CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Onrooi 12 Boxtel (1289581)- Bijlage 3 Bijlagen bij toelichting.pdf

Raadsvergadering Boxtel 12 juli 2022, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Onrooi 12 Boxtel (reg nr 1289581)8.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Onrooi 12 te Boxtel Bijlagenboek 12 juli 2022

2QURRL

,QKRXGVRSJDYH

%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ













%LMODJH

/DQGVFKDSSHOLMNHLQSDVVLQJ 











%LMODJH

$NRHVWLVFKRQGHU]RHN 













%LMODJH

*HXURQGHU]RHN













%LMODJH

4XLFNVFDQ)ORUDHQIDXQD













%LMODJH

9HUYROJRQGHU]RHN)ORUDHQIDXQD











%LMODJH

:DWHUSDUDJUDDI















%LMODJH

6WLNVWRIRQGHU]RHN















%LMODJH

+RJHUHJUHQVZDDUGHJHOXLG 











%LMODJH

:HOVWDQGVDGYLHV













%LMODJH

9HUNHQQHQGERGHPRQGHU]RHN











%LMODJH

$UFKHRORJLVFKEXUHDXHQYHUNHQQHQGYHOGRQGHU]RHN





%LMODJH

2PJHYLQJVGLDORRJ















%LMODJH

9RRURYHUOHJUHDFWLHV 













2







Bestemmingsplan "Onrooi 12" (vastgesteld)

%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ

Bestemmingsplan "Onrooi 12" (vastgesteld)

3

%LMODJH /DQGVFKDSSHOLMNHLQSDVVLQJ

4

Bestemmingsplan "Onrooi 12" (vastgesteld)

Landschappelijke inpassing Onrooi 12 - Boxtel Definitief

colofon

titel rapport Landschappelijke inpassing datum 16 november 2021 projectnummer P03487 BRO RvO bron Kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Aanleiding en initiatief 1.3 Gebiedsbeschrijving 1.4 Beschrijving plangebied

3 3 3 3 3

2

Advies 2.1 Beleidskaders landschappelijke inpassing 2.2 Beleidskaders regeling kwaliteitsverbetering 2.3 Inrichtingsmaatregelen 2.4 Beplantingsplan 2.5 Beheer en onderhoud 2.6 Berekening landschappelijke inpassing 2.7 Berekening kwaliteitsverbetering 2.8 Conclusie

4 4 4 7 8 8 9 9 9

dinsdag 16 november 2021

2

1 Inleiding

Landschappelijke inpassing

1

Inleiding

1.1

Inleiding

Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een bouwplan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid. In de landschappelijke inpassing wordt de omgeving bestudeerd en aan de hand daarvan ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld voor de nieuwe ontwikkeling. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan de voorgestelde ontwikkeling op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren.

1.2

Aanleiding en initiatief

Op de locatie Onrooi 12 in Boxtel (gemeente Boxtel) is er een bestaande bebouwing voor de veehouderij en bijbehorende woning aanwezig. Op het perceel rust de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. De initiatiefnemers willen een vrijstaande woning met bijgebouwen realiseren op het perceeldeel waar de bestemming ‘Agrarisch- Agrarisch bedrijf’ rust. De beoogde ontwikkeling voor het realiseren van de reguliere vrijstaande woning met bijgebouwen past niet binnen de toegelaten activiteiten en functies. Hierdoor zal een bestemmingsplanprocedure/ planherziening noodzakelijk zijn om de functiewijziging van het perceeldeel ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ te

dinsdag 16 november 2021

kunnen realiseren. Voor deze planherziening is een landschappelijke inpassing van het initiatief noodzakelijk.

1.3

Gebiedsbeschrijving

Het plangebied is gelegen in het kampenlandschap. Dit is een kleinschalig landschapstype met een onregelmatige verkaveling en kronkelige wegen. Kenmerkend is de verspreide bebouwing met erfbeplanting, kavelgrensbeplanting en wegbeplanting. Het grondgebruik is overwegend weiland en akkerbouw. Het streefbeeld van de gemeente Boxtel (in handreiking kwaliteitsverbetering gemeente Boxtel) is het kleinschalig landschap te versterken en de overgangen van de oude bouwlanden naar het beekdal te behouden. Kenmerkende beplantingstypen in dit gebied is de aanplant van bomen op erven en in tuinen, hagen om de erven, bomen in het landschap en langs de wegen en houtsingels.

6.

1.4

Elk erf is vanzelfsprekend verankerd in het landschap door de positie en oriëntatie van gebouwen, erfbeplanting en wandelpaden.

Beschrijving plangebied

Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van de kern Boxtel, kort nabij de snelweg A2. Op het plangebied zijn de stallen van een voormalige intensieve veehouderij aanwezig met bijbehorende bedrijfswoning. De stallen beslaan een groot deel van het plangebied en zijn gezien vanaf de weg Onrooi prominent zichtbaar. Er zijn namelijk maar in zeer beperkte mate houtopstanden aanwezig op het terrein. Hier en daar is een boom aanwezig en aan een deel van de zuid en oost zijde van het plangebied is een oude haag aanwezig. Voor het overige deel bestaat het terrein grotendeels uit verharding ten behoeve van de voormalige intensieve veehouderij en kleine weides. Rond de bedrijfswoning is een verwaarloosde siertuin aanwezig.

