Agendabundel
Tekst van het document
zijn geen nest(rest)en of sporen (zoals braakballen of krijtstrepen) van
2000-gebieden is 'Kampina en Oisterwijkse Vennen' op circa 370 meter
een soort met jaarrond beschermd nest aangetroffen. Hierdoor kunnen
Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor
ten westen van de planlocatie. Indien er sprake zou zijn van een effect,
broed-locaties van soorten als kerkuil, steenuil en huismus worden uit-
alle ‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat na-
betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename
gesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied zijn
delige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of onge-
van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het
tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sper-
daan gemaakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten
plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid
wer en ransuil aangetroffen, al is een nest door het aanwezige blader-
van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of na-
en trillingen uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de re-
dek niet volledig uitgesloten. Wel kunnen in het opgaand groen rond het
tuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige ge-
alisatie van een zonneweide en bijbehorende installaties betreft, kan
plangebied mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggen-
volgen kunnen worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen pre-
een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en
mus, zwartkop, winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden ko-
ventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te
gebruiksfase op de omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het
men. Binnen het plangebied kan incidenteel een soort als graspieper of
voorkomen.
planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is er een
kievit tot broeden komen. Het plangebied heeft weinig tot geen waarde
stikstofdepositieberekening uitgevoerd, welke is opgenomen in als bij-
als (essentieel) leefgebied voor vogels gezien het kale karakter. In de
lage 4 van onderhavige ruimtelijke motivering.
toekomstige situatie kan de kruidenrijke vegetatie zorgen voor een
toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet
schermde soorten (art. 11.54 Bal) met een lichte toets verleend. Voor de
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft
hoogwaardiger leefgebied.
op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken
De elektrische werktuigen zullen op een emissievrije manier worden op-
te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet
geladen. Hiervoor zal een vergunningvoorschrift worden opgenomen.
In de verdere omgeving van het plangebied zijn echter wel enkele
door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een
Op basis hiervan blijkt uit de uitgevoerde berekeningen dat bij zowel de
broed-gevallen of nestlocaties bekend van de steenuil en de kerkuil. Mo-
alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan
aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan
gelijk valt het plangebied gedeeltelijk binnen het territorium van deze in-
plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal een ontheffing / omgevings-
0,00 mol/ha/jaar. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op
dividuen. In de huidige situatie is er enkel opgaand groen, en daarmee
vergunning voor een flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelin-
Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
zichtposities, voor deze soorten aan de rand van het plangebied. Bij de
gen aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk be-
Overige externe effecten kunnen vanwege de grote afstand tot Natura
toekomstige inpassing worden meerdere groen inprikkers binnen het
lang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde
2000-gebieden eveneens worden uitgesloten.
zonnepark voorzien. Hierbinnen worden tevens bomen aangeplant,
soorten niet in het geding komt. De ontheffing / vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.
Zonnepark Boxtel-Beerze
waardoor de zichtposities en daarmee foerageermogelijkheden worden Houtopstanden
vergroot. Daarnaast wordt het agrarische karakter van het plangebied
Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwingscontour houtkap
veranderd doormiddel van het plaatsen van groenelementen en het in-
bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is
zaaien van kruidenrijk grasland, waardoor de hoeveelheid prooidieren
30
(muizen, pieren) zal toenemen. Tegen de westgrens van het zonnepark
Grondgebonden zoogdieren
Specifieke zorgplicht
is een natte zone met wadi’s en poelen voorzien. Door deze inpassing
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen
Het plangebied bestaat uit enkele akkers. De kans op aanwezigheid van
zal het aantal woelmuizen in de omgeving toenemen. Woelmuizen zijn
van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel)
en de daarbij behorende negatieve effecten op soorten van de rode lijst
teven een belangrijke voedselbron voor zowel steenuil als kerkuil. Er zijn
leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op
is daarmee zeer laag. Een overtreding met betrekking tot de specifieke
geen negatieve effecten te verwachten op beide soorten, mede gezien
de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten
zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits algemene zorgplichtmaatre-
de nieuwe inpassing binnen het plangebied. Gezien het groen in de di-
en potentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader
gelen worden genomen om het doden en verwonden van individuen te
recte omgeving behouden blijft is er voldoende alternatief leefgebied
van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te
voorkomen.
aanwezig.
dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Invasie exoten
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met
Reptielen
In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend
een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kun-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptie-
van de grote waternavel, hemelboom, reuzenbalsemien, reuzenberen-
nen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de
len zijn op voorhand uitgesloten.
klauw, smalle waterpest. In het plangebied zijn echter geen waarnemin-
betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het op-
gen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.
gaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs
Amfibieën
geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels.
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel
5.12.3
In de wetteksten wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broed-
habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan
seizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half
staat van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke han-
alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het
augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van
delingen zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorg-
provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens
een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/af-
plicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventu-
het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt geno-
wezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van
eel passerende individuen.
men:
een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat
Vissen
veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
Conclusie
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden.
Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een con-
Vleermuizen
Ongewervelde diersoorten
Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaat-
schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.
trole moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten.
In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van in-
sen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen, indien verlichting gericht en uitschijnend op opgaand groen en open water vermeden
Vaatplanten
wordt.
