CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Albinonistraat 86a Boxtel- Bijlage 1 Regels en toelichting.pdf

Raadsvergadering Boxtel 11 april 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Albinonistraat 86a (reg nr (1310650)22.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan woningbouw Albinonistraat 86 A 11 april 2023

Bestemmingsplan Woningbouw Albinonistraat 86a Gemeente Boxtel Vastgesteld

Rapportnummer:

P03560

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0757.BP04ALBINONISTR86A-VST1

Datum:

11 april 2023

Opdrachtgever:

Gemeente Boxtel

Projectteam BRO:

CVe, JvdA en JEr

Concept:

februari 2021

Ontwerp:

november 2022

Vaststelling:

11 april 2023

Bron foto kaft:

Gemeente Boxtel

Beknopte inhoud:

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Hoofdstuk 6

60

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 6 7

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

7 8 10

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

13 13

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

13 14 15 17

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

17 17 18 19

3.4.1 Structuurvisie Verfrissend Boxtel 3.4.2 Strategische visie Boxtel 2020, Duurzaam en dynamisch centrum in het Groene Woud Strategische Visie voor de periode 2010-2020 3.4.3 Woonvisie 2016-2025

19 19 20

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren

22 22

4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2 Geluid

22 22 24 24

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit

24 25 26 27

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek

27 27

Inhoudsopgave

1

4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

28 28

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur agrarisch

28 29 29 30

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid

30 30 31 32 33

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Beperkte verantwoording groepsrisico Rijksweg A2 4.7.4 Conclusie 4.8 Ecologie

33 33 36 37 37

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Bodem

37 39 43 43

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Water

43 43 44 44

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Archeologie

44 47 49 49

4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Cultuurhistorie

49 50 51 51

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 M.e.r.-plicht

51 51 52 52

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Bestemmingen

54 54 54 56

Inhoudsopgave

2

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

57 57

6.1.1 Financieel-economische haalbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57 57

6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Omgevingsdialoog en burgerparticipatie 6.2.3 Vaststellingsprocedure

57 58 58

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Archeologisch onderzoek Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Quickscan Flora en fauna Bijlage 5: Stikstofonderzoek Bijlage 6: Waterparagraaf Bijlage 7: Externe veiligheid Bijlage 8: Omgevingsdialoog Bijlage 9: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 10: Boom Effect Analyse

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Dit document betreft een toelichting bij een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan ‘BoxtelOost’ van de gemeente Boxtel. Deze herziening is noodzakelijk voor de ontwikkeling van 27 appartementen. Woonstichting JOOST is voornemens deze woningen te ontwikkelen op de locatie tussen de Albinonistraat en het Apollopad in Boxtel. In de huidige situatie wordt een deel van het plangebied nog in beslag genomen door een leegstaand schoolgebouw en bijbehorend schoolterrein. De gronden waarop Woonstichting JOOST de 27 woningen wil ontwikkelen hebben op dit moment de bestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. De bestemmingsplanregels van het geldende bestemmingsplan laten de voorgenomen ontwikkeling echter niet toe, omdat er geen sprake is van een woonbestemming. Om de voorgenomen ontwikkelingen toch mogelijk te maken, is gekozen over te gaan tot een gedeeltelijke herziening van het vigerende bestemmingsplan. Daarbij wordt de nieuwe bestemming van een deel van de gronden van het plangebied ‘Wonen’.

1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom Boxtel, provincie Noord-Brabant. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in navolgende figuur. In de daaropvolgende figuur is een luchtfoto opgenomen waarin een meer gedetailleerde indicatie van het plangebied gegeven wordt. Voor de precieze aanduiding van het plangebied is de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan echter leidend.

Hoofdstuk 1

4

Figuur 1: Ligging van het plangebied (bron: pdok.nl). Het plangebied is indicatief aangegeven middels een rode lijn.

Figuur 2: Indicatieve aanduiding plangebied (bron: pdok.nl). Het plangebied is indicatief aangegeven middels een rode lijn.

Hoofdstuk 1

5

Het plangebied ligt is Boxtel-Oost, een wijk ten (zuid)oosten van het centrum van Boxtel. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Boxtel, sectie D, perceelnummer 5811 en (als een onderdeel van) gemeente Boxtel, sectie D, perceelnummer 6941. Dit laatste kadastrale perceel beslaat een aanzienlijk groter deel van de openbare ruimte in Boxtel-Oost dan het deel openbare ruime dat wordt meegenomen in het herziene bestemmingsplan.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied is het plan ‘Boxtel-Oost’ van de gemeente Boxtel. De raad van de gemeente Boxtel heeft dit bestemmingsplan vastgesteld op 30 mei 2013. Op 4 september 2014 is het plan onherroepelijk geworden. Een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied en omgeving is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Boxtel-Oost. Het plangebied is indicatief aangegeven middels een rode lijn. (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Aan het plangebied zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan drie verschillende enkelbestemmingen toegewezen: ‘Maatschappelijk’, ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. De appartementen zelf zullen gerealiseerd worden op gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’. Op basis van artikel 9.1 van het bestemmingsplan ‘Boxtel-Oost’ zijn deze gronden bestemd voor de volgende doeleinden: a. gezondheidszorg; b. cultuur; c. welzijn; d. onderwijs; e. religie; f. ondergeschikte horecavoorzieningen die ten dienste staan van de doeleinden als genoemd in sub a, b, c en d;

