CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsplan Laar Nieuw Laar_Regels

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 4 februari 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit Laar-Nieuw Laar31.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan - Regels -

Omgevingsplan Laar Nieuw Laar Gemeente Sint-Michielsgestel

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Omgevingsplan Laar Nieuw Laar Gemeente Sint-Michielsgestel

IDNnummer:

NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA02

Status:

vastgesteld

Datum:

21 December 2023 (met aanvullingen herstelbesluit 2026)

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene en inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Uitleg omgevingsplan Zorgplichten Maatwerkvoorschriften Gelijkwaardige maatregelen Onderzoeksplicht bij omgevingsvergunning Begrippen Wijze van meten

5 6 7 8 9 10 21

Hoofdstuk 2 Toedeling van functies aan locaties

23

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Agrarisch Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Bedrijf Groen - Landschappelijke inpassing Verkeer Verkeer - Zandpad

23 48 53 66 68 70

Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Water Wonen - 1 Wonen - 2

72 73 80

Hoofdstuk 3 Regels voor overige bouwactiviteiten

87

Artikel 17

Overige bouwregels

87

Hoofdstuk 4 Regels voor overige activiteiten

89

Artikel 18 Artikel 19

89 92

Activiteiten met gevolgen voor milieuwaarden Voorzien in voldoende parkeerbehoefte

Hoofdstuk 5 Regels voor sectorale aspecten

93

Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24

93 95 97 99 101

Leiding - Gas Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 4 Zoneringen

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotregels

103

Artikel 25 Artikel 26

103 104

Overgangsrecht Slotregel

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

3

Regels

Tweede gewijzigde vaststelling Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01 is op 21 december 2023 gewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van ingestelde beroepen en gelijktijdige verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen, heeft de Voorzieningenrechter bij uitspraak van 16 september 2024 met zaaknummer ECLI:NL:RVS:2024:3707, een voorlopige voorziening getroffen, en het besluit van de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel van 21 december 2023 waarbij het bestemmingsplan "Omgevingsplan Laar - Nieuw Laar" gewijzigd is vastgesteld, geschorst voor zover het betrekking heeft op de plandelen met de bestemming "Agrarisch" aan de Nieuw Laar 5a en de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11 in Berlicum. De uitspraak in voorlopige voorziening heeft in combinatie met de aangevoerde beroepsgronden tot nieuwe inzichten geleid en vormt mede aanleiding voor een herstelbesluit (zoals bedoeld in artikel 6:19 Algemene wet bestuursrecht) in de vorm van een tweede gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA02. De wijzigingen die met een tweede gewijzigde vaststelling zijn doorgevoerd, zijn grijs gemarkeerd in de regelset opgenomen.

4

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Algemene en inleidende regels

Uitleg omgevingsplan

1.1 Tabellen Voor zover in deze regels tabellen zijn opgenomen, is uitsluitend hetgeen in de betreffende tabel is vermeld, toegestaan. Onder omstandigheden is hetgeen (mede is) toegestaan gekoppeld aan een aanduiding. Dat betekent bijvoorbeeld dat: als in de tabel functies 'Specifieke vorm van agrarisch – x' wordt genoemd, uitsluitend die functies zijn toegestaan op een locatie waarop deze aanduiding van toepassing i s en voor zover van toepassing onder de daarbij vermelde voorwaarden; als in de tabel maatvoeringen worden genoemd, die maatvoeringen als minimum of maximum gelden, afhankelijk van hetgeen in de tabel is aangegeven. 1.2 Onderling verband tussen regels 1. De regels over toegestane functies en gebruik en de regels voor bouwactiviteiten en overige activiteiten gelden aanvullend aan elkaar: a. voor hetgeen ingevolge de regels over toegestane functies en gebruik niet is toegestaan, mag ook niet worden gebouwd; b. een gebruik dat niet overeenstemt met hetgeen is opgenomen in de regels voor bouwactiviteiten of overige activiteiten, is niet toegestaan. 2. Voor zover enerzijds de regels over toegestane functies en de regels voor bouwactiviteiten en overige activiteiten en anderzijds de regels voor sectorale functies en sectorale aspecten onderling tegenstrijdig zijn, hebben de regels voor sectorale functies en sectorale aspecten voorrang. 3.

Voor zover de Overige bouwregels tegenstrijdig zijn met de bouwregels die gelden binnen bouwvlakken als bedoeld in 8.5, 10.4, 15.4, 16.4 hebben de Overige bouwregels voorrang. 4. Voor zover de regels in Hoofdstuk 5 nadere bepalingen inhouden ten opzichte van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gaat het bepaalde in Hoofdstuk 5 voor.

1.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit 1. Indien de kolom of rij "Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit" is ingevuld, verleent het bevoegd gezag (indien daarvoor een vergunningaanvraag wordt ingediend en aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan) van de bijbehorende regeling afwijken door het verlenen van een omgevingsvergunning voor de betreffende afwijken van het omgevingsplanactiviteit. 2. Waarvoor een omgevingsvergunning kan wordt verleend afgeweken en onder welke voorwaarden, is vermeld in de kolom of rij "Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit". Voor zover van toepassing vormen Hoofdstuk 3,Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 daarnaast het toetsingskader voor deze vergunning. 3. Bij de vergunningverlening kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld met het oog op de doelstellingen voor het gebied Laar - Nieuw Laar zoals verwoord in de Gebiedsvisie Laar - Nieuw Laar en met het oog op het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, waarbij mede het bepaalde in Artikel 18 in acht wordt genomen, alsmede het bepaalde in Artikel 2.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

5

Artikel 2

Zorgplichten

2.1 Zorgplicht voor een ieder Een ieder draagt bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit omgevingsplan voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. 2.2 Activiteit met nadelige gevolgen Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de bedoelde activiteiten nadelige gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. b. c.

alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteiten achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.