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
dividuen te voorkomen. Op basis van onderhavige quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNB) niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van
Zonnepark Boxtel-Beerze
31
een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een
vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming.
5.13
Omgevingsveiligheid
5.13.1
Toetsingskader
Omgevingsveiligheid (voorheen: externe veiligheid) heeft betrekking op
windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in
een aandachtsgebied (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Er zijn drie typen aan-
het Bal.
dachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl):
In het van rechtswege ontstane omgevingsplan van de gemeente Sint-
brandaandachtsgebied;
Michielsgestel worden beperkingen met betrekking tot externe veiligheid
explosieaandachtsgebied;
genoemd, waarbij milieubelastende activiteiten, transportroutes en buis-
gifwolkaandachtsgebied.
leidingen aan bod komen (artikel 22.39b).
de mogelijkheden een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit van groot belang. De instructieregels van
Voor beperkt kwetsbare, kwetsbar en zeer kwetsbare gebouwen en beNaast de eerdergenoemde activiteiten die als risicobronnen worden be-
perkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied
schouwd, bevat het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobron-
moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden en moet ad-
nen:
vies bij de Veiligheidsregio worden ingewonnen (artikel 5.2 Bkl).
het Rijk hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl en het Bal. Kwetsbare gebouwen en locaties In het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en locaties’ waarvoor de regels bescherming bieden: 1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen); 2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties);
opslaan, bewerken en her verpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4);
5.13.2
opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (af-
Gezien de aard van de beoogde functie is er geen sprake van een
deling 5.1.2.5);
kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object dan wel van handelingen met ge-
exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosie-
vaarlijke stoffen. Omdat er slechts beperkt en kortdurend personen in
ven (afdeling 5.1.2.5);
het projectgebied verblijven, heeft de ontwikkeling geen invloed op de
opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik
hoogte van het groepsrisico.
(afdeling 5.1.2.5 Bkl).
3. Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties). Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. De aanwijzing van bovenstaande categorieën ‘gebouwen en locaties’ staat in bijlage VI van het Bkl. Risicobronnen Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage
Het plangebied valt binnen het brandaandachtsgebied van twee hogePlaatsgebonden risico
druk aardgasleidingen met de namen A-525-01 en A-525-05 zoals weer-
Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt
gegeven op het figuur op navolgende pagina. Rondom deze gasleidin-
door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarde voor het
gen dient er Conform art. 4. 1113 van het Bal een strook te worden vrij-
plaatsgebonden risico moet in acht genomen worden. De grenswaarden
gehouden met een afstand van 5 meter (zie figuur 19). Op de tot 'Lei-
voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot
ding - Gas' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dien-
gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar
ste van de gasleiding worden gebouwd waarbij de bouwhoogte niet
worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour
meer dan 3m mag bedragen. Daarnaast zijn aanlegwerkzaamheden
10-6-contour van een activiteit vallen.
verboden binnen deze zone, mits vooraf afstemming heeft plaatsgevon-
VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen. Het gaat om de volgende soorten activiteiten:
activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bal;
het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor;
buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal;
Zonnepark Boxtel-Beerze
Onderzoek
den bij de leidingbeheerder. Groepsrisico, aandachtsgebieden en voorschriftengebieden Het groepsrisico is een concretisering van de wettelijke verplichting dat het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet inhouden ook met het oog op het waarborgen van de veiligheid. Het groepsrisico gaat over de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen
32
De afstand tussen de panelen/transformatoren en de belemmeringstrook van de gasleiding is (minimaal) circa 3 meter en daarnaast is de afstand van de belemmeringstrook en de gasleiding zelf circa 5 meter. 5m
5m
De afstand tussen de panelen en de gasleiding zal hierdoor ongeveer 8 meter zijn. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake kan zijn van lekstromen die de kathodische bescherming negatief beïnvloeden, wel zal na uitwerking van het technisch ontwerp van het zonnepark hierover duidelijkheid worden gegeven aan leidingbeheerder Gasunie.
Figuur 18 Uitsnede LIP, dubbelbestemming Leiding Gas met een strook van 5 m aan beide zijdes
Advies veiligheidsregio T.b.v. het planvoornemen is er advies opgevraagd bij de veiligheidsregio
Initiatiefnemers zijn in een vroeg stadium (januari 2023) met Gasunie in overleg getreden om te bepalen hoe de realisatie van het zonnepark de werking van de leiding niet zal aantasten. Ten behoeve van de ontwikkeling is door initiatiefnemer het begeleidingsformulier ingevuld en naar Gasunie toegezonden. De correspondentie is in het kader van AVG op verzoek raadpleegbaar.
Brabant Noord. Dit advies is opgenomen in de bijlage en is meegenomen bij nadere planaanpassingen. 5.13.3
Conclusie
Wat betreft het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er zal nadere afstemming plaatsvinden over de gasleiding.
