CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Omgevingsvisie Sint-Michielgestel met zoekfunctie

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 19 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: 9 Raadsvoorstel Vaststellen Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel met bijbehorende omgevingseffectrapportage17.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij de deelgebieden zijn de uitgangspunten in samenhang verder uitgewerkt.

Omgevingsvisiekaart Sint-Michielsgestel

27 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Ontwerp omgevingsvisie

Uitgangspunten Aangenaam leven De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: •

De natuur en groene kwaliteit van de gemeente Sint-Michielsgestel wordt behouden en versterkt. Dit gaat om zowel het groen binnen de dorpen, als het groen buiten de dorpen, en de verbinding daartussen. Ook bieden de groene verbindingen kansen om de relatie tussen de dorpen, het landelijk gebied en de stad ’s-Hertogenbosch te versterken. De groene kwaliteit wordt hoog gewaardeerd door de inwoners en draagt bij aan een aangenaam leven. Bodem en water zijn sturend bij ontwikkeling. Dit wordt verder beschreven onder het hoofthema Inclusieve duurzaamheid.

•

Maatregelen met het oog op klimaatadaptatie zijn een voorwaarde bij ontwikkelingen. Dit wordt verder beschreven onder het hoofdthema Inclusieve duurzaamheid. Nieuwe ontwikkelingen houden rekening met de identiteit van de plek. Er zijn veel plaatsen met een rijke cultuurhistorie, zoals de landgoederen. Deze worden gekoesterd en een nieuwe ontwikkeling staat in dienst van het behoud en versterking ervan. De gemeente Sint-Michielsgestel levert haar bijdrage aan de woningmarkt door passende woningen in groene en duurzame dorpse in- en uitbreidingen. Tussen 2023 en 2027 willen we minimaal 1.003 woningen toevoegen in lijn met de trend van de afgelopen jaren plus een extra ambitie. Van 2028 tot 2032 zetten we in op nogmaals 682 woningen. Tussen 2032 en 2040 is het aantal woningen nog nader te bepalen, dit wordt opgenomen in het nog op te stellen woonprogramma voor die periode. Passende woningen betekent dat we ons vooral richten op woningen waar nu en in de toekomst behoefte aan is: betaalbare huur- en koopwoningen voor met name starters en woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens in alle leeftijdscategorieën. Groen doordat er veel ruimte is voor bomen, struiken, heggen en grassen in de openbare ruimte. Ook in combinatie met bebouwing, zoals groene daken. Duurzaam betekent dat er slim met de ruimte wordt omgegaan.

Het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering en transformatie heeft de voorkeur. Bij transformatie worden bestaande gebouwen met een andere functie binnen de kernen verbouwd tot woonlocatie, mits het voorzieningenniveau op peil blijft. Ook wordt gekeken naar het splitsen van grote woningen en percelen. Mogelijkheden om woningen te bouwen binnen de bestaande kernen worden benut, waar mogelijk in combinatie met verduurzaming van de woningen en de openbare ruimte. Om de ambities voor wonen te behalen is er meer nodig. Daarom zijn er ook kleinschalige uitbreidingen mogelijk aan de randen van de dorpen. Dit wordt verder beschreven bij de deelgebieden. Bij een aantrekkelijke woonomgeving horen ook passende voorzieningen. Er wordt ingezet op voorzieningen voor jong en oud, zoals scholen, sportvoorzieningen, kunst en culturele voorzieningen,

•

•

•

Ontwerp omgevingsvisie | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 28

•

•

zorgfuncties en buurthuizen. Dat kunnen nieuwe voorzieningen zijn, maar ook het verbeteren en behouden van bestaande voorzieningen. Bijvoorbeeld door verduurzaming van de faciliteiten en aanpassingen waardoor meerdere functies en verenigingen er gebruik van kunnen maken (multifunctioneel gebruik). Voor Gemonde en Middelrode streven we naar het behoud van de basisvoorzieningen rekening houdend met de behoeften en het gebruik. Het aantal te bouwen woningen vraagt ook om te onderzoeken of extra voorzieningen toegevoegd dienen te worden. De gemeente Sint-Michielsgestel zet in op een gezonde leefomgeving. Bij ontwikkelingen houden we altijd rekening met de gezondheidseffecten. Dit doen we door gezondheid te bevorderen en te beschermen. Het bevorderen van de gezondheid is gericht op het stimuleren van een gezonde levensstijl. Het versterken van de groene en culturele kwaliteit heeft een positief effect op de gezondheid. De inrichting van de openbare ruimte stimuleert om zelf te bewegen. De voorzieningen dragen bij aan sport en ontmoeting en hebben daarmee ook een positief effect. Bescherming van de gezondheid is ook noodzakelijk. Klimaatadaptieve maatregelen helpen tegen hittestress. Overlast door stank, geluid en luchtverontreiniging is afgenomen. We voldoen minimaal aan de wettelijke eisen en we proberen ons op het gebied van geur, lucht- en geluidskwaliteit te verbeteren.

Het beleid zoals vastgelegd in de Verordening geurhinder (2017) wordt doorgezet om de overlast door stank tegen te gaan. We geven invulling aan het Schone Lucht Akkoord door het uitwerken en uitvoeren van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Bij grootschalig onderhoud en herinrichting van drukkere wegen met een hogere geluidsbelasting op de woningen, worden geluidsmaatregelen afgewogen zoals het verlagen van de snelheid en het toepassen van geluidsreducerend wegdek.

Een gezonde leefomgeving is ook een veilige leefomgeving. Het gaat hierbij dan om het terugbrengen van risico’s tot een acceptabel niveau en om verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Voor de fysieke leefomgeving wordt bij ontwikkelingen in een zo vroeg mogelijk stadium rekening gehouden met de veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises. Met name de ondergrondse buisleidingen zijn hierbij een aandachtspunt waarbij alle hiervoor relevante ontwikkelingen worden getoetst aan de bijbehorende aandachtsgebieden voor externe veiligheid.

29 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Ontwerp omgevingsvisie

Verbindend netwerk De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: • •

•

•

•

Behoud en versterking van de eigenheid van de verschillende dorpen staat centraal met oog voor de kwaliteiten. De omgeving is zo ingericht dat iedereen deel kan nemen aan de maatschappij. De gemeente SintMichielsgestel stelt mensen in staat om elkaar te ontmoeten, waarbij verschillen in afkomst, leeftijd, inkomen of beperking geen rol spelen. Het verenigingsleven, evenementen en vrijwilligerswerk spelen hierin een belangrijke rol en wordt door de gemeente gestimuleerd. Daarnaast wordt de toegankelijkheid van openbare voorzieningen en de openbare ruimte verbeterd, zodat ook mensen met een beperking hier gebruik van kunnen maken. Mobiliteit, waaronder de ontsluitingsfunctie, is een integraal onderdeel bij de ontwikkeling van uitbreidingslocaties.

Er komt meer ruimte voor duurzame vormen van vervoer, zoals deelmobiliteit en laadpunten voor elektrische fietsen en -auto’s. Er wordt ingezet op twee robuuste centrale mobiliteitshubs, aan de N617 bij Sint-Michielsgestel en aan de N279 bij Berlicum. De mobiliteitshubs vormen het middelpunt van duurzaam vervoer met o.a. bushaltes, fietsroutes en voorzieningen voor deelmobiliteit, passend bij het dorpse karakter van de gemeente. Een veilig en comfortabel fietsnetwerk in en tussen de kernen en de mobiliteitshubs is van belang. Bestaande fietspaden worden behouden en door aanleg van ontbrekende schakels, waar nodig aantrekkelijker en veiliger gemaakt. Waar nodig worden er fietspaden toegevoegd, onderdeel daarvan is verbetering van het (regionale) fietsnetwerk voor recreanten en woon-werk fietsverkeer. Ook goede wandelpaden, ommetjes en ontmoetingsplekken worden gerealiseerd.

