CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Informatie-/uitwisselingsbijeenkomst raad Boxtel 27 augustus 2024, gemeente boxtel34.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

34

Indiener stelt voor dat, mocht woningbouw onvermijdelijk zijn, de gemeente eerst de onbebouwde gebieden in de stad benut en onze natuur - en buitengebieden besparen. Antwoord: Wij realiseren ons dat ruimte schaars is en er meerdere ruimteclaims zijn. In de omgevingsvisie onder de derde bullet van 'Aangenaam leven' staat dat het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering en transformatie de voorkeur heeft. Om de ambities te halen is meer nodig. Daarom zijn er ook kleinschalige uitbreidingen mogelijk aan de randen van Esch, Liempde en Lennisheuvel, waarbij de kwaliteit van de omgeving behouden blijft. Bij de kern Boxtel zijn enkele grootschalige woninguitbreidingen mogelijk. Duurzame verstedelijking Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Op pagina 28 staat het volgende: ‘Tussen 2023 en 2027 willen we maximaal 1.300 woningen toevoegen; in lijn met de trend van de afgelopen jaren. Van 2028 tot en met 2032 zetten we in op maximaal 985 woningen.’ Dit resulteert in volgende vragen: 1. Waarom 'maximaal'? 2. Is de gemeente tevreden als er in de periode 2023? Waarom ook geen ‘minimaal’ aantal? 3. Wat is het minimumaantal woningen dat men wil realiseren? 4. Is een kamer in een Polenhotel ook een woning? 5. Waar komen deze cijfers vandaan? 6. Wat is de onderbouwing? 7. Welke bevolkingsprognose ligt ten grondslag aan deze woningbouwbehoefte? 8. Welke prognose m.b..t. ‘aantal; bewoners per woning ligt hieraan ten grondslag? 9. Wat is de definitie van woning? 10. Wie telt allemaal mee als inwoner? 11. 985 lijkt mij erg precies. Waarom geen 1000? 12. Periode aanduidingen: Op pagina 28 staan de volgende periode aanduidingen: 'Tussen 2023 en 2027' en 'Van 2028 tot 2032' etc. Indiener gaat ervan uit dat hier opeenvolgende periodes bedoeld worden zoals 2023 tot en met 2027. Klopt dat? Indiener verzoekt consequent taalgebruik bij periode-aanduidingen te gebruiken. 13. Maximaal 1300 woningen voor de periode 2023 tot en met 2027 a. Hoeveel woningen zijn er in 2023 gerealiseerd? b. Van hoeveel woningen is begin 2024 dat zij uiterlijk 31 december 2027 gerealiseerd zijn? c.

Hoeveel woningen verwacht men voor 31 december 2027 gerealiseerd te hebben d. Hoeveel woningen hoopt men voor 31 december 2027 gerealiseerd te hebben? Antwoord: 1) 'Maximaal' heeft te maken met fasering over de periodes van 2 x 5 jaar; 2) omdat dit de woningbehoefte is die de gemeente wil invullen is dit tevens het 'minimum', we zetten daarom in op 130% van dit getal in woningbouwplannen; 3) 2290 in 10 jaar; 4) nee; 5) Rapport "Woningmarktonderzoek en onderzoek wonen met zorg, gemeente Boxtel" van bureau Companen (17 september 2022); 6) dat staat uitgebreid beschreven in dat rapport;

35

7) In het rapport zijn 3 volkshuisvestelijke scenario's uitgewerkt vertrekkend vanuit de provinciale bevolkingsprognose; 8) het eerste scenario is gelijk aan de provinciale prognose (van 2021) en de 2 andere scenario's nemen die als vertrekpunt, waarbij de aanname over huishoudgrootte hetzelfde is als die van de provinciale prognose; 9) een het gaat hier steeds om "zelfstandige" woningen, d.w.z. eigen adres, eigen ingang, eigen keuken, eigen badkamer e.d.; 10) zie hfst 2 van het onderzoeksrapport, waarbij het gaat om eigen inwoners, verhuisbewegingen tussen gemeente en regio en de instroom naar zelfstandig wonen van urgente aandachtsgroepen; 11) we hebben onze berekeningen niet steeds afgerond, maar uiteraard zijn wij ook blij als het 1000 wordt; 12) correct, het gaat om 2 x 5 jaar, dus 23 t/m 27 en 28 t/m 32; 13) realisatie 2023 wordt binnenkort gepubliceerd.

3.2.4 Passende voorzieningen Zelfstandige woonvormen voor ouderen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over zelfstandige woonvormen voor ouderen. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966

Indiener vraagt zich af of er in de visie iets opgenomen kan worden over woonvormen waarin ouderen zelfstandig bij elkaar wonen. Deze woningen maken het mogelijk voor ouderen om elkaar veel te helpen, én het is efficiënt voor hulpverleners. De reden, genoemd voor deze woonvorm, is dat Nederland snel vergrijst snel en dat dat waarschijnlijk ook het geval zal zijn voor de gemeente Boxtel. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345981

Indiener benoemd dat Nederland vergrijst en dat ook het geval zal zijn voor de gemeente Boxtel. Woonvormen waarin ouderen zelfstandig bij elkaar kunnen wonen, maken het mogelijk dat ze elkaar veel kunnen helpen en het is efficiënt voor hulpverleners. Maar, dit soort woonvormen als knarre hofjes komen meestal alleen tot stand als initiatieven actief door de overheid aangemoedigd worden, aldus indiener. Antwoord: De gemeenteraad stelde vooruitlopend op de Omgevingsvisie het Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027 onder de titel ‘Samen bouwen aan een thuis in Boxtel’ (4 juli 2023) vast. Hierin wordt speciaal aandacht besteed aan bijzondere woonvormen zoals gezamenlijk wonen voor ouderen (bv. hofjes). Onze inzet is dat we dit soort initiatieven stimuleren en faciliteren. Ook de relatie tussen wonen, welzijn en zorg is onderdeel van het programma. Doel daarvan is dat inwoners, en met name ouderen, langer zelfstandig kunnen wonen door passende ondersteuning en zorg. De genoemde woonvormen kunnen, door onderlinge hulp en efficiënter gebruik van professionals, hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Omdat genoemd programma een uitwerking is van deze Omgevingsvisie hoeft de tekst van laatstgenoemde geen aanpassing.

36

3.2.5 Gezonde leefomgeving Uitgangspunten per onderwerp gezonde leefomgeving Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Volgens indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) worden er bij gezonde leefomgeving verschillende soorten uitgangspunten opeengestapeld. Gezondheid, klimaatadaptatie en verontreiniging (lucht-, geluid- en geur-) zijn verschillende zaken. Ze kunnen wel met elkaar verbonden worden, maar voor de omgevingsvisie is het belangrijk om per onderwerp eigen uitgangspunten te benoemen en vervolgens te omschrijven hoe die samen bijdragen aan een gezonde leefomgeving, aldus indiener. Door het nu op een hoop te gooien en niet concreet te maken, blijft het vrijblijvend en onduidelijk en biedt het geen houvast of afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen, aldus indiener. Antwoord: Gekozen is voor een visie op hoofdlijnen richting 2040. Voor de uitvoering op korte en middellange termijn worden programma's gemaakt. Een programma helpt bij het behalen van de ambities van de omgevingsvisie. Zoals uit het hoofdstuk 'Doorwerking' blijkt werken we de komende jaren aan o.a. een programma Gezondheid en Klimaatadaptatie - water. Overigens bevat de visie over de genoemde onderwerpen afzonderlijke uitgangspunten en ambities. Voor gezondheid is bijvoorbeeld genoemd dat het versterken van de groene en culturele kwaliteit een positief effect heeft op de gezondheid en datzelfde geldt voor bewegen in de openbare ruimte.