Hoofdstuk 1

6

g. ondergeschikte kleinschalige detailhandel die ten dienste staat van de doeleinden als genoemd in sub a, b, c en d; h. ter plaatse van de aanduiding 'garage', mede voor garageboxen; met de daarbij behorende: a. tuinen, erven en terreinen; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. waterlopen, waterpartijen en waterberging; f. wegen en paden; g. voorzieningen van algemeen nut. Zoals afgeleid kan worden uit bovenstaand artikel 9.1 past de voorgenomen ontwikkeling, te weten de ontwikkelen van 27 appartementen, niet binnen de regels van het huidige bestemmingsplan. De bestemming ‘Maatschappelijk’ laat wonen niet toe. Om die reden wordt de bestemming voor de gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. Ook omliggende gronden met de functies ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ worden meegenomen, omdat op een deel van deze gronden parkeervoorzieningen zullen worden gerealiseerd. Omdat mogelijk te maken zal een deel van de gronden die onder het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ hebben gekregen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ krijgen.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. De onderzoeksrapporten van de uitgevoerde onderzoeken zijn als aparte bijlagen toegevoegd.

Hoofdstuk 1

7

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt tussen de Albinonistraat en het Apollopad in Boxtel. Daarmee bevindt het plangebied zich in de wijk Boxtel-Oost, een wijk die bijna zonder uitzondering bestaat uit woningen en andere gebouwen die gebouwd zijn in de periode van 1970 tot en met 1980. Het overgrote deel van de woningen is bovendien van het type ‘rijtjeshuis’. Deze woningen hebben maximaal drie bouwlagen. Er is geen hoogbouw of anderszins gestapelde bebouwing aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Een impressie van de omgeving van het plangebied is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 4: Impressie van de Albinonistraat in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt links in de verte (bron: Google Street View).

In het plangebied bevindt zich op dit moment een leegstaand schoolgebouw (inclusief schoolterrein), een trottoir en een grasveld met daarop een aantal bomen. Het schoolgebouw stamt nog uit het begin van de jaren 1990. De basisschool die hierin gevestigd was, basisschool de Beemden, is een aantal jaar geleden verhuisd naar een nieuw schoolgebouw. Het oude gebouw wordt ook niet gebruikt voor andere functies. In navolgende figuren wordt een impressie gegeven van de huidige situatie in het plangebied.

Hoofdstuk 2

8

Figuur 5: Grasveld aan de westkant van het schoolgebouw dat onderdeel uitmaakt van het plangebied. (bron: BRO)

Figuur 6: Parkeergebied aan de zuidkant van het plangebied. Links is het grasveld uit figuur 5 te zien. Het oude schoolgebouw ligt achter de ‘muur’ van vegetatie die op de foto te zien is. (bron: BRO)

Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van het centrum van Boxtel. De Markt in Boxtel is gelegen op een loopafstand van ongeveer 1,5 kilometer. Op een loopafstand van 850 meter tot 900 meter bevinden zich drie supermarkten. Een huisartsenpraktijk, apotheek en tandartsenpraktijk zijn op ongeveer gelijke afstand tot het plangebied gelegen. Twee basisscholen bevinden zich op een loopafstand van respectievelijk 500 meter en 850 meter van het plangebied.

Hoofdstuk 2

9

Ontsluiting van het plangebied vindt zowel in de huidige als in de toekomstige situatie uitsluitend plaats via de Albinonistraat. Het centrum van Boxtel kan onder andere worden bereikt via de Robert Schumanlaan, de Hobbendonkseweg en de Brederodeweg. De Rijksweg A2 kan in noordelijke richting worden bereikt door voorgenoemde Brederode weg te volgen, om vervolgens via de Bosscheweg de Rijksweg A2 op te rijden. Het is ook mogelijk de Rijksweg A2 te bereiken via de Robert Schumanlaan, de Hobbendonkseweg, de Eindhovenseweg en de Keulsebaan.

2.2 Toekomstige situatie De wens bestaat om een appartementencomplex met daarin 27 appartementen te bouwen op de gronden waarop nu een leegstaand schoolgebouw staat. Een aantal belangrijke aspecten van het te realiseren gebouw zullen aan bod komen in deze paragraaf. Voor details en meer informatie over het ontwerp wordt verwezen naar de bijlagen. Het deel van het gebouw waarin appartementen worden gevestigd zal een dakvlak krijgen dat ligt op een hoogte van 9 meter. Het gebouw zal op het hoogste punt 10,7 meter hoog worden (hoogste punt wordt bepaald door de trap en lift). In totaal zullen er drie woonlagen worden gerealiseerd, waarbij elke woonlaag ongeveer 3 meter hoog is. Een overzicht van een en ander is opgenomen in onderstaande figuur.

Figuur 7: Hoogtes die bij benadering zullen worden aangehouden voor het gebouw en de verdiepingen (bron: HILBERIKBOSCH architecten). Voor details en meer informatie over het ontwerp wordt verwezen naar de bijlagen.

In het bouwontwerp zijn drie typen appartementen opgenomen: type A, type B en type C. Voor deze drie typen woningen geldt dat ze een vloeroppervlakte van circa 60 m 2 GBO krijgen. De appartementen op de eerste en tweede verdieping worden uitgerust met een balkon, terwijl de appartementen op de begane grond een terras krijgen. Alle 27 te realiseren appartementen vallen in de categorie ‘sociale huur’ en zullen door Woonstichting JOOST verhuurd worden, in elk geval voor een periode van tien jaar vanaf het eerste moment van verhuur. Een belangrijke reden waarom de 27 appartementen gebouwd worden is om de doorstroming in de wijk te vergroten. Aangezien de appartementen levensloopbestendig worden gebouwd, de woningen geschikt zijn voor een- en tweepersoonshuishoudens en er woningen worden toegevoegd met een relatief lage huurprijs, krijgen senioren de kans om vanuit een grotere woning die minder levensloopbestendig is naar een levensloopbestendig appartement te verhuizen en krijgen een- of tweepersoonshuishoudens de kans om naar een woning te verhuizen die voor hen betaalbaar is en die qua formaat bij hen past.

