CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - ETFAL onderbouwing (BOPA motivering) Werststeeg 17 april 2025

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 19 juni 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend advies zonnepark Werststeeg16.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.2.2 Provinciale Zonneladder De provinciale Zonneladder komt overeen met de Landelijke Zonneladder uit de NOVI. Voordat een gemeente initiatieven voor zonneparken kan behandelen dient ze te hebben aangetoond dat dit 28

noodzakelijk is doordat de energiebehoefte niet kan worden behaald via de lagere treden van de Zonneladder. Op 26 oktober 2023 is een brief van demissionair minister Hugo de Jonge uitgegaan waarin hij spreekt over een aanscherping van de Zonneladder door het zoveel mogelijk vermijden van zonneparken op landbouwgrond (met enkele uitzonderingen). Vervolgens is provincies verzocht om dit op te nemen in beleid. De provincie Noord-Brabant heeft in een reactie hierop laten weten dat de nieuwe maatregel plotseling komt, en er nog diverse lopende projecten en trajecten zijn waar al veel tijd en moeite in is gestoken en die hierdoor in gevaar komen. Daarom zet de provincie in op een brede overgangsregeling (inmiddels met de nieuwe verordening vastgesteld in december 2024) voor projecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn. Op een besluit tot vaststelling van een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, dat is gericht op de ontwikkeling van een zonnepark in Landelijk gebied en dat voor 1 juli 2025 is genomen, blijft het recht van toepassing zoals dat gold op 1 januari 2024.

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om op verzoek van het gemeentebestuur de termijn eenmalig te verlengen met ten hoogste zes maanden voor een concreet initiatief, als naar hun oordeel sprake is van gegronde redenen waardoor besluitvorming voor 1 juli 2025 niet mogelijk was.

Toetsing De gemeente Sint-Michielsgestel heeft een eigen beleid voor zonneparken. Zowel binnen dit beleid als binnen de RES is een duidelijke afweging gemaakt voor de noodzaak van grootschalige opwek van zonne-energie op trede 4 van de Zonneladder (zie ook paragraaf 6.1.1.). Het project Zonnepark Werststeeg is door de gemeente in haar selectieronde verkozen. Een uitgebreid participatietraject is voor dit project doorlopen, zoals beschreven wordt in hoofdstuk 4.

6.3 Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Hiermee kan de gemeente, provincie of het Rijk de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Omgevingswaarden van het Rijk volgen vaak uit Europese of andere internationale verplichtingen. De rijksomgevingswaarden staan in hoofdstuk 2 van het Besluit kwaliteit (Bkl). Het Rijk heeft in het Bkl, op grond van artikel 2.15 lid 1 van de Omgevingswet, omgevingswaarden vastgesteld voor: • Luchtkwaliteit • Kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater • Zwemwaterkwaliteit • Veiligheid primaire waterkeringen • Veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk De provincie is verplicht om omgevingswaarden te stellen voor watersystemen. Dit staat in artikel 2.13 van de Omgevingswet. De provincie stelt omgevingswaarden vast in de omgevingsverordening. Het gaat om: • De veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, die niet in beheer zijn bij het Rijk

29

•

De gemiddelde kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden vanwege de bergings- en afvoercapaciteit van regionale wateren

Los van deze verplichtingen mogen gemeenten, Rijk en provincies ook voor andere onderwerpen omgevingswaarden stellen. Gemeenten mogen alleen omgevingswaarden vaststellen op terreinen waar Rijk of provincie geen omgevingswaarden hebben vastgesteld. De gemeente zet de omgevingswaarden in het omgevingsplan. Een andere mogelijkheid die de regelgeving biedt is dat een gemeente of provincie voor luchtkwaliteit aanvullende of strengere omgevingswaarden vastlegt dan die het Rijk heeft vastgesteld. Voor omgevingswaarden voor waterkwaliteit die het Rijk heeft vastgesteld mag alleen de provincie aanvullende waarden vastleggen. Wanneer een overheid een omgevingswaarde heeft vastgesteld dan is die overheid verplicht om te meten en te beoordelen of aan die waarde wordt voldaan (artikel 20.1 Omgevingswet). Wordt de waarde niet gehaald of dreigt niet te worden gehaald, dan moet de overheid een zogenoemd programma bij (dreigende) overschrijding vaststellen. In dat programma staan dan de acties van de overheid om de omgevingswaarde alsnog te halen. Uitgangspunt is dat de gemeente (of het waterschap) verantwoordelijk is voor het opstellen van een programma bij dreigende overschrijding van de omgevingswaarde. Ook als het Rijk of de provincie die waarde heeft vastgesteld.

Toetsing De verschillende omgevingswaarden en hun toetsing zijn terug te vinden in de paragrafen van hoofdstuk 7.

6.4 Regionaal beleid 6.4.1 RES 1.0 De RES is een regionale samenwerking waarin verschillende gemeentes gezamenlijk doelstellingen bepalen voor 2030 en 2050 om daarmee energieneutraliteit te behalen.

Afbeelding 10: Uitsnede RES NOB 1.0 definitief, februari 2020

Sint-Michielsgestel valt binnen de regio Noordoost Brabant. Volgens de RES 1.0 is het energieverbuik van de regio circa 58,3 PJ per jaar. Voor Sint-Michielsgestel specifiek is dit circa 1701 TJ, een aandeel van zo’n 2,9%. Er is nog een te realiseren opgave van 0,04TWh, waarvan 0,01TWh in de pijplijn zit. De resterende opgave zal door middel van grote zonnedak projecten en projecten wind en zon op land worden gerealiseerd. De conclusie, welke ook in paragraaf 6.1 in te lezen, is dat grootschalige opwek 30

van duurzame energie nodig is om de doelstellingen te behalen. Bovendien moet rekening worden gehouden met een stijgende elektriciteitsvraag.

6.4.2 RES Voortgangsrapportage In juni 2023 is de Voortgangsrapportage RES Noordoost Brabant gepubliceerd. De 10 gemeenten in de regio bevinden zich in verschillende stadia van uitvoering. Gemeenten sturen in de uitvoering met name op het realiseren van het eigen deel van het RES-bod. Om het bod te realiseren ligt de nadruk op zon op land en zon op dak en waar mogelijk wind. De mogelijkheden voor wind zijn in sommige gemeenten beperkt door luchtvaartbeperkingen, door de impact op de omgeving, of door het ontbreken van maatschappelijk draagvlak. Er moet worden gecontinueerd en versneld. Op dit moment is het nog te vroeg om te zeggen of de regio het bod van 1,6 TWh wel of niet gaat halen.

6.4.3 RES Noordoost-Brabant: Achtergronddocument landschap In het achtergronddocument landschap worden vanuit de RES richtlijnen gesteld voor landschappelijke inpassing. Deze volgen op die van de provincie. Gemeentes wordt aangespoord een solide eigen beleid op te stellen.

Toetsing Het project Zonnepark Werststeeg draagt bij aan de doelstellingen in de RES. De aanbevelingen voor het landschap worden gevolgd op basis van het gemeentelijk beleid.

