Agendabundel
Tekst van het document
Aanvullend wordt opgemerkt dat de wegen in het buitengebied zeker niet in alle gevallen goed geschikt zijn voor veel vrachtbewegingen.
3.4.4 Verduurzaming bedrijventerreinen Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over verduurzaming van bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie gemeente Boxtel.
56
3.5 Inclusieve duurzaamheid Het laatste hoofdthema zoals behandeld in de omgevingsvisie is ‘inclusieve duurzaamheid’. Inclusieve duurzaamheid is een breed thema dat ingaat op klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Het gaat hier over de omschakeling naar circulariteit en hernieuwbare energie (energie die afkomstig is uit natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, bijvoorbeeld door zonnepanelen of een warmtepomp). Ook biodiversiteit, bodem en water komen terug binnen dit hoofdthema. Hier vallen de volgende uitgangspunten onder: water en bodem sturend, klimaatadaptieve maatregelen, energietransitie, duurzame landbouw en grondstoffen. De binnengekomen zienswijzen die aansluiten op het thema ‘inclusieve duurzaamheid’ zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.
3.5.1 Water en bodem sturend Aandacht voor water en bodem sturend Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het feit dat water en bodem sturend zullen zijn. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1344229
Indiener (Rijkswaterstaat) spreekt zijn waardering uit over het feit dat er expliciet aandacht wordt besteed aan het thema water en bodem sturend. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345896
Indiener (Waterschap De Dommel) merkt op dat het principe van water en bodem sturend expliciet is benoemd in de omgevingsvisie voor nieuwe ontwikkelingen. Indiener is positief over het feit dat (als eerste uitgangspunt voor de omgevingsvisie 2040) wordt benoemd dat water en bodem, sturend zijn voor het gebruik van gronden en nieuwe ontwikkelingen. Hetzelfde geldt voor het uitgangspunt dat beekdalen en de natste gebieden niet geschikt zijn voor woningbouw en dat klimaat adaptieve maatregelen randvoorwaarden zijn voor ontwikkeling in kernen en het landelijk gebied. Antwoord: Als gemeente sluiten wij aan bij het landelijke en provinciale beleid 'water en bodem sturend'. Wij onderstrepen het belang om het water- en bodemsysteem in samenhang met het grondgebruik en nieuwe ontwikkelingen te bekijken. Water- en bodem sturend geen ambitie, maar wel als uitgangspunt Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050
Indiener (ZLTO) vindt het vreemd dat bodem- en water sturend niet als zodanig in de ambities en scenario’s genoemd is maar wel in de uitgangspunten benoemd wordt. Indiener vraagt waarom dit het geval is. Volgens de indiener is de invulling van dit leidende principe niet passend met de ruimtelijke ordeningsopgave waar de gemeente voor staat. Bij een water- en bode sturend principe zal volgens indiener het waterpeil van de watergangen en beekdalen een peil krijgen, waardoor verschillende ontwikkelingen weg zullen moeten. Indiener spreekt liever niet over een systeemherstel met water en bodem sturend (terug naar vroeger) maar van het aanpassen van het systeem naar nieuwe maatschappelijke opgaven en omstandigheden, waarbij bijvoorbeeld waterkwaliteitsdoelen gehaald worden.
57
Antwoord: Het uitgangspunt water en bodem sturend volgt uit de ambities die zijn beschreven onder inclusieve duurzaamheid, zoals "er is sprake van een goede water- en bodemkwaliteit". Het uitganspunt is bedoeld voor alle nieuwe ontwikkelingen, en waar mogelijk wordt ook het huidige gebruik aangepast. Dit is niet altijd mogelijk. Beekdalen en hoogwaterbescherming Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345986
De gemeente Boxtel heeft een bijzondere ligging in of nabij beekdalen van Dommel, Beerze en Esschestroom. Dit wordt ook benoemd als een unieke kwaliteit van de gemeente die ruimte krijgt. Het belang voor bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico's stroomafwaarts wordt daarbij benoemd. Indiener (Waterschap De Dommel) bevestigt dit. Overstromingsrisico's stroomafwaarts hebben te maken met de relatie met hoog water op de Maas. Deze invloed reikt tot aan Boxtel. Indiener vraagt dit expliciet te benoemen, om de regionale samenhang en noodzaak tot samenwerking te bevestigen. Antwoord: De indiener heeft gelijk dat dit een grotere samenhang heeft en de samenwerking noodzakelijk is. Een beschrijving van de werking van het watersysteem op een hoger schaalniveau past niet bij de reikwijdte van een gemeentelijke omgevingsvisie, en is volgens de gemeente ook niet nodig om toch goed samen te kunnen werken. De gemeente blijft in de toekomst graag samenwerken met Waterschap de Dommel en andere betrokken partijen, zoals dat nu ook al wordt gedaan. Bodem en water sturend bij ruimtelijke keuzes en grondgebruik Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345986
In het kader van het handelingsperspectief Watertransitie van de indiener (Waterschap de Dommel) kijkt indiener bij ontwikkelingen of deze op een hoge kop, flank of meer in het beekdal liggen. De invulling van de watertransitie verschilt per type gebied. Kenmerkend voor de gemeente Boxtel is dat zij doorsneden wordt door beekdalen en verder grotendeels uit flanken bestaat (overgang tussen hogere en lagere gronden), aldus de indiener. Waar in de beekdalen rekening houden met ruimte voor piekafvoeren in het (regionale) watersysteem van belang is, wat ook wordt benoemd, is op de flanken het vinden van een balans tussen droge en natte situaties de uitdaging. Indiener adviseert dit explicieter te benoemen. Op de hogere delen van de gemeente is juist de aanvulling van grondwater meer van belang. In Boxtel betreft dat primair locaties waar bebouwing aanwezig is. Indiener vindt het daarom positief om te zien dat bijvoorbeeld afkoppelen van hemelwater als standaard voor robuuste woonwijken is benoemd. De flanken zijn veelal de meest geschikte gronden voor de landbouw. Bij het thema landelijk gebied wordt terecht benoemd dat de toekomst van het landelijk gebied om keuzes vraagt. Water en bodem zijn leidend. Dat is volgens indiener niet enkel een kwestie van een goede kwaliteit van water en bodem en het vasthouden van water, maar gaat over ruimtelijke keuzes en grondgebruik.