Kathodische bescherming Vanwege veiligheidsoverwegingen wordt in de ‘Handreiking plaatsing zonneweide nabij een stalen buisleiding’ gesteld dat er afstand dient te worden tussen de zonnestroominstallatie en leidingen (ofwel belemmeringstrook). Indien een zonnepark te dicht wordt gebouwd op gasleidingen kan door middel van zogenoemde zwerfstromen de kathodische bescherming worden aangetast. In de handreiking is vermeld dat tot de rand van de belemmeringenstrook rond hogedruk aardgasleidingenzonne-installties zijn toegestaan. Hierbij zijn voorwaarden aan gebonden. Denk hierbij aan mogelijkheden als lekstroomdetectie (RCD) en van detectie (impedantie) op de ingang van de omvormer. Verder zullen er na het technisch detailontwerp bekeken moeten worden of sprake is van mogelijke beïnvloeding, hoe deze te voorkomen met eventuele maatregelen.
Zonnepark Boxtel-Beerze
33
Figuur 19 Uitsnede Atlas Leefomgeving met projectie zonnepark Boxtel Beerze
Zonnepark Boxtel-Beerze
34
5.14
Trillingen
5.15
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
zal het initiatief geen negatieve effecten in verkeerskundig opzicht ople-
5.14.1 Toetsingskader Trilling kan nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke
5.15.1
Toetsingskader
veren.
leefomgeving. De Omgevingswet beschermt (delen van) trillinggevoelige
sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat
Parkeren
gebouwen en de mensen die daarin verblijven tegen trillingen van activi-
het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag
De zonneweide betreft een bedrijfsmatige functie, maar van vaste werk-
teiten (art. 5.80 Bkl). Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie,
geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden.
nemers of verblijvende personen ter plaatse is geen sprake. Incidenteel
Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of
onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en de bijbehorende nevengebruiksfuncties.
zal er sprake zijn van een parkeerbehoefte bij onderhouds-, beheer-, Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrek-
controlewerkzaamheden e.d. In dat geval kan gebruik worden gemaakt
kende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt
van de ruimte die hiervoor gereserveerd is langs het noordelijke onder-
Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen (zoals woningen)
van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in
houdspad. De incidentele parkeerbehoefte kan daarmee in voldoende
in de buurt van spoorwegen moet het aspect trilling worden beoordeeld
grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publi-
mate worden opgevangen op eigen terrein. Gelet op de beperkte aan-
in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
catie 381). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indica-
wezigheid van personen voor onderhouds-, beheer-, controlewerkzaam-
Zo moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van een spoor-
tie van de met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie.
heden is het aanleggen van permanente verharde parkeerplaatsen niet
weg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen
Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen.
noodzakelijk.
is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan
De CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden.
weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn als er
Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeer-
5.15.3
reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand
normen vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten vol-
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het
dan 100 meter bestaan.
doen.
initiatief.
Om de mogelijke trillingshinder in kaart te brengen kunnen de SBR-richtlijn, de Beleidsregel Trillingshinder Spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt.
5.15.2
Conclusie
5.16
Water
Verkeer
5.16.1
Toetsingskader
In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit agrarische gronden.
Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden
De nieuwe functie heeft een verwaarloosbare verkeersaantrekkende
in de effecten van de ontwikkeling op stedelijk afvalwater, grondwater en
werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van incidenteel verkeer ten be-
hemelwater (par. 5.1.3.1 Bkl). De weging van het waterbelang zorgt er
De ontwikkeling maakt geen trillinggevoelige gebouwen of trillinghinder
hoeve van onderhoud, controle en beheer van de zonneweide en de
voor dat per ontwikkeling de klimaatbestendigheid van het watersysteem
veroorzakende activiteiten mogelijk. Een nadere toetsing aan dit aspect
groene inpassing. Hierbij is uitgegaan van maximaal 2 motorvoertuigbe-
en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de plan-
kan daarom redelijkerwijs achterwege blijven.
wegingen (lichte busjes) per maand. Er zal gebruik worden gemaakt van
vorming worden betrokken. Daarbij is het van belang dat er op een ge-
de bestaande infrastructuur.
structureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente
5.14.2
5.14.3
Onderzoek
Onderzoek
Conclusie
plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van
Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
In de aanlegfase van de zonneweide zal wel (tijdelijk) een toename
belang is.
plaatsvinden van verkeer. Het gaat hier onder meer in de vorm van vrachtwagens en busjes die de materialen komen leveren. Gelet op de tijdelijkheid van de verkeersbewegingen en het relatief beperkte aantal
Zonnepark Boxtel-Beerze
35
5.16.2
Onderzoek
Op basis van de verwachte bodemopbouw zal er een goede tot matige
Ten behoeve van het planvoornemen is een weging van het waterbe-
(verticale) doorlatendheid aanwezig zijn in het plangebied. Volgens de
lang opgesteld. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn navol-
kwel- en infiltratiekaart van de provincie Noord-Brabant ligt het plange-
gend beschreven. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 3 van
bied in een gebied waar kwel kan optreden. Het plangebied ligt niet bin-
onderhavige motivering.
nen een grondwaterwingebied of -beschermingsgebied.
