CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan toelichting en regels

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 26 oktober 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 13.1 Bestemmingsplan toelichting en regels19.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er is een grote extra vraag naar goedkopere en betaal-bare woningen in de koopsector. In de gevraagde segmenten betreft het voornamelijk rijwoningen. Veel (koop)starters in de gemeente richten zich op een koopwoning. Naast de vraag naar kooprijwoningen is er een extra vraag naar luxere woningtypen, tweekappers en vrijstaande woningen. Deze extra vraag richt zich ook voor deze woningen op het betaalbare en middeldure segment. er een mismatch is tussen de planvoorraad en de ontwikkeling van de woningbehoefte in de koopsector; er zijn veel plannen voor dure eengezinskoopwoningen, terwijl de extra behoefte zich concentreert op het goedkope en betaalbare koopsegment. In de koopvoorraad ligt er de komende jaren een sterke opgave in het realiseren van betaalbare woningen. De prijsstijgingen van de afgelopen jaren, in combinatie met aanpassing van de hypotheek-regels, hebben ervoor gezorgd dat het voor jonge huishoudens en koopstarters steeds lastiger is een woning te kopen.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

45

De kwalitatieve woonbehoefte van Gemonde van 2022 – 2030 is geraamd op 85 (20222024: 25 woningen). Door meer woningen voor ouderen en starters toe te voegen, kan doorstroming worden gecreëerd. Voor de leefbaarheid van de dorpen van SintMichielsgestel is het van belang dat maatwerk mogelijk is. Zowel in aantallen als in de keuze voor inbreiding of uitbreiding. In Gemonde en Middelrode is een aanvullende woningbehoefte aanwezig, maar zijn er nauwelijks of geen plannen. Conclusie Onderhavig planvoornemen bestaat uit de realisatie van 28 koopwoningen: Het betreft 7 goedkope en 15 eensgezins- en senioren koopwoningen en 6 vrijstaande woningen. Het plan Rietstok betreft een gevarieerd woonaanbod wat aansluit bij de behoefte en leefbaarheid van het dorp Gemonde. De woningen in het plan zijn in trek bij starters en senioren. De stedebouwkundige opzet is zodanig dat met de kennis en markt van 2023 verwacht wordt dat tevens het middeldure koopsegment bediend wordt. Dat sluit aan bij de Nationale richtlijnen om te streven naar het bouwen van 70% betaalbare woningen per ontwikkeling. Op het geheel van de plannen in de gemeente, volgt het plan Rietstok de trendprognose, het betreft een zacht plan wat omgezet wordt in een hard plan. Vanaf 2016 tot 2022 zijn in totaal 13 woningen gebouwd in Gemonde.

Op basis van het actuele behoefteonderzoek is er tot en met 2024 behoefte aan 24 woningen in Gemonde. Tot 2030 is de woonbehoefte 85 in Gemonde. Het aantal woningen van het plan Rietstok, 28, valt daarbinnen. De ontwikkeling past binnen het woonbeleid van de gemeente.

4.3.3

Welstandsnota 2013

In 2013 is de welstandsnota voor de gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld. In deze nota wordt een beschrijving gegeven van de algemene welstandscriteria en wordt er per deelgebied een waarderende beschrijving gegeven, die uitmondt in specifieke architectonische kenmerken met daaruit voortvloeiende welstandscriteria. Voor gebieden waar op korte termijn ontwikkelingen zijn voorzien, worden veelal gedetailleerde beeldkwaliteitplannen opgesteld. De ontwikkeling aan de Rietstok valt in deze categorie, derhalve is een seperaat beeldkwaliteitplan opgesteld dat als bijlage 1 is toegevoegd. Het beeldkwaliteitsplan zal worden vastgesteld door de raad. Het beeldkwaliteitsplan is daarmee leidend voor de welstandstoets.

46

BUREAU VERKUYLEN

4.3.4

Bomenbeleid

Het nieuwe bomenbeleidsplan is in oktober 2020 vastgesteld in de raad van SMG. Binnen het Plan Proces Bomen (PPB) worden na inventarisatie van de bomen eventueel behoudenswaardige bomen aangemerkt, waarvoor een inspanningsverplichting ontstaat om deze waar mogelijk in te passen in het ontwerp. In de basis betreft, dit de bomen op de gemeentelijke waardevolle bomenlijst, aangevuld met andere bomen binnen het projectgebied, die voldoende (toekomstige) kwaliteit hebben. Met uitzondering van de monumentale paardenkastanjes (buiten het plangebied) staan er in het plangebied geen bomen die op de waardevolle bomenlijst staan. De bomen die wel binnen het plangebied staat mogen vergunningsvrij worden verwijderd met in achtneming van het broedseizoen. Monumentale bomen In de voortuin van Dorpsstraat 24 staan twee monumentale paardenkastanjes. De afstand tussen de stam en grens van het projectgebied is circa 7 meter. De projectgebiedgrens ligt buiten de kroonprojectie. Het is niet aannemelijk, dat er binnen de plangrenzen belangrijke wortels van de bomen aanwezig zijn. Bij het verlenen van de Omgevingsvergunning zal een bomen-effect-analyse en een eventueel beschermingsplan verplicht gesteld worden voor de betreffende bomen. De bomen-effect-analyse is als voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.

