Agendabundel
Tekst van het document
Maas en De Dommel toegewerkt naar de RES 1.0 Noordoost Brabant
2050.
landschappelijke manier ingepast met oog voor ontwikkeling van flora en
(RES NOB, 2 april 2021). Hierin beschrijft de regio de contouren van de
fauna.
strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie en
Doorwerking projectgebied
de warmtetransitie. De energieopgave voor de regio Noordoost Brabant
Voorliggend plan is op de zoekgebieden Zonne-energiekaart van de
In figuur 9 is te zien dat de locatie is gelegen binnen gebied voor poten-
is minimaal 1,6 TWh hernieuwbare elektriciteit. Hiermee draagt de regio
RES NOB gelegen in een gebied aangewezen als zowel gemeentelijk
tie zon op landbouwgrond. De RES geeft aan dat de aangewezen ge-
bij aan 4,3% van de totale landelijke opgave (35 TWh). De regio beoogt
zoekgebied voor zon op land als voor technische potentie voor zon op
bieden rondom Boxtel worden gezien als gemeentelijke zoekgebieden
zonne- en windenergie als de voornaamste methoden het doel voor de
land. Figuur 9 geeft deze kaart weer. Daarnaast zijn de gebieden welke
voor zon op land, die zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De planlo-
opwekking van energie te verwezenlijken. Voor beide hernieuwbare
door de raad zijn vastgesteld in de Visie zonne- en windenergie (zie ook
catie is globaal weergegeven met een rode arcering. Verder is de locatie
bronnen zijn zoekgebieden aangewezen, waarin zonne- en windenergie
par. 4.4.3. van onderhavig document) overgenomen in de RES NOB
op korte afstand gelegen van een hoofdstation van Enexis (zie figuur
mogelijk is.
1.0. De zonneweide draagt en met ca. 7,37 ha. aan zonnepanelen bij
10). Zoals in paragraaf 2.2, 3.2 en 3.4 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing is beschreven dat wordt voldaan aan de voorwaarden van
Voortgangsrapportage
de concept RES. Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast, waarbij
Het Nationaal Programma RES (NPRES) heeft met de 30 energieregio’s
rekening wordt gehouden met de gebiedskenmerken van het gebied.
afgesproken dat iedere 2 jaar de voortgang van de RES regio wordt ge-
Meervoudig ruimtegebruik vormt naast het zonnepark een integrale op-
rapporteerd in een voortgangsrapportage. De voortgangsrapportage is
gave voor de gehele ontwikkeling.
een informerend document waarin het doel is om antwoord te geven op de vraag of de regio op koers ligt voor het RES-bod 2030 voor de opwek van duurzame energie. Daarnaast wordt de voortgang van de warmtetransitie en energiebesparing in beeld gebracht. De voortgangsrapportage signaleert ook de risico’s en de daarvoor te ondernemen acties. Op dit moment is het nog te vroeg om te zeggen of de regio het bod van 1,6 TWh wel of niet gaat halen. Alle gemeenten nemen ieder voor zich, en met elkaar, zichtbaar initiatief in zowel de voorbereidende stappen (verankeren in omgevingsbeleid, participatie, concretiseren van zoekgebieden, etc.) als in de concrete uitvoering van de opwek van duurzame energie. In cijfers uitgedrukt is de stijging in opwek echter nog onvoldoende. Dit is niet vreemd want de voorbereiding (niet in cijfers zichtbaar) om tot daadwerkelijke uitvoering te komen is een belangrijk onderdeel van het traject. Er is een gezamenlijke behoefte om stevig in te blijFiguur 9 Uitsnede zoekgebieden zonne-energie (bron: RES NOB 1.0 Definitief)
Zonnepark Boxtel-Beerze
Figuur 10 Ligging planlocatie t.o.v. hoofdstation Enexis
16
4.3.2
Conclusie
De ontwikkeling is in overeenstemming met het regionaal beleid.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Visie duurzaam Boxtel 2030
De gemeente Boxtel heeft het beleid ‘Visie duurzaam Boxtel 2030’ vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente als doelstelling gegeven om in 2030 energieneutraal te zijn. De Boxtelse gemeenteraad heeft in 2011 al een forse ambitie uitgesproken door het vaststellen van de nota “Boxtel Energieneutraal 2040”. In 2016 heeft de raad deze ambitie nog verder aangescherpt door zich uit te spreken voor energieneutraliteit in 2030. Duurzaamheid staat nu internationaal en nationaal hoog op de politieke agenda. De samenleving groeit en de behoefte aan grondstof-
steeds duidelijker merkbaar worden. Dit betekent dat de uitvoering van
wonen, economie en de gemeentelijke bedrijfsvoering. Zo wordt de inzet
het duurzaamheidsbeleid ook in Boxtel sneller en grootschaliger moet
versterkt en wordt duurzaam handelen vanzelfsprekend.
worden aangepakt. Met deze Duurzaamheidsagenda 2022 – 2026 wordt een overzicht gegeven van de trajecten en projecten waar de komende
De gemeente voert de Duurzaamheidsagenda niet alleen uit. Er wordt
jaren op in wordt gezet.
gewerkt met inwoners, bedrijven en organisaties in Boxtel en daarbui-
Bij de vertaling van de Duurzaamheidsvisie 2030 naar een concrete
ten. In ze agenda wordt beschreven hoe de samenwerking wordt geor-
agenda voor 2022 – 2026 worden de volgende uitgangspunten gehan-
ganiseerd en welke rol de gemeente daarin speelt.
teerd:
De basisuitgangspunten blijven hetzelfde.
Doorwerking plangebied
Aandacht voor duurzaamheid is niet meer vrijblijvend.
