CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2_ Toelichting en bijlagen OTW.pdf

Raadsvergadering Boxtel 13 juli 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Roderweg 33-35 en ongenummerd, Liempde’ (regnr 1265503)22.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan Roderweg 33-35, en ongenummerd, Liempde Gemeente Boxtel

Bestemmingsplan Roderweg 33-35 en ongenummerd, Liempde Gemeente Boxtel Toelichting Bijlagen Regels Verbeelding Schaal 1:1.000 Status: ontwerp Vastgesteld:

Identificatienummer: NL.IMRO.0757.BP07Roderw33-35OTW1

Jonkers Advies Adviseurs in Omgevingsrecht Weldsehei 4 5508 WR Veldhoven 040 255 48 77

1

Inhoud 1. Inleiding ..................................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding en doel ..................................................................................... 5

1.2.

Ligging en begrenzing van het plangebied ................................................. 6

1.3.

Geldend bestemmingsplan ........................................................................ 7

1.4.

Leeswijzer ................................................................................................... 8

2. Bestaande situatie..................................................................................................... 9 2.1.

Ruimtelijke structuur ................................................................................. 9

2.2.

Functionele structuur............................................................................... 11

3. Planbeschrijving ...................................................................................................... 12 4. Beleidskader ............................................................................................................ 14 4.1.

Inleiding.................................................................................................... 14

4.2.

Rijksbeleid ................................................................................................ 14

4.2.1.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2012 ................................. 14

4.2.2.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ..................... 14

4.3.

Provinciaal beleid ..................................................................................... 15

4.3.1.

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening ................................................ 15

4.3.2.

Interim Omgevingsverordening Brabant ......................................... 16

4.3.3. Strategische visie “Boxtel 2020, duurzaam en dynamisch centrum in Het Groene Woud” .............................................................................................. 17 4.3.4.

Structuurvisie Boxtel 2011 ............................................................... 18

4.3.5.

Integraal Dorpsontwikkelingsplan ................................................... 19

4.3.6.

Woonvisie 2016-2025 ...................................................................... 19

5. Milieuhygiënische en planologische aspecten ........................................................ 21 5.1.

Geluid ....................................................................................................... 21

5.1.1.

Verkeerslawaai ................................................................................. 21

5.1.2.

Industrielawaai ................................................................................. 22

5.2.

Bedrijven en milieuzonering .................................................................... 23

5.3.

Geur.......................................................................................................... 24

5.4.

Bodem ...................................................................................................... 25

5.5.

Archeologie en cultuurhistorie ................................................................ 25

5.5.1.

Archeologie ...................................................................................... 25

5.5.2.

Cultuurhistorie ................................................................................. 27

2

5.6.

Waterparagraaf ........................................................................................ 29

5.6.1.

Gemeentelijk beleid ......................................................................... 29

5.6.2.

Beleid waterschap ............................................................................ 30

5.7.

Ecologie .................................................................................................... 31

5.8.

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 32

5.9.

Externe veiligheid ..................................................................................... 35

5.10.

M.e.r. beoordeling ................................................................................... 36

5.11.

Kabels, leidingen en straalpaden ............................................................. 37

5.12.

Verkeer en parkeren ................................................................................ 37

5.13.

Duurzaam bouwen ................................................................................... 38

6. Juridische planopzet................................................................................................ 39 6.1.

Inleiding.................................................................................................... 39

6.2.

Algemene opzet ....................................................................................... 39

6.3.

Opbouw regels ......................................................................................... 39

6.4.

Dubbelbestemmingen en algemene regels ............................................. 40

7. Uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 42 7.1.

Economische uitvoerbaarheid ................................................................. 42

7.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................... 42

8. Overleg en inspraak ................................................................................................ 43 8.1.

Vooroverleg.............................................................................................. 43

8.2.

Vaststellingsprocedure ............................................................................ 43

8.3.

Beroep ...................................................................................................... 43

Bijlagen: 1. Notitie geluidsbelasting verkeerslawaai, d.d. 16-1-2017, K & M Akoestisch Adviseurs, Eindhoven; 2. Aanvullend bodemonderzoek aan de Roderweg 22 te Liempde, d.d. 7-1-2019, Van Vleuten Consult B.V. Boxtel; 3. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Roderweg tussen 22 en 26, d.d. november 2017, BAAC, ‘s-Hertogenbosch 4. Quickscan Flora en Fauna Roderweg 22, Liempde, d.d. 16-5-2016, Kruidbos Ecologie, Helmond; 5. Memo stikstofberekening aanleg- en gebruiksfase, d.d. 27-2-2020, Jonkers Advies Veldhoven 6. Akoestisch onderzoek Wabo Garagebedrijf Van Oorschot B.V., d.d. 14-62012, K&M Adviseurs Eindhoven;

3

7. Nota van inspraak en vooroverleg ‘Roderweg 33-35 en ongenummerd’

4

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding en doel

Op de locatie Roderweg 33-35 te Liempde is Automobielbedrijf van Oorschot Liempde B.V. (hierna: Van Oorschot) gevestigd. Dit bedrijf omvat een verkooppunt voor motorbrandstoffen met LPG alsmede een garagebedrijf met werkplaats voor personenauto's en lichte bedrijfsauto’s. De milieutoestemming voor de verkoop van LPG is ingetrokken en die activiteit is intussen ook gestaakt. Tegenover dit bedrijf is het perceel Roderweg 22 gelegen. Dat betreft een gesplitste woonboerderij die is aangewezen als rijksmonument en die wordt bewoond door de beide broers Van Oorschot, directeuren van het tegenoverliggende garagebedrijf. Oostelijk van dat pand is een open perceel gelegen dat thans is ingericht als tuin (kadastraal nr. 3285) en dat grenst aan de woning Roderweg 26. De bedrijfslocatie Roderweg 33-35 was opgenomen in het bestemmingsplan “Liempde”, vastgesteld op 17 december 2013. Tegen dat plandeel is door een omwonende beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).

