CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte gemeente Boxtel.pdf

Raadsvergadering Boxtel 21 december 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: TransitieVisie Warmte gemeente Boxtel (reg nr 1276261)17.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zij zullen tussen nu en 2050, zoveel mogelijk op natuurlijke momenten de overstap maken, dit doen zij door hun gebouw geschikt te maken voor verwarmen met lage temperatuur. Het is van belang om de overstap naar elektrische warmtepompen stapsgewijs te doen. Ten eerste omdat er nog innovaties worden verwacht, zoals warmteopslag in de woning, en warmtepompen die nog steeds efficiënter worden. Daarnaast zijn dit vaak relatief nieuwe dorpen of wijken waar gasleidingen nog niet zijn afgeschreven. Bovendien is de klimaatwinst in deze dorpen of wijken beperkt omdat deze al vrij goed geïsoleerd zijn. Wanneer gebouweigenaren overstappen naar elektrische warmtepompen zal uiteindelijk het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. De netbeheerder houdt in de gaten wanneer dit nodig is, en zij kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment uit om het elektriciteitsnet te

24

verzwaren, bij voorkeur op een moment dat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk zijn. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.5 Besparen en warmteoptie later herijken Wat? In deze dorpen of wijken is de uiteindelijke warmteoptie nog onduidelijk. Dat komt omdat de kosten voor verschillende warmteopties dichtbij elkaar liggen en het optimale alternatief nader moet worden onderzocht. Bij de (minimaal) vijfjaarlijkse herijking van de TVW kan de warmteoptie dan opnieuw worden vastgesteld. Dat betekent niet dat we in deze dorpen of wijken niet kunnen beginnen. Ook in deze dorpen of wijken kunnen we starten met besparen door woningen transitiegereed te maken en over te stappen naar hybride warmtepompen als tussenoplossing. En voor kleinere deelgebieden binnen de wijk of het dorp kunnen lokaal al wel kansen voor aardgasvrij worden verkend als de gebouwde omgeving zich daarvoor leent (zoals de samenwerkingsgebieden voor een warmtenet, beschreven in 4.2.1). Waar? Dit transitiepad zien we terugkomen in het centrum, noord en oost van de kern Boxtel. Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze dorpen of wijken starten met het overstappen op hybride warmtepompen als tussenoplossing.

Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.6 Warmteopties voor bijzondere gebieden Wat? In de gebouwde omgeving zijn verschillende gebieden met een warmtevraag die afwijkt van bestaande woonwijken. Voor deze gebieden geldt dat per type gebied moet worden bekeken welke warmteoptie optimaal is. We onderscheiden de volgende bijzondere gebieden: •

•

Bedrijventerreinen: voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is. Gebiedsontwikkeling: Op gebiedsontwikkelingslocaties ligt de keuze voor de duurzame warmteoptie vaak nog open. Bij vrijwel alle nieuwe woningbouw zal een elektrische warmtepomp de meest logische keus zijn. Alleen bij locaties waar in korte tijd veel woningen in hoge dichtheden worden gebouwd is het logisch om een collectieve oplossing zoals een warmtenet of bronnet te onderzoeken.

Waar? Op Ladonk (kern Boxtel) en Daasdonk (kern Liempde), maar ook in diverse kleinere deelgebieden vinden we bedrijfspanden en utiliteit. Nieuwbouwontwikkeling Heem van Selis8 wordt helemaal energieneutraal ontwikkeld. Verder gaat het om enkele kleinere inbreidingsontwikkelingen. Hoe? Voor bedrijventerreinen en gebiedsontwikkelingslocaties geldt dat een gebiedsgerichte aanpak logisch is om voor die locatie de optimale warmteoptie te kiezen en ontwikkelen. In alle gevallen is er namelijk maar sprake van één of enkele eigenaren of ontwikkelaars. De gemeente kan een rol spelen om deze eigenaren, samen met andere belanghebbenden en marktpartijen, te helpen met een aanpak om te komen tot de overstap

8 Zie voor meer informatie: https://www.boxtel.nl/projecten/boxtel-bouwt/heem-van-selis

25

naar aardgasvrij. Dat kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een uitvoeringsplan.

4.7 De transitiekaart voor Boxtel 4.7.1 Hoe is de transitiekaart tot stand gekomen? De transitiekaart is tot stand gekomen op basis van een vergelijkende analyse en zorgvuldige afwegingen per dorp of wijk, waarbij onze uitgangspunten leidend zijn geweest: •

Een vergelijkende analyse van drie verschillende modelstudies waarmee we inzicht hebben gekregen in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties per dorp of wijk.

•

Als dorps- of wijkgrenzen zijn de dorps- en wijkgrenzen aangenomen zoals het CBS die hanteert. Omdat die grenzen niet altijd logisch of herkenbaar zijn, hebben we daarbovenop gebieden gemarkeerd waar de gebouwde omgeving afwijkt van de rest van het dorp of de wijk, en waar dus ook een ander transitiepad gevolgd zal worden.

•

Lokale omstandigheden in overleg met de betrokken partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over plannen over renovaties, de ruimte in de ondergrond en gebiedsontwikkelingen.

4.7.2 Wat betekent de transitiekaart? De transitiekaart laat zien welk transitiepad we in welk dorp of welke wijk doorlopen. Zoals eerder aangegeven beschrijft de TVW de hoofdlijnen van het transitiepad en is het nog geen definitief besluit voor een bepaalde warmteoptie per dorp of wijk. Wel biedt de transitiekaart een richtlijn waarmee we als gemeente stappen kunnen zetten: •

Op basis van de transitiekaart kunnen we per dorp of wijk duidelijkheid geven aan gebouweigenaren over welke maatregelen zij moeten nemen voor hun gebouw. Die maatregelen zijn in deze TVW al op hoofdlijnen beschreven.

•

Met de transitiekaart kunnen we uitvoeringsplannen voor dorpen en wijken gaan opstellen. Daarin worden zaken zoals techniek, betaalbaarheid en uitvoering voor een dorp of wijk duidelijk.

•

De transitiekaart opent het gesprek voor de gemeente en haar partners, zoals de woningcorporaties, inwonerscollectieven en netbeheerders. De gemeente kan de transitiekaart gebruiken als onderbouwing om bepaalde initiatieven van partners te steunen.

•

De transitiekaart biedt een onderbouwing voor het gebruik van nieuwe regels en middelen die de gemeente ontvangt van de Rijksoverheid. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat de gemeente tijdens de nieuwe kabinetsperiode instrumenten voor warmtenetten in de bestaande bouw.