Ontwerp omgevingsvisie | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 30

Krachtige economie De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: •

De bedrijventerreinen blijven vooral gericht op lokaal gebonden kleine en middelgrote bedrijven. Waardoor werken mogelijk is in de nabijheid van wonen. De kwaliteit van de huidige bedrijventerreinen, zoals Venkant wordt verbeterd door ze bereikbaar te houden en te investeren in duurzame en klimaatadaptieve maatregelen.

•

De gemeente Sint-Michielsgestel staat bekend om haar Brabantse gezelligheid, o.a. dankzij de diverse horeca, detailhandel en maatschappelijke voorzieningen. De gemeente wil deze positie behouden en versterken door te blijven investeren in aantrekkelijke dorpscentra en door de verbinding tussen stad en land te versterken. De agrarische sector blijft een belangrijke functie en economische drager in het buitengebied. Er zijn agrariërs die willen stoppen met hun agrarisch bedrijf. Zij krijgen de ruimte om onder voorwaarden van functie of verdienmodel te veranderen. Voor de gebouwen en erven ligt hierbij de nadruk op kleinschalige recreatieve voorzieningen, duurzame energieopwekking en kleinschalige woonvormen. Deze moeten passen binnen het dorpse karakter en het landelijk gebied. De agrarische gronden dienen zoveel mogelijk behouden te blijven voor de omslag naar duurzame landbouw. Dit is verder beschreven onder het hoofdthema Inclusieve duurzaamheid. De gemeente trekt meer bezoekers. De gemeente Sint-Michielsgestel richt zich hierbij op bezoekers die komen voor de rust en voor de natuur en cultuur, met de stad ’s-Hertogenbosch op steenworp afstand. Daarnaast zijn De Dommel, de Aa, de landgoederen en het landelijke gebied de belangrijkste trekkers die recreatief versterkt worden met wandel- en fietspaden, rustpunten en kleinschalige horeca.

Er wordt ingezet op dagtoerisme en op een stijging in het aantal overnachtingen. In dit beeld passen nieuwe kleinschalige mogelijkheden voor overnachtingen, zoals ‘bed en breakfasts’ en boetiekhotels.

•

•

31 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Ontwerp omgevingsvisie

Inclusieve duurzaamheid De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: •

Water en bodem zijn sturend voor het gebruik van gronden en voor nieuwe ontwikkelingen. De beken krijgen de ruimte. De beekdalen en de meest natte gebieden komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid. In het geval van autonome ontwikkelingen wordt er gekeken naar klimaatbestendige maatregelen, zoals hoger boven maaiveld bouwen en drijvende woningen. De meest vruchtbare gronden blijven zo veel mogelijk beschikbaar voor vormen van duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. Verstoring van de bodem wordt zoveel mogelijk voorkomen.

•

Klimaatadaptieve maatregelen, zoals het beter vasthouden van water, zijn een randvoorwaarde voor ontwikkeling in de dorpen en het landelijk gebied. Deze gaan gepaard met maatregelen om de biodiversiteit te verbeteren. Er wordt ingezet op de sponswerking van het landelijk gebied, om water te kunnen vasthouden in tijden van droogte. Waar mogelijk wordt het peil van het grondwater hoger als buffer voor droge periodes. Ook worden er in het landelijk gebied locaties voor waterberging ingericht zodat niet alleen de gemeente, maar ook de stad ’s-Hertogenbosch droge voeten houdt. Binnen de dorpen worden maatregelen genomen om water beter vast te houden en te bergen.

Ontwerp omgevingsvisie | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 32

•

•

•

Bijvoorbeeld door hemelwater niet in het riool te laten gaan, maar in de bodem te infiltreren, en door groene daken. Voor de energietransitie wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik, in verband met de schaarse beschikbare ruimte. De opgave om energieneutraal te worden krijgt vooral vorm door zon op daken, zonnevelden in het landelijk gebied met dubbelgebruik en mogelijk ook windenergie (na 2030). Het dubbelgebruik kan bestaan uit recreatie, bevordering van de biodiversiteit of waterberging. Zonnevelden mogen niet ten koste gaan van de omslag naar duurzame landbouw. Zonnevelden langs de hoofdinfrastructuur hebben de voorkeur boven vrij liggende zonnevelden in het landelijk gebied. Er is ruimte voor verschillende vormen van duurzame landbouw, zoals natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw, maar niet voor teelten die veel water en/of chemische gewasbestrijdingsmiddelen nodig hebben. Dit betekent dat de landbouw zich aanpast op beschikbaar (grond)water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten. Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt. De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit. De producten worden zo dicht mogelijk bij de consument geteeld, verwerkt en verkocht. In 2040 is er minder restafval per inwoner en gebruiken we hernieuwbare grondstoffen bij de inkoop en uitvoering van bouwprojecten.

Doordat er gebruik gemaakt wordt van lokale kringloopinitiatieven en steeds meer producten worden gedeeld, worden er minder nieuwe spullen gebruikt. Iedereen kan meedoen met de circulaire economie, thuis, of via mogelijkheden in de wijk. We helpen inwoners en ondernemers hierbij door middel van goede voorlichting.

33 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Ontwerp omgevingsvisie

Deelgebieden Centrum In het centrum van de dorpen Sint-Michielsgestel, Den Dungen en Berlicum staat ontmoeten centraal. Bruisende horeca, winkelvoorzieningen en de cultuurhistorie zoals de vele gemeentelijk monumenten maken dit mogelijk. In het bijzonder biedt de transformatie van het Kentalis-terrein kansen om het centrum van SintMichielsgestel te versterken en de beide dorpshelften beter met elkaar te verbinden. Er wordt gestimuleerd om in de centra meer te fietsen en te wandelen door voorzieningen toe te voegen zoals voldoende fietsparkeerplaatsen, zitgelegenheden en brede stoepen en door in te zetten op gedragsverandering. Inclusief ontwerpen voor ouderen en mindervaliden is hierbij van belang. Automobiliteit en parkeren wordt meer naar de randen van de centra gebracht. In de dorpscentra worden klimaatadaptieve maatregelen genomen. Door het toevoegen van bomen, plantenbakken en geveltuinen wordt de omgeving vergroend. Naast de gebouwen zijn er ook oude bomen en pleinen. Bij ontwikkelingen wordt hier rekening mee gehouden. In het centrum is ruimte voor nieuwe woningen. De nieuwe woningen houden rekening met het dorpse karakter. Wel is het nodig om vaker iets hoger en compacter te bouwen. Zo blijft er genoeg ruimte om te bewegen, voor groen en voor klimaatadaptatie.

De uitwerking hiervan is maatwerk per centrum, omdat de centra van Sint-Michielsgestel, Berlicum en Den Dungen elk hun eigen identiteit hebben.

Ontwerp omgevingsvisie | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 34

Vitale dorpen Voor vitale dorpen is het belangrijk dat voorzieningen zoals buurthuizen, scholen, sportvoorzieningen en culturele voorzieningen behouden blijven. Ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte zijn belangrijk, zoals ruimte voor parken, pleintjes, ommetjes. Kunst in de buitenruimte en sport en spel versterken de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en stimuleren samen te bewegen. Dit versterkt het karakter van een hecht dorp. Voor een vitaal Gemonde en een vitaal Middelrode zijn het behoud van een dorpshuis, kinderopvang en basisschool belangrijk. Het nadrukkelijke streven is om deze voorzieningen voor de toekomst te behouden in beide dorpen. In ieder dorp is behoefte aan nieuwe woningen. Er is sprake van inbreiding en duurzame ontwikkeling van woonwijken. Het Kentalis-terrein is daar een goed voorbeeld van. Ook in andere wijken, zoals Theereheide in Sint-Michielgestel en in Den Dungen zijn er kansen. Daarnaast zijn er uitbreidingen aan de randen mogelijk, op de kaart aangegeven met de zoekgebieden, zoals bijvoorbeeld locatie ‘De Bus’. Deze uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter. De ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken. En met toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied.