Deze heeft bij uitspraak van 27 mei 2015 dat beroep gegrond verklaard en het besluit van de gemeenteraad van Boxtel van 17 december 2013 vernietigd voor zover het betreft: • de aanduidingen "veiligheidszone - lpg" en "verkooppunt brandstoffen met lpg" voor en rondom het perceel Roderweg 33-35; • artikel 6, lid 6.1, onder b, van de planregels, voor zover het betreft de zinsnede "met LPG"; • artikel 6, lid 6.1, onder b, van de planregels, voor zover de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 7" niet op het perceel Roderweg 33 van toepassing is. Bij die uitspraak is de gemeente tevens opgedragen op de beide eerstgenoemde onderdelen een nieuw besluit te nemen. In juridische zin had deze uitspraak tot gevolg dat de opslag en verkoop van LPG onder de werking van het overgangsrecht was gebracht. Vanwege het feit dat de vaststelling van een conserverend plan door de ABRvS is gekwalificeerd als een nieuwe situatie in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, dienen daarop ook de afstandseisen voor nieuwe situaties op van toepassing te worden verklaard. Hoewel deze situatie ook door de minister van Infrastructuur en Milieu (I en M) als ongewenst gekwalificeerd is niet tijdig via aanpassing van de regelgeving voorzien in die leemte in wetgeving en dient van de afstandsnormering voor nieuwe situaties te worden uitgegaan.

Dat heeft tot gevolg dat niet kan worden voldaan aan die eisen nu er binnen de vastgestelde afstand vanaf de ondergrondse LPG-tank kwetsbare objecten zijn gelegen. Naar aanleiding van die uitspraak is overleg tot stand gebracht tussen de gemeente en Van Oorschot. Dat overleg heeft erin geresulteerd dat is overeengekomen dat Van Oorschot de opslag en verkoop van LPG staakt en dat Van Oorschot ter compensatie daarvoor de mogelijkheid krijgt om een vrijstaande woning te bouwen op het perceel, met kadastraal nummer 3285 direct grenzend aan Roderweg 26 te Liempde. De verkoop van LPG in inmiddels ook daadwerkelijk beëindigd en de installatie is geamoveerd. Dit plan voorziet in het creëren van de juridische basis voor de beide initiatieven.

5

1.2.

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de rand van het dorp Liempde en maakt onderdeel uit van de gemeente Boxtel. Hierna is een uitsnede opgenomen van de luchtfoto waarop de beide plandelen nader zijn aangeduid.

Figuur 1 Uitsnede luchtfoto percelen Roderweg 33-35 en kadastraal perceel 3285

De percelen waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft zijn geel omrand. Op het rood omrande perceel (noordelijk op figuur 1) zijn het tankstation en het autobedrijf gevestigd, alsmede de bedrijfswoning behorende bij het bedrijf. Het op figuur 1 zuidelijk gelegen perceel met een blauwe kleur omrand wordt beoogd voor de bouw van een vrijstaande woning. Het plangebied is groter gekozen omdat daarmee het gehele gebied waarop de veiligheidszone vanwege de opslag van LPG geldt wordt meegenomen en bovendien een logische begrenzing met andere plannen wordt bereikt. Het plangebied ligt ten zuidoosten van de kern van Liempde. In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen. Verder van het plangebied verwijderd liggen gronden met een agrarische bestemming, alsmede bedrijvigheid. Op ongeveer 200 m afstand ligt bedrijventerrein Daasdonk. Op de ten opzichte van Daasdonk oostelijk gelegen percelen is thans een plan in procedure dat de bouw van een aantal woonwerkwoningen mogelijk maakt. Op de hierna opgenomen figuur is de ligging van het plangebied in de omgeving geduid.

6

Figuur 2 Uitsnede ligging plangebied ten opzichte van de omgeving

1.3.

Geldend bestemmingsplan

Thans vigeert voor het plangebied het bestemmingsplan “Liempde”, zoals vastgesteld op 17 december 2013. Hierna is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

Figuur 3 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Liempde" plangebied (www.ruimtelijkeplannen.nl)

Voor het bedrijfsperceel geldt de enkelbestemming “Bedrijf”, alsmede de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 4”, de functieaanduidingen “Specifieke vorm van bedrijf – 7”, “Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg” en de gebiedsaanduiding “Veiligheidszone – lpg”. Dit perceel is onderwerp geweest van het beroep tegen het bestemmingsplan, hetgeen erin

7

heeft geresulteerd de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het plandeel voor zover dat ziet op de verkoop van LPG, heeft vernietigd. Dat betekent dat thans enkel nog de verkoop van brandstoffen is toegestaan, met uitzondering van de verkoop van LPG. Die activiteit is ook feitelijk reeds beëindigd en met deze planwijziging wordt een en ander in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de feitelijke situatie. Het autobedrijf en de verkoop van reguliere brandstoffen is wel overeind gebleven in beroep en is ook nog feitelijk aanwezig. Het kadastrale perceel 3285 ligt ook in het plangebied van “Liempde” en heeft de enkelbestemming “Wonen” en een dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4”. Daarnaast gelden enkele specifieke aanduidingen voor het perceel, te weten “specifieke bouwaanduiding – zeer open bebouwing” en de gebiedsaanduiding “Veiligheidszone – lpg”. Die laatste aanduiding is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd, zoals hiervoor reeds is beschreven.

1.4.

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt een beschrijving van de bestaande situatie in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van het initiatief. De beleidstoets is in hoofdstuk 4 van deze toelichting opgenomen. In hoofdstuk 5 worden alle relevante milieuonderwerpen en planologische aspecten behandeld en verantwoord. De juridische toelichting is in hoofdstuk 6 opgenomen en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid (zowel economisch als maatschappelijk) beschreven. Hoofdstuk 8 geeft een korte toelichting op de procedure die dit plan volgt. Rapportages van uitgevoerde sectorale onderzoeken zijn als separate bijlagen aan dit bestemmingsplan toegevoegd.

8

2. Bestaande situatie 2.1.

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen aan de Roderweg te Liempde, ten zuidoosten van de kern. Ontstaansgeschiedenis Liempde is in de vroege middeleeuwen ontstaan op een dekzandrug tussen de beekdalen van Dommel en Smalwater. Er was nog geen sprake van een dorpskern, alleen van verspreid gesitueerde buurtschappen, zoals Loeind, Vrilkhoven en De Berg. Op het snijpunt van verbindingswegen ontstaat geleidelijk de dorpskern Liempde, verdeeld in twee hertgangen: Kasteren / Vrillikhoven / Looeind en Berg / Hezelaar / Koestraat.