4.7.3 Tot welk eindbeeld leidt de transitiekaart? Nu maken we in bijna de hele gemeente nog gebruik van aardgasverwarming. In 2050 hebben we te maken verschillende warmteopties die gebruik maken van duurzame elektriciteit, duurzaam gas en lokale, duurzame warmtebronnen. Wij hebben uitgerekend hoeveel energie onze mix van warmteopties in 2050 zal gebruiken op jaarbasis. Daarbij hebben we gekeken naar het hele energiegebruik in de gebouwde omgeving, dus verwarming, koeling, apparaten, licht en elektrisch koken bij elkaar. Om te beginnen zien we dat we in de toekomst veel minder energie gaan gebruiken in de gebouwde omgeving. Dat komt vooral omdat we gaan isoleren. Daarnaast zien we dat we veel minder gas gaan gebruiken. Dat komt omdat we verwachten dat duurzaam gas schaars zal blijven en we dus onze gasvraag zo klein mogelijk moeten maken. In de toekomst gebruiken we alleen nog duurzaam gas voor de piekvoorziening van warmtenetten en voor hybride warmtepompen. We zien dat ons elektriciteitsverbruik zal toenemen. Dat komt vooral omdat we op verschillende plekken in de gemeente gebruik zullen maken van warmtepompen. Voor de levering van schone elektriciteit en gas zullen we afhankelijk zijn van de verduurzaming van de landelijke elektriciteits- en gasvoorziening, omdat we daarvoor een nationale infrastructuur hebben.

4.7.4 Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in Boxtel aardgasvrij te verwarmen. Alle dorpen en wijken zullen hier dus op den duur mee aan

26

de slag moeten, daarom hebben alle dorpen en wijken een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de kaart, is dat de (tussen)stappen en de snelheid en intensiteit daarvan, sterk kunnen wisselen, en dat een transitiepad een proces beschrijft en niet een moment waarop de schop in de grond gaat. Concrete stappen zoals een dorp- of wijkaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de TVW. Dat wil niet zeggen dat er nog niks moet en kan gebeuren. Gemeentebreed zijn energie besparen en het transitiegereed maken van gebouwen de eerste stappen richting aardgasvrij. Dat zal bij voorkeur gebeuren op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of als de CV-ketel aan vervanging toe is, en als dat haalbaar en betaalbaar is voor de gebouweigenaar. Het doel van de TVW en de transitiekaart is om inzicht te bieden in de richting voor de komende jaren.

Figuur 6: De transitiekaart van gemeente Boxtel. Een grotere afbeelding is te vinden in bijlage 3

27

28

5 Stappen richting uitvoering De warmtetransitie voeren we niet van de ene op de andere dag uit. Het gaat niet alleen om veranderingen in en aan gebouwen en infrastructuur. Er zijn ook energiebronnen nodig en er komen investeringen bij kijken. De transitie vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met inwoners, gebouweigenaren, het bedrijfsleven en overheden. Het vraagt ook om een andere manier van werken binnen de gemeentelijke organisatie. Het gaat om meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van individuele stakeholders. Een belangrijke rol is het coördineren van de (samenhang tussen) specifieke projecten en opgaven. Anderzijds gaat het om het opzetten van een samenwerking, uitvoeringsstrategie, communicatie & participatie en financiering. Daar is een gestructureerde aanpak en sturing voor nodig. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk staan de eerste stappen richting uitvoering beschreven.

5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk In hoofdstuk 4 hebben we al gezien dat elk transitiepad een eigen route en aanpak heeft. Op hoofdlijnen maken we onderscheid tussen een gebiedsgerichte aanpak en een doelgroepenaanpak. 5.1.1 Gebiedsgerichte aanpak: kansgebied en twee samenwerkingsgebieden Kansgebied voor 2025: Boxtel Oost – Brederodeweg: Voor de appartementengebouwen van JOOST en de utiliteitsgebouwen rondom de Brederodeweg zien we mogelijkheden voor een lokaal warmtenet. In de komende twee jaar willen we dit kansgebied verder verkennen. Als daaruit blijkt dat er goede haalbaarheid is voor alle betrokken partijen kan al voor 2025 een belangrijke eerste stap gezet worden richting een aardgasvrij Boxtel. Vanwege het vervangingsmoment van de cv’s zal een verkenning in 2022-2023 gedaan worden. Samenwerkingsgebieden na 2025: Boxtel Noord en Centrum: op basis van de ervaringen in Boxtel Oost kijken we in de komende jaren mee hoe we later (na 2025) de warmtetransitie in Centrum en Noord kunnen vormgeven.

29

Blokaanpak voor gespikkeld bezit In Boxtel zien we op een aantal plaatsen 'gespikkeld bezit': een woonblok of appartement met een onregelmatige spreiding van woningcorporatiebezit en particulier bezit. Vanwege het zelfde woningtype vragen deze woningen om een vergelijkbare verduurzamingsaanpak. Dat brengt financiële en bouwtechnische voordelen met zicht mee. Door aanpak en planning aan te laten sluiten op de keuzes in de warmtetransitie en planningen van andere partijen, kunnen onnodige (extra) kosten en verbouwingen worden voorkomen. Een uitdaging ligt in het meekrijgen van particulieren. Mogelijk hebben zij recent al hun dak geïsoleerd, is de ketel onlangs vervangen, of zijn ze (voorlopig) niet bereid te investeren in hun woning. Een aanpak die is gericht op deze beweegredenen en de juiste (financiële) middelen om samen met een woningcorporatie te verduurzamen kan helpen om 'bloksgewijs' het gespikkeld bezit te verduurzamen. Verder vraagt het gespikkelde bezit tussen 1950 en 1965 extra aandacht bij de planvorming omdat deze woningen op meerdere vlakken misschien niet meer voldoen aan deze tijd en vraagt het een te forse investering waardoor andere scenario’s zoals herstructurering ook een mogelijke optie zijn.

Vanuit de meerjarenafspraken tussen de gemeente en de actieve woningcorporaties in Boxtel is afgesproken dat deze partijen als werkgroep minimaal vier keer per jaar samenkomen om input te leveren op visievorming rondom warmte en duurzaamheid. Vanuit de projectgroep van de TVW is inbreng geleverd op de visie. Maar deze projectgroep (of een kleinere werkgroep met de woningcorporaties en de gemeente) kan ook dienen voor het verder uitwerken van de aanpak, afhankelijk van de wensen en het woningbezit per woningcorporatie.

De verdere verkenning van de gebieden betekent niet dat morgen de schop in de grond gaat. De komende periode is juist bedoeld om de verdere haalbaarheid te onderzoeken, in eerste instantie voor de Brederodeweg. Maar ook om inwoners intensiever te gaan betrekken en de bereidheid voor aansluiting te peilen. En de samenhang met andere

vraagstukken in het gebied te bepalen zoals de planningen van Enexis rondom het gasnet. We bekijken het stap voor stap en evalueren tussentijds of er voldoende grond en draagvlak is om haalbare en betaalbare oplossingen te realiseren. In paragraaf 5.5.2 gaan we nader in op de vervolgstappen.

Uitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welk duurzaam alternatief deze gebieden overgaan. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Het uitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatieaanpak en/of het alternatief voor aardgas voor het gebied te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties. Bron: Rijksoverheid (2021), Programma aardgasvrije wijken. https://aardgasvrijewijken.nl/themas/regieenorganisatie/uitvoeringsplan/wat+is +een+uitvoeringsplan/default.aspx

5.1.2 Doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen Een gebiedsgerichte aanpak is zinvol als inwoners of ondernemers binnen afzienbare tijd gezamenlijk stappen richting aardgasvrij zetten in een dorp, wijk of bedrijventerrein. Dat is het geval bij een collectieve oplossing zoals een warmtenet. Maar als het gaat om individuele oplossingen zoals isolatie of een (hybride) warmtepomp, zullen inwoners of ondernemers vaak hun eigen tempo willen aanhouden. De keuzemomenten zijn afhankelijk van natuurlijke momenten, zoals een verhuizing, renovatie of als de CV-ketel aan vervanging toe is. Er is dan geen duidelijke gebiedsgebonden motivator om een gebouweigenaar te betrekken en verleiden voor een overstap. Zowel gemeente, stakeholders als inwoners van de wijk gaan kansen creëren of grijpen wanneer deze zich voordoen.