2.3 Verhouding tot specifieke regels Aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 wordt in ieder geval voldaan, voor zover bij wettelijk voorschrift, besluit of in dit omgevingsplan specifieke regels zijn gesteld met het oog op de doelen van dit omgevingsplan, en die regels worden nageleefd.

6

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Artikel 3

Maatwerkvoorschriften

Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen voor de activiteiten genoemd in Hoofdstuk 2, Hoofdstuk 3 en Hoofdstuk 4 met betrekking tot onder andere: a. b. c. d. e.

de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid (voorkoming en bestrijding van calamiteiten); de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van bebouwing en naaste omgeving; ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; Deze voorschriften dienen tot ten minste eenzelfde niveau van veiligheid, gezondheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving te leiden als de geldende voorschriften, en zo mogelijk tot een hoger niveau.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

7

Artikel 4

Gelijkwaardige maatregelen

Als regels betreffende bouwactiviteiten, milieubelastende of andere activiteiten voorschrijven dat een maatregel moet worden getroffen, kan op aanvraag door het college van burgemeester en wethouders toestemming worden verleend om, in plaats daarvan, een gelijkwaardige maatregel te treffen. Deze bevoegdheid geldt niet indien de wettelijke regels dat uitsluiten of een bepaalde maatregel voorschrijven. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde en bij voorkeur een beter resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Indien er een vergunningplicht geldt, dan kan het verzoek daartoe worden gedaan bij de aanvraag om omgevingsvergunning.

8

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Artikel 5

Onderzoeksplicht bij omgevingsvergunning

In het kader van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit dient indien nodig middels onderzoek aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de voor die omgevingsplanactiviteit gestelde voorwaarden en dat de activiteit (bestaande uit een functiewijziging en/of bebouwing) uitvoerbaar is.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

9

Artikel 6

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 6.1 plan het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' van de gemeente Sint-Michielsgestel. 6.2 bestemmingsplan met verbrede reikwijdte het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, bestaande uit de de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA02; 6.3 aan huis gebonden bedrijf: het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid c.q.

beperkte bedrijfsmatige opslag, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 6.4 aan huis gebonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 6.5 aanbouw: een aan een hoofdgebouw toegevoegd afzonderlijk gebouw dat in functioneel opzicht een integrerend onderdeel van het hoofdgebouw vormt en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 6.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 6.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 6.8 abiotische waarden: het geheel van waarden in verband met het abiotisch milieu (= niet levende natuur), in de vorm van aardkundige en/of hydrologische kenmerken, zowel op zichzelf als in relatie tot de aanwezigheid of nabijheid van (ontwikkelingsmogelijkheden voor) een waardevol biotisch

milieu (= levende natuur, gevormd door organismen en leefgemeenschappen); 6.9 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

10

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.10 afhankelijkewoonruimte: een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 6.11 agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf; a. b.

c.

d.

glastuinbouwbedrijf: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt; veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; grondgebonden veehouderij: een veehouderij(tak) waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; intensieve veehouderij: een veehouderij(tak) met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens- , vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; overig agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt; (vollegronds)teeltbedrijf: agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt;

6.12 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie; 6.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 6.14 bebouwingsconcentratie: een kernrandzone, bebouwingslint of een bebouwingscluster; 6.15 bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 6.16 bed & breakfast: bed & breakfast is een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. De accommodatie mag niet over een afzonderlijke keuken beschikken;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

11

6.17 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven daaronder niet begrepen; 6.18

bestaand:

bij gebruik: het legale gebruik zoals aanwezig op het moment van inwerkingtreding van het plan, tenzij in de regels anders is bepaald;

bij bouwwerken: de legaal aanwezige bebouwing die op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bestaat, wordt gebouwd of mag worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning. 6.19 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 6.20

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 6.21 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 6.22 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand of een aangebouwd gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en/of functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 6.23 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 6.24 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 6.25 bouwperceel: aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan;

12

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.26 bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel; 6.27 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 6.28 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 6.29 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur; 6.30 dagrecreatie: recreatieve activiteit die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang; 6.31 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 6.32 dikke fractie: vaste mest die ontstaat uit scheiding van drijfmest alsmede uit scheiding van digestaat dat overblijft na (co)vergisting;.

6.33 dunne fractie: vloeibare mest die ontstaat uit scheiding van drijfmest alsmede uit scheiding van het digestaat dat overblijft na (co)vergisting;. 6.34 extensieve recreatie die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen en zonder specifiek ruimtegebruik; 6.35 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt; 6.36 geluidgevoelige functies in of krachtens de Wet geluidhinder aangewezen geluidsgevoelige functies, gebouwen, ruimtes en/of terreinen.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