Figuur 4 Historische structuur van Liempde rond 1900

Aan het eind van de 18e eeuw wordt tussen de beide buurtschappen het raadhuis gebouwd op een door wegen gevormd driehoekig plein. Het raadhuis vormt nog steeds het middelpunt van de huidige dorpskern. In de 20e eeuw zijn de buurtschappen steeds dichter naar elkaar toe gegroeid door toenemende bebouwing langs de doorgaande wegen. Door de complexiteit van het wegenpatroon is steeds sprake geweest van kleinschalige uitbreidingen en verdichtingen. Pas in de jaren ’80 en ’90 zijn planmatige woongebieden gerealiseerd, zoals Kleinhoekje aan de zuidwestzijde en recent Strijpenhof en Heideweg. Bebouwingsstructuur De geschiedenis van Liempde is nog steeds goed zichtbaar in de dorpskern. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de aanwezigheid van een beschermd dorpsgezicht (bestaande uit twee deelgebieden) en de talrijke monumenten en beeldbepalende panden. Een deel van het beschermd dorpsgezicht betreft de omgeving van het Raadhuisplein, een

9

door wegen gevormd driehoekig plein tussen de buurtschappen met het voormalig raadhuis als markant en monumentaal punt. De oudste linten van het dorp zijn de Kapelstraat, Dorpsstraat en rond het Raadhuisplein. De ruimtelijke structuur van Liempde is gebaseerd op de historische pleinen, monumenten, beeldbepalende panden en de kleinschalige uitbreidingen die, zowel vóór als na de Tweede Wereldoorlog, in de linten hebben plaatsgevonden. Liempde heeft daardoor een informele en ongedwongen en langgerekte dorpsstructuur. Het straatbeeld wordt bepaald door individueel vormgegeven woningen die het verloop van de wegen volgen en daardoor het oude stratenpatroon nog steeds herkenbaar maken. De vormgeving van de lintbebouwing is gevarieerd, maar samenhangend, mede door een eenduidige opbouw in één bouwlaag met kap en gevels uitgevoerd in baksteen. Kenmerkend voor de bebouwingsstructuur in het algemeen is de variatie in dichtheid, zowel in de historische linten als de planmatige woongebieden. Deze wordt veroorzaakt door diversiteit in woningtypologie en varieert van zeer open tot besloten. Een zeer open structuur is aanwezig aan de zuidwestzijde van Liempde, waar vrijstaande woningen op ruime kavels zijn gesitueerd. Gesloten bebouwing is beperkt tot enkele clusters met rijwoningen in de planmatige woongebieden.

Het grootste deel van Liempde wordt gekenmerkt door een open tot halfopen bebouwingsstructuur. Openbare ruimte Liempde heeft een informele wegenstructuur, afgeleid van historische patronen. Hierdoor zijn slechts beperkt hoofdwegen te onderscheiden. De doorgaande route door Liempde wordt gevormd door de Boxtelseweg – Nieuwstraat – Dorpsstraat – Barrierweg – Roderweg. Deze sluit direct aan op de snelweg A2 en voert in oostelijke richting naar Sint-Oedenrode. De route is door de bebouwde kom van Liempde niet als een doorgaande weg van een hoger niveau herkenbaar.

10

Figuur 5 Functionele structuur Liempde met duiding plangebied (gele cirkel)

Het plangebied is gelegen in een gemengde, vooroorlogse dorpsuitbreiding. Het bedrijfsperceel is als zodanig geduid in de functionele structuur. Oppervlaktewater is beperkt tot de sloten aan de rand van de bebouwde kom ten behoeve van de afwatering van de agrarische percelen. De rivier de Dommel ligt ongeveer een halve kilometer ten noorden van Liempde en maakt deel uit van het stroomgebied van de Maas. De rivier kronkelt zich vanuit België een weg door het landschap om vervolgens in ’s-Hertogenbosch uit te monden in de Maas. Er zijn diverse recreatieve routes aan de Dommel gekoppeld. Ten zuiden van Liempde bevindt zich nog de Groote Waterloop. Liempde ligt centraal in Nationaal Landschap Het Groene Woud, een gebied met circa 7.500 hectare natuurgebied en is daarmee met name in de zomer populair bij recreanten.

2.2.

Functionele structuur

Liempde is vooral een woonkern met een basisvoorzieningenniveau. Aan de Nieuwstraat is een kleinschalig centrumgebied te onderscheiden door de aanwezigheid van een supermarkt en enkele horeca- en detailhandelsvoorzieningen. Voor specifieke winkels zijn de dorpsbewoners aangewezen op Boxtel, een kern met een regionaal voorzieningenniveau. Ook de maatschappelijke voorzieningen zijn beperkt tot de primaire behoefte. Bovenal is Liempde een woonkern. Het grootste deel van woningen is opgericht binnen de oude lintenstructuur en in de kleinschalige gemengde dorpsuitbreidingen. Verdichting van de linten heeft vooral plaatsgevonden met vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen. Rijwoningen komen beperkt voor.

11

3. Planbeschrijving De bedrijfslocatie Roderweg 33-35 was opgenomen in het bestemmingsplan “Liempde” zoals dat is vastgesteld op 17 december 2013. In dat plan was via de functieaanduiding “specifieke vorm van bedrijf - 7” op die locatie een benzineservicestation met LPG annex handel in en reparatie van personenauto's en lichte bedrijfsauto’s toegestaan. In verband daarmee was tevens een veiligheidszone op de verbeelding opgenomen, waarbinnen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en/of inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen mochten worden gerealiseerd. Tegen dat plandeel is door een omwonende beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Deze heeft bij uitspraak van 27 mei 2015 dat beroep gegrond verklaard en het besluit van de gemeenteraad van Boxtel van 17 december 2013 vernietigd voor zover het betreft: • • •

de aanduidingen "veiligheidszone - lpg" en "verkooppunt brandstoffen met lpg" voor en rondom het perceel Roderweg 33-35; artikel 6, lid 6.1, onder b, van de planregels, voor zover het betreft de zinsnede "met LPG"; artikel 6, lid 6.1, onder b, van de planregels, voor zover de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 7" niet op het perceel Roderweg 33 van toepassing is.

In juridische zin had deze uitspraak tot gevolg dat de opslag en verkoop van LPG onder de werking van het overgangsrecht was gebracht. Bij die uitspraak is de gemeente opgedragen op de beide eerstgenoemde onderdelen een nieuw besluit te nemen. Vanwege het feit dat de vaststelling van een conserverend plan door de ABRvS is gekwalificeerd als een nieuwe situatie in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, dienen daarop ook de afstandseisen voor nieuwe situaties op van toepassing te worden verklaard. Hoewel deze situatie ook door de minister van Infrastructuur en Milieu als ongewenst is gekwalificeerd, is toen niet tijdig via aanpassing van de regelgeving voorzien in die leemte in wetgeving en dient van de afstandsnormering voor nieuwe situaties te worden uitgegaan in plaats van de bestaande situaties. Dat had tot gevolg dat niet kon worden voldaan aan die eisen voor nieuwe situaties nu er binnen de vastgestelde afstand vanaf de ondergrondse LPG-tank kwetsbare objecten zijn gelegen. Naar aanleiding van die uitspraak is overleg tot stand gebracht tussen de gemeente en Van Oorschot.

