15.b - Bijlage 1 - Transitievisie Warmte gemeente Sint-Michielsgestel
Tekst van het document
26
en betaalbare oplossing anders zijn. En daarmee ook de informatiebehoefte, de ondersteuningsbehoefte en de partijen die hen kunnen helpen. De komende tijd werken we de doelgroepenaanpak verder uit voor: 1. Een aanpak besparen en transitiegereed 2. Een aanpak hybride en volledige warmtepompen 3. Een langlopende communicatie- en activatiecampagne In de laatste actie is de doelgroep in feite de hele gemeente, met als doel het blijvend informeren en betrekken van inwoners en organisaties. Dit moet de basis zijn voor de verdere stappen in de warmtetransitie de komende jaren. Hier gaan we in paragraaf 5.6 verder op in.
Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om te sturen op het daadwerkelijk nemen van maatregelen. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken. Met de juiste boodschap en middelen willen we deze doelgroepen informeren, motiveren en faciliteren om toch de stappen te gaan zetten. Hoe we inwoners daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2. Uit de verschillende informatieavonden met inwoners blijkt dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Men wil vooral beter inzicht krijgen in welke maatregelen men moet nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn.
5.1.2 Gebiedsgerichte aanpak: aanknopingspunten voor verdere verkenning In Sint-Michielsgestel lijken er vanuit technisch-financieel oogpunt op dit moment geen concrete kansgebieden aanwezig om een uitvoeringsplan te starten. Dat wil niet zeggen dat die er niet alsnog kunnen komen of misschien al zijn. Een kansgebied voor een gebiedsgerichte aanpak kan ook andere aanknopingspunten hebben dan de financieel-technische component. Deze aanknopingspunten zijn gebaseerd op de selectiecriteria
zoals geformuleerd in de notitie van uitgangspunten. De belangrijkste zijn hieronder uitgelicht.
Uitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welk duurzaam alternatief deze gebieden overgaan. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Het uitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of het alternatief voor aardgas voor het gebied te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties. Bron: Rijksoverheid (2021), Programma aardgasvrije wijken. https://aardgasvrijewijken.nl/themas/regieenorganisatie/uitvoeringsplan/wat +is+een+uitvoeringsplan/default.aspx
Clustering Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwjaar of woningtype, kunnen vragen om een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, kan een gebiedsgerichte aanpak uitkomst bieden. De aandachtsgebieden in de transitiekaart laten deze clustering zien. In bijvoorbeeld een all-electric aandachtsgebied staan woningen geclusterd waar een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet zou kunnen worden. Gezien de homogeniteit in bouwjaren van na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten. Daarnaast zou een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is een kans kunnen zijn om met een collectieve isolatieaanpak te starten.
27
Blokaanpak voor gespikkeld bezit In Sint-Michielsgestel zien we op een aantal plaatsen 'gespikkeld bezit': een woonblok of appartement met een onregelmatige spreiding van woningcorporatiebezit en particulier bezit. Vanwege het zelfde woningtype vragen deze woningen om een vergelijkbare verduurzamingsaanpak. Dat brengt financiële en bouwtechnische voordelen met zicht mee. Door aanpak en planning aan te laten sluiten op de keuzes in de warmtetransitie en planningen van andere partijen, kunnen onnodige (extra) kosten en verbouwingen worden voorkomen. Een uitdaging ligt in het meekrijgen van particulieren. Mogelijk hebben zij recent al hun dak geïsoleerd, is de ketel onlangs vervangen, of zijn ze (voorlopig) niet bereid te investeren in hun woning. Een aanpak die is gericht op deze beweegredenen en de juiste (financiële) middelen om samen met een woningcorporatie te verduurzamen kan helpen om 'bloksgewijs' het gespikkeld bezit te verduurzamen. Verder vraagt het gespikkelde bezit tussen 1950 en 1965 extra aandacht bij de planvorming omdat deze woningen op meerdere vlakken misschien niet meer voldoen aan deze tijd en vraagt het een te forse investering waardoor andere scenario’s zoals herstructurering ook een mogelijke optie zijn.
Vanuit de meerjarenafspraken tussen de gemeente en de actieve woningcorporaties in Sint-Michielsgestel is afgesproken dat deze partijen als werkgroep minimaal vier keer per jaar samenkomen om input te leveren op visievorming rondom warmte en duurzaamheid. Vanuit de projectgroep van de TVW is inbreng geleverd op de visie. Maar deze projectgroep (of een keinere werkgroep met de woningcorporaties en de gemeente) kan ook dienen voor het verder uitwerken van de aanpak, afhankelijk van de wensen en het woningbezit per woningcorporatie.
Aansluiten bij de figuurlijke energie in een buurt, wijk of dorp Figuurlijke energie is essentieel in een buurt om initiatieven vanuit de wijk van de grond te krijgen. Wijken of dorpen kennen vaak al een sociaal netwerk wat gebruikt kan worden om op die manier draagvlak of gezamenlijk initiatief te creëren. Voorbeelden van figuurlijke energie zijn: •
•
•
Initiatiefnemers, ‘innovators’, verenigingen, inwonerscollectieven, energiecoörporaties, VVE’s, dorp/wijkraden en -werkgroepen die aan de slag willen met verduurzaming. Partijen die als verbinder kunnen werken, zoals een kerkgemeenschap of school. De gemeente kan, samen met een dergelijke partij een isolatie aanpak opzetten en uitvoeren. Deze partij kan de achterban ook meer vertellen over deze aanpak. Wijken of dorpen waar grotere delen van de inwoners al positief tegenover duurzaamheid staan
Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen De warmtetransitie in een wijk is nooit het enige wat in een wijk speelt. Vaak zijn er andere opgaven, zoals renovatie, vergroening, veiligheid etc. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is. Het combineren van werkzaamheden leidt ook tot overlast- en kostenbesparing. Anderzijds wordt het te complex als we in alle wijken alles met alles gaan verbinden. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. Er zal afstemming plaatsvinden met en over:
28
•
Circulariteit, opwek duurzame energie, en mobiliteit;
•
Opgaven in de openbare ruimte, zoals rioleringsvervangingsopgaven;
•
Gebruik en opwek van elektriciteit voor warmte en andere doeleinden
•
Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen in een buurt, wijk of dorp;
•
De drukte in de ondergrond;
•
En met plannen van andere stakeholders zoals de woningcorporaties. Een woningcorporatie en de gemeente
kunnen samen verkennen waar kansen liggen voor de warmtetransitie. Bijvoorbeeld waar renovatieplannen gaan plaatsvinden en kansen liggen voor de collectieve inkoop van isolatie. Bij een dergelijke ontwikkeling kan ook verkend worden of er isolatie kan worden aangeboden aan de particulieren in die buurt, wijk of dorp.
