Agendabundel
Tekst van het document
30
Woonbeleid
In ogenschouw moet worden genomen dat het rapport medio 2020 is vastgesteld en onmiddellijk daarna heeft de corona-periode een negatieve invloed gehad op de doorwerking. Dit onderzoek is nog niet zolang geleden opgeleverd. Dat stelt grenzen aan de feitelijke doorwerking. Dat laat onverlet dat inmiddels enkele acties zijn uitgevoerd, waarmee ingespeeld wordt op de aanbevelingen.
Bij het voorafgaand overzicht is het belangrijk ook het tijdstip van afronding van het onderzoek en de besluitvorming daarover in ogenschouw te nemen. Recent afgeronde onderzoeken als wijkgericht werken en woonbeleid hebben in dat opzicht minder ‘doorwerkingskansen’ gehad. De verbetereffecten zullen vooral komende jaren dan ook kunnen ontstaan. 9.1 Conclusies Het voorafgaande overziende kan worden geconcludeerd: • Voor 4 van de 9 onderzoeken duidelijk herkenbare stappen zijn gezet om tot betere werkwijzen te komen, waardoor op deze onderwerpen duidelijke verbetereffecten zijn ontstaan. Voor 3 onderzoeken is dat ten dele het geval. • Voor 2 onderzoeksonderwerpen is nog geenszins sprake van blijvende verbetereffecten. De redenen hiervoor zijn bij de beantwoording van deelvraag 8 al aangegeven.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek doorwerking en rode draden rekenkamerrapporten - 2021
31
C. BIJLAGE Reactie van het College van B&W Het College van B&W heeft als volgt gereageerd op het concept onderzoeksrapport. ‘De afgelopen periode heeft uw commissie een onderzoek gedaan naar de doorwerking van en rode draden in rekenkamerrapporten in Boxtel. Met het onderzoek, zo geeft u aan, wil de RKC inzicht geven in hoe binnen de gemeente is omgegaan met de aanbevelingen uit de door de RKC uitgebrachte onderzoeken over de periode 2016 t/m 2020. Hebben die geleid tot verbetering van gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan? En is er sprake van rode draden in de aanbevelingen? Wij hebben uw conceptrapportage over dit onderzoek op 29 oktober 2021 ontvangen. In uw begeleidende brief vraagt u: • staan er feitelijke onjuistheden in de concept rapportage? • wat is de reactie van het college op de concept rapportage? Hieronder gaan wij op uw vragen in. Maar eerst willen wij u en uw commissieleden danken voor uw inspanningen die tot deze rapportage hebben geleid. Wij onderschrijven daarbij de onderzoeksopzet. Wel geven wij u hier alvast mee dat sommige aanbevelingen raken aan of gaan over de ambtelijke organisatie. In principe vallen die aanbevelingen buiten onze bevoegdheid, immers die zit bij MGD (directie, dagelijks- en algemeen bestuur).
Dat neemt niet weg dat wij het onze taak vinden om hierop te acteren en wij daarom onze invloed zullen aanwenden om deze aanbevelingen op te laten pakken door MGD. Uiteraard zal dat via het dagelijks- en algemeen bestuur lopen. Hetzelfde geldt voor aanbevelingen die raken aan Sint-Michielsgestel en de werkzaamheden van de Rekenkamer daar, ook dat valt buiten onze bevoegdheid. Feitelijke onjuistheden. Wij hebben geen feitelijke onjuistheden aangetroffen. Uw aanbevelingen. Hieronder gaan wij in op uw aanbevelingen. 1. Aan de RKC. Versterk de samenwerking met de Rekenkamercommissie Sint Michielsgestel, ondermeer door vroegtijdig overleg over mogelijke onderzoeksonderwerpen en eventuele gezamenlijke uitvoering van onderzoek. Overwegingen: • De onderzoeksprogramma’s van beide RKC’s komen los van elkaar tot stand, terwijl voor beide gemeenten een ambtelijke organisatie werkzaam is. • Op steeds meer onderwerpen is sprake van beleidsharmonisatie. • De efficiency van beide RKC’s kan daardoor mogelijk worden vergroot. Hoewel deze aanbeveling inclusief overwegingen aan de rekenkamer zelf is gericht, onderschrijven wij deze volledig. En daar waar nodig willen wij dat stimuleren. Wij willen hierover graag met u in gesprek in hoeverre wij u daarbij behulpzaam kunnen zijn. 2 Aan de RKC.
Organiseer als RKC voorafgaand aan het opmaken van het concept-rapport een overleg met portefeuillehouder, directiesecretaris, de inhoudelijke ambtenaar en afdelingshoofd over de belangrijkste aandachtspunten uit het onderzoek. Overwegingen: • Dit kan helpen om de aanbevelingen concreter te maken en eventueel een relatie te leggen met lopende of komende projecten of processen. Op die wijze worden de aanbevelingen beter ingebed in het totaal van lopende of te starten processen binnen de gemeente. • Het realiteitsgehalte van de aanbevelingen wordt daarmee vergroot.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek doorwerking en rode draden rekenkamerrapporten - 2021
32
•
Wel is het zaak dat de RKC onafhankelijk de uiteindelijke aanbevelingen formuleert.
Ook deze aanbeveling is aan de rekenkamer zelf gericht. Wij ondersteunen deze aanbeveling van harte. Tijdens het laatste rekenkamerrapport dat is ingediend bij het vorige college, dat rapport ging over het woonbeleid, is een dergelijk gesprek als zeer positief ervaren doordat het inderdaad meer duidelijkheid gaf. (Zie verder ons antwoord onder aanbeveling 3). Tijdens deze gesprekken kan dan ook besproken worden dat we weliswaar aanbevelingen overnemen, maar dat er wel een prioritering (personeel, financiën) zal moeten plaatsvinden. 3 Aan het college van B&W en ambtelijke organisatie. Ga in de reactie op het conceptrapport (binnen de hoor- en wederhoorprocedure) niet alleen in op de verificatie van de feiten, maar geef bij de bestuurlijke reactie ook aan op welke wijze en wanneer de aanbevelingen worden uitgevoerd. Overwegingen: • Op dit moment wordt in de reactie van het college meestal volstaan met een instemming, maar wordt niet zichtbaar gemaakt hoe, wanneer, in welke context en door wie de aanbevelingen worden opgepakt. • Een goede doordenking vooraf over de uitvoering vergroot de daadwerkelijke uitvoeringskansen van de aanbevelingen. Ook kan de relatie met lopende of voorgenomen processen en projecten worden gelegd en eventueel een prioritering worden aangebracht.
