Bijlage 2. BOPA motivering (onderbouwing) zonnepark Poeldonk 1 augustus 2025
Tekst van het document
Zonneweide Poeldonk Ruimtelijke Motivering Definitief
Zonneweide Poeldonk
1
colofon
projectnaam Zonneweide Poeldonk datum 1 augustus 2025 projectnummer P07242 opdrachtgever Lightsource BP BRO projectleider JvdA projectteam TAu, WvdH bron kaft BRO review JvdA
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 Info.bro@movares.nl www.movares.com
Zonneweide Poeldonk
2
Inhoudsopgave 1
Aanleiding en doel
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 5 6
Aanleiding Projectgebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer
5.3
5.4
2 3 4
Beschrijving bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling
8
5.5
Toetsingskader
24
5.2.2
Onderzoek
24
5.2.3
25
5.12.1
Toetsingskader
34
5.12.2
Onderzoek
35
5.3.1
Toetsingskader
25
5.12.3
Conclusie
5.3.2
Onderzoek
26
5.3.3
Conclusie
28
5.13.1
Toetsingskader
40
5.13.2
Onderzoek
41
5.4.1
Toetsingskader
29
5.13.3
Conclusie
5.4.2
Onderzoek
29
5.14 Trillingen
42
5.4.3
Conclusie
29
5.14.1
Toetsingskader
42
29
5.14.2
Onderzoek
42
5.5.1
Toetsingskader
29
5.14.3
Conclusie
5.5.2
Onderzoek
30
5.5.3
Conclusie
30
5.15.1
Toetsingskader
42
5.15.2
Onderzoek
42
5.6.1
Toetsingskader
30
5.15.3
Conclusie
5.6.2
Onderzoek
31
5.16 Water
5.6.3
Conclusie
11
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
13
4.1.3
Klimaatakkoord
13
5.7.1
4.1.4
Gedragscode Zon op Land
14
5.7.2
4.3 4.4
15
TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
16
42
43
31
5.16.1
Toetsingskader
43
31
5.16.2
Onderzoek
44
(Spoor)wegverkeer
31
5.16.3
Conclusie
46
Milieuzonering van zonnepark
31
Geluid
6
Financiële en maatschappelijke verantwoording
47
6.1 6.2
Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording
47 47
Verhouding tot regionaal beleid
21
Toetsingskader 5.8 Geur
4.3.1
RES 1.0 Noord-Brabant
21
5.8.1
Toetsingskader
32
Verhouding tot gemeentelijk beleid
22
5.8.2
Onderzoek
32
6.2.1
Omgevingsdialoog
47
4.4.1
Visie zonne- en windenergie
22
5.8.3
Conclusie
32
6.2.2
Procedure omgevingsvergunning
47
4.4.2
Bomenbeleidsplan Sint-Michielsgestel 2020-2030
22
4.4.3
Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel
4.4.4
Conclusie
Belangenafweging en conclusie
48
32
22
5.9.1
Toetsingskader
32
23
5.9.2
Onderzoek
32
5.9.3
Conclusie
33
24
5.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.) 5.1.1
5.9
32
Gezondheid
Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving
5.2
42
42
30
Nationale Omgevingsvisie
4.2.2
5.15 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
Elektromagnetische straling
4.1.2
15
42
Activiteiten en milieuzonering
4.1.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
40
40
29
11
4.2.1
5.13 Omgevingsveiligheid
Archeologie
Verhouding tot Rijksbeleid
Verhouding tot provinciaal beleid
34
34
25
4.1
5.7
Conclusie
Conclusie
11
5.6
5.11.3
5.12 Natuur en landschap
Cultuurhistorie
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
4.2
5
7
5.2.1
5.10 Lichthinder en reflectie
33
5.10.1
Toetsingskader
33
24
5.10.2
Onderzoek
33
Toetsingskader
24
5.10.3
Conclusie
5.1.2
Onderzoek
24
5.11 Luchtkwaliteit
34
5.1.3
Conclusie
24
5.11.1
Toetsingskader
34
24
5.11.2
Onderzoek
34
Bodem
Zonneweide Poeldonk
7
34
3
Separate bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Bijlage 3: Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 4: Weging van waterbelang Bijlage 5: Reflectierapport zonneweide Poeldonk Bijlage 6: Archeologisch onderzoek Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Aanvullende inspectie das en bever Bijlage 9: Aanvullend onderzoek das Bijlage 10: Memo met inrichtingsmaatregelen das Bijlage 11: Stikstofnotitie Bijlage 12: Cultuurhistorische toets Bijlage 13: Participatie Bijlage 14: Technische tekeningen Bijlage 15: Aanvullende adviesmemo das Bijlage 16: Aanvullend cultuurhistorisch onderzoek Bijlage 17: Bevestiging interesselijst Enexis
Zonneweide Poeldonk
4
1
Aanleiding en doel Bedrijventerrein de
1.1
Aanleiding
Brand
Lightsource BP (hierna: initiatiefnemer) is voornemens een zonneweide te realiseren op een aantal gronden nabij de Meerse plas, ten noordwesten van Den Dungen. Het gaat hierbij om een zonneweide met bijbehorende installaties. Berlicum
Meerse plas
Het projectgebied beschikt, op basis van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel, over de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Op grond van deze bestemming is de ontwikkeling van een zonneweide niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken kan gebruik worden gemaakt van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) onder vigeur van de Omgevingswet. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient een ruimtelijke motivering te worden opgesteld, waarin aangetoond wordt dat het initiatief past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Tevens is voor de realisatie van het plan een omgevingsvergunning voor de activiteit ruimtelijk bouwen benodigd voor het plaatsen van de bouwwerken. De voorliggende ruimtelijke motivering ziet toe op de onderbouwing voor deze twee vergunningonderdelen. Voor de technische bouwactiviteit is geen omgevingsvergunningplicht aan de orde. Hiervoor volstaat een melding.
1.2
Projectgebied
Den Dungen
Figuur 2 Globale ligging met plangebied rood omlijnd
Hierop is te zien dat de bebouwde kommen van Den Dungen en Berlicum respectievelijk ten zuidoosten (ca. 700 meter) en noordoosten (ca. 1,6 kilometer) van het projectgebied liggen. Ten noorden van het projectgebied ligt bedrijventerrein De Brand, dat tot ’s-Hertogenbosch behoort. Zuidelijk van het projectgebied ligt het historische dijklint Poeldonk.
Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente Den Dungen, percelen sectie F, nummers 71, 72 en 73. Het heeft een oppervlakte van circa 75.120 m2. Het projectgebied is gelegen aan de Meerse plas en ten zuiden van de Zuid-Willemsvaart. Het zuidelijk en oostelijk gedeelte grenst aan agrarisch grondgebied. De percelen zijn de afgelopen 10 jaar
1.3
voornamelijk gebruikt als grasland en maïs. Incidenteel zijn de percelen afzonderlijk gebruikt voor bieten- of aardappelteelt. In figuur 1 is een glo-
meente Sint-Michielgestel geldend als onderdeel van dit tijdelijke omgevingsplan. Figuur 2 geeft het vigerend bestemmingsplan weer met
bale weergave gegeven van de locatie van het projectgebied.
daarin het projectgebied rood omlijnd.
