Bijlage 1 Transitievisie Warmte gemeente Boxtel.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Warmte gemeente Boxtel [Onderwerp]
Colofon Definitieve versie - oktober 2021 Deze transitievisie warmte is eind 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De visie is opgesteld door Over Morgen, in opdracht van de Gemeente Boxtel en in samenwerking met onderstaande partners.
2
Beste inwoner van de gemeente Boxtel, wat betekent deze Transitievisie Warmte voor u en wat kunt u doen? In Boxtel maken we de overstap naar aardgasvrij. Vóór 2050 gaan we over op duurzame warmtebronnen om onze gebouwen te verwarmen en om te koken. De Transitievisie Warmte is een visie op de stapsgewijze overgang naar aardgasvrij en omschrijft de meest logische routes per wijk of dorp in onze gemeente om deze stappen te zetten. We laten zien wat die stappen inhouden en waar we mogelijk kunnen beginnen. De visie omschrijft ook hoe we dat de komende tijd willen gaan doen. Vandaag een visie betekent niet dat we morgen aardgasvrij zijn. De visie geeft niet nu al een eindoplossing die in beton is gegoten. Dat komt omdat we nog vooraan in de transitie staan en er nog veel onzekerheden zijn. De komende periode gebruiken we daarom om ervaring op te doen en in te spelen op financiële en technische ontwikkelingen. We houden rekening met deze ontwikkelingen en richten ons vooral op maatregelen waarmee we de komende jaren uw woning voorbereiden op de transitie, met spijtvrije maatregelen. In gebieden waar we al wel kansen naar aardgasvrij zien, gaat ook niet morgen de schop in de grond. We beginnen met verdere verkenning en planvorming.
Dat betekent: een onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid, een verkenning van de bereidheid in een wijk of dorp om mee te doen, maar ook welke ondersteuning vanuit de gemeente nodig is. Daarbij kijken we ook naar wat nodig is om deze woningen geschikt te maken voordat ze comfortabel met de nieuwe oplossing verwarmd kunnen worden. Als u in één van deze gebieden woont, wordt u ruim van tevoren geïnformeerd en uitgenodigd om mee te denken. We starten niet in wijken of dorpen voordat duidelijk is dat er voldoende geld vanuit het Rijk is om de overgang naar aardgasvrij betaalbaar te maken. Meeliften op een initiatief in wijk of dorp kan (financiële) voordelen hebben. Maar u bent vrij in uw keuze om daaraan deel te nemen of op termijn voor een eigen alternatief te kiezen. Een overgrote meerderheid van de wijken en dorpen in Boxtel zullen voorlopig niet van het aardgas af gaan. Wel willen we iedereen die dat wil de kans bieden om al stappen te zetten. Vanuit deze visie ontwikkelen we een aanpak om u te informeren en helpen bij keuzes voor verduurzaming. Isoleren is een belangrijke
3
eerste stap. Door dat slim te doen, zet u daarmee een stap om de woning helemaal of grotendeels klaar te maken voor een aardgasvrije oplossing. Er zijn ook andere maatregelen die u nu al in uw woning kunt nemen om stappen te zetten naar aardgasvrij en eigen duurzame energie op te wekken. Brabant Woont Slim kan u hierbij helpen. Meer informatie en suggesties om zelf aan de slag te gaan vindt u op www.iedereendoetwat.nl en www.milieucentraal.nl. Informatie over aardgasvrij wonen en voorbeelden vindt u ook op www.hierverwarmt.nl.
4
Voorwoord van de wethouder In het Klimaatakkoord en de RES Noordoost-Brabant zijn heldere doelstellingen opgenomen voor de warmtetransitie. In 2050 willen we geen aardgas meer gebruiken in Nederland en in 2030 willen we in de gebouwde omgeving 49% minder CO2 uitstoten door energiebesparing en door de duurzame opwek van warmte. De Europese Commissie gaat een stap verder en wil 55% minder uitstoot in 2030. In het beleidsakkoord ‘Samen aan de slag’ voor de bestuursperiode 20212026 ‘is opgenomen dat we zo snel mogelijk energieneutraal willen zijn. We zullen met zijn allen – inwoners, bedrijven, organisaties, gemeente hard moeten werken om de effecten van klimaatverandering te verzachten of ons er op aan te passen. Een van de belangrijke aspecten hierin is ons energieverbruik. Het terugdringen van de CO2-uitstoot en beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen vergt vergaande besparingsmaatregelen en verandering van de energieproductie. Hierbij moeten we alle mogelijkheden aangrijpen die in Boxtel voorhanden zijn. Als we die scherp in beeld hebben geeft dit ruimte voor overleg en debat, maar vooral voor actie.
We kunnen door een betere isolatie, kierdichtheid en ventilatie gebouwen transitiegereed maken, maar moeten ook kijken waar het al haalbaar is gebouwen door (hybride) warmtepompen al (gedeeltelijk) van het aardgas af te halen of te kijken of in de gebieden waar dit kansrijk is collectieve warmtenetten aan te leggen. Waarbij gebruik gemaakt kan worden van aanwezige warmtebronnen zoals oppervlaktewater en restwarmte van bedrijven. Door deze acties moeten we ook de doelstelling van de Europese Commissie kunnen halen. Ik ben er van overtuigd dat als we hier samen mee aan de slag gaan dat dit haalbaar en betaalbaar is, maar dat daarmee tegelijkertijd ook andere opgaven gerealiseerd kunnen worden. Zo kunnen we de gebouwde omgeving klimaatbestendiger en meer biodivers maken, meer circulair en toekomstbestendig. Maar bovenal kan dit ook het wooncomfort en leefbaarheid vergroten. Waar een wil is, is een weg en daarmee wordt de warmtetransitie onderdeel van een duurzame 5
transformatie, die er voor zorgt dat we Boxtel met een gerust hart kunnen overdragen aan de volgende generaties. Ik ga die uitdagingen graag met u aan!
Désiré van Laarhoven – Van Abeelen Wethouder duurzaamheid
Samenvatting In 2050 worden gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd. Dat is nodig om onze CO2-uitstoot terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook willen we de afhankelijkheid van aardgas verminderen, zowel uit Groningen als uit het buitenland.
houden we wel altijd in het achterhoofd: draagvlak, betaalbaarheid en het wonen werken en leven in een toekomstbestendige gemeente wat veel breder gaat dan warmte.
Het transitiepad naar aardgasvrije verwarming
Daarom gaan we in Boxtel onze gebouwen en huizen op een duurzame manier verwarmen. Deze overstap naar duurzame, aardgasvrije verwarming noemen we de warmtetransitie. Volgens het Nederlands Klimaatakkoord moeten alle gemeenten uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen, waarin de alternatieven voor aardgas en het handelingsperspectief per dorp of wijk is uitgewerkt.
Voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente hebben we een transitiepad uitgestippeld waarin staat welke stappen op welke manier gezet kunnen worden naar een toekomst zonder aardgas.2 Een transitiepad zegt iets over hoe kansrijk een alternatief voor aardgas is voor een dorp of wijk, en hoe we dat alternatief in dat dorp of die wijk stap voor stap realiseren. Deze transitiepaden hebben we weergegeven in een transitiekaart (figuur 1). Hieronder lichten we de transitiepaden toe, ingedeeld naar gebieden.
Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie
Gemeentebreed
We hebben samen met de gemeenten Sint-Michielsgestel en Vught, zeven uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de keuzes in de warmtetransitie: draagvlak, betaalbaarheid, koppelkansen, laaghangend fruit, toekomstbestendig & duurzaam, comfort & gezondheid en omgevingspassende oplossingen.1 Deze uitgangspunten zijn opgesteld met inbreng van bewoners, raadsleden en betrokken partnerorganisaties. Op basis van deze uitgangspunten is kijk op de Boxtelse warmtetransitie voor de komende jaren geformuleerd.
