CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsplan Laar Nieuw Laar_Regels

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 4 februari 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit Laar-Nieuw Laar31.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

32

de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2 van de woning, de gronden en/of bijgebouwen gezamenlijk; alleen detailhandel die rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende beroep of bedrijf is toegestaan; de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2; horeca is niet toegestaan; het beroep of bedrijf mag geen onevenredig verkeersaantrekkende werking hebben; voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19; buitenopslag is niet toegestaan; reclame-uitingen zijn niet toegestaan; laden en lossen mag uitsluitend op eigen terrein plaatsvinden; de activiteit dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

l.

indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.

8.4.3 Nevenactiviteiten De volgende nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan, als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: 1.

niet aan het buitengebied gebonden bedrijven in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten tot een maximale oppervlakte van 400 m²; 2. agrarisch-verwante bedrijven en agrarisch-technische bedrijven, waarbij de bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking zoals loon- en grondverzetbedrijven niet zijn toegestaan; 3. statische opslag tot een maximale oppervlakte van 1.000 m², mits het geen handelsactiviteiten betreft; 4. verblijfsrecreatie (minicamping, camperplaatsen en/of trekkershutten) met een maximale oppervlakte van 1 hectare, grenzend aan en/of liggend binnen een agrarisch bouwvlak of grenzend aan een bestemmingsvlak wonen met dien verstande dat: a. de al bestaande (mini)campings niet van deze nevenactiviteit gebruik mogen maken; b. er maximaal 5 trekkershutten opgericht mogen worden; c. er maximaal 10 camperplaatsen opgericht mogen worden; d. een standplaats op een minicamping heeft een minimale oppervlakte van 230 m² en een camperplaats heeft een minimale oppervlakte van 100 m2; e. verblijfsrecreatie uitsluitend plaatsvindt in de periode van 1 maart tot en met 1 november en van 16 december tot en met 16 januari; f. de afstand van het terrein tot de woningen van omwonenden dient minimaal 50 meter te bedragen; g.

er een woning op het betreffende bouwvlak aanwezig is; h. er landschappelijke inpassing plaatsvindt van minimaal 30% van de oppervlakte van de minicamping; 5. groepsaccommodatie tot een maximale oppervlakte van 400 m²; 6. een bed & breakfast accommodatie in bijgebouwen bij een bedrijfwoning voor maximaal 10 personen verdeeld over maximaal 5 kamers. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie in de bedrijfswoning, waarbij de totale oppervlakte aan bed & breakfast accommodatie niet meer mag bedragen dan 100 m2; 7. dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen tot een maximale oppervlakte van 400 m²; 8. horeca ten dienste van extensieve recreatie, zoals een theetuin en een ijs/snackverkooppunt tot maximaal 100 m² (gezamenlijke oppervlakte van binnen- en buitenruimte); 9. zorgfuncties en/of maatschappelijke functies tot een maximale oppervlakte van 400 m²; 10. bij cumulatie van meerdere vormen van nevenactiviteiten/verbrede landbouw dan wel aan huis gebonden beroepen mag het totale daarvoor te gebruiken bruto vloeroppervlak niet meer bedragen dan 400 m² behalve wanneer sprake is van een combinatie met statische opslag of een minicamping. In het geval van statische opslag is een maximale oppervlakte voor nevenactiviteiten van in totaal 1000 m² toegestaan waarvan minimaal 600 m2 dient te worden ingezet ten behoeve van statische opslag .

Als het gaat om een minicamping is maximaal een oppervlak van 5000 m² voor nevenactiviteiten toegestaan waarvan minimaal 4600 m2 dient te worden ingezet ten behoeve van de minicamping. mits tevens is voldaan aan de volgende algemene voorwaarden: 11. de agrarische functie van aangrenzende, niet bij het agrarisch bouwvlak behorende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden aangetast; 12. door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvindt; 13. voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

33

Parkeervoorzieningen ten behoeve van een nevenactiviteit behorend bij een aanduiding agrarisch bouwvlak dienen binnen dit agrarische bouwvlak te worden gerealiseerd; 14. de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteiten mogen niet worden aangetast; 15. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. 16. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; 17. de werkzaamheden dienen door de bewoner te worden uitgeoefend. 8.4.4 Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders in bedrijfsgebouwen is uitsluitend toegestaan, als daar een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.

een dergelijke huisvesting noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; 2. de huisvesting uitsluitend werknemers betreft die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten. Dit dient te allen tijde door de ondernemer te kunnen worden aangetoond middels het bijhouden van een nachtregistratie; 3. de huisvesting niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar bedraagt. In uitzonderlijke gevallen kan de periode worden verlengd tot maximaal 8 maanden. Het opstellen van een bedrijfsplan is dan noodzakelijk. Daarnaast dient in deze gevallen de Stichting Advisering Buitengebied (SAB) om advies te worden gevraagd; 4. de huisvesting kan plaatsvinden in een bestaand, een uit te breiden dan wel een nieuw op te richten bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan, met dien verstande dat de gezamenlijke vloeroppervlakte ten behoeve van het nachtverblijf niet meer bedraagt dan 10-15 m2 per persoon; 5. er geen sprake is van zelfstandige wooneenheden; 6. het maximaal aantal personen dat gehuisvest wordt niet meer dan 20 bedraagt; 7. de afwijking kan uitsluitend worden verleend indien is aangetoond dat voldoende structurele voorzieningen ten behoeve van de tijdelijke huisvesting ontbreken; 8. het agrarische bedrijf dient de hoofdfunctie te blijven.