Zonneweide Poeldonk
Juridisch-planologisch kader
In het projectgebied is het op 1 januari 2024 van rechtswege ontstane tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel van toepassing. Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘’Buitengebied Sint-Michielsgestel”, onherroepelijk sinds 25 maart 2023 van de ge-
Figuur 1 Vigerend bestemmingsplan met projectgebied rood omlijnd
Het projectgebied beschikt over de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Uit de bestemmingsomschrijving volgt dat het realiseren van een zonneweide op gronden met deze bestemming functioneel gezien niet rechtstreeks is toegestaan. Daarom wordt met een omgevingsvergunning afgeweken van het tijdelijke omgevingsplan. De zonneweide inclusief alle bijbehorende installaties voldoet niet aan de definitie voor een gebouw. Er is namelijk bij deze elementen geen sprake van een voor mensen toegankelijke ruimte. De vereisten welke
5
gelden voor gebouwen zijn dan ook niet van toepassingen op de ontwikkeling.
maar met de hierbij behorende regels dient in het kader van de vergunningaanvraag wel rekening te worden gehouden.
De zonneweide inclusief alle bijbehorende installaties wordt aangemerkt als bouwwerk, geen gebouw zijnde. Er is namelijk sprake van een constructie van enige omvang van metaal of ander materiaal welke is verbonden met de grond. Onderstaand zijn de betreffende definities geciteerd:
Ook geldt op alle percelen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - verwervingsgebied’. Deze is niet van belang voor dit project, omdat deze betrekking heeft op de mogelijkheden voor agrarische bedrijvigheid en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.
voor deze procedure gekozen, omdat er sprake is van een concreet project wat zich leent voor de procedure van een BOPA. Tevens is voor de realisatie van het plan een omgevingsvergunning voor de activiteit ruimtelijk bouwen benodigd voor het plaatsen van de bouwwerken. De voorliggende ruimtelijke motivering ziet toe op de onderbouwing voor deze twee vergunningonderdelen. De vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit staat in artikel 5.1 lid 2 van de Omgevingswet en artikelen 2.25 en 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Uitsluitend de in het Bbl aangewezen gevallen zijn vergunningplichtig. Artikel 2.25 Bbl ziet op bouwwerken met een dak en artikel 2.26 Bbl ziet op bouwwerken zonder dak. Een
1.42 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij
Tevens geldt op de gehele projectlocatie de gebiedsaanduiding ‘archeologische verwachtingswaarde 2’. Hierbij geldt dat er aan één van de genoemde voorwaarden moet worden voldaan wanneer er binnen de aanduiding meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige
direct of indirect steun vindt in of op de grond.
maaiveld wordt gebouwd.
bouwactiviteit die niet voldoet aan de voorwaarden uit een van deze artikelen, is dus niet vergunningplichtig. Voor zonnepanelen is van belang
1.54 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
Als laatste geldt over een deel van de gronden aan de noordzijde de aanduiding ‘vrijwaringszone – vaarweg 2’, gelegen langs de Zuid-Wil-
dat dit een bouwwerk zonder dak is en dus aan artikel 2.26 Bbl moet worden getoetst. Als de hoogte niet meer dan 5 meter is, dan is het voor
gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt.
lemsvaart. Hierbij geldt dat er niet mag worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het vaarverkeer. Een klein gedeelte van de beoogde zonnepanelen ligt binnen deze aanduiding waardoor er van deze bouwregels eveneens zal worden afgeweken. Hiervoor is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen die aangeeft dat het is toestaan dat bouwwerken worden gebouwd, mits het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse aangewezen bestemming en door de bouw of situering van het bouwwerk het vaarbelang niet onevenredig wordt aangetast. In onderhavige motivering wordt aangetoond dat de aanleg van het zonnepark is passend is op de locatie en dat deze het vaarbelang niet onevenredig wordt aangetast waardoor er kan worden afgeweken van de regels.
dit onderdeel vergunningvrij. Deze hoogte wordt niet overschreden. Derhalve is er voor de technische bouwactiviteit geen omgevingsvergunningplicht aan de orde. Hiervoor volstaat een melding.
Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ mogen echter ook geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht buiten het bouwvlak. Gezien er geen bouwvlak is opgenomen binnen de contouren van het plangebied zal er moeten worden afgeweken van de bouwregels van deze bestemming. Op een deel van de percelen ten noorden van het projectgebied geldt daarbij de gebiedsaanduiding ‘leefgebied van amfibieën en reptielen’, evenals ‘besloten gebied’. Ter plaatse van de aanduiding 'leefgebied van amfibieën en reptielen' zijn de gronden bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide leefgebied van amfibieën en reptielen. Ter
De realisatie van een zonneweide is al met al zowel functioneel als ruim-
plaatse van de aanduiding 'besloten gebied' zijn de gronden bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzon-
telijk niet rechtstreeks mogelijk. Er dient derhalve van het tijdelijke omgevingsplan te worden afgeweken door middel van een omgevingsver-
der voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied. Het initiatief is niet strijdig met de bepalingen behorende bij deze aanduidingen,
gunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Er is
Zonneweide Poeldonk
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding, een aanduiding van het projectgebied en het vigerende juridisch-planologische kader. In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie opgenomen, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde ontwikkeling wordt beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 getoetst aan het relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 5 gaat in op de diverse relevante (milieu)aspecten in de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 worden de financiële en maatschappelijke verantwoording besproken, waarna in hoofdstuk 7 wordt afgesloten met een belangenafweging en conclusie.
6
2
Beschrijving bestaande situatie
Het projectgebied waarop de omgevingsvergunningaanvraag en de voorliggende ruimtelijke motivering van toepassing zijn, betreft een aantal percelen gelegen ten noordwesten van Den Dungen in Sint-Michielsgestel. De locatie maakt onderdeel uit van de buurtschap Poeldonk, dat is gelegen rondom de Poeldonksedijk, die ten zuiden van het projectgebied ligt. Dit betreft een historisch dijklint, dat zeer kenmerkend is in het landschap en van cultuurhistorische waarde is.
plangebied wordt opgedeeld door een patroon van sloten, die niet alleen de waterhuishouding regelen, maar ook bijdragen aan de biodiversiteit en waterkwaliteit van Poeldonk en omgeving. Deze watergangen blijven ongemoeid, waardoor hun waarde behouden blijft. Het projectgebied zelf is nagenoeg geheel onverhard en er is geen bebouwing aanwezig. In de navolgende figuren zijn enkele foto’s opgenomen van de huidige situatie. De omgeving van de planlocatie is ideaal voor amfibieën vanwege de aanwezigheid van veel water. In dit gebied zijn verschillende soorten amfibieën waargenomen, zoals de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Het huidige intensieve gebruik
Het projectgebied wordt aan de noordzijde begrensd door het kanaal de Zuid-Willemsvaart welke enkele honderden meters oostelijker samenkomt met het Maximakanaal. Aan zowel de oost- als zuidzijde wordt het projectgebied omsloten door gronden welke momenteel voor agrarische
van de agrarische percelen ontmoedigd voor deze soorten echter om het projectgebied zelf in gebruik te nemen.