• Voor de behandeling in de raad is het ook belangrijk te weten hoe en wanneer de uitvoering vorm krijgt en waar eventuele obstakels liggen voor de uitvoering. • Belangrijk is dan ook dat de RKC bij de aanbieding van het conceptrapport daarvoor ook uitdrukkelijk aandacht vraagt. Wij nemen deze aanbeveling over. Wel merken wij op dat het concreet maken hoe, wanneer, in welke context en door wie de aanbevelingen worden opgepakt meer tijd kost en overeenstemming met MGD vergt dan nu zit tussen het aanbieden van het rapport en de gekregen termijn waarbinnen wij moeten reageren. Immers het concreter maken betekent ook dat onderzocht moet worden wat de uitvoeringsmogelijkheden binnen MGD zijn, of er financiële en personele gevolgen zijn en gekeken moet worden of prioritering aan de orde is. Zowel deze aanbeveling als aanbeveling 2 vragen feitelijk om een nieuwe heldere procedure qua inbedding van de onderzoeken van de rekenkamer. Gelet op aanbeveling 1 (versterken samenwerken met de rekenkamer in Sint Michielsgestel) zou het fijn zijn dat deze procedure in de nabije toekomst eveneens geharmoniseerd is. Voorstellen over deze nieuwe procedure, waarbij wij u uiteraard betrekken, kunt u in het tweede kwartaal van 2022 verwachten. In die procedure komen ook de aanbevelingen onder 4, 6, 7 en 8 aan bod.
4 Aan het college van B&W Laat de portefeuillehouder, die over het betreffende onderwerp van het RKC-onderzoek gaat, ook optreden a/s vertegenwoordiger van het college bij de raadsbehandeling. Overwegingen: • Op dit moment is het niet duidelijk wie namens het college van B&W woordvoerder is bij de behandeling van RKC onderzoeken. Soms is dat de burgemeester (als portefeuillehouder RKC) en soms een wethouder, die over het betreffend onderwerp gaat. • Een inhoudelijk betrokken collegelid is het best ingevoerd in de betreffende materie en is daarmee ook de eerst aangewezene bij de behandeling in de raad. Wij nemen uw aanbeveling over in die zin dat wij, bij aankondiging van een nieuw onderzoek door uw rekenkamer, een eigenaar in de vorm van één van de collegeleden zullen aanwijzen. Zodat u bij dat onderzoek ook één bestuurlijk aanspreekpunt heeft en dat de eigenaar namens het college woordvoerder is tijdens de behandeling in de raad.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek doorwerking en rode draden rekenkamerrapporten - 2021
33
5 Aan de raad Betrek als raad ook de daadwerkelijke uitvoering van de aanbevelingen in de beschouwingen en het debat. Overwegingen: • Op dit moment worden de aanbevelingen van de RKC wat ‘gemakkelijk’ overgenomen. Het prioriteren van de aanbevelingen, de uitvoeringsmogelijkheden en de daarbij behorende (financiële of personele) consequenties komen nauwelijks aan bod. Daarmee ontstaat het gevaar van een verdere stapeling van wensen, zonder stil te staan bij de mogelijkheden en middelen. • Wanneer de reactie van het college in dat opzicht wordt verbeterd (zoals in aanbeveling 2 is aangegeven), wordt dat ook beter mogelijk. Deze aanbeveling is aan de raad gericht. Ook wij zien het risico bij een stapeling van wensen die niet of pas veel later worden uitgevoerd doordat onvoldoende is overwogen of er wel voldoende middelen (tijd, personeel, financiën) zijn. Wij verwachten bij het uitwerken van aanbeveling 2 hierover procedureafspraken te maken zodat die overwegingen in het vervolg bij het beoordelen van de aanbevelingen worden meegenomen en er een realistisch beeld ontstaat van wat wel en wat niet of niet meteen kan. 6 Aan het college en ambtelijke organisatie Wijs bestuurlijke en ambtelijk eigenaren aan, die verantwoordelijk zijn voor de implementatie van de door de raad aangenomen aanbevelingen uit een RKC-rapport.
Overwegingen: • Op dit moment bestaat er veelal een grote onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de aanbevelingen. Er zijn geen eigenaren benoemd. • Het zaaksysteem is een systeem binnen de gemeente waarin zaken worden toegewezen aan een eigenaar • Daarmee loopt de uitvoering van de aanbevelingen risico’s. Ook deze aanbeveling nemen wij over en deze zal onderwerp van gesprek zijn bij het opstellen van de nieuwe procedure die we samen met MGD zullen maken (zie ook ons antwoord bij aanbeveling 3). 7 Aan de raad, college en ambtelijke organisatie Geef een betere invulling aan de bewaking van de aanbevelingen, ondermeer door opname in de lange termijn agenda van de raad en door de organisatie van een informatieve ‘doorwerkingsavond’ voor de raad over de voortgang. Overwegingen: • Met opname in de lange termijnagenda en het zaaksysteem wordt voorkomen dat de aanbevelingen ‘weglopen’. • De huidige terugkoppeling via een raadsinformatiebrief over de uitvoering blijkt onvoldoende te werken. • In een periodiek gesprek met raadsleden en vertegenwoordigers van college en ambtelijke organisatie alsook de RKC tijdens een ‘doorwerkingsavond’ kan worden gesproken over de implementatie van de aanbevelingen en nieuwe ontwikkelingen daarin. Als basis van deze bijeenkomst wordt gebruik gemaakt van een stand van zaken van de afgelopen onderzoeken.
• Een goed uitgewerkte raadsinformatiebrief per onderzoek helpt om dit gesprek goed te voeren. U geeft hier een aantal praktische tips om de raad beter te informeren over de voortgang/doorwerking van het opvolgen van de overgenomen aanbevelingen. Bij de uitwerking daarvan in de nieuwe procedure zullen we daar uiteraard met de griffie overeenstemming zoeken. Daarbij moet wel worden overwogen of een doorwerkingsavond gelet op de huidige ambtelijke capaciteit en de belasting van de raad wel het juiste middel is. 8 Aan de ambtelijke organisatie en de griffie Vertaal voorafgaande aanbevelingen naar een procedure en leidraad voor de behandeling
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek doorwerking en rode draden rekenkamerrapporten - 2021
34
en bewaking van RKC onderzoeken. Overwegingen: • Er zijn op dit moment geen afspraken over een dergelijke procedure, ook al heeft zich in de praktijk wel een bepaalde werkwijze ontwikkeld. • Ook is gebleken dat het nu voor de ambtelijke organisatie, college en raad onvoldoende duidelijk is welk proces moet worden doorlopen tijdens het onderzoeksproces, bij de besluitvorming en de bewaking van de uitvoering van de aanbevelingen. Deze onduidelijkheid is vooral groot, nadat het RKC-rapport is behandeld in de raad. • Helderheid hierover verbetert de kwaliteit van het totale proces. Wij zijn het hiermee eens en ook deze aanbeveling wordt in overleg met MGD en de griffie meegenomen in de nieuwe procedure. 9 Aan de raad, college en ambtelijke organisatie Zorg ervoor dat bij de formulering van beleid en de uitvoering daarvan meer rekening wordt gehouden met de rode draden uit de RKC onderzoeken, zoals: - duidelijke duiding van de positie en de rol van de raad - aandacht voor een reële verhouding tussen ambities en mogelijkheden voor uitvoering in relatie met de beschikbare middelen - een betere organisatie en gebruik van de beschikbare data.
