CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Motivering TAM-omgevingsplan Bramerslandstraat Den Dungen d.d. 1 juli 2026

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 17 juni 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling 'TAM-omgevingsplan Bramerslandstraat Den Dungen'22.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstraat Den Dungen

Inhoudsopgave

Motivering

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding en doel Beschrijving van het plangebied Het omgevingsplan van rechtswege De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 3 5 6 6

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

7 7 10

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleid en regelgeving Rijk Provincie Waterschap Gemeente

11 11 12 19 20

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Omgevingsaspecten Archeologie Activiteiten en Milieuzonering Bodem Cultuurhistorie Duurzaamheid Geluid Geur Ladder voor duurzame verstedelijking Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage Verkeer en Parkeren Natuur Externe veiligheid Water

27 27 28 30 31 33 33 37 42 42 48 49 51 53 54

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Voorbereiding en participatie (maatschappelijke uitvoerbaarheid) Vooroverleg Participatie Procedure

61 61 61 61

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Uitvoerbaarheid Financiële economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie

63 63 63 63

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Juridisch kader TAM-omgevingsplan Inleiding Opzet regels Nadere toelichting op de regels

64 64 64 65

Hoofdstuk 8

Belangenafweging en conclusie

66

2 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Motivering Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Woningcorporatie Woonmeij is eind 2022 op verzoek van de eigenaar van Bramerslandstraat 11 in Den Dungen in gesprek geraakt om in de tuin sociale huurwoningen te bouwen om daarmee bij te dragen aan de oplossing van de woningnood. Het uitgangspunt is om de locatie te splitsen voor herontwikkeling (sociale huurwoningen) en het bestaande woonhuis met tuin te behouden. Het initiatief voorziet in de realisatie van negen nieuwe grondgebonden woningen waarvan vijf levensloopbestendig. Alle woningen zijn geschikt voor 1 en 2-persoonshuishoudens en hebben 2 slaapkamers. De nieuwe woningen zijn bestemd voor de sociale huur en worden voor zover mogelijk energieneutraal. De woningen worden verdeeld in twee composities en speels in het perceel geplaatst. Het perceel wordt ingericht als parkachtige tuin voor de bewoners. In de bestaande situatie zijn de gronden aangewezen voor wonen en tuin. De beoogde ontwikkeling is op basis van het vigerende planologische regime (het Omgevingsplan van rechtswege) niet toegestaan vanwege het ontbreken van mogelijkheden voor het gebruik voor het reguliere wonen en het bouwen en gebruiken van negen nieuwe woningen. Hiertoe is een wijziging van het vigerende planologische regime noodzakelijk. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Ten behoeve van het wijzigen van een omgevingsplan is de Tijdelijke Alternatieve Maatregel mogelijk gemaakt.

Deze TAM vormt een alternatieve mogelijkheid voor gemeenten om het omgevingsplan te wijzigen, wanneer zij dit nog niet via de nieuwe standaarden kunnen doen. Zo kunnen in de overgangssituatie op basis van de voorheen geldende Wet ruimtelijke ordening (Wro)-standaard (IMRO-standaard) wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan bekendgemaakt worden conform de inhoudelijke eisen van de Omgevingswet. Dit plan is conform de TAM methodiek opgesteld waarbij de beoogde ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Beschrijving van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Bramerslandstraat 11 te Den Dungen. Het plangebied betreft een open plek welke in gebruik is als tuin bij de woning Bramerslandstraat 11 in de bebouwde kom van Den Dungen. De locatie is daarmee onderdeel van het stedelijke gebied. Het bestaande perceel wordt via de noordwestzijde ontsloten op de Bramerslandstraat. Het plangebied betreft een deel van het perceel dat kadastraal bekend staat als kadastrale gemeente Den Dungen, sectie E, nummer 1485. Uitsluitend het deel van het perceel waar de beoogde ontwikkeling plaatsvindt wordt middels voorliggend plan planologisch gewijzigd. Figuur 1 toont de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied, figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving.

3 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Figuur 1: Begrenzing van het plangebied

4 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Figuur 2: Geografische ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving

1.3

Het omgevingsplan van rechtswege

Ter plaatse van het plangebied geldt het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor de gemeente Sint-Michelsgestel dat in werking is vanaf 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende in artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet aangewezen vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen, wijzigingsplannen én uit rijksregels over activiteiten die zijn aangeduid als de bruidsschat.

1.3.1

Bestemmingsplanregels

Zolang het omgevingsplan niet wordt gewijzigd en de vigerende ruimtelijke plannen niet komen te vervallen, wordt nog gesproken van bestemmingen en bestemmingsplanregels in het omgevingsplan van rechtswege. Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de ruimtelijke plannen "Den Dungen/Maaskantje" (vastgesteld op 14 april 2016) en "Parapluplan Parkeren" (vastgesteld op 18 juni 2020).

1.3.1.1

Den Dungen/Maaskantje

Op grond van het bestemmingsplan gelden ter plaatse van het plangebied de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 4'. Hiermee zijn de gronden aangewezen voor een stedelijk gebruik ten behoeve van het wonen en tuinen. Daaraan ondergeschikt zijn het gebruik voor in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water(huishoudkundige voorzieningen). Daarnaast zijn de gronden aangewezen voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Er is geen sprake van bouw- of functieaanduidingen.

Figuur 3: Vigerend planologisch regime Strijdigheid De nieuwe woningen zijn beoogd ter plaatse van de bestemming tuin. De bouw- en gebruiksmogelijkheden voor woningen ontbreken hier. Op dit vlak is de beoogde ontwikkeling in strijd met de regels van het (tijdelijke deel van) omgevingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het planologische regime te worden gewijzigd. De functie wonen moet 5 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

worden toegelaten met ook planvoorschriften voor het bouwen van woningen.

