Bijlage 1 - Nota Beantwoording zienswijzen Sint-Michielsgestel
Tekst van het document
48
Zoekgebied windenergie Bosscheweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345852
Indiener is het oneens met het aangegeven 'zoekgebied windenergie na 2030' langs de Bossche weg tussen de A2 en de Poeldonksedijk. Het lijkt volgens indiener alsof dit een onderdeel is van scenario 2 dat overgenomen is in de Omgevingsvisiekaart. De motivatie lijkt te zijn dat de gemeente een 'eigen' zoekgebied voor windenergie wil behouden in de directe omgeving van locaties voor windenergie van de gemeente Den Bosch langs de A2 en/of op de Brand. Indiener vindt de keuze voor het zoekgebied strijdig met de ecologische verbindingszone voor de gehele Dungense Buitenpolder. Indiener stelt voor dit zoekgebied langs de Bosscheweg te schrappen gelet op de ligging in de ecologische verbindingszone Dungense Buitenpolder. Antwoord: de mogelijkheid voor windenergie voor de opwekopgave na 2030 wordt in de omgevingsvisie opengehouden. Dit in relatie tot de gemeentelijk ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn in combinatie met de beperkte mogelijkheden voor grootschalige opwek (en in het bijzonder windenergie) binnen de gemeentegrenzen. Uit onderzoek dat eerder is uitgevoerd in het kader van de Visie zonne- en windenergie, gemeente Sint-Michielsgestel (2020) blijkt dat het op de omgevingsvisiekaart aangeduid 'zoekgebied windenergie 2023' theoretische potentie voor windenergie heeft.
Het zoekgebied is indicatief weergegeven en de mogelijke realisatie zal moeten blijken uit nader onderzoek naar het nut en de noodzaak en de ruimtelijke (on)mogelijkheden. Wij onderschrijven dat de effecten op de natuur /ecologie hierin zorgvuldig moeten worden onderzocht en meegewogen in het uiteindelijk te nemen besluit. Dit is ook zo gesteld in de Visie zonne- en windenergie.
Zoekgebied windenergie buiten gemeentegrenzen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345552
Indiener (gemeente ‘s-Hertogenbosch) keurt de ambities op het gebied van energieneutraliteit goed, maar vraagt in het bijzonder aandacht voor het zoekgebied windenergie (na 2030) dat is opgenomen op de kaart van de ontwerp-Omgevingsvisie, alsmede de beleidsruimte die wordt geboden voor zonnevelden en voor andere ruimtelijke waarden op Indieners grondgebied. Indiener verzoekt het volgende aan te passen. Op de kaart van de ontwerp-Omgevingsvisie is een zoekgebied voor windenergie na 2030 voor de helft ingetekend over Indieners grondgebied. Indiener geeft aan dat dit niet kan, aangezien elke gemeente bevoegd is te beslissen over haar eigen grondgebied. Indiener geeft ook aan dat het deel van de zone die volgens Indieners Visie Energielandschap staat ingetekend op Indieners grondgebied geen ruimte geeft voor windenergie.
49
Indiener ('s-Hertogenbosch) vraagt aandacht voor de relatie met indieners visie energielandschap, waarin op Indieners grondgebied een zone voor realisatie van windenergie is opgenomen (‘Transformeren Wind’) langs de A2 en niet in de (Dungense) polder. Indiener verwijst naar het feit dat het zoekgebied voor windenergie in deze ontwerp-Omgevingsvisie wel in de Dungense Polder is opgenomen. Indiener is benieuwd naar de afwegingen voor de locatie van dit zoekgebied voor windenergie en treedt graag in overleg indien dit zoekgebied wordt gehandhaafd. Windenergie was geen onderdeel van de verkenningen voor de visies voor de Dungense polder die de afgelopen tijd zijn doorlopen. Indiener vraagt zich af hoe het zich daartoe verhoudt. Indiener zegt dat de inrichting van de Dungense Polder als waterbergingsgebied in het traject Howabo bestuurlijk en ambtelijk afgestemd, zowel door de Indiener, de gemeente Sint-Michielsgestel als het waterschap Aa en Maas. Indiener stelt dat in dit gebied meerdere ruimtelijke opgaven actueel zijn, zoals de verbreding van de A2, de inpassing van initiatieven voor zonnevelden en de natuuropgave vanuit het uitvoeringsprogramma van de Groene Delta II. Zoekgebied voor windenergie was hierbij niet één van de opgaven. Indiener noemt het participatietraject voor de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel waarin de Indiener bij was betrokken.
Indiener stelt dat in scenario 1 geen zoekgebied was ingetekend en dat alleen nog op eigen grondgebied een zoekgebied voor windenergie was ingetekend in scenario 2. Indiener stelt dat dit andersom geldt voor zonnevelden: Indiener ziet hiervoor geen aanduiding of zone op de kaart. Echter begrijpt Indiener uit 'Uitgangspunten inclusieve duurzaamheid' dat gemeente SintMichielsgestel eventueel wel (maar niet als voorkeur) ruimte voorziet voor zonnevelden in landelijk gebied. Volgens Indieners Visie energielandschap is in de Dungense Polder alleen ruimte voor zonnevelden aangrenzend aan de snelweg en niet verder de polder in, met dien verstande dat Indiener voor nieuwe initiatieven alleen nog ruimte bieden aan zonnevelden op incourante stukken. Indiener wil bij een eventuele planvorming voor windenergie en inpassing van zonnevelden aandacht vragen voor een integrale benadering van het gebied en rekening houden met de belangen van de inwoners van Indieners gemeente bij de verdere uitwerking. In het bijzonder als het gaat om het woon- en leefklimaat van omwonenden, het kunnen meeprofiteren en het versterken van andere ruimtelijke functies in het gebied. Voor zonneparken is een visie Zonne- en windenergie Sint-Michielsgestel vastgesteld en is een maatschappelijke tender gehouden, waarin verzoeken voor zonneparken op ruimtelijke en niet-ruimtelijke criteria zijn beantwoord.
Antwoord: De gemeente is uiteraard alleen bevoegd gezag over haar eigen ambtsgebied, en de werking van de omgevingsvisie is per definitie alleen voor het eigen ambtsgebied. We passen het zoekgebied voor windenergie na 2030 zodanig aan op de kaart zodat het binnen de gemeentegrenzen van SintMichielsgestel valt.
50
De mogelijkheid voor windenergie voor de opwekopgave na 2030 wordt in de omgevingsvisie wel opengehouden. Dit in relatie tot de gemeentelijk ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn, in combinatie met de beperkte mogelijkheden voor grootschalige opwek (en in het bijzonder windenergie) binnen de gemeentegrenzen. En gelet op het streven in een mix van wind- en zonne-energie. Uit eerder onderzoek in het kader van de Visie zonne- en windenergie, gemeente Sint-Michielsgestel (2020) blijkt dat het op de omgevingsvisiekaart aangeduid 'zoekgebied windenergie 2023' theoretische potentie voor windenergie heeft. We willen daarom gelet op voornoemde informatie dit zoekgebied niet op voorhand uitsluiten. Het zoekgebied is indicatief en de mogelijke realisatie zal moeten blijken uit nader onderzoek naar het nut en de noodzaak en de ruimtelijke (on)mogelijkheden. En bij vervolgonderzoek betrekken we belanghebbenden, zoals de gemeente 's-Hertogenbosch. Wij staan ook voor een integrale benadering, en zien daarin juist kansen in dubbelgebruik. We merken op dat waterberging en wind- en zonne-energie zeker niet per definitie tegenstrijdig zijn, en zoeken juist naar functiecombinaties om de schaarse ruimte goed te benutten. Waterschap Aa en Maas reageert in haar zienswijze ook positief op het benoemen van waterberging als dubbelgebruik met de energietransitie.