30

Dat heeft als voordeel dat we breder kunnen kijken dan een dorp of wijk en gemeentebreed kunnen informeren, motiveren en faciliteren voor een stap richting aardgasvrij. In deze fase wordt een realisatieplan opgezet waarbij nagedacht wordt over aspecten zoals de rol van de gemeente en worden de technische en financiële contouren zichtbaar. Daarnaast kan er onderscheid gemaakt worden in de verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar zoals we eerder in de tabel op pagina 18 hebben gezien. Want per doelgroep zal de meest haalbare en betaalbare oplossing anders zijn. En daarmee ook de informatiebehoefte, de ondersteuningsbehoefte en de partijen die hen kunnen helpen. De komende tijd werken we de doelgroepenaanpak verder uit voor: 1. Een aanpak besparen en transitiegereed 2. Een aanpak hybride en volledige warmtepompen 3. Een langlopende communicatie- en activatiecampagne In de eerste twee acties draait het om het activeren en motiveren van inwoners om van start te gaan met de transitie in hun woning. In de laatste actie is de doelgroep in feite de hele gemeente, met als doel het blijvend informeren en betrekken van inwoners en organisaties. Dit moet de basis zijn voor de verdere stappen in de warmtetransitie de komende jaren. Hier gaan we in paragraaf 5.5 verder op in.

Een verdere uitwerking van deze stappen hangt samen met de manier waarop we de komende jaren de warmtetransitie verder gaan organiseren.

Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om te sturen op het daadwerkelijk nemen van maatregelen. De gemeente stimuleert dit wel. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken. Met de juiste boodschap en middelen willen we deze doelgroepen informeren, motiveren en faciliteren om toch de stappen te gaan zetten. Hoe we inwoners daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2. Uit de verschillende informatieavonden met inwoners blijkt dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Men wil vooral beter inzicht krijgen in welke maatregelen men moet nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn.

5.2 Hoe gaan we het samen organiseren? Samenwerken met inwoners en organisaties De transitie naar duurzaam en aardgasvrij verwarmen vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met al die partijen én met onze buurgemeenten. Het naast elkaar uitvoeren van projecten of het afstemmen van planningen is niet genoeg. Er ligt ook een stevige uitdaging op het gebied van communicatie, participatie en financiering. En dat alles in de wetenschap dat de warmtetransitie een opgave is waarvan we nog niet exact weten hoe die gaat lopen. Deze aspecten vragen om een actieve en flexibele sturing, gericht op het verbinden van alle betrokkenen en het benutten van alle aanwezige kennis en kunde in Boxtel. De gemeente is regisseur van de warmtetransitie en zal als vervolg op deze transitievisie met de belangrijkste organisaties structureel afstemmen en afspraken maken om de ambities te kunnen realiseren. Deze TVW beschrijft een voorstel voor verdere samenwerking en organisatie, die als vervolg op de visie verder uitgewerkt moet worden in samenspraak met de belangrijkste stakeholders.

Voorstel voor samenwerkingsstructuur We stellen een structuur voor die enerzijds aansluit op bestaande structuren (RES NOB en Omgevingswet) en anderzijds een systematische aanpak moet waarborgen. Vanuit een centraal strategisch transitieteam kunnen programmalijnen en werk-/projectgroepen uitgezet worden. Deze werkgroepen staan in dienst van het prettig wonen, werken en leven, en een integrale (gebieds)benadering waar verschillende thema’s en opgaven samenkomen. Waar mogelijk zoeken zij naar slimme koppelingen wanneer dat wenselijk is. Het voorstel is dat het projectteam met stakeholders voor het opstellen van de TVW de basis vormt van het centrale strategisch transitieteam. Met betrekking tot de programmalijnen maken we onderscheid tussen een gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak. Daarnaast staat communicatie & participatie centraal in elke aanpak. Dit wordt nader toegelicht.

Samenwerkingsplatform De projectgroep voor de TVW zou de basis voor een ‘samenwerkingsplatform’ kunnen worden, specifiek voor de uitvoering. Dit moet gezien worden als een strategisch transitieteam. De samenwerking

31

tussen betrokken stakeholders is van structurele aard met een specifiek doel: de uitvoering van de warmtetransitie voor gezond, comfortabel en betaalbaar wonen en werken. Binnen deze groep worden de hoofdlijnen voor het vervolg van de TVW op strategisch niveau uitgewerkt en uitgezet in programmalijnen en werkgroepen (of entiteiten). Hierbij wordt de integraliteit en afstemming gewaarborgd. Binnen de groep staat gelijkwaardigheid tussen 'vrijwilligers' en professionals centraal. Partijen hebben immers de wil tot samenwerking, maar ook het besef dat we hetzelfde doel nastreven, namelijk een duurzaam, toekomstbestendig Boxtel. Het samenwerkingsplatform zou kunnen bestaan uit partijen die reeds betrokken zijn bij de TWV, waarbij de gemeente initiatiefnemer is en daarmee een trekkersrol/ voorzittersrol inneemt. Hierbij is het belangrijk te bepalen wie vanuit de gemeente deelneemt aan het platform om ook de verbinding binnen de gemeentelijke organisatie te kunnen waarborgen. In goed overleg kunnen nieuwe partijen aansluiten bij dit samenwerkingsplatform. Het samenwerkingsplatform kan het tempo van de warmtetransitie ten opzichte van de doelstellingen rondom CO2-reductie monitoren en periodiek evalueren. Op basis daarvan moet er indien nodig bijgesteld worden met meer kansgebieden, capaciteit en middelen.

Loket Voor bewoners en ondernemers die interesse hebben in of vragen hebben over verduurzaming, moet er in Boxtel een duidelijk aanspreekpunt zijn. Daarvoor willen we de samenwerking met het regionaal energieloket Brabant Woont Slim inzetten. Dit is het energieloket voor 15 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant. Brabant Woont Slim wijst inwoners van de aangesloten gemeenten, waaronder Boxtel, de weg naar comfortabeler, voordeliger én groener wonen. Dat doen zij door te adviseren bij het verduurzamen van hun woning. Brabant Woon Slim werkt samen met lokale energiecoöperaties en bedrijven. De website voor Brabant Woont Slim voorziet in informatie en advies voor bijvoorbeeld energiebesparing, koeling, warmtepompen, subsidies en financiering. Bewoners en bedrijven kunnen ook geïnformeerd worden over andere thema’s zoals klimaatadaptatie en welzijn.

samenwerkingsstructuur, de onderlinge samenwerking, rolverdeling en de aanpak.