Met name Sint-Michielgestel en Berlicum spelen een rol voor het toerisme als gastvrije kern met een divers aanbod van horeca, overnachtingsplekken, cultuur en winkels met lokale producten. Voor de leefbaarheid wordt gemotoriseerd verkeer in de kernen zoveel mogelijk geweerd. De leefbaarheid in met name de dorpen Berlicum en Middelrode wordt nog steeds beïnvloed door het verkeer dat dwars door de dorpen rijdt. Wanneer aan de noord- en oostzijde van Berlicum en Middelrode woonontwikkelingen gerealiseerd worden kan dit alleen als er onderzoek gedaan is naar nieuwe maatregelen op het gebied van mobiliteit om de extra verkeersbewegingen op te vangen. Een voorbeeld van een mogelijke uitwerking van de mobiliteitsmaatregel is de randwegfunctie, aangegeven met een stippellijn. Nader onderzoek van een passende ontsluiting zal uitwijzen hoe de mobiliteitsvraag het beste vorm gegeven kan worden. Ook in andere dorpen is een passende ontsluiting een integraal onderdeel van nieuwe woningbouwontwikkelingen. De fietsverbindingen tussen de kernen worden beter benut en waar nodig uitgebreid om bereikbaarheid en beweging te stimuleren. Tussen de kernen Sint-Michielsgestel, Den Dungen en Berlicum ontstaat zo een fietsas. Rondom Gemonde wordt ingezet op verbetering van bestaand en deels nieuwe fietspaden om de fietsveiligheid te verbeteren.

Dit is belangrijk voor ouderen die bijvoorbeeld naar het centrum van SintMichielsgestel willen, maar ook voor de vele kinderen die zo veiliger naar school kunnen fietsen richting Schijndel of Sint-Michielsgestel. Binnen de vitale dorpen worden ook maatregelen genomen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit, bijvoorbeeld door het toevoegen van groen in de straten, op de daken en bloemrijke bermen.

35 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Ontwerp omgevingsvisie

Bedrijfsfuncties De gemeente Sint-Michielsgestel heeft diverse kleinere bedrijventerreinen in Berlicum, Den Dungen en SintMichielsgestel. Het lokale bedrijfsleven zorgt voor werkgelegenheid en is een pijler onder het verenigingsleven, onder andere door de organisatiekracht en sponsorgelden. Dit wordt gekoesterd en mogelijk gemaakt. Hieronder vallen niet alleen de bedrijventerreinen, maar ook de horeca, winkels, en bedrijven aan huis. Bedrijven verminderen hun eigen watergebruik door innovatieve wateropvang- en hergebruiksystemen. Er wordt ook ingezet op gedragsverandering waardoor werknemers en bezoekers vaker kiezen voor duurzame vervoersopties zoals fiets, openbaar vervoer en deelvervoer, waardoor er minder parkeerplekken nodig zijn. Nieuwe ontwikkelingen worden standaard klimaatbestendig ingericht. Werknemers stimuleren we zo ook een ommetje te maken. Dit alles leidt tot een fijnere, veiligere en gezondere werk- en leefomgeving. Oudere en/of leegstaande bedrijven worden getransformeerd naar de gewenste kwaliteit van werklocaties. Combinaties met wonen zijn mogelijk als de bedrijfsfunctie het toelaat (woon-werklocaties).

Ontwerp omgevingsvisie | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 36

Natuurgebieden De diverse bestaande natuurgebieden zoals Herlaer, Pettelaar, Wamberg, Engelenstede-Hooghe Heide worden gekoesterd en versterkt. Daarnaast worden de diverse landgoederen ten noorden van Sint-Michielsgestel als één cluster gezien: het landgoederencluster. Zo komen ze nog beter tot hun recht op de regionale schaal. Natuurgebieden worden op verschillende plaatsen beter met elkaar verbonden. Tussen de Pettelaar en Wamberg wordt nadrukkelijk ingezet op het verbinden van stad en land, met nieuwe lokale natuurontwikkeling, opwek van duurzame zonne- energie en recreatief medegebruik. Daarnaast is een grote waterbergingsopgave ten noorden van Den Dungen onderdeel van deze verbinding. Hierbij wordt gebruik gemaakt van meervoudig ruimtegebruik in nauwe samenwerking met de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Een andere verbinding tussen natuurgebieden is tussen het Dommeldal en de Geelders. Onderdeel van deze verbinding is de Beekschewaterloop uit het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze verbinding wordt verder versterkt door aanleg van natuurlijk groen: zoals natuurlijke hagen, bloem- en kruidenrijk grasland, bosjes of poelen. Dit kan goed samengaan met duurzame landbouw. Ook tussen Wamberg en de Engelenstede-Hooghe Heide wordt ingezet op natuurlijk groen en duurzame landbouw.

Dit is onderdeel van de plannen om meer ‘stapstenen’ aan te leggen langs de Grote Wetering en zo de ecologische kwaliteiten van de twee gebieden te verbinden. De natuurgebieden en de landgoederen zijn trekpleisters voor de regio. Deze zijn, met respect voor de natuur en de biodiversiteit, zoveel mogelijk toegankelijk gemaakt en beter te beleven met wandel- en fietspaden. Dit heeft tot gevolg dat recreatie beter gespreid wordt.

37 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Ontwerp omgevingsvisie

Beekdalen Het ontstaan van de dorpen heeft voor een groot deel te maken met de ligging van de beekdalen. Langs de Dommel en de Aa waren de gronden vruchtbaar en groeiden de gewassen goed. Dat verklaart mede de locatie van de landgoederen zoals Nieuw Herlaer, Haanwijk en Zegenwerp bij Sint-Michielsgestel en Seldensate en Molenhoek langs de Aa nabij Middelrode. Ook nu zorgen de beken voor veel beleving en kwaliteit van de dorpen. De Dommel stroomt dwars door het historische centrum van Sint-Michielsgestel en kenmerkt de vorm van het dorp. Naast deze landschappelijke kwaliteiten hebben de beken ook natuurwaarden die behouden en versterkt worden. Hierbij wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit. In de dorpen zorgen de beken voor de nodige verkoeling bij hitte. De Aa stroomt langs Middelrode en Berlicum en biedt hier mogelijkheden voor een ommetje. Ook dragen de beekdalen bij aan klimaatadaptatie door het regenwater te bergen en geleidelijk af te voeren na forse regenbuien. Deze functie van de beken zal worden uitgebreid en versterkt om een klimaatbestendige gemeente en regio te worden. Het klimaatbestendig inrichten van de beekdalen is ook belangrijk voor de waterveiligheid in de omgeving. Nieuwe ontwikkelingen waarbij verharding toeneemt, zoals woningbouw, worden niet toegestaan in beekdalen.

Voor een aantal lopende ontwikkelingen wordt ingezet op waterbestendige en beschermende maatregelen. Belangrijk is ook de recreatieve rol van de beken. De Dommel en een deel van de Essche Stroom maken deel uit van het Van Gogh Nationaal Park. Ook de Aa biedt deze mogelijkheden. Dit biedt kansen voor kleinschalige recreatie voor de regio in balans met de natuur, zoals wandelroutes of watersportverhuur (bijv. kanoën of suppen). De Wambergse beek is een kleine beek ten noorden van Berlicum. Deze speelt op termijn een rol om water langer vast te houden en te bergen. Ook de natuur zal hierbij meer de ruimte krijgen en er worden maatregelen genomen om de waterkwaliteit te verbeteren.