Overwegingen: • Hoewel deze rode draden generieke waarheden zijn en daarmee op elke organisatie van toepassing kunnen zijn, blijkt uit veel RKC onderzoeken dat bovengenoemde thema’s in Boxtel vaak als problematisch naar voren komen en derhalve extra aandacht behoeven. • Daarom zijn structurele verbeteringen op die thema’s nodig voor een beter functioneren van de gemeente. Deze aanbevelingen nemen wij over. Dat houdt in dat de bekendmaking van de onderzoeken van de RKC en de rode draden die daaruit voort komen, structureel onder de aandacht van de medewerkers en het bestuur dienen te zijn. Deze structuur wordt mede vorm gegeven in de nieuwe procedure. 10 Aan de raad Vraag aan het college nader inzicht te verschaffen in de wijze en termijn, waarop de uitvoering van de aanbevelingen uit de onderzoeken ‘privatisering accommodaties’ en centrumontwikkeling alsnog vorm krijgen. Overwegingen: • De genoemde onderzoeken laten een zeer beperkte doorwerking zien. De aanbevelingen zijn niet of zeer beperkt opgepakt. • De inhoud in de raadsinformatiebrieven, indien al verschenen, geeft geen duidelijke aan de aanbevelingen gekoppelde informatie hoe ze zijn opgepakt of waarom dat eventueel niet is gebeurd. Er worden meer algemene ontwikkelingen over het betreffend onderwerp geschetst. • Daarmee is geen recht gedaan aan de besluiten van de raad bij de behandeling van deze onderzoeken.
Het is een duidelijke vraag die de RKC aan de raad en indirect aan het college voorlegt. Ten aanzien van de centrumontwikkeling willen wij u wel alvast meegeven dat er zeker wel een aantal projecten zijn uitgevoerd of juist in uitvoering zijn gekomen. Grof geschat bestaat dat uit 50% van het plan. Vertraging in de centrumontwikkeling (project en uitvoeringsprogramma) is vooral veroorzaakt door de bezuinigingen en te weinig ambtelijke capaciteit. En, hoewel de coronacrises te pas en te onpas wordt gebruikt als argument is deze hier wel degelijk mede debet aan de vertraging. Daarboven komt nog op de nawerking van deze coronacrises (die op dit moment nog voortduurt) op de (lokale) economie. We zijn momenteel aan het kijken naar invulling van het uitvoeringsprogramma. Dat moet gebeuren binnen de ambtelijke organisatie. Het uitvoeringsprogramma moet concreet en realistisch zijn en daar zit de uitdaging.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek doorwerking en rode draden rekenkamerrapporten - 2021
35
Met betrekking tot de privatisering accommodaties is het een feit dat hiervoor te weinig ambtelijke capaciteit is. Het team dat zich hiermee bezighoudt is via het werven van personeel volop bezig om haar taken goed op te kunnen pakken.’
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek doorwerking en rode draden rekenkamerrapporten - 2021
36
9 Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel (regnr 1279616) 1 Raadsvoorstel Verordening Sociaal Domein 2021 (1279616).pdf
Raadsvoorstel Registratienr.:
1279616
Onderwerp Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel.
Status Besluitvormend
Voorstel 1. De Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel vast te stellen.
Inleiding In de Verordening Sociaal Domein zijn bepalingen opgenomen over de Participatiewet, Jeugdzorg, Wmo en schulddienstverlening. Er zijn enkele aanpassingen nodig vanwege wetswijzigingen, regionale afspraken of vanuit de praktijk. Er is voor gekozen om deze aanpassingen te verwerken in een wijzigingsverordening. Daardoor hoeft de vrij uitgebreide verordening niet helemaal opnieuw vastgesteld te worden. In het verschillenoverzicht is precies aangegeven welke artikelen aangepast zijn en waarom. De overige artikelen blijven ongewijzigd.
Beoogd resultaat Een Verordening Sociaal Domein die geactualiseerd is op basis van wetswijzigingen, regionale afspraken en de praktijk.
Argumenten 1.1. Door een wetswijziging is aanpassing van de huidige verordening nodig. Dit is met name het geval bij het huidige artikel 7.3 van de verordening over de studietoeslag. Vanaf 1 april 2022 wordt de wet gewijzigd, waardoor deze bepaling niet meer in de verordening opgenomen hoeft te zijn. Dit wordt dan namelijk bepaald in de wet. 1.2. Door regionale afspraken moet de verordening op enkele punten aangepast worden. Op het gebied van Jeugd is regionaal de afspraak gemaakt om een extra bepaling over het verstrekken van een PGB in de verordening op te nemen. Deze bepaling gaat over het niet inkopen van hulp bij een aanbieder waarbij eerder fraude is geconstateerd of waarbij twijfels zijn over de integriteit van de aanbieder. Dit is ook van toepassing voor de Wmo. Voor wat betreft de Wmo is regionaal specifiek de afspraak gemaakt om dezelfde PGB tarieven te hanteren voor beschermd wonen. 1.3. Ook vanuit de praktijk zijn aanpassingen nodig. Voor Jeugd en Wmo een aantal begripswijzigingen nodig. In de loop der tijd zijn we namelijk nieuwe begrippen gaan hanteren.
Raadsvoorstel Registratienr.:
1279616
Kanttekeningen 1.1 Er wordt alleen een nieuwe tariefdifferentiatie gehanteerd voor beschermd wonen. Regionaal is afgesproken om dezelfde tariefdifferentiatie te hanteren voor een PGB voor beschermd wonen. De tariefdifferentiatie voor beschermd wonen staat beschreven in hoofdstuk 5 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2022. In de praktijk verwachten we niet dat het hanteren van een andere tariefdifferentiatie voor uitdagingen zorgt. Er wordt zelden een PGB voor beschermd wonen aangevraagd.