Zonnevelden in het landelijk gebied zijn inderdaad voorzien in de Visie zonne- en windenergie SintMichielsgestel (2020) en hiervoor is een maatschappelijke tender gehouden, waarin verzoeken zijn beoordeeld op ruimtelijke en niet ruimtelijke criteria. Daarbij is sprake van een zo integraal mogelijke benadering. We merken op dat zonnevelden ook gecombineerd kunnen worden met natuurontwikkeling en dat zonnevelden een tijdelijk functie c.q. middel kunnen zijn om blijvend het landschap te versterken. We zien juist kansen voor zonnevelden in relatie tot landschaps- en of natuurontwikkeling, dit vraagt uiteraard wel om een zorgvuldige locatiekeuze en goed ontwerp/ inrichting. Aanvullende verwijzen we naar paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Brede oplossingen voor energieneutraal Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Volgens indiener (ZLTO) zal er breed gekeken moeten worden naar oplossingen (bijvoorbeeld ook ruimte voor mono-mestvergisting) om in 2050 energieneutraal te kunnen zijn. Indiener vraagt zich af of de gemeente dit voor zich ziet als ontwikkelrichting. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. Vernieuwen elektriciteitsnetwerk Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345688
Indiener merkt op dat er plannen zijn voor het uitbreiden van woningen en het vernieuwen van de riolering, maar mist plannen voor het vernieuwen van het elektriciteitsnetwerk. Indiener geeft aan dat er op dit moment regelmatig storingen zijn door het verouderde netwerk. Voor veel plannen in de Omgevingsvisie, zoals duurzame energie en nieuwe woningen, is een vernieuwd elektriciteitsnetwerk nodig.
51
Antwoord: De energietransitie vraagt een verzwaring van het elektriciteitsnet wat ruimt vraagt voor midden- en laagspanningsstations en kabels in de ondergrond. Daarnaast vraagt een gescheiden rioolstelsel en waterberging fysieke ruimte. Die ontwikkelingen spelen in de gehele gemeente binnen het stedelijk gebied. In de visie is vermeld dat er ruimte is voor energieopwekking en die moet ingepast worden in het energiesysteem, zodat deze ook ruimte geeft voor meer afname die de energietransitie door de elektrificatie (=meer elektriciteit o.a. voor elektrisch vervoer en warmtepompen). Meervoudig ruimtegebruik met waterberging Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (Waterschap Aa en Maas) is positief over het feit dat waterberging als één van de concrete mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik bij de energietransitie wordt benoemd. Antwoord: De gemeente is blij om te lezen dat de indiener dit onderstreept.
3.5.4 Duurzame landbouw Toelichting landbouwtermen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346620, 1346628, 1346629 en 1346633
Indieners (o.a. ZLTO) zien graag een verduidelijking over de definities van duurzame landbouw, natuurinclusieve landbouw, kringlooplandbouw, intensieve landbouw en natuurinclusieve landbouw en wat dit per sector betekent. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vindt dat termen door elkaar worden gehaald: er wordt van circulaire, naar natuurinclusieve, naar kringlooplandbouw gesprongen waarbij termen als duurzaamheid en transitie veel worden gebruikt, terwijl deze vormen van landbouw niet hetzelfde zijn. Indiener vindt dat dit het stuk interpretatiegevoelig is. Indiener verzoekt om de term 'toekomstbestendige landbouw' te gebruiken, zodat het recht doet aan de vijf verschillende vormen van landbouwtransitie welke ook door de provincie Noord-Brabant zijn opgenomen in haar beleid. Indiener stelt dat het dan zaak is dat dit door de gemeente wordt omarmt. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van de definities. De nadere uitwerking krijgt plaats in het programma Vitaal landelijk gebied. We passen de term duurzaam niet aan naar toekomstbestendig, omdat de term duurzaam passend is bij de reeds door de raad vastgestelde ambities onder het thema 'Inclusieve Duurzaamheid'.
52
Blootstelling chemicaliën door agrarische activiteiten Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345692
Indiener geeft aan dat de wet- en regelgeving waar de Omgevingsvisie op is gebaseerd achter de feiten aan loopt en dat nieuwe wetgeving door agrarische bedrijfssector wordt getraineerd, waardoor burgers in het buitengebied en (wilde) flora en fauna het slachtoffer zijn. Recentelijk heeft het Europees parlement het gebruik van glyfosaat voor de komende 10 jaar goedgekeurd en heeft de Europese Commissie het besluit om de chemische bestrijdingsmiddelen in 2030 te halveren onder druk van de boeren ingetrokken. Indiener stelt dat burgers die wonen naast agrarisch gebied daardoor bloot worden gesteld aan chemicaliën en de gemeente haar burgers daar niet tegen beschermt, maar zich liever beroept op de bestaande wet- en regelgeving. Indiener stelt dat de gemeente niet de moed heeft getoond om daadwerkelijk voorop te willen lopen en de belangen van natuur en de gezondheid van haar inwoners te beschermen. De indiener verwacht dat dit komt omdat de belangen bij de agrarische sector te groot zijn. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345692
Indiener is blij met de aandacht voor natuur, biodiversiteit en de goede kwaliteit van water en bodem in de Omgevingsvisie, maar wijst er op dat de gemeente in 2023 de ongebreidelde uitbreiding van een lelieteeltbedrijf in het buitengebied heeft gefaciliteerd, waardoor over de teeltcyclus heen gerekend minstens 1.000 ha in het buitengebied wordt vergiftigd met chemische bestrijdingsmiddelen en waarmee de natuur, biodiversiteit en een goede kwaliteit van water en bodem de komende tientallen jaren er nog verder op achteruit gaan. Ook worden hierdoor burgers in het buitengebied van Berlicum nog veel meer blootgesteld aan chemische bestrijdingsmiddelen. Antwoord: De gemeente begrijpt de zorgen van bewoners in het buitengebied rondom het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (gewasbeschermingsmiddelen). Daarom zetten we met de omgevingsvisie ook in op duurzame landbouw. De gemeente is echter geen bevoegd gezag ten aanzien van de toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen. We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Ruimte voor duurzame landbouw Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (Waterschap Aa en Maas) vindt dat de ruimte voor duurzame landbouw, waarin wordt gelet op de waterbeschikbaarheid en de vormen van gewasbescherming goed verwoord is in de Omgevingsvisie. Antwoord: De gemeente is blij om te lezen dat de indiener dit onderstreept.
53
Beregenen & grondwaterpeil door agrarische activiteit Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346637, 1346622, 1346638, 1346629 en 134633
Indieners stellen dat het kunnen beregenen van levensbelang is voor agrariërs. Het aanbrengen van water kost agrariër veel geld en het gebruik is daarom vaak een afgewogen beslissing, aldus de indieners. Deze mogelijkheid moet volgens indieners behouden blijven. Indieners stellen dat er al zoveel mogelijk water gebufferd wordt door peil gestuurde drainage en het ophogen van organische stofgehaltes van percelen. Indieners stellen dat er alles aan gedaan wordt om de bodem in stand te houden, aangezien één van de Indieners hiervan leeft. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346638, 1346629 en 134633
Indieners zijn van mening dat de mogelijk lage grondwaterpeil niet alleen te danken is aan de land- en tuinbouw, maar ook voor een groot deel aan de industrie en grondwateronttrekking bij infrawerkzaamheden. Indieners stellen dat het vasthouden van water door de landbouw al maximaal wordt gedaan (bijv. door peil gestuurde drainage en het verhogen van organische stofgehaltes). Indiener stelt ook dat kernen meer gebufferd kunnen worden. Antwoord: We complimenteren indiener(s) dat zij er al veel aan doen om de bodem in stand te houden en om water vast te houden. Voor de volledigheid merken we op dat in de omgevingsvisie niet wordt gesteld dat een laag grondwaterpeil alleen aan de agrarische sector te danken zou zijn. De suggesties van indieners worden meegenomen in de uitwerking van her programma's Vitaal landelijk gebied en Duurzaamheid, zie ook de toelichting in paragraaf 2.1. Negatieve beeldvorming land- en tuinbouw Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346628 en 1346638
Indieners conclusie is dat de ontwerp-Omgevingsvisie te negatief is over de beeldvorming van het huidige land- en tuinbouw en een romantisch, maar onrealistisch beeld schetst voor de agrarische sector en het buitengebied richting 2040. Indiener stelt dat de agrarische sector al duurzamer bezig is dan aangenomen wordt en de jonge generatie agrariërs en bedrijfsopvolgers hebben duurzaamheid hoog staan. Echter zullen jonge ondernemers afhaken door Europese en landelijke beperkingen en eisen, maar ook mede door deze omgevingsvisie. Indiener wil daarom dat extensieve, gangbare en toekomstbestendige agrarische bedrijven mogelijkheden blijven behouden, aangezien deze bedrijven zorgen voor het behoud van groen, kleur en het karakter van het buitengebied van de gemeente SintMichielsgestel.