13

6.37 geurgevoelige object: geurgevoelige object overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij; 6.38 geurverordening: Verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Sint-Michielsgestel, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel in zijn openbare vergadering van 9 februari 2017; 6.39 gevellijn: een denkbeeldige lijn, strak langs de voorgevel van het hoofdgebouw tot aan de perceelsgrens; 6.40 hedonische waarde: maat bepaald volgens de Nederlandse voornorm 2818 voor de (on)aangenaamheid van een geur,uitgedrukt op een schaal van H=-4 (uiterst onaangenaam) tot H=+4 (uiterst aangenaam); 6.41 hedonisch gecorrigeerde geuremissie: geuremissie van een bron gedeeld door de hedonische weegfactor F; 6.42 hedonisch gewogen geurbelasting: geurbelasting op basis van hedonisch gecorrigeerde geuremissies van alle geurbronnen; 6.43 hedonische weegfactor F: verhouding tussen de geurconcentratie die behoort bij de hedonische waarde van H=–1 van een geurbron en de normwaarde van 1 ouE/m3; 6.44 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk is aan te merken; 6.45 horeca het bedrijfsmatig voor gebruik ter plaatse verstrekken van dranken en van in dezelfde onderneming bereide maaltijden en andere etenswaren, het

voorgaande al dan niet in combinatie met het exploiteren van een zaalaccommodatie en het bedrijfsmatig verstrekken van overnachtingsmogelijkheden. Hieronder wordt niet verstaan functies als discotheek, nachtclubs, speelautomatenhallen e.d.; 6.46 huishouden: een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksverbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband. 6.47 ingrijpende wijziging van de bedrijfsvoering: een wijziging van de bedrijfsvoering waarvoor andere dan standaardmaatregelen en / of voorzieningen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de milieuwaarden in artikel 18.3.

14

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.48 inwoning: het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, met dien verstande dat woningsplitsing en/of kamerbewoning niet is toegestaan; 6.49 landschappelijkewaarde: bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang; 6.50 landschapselementen: groenelementen met landschappelijke waarden die bepalend zijn voor het omliggende landschap en in hoofdzaak bestaan uit m.n. inheemse beplanting in de vorm van struiken, bomen en kruidenlaag; 6.51 mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 6.52 mestbewerking: de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, compostering hygiënisatie of indamping van mest; 6.53 mestscheiding het scheiden van drijfmest en digestaat in een dunne en dikke fractie.

6.54 mestsilo: reservoir in de vorm van een constructie van beton, hout of staal bekleed met folie of beton dan wel een gemetselde constructie, bestemd voor het bewaren van drijfmest, digestaat of dunne fractie, dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een gebouw. 6.55 milieuwaarden: waarden op het gebied van geluid, geur, luchtkwaliteit, bodem en andere milieuaspecten waarvoor in dit plan normen worden gesteld; 6.56 nadere regels zorgvuldige veehouderij Door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant d.d. 19 juli 2022 ten behoeve van een zorgvuldige veehouderij vastgestelde regels (versie 2.2), vastgelegd met planidn NL.IMRO.9930.wijznrbzv22-va01; 6.57 nevenactiviteit: activiteiten waarvoor een gedeelte van de vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen als zodanig mag worden gebruikt en die uitgevoerd worden naast het eigenlijke beroep of de hoofdactiviteit, ze zijn ondergeschikt aan de primair toegekende functie (vaak agrarisch);

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

15

6.58 Natura 2000: een samenhangend netwerk van leefgebieden en soorten die van belang zijn vanuit het perspectief van de Europese Unie als geheel, ingesteld door de Europese Unie. Op die gebieden is de Vogel- en/of Habitatrichtlijn van toepassing; 6.59 Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet natuurbescherming; 6.60 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige biotopen bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren; 6.61 omgevingskwaliteit: de kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde; 6.62 omgevingsvergunningvoor een omgevingsplanactiviteit: de omgevingsvergunning als bedoeld artikel 7c lid 14 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet gelezen in samenhang met artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met inachtneming van die wetten zoals die golden vóór 1 januari 2024; 6.63 omgevingsplanactiviteit een activiteit waarvoor in het bestemmingsplan een vergunningplicht is gecreëerd en regels zijn gesteld; 6.64 ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; 6.65 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en omsloten door maximaal één wand of

meerdere wanden wanneer de overkapping tegen bestaande wanden wordt gebouwd zonder op deze wanden te rusten; 6.66 paardenbak: een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 6.67 paardenfokkerij: een (overig agrarisch) bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen worden verricht aan en/of met paarden die primair gericht zijn op het fokken van paarden en pony's; 6.68 paardenhouderij: een bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen worden verricht aan en/of met paarden die primair gericht zijn op het stallen en of verhandelen van paarden en pony's;

16

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.69 parapluhooiberg: een vrijstaand bouwwerk dat bestaat uit één (dragende) paal in het midden, eventueel omsloten door wanden van maximaal 3 meter hoogte, en een dak dat in sommige gevallen langs de paal op en neer kan bewegen; 6.70 participatie Het voeren van overleg met de directe omgeving waarbij: a. b. c. d.

e. f. g.

de initiatiefnemer alle eigenaren en huurders binnen een straal van 250 m vanaf de locatie van de beoogde ontwikkeling benaderd aan een vorm van overleg deel te nemen; de beoogde ontwikkeling door de initiatiefnemer aan de deelnemers aan het overleg wordt toegelicht; de deelnemers aan het overleg in de gelegenheid worden gesteld op de beoogde ontwikkeling te reageren; de initiatiefnemer, tijdens het overleg of op een later vervolgoverleg met de deelnemers, aangeeft: 1. met welke opmerkingen in het plan rekening gehouden kan/zal worden; 2. met welke opmerkingen in het plan geen rekening gehouden kan/zal worden en waarom niet; de initiatiefnemer een schriftelijk verslag opstelt van de het gevoerde overleg met de omgeving en dit aan de deelnemers van het overleg toestuurt; de deelnemers binnen 2 weken na verzending van het verslag schriftelijk kunnen reageren richting de initiatiefnemer; de initiatiefnemer het verslag samen met eventuele schriftelijke reacties indient bij het doen van een omgevingsvergunning activiteit op grond van het bepaalde in dit omgevingsplan.

