CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1c ONBP Postelstraat Toelichting.pdf

Raadsvergadering Boxtel 21 december 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied, Postelstraat ong, Esch’ (reg nr 1277536)15.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Creatief met leefomgeving Sterk in omgevingsrecht

Ontwerp

Herziening Buitengebied, Postelstraat ong. Esch Gemeente Haaren

Almystraat 14 | 5061 PA Oisterwijk | 06 232 74 307 | info@burogkracht.nl | burogkracht.nl

Datum: 20 maart 2020 Status: Ontwerp plancode: NL.IMRO.0788.BP17BGPOSTONG-ON01

2

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Toelichting

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

3

4

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING.............................................................................................................. 7 1.1 AANLEIDING .............................................................................................................................. 7 1.2 PLANGEBIED ............................................................................................................................. 7 1.3 DOEL ....................................................................................................................................... 7 1.4 GELDEND BESTEMMINGSPLAN.................................................................................................... 8 1.5 LEESWIJZER ............................................................................................................................. 8 HOOFDSTUK 2 BESTAANDE SITUATIE ........................................................................................ 9 2.1 RUIMTELIJKE STRUCTUUR .......................................................................................................... 9 2.2 FUNCTIONELE STRUCTUUR ........................................................................................................ 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING .........................................................................................

10 3.1 UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 10 3.2 NIEUWE ONTWIKKELING/CONCRETE BESCHRIJVING PLAN ........................................................... 10 HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ................................................................................................. 15 4.1 RIJKSBELEID ........................................................................................................................... 15 4.2 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................... 16 4.3 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................................ 21 HOOFDSTUK 5 MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN .............................. 25 5.1 INLEIDING ............................................................................................................................... 25 5.2 PARKEREN EN ONTSLUITING .................................................................................................... 25 5.3 WATER...................................................................................................................................

26 5.4 NATUUR ................................................................................................................................. 30 5.5 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ....................................................................................... 32 5.6 MILIEUZONERING, GEUR EN SPUITZONES .................................................................................. 32 5.7 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE EN VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING .............................................. 37 5.8 GELUID .................................................................................................................................. 37 5.9 LUCHTKWALITEIT .................................................................................................................... 38 5.10 BODEMKWALITEIT ............................................................................................................... 39 5.11 EXTERNE VEILIGHEID .......................................................................................................... 40 5.12 TECHNISCHE INFRASTRUCTUUR ........................................................................................... 46 5.13 DUURZAAMHEID ..................................................................................................................

46 5.14 GEZONDHEID ...................................................................................................................... 46 5.15 HOOGSPANNINGSLIJNEN ......................................................................................................... 48 HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .................................................................. 49 6.1 VERANTWOORDING PLANVORM ................................................................................................ 49 6.2 SYSTEMATIEK BESTEMMINGEN ................................................................................................. 49 6.3 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING .............................................................................................. 49 HOOFDSTUK 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................... 51

HOOFDSTUK 8 PROCEDURE ....................................................................................................... 52 8.1 OMGEVINGSDIALOOG .............................................................................................................. 52 8.2 VOOROVERLEG ....................................................................................................................... 52 BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

5

8.3

VERVOLG VAN DE PROCEDURE ................................................................................................ 52

SEPARATE BIJLAGEN ....................................................................................................................... 53

6

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Voor agrarisch perceel gelegen aan de Postelstraat in Esch is de bouw van 4 nieuwe woningen beoogd. De locatie is gelegen tussen de bebouwde kom van Esch en de Essche Stroom. Met de bouw van de vier woningen worden de omliggende gronden, gelegen langs de Essche Stroom ingericht als nieuwe natuur en gedeeltelijk opengesteld voor wandelaars. De woningen zijn zogenaamde ruimte-voor-ruimte woningen (RvR-woningen). Op grond van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaren, correctieve herziening” van de gemeente Haaren kent het perceel de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarde 2”. Er is geen bouwvlak aanwezig. Het perceel is aangeduid als natuurontwikkelingsgebied en kent de dubbelbestemmingen “Waterstaat – Waterberging” en “Waarde – Archeologie 2”. De beoogde bouw van de vier RvR-woningen is op basis van het bestemmingsplan niet toegestaan. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden herzien.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in de gemeente Haaren, aan de noordzijde van het dorp Esch aan de Postelstraat. In onderstaande luchtfoto is de locatie aangeduid.

Luchtfoto noordelijk deel van Esch en de locatie aan de Postelstraat, bron: ruimtelijkeplannen.nl

1.3

Doel

Het doel van dit nieuwe bestemmingsplan is het tot stand brengen van een regeling om de bouw van vier nieuwe woningen in combinatie met de aanleg van nieuwe natuur mogelijk te maken.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

7

1.4

Geldend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan “Buitengebied Haaren, correctieve herziening” Op grond van het bestemmingsplan kent het perceel de bestemming de “Agrarisch met waarden – Landschapswaarde 2”. Er is geen bouwvlak aanwezig. Het perceel is met het oog op de ontwikkeling van nieuwe natuur aangeduid als natuurontwikkelingsgebied en kent de dubbelbestemming “Waterstaat – Waterberging” voor de opvang van water. De dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 2” is bedoeld voor de bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden.