Antwoord: De gemeente en daarmee de omgevingsvisie onderkent dat de landbouw een belangrijke landschappelijke drager en voedselproducent is en blijft. Dit wordt in de omgevingsvisie onder het deelgebied uitwerking 'landelijk gebied' ook gesteld. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw.
54
Ruimte voor gangbare agrarische bedrijven Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346637
Indiener (Tuinbouwbedrijf Van Dam) stelt dat er binnen de Visie veel ruimte wordt gegeven aan bedrijven die zich bezig willen houden met kringlooplandbouw en duurzaamheid. Indiener denkt dat het belangrijk is dat er ruimte moet blijven voor de gangbare bedrijven die wellicht intensiever produceren dan indiener (tuinbouwbedrijf Van Dam). Indiener stelt dat Indieners [gangbare] bedrijf bepalend is voor karakter van de gemeente. Indiener stelt dat Indiener historisch gezien 'de moestuin' van Den Bosch is en dus bepalend voor het beeld van het buitengebied is. Indiener (Tuinbouwbedrijf Van Dam) is negatief over de aanname dat Indieners [gangbare] bedrijf niet duurzaam teelt en er bij de landelijke wetten en regels nog lokale restricties bij zouden komen. Indiener is negatief dat Indieners [gangbare] bedrijf zich dan weer moet aanpassen, ook al heeft Indiener een Global G.A.P.- en een PlanetProof-certificering. Antwoord: Vooropgesteld: de omgevingsvisie en omgevingsvisiekaart gaat niet in op perceel niveau of specifieke bedrijven en doet daar geen uitspraken over. Zie ook de algemene beantwoording in hoofdstuk 2 van deze nota. De omgevingsvisie is vooral gericht op de kwaliteit van voedselproductie en duurzame bedrijfsvoering. Wij onderschrijven dat 'gangbare' bedrijven, zoals dat van indiener, ook duurzaam kunnen zijn. We complimenteren indiener met zijn aandacht hiervoor.
De gemeente en daarmee de omgevingsvisie onderkent dat de landbouw een belangrijke landschappelijke drager en voedselproducent is en blijft. Dit wordt bij de deelgebied uitwerking 'landelijk gebied' nadrukkelijk gezegd. Zie ook de algemene toelichting in paragraaf 2.1 van deze nota ten aanzien van duurzame landbouw. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346637
Indieners conclusie is dat de ontwerp-Omgevingsvisie slechts voor een kleine groep agrariërs kansen biedt, maar dat er voor het gros van gangbare bedrijven veel bedreigingen ontstaan als dit ontwerp wordt uitgewerkt. Indiener denkt dat gangbare bedrijven duurzamer bezig zijn dan wordt verwacht en vindt dat er ruimte moet blijven voor intensieve tuinbouw. Dit zal inhouden dat er moet kunnen worden beregend en dat er bestrijdingsmiddelen moeten worden gebruikt. Indiener staat open om verder mee te denken over wat er dan wel kan gebeuren. Antwoord: We maken graag gebruik van het aanbod van de sector om mee te denken over wat wel en niet mogelijk is wat de plek hierin is van 'gangbare' bedrijven (intensieve tuinbouw). Wel is de ambitie in lijn met de omgevingsvisie dat bodem en water sturend zijn voor de gebruiksmogelijkheden en dat chemische gewasbeschermingsmiddelen niet of nauwelijks (zo min mogelijk) gebruikt worden. De uitwerking zal o.a. worden gedaan in het kader van o.a. het Programma vitaal landelijk gebied. We verwijzen naar de verder toelichting in paragraaf 2.1. ten aanzien van duurzame landbouw.
55
Natuurlijke barrière bij akkerbouwpercelen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345692
Indiener ziet graag dat de Omgevingsvisie afgrenzing van akkerbouwpercelen middels struweelhagen en houtwallen stimuleert. Dit beperkt de gevolgen van stuifstormen, verbetert de biodiversiteit en is een natuurlijke veeafrastering en een natuurlijke barrière tegen vervlieging van chemische bestrijdingsmiddelen. Indiener stelt voor dat de gemeente het goede voorbeeld geeft door het aanplanten van struweelhagen op gemeentegrond (bijvoorbeeld langs wegen) dat grenst aan akkerbouwpercelen. Antwoord: We danken indiener voor deze suggestie, die goed past bij de ambities voor Aangenaam Leven en Inclusieve Duurzaamheid. We kijken naar de suggestie bij het opstellen van de Programma’s Natuur, Landschap en Biodiversiteit en Vitaal landelijk gebied. Het aanplanten van (struweel)hagen langs wegen is niet altijd wenselijk vanuit verkeersveiligheid en beheersbaarheid. Tweeledige koers van extensivering en intensivering voor duurzame landbouw Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345763
Het valt Indiener (gemeente Bernheze) op dat de gemeente de innovaties in de landbouw vaker voor extensieve landbouw wenst, terwijl de regio juist ook sterk is en kan blijven door te innoveren naar duurzame en hoogproductieve landbouw in gesloten en circulaire systemen. Hierdoor wordt de uitstoot van verontreinigende stoffen, geur en ziektekiemen steeds minder. Indiener geeft beide innovaties een plek in de Omgevingsvisie. Indiener adviseert de gemeente deze tweeledige koers van extensivering en intensivering voor duurzame landbouw expliciet te hanteren. Indieners inschatting is dat de komende twintig jaar zowel duurzame hoogproductieve landbouw als natuurinclusieve extensieve landbouw naast elkaar zullen blijven bestaan. Antwoord: De omgevingsvisie zet in op ruimte voor verschillende vormen van duurzame landbouw. Hiermee is niet gezegd dat de landbouw daarom niet productief kan zijn. Natuurinclusieve landbouw kan ook (hoog)productief zijn en er zijn vele vorm van kringlooplandbouw. Hoe dit zich exact zal ontwikkelen is afhankelijk van vele (externe) factoren. Als gemeente werken we dit uit in het programma Vitaal landelijk gebied, zie ook paragraaf 2.1 van deze nota. We zien er geen meerwaarde in om expliciet een tweeledige koers voor intensieve en extensieve landbouw op te nemen. Dit is voor de gemeente ook geen doel op zich.
Agrarisch gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen en water Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) leest op pagina 33 dat teelten die veel water vragen en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben niet samen kunnen gaan met duurzame landbouw. Indiener vraagt zich af wat hieronder wordt verstaan, bijvoorbeeld welke teelten, en hoe de gemeente dit ziet in combinatie met de opgave voor het landbouwperspectief.