Dit laatste lijkt bij genoemde ambities voor het programma Klimaatadaptatie en water niet benoemd. Indiener vraagt om hier meer expliciet aandacht aan te geven. Antwoord: De invulling van de opgaven m.b.t. water (grond, oppervlaktewater, afval) worden verder uitgewerkt in het Programma Klimaatadaptatie en Water en het Programma Vitaal Landelijk Gebied. Hierin is de ruimte om de complexiteit van het systeem te benoemen, en om keuzes en maatregelen
58
nader uit te werken. Hierbij maken wij graag gebruik van de kennis en expertise van Waterschap de Dommel. De omgevingsvisie is hierbij richtinggevend. Waterbeschermingsgebieden beschermen en water een plek geven in ruimtelijke plannen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345986
Indiener (Waterschap De Dommel) benoemd dat de ambities en uitgangspunten uit de omgevingsvisie een concrete uitwerking krijgen in (onder andere) de omgevingsprogramma's en omgevingsplannen. Deze zijn bijvoorbeeld van groot belang om beekdalen/waterbergingsgebieden binnen de gemeentegrens te beschermen en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw te ontzien. Indiener vindt dat deze uitwerking samen met de provincie plaats zou moeten vinden. Indiener vraagt om aan te geven of dat klopt. Daarnaast is indiener van mening dat bijvoorbeeld het programma Klimaatadaptatie en water (en anders een programma Water en riolering) een geschikt programma is om het uitgangspunt van standaard afkoppelen in op te nemen. Via deze zienswijze biedt indiener nadrukkelijk aan om concreet verder te denken over de plek van water in ruimtelijke plannen en relevante thema's zoals, naast het programma Klimaatadaptatie en Water, het programma Wonen en Landelijk gebied. Antwoord: Ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw worden op een passende wijze ingepast in overleg met de provincie en het waterschap. De uitgangspunten van de Omgevingsvisie voor een klimaatadaptieve inrichting zijn hierbij onverkort van toepassing. De concretere uitwerking zal zijn beslag krijgen in het Programma Klimaatadaptatie en Water.
Hierbij maken wij graag gebruik van de kennis en expertise van Waterschap de Dommel. Wat betreft het afkoppelen zijn wij dezelfde mening toegedaan en wordt dit verder uitgewerkt in het Programma Klimaatadaptatie en Water. De beekdalen zijn al indicatief aangegeven op de kaart van de omgevingsvisie. In reactie op de zienswijze voegen wij hier nog de waterbergingsgebieden aan toe, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening van de Provincie. Behoud vruchtbare gronden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346043
Indiener is van mening dat het behoud van vruchtbare gronden voor landbouw, met name in beekdalen, van groot belang is voor de productie en opbrengsten van agrarische bedrijven. Deze gronden zijn volgens indiener minder gevoelig voor droogte en hebben vaak een hoog organisch gehalte door de eeuwenlange bewerking. Deze gronden zorgen voor goede productie en opbrengsten. Antwoord: de zienswijze van indiener is in lijn met de omgevingsvisie waarin is opgenomen dat de meest vruchtbare gronden zoveel mogelijk beschikbaar blijven voor duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw.
59
3.5.2 Klimaatadaptieve maatregelen Faciliteren groene daken Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050
Indiener (ZLTO) vindt groene daken een goede ontwikkeling maar vraagt hoe de gemeente gaat faciliteren in het maken van de zoden welke uiteindelijk de groene daken moeten vormen. Antwoord: waar de beplanting voor groene daken vandaan komt is geen onderwerp voor de omgevingsvisie.
3.5.3 Energietransitie Duurzame energieopwekking op basis van recente cijfers en ontwikkelingen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de cijfers die gebruikt zijn voor duurzame opwekking. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345905, 1345900, 1345907, 1345932, 1345939, 1345919, 1345944, 1345961, 1345985
Indieners geven aan het belangrijk te vinden dat de scenario's voor duurzame energieopwekking gebaseerd zijn op cijfers niet ouder dan drie jaar. Indieners vinden dat de gemeente zich moet baseren op de technologie die verwacht wordt voor de komende 10 jaar. Antwoord: De gemeente is onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) waar gebruik wordt gemaakt van de meest actuele cijfers. Voor de opwek opgave van duurzame energie wordt de komende 10 jaar ingezet op bewezen technologieën, zoals wind- en zonne-energie. Wij verwijzen aanvullend naar de beantwoording in paragraaf 2.1. Geen duurzame energieopwekking in het buitengebied Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die zeggen dat het buitengebied niet ten koste mag gaan van duurzame opwekking. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345885, 1345915, 1345916, 1345911, 1345932, 1345939, 1345933, 1345919, 1345938, 1345942, 1345953, 1345974, 1345970, 1345993, 1345983, 1345903, 1345904, 1345905, 1345895, 1345900, 1345933, 1345930, 1345972, 1345961, 1345947, 1346049
Indieners zijn van mening dat het buitengebied (landbouw en natuur) niet ten koste mag gaan van duurzame energieopwekking. Indieners vinden dat er voornamelijk ingezet moet worden op zon op dak, langs snelwegen of op parkeerplaatsen. Antwoord: Op natuur (NNB) is geen energieopwekking toegestaan en op landbouwgronden alleen bij uitzondering, zie ook de toelichting in paragraaf 2.1. Op dak en genoemde objecten is onvoldoende ruimte voor de opgave. Tot nu toe is ongeveer 20% van de opwek opgave voor 2030 op dak gerealiseerd. Wij gaan ervan uit dat dat door zon op dak en objecten dit kan toenemen tot 40%, zodat voor het overige deel zon op land(-bouwgrond) noodzakelijk is. En dan nog heeft de opgave voor 2030 betrekking op de helft van de klimaatopgave. In de periode 2030-2050 moeten we de andere helft van de benodigde CO2-reductie realiseren door opwek en een efficiënter gebruik van energie. 60
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345919, 1345951, 1345956, 1345944, 1345961, 1345990, 1345985
Indieners vinden het belangrijk dat de gemeente (en in het bijzonder voor Lennisheuvel en omstreken) zo groen mogelijk blijft en dat de ruimte voor landbouw en natuur niet gebruikt wordt voor de opwekking van energie. Dit geldt volgens indieners voor Lennisheuvel, omdat daar de gehele tijd geknaagd wordt aan de groene open ruimte. Antwoord: Zonneparken in Natuurnetwerk Brabant (NNB) zijn op grond van provinciaal beleid niet toegestaan en op landbouwgrond alleen als dit noodzakelijk is of valt onder uitzonderingen. Zie ook paragraaf 2.1 Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345930
Indiener geeft aan dan zonnepaneel-velden het leef geluk volkomen weg zal nemen. Indiener dringt erop aan dat de plannen voor een zonnepark aan de Esschebaan geschrapt worden. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972
Indiener vindt dat kostbare landbouwgrond niet opgeofferd mag worden voor zonneparken. Volgens indiener is dit tegenstrijdig met ‘de meest vruchtbare gronden blijven zoveel mogelijk beschikbaar voor duurzame landbouw). Daarnaast gaan volgens indiener de dieren eronder lijden. Ook wordt de uitkijk van indiener beperkt en zijn er mogelijke effecten op de gezondheid. Daarnaast zou het volgens indiener tot waardevermindering van de huizen kunnen zorgen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050