Hoofdstuk 2

10

Een impressie van het ontwerp is opgenomen in onderstaande figuur.

Figuur 8: Impressie te realiseren appartementengebouw (bron: HILBERIKBOSCH architecten).

Ten behoeve van de 27 appartementen zullen ook parkeerplaatsen ontwikkeld worden in het plangebied, aan de west- en zuidkant van de woningen. Op deze plaats bevindt zich op dit moment een grasveld met daarop een aantal bomen. Er is een Boom Effect Rapportage (BEA) uitgevoerd door Pius Floris, onderzoek & advies. Voor de BEA wordt verwezen naar de bijlagen bij deze toelichting. Uit de BEA volgt dat de bomen die in de BEA zijn aangeduid met de nummers 17 tot en met 19 in het bijzonder van toegevoegde waarde zijn voor de huidige groenstructuur. De BEA wordt betrokken bij het inrichtingsplan openbare buitenruimte en de omgevingsvergunning. Indien bomen verwijderd worden, omdat door de inrichting van de openbare buitenruimte een duurzaam voortbestaan niet meer mogelijk is, vindt er een compensatie plaats door nieuwe bomen aan te planten in het plangebied. In het ontwerp worden deze bomen zoveel mogelijk behouden (figuur 10). Om deze ontwikkeling mogelijk te maken zal ook het huidige openbare parkeerterrein (figuren 10 en 11) enigszins moeten worden aangepast, waarbij een toegangsweg naar het nieuwe parkeerterrein wordt aangelegd. De beoogde situatie waarin is opgenomen in figuur 10. De bestaande situatie is weergegeven in figuur 9.

Figuur 9: Bestaande situatie (bron: HILBERIKBOSCH architecten).

Hoofdstuk 2

11

Figuur 10: Beoogde situatie, met groen zijn de bomen aangegeven, de bomen die worden verwijderd zijn met een kruis aangegeven (bron: gemeente Boxtel).

Figuur 11: Impressie toekomstige situatie (bron: HILBERIKBOSCH architecten).

Ten aanzien de toekomstige situatie als weergegeven in figuur 11 wordt nog opgemerkt dat het hierbij gaat om een impressie. De definitieve plannen voor de inrichting van de openbare ruimte zijn nog in ontwikkeling.

Hoofdstuk 2

12

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in artikel 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties;

Hoofdstuk 3

13

4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19.

behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Doorwerking plangebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het realiseren van nieuwe woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorg dragen voor voldoende woningen. De taak voor het vormen van beleid inzake de planologische ruimte voor het realiseren van nieuwe woningen wordt neergelegd bij de decentrale overheden. Gemeenten vormen ook beleid over aansluiting op woonbehoeften. Om die reden dient de realisatie van 27 appartementen voornamelijk te worden getoetst aan gemeentelijk beleid. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd.

Het merendeel van de regels legt beperkingen op waarin een gradatie te herkennen is. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee'-bepaling. Doorwerking plangebied Er is geen sprake van nationale belangen in het plangebied. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.

Hoofdstuk 3

14

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De Ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Het is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is bepaald in artikel 1.1.1 Bro “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Het plan voorziet in de toevoeging van 27 wooneenheden in de vorm van appartementen op een inbreidingslocatie. Uit jurisprudentie blijkt dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een bestemmingsplan voorziet in meer dan 11 woningen die, gelet op hun onderlinge afstand, als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro kunnen worden aangemerkt. Bovendien voorziet het plan in een planologische functiewijziging en een groter planologisch ruimtebeslag in vergelijking met het voorgaande planologische regime, aangezien meer bouwmogelijkheden worden gecreëerd.

Gelet op het aantal woningen binnen één woningbouwlocatie waarin dit plan voorziet en een planologische functiewijziging in combinatie met de toename van het planologische ruimtebeslag, moet de voorgenomen ontwikkeling worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het kader van de voorziene ontwikkeling van woningen is een Ladderonderbouwing opgesteld. Voor een volledige versie van de Ladderonderbouwing wordt verwezen naar de bijlagen behorende bij dit bestemmingsplan. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies hieruit vermeld. Deze zijn als volgt: Kwantitatieve behoefte Het initiatief om 27 appartementen te realiseren aan Apollopad / Albinonistraat voorziet in een kwantitatieve behoefte.  In de periode tot 2030 neemt de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Boxtel toe. Eenzelfde trend geldt voor de hele subregio ’s-Hertogenbosch. Dit vraagt om een groei van de woningvoorraad. Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling kan een raming worden gemaakt van de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Boxtel van circa 1.170 woningen tot 2030. In de subregio ’s-Hertogenbosch ligt de woningbehoefte tot 2030 op 20.340 woningen. 1

O.a. ABRvS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRvS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRvS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

15

Om in de toekomstige woonbehoefte te kunnen voorzien heeft de gemeente Boxtel zichzelf de ambitie gesteld om tussen 2014 en 2025 in totaal per saldo 1.315 woningen toe te voegen. Anno 2020 zijn er per saldo 210 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. De toename van het aanbod blijft achter bij de vraag. Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit beschikbaar in de gemeente Boxtel (710 woningen) om in de groeiende woningbehoefte tot 2030 te voorzien (1.170 woningen). Dit betekent dat er nog ruimte is voor het toevoegen van 460 extra woningen. De beoogde ontwikkeling om 27 appartementen te realiseren aan Apollopad / Albinonistraat voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied.