Programmalijn gemeentebrede aanpak Uit de verschillende transitiepaden voor Boxtel blijkt dat besparing en aardgasvrij ready maken van gebouwen de belangrijkste stap is naar aardgasvrij/ comfortabele huisvesting. Vervolgens zien we dat in meerdere dorpen en wijken in Boxtel, een individuele oplossing zoals een hybride of volledige warmtepomp de volgende stap is. In Boxtel Noord en rondom Brederodeweg zijn kansen voor een lokaal warmtenet. Dit is een opgave die niet alleen op gebiedsniveau, maar ook gemeentebreed benaderd moet worden. Voor gemeentebrede maatregelen wordt daarom een afzonderlijke programmalijn ingericht. Dit kan worden uitgesplitst in verschillende thema’s of doelgroepen. Hiervoor zal het samenwerkingsplatform het initiatief nemen voor het opstellen van uitvoeringsplannen (plan van aanpak) die verder worden uitgewerkt in werkgroepen. Afhankelijk van de vergelijkbaarheid qua opgave en thema, kan dat eventueel in samenwerking of afstemming met buurgemeenten Vught en Sint-Michielsgestel.

Gemeentelijke rollen Afhankelijk van de opgave en wensen van betrokken stakeholders zal de wijze van betrokkenheid van de gemeente moeten worden bepaald. Dit kan per situatie verschillen. De gemeente kan verschillende rollen innemen. De belangrijkste rollen zijn: passief, faciliterend, activerend, samenwerkend en risicodragend. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat zij voor de gehele warmtetransitie een coördinerende rol inneemt en daarmee regisseur is van de warmtetransitie. Daarbij blijft dat initiatieven vanuit de samenleving zoveel mogelijk worden gefaciliteerd. In gevallen dat initiatieven tot stilstand komen, kal de gemeente waar mogelijk en nodig een reikende hand kunnen bieden door een actievere rol. Voor de warmtetransitie in Boxtel is op basis van de relevante transitiepaden de volgende rollen van de gemedente gedefinieerd: •

32

Gemeentebrede regierol: De gemeente heeft als ‘voorzitter’ van het samenwerkingsplatform de regierol in het bewaken van de voorgang van de warmtetransitie als onderdeel van de verduurzamingsopgave in Boxtel. Dat kan enerzijds door het tussentijds monitoren van de tussendoelen richting de eindambitie, bijvoorbeeld in termen van CO2-reductie of aantallen woningen aardgasvrij. Anderzijds door het evalueren van de

•

Initiatieven samenleving: in deze situatie zal de gemeenteinitiatieven van eigenaren, bewoners of ondernemers faciliteren. De regie, keuze en oplossingen liggen deels bij de initiatiefnemers. De gemeente zal waar nodig ondersteuning bieden door bijvoorbeeld te informeren, vergaderruimten ter beschikking te stellen, procesgeld ter beschikking stellen of juist partijen te verbinden. Het kan hier gaan om zowel individuele als gebiedsgerichte initiatieven. De gemeente stelt hierover eerst een kader op waarin voor iedereen duidelijk wordt wanneer initiatieven groen licht krijgen voor ondersteuning en samenwerking. Onderdeel daarvan zal onder andere een inspanningsverplichting zijn om gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen in de betreffende initiatieven. Dit kan opgenomen worden in de actualisatie van de duurzaamheidsvisie.

•

Stimulering van individuele kansen: de gemeente neemt de regie door het geven van voorkeursoplossingen, het stimuleren van standaardisatie in samenwerking met markt en stakeholders en hierover actief te informeren. Denk bijvoorbeeld aan een gestandaardiseerde aanpak voor energiebesparing van woningen uit een bepaalde bouwperiode in een wijk. De uiteindelijke keuze

•

blijft in deze situatie altijd bij de bewoners of ondernemers zelf.

Terugblik inwonersavond 15 juni 2021

Gebiedsgerichte regie gemeente: in deze situatie gaat het voornamelijk om een gebiedsgerichte aanpak waarbij een centrale rol vanuit de gemeente wenselijk is voor bijvoorbeeld het overzicht, voortgang en risicoverdeling. Denk bijvoorbeeld aan wijken die eventueel in aanmerking komen voor een warmtenet. Keuzes worden hierbij op gebiedsniveau gemaakt. Individuele bijdragen worden daarbij door de gemeente georganiseerd en gecoördineerd voor gebiedsgerichte keuzes. Voor dekking van financiële tekorten zal hoofdzakelijk naar Rijksmiddelen worden gezocht.

Op 15 juni 2021 vond de inwonersavond in Boxtel plaats. Deelnemers konden hun reactie geven op de visie en de transitiekaart. Over het algemeen waren deelnemers positief; het is goed dat de gemeente met het onderwerp aan de slag is gegaan. Ze missen echter de concrete informatie. Er is grote behoefte aan duidelijkheid, bijvoorbeeld over de kosten en over het aanvragen van subsidies. Inwoners hebben behoefte aan persoonlijk advies op maat. Zo vertelde een deelnemer: “huizen in het buitengebied zijn erg divers, het is onduidelijk hoe wij moeten beginnen”. Over het algemeen waren deelnemers erg bereid om mee te werken aan de warmtetransitie, de grote vraag vanuit hun kant is alleen ‘hoe?’.

5.3 Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? De warmtetransitie, en andere maatschappelijke opgaven, hebben directe impact op de leefomgeving van onze inwoners en ondernemers. Daarnaast is het ook aan vastgoedeigenaren om te investeren in een duurzaamheid. We betrekken daarom buurtbewoners bij het maken van de uitvoeringsplannen. Er is oog voor zowel bewoners met een sterke intrinsieke drijfveer, maar ook doelgroepen die veel minder betrokken zijn bij deze opgave of aversie hebben tegen de overheid. Het zoeken naar de juiste verbindingen is daarom belangrijk. Een passende participatie en communicatiestrategie is essentieel voor deze transitie en zal ondersteunend zijn aan de twee programmalijnen: gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak. Kortom, het betreft maatwerk. Vanuit het samenwerkingsplatform zal het initiatief worden genomen voor participatie en communicatie. Hierbij maken we duidelijk onderscheid tussen communicatie en participatie. Bij communicatie gaat het in feite om blijvend in gesprek te zijn met bewoners, bedrijven en organisaties over de (notie van) verduurzaming van de leefomgeving. Op deze manier blijven we de boodschap onder de aandacht brengen. Ook geven we uitleg waarom we een duurzaam Boxtel willen en kunnen we antwoord geven op vragen van inwoners. Dit is zowel op gemeente- als op gebiedsniveau.

