CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - BOPA motivering (onderbouwing) zonnepark Heidebos 23 april 2025

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 19 juni 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend advies zonnepark Heidebos19.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.10.2

Onderzoek en conclusie

Het aanleggen van een zonnepark is geen nieuw stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State 11 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bkl kunnen worden aangemerkt. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. In een uitspraak van 23 januari 20192 is dit nog eens bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing.

5.11

M.e.r. -beoordeling

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) toetst of er sprake is van een plan of ontwikkeling met grote milieugevolgen. Bij besluiten, zoals het verlenen van een vergunning voor een BOPA, die mogelijk grote gevolgen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling negatieve milieueffecten heeft ten aanzien van de fysieke leefomgeving. In deze paragraaf wordt hier verder op in gegaan. 1 Zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016,

ECLI:NL:RVS:2016:708. ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724. 2 ECLI:NL:RVS:2019:178, uitspraak 201804681/1/A1

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 48

5.11.1

Wettelijk kader

Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat samen met hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) de regelgeving over de milieueffectrapportage. Op basis van deze regels is een plan-m.e.r. verplicht voor een plan; • Dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r.-plichtig of project-m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit of; • Waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is. Bijlage V van het Ob bevat een niet limitatieve lijst met projecten met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Ook voor andere dan in de lijst genoemde projecten kan eventueel een beoordeling nodig zijn om na te gaan of er sprake is van mogelijke aanzienlijke milieueffecten. Voor kleinere (lokale) ontwikkelingen of kleine wijzigingen bestaat de plan-m.e.r.-beoordeling als opvolger van de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De plan-m.e.r.-beoordeling is verplicht wanneer een ontwikkeling leidt tot mogelijke aanzienlijke milieueffecten en significantie gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. De planm.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob worden genoemd.

5.11.2

Onderzoek

Een plan of project kan leiden tot m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit hangt samen met de aanwijzing van gevallen waarin de m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. In bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) zijn deze gevallen aangewezen. Uit jurisprudentie is gebleken dat een zonnepark niet kan worden aangemerkt als een ‘industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water’ (cat. C1), omdat een zonnepark geen thermische (verbrandings-)installatie betreft. In een zonnepark wordt immers geen thermische energie opgewekt of gebruikt voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, maar wordt stralingsenergie (zonlicht) rechtstreeks omgezet in elektrische energie. Een uitwerking van de milieuaspecten zijn in hoofdstuk 5 (dit hoofdstuk) te vinden. Daaruit blijkt dat het zonnepark geen milieugevolgen of hinder veroorzaakt voor de omgeving. Het zonnepark wordt aangelegd met respect voor de bodem. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De locatie is onderzocht op het gebied van aanwezige ecologische waarden. Met deze ruimtelijke onderbouwing (en met name hoofdstuk 5) wordt dus al voldaan aan de eisen vanuit de m.e.r.beoordeling.

Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 september 2018 en zaaknummer 18_689, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D22.1 van het voormalige Besluit m.e.r. (nu categorie C1 onder het Ob) en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en na te zien onder het zaaknummer 2019:2770.

5.12

Lichtreflectie

Het zonnepark bestaat onder andere uit de realisatie van pv-panelen, welke het zonlicht opvangen. Hierdoor is het mogelijk dat het zonlicht zorgt voor schittering van de pv-panelen. Indien er sprake is van schittering door de pv-panelen, dan is dat op moment dat de zonnestralen zo erg reflecteren op de pv-panelen, dat de lichtweerkaatsing in het oog waargenomen kan worden. Voor de lichtweerkaatsing zijn twee soorten licht,