Zonder nu al concrete kansgebieden aan te wijzen, kunnen we op basis van de aanknopingspunten in Sint-Michielsgestel de komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag willen.
5.2 Hoe gaan we het samen organiseren? 5.2.1 Samenwerken met inwoners en organisaties De transitie naar duurzaam en aardgasvrij verwarmen vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met al die partijen én met onze buurgemeenten. Het naast elkaar uitvoeren van projecten of het afstemmen van planningen is niet genoeg. Er ligt ook een stevige uitdaging op het gebied van communicatie, participatie en financiering. En dat alles in de wetenschap dat de warmtetransitie een opgave is waarvan we nog niet exact weten hoe die gaat lopen. Deze aspecten vragen om een actieve en flexibele sturing, gericht op het verbinden van alle betrokkenen en het benutten van alle aanwezige kennis en kunde in SintMichielsgestel. De gemeente is regisseur van de warmtetransitie en zal als vervolg op deze transitievisie met de belangrijkste organisaties structureel afstemmen afspraken maken om de ambities te kunnen realiseren. Deze TVW beschrijft een voorstel voor verdere organisatie, die als vervolg op de visie verder uitgewerkt moet worden in samenspraak met de belangrijkste stakeholders. 5.2.2 Voorstel voor samenwerkingsstructuur We stellen een samenwerkingsstructuur voor die enerzijds aansluit op bestaande structuren en anderzijds een systematisch aanpak moet waarborgen. Vanuit een centraal strategisch transitieteam worden programmalijnen en werk-/projectgroepen uitgezet.
Deze werkgroepen staan in dienst van het prettig wonen, werken en leven, een integrale (gebieds)benadering waar verschillende thema’s en opgaven samenkomen. Waar mogelijk zoeken zij naar slimme koppelingen wanneer
dat wenselijk is. Het projectteam met stakeholders voor het opstellen van de TVW zal dan de basis vormen van het centrale strategisch transitieteam. Met betrekking tot de programmalijnen maken we onderscheid tussen een gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak. Daarnaast staat communicatie & participatie centraal in elke aanpak. Hierin staat het bieden van ruimte voor burgerinitiatieven voorop. Inwoners kunnen nu al terecht bij regionaal energieloket Brant Woont Slim. Daarnaast kunnen de mogelijkheden voor een lokaal energieloket bekeken worden als aanvulling op het regionale loket. Dit loket kan een laagdrempelig aanspreekpunt en vraagbaak zijn voor de inwoners van Sint-Michielsgestel. 5.2.3 Samenwerkingsplatform De projectgroep voor de TVW wordt de basis voor een “samenwerkingsplatform” specifiek voor de uitvoering. Dit moet gezien worden als een strategisch transitieteam. De samenwerking tussen betrokken stakeholders is van structurele aard met een specifiek doel: de uitvoering van de warmtetransitie voor gezond, comfortabel en betaalbaar wonen en werken. Binnen deze groep worden de hoofdlijnen voor het vervolg van de TVW op strategisch niveau uitgewerkt en uitgezet in programmalijnen en werkgroepen (of entiteiten). Hierbij wordt de integraliteit en afstemming gewaarborgd. Binnen de groep staat gelijkwaardigheid tussen 'vrijwilligers' en professionals centraal.
Partijen hebben immers de wil tot samenwerking, maar ook het besef dat we hetzelfde doel nastreven, namelijk een duurzaam, toekomstbestendig Sint-Michielsgestel. Het samenwerkingsplatform bestaat uit partijen die reeds betrokken zijn bij de TWV, waarbij de gemeente initiatiefnemer is en daarmee een trekkersrol/ voorzittersrol inneemt. Hierbij is het belangrijk te bepalen wie vanuit de gemeente deelneemt aan het platform om ook de verbinding binnen de gemeentelijke organisatie te kunnen waarborgen. In goed overleg kunnen nieuwe partijen aansluiten bij dit samenwerkingsplatform. Het samenwerkingsplatform zal het tempo van de warmtetransitie ten opzichte van de doelstellingen rondom CO2-reductie monitoren en periodiek evalueren. Op basis daarvan moet er indien nodig bijgesteld worden met meer kansgebieden, capaciteit en middelen.
29
5.2.4 Loket Voor bewoners en ondernemers die interesse hebben in of vragen hebben over verduurzaming, moet er in Sint-Michielsgestel een duidelijk aanspreekpunt zijn. We doen dit in de vorm van een loket. In de regio is al sprake van een digitaal loket: Brabant woont Slim is het energieloket voor 15 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant. Brabant Woont Slim wijst inwoners van de aangesloten gemeenten, waaronder Sint-Michielsgestel, de weg naar comfortabeler, voordeliger én groener wonen. Dat doen zij door te adviseren bij het verduurzamen van hun woning. Brabant Woon Slim werkt samen met lokale energiecoöperaties en bedrijven. De website voor Brabant Woont Slim voorziet in informatie en advies voor bijvoorbeeld energiebesparing, koeling, warmtepompen, subsidies en financiering. Bewoners en bedrijven kunnen ook geïnformeerd worden over andere thema’s zoals klimaatadaptatie en welzijn. 5.2.5 Programmalijn gemeentebrede aanpak Het transitiepad hybride is het dominante pad voor de gemeente SintMichielsgestel. In de dorpskernen zien we een diversiteit in bouwperiodes, waaronder oude lintbebouwing. Gasvrije verwarming is kostbaar en technisch ingewikkeld in vooroorlogse gebouwen. Dat betekent niet dat we stil gaan zitten. Het is belangrijk dat alle gebouwen op natuurlijke momenten naar transitiegereed: het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken gaan.