De huisvesting van seizoensarbeiders dient gekoppeld te zijn aan een nog in werking zijnd agrarisch bedrijf. Bij beëindiging van de agrarische functie is het huisvesten van seizoenarbeiders niet meer toegestaan; 9. de huisvesting dient vooraf te worden getoetst op de algemene criteria, zoals (externe) veiligheid, hygiëne, lucht, bodem, riolering, water, verkeer, geluid, natuur en landschap en milieuzonering; 10. er dient voorzien te worden in voldoende adequate parkeerplaatsen binnen het bouwvlak, waarbij dient te worden uitgegaan van 1 parkeerplaats per bed; 11. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dien dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Hierbij geldt dat het bevoegd gezag de verleende omgevingsvergunning omgevingsactiviteit voor de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders kan intrekken indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijke grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is, dan wel onvoldoende inspanningen geleverd zijn om in meer structurele vormen van huisvesting te voorzien. 8.4.5 Plattelandswoning Het gebruik van een agrarische bedrijfswoning, als bedoeld in artikel 8.1 onder f, als plattelandswoning is uitsluitend toegestaan, als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend.

Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. 2.

34

De betreffende woning ligt binnen een agrarisch bouwvlak; De agrarische bedrijvigheid is en blijft als hoofdfunctie aanwezig. De aanwezigheid van een reëel

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

3. 4.

bestaand bijbehorend bedrijf kan in ieder geval worden aangetoond middels een advies van de SAB; De bouwregels zoals die gelden voor de reguliere agrarische bedrijfswoning zijn van overeenkomstige toepassing; De luchtkwaliteit ter plaatse van de betreffende woning dient te voldoen aan titel 5.2 van de Wet milieubeheer.

8.5 Bouwregels bouwvlak Binnen de locatie 'Agrarisch' gelden binnen het bouwvlak de volgende bouwregels:

Bedrijfsgebouwen: 1. Maximale bouwhoogte 2. Maximale goothoogte 3. Maximale oppervlakte bij een agrarische bedrijf in de vorm van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' 4. Maximale oppervlakte bij een agrarisch bedrijf niet zijnde een intensieve veehouderij Teeltondersteunende kassen: 1. Maximale bouwhoogte 2. Maximale goothoogte 3. Maximale oppervlakte Bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen: 1. Maximale bouwhoogte bedrijfswoning 2. Maximale goothoogte bedrijfswoning 3. Maximale inhoudsmaat bedrijfswoning

Bouwregel

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

11 m 6m

Zie hiervoor 8.7 Zie hiervoor 8.7

Bestaande oppervlakte

Zie hiervoor 8.7

n.v.t. met dien verstande dat het bepaalde in 8.6 in acht moet worden genomen

n.v.t. 6m n.v.t. 5000 m2

n.v.t. n.v.t.

10 m

n.v.t.

6m

n.v.t.

750 m3, exclusief onderkeldering n.v.t. (of inclusief onderkeldering indien deze ten behoeve van de verblijfsfunctie wordt gebruikt) inclusief aan-en uitbouwen indien deze ten behoeve van de verblijfsfunctie worden gebruikt of in ieder geval niet meer dan op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan en het geen woning betreft welke in het verleden gesplitst is geweest.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

35

4. Maximale bouwhoogte bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen 5. Maximale goothoogte bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen 6. gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen

6m

3,5 m

bedraagt in het bebouwingsgebied:niet meer dan: a. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; b. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2;

7. Dakhelling

c. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2. Er wordt voorzien in een kap zonder kap, mits dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de locatie en niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Erf- en perceelsafscheidingen De bouwhoogte bedraagt maximaal: - 2 meter indien gelegen achter de voorgevel van de bedrijfswoning; - 1 meter indien gelegen voor de voorgevel van de bedrijfswoning.

36

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Carport of overkapping

Maximaal 1 vrijstaande carport of overkapping behorende bij de bedrijfswoning, met dien verstande dat: met dien verstande dat: 1. de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet mag worden overschreden; 2. de carport of overkapping uitsluitend mag worden gebouwd met een plat dak; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; 4. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 m²;

Hooiberg (anders dan een parapluhooiberg)

Maximaal 1 met dien verstande dat: - de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 m2; - de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 meter. De installatie is volledig op daken toegestaan. Als dit al benut is en geen andere mogelijkheden bestaan of een niet benut deel brengt minder dan 60% van de optimale opbrengst op, dan geldt het volgende: - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2; - de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m; Maximale bouwhoogte van 1,5 m

Zonnepaneleninstallatie

Lage teeltondersteunende voorzieningen Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

-Maximale bouwhoogte 4 meter; - Maximale oppervlakte 10 m2.