Ontwerp omgevingsvisie | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 38

Landelijk gebied De toekomst van het landelijk gebied vraagt om keuzes. Dit met het oog op de grote opgaven op het gebied van natuur en biodiversiteit, klimaatadaptatie, en een goede kwaliteit van water en bodem. Evenzeer gaat het om de leefbaarheid van het landelijk gebied en perspectief voor de agrariërs. We zetten in op het behoud van onze agrariërs die vanuit nieuwe verdienmodellen omgeschakeld zijn naar duurzame landbouw, zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. De landbouw past zich aan op het beschikbare areaal aan water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten. De grondgebonden landbouw blijft op lange termijn een belangrijke economische en landschappelijke drager. Duurzame landbouw betekent ook dat landbouw geen negatief effect heeft op de gezondheid. Ook hierin zijn bodem en water leidend. De kwaliteit van bodem en water zal moeten verbeteren om te kunnen voldoen aan de Kaderrichtlijn water. De meest vruchtbare gronden blijven zo veel mogelijk beschikbaar voor de akkerbouw en fruitteelt die in de gemeente plaatsvindt. Er is ruimte voor innovatie om te verduurzamen en voor duurzame energieopwekking op bedrijfsniveau. Een robuust bodem- en watersysteem is één van de dragers voor een duurzame landbouw en is essentieel voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.

Dit vraagt een integrale benadering, ook in relatie tot andere beleidsthema’s. Denk aan verdroging, wateroverlast, maar ook aan de gevolgen van het gebruik van de bodem voor aardwarmte. In het bijzonder geldt dit voor de beschermingszone bij Gemonde van het grondwaterwingebied Schijndel. Een andere toekomstige functie is die van agrarisch natuur- en waterbeheer. De gronden in de beekdalen en de zoekgebieden voor waterberging kunnen hiervoor worden ingezet. Het agrarisch natuur- en waterbeheer draagt ook bij aan de kwaliteit van het landschap door bijvoorbeeld natuurlijke hagen weer meer terug te brengen. Agrarisch natuurbeheer kan een alternatieve inkomstenbron vormen voor de landgoedeigenaren en agrariërs. Het landelijk gebied krijgt een nog belangrijkere recreatieve functie. Dit als ‘uitloopgebied’ voor de kernen en in relatie tot de stad ’s-Hertogenbosch. Van oudsher worden landbouwproducten uit de gemeente SintMichielsgestel verkocht op de markt in ‘s-Hertogenbosch. Het zo lokaal mogelijk telen en verkopen van streekproducten wordt ook in de toekomst gestimuleerd. Dit versterkt de relatie tussen het landelijk gebied, de dorpen en de stad, en draagt bij aan recreatie en (dag)toerisme. Kleinschalige recreatie en toerisme worden hiermee ook een economische drager voor een deel van het landelijk gebied.

We investeren in het landschap, door behoud en versterking van cultuurhistorische waarden en het toevoegen van groen. Dit komt de aantrekkelijkheid en daarmee ook recreatie ten goede. De natuurgebieden, landgoederen en de Meerse plas leveren hierin een belangrijke bijdrage. Het landelijk gebied heeft dus meerdere mogelijkheden voor ontwikkeling en verschillende functies krijgen er een plek. Hoe dit er precies uit komt te zien verschilt van gebied tot gebied en wordt de komende jaren nog verder uitgewerkt in het programma Vitaal Landelijk gebied. Dit doen we samen met de agrarische sector, natuur- en landschaporganisaties, landeigenaren, inwoners, het waterschap en andere belanghebbenden.

39 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Ontwerp omgevingsvisie

Omgevingseffectrapport

Ontwerp omgevingsvisie | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 40

Omgevingseffectrapport (OER) Nieuw beleid uit de omgevingsvisie kan leiden tot belangrijke veranderingen. Als dat zo is, dan is het in Nederland verplicht om het beleid uit de omgevingsvisie te toetsen door middel van een milieueffectrapport. Omdat de omgevingsvisie over de hele leefomgeving gaat, wordt in het milieueffectrapport ook gekeken naar de hele leefomgeving. Het milieueffectrapport bij een omgevingsvisie wordt een omgevingseffectrapport (OER) genoemd. Als er problemen kunnen optreden, dan laat het OER zien waar en hoe erg die zijn. Deze informatie kan de gemeente gebruiken bij het schrijven van ambities of bij het maken van keuzes voor nieuw beleid. Als de gemeente vindt dat problemen of ambities nog niet genoeg worden behandeld, dan kan zij ervoor kiezen om het nieuwe beleid verder aan te vullen. Ook kan ervoor gekozen worden om goede dingen nog beter te maken. Als er gevolgen zijn van nieuw beleid, dan kan de gemeente zien wat kan helpen om problemen weg te nemen of te verminderen. Ook laat het OER zien of ambities gehaald kunnen worden. Van het uiteindelijk gekozen nieuwe beleid laat het OER zien wat de gevolgen zijn voor de leefomgeving en voor het behalen van ambities. Het OER bestaat uit 9 stappen. We beschrijven hier de stappen op hoofdlijnen.

Het complete OER voor de omgevingsvisie van Sint-Michielsgestel is te downloaden via https://ovisie-st-michielsgestel.ireporting.nl/downloads 1.

2.

3.

4.

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De NRD beschrijft welke onderscheidende alternatieven in het OER onderzocht gaan worden (‘reikwijdte’). Daarnaast staat er in de NRD welke beoordelingsaspecten onderzocht gaan worden, de manier waarop de beoordelingsaspecten onderzocht worden en met welke diepgang (‘detailniveau’) dat gebeurt. Het uitbrengen van de NRD is het officiële startpunt van de m.e.r.-procedure. De m.e.r.-procedure staat voor het hele proces dat gevolgd moet worden, het omgevingseffectrapport (OER) is daar een product van. In deze notitie staat welke onderwerpen (reikwijdte) in het OER onderzocht worden en op welke manier (detailniveau). Als de NRD klaar is, wordt er gestart met het maken van het OER. De NRD is ter inzage gelegd. Dat betekent dat iedereen deze NRD kon bekijken en zijn/haar mening hierover mocht geven. Tot 28 oktober 2022 kon er gereageerd worden via een (digitale) brief aan de gemeente. De binnengekomen vragen en opmerkingen zijn na de ter inzagelegging beantwoord in de 'Nota van Antwoord'. Hierna is het NRD vastgesteld. Het NRD is te downloaden via https://ovisie-stmichielsgestel.ireporting.nl/downloads Beoordelingskader Thema’s die belangrijk zijn voor de omgevingsvisie zijn in het OER vertaald naar zogenaamde beoordelingsaspecten. Deze beoordelingsaspecten beschrijven hoe een bepaald thema in het OER beoordeeld wordt.

Door de beoordelingsaspecten goed aan te laten sluiten op ambities kan het OER goed helpen om te laten zien of ambities gehaald kunnen worden. Het overzicht van alle beoordelingsaspecten heet het beoordelingskader. Het vormt een kader om te beschrijven hoe de leefomgeving nu is en hoe de leefomgeving er in de toekomst uitziet of uit kan zien door de effecten van de omgevingsvisie. Foto van de leefomgeving Om de gevolgen van de omgevingsvisie te kunnen inzien is het belangrijk te weten hoe de leefomgeving van Sint-Michielsgestel nu en in de toekomst is. De beschrijving van de situatie nu en in de toekomst heet de ‘foto van de leefomgeving’. In deze ‘foto’ is er voor elk beoordelingsaspect beoordeeld wat de kwaliteit nu is en hoe de kwaliteit in de toekomst wordt als er geen omgevingsvisie zou zijn. Hoe de leefomgeving nu is wordt de huidige situatie genoemd. Hoe het zal zijn in de toekomst zonder omgevingsvisie wordt de autonome ontwikkeling genoemd. In het OER hebben we de autonome ontwikkeling beschreven voor het jaar 2030, met een aanvullende doorkijk naar 2040. Kansen en risico’s voor nieuwe beleid in beeld brengen: effectbeoordeling scenario’s en conceptvoorkeursalternatief De keuze voor nieuw beleid dat de gemeente in de omgevingsvisie opneemt wordt in het OER vergeleken met de situatie zonder omgevingsvisie. In het OER zijn twee scenario’s voor nieuw beleid onderzocht.