In hoofdstuk vijf van de Duurzaamheidsagenda wordt ingegaan op de
Communicatie en participatie zijn onze belangrijkste instrumenten.
energietransitie door middel van grootschalige opwekking van duurzame
We focussen op de meest urgente duurzaamheidsthema’s:
elektriciteit. Van deze energietransitie maakt de realisatie van zonnepar-
fen neemt alleen maar toe. De vraag is nu al zo groot, dat dit het herstellend vermogen van onze planeet overschrijdt. Dit heeft consequenties voor toekomstige generaties. Doorwerking plangebied In deze visie is besproken dat het verwachte energieverbruik 1,94 PJ bedraagt. Dit staat gelijk aan circa 486 hectare aan zonnevelden. Om de doelstellingen te behalen geeft de gemeente aan dat de energietransitie in versnelling dient te komen, waarbij ook de mogelijkheden van grootschalige energieopwekking wordt bekeken. De ontwikkeling van 5,0 hectare zonnepark draagt bij aan en is in lijn met de Visie duurzaam Boxtel 2030. 4.4.2
-
Energietransitie: besparen en naar aardgasvrij;
ken onderdeel uit. Met het realiseren van grootschalige opwekking in
-
Energietransitie: grootschalige opwek van duurzame elektriciteit;
gestart door o.a. het uitzetten van een tender voor zonneparken. Dit
-
Klimaatadaptatie, groen en biodiversiteit;
zonnepark is als één van de vier winnaars uit de tender gekomen. Ge-
-
Circulair en lokaal.
concludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de Duurzaam-
We hanteren duurzaamheid als rode draad bij alles wat we doen.
We bieden ruimte aan innovatie.
heidsagenda van de gemeente Boxtel. 4.4.3
Visie zonne- en windenergie Boxtel
Per duurzaamheidsthema worden alle trajecten en projecten waar al
In 2020 heeft de gemeente Boxtel de Visie zonne- en windenergie Box-
aan wordt gewerkt of mee aan de slag wordt gegaan beschreven. Hierbij
tel vastgesteld. Deze visie vormt een afwegingskader voor zonneparken
wordt er ook aangegeven met welke indicatoren (KPI’s of kritieke presta-
en een verkenning van het potentieel voor windparken. Deze visie is in
tie-indicatoren) de uitvoering wordt gemonitord. De onderwerpen Warm-
navolging op het beleid Visie duurzaam Boxtel 2030, waarbij de ambitie
tetransitie en Klimaatadaptatie en het Duurzaamheidsakkoord met de
is uitgesproken om zo snel mogelijk energieneutraal te zijn.
woningcorporaties worden de komende periode nog verder uitgewerkt. Duurzaamheidsagenda Boxtel 2022-2026
De Duurzaamheidsvisie 2030 die in 2017 door de gemeenteraad van
Ten aanzien van deze onderwerpen zal de Duurzaamheidsagenda dus nog worden aangevuld, wat ook consequenties heeft voor de middelen
Boxtel is vastgesteld, vormt de basis voor het Boxtelse duurzaamheids-
die uiteindelijk nodig zijn en de KPI’s waarmee de uitvoering wordt be-
beleid en de uitvoering daarvan. Sinds 2017 zijn op dit vlak al stappen in
waakt.
de goede richting gezet. Duurzaamheid is geen thema wat op zichzelf staat. Het is de ambitie om Uit recente internationale rapporten blijkt echter dat klimaatverandering
het als een rode draad te verweven in alles wat in Boxtel wordt gedaan.
veel sneller gaat dan eerder werd aangenomen en dat de gevolgen
Het gaat om het verankeren van ambities in het gemeentelijke beleid ten aanzien van gebieds- en plattelandsontwikkeling, mobiliteit, bouwen en
Zonnepark Boxtel-Beerze
17
meente erkent wel in haar visie dat als de treden na elkaar worden ingevuld het niet lukt om de opgave tijdig te realiseren, daarnaast kun je eigenaren niet verplichten1 om zonnepanelen op daken te plaatsen. De gemeente Boxtel wil aan de hand van deze visie maximaal 50 hectare (= 50 MW) aan zonneparken in de gemeente toestaan, waarbij per zonnepark de omvang niet groter zijn dan 20 hectare. De gemeente zal wel
1
de zonneladder aanhouden, waarbij initiatieven die in trede 2 komen de voorkeur genieten. Echter blijk uit de visie dat de ruimte in trede 2 te beperkt is voor de gehele opgave en dat zonneparken in trede 3 noodzakelijk zullen zijn. In de visie zonne- en windenergie is de uitgifte van de 50 hectare zonneparken in de vorm van een tender opgenomen. Vanuit die tender zijn vier initiatiefnemers, waaronder de gemeente Boxtel zelf, door een onafhankelijke commissie geselecteerd. De locaties van de vier geselecteerde initiatieven zijn weergegeven in figuur 12 en bestaan uit: 1. Zonnepark Tussen de Renbaan en de Esschebaan; Figuur 11 Zonneladder uit de Visie zonne- en windenergie Boxtel 2020
2. Zonnepark Boxtel Beerze;
2
3. Zonnepark De Vorst; De gemeente Boxtel heeft daarom een onderzoek laten verrichten naar
4. Zonnepark Ontginningsweg.
de potentiële behoefte aan energie in 2030 in combinatie met de moge-
3
lijkheden voor opwekking van duurzame energie. In totaal kan hiermee 1,4 TJ aan duurzame energie worden opgewerkt, echter voorziet dit slechts in 61% van de toekomstige vraag aan elektriciteit. Bij de opwekking van duurzame energie wordt de zonneladder, die ook in het provinciale en landelijke beleid is opgenomen, gehanteerd (zie figuur 11). Uitgangspunt is dat de voorkeur geniet op zonnepanelen op
4
daken te plaatsen en binnen stedelijke omgeving. Als laatste geniet het de voorkeur van zonneparken buiten bestaand stedelijk gebied. De geFiguur 12 Tenderlocaties uitgifte zonneparken Boxtel
1
De Energiebesparingsplicht biedt hiervoor wel mogelijkheden, maar de terugverdientijd < 5 jaar, netcongestie en andere belemmeringen maken dit lastig
Zonnepark Boxtel-Beerze
18
Zonneparken die (grotendeels) in trede 2 liggen krijgen voorrang ten opzichte van trede 3. De reden hiervoor is dat in gebieden waar een verstedelijking afweegbaar is, in de toekomst een stedelijke ontwikkeling en dus bebouwing te verwachten is. Trede 2-gebieden liggen met name in de Noordwest hoek en nabij de Vorst waardoor de zonneparken de Vorst en Renbaan-Esschebaan voorrang hebben gekregen. Doorwerking plangebied De beoogde locatie is gekozen als een van de vier tender-initiatieven. De zonneparken uit deze tender die in trede 2 liggen hebben voorrang gekregen. Omdat initiatieven uit enkel trede 1 en 2 van de zonnelader niet voldoende capaciteit bieden heeft de gemeente aangegeven dat ook de zonneparken uit trede 3 noodzakelijk zullen zijn. De ontwikkeling van een zonneweide op onderhavige (tender)locatie is daarmee en logisch vervolg. De gemeente hanteert in haar visie ook een aantal kaartenlagen, waar-
Figuur 13 PV Zon - Mogelijke uitsluitingsgebieden
Figuur 15 PV Zon – Gebiedsspecifieke voorwaarden
Figuur 14 PV Zon- Tredes (voorrangsprincipe)
Figuur 16 PV Zon - Gebied algemene voorwaarden
bij per laag bepaalde voorwaarden worden gehanteerd (zie figuur 13 t/m 16). Op deze kaarten is te zien dat de locatie is gelegen binnen trede 3, en binnen het gebied waar zonneparken zijn toegestaan en dus niet in een uitsluitingsgebied liggen. Uitgaande van de verwachte energiebehoefte binnen de gemeente en regio is het enkel realiseren van zon op daken en binnen stedelijk gebied niet voldoende. Dit wordt niet allen geconcludeerd in de visie zonne- en windenergie Boxtel, maar ook in de provinciale verordening (motie ‘Voorrang zon op dak’) evenals in de RES-NOB. De totale potentie van treden 1 en 2 van de zonneladder bedraagt 0,987 T.H. ten opzichte van de regionale opwekdoelstelling van 1,6 TWh. Er is daarom ook gekozen voor het niet vasthouden van de tredes van de zonneladder in volgordelijkheid.