In de handreiking kwaliteitsverbetering zijn zes hoofdprincipes beschreven waaraan een kenmerkende erfinrichting in het kampenlandschap aan voldoet: 1. 2.

3. 4. 5.

Een erf is een herkenbaar ensemble in het landschap en bestaat uit gebouwen, erfinrichting en beplanting. Een erf bestaat uit gebouwde en niet gebouwde elementen, die mogelijk in verschillende perioden tot stand zijn gekomen en een sterke samenhang vertonen. Er is altijd één hoofdgebouw (de boerderij). De gebouwen op een erf zijn gegroepeerd aan een gemeenschappelijke ruimte. Een erf heeft een ‘voor-’ en ‘achtererf ‘: de sierzijde of vrouwelijke zijde en de werk- of mannelijke zijde. Een erf heeft één duidelijke hoofdentree.

3

2 Advies

Landschappelijke inpassing

worden. De keuze van de vorm van het “groen” of de beplantingen is mede afhankelijk van het landschap en de specifieke locatie. Het initiatief om op de locatie van een bestaande bedrijfswoning een burgerwoning op te richten valt in categorie 3 van de verordening ruimte. Dit betekent dat het een planherziening betreft van een relatief grote omvang met een grote impact op het landschap. Daardoor is de initiatiefnemer verplicht om zowel landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het buitengebied te realiseren.

Figuur 1 Zicht op weide aan oostzijde plangebied

Figuur 3 Zicht op achterzijde stallen met rechts op de foto de uitgegroeide beukenhaag.

2

Advies

De inpassing en vormgeving van het plangebied aan de Onrooi 12 richt zich op de overgang van het plangebied naar het omliggende landschap en de openbare weg. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van de gestelde kaders, kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven.

2.1 Figuur 2 Zicht op bestaande stallen en de openbare weg (Onrooi)

dinsdag 16 november 2021

Beleidskaders landschappelijke inpassing

In de “Ambitie van Boxtel” (gemeente Boxtel, 2015) wordt het begrip landschappelijke inpassing als volgt verwoord: landschappelijke inpassing is het ‘inkleden’ of omzomen van de locatie met groen. Daarmee wordt niet bedoeld dat er overal een brede rand beplanting om het kavel aangebracht moet

Landschappelijke inpassing op een bestemmingsvlak tot en met 5.000 m2 is maatwerk met dien verstande dat de oppervlakte van de landschappelijke inpassing minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak (nieuwe situatie) moet bedragen. De oppervlakte van de nieuwe woonbestemming wordt 2.069,4 m². Dit betekent dat de minimale oppervlakte van de landschappelijke inpassing 206,9 m² dient te bedragen.

2.2

Beleidskaders regeling kwaliteitsverbetering

Voor de berekening van de basisinspanning voor de kwaliteitsverbetering maakt de gemeente Boxtel gebruik van forfaitaire en vaste bedragen. Voor de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Hiervoor geldt de in ‘De ambitie van Boxtel (2015) omschreven forfaitaire berekeningsmethodiek: eerst wordt de “rode” ontwikkeling omgerekend naar euro’s. Daarvoor wordt bepaald wat de waardestijging is van de planologische wijziging. Vervolgens wordt op basis van een percentage de minimale investering in euro’s kwaliteitsverbetering bepaald. Voor ontwikkelingen 4

2 Advies

Landschappelijke inpassing

die op basis van het geldende bestemmingsplan met minimaal één zijde zijn gelegen in gebieden met de bestemming bos, natuur, of agrarische bestemming met waarden moet een percentage van 25% van de waardestijging gehanteerd. Dit is bij voorliggend initiatief het geval. Voor de waardering van de woonbestemming in de toekomstige situatie is in “De ambitie van Boxtel” het normbedrag van € 250 per m² opgenomen. Omdat de woonbestemming bij voorliggend initiatief relatief groot is, levert dit een onrealistisch hoge waardering op. Een gestaffelde waardering waarbij de waardering per m² vanaf een bepaalde limiet lager wordt past beter bij de voorliggende situatie. Een dergelijke gestaffelde waardering is recent in de gemeente Boxtel ook toegepast bij een initiatief aan de Gemondesestraat 10-12 in Liempde. Hier betrof het een woonbestemming met een vergelijkbare oppervlakte (1.750 m²). De normbedragen die bij dit initiatief gehanteerd zijn, zijn ook toegepast op voorliggend initiatief. Naast de benodigde basisinstemming voor de wijziging van de bestemming wordt voor de uitbreiding van een woning boven de 600 m³ een vaste kwaliteitsbijdrage van €50 per m³ gerekend. Vanwege de uitbreiding naar 850 m³ is deze kwaliteitsbijdrage ook op voorliggend initiatief van toepassing.