Kwalitatieve behoefte Het initiatief om 27 sociale huurappartementen te realiseren aan Apollopad / Albinonistraat in Boxtel voorziet in een kwalitatieve behoefte:  In het landelijk gebied in de regio Noordoost Brabant is een tekort aan huurappartementen geschikt voor starters en voor doorstromers vanaf 65 jaar. Er is met name een tekort aan betaalbare huurwoningen (€ 442,- - € 633,- prijspeil 2022), maar ook in de andere huursegmenten is de vraag groter dan het aanbod. Met de realisatie van 27 sociale huurwoningen (appartementen) voegt het initiatief aan Apollopad / Albinonistraat juist die woningen toe waaraan in de regio een tekort is.  Ook in de gemeente Boxtel bestaat een tekort aan huurappartementen. Deze vraag komt vooral van starters en doorstromers vanaf 65 jaar. Zij zijn veelal op zoek naar kleinere huurwoningen in de sociale huursector. Met het realiseren van 27 sociale huurappartementen van 60 m² voorziet het initiatief aan Apollopad / Albinonistraat in een kwalitatieve behoefte aan kleinere, sociale huurappartementen. De levensloopbestendige woningen zijn geschikt voor zowel starters als doorstromers vanaf 65 jaar (lift aanwezig).  De gemeente Boxtel heeft de ambitie gesteld om meer sociale huurwoningen te realiseren aangezien een groot deel van de toekomstige woningvraag zich voordoet in dit segment. Het initiatief voorziet in deze ambitie.

 Het initiatief aan Apollopad / Albinonistraat speelt in op de woningmarktopgave die er ligt in Boxtel-Oost door woningen toe te voegen die geschikt zijn voor starters en jonge vestigers, en bij te dragen aan een verdere toevoeging van gestapelde huurwoningen in het gebied, ook geschikt voor oudere huishoudens. Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van woningen aan Apollopad / Albinonistraat onaanvaardbare effecten zullen optreden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Daarnaast draagt het realiseren van woningen bij aan het creëren van een levendig woon- en leefklimaat in de gemeente Boxtel, en meer specifiek in Boxtel-Oost. Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de volgende bestemming: Maatschappelijk. Dit betekent dat het plangebied een stedelijke functie heeft. Het plangebied ligt midden in een woonwijk en wordt omringd door bestaande woningen. Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig.

Hoofdstuk 3

16

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een aanwezige behoefte voor de realisatie van 27 wooneenheden op de inbreidingslocatie Apollopad / Albinonistraat. De Ladder voor duurzame verstedelijking is positief doorlopen.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse Leefomgeving vastgesteld. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de visie officieel de juridische status van omgevingsvisie krijgen. Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden:  gaan voor meerwaarde-creatie;  gaan voor technische én sociale innovatie;  gaan voor kwaliteit boven kwantiteit;  gaan voor steeds beter;  gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omgevingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is deze opgave in feit tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als volgt geformuleerd:  Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.

Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”.  Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”. De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd:  werken aan de Brabantse energietransitie;  werken aan een klimaatproof Brabant;  werken aan de slimme netwerkstad;  werken aan een concurrerende, duurzame economie. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Deze is op 1 april 2022 geconsolideerd. De Interim omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in

Hoofdstuk 3

17

de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze die gevraagd wordt in de omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot de Interim omgevingsverordening. Het is een interim omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de definitieve omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Deze verordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte 2014. Doorwerking plangebied Het plangebied is in de Interim omgevingsverordening aangeduid als Stedelijk Gebied en Landelijke kern. Artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is om die reden van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Dat artikel luidt als volgt: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling vaneen locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen het stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In deze toelichting wordt ingegaan op hoe wordt omgegaan met bovenstaande punten.

3.3 Regionaal beleid Bij het doorlopen van de Laddertoets in paragraaf 3.1.3 is onderzocht in hoeverre het plan kwalitatief en kwantitatief gezien past binnen relevant beleid dat op verschillende bestuurlijke niveaus is vastgelegd. In de analyse is ook regionaal (woon)beleid betrokken. Uit de Laddertoets volgt (onder andere) de conclusie dat het planinitiatief past binnen beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Voor de Laddertoets wordt verwezen naar de bijlagen.

Hoofdstuk 3

18

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Verfrissend Boxtel Op 28 juni 2011 heeft de gemeenteraad van Boxtel de structuurvisie Verfrissend Boxtel vastgesteld. Hierin wordt een integrale visie gegeven op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie vormt het beleidskader voor deze ontwikkelingen. De structuurvisie Verfrissend Boxtel bestaat uit drie hoofdproducten: de Atlas van Boxtel, de Strategische Agenda van Boxtel en het Bedrijfsplan van Boxtel. In de Atlas wordt een inventarisatie van het huidige beleid gemaakt en een beschrijving van het huidige Boxtel gegeven. Daarna wordt in de Atlas een analyse gemaakt van de ten tijde van vaststelling huidige situatie in Boxtel met betrekking tot vier verschillende thema’s, te weten: wonen en leven, beleven, ondernemen en verbinden. Vervolgens wordt bij het deel Strategische Agenda voor verschillende deelgebied van de gemeente een overzicht gegeven van de voor de individuele deelgebieden belangrijkste opgaven. Dat gebeurt in de vorm van richtinggevende kaders. Het bedrijfsplan is, om in termen van de Wro te spreken, een uitvoeringsprogramma. In de structuurvisie wordt uitgesproken dat de woonkwaliteit voor Boxtel de basis vormt voor stabiliteit en groei. Een aantrekkelijke leefomgeving en een sterk herkenbaar centrum vormen daarbij dragers, zowel wanneer het gaat om bestaande als om nieuwe bewoners.