6.71 perceelgrens: een grenslijn tussen aaneengesloten eigendommen; 6.72 prostitutie: het zich of een ander beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 6.73 recreatie: vrijetijdsbesteding zoals verblijfsrecreatie, dagrecreatie, agrotoerisme en extensief recreatief medegebruik zoals wandelen, fietsen, paardrijden, vissen, zwemmen, roeien, kanoën etc.; 6.74 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 6.75 risicovolle inrichting: a. een inrichting waarvoor ingevolge het besluit externe veiligheid een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij in het bestemmingsplan toegelaten kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, of b. een inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer afstanden gelden met het oog op de externe veiligheid, met uitzondering van gasdrukmeet- en regelstations. 6.76 site-sharing: het delen van antenne-opstelpunten;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

17

6.77 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 6.78 toename van stikstofemissie: a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken wanneer de emissie N/kg/jaar * meer bedraagt dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken; b. Indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie. * wanneer in deze regels 'stikstofemissie' of 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 (ammoniak) en NOx (stikstofoxiden).

6.79 trekkershut: een recreatiewoonverblijf van eenvoudige constructie en beperkte omvang (maximaal 20 m²) ten behoeve van passanten; 6.80 tuin: de gronden van een bouwperceel behorende bij een woning, voorzover gelegen buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; 6.81 uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 6.82 veehouderijbebouwing: agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van stallen, waarin dieren gehouden kunnen worden, ten behoeve van de veehouderij; dit in tegenstelling tot overige agrarische bedrijfsgebouwen zoals werktuigloodsen, sleufsilo's, voerplaten, mestsilo's, mestvergistingsinstallaties en uitpandige luchtwassers; 6.83 verblijfsrecreatie: vormen van recreatie die mede gericht zijn op verstrekken van nachtverblijf; 6.84 verkoopvloeroppervlak: in een detailhandelsvestiging voorkomende hoeveelheid bedrijfsvloeroppervlakte, gemeten in m2 op de vloer van de bedrijfsruimte, ten behoeve van de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen of het verlenen van hieraan aanverwante diensten;

18

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.85 voor stikstofgevoelige habitats: stikstofgevoelig habitattypen of leefgebiedtypen binnen Natura2000-gebieden waarbij de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden of er sprake is van een naderende overschrijding (KDW minus 70 mol N/ha/jr, zoals opgenomen in de meest actuele versie van de het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator, zoals beschikbaar op www.aerius.nl of een eventuele wettelijk bepaalde opvolger van dat rekenmodel. 6.86 water grondoppervlak dat in principe bedekt is met water. Rivier, kanaal, beek, meer en oppervlaktewater in algemene zin; 6.87 waterhuishoudkundige voorzieningen: waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 6.88 wet/wettelijke regelingen: indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 6.89

wonen:

het gehuisvest zijn of het huisvesten van personen in een woning/woonhuis. 6.90 woning: Een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van: 1. één huishouden, of; 2. één huishouden plus maximaal twee individuele personen, of; 3. maximaal 4 individuele personen. 6.91 woon- en leefklimaat: onder een goed woon- en leefklimaat wordt verstaan dat er een toetsing plaatsvindt aan de geldende normen voor geur, bodem, geluid en luchtkwaliteit; 6.92 zorgvuldige veehouderij: veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving; 6.93 SAB: Stichting Advisering Buitengebied. De Stichting Advisering Buitengebied is een koepelstichting, waarin de Vereniging van Brabantse Gemeenten (VBG), de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) en de provincie Noord-Brabant zitting hebben. Onder de koepelstichting zijn drie dochterstichtingen ingesteld. Deze stichtingen adviseren de Brabantse gemeenten over voorgenomen bedrijfsontwikkelingen in het buitengebied. de stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

19

de stichting Adviescommissie Toerisme & Recreatie; de stichting Adviescommissie Glastuinbouw.

20

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Artikel 7

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 7.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 7.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 7.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren en dakvlakken, inclusief erkers en dakkapellen met dien verstande dat bij woonruimten in gebouwen, die niet uitsluitend voor bewoning zijn bestemd, de inhoud van de woning wordt gemeten boven de afgewerkte vloer van de woonlaag c.q.

woonlagen; 7.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 7.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 7.6 afstand tot de bouwperceelsgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 7.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 7.8

peil: voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang, vermeerderd met 0,2 meter; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein, vermeerderd met 0,2 meter;

7.9 vloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van een gebouw is de som van de bruto-vloeroppervlakten van alle tot het gebouw behorende binnenruimten en geeft de grootte van het gebouw weer. De vloeroppervlakte wordt in vierkante meter (m²) uitgedrukt. Berekeningen: Lengten in één richting tenminste in decimeters bepalen. Product van lengten in twee richtingen, tenminste in centimeters bepalen;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

21

22

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Hoofdstuk 2 locaties Artikel 8

Toedeling van functies aan

Agrarisch

8.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: Kolom 1.1 Hoofdfunctie(s)