Uitsnede verbeelding “Buitengebied Haaren, correctieve herziening”, bron: ruimtelijkeplannen.nl

1.5

Leeswijzer

Voorliggende toelichting bevat de onderbouwing om de haalbaarheid aan te tonen van het beoogde nieuwe bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en komen de functionele en ruimtelijke structuur aan bod. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens de beoogde ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 4 zal getoetst worden of de beoogde ontwikkeling past binnen de beleidskaders op diverse niveaus. In het daaropvolgende hoofdstuk 5 komen de milieuhygiënische en planologische aspecten aan bod. Beoordeeld wordt of de beoogde ontwikkelingen negatieve effecten hebben op de aanwezige waarden in het gebied dan wel of er mogelijk nog belemmeringen in de omgeving aanwezig zijn die mogelijk beperkend zijn voor de beoogde ontwikkelingen. Hoofdstuk 6 bevat een juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 7 komt de financiële haalbaarheid van het plan aan de orde. Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de maatschappelijke haalbaarheid van het plan.

8

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1

Ruimtelijke structuur

De Postelstraat is de buitenste straat aan de noordwestzijde van Esch. De straat is bijna in zijn geheel bebouwd. De zijde aan de bebouwde kom van Esch is redelijk dicht bebouwd. De andere zijde waartoe ook de projectlocatie gaat behoren kent een wat meer open bebouwingsstructuur. De projectlocatie is een nog onbebouwd deel binnen de bebouwde structuur van de Postelstraat. Langs de Postelstraat is een aantal bomen langs een bestaande sloot aanwezig. Deze bomen duiden die contour van de straat.

2.2

Functionele structuur

De woonfunctie heeft aan de Postelstraat de overhand. Dit geldt vooral voor de oostzijde van de straat. Enige uitzondering is de aanwezigheid van een basisschool en een agrarisch bedrijf die direct zuidelijk en ten noorden van de projectlocatie zijn gelegen.

Foto van de locatie gezien vanuit het noorden met links de bestaande basisschool. Bron: google Street View september 2010.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Uitgangspunten

Het perceel is op dit moment een onbebouwd agrarisch perceel dat aan de noordzijde is begrensd door de Essche Stroom.

Foto bestaande situatie gezien vanaf de zuidzijde; fragment: google Street View (september 2010)

3.2

Nieuwe ontwikkeling/concrete beschrijving plan

Dit bestemmingsplan voorziet in een regeling om de bouw van vier nieuwe woningen en de aanleg van nieuwe natuur mogelijk te maken. In onderstaande illustraties wordt het plan verbeeld. De teksten en illustraties zijn afkomstig uit het beeldkwaliteitplan dat door Eelerwoude is opgesteld. De ruimtelijke ambitie van het plan is om een integrale meerwaarde te leveren aan de kwaliteit van de bestaande dorpsrand en het beekdal van de Essche Stroom. Het beeldkwaliteitplan is als bijlage bijgevoegd. 10

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Locatie kavels Door de woningen direct langs de Postelstraat te realiseren ontstaat een afronding van de dorpskern. De woningen worden vanaf de Postelstraat door middel van bruggetjes over de te behouden watergang ontsloten. Zichten De woningen worden gesitueerd te midden van een ruime groene setting, waardoor op 2 plekken vanaf de Postelstraat zichtlijnen naar het beekdal behouden blijven. Wandelroutes Enkele wandelpaden worden aangelegd die vanaf de Postelstraat toegang geven tot het beekdal. Deze paden sluiten aan op reeds aanwezige paden in de omgeving, waardoor ommetjes ontstaan.

Illustratie van de beoogde nieuwe situatie. Bron; Beeldkwaliteitplan Postelstraat, Esch. Eelerwoude Beeldkwaliteit Voor de vormgeving van de woningen wordt aangesloten bij het dorpse karakter van de Postelstraat. De woningen krijgen een traditionele uitstraling en bestaan uit één laag met een kap.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

11

Enkele referentiebeelden voor de beoogde nieuwe bebouwing. Bron; Beeldkwaliteitplan Postelstraat, Esch. Eelerwoude

12

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Groenblauwe inrichting De omliggende gronden worden heringericht door de ontwikkeling van nieuwe natuur en aanleg van landschapselementen. Voor de inrichting wordt nauw aangesloten bij de historische karakteristiek met elzensingels, knotwilgen en een afwisseling tussen nat en droger grasland. Hierdoor ontstaat een kleinschalig en divers natuurlijk grasland, als invulling van de ecologische verbindingszone langs de Essche Stroom. Ter hoogte van de erven worden beukenhagen, hoogstamboomgaarden en andere solitairen aangeplant, zoals de okkernoot. De iepen langs de Postelstraat blijven allen behouden. Op deze manier worden de nieuwe woningen en omliggende gronden onderdeel van de overgang van het dorp naar het beekdal. Onderstaande foto’s en montages geven een goed beeld van de betekenis van de beoogde ontwikkeling in combinatie met de aanleg van natuur voor de omgeving. De bovenste foto is het zicht op de huidige dorpsrand van Esch gezien vanaf de locatie. De foto daaronder is de ontwikkeling en natuuraanleg gemonteerd.

Illustratie van de huidige en beoogde situatie. Bron; Beeldkwaliteitplan Postelstraat, Esch. Eelerwoude BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

13

Onderstaande illustraties geven een beeld op het bestaande en beoogde zicht op de locatie vanaf de Postelstraat.

Illustratie van de huidige en beoogde situatie. Bron; Beeldkwaliteitplan Postelstraat, Esch. Eelerwoude

14

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeentes krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. Op 13 maart 2012 is de SVIR in werking getreden. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: - de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; - de bereikbaarheid verbeteren; - zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is tot nu toe gedeeltelijk vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. De beoogde ontwikkeling valt niet onder één van de nationale belangen. Het nationaal beleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. De beoogde ontwikkeling is een lokale aangelegenheid waarbij de omgeving wordt aangevuld met natuurlijke waarden door de aanleg van natuur. Er zijn geen nationale belangen in het geding. In de SVIR worden geen uitspraken op dit schaalniveau gedaan. De ontwikkeling is daarom passend binnen het rijksbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen.