Financiën De wijziging van de verordening heeft geen financiële consequenties voor de budgetten in het Sociaal Domein. De financiering voor Beschermd Wonen loopt tot en met 2025 via de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch.
Uitvoering Nadat de verordening is vastgesteld geven de consulenten van de wijkteams hier uitvoering aan.
Communicatie De wijzigingen zijn van tevoren met de Adviesraad Sociaal Domein besproken. Zij zijn in de gelegenheid gesteld om een schriftelijk advies uit te brengen. De adviesraad merkt in haar advies op dat het goed is om de bepaling omtrent frauduleuze aanbieders in de verordening op te nemen. Als de raad de wijzigingsverordening heeft vastgesteld wordt deze op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Ook brengen wij de wijzigingen intern onder de aandacht van de uitvoerende medewerkers.
Boxtel, 21 december 2021 Burgemeester en wethouders van Boxtel, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
A.E. Kraal
R.S. van Meygaarden
Bijlagen 1. Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel. 2. Toelichting Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel. 3. Advies van de Adviesraad Sociaal Domein.
Raadsvoorstel Registratienr.:
1279616
Ter inzage 1. Niet van toepassing.
Contactpersoon Ivonne van der Linden, teammanager Sociale Beleidsontwikkeling, 0411-655224, i.vd.linden@mijngemeentedichtbij.nl
Raadsbesluit Registratienr.: 1279616
Aanhef De raad van de gemeente Boxtel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2021;
Besluit 1. De Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel vast te stellen.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 8 februari 2022; De gemeenteraad van Boxtel, de griffier, I.H.M. Smits
de voorzitter, R.S. van Meygaarden
1 Motie SP Maatwerk Sociaal Domein ondertekend.pdf
Motie Maatwerk in het Sociale Domein
De raad van de gemeente Boxtel, in vergadering bijeen op 8 februari 2022
Overwegende dat:
De adviesraad Sociaal Domein in haar advies d.d. 29 november 2021 heeft geadviseerd om uit te gaan van het uitgangspunt zorg op maat'; Dit College heeft beloofd de regels ondergeschikt te maken aan de individuele zorgvraag van mensen; Het uitgangspunt bij indicatiestellingen altijd de individuele situatie van mensen moet zijn; Het hanteren van een vaststaande norm van € 10.000,= als primaat voor verhuizen daar niet aan tegemoetkomt.
Spreekt uit dat:
-
Bij indicatiestellingen in het Sociaal Domein primair altijd het uitgangspunt 'zorg op maat, per individuele zorgvraag' zal worden gehanteerd.
En gaat over tot de orde van de dag.
Fractie SP -
Eric van den Broek, fractievoorzitter Rinze van der Veen, raadslid
1 Bijlage 1 Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel (1279616).pdf
Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel De raad van de gemeente Boxtel; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2021; besluit: vast te stellen de: “Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel”
Artikel I A. 5.2.1 lid 3 komt te vervallen. Het huidige lid 4 van 5.2.1 wordt het nieuwe lid 3.
B. 6.4.1 lid 5 onder i wordt 6.4.1 lid 5 onder j. 6.4.1 onder i komt te luiden: i. de hulp wordt ingekocht bij een aanbieder, waarbij eerder fraude is geconstateerd of waarbij twijfels zijn over de integriteit van de aanbieder.
C. 6.4.3 lid 6 komt te luiden: De tariefdifferentiatie, zoals omschreven in hoofdstuk 5 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning ’sHertogenbosch 2022, is van toepassing.
D. 6.5.2 lid 3 onder g komt te luiden: g. kortdurend verblijf.
E. De aanhef van 7.3 komt te luiden: Hetgeen dat is bepaald in 7.3 tot en met 7.3.5 komt per 1 april 2022 te vervallen in verband met een wetswijziging. De wetgeving omtrent studietoeslag is vanaf dat moment beschreven in artikel 36b van de Participatiewet.
F. 7.6.2 lid 1 komt te luiden: 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt.
G. De begrippen ‘Ondersteuningsplan’ en ‘Persoonlijk plan’ in hoofdstuk 11 komen te vervallen en de volgende begrippen worden alfabetisch aan het hoofdstuk toegevoegd: -
-
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor personen met een beperking én daadwerkelijk beschikbaar is én een passende bijdrage aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie levert én financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Plan van aanpak: een plan dat de gemeente samen met de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.
Artikel II 1.
Deze verordening treedt een dag na bekendmaking in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2022.
2.
Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening tot 1 e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel”.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Boxtel in zijn openbare vergadering van 8 februari 2022.
De raad voornoemd,
de griffier,
I. Smits de voorzitter,
R. van Meygaarden
1 Bijlage 2 Toelichting Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel (1279616).pdf
Toelichting Verordening tot 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel Datum: december 2021 Bestaande tekst 5.2.1 lid 3: Een verhuiskostenvergoeding heeft voorrang op andere woonvoorzieningen, behalve als een verhuiskostenvergoeding voor de inwoner niet de goedkoopste voorziening is die nodig is.
Nieuwe tekst Komt te vervallen.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing: dit uitgangspunt staat al in 5.1 van de verordening.
Bestaande tekst 5.2.1 lid 4.
Nieuwe tekst 5.2.1 lid 3.
Soort aanpassing inclusief toelichting Redactionele aanpassing: wijziging lidaanduiding.
Bestaande tekst 6.4.1 lid 5 onder i wordt j.
Nieuwe tekst 6.4.1 lid 5 onder i: de hulp wordt ingekocht bij een aanbieder waarbij eerder fraude is geconstateerd of waarbij twijfels zijn over de integriteit van de aanbieder.
Soort aanpassing inclusief toelichting Redactionele en inhoudelijke aanpassing: hetgeen nu onder i staat komt onder j te staan. Onder i wordt een bepaling toegevoegd. Het is belangrijk om te borgen dat inwoners met een PGB inkopen bij betrouwbare aanbieders.
Bestaande tekst 6.4.3 lid 6: Het pgb voor beschermd wonen bedraagt maximaal: a. Bij pgb beschermd wonen all-inclusive: 88% van het tarief voor hulp in natura beschermd wonen all-inclusive; b. Bij pgb beschermd wonen thuis: 86% van het tarief voor hulp in natura beschermd wonen thuis; c. Bij pgb beschermd wonen begeleid: 88% van het tarief voor hulp in natura beschermd wonen begeleid.
Nieuwe tekst 6.4.3 lid 6: De tariefdifferentiatie zoals omschreven in hoofdstuk 5 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2022 is van toepassing.