Kolom 1.2 Nadere uitleg of voorwaarden

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Kolom 1.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

23

Met inachtneming van het bepaalde in kolom 1.2 Bouwvlak en relatieteken: Het is verboden om zonder ('nadere uitleg of voorwaarden') van artikel 8.1 Ter plaatse van de aanduiding voorafgaande van deze planregels, zijn de volgende functies 'bouwvlak' is één agrarisch omgevingsvergunning voor toegestaan: bedrijf toegestaan. een a. een agrarische bedrijfsuitoefening, (met in Indien blijkens de aanduiding omgevingsplanactiviteit achtneming van de overige bepalingen uit dit 'relatie' sprake is van een ander gebruik aan te artikel), waaronder mede begrepen hobbymatig koppeling van twee of meer vangen ten opzichte van agrarisch grondgebruik; aanduidingen 'bouwvlak' dan het artikel 8.1 in kolom 1.1 b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding zijn hierop de bepalingen met en 1.2 vermelde gebruik of 'bouwvlak' een grondgebonden veehouderij; betrekking tot een enkel voorwaarden. De gevallen c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding bouwvlak van waarin dit mogelijk is, 'intensieve veehouderij', een intensieve overeenkomstige toepassing. alsmede de voorwaarden veehouderij; waaronder gebruik d. ter plaatse van de aanduiding Intensieve veehouderij: gemaakt kan worden, zijn 'landschapselementen', landschapselementen; Ter plaatse van de aanduiding vermeld in artikel 8.4. e. wonen uitsluitend in een bedrijfswoning; 'intensieve veehouderij' geldt f.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm voor de intensieve van wonen - plattelandswoning' wonen in een veehouderijactiviteiten het plattelandswoning; volgende: g. de uitoefening van een aan huis gebonden 1. uitsluitend de beroep in de bedrijfswoning, met dien verstande bedrijfsactiviteiten die op dat het oppervlak ten behoeve van de datum van eerste vaststelling beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2 van het plan (21 december van het vloeroppervlak per woning bedraagt en 2023) onherroepelijk zijn uitgevoerd wordt door de bewoner; vergund, zijn toegestaan. Dat h. een bed&breakfast accommodatie in een houdt in dat: bedrijfswoning met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen. Dit is inclusief de - op het perceel aan Laar aanwezige accommodatie in bijgebouwen die 31/33/35 te Berlicum door het bevoegd gezag middels een uitsluitend de uitoefening van omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit de bedrijfsactiviteiten, zijn verleend kan worden; toegestaan zoals vergund in de i. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', revisievergunning van 8 het behoud, herstel en ontwikkeling van de november 2011 (met kenmerk: waarden, in het bijzonder voor het op de 257468), inclusief de verbeelding aangeduide besloten gebied; veranderingsvergunningen van j.

ter plaatse van de aanduiding 'historisch 15 november 2012 (met landschappelijk gebied', het behoud, herstel en kenmerk: 429861), 27 ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder september 2016 (met kenmerk: voor het op de verbeelding aangeduide historisch 410229), 2 oktober 2017 (met landschappelijk gebied; kenmerk: 20120185), 3 juli k. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische 2018 (met kenmerk: 2018087) verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en en 27 december 2021 (met ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder kenmerk: OV2021264), welke voor het op de verbeelding aangeduide als bijlage 10 bij de planregels archeologische verwachtingswaarde; zijn gehecht. l. het bewerken van ter plaatse geproduceerde - op het perceel aan Nieuw producten; Laar 5a te Berlicum uitsluitend m. verkoop van zelf voortgebrachte of streekeigen de uitoefening van de producten als nevenactiviteit tot maximaal 100 bedrijfsactiviteiten zijn m2; toegestaan, zoals vergund in

24

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

n. agrarisch natuurbeheer en/of de revisievergunning van 24 landschapsbeheer; maart 2020 (met kenmerk: o. extensief dagrecreatief medegebruik; UV20160130), welke als p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm bijlage 9 bij de planregels zijn van agrarisch - parapluhooiberg' een paraplu gehecht. hooiberg; q. een paardenbak ter plaatse van de aanduiding 2. een wijziging van het onder 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; 1 genoemde vergunde gebruik r. bestaand legaal gebruik van een veldschuur ter is toegestaan, onder de plaatse van de aanduiding 'specifieke cumulatieve voorwaarden bouwaanduiding - veldschuur', waaronder dat: begrepen het houden van maximaal 5 paarden; - de milieuhinder (waaronder s. een minicamping uitsluitend ten behoeve van ook begrepen de emissies en 10 camperplaatsen ter plaatse van de deposities) daardoor niet aanduiding 'specifieke vorm van recreatie toeneemt; minicamping'; - dit plaatsvindt binnen de t. mestbewerking uitsluitend ter plaatse van de bestaande bouwwerken of aanduiding 'bouwvlak' op het perceel aan Laar vervangende bouwwerken die 31/33/35 te Berlicum (met in achtneming van de worden opgericht ter plaatse overige bepalingen uit dit artikel, waaronder van die bestaande begrepen kolom 1.2 uit artikel 8.1); bouwwerken; en u.