Boxtel wordt tevens beschreven als een niche tussen stad en dorp. De opgave voor het woningaanbod is om te komen tot meer differentiatie en variatie. Voor Boxtel geldt dat de vraag naar nieuwe woningen niet zou moeten leiden tot grootschalige uitbreiding maar tot kleinschalige uitbreidingen, inbreiding en herstructurering. Doorwerking plangebied Onderhavig plan past binnen het gemeentelijk beleid als vastgelegd in de structuurvisie Verfrissend Boxtel. De voorziene ontwikkeling is allereerst namelijk kleinschalig. Ten tweede is er sprake van inbreiding – en niet van uitbreiding. Daar komt bij dat met de voorziene ontwikkeling meer variatie kan worden aangebracht in het woningaanbod, aangezien er appartementen worden toegevoegd in een gebied waarin zich thans hoofdzakelijk eengezinswoningen bevinden. 3.4.2 Strategische visie Boxtel 2020, Duurzaam en dynamisch centrum in het Groene Woud Strategische Visie voor de periode 2010-2020 In deze strategische visie (d.d. 29 juni 2009) is aangegeven in welke richting Boxtel zich in de periode 2010-2020 verder wil ontwikkelen. Een strategische visie die ziet op de periode na 2020 is (nog) niet beschikbaar. De visie is verwoord in zes ambities. Steun voor de ambities is gevonden in de vele gesprekken die hebben plaatsgevonden en die dienen te worden voortgezet. De zes ambities zijn: 1. Boxtel blijft voorop met duurzaamheid. 2.

Boxtel ontwikkelt toerisme en recreatie tot volwaardige bedrijfstak. 3. Boxtel versterkt zijn positie als werkgelegenheidsgemeente. 4. Boxtel werkt aan een sterk centrum. 5. Boxtel is ook in 2020 een prima woongemeente. 6. Boxtel heeft een modern bestuur. Voor dit bestemmingsplan is ambitie 5 van belang. Deze ambitie houdt het volgende in: Tot 2020 groeit de eigen bevolking van Boxtel nog met 700 inwoners tot een totaal van 30.900. Voor deze groei

Hoofdstuk 3

19

alleen zijn ongeveer 300 woningen nodig. Een veel groter aantal, namelijk plusminus 900 woningen, is nodig om de nog steeds doorgaande gezinsverdunning op te vangen. De gemiddelde woningbezetting bedroeg in 2008 namelijk 2,47 en zal dalen naar ongeveer 2,30 in 2020. Voor de eigen bevolking zijn er dus opgeteld zo'n 1.200 woningen nodig. Doorwerking plangebied Het plan voorziet in de toevoeging van (maximaal) 27 appartementen in de bebouwde kom van Boxtel. Met de bouw van deze appartementen wordt aangesloten bij de behoefte aan meer woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. Ook wordt eraan bijgedragen dat de gemeente Boxtel een prima woongemeente blijft voor senioren, aangezien levensloopbestendigheid als belangrijk criterium wordt gebruikt bij de bouw van de appartementen. Zij krijgen zo meer mogelijkheden om door te stromen van een grotere, niet-levensloopbestendige woning naar appartementen die zowel qua levensloopbestendigheid als qua grootte beter aansluiten bij hun behoeften. Voor een aanvullende toetsing aan de strategische visie wordt verwezen naar de Laddertoets in de bijlagen. 3.4.3 Woonvisie 2016-2025 Op 28 juni 2016 is de woonvisie van gemeente Boxtel vastgesteld. Hierin staan de prioriteiten van het gemeentelijke woonbeleid beschreven voor de periode 2016-2025.

Naast een beschrijving van de plancapaciteit in de gemeente Boxtel wordt in de woonvisie ook een analyse gegeven van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de verschillende wijken. Er staan 5 opgaven vermeld voor het aspect wonen in Boxtel: De gemeente stelt in de Boxtelse Woonvisie 2016-2025 vijf opgaven centraal die de komende jaren prioriteit hebben:  Opgave 1: Een betaalbare woning voor ieder huishouden. Ieder huishouden dat zich gebonden voelt aan Boxtel moet in Boxtel een passende woning voor een passende prijs kunnen vinden in de sociale huursector, de vrije huursector of de koopsector.  Opgave 2: Verbeteren kwaliteit, de geschiktheid en de duurzaamheid van de bestaande woningvoorraad.  Opgave 3: Huisvesting bijzondere (zorg)doelgroepen. Het gaat hierbij onder andere om ouderen, mensen met een verstandelijke beperking of een psychiatrische aandoening (extramuralisering), arbeidsmigranten en vluchtelingen met een verblijfsstatus.  Opgave 4: Vraaggericht bouwen met oog voor de toekomst. Zonder extra inspanningen kan Boxtel niet in de geraamde woningvraag voorzien, omdat de plancapaciteit vooralsnog ontoereikend is. De gemeente is daarom altijd op zoek naar voldoende geschikte bouwlocaties. Het streven is om tussen 2014 tot 2025 in totaal per saldo 1.315 woningen toe te voegen.  Opgave 5: Boxtel aantrekkelijke woongemeente.