Soort aanpassing inclusief toelichting Inhoudelijke aanpassing: regionaal is afgesproken om voor beschermd wonen dezelfde tarieven te hanteren. Dit houdt het volgende in: - Voor reguliere aanbieders die beschermd wonen pakketten bieden wordt in het ZIN tarief de opslag overhead van 35% naar 20% bijgesteld. - Voor ZZP’ers die beschermd wonen bieden is in het ZIN tarief de opslag overhead verlaagd tot 10% - De opslag voor risico’s en financiële continuïteit zoals in het ZIN tarief wordt gehalveerd van 2% naar 1%. - Bij de pakketten beschermd wonen Zelfstandig Thuis is gerekend met het maximum uurtarief in de Wlz voor het PGB.
Bestaande tekst 6.5.2 lid 3 onder g: kort verblijf.
Nieuwe tekst 6.5.2 lid 3 onder g: kortdurend verblijf.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing: ‘kortdurend verblijf’ is de juiste benaming.
Bestaande tekst 7.3 Studietoeslag
Nieuwe tekst Hetgeen dat is bepaald in 7.3 tot en met 7.3.5 komt per 1 april 2022 te vervallen in verband met een wetswijziging. De wetgeving omtrent studietoeslag is vanaf dat moment beschreven in artikel 36b van de Participatiewet.
Soort aanpassing inclusief toelichting Inhoudelijke aanpassing: i.v.m. wetswijziging per 1 april 2022.
Bestaande tekst 7.6.2 lid 1: De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt. De inwoner krijgt uiterlijk 8 weken na het intake gesprek een beschikking met toelating of afwijzing van schulddienstverlening zoals bepaald in artikel 4a, derde lid, van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Bestaande tekst Hoofdstuk 11: Begrippenlijst Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking én die gewoon verkrijgbaar is én niet veel duurder is dan vergelijkbare voorzieningen én waarover een ‘gezonde’ persoon in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken.
Nieuwe tekst 7.6.2 lid 1: De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing: de tweede volzin staat in de wet. Daarom hoeft dit niet in de verordening te staan.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 11: Begrippenlijst Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor personen met een beperking én daadwerkelijk beschikbaar is én een passende bijdrage aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie levert én financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing: toevoeging ‘inkomen op minimumniveau’ conform wet- en regelgeving.
Bestaande tekst Hoofdstuk 11: Begrippenlijst Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 11: Begrippenlijst Plan van aanpak: een plan dat de gemeente samen met de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing: er wordt een nieuw begrip gebruikt.
Bestaande tekst Hoofdstuk 11: Begrippenlijst Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.
Nieuwe tekst Komt te vervallen.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing: begrip wordt niet meer gebruikt.
1 Bijlage 3 Advies van de Adviesraad Sociaal Domein_ (1279616).pdf
Aan: Cc: Van: Datum: Onderwerp:
College van B&W gemeente Boxtel Irene Robben contactpersoon Adviesraad Sociaal Domein Boxtel 29 november 2021 Gevraagd advies betreft Verordening Sociaal Domein 2021-2022 en nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning 2020-2022
Geacht College, De Adviesraad Sociaal Domein is gevraagd om voor 1 december a.s. een advies uit te brengen over de onderwerpen zoals omschreven in de Verordening Sociaal Domein 2021 - 2022. Door twee beleidsmedewerkers is op dinsdag 23 november jl. voor de leden van de ASD Sint- Michielsgestel en ASD Boxtel via Teams een presentatie hierover georganiseerd. Tevens was er de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Onze dank voor de uitleg en organisatie. De ASD Boxtel heeft naar aanleiding van de presentatie de volgende opmerkingen en aanbevelingen: 1.
Overzicht en toelichting verschillen Verordening Sociaal Domein 2021/2022 Dit overzicht bevat voornamelijk tekstuele aanpassingen m.u.v.: Artikel 6,4.1 lid 5 onder i: de aanpassing is een duidelijke verbetering t.o.v. de oude omschrijving. Artikel 7.3.3: is een inhoudelijke aanpassing i.v.m. wetswijziging ingaande per 01-01-2022.
2.
Overzicht en toelichting verschillen Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning 2020 en 2022 Artikel 2.1.2.1 Verhuizen of aanpassen: in de inhoudelijke aanpassing is de norm primaat van verhuizing toepassen bij kosten van meer dan € 10.000.- voor het geschikt maken van de huidige woning. Als ASD vinden wij het wenselijk om geen norm van € 10.000.- als uitgangspunt te hanteren. De ASD vindt dat hiervoor in de plaats daarvan sprake moet zijn van “zorg op maat” en dat de volgende genoemde factoren leidend moeten zijn: ✓ de woonlasten en financiële gevolgen van de verhuizing; ✓ de termijn waarop een geschikte woning beschikbaar komt; ✓ de sociale omstandigheden; ✓ eventueel aanwezige mantelzorg. Daarnaast moet in overweging worden genomen: - Haal je de bewoner(s) weg uit de eigen vertrouwde buurt, dan moet daarbij afgevraagd worden welke sociale en psychische gevolgen dat heeft. Daarbij de mogelijk nieuwe ontstane kostenpost op de lange termijn van extra inzet van professionele zorgverlening. - Wordt er verhuisd naar een duurder huis, wat heeft dat voor een invloed op het huidige uitgavenpatroon? - Als de woning aanpassing wordt afgewezen moet er wel een verhuiskostenvergoeding uitgekeerd worden die de kosten van transport van inboedel en de strikt noodzakelijke herinrichtingskosten dekt. Bron: juridische helpdesk KBO:’Het primaat van verhuizen dwingend voorschrijven’
Artikel 2.2.2 Extra inzet: in de aanpassing komt de extra 8 uur huishoudelijke hulp op jaarbasis te vervallen en is een van de gevolgen van de aangekondigde bezuinigingsmaatregelen van de gemeente Boxtel. De ASD vindt het erg jammer dat deze regeling komt te vervallen maar heeft in het kader van de slechte financiële situatie waarin de gemeente momenteel verkeert, hiervoor begrip. Wel zouden we graag zien dat de extra 8 uur in uitzonderingsgevallen, voor inwoners zonder enig vangnet, toch op individuele basis wordt toegekend. Overige genoemde onderdelen uit dit overzicht: betreffen voornamelijk regionaal ingekochte producten en besluitvorming hierover heeft voornamelijk in regionaal samenwerkingsverband reeds plaatsgevonden. Hierop kan de ASD géén invloed meer op uitoefenen. Wij vertrouwen erop dat bovenstaande opmerkingen en aanbevelingen worden meegenomen in de vaststelling van de stukken. Bij voorbaat onze hartelijke dank hiervoor. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Sociaal Domein Boxtel Frank Leermakers voorzitter
1 Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel.pdf
Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Algemeen............................................................................................................................................... 4 1.1 Waarom deze verordening? .......................................................................................................................... 4 1.2 Uitgangspunten ............................................................................................................................................. 4 1.3 Kernwaarden ................................................................................................................................................. 5 Hoofdstuk 2: De toegang ............................................................................................................................................ 6 2.1 Melding bij de gemeente ............................................................................................................................... 6 2.2 Verwijzing door derden en spoed .................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 3: Werk en Participatie .............................................................................................................................