behoud en herstel van cultuurhistorische - de bestaande diersoorten (te waarden ter plaatse van de aanduiding weten varkens en voor Nieuw 'cultuurhistorische waarden'. Laar 5 tevens rundvee) én de v. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding totale dieraantallen zoals 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' onherroepelijk vergund in de algenteelt in een inpandige ruimte die is onder 1 genoemde aangesloten op een chemische luchtwasser met vergunningen niet wijzigen. biobed en een uittredesnelheid van minimaal 5 Met dien verstande dat er wel m/s naar de buitenlucht. uitwisseling mag plaatsvinden w. ter plaatse van het bouwvlak op het perceel binnen de op grond van de aan Laar 11 te Berlicum en ter plaatse van de hierboven genoemde functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch vergunningen vastgelegde - 1' op het perceel Laar 11 te Berlicum, zijn, in diercategorieën. afwijking van artikel 8.1 sub b van deze planregels, geen (grondgebonden) veehouderijen Mestbewerking toegestaan, behalve een veehouderij in de vorm Mestbewerking binnen het van het houden van maximaal 35 ooien.

Verder is bouwvlak aan Laar 31/33/35 binnen het bouwvlak op het perceel aan Laar 11 is uitsluitend toegestaan te Berlicum en de functieaanduiding 'specifieke onder de navolgende vorm van agrarisch -1' op het perceel aan Laar 11 cumulatieve voorwaarden: te Berlicum, in aanvulling op hetgeen op grond - mestbewerking is uitsluitend van artikel 8.1 ter plaatse is toegestaan, een toegestaan indien dit inpandig caravanstalling met een vloeroppervlakte van plaatsvindt in een ruimte die maximaal 1000 m2 toegestaan. is aangesloten op een chemische luchtwasser met biobed en een uittredesnelheid van minimaal 5 m/s naar de buitenlucht. - uitsluitend de mest die op het eigen bedrijf aan Laar 31

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

25

/33/35 wordt geproduceerd, mag voor de mestbewerking worden gebruikt (ook wel: 'bedrijfseigen mest'); - de hedonisch gewogen geurimmissie vanwege de mestbewerking en verband houdende activiteiten (in de vorm van onder andere laden en lossen, verladen en mengen) ter plaatse van geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij in het buitengebied maximaal 0,5 ouE(H)/m3 bedraagt (98-percentielwaarde). - de maximaal toegestane capaciteit van de mestbewerking de in bijlage 8 bij de planregels genoemde hoeveelheden niet overschrijdt en geen andere producten of stoffen worden gebruikt dan genoemd in deze bijlage 8 bij de planregels. Uit deze bijlage volgt onder meer dat - jaarlijks maximaal 15.000 ton bedrijfseigen mest mag worden gescheiden (als onderdeel van de mestbewerking); - jaarlijks maximaal 14.864 ton biomassa mag worden vergist (als onderdeel van de mestbewerking), uitsluitend bestaande uit (1) maximaal 3.750 ton/jaar dikke fractie (die tot stand is gekomen uit de voornoemde scheiding van bedrijfseigen mest), (2) maximaal 1.000 ton/jaar glycerine, met dien verstande dat andere co-producten niet zijn toegestaan en (3) aangevuld met water. Beperkingen veehouderij 1. Binnen de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt dat::

26

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

a. uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij is uitgesloten; b. een toename van de bestaande oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten; c. een toename van de bestaande oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is uitgesloten. 2. Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing indien sprake is van een grondgebonden veehouderij die voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de 'nadere regels zorgvuldige veehouderij'; Ter zake van alle toegestane (gebruiks)functies geldt dat moet worden voldaan aan het bepaalde in Hoofdstuk 3 Regels voor overige bouwactiviteiten, Hoofdstuk 4 Regels voor overige activiteiten en Hoofdstuk 5 Regels voor sectorale aspecten. Kolom 2.1 Bijbehorende functie(s)

Kolom 2.2 Nadere uitleg of voorwaarden

a. bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen. Voorbeelden: b. voor het perceel aan Laar 31/33/35 te ontsluitingswegen en Berlicum geldt in afwijking van sub a (uit kolom paden, 2.1 van artikel 8.1 van de planregels) dat als parkeervoorzieningen sprake is van een hoofdfunctie zoals omschreven (ook ten behoeve van in artikel 8.1, lid 1 onder b of c (uit kolom 1.1 aangrenzende van artikel 8.1 van de planregels) functietoedelingen, (grondgebonden veehouderij of intensieve groenvoorzieningen, veehouderij), dat de bij deze functie behorende nutsvoorzieningen, water, voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan binnen waterhuishoudingkundige het bouwvlak en/of de bouwaanduiding voorzieningen. 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel'.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Kolom 2.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit n.v.t.: functies zijn rechtstreeks toegelaten.

27

8.2 Verboden functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch' zijn de volgende functies en gebruik verboden: Kolom 1. Verboden functie(s) en gebruik binnen Kolom 2. Nadere uitleg of de locatie 'Agrarisch': voorwaarden

Kolom 3. Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit Met inachtneming van het bepaalde in kolom 2 Gronden en bouwwerken die n.v.t. (van artikel 8.2) zijn binnen de locatie 'Agrarisch' buiten het bouwvlak en/of de volgende functies en gebruik verboden: de bouwaanduiding a. het houden van dieren binnen gebouwen 'specifieke bouwaanduiding anders dan op de begane grond, ongeacht - bouwperceel' liggen, mogen voorzieningen voor dierenwelzijn; niet ten dienste van de b. detailhandel met uitzondering van de grondgebonden veehouderij detailhandel in streekeigen producten als of de intensieve veehouderij onderdeel van de op grond van artikel 8.1 of 8.4 worden gebruikt. Op deze toegelaten activiteiten; gronden kunnen dus ook c. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. geen bouwwerken worden LPG); opgericht of voorzieningen d. seksinrichtingen; worden gerealiseerd die e. opslag van goederen en materialen buiten het functioneel bij de bouwvlak; bebouwing in het bouwvlak f. het gebruik van gebouwen, behoudens de voor een veehouderij horen. bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke Deze delen van de percelen bewoning en direct daarmee verband houdend zijn daarmee ook niet aan te gebruik van voorzieningen zoals merken als 'erf' in de zin van gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, artikel 1 van bijlage II van kook- en wasgelegenheid; het Besluit omgevingsrecht g.