1.3.1.2

Parapluplan Parkeren

Het 'Parapluplan Parkeren' had tot doelstelling om voor díe bestemmingsplannen van de gemeente Sint-Michielsgestel die daar nog niet in voorzien, de juridische link te leggen met 'geldend parkeerbeleid' waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel van uitmaken. Zodoende is het parkeerbeleid van de gemeente planologisch verankerd. Strijdigheid Onderhavig plan voorziet in de functiewijziging van een locatie aan de Bramerslandstraat te Den Dungen. Hierbij moet worden voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente. De wijze waarop wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen is toegelicht in 4.11 Verkeer en Parkeren. De van toepassing van het gemeentelijke parkeerbeleid is geborgd in de planregels. Zodoende is geregeld dat geen sprake is van strijd met het Parapluplan Parkeren.

1.3.2

Omgevingsplanregels

In het omgevingsplan gemeente Sint-Michielsgestel is de bruidsschat van het Rijk opgenomen. Op basis van 'Regels op de kaart' gelden er verscheidene regels voor activiteiten ter plaatse van het plangebied. Voorliggend wijzigingsplan wordt onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. De omgevingsplanregels die vanuit de bruidsschat gelden komen gedeeltelijk te vervallen. De gemeentedekkende (milieu)maatregelen uit de bruidsschat blijven van kracht.

1.4

De bij het plan behorende stukken

'TAM' staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel. Met een TAM-Omgevingsplan is het mogelijk om met de IMRO-standaard voor omgevingsplannen en bijbehorende software het omgevingsplan te wijzigen. Juridisch betreft het plan een wijziging van het omgevingsplan waarbij het plan een apart hoofdstuk wordt in het tijdelijke omgevingsplan. Uiteindelijk wordt de hierin mogelijk gemaakte wijziging verwerkt in het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstraat Den Dungen" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0845.TAM2025BramerlDDN-VA01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een motivering. De motivering geeft een duidelijk beeld van het omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de planbeschrijving uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief aan het van toepassing zijnde beleid getoetst. Ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn in hoofdstuk 4 de relevante omgevingsaspecten onderzocht en beoordeeld. Hoofdstuk 5 beschrijft de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarna in hoofdstuk 6 de financiële uitvoerbaarheid wordt aangetoond. Hoofdstuk 7 beschrijft de wijze waarop het initiatief juridisch-planologisch is vormgegeven. Deze motivering wordt afgesloten in hoofdstuk 8 met een belangenafweging en conclusie.

6 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Historie In het kader van de ontwikkeling is een korte analyse van de historie van de locatie samengesteld door Van Plan, figuur 4 toont hier een uitsnede van.

Figuur 4: Uitsnede historische analyse schetsplan Omgeving Den Dungen ligt in het midden van de gemeente Sint-Michelsgestel. Het plangebied is gesitueerd in het westen van de bebouwde kom aan de Bramerslandstraat. In de huidige situatie is de locatie in gebruik als tuin bij de woning Bramerslandstraat 11. Figuur 5 toont de directe omgeving van het plangebied in vogelvlucht. Op basis van figuur 6 is sprake van een omgeving waarin voornamelijk wordt gewoond. Op grotere afstand van het plangebied, richting het centrum van Den Dungen, is sprake van functiemenging.

7 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Figuur 5: Plangebied in vogelvlucht (plangebied in blauwe contour)

Figuur 6: Woonomgeving plangebied en omgeving (plangebied in blauwe contour) Plangebied De bestaande situatie van het plangebied is ten behoeve van het schetsontwerp geanalyseerd door Van Plan, figuren 7 en 8 tonen hier uitsnede van. Het plangebied is de huidige situatie in gebruik als tuin bij de woning Bramerslandstraat 11. De locatie kent hiermee een zeer groene inrichting met een waterpartij in de vorm van een aangelegde vijver.

8 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Figuur 7: Analyse bestaande situatie plangebied

Figuur 8: Aanzichten straatbeeld

9 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

2.2

Toekomstige situatie

Onderhavig wijzigingsplan maakt de realisatie van negen nieuwe woningen planologisch mogelijk. De bestaande woning Bramerslandstraat 11 wordt behouden en is geen onderdeel van voorliggend plan. Bij de herverdeling van de percelen wordt de nieuwbouw van de bestaande woning gescheiden. Het gebied krijgt een parkachtig karakter met daarin ruimte voor wonen, ontmoeten en bewegen. De bestaande groene kwaliteiten worden benut, zoals de grote bomen, de sloot en de vijver. Tegelijk wordt het gebied ‘geopend’ richting Bramerslandstraat door de hoge beplanting en het hekwerk aan deze zijde weg te halen. Nieuwe woonblokken met beperkte privé buitenruimte zijn in twee clusters in het park geplaatst, aan weerszijden van de vijver. De clusters hebben een alzijdige uitstraling. Het cluster aan de Bramerslandstraat is zo geplaatst dat zicht op het achterliggende perceel open is, zowel aan weerszijden van het cluster als midden tussen de blokken door. Bewoners kunnen elkaar ontmoeten rondom de wadi of onder de grote bestaande boom. Parkeren gebeurt aan de rand onder een groen bladerdek waardoor het gebied autovrij blijft. Verharde paden en struinpaden dooraderen het parkachtige gebied en maken het toegankelijk om een ommetje te maken. Hiermee ontstaat meerwaarde voor de omgeving.

Ten behoeve van de inrichting en landschappelijke inpassing is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, deze is bijgevoegd bij voorliggende motivering als Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan. Naast deze inpassing is ook een civiel technische tekening opgesteld welke is opgenomen als Bijlage 16 Civiel technische tekening.

Figuur 8: Ontwerp toekomstige situatie

10 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijk

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

3.1.1.1

Algemeen

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee, op basis van de NOVI, geen Rijksbelangen zijn gemoeid.

3.1.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Voorliggend plan maakt stedelijke inbreiding op een locatie in de bebouwde kom van Den Dungen mogelijk. Het initiatief bestaat uit de realisatie van negen sociale huurwoningen voor 1 en 2-persoonshuishoudens. Het plan past in het programma volkshuisvesting, heeft een passende en groene stedenbouwkundige opzet en is duurzaam. Geconstateerd wordt dat het plan in lijn is met de NOVI.

3.1.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat sprake is van een lokale ontwikkeling welke bijdraagt aan een duurzaam perspectief voor Nederland. Onderhavig plan is daarmee in lijn met de ambities en doelstellingen van de NOVI.