Dat overleg heeft erin geresulteerd dat is overeengekomen dat Van Oorschot de opslag en verkoop van LPG zal staken en dat Van Oorschot ter compensatie daarvoor de mogelijkheid krijgt om een vrijstaande woning te bouwen op het tegenovergelegen perceel, met kadastraal nummer 3285 direct grenzend aan Roderweg 26 te Liempde. De bedoeling is dat die woning bewoond gaat worden door één van de kinderen van de eigenaren. Dit plan voorziet in het creëren van de juridische basis voor de beide initiatieven. Het plan omvat derhalve twee onderdelen. Het eerste betreft het beëindigen van de opslag en verkoop van LPG op de locatie Roderweg 33-35 en het verwijderen van de veiligheidscontour op het perceel en de omliggende percelen. Daardoor ontstaat tevens planologisch gezien ruimte voor de bouw van de vrijstaande woning in het plangebied. In het overleg dat met de gemeente heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de uitspraak van de ABRvS is overeengekomen dat, als compensatie voor het beëindigen van de opslag en verkoop van LPG de bouw van een vrijstaande woning op het kadastrale perceel 3285 mogelijk wordt gemaakt. Dat perceel heeft een diepte van 24 meter. Voor wat betreft de situering van het bouwvlak en met name voor het bepalen van de voorste bouwgrens is het om stedenbouwkundige redenen gewenst om aansluiting te zoeken bij de situering van de naastgelegen woning

12

Roderweg 26. Die ligt op een afstand van ongeveer 14 meter uit de as van de weg. Voor het te projecteren bouwvlak wordt uitgegaan van eenzelfde afstand. Voor de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen wordt aan beide zijden uitgegaan van een afstand van 3 meter. Dat houdt verband met de daklijn die evenwijdig aan de weg is voorzien, waarmee deze aansluit bij de overheersende kaprichting van de oostelijk gelegen woningen. Die keuze leidt tot een grotere frontbreedte, die gelet op de beschikbare ruimte aan beide zijden als passend is te kwalificeren. Daarmee wordt een stedenbouwkundig passende situering gekozen, afgestemd op de omvang van het perceel alsmede op de ligging van de naastgelegen woningen. Voor de regels voor het bouwen van hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de vrijstaande woning is aansluiting gezocht bij het thans geldende plan en bij het Handboek Bestemmingsplannen 2015 van de gemeente Boxtel, waarin de actuele planologische uitgangspunten zijn opgenomen.

13

4. Beleidskader 4.1.

Inleiding

Dit hoofdstuk richt zich op de geldende beleidskaders die van toepassing zijn op het plangebied en de daarin voorgenomen initiatieven.

4.2. 4.2.1.

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2012

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) door het Rijk vastgesteld. De Structuurvisie bevat de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028 met een doorkijk naar 2040. In de structuurvisie wordt ingestoken op een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het Rijk hanteert hierbij een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve betrokkenheid van het Rijk. De Rijksoverheid houdt hiermee vast aan het doel van de Wro; decentraal waar kan, centraal waar moet. Hiernaast komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Verstedelijkings- en landschapsbeleid laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei, geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Daarnaast wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd, om zorgvuldig ruimtegebruik te bewerkstelligen.

Dat betekent: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan moet er gezorgd worden voor een optimale bereikbaarheid. Toetsing initiatief Voor het plangebied doet de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geen concrete uitspraken. Er spelen bij het initiatief ook geen ontwikkelingen die raken aan nationale belangen. Het ruimtelijke beheer en de ruimtelijke invulling van het gebied worden aan gemeente en provincie overgelaten.

4.2.2.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort: Barro) geborgd. Dat besluit is op 30 december 2011 in werking is getreden. In het Barro is een aantal projecten die van Rijksbelang zijn genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Toetsing initiatief Er zijn geen nationale belangen die invloed hebben op het initiatief.

14

4.3.

4.3.1.

Provinciaal beleid

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO), zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en in werking getreden op 1 januari 2011, geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De visie ondersteunt daarnaast het beleid op andere provinciale beleidsterreinen. Een deel van het provinciale beleid uit de vigerende beleidsstukken is nog steeds actueel en blijft ongewijzigd. Voorbeelden zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. In de structuurvisie wordt hiervoor het principe van zorgvuldig ruimtegebruik geïntroduceerd. Uit de structurenkaart van de SVRO blijkt dat voor het onderhavige plangebied het beleid ten aanzien van de ‘kernen in het landelijk gebied’ van toepassing is.

Figuur 6 Uitsnede structurenkaart Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Brabant

Ten aanzien van de ‘kernen in het landelijk gebied’ geldt dat voor de dorpen de lokale behoefte voor verstedelijking wordt opgevangen (wonen, werken en voorzieningen). De stedelijke ontwikkelingen passen qua maat en schaal bij de kern.

Toetsing initiatief Het initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Brabant.

15

4.3.2.

Interim Omgevingsverordening Brabant

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: • • • • • •

provinciale milieuverordening; verordening natuurbescherming; verordening ontgrondingen; verordening ruimte; verordening water verordening wegen

Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet. Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de onderstaande figuur is een afdruk opgenomen van de kaart behorende bij de interim verordening.

Figuur 7 afdruk van kaart Interim omgevingsverordening Brabant

16

Op basis van de regels bij de verordening moet een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen Stedelijk gebied liggen en een onderbouwing bevatten dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: • • • • • • •

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Uit de relevante toetsen opgenomen elders in deze toelichting blijkt dat de omgevingskwaliteit goed is. Zorgvuldig ruimtegebruik wordt toegepast omdat het gaat om het realiseren van een woning ter plaatse van een tuin binnen bestaand stedelijk gebied. Door de ligging van de woning is deze optimaal geschikt voor het toepassen van zonnepanelen, waarmee in combinatie met de realsering van een nul-op-de-meterwoning invulling wordt gegeven aan toepassing duurzame energie. Ook aan de overige eisen wordt voldaan. Gemeentelijk beleid

In dit hoofdstuk wordt het met het initiatief verband houdende gemeentelijke beleid uiteengezet.

4.3.3.