Beide scenario’s zijn ingevuld vanuit een bepaalde invalshoek en beschrijven verschillende keuzes voor nieuw beleid. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de kansen en

41 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Omgevingseffectrapport

5.

6.

7.

8.

9.

risico’s (effecten) van de scenario’s in beeld gebracht. Op basis van de resultaten van de effectbeoordeling van de scenario’s heeft de gemeente Sint-Michielsgestel een conceptvoorkeursalternatief opgesteld. Daarbij zijn onderdelen uit de twee scenario’s samengevoegd tot één alternatief. Ook dit concept-voorkeursalternatief wordt getoetst op kansen en risico’s. Effectbeoordeling van definitief voorkeursalternatief De resultaten van de effectbeoordeling van het concept-voorkeursalternatief heeft de gemeente gebruikt bij het opstellen van de concept-omgevingsvisie. Hierin staat nieuw beleid om op basis van het definitieve voorkeursalternatief in de omgevingsvisie op te nemen. Dit is één omvattend geheel van strategische, richtinggevende uitgangspunten voor nieuw omgevingsbeleid. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van het nieuwe beleid in beeld gebracht. Passende beoordeling Natura 2000 Omdat op voorhand niet kan worden uitgesloten dat het nieuwe beleid van de omgevingsvisie een negatief effect heeft op beschermde natuurgebieden (Natura 2000) is een Passende Beoordeling gemaakt. Daarin is beoordeeld of het nieuwe beleid tot aanmerkelijk negatieve effecten op de zogenaamde instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kan leiden en zo ja, hoe die negatieve effecten voorkomen kunnen worden (‘mitigerende maatregelen’).

Botsproeven en mitigerende maatregelen Het is belangrijk om te weten of al het nieuwe beleid goed bij elkaar past. Dit is beoordeeld met botsproeven. Het kan namelijk zijn dat er op een plek meerdere ideeën zijn. De plannen kunnen elkaar sterker maken, maar kunnen ook leiden tot conflict. Voor het concept- en definitieve voorkeursalternatief zijn botsproeven uitgevoerd. Voor sommige aspecten leidt het nieuwe beleid alsnog tot risico’s op negatieve effecten of tot een te laag kwaliteitsniveau. Voor deze aspecten zijn mogelijkheden voor verbetering gegeven. Dit is gedaan met opties voor beleid of concrete mitigerende maatregelen. Doelbereik Op basis van de beoordelingsaspecten van het OER die samenhangen met de ambities van de omgevingsvisie, is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van die ambities. Voor de twee scenario’s en het concept-voorkeursalternatief is een doorkijk gegeven naar het doelbereik, het definitieve voorkeursalternatief is beoordeeld op doelbereik. Monitoring Monitoring is een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie volgens de Omgevingswet. Door middel van monitoring worden de effecten van het beleid uit de omgevingsvisie inzichtelijk en wordt de kans geboden om op tijd bij te sturen in de gewenste richting. Monitoring maakt geen onderdeel uit van het OER, maar er is wel een eerste begin gemaakt.

Meer informatie over monitoring en evaluatie lees je bij de Doorwerking van de omgevingsvisie.

Omgevingseffectrapport | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 42

Doorwerking

43 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Omgevingseffectrapport

Doorwerking van de omgevingsvisie De omgevingsvisie vertelt de hoofdlijnen van het beleid en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn. Tegelijkertijd biedt de omgevingsvisie het kader voor het koesteren en versterken van de kernwaarden en het realiseren van de ambities. De omgevingsvisie draagt hiermee bij aan het vinden van de balans tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Op het hoge schaalniveau van de omgevingsvisie zijn de kernkwaliteiten, ambities en de opgaven vaak goed met elkaar te combineren. Bij de concretere uitwerking van de omgevingsvisie kan het behouden van de kernwaarden of het niet realiseren van de ambities op gespannen voet staan met de opgaven. Het leidende principe is dat initiatieven en projecten geen afbreuk mogen doen aan de kernkwaliteiten van de gemeenten als geheel. Een beperkte plaatselijke afname van een of meerdere kernkwaliteiten kan verdedigbaar zijn, als hiermee een zwaarwegend gemeenschappelijk belang is gediend. Deze afweging is in elke situatie anders en zal dus per geval moeten worden gemotiveerd. Die balans behouden is echter een continu proces en daarvoor is veel meer nodig dan alleen het vaststellen van de omgevingsvisie.

Daarom is het goed om vooruit te kijken: hoe komt de gewenste ontwikkeling tot stand? Wie staat daarvoor aan de lat? En hoe kan de kwaliteit worden gewaarborgd? Hoe halen we de ambities? De Omgevingswet biedt verschillende instrumenten om uitvoering aan de omgevingsvisie te geven. Voor de juiste inzet van de instrumenten is het van belang stil te staan bij de rol die de gemeente hierin wil en kan vervullen, de zogeheten 'sturingsfilosofie'.

Rolverdeling (sturingsfilosofie) Volgens het koersdocument is de gemeente in eerste instantie kaderstellend, maar waar mogelijk zullen we ook loslaten en vertrouwen hebben in de inwoners, organisaties en bedrijven. De omgevingsvisie is bij uitstek het kaderstellende instrument onder de Omgevingswet De sturingsfilosofie gaat over de rolverdeling tussen de gemeente en de samenleving. Deze is de afgelopen jaren veranderd. Onze samenleving is complex, verandert snel en inwoners zijn goed geïnformeerd. Visies en plannen zijn niet langer een mededeling, maar worden steeds vaker een uitnodiging aan de samenleving om met ons mee te denken over (creatieve) oplossingen. Als gemeente zoeken we de balans tussen hoe we initiatieven kunnen steunen en hoe we waarborgen dat de kwaliteit van onze leefomgeving zo hoog mogelijk blijft. Per onderwerp, project of initiatief zoeken we daarom naar de meest geschikte vorm. Manieren om te sturen In het onderstaande schema benoemen we vier vormen waarop we als gemeente kunnen sturen. We kunnen de nadruk leggen op het behalen van resultaten of op het creëren van randvoorwaarden. Ook maken we onderscheid in de betrokkenheid van de samenleving bij de ambities van de gemeente. Voor Sint-Michielsgestel is het van ‘buiten naar binnen’ werken een belangrijk speerpunt. Dit komt ook terug in het merk ‘Sint-Michielsgestel geeft ruimte’.