56
Indiener vindt dat met deze zin gesuggereerd wordt dat bepaalde sectoren veel water en gewasbescherming behoeven en dat dit negatieve effecten heeft op bijvoorbeeld de waterkwaliteit. Indiener vindt dat de juiste context geschept moet worden en er op basis van feiten wordt beredeneerd, aangezien Indiener vindt dat er de afgelopen jaren grote stappen zijn gezet om het gebruik van gewasbescherming en water terug te brengen. Indiener zou het zonde vinden als de negatieve effecten mogelijk een andere oorzaak, zoals rioolwaterzuivering of emissies uit het buitenland, zouden hebben. Antwoord: We waarderen dat er door de indiener al veel stappen zijn gezet en verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw, en nemen de opmerking van indiener mee in de uitwerking van het programma Vitaal landelijk gebied. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346638, 1346629 en 134633
Indieners vinden het onduidelijk wat er wordt bedoeld met 'te veel' gewasbeschermingsmiddel- en watergebruik in Sint-Michielsgestel. Indieners stellen dat dit zonder onderbouwing wordt gesuggereerd. Daarnaast stellen Indieners dat de markt voor biologische producten zijn grenzen heeft bereikt. Indieners zijn van mening dat gangbare bedrijven daarom niet kunnen stoppen/minderen met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Antwoord: De omgevingsvisie gaat niet in op specifieke bedrijven, maar we waarderen het zeer dat indieners al zeer bewust omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. In de omgevingsvisie kijken we naar de bijdrage die de gemeente Sint-Michielsgestel kan leveren aan de gezamenlijke opgave om vervuiling tegen te gaan. Het is in het algemeen belang om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen) te verlagen. Dit is nodig gelet op afname van de biodiversiteit, de veranderingen in het klimaat en met het oog op een gezonde leefomgeving. Gelet op de reactie van indiener nuanceren we de tekst. We passen de zin "Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt" als volgt aan: Er wordt geen of zo beperkt mogelijk gebruik gemaakt van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen".
De gemeente is van mening dat dit wel onderbouwd is en volgt hiermee de lijn van de rijksoverheid die minder gewasbeschermingsmiddelen wil gaan gebruiken binnen en buiten de land- en tuinbouw en door particulieren. De overheid wil hiermee milieuvervuiling terugdringen. Er zijn daarom verschillende afspraken en regels. Voor meer informatie verwijzen we graag naar: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bestrijdingsmiddelen/gewasbeschermingsmiddelen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346638,1346629, 1346635 en 1346633
Indieners vinden dat intensieve teelt mogelijk moet blijven in de gemeente. Indieners vinden dat lokale beperkingen niet boven op de landelijke beperkingen kunnen worden opgelegd. Antwoord: De omgevingsvisie zet in op ruimte voor verschillende vormen van duurzame landbouw. Intensieve teelt wordt hiermee niet per definitief uitgesloten, en in de omgevingsvisie worden geen lokale maatregelen voorgesteld. Maatregelen worden verder uitgewerkt in het programma Vitaal landelijk gebied en in regels in het omgevingsplan. We verwijzen aanvullend naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. 57
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346628
Indiener vindt het onduidelijk dat er in de Omgevingsvisie wordt gesteld dat er geen ruimte is voor teelten die veel gewasbeschermingsmiddelen en water gebruiken in de gemeente, aangezien er de afgelopen jaren al veel innovaties geweest zijn om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en water te beperken. De opmerking is daarom te kort door de bocht. Antwoord: de omgevingsvisie gaat niet in op specifieke bedrijven, maar we waarderen het zeer dat indieners al zeer bewust omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. In de omgevingsvisie kijken we naar de bijdrage die de gemeente kan leveren aan de gezamenlijke opgave om vervuiling tegen te gaan. Het is in het algemeen belang om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen) te verlagen. Het is de ambitie om dit verlagen en dit is nodig gelet op afname van de biodiversiteit en de veranderingen in het klimaat. Gelet op de reactie van indieners nuanceren we de tekst. We passen de zin "Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt" als volgt aan: Er wordt geen of zo beperkt mogelijk gebruik gemaakt van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen" Betekenis van duurzame ontwikkeling Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346628
Indiener vindt het onduidelijk dat er wordt gezegd dat er duurzame ontwikkeling is van het landelijk gebied, maar niet wordt uitgelegd wat dit zou zijn. Indiener zegt geen voorstander van duurzame ontwikkeling te zijn, als hiermee het aanleggen van zonneparken wordt bedoeld. Wat de Indiener betreft moet de zonneladder gevolgd worden en geen vruchtbare landbouwgrond voor zonnepanelen gebruikt worden. Indieners bedrijf probeert zelf bij te dragen aan de opgaves van duurzame energie, door eigen energie op te wekken met behulp van zonnepanelen. Antwoord: Prettig om te lezen dat indiener (en veel andere agrarische bedrijven) al zonnepanelen heeft. Deze ontwikkeling ziet de gemeente ook en juicht dit alleen maar toe. Voor de definitie van ‘duurzame ontwikkeling’ verwijzen wij u naar paragraaf 2.1. Voor zonneparken geldt de zonneladder als uitgangspunt, maar binnen het landelijk gebied hebben zonneparken langs hoofdinfrastructuur de voorkeur boven vrijliggende zonneparken. Het toekomstige provinciale beleid zal erop gericht zijn dat zon op landbouwgrond alleen bij uitzondering wordt toegestaan. In de Visie zonne- en windenergie, die is uitgewerkt in de tender voor zonneparken, zijn hiervoor criteria gesteld en is er dus een visie. Gebruik kunstmest intensieve teelt Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346637
Indiener (Tuinbouwbedrijf Van Dam) stelt dat het niet of nauwelijks gebruiken van kunstmest en chemie geen optie is voor intensieve teelten. Indiener stelt dat er al geprobeerd wordt om kunstmest, bestrijdingsmiddelen en water te beperken, maar dat dit soms nodig is om de natuur de helpen, zeker met extreme weersomstandigheden die steeds vaker voorkomen. Indiener stelt ook dat de rek uit de markt is voor biologische producten.
58
Antwoord: Door dit op te nemen geven we richting aan de koers. Hiermee willen we de juiste teelt in het juist gebied mogelijk houden of toe staan, waarbij zeker de vormen van "intensieve" teelt binnen alle gestelde kaders en doelstellingen moeten voldoen. Gelet op de reactie van indieners nuanceren we de tekst. We passen de zin "Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt" als volgt aan: Er wordt geen of zo beperkt mogelijk gebruik gemaakt van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen" We verwijzen aanvullend naar paragraaf 2.1 ten aanzien van landelijk gebied. Mestverwerkingsbedrijvigheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346634
Indiener is het ermee eens dat natuurgebieden gekoesterd moeten worden, maar ook dat er ingezet moet worden op groene en duurzame landbouw. Voor het gebied tussen Wamberg en EngelenstedeHooge Heide is er een verstoring door de bedrijvigheid aan de Veedijk. Indiener is van mening dat enkele hier aanwezige bedrijven een normale maat overstijgen. Indiener is van mening dat de bestaande uitbreidingsplannen (mestsilo's) niet nodig zijn voor bestaande agrarische bedrijven. Indiener denkt dat de kans dat er mestverwerkings- en handelsbedrijvigheid zal plaatsvinden groot is. Antwoord: We begrijpen de zorgen van indiener. De omgevingsvisie doet echter geen uitspraken op bedrijfsniveau. Zie ook paragraaf 2.1 met betrekking tot Detailniveau en abstractieniveau respectievelijk Landelijk gebied. Groene Hart geschikt voor duurzame landbouw en recreatie Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener vindt dat het Groene Hart tussen Den Bosch en Berlicum geschikt is voor duurzame landbouw en recreatie waarvan de inwoners van Den Bosch ook gebruik van maken. Antwoord: Wij waarderen uw suggestie en verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 Landelijk gebied. Uitbreiding mestopslag Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener benoemt de eventuele vergunningverlening voor uitbreiding van mestopslag aan de Veedijk. Indiener vindt dat het niet past in het beeld van een gemeente die aangeeft in te zetten op duurzame landbouw en het behoud van groen en natuur. Indiener vraagt zich af waarom dit niet naast de N279 kan, waar al een groot loonwerkbedrijf zit. Het is voor indiener onduidelijk dat dit soort besluiten genomen kunnen worden door hetzelfde orgaan, zo kort voordat de visie gepresenteerd wordt. Indiener verzoekt de gemeente om dit uit te leggen, omdat het voor Indiener overkomt alsof dit besluit snel genomen is, voordat de nieuwe wetgeving van kracht ging.