6.5 Beleid Waterschap Het beleid van het Waterschap is vastgelegd in de Waterschapsverordening, welke is gekoppeld aan de Legger. Hierin staan regels die de watersituatie in Nederland in stand houden en bevorderen. Om het toetsen aan deze regels gemakkelijk te maken is de Digitale Watertoets ontwikkeld. Hieruit komen voor dit project drie aandachtspunten: 1. Geen gebruik maken van uitlogende materialen 2. Advies vertraagd afvoeren van eventueel geborgen water 3. Advies inrichtingsmaatregelen ter verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit

Toetsing Bij het zonnepark wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Zie voor een toelichting hierop ook paragraaf 7.11 over bodemkwaliteit, en de bijbehorende bijlagen over Verontreiniging. De adviezen voor het vertraagd afvoeren van geborgen water zijn niet van toepassing omdat de waterberging die wordt toegepast op het paneelveld en in sloten gebeurt in plaats van in een grootschalige borgingseenheid. Er wordt niet meer dan 500m2 verhard oppervlak toegevoegd; de zonnepanelen gelden niet als verharding, de interne wegen zijn halfverhard en laten water filtreren, en de bijgebouwen overstijgen de 500m2 niet. Het advies voor de inrichtingsmaatregelen ter verbetering van oppervlaktewaterkwaliteit worden gevolgd bij de inrichting van de natuuroevers. De bestaande watergangen worden behouden. Voor het onderhoud hiervan worden onderhoudsstroken vrijgelaten langs de randen. Tenslotte is met het Waterschap gesproken over het project, en hebben zij aangegeven geen verdere belangen te hebben.

31

6.6 Gemeentelijk beleid 6.6.1 Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel De Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel is de gemeentelijke visie op de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie wordt de gemeente in eerste instantie opgedeeld in zes deelgebieden: A. Centrum B. Vitale dorpen C. Bedrijfsfuncties D. Natuurgebieden E. Beekdalen F. Landelijk gebied Vervolgens wordt naar die deelgebieden gekeken op basis van vier strategische thema’s: 1. Aangenaam leven 2. Verbindend netwerk 3. Krachtige economie 4. Inclusieve duurzaamheid Per thema en gebied wordt uitgebreid ingegaan op de ambities van de gemeente voor de fysieke leefomgeving.

6.6.2 Visie zonne- en windenergie gemeente Sint-Michielsgestel De visie zonne- en windenergie gaat over grootschalige duurzame opwek in de gemeente. Uit de visie wordt duidelijk dat de opgave van de gemeente Sint-Michielsgestel niet kan worden behaald met zon-op-dak alleen. De specifieke voorwaarden voor zonneparken zijn ook in deze visie opgenomen. De gemeente heeft de visie opgesteld om nieuwe initiatieven voor grootschalige zonne-energie installaties te kunnen toetsen. In navolging van de zonneladder wordt prioriteit gegeven aan het stimuleren van zon-op-dak en het gebruik van braakliggende gronden en andere ‘no regret’-locaties. De verwachte opwek die hieruit gehaald kan worden zal echter onvoldoende zijn voor het behalen van de doelstellingen. Daarom moet er ook worden gekeken naar grootschalige duurzame opwek met zonneparken. De gemeente sluit aan bij het Afwegingskader RES NOB, waarin uitgegaan wordt van 5 pijlers: 1. 2. 3. 4. 5.

Potentie Landschap Maatschappelijke kosten en baten Koppelkansen Maatschappelijke acceptatie

Vervolgens heeft de gemeente bepaald op welke manier de gebieden in hun eigen gemeente aansluiten bij het Afwegingskader:

32

De voorkeur ligt dus bij zonneparken in de jonge heideontginningen. Dit is in lijn met de voorkeursgebieden uit de RES NOB voor Sint-Michielsgestel. De gemeente heeft voor zonneparken een vijftal algemene voorwaarden opgesteld: 1. 2. 3. 4.

De omgeving moet de mogelijkheid hebben te participeren in het project; De biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie moet toenemen; De ruimtelijke kwaliteit moet zijn geborgd met een landschappelijk Inpassingsplan; De maatschappelijke kosten voor inpassing op het elektriciteitsnetwerk moeten zo laag mogelijk zijn; 5. De recreatieve/toeristische waarde moet toenemen.

Afbeelding 11: De projectlocatie (blauw omcirkeld) binnen de kaart met voorkeursgebieden

6.6.3 Zonneladder In het beleidsstuk is een interpretatie van de zonneladder zoals beschreven in de Interim Omgevingsverordening opgenomen. De zonneladder is als volgt: ▪ 33

Trede 1: de bebouwde kom + gebieden waar al uitbreidingsplannen voor zijn

▪

▪

Trede 2: gebieden die aangemerkt zijn als ‘ruimte voor verstedelijking’, maar waar nog geen uitbreidingsplannen voor zijn. Ook vallen bijvoorbeeld voormalige vuilstorten en ernstig vervuilde percelen, die nier meer voor bestemming te gebruiken zijn hieronder. Verder vallen gebieden die niet landbouw of natuur als primair gebruik hebben. Trede 3: Het resterende buitengebied.

De gemeente geeft in het beleidsdocument zelf al aan dat er in trede 1 geen gebieden beschikbaar zijn voor de realisatie van een zonnepark. Verder geeft de gemeente aan dat zij voor initiatieven in trede 2 met voldoende ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde afhankelijk is van grondeigenaren en ontwikkelaars. Uiteraard hebben wij per gebied dat aangewezen is als ‘verstedelijking afweegbaar’ onderzocht of wij hier kansen zien voor de ontwikkeling van een zonnepark. Locaties die lager op de zonneladder staan hebben tenslotte een grotere kans van slagen. Wij hebben in deze gebieden echter geen geschikte locatie kunnen vinden. Op onderstaande afbeelding zijn de gebieden die aangewezen zijn als ‘verstedelijking afweegbaar’ genummerd. Per gebied is beargumenteerd waarom wij daar geen kansen zien voor de ontwikkeling van een zonnepark. ▪ Gebied 1: Het overgrote deel van de grond in dit gebied is in eigendom van één grondeigenaar. Deze grondeigenaar heeft aangegeven geen medewerking te willen verlenen aan de ontwikkeling van een zonnepark op deze gronden. ▪ Gebied 2: Dit gebied is te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. Daarnaast zijn er meerdere woningen die met hun tuinen rechtstreeks grenzen aan dit gebied. ▪ Gebied 3: In dit gebied is geen ruimte voor de ontwikkeling van een zonnepark.

▪ Gebied 4: Het grootste gedeelte van dit gebied bestaat uit voetbalvelden. De overige percelen zijn de klein voor de realisatie van een financieel rendabel zonnepark. ▪ Gebied 5: Dit gebied is te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. ▪ Gebied 6: Dit gebied is te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. Daarnaast grenst het direct aan een woonwijk. ▪ Gebied 7: Dit gebied is te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. ▪ Gebied 8: De grootste grondeigenaar in dit gebied heeft aangegeven geen medewerking te willen verlenen aan de ontwikkeling van een zonnepak. De resterende percelen zijn te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. ▪ Gebied 9: Dit gebied is te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. ▪ Gebied 10: Dit gebied is door de bestaande bomen en bosschages opgedeeld in verschillende kleinen percelen. Deze percelen zijn te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. Een grootschalig zonnepark past ook niet in het kleinschalige karakter van het gebied. ▪ Gebied 11: Dit gebied is te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. ▪ Gebied 12: Dit gebied is te klein voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark. Daarnaast is het gehele gebied gevuld met bomen.