Strategische visie “Boxtel 2020, duurzaam en dynamisch centrum in Het Groene Woud”

In 2009 is door de gemeenteraad de strategische visie van 2010 tot 2020 vastgesteld. De strategische visie is verwoord in zes ambities. Deze zes ambities zijn achtereenvolgens: • Boxtel blijft voorop met duurzaamheid; • Boxtel ontwikkelt toerisme en recreatie tot een volwaardige bedrijfstak; • Boxtel versterkt zijn positie als werkgelegenheidsgemeente; • Boxtel werkt aan een sterk centrum; • Boxtel is ook in 2020 een prima woongemeente; • Boxtel heeft een modern bestuur. De strategische visie is uitgewerkt in verscheidene richtinggevende keuzes welke mede de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Boxtel bepalen.

17

4.3.4.

Structuurvisie Boxtel 2011

In juli 2011 is door de gemeente Boxtel de ‘Structuurvisie Boxtel 2011’ vastgesteld. De visie bestaat allereerst uit een Atlas waarin een inventarisatie van het huidige beleid gemaakt en een beschrijving van het huidige Boxtel wordt gegeven. Vervolgens is een analyse gemaakt op vier integrale thema’s: wonen en leven, beleven, ondernemen en verbinden. Daaropvolgend zijn een agenda, die de belangrijkste vraagstukken bevat en een bedrijfsplan gemaakt. De vier thema’s vormen de rode draad van de visie. In het thema ‘wonen en leven’ wordt een voorwaardenkaart voor aangenaam leven geschetst, in het thema ‘beleven’ wordt een troevenkaart van Boxtel gegeven, in het thema ‘ondernemen’ wordt een kansenkaart voor vitaliteit geschetst en in het thema ‘verbinden’ wordt een vervlechtingskaart van duurzame relaties gegeven.

Figuur 8 Deelgebieden kaart 'Zuidelijke Poort' uit de Structuurvisie Boxtel 2011

In de structuurvisie wordt de nadruk gelegd op de ligging van Boxtel en de omringende dorpen in het Nationale Landschap Het Groene Woud. De gemeente Boxtel wil die omgeving niet grondig in aanzien veranderen, maar de bestaande sterke punten van de gemeente beter benutten. Hiertoe worden in de structuurvisie onder andere een aantal concentratiegebieden aangegeven waar de voor de visie belangrijke projecten worden geplaatst. Eén van die concentratiegebieden wordt gevormd door de ‘Zuidelijke Poort’, waarvan de kern Liempde deel uitmaakt. Voor de kern zelf zijn geen specifieke (ontwikkelings-)visies gegeven. Wel wordt aangegeven dat het Integraal

18

Dorpsontwikkelingsplan (IDOP) Liempde een belangrijke bouwsteen vormt, met bijzondere aandacht voor leefbaarheid, toerisme en recreatie voor de kern Liempde. De woonomgeving in Boxtel is gevarieerd. De opgave voor het woningaanbod is te komen tot meer differentiatie en variatie. De woningvraag in Boxtel leidt niet tot grootschalige uitbreidingen, maar eerder tot ‘afronden’ (met kleinschalige uitbreidingen) en ‘inbreiden’ en herstructureren.

Toetsing initiatief De kleinschalige ontwikkeling in de vorm van toevoeging van één woning in de vorm van inbreiding past binnen de strategische visie en de structuurvisie.

4.3.5.

Integraal Dorpsontwikkelingsplan

Het integraal dorpsontwikkelingsplan is een op uitvoering gericht plan om de leefbaarheid in kleine kernen te verbeteren. Het dorpsontwikkelingsplan bevat een ontwikkelingsvisie van en voor het dorp en een praktische agenda waarin voor de middellange termijn is aangegeven hoe de visie volgens de bewoners kan worden uitgevoerd. Opgave voor Liempde is het behouden van haar eigen identiteit. Deze identiteit werkt door in veel aspecten van het dagelijkse leven van de Liempdenaren. Het behouden van deze identiteit kan alleen als het dorp zich blijft ontwikkelen tot vitale pit van het Groene Woud. Hierbij wordt ingezet op een duurzaam, leefbaar en levendig Liempde. De gemeente Boxtel voert op dit moment nog werkzaamheden uit aan het IDOP voor Liempde. Het overleg tussen de gemeente Boxtel en de Provincie Noord-Brabant over de verdere uitwerking van het IDOP is momenteel nog gaande.

4.3.6.

Woonvisie 2016-2025

De woonvisie borduurt voor wonen voort op de zes ambities zoals die zijn opgenomen in de strategische visie. In de woonvisie liggen de prioriteiten van het woonbeleid vast voor de periode 2016 tot 2025. Samen met de stakeholders werkt de gemeente de woonvisie uit in een woonagenda, met een jaarlijks activiteitenoverzicht over hoe de doelen bereikt moeten worden; acties en projecten. De agenda gaat over hoe zij zaken willen bereiken, de woonvisie over het wat. Liempde en ook Lennisheuvel zijn kleine gemeenschappen met relatief welvarende inwoners. De woningen zijn doorgaans groot en (navenant) duur. Met 251 woningen (13%) is het aantal sociale huurwoningen in Liempde zeer beperkt. Slechts 54 koopwoningen hebben een waarde onder de € 185.000. Liempde is een kerkdorp aan de Dommel. De oudere lintbebouwing is nog steeds beeldbepalend. Liempde heeft een ruim voorzieningenaanbod dat zich concentreert rondom de oude kern, maar het draagvlak neemt als gevolg van de vergrijzing af. Het woningbestand van Liempde bestaat grotendeels uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen op ruime percelen. Het aandeel woningen voor kleine huishoudens is klein. De authenticiteit van het dorp wordt hoog gewaardeerd. Het dorp vraagt aandacht voor die plekken in het dorp waar geparkeerde auto's of bedrijfsgebouwen dit beeld verstoren.

19

Woningmarktopgave Liempde Een van de doelen is het vergroten van de mogelijkheden voor starters en jonge gezinnen om zich te vestigen en beperkt het bouwen voor de doelgroep senioren onder meer door het toevoegen van woningen in de huursector en voor de kleine huishoudens ten behoeve van een evenwichtige opbouw. Toetsing initiatief Gelet op de omgeving waarin het perceel ligt en de oppervlakte van de projectlocatie, is de locatie onder meer om stedenbouwkundige redenen niet geschikt om te voldoen aan de woningbouwtypologie waaraan volgens de visie vooral behoefte bestaat. Dat neemt echter niet weg dat het toevoegen van een woning in de vorm van inbreiding passend is op deze locatie. Bovendien past een wat grotere vrijstaande woning beter in het straatbeeld dan een ander woningtype. De inwoners van Liempde zijn over het algemeen welvarend en door het toevoegen van een woning op de beoogde locatie wordt een open plek opgevuld. Daarbij speelt een rol dat de sanering van het bestaande LPG-verkooppunt een verbetering van de veiligheidssituatie in de directe omgeving heeft bewerkstelligd en dat deze woning dient ter compensatie daarvan. Daarmee wordt een maatschappelijk en milieubelang gediend, die het afwijken van de Woonvisie in dit geval rechtvaardigt.