Een opgave die daarmee niet op gebiedsniveau, maar gemeentebreed te benaderen is. Voor gemeentebrede maatregelen wordt daarom een afzonderlijke programmalijn ingericht. Dit kan worden uitgesplitst in verschillende thema’s of doelgroepen. Hiervoor zal het samenwerkingsplatform het initiatief nemen voor het opstellen van uitvoeringsplannen (plan van aanpak) die verder worden uitgewerkt in werkgroepen. Afhankelijk van de vergelijkbaarheid qua opgave en thema, kan dat eventueel in samenwerking of afstemming met buurgemeenten Vught en Sint-Michielsgestel. 5.2.6 Gemeentelijke rollen Afhankelijk van de opgave en wensen van betrokken stakeholders zal de wijze van betrokkenheid van de gemeente moeten worden bepaald. Dit kan per situatie verschillen. De gemeente kan verschillende rollen innemen. De belangrijkste rollen zijn: passief, faciliterend, activerend, samenwerkend en risicodragend. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat zij voor de gehele warmtetransitie een coördinerende rol inneemt, waarbij initiatieven vanuit de samenleving zoveel mogelijk worden
gefaciliteerd. In gevallen dat initiatieven tot stilstand komen, zal de gemeente waar mogelijk en nodig een reikende hand kunnen bieden door een actievere rol. Voor de warmtetransitie in Sint-Michielsgestel is op basis van de relevante transitiepaden de volgende rollen van de gemeente gedefinieerd:
30
•
Gemeentebrede regierol: De gemeente heeft als ‘voorzitter’ van het samenwerkingsplatform de regierol in het bewaken van de voorgang van de warmtetransitie als onderdeel van de verduurzamingsopgave in Sint-Michielsgestel. Dat kan enerzijds door het tussentijds monitoren van de tussendoelen richting de eindambitie, bijvoorbeeld in termen van CO2-reductie of aantallen woningen aardgasvrij. Anderzijds door het evalueren van de samenwerkingsstructuur, de onderlinge samenwerking, rolverdeling en de aanpak.
•
Initiatieven samenleving: in deze situatie zal de gemeente-initiatieven van eigenaren, bewoners of ondernemers faciliteren. De regie, keuze en oplossingen liggen bij de initiatiefnemers. De gemeente zal waar nodig ondersteuning bieden door bijvoorbeeld te informeren, vergaderruimten ter beschikking te stellen, procesgeld ter beschikking stellen of juist partijen te verbinden. Het kan hier gaan om zowel individuele als gebiedsgerichte initiatieven. De gemeente stelt hierover eerst een kader op waarin voor iedereen duidelijk wordt wanneer initiatieven groen licht krijgen voor ondersteuning en samenwerking. Onderdeel daarvan zal onder andere een inspanningsverplichting zijn om gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen in de betreffende initiatieven.
•
Stimulering van individuele kansen: de gemeente neemt de regie door het geven van voorkeursoplossingen, het stimuleren van standaardisatie in samenwerking met markt en stakeholders en hierover actief te informeren. Denk bijvoorbeeld aan een gestandaardiseerde aanpak voor energiebesparing van woningen uit een bepaalde bouwperiode in een wijk. De uiteindelijke keuze blijft in deze situatie altijd bij de bewoners of ondernemers zelf.
•
Gebiedsgerichte regie gemeente: in deze situatie gaat het voornamelijk om een gebiedsgerichte aanpak waarbij een centrale rol vanuit de gemeente wenselijk is voor bijvoorbeeld het overzicht, voortgang en risicoverdeling. Denk bijvoorbeeld aan wijken die eventueel in aanmerking komen voor een warmtenet. Keuzes worden
hierbij op gebiedsniveau gemaakt. Individuele bijdragen worden daarbij door de gemeente georganiseerd en gecoördineerd voor gebiedsgerichte keuzes. Voor dekking van financiële tekorten zal hoofdzakelijk naar Rijksmiddelen worden gezocht.
5.3 Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? De warmtetransitie, en andere maatschappelijke opgaven, hebben directe impact op de leefomgeving van onze inwoners en ondernemers. Daarnaast is het ook aan vastgoedeigenaren om te investeren in een duurzaamheid. We betrekken daarom buurtbewoners bij het maken van de uitvoeringsplannen. Er is oog voor zowel bewoners met een sterke intrinsieke drijfveer, maar ook doelgroepen die veel minder betrokken zijn bij deze opgave of aversie hebben tegen de overheid. Het zoeken naar de juiste verbindingen is daarom belangrijk. Een passende participatie en communicatiestrategie is essentieel voor deze transitie en zal ondersteunend zijn aan de twee programmalijnen: gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak. Kortom, het betreft maatwerk. Vanuit het samenwerkingsplatform zal het initiatief worden genomen voor participatie en communicatie. Hierbij maken we duidelijk onderscheid tussen communicatie en participatie. Bij communicatie draait het om blijvend in gesprek te zijn met bewoners, bedrijven en organisaties over de (notie van) verduurzaming van de leefomgeving. Op deze manier blijven we de boodschap onder de aandacht brengen. Ook geven we uitleg waarom we een duurzaam Sint-Michielsgestel willen en kunnen we antwoord geven op vragen van inwoners. Dit is zowel op gemeente- als op gebiedsniveau.