Klimaatadaptieve maatregelen vindt u terug onder 'Uitgangspunten inclusieve duurzaamheid' onder de tweede bullet. Geestelijke gezondheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener geeft aan dat de focus lijkt te liggen op fysieke voorzieningen voor fysieke gezondheid. Indiener vraagt of dit klopt. Indiener vraagt ook welke fysieke voorzieningen voor geestelijke gezondheid opgetuigd worden. Antwoord: De omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving. Dit is het wettelijke kader vanuit de Omgevingswet. De ambities met betrekking tot gezondheid zijn in de omgevingsvisie daardoor ook met name op de fysieke omgeving en voorzieningen gericht. Het bevorderen en beschermen van de gezondheid gebeurt ook vanuit het maatschappelijk/sociaal domein. Beide in samenhang met elkaar. Dit geldt zowel voor fysieke gezondheid als mentale/psychische gezondheid. Het is nog niet concreet aan te geven welke fysieke voorzieningen we voor geestelijke gezondheid creëren dan wel gebruiken. Dit wordt op een later moment uitgewerkt. Tegelijkertijd wordt door de gemeente ook gewerkt aan een visie voor het sociaal domein. Geur-uitstoot Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

Indiener benoemd dat op bladzijde 29 staat: ‘overlast door stank, geluid en luchtverontreiniging is afgenomen. We voldoen minimaal aan de wettelijke eisen en we proberen ons op het gebied van geur, lucht- en geluidskwaliteit te verbeteren.’ De woordkeuze ‘proberen’ is volgens indiener veel te voorzichtig en te zwak. De in de lokale media veelbesproken geur-uitstoot van vleesverwerkingsbedrijf Vion is volgens indiener geen visitekaartje voor de gemeente Boxtel. Het zou de omgevingsvisie 2040 versterken daar veel sterkere bewoordingen te gebruiken en ook de ‘geurbeleving’ van de Boxtelse gemeenschap hierin mee te nemen, aldus de indiener. 37

Daarnaast benoemd indiener dat er wederom geen ontmoedigingsbeleid benoemd is. Indiener vraagt of ‘minimaal wettelijk’ en ‘proberen’ daadwekelijk de visie 2040 is. De wettelijke eisen vormen de basis. Namens de gemeente houdt de Omgevingsdienst toezicht op de naleving hiervan. Rond Vion is tevens een geurbelevingsonderzoek uitgevoerd en vanuit dat onderzoek vindt overleg plaats om de juiste aanvullende (bovenwettelijke) maatregelen te bespreken. Ook hier is de Omgevingsdienst nauw bij betrokken.

3.2.6 Veilige leefomgeving Snelheidsovertreding Esschebaan Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over snelheidsovertredingen bij de Esschebaan. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345933 en 1346049

Indiener geeft aan dat men op de Esschebaan vaak denkt dat het daar een autosnelweg is. Indiener geeft aan dat de snelheidsgrens van 60 km/u bijna altijd wordt overschreden. Dit heeft tot gevolg dat er enorme geluidsoverlast is. Ook is dit volgens indiener gevaarlijk bij voorbeeld het aan de wegzetten van de vuilcontainer. In plaats van dat automobilisten gas terugnemen, lijkt het alsof er alleen nog maar harder gereden wordt. Er wordt helemaal nooit op snelheid gecontroleerd en indiener vindt dat daar wat aan gedaan moet worden; dat is ook leefbaarheid! De Esschebaan is door de enorme toename van auto's een heel drukke weg geworden. Antwoord: De opmerking sluit niet aan bij de reikwijdte en het detailniveau van de omgevingsvisie, wij verwijzen indiener graag naar de algemene toelichting in hoofdstuk 2. Aanvullende wordt opgemerkt dat uit onderzoek blijkt dat 85% van de automobilisten op de Esschebaan 66 km/uur of zachter rijdt. Dit valt binnen landelijk geaccepteerde normen. De intensiteiten van het verkeer liggen lager dan waar de inrichting van de weg voor geschikt is. Verkeersveiligheid langzaam verkeer Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966

Indiener zou in de visie graag iets terugzien over het veilig oversteken voor langzaam verkeer. Met het vergrijzen van de bevolking wordt de groep langzame verkeersdeelnemers namelijk steeds groter, aldus de indiener. Denk aan: langzaam lopende wandelaars; driewiel fietsen; scoot-mobielen en rolstoelen. Antwoord: In de Omgevingsvisie zijn twee ambities benoemd onder “Aangenaam Leven”, die hier betrekking op hebben. Met het begrip Inclusie wordt ook bedoeld dat iedereen, jong en oud, kan deelnemen in het openbaar gebied. Dit wordt geconcretiseerd in het Programma Duurzame Mobiliteit. Daar wordt gesproken over aandacht/maatregelen in het kader van vergrijzing en openbare ruimte. Reikwijdte veiligheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener reageert op de volgende passage: ‘Een gezonde leefomgeving is ook een veilige leefomgeving’. Dit leidt bij indiener tot de volgende vragen en opmerkingen: 38

1. Veiligheid behelst volgens indiener ook kwantitatieve- en kwalitatieve voedselveiligheid, kwantitatieve en kwalitatieve energieveiligheid. Hieraan besteedt het plan geen aandacht, aldus indiener. Verder is er vanuit dit soort invalshoeken niet alleen een verantwoordelijkheid voor de eigen burgers, maar minimaal ook voor de ‘buren’. Denk hierbij aan Eindhoven, Den Bosch en Tilburg als dichtbevolkte stedelijke gebieden en een aantal kleinere gemeenten als landelijk gebied, aldus indiener. Indiener vraagt hoe de gemeente kijkt naar deze gedeelde verantwoordelijkheid en hoe deze gedeelde verantwoordelijkheid wordt vormgegeven. 2. Veiligheid vereist volgens indiener moed om flexibel om te gaan met regels of ze in voorkomende gevallen aan je laars te lappen. Denk aan de regels dat boeren hun aardappels voor 1 oktober gerooid moeten hebben. Dit kan leiden tot financiële- en zelfs fysieke hongersnood, aldus indiener. Indiener vraagt of de gemeente Boxtel deze mening deelt. Zo nee, waarom niet? Als de gemeente Boxtel deze mening deelt, ziet zij dan mogelijkheden om in de OOB hiervoor uitgangspunten op te nemen, vraagt de indiener. Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat voor uitgangspunten voegt zij dan toe? 3. Het lijkt indiener verstandig het ruimen van leegstaande stallen op te nemen in de OOB. Dit ter preventie van criminaliteit. Indiener vraagt of de gemeente deze mening deelt.

Zo nee waarom niet? Zo ja, dan neemt indiener aan, dat zij dit uitgangspunt opneemt in de OOB? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke leefomgeving. Voedselveiligheid en energieveiligheid maken hier alleen onderdeel van uit voor zover dit consequenties heeft voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. In dat kader is vooral ingegaan op het ruimtegebruik voor duurzame energie en externe veiligheid. In beide gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken met de buurgemeenten en de provincie zoals in de Regionale Energie Strategie en bij het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Veel uitgangspunten, zoals het rooien van aardappels voor 1 oktober, worden al door hogere overheden bepaald. De Omgevingsvisie zal geen uitgangspunten bevatten die hiermee in strijd zijn. Daarvoor is een lobbytraject het aangewezen instrument. Via het beleid van vrijkomende agrarische bebouwing dat in voorbereiding is en later ook het programma vitaal landelijk gebied worden kaders gegeven hoe om te gaan met stoppende agrarische bedrijven en leegstaande stallen, zie ook de toelichting in paragraaf 2.1. Brandgangen in het landschap Onderstaande heeft betrekking op zienswijze 1345966

Indiener benoemd dat Lennisheuvel door steeds meer leidingen met gevaarlijke stoffen doorkruist wordt. In het nieuws was volgens indiener dat er de afgelopen jaren meer natuurrampen zijn geweest in Nederland. Boxtel ligt in een gebied dat de afgelopen jaren te maken had met veel droogte en een grondwater tekort. Bij een ramp is het handig als het landschap is voorzien van “brandgangen” waardoor branden gemakkelijker beperkt blijven, aldus de indiener. Indiener leest hierover nog niks in de omgevingsvisie en vraagt zich af of dit onderwerp opgenomen kan worden. Antwoord: Het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is te hoog om hierop in te gaan. Dit neemt niet weg dat de Veiligheidsregio en de gemeente het risico van natuurbranden onderkennen en hierop acties ondernemen.