34

Afbeelding 12: Analyse mogelijkheden zonnepark in gebied aangewezen als verstedelijking afweegbaar. De rode cirkel is de projectlocatie van dit initiatief.

Toetsing De toetsing aan de thema’s van de Omgevingsvisie is uitgewerkt in paragraaf 3.3. Het voorliggend initiatief sluit goed aan bij de thema’s uit de Omgevingsvisie. De Visie zonne- en windenergie is gebruikt als basis voor het ontwerp. Dit is reeds gebeurd voor het principeverzoek tijdens de selectieprocedure, waar de gemeente het project tevens aan dit beleid heeft getoetst. Tijdens de participatiefase zijn verschillende aanpassingen aan het ontwerp gedaan naar aanleiding van opgehaalde belangen. Deze aanpassingen zijn ook door de gemeente getoetst op hun beleid. Op basis van de Zonneladder zien we geen kansen voor de ontwikkeling van een financieel rendabel zonnepark in trede 1 of 2. Daarom wordt een initiatief op trede 3 ingezet. Het voorliggend initiatief sluit goed aan bij de verschillende gemeentelijke beleidsstukken.

35

7. Aspecten fysieke leefomgeving 7.1 Milieueffectrapportage (M.E.R.) Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, en de meest recente wijzigingen per 1 januari 2025, is ook het stelsel van de milieueffectrapportage (MER) inhoudelijk en procedureel aangepast. Deze aanpassingen zijn vastgelegd in het Omgevingsbesluit. De kernwijziging is dat de MER niet langer slechts een procedureel afvinklijstje is, maar een inhoudelijk instrument dat het bevoegd gezag ondersteunt bij het vroegtijdig betrekken van milieuinformatie in de besluitvorming. Daarnaast zijn de drempelwaarden uit bijlage VI (onderdeel D) van het Omgevingsbesluit onder de nieuwe wetgeving richtinggevend, niet absoluut. Dit betekent dat het bevoegd gezag altijd een vergewisplicht heeft: ook bij activiteiten die onder de drempelwaarden vallen, moet beoordeeld worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De toets leidt tot de volgende twee mogelijke uitkomsten: A. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: in dat geval is geen M.E.R.-beoordeling vereist; of B. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: in dat geval moet wel een M.E.R.-beoordeling plaatsvinden of kan direct een M.E.R. opgesteld worden.

De beoordeling of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten, dient plaats te vinden aan de hand van de selectiecriteria zoals opgenomen in bijlage III van de Europese MERrichtlijn. Deze criteria zijn ook opgenomen in de nationale regelgeving en vormen de inhoudelijke basis voor de afweging. De drie hoofdcriteria zijn: 1. De kenmerken van het project; 2. De plaats van het project; 3. De kenmerken van de potentiële effecten.

Toetsing De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op agrarische gronden. Een zonnepark valt niet onder de categorieën C1, J11 of J12 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hierover heeft de Raad van State uitspraak gedaan in zaak 201807860/1/A1. Het plan is daarmee niet M.E.R.-plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Het plan ligt niet in de nabijheid van een Natura2000 gebied en zal daar geen negatief effect op hebben. Zie hiervoor 7.10.2 Natuur – Gebiedsbescherming en de bijbehorende bijlages.

7.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is vastgelegd in het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) in artikel 3.1.6, lid 2. Doel van de Ladder Duurzame Verstedelijking is dat een goede ruimtelijke ordening plaatsvindt door optimale benutting van ruimte in stedelijk gebied en dat een zorgvuldige afweging plaatsvindt in een transparant proces voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

36

Toetsing Het aanleggen van een grootschalig grondgebonden zonnepark op de huidige agrarische percelen is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit eerdere uitspraken van de Raad van State2 blijkt dat soortgelijke projecten - die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden - niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het BRO kunnen worden aangemerkt. Een (verdere) toets aan de Ladder Duurzame verstedelijking is daarom niet nodig.

7.3 Duurzaamheid Met de aanleg van het zonnepark wordt bijgedragen aan de ambitie van de gemeente om te komen tot 100% duurzaam opgewekte energie in 2050. Daarnaast wordt meervoudig ruimtegebruik toegepast op het gebied van ecologie, landbouw, water en recreatie. Zie hiervoor ook paragraaf 3.2.2.

Toetsing Bij de aanleg van het zonnepark worden geen materialen gebruikt waarbij sprake is van uitloging. Gedurende een periode van 25 jaar kan het aflaten van mestgebruik ervoor zorgen dat de projectlocatie kan herstellen en er een ecologisch uitgebalanceerd gebied ontstaat. De transformatie van een intensief gebruikt landbouwgebied naar een zonnepark met ontwikkeling van inheemse bloem‐ of kruidenrijke graslanden met verschralingsbeheer zal een sterke ecologische winst opleveren ten aanzien van de huidige landbouwkundige situatie. Afgeschreven zonnepanelen vallen onder de EU-wetgeving voor elektronisch afval, zoals die geldig is voor bijvoorbeeld televisietoestellen en magnetrons. De wet schrijft voor dat leveranciers verantwoordelijk zijn voor de afvoer en verwerking van afgeschreven panelen. In het verleden kon een producent van zonnepanelen een PVCycle certificaat verkrijgen als bewijs dat hun zonnepanelen recyclebaar waren. Ook kon via deze weg een terugnamegarantie worden verkregen. Sinds 1 maart 2021 is dit echter gewijzigd, doordat het Rijk deze opgave heeft overgenomen. Hiervoor is Stichting Open opgericht, waarbij het verplicht is voor producenten van zonnepanelen om zich hierbij aan te melden. Ook van een terugnamegarantie is niet langer sprake; de producent betaalt een afvalbeheerbijdrage, en Stichting Open haalt de panelen op.

De leveranciers waar we mee werken (Jinko, Longi, JA Solar) zijn allen aangesloten bij Stichting Open: https://www.stichtingopen.org/en/overview-of-producers/.

7.4 Gezondheid Gezondheid gaat om twee aspecten: het beschermen van de gezondheid en het bevorderen van de gezondheid. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen.

2

Uitspraken 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:178 en 23 oktober 2019 ECLI:NL:RVS:2019:3591

37

7.4.1 Beschermen van gezondheid Elektromagnetische straling Niet-technische samenvatting Bij de bouw van het zonnepark worden enkel zogenoemde ‘industrial grade’ componenten en elektronische apparaten gebruikt die voldoen aan alle Europese en internationale normen en richtlijnen. Eventuele elektromagnetische emissie blijft onder de grenswaarden die in Nederland worden gehanteerd. Doordat het dichtstbijzijnde emissiepunt minimaal vier meter binnen het hekwerk van het zonnepark is gelegen, is de emissie buiten het zonnepark nihil.