In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: - rijksvaarwegen; - mainportontwikkeling Rotterdam; - kustfundament; - grote rivieren; - Waddenzee en waddengebied; - Defensie - hoofdwegen en landelijke spoorwegen - elektriciteitsvoorziening; - buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

15

-

Natuur Netwerk Nederland; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Geen van de nationale belangen heeft betrekking op het project. Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe woningen mogelijk maken, de treden van deze ladder doorlopen moeten worden. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro gaat in op duurzame verstedelijking en luidt als volgt: Lid 2.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt in het Bro de de daarop berustende bepalingen onder stedelijke ontwikkeling verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om met toepassing van de regeling ruimte-voor-ruimte vier nieuwe woningen buiten bestaand stedelijk gebied te realiseren. Volgens de Nota van Toelichting bij het Bro worden ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals de Ruimte-voor-Ruimteregelingen, niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. De regeling is er namelijk voor bedoeld om sanering van intensieve veehouderij elders in het buitengebied te realiseren. Er is daarom geen sprake van een “stedelijke ontwikkeling” zoals op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt verstaan. Toetsing aan de ladder zoals dat in lid 2 is bepaald is daarom niet aan de orde. Toepassing van de Ladder is daarom niet aan de orde. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de nieuwe ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wel moet worden onderbouwd.

De onderbouwing voor de behoefte en de regionale afstemming is opgenomen in paragraaf 4.3 (volkshuisvesting) van deze toelichting.

4.2

Provinciaal beleid

Brabantse Omgevingsvisie Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de Provincie Noord-Brabant reeds haar Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingswet heeft onder ander als doel om de overzichtelijkheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht te verbeteren. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. In de Brabantse Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur (energie). De basis is dat deze elementen in balans zijn en blijven bij ruimtelijke transities. Draagvlak en draagkracht zijn hierbij belangrijke aspecten. De Brabantse Omgevingsvisie bestaat uit zeven hoofdstukken. 16

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

In hoofdstuk 5 staat beschreven wat de kernwaarden zijn voor het handelen van de Provincie. Hierin wordt onder andere verwoord dat de Provincie gaat voor meerwaarde-creatie. Dit betekent dat uitdrukkelijk gekeken wordt naar de effecten van ontwikkelingen op sociale inclusiviteit, veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De beoogde ontwikkeling betreft een goede bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit doordat de woningen op een passende wijze stedenbouwkundig en landschappelijk zijn ingepast. Bovendien wordt door middel van ruimte voor ruimte een bijdrage geleverd aan de verbetering van de leefomgeving door aankoop van bestaande milieurechten van bestaande veehouderijen. De beoogde ontwikkeling past binnen de kernwaarden voor het handelen van de Provincie. Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. Provinciale Staten hebben deze op 1 oktober 2010 vastgesteld. De Structuurvisie RO kent een partiële herziening 2014. Deze partiële herziening is op 19 maart 2014 in werking getreden. Hierin wordt geconstateerd dat dé grote uitdaging voor Noord-Brabant is om het (hoog)stedelijk gebied verder te ontwikkelen tot een krachtig netwerk en tegelijkertijd de groene en blauwe waarden van Noord-Brabant te versterken.

De nabijheid van stad en land en de karakteristieke afwisseling tussen stad en land zijn daarbij belangrijke kwaliteiten die bijdragen aan een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat in NoordBrabant. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem. Met aandacht voor hoogwaterbescherming, droogte, biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen. Met aandacht voor cultuurhistorische waarden en de leefbaarheid van kleine kernen. En een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied, met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Met aandacht voor sterke regionale economische clusters, (inter-)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie vindt het belangrijk dat er in Noord-Brabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied. In het landelijk gebied bieden vitale kernen landelijke en meer kleinschalige woon- en werkmilieus. Ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen zijn gericht op de eigen behoefte.

De structuurvisie is opgebouwd uit twee delen en een uitwerking. In het eerste deel, Deel A, is de kern van de visie van de provincie op de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant opgenomen. Deel B van de structuurvisie 'Ruimtelijke structuren' beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uit werkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: Groenblauwe structuur, Landelijk gebied, Stedelijke structuur en Infrastructuur. In de structuren staat hoe de provincie aankijkt tegen de ontwikkeling van functies.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

17

Uitsnede “Structurenkaart” Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl Het plangebied ligt in de Groenblauwe structuur en de Stedelijke structuur. De Structuurvisie zegt daarover het volgende: Groenblauwe structuur De groenblauwe structuur omvat de samenhangende gebieden in Noord-Brabant, waaronder de ecologische hoofdstructuur, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. De structuur bestaat voornamelijk uit beken en andere waterlopen en uit bos- en natuurgebieden. Daarnaast liggen ook gebieden met een andere functie (zoals agrarisch of recreatie) binnen de groenblauwe structuur, als die gebieden van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties. Behoud en ontwikkeling van natuurwaarden in én buiten natuurgebieden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Niet alleen voor een goed waterbeheer (waaronder hoogwaterbescherming en waterberging) maar ook voor de ontwikkeling van de natuur. De structuur is de groenblauwe ruggengraat van het landschap; deze dooradert zowel het landelijk gebied als stedelijk gebied van Noord-Brabant. De groenblauwe structuur in het Brabantse landschap is wezenlijk voor de aantrekkelijkheid van zowel het stedelijke netwerk als het agrarische cultuurlandschap van Noord-Brabant.