Besparen en transitiegereed In elk transitiepad zijn maatregelen nodig die gebouweigenaren sowieso moeten nemen. Het gaat dan om isoleren, ventileren, elektrisch koken en in sommige gevallen het aanpassen van de binneninstallatie. Met deze maatregelen besparen we energie, vergroten we het wooncomfort én bereiden we de woning voor op verwarmen zonder aardgas. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit niet al gebeurd is. Het bouwjaar van gebouwen is een belangrijke factor in het bepalen hoe (ver) en welke stappen gezet kunnen worden. Een aanpak naar transitiegereed zal dan ook in eerste instantie kijken naar het bouwjaar als doelgroep in Boxtel. Categorieën hiervoor zijn weergegeven inde tabel op de volgende pagina. Hoe deze aanpak verder vorm krijgt de komende periode, is uitgewerkt in hoofdstuk 5.
We zorgen voor een realistische balans tussen ambitie en haalbaarheid. De gemeente Boxtel heeft een scherpe ambitie op energieneutraal zijn. Het liefst al in 2030. Dat betekent dat er meters gemaakt moeten worden. Daarom kiezen we ervoor om kansrijke startgebieden aan te wijzen om de komende jaren verder te onderzoeken. En zetten we gemeentebreed in op het informeren, motiveren en faciliteren van inwoners en gebouweigenaren, zodat zij zelf ook al stappen kunnen zetten. Anderzijds
1 De volledige notitie met de uitgangspunten en selectiecriteria zit in het bijlagedocument.
zijn met wat door inwoners als logische grenzen gezien wordt, of wat logisch is om als grens te hanteren voor een mogelijke vervolgstap zoals een isolatie-actie. Deze CBS-grenzen zijn dan ook
2 In de vergelijkende analyse die gebruikt is om richting te geven aan het transitiepad per dorp of
wijk, gebruikt ieder model als definitie van dorpen en wijken de zogenaamde CBS-buurtgrenzen. Deze CBS-buurtgrenzen zijn nuttig omdat elk model dezelfde afbakening gebruikt, waarmee de vergelijkende analyse goed uitgevoerd kan worden. Maar deze grenzen hoeven niet altijd in lijn te
6
niet leidend geweest in het bepalen van acties voor het vervolg na deze TVW voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente.
Bouwjaar
Transitieroute
<1950
Focus op isolatie, maatwerk in verband met grote diversiteit
1951 – 1975
Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC)
Waaronder: 1951 – 1965 1976 – 1990
Kansen verkennen voor gezamenlijke aanpak per blok voor gespikkeld bezit Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC) Als (al) nageïsoleerd: hybride mogelijk
>1990
Hybride warmtepomp als tussenstap naar een gasvrije oplossing
>2005
Volledige warmtepomp kansrijk
In alle gevallen is de individuele situatie leidend, met het oog op betaalbaarheid en de overstap op natuurlijke momenten. Maatwerk blijft noodzakelijk om aan te sluiten op de specifieke situatie van de gebouweigenaar. Dorpskern Boxtel Besparen en warmteoptie later herijken De wijken Noord en Oost zijn naoorlogse wijken met een redelijke bebouwingsdichtheid. In het centrum zien we juist een diversiteit aan gebouwen in type en bouwjaar. Deze eigenschappen maken het voor deze wijken nog onduidelijk welke warmteoptie zij krijgen, omdat de kosten van de verschillende warmteopties erg dicht bij elkaar liggen. Er lijkt in deze wijken veel winst te halen met isolatie in de gebouwen waar dat nog niet is gedaan. Dat zal gelden voor een deel van de particuliere woningen en daar zal dus de nadruk op liggen voor de komende periode. Met nieuwe inzichten en ontwikkelingen die we de komende jaren opdoen, herijken we
7
de visie en bekijken we welke warmteoptie voor deze woningen geschikt zal zijn. Lokale kansen voor een warmtenet Of in deze dorpen of wijken een warmtenet komt is afhankelijk van de beschikbaarheid van warmtebronnen en de mate waarin we de warmtevraag kunnen organiseren. Lokaal zien we hiervoor kansen in Noord rondom de Baandervrouwenlaan en vooral in Oost rondom de Brederodeweg. In deze gebieden staan genoeg appartementengebouwen en utiliteit dicht bij elkaar om een warmtenet mogelijk te maken. Woonstichting JOOST heeft in deze twee gebieden veel bezit en bovendien al veel van deze woningen geïsoleerd. Nader onderzoek is nodig om te kijken of deze isolatie aan de standaard voldoet. Warmtenetten kunnen gefaseerd worden gerealiseerd met een gebiedsgerichte aanpak waarmee per fase clusters van gebouwen van het aardgas zullen afgaan om te worden aangesloten op een collectief warmtenet. In het centrum zien we op termijn kansen voor een warmtenet vanwege de hoge warmtevraag. Echter liggen deze wat minder voor het oprapen. Het bezit van JOOST is lager en meer verspreid. Bovendien is de bebouwing minder homogeen met in een deel vooroorlogse gebouwen die moeilijker te isoleren en op het warmtenet zijn aan te sluiten. Daarnaast speelt er drukte in de ondergrond en zijn er meerdere gebouweigenaren om tot consensus voor een warmtenet te komen.
Genoemde uitdagingen zijn niet onoverkomelijk, maar het vergt een uitgebreider proces om in gezamenlijkheid tot stappen te komen. Vandaar dat we dit gebied aanduiden als samenwerkingsgebied na herijking. In Boxtel kunnen we voor lokale warmtenetten gebruik maken van warmte koude opslag (WKO) in combinatie met restwarmte van de RWZI of met warmte uit de Dommel. Uit een eerste verkenning blijkt dat met name de Dommel veel potentieel biedt. Om de warmte van de WKO, de Dommel en de RWZI te kunnen gebruiken is het belangrijk dat de gebouwen goed geïsoleerd zijn. De komende tijd moet verder uitwijzen of de warmtevraag inderdaad georganiseerd kan worden. Bij de herijking van de Transitievisie Warmte beoordelen we opnieuw het perspectief op een warmtenet. Indien een
warmtenet niet haalbaar blijkt in deze gebieden, stappen we over naar individuele duurzame warmteoplossingen. Elektrische warmtepompen In de kern Boxtel zien we Munsel-Selissen als kansrijk voor een elektrische warmtepomp. Daarnaast zullen verspreid over de gemeente ook kleinere deelgebieden zich hier goed lenen, zoals delen van Liempde, Esch en in Goede Aarde, waar sinds 2005 al verschillende aardgasvrije woningen gebouwd zijn. In dergelijke gebieden ligt in de toekomst in principe alleen een elektriciteitsnet in de grond. De keuze voor een warmtepomp zal door individuele gebouweigenaren gemaakt worden en afhankelijk zijn van natuurlijke momenten zoals vervanging van de CV-ketel. Een aanpak om gelijktijdig als wijk of dorp de overstap te maken zal afhankelijk zijn van dit keuzemoment en niet altijd in de pas lopen. Daarom kan een aanpak voor de overstap naar een elektrische warmtepomp ook wijk of dorp overstijgend zijn. Een aanpak richt zich dan niet op een gebied, maar op woningeigenaren met geschikte woningen en waar de CV-ketel binnenkort aan vervanging toe is (zie hoofdstuk 5). Bedrijventerreinen Op Ladonk (kern Boxtel) en Daasdonk (kern Liempde), maar ook in diverse kleinere deelgebieden vinden we bedrijfspanden en utiliteit. Voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein.
Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen (zoals bij de VION en achter het Rabobank datacentrum) en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is. Bedrijventerreinen vragen om maatwerk en een makelaarsfunctie om waar mogelijk en wenselijk de kansen te verkennen voor een collectieve oplossing met de verschillende eigenaren op het terrein. Veel bedrijven maken momenteel al werk van de transitie omdat er voor bedrijven al veel strenge energieregels zijn. Andere dorpskernen, buurschappen en het buitengebied Hybride warmtepompen en lokaal gasvrije opties Het transitiepad hybride is het dominante pad voor de dorpskernen Liempde, Lennisheuvel, Esch, de buurtschappen en het buitengebied. We zien hier een diversiteit in bouwperiodes, waaronder oude lintbebouwing in
8
de dorpskernen. Gasvrije verwarming is kostbaar en technisch ingewikkeld in vooroorlogse gebouwen. Daarnaast bestaan deze gebieden overwegend uit particuliere woningeigenaren, wat collectiviteit lastiger te organiseren maakt. In deze dorpen of wijken kiezen we er daarom voor om gestaag, tussen nu en 2050, zoveel mogelijk gas te besparen met isolatie, kierdichting, hybride warmtepompen en lokale, gasvrije warmteopties als dat haalbaar en betaalbaar is. Dat zijn bijvoorbeeld nieuwe woningen in een oud dorp of oude wijk die wel de overstap maken naar volledig allelectric. Aan het eind van de transitie blijft er een kleinere gasvraag over. Die vullen we in met duurzaam gas. Periodiek herijken we de Transitievisie Warmte. Als gaat blijken dat de toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas tegenvalt, stellen we ons transitiepad bij en gaan we meer overstappen naar volledige warmtepompen. Nieuwbouw: altijd aardgasvrij en volgt de fasering van de gebiedsontwikkeling Alle nieuwbouw in Boxtel die na juli 2018 aangevraagd is wordt aardgasvrij gerealiseerd, dat is sinds 2018 landelijke wetgeving. Voor de meeste nieuwbouwontwikkelingen zal gelden dat een warmtepomp de optimale warmteoptie is. Alleen voor grootschalige ontwikkelingen kan een collectieve warmteoptie, zoals een warmtenet of bronnet, worden onderzocht. Het moet dan gaan om aantallen vanaf ca.
50 woningen in dichtheden vanaf 30 woningen per hectare. De nieuwbouw Heem van Selis wordt energieneutraal en aardgasvrij, zoals ook geldt voor alle toekomstige nieuwbouw.
Stappen richting de uitvoering Als vervolg op deze TVW werken we aan een aantal stappen om met de uitvoering aan de slag te gaan. We beginnen met de voorbereiding om de transitiepaden naar de praktijk om te zetten. Dat doen we met een gebiedsgerichte aanpak en een doelgroepgerichte aanpak. Voor het kansgebied gaan we aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak als opstap naar een uitvoeringsplan. In de komende jaren kijken we samen met JOOST en eigenaren van andere gebouwen of we de kansen rondom de Brederodeweg concreet kunnen maken. Bij voldoende kansen maken we voor dit gebied een bodemenergieplan voor WKO. Hiermee zorgen we ervoor dat we optimaal gebruik maken van de bodem en dat zoveel mogelijk gebouwen aangesloten kunnen worden op een warmtenet. De verdere verkenning van het kansgebied betekent niet dat morgen de schop in te grond gaat. De komende periode is juist bedoeld om de verdere haalbaarheid van het warmtenet te onderzoeken. Maar ook om inwoners intensiever te gaan betrekken en de bereidheid voor aansluiting te peilen. En de samenhang met andere vraagstukken in het gebied te bepalen zoals de planningen van Enexis rondom het gasnet. We bekijken het stap voor stap en evalueren tussentijds of er voldoende grond en draagvlak is om een haalbare en betaalbare oplossing te realiseren.
Met de doelgroepgerichte aanpak willen we inwoners informeren, motiveren en stimuleren om hun woningen transitiegereed te maken en waar mogelijk al de overstap te maken naar een hybride warmtepomp of een volledig elektrische warmtepomp. Communicatie, participatie en financiering zijn essentiële bouwstenen om hiermee aan de slag te kunnen. Om van transitievisie naar uitvoering te komen, is extra capaciteit nodig. Voor Boxtel verwachten we vanaf 2022 twee fte nodig te hebben om gemeentelijke taken op het gebied van warmtetransitie en energiebesparing te kunnen uitvoeren, nog los van het opstellen en uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen. Figuur 1: Transitiekaart van gemeente Boxtel
9
Inhoudsopgave
10
Voorwoord wethouder
5
Samenvatting
6
Inhoudsopgave
10
1
Inleiding
11
2
Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie
14
3
Duurzame alternatieven voor aardgas
16
4
De transitiepaden naar aardgasvrij voor Boxtel
19
5
Stappen richting uitvoering
29
Bijlage 1 Financieringsopties
41
Bijlage 2 Vergelijkende analyse en lokale analyse
43
Bijlage 3 Transitiekaart uitvergroot
44
1. Op Regionaal niveau doen we dat in de vorm van de Regionale Energie Strategie (RES) 4, waarin we duurzame energiebronnen in de regio in kaart brengen. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarmee we de regionale beschikbare warmtebronnen, het verdeelvraagstuk van warmte binnen de regio, de benodigde infrastructuur en de ruimtelijke impact en kosten in beeld brengen.
1 Inleiding Boxtel staat voor de grote opgave uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te zijn. Aardgas is één van de fossiele brandstoffen die bijdraagt aan CO2-uitstoot. Daarom gaan we vóór 2050 over op duurzame warmtebronnen om ons huis en alle andere gebouwen te verwarmen en om te koken. Om te bepalen hoe we dat gaan doen, moet Boxtel een Transitievisie Warmte (TVW) opstellen. In een TVW geven we3 aan hoe we dorpen en wijken aardgasvrij gaan verwarmen en welke stappen we daartoe kunnen zetten. De TVW is een visie op hoofdlijnen met de kennis van nu. De TVW geeft richting, maar biedt tegelijkertijd ruimte om bij te sturen en te leren. Daarom actualiseren we de TVW minimaal iedere vijf jaar.
1.1 Landelijke context Net als alle andere landen moet Nederland een flinke inspanning leveren om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2°C, en met een streven naar niet meer dan 1,5°C. Daarover hebben we afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord van Parijs. In 2019 ondertekenden overheden, organisaties en bedrijven in Nederland het Nationale Klimaatakkoord. Hierin staan concrete afspraken om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Het Nederlandse doel is om in 2050 een volledig aardgasvrije samenleving te hebben. Voor de gebouwde omgeving zijn dit bijna zeven miljoen woningen en één miljoen utiliteitsgebouwen. Zeker nu we zien dat de gasprijs stijgt, is het nodig om te zoeken naar alternatieven voor aardgas om onze gebouwen te verwarmen.
11
2. Op gemeentelijk niveau doen we dat in de vorm van de TVW, die elke gemeente uiterlijk 2021 vaststelt. De TVW beschrijft hoe de gemeente samen met stakeholders de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier kan invullen en in welk tempo dat zal verlopen. Het aardgasgebruik van industriële bedrijven valt buiten de scope van de TVW. Op plekken waar we starten met een traject richting aardgasvrij stellen we een uitvoeringsplan op wijk of dorpsniveau op. In het uitvoeringsplan kan worden bepaald hoe de uiteindelijke warmtevoorziening voor bijvoorbeeld een dorp of wijk eruit komt te zien. Daarbij worden de inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden nauw betrokken. Landbouw en landgebruik
Klimaatakkoord Nederland
Elektriciteit
Regionale Energie Strategie (RES)
Gebouwde omgeving
Transitievisie Warmte (TVW)
Mobiliteit
Uitvoeringsplan (UP)
Gemeenten hebben een regierol in deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus, waartussen afstemming plaatsvindt (figuur 2):
Figuur 2 Planvorming op drie niveaus in de warmtetransitie
3
4
In de TVW spreken we vanuit we/wij perspectief. Daarmee bedoelen we de gemeente die in
Industrie
Infographic met informatie over de Regionale Energie Strategie (RES):
samenwerking met betrokken partijen in een lokale projectgroep en in gesprek met de samenleving
https://www.bernheze.org/data/downloadables/1/7/6/9/regionale-energiestrategie-doelen-en-
deze visie heeft opgesteld.
meedenken-infographic.pdf
RES Noordoost Brabant De RES Noordoost Brabant is een regionale vertaalslag om de landelijke doelen te vertalen naar regionale, haalbare en betaalbare doelen. De belangrijkste doelen zijn weergeven in figuur 3.