39

Fijnstof reductie Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966

Indiener vraagt of in die visie opgenomen kan worden wat er gedaan wordt aan het reduceren van de fijnstof belasting. Europese wet- en regelgeving voor het beschermen van de gezondheid van inwoners wordt namelijk steeds strikter. Groene muren, begroeide aarde wallen, struiken en bomen spelen een belangrijke rol bij het reduceren van fijnstof. Naast wegen in de gemeente Boxtel ligt nu nog veel gras wat eenvoudig in onderhoud is, maar weinig bijdraagt aan biodiversiteit en fijnstof reductie. Vaste planten en of struiken vergen ook niet veel onderhoud maar hebben volgens indiener waarschijnlijk wel een grotere impact op het vangen van fijnstof. Het laten begroeien van betonnen muren met klimmers of mos, is ook een goede manier om fijnstof te reduceren, aldus indiener. Antwoord: De gemeente Boxtel is aangesloten bij het SLA (schone lucht akkoord). In diverse onderdelen wordt er gezamenlijk gekeken op welke manier hier binnen de wet- en regelgeving geacteerd kan worden. Tevens nemen we in de uitwerking in programma's en het omgevingsplan de opties om een positieve bijdragen te leveren aan verbetering leefomgeving zeker mee. Uitstoot- en milieu impact Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995

Indiener begrijpt niet dat er niets gezegd wordt over eventuele technische en innovatieve mogelijkheden om de uitstoot en milieu-impact te verlagen terwijl we wereldwijd vooroplopen voor wat betreft een lage milieu impact en uitstoot. We hebben de laagste foorprint per kilo product ter wereld, aldus de indiener. We zijn vanuit NL zeker innovatief. Maar we stimuleren, en waar mogelijk faciliteren wij, nieuwe innovaties die bijdragen leveren aan verlaging van negatieve effecten voor mens dier en natuur.

40

3.3 Verbindend netwerk Het tweede hoofdthema zoals behandeld in de omgevingsvisie is ‘verbindend netwerk’. Dit hoofdthema heeft betrekking op de bestaande netwerken. In fysieke zin gaat het hierbij om netwerken voor verkeer- en vervoer, zowel boven- als ondergronds. In sociale zin gaat het om netwerken die eraan bijdragen dat iedereen volwaardig mee kan doen in de samenleving. De uitgangspunten, zoals opgesteld in de omgevingsvisie, die hieronder vallen hebben betrekking op een omgeving die zo is ingericht dat iedereen deel kan nemen aan de maatschappij. Ook mobiliteit is een integraal onderdeel, waar de gemeente Boxtel haar centrale ligging benut. Tot slot is een veilig en ordenend fietsnetwerk in en tussen de kernen van belang. De binnengekomen zienswijzen die aansluiten op het thema ‘verbindend netwerk’ zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.

3.3.1 Iedereen doet mee Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over iedereen doet mee in de Omgevingsvisie gemeente Boxtel.

3.3.2 Centrale ligging Ontsluitingskwaliteit OV Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345860

Indiener (Gemeente 's-Hertogenbosch) vraagt zich af of de ambities rondom het thema 'verbindend' netwerk wel realistisch zijn. Indiener ziet ten aanzien van het uitbreiden van het HOV, in het BIDbook OV Zuid-Nederland, een verhoging van de sprinterfrequentie Boxtel-Eindhoven. Er is geen extra HOV gepland via Boxtel. Volgens de indiener is - in voorbereiding van de nieuwe OV-concessie (vanaf 2027) - de Provincie heel duidelijk over het feit dat er is niet meer geld is dus dat op andere punten ingeleverd moet worden als het HOV doorgaat. Antwoord: De gemeente Boxtel is op de hoogte van het ontbreken van een extra HOV bij Boxtel in het BIDbook OV Zuid-Nederland. Echter, de planhorizon van de omgevingsvisie ligt met 2040 een stuk verder weg dan de OV concessies tot 2027. Het staat de gemeente Boxtel vrij om op de lange termijn meer ambitie te tonen op HOV. De Gemeente Boxtel handhaaft deze ambitie. Onderzoek ontsluitingswegen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345864

Indiener geeft aan dat het voor de aangegeven route onder 'onderzoek naar ontsluitingsfunctie' vanaf de Keulsebaan en/of de Liempdseweg en ten noordoosten van het Omleidingskanaal niet gewenst is voor gemotoriseerd verkeer. Indiener stelt voor om voor de ontsluiting van een extra bedrijventerrein ten oosten van de A2 de eerste +/- 1km van en naar de Schijndelsedijk te benutten, en het verder gelegen dele luw te laten voor motorvoertuigen.

41

Antwoord: Dit is onderwerp van vervolgonderzoek en gemotoriseerde verkeer wordt niet op voorhand uitgesloten. Onderlinge verbinding kernen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345916

Indiener is van mening dat de omgevingsvisie zou moeten aantonen dat de gemeente Boxtel uiteenlopende kernen kent, die logischerwijs op basis van afstand, mobiliteitswensen en andere leefbaarheid indicatoren op een aantrekkelijke duurzame manier met elkaar verbonden zouden moeten zijn, worden en gehouden. De nadruk zou moeten liggen op een veilig en (visueel)aantrekkelijk netwerk van voet- en vooral fietspaden. Zodat mensen op dagelijkse basis verleid worden om de auto te laten staan. Dat is veiliger, beter voor het milieu en zelfs beter voor de gemeentelijke financiën, gezien goed ontworpen en uitgevoerde voet- en fietspaden met veel minder kosten veel meer mobiliteit kunnen bevorderen. Antwoord: De omgevingsvisie zet in op meer goede (snel)fietspaden tussen de kernen, ook tussen Esch, Lennisheuvel en Liempde om fietsgebruik te stimuleren. In het Programma Duurzame Mobiliteit wordt aandacht gegeven aan uitbreiding van het netwerk aan (snel)fietspaden en wandelpaden (bestaand en nieuw), met duidelijke bewegwijzering en goede voorzieningen. Daarbij wordt dus actief ingezet op een beter zichtbaar (of zoals indiener aangeeft: visueel aantrekkelijk) netwerk met als doel een gedragsverandering in de maatschappij naar onder andere fietsgebruik. Toekomstgerichte integrale mobiliteitsaanpak Onderstaande heeft betrekking op 1345918

Indiener geeft aan dat het terecht is dat de gemeente streeft naar een veilige leefomgeving en dat wordt opgemerkt dat verkeersveiligheid een belangrijk onderdeel daarvan is. Er worden echter geen duidelijke keuzes gemaakt. De omgevingsvisie heeft niet voor niets het woord ‘visie’ in zich, aldus de indiener. Indiener is van mening dat in de visie geen inzicht wordt gegeven in de best passende en toekomstgerichte integrale mobiliteitsaanpak voor de gemeente. Ook de relatie tussen mobiliteit/ ontsluiting/ bereikbaarheid en de mogelijke uitbreidingslocaties voor woningbouw is niet herkenbaar. Antwoord: De gemeente heeft de ambitie volop in te zetten op deelmobiliteit, het (openbaar) vervoer, de fiets en wandelen en ziet dit als een passende en toekomstgerichte mobiliteitsaanpak. Zo zorgen we ervoor dat autogebruik zoveel mogelijk wordt beperkt. Dat draagt volgens de gemeente bij aan een meer verkeersveilige leefomgeving. De concrete maatregelen zijn nog niet bekend en worden onderzocht in het kader van het programma Duurzame Mobiliteit. Uitspraken over verkeersontsluiting voor de mogelijke uitbreidingslocaties voor woningbouw zijn niet op het abstractieniveau van een visie en worden opgenomen in een programma en/of verkeersbesluiten. Er dient vervolgonderzoek gedaan te worden bij dergelijke woningbouwontwikkelingen.