De structuur is van belang voor een goede, aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving in Noord-Brabant. De (historische) landgoederen binnen de groenblauwe structuur vormen een bijzondere categorie vanwege de verweven doelstellingen voor natuur, cultuurhistorie, landbouw en recreatie. Het deel van het plangebied tussen de vier nieuwe woningen en de Essche Stroom wordt ingericht als nieuwe natuur en geschikt gemaakt voor de opvang van water. Stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De verschillen tussen de (middel)grote steden, suburbane kernen, dorpen en plattelandskernen, zowel in ruimtelijk, sociaal als economisch opzicht, zijn een belangrijke kwaliteit van Brabant. 18

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

De vijf grote steden Tilburg, Breda, 's-Hertogenbosch, Eindhoven en Helmond, zijn met de omliggende suburbane gebieden uitgegroeid tot de brandpunten van de verstedelijking in Noord-Brabant. Hier wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgaven opgevangen. Samen vormen zij het stedelijk netwerk BrabantStad. De groene geledingszones tussen de steden en (suburbane) kernen verbinden de steden met het omliggende landelijke gebied en vervullen een belangrijke rol als stedelijk uitloopgebied. Ook dat is een belangrijke kwaliteit van de stedelijke structuur in Brabant. De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van vier nieuwe woningen die op een passende wijze zijn opgenomen in een nog aan te leggen nieuw landschap en natuur. Een deel van de verstedelijkingsopgave met bijzonder aandacht voor het verduurzamen van een groene geledingszone wordt op een passend wijze vormgegeven. De beoogde ontwikkeling voldoet daarmee aan de ruimtelijke ambities zoals gesteld in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. Regels met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen heeft de provincie vastgelegd in de Verordening Ruimte. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving.

Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. Er heeft voor de Interim verordening geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moeten worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening.

De Interim omgevingsverordening is digitaal. Dit betekent dat alle regels gekoppeld zijn aan een op een digitale kaart weergegeven werkingsgebied. Door op een willekeurig punt in de kaart te klikken, kan iemand zien welke regels op die plek gelden. Op dit moment werkt alleen de Verordening ruimte (zie eerder in deze paragraaf) volgens een dergelijk systeem. De overige verordeningen werken (waar nodig) met een verwijzing naar aangewezen gebieden op (kaart)bijlagen bij de regels. In hoofdstuk 3 zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Hierin staan de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte. De instructieregels uit hoofdstuk 3 gelden niet alleen voor bestemmingsplannen, maar bijvoorbeeld ook voor beheersverordeningen en uitvoeringsbesluiten.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

19

Instructieregels voor het plangebied Voor het plangebied gelden de instructieregels aan gemeente die overeenkomen met de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit zoals die ook in de Verordening ruimte gelden: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Met de beoogde ontwikkeling is sprake van een landschappelijke inpassing waarbij rekening is gehouden met omgevingskwaliteiten en structuren in het gebied. Hierdoor is vormgegeven aan de lagenbenadering en is sprake van een meerwaardecreatie. Doordat sprake is van twee ruimte-voorruimte kavels wordt een bijdrage geleverd aan de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen elders in de provincie en een verbetering van de omgevingskwaliteit in algemene zin. Op basis van kaart 6 voor gemeenten – basiskaart landelijk gebied is duidelijk dat het plangebied is gelegen in het gebied met thema “landelijk gebied” en “groenblauwe mantel”. Hiervoor geldt dat nieuwe woningen niet zijn toegestaan. Echter artikel 3.80 biedt een uitzondering als het gaat om de bestemming van ruimte-voor-ruimte kavels. Aan de voorwaarden genoemd in dit artikel wordt voldaan en er is sprake van een goede landschappelijke inpassing die in de regels is verzekerd. Artikel 3.80 Ruimte-voor-ruimte 1.

Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meer ruimte-voorruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning indien: a. er sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. 2. Een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst als bedoeld in het eerste lid betekent dat per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen de aanduiding Gebied beperkingen veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d.

er tenminste 1000 m2 bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m2 op iedere beëindigingslocatie; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten als bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu op iedere beëindigingslocatie is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op iedere beëindigingslocatie waarbij in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen is uitgesloten; i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de veehouderij.

20

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

3. In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel indien deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. 4. Het bepaalde in het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld; Ten aanzien van de bouw van vier nieuwe ruimte-voor-ruimte woningen in de Groenblauwe mantel is nog het volgende bepaald dat vanuit de aanduiding “Regionale waterberging” is vastgesteld dat een nieuwe ontwikkeling binnen deze aanduiding geen negatieve gevolgen mag hebben op het waterbergend vermogen van het gebied. Bij de onderbouwing van deze plannen moet onderbouwd worden hoe de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft, dit wordt voor voorliggende ontwikkeling in paragraaf 5.3 (water) nader uitgewerkt en beschreven. Bevordering ruimtelijke kwaliteit De omgevingsverordening heeft ten aanzien van de locatie verder bepaald dat voldaan moet worden aan de algemene beginselen ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit.