De gemeente Sint-Michielsgestel is in eerste instantie kaderstellend, maar we willen een faciliterende, ondersteunende gemeente zijn. Waar mogelijk zullen we ook loslaten en meer verantwoordelijkheid leggen bij de inwoners en ondernemers. We willen dat inwoners en (maatschappelijke) organisaties initiatief nemen om zelf vorm te geven aan hun leefomgeving en er meer verantwoordelijkheid en zorg voor dragen. We stimuleren initiatieven, terwijl we als gemeente duidelijk zijn in wat wel en wat er niet mogelijk is. Dit is bijvoorbeeld te zien aan: • • • •

Er ligt steeds meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en ondernemers We willen dat inwoners en (maatschappelijke) organisaties meer initiatief gaan nemen om zelf vorm te geven aan hun leefomgeving en hier verantwoordelijkheid voor nemen Onze inwoners kijken naar elkaar om en zorgen voor elkaar Er zijn veel bewonersinitiatieven waarbij inwoners ideeën organiseren en realiseren (bijv. Klimaat Test Straat in Den Dungen, ontmoetingsplek De Distelhof in Sint-Michielsgestel of voedselbos Westakkers in Berlicum) Doorwerking | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 44

Sint-Michielsgestel geeft ruimte

Gemeente voert uit

Gemeente werkt samen

Gemeente leidt vanuit regels

Gemeente ondersteunt en faciliteert

Samenleving aan zet

Gemeente aan zet

Vanuit initiatieven en projecten kijken naar de kaders

Vanuit kaders kijken naar initiatieven en projecten Schema met verschillende posities die de overheid kan aannemen. Eigen bewerking Royal HaskoningDHV (2020) naar Van der Steen e.a. (2004)

We geloven dat onze omgevingsvisie het beste tot zijn recht komt als we er samen met onze inwoners aan werken. Met ons merk 'Sint-Michielsgestel geeft ruimte' onderstrepen we onze rol, die we als gemeente willen pakken. Ondersteunend, faciliterend, dicht bij de inwoners, (maatschappelijke) organisaties en ondernemers. Wij werken graag mee. We willen een faciliterende gemeente zijn, waarin alle belangen gehoord kunnen worden. Omdat goede participatie daarbij onmisbaar is, hebben we participatiebeleid vastgesteld. Hierin staat omschreven wat onze visie op participatie is en hoe we participatieresultaten meewegen als we beslissingen moeten maken.

Instrumenten De Omgevingswet bestaat uit zes instrumenten: • • • • • •

Omgevingsvisie Omgevingsprogramma Omgevingsplan Algemene Rijksregels Omgevingsvergunningen Projectbesluit

Hieronder vertellen we meer over het omgevingsprogramma en het omgevingsplan. Meer informatie over de andere instrumenten kan je vinden op Informatiepunt Leefomgeving.

45 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Doorwerking

Omgevingsprogramma’s De omgevingsvisie is gericht op de lange termijn. Voor de uitvoering op korte en middellange termijn worden programma’s gemaakt. Een programma helpt bij het behalen van de ambities van de omgevingsvisie. Aanleiding We maken een omgevingsprogramma als er een wettelijke verplichting is, of bij een langjarige, belangrijke en/of complexe opgave. Een opgave is belangrijk en/of complex als er meerdere (type) maatregelen nodig zijn, als er bestuurlijke prioritering en het toewijzen van budget vereist is, of als de opgave een grote impact heeft op de samenleving of de fysieke ruimte (bij deze programma’s is er ook een m.e.r. verplichting). Uitgangpunten In aanvulling op de wettelijke vereisten worden de volgende uitgangspunten gebruikt bij het maken van nieuwe programma’s: •

•

•

• •

De programma’s moeten passen binnen de omgevingsvisie van Sint-Michielsgestel. Dit betekent dat de programma’s bijdragen aan de opgaven en ambities van de omgevingsvisie en rekening houden met de kernkwaliteiten van Sint-Michielsgestel; De programma’s maken de ambities uit de omgevingsvisie meer concreet door het stellen van (meetbare) doelen voor de korte- en middellange termijn. Door middel van monitoring van het programma wordt gecontroleerd of de doelen behaald worden; Het maken van een programma doen we met behulp van participatie. Bij programma’s is er een motiveringsplicht. Dit betekent dat de programma’s beschrijven hoe inwoners, bedrijven, organisaties en andere overheden en marktpartijen betrokken zijn bij het maken van het programma en hoe zij bijdragen aan de doelen van het programma. In elk programma wordt beschreven wat de rolverdeling (sturingsfilosofie) is en wie het programma vaststelt (het college van burgemeesters en wethouders of de gemeenteraad). De programma’s richten zich op een bepaald onderwerp of gebied. Dit moet in afstemming met andere programma’s die een bijdrage leveren aan dat onderwerp of gebied. o Bij een gebiedsgericht programma moeten er meerdere grote opgaven spelen die met elkaar samenhangen, die impact hebben op de leefomgeving.

Omgevingsprogramma’s in Sint-Michielsgestel De komende jaren werken we in elk geval aan programma’s voor de volgende onderwerpen. Bij elk programma benoemen we ook aan welke ambitie het programma bijdraagt. Programma Programma Wonen

Aanleiding

Ambitie Algemeen Leven 1: In 2040 past het woningaanbod bij de behoefte. Ambitie Algemeen Leven 6: In 2040 is de veiligheid en beleving van veiligheid

verbeterd.

Ambitie Verbindend Netwerk 2: In 2040 benutten we nog beter de kracht van de samenleving door het stimuleren van lokale netwerken en (burger)initiatieven.

Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: In 2040 is er sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water. Gezondheid

Recreatie en toerisme Economie

Duurzame mobiliteit

Ambitie Algemeen Leven 3: In 2040 stimuleert de buitenomgeving mensen tot

meer bewegen en om elkaar vaker te ontmoeten. Ambitie Algemeen Leven 4: In 2040 is de leefomgeving gezond en veilig. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: In 2040 is er sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water. Ambitie Krachtige Economie 2: In 2040 sluiten de recreatieve voorzieningen en horecasector aan bij de lokale kwaliteiten en versterken de stad – land verbinding Ambitie Krachtige Economie 1: In 2040 is er een duurzaam landelijk gebied waarbij het gebruik van het land in balans is met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht). Ambitie Krachtige Economie 3: In 2040 zijn bedrijven en hun directe omgeving duurzamer en circulair. Ambitie Verbindend Netwerk 1: In 2040 zijn wandelen, fietsen en gebruik maken van gedeelde vormen van vervoermobiliteit de standaard.

Doorwerking | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 46

Klimaatadaptatie en water

Duurzaamheid

Accommodatie & voorzieningen Warmte Kostenverhaal en Financiële bijdragen

Ambitie Algemeen Leven 5: In 2040 is de structuur voor groen / water robuust, zijn

de cultuurhistorische waarden geborgd en versterkt en is de biodiversiteit toegenomen. Ambitie Krachtige Economie 3: In 2040 zijn bedrijven en hun directe omgeving duurzamer en circulair. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: In 2040 is er sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 2: In 2040 hebben we maatregelen genomen om wateroverlast, hittestress en verdroging zoveel mogelijk tegen te gaan. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 3: In 2040 is het hergebruiken en delen van producten, materialen en grondstoffen de standaard. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 4: In 2040 is de gemeente klimaatneutraal. Ambitie Algemeen Leven 5: In 2040 is de structuur voor groen / water robuust, zijn de cultuurhistorische waarden geborgd en versterkt en is de biodiversiteit toegenomen. Ambitie Krachtige Economie 3: In 2040 zijn bedrijven en hun directe omgeving duurzamer en circulair. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: In 2040 is er sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 2: In 2040 hebben we maatregelen genomen om wateroverlast, hittestress en verdroging zoveel mogelijk tegen te gaan. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 3: In 2040 is het hergebruiken en delen van producten, materialen en grondstoffen de standaard. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 4: In 2040 is de gemeente klimaatneutraal.

Ambitie Algemeen Leven 2: In 2040 passen de basisvoorzieningen bij de behoefte van inwoners. Ambitie Verbindend Netwerk 2: In 2040 benutten we nog beter de kracht van de samenleving door het stimuleren van lokale netwerken en (burger)initiatieven. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 4: In 2040 is de gemeente klimaatneutraal.

Specifiek programma ter onderbouwing van de financiêle bijdragen bij private ontwikkelingen. Meer hierover lees je bij het kopje Kostenverhaal.

Gebiedsgerichte programma’s We gaan ook werken met gebiedsgerichte programma’s. Dit doen we in ieder geval voor het Vitaal landelijk gebied, maar er kunnen de komende jaren meer gebiedsgerichte programma’s bijkomen. In een gebiedsgericht programma behandelen we meerdere onderwerpen en opgaven in samenhang, om zo bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie.