Overlast door treinverkeer Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de overlast die veroorzaakt wordt door treinverkeer. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt.

42

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972 en 1345993

Indiener geeft aan dat in de jaren dat indiener in Boxtel woont het vervoer verdrievoudigd is. Hierdoor ontstaat vaak herrie (veroorzaakt door het remmen van de goederentreinen) en stank. Indiener geeft aan ook mee te maken dat de kopjes van de plank vallen door het harde trillen. Aanpassing van het spoor zou voor indiener dus een must zijn, zeker als meer groen, meer rust en fijnere leefomgeving voor mens en dier het idee is. Verder geeft indiener aan dat de prijs van het OV omlaag zou moeten en aanpassingen aan het spoor nodig zijn als de gemeente inderdaad in wil zetten op meer openbaar vervoer. Antwoord: de hoeveelheid geluid dat het spoor mag maken wordt begrensd middels de wettelijke systematiek van geluidproductieplafonds. Omdat de individuele treinpassages stiller worden, ontstaat hierdoor meer ruimte voor het aantal passages zonder dat de geluidbelasting op de woningen toeneemt. Wel zijn er vorig jaar op diverse locaties raildempers aangelegd en worden in de toekomst geluidschermen gerealiseerd. De maatregelen naar trillingen zijn voor het spoor tussen Den Bosch en Boxtel onderzocht. Voor de woningen in Boxtel is geconcludeerd dat de benodigde maatregelen te kostbaar zijn en daarmee niet doelmatig. De gemeente erkend dat de leefbaarheid rond het spoor onder druk staat en verzoekt het Rijk om bovenwettelijke maatregelen.

Dit doet de gemeente samen met omliggende gemeenten. Helaas tot op heden zonder concreet resultaat omdat het Rijk aangeeft hiervoor vooralsnog onvoldoende geld beschikbaar te hebben. Visie spoor Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) geeft aan een visie te hebben op de omgeving van het spoor en deelt deze graag. Antwoord: De gemeente dankt ProRail voor het delen van haar visie en neemt deze mee in de verdere uitwerking/ projecten die spelen rondom het spoor. Aandachtspunten bouwen bij spoor Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. Indiener wil meedenken bij nieuwbouw van woningen langs het spoor in de nabijheid van stations, de verdichting rond stations en de vrije baan. Dat draagt bij aan de duurzame OV-bereikbaarheid in Nederland. Bouwen nabij het spoor is een samenspel met meerdere belangen dat ook afwegingen noodzakelijk maakt. ProRail wil daarbij graag een aantal aandachtspunten benoemen die in de uitwerking een rol zouden moeten spelen, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering en eventueel toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. Verder verzoekt indiener de gemeente om indiener - vooruitlopend op de Omgevingswet - actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan. Antwoord: Bij concrete locaties is het de opgave om de ambities en uitgangspunten samen te laten komen tot een zo optimaal mogelijk geheel, dat uitvoerbaar is. We onderkennen, de complexiteit van bouwen nabij het spoor en de noodzaak om stakeholders zoals ProRail te betrekken bij de uitwerking van de omgevingsvisie in programma's en het omgevingsplan. 43

Risico overwegen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) geeft aan dat overwegen een risico vormen tussen weg- en spoorverkeer. Om de risico’s daarvan te verminderen, is in 2015 een bestuursovereenkomst ‘Oplossing verkeersproblematiek dubbele spoorwegovergang Tongersestraat Boxtel’ tussen de gemeente Boxtel, Rijk en Provincie Noord-Brabant gesloten. Daarnaast is er met de voormalige gemeente Haaren een bestuursovereenkomst gesloten voor de overweg Runsdijk die inmiddels in gemeente Boxtel ligt. Indiener is zich ervan bewust dat door omstandigheden buiten de gemeente Boxtel om, de realisatie van de vervangende voorzieningen vertraging heeft opgelopen. Toch wil indiener hiervoor, gezien het belang van de verkeersveiligheid, ook in de Omgevingsvisie aandacht vragen. Antwoord: Concrete inrichtingsmaatregelen zijn niet beschreven in een omgevingsvisie. De aanleg van de bedoelde vervangende voorziening beschouwd de gemeente als een autonome ontwikkeling, ook gelet op de bestuursovereenkomst die in 2015 is gesloten. Deze past geheel binnen de ambities van de Omgevingsvisie voor een gezonde en veilige leefomgeving. De gemeente is verheugd om te vernemen dat ProRail werk maakt van een spoedige uitvoering van de overeenkomst. Stationszichtlijnen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet indiener (ProRail) de laatste jaren steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Indiener is van mening dat dit de vindbaarheid van een station niet ten goede komt. Reizigers voelen zich hierdoor onzeker, hetgeen een vorm van stress veroorzaakt. Ondanks dat er bewegwijzering is, blijkt uit onderzoek dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in. Indiener wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven. Antwoord: Bij de uitwerking van projecten zal de gemeente zichtlijnen i.r.t vindbaarheid van het station meenemen. Echter, de vindbaarheid van het station kan volgens de gemeente geen reden zijn om niet te kiezen voor verdichting rondom het stations, wat ook aansluit bij beleid vanuit het Rijk. Windbeleving op station Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) stelt dat hoogbouw rond het station invloed heeft op de windbeleving van de reiziger. Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein halteert. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stations beleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden, aldus indiener Deze opmerking wordt vergunningaanvragen.

meegenomen

bij

de

uitwerking

van

concrete

projecten/

44

Duurzame en slimme mobiliteit Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345860

Indiener (Gemeente 's-Hertogenbosch) vraagt zich af of de ambities rondom het thema 'verbindend' netwerk wel realistisch zijn en stelt dat het discutabel is of de bereikbaarheid echt verbeterd wordt door te werken aan slimme infrastructuur, geschikt voor zelfrijdende auto's. Indiener stelt dat 'zelfrijdende auto's' blijven hangen op ethische dilemma's en dat het altijd de voorkeur zal hebben dat de verbinding tussen Boxtel en Den Bosch, voor auto’s, via de snelweg zal lopen. Antwoord: Zorgen door indiener over realiteitsgehalte worden (deels) gevolgd echter alleen als je kijkt naar de situatie nu (2024). De planhorizon is echter 2040 en we blijven wereldwijd innoveren op slimme verkeerssystemen. Daarnaast worden ten onrechte zelfrijdende auto's 1-op-1 gekoppeld aan een slim verkeerssysteem/ infrastructuur. Dit is een voorbeeld (dit kan onder andere door slimme verkeerssystemen en infrastructuur die geschikt is voor zelfrijdende auto's) en is niet limitatief. Het staat de gemeente Boxtel vrij een hoge ambitie voor slimme verkeerssystemen te hanteren. Uiteraard moeten toekomstige innovaties uitwijzen of deze zelfrijdende auto's (of andere innovatieve verkeerssystemen of infrastructuur) er (ethisch gezien) kunnen komen. Gemeente Boxtel onderschrijft dat de verbinding via de snelweg tussen Boxtel en Den Bosch belangrijk blijft.