Communicatie op gebiedsniveau is meer maatwerk met betrekking tot de opgaven of initiatieven in een specifiek dorp of specifieke wijk. Het vormt dan ook onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak. Participatie gaat voornamelijk over het betrekken van inwoners, ondernemers en organisaties om mee te denken of te doen door uitnodigingen tot deelname aan bijvoorbeeld informatieavonden of werksessies. Gemeentebreed moet er een participatiestrategie komen waarin de kaders worden beschreven over wanneer inwoners op welke manier kunnen en mogen meedenken (inwonersparticipatie). Maar ook wanneer de gemeente op welke manier bereid is te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie). De daadwerkelijke uitvoer van deze participatie zal op dorp- en wijkniveau plaatsvinden.
31
Terugblik inwonersavond 17 juni 2021 Op 17 juni 2021 vond de inwonersavond in Sint-Michielsgestel plaats. Deelnemers konden hun reactie geven op de visie en de transitiekaart. Over het algemeen waren deelnemers positief; het is goed dat de gemeente met het onderwerp aan de slag is gegaan. Ze missen echter de concrete informatie. Er is grote behoefte aan duidelijkheid, bijvoorbeeld over de kosten en over het aanvragen van subsidies. Een deelnemer zei: “als een particulier zelf initiatief toont kost het adviesgesprek alleen al veel geld. Daarom wacht iedereen af tot de gemeente met plannen gaat komen”. Deelnemers gaven aan de inwoners proactief benaderd moeten worden en ontzorgt moeten worden; maak de overstap naar aardgasvrij zo eenvoudig mogelijk: “zorg ook voor directe communicatie, een stukje tekst in het lokale krantje is onvoldoende”. Energiebesparing in Sint-Michielsgestel: tips van inwoners •
Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Inwoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren;
•
Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen;
•
Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: inwoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn;
•
Ondersteuning en begeleiding voor VVE’s;
•
Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en leningen die beschikbaar komen;
•
Grijp de isolatie opgave als kans om lokale ondernemers te betrekken en lokaal werkgelegenheid te creëren.
•
Haak buurtverenigingen aan zodat het onderwerp warmtetransitie meer gaat leven. Zij kunnen ook bijdragen door een inkoopactie op te zetten.
Voor zowel communicatie als participatie maken we op hoofdlijnen onderscheid in twee doelgroepen: • •
Alle inwoners en organisaties gemeentebreed Ondernemers en bedrijven gemeentebreed
De gemeente maakt hiervoor zoveel mogelijk gebruik van bestaande communicatie- en participatiemiddelen. Communicatie met inwoners is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Het onderwerp leeft onder inwoners, omdat de bijbehorende werkzaamheden en aanpassingen zich voor een deel achter de voordeur afspelen. Met het opstellen van een heldere communicatiestrategie en een communicatieaanpak zetten we de eerste stappen voor een succesvolle samenwerking met onze inwoners. Daarom zetten we in op de volgende punten: • •
• •
•
•
Communiceren (periodiek) over het nut en de noodzaak van de warmtetransitie en specifiek over isoleren via verschillende kanalen; Inwoners die aan de slag willen voorzien van objectieve, heldere en toegankelijke informatie. Zoals informatie over handelingsperspectieven op de gemeentelijke website of via het loket; Zelf inwoners actief benaderen op basis van een doelgroepenaanpak; De warmtetransitie koppelen met opgaven en thema’s die spelen in specifieke wijken en dorpen als er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak met koppelkansen; Communiceren (periodiek) over het proces dat plaatsvindt over de verschillende stappen die worden gezet in de warmtetransitie. Waar vervolgstappen in de transitie voorzien worden, deze vroegtijdig communiceren; Inspirerende voorbeelden delen.
Hoe dichterbij we bij de uitvoering komen, hoe concreter de plannen worden en hoe belangrijker de inbreng van inwoners wordt om mee te denken en beslissen in de planvorming voor hun wijk of dorp. We zullen daarom een participatiestrategie opstellen waarin kaders staan over wanneer inwoners op welke manier kunnen en mogen meedenken
8 In bijlage 1 treft u een overzicht van financieringsinstrumenten en initiatieven die
reeds in de gemeente worden uitgerold. Leningen die genoemd zijn, zijn niet
32
(inwonersparticipatie). Andersom gaan ook steeds meer initiatieven vanuit inwoners en organisaties ontstaan waarbij een samenwerking met de gemeente gezocht wordt. De participatiestrategie moet daarom ook laten zien op welke manier wij bereid zijn te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie).
5.4 Hoe gaan we het financieren? Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen in de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties, zoals de eerdergenoemde energiebesparingsacties en de ontvangen RRE- en RREW-subsidie. We willen samen met partners de bestaande financiële instrumenten voor alle inwoners in Sint-Michielsgestel inzichtelijk en toegankelijk maken. Waar mogelijk bouwen we bestaande instrumenten uit of ontwikkelen we nieuwe instrumenten, passend bij de aanpak. In bijlage 1 is een overzicht te vinden van de huidige financieringsmiddelen. We willen kansen voor gemeente-overstijgende constructies verkennen, denk hierbij vooral aan lokale en regionale financiering en inkoop en samenwerking met installateurs uit Sint-Michielsgestel. Daarnaast willen we Sint-Michielsgestel-breed inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.8 Tijdens de inwonersavond is duidelijk naar voren gekomen dat gebouweigenaren willen weten van welke middelen ze gebruik kunnen maken om maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen.
Er werd een duidelijke behoefte geuit aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is. Wij hechten eraan dat informatie duidelijk en centraal te vinden is, in plaats van versnipperd.
allemaal op dit moment actief. Mogelijk worden er nieuwe rondes waarin deze leningen worden vrijgegeven uitgeschreven.