47 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Doorwerking

Omgevingsplan Het omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen en lokale verordeningen die we eerder hadden. Het nieuwe omgevingsplan bevat (samen met de waterschapsverordening van het waterschap) alle regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Onze omgevingsvisie is een langetermijnvisie. Bij het maken van het omgevingsplan houden we rekening met de keuzes en uitgangspunten uit de omgevingsvisie. Het omgevingsplan geeft invulling aan de ambities uit onze omgevingsvisie, met name voor thema’s waarbij de gemeente een sturende rol heeft. Het omgevingsplan kan helpen om de ambities van de omgevingsvisie of een programma te stimuleren, door meer ruimte te bieden aan ontwikkelingen die hierbij passen. Ook de uitwerking van een omgevingsprogramma kan leiden tot regels in het omgevingsplan.

Overgangsfase De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het geeft richting, schetst ambities en legt dilemma’s bloot. De omgevingsvisie geeft niet op alle vragen een antwoord. De concrete invulling van deze visie komt terug in de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. De Omgevingswet geldt vanaf 1 januari 2024. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten veel omgevingsprogramma’s nog worden opgestart. Toch is er al veel over de fysieke leefomgeving vastgelegd in ander bestaand beleid, bijvoorbeeld de visie recreatie en toerisme. Zolang de concrete invulling van de omgevingsvisie nog niet is vastgelegd in programma’s, blijft het bestaande beleid voor de van kracht voor zover dit niet strijdig is met de omgevingsvisie. Wanneer de programma’s worden vastgesteld dan wordt het oude beleid ingetrokken. Bestaand beleid kan ook worden ingetrokken wanneer het achterhaald is en er geen programma nodig is. Toetsen van initiatieven in de overgangsfase Nieuwe ruimtelijke initiatieven worden tijdens de overgangsfase o.a. getoetst aan het oorspronkelijke bestemmingsplan en/of aan de lijst met vergunningsvrije activiteiten. Als het initiatief binnen die regels past, wordt er niet aan de omgevingsvisie getoetst. Ruimtelijke initiatieven die niet aan de geldende regelgeving voldoen worden wél beleidsmatig aan de omgevingsvisie getoetst en de programma’s die daaruit voortvloeien.

De overgangsfase van de Omgevingswet duurt tot eind 2031. Vanaf dat moment moet elke gemeente een omgevingsplan hebben vastgesteld.

Doorwerking | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 48

Beleidscyclus en monitoring Beleidscyclus De Omgevingswet maakt het verplicht om beleid te monitoren en te evalueren. Hiermee wordt duidelijk of de uitwerking van het beleid ook daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Hiervoor maken we gebruik van een beleidscyclus:

Beleidsontwikkeling

Terugkoppeling

Handhaving

Omgevingsvisie

Monitoring & Evaluatie

Programma

Kleine beleidscyclus

Uitvoering

1. 2. 3. 4.

Activiteiten

Programma

Omgevingsvergunning

Omgevingsplan

Toezicht

Beleidsdoorwerking

Beleidsontwikkeling: Het opstellen van de Omgevingsvisie. Deze stap is met het vaststellen van de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel voltooid; Beleidsdoorwerking: Uitspraken uit de Omgevingsvisie maken we concreet met de instrumenten van de Omgevingswet (in bijvoorbeeld een omgevingsprogramma of omgevingsplan); Uitvoering: We passen concrete besluiten en regels toe. Dat gebeurt niet alleen door de gemeente, juist de uitvoering van activiteiten en projecten van initiatiefnemers staat in deze stap centraal; Terugkoppeling: Met behulp van monitoring en evaluatie reflecteren we op de behaalde resultaten. Uit de terugkoppeling blijkt of bijstelling van de beleidsdoelen of het anders inzetten van de instrumenten nodig is om de ambities te halen. Daarna gebruiken we de reflectie voor de volgende beleidscyclus.

Monitoring In stap 4 van de beleidscyclus (Terugkoppeling) gebruiken we monitoring. We letten op of de ambities en doelen uit de omgevingsvisie worden behaald, dat noemen we monitoring. Dit helpt ons om goede en snelle besluiten te nemen. Monitoring doen we aan de hand van ons OER (Omgevingseffectrapportage). Hierin staat een beoordelingskader waarmee we kunnen controleren of we als gemeente de juiste richting op groeien. Ook de omgevingsprogramma’s helpen bij de monitoring. Een voorbeeld hiervan is het programma Volkshuisvestiging. Hiermee monitoren we elk jaar hoeveel woningen en wat voor woningen er in elk dorp gerealiseerd zijn. We gebruiken zoveel mogelijk informatie die openbaar toegankelijk is. Een voorbeeld hiervan is de informatie die de GGD beschikbaar stelt. De GGD meet regelmatig de mening van inwoners op onderwerpen zoals gezondheid en veiligheid.

49 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Doorwerking

Actualisering Omgevingsvisie De omgevingsvisie is gericht op de lange termijn, met een stip op de horizon in 2040. Doordat de omgevingsvisie voornamelijk op hoofdlijnen een toekomstvisie schetst, zal deze niet snel verouderen. Wel is het mogelijk dat de monitoring of nieuwe ontwikkelingen vragen om een aanpassing van de omgevingsvisie. Omdat we nu nog niet weten hoe de situatie er over een enkele jaren uit ziet, kiezen we er als gemeente voor om onze omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden. We gaan uit van bijstelling van de omgevingsvisie, vier jaar na vaststelling. Het actualiseren van de omgevingsvisie kan door bijvoorbeeld het toevoegen van nieuwe ambitie of door het geven van duidelijkere kaders op een bepaald onderwerp. Hieruit kan ook volgen dat een programma moet worden aangepast. Of dat een nieuw programma moet worden opgestart.

Kostenverhaal Om de ambities uit de Omgevingsvisie waar te maken, zijn investeringen nodig om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren. Denk hierbij aan de verbetering van het landschap, de aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbare vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang of de aanleg van recreatievoorzieningen. Ook stuurt de gemeente om een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad te bereiken. De Omgevingswet geeft de gemeente de bevoegdheid om financiële bijdragen te vragen voor deze investeringen. Dit kan bij aangewezen activiteiten waarvoor de gemeente het Omgevingsplan wijzigt of de activiteit mogelijk maakt met een buitenplanse omgevingsplan activiteit, de zogenaamde ontwikkelopgave. De onderbouwing van de financiële bijdragen werkt de gemeente uit in het programma kostenverhaal en financiële bijdragen. Het programma geeft inzicht in de investeringsopgave en de functionele samenhang met de ontwikkelopgave. In het programma onderbouwt de gemeente het tarief voor de financiële bijdragen en geeft zij aan hoe ze dit tarief actualiseert en verantwoording aflegt over de uitvoering van de investeringen. Het programma gaat ook in op het volkshuisvestingsfonds. Initiatiefnemers kunnen als hun initiatief niet voldoet aan het woningbouwprogramma van het ‘programma wonen en zorg’ het college verzoeken om af te wijken.

Het is een bevoegdheid van het college om dit beargumenteerd toe te staan. De initiatiefnemer doet dan een storting in het volkshuisvestingsfonds. De gemeente neemt vervolgens de verantwoordelijkheid op zich om op een andere locatie extra betaalbare woningen toe te voegen. Dit kan met een gemeentelijke grondexploitatie of via een privaat initiatief. De locatie waar de compensatie plaatsvindt kan een bijdrage uit het volkshuisvestingsfonds krijgen.

Heb je een initiatief? We willen graag samenwerken aan de leefomgeving van Sint-Michielsgestel en daarom verwelkomen we nieuwe initiatieven en projecten. Wel moeten nieuwe ontwikkelingen passen binnen de randvoorwaarden uit deze omgevingsvisie. Om na te gaan of de gemeente je initiatief wil ondersteunen, letten we op de volgende punten: 1.

2.