doeleinden worden ingezet. Ten westen van het plangebied ligt de Meerse plas. Deze recreatieplas met eenvoudig strand en ligweide welke in de volksmond ook wel ‘Dungens Gat’ wordt genoemd, wordt in gebruik genomen door onder andere zwemmers en vissers. Ook zijn er enkele wandel- en fietspaden rondom de plas aanwezig, evenals een crossbaan ten noorden van de plas.
een besloten landschap, met gedeeltelijk een aanduiding van ecologische relatie en overig waardevol landschap. Den Dungen is aangewezen als stedelijk concentratiegebied in de structuurvisie, met als mogelijke scenario de ontwikkeling van een landschappelijke groeikern.
In de structuurvisie van de gemeente wordt het gebied beschouwd als
Het gebied wordt gekenmerkt door grootschalig open landschap waar intensief agrarische activiteiten plaatsvinden, zoals het verbouwen van gewassen en veeteelt. Deze activiteiten zijn belangrijk voor voedselproductie, economie en behoud van het landschap. Dit gebruik betreft hiermee echter wel een monocultuur waarbij de huidige ecologische waardes minimaal zijn en geen kans krijgen om verder uit te bloeien. Westelijk van het projectgebied rondom de Meerse plas is echter een meer besloten landschap aanwezig. Het landschap biedt ook ruimte voor recreatie en heeft esthetische waarde. De hoogte van het gebied verschilt tussen 2,90m en 3,50m, maar is verder zo goed als vlak. Het Figuur 3 Impressies huidige situatie planlocatie
Zonneweide Poeldonk
7
3
Voorgenomen ontwikkeling
Aanleiding Op 17 december 2020 heeft de gemeente Sint-Michielsgestel de Visie ‘zonne-en windenergie vastgesteld. Daarin is een motie opgenomen om een tender van 10 hectare zonneparken open te stellen. Na evaluatie is door de raad een volgende tranche ter beschikking gesteld. De gemeente heeft initiatiefnemers die zicht hebben om op korte termijn aan te sluiten uitgenodigd om een principeverzoek in te dienen. De periode om dit verzoek in te dienen liep van 1 december 2022 tot 1 februari 2023. Initiatiefnemer is een van de deelnemers geweest die een principeverzoek heeft ingediend en is op basis van de beoordeling van de tender aangewezen om betreffende locatie mogen ontwikkelen ten behoeve van een zonnepark. Initiatiefnemer heeft het planvoornemen vervolgens nader uitgewerkt in onderhavige ruimtelijke motivering met de daarbij behorende vergunningstukken. Zonnepark Het zonnepark zal bestaan uit een zogenoemde zonneweide met bijbehorende installaties. Het doel hiervan is de gronden binnen het besluitgebied bedrijfsmatig te exploiteren voor het opwekken van zonne-energie. Voorliggend initiatief zal haar bijdragen leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Sint-Michielsgestel.
De zonneweide zal een verwachte opwek van circa 10.000 MWh aan duurzame energie op jaarbasis genereren, goed voor de energievoorziening van circa 3.848 huishoudens en een besparing van circa 3.101 ton CO2 uitstoot per jaar. Landschappelijke inpassing en ecologische maatregelen De gronden van zonneweide Poeldonk hebben momenteel een agrarische bestemming (zie ook par. 1.3) en zijn voor delen aangewezen als leefgebied van amfibieën en reptielen. Het huidige, intensieve agrarische gebruik biedt hier echter weinig ruimte voor. Met de realisatie van
Zonneweide Poeldonk
het zonnepark wordt beoogd om het leefgebied van de amfibieën te behouden, herstellen en te ontwikkelen omdat er op deze manier een zelf operationeel systeem is waar ook (zo goed als) geen mensen kunnen komen. Daarnaast heeft het landschap zoals aangegeven landschappelijke waarden. Integraal van de ontwikkeling van de zonneweide is dan ook dat een zorgvuldige landschappelijke inpassing plaatsvindt en de ecologische waarden worden versterkt. Er is daarom een landschappelijk inpassingsplan opgesteld ten behoeve van de beoogde zonneweide. Deze landschappelijke inpassing is opgenomen als bijlage 1 van onderhavige ruimtelijke motivering. In de uitwerking van het initiatief is invulling gegeven aan het versterken van de
Deze 8 meter brede strook is opgebouwd met een hekwerk, beheerpad (3 meter) en een struweelrand van max. 2 meter hoog. Deze struweelrand is aan de noord- en westzijde 2,5 meter breed en 7,5 meter breed aan de oost- en zuidzijde. In de struweelrond waarin gebiedseigen soorten worden opgenomen. Reptielen en amfibieën zullen van deze struweelranden gebruik kunnen maken om door het gebied te foerageren. Er worden namelijk diervriendelijke openingen op strategische plekken in het hekwerk geplaatst. Deze buffer dient dus niet alleen om de zonnepanelen aan het zicht te onttrekken, maar ook om de biodiversiteit te vergroten. De overige ruimte worden ingezaaid met bloemrijk grasland welke tevens gevuld zijn met nectarrijke soorten om zo ook insecten binnen het gebied te behouden en aan te trekken.
ecologische waarden door bijvoorbeeld rekening te houden met inrichtingsmaatregelen voor de das conform het onderzoek en de advies-
De noordwestelijke hoek van het plangebied wordt expliciet vrijgehou-
memo uit par. 5.12 Natuur en landschap. Referentiebeelden hiervan zijn weergegeven in figuur 4. Daarnaast zullen er ten behoeve van de biodi-
den van zonne-installaties en blijft behouden als natuurzone. Deze hoek sluit aan op een bestaand vochtig productiebos en vormt daarmee een
versiteit enkele poelen met natuurlijke oevers worden gecreëerd in de zonnige gedeeltes van het plangebied. Deze Poelen zullen, conform de regels uit de Waterschapsverordening (art. 2.110), een maximale diepte hebben die gelijk is aan de gemiddeld laagste grondwaterstand ter plekke. Op de locatie van de beoogde poelen betreft dit ca 80 tot 100cm onder maaiveld. Deze ecologische toevoeging zal fungeren als een habitat, die een breed scala aan planten- en dierensoorten ondersteunt. Vanuit een ecologisch perspectief biedt het een diverse omgeving voor flora en fauna om te gedijen.
waardevolle schakel in de ecologische structuur van het gebied. Door het behoud van deze groene zone wordt niet alleen de landschappelijke openheid richting de Meerse Plas gerespecteerd, maar ook de biodiversiteit versterkt. Binnen deze hoek blijft de bestaande vegetatie intact en wordt deze waar nodig aangevuld met gebiedseigen soorten. Door het ontbreken van hekwerk in dit deel blijft het gebied toegankelijk voor klein wild, wat de functie als ecologische verbindingszone versterkt. De natuurlijke inrichting met bloemrijk grasland, struweelranden en takkenrillen biedt voedsel, dekking en nestgelegenheid voor diverse soorten insecten, vogels en kleine zoogdieren.