5.5 Gemeentelijke invulling: gemeentelijke rol en capaciteit 5.5.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord wordt de gemeente als regisseur bestempeld in de warmtetransitie. We zullen deze regierol invulling geven door het verdere proces van de warmtetransitie in onze gemeente te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. We zien ons daarin vooral als ‘voorzitter’ van het gesprek en hebben een belangrijke uitvoerende rol met ons grote bezit in de gemeente. Maar we zien partijen als Woonmeij, JOOST, Brabantwonen, Brabant Woont Slim, waterschappen, en Enexis als netbeheerder als voorwaardige partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. We zien voor de gemeente een belangrijke rol in het vertalen van de aanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Sint-Michielsgestel. We zijn aanspreekpunt voor onze inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, zien we hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2.
Als gemeente ‘lenen’ we aanpakken en inzichten ‘uit’ met gemeenten Vught en Boxtel, maar zorgen we ook dat inzichten daar weer naar terugvloeien. Dat kunnen lessen zijn uit gebiedsgerichte projecten waar andere gemeenten gebruik van kunnen maken. Maar ook monitoringsresultaten om gezamenlijk met andere gemeenten de provinciale voortgang van de warmtetransitie accuraat te blijven volgen en waar nodig de strategie bij te sturen. 5.5.2 Gemeentelijke capaciteit De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om een grotere inzet van de gemeentelijke organisatie. Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 - 20309 laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het Klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen.
9 Rapport in het kader van art. 2-onderzoek Klimaatakkoord in opdracht van de Raad voor het
Openbaar Bestuur. AEF, 2020.
33
Onderstaande tabel geeft per gemeentelijke taak de capaciteitsinschatting uit het rapport, voor de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie inclusief energiebesparing). Gemeente Sint-Michielsgestel valt in de categorie kleine gemeenten (<40.000 inwoners). Onderstaande tabel laat zien dat voor een gemeente als Sint-Michielsgestel, vanaf 2022 capaciteitsinzet van minimaal twee fte wordt verwacht voor het realiseren de warmtetransitie gemeentebreed. Daar bovenop komt nog extra capaciteit per dorp of wijk waar een wijkaanpak (uitvoeringsplan) wordt opgesteld.
Gemeentelijke taken
Klein
Middel
G40
Uitvoeringsplan – planfase
0,8 – 1,1
0,9 – 1,4
1,2 – 1,8
fte per per jaar per wijk
Uitvoeringsplan – uitvoeringsfase
1,7 – 2,1
1,9 – 2,4
1,9 – 2,4
fte per jaar per wijk
Totaal
Hangt af van aantal uitvoeringsplannen
Samenwerking corporaties & VVE’s
0,3 – 0,4
0,6 – 0,9
1,4 – 2,1
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
fte per jaar
Beperkt
Gemeentebrede communicatie incl. energieloket
0,9 – 1,1
1,8 – 2,2
3,8 – 4,6
fte per jaar
Verduurzamen eigen vastgoed
0,1 – 0,2
0,5
0,75 – 1,25
fte per jaar
Verduurzamen maatschappelijk vastgoed
0,3 – 0,5
0,5 – 0,7
1,1 – 1,5
fte per jaar
Verduurzamen overige utiliteitsbouw
0,3
0,5
0,75
fte per jaar
Monitoren en herijken TVW
0,25
0,3 – 0,5
1– 1,5
fte per jaar
Totaal
2,15 – 2,75
4,2 – 5,3
8,8 – 11,7
fte per jaar
5.6.1 Samenwerking en organisatie Allereerst is het van belang de hierboven genoemde samenwerkingsorganisatie vorm te geven. Het initiatief hiervoor ligt bij de gemeente Sint-Michielsgestel in samenwerking met Vught en Boxtel. De eerstvolgende vervolgstappen voor de gemeente Sint-Michielsgestel zijn: •
Samenwerking met de verschillende samenwerkingspartners voortzetten, door reguliere bijeenkomsten (minimaal één keer in de twee maanden) te organiseren waarin de vervolgstappen (zowel doelgroep- als gebiedsgericht) verder worden uitgewerkt. Dit noemen we het transitieteam warmte. De huidige deelnemers van de projectgroep TVW bepalen samen met welke externe partijen de tafel moet worden uitgebreid (denk bijvoorbeeld aan ondernemersverenigingen of wijkraden). De gemeente SintMichielsgestel heeft een regierol in deze samenwerking en is verantwoordelijk voor het in gezamenlijkheid benoemen van de verschillende taken en rollen;
•
Opstellen van een participatie- en communicatiestrategie;
•
Opstellen van een isolatieaanpak en omschrijving van de te nemen stappen richting aardgasvrij met een (hybride)warmtepomp;
•
Verkennen of een aanvraag voor de proeftuin aardgasvrije wijken interessant is voor gemeente Sint-Michielsgestel;
•
Gemeente overstijgende constructies verkennen voor financiering (in samenwerking met Vught, Boxtel en de provincie NoordBrabant);
•
Monitoringscyclus opzetten samen met gemeenten Vught en Boxtel en de werkgroep Monitoring van de RES Noordoost Brabant, waarin de stappen richting uitvoering (waaronder financiering en capaciteit) van de warmtetransitie tweejaarlijks geëvalueerd worden. Bovendien biedt dit de mogelijkheid van elkaar te leren.
Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt dus sterk af van het aantal uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Wanneer we in SintMichielsgestel met uitvoeringsplannen starten, hangt sterk af van landelijke randvoorwaarden. Daarnaast is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave, zoals eerder aangestipt. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Deze samenhang heeft geen plek in bovenstaande tabel. Ten behoeve van 2022 en de daaropvolgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de organisatie nodig. Deze opschaling wordt naar verwachting mogelijk gemaakt door een ophoging van het gemeentefonds. In 2021 werken wij dit organisatievraagstuk uit en bereiden wij een intensiveringsvoorstel voor. Vanzelfsprekend hebben wij hierbij ook oog voor de brede (financiële) context waarin onze gemeente zich begeeft.