Zonnepark Boxtel-Beerze
19
De ontwikkeling is gelegen op een passende locatie voor opwekking van
ving om mede-eigenaar te worden blijft open staan gedurende de ge-
De biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie moet toenemen.
zonne-energie en levert een significante bijdrage aan de doelstellingen
hele ontwikkeling van het park. Als het niet lukt om lokaal eigendom te
Op basis van de landschappelijke inpassing zal naast de inpassing van
op het gebied van energietransitie.
behalen of als de wens er niet is, worden andere vormen van financieel
het landschap ook op het gebied van biodiversiteit een versterking wor-
participatie aangeboden. Van mede-eigenaarschap is hierbij geen
den gecreëerd. In bijlage 1 is te lezen in hoeverre de voorgestelde in-
Daarnaast hanteert de gemeente in haar visie ook een aantal voorwaar-
sprake, maar zo kan de omgeving alsnog profiteren van de opbrengsten
richtingsmaatregelen bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit.
den/criteria voor inactieven. Deze worden hierna nader besproken.
van het project. Vormen van financiële participatie zijn bijvoorbeeld een
Duidelijk is dat door de realisatie van het zonnepark de biodiversiteit in
omgevingsfonds of een obligatieregeling.
het gebied niet zal verslechteren, maar zelfs zal verbeteren.
Initiatiefnemers zullen in een zorgvuldig proces met de omgeving een omge-
Voor een obligatieregeling werkt Novar samen met ZonHub (Zonnnepa-
De ruimtelijke kwaliteit is geborgd met een landschappelijk inpassing-
vingsdialoog aangaan. Voor participatie is een participatieplan opgesteld, welke
nelen Delen). Via ZonHub kunnen geïnteresseerden investeren in zon-
plan.
als apart document aan de aanvraag zal worden toegevoegd. Participatie kan
nedelen van zonne-energieprojecten. Hierbij wordt jaarlijks rendement
Zie hiervoor bijlage 1 en paragraaf 2.2.
worden onderverdeeld in drie vormen, namelijk informeren, meebeslissen en
uitgekeerd op basis van de productie van het zonne-energieproject -
profiteren.
hetzelfde principe als wanneer iemand zelf de zonnepanelen op zijn dak
De maatschappelijke kosten voor de inpassing op het elektriciteitsnet-
De omgeving moet participeren in het project.
heeft. Tegelijk wordt de eigen investering volledig afgelost. Het rende-
werk moeten zo laag mogelijk zijn.
Novar heeft een helder participatieplan uitgestippeld om stakeholders te
ment op de investering varieert tussen de 3,5% en de 5%. De instap-
De ontwikkeling is voor rekening van initiatiefnemer. Eventuele kosten
betrekken in de planvorming.
waarde van een obligatie is 25 euro. Hierdoor is mee-investeren door
om het zonnepark aan te sluiten zijn voor rekening van initiatiefnemer.
mensen met een kleine portemonnee ook mogelijk. Inwoners van Boxtel In het voortraject zijn direct omwonenden uitgenodigd voor een keuken-
hebben een voorrangspositie door middel van voorinschrijving met een
De recreatieve/toeristische waarde moet toenemen
tafelgesprek. Aanvullend is er een buurtbijeenkomst geweest en zijn er
korting op de obligatieprijs (en daarmee hoger rendement).
De locatie is gelegen langs het wandelgebied van de Beerze. Bij de in-
informatieavonden georganiseerd. Doel hiervan is om de omgeving zo-
passing is rekening gehouden met deze dubbelfunctie. Daarnaast zal in
veel mogelijk te betrekken en de aanwezige belangen mee te nemen in
Een omgevingsfonds is een fonds waar Novar jaarlijks geld in stort, ge-
het noordwesten van het plangebied, langs de Scheepdonkseweg een
het ontwerp van het zonnepark. De resultaten van dit proces zijn vastge-
durende de looptijd van het zonnepark. De hoogte van het bedrag is af-
poel met wilgen worden aangelegd. De Scheepdonkseweg is een veel-
legd in participatieverslagen, welke worden toegevoegd aan de aan-
hankelijk van het aantal opgewekte MWh van het zonnepark. Het geld
gebruikte ontsluiting richting de Kampina en wordt gebruikt om een om-
vraag voor d omgevingsvergunning.
uit het fonds is bedoeld voor de verduurzaming van de lokale omgeving
metje in het buitengebied te maken. Bij de overgang van het bruggetje
of inwoners van de gemeente Boxtel.
opent zich het landschap richting de gebruiker. Om op deze zichtlocatie
Novar staat open voor lokaal eigendom. In een vroeg stadium (2023)
in een passende afronding te kunnen voorzien is voorgesteld een ruime
heeft Novar al contact gezocht met lokale energie coöperaties om de
Het bijgevoegde participatiedocument betreft een dynamisch proces.