8 3.1 Algemene bepalingen.................................................................................................................................... 8 3.2 Bepalingen over voorzieningen ..................................................................................................................... 9 3.3 Specifieke bepalingen over de aanspraak op voorzieningen ...................................................................... 10 3.4 Tegenprestatie ............................................................................................................................................ 13 Hoofdstuk 4: Gezond en veilig opgroeien ............................................................................................................... 15 4.1 Uitgangspunten bij het bieden van hulp ...................................................................................................... 15 4.2 Algemene voorzieningen ............................................................................................................................. 15 4.3 Individuele voorzieningen ............................................................................................................................ 16 4.4. Criteria individuele voorzieningen ..............................................................................................................
16 4.5 Afstemming met andere vormen van hulp ................................................................................................... 16 Hoofdstuk 5: Leven en wonen in een veilige en gezonde omgeving .................................................................... 17 5.1 Uitgangspunten, doelen en resultaten ......................................................................................................... 17 5.2 Zelfstandig en veilig wonen ......................................................................................................................... 18 5.3 Maatschappelijke opvang ............................................................................................................................ 19 5.4 Begeleiding en dagbesteding ...................................................................................................................... 19 5.5 Vervoer........................................................................................................................................................ 20 5.6 Mantelzorg .................................................................................................................................................. 20 Hoofdstuk 6: De vorm van hulp ................................................................................................................................
21 6.1 Vormen van hulp ......................................................................................................................................... 21 6.2 Hulp in natura .............................................................................................................................................. 21 6.3 Hulp in geld ................................................................................................................................................. 21 6.4 Persoonsgebonden budget ......................................................................................................................... 21 6.5 Eigen bijdrage Wmo-voorzieningen ............................................................................................................ 24 Hoofdstuk 7: Inkomen en schulden ......................................................................................................................... 25 7.1 Minimabeleid ............................................................................................................................................... 25 7.2 Bijzondere bijstand ......................................................................................................................................
25 7.3 Studietoeslag .............................................................................................................................................. 26 7.4 Individuele inkomenstoeslag ....................................................................................................................... 26 7.5 Bijdrage voor maatschappelijke activiteiten, het Welzijnsfonds ................................................................... 27 7.6 Schuldhulpverlening .................................................................................................................................... 29 7.7 Zorgkosten .................................................................................................................................................. 29 Hoofdstuk 8: Afspraken tussen inwoner en gemeente .......................................................................................... 30 8.1 Hoe gaan we met elkaar om? ..................................................................................................................... 30 8.2 Afspraken en verplichtingen ........................................................................................................................ 31 8.3 Terugvorderen uitkering ..............................................................................................................................
34 8.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening ................................................................................................... 34 8.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? .......................................................... 34
2
Hoofdstuk 9. Kwaliteit en aanbesteding .................................................................................................................. 37 9.1 Kwaliteit ....................................................................................................................................................... 37 9.2 Inkoop en aanbesteding .............................................................................................................................. 37 Hoofdstuk 10: Van oud naar nieuw ......................................................................................................................... 39 10.1 Onderzoek naar de werking van de verordening ....................................................................................... 39 10.2 Uitvoeringsregels....................................................................................................................................... 39 10.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) ..................................................................................... 39 10.4 Intrekken oude verordeningen ................................................................................................................... 39 10.5 Overgangsrecht .........................................................................................................................................
39 10.6 Ingangsdatum en naam............................................................................................................................. 40 Hoofdstuk 11: Begrippenlijst .................................................................................................................................... 41
3
Hoofdstuk 1: Algemeen 1.1 Waarom deze verordening? 1.1.1 Wij vinden het belangrijk dat: Mensen actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan; Mensen een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen; Mensen hun financiën op orde hebben; Mensen een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen; Mensen een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij zo lang mogelijk zelfstandig en veilig kunnen wonen; en Kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien. 1.1.2 Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: Participatiewet (PW), de IOAW, de IOAZ; De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); De Jeugdwet De Gemeentewet. Deze wetten vormen de grondslag voor deze verordening. De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Daarvoor stelt de gemeente dan nadere regels vast. Waar in deze verordening ‘Gemeentewet’ als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de algemene aanvullings-bevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld (art.
121 Gemeentewet) die het mogelijk maakt om aanvullende regels over bepaalde onderwerpen te maken. Bij een aantal artikelen wordt ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemd. Deze wet bevat bepalingen over onder andere de aanvraag, beslistermijnen, bezwaar en klachten.
1.2 Uitgangspunten Deze verordening is geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De verordening: 1. Is bedoeld om de bovengenoemde doelen te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen; 2. Is goed te begrijpen; 3. Regelt niet meer dan nodig is; 4. Houdt de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk; 5. Kan goed uitgevoerd worden en is duidelijk voor de inwoners; 6. Heeft oog voor alle leefgebieden; 7. Geeft ruimte om af te wijken van regels en maatwerk te leveren als dat in het belang is van de inwoner, zolang dit niet in strijd is met wettelijke nationale of internationale regels.
4
1.3 Kernwaarden Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente rekening met de doelen van de genoemde wetten. De gemeente zorgt ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden: 1. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren. 2. Inwoners zetten zich ervoor in om deze doelen te bereiken. 3. De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor problemen, bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden, bekenden (het sociale netwerk). 4. Kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, krijgen extra hulp om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Per hoofdstuk wordt aangegeven welke kernwaarden de basis van de regels vormen.
5
Hoofdstuk 2: De toegang Dit hoofdstuk beschrijft globaal de toegang tot het sociaal domein. Welke basisprincipes leidend zijn bij de dienstverlening en het bieden van maatwerk. Uitgangspunt is dat alle hulpvragen die de inwoner heeft in één keer (in één gesprek met één medewerker) kunnen worden gesteld. Dit noemen we een integrale intake. Op basis van de vraagstelling wordt de verdere procedure bepaald. De inwoner wordt hierover meteen geïnformeerd. We werken waar mogelijk op basis van het principe “één gezin, één plan, één regisseur”. Kernwaarden: De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. De inwoner kan zijn hulpvragen stellen in één gesprek met één medewerker, ook wanneer deze vragen betrekking hebben op meerdere leefgebieden. De gemeente vraagt van de inwoner niet meer informatie dan nodig is. De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner. De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. De hulp is voor de inwoner op een gemakkelijke manier toegankelijk.