1.2 De warmtetransitie in Boxtel In Boxtel zijn we al langere tijd bezig met beleid en uitvoering rondom verduurzaming van onze gemeente. Hier lichten we kort onze visie en activiteiten toe, waar deze TVW bij aan zal gaan sluiten. Boxtel kent al heel lang een duurzaamheidslening . Boxtel neemt ook al jaren deel in het regionale duurzaamheidsloket Brabant Woont Slim. Daarnaast zet Boxtel in op de verduurzaming van de gebouwde omgeving via acties met behulp van de RRE en RREW subsidie. Ook werkt de gemeente Boxtel aan de verduurzaming van de eigen gebouwen. Dit alles is er op gericht om volgens het Beleidsakkoord 2021-2025 zo snel mogelijk energieneutraal te zijn.
1.3 Wie hebben meegedacht? Figuur 3 Belangrijkste doelen in de RES Noordoost Brabant. Bron: Energiewerkplaats Brabant
RSW Noordoost Brabant Regionale Structuur Warmte (RSW) voor Noordoost Brabant brengt de uitdaging voor de transitie naar duurzame warmte in kaart en legt afspraken vast voor regionale samenwerking rondom deze opgave. Bevindingen in de RSW kunnen gebruikt worden als kader in de verschillende TVWs. Deze zijn als volgt: Er zijn op dit moment geen bronnen die bovengemeentelijke potentie hebben. Er zijn daarom geen regionale afspraken gemaakt over de verdeling van bronnen. Geothermie kan in de toekomst een warmtebron zijn, die groot genoeg is om in regionaal verband uit te zoeken. Biomassa is een bron van energie die onafhankelijk van de locatie kan worden ingezet en waar een afwegingskader voor nodig is om te bepalen voor welke gebruikers deze bron nuttig is. Regionaal zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld:
12
-
De besparing van de warmtevraag bedraagt minimaal 24%;
-
De RES heeft een monitoringsfunctie, waarin de extra elektriciteitsvraag en energiebesparingsdoelstellingen worden gemonitord.
In het traject richting onze Transitievisie Warmte hebben we ervoor gekozen om de krachten te bundelen met de gemeenten Vught en SintMichielsgestel. Per gemeente stond een projectgroep centraal waarmee we stap voor stap de keuzes hebben gemaakt in de Transitievisies Warmte. Voor de gemeente Boxtel zaten in de projectgroep vertegenwoordigers van de regionale netbeheerder Enexis, woningcorporatie JOOST, Woonveste, energiecoöperatie Boxtel, waterschappen Aa en Maas en de Dommel en het Platform Esch' Perspectief. Daarnaast zijn inwoners en bestuurders op diverse momenten in het proces betrokken om tot een gedragen visie te komen. De komende jaren zetten we deze samenwerking door.
1.4 Leeswijzer Deze inleiding vormt hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten en onze kijk op de warmtetransitie. In hoofdstuk 3 gaan we in op de techniek: welke duurzame alternatieven voor aardgas zien we? In hoofdstuk 4 leggen we uit welke transitiepaden naar aardgasvrij we voorzien voor Boxtel en hoe we zijn gekomen tot de transitiekaart en kansgebieden. In hoofdstuk 5 gaan we ten slotte in op de eerste stappen richting uitvoering die nodig zijn om na deze visie aan de slag te gaan met de warmtetransitie.
13
2 Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie Samen met de gemeenten Sint-Michielsgestel en Vught zijn zeven uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de warmtetransitie nu en in de toekomst. De uitgangspunten zijn opgesteld met inbreng van bewoners en betrokken partnerorganisaties en in uitgebreidere vorm terug te lezen in de notitie van uitgangspunten. Op basis van deze uitgangspunten hebben we de Boxtelse kijk op de warmtetransitie geformuleerd. Deze kijk geeft richting aan de transitiepaden (H4) en vervolgstappen (H5) per wijk, dorp of gemeente als geheel.
2.1 Uitgangspunten Deze paragraaf beschrijft op beknopte wijze de uitgangspunten: Draagvlak We streven naar draagvlak onder inwoners en stakeholders. Dit houdt in dat er veel aandacht gaat naar communicatie en participatie om inwoners zo goed mogelijk te betrekken en informeren. Waar mogelijk kijken we met inwonerinitiatieven hoe we kansen richting verduurzaming samen kunnen benutten. We bieden duidelijkheid over de invloed en impact van nieuwe warmteoplossingen. Betaalbaarheid We streven naar zo betaalbaar mogelijke oplossingen. Uitgangspunt is dat de warmtetransitie financieel haalbaar moet zijn voor iedereen. We beseffen ons dat we hiervoor ook afhankelijk zijn van keuzes die op landelijk niveau worden gemaakt en dat uit verder onderzoek in de wijken moet blijken wat de (verdeling van) kosten gaan zijn. Maar we dragen zo goed mogelijk bij door in de visie voor te sorteren op gebieden waar de maatschappelijke kosten het laagst zijn.
14
Laagste maatschappelijke kosten De laagste maatschappelijke kosten zijn de laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers. Dus zowel kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van energie, die nodig zijn voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen. In de analyses zijn de laagste maatschappelijke kosten als startpunt genomen voor de keuzes van alternatieven voor aardgas.
Koppelkansen We streven naar een efficiënte manier van organiseren. Dat doen we door projecten die plaatsvinden in de openbare ruimte, de ondergrond en in woningen (sociaal en particulier) waar mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. Daarmee besparen we kosten en voorkomen we bovendien onnodige overlast. Dit vraagt om een integrale aanpak van de warmtetransitie, waarbij scherp gekeken wordt naar andere (beleids-) opgaven in wijken. Koppelkansen met elektrificatie Verduurzamen van onze warmte betekent ook meer gebruik maken van duurzame elektriciteit. Daarnaast zien we in de bredere energietransitie een toename van elektriciteitsverbruik (denk aan elektrisch vervoer) en elektriciteitsopwekking. Door tijdig inzicht in de totale opgave kan Enexis op efficiënte wijze het netwerk voorbereiden op het toekomstig gebruik. Zo beperken we de overlast voor inwoners van de gemeente en worden maatschappelijke kosten zo laag mogelijk gehouden. Laaghangend fruit We hebben aandacht voor het laaghangend fruit: kansrijke spijtvrije oplossingen op de korte termijn of aanhaken op bestaande initiatieven. Het gaat om de relatief eenvoudige maatregelen in de warmtetransitie die betrokkenen kunnen inspireren én motiveren voor de grotere opgave in de
wijk. Elke stap is er immers één. Zo is energiebesparing bijvoorbeeld een relatief kleine stap met grote impact om CO2 te besparen. Toekomstbestendig & duurzaam Investeringen van nu zijn duurzaam en dragen bij aan een toekomstbestendige wijk. Duurzaam betekent dat we oplossingen beschouwen die bijdragen aan de landelijke CO2-doelstellingen (49% reductie in 2030) én andere ambities zoals de circulaire economie en klimaatadaptatie. We maken hierin weloverwogen en gedragen keuzes. Verduurzamen doen we stap voor stap, waarbij we een realistische balans bewaken tussen ambitie en haalbaarheid. Comfort & gezondheid We realiseren ons dat de warmtetransitie geen doel op zich is, maar juist een middel om te komen tot een CO2-neutrale en circulaire gemeente waar inwoners gezond, veilig en comfortabel wonen, werken en leven. Om de focus te houden, beschouwen we de warmtetransitie als onderwerp van gesprek, maar liggen onze keuzes altijd in het verlengde van de bredere doelen. Dit staat ook centraal in de communicatie richting inwoners en stakeholders. Omgevingspassende oplossingen De keuzes die we in warmtetransitie maken sluiten aan bij de specifieke straat, wijk of gemeente. Uniformiteit in het type bebouwing, het bouwjaar en de mate van isolatie kan bepalend zijn voor de schaal en het soort oplossing dat toegepast gaat worden.