De uitzending van elektromagnetische velden door technische apparatuur kan effect hebben op mens en omgeving. Elektromagnetische velden worden door alle elektrische apparaten geproduceerd en zijn in elk huishouden aanwezig. Om de emissie hiervan zoveel mogelijk te beperken zijn tal van studies uitgevoerd en internationale en Europese richtlijnen opgesteld voor de productie van technische apparatuur. Binnen de context van elektromagnetische emissie is vooral de volgende richtlijn van belang: “EN61000-6-4:2007 Electromagnetic compatibility (EMC) - Part 6-4: Generic standards - Emission standard for industrial environments (IEC 61000-6-4:2006 + A1:2010)” Kronos Solar maakt bij de bouw van zonneparken enkel gebruik van zogenoemde ‘Industrial grade’ componenten en elektronische apparaten die voldoen aan de Europese en internationale normen en richtlijnen. Deze zijn aangemerkt als veilig voor gebruik. Het Fraunhofer Instituut (Europa’s grootste organisatie voor toegepast wetenschappelijk onderzoek) heeft de volgende tabellen gepubliceerd waarin de elektromagnetische emissie van PV-systemen wordt geïllustreerd.

Fluxdichtheid van een fotovoltaïsch systeem Bron van emissie

Afstand

Fluxdichtheid (µT)

Type

Enkel aderige kabel, gelijkstroom, 3 Ampère Enkel aderige kabel, wisselstroom 0,3A/0,03A

10 cm 1m 10 cm 1m

6 0,6 06,/0,06 0,06/0,006

Gelijkstroom magnetisch veld Wisselstroom magnetisch veld

Tabel 1: Fluxdichtheid van een PV-systeem; Bron: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, hyperlink: www.Photovoltaik-Web.de

In Nederland is het advies dat de fluxdichtheid niet hoger dan 0.4 μT mag liggen in gevoelige gebieden. Tabel 1 laat zien dat de emissie zeer snel afneemt zodra de afstand groter wordt. Op één meter afstand zijn de waardes reeds zo laag dat ervan uit kan worden gegaan dat de emissie buiten het park nihil is. Het dichtstbijzijnde emissiepunt ligt vijf meter binnen het hekwerk van het park.

Veldsterkte van een fotovoltaïsch systeem Bron van emissie

Afstand

Veldsterkte (V/m)

Type

Zonnepaneel oppervlak, Transformator loze omvormer Zonnemodule gebied, omvormer met transformator

10 cm 1m 10 cm 1m

350 17 18 0,8

Wisselstroom elektrisch veld Wisselstroom elektrisch veld

38

Tabel 2: elektrische velden van een PV-Systeem; Bron: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, hyperlink www.Photovoltaik-Web.de

Voor elektrische velden bij wisselspanning is de toegestane kracht maximaal 10V/m gedurende de nacht in een slaapomgeving en 20V/m gedurende de dag. Tabel 2 laat zien dat zelfs in de directe omgeving van de elektrische componenten deze waarden reeds zeer laag zijn (1 meter – 17V/m) en bevindt zich tussen de toegestane waardes van 10V/m en 20V/m. Buiten het park zijn deze waardes nihil, doordat de afstand vanaf het dichtstbijzijnde elektronische component tot aan de omheining minimaal 150 meter is. De elektromagnetische straling van een zonnepark is enkel afkomstig van de omvormers. De overige componenten in het park hebben geen significante straling. Marktleider SMA Solar Technology heeft een onderzoek laten uitvoeren om inzicht in het stralingsniveau van omvormers (de transformatorhuisjes die in een zonnepark worden geplaatst) te krijgen. Conclusie daaruit is dat de omvormers in een zonnepark zijn enkel gedurende de dag in gebruik en worden niet in de nabijheid van mensen ‘gebruikt’. Over het algemeen gedragen PV-omvormers zich niet anders dan typische elektronische huishoudelijke apparaten (zie hiervoor ook onderstaande grafiek). De PV-omvormers die Kronos Solar gebruikt voldoen daarnaast altijd aan de strengste eisen (EG richtlijn van 12 Juli, 1999 - betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz — 300 GHz3 ).

Figuur 1: Vergelijking van stralingsbronnen

In de bovenstaande grafiek zijn enkele elektrische apparaten met elkaar vergeleken op basis van procentuele stralingsbronnen. De twee geteste omvormers zijn aangegeven als Sunny Boy en Sunny Beam, twee omvormers die door marktleider SMA Solar Technology veelvuldig worden gebruikt voor zonneparken. Ook andere studies hebben deze uitkomsten bevestigd.

3 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:31999H0519&from=EN

39

7.4.2 Bevorderen van gezondheid De lokale gezondheid hangt nauw samen met de gezondheid van de fysieke leefomgeving: waterkwaliteit, luchtkwaliteit en omgevingskwaliteit. Eén van de ambities van de gemeente SintMichielsgestel in haar Omgevingsvisie is Aangenaam leven: Het bevorderen van de gezondheid door het stimuleren van een gezonde levensstijl en het versterken van de groene en culturele kwaliteit (zie ook paragraaf 3.3.1). Het zonnepark Werststeeg speelt hier op verschillende manieren op in: •

• • • •

De waterkwaliteit wordt verbeterd doordat 25 jaar lang de percelen niet agrarisch worden gebruikt. Hierdoor komen geen meststoffen of bestrijdingsmiddelen in het watersysteem terecht. De waterkwaliteit wordt verder bevorderd door de aanleg van twee natuuroevers; Het zonnepark heeft geen uitstoot en daarom geen negatief effect op de lucht. De diverse groenaanplant zorgt voor een verbetering van de luchtkwaliteit; Doordat agrarisch gebruik en daarmee bemesting voor 25 jaar worden gestopt wordt geuroverlast vermindert; Doordat agrarisch gebruik en daarmee de inzet van tractoren en ander groot materieel voor 25 jaar wordt gestopt wordt geluidsoverlast vermindert; De groene structuren worden gestimuleerd door de aanplant van een diverse verzameling groen rondom het paneelveld. Daarnaast worden twee natuuroevers aangelegd.

Toetsing Het zonnepark veroorzaakt geen nieuwe ongezonde invloeden. In plaats daarvan draagt het op verschillende manieren bij aan de gezondheid van de fysieke leefomgeving en daarmee van de lokale samenleving. Gezondheid is dus geen belemmering voor het project.

7.5 Energietransitie De energietransitie is één van de ambities uit de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel. Hiervoor staat een opgave van 0,04TWh duurzame energie in 2030.

Toetsing Het zonnepark levert een substantiële bijdrage aan de gemeentelijke doelstellingen voor de energietransitie. De opwek komt grofweg neer op 9500MWh, wat gelijkstaat aan 0,0095TWh. Dit is ongeveer 23,75% van de gemeentelijke opgave.

7.6 Klimaatadaptatie Binnen de gemeente Sint-Michielsgestel ziet klimaatadaptatie vooral op de waterhuishouding, met als doel om verdroging tegen te gaan. Dit vloeit voort uit de beleidsdoelen van het Waterschap en de provinciale en landelijke politiek. Er wordt daarbij onder andere ingezet op een robuust waterbergend landschap.

Toetsing Er is met het Waterschap gesproken over hun waterbergingsopgave. Zij hebben aangegeven geen specifieke opgave te hebben op deze locatie. Desondanks zijn ze voorstander van de maatregelen die bij het zonnepark worden genomen op het gebied van water. Dit gaat specifiek om de aanleg van twee natuuroevers.