Indiener (ZLTO) vindt het terecht dat zonnevelden niet ten koste mogen gaan van agrarische gebruik. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345961
Indiener geeft aan het absoluut niet eens te zijn met de geplande zonneparken in de vrije natuur, waarlangs dan gewandeld wordt. Indiener geeft aan dat dit een gedachte is om mentaal ziek van te worden en indiener ook somber stemt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345947
Indiener ziet graag dat zonneparken op landbouwgrond uit de ontwerp-Omgevingsvisie worden gehaald, omdat dit door de Rijksoverheid wordt afgeraden en er geen draagvlak is. Onderstaande zienswijze heeft betrekking 1345961
Indiener vindt het belangrijk dat de landbouw en natuur niet nu al wordt opgeofferd, omdat de gemeente "bang" is dat de transitie-doelen niet worden gehaald. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en landbouwgrond. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346035
Indiener is het niet eens met de aanleg van zonneparken en in het landelijk gebied. Indiener noemt hiervoor de volgende redenen: • Energie opwekken op plekken waar het niet direct wordt gebruikt is op dit moment geen optie omdat de teruglevering aan het stroomnet voor de komende jaren niet mogelijk is. 61
•
•
•
•
Kleinschalige zonneparken leveren geen structurele, toekomstvaste bijdrage aan de landelijke energietransitie en zijn voor de komende vijf tot tien jaar en zelfs niet eens in staat om te doen waarvoor ze zijn bedacht: leveren van elektriciteit aan het stroomnet. Veel inwoners van Boxtel hebben, net als indiener, de afgelopen jaren welbewust de stap gemaakt, met subsidies vanuit de overheid, om via eigen zonnepanelen in een (groot) deel van hun eigen energiebehoefte te voorzien, en het overschot terug te leveren. Kleinschalige zonneparken, waarbij landbouwgronden of natuurgebieden worden opgeofferd, leveren enkel een financieel voordeel op voor investeerders, die veelal niet eens in de gemeente woonachtig zijn, laat staan dat ze die energie zelf kunnen/willen gaan gebruiken. De natuur is volgens indiener in dit scenario het tweede slachtoffer. Als landbouwgronden straks vol zouden staan met zonnepanelen is dat waardevolle stukje natuur voor eens en voor altijd verdwenen dus kan er nooit sprake zijn van bevordering van de biodiversiteit zoals in de omgevingsvisie staat verwoord, aldus de indiener. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en landbouwgrond.
Aanvullende wordt opgemerkt dat zonneparken niet zijn toegestaan in Natuurgebieden, en dat uit onderzoek blijkt dat bij een goede landschappelijke inpassing de biodiversiteit in zonneparken kan toenemen.
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918
Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op de passage “Waar dat kan wordt zonne-energie […] buitengebied ingezet.” Indiener is van mening dat inmiddels is ingehaald door de actualiteit. De Ministers Jetten en De Jonge hebben op 26 oktober 2023 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin een weergave van afspraken die tussen Rijk, Provincies, gemeenten, waterschappen en anderen zijn gemaakt m.b.t. de ontwikkeling van zonneparken. Uit deze brief blijkt dat zonnevelden in landelijk gebied (lees: buitengebied) niet zijn toegestaan. De Omgevingsvisie van Boxtel moet hieraan worden aangepast, aldus indiener. Ook eerder vastgesteld beleid (Visie Zon- en Wind uit 2020) moet om diezelfde reden worden herzien. Ook deze visie is daarmee achterhaald en kan niet meer worden uitgevoerd. Indiener is van mening dat de gemeenteraad e.e.a. integraal dient te herzien. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en beleid van het Rijk. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345965
Voor de indiener is het belangrijk dat de kleine groene strook tussen de bebouwing van Lennisheuvel en de Kampina, natuur met landbouw blijft en niet voor opwek van energie wordt gebruikt. Antwoord: De Kampina en haar bufferzones vormen een onderdeel van de Natura 2000 gebieden: een netwerk van beschermde natuurgebieden. Indiener geeft aan dat 'de kleine groene strook tussen de bebouwing van Lennisheuvel en de Kampina niet voor opwerk van energie wordt gebruikt'. Dit is ook niet de bedoeling en staat ook niet als zodanig op de omgevingsvisiekaart. Het kan zijn dat de indiener de scenariokaart (waar wel nog een zoekgebied voor zonne-energie op staat) verward met de definitieve omgevingsvisiekaart.
62
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345992
Indiener wil graag voorlopige standpunten en zorgen kenbaar maken. Het betreft de geplande zonnevelden in de gemeente, en in het bijzonder die aan de Beerze. Er is volgens indiener steeds minder natuur in en rond Boxtel. Indiener benoemd de zandwegen Pinkstelaarseweg uitlopend op Loxvenseweg (de achtertuin van Lennisheuvel en de sleutel naar de Kampina), daar waar de boer mooi en gezond voedsel teelt, en waar op een dag vele mensen wandelen, op een steenworp afstand van de Kampina. Het is een stuk land, waar je volgens indiener in de zomers, nog reeën kunt zien, die van uit de Kampina komen. Er zijn vele argumenten aan te halen, om Nee te zeggen tegen zulke grote zonnevelden, aldus de indiener. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en plannen. Zonne-energie op industrieterreinen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over zonnepanelen op industrieterreinen. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345908, 1345987, 1345929, 1345900, 1345907, 1345933, 1345974, 1345961, 1345973, 1346049
Indieners geven aan dat het inzetten van grootschalige zonne-energie thuis hoort op industrieterreinen waar ook de afname plaatsvindt. Dit zal bijdragen aan net-ontlasting, in plaats van net belasting op zonnige dagen en dit volgt de zonne-ladder. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345942
Indiener vraagt zich af waarom er niet beter wordt gehandhaafd op het aansporen of dwingen van grote bedrijven om zonnepanelen op eigen terrein te installeren. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en plannen. Zonneladder aanhouden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899
Indiener geeft aan dat de zonneladder aangehouden dient te worden en dat er in principe geen vruchtbare gronden meer aangewend mogen worden voor zonneparken (provinciaal beleid is geen extra zonnevelden meer op landbouwgrond). Realisatie van zonneparken in en rondom extensieve beheerde gronden, rondom natuur kan een win-win situatie opleveren, aldus indiener. Indiener is van mening dat men hierover geen visie heeft. Indiener noemt verder dat heel veel agrarische bedrijven zonnepanelen op hun daken hebben en hierin zelfvoorzienend zijn. Indiener is energieleverend. Antwoord: We zijn blij met de bijdrage van de agrarische bedrijven aan de energietransitie. Voor de rest verwijzen we naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en plannen.