(proef)boringen naar gas, waaronder (hierna: 'Bor'). Om die reden schaliegas; kunnen buiten het bouwvlak h. risicovolle inrichtingen; en/of de bouwaanduiding i. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen. 'specifieke bouwaanduiding j. het gebruiken of het laten gebruiken van - bouwperceel' geen gronden en bouwwerken waarbij een toename vergunningvrije bouwwerken van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de zoals bedoeld in artikel 2 betreffende gronden of bouwwerken. van bijlage II van het Bor k. voor het perceel aan Laar 31/33/35 gebruik worden opgericht voor de van gronden of bouwwerken buiten het bouwvlak veehouderij. Bouwwerken en en/of de bouwaanduiding 'specifieke voorzieningen die ter bouwaanduiding - bouwperceel' ten dienste van plaatse - met inachtneming de (grondgebonden) veehouderij en/of van de bouwregels - kunnen intensieve veehouderij. worden opgericht, kunnen alleen voor de overige toegelaten functies die zijn opgenomen in artikel 8.1 van de planregels en waarvoor geen (functie)aanduiding geldt, worden gebruikt.

28

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

8.3

Voorwaardelijke verplichtingen

8.3.1 Landschappelijkeinpassing Nieuw Laar 5a Het (feitelijk) gebruiken of bebouwen van de gronden met de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 5' ten behoeve van de functies zoals omschreven in artikel 8.1, sub b of c van de planregels (zie kolom 1.1. uit artikel 8.1 van de planregels; te weten grondgebonden of intensieve veehouderij) , is uitsluitend toegestaan voor zover binnen 2 jaar na aanvang van deze gebruiks- of bouwactiviteit, de landschappelijke inpassing conform het landschapsinpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 6 bij de regels is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 8.3.2 Sloop bouwwerken buiten bouwvlak/ bouwaanduidingen landschappelijkeinpassing Laar 31/33/35 Het (feitelijk) gebruiken of bebouwen van de gronden met de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 4' ten behoeve van de functies zoals omschreven in artikel 8.1, sub b of c van de planregels (zie kolom 1.1.

uit artikel 8.1 van de planregels; te weten grondgebonden of intensieve veehouderij), is uitsluitend toegestaan voor zover (1) alle bouwwerken ten behoeve van de veehouderij buiten het bouwvlak of de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' zijn gesloopt én (2) binnen 2 jaar na aanvang van deze gebruiks- of bouwactiviteit, de landschappelijke inpassing conform het landschapsinpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 5 bij de regels is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Daarbij geldt dat de realisatie betrekking heeft op de landschapsinpassingsmaatregelen als bedoeld in A4 tot en met A9 uit het aangehaalde landschapsinpassingsplan. De instandhouding heeft hierbij betrekking op de landschapsinpassingsmaatregelen als bedoeld in A1 tot en met A9. 8.4 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteittoegestane functies en gebruik Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.1, kolom 1.3, op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: 8.4.1 Uitbreiding intensieve veehouderijactiviteiten Uitbreiding van de varkenshouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' binnen de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend toegestaan als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend.

Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: a.

Het maximum aantal varkens in het plangebied bedraagt niet meer dan 9.878 dieren en het maximum aantal stuks rundvee ter plaatse van Nieuw Laar 5a bedraagt niet meer dan 27 dieren, waarbij geldt dat: 1. het maximum aantal varkens ter plaatse van Nieuw Laar 5a niet meer bedraagt dan 3.878 en het maximum aantal stuks rundvee ter plaatse van Nieuw Laar 5a bedraagt niet meer dan 27 en zulks met een maximum per diercategorie zen per stal oals vermeld in onderstaande tabel en zoals nader geduid in de afbeelding die is opgenomen in bijlage 11:

Tabel Maximale dierbezetting Nieuw Laar 5a bij uitbreiding intensieve veehouderij Nieuw Laar 5a stal 1 1 2 3

soort / diercategorie gespeende biggen kraamzeugen guste en dragende zeugen vleesvarkens

maximaal aantal 201 50 546 192

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

29

3

opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking dekberen 7 maanden en ouder guste en dragende zeugen vleesvarkens overig rundvee

3 4 5 1b 2.

768 4 821 1.296 27

het maximum aantal varkens ter plaatse van Laar 31/33/35 niet meer bedraagt dan 6.000 en zulks met een maximum per diercategorie en per stal zoals vermeld in onderstaande tabel en zoals nader geduid in de afbeelding die is opgenomen in bijlage 12:

Tabel Maximale dierbezetting Laar 31/33/35 bij uitbreiding intensieve veehouderij Laar 31/33/35 stal 4 en 5 6 en 7 6 en 7 6 en 7

maximaal aantal 1.050 300 1.040 1.170

8 en 9

soort / diercategorie guste en dragende zeugen kraamzeugen (incl. biggen tot spenen) gespeende biggen opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking kraamzeugen (incl. biggen tot spenen)

10 en 11 10 en 11

guste en dragende zeugen dekberen 7 maanden en ouder

1.778 17

3.

b.

c.

d.