40

7.7 Water en watersystemen Waterkwaliteit in de omgeving is belangrijk, mede met het oog op klimaatadapatatie. De dichtstbijzijnde primaire watergang loopt ten westen van het projectgebied. Op de locatie van het zonnepark geeft het Waterschap aan geen specifieke opgave te hebben. De sloten langs de perceelranden worden momenteel gezamenlijk onderhouden door de verschillende grondeigenaren in het gebied.

Afbeelding 13: Het projectgebied op de legger van Waterschap Aa en Maas

Toetsing Het zonnepark houdt de watersituatie in stand. Er wordt niet meer dan 500m2 verhard oppervlak toegevoegd, er worden geen sloten gedempt, en bij een deel van de bestaande sloten worden natuuroevers toegevoegd die de waterkwaliteit verbeteren. Tenslotte zullen de gronden voor een periode van 25 jaar niet agrarisch worden gebruikt, wat de waterkwaliteit verder ten goede komt doordat er geen mest of bestrijdingsmiddelen in het water terecht komen. Het beheer van de sloten zal worden overgenomen door het zonnepark. Hiervoor zijn onderhoudsstroken vrijgehouden langs de sloten. Over dit onderwerp is overleg met het Waterschap Aa en Maas gepleegd, zie hiervoor ook paragraaf 6.5.

7.8 Wegen, verkeer en parkeren Na ingebruikname wordt het zonnepark incidenteel, circa één keer per maand, bezocht in het kader van beheer en onderhoud. Voor zover sprake is van een verkeer aantrekkende werking is deze zeer beperkt. Zowel de emissiewaarden als de geluidsoverlast kunnen gedurende de bouwperiode tijdelijk hoger uitvallen dan in de (normale) uitgangssituatie waarbij het akkerland regelmatig door 41

tractoren bereden wordt. Deze emissiewaarden en geluidsoverlast zullen echter drastisch afnemen bij ingebruikname van het park, waarbij de incidentele onderhoudsbezoeken in sterk contrast staat tot het intensieve landbouwprogramma dat voorheen op de gronden werd uitgevoerd. Over de gehele projectduur genomen zullen emissiewaarden en geluidsoverlast door het zonnepark afnemen t.o.v. de huidige situatie.

Toetsing Het zonnepark wordt ontsloten via de Werststeeg. Het uitgangspunt is dat een ontwikkeling voorziet in de eigen parkeerbehoefte voor incidenteel bezoek.

7.9 Groen en natuur Op het gebied van groen en natuur wordt bij het project uitgebreid ingezet door de ontwikkeling van een natuurinclusief zonnepark. Er worden diverse maatregelen genomen op dit gebied, waaronder de aanleg van twee natuuroevers, en de aanplant van brede struweelhagen. Deze maatregelen zijn tevens besproken met de ecoloog, de landschapsarchitect en de Brabantse Milieufederatie. Op het onderwerp groen en natuur wordt in meer detail ingegaan in hoofdstuk 3. Ook wordt dit onderwerp behandelt in paragraaf 7.10.1 en 7.10.2.

Toetsing Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan groen en natuur, er wordt een opwaardering gerealiseerd ten opzichte van de huidige situatie, en dit onderwerp vormt geen belemmering voor het project.

7.10 Milieu 7.10.1 Natuur – Soortenbescherming (flora en fauna) Er is een ecologische quickscan uitgevoerd door Econsultancy/Sweco. De conclusies van dit onderzoek waren de volgende. • Ruimte houden voor potentieel foerageergebied van de steenuil; • Voor de potentieel aanwezige jaarrond beschermde roofvogelnesten (boomvalk, havik, torenvalk, buizerd en sperwer) hoeft geen aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd zolang de werkzaamheden buiten het gecombineerde broedseizoen (globaal eind februari tot eind augustus) worden gedaan; • Ten aanzien van verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen geldt dat, zolang er geen kunstverlichting wordt toegepast, geen overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvindt; • Ten aanzien van de poelkikker en kamsalamander kunnen overtredingen worden voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periode van beide soorten. Voor de poelkikker is dit half oktober t/m april en voor de kamsalamander augustus t/m maart; • Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Globaal kan hiervoor de periode half maart tot half augustus worden aangehouden. Doordat de kwetsbare periodes van de algemene broedvogels en amfibieën op elkaar aansluit, is het niet mogelijk om met beide rekening te houden voor de werkzaamheden.

Hierdoor dient voorafgaand een broedvogelinspectie plaats te vinden door een ter zake kundig ecoloog;

42

•

Voor beschermde soorten behorend tot overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, niet aan de orde. Wel dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht ten aanzien van zoogdieren, amfibieën en incidenteel op de onderzoekslocatie voorkomende reptielen.

Met betrekking tot de steenuil is overleg gevoerd met Econsultancy/Sweco en de Uilenwerkgroep Berlicum-Middelrode. Hierbij zijn de locaties van de nestkasten in de buurt geïdentificeerd en is gesproken over mogelijke compenserende maatregelen voor het behoud van het foerageergebied. Voor dit onderwerp is tevens met de Uilenwerkgroep besproken hoe zij onderhoud en controles aan de nestkasten kunnen blijven uitvoeren. Na overleg is samen met de Uilenwerkgroep en Brabants Landschap is een veldbezoek gedaan om in meer detail te spreken over de maatregelen. Met name het toepassen van twee meter onbegraasd gras binnen de vijf meter kruidenzone rondom het park biedt een verbetering voor de steenuil. Dit brengt veel voedsel zoals kevers en andere insecten. Een dergelijke manier van een behouden onbegraasde zone wordt daarom ook wel een keverbank genoemd. Het voedselaanbod wordt hiermee vergroot en geeft de insecten ook overlevingskansen tijdens de winter. Ook op de gasleidingstrook zal een onbegraasd stuk worden ingericht. Aan de opritzijde van de Werstkant worden groepjes knotessen geplaatst als extra rustplaats. Ook jachtposten en takkenrillen binnen het zonnepark zullen een positieve bijdrage brengen. De verwachting van het Brabants Landschap en de Uilenwerkgroep is dat de steenuil vanzelf zijn weg binnen het zonnepark zal vinden.

Toetsing De ecologische onderzoeken zijn te vinden in de bijlage. Naar aanleiding van deze onderzoeken zijn de volgende maatregelen opgenomen in de plannen. • Met het oog op de steenuil worden jachtposten, onbegraasde zones, takkenrillen en knotessen aangelegd; • Met het oog op de geschiktheid van de omgeving voor bepaalde beschermde amfibieën worden twee natuuroevers aangelegd om deze soorten een betere habitat te geven op het terrein; • Met het oog op de das en andere kleine zoogdieren en marterachtigen wordt het hekwerk op 10cm afstand van de grond geplaatst; • Voor de das worden er ook extra dassenwissels geplaatst; • Voorafgaand aan de bouw zal een broedvogelinspectie worden uitgevoerd door een ecoloog; • Alle bestaande bomen, struiken en watergangen worden behouden; • Met het oog op vleermuizen wordt geen kunstlicht toegepast; • Verschillende maatregelen, zoals de aanplant van struweel, de aanleg van kruidenzones, natuuroevers, en het plaatsen van takkenrillen of dood hout op vrije ruimtes zorgen ervoor dat er voor verschillende soorten een aantrekkelijkere habitat wordt gecreëerd op het zonnepark.