afstand tot de ontwikkeling te houden. Er loopt al een recreatief pad
mogelijkheden daartoe te bespreken. Er is nog geen lokale coöperatie
Het participatieplan is hierdoor geen statisch document, maar zal gedu-
langs de Beerze, dat in bezit is van Natuurmonumenten. De zone tussen
die het voor hen haalbaar acht om financieel in het project te stappen.
rende de ontwikkeling van het zonnepark constant aan veranderingen
(percelen) langs de Beerze en het hekwerk rondom de technische instal-
Tijdens de verschillende participatieactiviteiten die zijn georganiseerd
onderhevig zijn, naar aanleiding van wensen van omwonenden. Hier-
latie biedt ruimte (15 tot 65 meter breed) voor een zogenoemd laarzen-
voor bewoners (ook voor project de Vorst) is geïnformeerd over hoe lo-
mee wordt gewaarborgd dat de belangen en wensen van omwonenden
pad. Deze kan op delen langs het hekwerk liggen en her en der ook ver-
kaal eigendom werkt en opgeroepen om hierover mee te denken. Hier is
zo optimaal mogelijk worden gewaarborgd. Het bijgevoegde participatie-
der weg. Dit is een strook van circa 1 meter breed, die 2 á 3 keer per
nog weinig respons op gekomen. De mogelijkheid voor de lokale omge-
document betreft daarmee een eerste handvat voor het mee kunnen
jaar gemaaid wordt.
participeren met het zonnepark.
Zonnepark Boxtel-Beerze
20
Kampina Daarnaast ligt de locatie ook binnen de zone van 1.000 meter rondom Kampina. Doelstelling is om de stikstofdepositie op dit Natura 2000-gebied te doen laten afnemen. Door de realisatie van het zonnepark vindt er geen intensieve landbouw meer plaats op de percelen, waardoor er geen bodemberoering, bemesting en gebruik van pesticides meer zal zijn. In paragraaf 5.12 wordt aan de hand van een stikstodepositieonderzoek (bijlage 4) aangetoond dat de realisatie van het zonnepark geen negatieve effecten maar zelfs een afname realiseert van de stikstofdepositie op het Natura-2000 gebied 'Kampina en Oisterwijkse Vennen'. 4.4.4
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling passend is binnen het gemeentelijk beleid en ook op het gebied van landschap, natuur en ruimtelijke kwaliteit passend is op deze locatie. Het zonnepark is passend binnen trede 3 van de zonneladder en daarmee is de ontwikkeling in lijn met het gemeentelijk beleid.
Zonnepark Boxtel-Beerze
21
5
Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving
5.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
5.1.1
Toetsingskader
Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage op basis van paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit.
b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles
5.2
Bodem
of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van veror-
5.2.1
Toetsingskader
deningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het
Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkre-
de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bo-
gen.
demgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen
Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren deelt dit
meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook
voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel
de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het
16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel
bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de ge-
van een aanmeldnotitie.
meente rekening met de interventiewaar-den voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding
Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, wordt bepaald op basis van bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Het gaat dan om besluiten waarmee de
5.1.2
Daarnaast kan de m.e.r.-(beoordelings)plicht nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, die voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn;
Zonnepark Boxtel-Beerze
van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de
Op basis van het Omgevingsbesluit kan een zonnepark (mogelijk) wor-
gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatre-
den beschouwd als een:
gelen worden getroffen.
Stedelijk ontwikkelingsproject;
Landinrichtingsproject;
Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grond-
Industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit,
verzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie
stoom, en warm water.
ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen
toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning.
Onderzoek
in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen. In bijlage V van het Omgevingsbesluit is onder categorie C. Energie-Industrie een zonnepark niet opgenomen als m.e.r. plichtig. Als aanvulling
5.2.2
Onderzoek
op bijlage V van het omgevingsbesluit geldt 16.36 (lid 1 en 2) van de
Een zonneweide betreft geen gebouw en valt derhalve niet onder het
Omgevingswet waarin wordt aangegeven dat als de gemeente beleid
bereik van artikel 5.89g van het Bkl. Het betreft ook geen bodemgevoe-
heeft waarin ze ontwikkelingen opnemen die mer(beoordelings)plichtig
lige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h Bkl. Verder betreft een zonne-
zijn.
weide ook geen bodembedreigende functie. Voor de realisatie van de
Op basis van de jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak ABRvS 14
zonnepanelen is er slechts zeer beperkt sprake van bodem-roerende
augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) is vastgesteld dat de realisa-
werkzaamheden.
tie van een zonnepark geen stedelijk ontwikkelingsproject dan wel een landinrichtingsproject of een industriële installatie bestemd voor de pro-
5.2.3
ductie van elektriciteit, stoom en warm water. Op basis hiervan is er
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig planvoor-
geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit.
nemen.
5.1.3
Conclusie
Conclusie
Er is geen sprake van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht.
22
5.3
Cultuurhistorie
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefom-
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erf-
5.3.1
Toetsingskader
geving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen samen
goedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De
De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is
bevatten wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel
bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in
sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet
erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht
situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de ver-
maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel
de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de belangenaf-
stoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeolo-
erfgoed mogelijk. Provincies en gemeenten moeten in het omgevings-
weging.
gische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaats-
plan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed
vinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het ge-
en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van
5.3.2
het erfgoed dat binnen de provinciale- of gemeentegrenzen aanwezig is.
Op basis van het vigerende bestemmingsplan rust op de locatie de dub-
Voor de provincie Noord-Brabant zijn deze stukken door vertaald in de
belbestemming ‘Waarde - Leefgebied soorten van halfopen cultuurland-
5.4.2
‘Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024’. Op basis daarvan
schap - 2. Ter plaatse van deze zijn de gronden tevens bestemd voor
Blijkens het vigerende bestemmingsplan rust op het project-gebied een
wordt een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan opge-
het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het leefgebied van soor-
archeologische bestemming, ‘Waarde – Archeologie 3 en 4’. Voor werk-
nomen.
ten van halfopen cultuurlandschap, waaronder begrepen agrarische
zaamheden die dieper gaan dan 0,50 beneden maaiveld en een opper-
gronden met een halfopen karakter en de daarbij behorende natuur-
vlakte hebben groter dan 500 m2 dient de archeologische waarde in het
Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit
kwaliteiten, extensief gebruikte perceelsranden en overhoekjes en het
gebied te worden vastgesteld.
vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurland-
behoud van de openheid en de bescherming van het landschappelijke
schappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en
karakter van het waardevolle beekdal.