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 49

welke gereflecteerd kunnen worden. Dit betreffen direct licht en diffuus licht. Direct licht wordt al meest hinderlijk ervaren, doordat direct bestaat uit zonlicht welke niet weerkaatst of afgebogen wordt. Bij reflecties van direct licht kan de schittering, ondanks de beperkte kans, in een uiterst geval zorgen voor verblinding. Diffuus licht is licht dat is verstrooid, doordat het bijvoorbeeld door wolken heen schijnt. Het licht komt hierbij niet uit één plek. Verblinding door diffuus licht is zeer onwaarschijnlijk. Het licht dat weerkaats wordt heeft altijd dezelfde uitgaande hoek als ingaande hoek (zie figuur 18). Hierdoor zijn factoren, zoals hoogte, oriëntatie en de hellingshoek van de pv-panelen van belang voor de lichtweerkaatsing. Daarnaast zijn ook de locatie van de waarnemer en de hoogte en hoek van de zon relevant voor de lichtweerkaatsing.

Figuur 18: Reflectie van zonlicht, waarbij de inkomende hoek gelijk is aan de uitgaande hoek In het zonnepark worden pv-panelen van de modernste generatie toegepast. Deze zijn zwart of doorzichtig van kleur en voorzien van anti-reflectie coating die het licht grotendeels absorbeert. Zodoende ontstaat er geen hinderlijke schittering als gevolg van lichtweerkaatsing op de panelen. De panelen hebben een vlakke ligging met een kleine hellingshoek, waardoor enige restschittering/glinstering bijna tot geen overlast leidt. Daarnaast wordt het plangebied geheel omzoomd door een houtwal (voorzien van takkenrillen voor afscherming in de winter) en struwelen, waardoor het zicht (en daarmee ook mogelijke hinder van reflectie) wordt weggenomen. De nieuwe houtwal aan de oostzijde zorgt ervoor dat reflectiehinder voor de woningen aan de Werststeeg/Coppensdijk geheel wordt voorkomen. Doordat de panelen op maximaal 1,8 meter hoog worden geplaatst met een kleine hellingshoek en mede vanwege de landschappelijke inpassing van het zonnepark is bijna tot geen reflectie zichtbaar voor een waarnemer op hoogte van het maaiveld. Daarnaast zal er geen hinder ondervonden worden in de omringede woningen of omringende wegen. Hiermee vormt het aspect lichtreflectie geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.13

Elektromagnetische straling

Omvormers en transformatoren veroorzaken extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF). Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). Dit voorzorgsprincipe dient daarmee ook gehanteerd te worden bij de ontwikkeling van een zonnepark, door de afstand van een zonnepark tot woningen en andere gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt.

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 50

In het RIVM ‘Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. Hoe groter de afstand tot de bron, hoe meer de sterkte van de velden afneemt. Op een afstand van maximaal 7 meter van de onderzochte transformatorstations werd een straling van 0,4 μT gemeten. De woningen rondom het plangebied staan op geruime afstand van het zonnepark, waarmee kan worden aangenomen dat elektromagnetische straling geen gezondheidsrisico vormt en dus niet leidt tot een belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.14

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: o Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; o Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden werd doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Inmiddels kan ook gebruik worden gemaakt van de nieuwe VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’, welke op 17 oktober 2024 is gepubliceerd.

Hierin is de ‘lijst van activiteiten’ die in de VNG-uitgave van 2009 zit, getransponeerd voor de aspecten geluid en geur. Deze ‘transponeringstabel’ kan ook worden gebruikt om een indicatie te krijgen van de inpasbaarheid van een nieuwe activiteit. Het geeft een indicatie van de gebruiksruimte die voor de nieuwe activiteit nodig is. Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen inrichting van het zonnepark met batterijopslag levert geen hinder of gevaar op voor omliggende bedrijven en wooneenheden. Op het zonnepark en in de batterijopslag zijn omvormers aanwezig. Voor de omvormers werd voorheen de vergelijking gemaakt met de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor deze activiteit was in de voormalige richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter van toepassing. Dit komt overeen met de huidige ‘indicatieve lijst met activiteiten inschatting geluid en geur’ van de nieuwe handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’. Geadviseerd wordt om minimaal de richtafstand van 50 meter aan te houden om uit te sluiten dat de omvormers hinder kunnen veroorzaken voor omliggende functies. In de planuitwerking is dit het geval. Er bevinden zich geen omliggende functies binnen 113 meter afstand (gemeten vanaf de grens van het plangebied, de daadwerkelijke afstand is groter).