59
Antwoord: We begrijpen de zorgen van indiener. De omgevingsvisie doet echter geen uitspraken op bedrijfsniveau. Zie ook paragraaf 2.1 met betrekking tot Detailniveau en abstractieniveau respectievelijk Landelijk gebied.
3.5.5 Grondstoffen Missende ambitie over terugdringen van grondstoffen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345763
Indiener (gemeente Bernheze) mist de ambitie om het gebruik van primaire grondstoffen terug te dringen naar 50% in 2030, zoals afgesproken in het grondstoffenakkoord. Indiener ziet daarmee kansen ontstaan voor boeren in de regio om meer biobased-grondstoffen te telen voor de bouw. Antwoord: In de omgevingsvisie is de volgende ambitie opgenomen: "In 2040 is het hergebruiken en delen van producten, materialen en grondstoffen de standaard." De gemeente ziet ook de kansen voor boeren in de regio om biobased materialen te telen voor de bouw. Dit past naadloos in het uitgangspunt zoals opgenomen in de omgevingsvisie om ruimte te geven aan verschillende vormen van duurzame landbouw, zoals kringlooplandbouw. We zijn het er daarom niet mee eens dat er ambitie mist. We verwijzen bewust niet naar het grondstoffenakkoord. Dit is geen beleid, maar een landelijke intentieovereenkomst om te komen tot beleid. We willen voorkomen dat de omgevingsvisie (met 2040 als planhorizon) te snel verouderd als gevolg van verwijzing naar akkoorden die snel achterhaald kunnen raken.
60
3.6 Deelgebieden In dit hoofdstuk van de omgevingsvisie zijn de uitgangspunten beschreven die specifiek voor de deelgebieden gelden. Er wordt hier onderscheid gemaakt tussen centrum, vitale dorpen, bedrijfsfuncties, natuurgebieden, beekdalen en landelijk gebied. De binnengekomen zienswijzen die aansluiten op het hoofdstuk ‘deelgebieden’ zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van bovengenoemde categorieën.
3.6.1 Centrum Parkeergelegenheid in het centrum Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345688
Indiener ziet graag in de omgevingsvisie hoe er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor het winkelend publiek. Eerdere plannen hiervoor zijn niet tot uitvoering gekomen en daar is de overlast nu voelbaar van. Antwoord: Wij herkennen het aandachtspunt. Het voorzien van parkeergelegenheid wordt niet uitgewerkt binnen de omgevingsvisie. Het parkeerbeleid is een uitwerking die volgt uit de ambities van de omgevingsvisie en het Programma Duurzame mobiliteit. Parkeren wordt dus via separaat beleid georganiseerd, daarin zal dit aandachtspunt worden meegenomen. We verwijzen naar paragraaf 2.1 ten aanzien van Detailniveau en abstractieniveau. De mobiliteitstransitie vraagt om meer duurzaam vervoer. Daarmee is "voldoende” parkeerplaatsen eerder wat minder dan meer. Uiteraard volgen we de norm, maar sturen we op meer fietsers en voetgangers als winkelend publiek. We willen het autogebruik verder gaan terugdringen en onaantrekkelijker maken.
3.6.2 Vitale dorpen Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf 'Vitale dorpen’ in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.
3.6.3 Bedrijfsfuncties Innovatief watergebruik bedrijven Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (Waterschap Aa en Maas) is positief over het feit dat er wordt uitgegaan van de innovatiekracht van bedrijven. Indiener stelt dat bedrijven hun eigen watergebruik door innovatieve wateropvang en hergebruik verminderen. Indiener denkt hier graag verder in mee en vindt waterhergebruik een interessant thema. Antwoord: De gemeente dankt de initiatiefnemer voor de proactieve houding en maakt zeker gebruik van haar kennis omtrent waterhergebruik als er zich concrete ontwikkelingen of kansen voordoen. 61
3.6.4 Natuurgebieden Verbinden van natuurgebieden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (Waterschap Aa en Maas) vindt het goed dat er aandacht wordt besteed aan het verbinden van natuurgebieden. Indiener vindt dat blauw en groen als structuur voor verbindingen explicieter genoemd mag worden. Indiener stelt dat oppervlaktewater de mogelijkheid heeft om natuurgebieden aan elkaar te verbinden, zoals de Grote Wetering en de Wambergse Beek. Indiener stelt dat er concrete voorstellen over samenwerking tussen actoren om natuurgebieden te verbinden besproken kunnen worden wat betreft de EVZ/NVO bij de Grote Wetering. Antwoord: We hechten als gemeente inderdaad veel waarde aan ons groen-blauwe karakter en streven er in onze visie naar om groen en water robuust, verbonden en beleefbaar te houden en te maken in ons landschap. In de omgevingsvisie beschrijven we dit onder ander bij de Kernkwaliteiten, en in het deelgebied 'Beekdalen'. Hierbij noemen we al specifiek de Wambergse Beek voor waterberging en natuurontwikkeling. De concrete uitwerking van deze visie is onderdeel van het op te stellen Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit. De gemeente dankt de indiener voor haar voorstellen en kijkt positief naar de samenwerking met de indiener voor de verdere uitwerking van de opgaven die in specifieke gebieden spelen.