11 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

3.1.2

Rijksinstructieregels

3.1.2.1

Algemeen

De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. De instructieregels over een evenwichtige toedeling van functies staan in afdeling 5.1 Bkl en gaan over thema's zoals water, veiligheid en geluid, en tevens over nationale belangen, zoals elektriciteitsvoorziening, doorvaart rijksvaarwegen en erfgoed. Hoofdonderwerpen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn: a. waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) b. beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) c. beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; d. beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; e. het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; f. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; g. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.

3.1.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Het plangebied is gesitueerd in het gebied "Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren". Hierop zijn de artikelen 5.150 en 5.155 van toepassing. Op basis hiervan gelden voorwaarden voor de hoogte van bouwwerken zoals windturbines. Voorliggend plan maakt geen windturbines mogelijk. De betreffende bepalingen zijn niet relevant. Ook ligt het plangebied in het gebied "Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra", hierop zijn de artikelen 5.161bb en 5.161bc van toepassing. Hiermee is de realisatie van een hyperscale datacentra uitgesloten.

3.1.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Voor zover relevant zijn rijksinstructieregels verwerkt in de planregels van dit plan.

3.1.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de rijksinstructieregels geen belemmering vormen voor onderhavig plan.

3.2

Provincie

3.2.1

Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant'

3.2.1.1

Algemeen

De Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. Deze omgevingsvisie heeft na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie vervangen. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij

12 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

ligt de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: 1. werken aan energietransitie; 2. een klimaatproof Brabant; 3. de slimme netwerkstad, en 4. een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

3.2.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

De Omgevingsvisie voorziet niet in locatiespecifieke uitgangspunten voor het plangebied.

3.2.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

De beoogde ontwikkeling voorziet in de stedelijke inbreiding van een perceel binnen de bebouwde kom van Den Dungen. In de bestaande situatie is het perceel in gebruik als tuin. Het onderhavige plan maakt de planologisch negen nieuwe sociale huurwoningenwoningen voor één- en tweepersoonshuishoudens mogelijk. Deze bebouwing wordt gerealiseerd volgens de meest recente duurzaamheidsvereisten en worden nagenoeg energieneutraal. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan hoofdopgave 1. Doordat het plan energiezuinige woningen mogelijk maakt wordt een positieve bijdrage geleverd aan de energietransitie. In het kader van de ontwikkeling wordt voorzien in de toevoeging van kwalitatief groen. De bestaande vijver wordt opnieuw ingericht als wadi, zodoende draagt het plan bij aan de waterbergingcapaciteit. Naast de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit vindt hiermee een bijdrage aan de 'klimaatproofheid' van Noord-Brabant plaats. Groen koelt af in tijden van (extreme) hitte en neemt bovendien water op in tijden van (extreme) regenval. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan hoofdopgave 2. Tot slot draagt de realisatie van woongelegenheid voor één- en tweepersoonshuishoudens bij aan hoofdopgaves 3 en 4. In de huidige woningmarkt is het, vanwege de krapte, aanzienlijk lastiger voor dergelijke huishoudens om een geschikte woonruimte te vinden.

In de zoektocht naar passende woonruimte is uitstroom van deze personen (naar andere regio's en provincies) hierdoor mogelijk. Door te voorzien in woongelegenheid voor één- en tweepersoonshuishoudens (in het sociale segment) wordt uitstroom van potentiële werknemers naar andere regio's voorkomen. Hiermee is sprake van een bijdrage aan hoofdopgaves 3 en 4.

3.2.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

3.2.2

TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant

3.2.2.1

Algemeen

De volledige versie van de verordening is gepubliceerd met behulp van oude technische standaarden. Dit is tijdelijk mogelijk als alternatief naast de nieuwe techniek die voor omgevingswetdocumenten geldt met ingang van inwerkingtreding van de wet per 1 januari 2024. Er moet daarom niet aan de Omgevingsverordening (van rechtswege) welke op 1 januari 2024 in werking is getreden worden getoetst maar aan de TAM-omgevingsverordening. De Omgevingsvisie, zoals beschreven in voorgaande paragraaf, vormt het beleidskader voor het provinciaal ruimtelijk beleid. Het juridische kader voor dit beleid is vastgelegd in de Omgevingsverordening. De verordening vormt derhalve een belangrijk uitvoeringsinstrument voor de provincie om haar doelen te realiseren, en wordt regelmatig aangepast en aangevuld met wijzigingsbesluiten. Op 17 september 2024 is een wijziging van de TAM-omgevingsverordening vastgesteld: "TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant - kaartaanpassingen 2024". Ten tijde van schrijven liggen er twee TAM-omgevingsverordening wijzigingsplannen als ontwerp ter inzage: 1. TAM-omgevingsverordening , regelwijziging 1 2. TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant - kaartaanpassingen 2025 -1 Navolgend wordt aan de geconsolideerde TAM-omgevingsverordening van 1 januari 2025 getoetst.

13 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

3.2.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

In Figuur 9 is een uitsnede van het TAM-omgevingsplan ter plaatse van het plangebied opgenomen. Navolgend is aan de relevante artikelen getoetst.

Figuur 9: Uitsnede TAM-omgevingsverordening Navolgend is aan de relevante artikelen van de omgevingsverordening getoetst. Afdeling 3.2 Grondwater algemeen Artikel 3.12 Verbod milieubelastende activiteit Diep grondwaterlichaam Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in Artikel 3.11 , te verrichten. Toets artikel 3.12 In artikel 3.11 is milieubelastende activiteit aangewezen de onconventionele winning van koolwaterstoffen binnen de locatie 'Diep grondwaterlichaam'. Voorliggend plan maakt geen dergelijke activiteit mogelijk, er is geen sprake van strijd met artikel 3.12. Artikel 3.15 Aanwijzing vergunningvrije gevallen open bodemenergiesysteem Een omgevingsvergunning voor een open bodemenergiesysteem als bedoeld in artikel 3.19 van het Besluit activiteiten leefomgeving is niet vereist als: a. de onttrekking buiten de Attentiezone waterhuishouding ligt; b. de te onttrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m³ per uur bedraagt; en c. een melding is gedaan, bedoeld in Artikel 3.4 . Toets artikel 3.15 Het plangebied ligt in niet in de Attentiezone waterhuidhouding. Voorliggend plan bevat geen regels met betrekking tot open bodemenergiesystemen. Er is geen sprake van strijd met artikel 3.15.