Onderzoeken nieuwe verbinding Europalaan – Keulsebaan Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) roept de gemeente op om een andere mogelijkheid te onderzoeken m.b.t. de oostelijke ontsluitingsweg langs de A2; een nieuwe verbinding tussen Europalaan en Keulsebaan. Antwoord: In de omgevingsvisie is een zoekgebied aangeduid ten zuiden van de wijk Oost. In dit ontwikkelproces wordt de ontsluiting van de wijk en een mogelijke nieuwe ontwikkeling integraal beschouwd. Onderzoek doen voor alternatieve ontsluiting vindt uitvoering in nader te definiëren gebiedsgerichte aanpak. En valt buiten de scope van de Omgevingsvisie. Nieuwe ontsluitingsweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345955

Indiener is blij om te zien dat een ontsluitingsweg van de afrit Liempde naar de N618 onderdeel is van de ontwerp-Omgevingsvisie. Met alle ontwikkelingen die gaande zijn zal dit veel sluipverkeer via de Koppenhoefstraat naar Liempde en de A2 rijden vermijden. Antwoord: Dit is overgenomen uit het bestaande Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan 2008 als wens en is nog steeds een ambitie/ontwikkeling voor de toekomst. Het gaat naar verwachting inderdaad een bijdrage leveren aan ongewenst verkeer op meerdere wegen. We zijn blij met de ondersteunende reactie. Financiering ontsluitingsweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345955

Indiener vindt dat nieuwe ontsluitingen in Boxtel vaak struikelen door het gegeven dat Boxtel te weinig budget heeft voor nieuwe wegenaanleg. Met de mogelijkheid van het inpassen van een “bedrijvig terrein” kan een nieuwe ontsluitingsweg beter gefinancierd worden, alsdus indiener. 45

Antwoord: de gemeente heeft kennisgenomen van deze suggestie, die betrokken kan worden bij het onderzoek naar de ontsluitingsfunctie op een nader te bepalen moment. Meewerking nieuwe ontsluitingsweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345955

Indiener benoemd dat als er een nieuwe ontsluitingsweg en een “bedrijvig terrein” wordt gemaakt ter hoogte van de Koppenhoefstraat, dat er dan altijd de vraag komt waar natuurcompensatie kan plaats vinden. Indiener heeft nog agrarische gronden aan de Koppenhoefstraat. Indiener is bereid om met de gemeente mee te denken om een nieuwe goede noord-zuid ontsluiting voor Boxtel mogelijk te maken. Antwoord: Wij stellen het op prijs dat u meedenkt en nemen kennis van uw suggestie, die betrokken kan worden bij het onderzoek naar de ontsluitingsfunctie op een nader te bepalen moment. VRI's Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345916

Indiener is, als stedenbouwkundig en verkeerskundig ingenieur zijnde, van mening dat de voorgenomen VRI (verkeersregelinstallatie) een ernstige verslechtering zal opleveren van de huidige wel verbeterbare situatie omtrent rotonde Boseind. De VRI zal mensen te voet en te fiets de auto in jagen, meer ongevallen veroorzaken (Zoals VRI's dat volgens uiteenlopend onderzoek altijd doen ten opzichte van rotondes) en de verkeerssituatie qua doorstroming ook verslechteren. Antwoord: Concrete maatregelen, zoals een VRI behoren niet tot het detailniveau van een omgevingsvisie. Zie ook de algemene toelichting en beantwoording in hoofdstuk 2 van deze notitie. Wel wordt opgemerkt dat het doel van de aanpassing is om de verkeersafwikkeling te verbeteren, na aanleg van de nieuwe verbindingsweg (VLK), van alle gebruikers en de veiligheid van langzaam verkeer t.o.v. vracht en auto, door geregelde oversteekmogelijkheden. Langetermijnvisie verkeer Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener geeft aan een lange termijnvisie op verkeer te missen. Indiener is van mening dat dit een visie moet zijn die niet alleen de technologische ontwikkelingen van de transportmiddelen belicht, maar met name de consequenties daarvan op de fysieke leefomgeving. Vanuit dit perspectief geeft indiener een korte schets hoe zo’n visie eruit zou kunnen zien: Vracht-, pakket en personenvervoer wordt verzorgd door autonome voertuigen. Deze gaan minimaal 1 miljoen kilometers mee. Particulier eigendom van voertuigen is een uitzondering. De mens komt er niet meer aan te pas als bestuurder. Hij geeft via internet aan een centrale door wanneer hij van waarnaar waar wil. De centrale combineert ritten voor verschillende aanvragers. Het voertuig komt voorrijden. De voertuigen houden rekening met elkaar en met hun omgeving. Dit heeft tot gevolg, dat er vrijwel geen ongelukken meer zijn, dat de voertuigen veel dichter achter elkaar kunnen rijden, dat ze veel intensiever gebruikt worden. Dit heeft weer tot gevolg, dat we met dezelfde hoeveelheid asfalt meer verkeer vervoer kunnen realiseren. Doordat we voertuigen intensiever benutten kunnen we ook met veel minder voertuigen toe. Doordat de voertuigen intensiever gebruikt worden en er sowieso veel minder zijn, is er veel minder parkeerruimte nodig.

Als gevolg van dit alles komt ook de distributie van pakketten en de gewone wekelijkse boodschappen in een ander daglicht te staan. Mensen bestellen hun wekelijkse boodschappen via internet. In grote 46

volledig geautomatiseerde warehouses worden de boodschappen voor een individu bij elkaar gezocht om vervolgens automatisch in autonome bezorgvoertuigen geladen te worden, die zij vervolgens weer afleveren bij de klant of bij een afhaalpunt. Het vullen van die volledig geautomatiseerde warehouses gebeurt m.b.v. autonome vrachtvoertuigen, die automatisch gelost worden. Al deze autonomie en automatisering zorgt er voor, dat we een groot aantal arbeidskrachten vrij spelen, die op een andere manier een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Het ov op het platteland is hiermee veranderd van aanbod-gestuurd vervoer naar vraag-gestuurd. Dit niet alleen v.w.b, tijd maar ook vraag-gestuurd op plaats. Een vraag die opdoemt is in hoeverre treinen uiteindelijk nog bestaansrecht hebben. Deelt de gemeente het nut van zo’n schets? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat doet de gemeente ermee?" Antwoord: Het is een beeld wat tot de mogelijkheden behoort. Het is ondoenlijk alles omvattend te schrijven wat mogelijk is, maar een toekomstschets kan helpen bij de beschreven ambities en doelen. In het aanstaande Programma Duurzame Mobiliteit wordt aandacht gegeven aan een toekomstbeeld en de vertaling daarnaartoe. Tekstvoorstel Verbindend Netwerk Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345868

Indiener doet een tekstvoorstel, dit is onderstreept: Autobereikbaarheid en -parkeren blijft ook van belang, maar heeft minder prioriteit en wordt meer naar de randen verplaatst. Er wordt hier rekening gehouden met het karakter van elk dorp. Antwoord: Vanuit mobiliteit stellen we functionele mobiliteitswensen op, die een plaats krijgen in de openbare ruimte. Speelt in op samenwerking beeldkwaliteit en functie. We vinden de suggestie passend en nemen deze over. Wel vervangen we het woord 'dorp' door het woord 'kern'.