20

5. Milieuhygiënische en planologische aspecten 5.1. 5.1.1.

Geluid Verkeerslawaai

Het initiatief betreft het toevoegen van een woning binnen de bebouwde kom, alsmede het planologisch beëindigen van de opslag en verkoop van LPG. Dat laatste is voor het aspect geluid niet relevant. Een woning is een geluidgevoelig object. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde. Voor nieuwe situaties (nieuwe wegen of nieuwe woningen) bedraagt deze 48 dB. Het plangebied is gelegen aan een weg die is gelegen binnen een gebied wat is aangeduid als een 30 kilometer zone. Op grond van artikel 74, tweede lid, onder b van de Wet geluidhinder (Wgh) is de normstelling van de wet daarop formeel niet van toepassing. Op grond van de jurisprudentie dient in het kader van de onderbouwing dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening echter aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau (o.a. ABRvS 20 februari 2013, nr. 201203983, r.o. 5.3). Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van deze afweging is de geluidsbelasting van de Roderweg in het plangebied inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de onderstaande classificering van de milieukwaliteit gebaseerd op de methode Miedema. De methode Miedema is niet wettelijk voorgeschreven, maar wel algemeen geaccepteerd.

Bij die methode wordt de geluidsbelasting geclassificeerd en beoordeeld op basis van klassen van 5 dB, volgens onderstaande tabel.

Figuur 9 Overzicht indeling klassen volgens methode Miedema

De berekeningen zijn uitgevoerd volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Toegepast is de Standaard-rekenmethode 2, volgens bijlage III behorende bij hoofdstuk 3 van de regeling. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag op de berekende geluidsbelasting een aftrek worden toegepast, alvorens toetsing aan grenswaarden plaatsvindt. In artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is bepaald dat deze aftrek 5 dB bedraagt voor wegen met een representatief te achten snelheid van minder dan 70 km/uur. Hoewel voor 30 km-wegen de Wet geluidhinder formeel niet van toepassing is omdat die wegen zijn gedezoneerd, mag bij de beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van het bouwplan wel aansluiting worden gezocht bij het normenstelsel van de wet en mag dus ook een aftrek van 5 dB op de berekende geluidsbelasting worden gehanteerd. In deze notitie is de geluidsbelasting in het plangebied inzichtelijk gemaakt met de aftrek ex artikel 110g van de Wet geluidhinder.

21

De geluidsbelasting in het plangebied is door middel van geluidscontouren inzichtelijk gemaakt. De geluidscontouren zijn berekend op een beoordelingshoogte van 1.5 m, 4.5 m en 7.5 m boven plaatselijk maaiveld. Een afschrift van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In onderstaande tabel staan de afstanden tot de wegas van de Roderweg aangegeven in relatie tot de milieukwaliteit.

Figuur 10 Afstanden tot de wegas van de Roderweg i.r.t milieukwaliteit

Voor een goede ruimtelijke ordening dienen in eerste instantie de afstanden van milieukwaliteit 'goed' te worden gerespecteerd. Milieukwaliteit 'redelijk' wordt in het algemeen nog als akoestisch aanvaardbaar beschouwd, mits maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten én tevens wordt voldaan aan de op grond van het Bouwbesluit 2012 geldende geluidsweringseisen voor de uitwendige scheidingsconstructies van verblijfsruimten in de woning. Het bouwperceel heeft een totale diepte van 24 meter. Zoals eerder aangegeven verdient het aanbeveling om de voorste begrenzing van het bouwvlak af te stemmen op de naastgelegen woning Roderweg 26. Aldus wordt uitgegaan van een afstand van 14 meter uit de wegas, met dien verstande dat, evenals geldt voor het naastgelegen perceel, de voorste begrenzing meeloopt met het (gebogen) beloop van de weg. Vanuit wegverkeerslawaai bezien is met een dergelijke situering dan, ook bij een beoordelingshoogte van 4,5 meter, sprake van een milieukwaliteit “redelijk”, hetgeen in deze situatie aanvaardbaar is.

Binnenniveau Bij de te zijner tijd in te dienen aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning zal moeten worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de eis uit het Bouwbesluit dat het binnenniveau maximaal 33 dB mag bedragen. Daartoe dient voor de voorgevel een gevelisolatie te worden gerealiseerd van 22 dB. Om dit veilig te stellen is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 5.1.2.

Industrielawaai

In de nabije omgeving van het plangebied is het bedrijventerrein Daasdonk gelegen. Dit betreft geen gezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder. Daarnaast is de afstand tot dat bedrijventerrein (ten minste 180 meter) zodanig dat individuele bedrijven geen invloed hebben op de projectlocatie. Er bestaat daarom geen aanleiding om akoestisch onderzoek te laten verrichten met betrekking tot industrielawaai. In de paragraaf ‘Bedrijven- en Milieuzonering’ wordt voor zover relevant het aspect geluid meegenomen in de geldende richtafstanden.

22

5.2.

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen c.q. uit te breiden. Deze milieuzonering dient aldus twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen.

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzonering om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen (blijven) uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt algemeen gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde brochure “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). De twee belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten in bijlage 1 van de VNG-brochure. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten (lijst 1) en opslagen en installaties (lijst 2) zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie.

Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vorm van bedrijvigheid. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-brochure gelden ten opzichte van een rustige woonwijk.

De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd, indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Het garagebedrijf aan de Roderweg 35 valt, rekening houdend met het vervallen van de verkoop van LPG, in milieucategorie 2. Daarbij hoort voor een rustig woongebied een richtafstand van 30 meter. Het plangebied en haar omgeving kan echter worden aangemerkt

23

als een gemengd gebied, gelet op de gemêleerde functies die in de omgeving aanwezig zijn en vanwege de ligging aan de hoofdinfrastructuur. De Roderweg is één van de doorgaande wegen door het dorp Liempde en vervult daarmee een onderdeel van de hoofdwegenstructuur van Liempde. Daarnaast is het zo dat de locatie op ongeveer 150 meter afstand ligt van het Bedrijventerrein Daasdonk en bovendien verschillende bedrijven in de directe omgeving aanwezig zijn c.q. geprojecteerd worden. Dat leidt tot de conclusie dat dit gebied kan worden gekwalificeerd als gemengd gebied. In dat geval mag de richtafstand met een afstandsstap worden verlaagd. Dat betekent dat de aan te houden afstand tot woningen 10 meter bedraagt. De voorkant van het perceel waarop de vrijstaande woning wordt opgericht op de Roderweg ongenummerd (3285) ligt op een afstand van ruim 15 meter van de bestemmingsgrens “Bedrijf” en voldoet daarom aan de richtafstand. Specifiek kan ten aanzien van het aspect geluid nog het volgende worden opgemerkt. Het akoestisch rapport van 14 juni 2012 van K&M Akoestisch adviseurs (bijlage 6) dat deel uitmaakt van de in 2014 verleende (verander-)vergunning milieu, toont aan dat op alle woningen in de omgeving werd voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Een uitzondering hierop vormt de woning Roderweg 22, waar sprake was van een overschrijding van 1 dB(A).