Watersystemen
Binnen en in de ruime omgeving van het plangebied zijn verschillende
Bodemopbouw en grondwater
grondwatermonitoringspunten bekend bij het BROloket. Op basis van
Van de onderzoekslocatie is diverse informatie geraadpleegd bij o.a. het
deze meetreeksen kan een inschatting gemaakt worden van de lokale
Omgevingsloket, BRO-loket, bodematlas Noord-Brabant, bodemdata
verwachte grondwaterstanden. Tevens is gekeken naar de indicatieve
Nederland en ons eigen archief. Volgens de geomorfologische kaart van
kaart met grondwaterstanden van waterschap de Dommel. Binnen het
Nederland (2023) ligt het plangebied gedeeltelijk op een beekdalbodem,
plangebied komt naar verwachting een GLG voor tussen 1,0 (westelijk
dekzandrug en vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss.
en zuidelijk) en 1,6 m +NAP (oostelijk). De GHG binnen het plangebied Figuur 21 Bodemkaart 2023 (bron: BROloket)
komt naar verwachting voor tussen 0,2 (westelijk) en 0,6 (oostelijk) m
De verwachte bodemopbouw bepaald middels het BRO-loket wordt
+NAP.
schematisch weergeven in navolgende tabel. Verwachte bodemopbouw (bron: BRO-loket)
Diepte (m-mv)
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 2,2
Holocene afzettingen, complexe eenheid (enkel ter hoogte van beekdalbodem)
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
2,2 – 16,4
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig klei en grof zand
16,4 – 19,3
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand
Figuur 20 Geomorfologische kaart 2023 (bron: BROloket)
Volgens de Bodemkaart komt binnen het plangebied naar verwachting westelijk een beekeerdgrond met oostelijk eenhoge zwarte enkeerdgrond voor. Deze is naar verwachting opgebouwd uit leemarm en zwal
19,3 – 27,8
Formatie van Boxtel
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand
Figuur 22 Indicatieve grondwaterstanden binnen het plangebied (bron: Waterschap Dommel)
Oppervlakte water Rondom het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig die onder het beheer van het waterschap De Dommel vallen. Door het waterschap
lemig fijn zand.
wordt onderscheid gemaakt tussen A- en B-watergangen op basis van
Zonnepark Boxtel-Beerze
36
de functie en omvang van de watergang. A-watergangen zijn de belang-
plaatse van Regionale waterberging strekt mede tot behoud van het wa-
infiltratiesnelheid is onder andere afhankelijk van de lokale bodemop-
rijkste wateren met een afvoer van minimaal 30 liter per seconde of met
terbergend vermogen van dat gebied. Middels het planvoornemen dient
bouw en optredende grondwaterstanden. Indien noodzakelijk voor de
een bijzondere functie. B-watergangen zijn minder belangrijke wateren
het waterbergend vermogen binnen het plangebied behouden te blijven.
(natuur)ontwikkeling kan (indicatief) een beter beeld van de lokale bo-
met een afvoer tussen de 10 - 30 liter per seconde. In onderstaande af-
demopbouw verkregen worden door het plaatsen van profielboringen en
beelding zijn de aanwezige A- en B-watergangen weergegeven. Noord-,
enkele infiltratiemetingen.
zuid-, en Westelijk grenst een A-watergang. Centraal en omliggend van
Aanbrengen van verhard oppervlak leidt tot versnelde afstroom van he-
het plangebied zijn er enkele B-watergangen. A-watergangen hebben
melwater. Dit is slecht voor het waterhuishoudkundige systeem doordat
een beschermingszone van 5 meter gemeten vanaf de insteek. Hierbin-
er minder vocht de bodem in trekt en hemelwater versneld naar het op-
nen mogen geen obstakels of bepaalde werkzaamheden zonder omge-
pervlaktewater wordt afgevoerd. Des te meer hemelwater de bodem in
vingsvergunning plaats vinden in verband met o.a. het onderhoud aan
kan trekken, des te kleiner wordt de kans op wateroverlast en droogte.
de watergang. De beschermingszone van de west- en zuidelijk gelegen
Echter de kwaliteit van het hemelwater mag niet verslechteren en bin-
primaire watergangen vallen niet binnen de grenzen van het plangebied.
nen het plangebied mogen geen handelingen plaatsvinden die de
Noordelijk ligt het plangebied wel binnen de grenzen van de bescher-
milieuhygiënische condities van het water schaden.
mingszone. Verder valt het plangebied west- en zuidelijk binnen de grenzen van een profiel van vrije ruimte. Hierbinnen is het verboden
Klimaatadaptatie
zonder vergunning een werk te plaatsen, te wijzigen of te behouden. Als
Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden,
deze binnen het plangebied vallen, dienen de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte opgenomen te worden in de plantekeningen.
Figuur 21 Uitsnede leggerkaart met aanduiding plangebied (bron: waterschap De Dommel)
Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de planontwikkeling/-invulling.