8.6 Overige bouwregels Binnen de locatie 'Agrarisch' gelden de volgende overige bouwregels: Bouwregel

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

37

1. Situering gebouwen en bijbehorende bouwwerken

38

Gebouwen en bijbehorende n.v.t. bouwwerken worden uitsluitend gesitueerd: - binnen de aanduiding 'bouwvlak', tenzij dit in dit deze regels anders is geregeld; - op een minimale afstand van 1 meter van de perceelsgrens voorzover het bedrijfsgebouwen betreft; - op een minimale afstand van 5 meter van de perceelsgrens voorzover het de bedrijfswoning en hierbij behorende bijgebouwen betreft; - op minimaal de bestaande afstand tot aan de as van de weg, voorzover het de bedrijfswoning betreft; - uitsluitend achter de gevellijn van de bedrijfswoning, voorzover het de bijgebouwen bij de bedrijfswoning betreft; - op een minimale afstand van 5 meter van waterlopen, waarbij kortere afstanden van bestaande bebouwing is toegestaan; - met een maximale onderlinge afstand tussen de bedrijfswoning en bij de bedrijfswoning bijbehorende vrijstaande bijgebouwen van 30 m; - sleufsilo's, mestsilo's en (folie)mestbassins, containervelden, waterbassins, een weegbrug voor eigen gebruik en kadaverplaatsen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduidingen 'bouwvlak' en 'specifieke bouwaanduiding bouwperceel'; - paardenbakken zijn toegestaan ter plaatse van het bouwvlak, alsmede ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' onder navolgende voorwaarden: a.

op de locatie mogen geen voorzieningen dan wel bouwwerken worden opgericht anders dan een open afrastering van de paardenbak tot een hoogte van maximaal 1,5 meter; b. nieuwe lichtmasten zijn toegestaan met maximum bouwhoogte van 6 meter en voorzover geen onevenredige

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

lichthinder ten opzichte van woningen van derden wordt veroorzaakt; 2. Aantal bedrijfswoningen Binnen de aanduiding 'bouwvlak' is n.v.t. één bedrijfswoning toegestaan, tenzij op de verbeelding een maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' voorkomt. In dat geval geldt dat ter plaatse van deze aanduiding uitsluitend het betreffende aantal woningen ter plaatse is toegestaan. 3. Parapluhooibergen Parapluhooibergen zijn uitsluitend n.v.t. toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - parapluhooiberg', met dien verstande dat: 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 5 meter; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 meter; 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 de bouwhoogte met maximaal 2 meter mag worden overschreden ten behoeve van de paal; 4. de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 49 m2; 5. aan- en uitbouwen niet zijn toegestaan; 6. de bouwhoogte van de wanden maximaal 3 meter mag bedragen; 7. tussen de wanden en de goothoogte minimaal 2 meter vrij van wanden en/of muren dient te zijn. 4. Veldschuur Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding veldschuur' is een veldschuur in de bestaande maatvoering toegestaan. 5. Erf- en De bouwhoogte mag niet meer n.v.t. perceelsafscheidingen buiten bedragen dan 1,5 meter. de aanduiding 'bouwvlak'

8.7 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwregels Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.5 Bouwregels bouwvlak en 8.6 Overige bouwregels, op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan navolgende voorwaarden:

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

39

8.7.1 Het uitbreiden van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve veehouderij Het uitbreiden van de oppervlakte van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve veehouderij ter plaatse van de de aanduiding 'bouwvlak' welke samenvalt met de aanduiding 'intensieve veehouderij' is in afwijking van het bepaalde in artikel 8.5 toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. 2.

aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 8.4.1 wordt tevens voldaan; het bepaalde in 8.6 blijft onverminderd van toepassing.

8.7.2 Het plaatsen van een mestvergistingsinstallatie Het plaatsen van een mestvergistingsinstallatie binnen de aanduiding bouwvlak aan het Laar 31/33/35 is toegestaan indien wordt aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5.

de hoogte van de silo's ten behoeve van een mestvergistingsinstallatie mag maximaal 10 meter bedragen en de doorsnede maximaal 25 meter; de maximale capaciteit van een vergistingsinstallatie bedraagt 14.864 ton/jaar biomassa, bestaande uit 3.750 ton/jaar dikke fractie na mestscheiding, 1.000 ton/jaar glycerine en aangevuld met water. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; uitsluitend de mest die op het eigen bedrijf aan Laar 31/33/35 wordt geproduceerd mag worden verwerkt; de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening;

8.7.3 Het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak toegestaan indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

deze voorzieningen niet langer dan 6 maanden ter plaatse aanwezig zijn; deze voorzieningen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering; deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; de hoogte van de teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5 meter mag bedragen; er geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden vereist is; ingeval er sprake is van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, geldt een maximum van 4 hectare; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast.

8.7.4 Het verhogen van bedrijfsgebouwen De op grond van 8.5 toegestane goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mogen worden vergroot, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.

6.

de maximale goothoogte bedraagt 7 meter; de maximale bouwhoogte bedraagt 12 meter; aangetoond dient te worden dat het verhogen van bedrijfsgebouwen functioneel noodzakelijk is; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.

40

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

5.