63
Dubbelfunctie energieopwekking in beekdalen/natuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995
Indiener vindt het positief dat de zonneladder toegepast gaat worden, maar vraagt zich af waarom er geen energieopwekking in de beekdalen/natuur mag. Indiener vraagt waarom hier geen dubbelfunctie mag komen, zodat goede landbouwgrond beschikbaar blijft voor de landbouw. Antwoord: Energieopwekking in natuur is op grond van provinciale regels niet toegestaan en in beekdalen ongewenst. Maar ook de landbouwkundige kwaliteit van grond dient bij de inzet van landbouwgrond voor zonneparken afgewogen te worden. Geen zonnepanelen op vruchtbare grond Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die vinden dat er geen zonnepanelen mogen komen op vruchtbare grond. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937, 1346043
Indieners vinden dat de visie op zonneparken zorgvuldig bekeken dient te worden. Indieners zijn van mening dat zonnepanelen niet op vruchtbare grond gelegd mogen worden. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de omgevingsvisie is aangegeven dat zonnevelden niet ten koste mogen gaan van de omslag naar duurzame landbouw. Zonneparken blokkeren ruimte om te wandelen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345908
Indiener is het niet eens met de plannen rondom de geplande zonneparken. Indiener is van de mening dat, door deze in de vrije natuur te plaatsen, er niet meer gewandeld kan worden in de vrije natuur. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Aanvullend wordt opgemerkt dat er bij zonneparken in het kader dubbelgebruik juist ruimte kan komen voor recreatief medegebruik, zoals wandelen. Geen zonneweides in uitloopgebied en landschapspark Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994
Indiener benoemd dat het bestemmingsplan buitengebied 2016 geen ruimte biedt voor zonneweidelocaties voor energieopwekking; dit is niet voor niets destijds zo gesteld, aldus de indiener. Volgens indiener zal dit vrijwel onmiddellijk het authentieke karakter van het buitengebied verpesten en zullen recreanten en toeristen er zich niet meer door aangetrokken voelen. Een verbod op zonnepaneelweiden lijkt indiener daarom logisch te benoemen voor de gebieden met de functies ‘uitloopgebied’ en ‘landschapspark’ Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Aanvullend wordt opgemerkt dat er bij zonneparken in het kader meervoudig ruimtegebruik, zoals opgenomen in de omgevingsvisie, er ook kansen zijn voor recreatief medegebruik, zoals wandelen.
64
Zonnepanelen op perronoverkappingen en risicoanalyse Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923
Indiener (ProRail) stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. Indiener verzoekt derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met indiener in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van indiener voor 2030 haalbaar blijft. Indiener stelt dat uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen c.a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en/of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken, aldus de indiener. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient volgens indiener aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. Indiener adviseert om deze risico’s te laten berekenen en, voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark, indiener te voorzien van de uitkomsten.
Antwoord: Deze opmerkingen worden meegenomen bij de uitwerking van concrete projecten/ vergunningaanvragen. Agrarische waarde zonneweide Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053
Indiener benoemd dat Agri-pv wordt gedefinieerd als een ‘combinatie van landbouw en het opwekken van zonne-energie’. Indiener vraagt zich af welke agrarische waarde een zonneweide heeft. Antwoord: Er zijn verschillende praktijkvoorbeelden bekend, waarbij zonneparken bijvoorbeeld worden gecombineerd met de teelt van zacht fruit (de zonnepanelen dienen als teelt ondersteunende voorziening), het extensief houden van schapen, of verticale zonnepanelen in combinatie met blijvend grasland en begrazing. Maar zonneparken kunnen ook gecombineerd worden met flora die stuivers aantrekt en daarmee een dienst levert aan de landbouw. En er zijn nog verschillende andere innovaties mogelijk en/of in onderzoek. Mogelijkheden windenergie Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het toepassen van windenergie. Enerzijds zijn indieners voor windenergie, ze zien het als een beter alternatief dan zonneparken. Anderzijds zijn indieners tegen het toepassen van windenergie. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel aankijkt tegen het toepassen van windenergie. Enerzijds voor windenergie; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345904
•
Indiener is van mening dat het verstandig is om te kijken naar alternatieve energieopwekking, zoals wind. Volgens de indiener zullen enkele windmolens langs de snelweg en/of delen van het spoor niemand in de weg staan. 65
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346049
•
Volgens indiener kan Boxtel zich beter richten op alternatieven zoals windenergie waarbij een hoger rendement te behalen valt ten opzichte van de verouderde zonnepanelen en parken.
Anderzijds tegen windenergie; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973
•
Indiener (Beraad de Verborgen Buitens) is verrast door het opnieuw opnemen van de mogelijkheid van windturbines in het noordelijke deel van gemeente Boxtel. Indiener ziet dit als een grote bedreiging voor de kwaliteiten van het gebied. Indiener is van mening dat de gemeente Boxtel hier opnieuw voorbijgaat aan eerder geuite bezwaren vanuit de (landgoed)eigenaren en bewoners van dit gebied alsook de ondubbelzinnige bezwaren van belangrijke natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten, Brabantse milieufederatie en andere partijen. Indiener vraagt om de Omgevingsvisie op dit onderdeel aan te passen, omdat gezien alle eerdere correspondentie en reacties vanuit het gebied het plaatsen van windturbines in het noordelijk landgoederencluster niet gewenst is en niet mogelijk is gebleken. Indiener is van mening dat de wens om turbines te plaatsen in de landgoederen cluster niet te verenigen is en haaks staat op die voorgenoemde ambities. Waar ‘dubbel gebruik’ geschreven wordt, verwacht indiener dat er in realiteit ‘gemotiveerd wordt afgeweken’ van die prachtig ambities op gebied van natuur/ biodiversiteit.
Indiener geeft aan dat waar in de visie is opgenomen dat Gemeente Boxtel inzet op een gezonde leefomgeving van haar inwoners, het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van de natuurwaarden, zijn dit precies de aspecten die zijn aangehaald door de diverse partijen waarom windturbines niet mogelijk zijn in dit gebied. Indiener geeft aan dat waar keer op keer de wens voor turbines in dit gebied gewoon wordt opgeschreven, hierdoor het idee normaliseert dat in de toekomst kan worden gezegd: ja maar, het is toch al opgenomen in eerdere besluitvorming, wij geven hier slechts uitvoering aan.