4.3.5

Klimaat en duurzaam

De gemeente Sint-Michielsgestel wil zich naar de toekomst toe klimaatbestendig en duurzaam ontwikkelen. De gemeente Sint-Michielsgestel wil daarom graag van iedere bouwer een bijdrage in het milieuverantwoord bouwen. Analyse Het algemene ruimtelijke uitgangspunt van gemeenten is er op gericht om te komen tot 'duurzaam bouwen'. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand. In ieder geval geldt voor het bouwplan dat niet-uitloogbare bouwmaterialen worden gebruikt en dat er, van overheidswege, steeds meer eisen worden gesteld aan duurzaam/milieubewust bouwen.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

47

Onderhavig initiatief zet in op duurzaam/milieubewust bouwen, omdat het grootste gedeelte van het bouwplan gerealiseerd wordt op basis van de 'nul-op-de-meter MorgenWonen-woningen'. Op deze manier wordt het aspect duurzaamheid toegepast. Daarnaast blijkt uit paragraaf 3.6 dat de initiatiefnemer inzet op duurzame en klimaatbestendige woningen. Conclusie De ontwikkeling past binnen het 'Klimaat en duurzaam' aspect van de gemeente SintMichielsgestel.

4.3.6

Regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap

Conform artikel 3.9 IOV moeten ruimtelijke ontwikkelingen in landelijk gebied gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. De kwaliteitsverbetering van het landschap dient conform de 'Aanvulling Structuurvisie Buitengebied Sint-Michielsgestel' van de gemeente Sint-Michielsgestel plaats te vinden. Voor het bepalen van de benodigde investering is de categorie-indeling van ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied van toepassing: categorie 1: geen ruimtelijke impact; geen tegenprestatie nodig; categorie 2: beperkte impact; landschappelijke inpassing volstaat; categorie 3: grote impact; landschappelijke inpassing én berekende kwaliteitsverbetering van het landschap, tezamen tenminste 20% van de waardevermeerdering van de grond bedragende. Berekeningssystematiek voor de grondwaardevermeerdering De bepaling van de grondwaardeontwikkeling als gevolg van een bestemmingsverandering is gemeentelijk maatwerk. Daarom kiest de gemeente voor een jaarlijks (door college B&W) vast te stellen set van forfaitaire grondwaarden gekoppeld aan een gedifferentieerde lijst van functies. De functielijst met grondwaarden maakt onderdeel uit van een rekenmodule in beheer van de gemeente. Op basis van de systematiek kan de gemeente de grondwaardevermeerdering op maat berekenen.

Bij onderhavige ontwikkelingen gaat het om 20% van de grondwaardevermeerdering als gevolg van de bestemmingsveranderingen. Om de waardevermeerdering te kunnen beoordelen zijn de huidige situatie en de nieuwe situatie met elkaar vergeleken. De berekening en bijbehorende kaart zijn toegevoegd als bijlage 3. Uit de berekening volgt dat de benodigde landschappelijke kwaliteitsverbetering 20% x € 432.757 = € 86.551 bedraagt.

48

BUREAU VERKUYLEN

De feitelijke tegenprestatie bestaat uit een bijdrage van het volledige bedrag in het gemeentelijke groen- en cultuurfonds. Middels een anterieure overeenkomst wordt deze afspraak tussen initiatiefnemer en gemeente vastgelegd.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

49

50

BUREAU VERKUYLEN

HOOFDSTUK 5 UITVOERINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding.

5.1

Milieu

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.

5.1.1

Bodemkwaliteit

5.1.1.1 Inleiding Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.

5.1.1.2 Analyse Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft SGS Search uit Heeswijk een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor zowel het noordelijke als het zuidelijke deel van het plangebied. Het noordelijke deel staat beschreven in rapport "Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740" (4 januari 2019, 25.18.00647.1). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 4. SGS Search concludeert dat: 

De bovengrond licht verontreinigd is met cadmium, kwik en lood. In de ondergrond en het grondwater zijn geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrond- of streefwaarde aangetroffen.

Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “niet verdachte locatie” strikt genomen niet juist is. Gezien de relatief lage gehalten en de huidige c.q. toekomstige bestemming van de locatie is er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

51

Het zuidelijke deel staat beschreven in rapport "Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740" (15 februari 2019, 25.19.00026.1). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 5. SGS Search concludeert dat: 

De baksteen en kolengruishoudende bovengrond bevat plaatselijk licht verhoogde gehalten aan cadmium.

In de ondergrond zijn geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde aangetroffen.

In het grondwater zijn geen van de geanalyseerde parameters boven de streefwaarde aangetroffen.

De lichte verontreiniging met cadmium in de bovengrond is waarschijnlijk te relateren aan de bijmengingen met bakstenen en kolengruis.

Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “niet verdachte locatie” strikt genomen niet juist is. Gezien de relatief lage gehalten en de huidige c.q. toekomstige bestemming van de locatie is er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese.

Op basis van de uitkomsten van beide onderzoeken hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan het huidig c.q. toekomstig gebruik van de locatie.

5.1.1.3 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.2

Bedrijven en milieuzonering

5.1.2.1 Inleiding Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of: 

de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;

bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.

52

BUREAU VERKUYLEN

5.1.2.2 Analyse Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied.

bedrijf

SBI-code categorie

richtafstand werkelijke afstand

Dorpstraat 17b: Dienstverlening

9609

1

10 m

4m

Dorpstraat 19a: Schoonheidssalon

9602

1

10 m

15 m

Het plangebied grens in het noorden aan de locatie Dorpstraat 17b (kadastrale percelen 3742 en 3743 (deels)) met bestemming 'Dienstverlening'. De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: f.

maatschappelijke en economische diensten van of ten behoeve van het publiek al dan niet met baliefunctie; b-g. (niet relevant)

Voor dit type bedrijvigheid geldt een maximale milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter (gebiedstype 'rustige woonwijk'). Het plangebied is voor een klein deel gelegen binnen deze richtafstand. Het pand op deze locatie wordt als kantoor gebruikt met twee werknemers. De ontsluiting is gelegen aan de Dorpstraat. Ook in de toekomst zal het zo gebruikt worden. Tussen dit gebouw en de nieuwe woning zit een doorgang die overkapt is. Gezien de functie c.q. gebruik van de locatie en de ligging van de ontsluiting ten opzichte van het plangebied, zijn geen (buiten)activiteiten te verwachten die voor een relevante geluidbelasting ter plaatse van (de woningen in) het plangebied kunnen zorgen. Er liggen voorts geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

5.1.2.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

53

5.1.3

Externe veiligheid

5.1.3.1 Inleiding Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.

5.1.3.2 Analyse Het plan omvat nieuwe kwetsbare objecten. De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes).

UITSNEDE RISICOKAART

54

BUREAU VERKUYLEN

Op de Risicokaart is te zien dat in de omgeving van het plan geen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.

5.1.3.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.4

Geurhinder veehouderijen

5.1.4.1 Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.

5.1.4.2 Analyse Om de geursituatie inzichtelijk te maken heeft Amitec uit Uden een notitie uitgevoerd: notitie "Rietstok te Gemonde" (9 april 2021, 19.909-002a). De notitie is bijgevoegd als bijlage 6. Amitec concludeert: 

Er geen dierverblijven binnen een straal van 100 m van het plangebied aanwezig zijn.

Ondanks de overschrijding van de geurbelasting, de omliggende veehouderijen niet onevenredig worden gehinderd door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

De maximale achtergrondbelasting op het plangebied bedraagt 2,2 ouEm3.

De maximale voorgrondbelasting op het plangebied bedraagt 1,9 ouE/m3.

Er wordt voldaan aan de streefwaarden uit de beleidsregels van de gemeente Sint Michielsgestel.

De maximale woon- en verblijfklimaat rondom ter plaatse van de het plangebied “Goed’ is

5.1.4.3 Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

55

5.1.5

Geluid

5.1.5.1 Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.

5.1.5.2 Analyse Het plan omvat nieuwe geluidgevoelige objecten. Verkeerslawaai Het plangebied is (deels) gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van de Besselaar en de Vier Gemalen. Daarnaast is het plan gelegen in de directe nabijheid van overige mogelijke relevante (30 km/uur-)wegen (Dorpsstraat en Rietstok). Vanuit planologisch oogpunt (beoordeling van het woon- en leefklimaat op basis van de gecumuleerde geluidbelasting) is tevens een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege deze wegen. Om de gevelbelasting van de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft Kragten BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek verkeerslawaai Rietstok Gemonde" (22 april 2021, 20210422-VKL063-RAP-AKO-VL-1.0). Het onderzoeksrapport is als bijlage Akoestisch onderzoek verkeerslawaai bijgevoegd. Kragten concludeert dat de geluidbelastingen vanwege de gezoneerde wegen Besselaar en Vier Gemalen niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde. Er hoeft geen hogere waarde aangevraagd te worden. De geluidbelasting vanwege de Dorpstraat bedraagt ter plaatse van het westelijke deel van het noordelijke bouwvlak (gelegen nabij de Dorpstraat) meer dan 48 dB en ter plaatse van de overige bouwvlakken niet meer dan 48 dB. Voor deze geluidbelastingen hoeft geen hogere waarde aangevraagd worden.

De geluidbelasting vanwege de Rietstok bedraagt er plaatse van alle bouwvlakken niet meer dan 48 dB. De maximale gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 58 dB ter plaatse van het westelijke deel van het noordelijk bouwvlak (gelegen nabij de Dorpstraat). Er is sprake van een matig woon- en leefklimaat ter plaatse van het westelijke deel van het noordelijke bouwvlak (gelegen nabij de Dorpstraat) en een redelijk tot goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de overige locaties c.q. bouwvlakken.

56

BUREAU VERKUYLEN

Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig.