5.6 Actieagenda: stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar Om de stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar te zetten, is het allereerst van belang om de organisatie van de samenwerking vorm te geven. Hier ligt een regierol voor de gemeente Sint-Michielsgestel in samenwerking met Boxtel en Vught. Randvoorwaarde daarvoor is dat er voldoende capaciteit en financiële middelen beschikbaar zijn om de samenwerking tot stand te brengen. Ambtelijk werken Sint-Michielsgestel & Boxtel al samen. Ook binnen de RES werken de gemeenten al samen. Voor de acties tot 2022 kan voorzien worden vanuit het huidige budget. Voor de periode daarna is aanvullend budget nodig.
34
5.6.2 Gebiedsgerichte aanpak Om te komen tot een gedetailleerdere planning voor wijken en dorpen is het nodig dat gemeente Sint-Michielsgestel het initiatief neemt om in 2022 te komen tot een verkenning voor de uitvoeringsplannen. In de uitvoeringsplannen werken de samenwerkingspartijen (Woonmeij, JOOST, Brabantwonen, Brabant woont slim, waterschappen, en Enexis als netbeheerder) samen met bewoners en gebouweigenaren.
5.6.3 Doelgroepenaanpak: betrokkenheid van VVE’s, inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren Een participatie- en communicatieplatform in de vorm van een online website en/of het METT-platform helpt om laagdrempelig informatie over de warmtetransitie in Sint-Michielsgestel beschikbaar te maken. Een eerste stap is onderstaande informatie te delen en inzichtelijk te maken:
35
•
Dit platform biedt duidelijkheid over de mogelijke voor individuele maatregelen die gebouweigenaren kunnen nemen (isolatie en andere aanpakken om transitiegereed te worden). De aanpak voor isolatie wordt opgesteld door het transitieteam warmte. Bovendien biedt het platform een overzicht van in te zetten middelen, zoals rekentools, woningscans, (digitale)loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen.
•
Vanuit het platform kan ook verwezen worden naar Brabant Woont Slim. Op het platform staan voorbeelden uit de praktijk, van early adopters en besparingsambassadeur die al verder zijn met het nemen van maatregelen. Zij zijn een voorbeeld voor de andere gebouweigenaren.
•
Maken van een overzicht van de VVE’s in de gemeente, zodat zij ook van elkaar kunnen leren. Het transitieteam warmte deelt informatie specifiek voor VVE’s. Hetzelfde geldt voor bedrijven en eigenaren van bedrijventerreinen.
•
Delen welke financieringsconstructies er zijn met daarbij een verwijzing naar de juiste partijen en potjes.
•
Het is ook belangrijk op het platform informatie te delen over de voortgang van de warmtetransitie. Denk aan communicatie over collectieve inkoopacties, subsidies en leningen.
Los van het participatie- en communicatieplatform, is het van belang dat de gemeentelijke website continu up to date is en een verwijzing heeft naar het participatie- en communicatieplatform. Het is ook mogelijk het participatie- en communicatieplatform onderdeel te maken van de gemeentelijke website. Om aandacht te vragen voor het online platform, gaan de leden van het transitieteam warmte na het opstellen van het onlineplatform de wijken en dorpen in om de informatie te delen. Dit kan in aansluiting op gesprekken die al plaatsvinden en in samenwerking met scholen en andere wijk- en buurtplatforms, zoals culturele instellingen. Bijvoorbeeld gesprekken over klimaatadaptatie, welzijn of andere onderwerpen over de leefomgeving.
5.6.4 Evaluatie en monitoring Om ervoor te zorgen dat we op koers blijven om de doelen voor de warmtetransitie te behalen, gaan we evalueren en monitoren. Zo houden we zicht op de bijdrage aan de landelijke klimaatdoelen. Het voornemen is om de monitoring tweejaarlijks op te maken met een beknopte kwantitatieve (check op de doelstellingen) en kwalitatieve evaluatie (check door middel van gesprekken en interviews met samenwerkingspartners) van het bestaande beleid, de samenwerking en de aanpak. Het draagvlak bij inwoners voor de warmtetransitie is een belangrijke graadmeter. De gemeente zal regelmatig een enquête organiseren voor inwoners. Inzichten hieruit dragen bij aan de verdere professionalisering van de aanpak en zullen richting bieden bij de actualisatie van de Transitievisie. De evaluatie en monitoring vindt plaats door het transitieteam warmte. De Transitievisie Warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Tegen die tijd verwachten we dat er veel meer bekend zal zijn over een aantal belangrijke onderwerpen, zoals: •
de resultaten van de gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak gericht op isolatie, hybride warmtepompen en kleine collectieve oplossingen, alsmede voortschrijdend inzicht bij andere gemeenten
•
de beschikbaarheid en toekomstige rol voor waterstof en groen gas in de gebouwde omgeving. Dit is met name van belang voor de rol van hybride warmtepompen: eindbeeld bij goede
beschikbaarheid waterstof of tussenstap naar all-electric bij matige beschikbaarheid.
Een uitvoeringsplan is te kenschetsen als een gebiedsgericht uitvoeringsprogramma.
•
aanvullend landelijk beleid en landelijke ontwikkelingen voor de betaalbaarheid van de warmtetransitie
•
aanvullend landelijk beleid voor de taken en bevoegdheden van de gemeente, bijvoorbeeld met betrekking tot de Omgevingswet, de Wet Collectieve Warmtevoorziening en de taken met bijbehorende bevoegdheden voor de gemeente.