Hiermee past het plan ruimschoots binnen de geldende regelgeving.

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 51

5.15

Milieubelastende activiteiten

Deze paragraaf gaat in op of de voorgenomen ontwikkeling een milieubelastende activiteit mogelijk maakt, en zo ja op welmanier een keuze is gemaakt in de na te streven omgevingskwaliteit en op welke manier het reguleren van de omgevingskwaliteit middels het omgevingsplan of omgevingsvergunning kan worden vastgelegd.

5.15.1

Wettelijk kader

De bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet beschrijft het begrip milieubelastende activiteit (mba) als volgt: “een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewater lichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit”. Een mba betreft in principe alle activiteiten met enig negatief effect op het milieu, uitgezonderd ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten. Dit maakt dat ook niet-bedrijfsmatige activiteiten en niet-plaatsgebonden activiteiten onder de definitie van de milieubelastende activiteit kunnen vallen. Afdeling 2.3 van de Bruidsschat (deel van het tijdelijke omgevingsplan) bevat de gemeentelijke regels voor mba’s. In het Bkl zijn in hoofdstuk 5 onder andere de instructieregels voor milieu in het omgevingsplan opgenomen. Uit de nota van toelichting bij het Bkl blijkt dat de ‘activiteiten’ waar in hoofdstuk 5 van het Bkl wordt gesproken ‘milieubelastende activiteiten’ zijn.

5.15.2

Onderzoek

Voorliggend initiatief maakt met de realisatie van het zonnepark geen milieubelastende activiteiten mogelijk.

5.15.3

Conclusie

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect milieubelastende activiteiten geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.16

Gezondheid

Integrale besluitvorming en samenhang door alle aspecten van de fysieke leefomgeving vroegtijdig te betrekken is een van de uitgangspunten van de Omgevingswet. Gezondheid is hier een belangrijk onderdeel van. In deze paragraaf wordt ingegaan op hoe erbij de voorgenomen ontwikkeling rekening met dit aspect is gehouden. Belangrijke uitganspunten hierbij zin het beschermen van de gezondheid (zijn er mogelijk negatieve effecten voor de gezondheid?) en het bevorderen van de gezondheid door het bevorderen van sport en ontspanning.

5.16.1

Wettelijk kader

Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet, zoals geformuleerd in artikel 1.3, is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit maakt dat er een nauwe samenhang is tussen de aspecten veilige en gezond leefomgeving en goed omgevingskwaliteit. Het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving is een belangrijk doel van de Omgevingswet. Derhalve bevat het Bkl diverse instructieregels met betrekking tot onder meer geluid, trillingen, geur en luchtkwaliteit die bescherming van de gezondheid en het milieu als doel hebben. Deze aspecten zijn reeds in de voorgaande paragrafen aan bod komen. In aanvulling op de afzonderlijke instructieregels ter

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 52

bescherming van milieu en gezondheid wordt hieronder nog ingegaan op welke wijze het gezondheidsaspect is afgewogen in de totstandkoming van voorliggend plan, zowel binnen het plangebied als voor de omgeving.

5.16.2

Onderzoek

In dit hoofdstuk is reeds gemotiveerd dat het zonnepark geen negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Daarnaast is er geen sprake van elektromagnetische straling, lichtreflectie, geur- of geluidshinder. Met het aanleggen van een wandelroute over het zonnepark, wordt getracht om bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van het gebied voor het maken van een ommetje.

5.16.3

Conclusie

Het zonnepark heeft geen negatieve gevolgen voor de gezondheid. Doordat wordt ingezet op recreatiemogelijkheden, door middel van een wandelpad, wordt juist geprobeerd om het gebied aantrekkelijker te maken voor recreanten en beweging te stimuleren.