De zonneweide zal daarom bijdragen aan twee doelstellingen: duurzame energieopwekking en bevordering van biodiversiteit. Door het toevoegen van natuurlijke struweelranden met gebiedseigen soorten zal het leefgebied worden uitgebreid voor onder andere marterachtigen, vleermuizen en vogels. Het projectgebied is voornamelijk ingericht op een natuurlijke inpassing in de omgeving waarbij de bestaande natuur wordt versterkt. De inpassing zal bestaan uit een groene buffer rondom de planlocatie.
8
Doordat de struweelranden die worden aangeplant worden aangepast op de eigenheid van het gebied, fungeren deze randen als natuurlijke omheining die tevens de panelen uit het zicht ontnemen. Het zonnepark valt hierdoor weg in de omgeving. Het plangebied wordt opgedeeld door een patroon van sloten, die niet alleen de waterhuishouding regelen maar ook bijdragen aan de biodiversiteit en waterkwaliteit van Poeldonk en omgeving. Door deze inpassing te baseren op de huidige verkaveling en deze aan te vullen met groenstroken, wordt de karakteristieke structuur van het landschap benadrukt, wat de leesbaarheid ervan vergroot. De toegepaste groenelementen dragen significant bij aan de biodiversiteit en ecologisch functioneren van het landschap door het bieden van voedselbronnen en schuilplaatsen. De groenelementen vormen een sa-
In het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1) zijn de volgende inrichtingsmaatregelen meegenomen: 1. Beheerpad watergangen; 2. Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland, zoom buiten hekwerk en binnen hekwerk onder en rondom de zonnepanelen; 3. Nieuw hekwerk met gebiedseigen struweelrand 2,5 – 7,5m breed; 4. Ruimte voor het plaatsen van pv stellingen; 5. Duiker; 6. Ruimte reservering bestaande boom; 7. Agrarische behouden gronden; 8. Poel met oeverbeplanting; 9. Takkenril;
menhangend netwerk door het landschap.
10. Steenuilkast. De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In het landschappelijk inpassingsplan zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. Figuur 6 weergeeft het Landschappelijk inpassingsplan weergegeven. Voor de volledige inpassing wordt verwezen naar bijlage 1 van onderhavige ruimtelijke motivering. Daarnaast wordt in figuur 5 de kenmerkende structuren van de watergangen en ecologische verbindingszone binnen het projectgebied weergegeven.
Figuur 5 Referentiebeelden Landschappelijke inpassing Figuur 4 Structuur watergangen en ecologische verbindingszone (bron: studio REDD, Landschappelijk inpassingsplan zonneweide Poeldonk)
Zonneweide Poeldonk
9
Figuur 6: Landschappelijke inpassing d.m.v. omzomen van de zonneweide met gebiedseigen soorten
Zonneweide Poeldonk
10
4
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
4.1
Verhouding tot Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt moeten worden en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking projectgebied Het realiseren van een zonneweide levert een belangrijke bijdrage aan een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, welke ook in 2050 CO2 arm is. Specifiek aan zonneweiden is aandacht besteed in de Uitvoeringsagenda van de NOVI.
Hierin wordt gesproken over de voorkeursvolgorde voor energietransitie (zonneladder), namelijk het realiseren van zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied, landelijk gebied (stortplaatsen etc.) en vervolgens op landbouw- en natuurgronden (zie figuur 7). Voor het doorlopen van de zonneladder heeft TKI Urban Energy samen met Generation Energy in 2023 in opdracht van de landelijke overheid (RVO) de potentie van zonnestroom op gebouwen en parkeerplaatsen
Zonneweide Poeldonk
onderzocht. Op basis van deze studie en data van CBS en het Kadaster is de realistische potentie van grootschalige zonnestroom op gebouwen in de gemeente bepaald en is de praktische potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald.
De potentie voor zonnestroom op gevels is niet onderzocht, omdat hiervoor geen data of kengetallen beschikbaar zijn, maar er wordt niet verwacht dat de realistische potentie hiervoor groot is. De potentie in trede 1 wordt dus ingeschat op 42% van de lokale RES opwekopgave.
Trede 1, op daken en gevels De realistische potentie wordt beperkt door een aantal belemmeringen: de vormfactor (die grillig gevormde of smalle dakvlakken van gebouwen uitsluit); of er al bestaande PV-panelen liggen op dakvlakken; of het dakvlak onderdeel is van een monument; of de eigendomssituatie beperkingen op ligt (bv bij huur);
Trede 2, op onbenutte terreinen in gebouwd gebied Op parkeerplaatsen
of er obstakels (schoorstenen, dakramen) op dakvlakken aanwezig zijn;
ringen te hebben.
of de constructie van het dak een belasting met zonnepanelen toelaat;
Er is berekend dat er een praktische potentie is van 0,0103 TWh, oftewel 26% van de lokale RES opwekopgave. Het is echter niet realistisch
of er sprake is van een asbesthoudende dakbedekking; of er sprake is van congestie in grootverbruik.
te veronderstellen dat 42% van alle parkeerplaatsen in de gemeenten bedekt kunnen worden met zonnepanelen om meerdere redenen. Ten eerste omdat veel parkeerplaatsen worden gebruikt voor evenementen of markten en de overkappingen niet gewenst zijn. Ten tweede omdat niet alle overkappingen op parkeerplaatsen stedenbouwkundig gewenst zijn of anderszins niet passen in gemeentelijk beleid (bv verkeerskundig of veiligheid). Zo vraagt de vastgestelde Strategie Klimaatadaptatie 2022-2026 om meer openbaar groen om waterberging te creëren en hittestress te voorkomen.
Aan de hand van de kengetallen van het NPRES begrippenkader is de realistische potentie voor grootschalige zonnestroom in beeld gebracht (>15 kWp per installatie, installaties aangesloten op kleinverbruik aansluitingen ‘achter de meter’ tellen mee bij de besparingsopgave). Die kengetallen zijn: 2,3 m2 nodig per m2 paneel, 350 Wp per paneel, 900 vollasturen per jaar en panelen met een oppervlakte van 1,63 m2. Bij elke belemmering is de potentie afgeschaald met een percentage en bij 3 belemmeringen of meer is ervan uitgegaan dat dit dakvlak geen realistische potentie bezit.