tervergunning verplicht. Het planvoornemen ziet echter niet op aanpassingen aan de aanwezige B-watergangen. In het huidige ontwerp zijn behoudens de plaatsing van enkele duikers ten behoeve van een toekomstig onderhoudspad geen werkzaamheden gepland binnen het oppervlaktewater. Voor de aanleg van een duiker en voldoen aan de regels in de waterschap verordening volstaat naar verwachting een melding voor de aanleg van deze duikers. Dit is voornamelijk afhankelijk van het type watergang en de lente. Verder blijkt dat nabij de watergangen sprake is van een natuurlijk overstromingsgebied. Een nadere toelichting van de regels is opgenomen in de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant. Een omgevingsplan ter
Zonnepark Boxtel-Beerze
afgewisseld met perioden van droogte. De gemeente Boxtel werkt samen met Brabant Water en waterschap Dommel aan water en klimaat-
Afvalwater
Voor het eventueel dempen van (delen van) B-watergangen is een wa-
zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker
Binnen het plangebied zijn geen panden aanwezig. Bij een zonnepark verblijven er geen personen op het perceel en zal ook geen afvalwater geproduceerd worden waardoor dit aspect geen belemmering vormt. Hemelwater Het plangebied is geheel onverhard (akkerland). Hemelwater kan derhalve lokaal in de bodem infiltreren of oppervlakkig afstromen naar de aanwezige oppervlaktewateren. Ten behoeve van het agrarisch gebruik zijn enkele grachten aanwezig welke voor de afvoer van overtollig water in nattere periodes instaan. Volgens de Bodematlas van Provincie Noord-Brabant ligt het plangebied binnen een gebied waar meestal kwel optreedt (gelegen nabij beekdal). De mogelijkheid tot infiltratie en de
adaptatie. Hierbij is het streefdoel om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Samen hebben ze de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Hieraan kan een plan een bijdrage leveren door dit zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Om de invloeden van de klimaatveranderingen in beeld te brengen heeft de gemeente een klimaatstresstest uitgevoerd. De gemeente Boxtel is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie waarin de gemeentelijke ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn worden vastgelegd. De gemeente Boxtel zal inspanningen moeten leveren om de in deze visie vastgestelde doelen te realiseren. Aan de hand van een omgevingsplan kunnen regels worden vastgesteld om de gemeentelijke doelen te bereiken. Het is van belang om Nederland klimaatbestendig en water robuust in te richten. Risico’s voor waterveiligheid, wateroverlast en droogte mogen ondanks de klimaatverandering niet toenemen. Ook in de gemeente Boxtel
37
is er sprake van verdroging en hittestress. Hier kan de gemeente iets
toekomstige gebruik als zonnepark (geen bewoonde bebouwing en in-
Hemelwater kan verder rechtstreeks tussen de panelen infiltreren in de
aan doen door vergroening van de leefomgeving en het openbaar ge-
stallaties op stellingen) speelt het grondwater geen belemmerende fac-
bodem welke ingezaaid wordt met gras. Rondom een panelenveld wordt
bied, het grondwaterpeil door regenwater af te koppelen van het riool en
tor behoudens ter plaatse van de benodigde transformatorhuis(jes).
een vochtig bloem- en kruidenrijk grasland aangelegd.
lokaal vast te houden. Naast een voldoende hoge ligging dient water zo-
Voor de benodigde transformatorhuisjes wordt aanbevolen deze mini-
Binnen en rondom het plangebied zijn meerdere watergangen aanwe-
veel mogelijk groen en lokaal verwerkt te worden. De kwaliteit van de
maal 60 cm boven het maaiveld te plaatsen om wateroverlast te voorko-
zig. Voor het dempen van een overige watergang is geen vergunning
leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Naast het zo-
men. Deze transformators worden binnenplans opgenomen, geclusterd
benodigd. Rondom de A- en B-watergangen is een beschermingszone
veel mogelijk beperken van de hoeveelheid verhard oppervlak dient
achter elkaar, parallel aan de panelen, langs één centrale lijn op onder-
aanwezig (1 of 5 meter vanaf de insteek) waarbinnen het niet toege-
voorkomen te worden dat water bij hevige neerslag in de bebouwing te-
ling gelijke afstand georganiseerd.
staan om obstakels te plaatsen zonder toestemming van het water-
recht komt of afstroomt buiten het plangebied. Verder kan water zoveel
schap. In het huidige ontwerp zijn geen werkzaamheden gepland binnen
mogelijk hergebruikt of vastgehouden worden voor droge periodes. Dit
Indien er toegangswegen worden aangelegd is een lichte verhoging van
kan door de inpassing van hemelwaterinfiltratie, grondgebonden groen-
10 cm boven het bestaand maaiveld geadviseerd zodat (grond)water
de beschermingszone van de A-watergang.
structuren of groene daken. Middels bijkomend groen wordt het risico op
geen overlast oplevert. Bij normale wegen wordt een minimale ontwate-
Tevens dient de beschermingszone opgenomen te worden in de plante-
hittestress zoveel mogelijk beperkt.
ringsdiepte van 70 cm geadviseerd maar omdat het eigen toegangswe-
kening(en) als deze in het plangebied ligt. Dit is tevens een aandachts-
gen zijn voor een beperkt toegankelijk gebied, is een minimale ontwate-
punt voor de plaatsing van de geplande bomen.