Dit betekent dat de basisinspanning voor de landschappelijke kwaliteitsverbetering voor voorliggend initiatief € 36.339 bedraagt.

dinsdag 16 november 2021

Tabel 1: Berekening kwaliteitsverbetering

HUIDIG Bestemming

Oppervlakte in m²

Normbedrag in €

totaal

Agrarisch - Agrarisch bedrijf

8039,4

25

€ 200.985

TOEKOMSTIG

Oppervlakte in m²

Normbedrag in €

totaal

Wonen (0-500 m²)

500

275

€ 137.500

Wonen (500-1.000 m²)

500

150

€ 75.000

Wonen (1.000-1.500 m²)

500

75

€ 37.500

Wonen (>1.500 m²)

569,4

35

€ 19.929

Agrarisch

5110

5

€ 25.550

Groen

860

1

€ 860

TOTAAL

€ 296.339

waardestijging

€ 95.354

25% van waardestijging

€ 23.839

250 m³ (vanwege de vergroting van de woning tot 850 m³) TOTAAL BASISINSPANNING

€ 50 per m²

€ 12.500 € 36.339

5

2 Advies

Landschappelijke inpassing

Figuur 1: Tekening landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering (tekening op schaal in bijlage)

dinsdag 16 november 2021

6

2 Advies

Landschappelijke inpassing

2.3

Inrichtingsmaatregelen

De schets op de vorige pagina illustreert de voorgestelde inpassingsmaatregelen die concreet bestaan uit: Inrichtingsmaatregelen voor landschappelijke inpassing: a. Aanplant lage haag b. Aanplant hoge haag c. Aanplant landschapsbomen d. Aanplant houtsingel Inrichtingsmaatregelen voor landschappelijke inpassing: d. Aanplant houtsingel e. Aanvullen bestaande bomenrij f. Aanplant houtsingel met zichtopeningen g. Aanplant fruitboomgaard met kruidachtige vegetatie h. Open weide i. Slopen bestaande bebouwing a. Aanplant lage haag Om aan de straatzijde van het nieuwe erf een groene en eenduidige uitstraling te creëren wordt hier een lage haag aangeplant van circa 1 meter hoog. Deze lage haag omkadert de voortuin en zorgt voor een helder onderscheid tussen het voor- en het achtererf. Zoals voorgeschreven is in: ‘Handreiking kwaliteitsverbetering buitengebied Boxtel’. b. Aanplant hoge haag Ter hoogte van het bijgebouw zal de lage haag overgaan in een hoge haag van dezelfde soort. Hiermee wordt een groene overgang naar het naastgelegen landschap gecreeerd en ontstaat privacy in de achtertuin. Tevens wordt hiermee een duidelijk onderscheid tussen het voor- en achtererf gemaakt. Deze haag zal op een hoogte van circa 2 meter gesnoeid worden.

dinsdag 16 november 2021

c. Aanplant landschapsbomen Richting de zuidzijde van het perceel wordt gezocht naar een robuustere overgang naar het achterliggende landschap en de nabijgelegen Dommel en A2. Hiervoor stellen wij onder meer drie landschapsbomen voor die het zicht vergroenen en het landschap gevarieerder maken. d. Aanplant houtsingel Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich reeds een oude verwaarloosde haag van Gewone Beuk. Om een robuuste en natuurlijke overgang te maken naar het achterliggende landschap zal deze haag aangevuld worden tot een volwaardige houtsingel van circa 6 meter breed conform de voorschriften uit: de “Ambitie van Boxtel” (gemeente Boxtel, 2015). Naast de landschappelijke waarde heeft deze houtsingel ook een ecologische waarde als schuil- en nestelgelegenheid voor kleine dieren. Het deel van de houtsingel wat grenst aan het nieuwe woonperceel zien wij als landschappelijke inpassing. Het deel wat grenst aan het agrarische perceel is opgenomen als onderdeel van de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap. e. Aanvullen bestaande bomenrij Aan de westelijke kavelgrens bevinden zich twee knotwilgen. Deze zullen aangevuld worden tot een volwaardige bomenrij van dezelfde soort. Zo wordt een gebiedseigen overgang gecreëerd, maar wordt het zicht vanaf het naastgelegen zandpad niet volledig belemmerd.

Tussen de knotwilgen door blijft de schaal van het landschap beleefbaar. f. Aanplant houtsingel met zichtopeningen Aan de zijde van de Onrooi is het van belang dat het kleinschalige landschap beleefbaar blijft. Tevens is het voor de initiatiefnemer belangrijk om het zicht op het erf te ‘breken’. Daarom wordt hier een houtsingel met zichtopeningen aangeplant. Dit sluit aan bij de schaal van het landschap en zorgt