5.1.5.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.6

Luchtkwaliteit

5.1.6.1 Inleiding Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

5.1.6.2 Analyse Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Onderhavig plan omvat 28 woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed woon- en leefklimaat Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

57

De monitoringstool die in het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is opgesteld, geeft de volgende jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van het meest relevante meetpunt 'Schijndelsedijk, 15552662'.

categorie

grenswaarde

2018

2020

2030

jaargemiddelde concentratie NO2

40 µg/m³

18,4

16,4

9,5

jaargemiddelde concentratie PM10

40 µg/m³

19,4

18,2

14,6

jaargemiddelde concentratie PM2.5

25 µg/m³

12,2

11,2

8,2

35

7,2

6,4

6,0

overschrijdingsdagen per jaargemiddelde concentratie PM10

Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat aan alle grenswaarden wordt voldaan. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

5.1.6.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.7

Volksgezondheid

5.1.7.1 Inleiding Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.

5.1.7.2 Veehouderijen Om het aspect 'Volksgezondheid Veehouderijen' inzichtelijk te maken heeft Amitec uit Uden een notitie uitgevoerd: notitie "Rietstok te Gemonde" (18 maar 2021, 19.909-001a). De notitie is bijgevoegd als bijlage 7.

58

BUREAU VERKUYLEN

Amitec concludeert dat: 

Binnen 2 kilometer van het plangebied een tweetal geitenhouderijen zijn gevestigd, welke feitelijk zijn gestopt dan wel waar de intrekking van het veebestand plaatsvindt (St. Lambertusweg 17 en St. Lambertusweg 8b).

Nu er dus geen geitenhouderijen meer zijn gelegen binnen 1 kilometer van het plangebied, bestaat er geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico.

Uit het stappenplan volgt, gelet op het feitelijk gebruik, dat een advies van de GGD niet noodzakelijk is.

5.1.7.3 Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van 28 woningen waar personen gedurende langere tijd verblijven. Binnen 50 meter rondom het plangebied zijn geen kwekerijen aanwezig of kunnen kwekerijen worden ontwikkeld. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt.

5.1.7.4 Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van 28 woningen waar kinderen gedurende langere tijd verblijven. Desalniettemin wordt opgemerkt dat er sprake is van een grote afstand tot hoogspanningsverbindingen, namelijk ruim 5.200 meter, en dat het schadelijke magneetveld zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding uitstrekt.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

59

5.1.7.5 Conclusie Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.8

Milieueffectrapportage

5.1.8.1 Inleiding Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, of waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is.

5.1.8.2 Analyse Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e.r.beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.- beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een MER-aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Deze MER-aanmeldnotitie is opgenomen als bijlage 9 bij de toelichting.

5.1.8.3 Conclusie Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.

5.2

Waarden

5.2.1

Archeologie

5.2.1.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.

60

BUREAU VERKUYLEN

5.2.1.2 Analyse Het plangebied ligt in een zone met een hoge archeologie verwachtingswaarde. Er geldt een vrijstelling voor onderzoek bij bodemingrepen tot 50 centimeter onder het maaiveld of over een oppervlakte van minder dan 100 m². Het initiatief overschrijdt deze grenzen. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve noodzakelijk. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie uit Amersfoort heeft een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd: rapport ''Archeologisch vooronderzoek in het kader van de voorgenomen nieuwbouw aan de Rietstok te Gemonde, gemeente St. Michielsgestel" (28 maart 2021, V1852, versie 2.1). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 10. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie concludeert dat: 

Tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen.

Gezien de aangetroffen verstoringen binnen het plangebied, het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen, en de aangetroffen landschappelijke situatie kan worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is.

Aanbeveling Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is de archeologische verwachting voor het plangebied daarom bijgesteld naar 'laag' en adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).

5.2.1.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.2.2

Cultuurhistorie

5.2.2.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

61

5.2.2.2 Analyse De provinciale cultuurhistorische waardenkaarten geeft voor onderhavig plangebied vijf aanduidingen aan: 1. Historische stedenbouw 'Gemonde'; 2. Regio 'Meierij'; 3. Cultuurhistorische landschappen 'Groene Woud'; 4. Cultuurhistorische vlakken 'De Geelders en Gemonde'; 5. Archeologische landschappen 'Dommeldal Nuenen-Gestel'. Historische stedenbouw 'Gemonde' De kern van Gemonde is een voorbeeld van een schuurkerknederzetting ontstaan na circa 1750. De oorspronkelijke vroeg-middeleeuwse kerk in nabijgelegen buurtschap de Hogert is gesloopt in 1824. Tevens is de kern van Gemonde een voorbeeld van een kerkdorpontwikkeling uit de periode 1900-1950, na de bouw van de nieuwe SintLambertuskerk (1926) op de locatie van de oude schuurkerk. Oorspronkelijke ontwikkelingen ten noorden van de kerk langs de Dorpsstraat met voornamelijk eenlaagse woonhuizen met verspringende rooilijn, verspreid gelegen boerderijen (circa 1860-1920), dorpscafé (circa 1880) en kerkhof (circa 1825). Later uitbreidingen langs en nabij de kern verlopende Sint-Lambertusweg met eenlaagse woonhuizen (circa 1900) en voormalige school (circa 1910). In een deel van de nederzetting is klinkerbestrating en verspreide snoeilinden aanwezig. Onderhavig plan betreft een inbreiding van de kern Gemonde bestaande uit 28 woningen.