De afstand van dat pand ten opzichte van het bestemmingsvlak van het bedrijf bedraagt ongeveer 13 meter. De afstand van de nu te bouwen woning tot datzelfde bestemmingsvlak bedraagt 24 meter, derhalve ongeveer het dubbele van de afstand t.o.v. de woning Roderweg 22. Door die grotere afstand kan zonder meer worden aangenomen dat ter plaatse van de te bouwen woning wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, aangezien een verdubbeling van de afstand grofweg leidt tot een vermindering van de geluidsbelasting met 3 dB(A). Bovendien is het nog zo dat bij besluit van 27 juni 2016 de milieuvergunning is ingetrokken voor de opslag en aflevering van LPG maar tevens voor de autospuiterij die in het garagebedrijf was gevestigd. Die beide activiteiten leiden tot een verdere vermindering van het geluidsniveau. De conclusie kan derhalve worden getrokken dat in voldoende mate is aangetoond dat de woon en leefsituatie ter plaatse van de te bouwen woning aanvaardbaar is. In 2016 is een voorontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd voor het realiseren van een aantal woonwerkwoningen ten zuiden van de projectlocatie. Aldaar zijn bedrijven toegestaan in milieucategorie 1. Daarvoor geldt dat dergelijke bedrijven zich prima kunnen mengen in de woonomgeving en daarvoor een richtafstand bij een rustige woonwijk geldt van 10 meter en bij een gemengd gebied van 0 meter. Daaraan wordt voldaan.

Bedrijven- en milieuzonering vormt daarom geen beletsel om het initiatief te realiseren. De beëindiging van de verkoop van LPG leidt tot een planologisch betere situatie. 5.3.

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de veehouderijen. In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) zijn grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een burgerwoning). Deze grenswaarden worden weergegeven in odour units per kubieke meter lucht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de ligging van het geurgevoelige object binnen of buiten concentratiegebieden en de ligging van het geurgevoelige object binnen of buiten de bebouwde kom. In de omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijen meer aanwezig. Er waren veehouderijen aanwezig op de percelen Roderweg 28 en 47, maar voor deze veehouderijen zijn de vergunningen in 2006, respectievelijk 2009 ingetrokken. Het aspect geur vormt derhalve geen beletsel voor het initiatief.

24

5.4.

Bodem

Voor het initiatief tot de bouw van een vrijstaande woning op perceel 3285, dient een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig NEN 5740. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of de grond en/of het grondwater ter plaatse van het onderzoeksterrein verontreinigingen bevatten welke een belemmering of beperking zouden kunnen vormen bij de voorgenomen bouw van een woning en bijgebouwen. Het onderzoeksterrein betreft het gehele terrein. Het onderzoek is uitgevoerd in 2010, vóór de splitsing van het perceel 3251 in 3 afzonderlijke percelen, te weten 3283, 3284 en 3285. Een afschrift van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In het onderzoek is ook de projectlocatie onderzocht. Ten behoeve van de gehele locatie wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. Op zintuiglijke wijze zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bijzonderheden aangetroffen. Op basis van de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat: • •

•

In de bovengrond cadmium en minerale olie in verhoogde concentratie (eventueel gecorrigeerd) ten opzichte van de achtergrondwaarde wordt aangetroffen; In de ondergrond geen van de geanalyseerde parameters in verhoogde concentratie (eventueel gecorrigeerd) ten opzichte van de achtergrondwaarde worden aangetroffen; In het grondwater een overschrijding van de streefwaarde voor barium en zink wordt aangetroffen.

De hypothese "De gehele locatie is onverdacht" dient gelet op de resultaten van het onderzoek verworpen te worden. Op basis van de Wet bodembescherming is voor de lichte verontreiniging van cadmium en minerale olie in de bodem en van barium en zink in het grondwater géén aanvullend en/of nader onderzoek noodzakelijk. Er bestaat géén belemmering voor het toekomstige gebruik van het terrein ten behoeve van woningbouw. Omdat dit onderzoek dateert uit 2010 is, overeenkomstig de afspraken in de regionale nota bodembeleid, een aanvullend onderzoek uitgevoerd van de bovengrond. De conclusies daaruit zijn dat in de bovengrond, van de genomen mengmonsters géén van de geanalyseerde parameters in verhoogde concentraties zijn aangetroffen. De hypothese “onverdacht niet-lijnvormig” kan aangenomen worden. Het rapport van dat onderzoek is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting.

5.5. 5.5.1.

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie

De gemeente Boxtel heeft een nota vastgesteld waarin het archeologisch beleid is opgenomen. In deze nota (Nota gemeentelijk archeologiebeleid Boxtel) is een kaart met een classificatie opgenomen. De classificatie gaat in op de mogelijkheid tot het aantreffen van archeologische vondsten. In de onderstaande figuur is een afdruk van de kaart opgenomen.

25

Figuur 11 uitsnede archeologische beleidskaart met de projectlocatie met gele cirkel aangeduid

De gemeente heeft in het bestemmingsplan ‘Liempde’ deze classificaties doorvertaald in dubbelbestemmingen. Dat houdt in dat de bescherming van eventuele archeologische waarden voorrang heeft op de onderliggende bestemming. In het plangebied waar de woning wordt gerealiseerd is de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” opgenomen. Voor de beëindiging van de verkoop van LPG is geen archeologisch onderzoek benodigd, omdat die ontwikkeling de grond niet meer roert, dan in het verleden reeds het geval is geweest. Voor kadastraal perceel 3285 is door BAAC te ‘sHertogenbosch in juni 2016 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere archeologische vindplaatsen bekend. Binnen het plangebied zelf zijn geen bekende archeologische waarden aanwezig. In de directe omgeving zijn wel resten en sporen uit het neolithicum tot in de nieuwe tijd aangetroffen. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor archeologische waarden uit het neolithicum tot en met de middeleeuwen (nederzettingsresten, graven e.d.). Vanaf de late middeleeuwen is het plangebied in gebruik geweest als landbouwgrond en lag direct ten oosten van historische bebouwing. De kans op het aantreffen op sporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd is hoog (putten, greppels, e.d.).