Onderzoek
stads- en dorpsgezichten.
ding raken. Onderzoek
Om te waarborgen dat door de ontwikkeling van het zonnepark geen archeologische waarden worden aangetast is er een archeologisch bu-
In bijlage 1 is een beschrijving gegeven van het plangebied in cultuur-
reauonderzoek uitgevoerd welke is opgenomen in de bijlage. Navolgend
Middels een omgevingsplan dienen provincies en gemeenten cultureel
historisch opzicht. Voor een uitvoerige beschrijving van de cultuurhistori-
worden de belangrijkste conclusies beschreven.
erfgoed te beschermen. De primaire vraag daarbij is welke elementen
sche beschrijving wordt verwezen naar bijlage 1. De ontwikkeling van
van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) bevinden zich binnen de pro-
een zonnepark draagt hiermee bij aan behoud en/of versterking van
Aanbevelingen
vinciale- of gemeentegrenzen of direct daarbuiten, en wat wil men (of
deze kwaliteiten.
Op basis van het uitgevoerde archeologische bureauonderzoek geldt
moet men) daarvan beschermen? Daarbij wordt rekening gehouden met
voor het oostelijke deel van het plangebied (dekzand) een middelhoge
de instructieregels in de artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwali-
5.3.3
teit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14
De ontwikkeling levert geen onevenredige aantasting van cultuurhistori-
paleolithicum tot en met het mesolithicum en voor nederzettingsresten
van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en we-
sche waarden op.
uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de periode
relderfgoed). Provincies en gemeenten worden daarbij ondersteund door specialisten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze ministeries werken mee met de totstandkoming van de wet en de bijbehorende regels, zijn betrokken bij het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en ontwikkelen kennis en informatie voor medeoverheden.
Zonnepark Boxtel-Beerze
Conclusie
5.4
Archeologie
5.4.1
Toetsingskader
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving zijn overgegaan naar de Omgevingswet.
archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het (laat-)
late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd geld een lage verwachting. Voor het westelijke deel (beekdal) geldt een lage archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het (laat-)paleolithicum tot en met het mesolithicum en voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Voor offsite resten geldt een middelhoge verwachting voor de periode neolithicum tot en met de nieuwe tijd.
23
Op basis van de aangeleverde gegevens zullen de toekomstige bodemverstoringen minimaal in diepte zijn lokaal zijn. Dit met uitzondering van
2.
scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het
betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek
moet.
te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die
de aanleg van de poelen in het westelijke deel (0,7 meter beneden
Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als
voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie,
maaiveld). Echter zal de bodem hier zijn verstoord als gevolg van het
voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.
net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet
rechttrekken van de Beerze in de jaren vijftig van de 20e eeuw. Daarbij
op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er
zullen kabelsleuven worden aangelegd tussen het inkoopstation en de
5.5.1
transformatorhuisjes (0,7 meter beneden maaiveld). Het is niet bekend
Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige
waar de omvormers komen te staan.
functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke
Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’
leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren:
De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de VNG biedt onder
Op basis van deze gegevens wordt een vervolgonderzoek nodig geacht
1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het
de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en ver-
daar waar diepere graafwerkzaamheden plaatsvinden:
kan én gewenst is.
vangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de ou-
Aanleg poelen (0,7 meter -mv) – hele zone ten westen van de ‘Dub-
2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar
de wetgeving. De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van
belbestemming - Leiding – Gas’;
het moet.
activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling code
Toetsingskader
Aanleg kabelsleuven (0,7 meter beneden maaiveld) – locaties nader te bepalen
sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.
(SBI-code) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daarvan Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als
wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor ge-
voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.
luid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van
Voor het overige deel van het plangebied wordt géén archeologisch ver-
geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende as-
volgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek
Daarbij moet worden voldoen aan de instructieregels uit het Besluit
pect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke re-gels
dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Box-
Kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van geluid, geur en trilling door
voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzone-ring’
tel), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.
activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan
gelden aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omge-
plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en
vingsplan van gemeenten.
5.4.3
Conclusie
milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten
De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de be-
met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte
5.5.2
voegde overheid (gemeente Boxtel), die op basis van het uitgebrachte
van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een spe-
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
advies een besluit zal nemen.
cifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen
dient onderzocht te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon-
voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term ‘activiteiten met
en leefklimaat bij het projectgebied.
5.5
Activiteiten en milieuzonering
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet) is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige activiteiten worden toebedeeld in de fysieke
gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het milieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activi-
Het beoogde zonnepark betreft geen milieugevoelige functie. Omlig-
teiten leefomgeving (Bal). De term is dus ruimer dan de veelgebruikte
gende milieubelastende bedrijven vormen daarmee geen belemmering
term ‘milieubelastende activiteiten’.
voor het oprichten van een zonnepark waardoor een toets aan de omlig-
leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1.
menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is;
Zonnepark Boxtel-Beerze
Onderzoek
gende milieubelastende bestemmingen achterwegen worden gelaten. Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of
Ook dient te worden onderzocht, of het woon- en leefklimaat ter plaatse
mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus
van omliggende woningen (milieugevoelige functies) niet onevenredig
belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat
wordt aangetast als gevolg van het zonnepark. Daarom dient te worden
24
getoetst of in de omgeving van het projectgebied functies voorkomen
5.6
Elektromagnetische straling
die een belemmering kunnen vormen voor de nieuwe ontwikkeling. Ten
5.6.1
Toetsingskader
aanzien van de zonnepanelen zelf kan redelijkerwijs worden gesteld, dat
Elektromagnetische velden
geen milieuhinder (geluid, geur of stof) te verwachten is. Voor de bijbe-
Magnetische velden ontstaan bij het transport en het gebruik van elektri-
horende transformators kan enige geluidproductie overdag worden ver-
citeit/stroom. Voorbeelden van voorzieningen die zorgen voor elektro-
wacht. De omvormers en transformatoren kunnen vergeleken worden
magnetische velden zijn antennes, hoogspanningslijnen, mobiele tele-
met elektriciteitsdistributiebedrijven, wat betreft categorie uit de handrei-
foons en elektrische apparaten. De kracht van het elektromagnetische veld kan per voorziening verschillen. In het kader van de planologie zijn
king Activiteiten en milieuzonering (2024). De transformators hebben CA. 68M
een vermogen van < 10MVA. Voor deze activiteit (SBI 40, Nr. C1) bete-
met name antennes en hoogspanningslijnen van belang, aangezien dit
kent dat voor het aspect geluid zone 1 en voor het aspect geur FM
vaste objecten zijn.