Communicatie op gebiedsniveau is meer maatwerk met betrekking tot de opgaven of initiatieven in een specifiek dorp of specifieke wijk. Het vormt dan ook onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak. Participatie gaat voornamelijk over het betrekken van inwoners, ondernemers en organisaties om mee te denken of te doen door

33

Energiebesparing in Boxtel: tips van inwoners •

Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Inwoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren;

•

Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen;

•

Zorg voor gezamenlijke inkoopacties, zo krijg je makkelijker een grote groep mee;

•

Focus voor nu op de early adapters, zij kunnen als voorbeeld dienen voor anderen

•

Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: inwoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn;

•

Ondersteuning en begeleiding voor VVE’s;

•

Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en leningen die beschikbaar komen;

•

Grijp de isolatie opgave als kans om lokale ondernemers te betrekken en lokaal werkgelegenheid te creëren.

uitnodigingen tot deelname aan bijvoorbeeld informatieavonden of werksessies. Gemeentebreed moet er een participatiestrategie komen waarin de kaders worden beschreven over wanneer inwoners op welke manier kunnen en mogen meedenken (inwonersparticipatie). Maar ook wanneer de gemeente op welke manier bereid is te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie). De daadwerkelijke uitvoer van deze participatie zal op dorp- en wijkniveau plaatsvinden. Voor zowel communicatie als participatie maken we op hoofdlijnen onderscheid in drie doelgroepen: • • •

Alle inwoners en organisaties gemeentebreed Ondernemers en bedrijven gemeentebreed Inwoners van en stakeholders in startwijken: gebiedsgerichte aanpak

De gemeente maakt hiervoor zoveel mogelijk gebruik van bestaande communicatie- en participatiemiddelen. Communicatie met inwoners is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Het onderwerp leeft onder inwoners, omdat de bijbehorende werkzaamheden en aanpassingen zich voor een deel achter de voordeur afspelen. Met het opstellen van een heldere communicatiestrategie en een communicatieaanpak zetten we de eerste stappen voor een succesvolle samenwerking met onze inwoners. Daarom zetten we in op de volgende punten: • •

• •

Communiceren (periodiek) over het nut en de noodzaak van de warmtetransitie en specifiek over isoleren via verschillende kanalen; Inwoners die aan de slag willen voorzien van objectieve, heldere en toegankelijke informatie. Zoals informatie over handelingsperspectieven op de gemeentelijke website of via het loket; Zelf inwoners actief benaderen op basis van een doelgroepenaanpak; De warmtetransitie koppelen met opgaven en thema’s die spelen in specifieke wijken en dorpen als er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak met koppelkansen;

9 In bijlage 1 treft u een overzicht van financieringsinstrumenten en initiatieven die

reeds in de gemeente worden uitgerold. Leningen die genoemd zijn, zijn niet

34

•

•

Communiceren (periodiek) over het proces dat plaatsvindt over de verschillende stappen die worden gezet in de warmtetransitie. Waar vervolgstappen in de transitie voorzien worden, deze vroegtijdig communiceren; Inspirerende voorbeelden delen.

Hoe dichterbij we bij de uitvoering komen, hoe concreter de plannen worden en hoe belangrijker de inbreng van inwoners wordt om mee te denken en beslissen in de planvorming voor hun wijk of dorp. We zullen daarom een participatiestrategie opstellen waarin kaders staan over wanneer inwoners op welke manier kunnen en mogen meedenken (inwonersparticipatie). Andersom gaan ook steeds meer initiatieven vanuit inwoners en organisaties ontstaan waarbij een samenwerking met de gemeente gezocht wordt. De participatiestrategie moet daarom ook laten zien op welke manier wij bereid zijn te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie).

5.3 Hoe gaan we het financieren? Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen in de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties. We willen samen met partners de bestaande financiële instrumenten voor alle inwoners in Boxtel inzichtelijk en toegankelijk maken. Waar mogelijk bouwen we bestaande instrumenten uit of ontwikkelen we nieuwe instrumenten, passend bij de aanpak. In bijlage 1 is een overzicht te vinden van de huidige financieringsmiddelen. Boxtel kent een duurzaamheidslening, RRE en RREW acties. Daarnaast willen we Boxtel-breed inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.9 Tijdens de inwonersavond is duidelijk naar voren gekomen dat gebouweigenaren willen weten van welke middelen ze gebruik kunnen

allemaal op dit moment actief. Mogelijk worden er nieuwe rondes waarin deze leningen worden vrijgegeven uitgeschreven.

maken om maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er werd een duidelijke behoefte geuit aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is. Wij hechten eraan dat informatie duidelijk en centraal te vinden is, in plaats van versnipperd.

5.4 Gemeentelijke invulling: gemeentelijke rol en capaciteit 5.4.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord wordt de gemeente als regisseur bestempeld in de warmtetransitie. We zullen deze regierol invulling geven door het verdere proces van de warmtetransitie in onze gemeente te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. We zien ons daarin vooral als ‘voorzitter’ van het gesprek en hebben een belangrijke uitvoerende rol met ons eigen bezit in de gemeente. Maar we zien partijen als JOOST, energiecorporatie Boxtel, waterschappen en Enexis als netbeheerder als voorwaardige partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. We zien voor de gemeente een belangrijke rol in het vertalen van de aanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Boxtel. We zijn aanspreekpunt voor onze inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, zie we hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2. Als gemeente werken we dus aanpakken en middelen uit met Vught en Sint-Michielsgestel. We zorgen ook dat inzichten daar weer naar terugvloeien.

Dat kunnen lessen zijn uit gebiedsgerichte projecten waar andere gemeenten gebruik van kunnen maken. Maar ook monitoringsresultaten om gezamenlijk met andere gemeenten de provinciale voortgang van de warmtetransitie accuraat te blijven volgen en waar nodig de strategie bij te sturen. In RES verband wordt deze

10 Rapport in het kader van art. 2-onderzoek Klimaatakkoord in opdracht van de Raad voor het

Openbaar Bestuur. AEF, 2020.

35

monitoring vormgegeven. De ambitie is 3PJ duurzame warmte regionaal op te wekken in 2030.

5.4.2 Gemeentelijke capaciteit De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om een grotere inzet van de gemeentelijke organisatie. Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 - 203010 laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het Klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. Onderstaande tabel geeft per gemeentelijke taak de capaciteitsinschatting uit het rapport, voor de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie inclusief energiebesparing). Doordat Boxtel en SintMichielsgestel ambtelijk samenwerken, kan hier winst op gehaald worden. Gemeente Boxtel valt in de categorie kleine gemeenten (<40.000 inwoners). Onderstaande tabel laat zien dat voor een gemeente als Boxtel, vanaf 2022 capaciteitsinzet van minimaal twee fte wordt verwacht voor het realiseren de warmtetransitie gemeentebreed. Daar bovenop komt nog extra capaciteit per dorp of wijk waar een wijkaanpak (uitvoeringsplan) wordt opgesteld. Boxtel en Sint-Michielsgestel werken ambtelijk samen, waardoor winst gehaald kan worden in de inzet van FTE voor beide gemeenten samen.

uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Deze samenhang heeft geen plek in bovenstaande tabel.