Op historische kaarten is het plangebied onbebouwd, maar vanwege de ligging langs een weg is de kans reel dat hier ook bebouwing is geweest. Uit het veldonderzoek is gebleken dat in het plangebied geen archeologische resten aangetroffen. De kans op de aanwezigheid van sporen uit het laat-neolithicum tot in de nieuwe tijd blijft op basis van de resultaten uit het bureauonderzoek echter hoog. De kans op het aantreffen van vindplaatsen van tijdelijke kampementen uit het laat paleolithicum – vroeg neolithicum wordt vanwege het ontbreken van een podzolprofiel minder hoog ingeschat. De bodem is oppervlakkig verstoord, maar vanaf de basis van het intacte plaggendek is de kans reëel dat archeologische waarden aanwezig zijn. Vanwege de hoge trefkans op archeologische resten en sporen wordt een vervolgonderzoek door middel van proefsleuven wenselijk geacht.

26

Het archeologische rapport van BAAC is in mei 2017 door de gemeente Boxtel beoordeeld en voorzien van een selectiebesluit. De gemeente Boxtel heeft, gezien de landschappelijke ligging en de bodemkundige samenstelling, besloten dat binnen het onderzochte gedeelte van het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dit aanvullend onderzoek dient vormgegeven te worden middels een proefsleuvenonderzoek met mogelijkheid tot doorstart naar een opgraving (vanwege de omvang van het plangebied). De randvoorwaarden voor dit onderzoek dienen vastgelegd te worden in een programma van eisen dat door het bevoegd gezag wordt goedgekeurd. De verwachte archeologische resten manifesteren zich op de overgang van Aa-horizont naar C-horizont (ca. 90 tot 100 cm –mv). Indien derhalve aangetoond kan worden dat bodemingrepen ten behoeve van het bouwplan niet dieper reiken dan 70 cm – mv, kan een ontheffing van de bovenstaande onderzoeksverplichting verleend worden. Met de dieptegrens wordt een buffer van minimaal 20 cm ten opzichte van het potentiële archeologische niveau in acht genomen. Omdat het bouwplan geen bodemingreep dieper dan 70 cm -mv tot gevolg zal hebben is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. 5.5.2.

Cultuurhistorie

Voor het aspect ‘cultuurhistorie’ is onder meer gekeken naar de Cultuurhistorische Waardenkaart van Provincie Noord-Brabant. Op de hierna opgenomen figuur is een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart opgenomen.

Figuur 12 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart plangebied Roderweg

Het plangebied is gesitueerd in de cultuurhistorische landschappen, de Meierij en het Groene Woud. Het Groene Woud is aangewezen als Nationaal Landschap. Kenmerkend is de opbouw van het gebied in beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. Kleinschalige middeleeuwse ontginningslandschappen worden afgewisseld met uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en jonge ontginningen. Specifieke elementen zijn laanstructuren, kastelen en buitenplaatsen en watermolens. De strategie voor het gebied is het behoud van kleinschalige karakteristieken en het stellen van eisen aan de uitbreidingen van dorpskernen.

27

De gemeente Boxtel valt grotendeels binnen het nationale landschap Het Groene Woud. Het Groene Woud is aangewezen als één van de 20 Nationale Landschappen uit de Nota Ruimte. In dit gebied zijn het groene karakter, de kleinschalige openheid en het samenhangende complex van beken, essen, kampen, bossen en heide de kernkwaliteiten. De doelstelling vanuit Rijk en provincie is om deze kernkwaliteiten te versterken. In lijn met deze doelstelling wordt in het ruimtelijk beleid van de gemeente Boxtel ingezet op een adequate bescherming en versterking van de cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden van de essen (Kortlang & Leenders, 2006). De meest bijzondere escomplexen hebben inmiddels de status van gemeentelijk aandachtgebied gekregen en zijn in de bestemmingsplannen (met name het bestemmingsplan buitengebied) verankerd. De projectlocatie behoort niet tot deze complexen. De gemeente Boxtel heeft in 2011 een eigen cultuurhistorische waardenkaart laten samenstellen. Een uitsnede van deze kaart is hierna opgenomen.

Figuur 13 uitsnede cultuurhistorische en archeologische waardenkaart gemeente Boxtel met de projectlocatie rood omcirkeld

Hoewel deze kaart niet volledig en limitatief is in de inventarisatie van het cultureel erfgoed, is deze kaart wel aanvullend aan de provinciale inventarisatie. De projectlocatie ligt deels binnen een oude akkercomplex waarvan er meerdere rondom de oude kern van Liempde hebben gelegen. In 2006 hebben Kortlang en Leenders naar deze gebieden uitgebreid onderzoek gedaan. Direct noordoostelijk van het plangebied ligt het oude akkercomplex van de Hezelaarse akker. Dat betreft een zeer groot openakker gebied ten oosten van Liempde, ruwweg tussen het dorp en het gehucht Hezelaar. Het akkercomplex strekt in het noorden tot de steilrand tegen het Dommeldal. Ook aan de noordoostzijde, aan de kant van de beek de Groote Waterloop, komen steilranden voor. In het zuiden strekt de akker tot de Koestraat. De Meulekesweg doorsnijdt de open akker van west naar oost. De Hezelaarse Akker is 1,9 bij 0,8

28

km groot en ligt 1,5 tot 2,3 meter hoger dan de omgeving. Op de Hezelaarse Akker zijn op de AHN geen afzonderlijke kleine bolle akkers te onderscheiden. Het open en hooggelegen karakter van de akker, de steilrand tegen moerassige plekken in het Dommeldal, het patroon van zandwegen en de verkaveling op de akker zijn in zeer gaaf bewaard gebleven. Ook de nederzetting Hezelaar bestaat nog grotendeels uit boerderijen op oude erven, al is er wel het een en ander bijgebouwd. Alles bijeen is het een fraai en gaaf ensemble. Aangezien het planvoornemen is opvulling tussen bestaande bebouwing betreft wordt het opnemen van beschermende regels ter borging van cultuurhistorie niet noodzakelijk geacht. Het initiatief betreft het toevoegen van een woning binnen de bestaande bebouwing en binnen de komgrenzen. De cultuurhistorische waarden in het plangebied worden met het plan niet aangetast. 5.6. 5.6.1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=4d5877c4-5843-413a-83c8-294a2f255a6d