Voor deelgebied Oost, waar het initiatief onderdeel van uitmaakt, wordt prioriteit gegeven aan woningmarkt- en leefbaarheidsopgaven. Het vrijkomen/herbenutten van vrijkomende schoollocaties wordt als een opgave benoemd. Doorwerking plangebied De gemeente Boxtel ziet woningbouw als een grote uitdaging. Het is belangrijk om meer woningen te bouwen en op zoek te zijn naar geschikte bouwlocaties, het initiatief aan Apollopad / Albinonistraat draagt hier concreet aan bij. Daarnaast draagt het initiatief bij aan de gestelde opgaven voor de gemeente Boxtel:  Voldoende betaalbare woningen realiseren, door in te zetten op sociale huurwoningen.

Hoofdstuk 3

20

Voor deelgebied Oost specifiek inzetten op het vrijkomen / herbenutten van vrijkomende schoollocaties. Het initiatief vult deze opgave door op de vrijkomende locatie woningbouw te realiseren.

Toetsing aan de gemeentelijke woonvisie heeft ook plaatsgevonden in het kader van de Laddertoets. Voor de deze Laddertoets wordt verwezen naar de bijlagen.

Hoofdstuk 3

21

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij realisatie van de in het plan opgenomen planologische mogelijkheden.

4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied is, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Voor deze kengetallen worden voor zowel verkeer als parkeren minimale en maximale kencijfers gegeven. Van belang bij de parkeerkengetallen is dat het gaat om richtlijnen – en niet om normen. Dat betekent dat afwijking van de richtlijnen mogelijk is. Het besteden van aandacht aan parkeerbehoefte gebeurt in het kader van een goede ruimtelijke ordening in de zin van artikel 3.1, eerste lid, Wro. Als gezegd wordt er ook bij het aspect parkeren uitgegaan van een bandbreedte die ligt tussen een minimale en een maximale kencijfers voor parkeerrichtlijnen. De minimale kencijfers geven een indicatie van de parkeerbehoefte die een toegevoegde functie minimaal genereert. Bij het hanteren van hogere kencijfers dan de minimale kan rekening gehouden worden met niet-noodzakelijk autogebruik. Door het geven van maximale kencijfers wordt een bandbreedte gecreëerd aan de hand waarvan een meer sturend beleid kan worden gevoerd. Gemeenten kunnen echter ook zelf parkeernormen vaststellen. Dat heeft de gemeente Boxtel gedaan in het document ‘Parkeernormen Gemeente Boxtel: Binnen de bebouwde kom’. Dit document is vastgesteld in het jaar 2007.

4.1.2 Onderzoek Verkeer De verkeersgeneratie die gepaard gaat met ingebruikname van de 27 te bouwen appartementen is berekend aan de hand van de CROW-kencijfers. Bij het hanteren van deze kencijfers is het van belang om de mate van stedelijkheid te bepalen aan de hand van de omgevingsadressendichtheid. Het CBS biedt een overzicht van de omgevingsadressendichtheid voor alle gemeenten in Nederland. Voor de gemeente Boxtel geldt een omgevingsadressendichtheid van 1.218 adressen per km2 in het jaar 2020. Daarmee is Boxtel een gemeente die valt binnen de categorie ‘matig stedelijk’. Bovendien is uitgegaan van de locatiecategorie ‘rest bebouwde kom’. Voor de categorie woningen is uitgegaan van woningen binnen de klasse ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’. In dit geval geldt daarmee een maximale verkeersgeneratie van 4,0 mvt/etmaal/woning. In het kader van het uitgaan van een worst-casesituatie wordt gerekend met het kencijfer voor maximale verkeersgeneratie. Aangezien er 27 woningen worden gerealiseerd, is er sprake van een totale verkeersgeneratie van 108 mvt/etmaal. Gelet op de beperkte omvang van het project en het aantal verkeersbewegingen is de verwachting dat de omgeving dit verkeer moeiteloos kan verwerken, zelfs wanneer al het verkeer in de praktijk gebruik gaat maken van één enkele ontsluitingsweg.

Hoofdstuk 4

22

Parkeren Voor het aspect parkeren wordt uitgegaan van de kencijfers zoals opgenomen in de CROW (publicatie 381) en de Parkeernormen Gemeente Boxtel: Binnen de bebouwde kom. Hier gelden dezelfde uitgangspunten als bij het aspect verkeer: de gemeente Boxtel wordt beoordeeld als een matig stedelijke gemeente, als locatiecategorie wordt ‘rest bebouwde kom’ gehanteerd en voor de woningen wordt uitgegaan van de categorie ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’. De kencijfers voor woningen zijn opgesteld met het oog op een brede, gemiddelde doelgroep. Wanneer woningen voor een zeer specifieke doelgroep worden gerealiseerd, kunnen zowel meer, als minder parkeerplaatsen benodigd zijn dan berekend aan de hand van de kencijfers. Het (maximale) kencijfer in de CROW is 1,8 parkeerplaatsen/woning. Het minimale kencijfer is 1,0 parkeerplaatsen/woning. De gemeente heeft in de Nota Parkeernormen Gemeente Boxtel: Binnen de bebouwde kom voor de categorie ‘woning goedkoop’ (appartement <60m 2) een norm van 1,5 parkeerplaatsen/woning opgenomen. Met in totaal 27 appartementen uit deze categorie komt de totale parkeernorm uit op 41 parkeerplaatsen. Ten westen van het op te richten appartementengebouw zullen 23 nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Ten zuiden van dit gebouw zullen nog eens 16 nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Verder zal het aantal bestaande parkeerplaatsen ten zuidwesten van het gebouw toenemen van 19 in de huidige situatie naar 22 in de toekomstige situatie. Dit betekent dat hier nog eens 3 nieuwe parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd. Het totale aantal nieuwe parkeerplaatsen komt hiermee uit op 42. Een overzicht van een en ander is opgenomen in de navolgende figuur.