3.3.3 Fietsnetwerk Verkeersveiligheid Oude Rijksweg in Liempde Onderstaande heeft betrekking op 1345994

Indiener geeft zijn visie betreffende de snelfietspaden, als benoemd onder het gedeelte Verbindend netwerk: ‘We dromen van brede snelfietspaden naar Eindhoven en ’s-Hertogenbosch’. Volgens indiener is het een en ander op dit moment nog niet in lijn met de huidige situatie op de Oude Rijksweg in Liempde. Als brede snelfietspaden nagestreefd worden, zullen er hier, bij goedkeuring van een arbeidsmigranten-huisvestigingslocatie op de Oude Rijksweg, zeer frequent arbeidsmigranten wandelen/lopen. Er is immers geen voetpad in het buitengebied beschikbaar, aldus de indiener. Deze toekomstige situatie is volgens indiener niet in lijn zijn met ambitie 6 op pagina 14 (De veiligheid en de beleving van veiligheid is verbeterd). Indiener is van mening dat de veiligheid van de snel fietsers hierdoor in gevaar komt. Het is namelijk niet aannemelijk dat de arbeidsmigranten allemaal achter elkaar zullen gaan lopen op het gescheiden fietspad van de Oude Rijksweg. Deze situatie geldt volgens indiener ook voor het verlengde van de Oude Rijksweg, zijnde de Eindhovenseweg, richting de rotonde met de passer naar Boxtel centrum.

47

Antwoord: De door u aangehaalde punten zijn onderdeel van de uitwerking van de omgevingsvisie, zie ook de toelichting in hoofdstuk 2 van deze nota. Onder 'Doorwerking' zijn in de omgevingsvisie de nog op te stellen programma's opgenomen, die nodig zijn om de door de gemeenteraad in 2022 vastgestelde ambities te realiseren. De door u genoemde onderwerpen zijn relevant voor de -nog op te stellen programma's, zoals Economie, Mobiliteit en Vitaal Landelijk gebied. Uw zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de Omgevingsvisie. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten is door de gemeenteraad beleid vastgesteld 'Beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten gemeente Boxtel 2020'. Deze blijft van toepassing en staat los van de omgevingsvisie. Verkeerssituatie Liempdseweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345868

Indiener stelt dat het verkeer over de Liempdseweg beperkt dient te blijven tot bestemmingsverkeer met een fiets-, bromfiets-, en voetgangers-verbinding. Antwoord: Uitspraken over bestemmingsverkeer zijn niet op het abstractieniveau van een visie en worden opgenomen in een programma en/of verkeersbesluiten. Er dient vervolgonderzoek gedaan te worden waarbij opgemerkt moet worden dat gemotoriseerd verkeer niet op voorhand wordt uitgesloten. Fietsverbinding langs Eindhovenseweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345864

Indiener is van mening dat de fietsverbinding langs de Eindhovenseweg gewenst is. Hetzelfde geldt ook voor het veilig kunnen wandelen. Indiener stelt dat dit met name van groot belang is voor het deel vanaf Eindhovenseweg nr. 10 tot en met de Liempdseweg. Antwoord: We herkennen de wens en deze wordt opgenomen in het Programma Duurzame Mobiliteit. Hierbij beoordelen we de problematiek rondom de Eindhovenseweg in breed verband en ook in relatie tot de mogelijke ontwikkeling van Boxtel Zuid op lange termijn, zoals omschreven in de omgevingsvisie. Fietsverbinding A2 - Eindhovenseweg aantasting Dommeldal Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345864

Indiener is van mening dat een verbinding, van de A2 tot de Eindhovenseweg, een zware aantasting zou zijn van het Dommeldal, het Historisch Akkercomplex en de Ecologische rust. Indiener geeft aan dat er al een verbinding is, via een voetgangersbrug, over de Dommel. Wellicht kan er, ter plaatse van de brug over de Dommel van de Eindhovenseweg, een betere aansluiting komen voor voetgangers met de Lange Loop, om zo de brug gemakkelijker te kunnen benutten. Een andere mogelijkheid is wellicht om alleen voor voetgangers een brug over de Dommel te maken, in het verlengde van het doodlopend deel van de Europalaan. Antwoord: voor het bedoelde gebied ten zuiden van Boxtel is indicatief een pijl aangegeven als zoekgebied voor een toekomstige woon-werk locatie op de langere termijn. Dit zal verder moeten worden uitgewerkt in een gebiedsvisie in de vorm van een Programma onder de Omgevingsvisie. De ontsluiting en de fietsverbinding zullen hier een integraal onderdeel van uitmaken waar wij de suggestie van indiener bij zullen betrekken.

48

Verkeersveiligheid oude Rijksweg richting het Hollands Diep Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

Indiener reageert op de gevaarlijke verkeerssituatie bij het omhooggaande weggedeelte van de Oude Rijksweg richting de afslag naar het Hollands Diep. Er is daar geen gescheiden fietspad en de snelfietsers hebben daar een zeer smal wegdek te delen met auto’s, vrachtwagens en landbouwvoertuigen. Indiener heeft schriftelijk bevestiging gekregen dat de situatie van de snelfietsroute niet is meegenomen en het huidige wegvak ongewijzigd qua breedte zal blijven. Er is alleen gesteld dat dit te zijner tijd (dus na 2024) opnieuw zal worden bekeken zonder nu daar enige toezegging in te willen doen. Antwoord: Dit is een vraag op projectniveau en wordt uiteindelijk behandeld in de uitwerking van het verbeteren van het fietsnetwerk, mogelijk als of in combinatie snelfietsroute. We delen de zorg over het huidige gebruik en hebben er aandacht voor in het dossier Barrierweg (waar indiener mogelijk op doelt). Voor de Omgevingsvisie valt deze locatie daarmee onder het Programma Mobiliteit en krijgt daar verdere concrete aandacht of uitwerking.

49

3.4 Krachtige economie Het derde hoofdthema van de omgevingsvisie van Boxtel is ‘krachtige economie’. Dit hoofdthema gaat over de economische aspecten, zoals het vestigingsklimaat, kennis en innovatie en de arbeidsmarkt in de gemeente. Ook de transitie van duurzame landbouw en toerisme en recreatie zijn van belang in dit hoofdthema. De uitgangspunten die onder dit hoofdthema vallen zijn: bereikbare bedrijventerreinen, een goed vestigingsklimaat, agrarische bedrijvigheid en tot slot verduurzaming van bedrijventerreinen. De zienswijzen zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.

3.4.1 Bedrijventerreinen bereikbaar Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over de bereikbaarheid van bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie gemeente Boxtel.

3.4.2 Goed vestigingsklimaat Bestaande bedrijven vragen te vertrekken Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op het hoofdstuk ‘Krachtige economie’. Indiener vraagt zich af, waarom als er voor is gekozen om geen ruimte te bieden aan nieuwe bedrijven en dat er tegelijkertijd niet voor is gekozen om aan bestaande bedrijven die aan die criteria voldoen (veel ruimte, weinig toegevoegde waarde, zoals VION) te vragen is om te vertrekken. Antwoord: Het vragen aan bestaande bedrijven die rechtmatig hun bedrijf opereren om te vetrekken is niet aan de orde, en valt niet onder de Omgevingsvisie. Doelstelling energieneutraal Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

Indiener vindt dat op het gebied van energieconsumptie Boxtel bepaalde bedrijven niet welkom hoeft te heten, of bestaande bedrijven te faciliteren (bijv. datacenters). Indiener is van mening dat deze bedrijven de gemeente Boxtel niet helpen om bij te dragen aan de doelstelling om energieneutraal te worden in 2040. Antwoord: Sinds kort mag er maatschappelijk geprioriteerd worden bij de aanvraag om nieuwe en uitbreidingen van bestaande grootzakelijke aansluitingen. Die prioritering is aan de provincie samen met de netbeheerders en regio. Maar ook daarbij krijgen maatschappelijk gewenste bedrijven die een bijdrage leveren in het verminderen van de netcongestie voorrang. Vervuilende industrietak Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