Deze zullen de historische stedenbouw van de kern niet aantasten, omdat er geen sloop van bestaande bebouwing plaatsvindt. Regio 'Meierij' De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Deze regio wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Daarnaast wordt de meierij gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Een drietal ontwikkel strategieën zijn opgesteld om deze regio in de toekomst te beschermen: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen,

62

BUREAU VERKUYLEN

beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen:“Groene Woud” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en “De Loonse en Drunense Duinen”; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”. Onderhavig plangebied is gelegen binnen de kern van Gemonde en heeft hierin geen direct invloed op een van de aangewezen ontwikkel strategieën. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect 'Regio 'Meierij' niet van invloed is op onderhavig planvoornemen. Cultuurhistorische landschappen 'Groene Woud' Het Groene Woud is aangewezen als Nationaal Landschap. Kenmerkend is de opbouw van het gebied in beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. Kleinschalige middeleeuwse ontginningslandschappen worden afgewisseld met uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en jonge ontginningen. Specifieke elementen zijn laanstructuren, kastelen en buitenplaatsen en watermolens. Een viertal ontwikkel strategieën zijn opgesteld om deze regio in de toekomst te beschermen: 1. Het behoud van de kleinschalige karakteristieken; 2. Eisen stellen aan de uitbreidingen van dorpskernen; 3.

De economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van het Groene Woud; 4. Het vergroten van de cultuurhistorische waardering door het vergroten van de beleving. Onderhavig planvoornemen betreft een inbreidingslocatie binnen de kern van Gemonde en heeft hierin geen direct invloed op een van de aangewezen ontwikkel strategieën. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect 'Cultuurhistorische landschappen 'Groene Woud' niet van invloed is op onderhavig planvoornemen. Cultuurhistorische vlakken 'De Geelders en Gemonde' Het gebied was het hart van de populierenteelt, die zijn hoogtepunt bereikte rond 1900. De kleinschaligheid van toen is uiteraard verminderd, maar het gebied wordt nog steeds gekenmerkt door de vele bosjes, perceelrandbegroeiing en populierenakkers. Kenmerkend

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

63

van Brabantse dorpen is dat vaak het (agrarisch/historisch agrarisch) landschap tot in de dorpskern doorloopt. In het stedenbouwkundig plan zijn daarom de volgende uitgangspunten opgenomen: 

De landschapskamer blijft behouden en de gedeelde bomenrij op de plangrens zal versterkt worden door de ontbrekende bomen in de huidige rij aan te vullen.

Het deel waar de weg Rietstok onverhard is, blijft in tact. Op deze plek komt een directe zichtlijn richting het landschap en zal een speelplek een extra verblijfskwaliteit met zich meebrengen. Men zal hier nog steeds het gevoel hebben het buitengebied in te lopen.

Door een nieuwe entree naar het gebied aan de Dorpsstraat te leggen, ontstaat er een directe zichtlijn op de kenmerkende populierenrij die het begin van het kamerlandschap markeert. In deze lijn wordt een bebouwingsvrije zone opgenomen om een visuele relatie te leggen tussen dorpsstraat en het omringende landschap.

Met deze de stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten bij de structuren en kwaliteiten van het landschap en daarmee de omgevingskwaliteit verhoogd. Archeologische landschappen 'Dommeldal Nuenen-Gestel' Dit landschap (22) omvat het rivierdal van de Dommel tussen Sint-Michielsgestel en Nuenen, almede de hierin uitwaterende beken de Groote Beek bij Son, de Grote Waterloop bij Liempde en de Kleine Aa/Smalwater onder Boxtel. Landschap 22 is één van de archeologisch rijkste landschappen van Noord-Brabant. Dit blijkt vooral uit het grote aantal AMK-terreinen die meer dan 3% van het gebied bedekken en die als een kralensnoer van noord naar zuid langs het Dommeldal liggen. Vanwege het verhoudingsgewijs grote areaal aan oude bouwlanden (circa 50% van oppervlak) is de kans op goed geconserveerde archeologische waarden bijzonder hoog. Onderhavig planvoornemen betreft een inbreiding van de kern Gemonde bestaande uit 28 woningen. Uit het archeologisch onderzoek, beschreven in paragraaf 5.2.1, is gebleken dat onderhavig plangebied 'laag' verdacht is van archeologische vondsten. Dit aspect is dan ook niet van toepassing voor dit plan.

5.2.2.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

64

BUREAU VERKUYLEN

5.2.3

Natuurwaarden

5.2.3.1 Inleiding Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen: 

gebiedsbescherming;

soortenbescherming;

bescherming van houtopstanden.