Afdeling 5.5 Ontwikkeling van stedelijke functies en mobiliteit Artikel 5.56a Grootschalige logistiek Lid 1 In aanvulling op Artikel 5.55 en Artikel 5.56 bepaalt een omgevingsplan dat de ontwikkeling van grootschalige logistiek alleen mogelijk is als dit aantoonbare regionale meerwaarde heeft. Toets artikel 5.56a Het plangebied ligt in het gebied Beperking grootschalige logistiek. Voorliggend plan maakt geen grootschalige logistiek mogelijk. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.56a. Afdeling 5.1 Algemeen 14 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Artikel 5.15 Ruimte-voor-ruimtekavel Lid 1 Een omgevingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: d. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; e. op een passende locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 5.14, vierde lid; en a. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12. Toets artikel 5.15 Voorliggend plan maakt geen ruimte-voor-ruimtekavel mogelijk. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.15. Afdeling 5.2 Basis op orde Artikel 5.31 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een omgevingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, bepaalt in aanvulling op het Besluit activiteiten leefomgeving dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 5.37 Compensatie. Lid 2 Op de overdraai van de wieken van een windturbine over het Natuur Netwerk Brabant, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Lid 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een aantasting van het Natuur Netwerk Brabant door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Toets artikel 5.31 Lid 1 In het kader van de beoogde ontwikkeling is een natuuronderzoek uitgevoerd (Bijlage 9 Quickscan flora en fauna). Op basis van dit onderzoek is geen sprake van aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.31 lid 1. Lid 2 Voorliggend plan maakt geen windturbine mogelijk. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.31 lid 2. Lid 3 In het kader van de beoogde ontwikkeling is een natuuronderzoek uitgevoerd (Bijlage 9 Quickscan flora en fauna). Op basis van dit onderzoek is geen sprake van aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.31 lid 1. Afdeling 5.1 Algemeen Artikel 5.7 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Lid 2 Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: a. zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in Artikel 5.8 ; b. de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9 ; en c.

meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 5.10 . Toets artikel 5.7 Lid 1 In voorliggend plan is aangetoond dat in de toekomstige situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan

15 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

locaties en een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Dit blijkt uit voorliggende motivering en de uitgevoerde omgevingsonderzoeken. Voor zover noodzakelijk zijn in de planregels regels opgenomen om dit te borgen. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.7 lid 1. Lid 2 Uit de navolgende toetsing aan artikelen 5.8, 5.9 en 5.10 blijkt dat geen sprake is van strijd met artikel 5.7 lid 2. Artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: d. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; e. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling; f. bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; g. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel ; en h. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. Lid 2 Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden. Toets artikel 5.8 Lid 1 In het voorliggende geval is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

Dit blijkt uit: het feit dat de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied in de bebouwde kom. De locatie is in de bestaande situatie aangewezen voor stedelijk gebruik voor wonen en tuin. De gronden zijn hiermee aangewezen voor stedelijke activiteiten waaronder parkeren, groen en verharding. Binnen de gronden gelden mogelijkheden voor het realiseren van gebouwen (uitbouwen bij hoofdgebouwen) en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtebeslag zijn afgewogen. De realisatie van negen nieuwe woningen is op grond van het bestaande planologische regime niet mogelijk. Het aantal binnenstedelijke locaties dat geschikt is voor stedelijke inbreiding is beperkt. Het plan voorziet in concrete behoefte aan sociale huurwoningen. Initiatiefnemer beschikt niet over andere gronden in Den Dungen waar de nu beoogde en gevraagde ontwikkeling mogelijk is. onder stedelijke ontwikkeling wordt bij woningbouw, in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking, verstaan; een ontwikkelingsproject van meer dan 11 woningen. Voorliggend plan maakt negen nieuwe woningen mogelijk. In die zin is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. voorliggend plan voorziet in twee bouwvlakken met de functie wonen. In de planregels is bepaald dat hoofdgebouwen binnen het bouwvlak worden gerealiseerd.

Bijgebouwen en andere bijbehorende voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan binnen de daarvoor aangewezen gronden. Concentratie van bebouwing is hiermee geborgd. er is geen sprake van splitsing van een bestaand bouwperceel. Op basis van het voorgaande wordt geconstateerd dat geen sprake is van strijd met artikel 5.8 lid 1. Lid 2 De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.8 lid 2. Afdeling 5.5 Ontwikkeling van stedelijke functies en mobiliteit Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen , wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken ; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met aandacht voor een natuurinclusieve inrichting en een veilige en gezonde leefomgeving; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden;

16 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

c. d. e. f.

optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang of infiltratie van water; de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en wordt bijgedragen aan een circulaire economie door invulling te geven aan de toepassing van industrieel, demontabel bouwen en het gebruik van duurzame biobased materialen.

Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein , stelt het omgevingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; en b. het tegengaan van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, zoals: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden, tenzij die bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden, tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Toets artikel 5.55 Lid 1 Onder stedelijke ontwikkeling wordt bij woningbouw, in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking, verstaan; een ontwikkelingsproject van meer dan 11 woningen. Voorliggend plan maakt negen nieuwe woningen mogelijk. In die zin is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Een onderbouwing van de onder a en b genoemde zaken is niet noodzakelijk. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.55 lid 1. Lid 2 Op basis van de toetsing aan lid 1 hoeft niet aangetoond te worden dat onderhavig initiatief een duurzame ontwikkeling is. Desalniettemin is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling, dit blijkt uit voorliggende planmotivering. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.55 lid 2.