Indiener reageert op pagina 31: 'We bieden geen ruimte aan bedrijven die veel ruimte innemen en weinig meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel, zoals grote logistieke dienstverleners'. Indiener is van mening dat de ontwerpvisie een stuk duidelijker is, als bovenstaande wordt aangevuld met 50

bedrijven die een relatief grote uitstoot aan stikstof veroorzaken, danwel onderdeel van een sterk vervuilende industrietak zijn (oftewel een grote ‘footprint’) veroorzaken. Antwoord: Onder meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel vallen meerdere onderwerpen. Hierbij wordt ook gekeken naar uitstoot en branche. De tekst wordt niet aangepast. Waterstofhub Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener reageert op de volgende passage op pagina 30: ‘We bieden geen ruimte aan bedrijven die veel ruimte innemen en weinig meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel, zoals grote logistieke dienstverleners.’ Indiener vindt dat hiermee de mogelijkheid van een waterstofhub meteen van de tafel is geveegd. Indiener stelt hierover de volgende vragen: 1. Deelt de gemeente deze mening? Zo nee, waarom niet? 2. Als men echt de mogelijkheid van een waterstofhub open wil houden, dan moet in de OOB in de laatst geciteerde paragraaf een uitzondering gemaakt worden voor de waterstofhub, aldus de indiener. 3. Deelt de gemeente deze constatering? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke aanpassing maakt zij in de OOB?" Antwoord: 1) We delen de mening niet. Op dit moment is niet bekend wat het ruimtebeslag is van een waterstofhub en een waterstofhub is ook geen voorbeeld van een grote logistieke dienstverlener. 2) Het ruimtebeslag kan dus ook relatief klein zijn. Daarnaast kan een waterstofhub ook randvoorwaardelijk zijn voor nieuwe vormen van bedrijvigheid die door de strategische ligging van Boxtel aan de Delta Rhine Corridor en A2 aangetrokken worden en ook Boxtel veel meerwaarde kunnen leveren. 3b) Wij delen deze constatering niet omdat zelfs in het geval dat een waterstofhub veel ruimte inneemt, het een grote meerwaarde kan hebben voor de gemeente Boxtel.

Er is dus geen noodzaak tot aanpassing. Detailhandel in de toekomst Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener verwijst naar de volgende passage op pagina 31: ‘Het ondernemende Boxtel koestert het goede vestigingsklimaat, zowel voor de bedrijven als de horeca en de detailhandel.’ Indiener benoemd dat horeca en detailhandel laagwaardige vormen van werk zijn; veel uren voor een beperkt salaris. Internet neemt langzaam maar zeker een groot deel van de detailhandel over. Het is logistiek veel milieuvriendelijker dan detailhandel in winkels, omdat het aantal verkeersbewegingen veel kleiner is, aldus de indiener. Op de wat langere termijn kan een groot deel van de menselijke inzet voor het transport, laden en lossen vervangen worden door robotisering en autonome voertuigen, aldus de indiener. 1. Indiener vraagt zich af of de gemeente Boxtel deze constatering deelt? Zo nee, waarom niet? 2. Indiener vraagt zich af of het niet verstandiger is om v.w.b. detailhandel uit te gaan van een sterke daling en een daarop afgestemde visie te ontwikkelen?" Antwoord: De constateringen van indiener worden niet onderschreven. Voor een aantrekkelijk centrumgebied zijn horeca en detailhandel volgens de gemeente ook in de toekomst belangrijk. De opmerking met betrekking tot laagwaardige vormen van werk wordt niet gedeeld. De sectoren horeca en detailhandel bieden werkgelegenheid waar ook behoefte aan is. Boxtel is bovendien 51

bekend om het rijke horeca-aanbod. Ten aanzien van detailhandel wordt opgemerkt dat verkoop via internet niet per definitie milieuvriendelijker is, eerder milieuonvriendelijker door de vele transportbewegingen. Bovendien is er door de verkoop via internet veel vraag naar arbeid in de vorm van bijv. orderpicking in magazijnen. Dit wordt zeker niet als een hoogwaardigere vorm van arbeid gezien t.o.v. de reguliere detailhandel of horeca. De suggestie voor de ontwikkeling van beleid op het gebied van detailhandel wordt meegenomen in de uitwerking van een programma voor de kern Boxtel en in het omgevingsplan. Weren van slachterijen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346073

Indiener (Groene Hart) reageert op het volgende: 'De gemeente Boxtel onderscheidt zich door een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven.' Indiener vindt dat deze doelstelling tot het weren van slachterijen dient te voeren. Antwoord: De gemeente faciliteert een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven. We bieden geen ruimte aan bedrijven die veel ruimte innemen en weinig meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel, zoals grote logistieke dienstverleners. Inkomstenbronnen door bedrijvigheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat een gemeente geld nodig heeft om te kunnen functioneren. De OOB stelt onder andere grenzen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de vestiging van bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid leidt weer tot inkomstenbronnen voor de gemeente, aldus de indiener. 1. Indiener vraagt zich af of (industriële) bedrijvigheid alleen via de OZB als inkomstenbron voor een gemeente fungeert. Zo nee, op welke manieren nog meer? 2. Indiener vraagt zich af, als er meer manieren zijn, is hier rekening mee gehouden bij het opstellen van de OOB? Antwoord: In het kader van deze omgevingsvisie is er geen onderzoek gedaan naar inkomstenbronnen van bedrijvigheid, of welke andere functie dan ook. Dit behoort niet tot het kader van een Omgevingsvisie.

3.4.3 Agrarische bedrijvigheid Huidige problematiek agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener (ZLTO) vindt dat in het stuk niet duidelijk wordt wat de gemeente gaat doen voor de huidige agrariërs en de problematieken waar zij tegenaan lopen. Indiener vraagt hoe gaat de gemeente deze problematieken gaat wegnemen om daadwerkelijk stappen te kunnen zetten. Antwoord: wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied.

52

Leegloop en toekomstperspectief agrarische bedrijven Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over leegloop en het toekomstperspectief van agrarische bedrijven. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899

Indiener benoemd dat op veel plaatsen in Boxtel agrarische bedrijven zijn gestopt. Er zijn minder agrarische bedrijven actief dan er wordt aangenomen. Op verschillende plaatsen is er al een leegloop van agrarische bedrijven. Indiener benoemd dat er door forse afname van het aantal land- en tuinbouwbedrijven binnen 10 jaar bij verdere beperkingen de economische drager voor het buitengebied dreigt weg te vallen. De huidige en overgebleven agrarische bedrijven mogen volgens indiener geen belemmeringen krijgen door de nieuwe ontwikkelingen, zodat er ook in 2040 nog een diversiteit is van agrarische bedrijven in en producten uit Boxtel. Volgens indiener moet er naast ruimte voor extensieve bedrijven en bedrijven met nevenactiviteiten ook ruimte zijn en blijven voor gangbare agrarische bedrijven en extensieve bedrijven. Local voor Local productie is volgens de indiener maar een kleine nichemarkt. De doorsnee Boxtels Burger gaat naar de supermarkt en niet naar de boerderijwinkel. De gemeente onderschat de hoeveelheid blijvende agrarische bedrijven en de interesse van stoppende agrariërs die een rol zouden willen spelen in het onderhoud van het buitengebied. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995

Indiener ziet in dit huidige ontwerp van de omgevingsvisie weinig perspectief voor de landbouw. Indiener is zelfs bang dat er over een jaar of 10 pas het besef komt dat de landbouw hun perspectief ontnomen is, en er geen leefbaar en goed onderhouden buitengebied meer is. Indiener zou willen benadrukken om zuinig te zijn op onze toekomstige agrariërs en ze het niet moeilijker te maken dan wettelijk al gedaan wordt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039

Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat er een zichtbare afname is van agrarische bedrijven in Boxtel. Het gebrek aan ondersteuning voor de overgebleven bedrijven baart indiener zorgen. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat de economische levensvatbaarheid van het buitengebied onder druk staat door beperkingen en een afnemend aantal agrarische bedrijven. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat het behoud van diversiteit in agrarische bedrijven en producten gegarandeerd moet worden. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat er ruimte dient te blijven voor gangbare agrarische bedrijven, naast extensieve bedrijven en lokale productie. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat de gemeente de waarde van blijvende agrarische bedrijven en hun rol in het landschapsbeheer lijkt te onderschatten. Antwoord: wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied. Stopzetting agrarische bedrijven Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de stopzetting van agrarische bedrijven. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt.