Er is data beschikbaar (bron: AHN4, kadaster/RVO) waaruit de praktische potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald kan worden. Uitgangspunten hierbij zijn dat de parkeerplaats geschikt is voor installaties > 15 kWp en door de complexiteitsfactor van de belemmeringen blijkt 42% van de parkeerplaatsen in de gemeente geen belemme-
De realistische potentie is in beeld gebracht en wordt de opwek inge-
Enexis heeft een energietransitieroute bekend gemaakt, waarin ze de komende jaren het elektriciteitsnet in alle buurten van de gemeente verzwaren. Daarvoor worden tientallen transformatorhuisjes bijgeplaatst op of nabij die locaties en zijn er kansen om binnen de concessie van Vat-
schat op 0,0168 TWh, oftewel 42% van de opgave. Uit de 5e monitor van de RES NOB blijkt dat 0,0134 TWh gerealiseerd of in de pijplijn zit.
tenfal openbare laadpleinen te combineren met overkapte parkeerterreinen met zonnepanelen. Daarbij lijkt het overkappen van een klein aantal
Een groot deel van deze realistische potentie is of wordt al benut en kan nog groeien met zo’n 8,5% van de lokale opwekopgave.
parkeerplaatsen haalbaar en kan de opwek rechtstreeks gebruikt wor-
11
den voor het laden. De mogelijkheden hiervoor kunnen onderzocht worden en hiervoor kan in het omgevingsprogramma duurzaamheid en het omgevingsplan ruimte geboden worden. Dit vraagt tijd en tot 2030 is het niet realistisch dat hiervoor meer dan 100 parkeerplaatsen overkapt kunnen worden. Dan gaat het om zo’n 750 panelen oftewel 2,5% van de praktische potentie en wordt de realistische potentie op parkeerplaatsen in geschat op minder dan 1% van de RES opwekopgave. Trede 3, In landelijk gebied In bijlage 2 bij de RES 1.0 NOB is in het rapport “achtergrond verbruik en potentie” het potentieel van de opwek van zon op restgronden (tabel 4.10, blz 53) ingeschat op 2 TJ. Daarbij is geen onderscheid gemaakt
sche bebouwing (VAB) is in het VAB-beleid geen specifieke ruimte opgenomen. Dit is maatwerk en op voorhand kan hiervoor geen potentie bepaald worden. De potentie in trede 3 wordt dus ingeschat op 2,4% van de lokale RES opwekopgave. Trede 4, op landbouw- en natuurgronden Op natuurgronden (binnen NNB) zijn zonneparken niet toegestaan en op landbouwgronden alleen nog bij uitzondering of op basis van overgangsrecht. De totale potentie in trede 1, 2 en 3 wordt ingeschat op (0,0134 + 0,0004 + 0,00096 =) 0,0148 TWh oftewel 36,9% van de RES opgave.
Inmiddels is bekend geworden dat één van de vier zonneparken uit de tender zich heeft teruggetrokken, waardoor 0,43 Megawatt capaciteit afvalt, oftewel 0,0004 TWh. Dit komt overeen met ongeveer 1% van de RES opwekopgave. Gezien de marginale bijdrage aan de opwekopgave kan ook met het wegvallen van dit initiatief afgerond naar verwachting voldaan worden aan de RES opwekopgave voor 2030.
tussen restgronden binnen (trede 2) of buiten (trede 3) stedelijk gebied, maar dat komt overeen met 1,4% van de RES opwekopgave (0,00056
De potentie voor windenergie is onderzocht in de Visie zonne- en windenergie, die in december 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld
TWh).
voor het onderdeel zonne-energie. Voor het onderdeel windenergie is de visie niet vastgesteld, omdat de gemeenteraad eerst de resultaten
Figuur 7: Voorkeursvolgorde zonneladder, Uitvoeringsagenda NOVI
In de toelichting van artikel 5.54, lid 2 moet bij meervoudig ruimtegebruik uitgegaan worden van ruimte op gronden of objecten langs spoorlijnen en wegen, op water, op stortplaatsen, grond- en slibdepots, op vloeivelden, RWZI-terreinen of ten dienste van de agrarische functie (agri-PV). Rijkswegen en spoorlijnen bevinden zich niet op het grondgebied van de gemeente. Daardoor is deelname aan het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) geen optie. Oppervlaktewater van enige omvang is alleen beschikbaar op de Meerse Plas, maar die wordt recreatief te intensief gebruikt om deze te benutten voor een drijvend zonnepark. Uit onderzoek blijkt dat er enkele voormalige stortplaatsen beschikbaar zijn, maar die zijn te klein van omvang om een rendabele exploitatie als zonnepark mogelijk te maken. Een groot deel is in gebruik als natuur en
van een participatietraject voor windenergie wilde zien. Dat traject is in 2021 gevolgd en dat heeft geresulteerd in een motie waarin de raad het college heeft gevraagd om voor de opgave tot 2030 niet voor windenergie te gaan. Dat standpunt is overgenomen in het Bestuursakkoord voor de collegeperiode 2022-2026. Omdat geen windenergie benut kan worden is voor de realisatie van de RES opwekopgave additioneel de opwek van 0,0252 TWh noodzakelijk. Daarvoor is van 1 december 2022 tot 1 februari 2023 een tender voor zonneparken opengesteld in de gemeente en is op 26 oktober 2023 door de gemeenteraad besloten om 24,3 hectare te gunnen aan 4 initiatiefnemers door in te stemmen met de ingediende principeverzoeken voor 4 zonneparken. Onderhavig initiatief maakt daar onderdeel van uit. Deze zonneparken samen gaan uit van een opwek van 27,36 megawattpiek en op basis van 950 vollasturen per jaar bedraagt de opwek 0,026 TWh, wat overeenkomt met 65%
Zoals betoogd is het realiseren van zon op daken en/of bebouwd gebied dus niet voldoende om te kunnen voldoen aan de doelstelling van duurzame energietransitie binnen de gemeente Sint-Michielsgestel. Het realiseren van zonneweiden in het landelijk gebied, en in dit geval landbouwgrond, is daarom noodzakelijk. De onderhavige locatie is na een zorgvuldige afweging door de gemeente als ontwikkellocatie voor een zonneweide aangewezen. Van belang hierbij is dat de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied niet te veel worden aangetast en de (maatschappelijke) meerwaarde in acht wordt genomen. In hoofdstuk 3 is aangetoond dat met deze ruimtelijke kwaliteiten en maatschappelijke meerwaarde rekening is gehouden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de NOVI.
daardoor zijn zonneparken er niet toegestaan. Anderen zijn als landbouwgrond in gebruik en gaat het niet om ongebruikte gronden. RWZI-
van de RES opwekopgave. Samen met de potentie uit de treden 1 tot en met 3 is de potentie op landbouwgrond noodzakelijk om te kunnen
Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Nationale Omgevingsvisie.
terreinen zijn niet beschikbaar in de gemeente en op voormalige agrari-
voorzien in de RES opwekopgave voor 2030.
Zonneweide Poeldonk
12
4.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond
van instructie(regel)s; de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan; de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.