Onderstaande zienswijzen hebben betrekking op 1345757
Indiener (Natuurgroep Gestel) merkt op dat in de ontwerp-Omgevingsvisie de verbinding Dommel/Beeksche Waterloop/Hezelaar/Denneboom/Creijspot/Wijboschbroek ontbreekt. Indiener stelt dat dit een onbedoelde omissie is, aangezien daar al een provinciale opdracht ligt in de vorm van een Ecologische Verbindingszone (EVZ). Indiener is van mening dat deze groene verbinding niet mag ontbreken in de Omgevingsvisie en weet daarin gesteund te zijn door Schijndelse evenknie NMC Schijndel en ARK Rewilding Nederland. Indiener stelt dat belangrijke, nu versnipperde natuur wordt verbonden, zelfs tussen (het stroomgebied van) de Dommel en de Aa. Indiener is van mening dat deze verbinding (in tegenstelling tot de Beeksche Waterloop) ten onrechte ook niet genoemd wordt op de pagina over natuurgebieden in de gemeente. Antwoord: Het is inderdaad een onbedoelde omissie zoals indiener terecht stelt. Het belang van deze Ecologische Verbindingszone onderkennen we. We voegen de ecologische verbinding tussen Dommel/ Beeksche Waterloop/ Hezelaar/ Denneboom/ Creijspot/ Wijboschbroek toe aan de kaart van de omgevingsvisie. Dit in de vorm van de pijl 'Natuur verbinden en landschap versterken' Onderstaande zienswijzen hebben betrekking op 1345757
Indiener (Natuurgroep Gestel) mist de functie 'Natuur verbinden en het landschap versterken' tussen het Aa-dal ten zuiden van Middelrode (Molenhoek) langs de Leijgraaf naar de Heeswijkse bossen en vandaar de Engelenstede-Hoogheide. 62
Indiener verwijst naar de Visiekaart van Natuurgroep Gestel waarin deze verbinding is aangegeven. Indiener is van mening dat de keuze om deze verbinding niet te benoemen een gemiste kans is voor de aantrekkelijkheid van het gebied voor de inwoners, bezoekers en de natuur. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345763
Indiener (Gemeente Bernheze) werkt met de Groene Gezonde Structuren (GGS). Regionaal is de groene verbinding tussen de Maashorst en het Groene Woud van belang, zoals Indiener in het RNOBverband in Indieners bijdrage aan het ruimtelijk voorstel hebben opgenomen. Op Indieners gemeentegrens liggen de Leijgraaf en de Aa. Indiener stelt dat dit gebied een belangrijke schakel is in deze ecologische verbinding. Indiener mist deze schakel op de kaart rondom Leijgraaf. Antwoord: De gemeente erkent het belang van de schakel. Het beekdal van de Leijgraaf is daarom nadrukkelijk opgenomen op de visiekaart en we zien voldoende mogelijkheden om, in combinatie met duurzame landbouw, invulling te geven aan de beoogde natuurverbinding tussen Molenhoek (Aa-dal) en de Heeswijksebossen. Waardevolle natuurgebieden en relaties benoemen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345757
Indiener (Natuurgroep Gestel) stelt dat in 'Deelgebieden - Natuurgebieden' de gebieden ten zuiden van Sint-Michielsgestel (Zegenwerp, Gemeentebos) en andere waardevolle terreinen ontbreken. Indiener vindt dat de aaneensluiting van Gestelse natuur met natuur op Boxtels grondgebied zorgt voor een belangrijk ecologisch reservoir, en dat andere losse terreinen evenzovele elementen die de omgeving en het buitengebied in belangrijke mate bepalen delen. Indiener stelt dat deze gebieden aandacht verdienen in de Omgevingsvisie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346636
Indiener (Beraad Verborgen Buitens) vindt dat het regionaal belang van het landgoederencluster dat zich uitstrekt over Boxtel, Vught en Sint-Michielsgestel nog niet sterk genoeg is verwoord. Onder Natuurgebieden ( pagina 37) vindt men de aanduiding van het landgoederencluster te beperkt omschreven, omdat de tekst alleen ziet op de landgoederen ten noorden van Sint-Michielsgestel, maar deze bevinden zich ook ten westen en ten zuiden. Antwoord: De gebieden ten westen en ten zuiden van Sint-Michielsgestel zijn inderdaad ook waardevolle natuurterreinen, die inderdaad in directe verbinding met de landgoederenzone in Boxtel en Vught, maar ook met het Dommeldal en de Essche Stroom staan. De Omgevingsvisie kan echter niet alle (natuur)gebieden uitputtend bij naam noemen, en de begrenzing van het deelgebied is indicatief. Aanvullend merken we op dat Zegenwerp is vermeld op de kaart van de omgevingsvisie, als onderdeel van het deelgebied 'Natuurgebieden'.
63
Nieuwe natuur Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de realisatie van nieuwe natuur. Enerzijds zijn indieners positief te spreken over de realisatie van nieuwe natuur. Anderzijds vinden indieners nieuwe natuur niet nodig is. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Sint-Michielsgestel aankijkt tegen nieuwe natuur ook in relatie tot agrarische activiteiten. Enerzijds voor nieuwe natuur; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1343079
Indiener is positief dat in de omgevingsvisie ruimte is opgenomen voor de ontwikkeling van nieuwe natuur, zoals bij de Grote Wetering. Het is een gebied met potentie. Zo ook voor het Aa-veld. De buitendeedijkse overstroomgebieden zouden betreft de indiener ook omgezet kunnen worden naar natte natuur. " Antwoord: Dank voor het compliment. We zien ook potentie in het gebied om de natuurgebieden Wamberg en Engelenstede-Hoogheide te verbinden. Het Aa-veld en daarbij horende buitendijkse overstromingsgebieden liggen in het beekdal. Hoewel omvorming naar natuur voor de hand ligt willen we ook vormen van duurzame landbouw niet uitsluiten. Anderzijds nieuwe natuur; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346637
Indiener (Tuinbouwbedrijf Van Dam) is van mening dat extra natuur niet nodig is gezien het feit dat de huidige natuur niet netjes onderhouden kan worden. Indiener stelt dat veehouders wellicht interesse hebben om de natuur te beheren, maar Indiener zelf acht de uitbreiding van de natuur niet wenselijk vanwege een gebrek aan grond. Antwoord: De gemeente onderschrijft het belang van agrarisch natuurbeheer (zowel van bestaande als de gewenste nieuwe natuur). Agrarisch natuurbeheer kan een goede alternatieve inkomstenbron zijn voor de landgoederen en agrariërs die op zoek zijn naar een andere bedrijfsvoering. Het gaat te ver om in de omgevingsvisie in detail in te gaan op hoe het verdienmodel eruitziet. Dit kan worden uitgewerkt in het Programma Vitaal landelijk gebied, zie ook de toelichting in paragraaf 2.1. Te denken valt o.a. aan subsidies bij SKNL (Kwaliteitsimpuls natuur en landschap) en aan subsidies bij ANLB (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer).
64
Rust voor natuur Onderstaande zienswijzen hebben betrekking op 1345757
Indiener (Natuurgroep Gestel) stelt dat de teksten op de pagina 'Natuurgebieden' vooral ingaan op het toegankelijk maken van de natuur met fiets- en wandelpaden en de functiecombinaties met o.a. zonnepanelen met 'respect voor de natuur en de biodiversiteit', maar niet ingaan op de functie van deze gebieden voor bijvoorbeeld de waterspitsmuis en andere soorten die relatief veel in de gemeente voorkomen en die vectoren zijn voor de biodiversiteit. Indiener is van mening dat in de Omgevingsvisie de natuur niet alleen moet gelden als functie voor andere belangen, maar ook voor het eigenstandige belang van de robuuste natuur. In Indieners eigen Natuurvisie is dit opgenomen. Indiener is van mening dat een toegankelijke natuur voor mensen belangrijk is, maar er dienen ook zones te zijn voor ruimte en rust voor de natuur. Indiener beveelt aan hiervoor in de Omgevingsvisie concrete ambities op te nemen. Antwoord: Het klopt dat de omgevingsvisie alleen op hoofdlijnen deze versterking van - en het respect voor - natuur en biodiversiteit bevat, maar niet ingaat op de leefomstandigheden voor specifieke soorten. Dat is passend bij een visie op hoofdlijnen, zie ook de algemene toelichting in hoofdstuk 2 van deze nota. Bij de uitwerking in het programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit kunnen de ambities wel concreter worden uitgewerkt en we bedanken indiener voor de suggesties.
Gevolgen voor landbouw van het landgoederencluster Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vraagt zich af welke gevolgen het vormen van het landgoederencluster heeft, bijvoorbeeld voor de landbouw in het gebied. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346636
Indiener (Beraad de Verborgen Buitens) wijst op het belang in de volgorde en de goede samenwerking met gebiedspartners bij de inzet op natuur inclusieve landbouw. Antwoord: de aanduiding landgoederencluster op de kaart heeft betrekking op de landgoederen die feitelijk al aanwezig zijn. Hiermee willen we het unieke karakter van de landgoederen onderstrepen. In lijn met de omgevingsvisie is er ruimte voor verschillende vormen van duurzame landbouw, zoals natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw. Dit kan ook binnen daarvoor geschikte gronden die tot de landgoederen behoren, maar dat is uiteraard ook aan de eigenaren van de landgoederen en de samenwerking met de gebiedspartners.