Onderbouwing: Het initiatief draagt bij aan de ambities van gemeente Sint-Michielsgestel, zoals beschreven in deze omgevingsvisie. Ook doet het initiatief geen afbreuk aan de kernkwaliteiten. Waar mogelijk helpt het initiatief juist om de kernkwaliteiten te versterken. Je bent als initiatiefnemer verantwoordelijk om te onderbouwen dat je initiatief aan de punten voldoet. Intaketafel: Tijdens een gemeentelijke intaketafel bespreken we of het initiatief wenselijk is en of het initiatief past binnen de kaders van de omgevingsvisie. Of we bepalen wat er nog nodig is om het initiatief te laten bijdragen aan de omgevingsvisie.

Omgevingsdialoog: Naast de omgevingsvisie heb je als initiatiefnemer ook te maken met de regels van het omgevingsplan. Als er voor je initiatief een omgevingsvergunning nodig is, dan is het voeren van een omgevingsdialoog verplicht. Een omgevingsdialoog is een overleg tussen de initiatiefnemer, omwonenden en andere stakeholders.

Doorwerking | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 50

Totstandkoming

51 | Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Totstandkoming

Totstandkoming In 2021 zijn we gestart met de omgevingsvisie. Doordat het een lang proces is, is de omgevingsvisie verdeeld in vier verschillende fases. In elke fase heeft er participatie plaatsgevonden, zowel intern als extern. Daarmee zijn veel meningen en ideeën verzameld, die in de omgevingsvisie zijn meegenomen. Fase 1: Bouwstenen verzamelen (Beleidsanalyse) Er is begonnen met het verzamelen van informatie, waarvan een beleidsanalyse is gemaakt. De beleidsanalyse was het ‘vertrekpunt’ van de omgevingsvisie: alle bestaande kwaliteiten, trends, ontwikkelingen en beleidsregels zijn in kaart gebracht en samengevat. Fase 2: Bouwvoorbereiding (Dromen en ambities) In 2021 is samen met de inwoners en andere betrokkenen gedroomd over hoe gemeente Sint-Michielsgestel er in 2040 uit moet zien: wat is er in 2040 belangrijk en welke kwaliteiten moeten we behouden? Ook is er gekeken naar wat er nodig is om de dromen te bereiken, en of alle dromen wel tegelijk waargemaakt kunnen worden. Op basis van de dromen zijn ambities geformuleerd, samen met stakeholders en ketenpartners. In november 2022 is het ambitiedocument vastgesteld door de gemeenteraad. In fase 2 zijn we omgevingseffectrapport.

ook

gestart

met

het

Fase 3: Bouwen (Keuzes en afronding) De ambities zijn vertaald naar twee scenario’s voor de gemeente Sint-Michielsgestel. In deze scenario’s zijn de uitersten opgezocht, om zo tot keuzes te komen. Samen met bewoners, maatschappelijke partijen, ketenpartners, de ambtelijke organisatie, het college en de raad zijn de scenario’s aangescherpt. Beide scenario’s zijn beoordeeld in het OER om een goed beeld te krijgen over welke ambities wel en niet gerealiseerd kunnen worden. Vervolgens is een concept-voorkeursalternatief opgesteld. Deze OER is beoordeeld en daarna zijn de laatste aanscherpingen gemaakt tot een definitief voorkeursscenario, wat nu de omgevingsvisie is. Fase 4: Oplevering De laatste fase is het vaststellen van de omgevingsvisie. Tijdens deze fase kunnen inwoners, ondernemers, ketenpartners en maatschappelijke organisaties nog één keer hun mening geven tijdens de officiële inspraakprocedure. Daarna stelt de gemeenteraad de omgevingsvisie vast. Hierna is geen beroep meer mogelijk. De omgevingsvisie is een visie voor de lange-termijn. Na de vaststelling vormt de omgevingsvisie de basis voor omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan.

Totstandkoming | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | 52

Verklarende woordenlijst @ce pgn

S grjce

? je ck cl c� Pghi qpce cjq

Het Rijk heeft algemene regels, voor een effectieve uitvoering van de doelen van de Omgevingswet. De Algemene Rijksregels zijn regels die gelden voor iedereen die een activiteit aanvraagt of uitvoert.

@gmbgt cpqgrcgr

Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waarvan ze deel van uitmaken.

Af ck gqaf c� e cu _q` cqrpghbgl e q+ k gbbcjcl �

Chemische gewasbestrijdingsmiddelen (pesticiden) zijn stoffen die gebuikt worden bij het bestrijden van plagen en bij het beschermen van gewassen tegen ziekte, insecten en onkruid.

Agpas j_gpc� caml mk gc

Systeem waarin afval niet meer bestaat en alle producten (of onderdelen daarvan) worden hergebruikt.

As jrs s pf gqrmpgc

De geschiedenis van alles dat door mensen gemaakt is en niet op natuurlijke wijze ontstaan is.

Bccjk m` gjgrcgr

Vervoermiddelen die met verschillende gebruikers worden gedeeld. Bijvoorbeeld auto’s, fietsen of bromfietsen, zijn (tegen betaling) voor een korte periode voor iedereen toegankelijk.

Camjme gqaf c� t cp` gl bgl e cl

Een verbinding tussen natuurgebieden met nieuwe of herstelde natuur.

Cl cpe gcrp_l qgrgc

De overgang van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen naar een energiesysteem gebaseerd op duurzame en CO2-neutrale energiebronnen. Dit betekent de overgang van het gebruik van kolen, olie en gas naar het gebruik van zon, wind en water als bron van energie.

F cpl gcs u ` _pc� e pml bqrmddcl

Hernieuwbare grondstoffen zijn onuitputtelijk, groeien weer aan en kunnen telkens opnieuw worden gewonnen. Bijvoorbeeld hout, katoen en wol.

F grrcqrpcqq

Negatieve effecten die zich voordoen in een periode van zeer warm weer.

Gl dgjrpcpcl

Het weg laten zakken van regenwater in de bodem.

I crcl n_prl cpq

Partners die nauw betrokken zijn bij de totstandkoming van de omgevingsvisie

I jgk __r_b_nr_rgc

Maatregelen waarmee de negatieve effecten van klimaatverandering worden beperkt.

I jgk __r` cqrcl bge

Hoe goed is iets beschermd tegen de effecten van klimaatverandering.

I pgl e jmmnj_l b` ms u

Een vorm van landbouw waarbij alles dat door het landbouwsysteem wordt gebruikt (grondstoffen, voedingsstoffen, energie) in datzelfde systeem weer wordt aangevuld. Bij kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut (ook wel circulaire landbouw genoemd).

K ccpt ms bge � ps gk rce c` ps gi

Het gebruiken van een stuk grond- of wateroppervlakte voor meer dan één doel.

K m` gjgrcgrqf s `

Een plek waar verschillende vervoersvormen samenkomen en waar je kan overstappen van het ene vervoerstype op een ander vervoerstype.

L _rs s pgl ajs qgcd

Manier van bouwen waarmee de biodiversiteit en leefbaarheid in de omgeving worden behouden of versterkt.

Mk e ct gl e qnj_l

In de omgevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente

53 | Ontwerp Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel | Verklarende woordenlijst

kan voor ieder gebied zeggen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. Mk e ct gl e qt cpe s l l gl e

Een officiële (noodzakelijke) toestemming van een overheidsorganisatie om bepaalde activiteiten te mogen uitvoeren.

Mk e ct gl e qu cr

De Omgevingswet is bedoeld om een goed evenwicht te vinden tussen het gebruiken en beschermen van de fysieke leefomgeving. De nieuwe wet zorgt voor minder en duidelijkere regels. Ook zorgt de wet ervoor dat de leefomgeving als één samenhangend geheel wordt behandeld. De wet geeft ruimte voor lokaal maatwerk en zorgt ervoor dat besluiten sneller en beter kunnen worden genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=871a1518-9c2f-41fe-a93d-3715fead5164