Het Bkl bevat instructieregels met betrekking tot onder meer de volgende onderwerpen: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);
beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;
Zonneweide Poeldonk
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.
mer wil een nieuwe invulling geven aan het gebied door op een passende locatie een zonneweide te realiseren, welke bijdraagt aan de transitie naar duurzame energie en een opwaardering van de biodiversiteit, evenals het leefgebied van reptielen en amfibieën. De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefinieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zee-
Doorwerking projectgebied De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de instructieregels van het Rijk. In hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke motivering wordt uiteengezet dat de ontwikkeling het beschermen van onder meer de waterbelangen,
haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.
veiligheid, gezondheid, erfgoed en het milieu niet schaadt. Hierdoor ontstaat er geen situatie die niet is toegelaten op grond van de instructiere-
stedelijke ontwikkeling, zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 januari 2019,
gels.
ECLI:NL:RVS:2019:178. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Wel is er sprake
Gelet op de omvang van de beoogde zonneweide (circa 7,5 hectare) en het vermogen dat de zonneweide kan opwekken (ca. 10 MWp) betreft het project geen ontwikkeling die conform de Omgevingswet middels de rijkscoördinatieregeling dient te worden gecoördineerd. Het project betreft geen project van nationaal belang.
van een zorgvuldige locatiekeuze, met toepassing van de ‘zonneladder’ van de gemeente (zie nader par. 4.4). Het initiatief is daarmee in lijn met het gedachtengoed van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
In artikel 5.129g van het Bkl is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonneweide in het landelijk gebied van de gemeente Sint-Michielsgestel. De gronden
Een zonneweide wordt gelet op deze definitie niet beschouwd als een
Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregels van het Rijk. 4.1.3
Klimaatakkoord
Op 28 juni 2019 heeft het kabinet-Rutte III het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot
hebben in de huidige situatie een agrarische bestemming. Initiatiefne-
13
van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Aan de hand van verschillende maatregelen en afspraken met diverse sectoren dienen deze doelen te worden gerealiseerd. Voor energie is de afspraak gemaakt dat in 2030 70% van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen dient te worden gegenereerd. Om dit te bewerkstellingen zijn dertig regio’s benoemd die de ruimte krijgen om te bepalen hoe zij aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord kunnen voldoen. De gemeente Sint-Michielsgestel valt onder de energieregio Noordoost Brabant.
1. Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren. Initiatiefnemer heeft de Gedragscode Zon-op-Land van Holland Solar ondertekend en committeert zich hiermee aan de basisprincipes aangaande acceptatie en participatie van grondgebonden zonprojecten. Een zorgvuldige, stapsgewijze manier van communiceren en het betrek-
mee een bijdrage aan de landelijke doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Klimaatakkoord. 4.1.4
Gedragscode Zon op Land
Op 13 november 2019 hebben negen partijen de Gedragscode Zon op Land getekend. Het gaat om de brancheorganisatie Holland Solar, de vereniging van omwonenden van energieprojecten NLVOW, Energie Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, en de Vogelbescherming. Samen vertegenwoordigen deze organisaties meer dan 2 miljoen Nederlanders, 400 energiecoöperaties, 1000 lokale natuur- en milieugroepen, vele bewonersgroepen en 170 bedrijven in de zonnesector. Met de code erkennen de organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doelen van de energietransitie. Daarvoor zullen leden van Holland Solar de volgende principes hanteren:
Zonneweide Poeldonk
Tot slot kunnen omwonenden mee profiteren door financiële participatie in het project (zie voorgaand onder 1.).
ken van alle relevante stakeholders op het juiste moment vergroot de kans op acceptatie en voldoende draagvlak voor het project in de omgeving. Voor een samenvatting van het participatieproces wordt verwezen naar paragraaf 6.2 van onderhavige ruimtelijke motivering.
3. Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit).
De gemeente heeft het streven van minimaal 50% lokaal eigendom (en zeggenschap) in haar tenderdocumentatie opgenomen. Initiatiefnemer streeft hiernaar door inzet van verschillende mogelijkheden tot financiële participatie. Hiermee wordt ook gekeken naar de wensen van de omgeving en inwoners van de gemeente.
te leggen. Na het verstrijken van de vergunningstermijn zullen de gronden weer worden hersteld naar de originele situatie. Om dit te bekosti-
2. Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren.
De juridisch-planologische verankering zal middels een omgevingsvergunningprocedure plaatsvinden. Dit betekent dat middels een omgevingsvergunning wordt afgeweken van het tijdelijke omgevingsplan. De onderliggende (agrarische) bestemming blijft ongewijzigd. De omgevingsvergunning maakt het mogelijk dat tijdelijk een zonnepark binnen het besluitgebied gerealiseerd en in gebruik mag worden genomen.
Onderhavige ontwikkeling is in lijn met de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het zonnepark voorziet in een periode van 25 jaar voor duurzame (hernieuwbare) energie door middel van zonne-energie. Het levert daar-
worden daarbij met rust gelaten, waardoor de ecologische waarde onaangetast blijft. Daarnaast wordt er in overleg met stakeholders gekeken naar de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik.
De locatie van de zonneweide is passend binnen de omgeving van het projectgebied. Landschappelijk wordt de zonneweide ingepast, zie hiervoor ook paragraaf 2.2. Aanvullend wordt vermeld dat de locatie ook op basis van gemeentelijk beleid passend wordt geacht voor een zonneweide, zie hiervoor ook paragraaf 4.4.
Initiatiefnemer zal voor de realisatie van het zonnepark een bodemonderzoek laten uitvoeren om daarmee de nul situatie van de bodem vast
gen hebben initiatiefnemers een kostenpost hiervoor opgenomen in hun financiële exploitatie. Uitgangspunt is dat de situatie van de gronden na het verwijderen van het zonnepark niet mag verslechteren.
Conclusie Initiatiefnemer heeft de Gedragscode Zon-op-Land ondertekend en houdt zich daarbij aan de toezeggingen die zijn gedaan vanuit de sector.
In de huidige situatie worden de gronden benut ten behoeve van landbouw, hierdoor zijn de ecologische waarden van de gronden beperkt. Bij de realisatie van het zonnepark zal middels het landschappelijke inpassingsplan de biodiversiteit worden versterkt. De bestaande watergangen
14
4.2
Verhouding tot provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Klimaatverandering heeft nu al een grote impact op de Brabantse leefomgeving en gaat in de toekomst nog meer van zich doen gelden. De verbranding van fossiele brandstoffen levert op landelijk niveau een bijdrage van circa 75% aan de totale uitstoot van broeikasgassen (door CO2-uitstoot). Besparing in het gebruik van fossiele brandstoffen en grondstoffen en het overschakelen naar duurzame vormen van energieopwekking zijn de belangrijkste manieren om vanuit Brabant een bijdrage te leveren aan de beperking van de CO2-uitstoot. De provincie heeft als doel voor 2030 ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% energie. Voor 2050 is het doel 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. Aanleiding vormen de klimaatafspraken in Parijs en nationaal de afspraken over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de omschakeling naar een energie neutrale samenleving. De provincie Noord-Brabant wil evenredig bijdragen aan de doelstelling van minder dan 2ºC opwarming (klimaatakkoord). Daarnaast zijn er ook andere redenen voor de inzet op de energietransitie. Energie die niet is gebaseerd op fossiele bronnen, ligt binnen handbereik en maakt dat de energievoorziening minder afhankelijk wordt van de gasvoorraden in Nederland of van de import van energie van elders.