Planvoornemen en afweging
ringsdiepte minder van belang en mag hiervan afgeweken worden. Toe-
Men is voornemend een nieuwe zonneweide aan te leggen binnen de
komstige onderhoudswegen worden net als de bestaande paden bij
Het plangebied ligt west- en zuidelijk binnen de grenzen van het profiel
gemeente Boxtel. Het plangebied wordt momenteel agrarisch gebruikt
voorkeur voorzien van een grof grindpakket op een doorlatend geo-
van vrije ruimte. Hierbinnen is het verboden zonder vergunning een
en is volledig onverhard, met enkele aanwezige oppervlaktewateren.
textiel (dikte afhankelijk van de benodigde draagkracht) waardoor grond-
werk te plaatsen, te wijzigen of te behouden. Dit verbod geldt niet voor
Het planvoornemen ziet toe op een meervoudig ruimtegebruik waarbij er
water geen overlast zal veroorzaken. Het perceel kan plaatselijk natuur-
het plaatsen, hebben of verwijderen van een afrastering als deze even-
aandacht is voor bijkomende waterbergingscapaciteit, vernatting en bij-
lijk overstromen waardoor delen (ligging afhankelijk van de bijkomende
wijdig aan of haaks op de insteek is geplaatst. Indien voor afrastering
komend groen (verhogen lokale biodiversiteit). Zo is het voornemen om
poelen en bassin(s) tijdelijk niet goed toegankelijk is. Dit vormt geen di-
wordt voldaan aan de algemene regel, kan een melding bij het water-
ter plaatse van de zonnepanelen bassins te creëren door de grond tot
recte overlast.
schap volstaan en is geen vergunning nodig. Tevens dient het profiel
maximaal 0,25 meter af te graven. Langs de Beerze worden poelen en boomgroepen aangelegd.
van vrije ruimte opgenomen te worden in de plantekening. Conform het geldende beleid is compensatie vereist vanaf een verhardingstoename van meer dan 500 m2 en kan tot 10.000 m2 gebruik ge-
Door de voorgenomen landschappelijke inpassing en rekening te hou-
Het terrein vertoont een gering hoogteverschil variërend van ca. 7,5 tot 8
maakt worden van de rekenregel (zie Algemene regels verhard opper-
den met het bestaand oppervlaktewater (en beschermingszones) met
en plaatselijk 8,4 en 8,6 m +NAP. De gemiddelde laagste grondwater-
vlak Brabantse waterschappen). Vanuit de gemeente dient compensatie
bijkomende hemelwaterverwerking zonder overloop naar aangrenzende
stand (GLG) ligt naar verwachting tussen 1,0 en 1,8 meter onder maai-
aangelegd worden vanaf 250 m2.
percelen wordt door het planvoornemen hydrologisch gezien positief
veld en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (HG) tussen ca. 0,2 en 0,6 m-mv.
ontwikkeld en is er ter plaatse en in de directe omgeving door het planDoor de aanleg van een zonnepark (panelen op stellingen met open
voornemen geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten (meer
grondoppervlak) en het planvoornemen met bijkomende wateropvang
opvangcapaciteit van water).
Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige
(bassins en poelen) is geen aanvullende compensatie noodzakelijk voor
grondwaterstanden worden gehandhaafd of zelfs verhoogd. Gezien het
het planvoornemen met beperkte verhardingstoename (alleen enkele wegen en de transformators waarvan het water lokaal verwerkt wordt).
Zonnepark Boxtel-Beerze
38
5.16.3
Conclusie
De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding. De realisatie van de zonneweide levert kansen op voor extra waterretentie en draagt bij aan het opwaarderen van het bestaande waternetwerk.
Zonnepark Boxtel-Beerze
39
6
6.1
Financiële en maatschappelijke verantwoording
bouwd, Waterschap de Dommel, Natuurmonumenten, Energiecoöperaties Boxtel en DEC Dommelstroom, Stichting het Groene Woud, Gasunie en Defensie Pijpleiding Organisatie, e.a. 6.2.2
Procedure omgevingsvergunning
Financieel-economische haalbaarheid
De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrek-
Tussen gemeente en initiatiefnemer zal een anterieure overeenkomst
king op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend be-
worden gesloten waarmee de financiële uitvoerbaarheid van het plan
stemmingsplan. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de om-
wordt gewaarborgd.
gevingsvergunning toegelicht.
6.2
Maatschappelijke verantwoording
Tervisielegging
6.2.1
Omgevingsdialoog
De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van
Novar heeft meerdere participatieactiviteiten georganiseerd om bewo-
zes weken ter visie gelegd. De aanvraag, de bijlagen en de bijbeho-
ners te betrekken bij de planvorming. In 2023 is er een openbare bijeen-
rende ruimtelijke motivering zijn onderdeel van de (ontwerp) omgevings-
komst georganiseerd om bewoners te informeren over de tenderuitslag
vergunning. Gedurende de termijn van de ter visie legging kan eenieder
van de gemeente en om vragen van bewoners te beantwoorden. De ge-
een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college
meente was zelf ook aanwezig op deze avond. Hierna zijn er enkele
van burgemeester en wethouders een definitief besluit over het afgeven
keukentafelgesprekken gevoerd met bewoners en is er een besloten
van de omgevingsvergunning (al dan niet met wijzigingen aan de ver-
buurtbijeenkomst georganiseerd voor de eerste kring omwonenden om
gunning).
input op te halen voor het inpassingsplan en voor participatie. Naar aanleiding hiervan is er een verbeterslag gemaakt in het plan en is er in
Beroep / hoger beroep
september 2024 een openbare bijeenkomst georganiseerd om bewo-
Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede
ners te informeren over het plan dat is ingediend voor vergunningsaan-
maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze
vraag. Niet alle wensen die bewoners hadden zijn overgenomen. Zo wil-
periode kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de omge-
den bewoners graag dat het zonnepark verplaatst zou worden naar een
vingsvergunning bij de rechtbank en later in hoger beroep bij de Afdeling
andere locatie en dat de panelen onder de 1m50 zouden blijven. De
bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroeps-
meeste wensen van bewoners hebben wel een plek gekregen in het
termijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het
ontwerp. Zoals bijvoorbeeld het uit het zicht nemen van de panelen door
verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden
een natuurlijke haag en bevordering van de biodiversiteit door een ge-
kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de om-
mengde haag met o.a. besdragende soorten.
gevingsvergunning.