Gemeentelijke taken

Klein

Middel

G40

Uitvoeringsplan – planfase

0,8 – 1,1

0,9 – 1,4

1,2 – 1,8

fte per per jaar per wijk

Uitvoeringsplan – uitvoeringsfase

1,7 – 2,1

1,9 – 2,4

1,9 – 2,4

fte per jaar per wijk

Totaal

Hangt af van aantal uitvoeringsplannen

Samenwerking corporaties & VVE’s

0,3 – 0,4

0,6 – 0,9

1,4 – 2,1

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

fte per jaar

Beperkt

Gemeentebrede communicatie incl. energieloket

0,9 – 1,1

1,8 – 2,2

3,8 – 4,6

fte per jaar

Verduurzamen eigen vastgoed

0,1 – 0,2

0,5

0,75 – 1,25

fte per jaar

Verduurzamen maatschappelijk vastgoed

0,3 – 0,5

0,5 – 0,7

1,1 – 1,5

fte per jaar

Verduurzamen overige utiliteitsbouw

0,3

0,5

0,75

fte per jaar

Monitoren en herijken TVW

0,25

0,3 – 0,5

1– 1,5

fte per jaar

Totaal

2,15 – 2,75

4,2 – 5,3

8,8 – 11,7

fte per jaar

5.5 Actieagenda: stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar Om de stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar te zetten, is het allereerst van belang om de organisatie van de samenwerking vorm te geven. Hier ligt een regierol voor de gemeente Boxtel in samenwerking met Sint-Michielsgestel en Vught. Randvoorwaarde daarvoor is dat er voldoende capaciteit en financiële middelen beschikbaar zijn om de samenwerking tot stand te brengen. Ambtelijk werken Boxtel & SintMichielsgestel al samen. Ook binnen de RES werken de gemeenten al samen. Voor de acties tot 2022 kan voorzien worden vanuit het huidige budget. Voor de periode daarna is aanvullend budget nodig. 5.5.1 Samenwerking en organisatie Allereerst is het van belang de hierboven genoemde samenwerkingsorganisatie vorm te geven. Het initiatief hiervoor ligt bij de gemeente Boxtel in samenwerking met Vught en Sint-Michielsgestel. De eerstvolgende vervolgstappen voor de gemeente Boxtel zijn: -

Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt dus sterk af van het aantal uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Wanneer we in Boxtel met uitvoeringsplannen starten, hangt sterk af van landelijke randvoorwaarden. Daarnaast is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave, zoals eerder aangestipt. In de planvorming en

36

Ten behoeve van 2022 en de daaropvolgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de organisatie nodig. Deze opschaling wordt naar verwachting mogelijk gemaakt door een ophoging van het gemeentefonds. In 2021 werken wij dit organisatievraagstuk uit en bereiden wij een intensiveringsvoorstel voor. Vanzelfsprekend hebben wij hierbij ook oog voor de brede (financiële) context waarin onze gemeente zich begeeft.

Samenwerking met de verschillende samenwerkingspartners voortzetten, door reguliere bijeenkomsten (minimaal één keer in de twee maanden) te organiseren waarin de vervolgstappen (zowel doelgroep- als gebiedsgericht) verder worden uitgewerkt. Dit noemen we het transitieteam warmte. De huidige deelnemers van de projectgroep TVW bepalen samen met welke externe partijen de tafel moet worden uitgebreid (denk bijvoorbeeld aan ondernemersverenigingen of wijkraden). De gemeente Boxtel heeft een regierol in deze samenwerking en is verantwoordelijk voor het in gezamenlijkheid benoemen van de verschillende taken

en rollen. Die taken en rollen worden na vaststelling van de TVW bepaald;

(4) inventarisatie inpassing leidingwerk en warmtenet installaties in de openbare ruimte

-

Opstellen van een participatie- en communicatiestrategie;

(5) vergelijking met individuele alternatieven per gebouw

-

Opstellen van een isolatieaanpak en omschrijving van de te nemen stappen richting aardgasvrij met een (hybride)warmtepomp;

(6) bevestiging haalbaarheid bron en WKO.

-

Gemeente overstijgende constructies verkennen voor financiering (in samenwerking met Vught, Sint-Michielsgestel en de provincie Noord-Brabant);

-

Monitoringscyclus opzetten samen met alle gemeenten binnen de RES Noordoost Brabant, waarin de stappen richting uitvoering (waaronder financiering en capaciteit) van de warmtetransitie tweejaarlijks geëvalueerd worden. Bovendien biedt dit de mogelijkheid van elkaar te leren.

5.5.2 Gebiedsgerichte aanpak Om te komen tot een gedetailleerdere planning voor wijken en dorpen is het nodig dat gemeente Boxtel het initiatief neemt om in 2022 - 2023 te komen tot een verkenning voor de uitvoeringsplannen. In de uitvoeringsplannen werken de samenwerkingspartijen (gemeente, JOOST, energiecorporatie Boxtel, de waterschappen en Enexis) samen met bewoners en gebouweigenaren.

(7) afstemming van overige planningen in de openbare ruimte en de ondergrond, zoals de planningen van Enexis om het gasnet te vervangen

Als bovenstaande punten geen blokkades opleveren kan het kansgebied concreet gemaakt worden en een uitvoeringsplan opgesteld worden met veel oog voor draagvlak bij eigenaren en huurders. 5.5.3 Doelgroepenaanpak: betrokkenheid van VVE’s, inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren Een participatie- en communicatieplatform in de vorm van een online website (dit kan ook een gemeente pagina zijn) helpt om laagdrempelig informatie over de warmtetransitie in Boxtel beschikbaar te maken. Een eerste stap is onderstaande informatie te delen en inzichtelijk te maken: -

Dit platform biedt duidelijkheid over de mogelijke voor individuele maatregelen die gebouweigenaren kunnen nemen (isolatie en andere aanpakken om transitiegereed te worden). De aanpak voor isolatie wordt opgesteld door het transitieteam warmte. Bovendien biedt het platform een overzicht van in te zetten middelen, zoals rekentools, woningscans, (digitale)loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen.

-

Vanuit het platform kan ook verwezen worden naar Brabant Woont Slim. Op het platform staan voorbeelden uit de praktijk, van early adopters en besparingsambassadeur die al verder zijn met het nemen van maatregelen. Zij zijn een voorbeeld voor de andere gebouweigenaren.

-

Maken van een overzicht van de VVE’s in de gemeente, zodat zij ook van elkaar kunnen leren. Het transitieteam warmte deelt informatie specifiek voor VVE’s. Hetzelfde geldt voor bedrijven en eigenaren van bedrijventerreinen.

We gaan het kansgebied Brederodeweg in de komende twee jaar onderzoeken op haalbaarheid en concreet uitwerken en bevestigen. Belangrijke onderzoekspunten zijn: (1) financiering en exploitatie opzet (wie betaalt en wie voert uit) (2) breed betrekken van eigenaren en huurders in het gebied, zowel van de corporatiewoningen als van de utiliteitsgebouwen. We zien hier een nauwe samenwerking tussen de gemeente en woonstichting JOOST voor verdere uitwerking van een participatie- en communicatieaanpak (3) haalbaarheid van aanpassingen aan de woningen (o.a. isolatie, HR++ glas, inpassing leidingen) om de woningen transitiegereed te maken

37

•

Het is ook belangrijk op het platform informatie te delen over de voortgang van de warmtetransitie. Denk aan communicatie over collectieve inkoopacties, subsidies en leningen.

de resultaten van de gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak gericht op isolatie, hybride warmtepompen en kleine collectieve oplossingen, alsmede voortschrijdend inzicht bij andere gemeenten

•

Los van het participatie- en communicatieplatform, is het van belang dat de gemeentelijke website continu up to date is en een verwijzing heeft naar het participatie- en communicatieplatform. Het is ook mogelijk het participatie- en communicatieplatform onderdeel te maken van de gemeentelijke website.

de beschikbaarheid en toekomstige rol voor waterstof en groen gas in de gebouwde omgeving. Dit is met name van belang voor de rol van hybride warmtepompen: eindbeeld bij goede beschikbaarheid waterstof of tussenstap naar all-electric bij matige beschikbaarheid.