Lid 3 Voorliggend plan maakt geen bedrijventerrein mogelijk. Er is geen sprake van strijd met artikel 5.55 lid 3. Paragraaf 2.2 Omgevingswaarde wateroverlast Artikel 2.2 Omgevingswaarde wateroverlast stedelijk gebied Lid 1 Binnen Norm wateroverlast stedelijk gebied geldt met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing , hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Lid 2 Binnen Afwijkende norm wateroverlast stedelijk gebied geldt met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskans van: a. 1/150 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming bebouwing, hoofdinfrastructuuren spoorwegen; b. 1/50 per jaar voor gebieden met glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; c. 1/25 per jaar voor gebieden met akkerbouw; d. 1/10 per jaar voor grasland en overige gebieden. Lid 3 Het verwezenlijken van de omgevingswaarde wateroverlast betreft een inspanningsverplichting. Toets artikel 2.2 Lid 1 Het plangebied ligt binnen het gebied Norm wateroverlast stedelijk gebied. Voorliggend plan maakt bebouwing mogelijk.

Derhalve geldt een omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskan van 1/100 jaar. Lid 2 Het plangebied ligt niet binnen het gebied Afwijkende norm wateroverlast. Er is geen sprake van strijd met artikel 2.2 lid 2. Lid 3 17 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

In het plangebied is geen regionaal water gesitueerd, de omgevingswaarde hoeft niet in het plan te worden opgenomen.

3.2.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Op basis van voorgaande toetsing is onderhavig plan niet in strijd met de omgevingsverordening.

3.2.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de omgevingsverordening geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

3.2.3

Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027

3.2.3.1

Algemeen

Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is het provinciaal beleidsplan voor Water en Vitale bodem. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP heeft een looptijd tot en met 2027. Vanwege nieuwe ontwikkelingen heeft de provincie het RWP in februari 2025 aangevuld met een addendum. De provincie geeft hiermee richting aan ‘Water en Bodem sturend' in Noord-Brabant. Doel van het RWP 2022-2027 is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit(De verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied), erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de watersysteemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het water- en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden.

De provincie geeft met het addendum uitwerking aan Water en Bodem sturend in Brabant: Wat betekent dit voor inwoners, ondernemers en andere overheden? En wat verwacht de provincie ook van hen? Water en Bodem sturend betekent een omslag in denken, beleid en handelen. Er komt een einde aan het uitgangspunt dat het water- en bodemsysteem ‘maakbaar’ is en aangepast wordt aan de ‘(ruimtelijke) wensen’ van de samenleving. In plaats daarvan volgt de functionele inrichting van de ruimte de kenmerken van het water- en bodemsysteem. Zo ontstaat een robuuster water- en bodemsysteem, een systeem dat beter bestand is tegen weersextremen, bijdraagt aan natuurherstel en zorgt voor schoon en voldoende water. Gedeputeerde Staten (GS) hebben dit addendum-RWP op 19 februari 2025 vastgesteld. Het bestaande RWP blijft ongewijzigd van kracht. De aanpak van het RWP wordt met dit addendum verder aangevuld ten behoeve van de reeds bestaande doelen. De aanvulling betreft met name het verwerken van de consequenties van ‘Water en Bodem sturend’.

3.2.3.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 voorziet niet in locatiespecifieke uitgangspunten voor het plangebied. De doelstellingen en ambities van het programma worden vertaald naar gemeentelijk beleid door de gemeente Sint-Michielsgestel. Aan dit beleid is getoetst in paragraaf 3.4 Gemeente.

3.2.3.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

De uitgangspunten van het gemeentelijke beleid omtrent water en bodem hebben hun doorwerking gehad in het onderhavige plan. Dit wordt uitgebreid beschreven in paragrafen 4.3 Bodem en 4.14 Water.

3.2.3.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

18 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

3.3

Waterschap

3.3.1

Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap De Dommel

3.3.1.1

Algemeen

Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap De Dommel richt zich op een toekomstbestendige leefomgeving en een robuust watersysteem. Het programma benadrukt de noodzaak van een fundamentele verandering in waterbeheer, aangeduid als de "watertransitie". Dit is ingegeven door uitdagingen zoals klimaatverandering, extremere weersomstandigheden, toenemende vraag naar ruimte en water, en de noodzaak van schoner water. Belangrijke punten in het programma zijn: Gebiedsgerichte aanpak: Naast het beekdal wordt nu ook aandacht besteed aan flanken, hoge zandruggen en stedelijke gebieden. Integrale samenwerking: Samenwerking met overheden, partners en bewoners om meerdere doelen te bereiken. Water vasthouden: De focus ligt op het maximaal vasthouden van water, minder grondwatergebruik en slimmer waterbeheer. Verbetering waterkwaliteit: Het streven naar schoner water en herstel van de natuur. Het programma is opgesteld in samenwerking met belanghebbenden en sluit aan bij Europese en nationale richtlijnen, zoals de Kader Richtlijn Water.

3.3.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

In het Waterbeheerprogramma zijn geen locatiespecifieke uitgangspunten opgenomen voor het plangebied. Bij de behandeling van het initiatief op de omgevingstafel heeft het waterschap aangegeven dat de planlocatie gevoelig is voor wateroverlast en bekend staat om waterproblemen. Daarnaast grenst het perceel aan een A-watergang waarvan wordt verwacht dat deze slecht bereikbaar is voor onderhoud. Vanwege de lage ligging van het perceel wordt een grondwaterstroming richting het plangebied verwacht. Geadviseerd is hier rekening mee te houden bij de uitwerking van de aanleghoogte van de woningen, de afwatering van het perceel en het onderhoud. In het kader van de ruimtelijke procedure heeft een weging van het waterbelang plaatsgevonden, aan de hand hiervan is de waterparagraaf opgesteld. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met het aspect water. Hiervoor wordt verwezen naar 4.14 Water.

3.3.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

In paragraaf 4.14 Water is toegelicht op welke wijze rekening is gehouden met het waterbelang. Hierbij is invulling gegeven aan de uitgangspunten van het waterschapsbeleid.

3.3.1.4

Conclusie

Op basis van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met het waterbelang is geen sprake van strijd met het waterbeheerprogramma.

3.3.2

Waterschapsverordening Waterschap De Dommel

3.3.2.1

Algemeen

Sinds 1 januari 2024 heeft Waterschap De Dommel een waterschapsverordening. Deze verordening vervangt de Keur. In de waterschapsverordening staan de regels voor bewoners en bedrijven die activiteiten doen bij beken, sloten en gemalen.