De hele transitie naar een goed functionerend en betrouwbaar systeem, gebaseerd op andere energiebronnen dan fossiele brandstoffen, duurt decennia. Dit alles tezamen maakt het noodzakelijk dat er nu begonnen wordt met het aanpassen van de gehele energievoorziening van productie, opslag en transport. Burgers en bedrijven kunnen daardoor nu en in de toekomst rekenen op een goed functionerend en betrouwbaar energiestelsel. De provincie levert hiermee een bijdrage aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en verbeteren tevens de luchtkwaliteit
Zonneweide Poeldonk
voor de inwoners. Daarbij kunnen kansen verzilverd worden door decentrale overheden, al dan niet middels individuele of collectieve energieopwekking door (groepen van) bedrijven en burgers. De provincie is zich bewust dat zij maar één van de vele noodzakelijke spelers is, maar ziet Brabant, met onder andere de Brainport, als een goede uitgangspositie om de kansen die de energietransitie oplevert, te benutten. Door gebruik te maken van technologische innovaties, het ontwikkelen van diensten en producten met een grote impact op het verhogen van de hoeveelheid duurzame energie, levert de provincie een bijdrage aan de verbetering van de leefomgeving én zorgt het ervoor in de toekomst om Brabantse economie versterken als ‘innovation lea-
duurzame energie ook kansen voor het versterken van de sociale samenhang in de samenleving door lokaal samen te werken, de lokale veerkracht te versterken en het maatschappelijk rendement te verhogen. Brabant ziet zich daarom als innovatief gidsgebied en proeftuin voor de energietransitie. De steden worden pionierhubs voor energieopwekking uit zon in combinatie met slimme mobiliteit (de auto als opslag van energie). Het Brabantse landschap wordt benut voor opwekking, opslag en transport van hernieuwbare energie. Er liggen hier kansen om dit te koppelen aan het inspelen op klimaateffecten. En nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen. Elektriciteit: voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het
ders’. Noord-Brabant koppelt het provinciaalbeleid aan het Rijksbeleid en nationale doelen.
mogelijk maken van zoveel mogelijk zon- en breed gedragen windprojecten, binnen de spelregels die nu in de provinciale verordening
De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht
(par. 4.2.2) een plek hebben gekregen. Draagvlak en sociale randvoorwaarden zijn daarbij belangrijk. Ook zet de provincie zich in om
tweesporenbeleid van de provincie: Verminderen energieverbruik: Energie die je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken en levert dan ook geen ruimteclaim of uitstoot op. Daarom is het verminderen van energiegebruik noodzakelijk, onder andere in de gebouwde omgeving (warmte, isolatie) via energiezuinige apparatuur, door het verminderen van het energiegebruik van mobiliteit en het terugdringen van industrieel energiegebruik. Verduurzaming energie: Van een marginale toepassing van duurzame technologie wil de provincie via een enorme groeispurt grootschalig gebruik maken van energie via wind, zon, water en duurzame warmte.
de elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving zoveel mogelijke binnen die omgeving op te wekken. Doorwerking projectgebied De ruimtelijke ontwikkeling heeft een directe link met het uitgangspunt om een zo groot mogelijk aandeel in vernieuwbare energiebronnen te realiseren. Verder ziet de provincie Noord-Brabant een grote opgave om te kunnen voldoen aan de nationale opgave voor energietransitie.
Tegelijkertijd biedt deze uitdaging ook veel kansen. Een duurzame energieproductie in combinatie met een goede oplossing van opslag die op
Middels onderhavige ontwikkeling kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de provinciale doelstellingen omtrent energietransitie naar duurzame energie. In het Provinciaal omgevingsplan wordt aangegeven dat er een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd dient te worden waarin het ruimtelijk ontwerp van het initiatief wordt onderbouwd.
grote schaal kan worden toegepast, is ook een belangrijke economische motor. Brabant kan op dit gebied met de hier aanwezige kennis en ex-
Zoals in hoofdstuk 3 van deze ruimtelijke motivering reeds is gemotiveerd, wordt aan deze voorwaarde voldaan.
pertise bij kennisinstellingen en bedrijven één van de leidende innovatieve regio’s in Europa worden. Tegelijkertijd biedt de opwekking van
15
Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 4.2.2 TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant Op 5 december 2023 is de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Deze vervangt de interim omgevingsverordening NoordBrabant (1 maart 2020, nadien meermaals geactualiseerd). De TAMomgevingsverordening is een vertaling van de provinciale Omgevingsvisie naar concrete en juridisch ingekaderde regels. Doorwerking projectgebied Op de Basiskaart van de omgevingsverordening is het projectgebied gelegen in het ‘Landelijk gebied’ en in het gebied ‘Cultuurhistorische waarden’. Zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.8 en verder is de basis randvoorwaarde voor ontwikkelingen in het landelijk gebied. Voor het ontwikkelen van zonneparken in het Landelijk gebied zijn, in artikel 5.54 ‘zonneparken in Landelijk gebied’, specifieke regels opgenomen. Artikel 5.46 ‘Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel’ geeft de randvoorwaarden voor de ruimtelijke plannen binnen de ‘Groenblauwe mantel’ waarden’ gebieden. Deze regels zijn hierna weergegeven en worden daarna toegelicht. Artikel 5.46 Groenblauwe waarden Een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden: a.
strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken; b. bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. stelt regels ter bescherming van de ecologische-, landschappelijkeen hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en d. bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en
Zonneweide Poeldonk
de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijkeen hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. In hoofdstuk 5 zijn de bestaande waarden op ecologisch, hydrologisch en landschappelijk gebied in beeld gebracht. Middels een quickscan natuurwaarden zijn de huidige ecologische waarden onderzocht en in kaart gebracht. Hieruit is gebleken dat de projectlocatie geschikt is voor de aanwezigheid van verschillende soorten. In het onderzoek, welke tevens is opgenomen in de bijlage, zijn daarom maatregelen uitgezet die voorkomen dat de beoogde ontwikkeling negatieve invloed zal hebben op de huidige natuurwaarden. Per soort is samengevat of de voorgenomen ingreep verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergun-
waarmee het project ruimschoots voldoet aan de eisen van het Beleidskader Kleine Projecten (BKP), dat voorschrijft dat minimaal 25% van het bruto panelenoppervlak vrij moet blijven. In de toekomstige situatie wordt slechts circa 84 m² verhard ten behoeve van installaties, aangevuld met een onderhoudspad van ongeveer 208 m² dat wordt uitgevoerd in halfverharding. Om te voldoen aan de bergingseis worden binnen het plangebied twee poelen aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van circa 250 m². De totale verharding blijft daarmee beperkt tot circa 292 m², wat neerkomt op slechts 0,45% van de gebruiksruimte binnen het hekwerk. Tegelijkertijd wordt de bodem ingezet voor natuurontwikkeling en bodemverbetering, onder andere door
ningstraject. Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwet-
het inzaaien van bloem- en kruidenrijk grasland.