8.7.5 De realisatie van een paardenbak De realisatie van een paardenbak buiten de aanduiding 'bouwvlak' alsmede buiten de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' is toegestaan, voorzover hierbij de totale omvang van een bouwperceel van 1,5 ha niet wordt overschreden, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1.

er dient te worden aangetoond dat de paardenbak niet binnen het agrarische bouwvlak of een ander bouwvlak uit een andere bestemming kan worden gesitueerd; 2. de paardenbak dient binnen een zone van 30 meter tot de grens van een agrarisch bouwvlak of van een bouwvlak van een andere aangrenzende bestemming te worden gesitueerd; 3. het mag uitsluitend een onoverdekte paardenbak betreffen; 4. de oppervlakte dient maximaal 800 m² te bedragen; 5. per locatie is slechts 1 paardenbak toegestaan; 6. het een hobbymatige activiteit betreft; 7. de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening; 8. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn, waarbij rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing aansluitend aan het bouwvlak dient te worden opgericht met een minimum van 15% van het totale bouwvlak; 9. de landschappelijke inpassing dient opgenomen, als voorwaardelijke verplichting verbonden aan de omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit. 10. op de locatie mogen geen voorzieningen dan wel bouwwerken worden opgericht anders dan een open afrastering van de paardenbak tot een hoogte van maximaal 1,5 meter; 11. de minimale afstand van de paardenbak tot de as van de weg dient 20 meter te bedragen; 12.

de minimale afstand van de paardenbak tot de woningen van derden dient 20 meter te bedragen; 13. lichtmasten zijn niet toegestaan; 14. de paardenbak dient getoetst te worden aan redelijke eisen van welstand; 15. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast. 8.7.6 De aanleg van een zonnepaneleninstallatie De aanleg van een zonnepaneleninstallatie als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, grenzend aan een bouwvlak is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7.

er gemotiveerd wordt dat er geen mogelijkheid op het aangrenzende bouwvlak is om de zonnepaneleninstallatie te realiseren. Dit geldt onder andere voor situaties waarbij geen geschikt dakvlak beschikbaar is in verband met schaduwwerking of waarbij de dakconstructie minder geschikt is voor de montage van zonnepanelen (bijvoorbeeld bij een rieten dak); er dient te worden aangetoond dat de verwachte opbrengst op bestaande gebouwen binnen het aangrenzende bouwvlak minder dan 60% van de optimale opbrengst bedraagt; de zonnepaneleninstallatie dient binnen een zone van 30 meter tot de grens van een aangrenzend bouwvlak te worden gesitueerd; de gezamenlijke oppervlakte van de zonnepaneleninstallatie binnen en buiten het bouwvlak mag maximaal 100 m2 bedragen. de bouwhoogte dient maximaal 2 meter te bedragen; per bedrijf mag maximaal één zonnepaneleninstallatie worden gerealiseerd; de zonnepaneleninstallatie dient getoetst te worden aan redelijke eisen van welstand.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

41

8.7.7 Vogelnesten Het oprichten van een vogelnest (bijvoorbeeld ooievaarsnest) is toegestaan, voorzover hierbij de totale omvang van een bouwperceel van 1,5 ha niet wordt overschreden, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2.

de maximale oppervlakte bedraagt 5 m²; de maximale bouwhoogte bedraagt 7 meter.

8.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen voor onderstaande werken en/of werkzaamheden en tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1. Historisch landschappelijk gebied: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - historisch landschappelijk gebied': a. b. c. d. e. f.

afgraven, ophogen; indrijven; onderbemalen; aanbrengen oeverbeschoeiing; planten, omzetten van grasland naar bouwland; verharden oppervlakte van meer dan 100 m².

2. Archeologische verwachtingswaarde 2: Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 2': ingrepen die groter zijn dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidig maaiveld;

3. Besloten gebied: Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Besloten gebied': a. b.

afgraven, egaliseren; rooien, omzetten van grasland naar bouwland, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en /of sierteelt.

4. Landschapselementen Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Landschapselement': a. b.

rooien, omzetten grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt; verharden oppervlakte van meer dan 100 m², veranderen perceelsindeling.

Hierbij gelden de navolgende voorwaarden: 1. 2. 3.

42

ingeval er twee of meer aanduidingen op de desbetreffende gronden zijn gelegen, het zwaarste regime geldt; bij de beoordeling van de een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 2 Beoordelingscriteria bij omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aanleggen, getoetst; het bevoegd gezag kan voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

4.

indien het een werk en/of werkzaamheden binnen de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' betreft, waarbij de ingrepen groter zijn dan ter plaatse is toegestaan, dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat deze archeologische waarden niet worden aangetast.

8.8.1 Uitzonderingen op vergunningplicht uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Als uitzondering op de omgevingsvergunningplicht als bedoeld in 8.8 geldt het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden die: a. b. c. d. e.

f.

binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; minder dan 100 m² bedragen en buiten het bouwvlak worden uitgevoerd; van ondergeschikte betekenis zijn; betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd zijn en niet reeds in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

8.9 Bevoegdheid wijzigingen toedeling functies Het bevoegd gezag kan de toedeling van functies als volgt wijzigen: 8.9.1 Het oprichten van permanente teeltondersteunende voorzieningen Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' kunnen na wijziging van de toedeling van functies het oprichten van permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen, worden toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

e. f.

g. h. i.

j. k.

de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te worden aangetoond; er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; vooraf advies wordt ingewonnen bij de SAB voor het aantonen van de noodzaak van de voorziening; binnen het bouwvlak dient een aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - differentiatievlak teeltondersteunende voorzieningen' te worden opgenomen waarmee wordt aangegeven welk gedeelte gebruikt zal worden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; de maximale grootte van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - differentiatievlak teeltondersteunende voorzieningen' bedraagt de omvang van het bouwvlak; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn, waarbij rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing aansluitend aan het bouwvlak dient te worden opgericht met een minimum van 15% van het totale bouwvlak; de landschappelijke inpassing dient opgenomen te worden door middel van de functietoedeling 'Groen Landschappelijke inpassing'; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of

de omgeving; de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

43

8.9.2 De vormverandering van het bouwvlak ten behoeve van een grondgebonden bedrijf Na de wijziging van toedeling van functies kan een vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak' worden toegestaan voor een grondgebonden bedrijf, niet zijnde een veehouderij, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e.

f. g. h. i.

j. k.

de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te worden aangetoond; er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; gebouwen mogen niet buiten het bouwvlak komen te liggen; het bouwvlak dient voor ten minste 50% dezelfde gronden blijven omvatten zoals aangegeven op de verbeelding; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn, waarbij rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing aansluitend aan het bouwvlak dient te worden opgericht met een minimum van 15% van het totale bouwvlak; de landschappelijke inpassing dient opgenomen te worden door middel van de functietoedeling 'Groen Landschappelijke inpassing'; de uitbreiding milieuhygiënisch aanvaardbaar is; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap,cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.