5.2.3.2 Analyse Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden namelijk niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. Om de effecten van onderhavig plan op de omliggende Natura 2000-gebieden te bepalen zijn door MorgenWonen meerdere stikstofrapportages opgesteld (19 maart 2021 en 2 december 2022), maar zijn sindsdien de regels omtrent het stikstofbeleid aangepast en de is de Aerius-calculator veranderd. Derhalve is er een nieuw actueel stikstofonderzoek op 10 mei 2023 uitgevoerd. Dit stikstofdepositie-onderzoek is als bijlage 11 bijgevoegd. Uit het onderzoek volgt dat het plan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Dit geldt voor zowel de gebruiksfase als de realisatiefase. Er is dan ook geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Daarnaast geldt gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dat de verstoring door licht, geluid en optische verstoringen die voortvloeien uit het plan niet voor significante gevolgen zorgen.

Soortenbescherming Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen natuurwaarden in het gebied verstoord worden. Middels een quickscan natuurwaarden dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. Blom Ecologie uit Waardenburg heeft een quickscan natuurwaarden uitgevoerd: rapport "Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

65

fauna aan de Rietstok ong. te Gemonde" (20 december 2019, BE/2019/541/r). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 12. Blom Ecologie concludeert dat: 

Er een aanvullend onderzoek (zie hieronder) uitgevoerd dient te worden naar kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en de steenmarter. De planlocatie is verder zeer geschikt leefgebied voor algemene broedvogels en de werkzaamheden dienen derhalve buiten het broedseizoen uitgevoerd worden.

De planlocatie verder ook mogelijk functioneel leefgebied is voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën en insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming.

Aanvullend onderzoek Blom Ecologie uit Waardenburg heeft een aanvullend marteronderzoek uitgevoerd: rapport "Notitie aanvullend marteronderzoek" (13 mei 2020, BE/2020/054/n). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 13. Blom Ecologie concludeert dat: 

Er geen beelden of sporen van kleine marterachtigen zijn waargenomen.

Op de camerabeelden van de marterbox enkel beelden van de bosmuis zijn waargenomen. Op de camerabeelden van de wildcamera zijn beelden van de bosmuis, huismuis en huiskat waargenomen. Op de planken van de sporenbuizen zijn geen prenten aangetroffen.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat aanwezigheid van kleine marterachtigen uitgesloten kan worden. Dit wordt onderbouwd door de afwezigheid van waarnemingen en prenten, de ligging van de planlocatie en de directe omgeving. Blom Ecologie B.V. is van mening dat met de transformatie en realisatie van een ontwikkeling met 28 woningen, waarbij delen van het groen verwijderd worden er geen functioneel leefgebied van kleine marterachtigen als de bunzing, hermelijn of wezel verloren zal gaan. Derhalve is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is. Bescherming van houtopstanden In het ontwerp worden 22 bomen van diverse groottes gekapt, deze staan verspreid over het plangebied, deels in de bestaande tuin en deels langs de Rietstok. Er zijn in het plan 20 nieuwe bomen opgenomen, een groot deel hier van komt langs de nieuwe

66

BUREAU VERKUYLEN

ontsluitingswegen te staan. Daarnaast worden de 'gaten' in de bestaande populierenrij aan de oostzijde opgevuld. Voor de boom op de hoek van de hoofdaansluiting Dorpstraat / Rietstok, bij het plateau, is een Boomeffectrapportage noodzakelijk indien tot uitvoering wordt overgegaan, om na te gaan of en hoe de boom behouden kan worden. Het plan omvat hiermee niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. 5.2.3.3 Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan. Een second opnion is uitgevoerd en hebben deze conclusies bevestigd.

5.3

Waterparagraaf

5.3.1

Inleiding

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater).

5.3.2

Beleid

In deze paragraaf is het relevante vigerende beleid opgenomen.

5.3.2.1 Nationaal niveau 

Het Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

67

5.3.2.2 Provinciaal niveau 

Het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2016-2021. Naast beleidskader is het Provinciaal Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Bovendien dient het plan als structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening.

5.3.2.3 Waterschap De Dommel Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap De Dommel. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in: 

Het Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' is een strategisch document. Hierin wordt aangegeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe het waterschap dit wil bereiken. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

68

BUREAU VERKUYLEN

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke storing geven aan de watertransitie: ` 1. Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. 2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. 3. Wat schoon is moet schoon blijven. We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.

Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij uit van: 1. beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. 2. sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. 3. water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

69

Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is in de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen nadere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid. 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig.

De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk’ maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Tevens zijn de navolgende toetsaspecten opgenomen: 1. afvoer uit het gebied; 2. oppervlaktewaterstanden; 3. overlast/schade; 4. grondwateraanvulling; 5. grondwaterstanden.

5.3.3

Beschrijving watersysteem plangebied

5.3.3.1 Onderhoudsplicht B-watergang Aan de oostzijde van het plangebied ligt een B-watergang. Deze zal ten dele op de kavels van de toekomstige eigenaren liggen. Het onderhoud van B-watergangen is de verantwoordelijkheid van de eigenaar (of gedeelde verantwoordelijkheid van de eigenaren

70

BUREAU VERKUYLEN

van de aanliggende percelen).Deze watergang staat bij Waterschap De Dommel op de Schouw, wat betekent dat zij het onderhoud jaarlijks controleren.