In artikel 3.5 uit de omgevingsverordening is beschreven dat voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving rekening moet worden gehouden met: a. Zorgvuldig ruimtegebruik b. De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering c. Meerwaardecreatie Artikel 3.8 heeft bepaald dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap deel kan uitmaken van de meerwaardecreatie. De ontwikkeling gaat gepaard met een landschappelijke inpassing en daarmee een kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze landschappelijke inpassing van de woningen is verzekerd in de regels van het bestemmingsplan. Doordat de realisatie en instandhouding van de beoogde nieuwe natuur in het landschapsplan als voorwaarde aan het gebruik van de bestemming verplicht is gesteld in de regels is een goede landschappelijke inpassing verzekerd. De overige onderwerpen uit de Interim Omgevingsverordening zijn niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Daarmee voldoet de beoogde ontwikkeling aan de Interim Omgevingsverordening.

4.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Haaren 2013 De gemeente Haaren is een groene gemeente. Dit groene karakter wil ze graag behouden. Tegelijkertijd wil de gemeente haar ogen niet sluiten voor ontwikkelingen. De gemeente Haaren wenst daarom de ruimtevraag in zijn geheel te bekijken en daar een allesomvattend beleid voor hebben. Deze visie heeft zijn beslag gekregen in de Structuurvisie Haaren die op 20 januari 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze structuurvisie is de concretisering van de abstracte doelen zoals verwoord in de in 2011 vastgestelde Toekomstvisie Haaren.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

21

Ruimte voor ruimte In de structuurvisie zijn regels opgenomen voor Ruimte-voor-ruimte ontwikkelingen in het buitengebied. De gemeente Haaren hanteert ruimere kaders voor het toepassen van de ruimte-voor-ruimte regeling dan de provincie voorschrijft in haar Verordening Ruimte. De gemeente Haaren wil de ‘ruimte voor ruimte regeling’ toepassen als zich daartoe een initiatief aandient. Daarbij hanteert de gemeente als uitgangspunt dat bebouwingsconcentraties ten behoeve van de realisatie van ruimte voor ruimte woningen niet door middel van vooraf vastgelegde ‘zonering’ worden onderscheiden. De gemeente vindt het aanwijzen van bebouwingsconcentraties (zones) niet in het belang van initiatiefnemers, omdat het doel is dat ruimte voor ruimte woningen ter plaatse goed landschappelijk worden ingepast. Dit criterium is verstrekkender dan bouwen aan deze of gene zijde van een grens. De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast door middel van de aanleg van nieuwe natuur. De beoogde ontwikkeling past binnen de ambities zoals verwoord in de structuurvisie. Kwaliteitsmenu Beekdal Essche Stroom De Essche Stroom stroomt aan de noordzijde van Esch. Hermeandering en waterberging zijn hier de belangrijkste ruimtelijke opgaven.

De ruimtelijke karakteristieken, kwaliteiten en ambities worden in het kwaliteitsmenu benoemd: • Breed laaggelegen beekdal met waterlopen haaks op de beek; • Oevers gedeeltelijk uitgevoerd als dijken met rijen populieren; • Enkele bospercelen (populieren), oude houtwallen, singels en lanen als kleinschalige landschapselementen; • Bebouwing enkel aan de randen van het beekdal, onder andere de dorpskern Esch en de Belversestraat als onderdeel van de Belverse Akkers en Weiden; • Ontwikkelingen in het gebied zijn gericht op beekherstel, hermeandering en waterberging met natuurvriendelijke oevers als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. Bovenstaande ambities zijn in het inrichtingsplan voor de ontwikkeling verwerkt waardoor voldaan wordt aan het gestelde in de structuurvisie. Groenstructuurplan In het groenstructuurplan wordt een visie voor de groenstructuur van de gemeente Haaren neergezet. Een aantal onderdelen van deze visie zijn ook van belang voor de beoogde ontwikkeling aan de Postelstraat; • Het dorp Esch dient een kleinschalig en dorps aanzicht te hebben vanuit het landschap; • Er moet een functionele toegankelijkheid zijn van het buitengebied vanuit de bebouwde kom; • Er wordt gestreefd naar een overgang van een landschappelijke en meer natuurlijke beplanting aan de buitenrand van het dorp naar een stedelijke beplantingstypologie in de wijk.

Deze onderdelen van het groenstructuurplan zijn in het inrichtingsplan verwerkt. Zo is er bijvoorbeeld rekening gehouden met de gedeeltelijke toegankelijkheid van de nieuwe natuur voor wandelaars.

Woonvisie Haaren 2017-2021 “Van Wensen naar Wonen” De gemeente Haaren is een aantrekkelijke, leefbare en groene gemeente. De vorige woonvisie ‘Jouw kruiwagen naar mooi wonen’ is vastgesteld in 2011. Sindsdien hebben zich op de woningmarkt, mede onder invloed van de herziene Woningwet, de nodige ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen vragen een actuele visie op het wonen in Haaren. Om die reden is de woonvisie geactualiseerd. De Woonvisie Haaren 2017-2021 geeft de visie voor de komende vijf jaren weer.