Naast bewoners, zijn er ook gesprekken gevoerd met andere belanghebbende partijen, zoals CROLL, werkgroep Gemotiveerd en Onder-
Zonnepark Boxtel-Beerze
40
7
Belangenafweging en conclusie
In de voorliggende ruimtelijke motivering is het voornemen tot realisatie van een zonnepark op de locatie Boxtel-Beerze ten westen van het dorp Lennisheuvel en ten zuidwesten van de kern Boxtel. Het initiatief levert een bijdrage aan een zeer belangrijke doelstelling, namelijk de transitie naar duurzame vormen van energieopwekking. Tegen de gewenste ontwikkeling bestaan uit ruimtelijk en landschappelijk oogpunt geen bezwaren. Door middel van de voorgestelde landschappelijke inpassing, wordt de impact van het initiatief op het landschap beperkt. Bij de planontwikkeling is daarnaast ook gekeken naar het en ecologisch en water technisch meervoudig ruimtegebruik, waardoor de maatschappelijke meerwaarde van het project ook op andere beleidsdoelen een bijdrage levert. Aan de voorwaarden, die zowel het rijks-, provinciaal als gemeentelijk beleid stelt, wordt met de ontwikkeling voldaan. Daarnaast wordt de ontwikkeling niet belemmerd door aanwezige omliggende functies en treedt andersom geen onevenredige overlast voor omliggende functies op. Gelet op de afstand tot omliggende woonpercelen, is er ook geen sprake van schaduwwerking en met de hoogte van de zonnepanelen, wordt het uitzicht evenmin weggenomen. Bovendien zal geen schade wordt toegebracht aan omringende natuur- of landschapselementen en -structuren.
Daarmee past de realisatie van het initiatief binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Zonnepark Boxtel-Beerze
41
Separate bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Weging van waterbelang Bijlage 4: Stikstofonderzoek Bijlage 5: Technische tekeningen Bijlage 6: Vrijstelling bodemonderzoek Bijlage 7: Advies brandveiligheid zonnepark De Beerze Bijlage 8: Archeologisch onderzoek
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Zonnepark Boxtel-Beerze Gemeente Boxtel Bijlagenboek
Zonnepark Boxtel-Beerze
1
colofon
projectnaam Zonnepark Boxtel-Beerze datum 1 mei 2025 projectnummer P06384 opdrachtgever Novar BRO projectleider RTa projectteam WvdH bron kaft BRO review TAu en RTa
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Zonnepark Boxtel-Beerze
2
Inhoudsopgave Bijlage 1 - Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 - Quickscan flora en fauna
Bijlage 3 - Weging van waterbelang Bijlage 4 - Stikstofonderzoek Bijlage 5 - Technische tekeningen
Bijlage 6 - Vrijstelling bodemonderzoek Bijlage 7 - Advies brandveiligheid zonnepark De Beerze Bijlage 8 - Archeologisch onderzoek
Zonnepark Boxtel-Beerze
3
Bijlage 1 - Landschappelijk inpassingsplan
Landschappelijke inpassing Zonnepark Boxtel, gemeente Boxtel
colofon
projectnaam Landschappelijke inpassing Zonnepark Boxtel, gemeente Boxtel datum 29 april 2025 projectnummer P06384 opdrachtgever Novar BRO projectleider RT projectteam IB, TN bron kaft BRO review RT
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Gebiedskarakteristiek
5
3
Vigerende beleidskaders
7
4
Inpassingsplan
1.1 1.2 1.3
2.1 2.2 2.3
3.1 3.2 3.3 3.4
4.1 4.2 4.3 4.4
Aanleiding Initiatief Het plangebied
Ruimtelijke context Landschapskenmerken Cultuurhistorie
Bestemmingsplan Visie zonne- en windenergie Boxtel RES NOB 1.0 Kwaliteitsbijdrage
Ontwerpprincipe landschap Inpassingsmaatregelen Beplantingsindicatie en beheer Meerwaardecreatie
4 4 4
5 5 6
7 7 8 8
9
11 11 13 14
Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Novar is voornemens een zonnepark te realiseren op een aantal percelen in het buitengebied van de gemeente Boxtel. Novar (hierna: initiatiefnemer) maakt deel uit van de energietransitie in Nederland door aan ontwikkeling van grondgebonden zonneparken te werken. De gemeente Boxtel heeft een onderzoek laten verrichten naar de verwachte energiebehoefte in 2030. Doelstelling is om in 2030 energieneutraal te zijn. De verwachte energiebehoefte zal naar verwachting 3.5 PJ bedragen. Uitgaande van het huidige beleid kan maximaal 1.7 PJ duurzaam worden opgewekt. Het opwekken van meer duurzame energie is daarom noodzakelijk. De ontwikkeling van een zonnepark kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Naast de ontwikkeling van het zonnepark wil de initiatiefnemer ook een (maatschappelijke) meerwaarde creëren op het gebied van landschap, water- en ecologische aspecten. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient een landschappelijke inpassing te worden opgesteld, waarin aangetoond is dat het initiatief past binnen het landschap.