(functiemenging). Gelet op de ligging in het buitengebied wordt de zone
In het kader van gezondheid en milieu is het bij nieuwe ontwikkelingen,
‘geluid beperkt’ bij een rustig woongebied daarbij gehanteerd, waarvoor
waar sprake is van gevoelige gebouwen zoals woningen, scholen en kinderopvang, van belang dat er rekening wordt gehouden met mag-
een richtafstand van 50 meter geldt. Figuur 17 Afstand projectgebied tot woning aan de Staarten 20
neetvelden. Dergelijke projecten moeten buiten een magneetveldzone
Het gebied heeft overwegend een agrarisch karakter, met weinig bebou-
Daarnaast zal in de omgevingsvergunning vast worden gelegd dat het
liggen. De sterkte van elektromagnetische velden is het grootst dichtbij
wing. Rondom het projectgebied zijn wel verschillende woningen gesitu-
langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LArLT) bij de milieugevoelige
de bron en neemt af als de afstand tot de bron groter wordt.
eerd, zo ook op het bedrijventerrein Ladonk gelegen aan de Staarten
functies (woningen) die niet op bedrijventerrein Ladonk liggen, niet meer
20. Deze (dichtstbijzijnde) woning ligt op circa 68m afstand van het pro-
mag bedragen dan:
Voorzorgsbeleid magneetvelden
jectgebied (zie ook onderstaand figuur). Logischerwijs is gezien deze
45 dB(A) tussen 7. 00 en 19. 00 uur (dagperiode).
Door de minister voor Klimaat en Energie is (samen met de toenmalig
geruime afstand eventuele verslechtering van het woon- en leefklimaat
40 dB(A) tussen 19. 00 en 23. 00 uur (avondperiode).
minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en in afstem-
voor de omliggende (bedrijfs)woningen op voorhand uitgesloten.
30 dB(A) tussen 23. 00 en 7. 00 uur (nachtperiode).
ming met de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op 21 april 2023 een herijkt voorzorgsbeleid aan gemeenten, provincies
Deze waarden sluiten aan bij de waarden voor geluid door activiteiten in agrarisch gebieden zoals die zijn gesteld in artikel 5.65, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor de (bedrijfs-)woningen op bedrijventerrein Ladonk bieden de waarden voor geluid zoals in de regels bij het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Boxtel voldoende bescherming. 5.5.3
Conclusie
Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen oprichting van een zonnepark in het plangebied.
Zonnepark Boxtel-Beerze
25
en netbeheerders gezonden inzake de gezondheidsrisico’s van mag-
relatief ruime afstand van woningen tot het plangebied zal er voor de
5.7.1.3
neetvelden2.
omliggende woningen geen verslechtering plaatsvinden van het woon-
Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Conclusie
en leefklimaat. De kern van het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden is dat met
Milieuzonering van zonnepark
5.7.2.1
Toetsingskader
de netbeheerders is afgesproken dat deze bronmaatregelen gaan tref-
5.6.3
fen om de sterkte en grootte van magneetvelden zo veel mogelijk te be-
Vanuit het milieuaspect elektromagnetische straling is er sprake van een
In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te beschou-
perken. Het beleidsadvies is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs
evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
wen in hoeverre een gewenste ontwikkeling inpasbaar is in de omgeving
mogelijk te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan
Conclusie
5.7.2
voor wat betreft het aspect geluid. Wanneer een milieubelastende func-
5.7
Geluid
5.7.1
(Spoor)wegverkeer
0,4 microtesla geldt als gemiddelde voor een heel jaar. Tijdens dat jaar
5.7.1.1
Toetsingskader
kan de veldsterkte regelmatig boven en onder de waarde van 0,4 micro-
Geluid door (spoor)wegen
tesla komen. Het is een waarde uit voorzorg, die alleen van toepassing
Het Bkl bevat geluidsregels voor onder meer (spoor)wegen. De regels
vante toetsingskader gevormd door de Handreiking ‘Activiteiten en mili-
is bij bovengrondse hoogspanningslijnen. Daarnaast wordt in het advies
voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen
euzonering 2024’ van de VNG.
geadviseerd om bij een ligging nabij een bovengrondse hoogspannings-
geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing
lijnen een magneetveldzone te berekenen. Op basis van deze bereke-
van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe ge-
ning kan worden bekeken hoeveel gevoelige bestemmingen in de mag-
luidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
magneetvelden die afkomstig zijn van elektriciteitsinfrastructuur en die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla3. De waarde van
neetveldzone liggen. Geluidsgevoelige gebouwen 5.6.2
De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van
Onderzoek
Uit onderzoek van het RIVM over gezondheid en elektromagnetische
het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte
velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations 4 is ge-
van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie
concludeerd dat de sterkte van de velden afneemt wanneer de afstand
heeft. 5.7.1.2
station. Dit wordt door de Rijksoverheid als grenswaarde aangenomen
In de nabijheid van het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen.
bij situaties van langdurige blootstelling. Aangezien er geen woningen
Rondom het plangebied zijn geen wegen gelegen, enkel fietspaden en
zijn gelegen op een afstand van minder dan 7 meter, maar de afstand
landweggetjes. Daarbij betreft een zonneweide geen geluidgevoelig ge-
tot bestaande woningen in de omgeving vele malen groter is, is nader
bouw of terrein. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is dan ook
onderzoek op elektromagnetische straling niet noodzakelijk. Gelet op de
niet noodzakelijk.