5.3.3.2 Waterplan Door Grasveld Civiele Techniek is een waterplan opgesteld waarin de bestaande en nieuwe situatie met betrekking tot het watersysteem en het vuil- en regenwater is opgenomen: ''Waterplan - Bouwplan Rietstok Gemonde'', 5 oktober 2020, G53/019/2020/1005N01v4). De notitie is als bijlage 14 bij deze toelichting opgenomen. Hierna is een samenvatting opgenomen. Vuilwater (DWA) Alle grondgebonden woningen worden middels een individuele huisaansluiting aangesloten op een nieuw aan te leggen DWA hoofdriool in de nieuw aan te leggen ontsluitingswegen en de straat De Rietstok. De locatie van de aansluitpunten van dit nieuw aan te leggen DWA hoofdriool op het bestaande gemeentelijke hoofdriool zal in overleg met de gemeente worden bepaald. De gemeente heeft aangegeven dat deze koppeling in de Dorpsstraat gemaakt dient te worden. Regenwater (HWA) Op basis van het berekende toename verhard oppervlak bedraagt de wateropgave 5.730 m² (toename verhard oppervlak) x 1 (gevoeligheidsfactor) x 0,06 m (maatgevend bui) = 344 m³ . De voorgestelde waterberging ten oosten van het wooncomplex is geschikt voor 275 m³ water. Onder de verharding van de rijbaan en parkeerplaatsen is het mogelijk een waterbergende fundering aan te brengen van totaal circa 1.460 m². Gekeken naar de GHG kan een laag van 0,30 m granulaat worden toegepast.

De holle ruimte is 40%, dat betekend dus 40% waterbergend vermogen. Het tekort van de waterberging bedraagt 344 m³ (totale opgave) minus 275 m³ (capaciteit wadi) = 69 m³. Hiervoor wordt een waterbergende fundering van minimaal 575 m² gerealiseerd. Bij een volledig gevuld infiltratiestelsel loopt het overtollige water naar de sloot aan de zuidoostzijde van het plan. Hier zit een noodoverstort vanaf de wadi. Zo loopt ontstaat er nooit overlast bij de buurpercelen.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

71

5.3.4

Advies waterschap

In het kader van het waterplan is uitvoerig overleg geweest met Waterschap De Dommel en de gemeente Sint-Michielsgestel. Waterschap De Dommel kan instemmen met bovengenoemde waterbergingsvoorzieningen.

72

BUREAU VERKUYLEN

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling betreft twee aspecten. Ten eerste moet het realiteitsgehalte van de plannen worden aangetoond: is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. Ten tweede moet de financiële uitvoerbaarheid worden onderbouwd: zijn alle kosten die de gemeente moet maken ten behoeve van het initiatief gedekt.

6.1

Kostenverhaal

Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht, omdat de gemeente en grondeigenaren een (anterieure) overeenkomst hebben gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal. Het kostenverhaal is derhalve 'anderszins verzekerd'. Het opstellen van een exploitatieplan is niet vereist.

6.2

Gemeentelijke grondexploitatie

Uit de gemeentelijke grondexploitatie volgt dat voldoende middelen aanwezig zijn om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

73

74

BUREAU VERKUYLEN

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN 7.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit: 

de toelichting;

de planregels;

de verbeelding.

De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake nadere eisen en afwijkingen. De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

7.2

Planregels

De indeling van de planregels is als volgt. Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Hoofdstuk 4

Overgangsregels

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Begrippen (artikel 1) In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

75

Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Groen (artikel 3) De bestemming 'Groen' is gelegd op verschillende plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten binnen het plangebied die kunnen worden aangemerkt als structureel groen. Eveneens zijn de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals waterberging, onderhoudspaden, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, verharding, hondenuitlaat, inritten en kunstobjecten toegelaten. Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen toegestaan. Tuin (artikel 4) Deze bestemming is gelegd op de gronden die in beginsel niet mogen worden bebouwd. Het betreft met name voortuinen bij woningen, waarvoor het uit ruimtelijk oogpunt gewenst is, dat deze tezamen niet worden bebouwd. Slechts parkeervoorzieningen, erf- en terrein afscheidingen zijn toegestaan, alsmede met name in voortuinen zeer ondergeschikte bouwdelen als erkers. Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 5) Binnen deze bestemming zijn de gebieden met verkeersfuncties (straten en wegen voor autoverkeer en verkeersvoorzieningen voor langzaamverkeer) opgenomen, alsmede parkeervoorzieningen voor autoverkeer. Daarnaast zijn ook groenvoorzieningen mogelijk. Er zijn alleen gebouwen mogelijk in de vorm van nutsvoorzieningen. Voor het overige zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijn, mogelijk. Water (Artikel 6) De B-watergangen in het oosten van het plangebied is binnen deze bestemming opgenomen.