22

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Nieuwbouw en woningbouwprogrammering De beoogde ontwikkeling is de uitwerking en invulling van reeds geprognotiseerde woningbouw. De woonvisie beschrijft het volgende ten aanzien van de woningbouwprogrammering; “De huishoudensontwikkeling is een goede voorspeller van de woningvraag. Het bedienen van de huishoudensgroei van +/- 350 huishoudens, vergt een toevoeging van gemiddeld 60 woningen per jaar tot en met 2022. Op de lange termijn stabiliseert de huishoudensomvang, waarna ook deze langzaam terugloopt. Dit vraagt een zorgvuldige afweging rond nieuwbouw, woningen staan er namelijk voor een lange periode. Als het gaat om woningbouwplanning- en programmering maakt Haaren onderdeel uit van de regio Noordoost-Brabant. Met de provincie en de regiogemeenten maakt zij afspraken over het toe te voegen woningaanbod. Daarnaast hebben de gemeente en de provincie in 2008 een overeenkomst gesloten waarin zij aanvullende afspraken hebben gemaakt over toe te voegen plancapaciteit en het aantal te ontwikkelen woningen tot 2020. Dit leidde tot een ‘plus’ op de regionale aantallen. Na het verstrijken van de termijnen uit de overeenkomst wordt teruggevallen op de prognoses van de provincie. Binnen de bestaande plancapaciteit zijn de toegestane aantallen nagenoeg ingevuld.

Dit is vastgelegd in ‘harde’ en ‘zachte’ plancapaciteit, waarbinnen plannen voor toevoeging van woningen in verschillende segmenten (huur/koop) en prijsklassen (goedkoop/middelduur/duur) zijn opgenomen. Er is nog maar (zeer) beperkte ruimte voor nieuwe plannen.” De plannen zijn reeds opgenomen in de prognoses en zijn afgestemd met de provincie doordat het de aankoop van reeds in de prognoses opgenomen RvR-titels betreft. Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing Het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing is een nadere uitwerking van de randvoorwaarden uit de Structuurvisie Haaren bij nieuwe bedrijfsmatige activiteiten in vrijkomende agrarische bebouwing. De structuurvisie Haaren benoemd ook de mogelijkheid om onder strikte voorwaarden nieuwe woningen toe te voegen. Dit kan ook een optie zijn bij vrijkomende agrarische bebouwing maar daarvoor biedt dit beleid geen mogelijkheden. Hiervoor gelden namelijk op grond van het provinciale beleid zoals vastgelegd in de “Verordening Ruimte” al strikte regels. De beoogde nieuwe woningen worden gerealiseerd middels de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titels. Er is geen sprake van vrijkomende agrarische bebouwing. De relatie tot het provinciaal beleid is beschreven in paragraaf 4.2.

Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Haaren Daarnaast heeft dit beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing een relatie met de regeling “Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Haaren” omdat hier de verplichting tot sloop en eventueel de verdere verplichte investering in kwaliteitsverbetering van het landschap is uitgewerkt. Ook zijn de beleidsuitgangspunten van dit beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing toepasbaar op vergelijkbare ontwikkelingen op andere locaties in het buitengebied, zoals locaties waar nu sprake is van een woonbestemming of een bedrijfsbestemming. De regeling heeft voor de realisatie van Ruimte voor ruimte woningen bepaald dat ze een ontwikkeling betreft van de eerste categorie. Voor deze categorie is geen inpassing of tegenprestatie nodig. De aankoop van de titel helpt de sanering van intensieve veehouderij op locaties waar ze niet ruimtelijke inpasbaar is te financieren. Op grond van de wijze waarop door de gemeente Haaren invulling is gegeven aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit is er geen extra inpassing of tegenprestatie nodig.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

23

Voor de provinciale eis om verzekeren dat de nieuwe woningen goed landschappelijk worden ingepast is in de regels geregeld dat de nieuwe natuur zoals verbeeld in het landschapsplan wordt aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden.

24

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 5 Milieuhygiënische aspecten 5.1

en

planologische

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid, landschap en ruimtelijke ordening. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de beoogde ontwikkeling. De milieukwaliteit vormt dan ook een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de milieuhygiënische en overige planologische aspecten. Indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De eventuele onderzoeksrapportages zijn separate bijlagen bij de toelichting. In deze toelichting zijn de samenvattingen en conclusies opgenomen.

5.2

Parkeren en ontsluiting

De gemeente Haaren streeft naar een evenwichtige balans tussen parkeervraag en -aanbod waarbij aan de parkeerbehoefte van diverse doelgroepen (bewoners, bezoekers en bedrijven) zoveel mogelijk wordt voldaan, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid in de wijk en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Hiervoor hanteert de gemeente Haaren de normen uit de publicatie CROW, kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. Deze publicatie is uitgangspunt voor het parkeerbeleid binnen de gemeente en is gehanteerd bij het samenstellen van de parkeerbalans. Parkeerbehoefte Voor de beoogde realisatie van de vier nieuwe woningen, speelt de vraag wat ze aan parkeerbehoefte met zich meebrengen en op welke wijze deze parkeervraag kan worden ingepast. Uitgangspunt daarbij is dat deze ruimtebehoefte in principe op het eigen terrein, dus niet in de openbare ruimte wordt opgevangen. Met behulp van de rekentool van het CROW is bepaald dat de locatie is gelegen in de zone “buitengebied” en dat de stedelijkheidsgraad voor Haaren is bepaald op “niet stedelijk”. Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen De rekentool berekent een benodigd aantal parkeerplaatsen voor de vier woningen van minimaal 8 en maximaal 12 parkeerplaatsen. Per woning betekent dit minimaal 2 en maximaal 3 parkeerplaatsen. De percelen van de nieuwe woningen zijn groot.