19 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

3.3.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van Regels op de kaart gelden ter plaatse van het plangebied verschillende beperkingen voor activiteiten. Deze hebben onder andere betrekking op het lozen van (afval)water en het werken in een zone rondom een watergang. Op voorhand is met de beoogde ontwikkeling geen sprake van activiteiten waarvoor een beperking geldt. Indien bij de uitvoering van het plan blijkt dat sprake is van vergunningplichtige activiteiten dan wordt een vergunning aangevraagd.

3.3.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Indien een omgevingsvergunning (watervergunning) noodzakelijk is, zal deze worden aangevraagd bij het waterschap De Dommel. Dit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggende plan.

3.3.2.4

Conclusie

Op basis van het voorgaande is met onderhavig plan geen sprake van strijd met de waterschapsverordening.

3.4

Gemeente

3.4.1

Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel

3.4.1.1

Algemeen

De Omgevingsvisie van Sint-Michielsgestel richt zich op de toekomst van de gemeente in 2040 en beschrijft hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht om een fijne plek te blijven om te wonen, werken en leven.Met als kernkwaliteit: Dorps, groen en wonen met de stad nabij. De visie is opgebouwd rond vier hoofdthema's: 1. Aangenaam leven 2. Verbindend netwerk 3. Krachtige economie 4. Inclusieve duurzaamheid In het hoofdstuk over ambities is opgenomen dat de gemeente Sint-Michielsgestel zich kenmerkt zich door dorps en groen wonen met de stad nabij. Dit landelijke wonen in de nabijheid van de stad ’s-Hertogenbosch en met Eindhoven en Tilburg binnen handbereik maakt dat het aangenaam leven is in de gemeente Sint-Michielgestel. Het water van de Dommel en de Aa is geliefd onder de inwoners, de dorpen hebben elk hun aanbod van basisvoorzieningen en delen is belangrijker dan hebben. De beschikbaarheid van woningen staat onder druk. De gemeente kent veel ruime eengezinswoningen. Ondertussen worden huishoudens steeds kleiner en is er sprake van vergrijzing. Er is behoefte aan meer doorstroommogelijkheden, levensloopbestendige woningen, voldoende huur- en koopwoningen voor iedere portemonnee en voor verschillende leeftijdsgroepen en levensfasen. Door online winkelen en vergrijzing kunnen voorzieningen onder druk komen te staan.

Onder de inwoners is er juist behoefte aan ontmoeting, basisvoorzieningen in elke kern en mogelijkheden om te sporten en te bewegen. De ambities die horen bij het thema aangenaam leven zijn: 1. In 2040 past het woningaanbod bij de behoefte. 2. In 2040 passen de basisvoorzieningen bij de behoefte van inwoners. 3. In 2040 stimuleert de buitenomgeving mensen tot meer bewegen en om elkaar vaker te ontmoeten. 4. In 2040 is de leefomgeving gezond en veilig. 5. In 2040 is de structuur voor groen / water robuust, zijn de cultuurhistorische waarden geborgd en versterkt en is de biodiversiteit toegenomen. 6. In 2040 is de veiligheid en beleving van veiligheid verbeterd.

20 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

3.4.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

De omgevingsvisie is voorzien van een kaartbeeld waarop locatiespecifieke ambities en uitgangspunten zijn aangegeven. Op basis van het kaartbeeld is het plangebied gesitueerd in het gebied 'Vitale dorpen' binnen Den Dungen, nabij het centrum. Binnen dit gebied is het belangrijk dat de voorzieningen behouden blijven en dat ook de ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte worden versterkt. Denk daarnaast ook aan maatregelen voor klimaat adaptatie en biodiversiteit.In ieder dorp is behoefte aan nieuwe woningen. Er is met de beoogde ontwikkeling sprake van inbreiding en duurzame ontwikkeling van woonwijken waarbij het plangebied opnieuw wordt ingericht in lijn met het landschappelijke inpassingsplan.

Figuur 10: Uitsnede omgevingsvisiekaart

3.4.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Met de wijziging van het omgevingsplan ziet onderhavig initiatief toe op het mogelijk maken van de realisatie van woningbouw ter plaatse van een bestaande tuin binnen het stedelijke gebied van Den Dungen. Het plan maakt negen grondgebonden woningen waarvan vijf levensloopbestendig mogelijk. Alle woningen zijn geschikt voor 1 en 2-persoonshuishoudens en hebben 2 slaapkamers. De nieuwe woningen zijn bestemd voor de sociale huur en worden voor zover mogelijk energieneutraal. De woningen zijn hiermee uitermate geschikt voor de doelgroepen starters/jongeren en senioren. De inbreiding wordt tevens landschappelijk en klimaatadaptief ingepast. In het kader van de ontwikkeling is een landschappelijk ontwikkelingsplan opgesteld, deze is bijgevoegd bij voorliggende motivering als Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan. De landschappelijke inpassing van het plan is als voorwaarde aan de inrichting gekoppeld in de regels middels een voorwaardelijke verplichting. Naast het groen van de landschappelijke inpassing worden er ook klimaatadaptieve maatregelen getroffen. De bestaande vijver wordt getransformeerd tot wadi en parkeerplaatsen worden uitgevoerd in halfverharding. Ten behoeve van verkoeling en schaduwwerking wordt het bestaande groen zo veel mogelijk behouden en wordt de toepassing van nieuwe verharding zo veel mogelijk beperkt.

Zodoende voorziet het plan in een parkachtige inrichting, en daarmee grotendeels het behoud van, een groene omgeving in een stedelijk gebied. Al met al is daarmee sprake van de ontwikkeling van een duurzame

21 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

woonwijk, daarmee wordt bijgedragen aan de ambities van de omgevingsvisie.

3.4.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat dit plan bijdraagt aan de ambities van de gemeentelijke omgevingsvisie.