43

7.10.2 Natuur – Gebiedsbescherming (stikstofdepositie) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met hoge natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden.

Toetsing Volgens de ecologische quickscan worden met betrekking tot Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden geen bezwaren voorzien ten aanzien van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het plangebied ligt niet binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een NNN of Natura 2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied (Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek) ligt op circa 6,8 kilometer afstand. In het licht van stikstofdepositie moet met dit Natura2000 gebied rekening worden gehouden. In verband met de grote afstand worden hier geen beperkingen verwacht. Voor nader inzicht in de cijfers omtrent stikstofdepositie is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Het projecteffect op de Natura2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. De AERIUS-berekening is terug te vinden in de bijlage.

7.10.3 Luchtkwaliteit Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) en daarbij geldende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • Er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Bkl; • Het project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging; en • Een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Toetsing In de aanlegfase is sprake van een beperkte toename in verkeersbewegingen en in de gebruiksfase zal sprake zijn van zeer incidenteel verkeer in verband met beheer en onderhoud. Daarnaast is een AERIUS-berekening uitgevoerd, waarmee de stikstofdepositie wordt berekend die het project veroorzaakt. De resultaten van de berekening laten zien dat de depositiewaarden onder de drempel van 0,00 mol/ha/jaar blijven, wat betekent dat er geen significante effecten op de luchtkwaliteit worden verwacht. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

44

7.10.4 Geluid door activiteiten Geluid afkomstig van activiteiten binnen het zonnepark, zoals transformatoren, inkoopstations, omvormers en batterijen, dient getoetst te worden aan de normen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het van rechtswege geldende omgevingsplan (bruidsschat). Binnen dit kader wordt beoordeeld of deze bronnen geluidhinder veroorzaken voor geluidgevoelige objecten in de omgeving. In de Wet geluidhinder, en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen, is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, de waarden uit de Wet geluidhinder in acht dienen te worden genomen.

Toetsing Een zonnepark is van zichzelf geen geluidgevoelig gebouw of terrein. De onderdelen van het zonnepark die in beperkte mate geluid produceren (de ventilatoren binnen transformatoren en batterijen) worden op minimaal 50 meter van woningen geplaatst. Het inkoopstation zelf produceert geen geluid. Een verdere toetsing aan de Wet geluidhinder kan daarmee achterwege blijven. Het aspect geluid is derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling en uitvoerbaarheid van het project. Daarnaast hebben wij een voorbeeld akoestisch onderzoek van ons zonnepark in Berkelland. Dit gaat om een vergelijkbare situatie. Zie onderzoek vanaf pagina p.46 in Bijlage H-Rapportage-Milieu.

Afbeelding: Afstanden tot woningen, ruim boven de 50 meter vanaf transformatoren en batterijen.

7.10.5 Wegverkeerslawaai Bij het zonnepark wordt een half-verharde toegangsweg aangelegd. Het zonnepark zal tijdens de exploitatiefase alleen incidenteel worden bezocht voor onderhoud.

45

Tijdens de bouwfase zal er meer wegverkeerslawaai zijn, maar dit is tijdelijk. De aanrijroutes en een overzicht van verkeersbewegingen zal in die periode met gemeente en omwonenden worden gedeeld.

Toetsing Het aspect ‘Wegverkeerslawaai’ is niet van toepassing voor de beoogde ontwikkeling. Er wordt geen geluidgevoelig object opgericht dus conform het Bkl hoeft de geluidsbelasting van wegverkeer niet bepaald te worden. Eventuele hinder van het eigen verkeer valt onder het aspect ‘Geluid door activiteiten’ (indirecte hinder), wat is beschreven in paragraaf 7.10.4. Het aspect ‘wegverkeerslawaai’ is daarom geen belemmering voor het project.

7.10.6 Geur Het toetsingskader voor geur is sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Binnen dit kader gelden regels voor zowel geur veroorzakende activiteiten als voor geurgevoelige objecten, zoals woningen, scholen of zorginstellingen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden beoordeeld of er sprake is van een goed geurklimaat en of er geen onaanvaardbare aantasting plaatsvindt van de milieuruimte.

Toetsing De ontwikkeling betreft een zonnepark. Dit type voorziening kent geen geur veroorzakende activiteiten en betreft ook geen geurgevoelig object in de zin van het Bkl. Er is immers geen sprake van een gebouw of terrein met een verblijfsfunctie waarvoor geurbelasting relevant is. Het aspect geur vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

7.10.7 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid hebben als doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds, verstaan. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

46

Toetsing De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformatorstations, batterijen en een inkoopstation geplaatst. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteits-distributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 50 meter. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Het zonnepark is geen gevoelig object, waardoor omliggende bedrijven niet beperkt worden in hun activiteiten.

7.10.8 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. De belangrijkste regels voor omgevingsveiligheid zijn vastgelegd in het Bbl. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de begrippen ‘Plaatsgebonden risico’ (de kans op overlijden op een bepaalde plaats door een bepaalde activiteit) ‘Groepsrisico’ (kans dat een groep mensen gelijktijdig omkomt door een ongeval) en ‘Aandachtsgebieden’ (zones rondom risicovolle objecten waar extra eisen gelden voor bouwen). Dit is zichtbaar gemaakt in de Risicokaart Nederland. Hieruit blijkt dat er een gasleiding loopt waarvan de contouren over het plangebied liggen. Het gaat hier om een PR 10-8 (Plaatsgebonden risico met een kans van 1 op de 100 miljoen).

Afbeelding 14: Veiligheidscontouren in de omgeving van het plangebied (bron: Atlas Leefomgeving)

Er is ook contact geweest met de Veiligheidsregio Brabant Noord als belangenpartij bij deze ontwikkeling. Zij hebben een algemeen advies uitgegeven voor zonneparken dat is gebaseerd op een landelijk advies van de veiligheidsregio’s. Middels een KLIC-oriëntatieverzoek is gekeken of er kabels en leidingen van derden in het plangebied aanwezig zijn.

47

Toetsing De adviezen van de Veiligheidsregio zijn beargumenteerd meegenomen in het ontwerp. Een totaaloverzicht van de adviezen van de Veiligheidsregio en de verwerking hiervan in het ontwerp is terug te vinden in bijlage. Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. De beoogde ontwikkeling maakt geen nieuwe bronnen mogelijk met veiligheidscontouren. De ontwikkeling ligt binnen het brandaandachtsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding (Z523-01). Deze wordt beheerd door Gasunie. Hierover is eerst in december 2022 contact geweest met Gasunie. Zij hebben toen hun vereisten gedeeld over afstand en de beïnvloeding die de opwek van elektriciteit kan hebben op hun leidingen. In het ontwerp is reeds rekening gehouden met de afstandseisen door 5 meter aan weerszijden van de gasleiding vrij van panelen en gebouwen te houden. Voor de beïnvloeding dient een zogenaamde KB-paal (Kathodische Bescherming) te worden geplaatst. Dit zal in de bouwfase verder met Gasunie worden afgestemd. Bij diverse andere projecten hebben wij hier reeds ervaring mee opgedaan. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het project.