30

645

voor uitsluitend Nieuw Laar 5a geldt dat kan worden geschoven in de hiervoor genoemde diercategorieën tot de maxima genoemd in artikel 8.4.1 sub a lid 1 van deze planregels (maximaal 3878 varkens), voor zover de (cumulatieve) milieuhinder (waaronder ook begrepen de emissies en deposities en o.a. op gebied van geur, geluid en verkeersbewerkingen) daardoor niet toeneemt.

De best beschikbare technieken voor het gehele bedrijf worden toegepast, waaronder mede begrepen een gecombineerd luchtwassersysteem danwel de toepassing van een stapeling van luchtwassersystemen met een geurreductie van ten minste 45%; Bij de toepassing van een gecombineerd luchtwassersysteem dan wel de toepassing van een stapeling van luchtwassersystemen wordt tenminste voldaan aan het navolgende: 1. de uittredesnelheid van het betreffende luchtwassersysteem dan wel -systemen bedraagt te allen tijde minimaal 7 m/s; 2. voldaan dient te worden aan de de maatregelen zoals bedoeld in Bijlage 7 bij deze regels worden uitgevoerd ten behoeve van de waarborging van een goede werking van het betreffende systeem; 3. ter handhaving van de onder punt 1 en 2 gestelde voorwaarden, wordt voldaan aan de volgende algemeen geldende verplichtingen: het bijhouden van een administratie van gegevens betreffende de continue monitoring van onder punt 1 en 2 genoemde maatregelen; het bij het bedrijf bewaren van deze gegevens voor een periode van minimaal vijf jaar, en; het ter inzage geven van deze gegevens op eerste aanvraag van een daartoe bevoegde ambtenaar.

Er vindt géén toename plaats van de stikstofemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf, tenzij de emissie afkomstig van het met deze omgevingsvergunning aangevraagde 'gebruik na wijziging van gronden en bouwwerken', ten opzichte van de emissie afkomstig van de feitelijke planologisch legale

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

e.

f.

g.

h.

situatie ten tijde van de vaststelling van het plan vanuit die gronden en bouwwerken niet leidt tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jr op voor stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied. Of sprake is van een toename van stikstofdepositie als bedoeld onder d, dient als volgt te worden bepaald: er wordt een verschilberekening gemaakt met gebruik van de op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest actuele versie van het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator. voor wat betreft Nieuw Laar 5a invulling wordt gegeven aan het navolgende: 1. het houden van vee ter plaatse van Onrooi 12 te Boxtel, zoals bedoeld in Bijlage 5 Passende beoordeling incl. bijlagen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en meer specifiek geduid in de hiervan onderdeel uitmakende bijlage 6, is beëindigd en verzekerd is dat hervatting van die activiteiten rechtens is uitgesloten. Er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij:, welke zijn opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten en geldend op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan: 1.

de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving en gelet op de volgende aspecten inpasbaar is in de omgeving: er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden; de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid; een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd; 2.

is aangetoond dat de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, in de bebouwde kom niet hoger is dan 5 Ou / m3 en in het buitengebied niet hoger is dan 10 Ou/ m3, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde geurnormen- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 3. participatie heeft plaatsgevonden, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. In het kader van staldering als bewijs is overlegd dat: geldt dat een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, door het oprichten of het in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf, alleen is toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering onder 1. ingeval van sloop tenminste 120% en in geval van herbestemming tenminste 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3. de sanering onder 1.

plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling. Voor dit plangebied wordt de toepassing van de ruimte voor ruimteregeling bij de sanering als bedoeld onder 1. hierbij niet aangemerkt als een provinciale saneringsregeling; 4. het bewijs dat aan de voorwaarden als vermeld onder 1 en 2 is voldaan, is uitgegeven door of namens gedeputeerde staten;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

31

5.

i. j. k.

onder een bestaand dierenverblijf wordt verstaan: een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu, ex artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, ex artikel 2, eerste lid, onder i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, ex artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 17 maart 2017 en de daaraan voorafgaande drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal is te zijn; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing met een omvang van tenminste 10% ten opzichte van het bouwperceel verzekerd is te zijn.

Voor de toepassing van dit artikel geldt dat met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de borging hiervan, dat het bevoegd gezag overeenkomstig het bepaalde in artikel 7af lid 14 en 15 van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan): l.

in afwijking van artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning bepaalt dat: 1. de toename van de geurbelasting ten gevolge van die wijziging minder bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand; of 2. de totale geurbelasting na die wijziging minder bedraagt dan het gemiddelde van de in de geurverordening vastgelegde waarde en de geurbelasting die de inrichting voorafgaand aan het toepassen van de maatregel veroorzaakte. m. in afwijking van de artikelen 3.115, tweede lid, aanhef en onder b, en 3.118, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een dierenverblijf bij maatwerkvoorschrift bepaalt dat de geurbelasting, bedoeld in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van dat besluit (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan), minder bedraagt dan het in dat lid bedoelde gemiddelde.

8.4.2 Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen is uitsluitend toegestaan, als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=daaedec6-a727-497f-bdc5-978b6ca61e89