Figuur 12: Beoogde situatie, met parkeerplaatsen (bron: gemeente Boxtel).

Zoals beschreven bedraagt de normatieve parkeerbehoefte 41 parkeerplaatsen. Er worden in totaal 42 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit betekent dat wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen.

Hoofdstuk 4

23

4.1.3 Conclusie Het onderdeel verkeer en parkeren zorgt niet voor belemmeringen.

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Tabel: Breedte geluidszones langs wegen

Stedelijk gebied

Buiten stedelijk gebied

Aantal rijstroken

Zone breedte

1 of 2

200 meter

3 of meer

350 meter

1 of 2

250 meter

3 of 4

400 meter

5 of meer

600 meter

In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Tabel: Maximale ontheffingswaarden Situatie

Maximale ontheffings-

Artikel

waarde Stedelijk gebied 

Nieuwe woningen

63 dB

Artikel 83, lid 2 Wgh

Vervangende nieuwbouw

68 dB

Artikel 83, lid 5 Wgh

Buiten stedelijk gebied 

Nieuwe woningen

53 dB

Artikel 83, lid 1 Wgh

Agrarische bedrijfsbebouwing

58 dB

Artikel 83, lid 4 Wgh

Vervangende nieuwbouw

58 dB

Artikel 83, lid 7 Wgh

Hoofdstuk 4

24

Vervangende nieuwbouw* binnen de zone van

63 dB

Artikel 83, lid 6 Wgh

een autoweg of autosnelweg

*Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.

4.2.2 Onderzoek Woningen zijn geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wgh. Indien een ruimtelijk plan voorziet in woningen binnen een zone van 200 meter aan weerszijden van een een- of tweebaansweg binnen stedelijk gebied ligt, dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd in de zin van de Wgh2. Ingeval van bestemmingsplan ‘Woningbouw Albinonistraat 86a’ hoeft er geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. De beoogde appartementen liggen namelijk in een woonwijk die bestaat uit woonerven. Hier geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De dichtstbijzijnde weg met een 50 km/uurregime is de Europalaan. Het plangebied ligt echter op meer dan 200 meter afstand van deze weg. Gelet op de afstand tussen de Europalaan en de woningen in het plangebied, namelijk ruim 270 meter, en de aanwezigheid van bebouwing die gelegen is tussen het plangebied en de Europalaan hoeft ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet alsnog een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. De tussenliggende bebouwing zal namelijk werken als een soort geluidswal, waardoor er geen negatieve effecten van geluid van wegverkeer vanuit de Europalaan te verwachten zijn in het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang om ook wegverkeerslawaai afkomstig van wegen waar een snelheidsregime van minder dan 30 km/uur geldt te beschouwen.

Dit is mogelijk aan de hand van een indicatieve geluidskaart die is opgesteld in opdracht van de gemeente Boxtel. Tijdens het opstellen van de kaart is uitgegaan van de verkeersintensiteiten voor het jaar 2030 (exclusief de extra verkeersbewegingen die samenhangen met de ingebruikname van de beoogde appartementen.

2

Uitgezonderd wanneer er sprake is van een woonerf of van een weg waar een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur (zie artikel 74, tweede lid, onderdelen a en b, Wgh).

Hoofdstuk 4

25

Figuur 13: Uitsnede indicatieve geluidskaart voor het plangebied en omgeving (bron: gemeente Boxtel).

Uit de indicatieve geluidskaart volgt dat ter plaatse van het deel van het plangebied waar het appartementengebouw wordt opgericht naar verwachting sprake is van een geluidsniveau van 0 – 43 dB met betrekking tot wegverkeer. Dit is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ten westen en ten zuiden van het appartementengebouw zullen parkeerplaatsen worden gerealiseerd om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte. Functies onder de noemer ‘autoparkeerterrein, parkeergarages’ zijn functies van milieucategorie 2, waarvoor een maximale richtafstand van 30 meter geldt. Aan deze richtafstand wordt ten opzichte van de nieuwbouw als ten opzichte van de omliggende woningen niet voldaan. Relevant is echter om te vermelden dat deze richtafstand, gelet op de hoeveelheid milieuhinder, van toepassing is op gebouwde parkeervoorzieningen en parkeerterreinen van een grotere omvang dan de parkeervoorziening waarin met dit bestemmingsplan wordt voorzien. Qua te verwachten hoeveelheid milieuhinder komt het beoogde parkeerterrein eerder overeen met een functie van milieucategorie 1, waarvoor een maximale richtafstand van 10 meter geldt. Aan deze richtafstand wordt voldaan zowel ten opzichte van bestaande milieugevoelige functies als ten opzichte van de nieuwbouw voldaan. In de huidige situatie zijn binnen en in de omgeving van het plangebied bovendien ook al parkeerplaatsen aanwezig.

De parkeerplaatsen zijn daarnaast gelegen aan de openbare weg. Geluid van parkeren past binnen het karakter van de openbare weg. Er is voldoende aanleiding om te kunnen spreken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde appartementen met betrekking tot wegverkeerslawaai en geluid afkomstig van de binnen het plangebied beoogde parkeerplaatsen. 4.2.3 Conclusie Het aspect geluid zorgt niet voor belemmeringen.

Hoofdstuk 4

26

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.  Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.  Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.

 Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3). 4.3.2 Onderzoek NIBM Het voorziene project is een project als bedoeld in de lijst met categorieën van gevallen die is opgenomen in Bijlage 3a van de Regeling NIBM. Het aantal te realiseren woningen, namelijk 27, ligt namelijk ver beneden de grenzen voor aantallen voor woningbouwlocaties die genoemd worden in Bijlage 3A. Dat houdt in dat het project in kwestie niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Om die reden is het niet noodzakelijk om ten behoeve van vaststelling van het bestemmingsplan eerst te bepalen of voldaan wordt aan de gestelde norm voor de toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 3%. De NIBM-tool wordt dan ook buiten toepassing gelaten. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Het is van belang om ook te bekijken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierover kunnen uitspraken gedaan worden aan de hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5. Die kunnen bepaald worden middels de NSL-monitoringstool. Hierbij zij de waarden van de dichtstbijzijnde meetpunten als uitgangspunt genomen. Betreffende waarden zijn opgenomen in navolgende tabel.

Hoofdstuk 4

27

Id

PM10 μg/m3 18.9

PM10 overschrijdingsdagen 6.8

PM2.5 μg/m3 11.5

Jaar

25891

NO2 μg/m3 19.6

25893

19.5

18.9

6.8

11.5

2020

690644

20.2

18.7

6.7

11.5

2020

711107

20.0

18.7

6.6

11.5

2020

Norm

40

40

35

25

2020

Van belang om te vermelden dat deze meetpunten zich bevinden ter hoogte van twee wegen die de woonwijk waarin het plangebied gelegen is omsluiten, namelijk de Eindhovense weg en de Rijksweg A2. Gelet op de grotere verkeersintensiteit op beide wegen vergeleken met de verkeersintensiteit in de directe omgeving van het plangebied is dat echter niet problematisch, aangezien het aannemelijk is dat de concentraties stikstof en fijnstof hier hoger zijn dan de concentraties van deze stoffen ter plaatse van het plangebied. Uit bovenstaande tabel kan worden opgemaakt dat de achtergrondwaarden significant lager zijn dan de gestelde normen. Hiermee is aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat in het plangebied. De toename is verkeersbewegingen zal, mede gelet op de beperkte omvang van het voorziene project, dusdanig beperkt zijn dat de geldende normen niet overschreden zullen worden wanneer het project gerealiseerd is. 4.3.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor belemmeringen.

4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’3. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

3

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Hoofdstuk 4

28

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2 Onderzoek Effecten plangebied op omgeving De reden om milieuzonering toe te passen is om een voldoende grote ruimtelijke scheiding aan te houden tussen functies die zich niet verdragen.

Aangezien het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van woningen in een gebied dat hoofdzakelijk de bestemming ‘Wonen’ kent – en niet in de ontwikkeling van bedrijven in of nabij een dergelijk gebied – is er per definitie geen sprake van elkaar niet verdragende functies. Een verdere toelichting op dit punt is daarom niet aan de orde. Effecten omgeving op plangebied Aan de hand van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ‘Boxtel-Oost’ wordt duidelijk dat de omgeving van het plangebied volledig bestemd is met de enkelbestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Groen’, ‘Recreatie’, ‘Bedrijf’, ‘Verkeer – Verblijfsgebied en ‘Maatschappelijk’. Die functieaanduidingen bij de bestemming ‘Bedrijf’ geven alle aan dat het gaat om nutsvoorzieningen (transformatorhuisjes), terwijl de functieaanduiding bij het enkele stuk grond dat bestemd is als ‘Recreatie’ aangeeft dat het om een kinderboerderij gaat. Op de gronden die bestemd zijn als ‘Maatschappelijk’ zijn basisscholen en een peuterspeelzaal gevestigd. Hoewel niet meteen zichtbaar op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn in de omgeving een aantal bedrijven aanwezig. De reden waarom de bedrijven hierop niet meteen zichtbaar zijn is dat het uitoefenen van een beroep aan huis 4 is toegestaan in artikel 14.1 van het vigerende bestemmingsplan, mits daarbij de in dat artikel genoemde voorwaarden in acht worden genomen.

Aangezien er geen sprake is van een zelfstandige bedrijfsbestemming maar van het uitoefenen van een beroep binnen een gebied met de enkelbestemming ‘Wonen’, zijn de door de VNG in de publicatie Bedrijven en Milieuzonering aangereikte richtafstanden niet van toepassing. In Boxtel liggen bovendien weliswaar bedrijven van milieucategorie 4.2, waarvoor een richtafstand van 300 meter geldt, maar die bevinden zich op ruime afstand (circa 1.500 meter), waarmee het plangebied ruim buiten het invloedsgebied van deze bedrijven ligt. 4.4.3 Conclusie Het onderdeel bedrijven en milieuzonering zorgt niet voor belemmeringen. Een definitie hiervan is gegeven in artikel 1.14, Bestemmingsplan Boxtel-Oost: “Een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen dienstverlenende beroepen”. 4

Hoofdstuk 4

29

4.5 Geur agrarisch 4.5.1 Toetsingskader Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de Wgv zijn voor verschillende dieren geuremissienormen opgenomen die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is, stelt de wet minimumafstanden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen binnen bepaalde bandbreedten van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. De gemeente Boxtel heeft geen eigen geurverordening. Daarom gelden de geurnormen uit de Wgv. 4.5.2 Onderzoek Onderzocht is of er redelijkerwijs sprake kan zijn van te ervaren geurhinder van één of meerdere veehouderijen op de woningen waarin in het bestemmingsplan wordt voorzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=459982a2-ebe8-406a-b609-abc3b3d0c9d8