voor een goede overgang van de weide naar de openbare weg. g. Aanplant fruitboomgaard met kruidachtige vegetatie Om het zicht op het nieuwe woonerf goed in te passen en aan te sluiten bij het onderscheid tussen een voor- en achtererf, wordt naast de woning een fruitboomgaard aangeplant. Een fruitboomgaard hoort bij een erfuitstraling en past bij het landelijke karakter van het gebied. Deze fruitboomgaard heeft een transparante uitstraling waardoor het ruimtelijke karakter van het gebied gewaarborgd wordt. h. Open weide Het grootste deel van het plangebied zal de bestemming ‘Agrarisch’ krijgen. Dit zou kunnen betekenen dat hier ook gewassen zoals mais geteeld mogen worden. Dit zou onwenselijk zijn vanuit het oogpunt van landschappelijke inpassing. De voorgaande maatregelen zijn er juist op gericht de ruimtelijkheid van het perceel te benadrukken en aan te laten sluiten bij het omringende landschap. Daarom zal worden vastgelegd dat deze grond met de agrarische bestemming te alle tijde een open karakter moet houden. Deze aanduiding beperkt de initiatiefnemer in de gebruiksmogelijkheden van deze grond. Daarom zal de waardedaling die deze maatregel met zich meebrengt meegeteld worden in de berekening van de investering van de kwaliteitsbijdrage. i. Slopen bestaande bebouwing Op dit moment bevindt zich een grote niet meer actieve veehouderij op het plangebied.

Deze zal volledig worden gesloopt, inclusief bestaande kelders. Ook het asbest dak wat een deel van de bebouwing aanwezig is wordt verwijderd. Omdat er significant minder bebouwing herbouwd wordt zal dit een grote kwaliteitswinst voor het landschap opleveren. Per saldo zal 2.040 m² bebouwing gesloopt worden ten opzichte van de voorziene nieuwe situatie.

7

2 Advies

Landschappelijke inpassing

2.4

Beplantingsplan

De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. De lijst (zie tabel 1) is samengesteld in lijn met het sortimentsvoorschrift uit de ‘Handreiking kwaliteitsverbetering buitengebied Boxtel’.

2.5

Beheer en onderhoud

•

De haag: minimaal 1x per jaar snoeien in de zomer. Het snoeien begint al bij het aanplanten van de haag. Hoe vaker de haag geknipt wordt des te rechter en óók des te dichter hij wordt. Snoei de bovenkant van de haag pas als deze de juiste hoogte heeft bereikt;

•

De bomen worden periodiek gesnoeid, hierbij zal ten alle tijden rekening gehouden worden dat de kroon (onderste takken tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van de takvrije stam bedraagt;

•

•

De houtsingel: overhangende takken worden elke drie jaar verwijderd. De houtsingel kan de eerste 10 tot 12 jaar vrij uitgroeien. Daarna wordt de houtsingel deels om de 5 à 6 jaar afgezet. Het afzetten van de singel wordt niet ineens gedaan maar steeds twee rijen tegelijk. De fruitbomen worden minimaal één keer per jaar gesnoeid tussen november en maart. De snoei is erop gericht de waterloten te verwijderen en de boom in vorm te houden zodat zoveel mogelijk kortloten behouden blijven of kunnen groeien. Aan deze kortloten komen namelijk de bloemen en later de bloemen.

dinsdag 16 november 2021

Tabel 2

Beplantingsplan

Maatregel

Oppervlakte

Sortiment

Plantverband

a.

Aanplant lage haag

130 m²

Gewone Beuk Eindhoogte ca. 1 meter

Enkele rij, 5 st. per m1

b.

Aanplant hoge haag

44 m²

Gewone Beuk Eindhoogte ca. 2 meter

Enkele rij, 4 st. per m1

c.

Aanplant landschapsbomen

3

Zomereik Eindhoogte ca. 15 meter

Zoals op tekening aangegeven

d.

Aanplant houtsingel

415 m²

Zomerreik, Haagbeuk, Zomerlinde, Gewone es, Schietwilg, Meidoorn, Hazelaar, Veldesdoorn, Kornoelje, Hondsroos, Vuilboom, Gelderse roos Eindhoogte Boomvormers ca. 15 meter, struikvormers ca. 5 meter

Gemengd, driehoeksverband, 1x1 meter

e.

Aanvullen bestaande bomenrij

8 st.

Knotwilgen Eindhoogte ca. 5 meter

Enkele rij, onderlinge afstand ca. 7 meter

f.

Aanplant houtsingel met zichtopeningen

209 m²

Zomerreik, Haagbeuk, Zomerlinde, Gewone es, Schietwilg, Meidoorn, Hazelaar, Veldesdoorn, Kornoelje, Hondsroos, Vuilboom, Gelderse roos Eindhoogte Boomvormers ca. 15 meter, struikvormers ca. 5 meter

Gemengd, driehoeksverband, 1x1 meter

g.

Aanplant fruitboomgaard met kruidachtige vegetatie

10 fruitbomen 354 m² kruidachtige vegetatie

Hoogstam fruitbomen, soortkeuze conform sortimentsvoorstel fruitbomen ‘Handreiking kwaliteitsverbetering buitengebied Boxtel’.

Zoals op tekening aangegeven

h.