65
Financiering nieuwe natuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vraagt hoe het aanleggen van nieuwe natuur samengaat met het feit dat het geld voor nieuwe natuur vanuit het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) op is grotendeels op en de gelden uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) niet lijken te komen. Antwoord: Vanuit het Rijk (en de Provincie) wordt geïnvesteerd in een duurzaam landelijk gebied en in robuuste natuur. Het doel is om de natuur te beschermen en het verlies van biodiversiteit te herstellen. De provincies moeten hier gebiedsplannen voor opstellen. Voor zover de gemeente kan beoordelen wordt het proces rondom het BPLG-programma van de provincie (en daarboven het NPLG) weer opgestart en zijn er nog steeds gelden beschikbaar en te verdelen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346638, 1346629 en 1346633
Indieners zien geen onderbouwing van verdienmodellen die het onderhouden van de bestaande en gewenste nieuwe natuur kunnen bekostigen. Indieners stellen dat het onderhoud van bestaande (nieuwe) natuur vaak al achterstallig is. Antwoord: De gemeente onderschrijft het belang van agrarisch natuurbeheer (zowel van bestaande als de gewenste nieuwe natuur). Agrarisch natuurbeheer kan een goede alternatieve inkomstenbron zijn voor de landgoederen en agrariërs die op zoek zijn naar een andere bedrijfsvoering. Het gaat te ver om in de omgevingsvisie in detail in te gaan op hoe het verdienmodel eruit ziet. Dit kan worden uitgewerkt in het Programma Vitaal landelijk gebied, zie ook de toelichting in paragraaf 2.1. Te denken valt o.a. aan subsidies bij SKNL (Kwaliteitsimpuls natuur en landschap) en aan subsidies bij ANLB (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer). Wonen en natuur scheiden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener vindt dat de gemeente beter kan inzetten op het behoud van de natuur en de groene omgeving en daarmee de clusters 'wonen' en 'natuur' te scheiden in plaats van in elkaar over laten lopen. Antwoord: We hechten als gemeente inderdaad veel waarde aan onze natuur en ons groen-blauwe karakter en streven er in onze visie naar om natuur robuust én beleefbaar te houden en te maken in ons landschap. In de omgevingsvisie benoemen we daarom ook de ambitie om bepaalde functies natuurinclusief te maken of om functies te combineren met natuur. Door geen harde lijnen te maken van waar de natuur stopt en waar wonen begint willen we juist het behoud van de natuur en de groene omgeving waarborgen. De gemeente staat ontwikkeling tussen de dorpen toe, zolang deze bijdrage aan en rekening houden met de bestaande groenstructuren.
66
Omgevingsprogramma Dungense Buitenpolder Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345852
Indiener zou prioriteit geven aan een gebiedsgericht Omgevingsprogramma voor de gehele Dungense Buitenpolder, gelet op het unieke karakter van dit gebied en de samenhang van te ontwikkelen functies. Indiener stelt dat er voor de uitwerking goed gebruik gemaakt kan worden van de 'Ontwikkelingsvisie en Uitvoeringsprogramma Keerdijk en Meerse Plas'. Dit programma is opgesteld door DLG met draagvlak bij diverse belanghebbende. Voor een deel is dit programma al uitgevoerd met onder meer inrichtingsmaatregelen voor de Meerse Plas en voorzieningen voor dassenroutes. Indiener stelt voor om bij de uitwerking van de Omgevingsvisie prioriteit te geven aan een gebiedsgericht uitvoeringsprogramma voor de gehele Dungense Buitenpolder met het door DLG opgestelde programma uit 2008 als de basis. Antwoord: Het gebied de Dungense polder is één van de 11 projecten in onze regio waar onderzoek plaats gaat vinden naar de mogelijkheden voor waterberging. Dit hangt samen met de Hoogwaterbescherming ’s-Hertogenbosch en omgeving (HOWABO 2.0.). De betrokken waterschappen en gemeenten werken samen aan deze hoogwaterveiligheidsopgave. Deze is immers gemeentegrens overstijgend. In de loop van dit jaar start de verkenning voor deze 11 projecten. Inspraak maakt daarvan onderdeel uit.
Specifiek voor de Dungense Polder werken de waterschappen, de gemeente ’sHertogenbosch en de gemeente Sint-Michielsgestel samen. Met de aanpak beogen de samenwerkende partijen meerdere doelen te realiseren, naast waterberging o.a. ook natuur, recreatie, cultuurhistorische waarden en energie. Uw suggestie om de ‘Ontwikkelvisie en Uitvoeringsprogramma Keerdijk en Meerse Plas’ te betrekken bij het vervolg nemen we mee. Omdat het een project is van meerdere waterschappen en gemeenten is een gemeentelijk omgevingsprogramma niet in beeld.
3.6.5 Beekdalen Klimaatbestendige inrichting beekdalen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (Waterschap Aa en Maas) is positief over het feit dat er aandacht wordt besteed aan een klimaatbestendige inrichting van de beekdalen, waarbij een toename van verharding volgens de ontwerp-Omgevingsvisie niet is toegestaan. Indiener is positief dat de aanleg van de waterbergingsgebieden voor waterveiligheid concreet genoemd wordt, aangezien de hoogwatersituatie van november/december 2023 heeft laten zien dat het inzetten van waterbergingsgebieden belangrijk is. Antwoord: Prettig te horen dat de indiener positief is over de aandacht die in de omgevingsvisie wordt besteed aan een klimaatbestendige inrichting van de beekdalen.
67
Agrarische mogelijkheden binnen beekdalen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345647
Indiener is negatief over de het mogelijk omzetten van vruchtbare landbouwgrond naar natuur door de grootschalige bebouwing aan de oever en rivier De Dommel in het centrum van Sint-Michielsgestel. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346638, 1346629, 1346635 en 1346633
Indieners stellen dat beekdalen onder de meest vruchtbare gronden vallen, minder gevoelig zijn voor droogte en vaak een hoog organisch gehalte hebben door eeuwenlange bewerking. Indiener vindt dat de gronden zorgen voor goede productie en opbrengsten. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346629 en 1346633
Indiener leest dat de beekdalen een grote belemmering wordt voor bestaande en blijvende bedrijven die deels hun grond in een beekdal hebben liggen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346636
Indiener (Beraad de Verborgen Buitens) stelt dat het gezamenlijke landgoederencluster zich bevindt in de beekdalen van de Essche Stroom en de Dommel. Het belang van waterberging wordt onderkend, maar er wordt voorbijgegaan aan de bewoners en de gebruikers binnen deze beekdalen. Denk aan zaken zoals wateroverlast, afwaardering van gronden, bedrijfsverplaatsingen en compensatie. Ook vragen ze zich af waar de begrenzing ligt van de beekdalen. Antwoord: De gemeente begrijpt de zorg van de indieners en vindt het spijtig te lezen dat de indieners het gevoel hebben niet meer gewenst te zijn dan wel dat voorbijgegaan wordt aan hun belang in dit gebied. Vooropgesteld: de omgevingsvisie en omgevingsvisiekaart gaat niet in op perceel niveau of specifieke bedrijven en doet daar geen uitspraken over. Zie ook hoofdstuk 2 van deze nota en paragraaf 2.1 met de toelichting ten aanzien van duurzame landbouw. Aanvullende in antwoord op de zienswijzen van indieners over o.a. landbouw in de beekdalen: Het klopt dat de gemeente de beekdalen en de meest natte gebieden niet inzet voor nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw en/of het toevoegen van verharding. We gaan uit van een omslag naar duurzame landbouw, waarin water en bodem leidend zijn voor het gebruik van de beschikbare gronden. Intensieve (bomen)teelten zijn naar verwachting derhalve niet passend in de natte beekdalen.
Voor zover gronden in beekdalen niet noodzakelijk zijn voor klimaat(veiligheid) zoals waterberging gaan we ervan uit, dat deze veelal beschikbaar blijven voor de landbouw, bijvoorbeeld in de vorm van grasland. De gemeente stelt ook in de omgevingsvisie dat de meest vruchtbare gronden zoveel mogelijk beschikbaar blijven voor duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuur inclusieve landbouw. Hiertoe kunnen ook de beekdalen behoren. De nadere uitwerking hiervan volgt in de programma's en deels ook vanuit beleid en regels vanuit de provincie en het waterschap. Dit geldt ook voor de begrenzing van de beekdalen. Veranderingen binnen het bedrijf of de gebouwen van indieners zullen beoordeeld worden of deze klimaat adaptief zijn, passen bij bodem en watersysteem en/of een duurzame of natuur inclusieve landbouw wordt toegepast en op grond van de geldende wet- en regelgeving.