2.1 Melding bij de gemeente 2.1.1 De eerste melding Inwoners die een hulpvraag hebben op het terrein van de onder 1.1 genoemde wetten, kunnen een melding doen bij de gemeente. De inwoner kan deze melding schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal doen bij het loket WegWijs. De melding zal worden doorgeleid naar het Wijkteam. Deze melding is nog niet meteen een aanvraag. Op basis van een eerste uitvraag wordt de problematiek geïnventariseerd en wordt bepaald of een integrale intake nodig is. Mogelijk wordt de inwoner verwezen wanneer de vraag bij een andere instantie hoort. In het contact bij de eerste melding wordt bij de Quick Scan ook informatie gegeven over onafhankelijke cliëntondersteuning. Als een melding betrekking heeft op een (mogelijke) aanvraag voor een periodieke uitkering (voor levensonderhoud) op grond van de Participatiewet of IOAW-/IOAZ-uitkering, dan wordt de inwoner verwezen naar het internetportaal op www.werk.nl. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners goed worden geïnformeerd over de mogelijkheden om een melding te doen. 2.1.2 Integrale intake Als de melding wordt doorgeleid voor een intake dan wordt een gesprek gepland. Dit kan een telefonisch of een persoonlijk gesprek zijn. Het persoonlijk gesprek kan bij de inwoner thuis zijn (huisbezoek), als de inwoner dit wil of als dat van belang is voor de hulpvraag.
De inwoner kan al zijn vragen stellen in één gesprek aan één medewerker. De verdere dienstverlening is gebaseerd op het principe één gezin, één plan, één regisseur. Van het gesprek maakt de gemeente samen met de inwoner een verslag. Het resultaat van het gesprek is een verwijzing, het opmaken van een aanvraag of een combinatie hiervan. 2.1.3 Gegevens De gemeente verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het intakegesprek en het daaropvolgende onderzoek. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek wordt duidelijk gemaakt welke gegevens dat zijn.
6
2.1.4 Advisering De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag. De procedures van de melding en de aanvraag worden in interne protocollen en instructies vastgelegd. 2.1.5 Verval van recht [Jeugdwet, Wmo] Het recht op hulp vervalt als de inwoner niet binnen 3 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp, tenzij dit de inwoner niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen.
2.2 Verwijzing door derden en spoed 2.2.1 Verwijzing [Jeugdwet, Awb] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de jeugdige jeugdhulp krijgt, als de huisarts, een medisch specialist, een jeugdarts, een gecertificeerde instelling, een medisch specialist, een kinder- of jeugd(straf)rechter, de raad voor de kinderbescherming, de Officier van Justitie of de Zorgverzekeraar de jeugdige verwijst naar jeugdhulp. 2. Als de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger na een verwijzing kiest voor een aanbieder van jeugdhulp die geen contract heeft met de gemeente, en de gemeente vergelijkbare jeugdhulp in natura kan laten leveren door een aanbieder waarmee zij een contract heeft gesloten, dan zal de gemeente de kosten van de hulp in natura van de niet-gecontracteerde aanbieder niet vergoeden. 3. De gemeente maakt over verwijzingen afspraken met de partijen genoemd in het eerste lid. 2.2.2 Spoedeisende gevallen [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs] 1. In spoedeisende gevallen zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner de hulp krijgt die nodig is, zonder dat de normale procedure wordt gevolgd. Het kan dan gaan om de volgende hulp: a. Het bieden van hulp en zorg aan ouders en hun kinderen; b. Het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp; c. Het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning; of d.
Het verstrekken van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend; of e. Schuldhulpverlening. 2. Er is sprake van een spoedeisend geval als de uitkomst van de normale procedure voor een aanvraag om hulp niet afgewacht kan worden.
7
Hoofdstuk 3: Werk en Participatie De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners met een uitkering worden geholpen bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, als zij kunnen werken. Welke hulp dat kan zijn wordt in dit hoofdstuk beschreven. De hulpmiddelen die worden ingezet heten voorzieningen. Dit hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die de gemeente van de inwoner met een uitkering kan vragen. Kernwaarden:
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. Iedereen doet mee aan de samenleving De inwoner wordt zo goed mogelijk naar algemeen geaccepteerde arbeid geleid.
Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. De hulp wordt afgestemd op de inwoner en is altijd een oplossing op maat behalve als dat op grond de wet niet mogelijk is. We hebben extra zorg voor kwetsbare groepen. De aansluiting tussen uitkering en werk wordt voor de inwoner zo gemakkelijk mogelijk gemaakt
3.1 Algemene bepalingen 3.1.1 Begrippen [PW, IOAW, IOAZ] In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: De doelgroep: personen die worden genoemd in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. 3.1.2 Maatwerk waar nodig [PW, IOAW, IOAZ] 1. Doel van de hulp van de gemeente is dat de inwoner voor een langere periode betaald of onbetaald werk vindt dat bij hem past of dat de inwoner werk kan behouden. 2. De gemeente stemt de hulp aan de inwoner af op de persoonlijke situatie en de kansen op de arbeidsmarkt. De gemeente houdt ook rekening met de persoonlijke motivatie van de inwoner, zorgtaken, behaalde opleidingen, arbeidsverleden, geloofsovertuiging en vaardigheden. 3. In een trajectplan legt de gemeente vast welke hulp de inwoner krijgt en wat belangrijk is voor die hulp. Ook wordt vastgelegd welke afspraken met de inwoner worden gemaakt over de hulp en over eigen acties van de inwoner om dichterbij werk te komen. 4. De gemeente kan hulp aanbieden in de vorm van voorzieningen (diensten, geld of goederen). Voorzieningen kunnen worden gegeven aan inwoners uit de doelgroep, maar ook aan werkgevers die deze inwoners aan werk helpen. De gemeente kan voorwaarden en verplichtingen verbinden aan de voorzieningen. 5. De gemeente beoordeelt welke voorziening voor de inwoner het beste kan worden ingezet en voor hoe lang.
Daarbij kijkt de gemeente naar de omstandigheden van de inwoner, zijn eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget. 3.1.3 Samenwerking [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente werkt samen met UWV, gemeenten in de regio en andere organisaties om inwoners te helpen betaald of onbetaald werk te vinden. 2. De gemeente zorgt ervoor dat werkgevers die inwoners uit de doelgroep werk willen aanbieden, worden ondersteund.