7.10.9 Spuitzones Een spuitzone is een gebied waarin het gebruik van pesticiden en herbiciden is toegestaan. Het doel van spuitzones is om de omgeving te beschermen tegen schadelijke effecten van deze stoffen. Voorkomen moet worden dat deze stoffen in de nabijheid van mensen, dieren of planten worden gespoten. Het gebruik van deze middelen kan leiden tot vervuiling van grond en het oppervlaktewater en ook tot gezondheidseffecten.

Toetsing Het zonnepark zorgt ervoor dat agrarische activiteit op de percelen voor 25 jaar stopt. Hierdoor zal er dus ook niet met pesticiden of herbiciden worden gewerkt. Ook zal dit niet gebeuren bij het onderhoud van de aanplant van het zonnepark. Het aspect ‘spuitzones’ vormt dus geen belemmering voor het project.

7.11 Bodemkwaliteit Bij de toetsing van de uitvoerbaarheid van een project dient te worden nagegaan of er risico op bodemverontreiniging aanwezig is. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. In dit kader is gekeken naar de eventuele uitloging binnen het park. De palen die de bodem beroeren zijn van staal. Zowel de draagconstructie waarop de panelen liggen als de behuizing van de panelen is van aluminium, deze staan niet in direct contact met de bodem. Kronos Solar heeft het LfL (Bayerische Landesanstalt für Landwirschaft) verzocht om een inschatting te maken van de mogelijke uitloging van de panelen en behuizing. De uitkomst hiervan is dat de kans op uitloging nihil is en enkel kan

48

voorkomen wanneer sprake is van extreme situaties of opzet (vandalisme). De bevestiging van het LfL is als bijlage bij deze aanvraag bijgevoegd. De Bodemkwaliteitskaart PFAS Noord-Brabant is hier van toepassing. In de Zonekaart PFAS van de bovengrond is Sint-Michielsgestel ingedeeld in Zone 5, Noord-Oost Brabant. In de Zonekaart GenX van de bovengrond is Sint-Michielsgestel ingedeeld in Zone 14. Dit komt overeen met zones 1 t/m 5 uit de Zonekaart PFAS. De bodemkwaliteitsklasse betreft landbouw/natuur. Het plangebied valt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

Toetsing Gezien de beperkte bodemroering (alleen de basisconstructies voor de zonnepalen en de transformatorstations) en het huidige agrarische gebruik van het plangebied, is de kans zeer gering dat bodemverontreinigingen aanwezig zijn, noch dat hier een groot risico op bestaat. Nader bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk en het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. Voor aanvang van de bouw wordt een nulmeting van de bodem uitgevoerd en na ontmanteling eveneens een eindmeting conform de SDE++ voorwaarden. •

• •

Er is geen PFAS verwerkt in de coating van de te gebruiken materialen. De palen die in de grond worden geplaatst zijn van thermisch verzinkt staal zonder chemische coating en de PV rekken van gegalvaniseerd staal, aluminium en roestvrijstaal. De documenten zijn in de bijlage terug te vinden. Er wordt geen grond van buiten de locatie aangevoerd. Voor de interne weg wordt gebruik gemaakt van gecertificeerd menggranulaat. Voor de vergunningsaanvraag dient geen bodemonderzoek plaats te vinden, omdat er geen bodemvervuiling door het zonnepark zal plaatsvinden. Er dient echter bodemonderzoek plaats te vinden voor de start van de bouw en dit moet met de gemeente gecommuniceerd worden. Het betreft hier een verkennend bodemonderzoek, in de volksmond ook wel een Schone Grond Verklaring genoemd. Dit is tevens een eis van Enexis.

7.12 Archeologie Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. Er is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door Laagland om de archeologische waarden te bepalen.

Toetsing Het archeologisch onderzoek wijst uit dat alleen op een klein deel van het zuidelijke plangebied een hoge archeologische verwachting ligt. Het onderzoek is in bijlage F te vinden.

49

Afbeelding 15: Archeologisch onderzoek op de planlocatie

Wanneer binnen dit gebied meer dan 100m2 aan bodemroering gedaan wordt, wordt door de archeoloog een booronderzoek aangeraden. In het ontwerp is te zien dat binnen dit gebied slechts een hekwerk geplaatst wordt. Dit hekwerk bestaat uit houten palen, die gezamenlijk de 100m2 niet overschrijden. Het aspect ‘archeologie’ vormt daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. Vermeld kan worden dat bij de bouw van het zonnepark bodemverstoring zeer gering is en het terrein gedurende 25 jaar niet aan agrarische bodembewerking (zoals (diep) ploegen of ontgrondingen) wordt blootgesteld.

7.13 Cultuurhistorie Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord Brabant ligt het projectgebied niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied danwel een complex van cultuurhistorisch belang. De gemeente Sint-Michielsgestel heeft geen eigen cultuurhistorische waardenkaart. In de Visie Zonne-

50

en Windenergie heeft de gemeente de cultuurhistorisch waardevolle gebieden reeds uitgesloten van zonneparken.

Afbeelding 16: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord Brabant, planlocatie blauw omcirkeld

Toetsing Binnen de projectlocatie en in de directe omgeving van het plangebied ligt geen rijksmonument of gemeentelijk monument. Het is geen beschermd cultuurhistorisch gebied. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het project.

7.14 Landschap Het plangebied ligt in de gemeente Sint-Michielsgestel ten oosten van Berlicum tussen de Werststeeg en de Werstkant. Dit is het gebied van de jonge zandontginningen. Na de oorlog, in de vijftiger jaren, is door de ruilverkaveling het kleinschalige patroon volledig vervangen door een meer grootschalige indeling; ook de wegen rond het gebied werden verhard, waarbij de wegbeplantingen dienden als vervanging voor de beplanting op de perceelsgrenzen. Tevens werden aan de Werststeeg en de Werstkant boerderijen gebouwd. In de tachtiger jaren werd aan de noordkant de weg Koolhof aangelegd en de ontwatering nogmaals aangepast door de noordelijke Loopgraaf te vervangen door een noord-zuid wetering aan de westkant. Zo kwam de huidige nog grootschaligere verkaveling tot stand. In de loop van de tijd werd door de intensivering ook de bebouwing op de erven aanzienlijk uitgebreid. Helaas werd de wegbeplanting, met name direct voor de boerderijen, uitgedund.

Toetsing Formaat en oriëntatie lenen zich goed voor een inrichting ten behoeve van een zuidgericht zonneveld. Met behulp van struweelhagen wordt het project voor de omgeving afgeschermd. Deze aanplant zorgt er ook voor dat oude kavellijnen weer aangezet worden en zo een deel van het oude cultuurlandschap in ere wordt hersteld. 51

Het gemeentelijk beleid schrijft een minimaal percentage landschappelijke inpassing voor van 10%. Volgens de gedragscode van Holland Solar dient dit minimaal 25% te zijn. Het percentage landschappelijke inpassing bij het project is circa 45%. Door een landschapsarchitect is een landschapsplan, beplantingsplan en beheerplan opgesteld voor het zonnepark. Deze zijn terug te vinden in de bijlage. Zie voor een verdere toelichting en overzicht van inpassingsmaatregelen ook hoofdstuk 3.