1.2
Initiatief
Het voornemen bestaat om de percelen 162, 167, 844, 888, 954, 956, en 1135 te sectie L aan de Scheepdonkseweg in te richten als zonnepark. De locatie waar het zonnepark is voorzien bestaat uit agrarisch gronden en heeft een ca. oppervlak van 12,68 ha. Het bruto oppervlakte voor panelen bedraagt 6,6 ha. Globaal begrenst tussen de Beerze (W) en bedrijventerrein Ladonk (O), zie figuur 1.
Beoogd initiatief is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken is een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Een voorwaarde voor nieuwvestiging van een zonnepark in landelijk gebied is dat er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing. Elke ontwikkeling in het buitengebied dient namelijk bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het betrokken gebied en de naaste omgeving. De landschappelijke inpassing richt zich op de uitstraling en de verankering van de ontwikkeling naar de omgeving toe en tevens op de interne ordening en inrichting van het perceel. Aspecten zoals oriëntatie, ligging, ontsluiting en toe te passen groenelementen worden hierin meegenomen.
1.3
Het plangebied
Het plangebied waarop de landschappelijke inpassing van toepassing is, ligt ten westen van het dorp Lennisheuvel en ten zuiden van de kern Boxtel. Het gebied ligt eveneens op korte afstand van het bedrijventerrein Ladonk. De gehele westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Beerze. De strook tussen de Beerze en het te ontwikkelen zonnepark is in eigendom van Natuurmonumenten. Deze rand wordt gekenmerkt door een dichte groenstrucuur die de Beerze begeleidt. Aan de noordzijde ligt de Scheepdonkseweg, een belangrijke voet- en fietsverbinding. De weg wordt begeleidt door een dubbele bomenrij. De oostzijde is begrensd door de Loxvenseweg met een vergelijkbare structuur als de noordzijde. Het agrarisch perceel vormt de begrenzing aan de zuidzijde. Het plangebied zelf kent een agrarische functie met een open karakter. Figuur 1: Overzicht plangebied
Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel
4
2
Gebiedskarakteristiek
2.1
Ruimtelijke context
Het plangebied ligt op de overgang van het beekdallandschap naar het kampenlandschap. Het is een landschap dat gekenmerkt wordt door beplanting langs de beek met een aanliggend kleinschalig landschap. Agrarische percelen bestaan uit graslanden. Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken zijn nog aanwezig, maar zijn door het samenvoegen van percelen ook deels verdwenen. Het gebied heeft een duidelijke verkaveling met greppels die haaks op de Beerze liggen. Deze structuur is in de loop der jaren voornamelijk bepaald door de afwateringsfunctie van het gebied. In het verleden kende het landschap nog een meer onregelmatig- en kleinschaliger karakter. Door de ruilverkaveling zijn veel van deze percelen samengevoegd tot grootschalige en rechte kavels. Beplanting op de perceelgrenzen is veelal verdwenen. Nieuwe structuren zoals de Scheepdonkseweg en de Loxvenseweg zijn opnieuw aangeplant en ondertussen uitgegroeid tot waardevolle groenstructuren.
2.2
hoog naar laag (nat naar droog). Ze zijn het resultaat van een eeuwenlange bemesting van akkers op de voedingsarme hogere dekzandgronden waardoor deze kunstmatig hoger zijn komen te liggen. Visueel bestaat dit type landschap niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers (kampen). De boerenbedrijven voerden veelal een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Ieder kamp bestaat uit akkers op de hoger gelegen dekzandrug, grasland langs de beekjes tussen de ruggen en het boerenerf er tussen in op de flanken van de rug. Om de gewassen te beschermen tegen wildvraat en wind werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Wegen volgden de hogere delen in het landschap en hadden hierdoor vaak een bochtig verloop.
Figuur 2: Overgang Beerze naar plangebied
Landschapskenmerken
De Handreiking kwaliteitsverbetering van de gemeente Boxtel definieert landschapstypen binnen de gemeentegrenzen door verschillen in bodemsoort, waterhuishouding en de tijd waarin een gebied is ontgonnen te benoemen. Het plangebied is hierin aangegeven als landschapstype ‘Kampen’ met een duidelijk beekdalaccent. De ontstaanswijze van de ondergrond samen met het verschil in hoogte heeft geleid tot verschil in bodemgebruik, waardoor een gevarieerd landschap is ontstaan. De natuurlijke ondergrond wordt in grote delen van de gemeente Boxtel geaccentueerd door de aanwezigheid van eerdgronden. Deze gronden liggen meestal als relatief hoge, langgerekte ruggen in het landschap in de nabijheid van de oude bewoningskernen en op de overgang van
Figuur 3: Dubbele bomenrij Loxvenseweg
Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel
Figuur 4: Grens zuidzijde plangebied
5