8.9.3 De vergroting van het bouwvlak ten behoeve van een grondgebonden bedrijf Na de wijziging van toedeling van functies kan een uitbreiding van de aanduiding 'bouwvlak' worden toegestaan voor een grondgebonden bedrijf, niet zijnde een veehouderij, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.

e. f. g.

h. i.

vooraf advies wordt ingewonnen bij de SAB voor het aantonen van de noodzaak van de vergroting; binnen het vigerende bouwvlak dienen de bebouwingsmogelijkheden volledig benut te zijn; de oppervlakte van het bouwvlak mag worden vergroot tot 1,5 hectare; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn, waarbij rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing aansluitend aan het bouwvlak dient te worden opgericht met een minimum van 15% van het totale bouwvlak; de landschappelijke inpassing dient opgenomen te worden door middel van de functietoedeling 'Groen Landschappelijke inpassing'; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap,cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.

8.9.4 De omschakelingvan een agrarisch bedrijf naar een paardenhouderij Na de wijziging van toedeling van functies kan een omschakeling van een agrarisch bedrijf (waaronder tevens begrepen een paardenfokkerij:) naar een paardenhouderij: worden toegestaan, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a.

44

het hergebruik dient zich te beperken tot de voormalige agrarische bedrijfslocatie. Bij gebleken noodzaak

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

b. c.

d. e. f. g. h. i. j.

k. l.

kan de voormalige agrarische bedrijfslocatie worden uitgebreid tot een maximum van 1,5 hectare. Bij een uitbreiding wordt vooraf advies ingewonnen bij de SAB voor het aantonen van de noodzaak van de vergroting; paardenbakken moeten binnen het bouwvlak worden opgericht; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn, waarbij rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing aansluitend aan het bouwvlak dient te worden opgericht met een minimum van 15% van het totale bouwvlak; de landschappelijke inpassing dient opgenomen te worden door middel van de functietoedeling 'Groen Landschappelijke inpassing'; maximaal 1 rijhal met een oppervlakte van ten hoogste 1000 m² is toegestaan; er geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; de omschakeling dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; alle bedrijfsbebouwing die niet noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering dient te worden gesloopt; de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de

ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.

8.9.5 De omschakelingvan een agrarisch bedrijf naar een recreatief bedrijf Na de wijziging van toedeling van functies kan een omschakeling van een agrarisch bedrijf naar een recreatief bedrijf worden toegestaan, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen; horeca ten dienste van extensieve recreatie, zoals een theetuin en een ijs/snackverkooppunt tot maximaal 100 m² (gezamenlijke oppervlakte van binnen- en buitenruimte); groepsaccommodatie tot een maximale oppervlakte van 400 m²;

indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1.

de oppervlakte aan dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen per vrijgekomen agrarische bedrijfslocatie dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 400 m², waarbij cultuurhistorische bebouwing gehandhaafd dienen te blijven; 2. aangetoond dient te worden dat agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet haalbaar is; 3. aangetoond dient te worden dat volledige sanering in redelijkheid niet kan worden verlangd; 4. het initiatief moet geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat binnen het gebied; 5. het initiatief dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn; 6. voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd, binnen de contouren van het vigerende 'bouwvlak', zoals bedoeld in artikel 19; 7. er geen beperking plaatsvindt van de omliggende agrarische bedrijven; 8. de functiewijziging slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking heeft, welke bovendien bij de ontsluitingssituatie ter plaatse past; 9. buitenopslag niet is toegestaan; 10. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; 11. de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap,cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; 12.

de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

45

13. de ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant omtrent de vestiging van niet-agrarische functies in de groenblauwe mantel dan wel het gemengd landelijk gebied of soortgelijke randvoorwaarden in een opvolgende provinciale verordening; 14. de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn. 8.9.6 Het wijzigen van de functietoedeling Agrarisch in de functietoedeling Wonen De functietoedeling 'Agrarisch' welke is voorzien van de aanduiding 'bouwvlak' kan worden gewijzigd in 'Wonen - 1', indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

aangetoond dient te worden dat agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet haalbaar is; het agrarisch bedrijf dient te zijn beëindigd; de wijziging mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven; d. de wijziging dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn; e. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; f. er dient een legale bedrijfswoning op het bouwvlak aanwezig te zijn; g. na wijziging naar 'Wonen - 1' is ter plaatse van deze functietoedeling maximaal 1 woning toegestaan. In afwijking hiervan bedraagt het aantal woningen maximaal 2 indien sprake is van: 1. wijziging van de functietoedeling ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' en de tweede woning past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; 2. wijziging van de functietoedeling ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - 1' vanwege onderkende cultuurhistorische waarden als bedoeld in Bijlage 4 CHW waardestellingen wederopbouwboerderijen; h. ingeval de bedrijfswoning is voorzien van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', dient: 1. minimaal 400 m³ te worden ingezet voor de gebruiksfunctie wonen; 2.