Het omgevingsplan is de opvolger van bestemmingsplannen en is juridisch bindend. In de toekomst is het bijvoorbeeld denkbaar om de volgende onderwerpen via een wijziging van het omgevingsplan te regelen:
Met een actualisatie van de Transitievisie Warmte kunnen we de warmtetransitie bijsturen zodat de CO2- reductiedoelen voor het jaar 2030 en het eindbeeld van aardgasvrij 2050 binnen bereik blijven.
•
• •
5.7 Wat zijn aandachtspunten? 5.7.1 Planvorming warmtetransitie in bredere context In de Omgevingswet zijn drie instrumenten te onderscheiden voor gemeenten die bijdragen aan de toekomstbestendige leefomgeving en dus ook in de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. De omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen. De impact van de Omgevingswet op de werkwijze van de gemeente zal in de toekomst steeds duidelijker worden. Deze werkwijze verfijnen is ook onderdeel van de professionalisering in de aanpak van isoleren en aardgasvrij wonen in de gemeente Sint-Michielsgestel. De omgevingsvisie is een overkoepelende visie voor de fysieke leefomgeving in de gemeente, waarin de opgaven en ambities beschreven staan. De ambities, uitgangspunten, doelstelling en transitiestrategie in de Transitievisie Warmte zijn een integraal onderdeel van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Omgevingsprogramma's zijn een concrete opgave- of gebiedsgerichte uitwerking van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie voor de korteen middellange termijn. De programma’s hebben dus een kortere tijdshorizon dan de omgevingsvisie. Hierin staat hoe en met wie de gemeente de ambities uit de visie wil bereiken.
Omgevingsprogramma’s zijn alleen bindend voor de gemeente zelf, dit betekent dat inwoners, ondernemers en organisaties gestimuleerd worden om bij te dragen, maar daartoe niet verplicht zijn.
36
•
een minimaal isolatieniveau, eventueel als streefwaarde, voor bepaalde dorpen of wijken, met het oog op een toekomstige aardgasvrij alternatief. het vastleggen van een warmtekavel voor een warmtenet (met opt-out mogelijkheden conform Wet Collectieve Warmte). als op termijn een dorp of wijk aardgasvrij wordt en er een aanpassing komt van de huidige infrastructuur, zoals het verwijderen of aanpassen van het gasnet, is een aanpassing op het omgevingsplan nodig. het opnemen van een omgevingswaarde voor bijvoorbeeld de CO2-uitstoot ten behoeve van warmte of geluidsnormen van warmtepompen in het omgevingsplan. Een omgevingswaarde kan vervolgens worden gekoppeld aan een (duurzaamheids)programma om zo de samenhang met andere opgaven in de leefomgeving te borgen. Wanneer overschrijding van een norm en dus van de omgevingswaarde wordt verwacht, is het opstellen van een omgevingsprogramma om te voldoen aan de omgevingswaarde verplicht onder de Omgevingswet.
5.7.2 De Wet Collectieve Warmtevoorziening Gezien de ontwikkelingen in de energietransitie is er een opvolger voor de Warmtewet in ontwikkeling, de Wet Collectieve Warmte (WcW). Dit is nodig om te anticiperen op de doelen uit het klimaatakkoord met collectieve warmtevoorzieningen en de bescherming van eindgebruikers. De WcW schrijft voor dat de gemeente gebieden (wijken, plaatsen) waar collectieve warmtevoorzieningen voorzien zijn als warmtekavel aanwijst. De warmtekavel zal naar verwachting worden opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan. Na toewijzing van de warmtekavel zullen warmtebedrijf en gemeente inventariseren welke eigenaren hun woning of gebouw willen aansluiten. Eigenaren kunnen daarbij kiezen voor een eigen duurzaam alternatief, de zogenoemde ‘opt-out’ mogelijkheid.
Het aanwijzen van een warmtekavel is een omvangrijk besluitvormingstraject is. waarin het omgevingsrechtelijke traject (transitievisie, uitvoeringsprogramma, en omgevingsplan) nauw samenhangen met het selectieproces voor een warmtebedrijf (opstellen kavelplan, vaststelling kavel, selectie warmtebedrijf en inventarisatie optout). 5.7.3 Randvoorwaarden voor de samenwerking Om invulling te geven aan de manier van samenwerken zoals hiervoor is toegelicht, is voldoende capaciteit noodzakelijk. De warmtetransitie is onderdeel van een bredere, integrale verduurzamingsopgave van de leefomgeving. Dat vraagt ook een manier van werken die gericht is op het gebied en de duurzaamheidsopgave als geheel en niet op losse beleidssectoren. Daarbij is het noodzakelijk dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn, aanvullend op de bestaande financieringsopties en gemeentelijke bijdragen.
37
38
Bijlage 1 Financieringsopties
•
Subsidies •
•
•
•
•
•
•
39
BZK-proeftuinen aardgasvrij: het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft een subsidieregeling voor aardgasvrije proeftuinen om in de eerste aardgasvrije wijken de onrendabele top (verschil maatschappelijke kosten ten opzichte van aardgas) te verkleinen en lessen voor de uitvoering op te doen. Er zijn begin 2021 twee rondes geweest, de derde ronde is op dit moment gaande en sluit op 1 november 2021. Vermoedelijk volgt een vierde ronde in 2022 Subsidies van o.a. de provincie en Europa kunnen ondersteuning bieden in de vorm van procesgeld of projectgeld. Voorbeelden zijn Subsidie warmtetransitie gebouwde omgeving op wijkniveau en ELENA. Op regionaal niveau worden kansen verkend en inschrijvingen gecoördineerd. Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE): Particuliere huishoudens en zakelijke gebruikers (waaronder VvE’s) die zelf duurzame energie willen opwekken kunnen subsidie aanvragen. Het mag gebruikt worden voor zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pellet kachels. De subsidie is afhankelijk van de gekozen maatregel. Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH): Woningeigenaren kunnen een subsidie aanvragen bij RVO wanneer zij minimaal twee energiebesparende isolatiemaatregelen laten uitvoeren aan de woning.