Maar ook de bereidheid tot meedoen en de andere opgaven die spelen hebben invloed op de keuzes die worden gemaakt.
2.2 Een blik op de Boxtelse transitie voor de komende jaren De uitgangspunten zijn breed geformuleerd. Ze geven richting voor de warmtetransitie voor drie gemeenten, nu en in de toekomst. Tegelijkertijd zijn we op zoek naar concrete acties, passend bij Boxtel met een focus op de komende jaren. Daarom hebben we de uitgangspunten vertaald naar een blik op de Boxtelse transitie voor de komende jaren. Deze blik helpt ons om stelling te nemen, richting te geven en kaders te stellen in de keuzes die we de komende jaren moeten maken in de warmtetransitie in Boxtel.
15
Realistische balans tussen ambitie en haalbaarheid We zorgen voor een realistische balans tussen ambitie en haalbaarheid. De gemeente Boxtel heeft een scherpe ambitie op energieneutraal zijn. Dat betekent dat er meters gemaakt moeten worden. Daarom kiezen we ervoor om kansrijke startgebieden aan te wijzen om de komende jaren verder te onderzoeken. En zetten we gemeentebreed in op het informeren, motiveren en faciliteren van inwoners en gebouweigenaren, zodat zij zelf ook al stappen kunnen zetten. Anderzijds houden we wel altijd in het achterhoofd: draagvlak, betaalbaarheid en het wonen werken en leven in een toekomstbestendige gemeente wat veel breder gaat dan warmte. Inwoner en gebouweigenaar centraal We stellen de inwoner en gebouweigenaar centraal. We beginnen met bewustwording en het meenemen van inwoners in het verhaal van de warmtetransitie. We bieden handelingsperspectief zodat de inwoner en gebouweigenaar zelf aan de slag kunnen. Maar we denken ook andersom: we staan open voor initiatieven van inwoners en gebouweigenaren om waar mogelijk samen te werken. We bepalen per initiatief hoe we hierin als gemeente willen faciliteren. Omgevingspassende oplossingen Bij de verdere verkenning van kansgebieden kijken we naar omgevingspassende oplossingen. We kijken niet alleen vanuit het perspectief van de warmtetransitie naar een gebied, maar breder.
Ook andere opgaven hebben invloed op het gebied en kunnen (in)direct bijdragen aan de warmtetransitie. Ook vanuit beleid zien we warmte als onderdeel van de brede klimaattransitie. Onze beleidsvisies kijken over de grens van het thema heen om de klimaattransitie breder te benaderen vanuit een integraal perspectief. Meewegende kijk op de transitie Zowel op gemeentelijk als landelijk niveau zullen de komende jaren ontwikkelingen zijn als het gaat om beleid, techniek en (financiële) middelen. En daarmee samenhangend bewustwording, bereidheid en lokale kansen voor verduurzaming. Bij herijking van de visie zal onze kijk op de Boxtelse transitie hierin meebewegen. Om aan te sluiten bij wat er dan nodig is en hoe daarop in te spelen.
3 Duurzame alternatieven voor aardgas Er zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas. Welk alternatief waar past is afhankelijk van de gebouwde omgeving en de beschikbaarheid van schone energiebronnen. In dit hoofdstuk beschrijven we welke technieken voor Boxtel beschikbaar en logisch zijn.
3.1 Alle gebouwen klaar voor aardgasvrije verwarming In het kort Tussen nu en 2050 maken gebouweigenaren hun gebouwen klaar voor duurzame verwarming door optimaal te isoleren binnen de bestaande schil, door te ventileren en door elektrisch te koken. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. Daarmee beperken we de vraag naar duurzame energie en zijn we voorbereid op meerdere warmteopties. De stap naar schone verwarming kunnen we soms maken voordat we klaar zijn met isoleren. Maar ook dan is het belangrijk om daarna nog verder te isoleren. De eerste stap naar schone verwarming is zuinig omgaan met energie. Door zuiniger om te gaan met energie hebben we minder (schone) bronnen nodig en maken we onze gebouwen geschikt voor duurzame technieken. We gaan zuinig om met energie door te isoleren, kieren te dichten, te ventileren, over te stappen naar elektrisch koken en door bewuster om te gaan met energie, door bijvoorbeeld een ruimte niet te verwarmen als dat niet hoeft. Een gebouw of woning is klaar voor meerdere duurzame warmteopties als we binnen de bestaande schil optimaal isoleren en kieren dichten. De schil bestaat meestal uit een dak, gevel, ramen en vloer. Bij isolatiemaatregelen is het altijd de vraag hoe ver we moeten gaan om, zoals we dat noemen, ‘transitiegereed’ te zijn.
Met andere woorden om klaar te zijn om de overstap te maken naar een aardgasvrij verwarmingsalternatief. We nemen in de TVW als uitgangspunt dat aan het einde van de transitie alle gebouwen minimaal dit niveau hebben bereikt. Met deze benadering
16
sluiten we aan bij de landelijke Standaard en Streefwaarden, zoals genoemd in het Klimaatakkoord5. Naast de schil moeten we soms ook de binneninstallatie aanpakken. Die bestaat uit elektrisch koken, ventilatie en radiatoren of vloerverwarming. Als we optimaal isoleren binnen de bestaande schil kunnen vooroorlogse woningen verwarmd worden met een duurzame warmteoptie die een temperatuur heeft van hoogstens 70°C, dat noemen we middentemperatuur. Naoorlogse woningen zijn dan geschikt om te worden verwarmd met een duurzame warmteoptie op zowel midden- als laagtemperatuur van hoogstens 50°C. Voor laagtemperatuur moeten dan ook nog de radiatoren geschikt worden gemaakt. Gebouweigenaren kunnen er altijd voor kiezen om méér te isoleren dan de bestaande schil. Het aanpassen van onze woningen en gebouwen kost veel tijd. Daarom is het belangrijk om deze maatregelen stapsgewijs te nemen en zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke vervangingsmomenten. De overstap naar duurzame warmteopties is niet altijd afhankelijk van het aanpassen van onze gebouwen: als het kan6 starten we eerder met overstappen op schone energie en gaan we ook daarna nog door met gebouwaanpassingen. Tot slot is de overstap naar schone verwarming niet alleen een kwestie van techniek. Comfortbehoefte, koelbehoefte en gebruik veranderen ook.
Energiezuinige gebouwen op schone energie vragen om een ander gebruik van verwarmingsapparaten.
3.2 Duurzame warmte, elektriciteit en gas Duurzame warmte, elektriciteit, en gas zijn alternatieve bronnen voor aardgas. Hier beschrijven we in hoeverre deze bronnen beschikbaar zijn voor Boxtel. 3.2.1 Duurzame warmte In het kort Duurzame warmte is afkomstig van duurzame warmtebronnen en wordt met warmtenetten naar gebouwen gebracht. In Boxtel zijn aquathermie
5
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2021), Standaard en Streefwaarden: uitkomst traject begeleidingscommissie.
(De Dommel), restwarmte van de RWZI kansrijke bronnen. Restwarmte van VION en van het datacentrum Rabobank zijn ook mogelijke bronnen, maar de haalbaarheid is nog niet onderzocht. Het gebruiken van lokale, duurzame warmtebronnen is efficiënt en zorgt dat we minder afhankelijk zijn van elektriciteit en gas. Daar tegenover staat dat er nog geen warmtenetten zijn in Boxtel en dat er een minimale schaal en dichtheid nodig hebben om succesvol met warmtenetten te starten.
Duurzame warmte is warm water dat wordt opgewarmd door een duurzame warmtebron. Het warme water wordt met geïsoleerde leidingen naar woningen en gebouwen gebracht, een zogenaamd warmtenet. In de woning is alleen een afleverset aanwezig. Dit is een geïsoleerd koffertje dat zorgt voor de warmteoverdracht van het warmtenet naar de woning. Een warmtenet is een collectieve oplossing: een techniek voor de hele dorp of wijk waarbij meerdere gebouwen en woningen moeten meedoen. Warmtenetten hebben een bron nodig. In Boxtel lijken kansen voor aquathermie, oftewel warmte uit water. Specifiek zien we kansen om warmte uit De Dommel en uit afvalwater van de RWZI Boxtel te winnen. Het potentieel van deze bronnen moet nader onderzocht worden en de kansen voor inzetbaarheid zijn ook afhankelijk van de gebouwde omgeving. Sommige warmtebronnen hebben een lage temperatuur waardoor zij een grote warmtepomp bij de bron nodig hebben om een voldoende hoge temperatuur te maken. Alleen op de koudste dagen van het jaar maakt een warmtenet vaak nog gebruik van zogenaamde piekvoorzieningen die op gas werken. Nu is dat aardgas, maar dat kunnen we de toekomst verduurzamen met duurzaam gas en warmte-opslag. Warmtenetten liggen nog zeker niet overal. Warmtenetten zijn kostbaar om aan te leggen.
Daarom moeten bij de aanleg van een warmtenet meerdere gebouwen in een dorp of wijk ongeveer tegelijkertijd aansluiten. Hierdoor is het voor warmtenetten gunstig als er veel gebouwen dicht op elkaar staan in een dorp of wijk staan, de kosten per gebouw nemen dan
6
Lees: als een bron voldoende hoge temperatuur heeft om een woning met beperkte maatregelen
binnen de schil toch comfortabel te verwarmen. Bij slecht geïsoleerde woningen is dan vaak hogetemperatuurverwarming nodig van boven de 70 graden.
17
af. In dorpen of wijken waar weinig gebouwen staan is een warmtenet vaak niet haalbaar.
ingewikkeld om de piekvraag in te vullen met duurzame elektriciteit. In de toekomst kunnen energieopslag en duurzaam gas daarin een rol spelen.
Een ander kenmerk van warmtenetten is de ruimte die zij innemen in de ondergrond. Bij het aanleggen van warmtenetten is het daarom belangrijk goed te kijken naar de beschikbare ruimte in de ondergrond.
De ruimte op het elektriciteitsnet is beperkt en als gevolg van elektrisch koken, elektrische auto’s en lokaal opgewekte stroom van zonnepanelen zal het elektriciteitsnet op de meeste plekken moeten worden verzwaard. Als we warmtepompen gaan gebruiken voor onze verwarming zal het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. Dat komt omdat warmtepompen op koude dagen allemaal tegelijk veel stroom nodig hebben. Die extra verzwaring van het elektriciteitsnet zal niet alleen moeten plaatsvinden in het dorp of de wijk, maar ook op gemeentelijk, regionaal en zelfs (inter)nationaal niveau. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is erg kostbaar en kost ook veel tijd. Bovendien heerst er transportschaarste in de regio. Daarom moeten we goed inspelen op de toename van warmtepompen in de gemeente, in continue afstemming met de netbeheerder, zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet selectief kan plaatsvinden. Bij hybride warmtepompen speelt dit probleem minder, omdat daar de piekvraag wordt opgevangen door het gasnet, zodat het elektriciteitsnet niet op de piek hoeft te worden gedimensioneerd.
Kortom, bron(nen), gebouwen en ondergrond moeten geschikt zijn voordat verder onderzoek en planvorming kan plaatsvinden. In Boxtel is een eerste verkenning gedaan naar twee locaties als opstap naar een uitvoeringsplan. Hierover is meer te lezen in hoofdstuk 4 en 5. 3.2.2 Duurzame elektriciteit In het kort Verwarmen met elektriciteit kan als we gebruikmaken van warmtepompen. Als we te veel gebouwen gaan verwarmen met elektrische warmteopties is er op de koudste dagen onvoldoende duurzame elektriciteit. Ook is er momenteel onvoldoende ruimte in het elektriciteitsnet om de stroom aan te voeren. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is kostbaar en tijdrovend. Dat betekent dat we elektriciteit voor onze verwarming efficiënt moeten inzetten zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet selectief kan plaatsvinden. Met elektriciteit verwarmen kan ook met staalkachels of infrarood. Het rendement van een waterpomp ligt echter 3 tot 4 keer zo hoog en is daardoor betaalbaar. Door warmtepompen toe te passen, bespaar je dus veel energie. We kunnen verwarmen met elektriciteit door gebruik te maken van warmtepompen. Warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht of bodem. Warmtepompen kunnen hun warmte ook uit een warmte-koude opslag (WKO) halen met een zogenaamd bronnet. Daarnaast gebruiken zij elektriciteit. Warmtepompen leveren warmte met een lage temperatuur.
Om een woning met een warmtepomp te kunnen verwarmen moet deze voldoende zijn geïsoleerd en geventileerd en moeten de radiatoren geschikt zijn voor lage temperaturen. Duurzame elektriciteit halen we volgens de RES 1.0 vooral uit zonne- en windenergie. Hoeveel zonne- en windenergie er is hangt af van het weer. Warmtepompen hebben juist veel elektriciteit nodig wanneer er weinig zonne- en windenergie is. Dit noemen we de ‘piekvraag’. Het is
18
3.2.3 Duurzaam gas In het kort De toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas is erg onzeker: we weten niet precies hoeveel er komt en wanneer het komt. Duurzaam gas zal met name nodig zijn voor verduurzaming van de industrie en zwaar transport. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving, moeten we het vooral inzetten om de zogenoemde piekvraag te verduurzamen: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Ondertussen moeten we overal zoveel mogelijk gas besparen om een blijvende afhankelijkheid van aardgas te voorkomen.
Er zijn twee vormen van duurzaam gas: groen gas en duurzame waterstof. Groen gas komt vooral uit de landbouw. Duurzame waterstof is waterstof gemaakt van duurzame elektriciteit. Gassen hebben als voordeel dat zij hoge temperaturen maken, veel hoger dan de gebouwde omgeving nodig heeft. De beschikbaarheid van duurzaam gas is momenteel erg beperkt en blijft dat naar verwachting ook. Daarom verwachten we dat duurzaam gas nu en in de toekomst vooral ingezet zal worden om sectoren te verduurzamen die bijna niet zonder gas kunnen, zoals de industrie.
Als er duurzaam gas beschikbaar komt voor woningen en gebouwen zal dat niet veel zijn. Het is belangrijk dat we dit dan zo goed mogelijk gebruiken. Het meest logische gebruik van duurzaam gas is voor de piekvraag: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Alle duurzame technieken hebben dit nodig: warmtenetten hebben centrale gasketels voor koude dagen, hybride warmtepompen hebben naast de warmtepomp een gasketel in de woning, en voor onze elektriciteit hebben we een voorziening nodig op de momenten dat de zon niet schijnt en de wind niet waait. Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties
Gebouwmaatregelen
Techniek in de woning
19
Warmte
Elektriciteit
Duurzaam gas
Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.
Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.
Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.
Afleverset (koffertje met leidingwerk).
Elektrische warmtepomp en een afgiftesysteem dat geschikt is voor lage temperaturen.
Hybride warmtepomp in combinatie met een HR-ketel.
Ondergrondse infrastructuur
Warmtenet.
Extra verzwaard elektriciteitsnet.
Bestaand gasnet.
Bronnen
Duurzame, lokaal beschikbare warmtebronnen.
Op termijn duurzame elektriciteit.
Op termijn duurzaam gas en duurzame elektriciteit.