4
gende geluidsgevoelige objecten. Bij individuele milieubelastende functies, niet zijnde geluidsgezoneerde industrieterreinen, wordt het rele-
5.7.2.2
Onderzoek
Een zonnepark is een milieubelastende functie die zorgt voor de productie van geluid. Dit heeft te maken met de aanwezige transformatoren. Daarom zal moeten worden verkend in hoeverre sprake is van een acceptabele geluidssituatie ten opzichte van omliggende geluidsgevoelige objecten ten aanzien van geluid afkomstig van de zonneweide met bijbehorende installatie. Aangezien wordt voldaan aan de richtafstanden is het niet noodzakelijk een akoestisch onderzoek industrielawaai uit te
delde) wordt bereikt op een afstand van 7 meter van het transformator-
3
sprake is van een acceptabele geluidssituatie ter plaatse van omlig-
(o.a. voor geluid) ten opzichte van omliggende milieugevoelige functies,
tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT (jaargemid-
2
tie mogelijk wordt gemaakt, dient te worden beschouwd in hoeverre
Onderzoek
voeren. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (activiteiten en milieuzonering). 5.7.2.3
Conclusie
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect geluid.
https://www.kennisplatform.nl/verschil-tussen-limiet-100-microtesla-grens-0-4-microtesla/ https://www.infomil.nl/publish/pages/86406/beleidsadvies_vrom_2005_1.pdf RIVM-rapport 609300011/2009. Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen
Zonnepark Boxtel-Beerze
26
5.8
Geur
woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, no-
5.8.1
Toetsingskader
onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
digt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omge-
gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties
vingsinvloeden.
Geurhinder is onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 Bkl ‘Geur’, onderdeel van paragraaf 5.1.4 ‘Beschermen van de gezondheid en van het milieu’.
daarvan;
Geurhinder kan door verschillende bedrijfs- of hobbyactiviteiten veroor-
bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevenge-
Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijk-
bruiksfuncties daarvan.
heid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit
zaakt worden. Hierbij valt te denken aan veehouderijen en andere agrarische activiteiten maar ook bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties.
te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsverorEchter kan de gemeente in het omgevingsplan ook andere gebouwen,
dening en programma's. De beleidsambities met betrekking tot gezond-
zoals logiesgebouwen of gevangenissen, of gedeeltes daarvan als geur-
heid kunnen sterk variëren per gemeente. Tevens hebben veel gemeen-
Voor een evenwichtige toedeling van geurhinder dient het aspect geur
gevoelig aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van men-
ten ervoor gekozen om beleidsneutraal over te gaan naar de Omge-
onderzocht te worden:
sen (art. 5.91 lid 4 Bkl). Daarnaast wordt op grond van artikel 5.91 lid 3
vingswet. Dit houdt in dat voornamelijk in de beginfase na de inwerking-
indien geurveroorzakende activiteiten in de buurt van bestaande
Bkl een nog niet bestaand gebouw, dat mag worden gebouwd op grond
treding van de Omgevingswet, gemeenten nog geen tot weinig beleid
geurgevoelige gebouwen en/of locaties worden toegelaten;
van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buiten-
zullen hebben met betrekking tot gezondheid. In een later stadium zal
indien geurgevoelige gebouwen en/of locaties in de buurt van be-
planse omgevingsplanactiviteit, ook al als geurgevoelig gebouw be-
het beleid sterk per gemeente verschillen.
staande geurveroorzakende activiteiten worden toegelaten.
schouwd.
5.9.2
Onderzoek
Geurveroorzakende activiteiten
5.8.2
Het Bkl geeft enkel voor drie bedrijfsmatige activiteiten aan welke geur-
Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl wordt voor onderhavig project geen geur
lende thema’s aan bod komen. Eén van de vier hoofdthema’s is het
belasting of afstand acceptabel wordt geacht:
veroorzakende activiteit noch een geurgevoelig gebouw gerealiseerd. Er
‘aangenaam leven’ in Sint-Michielsgestel. Dit hoofdthema heeft betrek-
1. zuiveringtechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2);
is immers geen sprake een van de bovengenoemde functies noch ge-
king op wonen en alles wat samenhangt met en aangename woonom-
2. houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf
bouwen. Nader onderzoek naar het aspect geur is niet noodzakelijk.
geving. Hieronder vallen onderwerpen zoals het landschap, natuur,
Onderzoek
De gemeente Boxtel heeft een ontwerp Omgevingsvisie waarin verschil-
voorzieningen, gezondheid en veiligheid. De thema’s zijn verder uitge-
5.1.4.6.3); 3. enkele andere agrarische activiteiten (subparagraaf 5.1.4.6.4).
5.8.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig project. Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals onder meer industrie worden geen waarden en afstanden toegekend, enkel de algemene bepalingen van subparagraaf 5.1.4.6.1 zijn hierbij van toepassing. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen.
5.9
Gezondheid
5.9.1
Toetsingskader
In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Er bestaat landelijk de wens om ge-
Geurgevoelige gebouwen en locaties Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl is er sprake van een geurgevoelig gebouw als een gebouw of een gedeelte van een gebouw een van de volgende functies onderbrengt:
Zonnepark Boxtel-Beerze
zondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners.
werkt in dromen en ambities en komen daarna samen in verschillende scenario’s. Het hoofdthema ‘aangenaam leven’ omvat verschillende dromen en ambities die zijn toegespitst op een veilige, gezonde maar vooral leefbare omgeving. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een zonneweide, waarmee een duurzame energievoorziening wordt gerealiseerd. De realisatie van duurzame energievoorzieningen draagt bij aan een reductie van vervuiling en daarmee gepaard gaande schadelijke gezondheidseffecten, die door niet-duurzame energievoorzieningen (kunnen) worden veroorzaakt. Een zonnepark heeft zelf ook geen gezondheid beperkende werking. De transitie naar duurzame energievoorzieningen draagt dus
27
ook bij aan het creëren van een gezonde leefomgeving. Ook het omzet-
uitzondering van rijksregels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen,
alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een
ten van landbouwgrond naar een zonnepark met bijbehorende groen-
opgenomen in artikel 4.790 van het Bal.
aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht ne-
voorzieningen past in dit beeld en betekent onder meer een reductie van
men (artikel 5.51 Bkl).
geurhinder. De realisatie van voldoende groen en waterberging in en
5.10.2
rondom de zonneweide past eveneens bij het bereiken van een gezon-
In het projectgebied zelf zijn geen functies en voorzieningen aanwezig,
Niet in betekende mate
dere fysieke leefomgeving.
die lichthinder veroorzaken. Onderhavig initiatief maakt geen nieuwe
De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtsgebied vindt niet
functies mogelijk die gevoelig zijn voor lichthinder. Ook worden er geen
altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bij-
functies mogelijk gemaakt, die tot lichthinder voor de omgeving leiden.
draagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomge-
5.9.3
Conclusie
Onderzoek
Het initiatief levert een bijdrage aan het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving.