Het is daarom aannemelijk dat er voldoende gelegenheid is om op eigen terrein te kunnen voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning zal getoetst worden of voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt ingepast. Het voldoen aan de actuele parkeernormen is voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Ontsluiting De woningen worden direct ontsloten op de Postelstraat. Met behulp van de rekentool, parkeren en verkeersgeneratie van het CROW is de verkeersgeneratie berekend. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt 32 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Dit aantal is gering in verhouding tot de bestaande motorvoertuigbewegingen op de bestaande weg. Geconcludeerd worden dat de capaciteit van de omliggende wegen voldoende is om de verkeersgeneratie van 4 nieuwe woningen op te kunnen vangen. Het aspect “parkeren” en “ontsluiting” is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

25

5.3

Water

In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond, middels een hydrologisch onderzoek, dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Sinds juli 2003 is de watertoets wettelijk verankerd in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening. Het besluit verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in de toelichting van alle ruimtelijke plannen. Ten aanzien van het beleid rond- en om water is het met name van belang of de wijzigingen een effect kunnen hebben op de hydrologische situatie. Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hun keuren geharmoniseerd, Keur 2015. Daarnaast zijn de algemene regels vastgelegd binnen de “Algemene regels waterschap De Dommel”. De beleidsregels aanvullend op de Keur zijn verder vastgelegd binnen de “Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater”. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn; minder dan 2.000 m², tussen de 2.000 m² en 10.000 m² en meer dan 10.000 m².

Aanvullend op de beleidsregels is het stuk “Hydrologische uitgangspunten bij de keurregel voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen”. Het bovenstaande resulteert in een voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. Hergebruik 2. Vasthouden 3. Bergen en afvoeren 4. Afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. Afvoeren naar de riolering Vanuit de Algemene Regel is er geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening of infiltratievoorziening bij een verhardingstoename kleiner dan 2000 m2. Met de beoogde bouw van de vier woningen is er sprake van een toename van de verharding. Bovendien zijn de gronden binnen de projectlocatie mede bedoeld voor waterberging en het behoud en herstel van het watersysteem. Wat de beoogde ontwikkeling betekent voor de waterhuishouding en de ambities van Waterschap met betrekking tot de regionale waterberging is beschreven in deze waterparagraaf. Herinrichting Essche Stroom Waterschap de Dommel werkt aan plannen om het stroomgebied van de Essche Stroom robuuster en veiliger te maken.

26

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

De Essche Stroom krijgt een natuurlijke loop met een smallere bedding en meer kronkels waardoor ze sneller zal stromen en bochten gaat uitschuren. In de winters vult de beek in bepaalde stukken de gehele beekbedding. Allerlei soorten vissen kunnen vanuit ’s-Hertogenbosch naar Oisterwijk (en terug) zwemmen zonder last te ondervinden van onnatuurlijke barrières. Kleine en grote dieren verplaatsen zich ongehinderd over de natuurlijk ingerichte oevers van de Essche Stroom. Langs de beek wordt hiervoor een brede zone ingericht waar verschillende diersoorten en ruimte krijgen om te migreren tussen de al bestaande natuurgebieden. Als onderdeel van het robuuste natuursysteem wordt achter de basisschool nieuwe natuur gerealiseerd. Het waterschap is van plan een waterontdekplek te realiseren naast de st. Willibrordus basisschool. Dit wordt een plek waar kinderen in contact kunnen komen met het water. Om de veiligheid ten tijde van hoogwater te garanderen wordt de waterkering langs het dorp Esch verbeterd. Ter plaatse van het plangebied wordt het dijklichaam langs de Essche stroom verhoogd en verbreed.

Plannen van het waterschap met in rood de projectlocatie. Bron; Beeldkwaliteitplan Postelstraat, Esch. Eelerwoude Regionaal waterbergingsgebied Op basis van de Watertoetskaart is bepaald dat de projectlocatie is gelegen in een “beekdal”. Ook is de locatie aangeduid als een “Natuurlijk overstromingsgebied”. Deze terreinen dienen als natuurlijk overstromingsgebied, in tijden van hoog water op een natuurlijke wijze te kunnen overstromen om zo een bijdrage te kunnen leveren aan de regionale waterberging. Het plangebied is gesitueerd in een waterbergingsgebied. De ontwikkeling van de woningen zal een afname tot gevolg hebben van het waterbergend vermogen. In afstemming met het waterschap zijn onderstaande uitgangspunten vastgesteld om de opgave tot compensatie waterberging te berekenen. • Het maximaal waterpeil binnen waterbergingsgebied bedraagt 5.30 meter +NAP. De ophoging van het plangebied onder dit peil moet gecompenseerd worden; • Voor de bouwkavels wordt aangesloten bij het peil van de Postelstraat, namelijk 5,85 meter +NAP; BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

27

• •

De compensatie van het waterbergend vermogen moet plaatsvinden boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Voor het bepalen van de GHG is de wateratlas gebruikt. Met behulp van het Alegemeen hoogtebestand Nederland (AHN) is een hoogteprofiel van het huidige maaiveld gegenereerd.

Als gevolg van de benodigde ophoging voor de bouw van de vier nieuwe woningen zal ter plaatse van de nieuwe kavels het waterbergend vermogen met 0,26 meter per m2 afnemen. De oppervlakte van dit vlak bedraagt 3.500m2. De totale afname bedraagt 0,26m x 3500m2 = 910m3.

Illustratie met daarin de zone waar het waterbergend vermogen zal afnemen en het zoekgebied voor waterberging. Bron; Beeldkwaliteitplan Postelstraat, Esch. Eelerwoude Deze benodigde capaciteit wordt als onderdeel van de natuurontwikkeling langs de Essche Stroom binnen het plangebied gecompenseerd. In onderstaand dwarsprofiel is in blauw het vlak aangeduid dat hiervoor beschikbaar is. Mede gelet op de omvang van het gebied dat hiervoor beschikbaar is blijkt dat hier binnen het plangebied voldoende mogelijkheden voor zijn.