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346073
•
Indiener (Groene Hart) vindt dat de status van het onderdeel zijn van Het Groene Woud maakt dat bepaalde ontwikkelingen en ambities daar niet binnen passen. Dit geldt volgens indiener vooral voor ontwikkelingen die grootschalig zijn en een grote omgevigsverstoring met zich meebrengen. Verglazing van percelen t.b.v. zonnestroom passen volgens indiener naar aard en omvang op geen enkele wijze in het oude cultuurlandschap. Windturbines zijn wellicht nog meer verstorend omdat ze naast geluid en schaduwval vooral landschappelijk storen en op geen enkel wijze vallen in te passen, aldus de indiener. Hier dient bovendien rekening gehouden te worden met de grensoverschrijdende gevolgen. De schade stopt niet bij een grens van een natuurgebied. Daarom dient volgens indiener ook een ruime bufferzone rondom Het Groene Woud in acht genomen te worden. Antwoord: Omdat het niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt, is een combinatie van zon en wind de meest duurzame en goedkope vorm van energie. Daarom dient onderzocht te worden of windenergie inpasbaar is en dient het belang van een duurzame en betaalbare energievoorziening afgewogen te worden tegen andere waarden. Pas als die afweging heeft plaatsgevonden, kan het opgenomen worden in besluitvorming. Wij gaan die mogelijkheden verder verkennen, maar ook langs de A2 moet goed gekeken worden of windenergie inpasbaar en haalbaar is.
Uit onderzoek blijkt dat de ruimtelijke beperkingen geen grootschalige windenergie langs het spoor mogelijk maken.
66
Andere vormen duurzame energie Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het opnemen van andere vormen van duurzame energie in de Omgevingsvisie. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345905, 1345979, 1345981, 1345907, 1345979, 1345941, 1345942, 1345966, 1345979
De indiener stelt dat de scenario’s geen aandacht besteden aan andere vormen van duurzame energie opwekking zoals bodemwarmte of het vergisten van dierenpoep en andere biomassa (zoals hout, bladafval, rioolvet, ..). Indiener vraagt zich af of dit verwerkt kan worden in een scenario en visie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346049
Indiener vindt dat de gemeente er goed aan zou doen om het advies van het rijk op te volgen i.p.v. koortsachtig vast te houden aan verouderde plannen en technieken. Antwoord: Bodemwarmte biedt met name kansen in de collectieve warmtevoorziening en daarvoor zijn de mogelijkheden onderzocht en blijkt dat vooral in de hoogbouw er kansen liggen. Mestvergisting kan ook een bijdrage leveren, maar de opgave voor Boxtel zal vooral met zon en wind ingevuld moeten worden. Zie ook de beantwoording in paragraaf 2.1 Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345908, 1345987, 1345929, 1345974
Indiener noemt dat energie-neutraal willen zijn in 2040, met alleen zon en wind energie een illusie is. Maar, dat dit wel aangevuld kan worden met energie uit geothermie en biomassa. Antwoord: Wij willen niet in 2040, maar zo snel mogelijk energieneutraal zijn. Uit onderzoek in het kader van de Transitievisie Warmte (TVW) en specifiek onderzoek naar de mogelijkheden voor collectieve warmte is gebleken dat geothermie voor onze gemeente niet haalbaar is. Biomassa en de omzetting van opgewekte elektriciteit in waterstof kunnen in de toekomst ook een bijdrage leveren. Die andere vormen zijn onvoldoende om de doelstelling in 2050 te behalen. Specifiek worden de kansen onderzocht om een energie-, en waterstofhub te ontwikkelen. De waterstofhub is gekoppeld aan de Delta Rhine Corridor, zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Definitie duurzame energieopwekking Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053
Indiener vraagt wat de definitie is van duurzame energieopwekking. Indiener vraagt daarnaast welke vormen van energieopwekking vallen onder duurzame energie; zonnepanelen? windmolens? mestvergisting? bio brandstof? Antwoord: De definitie van duurzame energieopwek is: de opwek van hernieuwbare energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. De genoemde categorieën vallen daar onder voorwaarden onder.
67
Wijkverwarming Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966
Indiener benoemd dat de rijksoverheid en netbeheerders gemeentes oproepen om na te denken over hoe warmte per wijk zal worden gemaakt. Indiener leest niets terug over dit onderwerp. Indiener vraagt zich af of dit opgenomen kan worden in de in de scenario’s en visie. Antwoord: De transitievisie warmte is niet vastgesteld als programma onder de Omgevingswet. Er komt een wettelijke verplichting om dit wel te doen. Het programma Warmte is daarom in de omgevingsvisie in het hoofdstuk 'Doorwerking' genoemd als toekomstige programma in lijn met de volgende ambitie van de omgevingsvisie: "De gemeente Boxtel is zo snel mogelijk energieneutraal en loopt minstens gelijk op met de regio Noordoost Brabant, het Rijk en de Regionale Energiestrategie (RES) opgave." Waterstof Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het gebruik van waterstof. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345904
Indiener benoemd dat er op dit moment ontwikkelingen zijn in de wind-sector om over-capaciteit op te slaan in waterstof. Een energiebron die veel beter toekomst bestendig is dan de oude documenten waarop de huidige omgevingsvisie gebaseerd is, aldus de indiener. Antwoord: de omgevingsvisie is gebaseerd op de geldende afspraken en meest actuele informatie die in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) beschikbaar zijn, zie ook de beantwoording in paragraaf 2.1. Aanvullend wordt opgemerkt dat de waterstof afkomstig van wind op zee kansen biedt vanwege de ligging van Boxtel ten opzichte van de Delta Rhine Corridor. Daarom is het onderzoeken van deze kansen ook in de omgevingsvisie opgenomen. De (on)mogelijkheden en de haalbaarheid hiervan zullen uit onderzoek moeten blijken. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053
Indiener benoemd dat op pagina 30 staat: ‘Specifiek worden de kansen onderzocht om een energie-, en waterstofhub te ontwikkelen. De waterstofhub is gekoppeld aan de Delta Rhine Corridor.’ Indiener vraagt zich af: 1. Wat stelt men zich fysiek voor bij een energie- en waterstof-hub? 2. Hoe vindt verdere distributie plaats vanuit deze hub? 3. Is het een leidingen knooppunt met opslagcapaciteit (gashouders) en aan en afrijdende vrachtwagens, of … 4. Hoeveel ruimte denkt men hiervoor nodig te hebben? 5. Wat is het motief om een energie- en waterstofhub te willen: a. werkgelegenheid; b. groene imago; c. belasting opbrengst voor de gemeente; d. Of is de waterstofhub een van de vervelende dingen die Boxtel op zich wil nemen? Met name het aspect veiligheid speelt een rol. e. Wat heeft zo'n uitspraak voor gevolgen: i. als Shell zich meldt voor het vestigen van zo'n hub is de gemeente dan bijna verplicht hierin mee te gaan? 68
ii.
hoe verhoudt zo'n uitspraak zich tot het beperkt ontwikkelen van industrieterreinen?