Open weide

4440 m²

nvt

nvt

8

2 Advies

Landschappelijke inpassing

2.6

Berekening landschappelijke inpassing

Met de voorgestelde maatregelen wordt de volgende oppervlakte aangewend voor landschappelijke inpassing: Met een totale oppervlakte van 322 m² wordt ruim voldaan aan de minimale oppervlakte die aangewend moet worden voor landschappelijke inpassing, namelijk: 206,9 m² (minimaal 10% van het bestemmingsvak ‘Wonen’).

Tabel 3

Berekening oppervlakte landschappelijke inpassing

Maatregel

Oppervlakte

Aanplant lage haag

130 m²

Aanplant hoge haag

44 m²

Aanplant landschapsbomen

30 m²

Aanplant houtsingel

118 m²

Totaal

322 m²

2.7

Berekening kwaliteitsverbetering

Op de volgende pagina is in tabel 3 een gedetailleerde berekening van de geïnvesteerde kosten uiteengezet op basis van de volgende uitgangspunten: • •

•

•

2.8

De normbedragen voor de aanleg zijn gebaseerd op: stimuleringsregeling provincie Noord Brabant. De normbedragen voor de beheer zijn gebaseerd op: stimuleringsregeling provincie Noord Brabant. Op basis van een periode van 10 jaar. Het normbedrag voor grondwaardedaling naar de bestemming ‘Agrarisch’ (met beperking geen gewas boven ooghoogte) is op basis van een vergelijking afgeleid van de “Ambitie van Boxtel” (gemeente Boxtel, 2015). Oppervlaktes komen overeen met bijgevoegde inrichtingstekening.

Conclusie

Met voorgestelde inrichtingsmaatregelen kan het initiatief op een goede manier in het landschap ingepast worden en kan voldaan worden aan de regeling landschappelijke inpassing en de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap.

De basisinspanning voor de landschappelijke kwaliteitsverbetering voor voorliggend initiatief bedraagt € 36.339. De benodigde basisinspanning wordt bijna volledig ingevuld door de sloop van bestaande bebouwing. Daarnaast worden ook inrichtingsmaatregelen voor kwaliteitsverbetering van het landschap genomen waardoor € 61.978,80 in het landschap geïnvesteerd wordt, in aanvulling op de benodigde landschappelijke inpassing (10% van bestemmingsvak Wonen). Hiermee wordt aan de minimale basisinspanning voldaan.

dinsdag 16 november 2021

9

2 Advies

Landschappelijke inpassing Tabel 4

Berekening kwaliteitsinvestering

Maatregel

Maat

Eenheid

Normbedrag

per eenheid

Totaal

AANLEGKOSTEN d.

Aanplant houtsingel

297

m²

€

1,60

per st.

€

475,20

e.

Aanvullen bestaande bomenrij

8

st.

€

66,74

per st.

€

533,92

f.

Aanplant houtsingel met zichtopeningen

209

m²

€

1,60

per st.

€

334,40

g.

Aanplant fruitboomgaard met kruidachtige vegetatie Fruitbomen

10

st.

€

66,74

per st.

€

667,40

Kruidachtige vegetatie

354

m²

€

0,15

per m²

€

53,69

3991

m²

€

0,15

per m²

€

605,30

slopen bebouwing

2040

m²

€

15,00

per m²

€ 30.600,00

slopen kelders

1039

m²

€

2,50

per m²

€ 2.597,50

verwijderen verharding

911

m²

€

3,00

per m²

€ 2.733,00

verwijderen asbest

160

m²

€

7,50

per m²

€ 1.200,00

h.

Open weide

i.

Slopen bestaande bebouwing

Plankosten

€ 4.055,00

Totaal aanlegkosten

€ 43.855,41

BEHEERKOSTEN d.

Aanplant houtsingel

415

m²

€

0,13

per st.

€

526,06

e.

Aanvullen bestaande bomenrij

8

st.

€

16,50

per st.

€ 1.320,00

f.

Aanplant houtsingel met zichtopeningen

209

m²

€

0,13

per st.

€

g.

Aanplant fruitboomgaard met kruidachtige vegetatie Fruitbomen

10

st.

€

42,89

per st.

€ 4.289,00

Kruidachtige vegetatie

354

m²

€

0,18

per m²

€

264,93

623,39

€ 7.023,38

Totaal beheerkosten GRONDWAARDEDALING Van 'Agrarisch' naar 'Agrarisch' (door beperking geen gewas boven ooghoogte)

4440

m²

€

2,50

per m²

€ 11.100,00

Totaal waardedaling

€ 11.100,00

TOTAAL KWALITEITSINVESTERING

€ 61.978,80

dinsdag 16 november 2021

10

2 Advies

Landschappelijke inpassing

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94

www.bro.nl | info@bro.nl

dinsdag 16 november 2021

5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01

11

%LMODJH $NRHVWLVFKRQGHU]RHN

Bestemmingsplan "Onrooi 12" (vastgesteld)

17

%LMODJH *HXURQGHU]RHN

48

Bestemmingsplan "Onrooi 12" (vastgesteld)

ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN ONROOI 12 BOXTEL

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel 20210185.v01 23 februari 2021 BRO

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6

2.1. 2.2. 2.3.

Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8

3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.3.3. Achtergrondbelasting ......................................................................................................... 10 3.4. 3.5. 3.6.

Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 10 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 11 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 12

4.

GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 13

4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

Afstanden ................................................................................................................................... 13 Voorgrondbelasting ................................................................................................................... 14 Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 16 Beoordeling woon- en leefklimaat ............................................................................................. 17

5.

CONCLUSIE.................................................................................................................................. 18

BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE

I. II. III. IV.

KAART AFSTANDEN ............................................................................................... 19 BEREKENING VOORGRONDBELASTING ............................................................. 20 KAART ACHTERGRONDBELASTING .................................................................... 21 VEEHOUDERIJGEGEVENS .................................................................................... 22

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

3

1.

INLEIDING

1.1.

Situatie

De initiatiefnemer heeft het voornemen om een nieuwe woning op te richten op het perceel van de op te heffen veehouderij aan Onrooi 12 in Boxtel. Daarbij worden de bestaande woning en de bestaande stallen gesloopt en wordt een nieuwe vrijstaande woning gebouwd. Voor deze ontwikkeling is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderdeel van de bestemmingsplanwijziging is dit onderzoek geurhinder veehouderijen. De beoogde situatie is aangegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1. Beoogde situatie

In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

4

1.2.

Vraagstelling

Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

5

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Wet geurhinder en veehouderij

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.

2.2.

Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten

Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.

2.3.

Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak

1

ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

6

worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.

Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

7

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN

3.1.

Uitgangspunten veehouderijen

Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.

3.2.

Geuremissie en geurimmisie

De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.

3.3.

Verschillende beoordelingen

3.3.1.

Voorgrondbelasting

Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Binnen bebouwde kom Ligging geurgevoelig object2* Concentratiegebied Geen concentratiegebied * de gemeente Boxtel ligt in een concentratiegebied.

2

3 ouE/m3 2 ouE/m3

Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3

gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

8

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in niet een gebied waarvoor de gemeente Boxtel in haar Verordening geurhinder en veehouderij 2014 een aangepaste geurnorm heeft vastgesteld. Daarom geldt de geurnorm van 14 ouE/m3, (geen bebouwde kom, zie paragraaf 3.6). Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De geurnormen gelden niet voor woningen die vallen onder artikel 14, lid 2 van de Wgv: Voor de toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd: a. op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, b. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en c.

in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij, ten minste 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen.

3.3.2.

Afstanden

Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Boxtel heeft in haar Verordening geurhinder en veehouderij 2014 aangepaste afstandseisen vastgesteld als sprake is van veehouderijen van beperkte omvang. Voor geurgevoelige objecten gelegen binnen de bebouwde kom bedraagt de andere afstand 50 meter, indien het gaat om veehouderijen waarvoor vaste afstanden gelden met maximaal 56 dieren. Voor geurgevoelige objecten gelegen buiten de bebouwde kom bedraagt de andere afstand 25 meter, indien het gaat om veehouderijen waarvoor vaste afstanden gelden met maximaal 200 dieren.

De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

9

bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object. Ten slotte een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.

3.3.3.

Achtergrondbelasting

De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2. Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3

4 ouE/m3 6 ouE/m

3

Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting

De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.

3.4.

Geurbelasting versus geurhinder

In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

10

Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2. Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m3 3 - 8 ouE/m3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m3 8 – 13 ouE/m3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m3 13 – 20 ouE/m3 3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m 20 – 28 ouE/m3 3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m 28 – 38 ouE/m3 3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m 38 – 50 ouE/m3 3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden.

De gemeente Boxtel ligt in een concentratiegebied.

De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.

3.5.

Geurgevoelig object

Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

11

Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn. Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van een geurgevoelige object.

3.6.

Bebouwde kom

Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt.

Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. Het te realiseren geurgevoelig object maakt geen onderdeel uit van een bebouwde kom.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

12

4.

GEURBEREKENINGEN

In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 3.

Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies

4.1.

Afstanden

De te realiseren woningen vallen onder artikel 14, lid 2 van de Wgv, zoals beschreven in paragraaf 3.3.1 van dit rapport: voor de toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd: a. op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, b. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en c. in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij, ten minste 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

13

Op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 50 meter rondom het plangebied weergegeven. Met oog op het woon- en verblijfsklimaat kan ook worden aangesloten bij een afstandseis van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object, zoals beschreven in paragraaf 3.3.2.

Afbeelding 4. Afstanden

Binnen de afstandscontour van 50 meter rondom het plangebied liggen geen bouwvlakken van veehouderijen. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van de veehouderijen worden niet geschaad. Hierbij is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderijen.

4.2.

Voorgrondbelasting

Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied is de veehouderijen aan De Vennekens 1 maatgevend voor de voorgrondbelasting. Voor die veehouderij is op 23 maart 2016 een revisievergunning verleend voor volgende veebezetting:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

14

Op basis van de omgekeerde werking van de Wgv is geurberekening uitgevoerd. Daarbij is uitgegaan van één emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo ver mogelijk in de richting van het plangebied, zie paragraaf 2.3. De geurcontouren zijn berekend met het rekenprogramma V-Stacks vergunning 2020 (meest recente milieuhygiënische inzichten). De geurberekening is opgenomen in bijlage II. De emissiepunten en toetspunten zijn aangegeven op afbeelding 5.