53

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346043

Indiener is van mening dat de beperkingen en regelgeving zullen leiden tot verdere stopzetting van agrarische bedrijven, wat kan leiden tot verpaupering van het buitengebied en het wegvallen van economische spelers. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345922

Indiener merkt op dat er de laatste jaren veel agrarische ondernemers zijn gestopt in het landelijk gebied. Daardoor zijn er veel recreatie- en neven activiteiten en woningen in het buitengebied bij gekomen. Indiener vraagt zich af of het buitengebied er daardoor ook mooier op geworden is. Met deze plannen vallen de agrarische gebieden bijna weg. Antwoord: wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied. Ruimte voor agrarische bedrijvigheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937

Indiener merkt op dat er nu al veel minder agrarische bedrijven zijn dan de gemeente zelf inzichtelijk heeft. Indiener geeft aan dat er voldoende ruimte moet zijn voor de gangbare agrarische bedrijven. Hier zullen de meeste burgers gebaat bij zijn als het om eten of om andere producten gaat, aldus de indiener. Antwoord: Naast dat het om de hoeveelheid agrarische bedrijven gaat, is de omgevingsvisie vooral ook gericht op de kwaliteit van voedselproductie. De landbouw is en blijft een belangrijke landschappelijke drager als voedselproducent, zoals in de omgevingsvisie is genoemd. Met innovatie en bijvoorbeeld voedselproductie in coöperatief verband kan ook perspectief worden geboden voor de agrariërs. Visiekaart kleinschalige woningenbouw bij stoppende agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) merkt op dat het hoofdstuk ‘krachtige economie’ zo algemeen blijft. Indiener stelt voor om daar waar geldt dat (kleinschalige) woningbouw denkbaar is, en agrariërs willen stoppen, dit te koppelen aan de visiekaart en een concrete plek aan te wijzen. Antwoord: De gevraagde aanpassing over het aangeven op kaart van concrete plekken voor (kleinschalige) woningbouw op locaties van stoppende agrariërs past niet bij een visie op hoofdlijnen richting 2040. Het onderwerp wordt de komende jaren uitgewerkt in o.a. een programma Vitaal landelijk gebied en er is beleid voor Vrijkomende Agrarische bebouwing in voorbereiding (vaststelling najaar 2024). Voor het toevoegen van woningen moet altijd een locatie specifieke afweging worden gemaakt waarin ook de belangen van agrarische bedrijven worden meegewogen die niet van plan zijn om te stoppen.

54

Randvoorwaarden voor verandering functie of verdienmodel Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener vraagt wat de ‘bepaalde randvoorwaarden’ zijn waarbinnen agrariërs die willen stoppen hun verdienmodel kunnen veranderen. Indiener vraagt daarbij ook op welke manier bestaande (agrarische) functies beschermd worden tegen deze ontwikkelingen. Antwoord: De omgevingsvisie 2040 is een visie op hoofdlijnen. Momenteel wordt ook gewerkt aan nieuw beleid voor de vrijkomende agrarische bedrijfslocaties (vaststelling najaar 2024). Daarin wordt nader invulling gegeven aan de randvoorwaarden waaronder functiewijziging plaats kan vinden van bestaande agrarische bedrijven. Omschakeling is alleen mogelijk binnen de wettelijke kaders en is niet mogelijk zonder een integrale afweging, waarbinnen de belangen van omliggende agrarische bedrijven worden meegenomen. Windmolens op rest-erf van agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat op pagina 31 staat: ‘Agrariërs die willen stoppen krijgen de mogelijkheid om binnen bepaalde randvoorwaarden van functie of verdienmodel te veranderen. Voor de gebouwen en erven ligt hierbij de nadruk op kleinschalige recreatieve voorzieningen en duurzame energieopwekking.’ 1. Indiener vraagt om ‘erf’ te definiëren. Indiener neemt aan dat dit het stuk grond is waarop de gebouwen staan met een klein randje grond er omheen. De echte 'open landbouwgronden' horen hier niet bij. Klopt dit? 2. Zo’n erf zal in de meeste gevallen buiten het 'zoekgebied windmolens', zoals op de kaart aangegeven, vallen, aldus indiener. Indiener benoemd dat in de tekst de zoekgebieden nergens zijn beschreven. a. Indiener vraagt zich af of dit een middel is om stoppende boeren in staat te stellen straks op hun eigen rest-erf windmolens te plaatsen, om te zorgen dat zij financieel rond kunnen komen? b. Indiener vraagt zich af of deze mogelijkheid ook open staat voor ‘rest-erven’ buiten een ‘zoekgebied windmolens’? c. Indiener vraagt zich af of dit de eerdere opmerking van indiener bevestigt over: windmolens op boerenerven van stoppende boeren buiten 'zoekgebieden voor wind', zoals aangegeven op kaart Antwoord: De uitwerking van het beleid voor Vrijkomende Agrarische Bedrijfsgebouwen heeft een eigen proces.

Dat wordt op dit moment vormgegeven en in het najaar ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. In dat nog vast te stellen beleid werken we de kaders uit voor de mogelijkheden op vrijkomende agrarische locaties. Mogelijkheden voor bedrijfslocaties in het buitengebied Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1343822

Indiener (Cumela Nederland) verzoekt om het bestaansrecht van de (lid-)bedrijven (in het buitengebied) te erkennen en om met omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen die voor de bedrijven relevant zijn. Dit geldt in relatie tot de vigerende vestigingslocatie 55

en de uitvoering van werken met ‘de plicht’ die bedrijven hebben om invulling te geven aan de omgevingswaarden, beheer en behoud van de openbare ruimte in brede zin en op het gebied van lokale circulaire economie en duurzaamheid. Indiener vraagt om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen, uitbreiden en om nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. Indiener (Cumela Nederland) geeft aan dat de ligging van zijn bedrijven in het buitengebied, ten opzichte van industrieterreinen, essentieel is. Voornaamste redenen zijn: 1) Het voorkomen van hinderlijke verkeerssituaties, omdat onstluitingswegen niet altijd berekend zijn op machines. 2) Het voorkomen van onnodige verkeersbewegingen. 3) Het werk van deze bedrijven bevindt zich veelal in het buitengebied, aldus de indiener. Antwoord: De keuzes voor het kunnen doorontwikkelen van bedrijven op bestaande locaties en nieuwvestiging vallen buiten het kader van deze Omgevingsvisie 2040. De diversiteit in bedrijven is groot, waardoor op voorhand geen algemene uitspraak mogelijk is over de juiste vestigingslocatie. Deze komen aan de orde in programma's, zoals Vitaal Landelijk gebied en Economie. Het omgevingsplan voorziet in de juridische regeling. Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=56fcb15c-d68e-4c58-b1af-8d5086c64ce8