68
Achterliggend doel in beekdalen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vraagt wat het doel is van een alinea op pagina 38. Indiener stelt dat we het doel om waterkwaliteit in de beek te verbeteren kunnen onderschrijven en dan eraan moeten werken. Indiener stelt dat er moet worden gemeten wat de bijdrage is van, bijvoorbeeld, de agrarische sector om de juiste stappen te kunnen zetten en niet enkel de conclusie te trekken dat de natuur de ruimte moet krijgen. Indiener vindt dat het niet duidelijk is wat het doel is, als er gelezen kan worden dat er alleen maar natuur mogelijk is. Indiener is van mening dat deze gronden juist geschikt zijn voor landbouw en dat de reden is dat de dorpen op deze plek liggen, zoals eerder in het stuk wordt aangegeven. Antwoord: Het achterliggende doel in de beekdalen is dat er een gezond en duurzaam water- en bodemsysteem bestaat en verdere achteruitgang wordt voorkomen door te werken aan systeemherstel. Hiermee sluiten we aan bij het landelijke en provinciale beleid 'water en bodem sturend'. De omgevingsvisie geeft aan dat de meest vruchtbare gronden zoveel als mogelijk beschikbaar blijven voor duurzame landbouw. Dat kan natuurinclusieve landbouw zijn. In ieder geval een vorm van duurzame landbouw waar verstoring van de bodem en het watersysteem zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ontwikkelingen in beekdalen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345674
Indiener (Waterschap de Dommel) stelt dat nieuwe ontwikkelingen waarbij verharding toeneemt niet zijn toegestaan in beekdalen, maar dat er bij lopende ontwikkelingen wordt ingezet op waterbestendige en beschermende maatregelen. Indiener gaat ervan uit dat hier bijvoorbeeld de ontwikkeling op het Heidelust-terrein wordt bedoeld. Indiener eist bij deze ontwikkelingen dat het waterbergend vermogen in deze gebieden behouden wordt. Indiener stelt dat de Omgevingsvisiekaart aan de westzijde van Sint-Michielsgestel in dat licht een te rooskleurig beeld geeft. Op de kaart lijkt er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen tussen de zone 'ruimte voor waterberging' en de bebouwde kom. Indiener stelt dat dit in de praktijk niet kan, aangezien dit gebied eens in de 100 jaar overstroomt, maar ook beleidsmatig niet mogelijk is door de Omgevingsverordening van provincie Noord-Brabant. Het gebied tot aan de bebouwde kom is begrensd als reserveringsgebied. Indiener verzoekt de gemeente dit aan te passen. Antwoord: Als lopende ontwikkeling wordt inderdaad gedoeld op o.a. het Heidelust-terrein. Bij eventueel onduidelijke situaties is de tekst van de omgevingsvisie leidend. En bij de uitgangspunten is het volgende opgenomen: "Water en bodem zijn sturend voor het gebruik van gronden en voor nieuwe ontwikkelingen. De beken krijgen de ruimte.
De beekdalen en de meest natte gebieden komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid." Een aanpassing is daarom niet noodzakelijk.
69
Bescherming van beekdalen en waterbergingsgebieden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345674
Indiener (waterschap de Dommel) stelt dat het uitwerken van de ambities en uitgangspunten uit de Omgevingsvisie in omgevingsprogramma's en omgevingsplannen van groot belang is, aangezien deze alle beekdalen en waterbergingsgebieden binnen de gemeentegrens beter beschermt en zorgt dat deze gebieden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden ontzien. Indiener vindt dat deze uitwerking samen met de Provincie en waterschap Aa en Maas plaats zou moeten vinden. Indiener verzoekt om dit niet alleen per ontwikkeling, maar ook per gebied te doen, aangezien water zich grensoverschrijdend gedraagt. Antwoord: De omgevingsvisie is een visie van de gemeente waarin beschreven wordt hoe de gemeente er in 2040 uitziet. Om deze visie te realiseren zijn meerdere partijen nodig. Zo ook de provincie en het waterschappen. Bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma's en het omgevingsplan worden deze partijen betrokken. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (waterschap Aa en Maas) vindt het goed om te lezen dat agrarisch natuur- en waterbeheer ingezet kan worden op de gronden van de beekdalen en zoekgebieden waterberging. Antwoord: Bedankt voor uw positieve reactie. Vasthouden van regenwater Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345674
In het kader van haar eigen handelingsperspectief Watertransitie kijkt indiener (Waterschap de Dommel) bij ontwikkelingen of zich deze op een hoge kop, flank of meer in het beekdal bevinden. De invulling van de watertransitie verschilt per type gebied. Kenmerkend voor de gemeente SintMichielsgestel is dat zij grotendeels in een beekdal ligt waar vooral rekening houden moet worden met overstromingsrisico's (dus ruimte voor berging van water uit het regionale watersysteem). Dit wordt ook benoemd. Op de hogere delen binnen de gemeente is juist de aanvulling van grondwater belangrijk. De formulering dat de beekdalen bedoeld zijn om regenwater te bergen klopt dan ook niet, aldus de indiener. Feitelijk dient regenwater juist op de flanken en koppen te worden vastgehouden (elke druppel vasthouden waar deze valt) zodat deze vertraagd in de beekdalen terecht komen. Dus ook en vooral buiten de beekdalen, bijvoorbeeld in de dorpen, bossen en landbouwgebieden op de flanken, zijn maatregelen om (regen)water vast te houden van groot belang. In dat kader verwijst indiener naar een uitgangspunt dat in de ontwerp-omgevingsvisie van Boxtel wordt benoemd als standaardonderdeel van robuuste woonwijken; het afkoppelen van hemelwater. Indiener adviseer dit ook in de omgevingsvisie van Sint-Michielsgestel op te nemen.
70
Antwoord: De invulling van de opgaven m.b.t. water (grond, oppervlaktewater, afval) worden verder uitgewerkt in het Programma Klimaatadaptatie en Water en het Programma Vitaal Landelijk Gebied. Hierin is de ruimte om de complexiteit van het systeem te benoemen, en om keuzes en maatregelen nader uit te werken. Hierbij maken wij graag gebruik van de kennis en expertise van Waterschap de Dommel. De omgevingsvisie is hierbij richtinggevend. Relatie met het Maasdal Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345674
Indiener (Waterschap de Dommel) verzoekt de gemeente om de relatie met het Maasdal, door de benedenstroomse ligging in de stroomgebieden, op het vlak van (hoog)water en ecologie expliciet te benoemen. Indiener verzoekt de gemeente om dit ook explicieter te benoemen bij de thema's beekdalen (veiligheid regio) en natuurgebieden. Indiener is positief dat het belang van de Dungense polder in dit kader al wordt benoemd. Antwoord: De Omgevingsvisie is gericht op de beekdalen die binnen de gemeente liggen. Uiteraard is er een verband met de aangrenzende rivierdalen en ook nog verder, maar dit ligt buiten de directe invloedsfeer van de omgevingsvisie. De invulling van de opgaven m.b.t. water (grond, oppervlaktewater, afval) worden verder uitgewerkt in het Programma Klimaatadaptatie en Water en het Programma Vitaal Landelijk Gebied. Hierin is de ruimte om de complexiteit van het systeem te benoemen, en om keuzes en maatregelen nader uit te werken. Hierbij maken wij graag gebruik van de kennis en expertise van Waterschap de Dommel.