een splitsing van de bedrijfswoning bij te dragen aan het behoud en herstel van de onderkende cultuurhistorische waarden als bedoeld in Bijlage 4 CHW waardestellingen wederopbouwboerderijen; i. de oppervlakte van het bouwvlak dient te worden verkleind ten behoeve van de wijziging naar 'Wonen 1'; j. de woning krijgt de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - vrijkomende agrarische bebouwing'; k. de overige gronden van deze bestemming worden bestemd overeenkomstig de aangrenzende gebiedsgerichte bestemmingen; l. de ontwikkeling gaat gepaard met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; m. de ontwikkeling voldoet aan het bepaalde in de Wet Natuurbescherming; n. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; o. alle overtollige niet-cultuurhistorisch waardevolle bebouwing moet gesloopt worden; p. de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.

8.9.7 Het wijzigen van de functietoedeling Agrarisch in de functietoedeling Bedrijf De gronden voorzien van de functietoedeling 'Agrarisch' en de aanduiding 'bouwvlak' kunnen worden gewijzigd in de functietoedeling 'Bedrijf'', ten behoeve van de in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 genoemde bedrijven dan wel bedrijfsmatige activiteiten indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b.

46

middels een (bedrijfs)plan wordt aangetoond dat de activiteit binnen de bestaande bebouwing zal plaatsvinden; voormalige agrarische bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan volgens de specifieke functie noodzakelijk zijn (overtollige niet-cultuurhistorisch waardevolle bebouwing), moeten worden gesloopt.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Onder een grotere oppervlakte dan volgens de specifieke functie noodzakelijk wordt in ieder geval verstaan een begane grond vloeroppervlakte van meer dan 1000 m2; c. de overgebleven voormalige agrarische bedrijfsgebouwen krijgen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vrijkomende agrarische bebouwing', voor welke geldt dat de bestaande oppervlakte niet mag worden vergroot; d. aangetoond dient te worden dat agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet haalbaar is; e. aangetoond wordt dat volledige sanering in redelijkheid niet kan worden verlangd; f. de nieuwe functies slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking hebben en dienen aan te sluiten bij het landelijke karakter; g. aangetoond dient te worden dat de weg de verkeersafwikkeling voldoende op kan vangen; h. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn, waarbij rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing aansluitend aan het bouwvlak dient te worden opgericht met een minimum van 15% van het totale bouwvlak; i. de landschappelijke inpassing dient opgenomen te worden door middel van de functietoedeling 'Groen Landschappelijke inpassing'; j. voldoende parkeergelegenheid binnen de toe te delen functie 'Bedrijf' wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19; k. de agrarische bedrijvigheid wordt beëindigd; l.

er geen beperking plaatsvindt van de omliggende agrarische bedrijven; m. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; n. er is geen sprake van buitenopslag; o. de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap,cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; p. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; q. de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn. 8.9.8 Het wijzigen van de functietoedeling Agrarisch in de functietoedeling Sport met de aanduiding 'manege' Het wijzigen van de functietoedeling 'Agrarisch' in de functietoedeling 'Sport' voorzien van de aanduiding 'manege' ten behoeve van een manege is toegestaan, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.

i. j.

omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet worden belemmerd; het bouwvlak aan een doorgaande weg is gelegen; het initiatief dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn; voldoende parkeergelegenheid binnen de functietoedeling 'Sport' wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; alle bedrijfsbebouwing die niet noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering dient te worden gesloopt; nieuwe bebouwing is niet toegestaan, behoudens de oprichting van 1 rijhal met een maximale oppervlakte van 1200 m²; de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap,cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

47

Artikel 9

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

9.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: 1. Hoofdfunctie(s)

Nadere uitleg of voorwaarden

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

Functies die passend toegestaan zijn in het gebied 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden', waaronder in ieder geval worden begrepen: a. een agrarische grondgebonden bedrijfsuitoefening, waaronder mede begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. ter plaatse van de aanduiding 'landschapselementen', een landschapselement; c. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; d. ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; e. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde; f. agrarisch natuurbeheer en/of landschapsbeheer; g. extensief dagrecreatief medegebruik; h. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied. 2. Bijbehorende functie(s)

48

Nadere uitleg of voorwaarden

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

a. Bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen. Voorbeelden: n.v.t.: functies zijn rechtstreeks ontsluitingswegen en toegelaten. paden, parkeervoorzieningen (ook ten behoeve van aangrenzende functietoedelingen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water, waterhuishoudingkundige voorzieningen. 9.1.1 Voorwaardelijke verplichting landschapsinpassingcamping Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' is gebruik overeenkomstig de functietoedeling toegestaan, mits de bestaande landschapsinpassing in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' in stand wordt gehouden en binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van een aanvullende landschapsinpassing in de vorm van een bladhoudende haag ter plaatse van een inrit zoals opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld onder 2.8. 9.2 Verboden functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zijn de volgende functies en gebruik verboden: 1. Verboden functie(s) en gebruik binnen de Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit locatie 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden': Binnen de locatie 'Agrarisch met waarden n.v.t. Landschapswaarden' zijn de volgende functies en gebruik verboden: a. detailhandel; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); c. seksinrichtingen; d.

opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak; e. (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas; f. Risicovolle inrichtingen; g. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen; h. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. 9.3 Overige bouwregels Binnen de locatie 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' gelden de volgende overige bouwregels: Bouwregel

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

49

1. Situering gebouwen en bijbehorende bouwwerken

Gebouwen en bijbehorende bouwwerken in de n.v.t. vorm van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen zijn niet toegestaan. In afwijking hiervan zijn ter plaatse van de aanduiding 'overige zone recreatie' binnen het plangebied gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte toegestaan in een maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 en met een maximale bouwhoogte van 5 meter. 2. Aantal bedrijfswoningen Niet toegestaan. n.v.t. 3. Parapluhooibergen Niet toegestaan. n.v.t. 4. Erf- en perceelsafscheidingen De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan n.v.t. buiten de aanduiding 'bouwvlak' 1,5 meter.

9.4 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwregels Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 9.3 Overige bouwregels, op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: 9.4.1 Het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak toegestaan indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

deze voorzieningen niet langer dan 6 maanden ter plaatse aanwezig zijn; deze voorzieningen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering; deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; de hoogte van de teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5 meter mag bedragen; er geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden vereist is; ingeval er sprake is van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, geldt een maximum van 4 hectare; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast.

9.4.2 De realisatie van een paardenbak De realisatie van een paardenbak buiten het bouwvlak is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

50

er dient te worden aangetoond dat de paardenbak niet binnen het agrarische bouwvlak of een ander bouwvlak uit een andere bestemming kan worden gesitueerd; de paardenbak dient binnen een zone van 30 meter tot de grens van een agrarisch bouwvlak of van een bouwvlak van een andere aangrenzende bestemming te worden gesitueerd; het mag uitsluitend een onoverdekte paardenbak betreffen; de oppervlakte dient maximaal 800 m² te bedragen; per locatie is slechts 1 paardenbak toegestaan; het betreft een hobbymatige activiteit; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn, waarbij

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing aansluitend aan het bouwvlak dient te worden opgericht met een minimum van 15% van het totale bouwvlak; 8. de landschappelijke inpassing dient opgenomen, als voorwaardelijke verplichting verbonden aan de omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit. 9. op de locatie mogen geen voorzieningen dan wel bouwwerken worden opgericht anders dan een open afrastering van de paardenbak tot een hoogte van maximaal 1,5 meter; 10. de minimale afstand van de paardenbak tot de as van de weg dient 20 meter te bedragen; 11. de minimale afstand van de paardenbak tot de woningen van derden dient 20 meter te bedragen; 12. lichtmasten zijn niet toegestaan; 13. de paardenbak dient getoetst te worden aan redelijke eisen van welstand; 14. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast. 9.4.3 De aanleg van een zonnepaneleninstallatie De aanleg van een zonnepaneleninstallatie als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, grenzend aan een bouwvlak is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7.

er gemotiveerd wordt dat er geen mogelijkheid op het aangrenzende bouwvlak is om de zonnepaneleninstallatie te realiseren. Dit geldt onder andere voor situaties waarbij geen geschikt dakvlak beschikbaar is in verband met schaduwwerking of waarbij de dakconstructie minder geschikt is voor de montage van zonnepanelen (bijvoorbeeld bij een rieten dak); er dient te worden aangetoond dat de verwachte opbrengst op bestaande gebouwen binnen het aangrenzende bouwvlak minder dan 60% van de optimale opbrengst bedraagt; de zonnepaneleninstallatie dient binnen een zone van 30 meter tot de grens van een aangrenzend bouwvlak te worden gesitueerd; de gezamenlijke oppervlakte van de zonnepaneleninstallatie binnen en buiten het bouwvlak mag maximaal 100 m2 bedragen. de bouwhoogte dient maximaal 2 meter te bedragen; per bedrijf mag maximaal één zonnepaneleninstallatie worden gerealiseerd; de zonnepaneleninstallatie dient getoetst te worden aan redelijke eisen van welstand.

9.4.4 Vogelnesten Het oprichten van een vogelnest (bijvoorbeeld ooievaarsnest) is toegestaan indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2.

de maximale oppervlakte bedraagt 5 m²; de maximale bouwhoogte bedraagt 7 meter.

9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen voor onderstaande werken en/of werkzaamheden en tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1. Historisch landschappelijk gebied: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - historisch landschappelijk gebied': a. b. c. d. e.

afgraven, ophogen; indrijven; onderbemalen; aanbrengen oeverbeschoeiing; planten, omzetten van grasland naar bouwland;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

51

f.

verharden oppervlakte van meer dan 100 m².

2. Archeologische verwachtingswaarde 2: Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 2': ingrepen die groter zijn dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidig maaiveld;

3. Besloten gebied: Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Besloten gebied': a. b.

afgraven, egaliseren; rooien, omzetten van grasland naar bouwland, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en /of sierteelt.

4. Landschapselementen Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Landschapselement': a. b.

rooien, omzetten grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt; verharden oppervlakte van meer dan 100 m², veranderen perceelsindeling.