De schouwpaden ten behoeve van deze watergangen zijn opgenomen in de bestemming Groen. Wonen (artikel 7) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor alle woningen in het plangebied met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, erven, tuinen, parkeervoorzieningen en verhardingen. De aaneengebouwde woningen hebben de aanduiding [aeg] gekregen en de vrijstaande woningen [vrij].

76

BUREAU VERKUYLEN

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel (artikel 8) Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels (artikel 9) Deze bepaling bevat regels wanneer zich situaties voordoen, waarbij bestaande bebouwing in strijd is met de regels. Zo kan de specifieke bouwhoogte van een woning hoger zijn dan de toegestane hoogte van bebouwing (een algemene maat). Deze strijdigheid is niet gewenst. Het is immers niet de bedoeling, dat deze woning moet worden aangepast aan de nieuwe maatvoering. Daarom is de algemene bepaling opgenomen, dat bij afwijkingen de maatvoering mag worden aangehouden, zoals die bestond op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan Algemene gebruiksregels (artikel 10) In deze bepaling is geregeld dat de gronden niet gebruikt mogen worden in strijd met de bestemmingen. Algemene afwijkingsregels (artikel 11) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages. Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht (artikel 12) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is. Slotregel (artikel 13) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

77

78

BUREAU VERKUYLEN

HOOFDSTUK 8 PROCEDURE Het bestemmingsplan doorloopt de gebruikelijke procedure. De voorziene procedurestappen zijn: 1. Omgevingsdialoog 2. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 3. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan 4. Vaststelling door gemeenteraad 5. Terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan

8.1

Omgevingsdialoog

Er zijn diverse contactmomenten geweest met de inwoners van Gemonde. Een verslag van het laatste overleg met de klankbordgroep is bijgevoegd als bijlage 15.

8.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het concept bestemmingsplan toegezonden aan de betrokken instanties. De reacties zijn verwerkt in het definitieve ontwerpbestemmingsplan.

8.3

Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan

Bij de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan 'Rietstok, Gemonde '(vrijdag 11 maart 2022 tot en met donderdag 21 april 2022) waren er onvolkomenheden in de procedure. Dit was de aanleiding om het ontwerpplan opnieuw in procedure te brengen. Daarnaast hebben de ingediende zienswijzen deels geleid tot aanpassingen van het ontwerpplan. Het bijgevoegde addendum (bijlage 16 en 17) geeft inzicht in de verschillen tussen het oude ontwerp bestemmingsplan Rietstok Gemonde en het herziene ontwerp bestemmingsplan Rietstok Gemonde. Het aangepaste ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 15 december 2022 tot en met 26 januari 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn in totaal 13 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn beantwoord in de Nota beantwoording zienswijzen welke als bijlage 20 bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd. In deze nota zijn ook de aanpassingen opgesomd die in het vastgestelde plan zijn doorgevoerd ten opzichte van het ontwerp plan.

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

79

80

BUREAU VERKUYLEN

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1

Beeldkwaliteitplan

Bijlage 2

Woningmarktonderzoek 2022

Bijlage 3

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek (noord)

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek (zuid)

Bijlage 6

Geuronderzoek

Bijlage 7

Volksgezondheid veehouderijen

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek verkeerslawaai

Bijlage 9

M.E.R-aanmeldnotitie

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek

Bijlage 11

Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 12

Quickscan Natuurwaarden

Bijlage 13

Aanvullend onderzoek 'Marterachtigen'

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

81

Bijlage 14

Waterplan

Bijlage 15

Verslag klankbordgroep

Bijlage 16

Addendum inbreng nav Zienswijzen Rietstok eerste ontwerpbestemmingsplan OTW1

Bijlage 17

Advies Blom beoordeling Zienswijze thema flora en fauna

Bijlage 18

Verzoek herbegrenzing landelijke kern

Bijlage 19

Kaart herbegrenzing landelijke kern

Bijlage 20

Nota beantwoording zienswijzen

82

BUREAU VERKUYLEN

REGELS

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

83

84

BUREAU VERKUYLEN

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Rietstok, Gemonde met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2021RietstokGMD-VA01 van de gemeente Sint-Michielsgestel 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aaneengebouwd gebouw

een gebouw, deel uitmakend van een bouwmassa, bestaande uit drie of meer aan elkaar gebouwde grondgebonden hoofdgebouwen; 1.5

aan huis gebonden beroep

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep met ondergeschikte functies. Het beroep dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van ambachtelijke bedrijven. Een kapperszaak wordt hier niet onder verstaan. Het beroep mag uitsluitend uitgeoefend worden door bewoner(s) van het pand; 1.6

afhankelijke woonruimte

een bijgebouw dat qua aard en ligging een ruimtelijke eenheid vormt met het woonhuis en, waarin een gedeelte van het huishouden uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.7

bebouwing

één of meer gebouwen en/of één of meer bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

BESTEMMINGSPLAN RIETSTOK, GEMONDE | TBV VASTSTELLING

85

1.8

bed & breakfast

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=686068d0-5429-442e-98f1-32f5a317797b