Afbeelding 5. Emissiepunten en toetspunten voorgrondbelasting

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

15

De maximale geurbelasting binnen het plangebied (waarvoor een geurnorm van 14 ouE/m3 geldt als geen sprake was van een woning die valt onder artikel 14, lid 2 van de Wgv) bedraagt 0,7 ouE/m3.

4.3.

Achtergrondbelasting

De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van Web-BVB van de provincie Noord-Brabant3 zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De gegevens zijn opgenomen in bijlage IV. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:

De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 6 en op de kaart in bijlage III. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en leefklimaat (zie tabel 2 paragraaf 3.4).

3

https://bvb.brabant.nl/webbvb, export 23 februari 2021

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

16

Afbeelding 6. Achtergrondbelasting

De hoogst berekende geurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt ongeveer 1,5 ouE/m3.

4.4.

Beoordeling woon- en leefklimaat

Uit voorgaande paragrafen blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied: - ruimschoots wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter; - de voorgrondbelasting op zijn hoogst 0,7 ouE/m3 bedraagt; - de achtergrondbelasting op zijn hoogst 1,5 ouE/m3 bedraagt. Omdat veehouderijen op grote afstand van het plangebied zijn gelegen (meer dan 50 meter) kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 0,7 ouE/m3 (worstcase, op basis van de omgekeerde werking). Deze waarde voor de voorgrondbelasting komt volgens tabel 2 in paragraaf 3.4 overeen met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 14,0 ouE/m3 bedraagt. Aan deze geurnorm wordt voldaan. De hoogst berekende waarde voor de achtergrondbelasting van 1,5 ouE/m3 komt overeen met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat en is daarmee ook beter dan het woon- en leefklimaat op basis van de individuele geurnorm.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

17

5.

CONCLUSIE

In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plan Onrooi 12 in Boxtel onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In paragraaf 4.4 van dit rapport is toegelicht dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Hierbij is rekening gehouden met de afstandseisen, de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. In paragrafen 4.1 en 4.2 is uitgegaan is toegelicht dat bestaande woningen maatgevend zijn voor de mogelijkheden van de betrokken veehouderijen. Bestaande woningen (in dezelfde windrichting) liggen op kortere afstand van de veehouderij dan de te realiseren woningen. De belangen van de veehouderijen worden door deze ontwikkeling niet geschaad.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

18

BIJLAGE

I. KAART AFSTANDEN

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

19

Bijlage I - Afstanden

bron: PDOK

schaal 1 : 2.500 datum: 23 februari 2021

De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11

BIJLAGE

II. BEREKENING VOORGRONDBELASTING

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

20

Gegenereerd op: 23-02-2021

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: Omgekeerde werking Gemaakt op: 2021-02-23 13:01:36 Rekentijd: 0:00:21 Naam van het bedrijf: De Vennekens 1 Boxtel omg werking Berekende ruwheid: 0,355 m %URQJHJHYHQV Volgnr. BronID 1

Rand bouwvlak

X-coord. 152 264

Y-coord. 400 656

EP Hoogte 1,5

EP Diam. 0,5

*HXUJHYRHOLJHORFDWLHV Volgnr. BronID 2

Rand plangebied

X-coord. 152 696

Y-coord. 400 144

Geurnorm 14,0

Geurbelasting 0,7

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40

19 972

Geb. Hoogte 1,5

BIJLAGE

III. KAART ACHTERGRONDBELASTING

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

21

Bijlage III - Achtergrondbelasting

bron: PDOK

schaal 1 : 15.000 datum: 23 februari 2021

De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11

BIJLAGE

IV. VEEHOUDERIJGEGEVENS

Onderzoek geurhinder veehouderijen Onrooi 12 Boxtel Datum: 23 februari 2021 ; Referentie: 20210185.v01

22

Bijlage IV - Veehouderijgegevens IDNR X Y EPH 10001 152743 401239 10002 152181 400705 10003 152429 400848 10004 152223 401495 10005 152187 401527 10006 153202 401022 10007 151772 401195 10008 151909 399868 10009 153748 400189 10010 152287 398887 10011 151811 398797 10012 153157 401353 10013 153468 401205 10014 153181 401444 10015 152048 401721 10016 152384 402087 10017 152130 401656 10018 152201 401832 10019 154073 399083 10020 153841 399276 10021 153911 399356 10022 153531 400168 10023 153529 400089 10024 152985 399939 10025 153464 398607