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 53

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel economische uitvoerbaarheid De realisatie van het zonnepark doet Sunvest voor eigen rekening en risico. Hierbij is het wel noodzakelijk dat het zonnepark in de nabijheid wordt aangesloten op het net. Hiertoe heeft afstemming plaatsgevonden. Sunvest zal dit aantonen dor middel van een getekende offerte met de netbeheerder. Ook is er met de huidige energiemarkt SDE++ subsidie noodzakelijk, die kan worden aangevraagd nadat een omgevingsvergunning voor de realisatie van het zonnepark is verleend.

6.1.2 Kostenverhaal De kosten die de gemeente maakt voor haar organisatie en behandelen van de vergunningaanvraag worden verhaald via de leges.

6.1.3 Conclusie De economische uitvoerbaarheid van de BOPA is hiermee voldoende aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Participatie In hoofdstuk 3 is er al ingegaan op het vooroverleg met betrokken ketenpartners en participatie met omwonenden en andere belanghebbenden. Hieronder zal het formele participatietraject wat hierop volgt behandeld.

6.2.2 Advies en instemming De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel heeft een lijst vastgesteld van gevallen waarbij (bindend) advies en instemming aan de raad moet worden gevraagd. Voor voorliggend plan is het adviesrecht wel van toepassing verklaard, aangezien het gaat om het gebruik van gronden (meer dan 15.000m2 buiten de bebouwde kom) in strijd met het omgevingsplan.

6.2.3 Vaststellingsprocedure Conform artikel 16.62 van de Omgevingswet is voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) de reguliere procedure (titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Hiermee is de beslistermijn acht weken. Het college van Burgemeester en wethouders kan gevallen aanwijzen waarvoor bij een BOPA de uitgebreide procedure conform afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is. Voorliggende onderbouwing betreft een ontwikkeling waarvoor de uitgebreide procedure van toepassing is.

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 54

6.2.4 Bezwaar en beroep In voorliggend geval is de uitgebreide procedure van toepassing op de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een BOPA. Na vaststelling van het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen kan vervolgens in beroep worden gegaan bij de rechtbank met vervolgens de mogelijkheid voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State. Bijlage 2 artikel 2 van de Algemene wet bestuursrecht bevat besluiten waarbij er geen beroepsmogelijkheid is. Eventueel kunnen belanghebbenden een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 55

7 Conclusie 7.1.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties De aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt conform artikel 8.0a lid 2 Bkl enkel verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast gelden de beoordelingsregels van artikel 8.0b t/m 8.0e van het Bkl. De centrale vraag is of voorliggend initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Oftewel; heeft er een zorgvuldige afweging van belangen plaatsgevonden waardoor na het verlenen van de vergunning nog steeds of weer sprake is van een evenwichtige toedeling? Om dit te beoordelen zijn alle aspecten die in het kader van voorliggend initiatief relevant zijn onderzocht en afgewogen.

7.1.2 Conclusie Gelet op de onderbouwing van de relevante aspecten in voorliggende BOPA, kan worden aangenomen dat er ten aanzien van de ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling is beleidsmatig, ruimtelijk, milieutechnisch, maatschappelijk en financieel uitvoerbaar.

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 56

Bijlagen 1) Landschappelijk inrichtingsplan Zonnepark Heidebos – Haver Droeze 2) Heidebos - Addendum natuuringrepen - Haver Droeze 3) Communicatie- en participatieplan Zonnepark Heidebos – Sunvest 4) Quickscan flora en fauna – Eelerwoude 5) Watertoets 6) Stikstofberekening – Hedgehog Company 7) Onderbouwing toepassing zonneladder - Gemeente St Michielsgestel

Zonnepark Heidebos | Eelerwoude | 57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=27ddb4b4-9c4b-4c1c-959a-99e7fe2ea248