8
3.2 Bepalingen over voorzieningen 3.2.1 Algemene bepalingen over participatievoorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een voorziening uit dit hoofdstuk beëindigen als: a. De inwoner die gebruik maakt van een voorziening zich niet houdt aan de gemaakte afspraken die in het trajectplan zijn opgenomen of die in de wet staan. b. De inwoner die gebruik maakt van een voorziening niet meer tot de doelgroep van de gemeente hoort. c. De inwoner die gebruik maakt van een voorziening algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt. Uitgezonderd zijn voorzieningen die in de wet of deze verordening ook mogelijk zijn na het aanvaarden van werk. d. Als de gemeente vindt dat de voorziening onvoldoende oplevert om snel aan het werk te gaan. e. Als de gemeente vindt dat de voorziening niet meer geschikt is voor de inwoner die gebruik maakt van de voorziening. f. de inwoner niet naar behoren gebruik maakt van een aangeboden voorziening. g. de inwoner die gebruik maakt van een voorziening niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening of de wet worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. De gemeente kan nadere regels vaststellen over voorzieningen. 3. De regels, als bedoeld in het tweede lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de: a. voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; b. weigeringsgronden van een voorziening; c.
aanvraag van, en de besluitvorming over een voorziening; d. betaling van subsidies of andere wijzen van tegemoetkoming en het verlenen van voorschotten op deze subsidies; e. wijze van verlening en vaststelling van subsidies; f. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verlenen van subsidies. 4. De gemeente kan op basis van een uitvoeringsbesluit één of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor één of meerdere voorzieningen. De gemeente moet dan wel nagaan welke alternatieve voorzieningen er beschikbaar zijn. 3.2.2 De wettelijke voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan de volgende wettelijke voorzieningen gericht op re-integratie en participatie inzetten: 1. Ondersteuning bij leer-werktrajecten, zoals bedoeld in artikel 10f van de Participatiewet; 2. No-Riskpolis, zoals bedoeld in artikel 8a, tweede lid onder b van de Participatiewet; 3. Participatievoorziening beschut werk, zoals bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet; 4. Loonkostensubsidie, zoals bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet; 5. Begeleiding op de werkplek zoals bedoeld in artikel 10 da van de Participatiewet. 3.2.3 De regionaal geregelde voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan de volgende regionaal geregelde voorzieningen inzetten uit het Functioneel Ontwerp Werkgeversdienstverlening van de regio Noordoost-Brabant: 1. Werkervaring; 2. Proefplaatsing. 3.
Detacheren en uitzenden 3.2.4 De lokaal geregelde voorzieningen De gemeente kan de volgende lokaal geregelde voorzieningen inzetten: 1. Scholing; 2. Persoonlijke ondersteuning; 3. Solliciteren; 4. Nazorg; 5. Parttime ondernemerschap; 6. Low-risk-polis; 7. Aanbodversterking; 8. Sociale activering; 9. Onkostenvergoeding; 10. Tegemoetkoming kinderopvang; 11. Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding;
[PW, IOAW, IOAZ]
9
3.2.5 Overige algemene bepalingen over voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente stelt nadere regels vast over de inzet en kaders van de genoemde voorzieningen als de wet niet bepaalt dat dit per verordening moet. 2. Voorzieningen die gericht zijn op het verkrijgen van werk worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid volgens de gemeente niet mogelijk is.
3.3 Specifieke bepalingen over de aanspraak op voorzieningen 3.3.1 Hulp op de werkplek van een jobcoach voor jongeren tot 27 jaar [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan een jongere die een leer-werktraject nodig heeft om de stap richting werk te zetten, hulp aanbieden die nodig is voor het volgen van een leer-werktraject. Het moet gaan om jongeren: a. van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of b. van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. 3.3.2 Participatievoorziening beschut werk [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als UWV heeft vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. De gemeente zet zich ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat de gemeente volgens het rijk jaarlijks moet realiseren, gerealiseerd wordt. 3. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden. 4. De gemeente biedt voor beschut werk de volgende voorzieningen aan: a. Aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. Uitsplitsing van taken; c. Aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 5.
De gemeente kan inwoners die in aanmerking komen voor beschut werk voorzieningen aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maken. Het gaat om de volgende voorzieningen: a. Hulp bij het invullen van de dag; b. Sociale activering en/of vrijwilligerswerk; c. Scholing; d. Schuldhulpverlening. 6. De inwoner die nog geen beschutte werkplek kan krijgen omdat het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, heeft voorrang op inwoners voor wie later is vastgesteld dat zij in aanmerking kunnen komen voor een beschutte werkplek. Zolang er nog geen geschikte werkplek voor de inwoner beschikbaar is, kunnen andere inwoners voorgaan. 3.3.3 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente stelt vast of een inwoner behoort tot de doelgroep voor loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt de gemeente de volgende criteria in acht: a. een inwoner moet behoren tot de gemeentelijke doelgroep van artikel 7 van de Participatiewet; en b. de inwoner is niet in staat om met een volledige baan het wettelijk minimumloon te verdienen en; c. de inwoner heeft mogelijkheden om aan het werk te gaan en; d. de inwoner voldoet aan de criteria in het landelijke besluit loonkostensubsidie Participatiewet. 3.3.4.
Vaststelling van de loonwaarde [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente stelt de loonwaarde vast volgens de methodiek die is vastgesteld door het regionale werkbedrijf van de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant. 3.3.5 Werkstage (Werkervaring) [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een inwoner die weinig kans heeft op werk, een werkstage (werkervaringsplaats) aanbieden. Deze werkstage wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 2. Het doel van een werkstage is om inwoners, met behoud van uitkering, op een werkplek werkervaring op te laten doen en/of te leren functioneren in een werkomgeving.
10
3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. De werkstage is alleen mogelijk als de werkgever de stagiair goed begeleidt tijdens de werkstage. De werkgever zorgt ervoor dat de stagiair meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet. 5. De werkervaringsplek wordt vastgelegd in een plan van aanpak dat de gemeente in overleg met de inwoner maakt. Met de werkgever wordt afgesproken welk doel de werkstage heeft, wat de werkzaamheden zijn, begin-en einddatum, afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en hoe de begeleiding plaatsvindt. 6. Het aantal gewerkte uren in een werkstage bedraagt niet meer dan 40 per week. Een werkstage duurt maximaal 3 maanden en kan éénmalig met 3 maanden worden verlengd. 3.3.6 Proefplaatsing [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een inwoner als proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. Een proefplaatsing duurt maximaal 3 maanden met een werkweek van maximaal 40 uur per week. Deze termijn kan worden verlengd met 3 maanden als dat nodig is om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van de inwoner. 2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen beoordelen of de inwoner geschikt is voor het werk. 3.