4 De transitiepaden naar aardgasvrij voor Boxtel In dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende transitiepaden om in 2050 bij een aardgasvrije gebouwde omgeving uit te komen. In een transitiepad schetsen we per dorp of wijk de route om tot een warmteoptie te komen. Een transitiepad beschrijft een fasering, tussenstappen, hoe we omgaan met meerdere warmteopties binnen een dorp of wijk en wat voor aanpak erbij hoort. De transitiepaden laten we zien in de transitiekaart. We onderscheiden verschillende transitiepaden, afhankelijk van de eigenschappen en kansen van het dorp of de wijk. In Boxtel zijn dit de meest logische transitiepaden: •
Hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties
•
Warmtenet
•
Elektrische warmtepompen
•
Besparen en warmteoptie later herijken
•
Warmteopties voor bijzondere gebieden, zoals bedrijventerreinen, nieuwbouwlocaties en recreatievastgoed
Elk transitiepad start met het besparen en transitiegereed maken van gebouwen waar dat kan en nog niet is gebeurd. We starten daarom met een toelichting op besparen en transitiegereed maken om vervolgens in te gaan op de verschillende transitiepaden.
4.1 Gemeentebreed: besparen en transitiegereed Maatregelen voor besparing en het klaarmaken van gebouwen is voor de hele gemeente belangrijk. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit niet al gebeurd is. Hoe (ver) stappen gezet kunnen worden, is afhankelijk van het type woning.
wel nuttig zijn om de woning transitiegereed te maken voor een aansluiting op een warmtenet in die gebieden waar daar kansen voor zijn. Deze gebieden zijn verder toegelicht in paragraaf 4.3 en paragraaf 5.1.
Uit data-analyse is gebleken dat het gasverbruik in Boxtel iets (maar niet veel) hoger is dan gemiddeld, en de warmtevraag behoorlijk lager is dan gemiddeld. In de regio is het verbruik en de warmtevraag van Boxtel vergelijkbaar met Sint-Michielsgestel en Vught.
Tabel 2 Gemiddelden voor gasverbruik en warmtevraag in de drie gemeenten7 Figuur 5 Bouwperiode van woningen in Vught, Boxtel en Sint-Michielsgestel
Ruim de helft van de huidige woningvoorraad in de drie gemeenten heeft een bouwjaar van voor 1975, zie figuur 5. Voor deze woningen is naar verwachting dan ook sprake van een enorme isolatieopgave (rood). Voor een deel van de overige woningen is reeds sprake van een minimumisolatieniveau. Bij een kleiner deel van de woningvoorraad is de huidige isolatie in feite voldoende zonder noodzakelijke aanpassingen voor een alternatieve warmteoplossing (blauw). De warmtevraag voor woningcorporatiewoningen ligt lager dan het gemiddelde, omdat hier vaker al (in meer of mindere mate) isolatiemaatregelen zijn genomen. De CO2winst voor aanvullende maatregelen naar transitiegereed zal in deze woningen daarom beperkt zijn. Echter kunnen aanvullende maatregelen
20
Bouwjaar
Transitieroute
<1950
Focus op isolatie, maatwerk in verband met grote diversiteit
1951 – 1975
Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC)
Waaronder: 1951 – 1965
Kansen verkennen voor gezamenlijke aanpak per blok voor gespikkeld bezit
7 Bouwjaren: Kadaster. Bron: Basisregistratie adressen en gebouwen. Wat halen we eruit?
Energieverbruik: CBS. Bron: Wijk- en Buurtkaart. Energielevering aan woningen en bedrijven naar
Pandgeometrie, oppervlaktes, gebouwfuncties, bouwjaar.
postcode. Wat halen we eruit? Buurtgeometrie, energieverbruik per postcode.
1976 – 1990
Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC)
eindoplossing zijn als er op termijn voldoende duurzaam gas beschikbaar komt.
Als (al) nageïsoleerd: hybride mogelijk
Bij het herijken van de TVW houden we in de gaten hoeveel duurzaam gas er beschikbaar komt. Ondertussen blijven we inzetten op voldoende stapsgewijze isolatie volgens de landelijke Standaard voor woningisolatie, zodat we zoveel mogelijk voorbereid zijn op elektrische warmtepompen, mocht er in de toekomst onvoldoende duurzaam gas beschikbaar zijn.
>1990
Hybride warmtepomp als tussenstap naar een gasvrije oplossing
>2005
Volledige warmtepomp kansrijk
In alle gevallen is de individuele situatie leidend, met het oog op betaalbaarheid en de overstap op natuurlijke momenten. Maatwerk blijft noodzakelijk om aan te sluiten op de specifieke situatie van de gebouweigenaar. Een ‘doelgroepenaanpak’ kan helpen om gericht de inwoners de informeren en motiveren om individuele keuzes te maken rondom verduurzaming. Een blokaanpak kan uitkomst binnen om gespikkeld bezit in Boxtel te verduurzamen. Deze aanpakken worden verder toegelicht in hoofdstuk 5: Stappen richting uitvoering.
4.2 Hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties Wat? In Boxtel zien we dat de gebouwde omgeving matig stedelijk is en naast Boxtel vooral bestaat uit kleine kernen en buitengebieden. Kenmerkend voor de kleine kernen en buitengebieden in Boxtel is de diversiteit van de bebouwing en het relatief grote aandeel vooroorlogse (lint)bebouwing. Oude en nieuwe gebouwen staan door elkaar heen, en uitbreidingsgebieden zijn vaak relatief klein geweest. Naast isolatie, ventilatie en elektrisch koken, beginnen we in deze dorpen of wijken met de overstap naar hybride warmtepompen. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp met een Cv-ketel ernaast voor koude dagen en voor warm tapwater. Hybride warmtepompen besparen snel veel gas en CO2-uitstoot. Naast hybride warmtepompen zullen ook elektrische warmtepompen en kleinschalig collectieve opties, zoals een WKO, een rol spelen. De ouderdom van het gebouw zal vaak bepalend zijn of de overstap naar een elektrische warmtepomp logisch is, of dat een hybride warmtepomp logischer is. Een hybride warmtepomp kan een tussenoplossing zijn voor een elektrische warmtepomp als de woning nog onvoldoende is geïsoleerd, en een hybride warmtepomp kan alleen een
21
Waar? Dorpskernen Liempde, Lennisheuvel, Esch, de buurtschappen en het buitengebied. Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze dorpen en wijken starten met het overstappen op hybride warmtepompen en waar mogelijk naar elektrische warmtepompen of kleinschalig collectieve opties. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak (zie hoofdstuk 5) te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.
4.3 Warmtenet Wat? In warmtenetgebieden krijgen zoveel mogelijk gebouwen en woningen een warmtenetaansluiting. De temperatuur van dat warmtenet is afhankelijk van de beschikbare bronnen. Bij het bepalen van de temperatuur van het warmtenet is het belangrijk dat die temperatuur ook op lange termijn CO2neutraal kan worden geleverd. Wanneer de brontemperatuur te laag is voor verwarming van gebouwen, is er soms nog een collectieve warmtepomp bij de bron of in het (woon)gebouw nodig. Een warmtenet is een oplossing voor het hele dorp of de hele wijk, maar toch kan een gebouw soms een eigen oplossing krijgen, bijvoorbeeld omdat het gebouw afwijkt van de rest van het dorp of de wijk. We verwachten daarom dat er ook op kleine schaal warmtepompen zullen voorkomen in warmtenetgebieden.