Onderdeel van het profiel gelegen ter plaatse van het zoekgebied compensatie waterberging. Bron; Beeldkwaliteitplan Postelstraat, Esch. Eelerwoude. 28

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Doordat het plan over voldoende ruimte beschikt voor de berging van water, wordt voldaan aan de ambities van het Waterschap. De dubbelbestemming “Waterstaat – Waterberging” uit het bestemmingsplan zal in deze planherziening overeenkomstig het “zoekgebied compensatie waterberging” worden opgenomen. Voor de beoogde kavels wordt deze dubbelbestemming verwijderd. In de regels is een verplichting opgenomen om de afname van de bergingscapaciteit van 910 m3 als gevolg van de terreinophoging voor de kavels in het plangebied te realiseren. Huidige en toekomstige situatie van de planlocatie De toename van de verharding heeft ook invloed op de waterhuishouding. Voor de toekomstige verharding zijn reële aannames gedaan. Door de planontwikkeling met 4 woningen en het deels verharden van het terrein met terreinverharding neemt het verhard oppervlak ten opzichte van de oorspronkelijke situatie toe. Met de beoogde ontwikkeling neemt het verhard oppervlak met circa 1.600 m2 toe. Onderstaande tabel geeft inzicht in de huidige en toekomstige verharding. Op basis van de Keur Verdeling verhard oppervlak Oppervlaktes

Huidig m2

Toekomstig m2

Daken

0

1000 m2 (250 m2 per perceel)

Terrein verharding

0

600 m2 (150 m2 per perceel)

Hemelwater Voor de toekomstige verharding zijn ruime aannames gedaan. Door de planontwikkeling met 4 woningen neemt het verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie met 1.600 m2 toe Voor 1.600 m2 aan nieuw verhard oppervlak kan worden bepaald wat de hoeveelheid hemelwater is waarvoor de voorkeursvolgorde kan worden doorlopen. Op basis van de Themakaart Keur van het waterschap zal 60 mm moeten worden gecompenseerd per m2 verharding. Er geldt gevoeligheidsfactor “1”. Voor het hemelwater moet een berging van 96 m3 (1600 x 0,06 x 1) worden aangelegd. Omdat de verhardingstoename kleiner is dan 2000 m2; Vanuit de Algemene Regel is er geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening of infiltratievoorziening echter gezien de ambities van Waterschap en de gemeente Haaren voor realisatie van een robuust watersysteem is het streven een lokale bergings/ infiltratievoorziening aan te leggen voor de opvang van hemelwater afkomstig van het toekomstig dakvlak/ verharding. Gezien de omvang van het plangebied is de verwachting dat de benodigde 96 m3 gemakkelijk kan worden geborgen. Afstroming naar de achterliggende gronden kan hierin worden meegenomen. Mocht het nodig zijn ook het hemelwater als gevolg van de verhardingstoename op het terrein te bufferen dan biedt het zoekgebied voor waterberging hiervoor voldoende capaciteit.

Materiaalgebruik Afkoppeling van de neerslag afkomstig van de verharde oppervlakken is goed mogelijk bij nieuwbouw. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag vanuit het plangebied rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal gescheiden van het afvalwater worden aangeboden. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

29

Toe te passen duurzame materialen: • Hellende daken: dakpannen van beton of keramisch materiaal. • Platte daken: beton of bekleed met EPDM-rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. • Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink alle gecoat. • Ontsluitingspaden/ wegen/ terrassen; voorzien van niet-uitloogbare materialen of betonproducten. Afvalwater Het afvalwater zal gescheiden van het hemelwater worden aangeboden. Het aspect “water” is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.4

Natuur

Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is er de Wet natuurbescherming. Deze wet heeft 3 wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. De uitvoering van de Wet Natuurbeheer ligt bij de Provincie. Natuuronderzoek Ten behoeve van de ontwikkeling is een natuuronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek “Toetsing Wet natuurbescherming” dd 6 februari 2018 is in zijn geheel toegevoegd aan dit bestemmingsplan. De conclusie luidt als volgt; “Conclusie beschermde soorten Het plangebied biedt een potentieel habitat voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte en uitgebreide veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en eenmalig veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling en voor enkele soorten zonder deze vrijstelling. Voor veel soorten maakt het plangebied onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soort. Dit betreft echter geen essentieel onderdeel en is ook na de ontwikkeling nog steeds voorhanden als leefgebied.

Verblijfplaatsen van beschermde soorten zijn echter niet te verwachten door het ongeschikte aanwezige biotoop, zoals de steenmarter. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn niet aanwezig. Dit is echter niet van toepassing op broedvogels. Voor deze soorten geldt het onderstaande. In tabel 1 is een samenvatting gegeven van deze resultaten. • Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. • In het kader van de zorgplicht is het nodig om de drooggevallen sloten voorafgaand aan de werkzaamheden te controleren op aanwezige amfibieën en/of voortplantingsindicatoren. Een andere maatregel is het werken buiten de kwetsbare periode van 15 november t/m 15 maart. Wanneer er individuen worden aangetroffen tijdens de uitvoering is het raadzaam een ecologisch deskundige te raadplegen. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

30

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Conclusie bescherming gebieden In de directe omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de gebiedsbescherming Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Conclusie bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Uitvoerbaarheid van de plannen Op basis van de beschreven ruimtelijke ontwikkelingen en mits rekening gehouden wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijzen staat de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen niet in de weg”. Stikstofdepositie Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=970cdd44-c3ff-4ab6-a710-4229e59b4101