3.4.2

Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027

3.4.2.1

Algemeen

De visie op wonen is in gemeente Sint-Michielsgestel opgeschreven in het ‘Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027'. Deze vervangt de woonvisie uit 2016. Met dit programma zet de gemeente de koers uit voor de ontwikkeling van het wonen in Sint-Michielsgestel, Den Dungen, Berlicum, Middelrode en Gemonde. Het programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027 vatten we samen in drie pijlers, met daaronder in totaal zeven opgaven. Pijler 1: een passend en betaalbaar huis 1. Passende woningen en doorstroming 2. Inspelen op de woningbehoefte 3. Gevarieerde en creatieve woonvormen Pijler 2: wonen met welzijn en zorg 1. Wonen met welzijn en zorg voor ouderen 2. Een thuis voor iedereen Pijler 3: duurzaam wonen in wijken en dorpen 1. Leefbare wijken en dorpen 2. Duurzaam wonen

3.4.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

De beoogde ontwikkeling vindt plaats in de kern Den Dungen. Voor Den Dungen zijn de volgende punten relevant: Passende woningen: Er wordt ingezet op het bouwen van woningen die aansluiten bij de behoeften van verschillende doelgroepen, zoals starters, gezinnen en senioren. Doorstroming: Het stimuleren van doorstroming op de woningmarkt om ruimte te maken voor nieuwe bewoners. Duurzaamheid: Het verduurzamen van bestaande woningen en het bevorderen van energiezuinige nieuwbouw. Leefbaarheid: Het behouden en versterken van de leefbaarheid in Den Dungen door aandacht te besteden aan voorzieningen en sociale cohesie. Voor woningbouwplannen onder de 10 woningen is op basis van het programma een minimale toets aan de beleidsambities uit de woon(zorg)visie nodig. Het gaat hier om losstaande plannen die ruimtelijk of naar exploitatie geen onderdeel zijn van een groter plan. Met behulp van deze proportionele toetsing wil de gemeente bijdragen aan de noodzakelijke tempoversnelling.

3.4.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Het initiatief richt zich op sociale huurwoningen in een groene omgeving, wat een goede aanvulling is voor Den Dungen. Er wordt hiermee ingespeeld op de woningbehoefte in de kern. De Bramerslandstraat bestaat grotendeels uit dure vrijstaande koopwoningen. Meer diversiteit in het woningaanbod in Den Dungen is zeer gewenst. De diversiteit zorgt ervoor dat er een betere doorstroming van het woningaanbod op gang komt. Tevens wordt er zoveel mogelijk bestaand groen van de tuin behouden en worden de woningen voor zover mogelijk energieneutraal. Het plan is hiermee passend binnen het Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg.

3.4.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ambities en doelstellingen het Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg.

22 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

3.4.3

Woningbouw- en toetsingskader voor de dorpen

3.4.3.1

Algemeen

Het Woningbouw- en Toetsingskader van de gemeente Sint-Michielsgestel richt zich op het bevorderen van betaalbare en duurzame woningbouw, met specifieke aandacht voor de behoeften van verschillende doelgroepen in de dorpen. De belangrijkste punten van het kader zijn: Betaalbaarheid: Minimaal 35% van de nieuwbouwwoningen moet bestaan uit sociale huurwoningen, en 15% uit goedkope koopwoningen (tot €248.000). Dit is bedoeld om woningen toegankelijk te maken voor lage en middeninkomens. Duurzaamheid: Nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan strenge duurzaamheidsnormen, zoals energiezuinige ontwerpen en het vermijden van gasaansluitingen. Doelgroepenverordening: De gemeente heeft regels opgesteld om ervoor te zorgen dat woningen langdurig beschikbaar blijven voor specifieke doelgroepen, zoals starters en senioren. Flexibiliteit: Er wordt ook ingezet op flexwoningen om snel in te spelen op de woningnood. Het kader is een belangrijk instrument om de woningbouwopgaven in de dorpen van Sint-Michielsgestel te realiseren en tegelijkertijd de leefbaarheid en duurzaamheid te waarborgen.

3.4.3.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van het toetsingskader gelden geen locatiespecifieke uitgangspunten voor Den Dungen.

3.4.3.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Onderhavig initiatief maakt 9 duurzame sociale huurwoningen voor starters/jongeren en senioren mogelijk. Dit is in lijn met het toetsingskader.

3.4.3.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het toetsingskader.

3.4.4

Doelgroepenverordening 2023 gemeente Sint-Michielsgestel

3.4.4.1

Algemeen

De Doelgroepenverordening 2023 van de gemeente Sint-Michielsgestel richt zich op het bevorderen van betaalbare huur- en koopwoningen voor lage en middeninkomens. De verordening stelt regels vast voor nieuwbouwprojecten en bepaalt welke woningen langdurig beschikbaar moeten blijven voor specifieke doelgroepen.

3.4.4.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van de doelgroepenverordening geldt voor grondgebonden sociale huurwoningen een minimale gebruiksoppervlakte van 65 m2. Hiervan kan worden afgeweken in gevallen waarin de toepassing van de verordening naar het oordeel van het college van B&W tot een bijzondere hardheid leidt.

3.4.4.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

In het onderhavige plan wordt modulaire woningbouw voorzien. De toepassing hiervan leidt ertoe dat er woningen met een gebruiksoppervlakte van circa 64 m2 worden gerealiseerd. Dit is passend voor de stedenbouwkundige en groene opzet van de inbreidingslocatie. Ook is een dergelijk gebruiksoppervlakte niet te klein voor de beoogde doelgroep van 1- en 2-persoonshuishoudens. Echter betekent dit dat van de doelgroepenverordening moet worden afgeweken. Gelet op het feit dat 100% van de woningen in die in het plangebied mogelijk worden gemaakt in het sociale segment worden gerealiseerd, is deze afwijking

23 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

rechtvaardig.