Antwoord: 1. Met energie- en waterstof hub wordt bedoeld een samenwerking tussen de bedrijven op het bedrijventerrein gericht op energiesturing. Bij een waterstof hub kan waterstof uit de Delta Rhine Corridor (DRC) worden afgenomen of opgewekte elektriciteit omgezet worden in waterstof in ingevoegd worden in die DRC. 2. Met name door de DRC, maar dit is nog onderwerp van onderzoek. 3. Dit is onderwerp van nader onderzoek. 4. Hiervoor is nog geen concreet ruimtebeslag bekend en dit ruimtebeslag is ook afhankelijk van toekomstige normen voor de externe veiligheid. Dit moet nog worden onderzocht. 5. Zie onderstaande antwoorden a. Dit biedt ook kansen voor de lokale werkgelegenheid, maar de DRC is van internationaal belang en is vooral noodzakelijk om de werkgelegenheid te kunnen behouden. b. De DRC ligt ondergronds, maar voor een waterstofhub zal bovengronds ruimte gereserveerd moeten worden, die landschappelijk goed ingepast moet en kan worden. c. De belastingopbrengsten op internationale schaal komen maar beperkt ten goede aan de gemeente Boxtel, maar geeft de DRC wel kansen voor Boxtel boven gemeenten waar de DRC niet doorheen loopt. d. Daarbij moeten de kosten (in brede zin) afgewogen te worden ten opzichte van de baten en moeten met name de veiligheidsrisico's afgewogen worden. e. Zie onderstaande antwoorden: i.
Wie zich ook meldt voor zo'n hub, dan is het altijd nog aan het gemeentebestuur om bepalen of en zo ja, onder welke voorwaarden we daar medewerking aan willen verlenen. ii. Als behoefte is aan een waterstof hub dan vraagt dat ruimte, maar dan nog kan dit samengaan met het beperkte ontwikkelen van industrieterreinen als de ruimtebehoefte van zo'n hub beperkt is. Dit moet nog nader worden onderzocht. Stroom terugleveren Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345900
Indiener vindt het belangrijk dat de gemeente aantoont dat het mogelijk is om zonder problemen stroom terug te leveren aan het net. Antwoord: Het technisch ontwerp van zonneparken moet erop gericht zijn om een bijdrage te leveren aan de vermindering van de netcongestie. Dit kan door een batterijopslag en door gebruik te maken van nieuwe contractvormen met de netbeheerder die in de toekomst onder de Energiewet mogelijk worden. Dan spreek je bijvoorbeeld af dat je alleen elektriciteit levert op momenten dat er vraag is. Dan is de prijs ook hoger, waarmee de hogere kosten voor de opslag vergoed worden. Netcongestie Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over congestie op het elektriciteitsnet. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053
Indiener benoemd dat de categorie zonnepaneel op korte termijn vol is. Het net kan het niet aan en voorlopig is er geen betaalbare opslag, aldus de indiener. Op zomerse dagen is er al te veel zonnestroom. Indiener vraagt zich af hoe de OOB zich verhoudt tot de realiteit. 69
Antwoord: Het net kan het niet aan omdat we allemaal tegelijkertijd elektriciteit terugleveren, waardoor er mee aanbod is dan vraag naar elektriciteit. Maar als we onder andere in zonneparken batterijopslag realiseren, dan kan die elektriciteit nuttig gebruikt worden en kan het aanbod meer in balans met het aanbod worden gebracht. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345929
Indiener reageert op, dat de zonnepanelen pas over vijf jaar in gebruik kunnen worden genomen, vanwege capaciteitsproblemen op het net. Indiener geeft aan dat dit een behoorlijk risico lijkt. Over 5 jaar kan wet- en regelgeving vanuit de rijksoverheid er totaal anders uitzien, aldus de indiener. Daarnaast wordt er volgens indiener een investering gedaan die vijf jaar niet zal renderen en dus geld kost. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345947
Indiener wijst erop dat de capaciteit van het elektriciteitsnet ervoor kan zorgen dat de zonneparken niet effectief zijn. Antwoord: Er zal pas in de realisatie van zonneparken geïnvesteerd worden op het moment dat er zekerheid is over de levering van de opgewekte elektriciteit aan afnemers. Dit brengt risico's met zich mee, maar als we nu geen ruimte reserveren voor de opwekopgave door zonneparken te vergunnen, dan is er in de toekomst ook geen ruimte als de capaciteitsproblemen zijn opgelost. Bovendien zullen netbeheerders niet investeren in infrastructuur als er geen aanvraag ligt voor een aansluiting. Daarnaast kunnen zonneparken ook een bijdrage leveren aan het verminderen van netcongestie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966
Indiener benoemd dat netbeheerders verwachten dat de krapte op het elektriciteitsnetwerk lang kan aanhouden. Een logische oplossing volgens indiener is energie besparen en meer opwekken achter de meter. Indiener ziet dit niet heel duidelijk deel uitmaken van op zijn minst één scenario en vraagt zich af of dit aangepast kan worden. Antwoord: zowel energiebesparing als opwekking achter meter zijn doelen uit de vastgesteld Regionale Energiestrategie en is in elk scenario aan de orde. De concrete maatregelen worden verder uitgewerkt in het programma Duurzaamheid. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345942
Indiener ziet graag dat het beleid voor duurzame energie geactualiseerd wordt op de huidige technologie en ontwikkelingen. Indiener wijst erop dat dit plan vijf jaar geleden is gedacht en is gebaseerd uit cijfers uit 2011-2017. Toen was er nog geen idee van de netcongestie die nu speelt. Indiener vraagt zich daarom af waarom er meer zonneparken in de natuur gerealiseerd worden als deze niet aangesloten kunnen worden. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van duurzame energie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053
Indiener stelt dat het elektriciteitsnet overbelast is en dit voorlopig niet opgelost is. Indiener benoemd het volgende: “Tot grofweg 2030 zal de netcongestie alleen maar toenemen, tenzij je in een gebied zit waar de netbeheerder bezig is met het verzwaren van het net”, aldus een expert. "De aanleidingen 70
voor het probleem gaan harder dan dat er oplossingen komen.” Volgens indiener houdt de OOB geen rekening met de onder andere door de RABO geschetste realiteit. Indiener vraagt zich af: 1. Hoe kijkt de gemeente naar deze realiteit? 2. Het lijkt indiener zinvol om de realiteit te verwerken in de OOB. Dit betekent bijvoorbeeld dat er iets opgenomen wordt als: ‘Realisatie op korte termijn heeft geen zin. Plannenmaken en vergunningverstrekking voeren we in hoog tempo uit. Dit om later een vliegende start te kunnen met de realisatie als de tijd rijp is.’ indiener vraagt wat de gemeente vindt van zo’n aanvulling. Antwoord: Om de energietransitie mogelijk te maken zijn dus oplossingen noodzakelijk die een bijdrage leveren aan de vermindering van netcongestie, dus bijvoorbeeld batterijopslag of de omzetting in waterstof. 1. De realiteit van netcongestie vraagt die oplossingen 2. Die oplossingen zijn randvoorwaardelijk voor de energietransitie, maar de energietransitie als ambitie is opgenomen. Het kan zijn dat die oplossingen tijd vragen, waardoor de realisatie van de opwekopgave vertraagd, maar de gevolgen voor de omgeving op lange termijn zijn gelijk. Een aanvulling is daarom niet noodzakelijk. Elektrisch rijden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966
Indiener ziet niets uitgewerkt worden over het opladen van elektrische auto’s, tractoren, kranen en graafmachines, terwijl dit wel de verwachte richting is op de stikstof en fijn stof problemen aanpak. Indiener vraagt zich af of dit opgenomen kan worden in de in de scenario’s en visie. Antwoord: Het opladen van elektrische voertuigen is een uitwerking van maatregelen die volgen uit de Omgevingsvisie. We danken u voor de suggesties en nemen deze mee in de uitwerking in het programma Duurzaamheid. Dubbelgebruik zonnevelden met recreatie en biodiversiteit Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918
Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) is van mening dat de combinatie met recreatie in theorie misschien dubbelgebruik is, maar er niet concreet gemaakt wordt, welke vorm van recreatie kan worden gezien als een functie die te combineren is met zonnevelden. Indiener stelt; we moeten de eerste toerist nog maar zien die ervoor kiest om tussen de zonnepanelen in een groot zonneveld te flaneren. Bovendien worden zonnevelden volgens indiener afgeschermd van de omgeving met grote, hoge hekken. Die zijn dus helemaal niet voor mensen toegankelijk en daarmee valt de dubbelfunctie met recreatie af. Biodiversiteit is geen opzichzelfstaande functie en daarom kan om die reden geen sprake zijn van dubbelgebruik, aldus indiener. Datzelfde geldt voor waterberging. Meervoudig ruimtegebruik van zonnevelden is daarmee volgens indiener onvoldoende onderbouwd. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken, bestaand beleid hieromtrent en lopende initiatieven. Aanvullende merken we op dat in de omgevingsvisie is opgenomen voor meervoudig ruimtegebruik, en dat uit onderzoek (en uit de praktijk) blijkt dat goed ingepaste zonneparken wel degelijk een bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit, en met juiste inrichting ook waterbergend vermogen kunnen hebben.
71
Gebiedseigen kenmerken bij klimaataanpak Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973
De klimaataanpak behelst volgens indiener (Beraad de Verborgen Buitens) meer dan alleen de energietransitie. Indiener is van mening dat moet worden gekeken vanuit de gebiedseigen kenmerken welke inbreng kan worden geleverd. Zo biedt de gemeente Boxtel o.a. een hele belangrijke bijdrage in de water-buffering, biodiversiteit etc. Antwoord: we delen de zienswijze van indiener, daarom gaar de omgevingsvisie onder het hoofdstuk 'Inclusieve Duurzaamheid' juist in op alle door indiener genoemde aspecten.
3.5.4 Duurzame landbouw Toelichting landbouwtermen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die zich afvragen wat de betekenis is van verschillende landbouwtermen. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899, 1346050, 1345902, 1345937, 1346043
Indiener geeft aan dat er binnen de omgevingsvisie verschillende termen gebruikt worden, waarbij geen duidelijke definitie is gegeven. Bijvoorbeeld “duurzame landbouw”, “natuurinclusieve landbouw”, “kringlooplandbouw” en “intensieve landbouw”. Indieners zien een uitleg van deze termen graag terugkomen in de woordenlijst, uitgesplitst per sector om het tastbaar te maken. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050, 1345960
Indieners vragen wat er bedoeld wordt met ‘de omslag naar duurzame landbouw’. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050
Volgens de indiener (ZLTO) worden een aantal termen door elkaar gehaald, namelijk circulaire-, natuurinclusieve- en kringloop landbouw. Volgens indiener zitten hier wezenlijke verschillen in, waardoor het stuk anders geïnterpreteerd kan worden. Indiener stelt voor om de term toekomstbestendige landbouw te gebruiken, zodat het recht doet aan de vijf verschillende vormen van landbouwtransitie welke ook door provincie Noord-Brabant zijn opgenomen in haar beleid. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van de definities. De nadere uitwerking krijgt plaats in het programma Vitaal landelijk gebied. We passen de term duurzaam niet aan naar toekomstbestendig, omdat de term duurzaam passend is bij de reeds door de raad vastgestelde ambities onder het thema 'Inclusieve Duurzaamheid'. Bodemuitputting en (kunst)mest Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over bodemuitputting door (kunst)mest. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899, 1345902, 1346043, 1345995
Indieners geven aan dat extensieve land- en tuinbouw, waaronder boomteelt, minder gewas opbrengst en dus ook minder CO2 vastlegging geeft. Indieners benoemen ook dat de huidige mestnormen en nitraat gebruiksnormen nog verder naar beneden gaan de komende jaren door Europese en landelijke beperkingen. Een achteruitgang van het organische stofgehalte van de bodem leidt vervolgens 72
indieners weer tot meer uitspoeling. In feite kan men de grond dan niet in balans houden en put men de grond ook bij extensief gebruik uit wat juist niet de bedoeling kan en mag zijn, aldus indieners. Volgens indiener zorgen alle laanbomen voor CO2 vastlegging en in stedelijke omgeving gaan de bomen 'verder met vastleggen'. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995
Indiener ziet door de beperkingen in gewaskeuze en verminderde (kunst)mestgift de opbrengsten dalen. Zo komt het verdienmodel van indiener ernstig in het gedrang. Extensiveren klinkt leuk maar dan is er meer grond nodig terwijl er in de gemeente Boxtel de laatste jaren al heel veel landbouwgrond is verdwenen voor natuur, woningbouw en wegen, aldus indiener. Indiener is van mening dat als daar nog meer van gaat verdwijnen, weinig boeren hun inkomen nog op peil kunnen houden, wat gaat leiden tot grotere bedrijven. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039
Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat de gevolgen van beperkingen op mestnormen en nitraatgebruik worden onderschat. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995
Indiener gaat er van uit, dat de gemeente Boxtel met het zoveel mogelijk uitbannen van kunstmest onder andere een bijdrage wil leveren aan het voldoen aan de stikstofnormen. Indiener vraagt of dit klopt. Indiener vraagt of er nog andere doelstellingen zijn, die de gemeente hiermee nastreeft. Zo ja, welke doelen zijn dit dan? Het belangrijkste doel van het beperken van stikstofuitstoot is het bevorderen van biodiversiteit, aldus de indiener. Indiener vraagt of de gemeente Boxtel deze mening deelt. Zo nee, welke doelstelling heeft de gemeente er dan mee? Zo ja, heeft de gemeente er nog meer doelstellingen mee? Zo ja welke dan? Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972
Indiener geeft aan dat een heel goed punt in de omgevingsvisie is dat de beschikbare landbouwgronden niet te veel gebruikt worden voor gewassen die veel bestrijdingsmiddelen nodig hebben. Al noemt indiener ook dat je daar niet altijd aan ontkomt. Indiener is van mening dat de oude bemesting met de gierton veel beter voor de biodiversiteit is, vogels gingen daarna op t veld zitten. Antwoord: In het algemeen wordt opgemerkt dat een te veel aan kunstmest een negatief effect op de bodemkwaliteit kan hebben, en dat de productie van kunstmest veel energie kost, daarom is in de omgevingsvisie het streven opgenomen om 'niet of nauwelijks' kunstmest te gebruiken. (Kunst)mest zal niet per definitie onwenselijk zijn. Gelet op de zienswijzen passen we de woorden 'niet of nauwelijks' daarom aan in zo min mogelijk'. De door indieners genoemde voorbeelden en voorgestelde maatregelen en normen gaan verder en zijn concreter dan wat er in de omgevingsvisie staat. Concrete richtlijnen voor (kunst)mest zijn geen onderdeel van de omgevingsvisie maar kunnen wel uitgewerkt worden in het programma Vitaal landelijk gebied en het Omgevingsplan. Hierbij wordt opgemerkt dat de Europese normen en richtlijnen leidend zijn. Aanvullende wordt verwezen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw.