Waar? Warmtenetten zijn het meest logisch in naoorlogse gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. In deze gebieden staan veel flats die relatief eenvoudig en tegen relatief lage kosten zijn aan te sluiten. Ook zijn er in deze dorpen of wijken veel sociale huurwoningen waardoor een warmtenet relatief eenvoudig is te organiseren. Delen van de gemeente waar warmtenetten een rol gaan spelen zijn mogelijk in Boxtel Oost rondom de Brederodeweg, Boxtel Noord rondom de Baandervrouwenlaan en eventueel ook later in het centrum. We hebben een verkenning naar de kansen gedaan voor Boxtel Noord en Oost, zie paragraaf 4.3.1. Hoe? In tegenstelling tot gas en elektra zijn warmtenetten nog niet aanwezig. De ontwikkeling van nieuwe warmtenetten én duurzame bronnen is afhankelijk van drie voorwaarden: •
•
•
Er is voldoende schaal en dichtheid in een dorp of wijk. Bij een te lage dichtheid of een te laag aantal woningen is een warmtenet vaak niet haalbaar. Er is geen gouden regel, maar warmtenetten komen met name in beeld als veel appartementengebouwen en/of utiliteit dicht bij elkaar staan. Er is voldoende draagvlak bij eigenaren en gebruikers die het merendeel van de gebouwen in een gebied vertegenwoordigen. Dit is in de praktijk vaak een woningcorporatie, maar het kunnen ook eigenaren en gebruikers van utiliteit, georganiseerde particuliere gebouweigenaren of VvE’s zijn. Zij maken het mogelijk dat daarna overige gebouweigenaren kunnen aansluiten. Er is in het dorp of de wijk perspectief op een duurzame bron. Die bron hoeft niet altijd in het dorp of de wijk zelf aanwezig te zijn, maar hoe groter de afstand tussen de bron en het dorp of de wijk, hoe kostbaarder het wordt om de warmte te transporteren en hoe minder efficiënt het warmtenet werkt. In Boxtel zijn De Dommel, de RWZI de meest logische warmtebronnen in combinatie met warmte koude opslag. Andere mogelijkheden zijn wellicht het datacentrum Rabobank en restwarmte van VION. Restwarmte van VION kan alleen gebruikt worden als het bedrijfsproces zelf ook duurzaam is of verduurzaamd wordt.
Een warmtenet realiseren we met een gebiedsaanpak. Daarbij stemmen we zoveel mogelijk de werkzaamheden op elkaar af. De tijd die nodig is
22
om de gebouwen in een gebied en haar bewoners aan te sluiten, inclusief het opstellen van een uitvoeringsplan, is vijf à tien jaar. 4.3.1 Mogelijke kansgebieden voor een warmtenet in Boxtel In Boxtel zien we één concreet kansgebied en twee samenwerkingsgebieden voor de komende 5 tot 10. De kansgebieden lichten we hieronder verder toe. De keuze voor deze kansgebieden is gebaseerd op de selectiecriteria zoals geformuleerd in de bijlagenotitie. In onderstaande tabel is weergegeven welke criteria van toepassing zijn bij de kansgebieden en samenwerkingsgebieden.
Boxtel
Boxtel Oost
Boxtel
Noord
(Brederodeweg)
Centrum
Impact maken
X
X
X
Draagvlak
?
?
Laagste maatschappelijke kosten
?
X
?
Werk met werk
?
?
Diversiteit
X
X
Criteria
Kansrijke uitrolstrategie
X
X
De keuze voor deze mogelijke kansgebieden wordt hieronder verder onderbouwd. In een eerste verkenning van de mogelijkheden voor een warmtenet hebben we gekeken naar appartementen en utiliteit rondom Baandervrouwenweg en rondom Brederodeweg. Een paar utiliteitsgebouwen in deze gebieden hebben al een eigen WKO. De meeste gebouwen zijn al goed geïsoleerd, hoewel er voor een aantal woningen nog wel maatregelen nodig zijn om ze transitiegereed te maken voor aansluiting op een warmtenet. Enerzijds gaat dat om inpandige maatregelen zoals HR++ glas. Anderzijds is een aandachtspunt het inpandig inpassen van een warmtenet. Ook zal een collectief verwarmingssysteem op z’n minst wennen zijn. Om deze reden is draagvlak als een vraagteken weergegeven. De gebieden zijn weergegeven in Figuur 4 en Figuur 5.
Er zijn twee bronnen getoetst op beschikbaarheid. De Dommel heeft ruim voldoende capaciteit om beide gebieden van voldoende warmte te voorzien in combinatie met een warmte koude opslag. De RWZI is voor Boxtel Noord een haalbaar alternatief. Een warmtenet op brontemperatuur van de Dommel of RWZI ligt voor de hand omdat de meeste gebouwen al goed geïsoleerd zijn, op deze manier koudelevering mogelijk is en omdat een warmtenet op brontemperatuur een lagere investering vergt.
mogelijkheden verder te onderzoeken en waar mogelijk concreet te maken. Op termijn en met de lessen die we leren voor de Brederodeweg en de lessen uit de pilots in de rest van Nederland, kunnen we kijken naar de mogelijkheden voor het centrum en voor Boxtel Noord.
Een lokaal warmtenet op basis van de Dommel of RWZI werkt met WKO. Uit de eerste verkenning blijkt dat de bodem voldoende ruimte voor WKO heeft om aan alle warmtevraag te voldoen. In beide gebieden, maar ook in het centrum van Boxtel is het echter denkbaar dat als een nieuwe WKO geplaatst wordt voor een of meerdere gebouwen, dat daarmee verduurzamingsmogelijkheden voor andere gebouwen beperkt worden. Dit aandachtspunt willen we verder onderzoeken en als nodig stellen we een bodemenergieplan op. Hiermee kunnen we de bodemenergie optimaal inzetten voor deze gebieden, rekening houdend met de dieptebeperking vanuit de omgevingsverordening van de provincie. Rondom Baandervrouwenweg kunnen eigenaren waarschijnlijk ook kiezen voor individuele warmteoplossing per gebouw. Dergelijke oplossingen zijn moeilijker rondom de Brederodeweg vanwege de bouwhoogte en hogere bebouwingsdichtheid.
Figuur 4 Samenwerkingsgebied Baandervrouwenweg en omgeving
Uit de eerste verkenning komt ook naar voren dat de kosten voor een duurzaam collectief systeem en duurzame individuele systemen per gebouw voor de eigenaar en gebruiker (huurders) samen vergelijkbaar zijn. Dit is met name voor Boxtel Noord relevant omdat individuele oplossingen per gebouw mogelijk zijn. Als de elektriciteitsprijs stijgt, zijn collectieve systemen goedkoper. Voor beide gebieden blijkt dat een warmtenet (met name) voor de gebouweigenaar duurder kan zijn dan aardgas omdat een warmtenet een aanzienlijke eenmalige investering vergt. Dit zal een belangrijk onderwerp zijn bij verder onderzoek. Niettemin zijn er goede kansen voor warmtenetten en is het met name voor het gebied rondom de Brederodeweg waarschijnlijk dat een warmtenet het alternatief is met de laagste maatschappelijke kosten. Met een warmtenet zouden we tevens een aanzienlijke stap zetten voor de verduurzaming van Boxtel (impact maken). We stellen daarom voor om samen met JOOST en andere eigenaren voor het gebied rondom de Brederodeweg de technische en economische
23
Figuur 5 Kansgebied Brederodeweg en omgeving
4.4 Elektrische warmtepompen Wat? Bij dit transitiepad stappen we over naar elektrische warmtepompen. Uiteindelijk is er dan alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk nodig. Voordat een woning over kan naar een elektrische warmtepomp moet deze volledig transitiegereed zijn én beschikken over een afgiftesysteem voor lage temperaturen. Hybride warmtepompen, waarbij een cv-ketel bijspringt als het buiten heel koud is en dient voor warm tapwater, zijn een tussenoplossing voor gebouwen die nog onvoldoende zijn geïsoleerd. In deze dorpen of wijken kunnen gebouweigenaren ook kiezen voor kleinschalig collectieve oplossingen met bijvoorbeeld WKO. Ook dan is er vaak nog een warmtepomp in het gebouw of de woning aanwezig. Waar? Dorpen of wijken waar de warmtepomp de meest logische route is, zijn relatief nieuwe dorpen of wijken die al goed geïsoleerd zijn of dorpen of wijken met een lage bebouwingsdichtheid aan de rand van de stad. In de kern Boxtel zien we Munsel-Selissen als kansrijk voor elektrische warmtepompen. Daarnaast zullen verspreid over de gemeente ook kleinere deelgebieden zich hiervoor goed lenen, zoals delen van Liempde en Esch. Hoe? De route naar elektrische warmtepompen wordt bepaald door de gebouweigenaren.