•

aanvullend landelijk beleid en landelijke ontwikkelingen voor de betaalbaarheid van de warmtetransitie

•

aanvullend landelijk beleid voor de taken en bevoegdheden van de gemeente, bijvoorbeeld met betrekking tot de Omgevingswet, de Wet Collectieve Warmtevoorziening en de taken met bijbehorende bevoegdheden voor de gemeente.

-

Delen welke financieringsconstructies er zijn met daarbij een verwijzing naar de juiste partijen en potjes.

-

Om aandacht te vragen voor het online platform, gaan de leden van het transitieteam warmte na het opstellen van het onlineplatform de wijken en dorpen in om de informatie te delen. Dit kan in aansluiting op gesprekken die al plaatsvinden en in samenwerking met scholen en andere wijk- en buurtplatforms, zoals culturele instellingen. Bijvoorbeeld gesprekken over klimaatadaptatie, welzijn of andere onderwerpen over de leefomgeving.

5.5.4 Evaluatie en monitoring Om ervoor te zorgen dat we op koers blijven om de doelen voor de warmtetransitie te behalen, gaan we evalueren en monitoren. Zo houden we zicht op de bijdrage aan de landelijke klimaatdoelen. Het voornemen is om de monitoring jaarlijks op te maken met een beknopte kwantitatieve (check op de doelstellingen) en kwalitatieve evaluatie (check door middel van gesprekken en interviews met samenwerkingspartners) van het bestaande beleid, de samenwerking en de aanpak. De TVW wordt uiterlijk in 2025 geactualiseerd. Het draagvlak bij inwoners voor de warmtetransitie is een belangrijke graadmeter. De gemeente zal regelmatig een enquête organiseren voor inwoners. Inzichten hieruit dragen bij aan de verdere professionalisering van de aanpak en zullen richting bieden bij de actualisatie van de Transitievisie. De evaluatie en monitoring vindt plaats door het transitieteam warmte. De Transitievisie Warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Tegen die tijd verwachten we dat er veel meer bekend zal zijn over een aantal belangrijke onderwerpen, zoals:

38

Met een actualisatie van de Transitievisie Warmte kunnen we de warmtetransitie bijsturen zodat de CO2- reductiedoelen voor het jaar 2030 en het eindbeeld van aardgasvrij 2050 binnen bereik blijven.

5.6 Wat zijn aandachtspunten? Planvorming warmtetransitie in bredere context In de Omgevingswet zijn drie instrumenten te onderscheiden voor gemeenten die bijdragen aan de toekomstbestendige leefomgeving en dus ook in de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. De omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen. De impact van de Omgevingswet op de werkwijze van de gemeente zal in de toekomst steeds duidelijker worden. Deze werkwijze verfijnen is ook onderdeel van de professionalisering in de aanpak van isoleren en aardgasvrij wonen in de gemeente Boxtel. De omgevingsvisie is een overkoepelende visie voor de fysieke leefomgeving in de gemeente, waarin de opgaven en ambities beschreven staan. De ambities, uitgangspunten, doelstelling en transitiestrategie in de Transitievisie Warmte zijn een integraal onderdeel van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Omgevingsprogramma's zijn een concrete opgave- of gebiedsgerichte uitwerking van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie voor de korte-

en middellange termijn. De programma’s hebben dus een kortere tijdshorizon dan de omgevingsvisie. Hierin staat hoe en met wie de gemeente de ambities uit de visie wil bereiken. Omgevingsprogramma’s zijn alleen bindend voor de gemeente zelf, dit betekent dat inwoners, ondernemers en organisaties gestimuleerd worden om bij te dragen, maar daartoe niet verplicht zijn. Een uitvoeringsplan is te kenschetsen als een gebiedsgericht uitvoeringsprogramma. Het omgevingsplan is de opvolger van bestemmingsplannen en is juridisch bindend. In de toekomst is het bijvoorbeeld denkbaar om de volgende onderwerpen via een wijziging van het omgevingsplan te regelen: •

• •

•

een minimaal isolatieniveau, eventueel als streefwaarde, voor bepaalde dorpen of wijken, met het oog op een toekomstige aardgasvrij alternatief. het vastleggen van een warmtekavel voor een warmtenet (met opt-out mogelijkheden conform Wet Collectieve Warmte). als op termijn een dorp of wijk aardgasvrij wordt en er een aanpassing komt van de huidige infrastructuur, zoals het verwijderen of aanpassen van het gasnet, is een aanpassing op het omgevingsplan nodig. het opnemen van een omgevingswaarde voor bijvoorbeeld de CO2-uitstoot ten behoeve van warmte of geluidsnormen van warmtepompen in het omgevingsplan. Een omgevingswaarde kan vervolgens worden gekoppeld aan een (duurzaamheids)programma om zo de samenhang met andere opgaven in de leefomgeving te borgen. Wanneer overschrijding van een norm en dus van de omgevingswaarde wordt verwacht, is het opstellen van een omgevingsprogramma om te voldoen aan de omgevingswaarde verplicht onder de Omgevingswet.

De Wet Collectieve Warmtevoorziening Gezien de ontwikkelingen in de energietransitie is er een opvolger voor de Warmtewet in ontwikkeling, de Wet Collectieve Warmte (WcW). Dit is nodig om te anticiperen op de doelen uit het klimaatakkoord met collectieve warmtevoorzieningen en de bescherming van eindgebruikers.

39

De WcW schrijft voor dat de gemeentegebieden (wijken, plaatsen) waar collectieve warmtevoorzieningen voorzien zijn als warmtekavel aanwijst. De warmtekavel zal naar verwachting worden opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan. Na toewijzing van de warmtekavel zullen warmtebedrijf en gemeente inventariseren welke eigenaren hun woning of gebouw willen aansluiten. Eigenaren kunnen daarbij kiezen voor een eigen duurzaam alternatief, de zogenoemde ‘opt-out’ mogelijkheid. Het aanwijzen van een warmtekavel is een omvangrijk besluitvormingstraject is waarin het omgevingsrechtelijke traject (transitievisie, uitvoeringsprogramma, en omgevingsplan) nauw samenhangen met het selectieproces voor een warmtebedrijf (opstellen kavelplan, vaststelling kavel, selectie warmtebedrijf en inventarisatie optout).

Randvoorwaarden voor de samenwerking Om invulling te geven aan de manier van samenwerken zoals hiervoor is toegelicht, is voldoende capaciteit noodzakelijk. De warmtetransitie is onderdeel van een bredere, integrale verduurzamingsopgave van de leefomgeving. Dat vraagt ook een manier van werken die gericht is op het gebied en de duurzaamheidsopgave als geheel en niet op losse beleidssectoren. Daarbij is het noodzakelijk dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn, aanvullend op de bestaande financieringsopties en gemeentelijke bijdragen.