GEBH 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

DIAM UITTR EVERG EMAX Adres 6 0.5 4 29623 29623 Schijndelsedijk 6 6 0.5 4 19972 19972 De Vennekens 1 6 0.5 4 12929 12929 Koppenhoefstraat 5 6 0.5 4 732 732 St.Lambertusweg 6 6 0.5 4 0 0 St.Lambertusweg 6A 6 0.5 4 0 0 Geelderseweg 13 6 0.5 4 0 0 Hoog Munsel 9 6 0.5 4 244 244 Apollopad 1 6 0.5 4 6611 6611 Savendonksestraat 6 6 0.5 4 0 0 Liempdseweg 22 6 0.5 4 0 0 Goorestraat 1 6 0.5 4 25632 25632 Schijndelsedijk 16 6 0.5 4 512 512 Schijndelsedijk 18 6 0.5 4 24706 24706 Schijndelsedijk 13 6 0.5 4 12816 12816 St.Lambertusweg 9 6 0.5 4 5482 5482 St.Lambertusweg 16 6 0.5 4 7520 7520 St.Lambertusweg 8B 6 0.5 4 8165 8165 St.Lambertusweg 8D 6 0.5 4 36 36 Hoevedreef 2 6 0.5 4 0 0 Kasterensestraat 12 6 0.5 4 0 0 Kasterensestraat 17 6 0.5 4 926 926 Savendonksestraat 7 6 0.5 4 0 0 Donkerstraat 2 6 0.5 4 780 780 Gemondesestraat 18 6 0.5 4 435 435 Den Berg 3

Gemeente Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Sint Michielsgestel Sint Michielsgestel Sint Michielsgestel Sint Michielsgestel Sint Michielsgestel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel Boxtel

Dossier Bedrijfstype 5283VD6 Vleesvarkens 5283VG1 Zeugen 5283VK5 Zeugen 5283VL6 Melkrundvee 5283VL6A Melkrundvee 5283VM13 Melkrundvee 5283VT9 Melkrundvee 5283KE1 Paarden 5283PB6 Melkrundvee 5283RB22 Melkrundvee 5283RD1 Melkrundvee 5283VD16 Vleesvee 5283VD18 Melkrundvee 5291PL13 Vleesvee 5291NA9 Vleesvee 5291NB16 Vleesvee 5291NB8B Geiten 5291NB8D Vleesvarkens 5298NS2 Melkrundvee 5298NV12 Melkrundvee 5298NV17 Melkrundvee 5298NW7 Melkrundvee 5298NX2 Paarden 5298NZ18 Schapen 5298VL3 Melkrundvee

%LMODJH 4XLFNVFDQ)ORUDHQIDXQD

Bestemmingsplan "Onrooi 12" (vastgesteld)

75

%LMODJH 9HUYROJRQGHU]RHN) ORUDHQIDXQD

Bestemmingsplan "Onrooi 12" (vastgesteld)

91

Nader ecologisch veldonderzoek huismus, vleermuizen en steenuil – Onrooi te Boxtel Definitief rapport

Nader ecologisch veldonderzoek huismus, vleermuizen en steenuil – Onrooi 12 te Boxtel Definitief rapport

Rapportnummer:

P00162

Datum:

21 oktober 2019

Opdrachtgever:

Gemeente Boxtel

Projectteam BRO:

MvdS, NL, MK, NvdH

Bron foto kaft:

BRO, abstract

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. BRO accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek neemt.

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5931 PK Boxtel T +31 (0) 411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel

2 2 2

2. OMSCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgenomen werkzaamheden / ingrepen

3 3 6

3. WERKWIJZE 3.1 Huismussen 3.2 Vleermuizen 3.3 Steenuil

7 7 8 10

4. RESULTATEN 4.1 Huismussen 4.2 Vleermuizen 4.3 Steenuil 4.4 Overige soorten

11 11 11 12 13

5. EFFECTENBEOORDELING EN TOETSING 5.1 Huismussen 5.2 Vleermuizen 5.3 Steenuil 5.4 Overige soorten

14 14 14 14 14

6. CONCLUSIE

15

7. BRONNEN

16

8. VERKLARENDE WOORDENLIJST

17

Inhoudsopgave

1

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Opdrachtgever is voornemens om de pluimveestal en het woonhuis te slopen en een nieuwe woning en bedrijfsbebouwing van een minder milieubelastend bedrijf te realiseren. Tijdens een veldbezoek is geconstateerd dat de gebouwen binnen het plangebied geschikte nest- en verblijfplaatsen bevatten voor huismus en vleermuizen, en geschikt leefgebied voor de steenuil. Naar aanleiding hiervan is steenuil-, huismus- en vleermuisonderzoek uitgevoerd in het seizoen van 2019, om aanwezige verblijfplaatsen en leefgebied van de betreffende soorten te kunnen identificeren dan wel uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.

1.2 Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de gebouwen?  Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus betreft het hier?  Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in de gebouwen?  Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier?  Is het plangebied onderdeel van het leefgebied van de steenuil?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?  Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nest/verblijfplaats komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (mede ten behoeve van een mogelijke ontheffingsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een activiteitenplan/mitigatieplan, omdat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast moet komen te staan dat de maatregelen ook daadwerkelijk de functie die het gebouw heeft voor de soort(en), doen behouden. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort niet in het geding is. Dit zal in een later stadium worden uitgewerkt wanneer aspecten als de exacte werkzaamheden en planning bekend zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=69356b3c-2471-45e2-871d-892f6559d068