7.15 Stedenbouw Stedenbouwkundige kwaliteit is de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. Deze kwaliteit heeft onder andere invloed op de herkenbaarheid en het gebruik van een gebied. Hij wordt beïnvloed door (maatschappelijke) ontwikkelingen als de druk op de woningmarkt, verdichting van stedelijke gebieden en energietransitie. De beoordeling van de stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. De waardering van een stedenbouwkundige omgeving wordt onder andere bepaald door: • De maat en schaal van de bebouwing • Afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd • Herkenbaarheid door duidelijke routes en herkenningspunten • Benutten van cultuurhistorische waarden • Voldoende groen • Materiaalgebruik Al deze elementen dragen bij aan de belevings- en gebruikswaarde, en daarmee de stedenbouwkundige kwaliteit van een gebied. Ook het voorkomen van leegstand en verloedering zorgt ervoor dat de kwaliteit van gebied behouden blijft.

Toetsing Het zonnepark past qua maat en schaal goed in het landschap van de jonge ontginningen. Het gebied verliest de herkenbaarheid niet doordat routes en herkenningspunten onaangetast blijven. Er zijn geen cultuurhistorische waarden die spelen op de locatie, maar desondanks wordt ingezet op de versterking van het coulisselandschap met het aanplanten van de kavelgrenzen met brede groene randen. Met de brede struweelhagen rondom wordt voldoende groen toegevoegd. Het aspect ‘stedenbouw’ vormt geen belemmering voor het project.

52

8. Uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid 8.1.1 Kostenverhaal Het Kostenverhaal in de Omgevingswet is bedoeld als ‘stok achter de deur’ voor het geval dit niet op basis van een anterieure overeenkomst is verzekerd. KS NL43 B.V. heeft met de gemeente SintMichielsgestel een anterieure overeenkomst afgesloten waarin het kostenverhaal staat opgenomen.

8.1.2 Bibob De Wet Bibob is de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. Deze wet bestaat om te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Daarnaast wordt de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Een verzoek voor een Bibob toets is bij de gemeente Sint-Michielsgestel neergelegd en inmiddels uitgevoerd. Vanuit de wet Bibob is er geen bezwaar op vergunningsverlening.

8.1.3 Nadeelcompensatie De nadeelcompensatie is vastgelegd in de Verordening nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel 2022. In de anterieure overeenkomst staan afspraken opgenomen over de nadeelcompensatie, waarbij het erop neer komt dat KS NL43 B.V. de kosten voor eventuele nadeelcompensatie op zich neemt.

53

9. Belangenafweging en conclusie 9.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? 9.1.1 Interne analyse haalbaarheid Kronos Solar heeft diverse locaties binnen de gemeente Sint-Michielsgestel geselecteerd als potentieel geschikt voor de ontwikkeling van een zonnepark. Dit is gedaan op basis van factoren afmetingen, natuurwaarden, netaansluiting, beleidsmatige beperkingen, en grondbezit. Hierdoor vallen diverse geselecteerde locaties af (zie ook paragraaf 6.6.3 inzake de Zonneladder). In de meeste gevallen komt dit doordat de grondeigenaar geen medewerking wil verlenen. Ten aanzien van de netaansluiting is gekeken naar de combinatie van de locatie van de netaansluiting met de afmetingen van een locatie. Binnen de gemeente Sint-Michielsgestel zijn geen hoogspanningsstations gelegen; deze liggen allemaal buiten de gemeente, en op aanzienlijke afstand. Vanwege de hoge aansluitkosten van een kabel over die afstand zouden dan grote locaties (20-30ha) nodig zijn. Deze passen veelal niet binnen dit landschap. Om die reden is er gekeken naar mogelijke aansluitingen op een middenspanningspunt. Deze aansluiting is wel binnen een geschikte afstand beschikbaar. Met de grondeigenaar van de percelen aan de Werststeeg is een overeenkomst gesloten voor het gebruik van de gronden voor een zonnepark. Deze grondpositie is noodzakelijk voor het slagen van het project.

9.1.2 Selectie en participatie Het project Zonnepark Werststeeg is ingediend als initiatief bij de gemeentelijke tender. Het project is als een van de projecten verkozen voor het doorlopen van verdere stappen tot vergunningaanvraag. Dit is toegelicht in paragraaf 4.1. Een uitgebreid participatietraject is doorlopen, waarbij is gesproken met omwonenden, belanghebbenden en experts (ecoloog, landschapsarchitect, natuurgroepen, Waterschap). Dit is toegelicht in paragraaf 4.2.2 en 4.2.3. Op basis van de opgehaalde belangen is een zorgvuldige afweging gemaakt voor het ontwerp. Als resultaat hiervan is bijvoorbeeld de recreatieve entree verwijderd, de toegangsweg verplaatst en de zuidzijde opgeschoven.

9.1.3 Meervoudig ruimtegebruik Er zijn verschillende maatregelen genomen om meervoudige ruimtegebruik te realiseren en koppelkansen te benutten. Het plan omvat maatregelen op het gebied van ecologie, landbouw, waterberging en waterkwaliteit. Dit is toegelicht in paragraaf 3.2.2.

9.1.4 Toetsing aan beleid In de voorgaande hoofdstukken is het plan uitgebreid getoetst aan geldend beleid en regelgeving. Hieruit blijkt dat het aansluit op wensen en ambities van het rijk, de provincie, de regio en de gemeente.

54

Afbeelding 17: Overzicht van de beleidskaart, aansluitpunten voor middenspanning met 2,5km cirkels, afgevallen locaties in rood, en de voorliggende locatie in felgroen

9.2 Conclusie Het project Zonnepark Werststeeg heeft een duidelijk nut en noodzaak op basis van de opgave van de gemeente Sint-Michielsgestel, de regio Noordoost Brabant, de provincie Noord-Brabant en het Rijk voor de opwek van duurzame energie ten behoeve van de energietransitie. Er is een zorgvuldig participatieproces doorlopen waar alle belanghebbenden voldoende de mogelijkheid hebben gekregen om inspraak te hebben. De effecten op de fysieke leefomgeving zijn uitgebreid besproken met belanghebbenden en experts. Het plan resulteert in een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie. De ontwikkeling is daarmee aanvaardbaar.

55

10. Bijlagen Hieronder is te zien welke bijlagen bij het document horen, en welke deeldocumenten daarbinnen terug zijn te vinden. A. Brief gemeente gunning tender B. Ontwerp o Inrichtingstekening o Dwarsdoorsneden o Inrichtingsschets o Vergelijking oud en nieuw ontwerp C. Rapportage: Participatie o Communicatie- en Participatieplan o Verslagen bijeenkomsten en keukentafelgesprekken D. Rapportage: Landschap o Landschapsplan o Beplantingsplan & beheerplan E. Rapportage: Ecologie o Ecologische quickscan o Verslag veldbezoek en uitkomsten Steenuilen F. Rapportage: Archeologie G. Rapportage: Veiligheidsregio H. Rapportage: Milieu o AERIUS berekening o Facts about solar parks: PFAS contamination o Lfl: Pollutants in photovoltaic power plants o Lfl: Uitloging studie (Duits) o Lfl: Uitloging studie (Nederlandse vertaling) I. Rapportage: Water J. Afmetingen en dwarsdoorsneden bouwtechnische elementen K. Bouwtechnische tekening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=57eb54cc-5741-4b95-9949-36c04f96909d