Regeling Reductie Energiegebruik (RRE): Met de RRE zet de gemeente projecten op om huiseigenaren te stimuleren tot kleine energiebesparende maatregelen in huis. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inregelen van de cv-installatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrips of het plaatsen van led-lampen. Daarnaast gebruikt de gemeente de regeling om advies te geven aan huiseigenaren over energiebesparende maatregelen, zoals dak-, raam- of gevelisolatie. Voor VvE’s is er subsidie beschikbaar voor een energieadvies en eventueel procesbegeleiding en een energieadvies in combinatie met Meer Jaren Onderhoudsplan en eventueel procesbegeleiding. De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor het aansluiting van huurwoningen op een extern warmtenet. De
subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet. SDE++-regeling voor collectieve installaties en exploitatie warmtebron voor collectieve installaties, waaronder Thermisch Energie uit Oppervlaktewater en Afvalwater (TEO en TEA)
Leningen •
•
•
• •
Het Nationaal Energiebespaar Fonds (NEF) biedt energiebespaarleningen tegen lage rente voor VvE’s en particuliere eigenaren. Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) is fondsmanager van het NEF. Warmtefonds: dit is een afspraak vanuit het Klimaatakkoord en biedt langjarige financiering tegen een aantrekkelijke rente voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) voor de verduurzaming van woningen. De lening is aan te vragen via het Nationaal Energiebespaarfonds. Hypothecaire leningen: deze zijn rendabel vanaf €15.000,- vanwege de bijbehorende administratie- en advieskosten. Bij het kopen van een nieuwe woning, kan bovendien tot €9.000,- extra gefinancierd worden voor verduurzamingsmaatregelen. Overige duurzaamheidsleningen: verschillende Nederlandse banken bieden duurzaamheidsleningen aan. Consumptieve leningen
Overig • •
Collectieve inkoop acties zorgen voor lagere investeringskosten per maatregel, zoals isolatie en zonnepanelen. Gebouwgebonden financiering (nog niet beschikbaar). Een manier om lening te verstrekken voor maatregelen waarmee warmte kan worden bespaard en zodoende via de besparing de lening over een periode terug te betalen. Analyse laat zien dat dit voor enkele isolatiemaatregelen interessant kan zijn, maar dat het volledig transitiegereed maken van een woning (uitgaande van 70°C) niet met gebouwgebonden financiering haalbaar is. Andere oplossingen naast gebouwgebonden financiering zijn dus nodig. De mogelijkheden voor gebouwgebonden financiering worden op nationaal niveau onderzocht en ook lokaal is Schiedam bekend met dergelijke oplossingen (bijv.
•
40
voor funderingsherstel). Indien noodzakelijk kan de gemeente ook in dit geval kiezen voor het inrichten van een dergelijk arrangement. Salderingsregeling voor zonnepanelen: De salderingsregeling blijft tot 1 januari 2023 zoals hij nu is. Daarna bouwt de overheid de regeling geleidelijk af. In 2031 stopt hij helemaal.
▪
Bijlage 2 Vergelijkende analyse en
Is op basis van ‘expert judgement’ een keuze gemaakt voor de meest passende warmteoptie voor de buurt als basis voor de transitiepaden.
lokale analyse Lokale analyse De vergelijkende analyse en de lokale analyse lagen ten grondslag aan de transitiekaart met daarin de transitiepaden en aandachtsgebieden. Voor de gemeente Sint-Michielsgestel zijn twee modeluitkomsten beschikbaar, die inzicht geven in de warmteoplossing met de laagste maatschappelijke kosten per buurt. Omdat de uitkomsten de keuzes in de Transitievisie warmte kunnen versterken, is een vergelijkende analyse gemaakt van de twee modellen: ▪
▪
De Startanalyse: een doorrekening van alle gemeenten met het Vesta MAIS model door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een toelichting op de startanalyse is te vinden op de website van het PBL10 Het Warmtetransitie Model (WTM): een doorrekening van de maatschappelijke transitiekosten per buurt voor verschillende warmteopties door Over Morgen. Een toelichting op het model is te vinden in de losse bijlage van het Warmtetransitiemodel11.
De lokale analyse laat zien welke lokale kansen er zijn die mogelijk als vliegwiel (of juist belemmering) kunnen dienen voor de stappen naar aardgasvrij. Het gaat hierbij om: ▪ ▪ ▪
▪
Lokale data/kennis zoals woningcorporatiebezit, bestaand warmtenet en bodembeschermingsgebied; Planningen en investeringen in de ondergrond, de openbare ruimte en in woningen; Potentiële bronnen die (op termijn) gebruikt zouden kunnen worden voor een warmtenet, hoewel hier altijd nog nader onderzoek naar zal moeten plaatsvinden in de uitvoeringsplannen; Lokale initiatieven in de buurten als mogelijke aanjager van een gezamenlijke aanpak voor duurzame warmte.
Door een verschil in aanpak, de warmteopties die meegenomen worden in de berekening en de gegevens waarmee de modellen rekenen, kunnen de uitkomst van de modellen verschillen van elkaar. Een vergelijkende analyse helpt hierbij om te komen tot een goed onderbouwde en breed gedragen uitkomst. In de vergelijkende analyse: ▪
▪ ▪ ▪
Zijn warmteopties waar nodig vertaald naar consistente en daarmee verglijkbare warmteopties waarbij de infrastructuur leidend is: warmtenet, all-electric en gasnet; Zijn de uitkomsten per buurt van de twee modellen over elkaar heen gelegd; Is bekeken waar overeenstemming is en waar verschillen zijn; Is naar een verklaring gekeken waar verschillen zitten om deze te kunnen duiden;
10 https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/.
41
11 Apart bijlagedocument
Bijlage 3 Transitiekaart uitvergroot