3.4.4.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat, na afwijking van de gestelde kaders van de doelgroepenverordening, deze geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

3.4.5

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, Sint-Michielsgestel

3.4.5.1

Algemeen

2020-2024

Het beleid van de gemeente Sint-Michielsgestel is verwoord en vastgelegd in haar Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, Sint-Michielsgestel 2020-2024. Het VGRP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het VGRP legt de gemeente vast wat zij wil bereiken en wat de rol van burgers en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel, en grondwater. Vanuit de Omgevingswet wordt het verplicht gesteld afval- en hemelwater gescheiden in te zamelen. Indien wijkreconstructies en rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, wordt voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking onderzocht. Daarbij streeft de gemeente naar een ontvlechting van de (afval)waterketen. Afkoppelen is hierbij geen doel op zich, maar een middel om doelen te bereiken. Gemeente (en waterschappen) beschouwen per locatie of afkoppelen doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor omgang met hemelwater is als volgt: 1. hergebruik; 2. vasthouden / infiltreren; 3. bergen; 4. afvoeren naar oppervlaktewater; 5. afvoeren naar de riolering. Bij ontwikkelplannen waar het verhard oppervlak toeneemt met meer dan 250 m2, verwacht de gemeente Sint-Michielsgestel dat er invulling wordt gegevens aan de bergingsopgave.

Hieronder worden een aantal spelregels benoemd die vermeld staan in het vGRP: Zorg ervoor dat alle hemelwaterriolering gescheiden is van het vuilwater en dat het afstroomt richting openbaar terrein; Probeer zoveel mogelijk oppervlakkige voorzieningen te realiseren. Deze zijn goedkoop, robuust en makkelijk te onderhouden. Denk bijvoorbeeld aan een verlaagde tuin ten opzichte van het (de) terras(sen); Kosten voor aanleg en beheer en onderhoud zijn volledig voor de initiatiefnemer; Er is de mogelijkheid om een afkoppelsubsidie van € 500,- per perceel te ontvangen. Dit kan worden kortgesloten met de gemeente Sint-Michielsgestel.

3.4.5.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van het VGRP gelden geen locatiespecifieke uitgangspunten voor de planlocatie.

3.4.5.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Voor de wijze waarop in het plan wordt omgegaan met water wordt verwezen naar de waterparagraaf (4.14 Water). Op basis hiervan voldoet het initiatief aan het gemeentelijke beleid.

3.4.5.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief in lijn is met het gemeentelijke beleid omtrent water.

3.4.6

Strategie Klimaatadaptatie Sint-Michielsgestel

3.4.6.1

Algemeen

De gemeente Sint-Michielsgestel heeft haar ambities ten aanzien van klimaatadaptatie opgenomen in de Strategie Klimaatadaptatie 2023-2030. Het document ziet toe op de volgende onderwerpen:

24 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

Wateroverlast Hitte Droogte Overstroming

Met betrekking tot deze onderwerpen beschrijft de strategie de ambities voor het jaar 2030. Onder andere de eisen met betrekking tot de realisatie van waterberging zijn in het document aangescherpt. De gemeente heeft voor het jaar 2030 de volgende ambitie opgenomen: “In 2030 zijn we beter bestand tegen hevige regenbuien en beperken we schade en overlast voor mensen, milieu en economie. We gaan hierbij uit van een bui van 70mm/uur, die in 2050 eens per 100 jaar valt.” Voor het verwerken van hemelwater is de volgende bepaling opgenomen: Hemelwater wordt zoveel mogelijk lokaal verwerkt, vastgehouden en herbruikt om het afvoeren van hemelwater naar de riolering te verminderen. Een belangrijk middel hiervoor is de afkoppeling van hemelwater. Hierbij geldt: o bij nieuwbouw worden alle woningen afgekoppeld; o bij herinrichting van bestaand openbaar gebied wordt maximaal afgekoppeld; o inwoners, bedrijven en woningcorporaties worden gestimuleerd om af te koppelen met als doel minimaal 25% van het aantal particuliere woningen. Bij toename van bebouwing en verharding wordt waterberging gecreëerd van 70mm per m² verharding in plaats van de huidige 60mm per m². Deze eis gaat gelden vanaf de eerste vierkante meter aan toename in plaats van vanaf 250m².

3.4.6.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van het document gelden geen locatiespecifieke uitgangspunten voor de planlocatie.

3.4.6.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Voor de wijze waarop in het plan wordt omgegaan met klimaatadaptatie en water wordt verwezen naar paragrafen 4.14 Water. Op basis hiervan voldoet het initiatief aan het gemeentelijke beleid.

3.4.6.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief in lijn is met het beleid omtrent klimaatadaptatie.

3.4.7

Parkeerbeleidsplan

3.4.7.1

Algemeen

De gemeente Sint-Michielsgestel beschikt over parkeerbeleid in de vorm van de parkeernormen 'Nota parkeernormen 2025' (geldend van 09-07-2025). De planologische toepassing van het beleid is geborgd in het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren'. Op basis van de opgenomen parkeernormen dient de parkeerbehoefte van een ontwikkeling te worden bepaald.

3.4.7.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

De gemeente Sint-Michielsgestel valt in de categorie 'niet stedelijk', omdat de omgevingsadressendichtheid in de gemeente ruim kleiner is dan 500 adressen per km2. De planlocatie kan worden aangeduid als 'rest bebouwde kom'. In het beleid is een lijst met parkeernormen opgenomen. Op basis hiervan geldt voor een woning in de categorie 'huur, huis, sociale huur' in de rest bebouwde kom een parkeernorm van 1,3 per woning. Dit betekent dat voor de negen te realiseren woningen moet worden voorzien in 9 x 1,3 = 11,7 = 12 parkeerplaatsen. Het plan voorziet in de realisatie van 12 parkeerplaatsen. Deze worden in het groen gerealiseerd. Conform de CROW-publicatie moet bij 1 tot 3% van de woningen oplaadpunten worden gerealiseerd voor het opladen van elektrische voertuigen. In het onderhavige plan komt dit neer op 2% van 9 woningen, maakt 0,18 laadpunten. In de eerste instantie wordt géén laadpaal gerealiseerd, wel wordt de infrastructuur hiervoor voorbereid. Mocht hier behoefte voor te zijn dan kan een laadpaal op een later moment worden gerealiseerd.

25 at Den Dungen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Bramerslandstra

3.4.7.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

In paragraaf 4.11 Verkeer en Parkeren is toegelicht op welke wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Hierbij is invulling gegeven aan de uitgangspunten van het parkeerbeleidsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=bcb7fc22-e9ae-4ced-bc13-a81ee19b6eeb