We passen de zin "Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt" als volgt aan: Kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen worden zo min mogelijk gebruikt."
73
Oorzaak laag grondwaterpeil Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de oorzaken van een laag grondwaterpeil. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902, 1345937
Indieners zijn van mening dat een mogelijk laag grondwaterpeil niet alleen te danken is aan de agrarische sector maar juist voor een groot deel aan de industrie en grondwateronttrekking bij infrawerken, zoals tunnelbakken. Indieners benoemen dat de agrarische sector het water terug in de bodem brengt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937
Indiener stelt voor dat als bepaalde gebieden vernat moeten worden, dat dit dan in het gebied zelf gebeurt en niet 1 kilometer verderop. Antwoord: in de omgevingsvisie wordt niet gesteld dat een laag grondwaterpeil alleen aan de agrarische sector te danken zou zijn. De suggesties van indieners worden meegenomen in de uitwerking van her programma's Vitaal landelijk gebied en Duurzaamheid. Drainage en druppelirrigatie Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039
Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat initiatieven zoals peil gestuurde drainage en druppelirrigatie al worden toegepast om watergebruik te verminderen. Antwoord: het is goed om te lezen dat indieners al initiatieven nemen om watergebruik te verminderen. Het verminderen van watergebruik sluit aan bij de doelen en ambities van de omgevingsvisie. De uitwerking van maatregelen volgt in de programma's. Agrarisch gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen en water Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het agrarische gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en water. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899 en 1345902
Indieners vinden dat zonder onderbouwing wordt gesuggereerd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en water in Boxtel te hoog is met de opmerking dat er voor teelten waar veel gewasbeschermingsmiddelen en water wordt gebruikt er geen ruimte is. Volgens indieners is anno 2024 het gewasbeschermingsmiddelen gebruik aanzienlijk lager dan 10 jaar geleden en daarnaast wordt er steeds meer gewerkt en ingezet op natuurlijke groene gewasbeschermingsmiddelen en natuurlijke producten ter stimulering de Plantweerbaarheid. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899
Indiener benoemd dat oppervlaktewater zoals De Dommel en Smalwater/ Kleine Aa in Boxtel vaak ook vervuild is door lozingen van niet agrarische bedrijven al dan niet uit België dat via de Kempen door Boxtel stroomt of door overstorten van riolen bij grote hoeveelheden regen.
74
Indiener benoemd dat de land en tuinbouw volop bezig is met projecten zoals peil gestuurde drainage, druppel irrigatie en dergelijke om watergebruik te verminderen. Het kunnen en mogen gebruiken van grondwater is voor een deel van de agrarische bedrijven van levensbelang, volgens de indiener. Dit mede door de extremere weertypes met langere periode van droogte. Het aanbrengen van water in zijn teelt kost de agrariër fors geld en het gebruik is dan vaak ook een afgewogen beslissing, benoemd indiener. Het gebruik en oppompen van grondwater moet dus ook mogelijk blijven, vind de indiener. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902
Indiener benoemd dat voor het bovenwettelijke PlanetProof certificaat je maar maximaal 3 Kg per Ha aan werkzame stof mag hebben van gewasbeschermingsmiddelen. Boomkwekerij van indiener zit maar net boven de 1 Kg werkzame stof per Ha en gebruikt minimaal gewasbeschermingsmiddelen mede door mechanische onkruidbestrijding, aldus indiener. Antwoord: de omgevingsvisie gaat niet in op specifieke bedrijven, maar we waarderen het zeer dat indieners al zeer bewust omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. In de omgevingsvisie kijken we naar de bijdrage die de gemeente Boxtel kan leveren aan de gezamenlijke opgave om vervuiling tegen te gaan. Het is in het algemeen belang om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen te verlagen. Het is de ambitie om dit verlagen en dit is nodig gelet op afname van de biodiversiteit en de veranderingen in het klimaat. Gelet op de reactie van indieners nuanceren we de tekst. We passen de zin "Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt" als volgt aan: Kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen worden zo min mogelijk gebruikt." Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050
Indiener geeft aan dat er wordt gesuggereerd dat teelten die veel water vragen en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben, niet samen kunnen gaan met een duurzame landbouw. Indiener vraagt welke teelten hieronder worden verstaan, en hoe de gemeente dit ziet in combinatie met de opgave voor met landbouwperspectief. Indiener geeft aan dat in het document wordt gesuggereerd dat bepaalde sectoren veel water en gewasbescherming behoeven en dan er erg negatieve effecten zijn op bijvoorbeeld de waterkwaliteit. De afgelopen jaren zijn grote stappen gezet om het gebruik van gewasbescherming en water terug te brengen, aldus indiener. Volgens de indiener is het van belang dat de juiste context geschept wordt en dat er op basis van meten en feiten wordt beredeneerd. Negatieve waterkwaliteit kan volgens indiener ook door andere factoren, als bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringen of emissies uit het buitenland, worden bepaald. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039
Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk verminderd is, en er wordt ingezet op duurzame alternatieven. Antwoord: we waarderen dat er door indieners al veel stappen zijn gezet en verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw, en nemen de opmerking van indiener mee in de uitwerking van het programma Vitaal landelijk gebied.
75