geving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van genoemde werkzaamheden in acht
Er worden geen gebouwen gerealiseerd en er is geen sprake van bezoekersintensieve functies. Bovendien betreft het een ontwikkeling met
wordt genomen. Door de natuurwaarden zo scherp in beeld te brengen kan de ontwikkeling niet alleen zorgen voor het behoud, maar zelfs tot het versterken van de ecologische waarden en structuur binnen het projectgebied. De uitkomsten van het onderzoek zijn eveneens verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan waarmee geconcludeerd kan worden dat er een evenwichtige toedeling is van functies aan locaties.
een tijdelijk karakter: na afloop van de exploitatieperiode van 25 jaar zal de grond worden teruggebracht naar agrarisch gebruik. Uitzondering hierop vormt het noordwestelijke vlak aan de Meerse Plas, van circa één hectare, dat blijvend wordt ingericht als natuur- en groenzone.
Het planvoornemen heeft een extensief karakter. De zonnepanelen worden geplaatst in een zuid-opstelling met een lage configuratie van circa twee meter hoogte. Tussen de rijen panelen wordt een ruime tussenafstand van ongeveer twee meter aangehouden, wat bijdraagt aan een open en luchtige opzet van het terrein. Het totale projectgebied beslaat circa 75.048 m², waarvan 56.177 m² binnen het hekwerk valt. Slechts 33.210 m² daarvan wordt daadwerkelijk benut voor de opwekking van
Ook is er voor het planvoornemen een watertoets opgesteld die de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie in beeld brengt. Hierbij worden de gehanteerde uitgangspunten, randvoorwaarden en de mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te verwerken samengevat tot de weging van het waterbelang om zo tot een duurzame neutrale ontwikkeling te komen. Zoals in par. 2.2 en in bijlage 1 bij deze ruimtelijke motivering is toegelicht, wordt het bestaande watersysteem met de voorgenomen ontwikkeling intact gelaten. Uit de weging van het waterbelang blijkt dat de ontwikkeling hydrologisch neutraal wordt uitge-
duurzame energie, inclusief de zonnepanelen en bijbehorende installaties. Dit resulteert in een ground-cover-ratio (GCR) van ongeveer 59,1%,
voerd waarbij de huidige grondwaterstanden worden gehandhaafd of zelfs verhoogd (geen bijkomende ontwatering). Gezien het toekomstige gebruik als zonnepark (geen bewoonde bebouwing en installaties op stellingen) speelt het grondwater geen belemmerende factor behoudens
16
ter plaatse van de benodigde transformatorhuis(jes). Om eventuele overlast ter plaatse hiervan te voorkomen is het aan te raden deze op een verhoging van minimaal 60 cm tegenover het maaiveld te bouwen waardoor het aspect grondwater geen overlast zal opleveren. Indien er toegangswegen worden aangelegd is een lichte verhoging van 10 cm boven het bestaand maaiveld geadviseerd zodat (grond)water geen overlast oplevert. Bij normale wegen wordt een minimale ontwateringsdiepte van 70 cm geadviseerd maar omdat het eigen toegangswegen zijn voor een beperkt toegankelijk gebied, is een minimale ontwateringsdiepte minder van belang en mag hiervan afgeweken worden. Toekomstige onderhoudswegen worden net als de bestaande paden voor-
3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouw-percelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied.
gemeente m.b.t. zonne-energie. Tevens is de zonnelader doorlopen zoals omschreven in par 4.1.1. van onderhavige ruimtelijke motivering.
De potentie voor windenergie is onderzocht in de Visie zonne- en windenergie (zie navolgende alinea), die in december 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld voor het onderdeel zonne-energie. Voor het onderdeel windenergie is de visie niet vastgesteld, omdat de gemeenteraad eerst de resultaten van een participatietraject voor windenergie wilde zien. Dat traject is in 2021 gevolgd en dat heeft geresulteerd in een motie waarin de raad het college heeft gevraagd om voor de opgave tot 2030 niet voor windenergie te gaan. Dat standpunt is overgenomen in het Bestuursakkoord voor de collegeperiode 2022-2026.
b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken. Zie hiervoor de toetsing aan artikel 5.12, verderop in deze paragraaf. c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project. De maatschappelijke meerwaarde blijkt uit de volgende criteria: de mate van meervoudig ruimtegebruik; Dit wordt, binnen de reële
zien van een grof grindpakket op een doorlatend geotextiel (dikte afhankelijk van de benodigde draagkracht) waardoor grondwater geen over-
De gemeente Sint-Michielsgestel heeft in de visie ‘zonne- en windener-
mogelijkheden, gecreëerd door opwaardering van de ecologische waarden van het gebied. De bestaande watergangen worden daar-
last zal veroorzaken. Het perceel kan in natte perioden zo nat worden, dat het mogelijk niet meer goed toegankelijk is.
gie’ onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden voor het toepassen van duurzame energievoorzieningen. Zonne- en windenergie
bij met rust gelaten waardoor de ecologische waarde onaangetast blijft, maar de hydrologische functie en waarde wel blijft behouden.
Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied kan de ontwikkeling van een zonnepark mogelijk maken om te voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor
zijn op dit moment de voornaamste technieken waarmee duurzame energie kan worden opgewekt. Om (tijdig) aan de beoogde doelstellingen op het gebied van duurzame energievoorziening te kunnen voldoen, zijn naast locaties in stedelijk gebied ook voorzieningen in het landelijk gebied nodig. Enkel het benutten van daken en potentieel te benutten andere locaties in bestaand stedelijk gebied voldoet hiervoor niet. Daarom moet ook gekeken worden naar passende andere locaties. Hiernaar is in de visie onderzoek gedaan. Dit heeft geresulteerd in gebieden, waar wind- en zonne-energie worden uitgesloten, in gebieden waar zonne- én windenergie een plaats kunnen krijgen en gebieden waar inpassing van zonneweides afweegbaar is. Het projectgebied ligt binnen een gebied dat is aangewezen binnen trede 2 (verstedelijking afweegbaar) en in trede 3 (resterend landelijk gebied). Deze kaart is weergegeven in figuur 8. Daarnaast is de planlocatie grotendeels als inpas-
duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie;
singslocatie voor zonneweides weergegeven, zoals ook aangegeven in figuur 9 Hierbij is te zien dat het noordwestelijke zone niet gemarkeerd
2. binnen Stedelijk gebied;
omdat deze niet binnen de grenzen van het buitengebied valt. Het planvoornemen is daarmee zorgvuldig afgewogen binnen de visie van de
Tot slot is voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van de locatie. De aanleg, instandhouding en het beheer van de verschillende elementen wordt in de voorwaarden bij de vergunning geborgd en is uitgewerkt in het landschappelijk inpassingsplan. Zodoende wordt voldaan aan het gestelde in dit artikel.