen en nog niet geprojecteerde woningen in binnenstedelijk gebied onder bepaalde voorwaarden een ontheffing tot maximaal 53 dB mogelijk. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat, vanwege de Groenstraat en Plein overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale geluidbelasting bedraagt 37 dB. De geluidsbelastingen zijn inclusief de wettelijke aftrek conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. De betreffende woningen zijn geluidonbelast conform de Wet geluidhinder. Geconcludeerd wordt dat de plan niet wordt belemmerd in het kader van de Wet geluidhinder. 6.2 Industrielawaai
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L
r)
Het hoogste geluidsniveau (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) op de omliggende woningen bedraagt 32 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de achtergevel van de meest westelijke woning (A, Plein 15) en 40 ter plaatse van de zijgevel van de meest oostelijke woning (B, Plein 15). Er wordt dus overal voldaan aan de richtwaarden vanuit ruimtelijke ordening.
De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus worden met name bepaald door de rijdende campers, tractoren en vrachtwagens. Maximaal geluidniveau (L ‚,) Er kan ten aanzien van de optredende maximale geluidsniveaus (piekgeluiden) worden geconclu-
deerd, dat overal wordt voldaan aan de richtwaarden vanuit ruimtelijke ordening. Er is er sprake van een acceptabel tot goed woon- en leefklimaat bij de woningen. Indirecte hinder
Verder wordt ten aanzien van de indirecte hinder (voertuigbewegingen van en naar Plein 13), de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. Belemmering bedrijfsvoering Ook wordt het bedrijf aan het Plein 13 door de realisatie van de nieuwe bestemming (2 burgerwo-
ningen, Plein 15) niet beperkt in de bedrijfsvoering.
15
Plein 13-15 te Berlieum
M & A Omgeving
BV
6.3 Industrielawaai en wegverkeer gecumuleerd
In het kader van ruimtelijke ordening, dient onderzocht te worden wat de gecumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van aparte geluidsbronnen (wegverkeer- en industrielawaai) tezamen is op de 2 burgerwoningen (Plein 15). De gecumuleerde geluidbelasting, ten gevolge van het wegverkeer en het bedrijf aan het Plein 13 is:
- Meest westelijke woning A: maximaal 41 dB. - Meest oostelijke woning B: maximaal 42 dB. De woningen zijn geluidonbelast. De binnenwaarde in de verblijfsruimten wordt getoetst / gewaarborgd door de vereisten uit het Bouwbesluit, te weten 33 dB. Om deze binnenwaarde te halen, moet bij onderhavig project met deze geluidsbelastingen op de gevels de minimale geluidsisolatie conform Bouwbesluit worden bereikt van 20 dB.
Indien, conform het Bouwbesluit, geluidwerende voorzieningen worden bepaald en toegepast, wordt voldaan aan de normen voor het binnenniveau van maximaal
33 dB.
Hierdoor is een acceptabel woon- en leefklimaat bij de 2 burgerwoningen (Plein 15) gegarandeerd.
16
Plein 13-15te Berlicum
M & A Omgeving
Bijlage 1 : Situatietekening
BV
_
1edsowPtn
Plein 13-15 te Berlicum
M & A Omgeving
Bijlage 2 : Invoergegevens wegverkeerslawaai
BV
Wegverkeerslawaai Plein
Rapport:
lijet
Model:
Model
M&A Omgeving
13-15 te Berlicum _
eerste
van
model
maart
2022
eigenschappen
model
eigenschap
Omschrijving Verantwoordelijke
eerste
Rekenmethode
#2|[Wegverkeerslawaai[RNG-2012,
Aangemaakt
model
astrid
door
avand
1aatst ingezien door Model aangemaakt met
op
Astrid
wegverkeer
3-3-2022
op
9-3-2022
Geomilteu
V2021.1
Dagperiode avondperiode
Nachtperiode Samengestelde
periode
Waarde
Gem(Dag,
Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren
0
Detailniveau Detailniveau
Groepsresultaten Groepsresultaten
toetspunt resulcacen resultaten grids
Avond
+
5,
Macht
+
10)
3
andachtsgebied Max.refl.afstand Standaard
bodenfactor
1,00
zichthoek
z
Max.ref].diepte
1
Geometrische vuchtdemping
Volledige
uitbreiding
Contorm
Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie
contorm'
Waarde
3,50
voor
CO
Geomilieu V2021.1
0,00;
3D
analyse
standaard
0,00;
1,00;
2,00;
4400;
10,00;
23,00;
58,00
standaard
Licentiehouder: M&A Omgeving BV
9-3-2022
15:41:22
Wegverkeerslawaai Plein
13-15
te Berlicum
M&A Omgeving maart
2022
Commentaar
Geomilieu V2021.1
Licentiehouder: M&A Omgeving BV
9-3-2022 15:41:22
eerste model
M&A Omgeving BV
9 mrt 2022, 15:42 Wegen Toetspunten
U| °|| n
Bodemgebieden
10300
Gebouwen Schermen
Hulplijnen
1
110200
schaal
13182
0100
10000
156000
157000
Wegverkeerslawaat : RMG 2012, wegverkeer [Piin 1315 e Bericum - eerste
Situatie
157100
model] ‚ Geomiieu V2021.1 Lieerehouder
157200
MEA Omgeving BV
157300
157400
eerste model
M&A Omgeving BV
9 mrt 2022, 15:42 Wegen
Toetspunten Bodemgebieden
Gebouwen Schermen Hulplijnen
oom @
2
EN
eerste model
M&A Omgeving BV
9 mrt 2022, 15:42 Wegen Toetspunten
Bodemgebieden Schermen
Hulplijnen
Wegverkeerslawaal - RMG2012, wegverkeer, [Piin 13-15 e Bericum - eerste model‚ Georileu V2021. 1 Licentehouder
MB
Omgeving BV
M3IeG UZ
Wegverkeerslawaai Plein Nodel:
Groep:
eerste model Plein 13:15
_
= —
maart 2022
te
Berlicum
Wegen,
voor
-
Plein
13-15
te
Berlicun
(hoofdgroep)
zijst Groep
M&A Omgeving
13-15 te Berlicum
van
TtentD
3146 3147
Geomilieu V2021.1
rekenmethode
Wegverkeerslawaai
Gzp.10
Datum
0 0
14:54, 19:53,
3 3
mrt mrt
2022 2022
1e
kid
-81 -3
Licentiehouder: M&A Omgeving BV
RMG-2012,
wegverkeer
Wrkids
Naar
2 2
Groen Plein
_ Onschr.
Groenstraat/ Plein
vorn
Plein
Polylijn Polylijn
x
v
n
vn
156870,27 15712593
109472,85 409778,97
157462,76 15693396
310172,16 409984,99
9-3-2022
15:43:45