40

•

Bijlage 1 Financieringsopties Zie voor de subsidie- en leningsmogelijkheden in Boxtel de website: https://www.boxtel.nl/duurzaam-wonen. Subsidies •

•

•

•

•

41

BZK-proeftuinen aardgasvrij: het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft een subsidieregeling voor aardgasvrije proeftuinen om in de eerste aardgasvrije wijken de onrendabele top (verschil maatschappelijke kosten ten opzichte van aardgas) te verkleinen en lessen voor de uitvoering op te doen. Er zijn begin 2021 twee rondes geweest, waarin 48 wijken subsidie hebben gekregen. Er zijn begin 2021 twee rondes geweest, de derde ronde is op dit moment gaande en sluit op 1 november 2021. Naar verwachting volgt een vierde ronde in 2022 Subsidies van o.a. de provincie en Europa kunnen ondersteuning bieden in de vorm van procesgeld of projectgeld. Voorbeelden zijn Subsidie warmtetransitie gebouwde omgeving op wijkniveau2 en ELENA. Op regionaal niveau worden kansen verkend en inschrijvingen gecoördineerd. Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE): Particuliere huishoudens en zakelijke gebruikers (waaronder VvE’s) die zelf duurzame energie willen opwekken kunnen subsidie aanvragen. Het mag gebruikt worden voor zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pellet kachels. De subsidie is afhankelijk van de gekozen maatregel. Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH): Woningeigenaren kunnen een subsidie aanvragen bij RVO wanneer zij minimaal twee energiebesparende isolatiemaatregelen laten uitvoeren aan de woning.

Regeling Reductie Energiegebruik (RRE): Met de RRE zet de gemeenteprojecten op om huiseigenaren te stimuleren tot kleine energiebesparende maatregelen in huis. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inregelen van de cv-installatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrips of het plaatsen van led-lampen. Daarnaast gebruikt de gemeente de regeling om advies te geven aan huiseigenaren over energiebesparende maatregelen, zoals dak-, raam- of gevelisolatie.

•

•

Voor VvE’s is er subsidie beschikbaar voor een energieadvies en eventueel procesbegeleiding en een energieadvies in combinatie met Meer Jaren Onderhoudsplan en eventueel procesbegeleiding. De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor de aansluiting van huurwoningen op een extern warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet. SDE++-regeling voor collectieve installaties en exploitatie warmtebron voor collectieve installaties, waaronder Thermisch Energie uit Oppervlaktewater en Afvalwater (TEO en TEA)

Leningen •

•

•

•

• •

Duurzaamheidslening Boxtel in gemeente Boxtel kun je bij ons geld lenen voor dit soort energiebesparende maatregelen. Let op, dit is een lening, geen subsidie. Het Nationaal Energiebespaar Fonds (NEF) biedt energiebespaarleningen tegen lage rente voor VvE’s en particuliere eigenaren. Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) is fondsmanager van het NEF. Warmtefonds: dit is een afspraak vanuit het Klimaatakkoord en biedt langjarige financiering tegen een aantrekkelijke rente voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) voor de verduurzaming van woningen. De lening is aan te vragen via het Nationaal Energiebespaarfonds. Hypothecaire leningen: deze zijn rendabel vanaf €15.000,vanwege de bijbehorende administratie- en advieskosten. Bij het kopen van een nieuwe woning, kan bovendien tot €9.000,- extra gefinancierd worden voor verduurzamingsmaatregelen. Overige duurzaamheidsleningen: verschillende Nederlandse banken bieden duurzaamheidsleningen aan. Consumptieve leningen

Overig •

•

Collectieve inkoop acties (o.a. via het Duurzaam Bouwloket) zorgen voor lagere investeringskosten per maatregel, zoals isolatie en zonnepanelen. Gebouwgebonden financiering (voorlopig nog niet beschikbaar). Een manier om lening te verstrekken voor maatregelen waarmee warmte kan worden bespaard en zodoende via de besparing de

•

42

lening over een periode terug te betalen. Analyse laat zien dat dit voor enkele isolatiemaatregelen interessant kan zijn, maar dat het volledig transitiegereed maken van een woning (uitgaande van 70°C) niet met gebouwgebonden financiering haalbaar is. Andere oplossingen naast gebouwgebonden financiering zijn dus nodig. De mogelijkheden voor gebouwgebonden financiering worden op nationaal niveau onderzocht en ook lokaal is Schiedam bekend met dergelijke oplossingen (bijv. voor funderingsherstel). Indien noodzakelijk kan de gemeente ook in dit geval kiezen voor het inrichten van een dergelijk arrangement. Salderingsregeling voor zonnepanelen: De salderingsregeling blijft tot 1 januari 2023 zoals hij nu is. Daarna bouwt de overheid de regeling geleidelijk af. In 2031 stopt hij helemaal.

▪

Bijlage 2 Vergelijkende analyse en

Is op basis van ‘expert judgement’ en in samenspraak met de projectgroep een keuze gemaakt voor de meest passende warmteoptie voor de buurt als basis voor de transitiepaden.

lokale analyse Lokale analyse De vergelijkende analyse en de lokale analyse lagen ten grondslag aan de transitiekaart met daarin de transitiepaden en kansgebieden. Voor de gemeente Boxtel zijn twee modeluitkomsten beschikbaar, die inzicht geven in de warmteoplossing met de laagste maatschappelijke kosten per buurt. Omdat de uitkomsten de keuzes in de Transitievisie warmte kunnen versterken, is een vergelijkende analyse gemaakt van de twee modellen: ▪

▪

De Startanalyse: een doorrekening van alle gemeenten met het Vesta MAIS model door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een toelichting op de startanalyse is te vinden op de website van het PBL11 Het Warmtetransitie Model (WTM): een doorrekening van de maatschappelijke transitiekosten per buurt voor verschillende warmteopties door Over Morgen. Een toelichting op het model is te vinden in de losse bijlage van het Warmtetransitiemodel12.

De lokale analyse laat zien welke lokale kansen er zijn die mogelijk als vliegwiel (of juist belemmering) kunnen dienen voor de stappen naar aardgasvrij. Het gaat hierbij om: ▪ ▪ ▪

▪

Lokale data/kennis zoals woningcorporatiebezit, bestaand warmtenet en bodembeschermingsgebied; Planningen en investeringen in de ondergrond, de openbare ruimte en in woningen; Potentiële bronnen die (op termijn) gebruikt zouden kunnen worden voor een warmtenet, hoewel hier altijd nog nader onderzoek naar zal moeten plaatsvinden in de uitvoeringsplannen; Lokale initiatieven in de buurten als mogelijke aanjager van een gezamenlijke aanpak voor duurzame warmte.

Door een verschil in aanpak, de warmteopties die meegenomen worden in de berekening en de gegevens waarmee de modellen rekenen, kunnen de uitkomst van de modellen verschillen van elkaar. Een vergelijkende analyse helpt hierbij om te komen tot een goed onderbouwde en breed gedragen uitkomst. In de vergelijkende analyse: ▪

▪ ▪ ▪

Zijn warmteopties waar nodig vertaald naar consistente en daarmee verglijkbare warmteopties waarbij de infrastructuur leidend is: warmtenet, all-electric en gasnet; Zijn de uitkomsten per buurt van de twee modellen over elkaar heen gelegd; Is bekeken waar overeenstemming is en waar verschillen zijn; Is naar een verklaring gekeken waar verschillen zitten om deze te kunnen duiden;

11 https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/.

43

12 Apart bijlagedocument

Bijlage 3 Transitiekaart uitvergroot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6f6b08aa-eb0a-4f8e-b068-4c9fd77eab72