Hierbij gelden de navolgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.

ingeval er twee of meer aanduidingen op de desbetreffende gronden zijn gelegen, het zwaarste regime geldt; bij de beoordeling van de een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 2 Beoordelingscriteria bij omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aanleggen, getoetst; het bevoegd gezag kan voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen; indien het een werk en/of werkzaamheden binnen de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' betreft, waarbij de ingrepen groter zijn dan ter plaatse is toegestaan, dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat deze archeologische waarden niet worden aangetast.

9.5.1 Uitzonderingen op vergunningplicht uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Als uitzondering op de omgevingsvergunningplicht als bedoeld in 9.5 geldt het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden die: a. b. c. d. e.

f.

52

binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; minder dan 100 m² bedragen en buiten het bouwvlak worden uitgevoerd; van ondergeschikte betekenis zijn; betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd zijn en niet reeds in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Artikel 10

Bedrijf

10.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Bedrijf' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: 1. Hoofdfunctie(s)

Nadere uitleg of voorwaarden

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

53

Functies die passend toegestaan zijn binnen de locatie 'Bedrijf', waaronder in ieder geval worden begrepen: a. bedrijfsuitoefening ter plaatse van navolgende aanduidingen overeenkomstig de hierbij beschreven toegestane functies en gebruik:

'Specifieke vorm van bedrijf - 5': ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 5' is een paardenhouderij uitsluitend toegestaan overeenkomstig de vergunde situatie voor wat diersoorten en dieraantallen.

Door middel van een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van het bepaalde in 10.1 lid 1 (hoofdfunctie(s) en nadere uitleg of voorwaarden). De gevallen waarin dit mogelijk is, alsmede de voorwaarden waaronder gebruik gemaakt kan worden, zijn vermeld in 10.3.

1. 'specifieke vorm van bedrijf - 1': een installatiebedrijf en daarnaast een museum met een maximale vloeroppervlakte van 100 m2; 2. 'specifieke vorm van bedrijf - 2': een hoveniersbedrijf; 3. 'specifieke vorm van bedrijf - 3': Voldaan moet worden een grondverzet- en loonbedrijf; aan het bepaalde in Door middel van een 5. 'specifieke vorm van bedrijf - 5' een organisatie en Hoofdstuk 3 Regels voor omgevingsvergunning adviesbureau en een paardenhouderij'; overige bouwactiviteiten omgevingsplanactiviteit als 6. 'specifieke vorm van bedrijf - 6' een opslagbedrijf; en Hoofdstuk 4 Regels bedoeld in 18.2, kan tevens 7. 'specifieke vorm van bedrijf - 7' een voor overige activiteiten naast de toegestane caravanstallingsbedrijf en eiergroothandel tot en Hoofdstuk 5 Regels bedrijfsuitoefening als maximaal de vloeroppervlakte van de bestaande voor sectorale bepaald in 10.1 lid 1 onder functies in de bestaande gebouwen. aspecten. a, binnen de maximum b. wonen in een bedrijfswoning; toegestane bebouwde c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening', een oppervlakte worden nutsvoorziening; voorzien in het aanvangen d.

de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in of veranderen van een de bedrijfswoning, met dien verstande dat het functie dan wel een oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige ingrijpende wijziging van de activiteiten, maximaal 100 m2 van het vloeroppervlak bedrijfsvoering per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de overeenkomstig de regels bewoner; als bedoeld in 18.2. e. een bed&breakfast accommodatie in een bedrijfswoning met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie in bijgebouwen die door het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit verleend kan worden; f. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; g. ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; h. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde; i. detailhandel: als nevenactiviteit, uitsluitend

54

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

voorzover dit rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende bedrijf, tot een maximum verkoopvloeroppervlak:van 200 m2; j. extensief dagrecreatief medegebruik. 2. Bijbehorende functie(s)

Nadere uitleg of Omgevingsvergunning voorwaarden omgevingsplanactiviteit a. Bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen. Voorbeelden: n.v.t.: functies zijn rechtstreeks ontsluitingswegen en toegelaten. paden, parkeervoorzieningen (ook ten behoeve van aangrenzende functietoedelingen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water, waterhuishoudingkundige voorzieningen.

10.1.1

Specifieke gebruiksregels

a Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Gebruik overeenkomstig de functietoedeling 'Bedrijf' ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf - 7' is toegestaan, mits in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' overeenkomstig Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld bij de regels binnen een jaar na onherroepelijk worden van dit plan in een landschappelijk inpassingsplan is voorzien en de realisatie en instandhouding wordt uitgevoerd overeenkomstig hetgeen is vermeld in deze bijlage. 10.2 Verboden functies en gebruik Binnen de locatie 'Bedrijf' zijn de volgende functies en gebruik verboden: 1. Verboden functie(s) en gebruik binnen de locatie 'Bedrijf':

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

55

Binnen de locatie 'Bedrijf' zijn de volgende functies en n.v.t. gebruik verboden: a. detailhandel, met uitzondering van detailhandel die rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende bedrijf overeenkomstig het bepaalde in 10.1; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); c. seksinrichtingen; d. buitenopslag van goederen en materialen behoudens voorzover het betreft: - de bestaande legale buitenopslag ten behoeve van de op grond van 10.1 toegestane bedrijfsvoering; - buitenopslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 6' meer dan 2.000 m3. e. het gebruik van gebouwen, behoudens de bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid; f. het wonen in een bedrijfswoning ofwel het gebruik van bedrijfsgebouwen als een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'; g. (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas; h. risicovolle inrichtingen; i. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; j. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=daaedec6-a727-497f-bdc5-978b6ca61e89