5.10
Lichthinder en reflectie
5.10.1
Toetsingskader
Er zijn diverse locaties met kunstmatige verlichting, waaronder (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Deze verlichting kan verschillende ne-
vingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Wanneer een zonnepark in de buurt van een weg of woningen ligt, is het
Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de lucht-
mogelijk dat deze voor enige vorm van lichthinder wegens reflectie
kwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is
zorgt. Voor onderhavig planvoornemen geldt dat het volledige plange-
dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemid-
bied omsloten door een (dubbele) bomenlaan. De enkele woningen ge-
delde concentraties.
situeerd aan de oost- en westzijde liggen op circa 175(+)m afstand. Redelijkerwijs kan eventuele hinder vanwege reflectie daarom op voorhand
Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project
worden uitgesloten.
binnen de NIBM-grens blijft: Motiveren dat het project binnen de getals-
gatieve effecten veroorzaken. Zo kunnen mensen hinder ondervinden
matige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘stan-
wanneer ze zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht,
5.10.3
terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, bijvoorbeeld om te kunnen rus-
Het aspect lichthinder en reflectie vormt geen belemmering voor onder-
ten of slapen. Licht van objecten langs (rijks)wegen, zoals een reclame-
wassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform arti-
havig initiatief.
kel 5.54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie,
Conclusie
zuil, kan ook hinder veroorzaken en daarmee onveilige situaties creëren. Verder kan kunstmatige verlichting in de nacht het gedrag van dieren
5.11
Luchtkwaliteit
beïnvloeden, met mogelijke gevolgen zoals desoriëntatie, afstoting of
5.11.1
Toetsingskader
aantrekking, wat kan leiden tot uitputting en sterfte. Kunstmatige verlich-
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter be-
ting kan ook fungeren als barrière voor dierlijke verplaatsingen. Deze
scherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels
negatieve effecten hebben niet alleen individuele gevolgen maar kunnen
opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden
ook de instandhoudingsdoelstellingen van bepaalde soorten aantasten.
zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht
Daarnaast kan kunstmatige verlichting leiden tot horizonvervuiling of het
voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).
verminderen van de donkerte op grotere afstanden, zoals het zichtbaar zijn van verlichte objecten in een open landschap tot wel 5 à 10 kilome-
Aandachtsgebieden
ter.
De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concen-
Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen.
traties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10
Het Bkl bevat daarom geen Rijksinstructieregels voor lichthinder, met
staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor
Zonnepark Boxtel-Beerze
daardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van ge-
maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBMtool. Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK).
28
5.11.2
Onderzoek
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt,
In onderhavig geval is er sprake van het oprichten van een zonneweide.
Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedepu-
geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken
Een zonneweide kent een zeer lage verkeersaantrekkende werking. Er
teerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instand-
of ongedaan te maken, of achterwege te laten.
zal uitsluitend sprake zijn van sporadisch verkeer ten behoeve van on-
houding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd
derhoud, controle en beheer. Op voorhand kan redelijkerwijs worden ge-
‘Natuur-netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebie-
Soortenbescherming
steld dat het initiatief niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwali-
den aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland
Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit
teit. Omdat er geen sprake is van een gevoelige functie, is een onder-
(NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen
met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of
zoek naar de achtergrondwaarden in het kader van het woon- en leefkli-
natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes
planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en
maat niet aan de orde. Het projectgebied ligt bovendien niet binnen een
van het Natuurnet-werk loopt via het traject van de provinciale ruimte-
hiervoor geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een ver-
aandachtsgebied luchtkwaliteit.
lijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Bra-
gunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zo-
bant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecolo-
als beschreven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 5.3 staan de
gische Verbindingszones (EVZ). Het netwerk wordt gevormd door kern-
belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.
5.11.3
Conclusie
Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige
gebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszo-
toedeling van functies aan locaties.
nes met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omrin-
De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in
5.12
Natuur en landschap
gende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn
Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen
5.12.1
Toetsingskader
alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezen-
en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere
Wettelijke gebiedsbescherming
lijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan
en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal
De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrek-
met mitigerende maatregelen.
vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
king op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelricht-
Vogels (artikel 11.37 Bal);
lijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als
Houtopstanden
Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal);
Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-
De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft be-
Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal).
jecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, die-
trekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of
nen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een
struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bij-
voortoets. Projecten en activiteiten die een significant negatief effect
die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom
lage A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde
hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn ver-
(bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld,
soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de
gunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te ver-
niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij
Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bij-
wachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In
Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal).
lage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogel-
dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, be-
Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht ar-
richtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergun-
perkt, of ongedaan gemaakt worden.
tikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de
ningplichtige activiteiten. De regels voor vogels en overige Europese
houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten.
soorten zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en
Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstan-
de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gel-
den die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.
den regels die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige
Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtop-
opzichten minder streng zijn. In tabel 5.3 zijn de vergunningplichtige ac-
standen (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding
tiviteiten per regime weergegeven.
Zonnepark Boxtel-Beerze
29
De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te be-
5.12.2
Onderzoek
schermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De
Voor onderhavige ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitge-
soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het alge-
voerd. Deze is als bijlage opgenomen bij onderhavige ruimtelijke motive-
bij dit plan niet aan de orde. Soortenbescherming
meen gelden voor alle drie de categorieën de activiteiten met schade-
ring. Hieronder worden de belangrijkste conclusies beschreven. Voor de
Hierna wordt kort samengevat het potentiële effect op de verschillende
lijke gevolgen. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal be-
volledige rapportage met bevindingen wordt verwezen naar de bijlagen.
soortgroepen beschouwd.
vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het
Gebiedsbescherming
Vogels
verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde
Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
Op het terrein is enkel een stal aanwezig. Bij de interne controle hiervan
soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen.
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura