CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

15.b - Bijlage 1 - Transitievisie Warmte gemeente Sint-Michielsgestel

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 11 november 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: 15. Raadsvoorstel transitievisie warmte15.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transitievisie Warmte gemeente Sint-Michielsgestel [Onderwerp]

Colofon Definitieve versie - oktober 2021 Deze transitievisie warmte is eind 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De visie is opgesteld door Over Morgen, in opdracht van de Gemeente Sint-Michielsgestel en in samenwerking met onderstaande partners.

2

Beste inwoner van de gemeente Sint-Michielsgestel, wat betekent deze Transitievisie Warmte voor u en wat kunt u doen? In gemeente Sint-Michielsgestel maken we de overstap naar aardgasvrij. Vóór 2050 gaan we over op duurzame warmtebronnen om onze gebouwen te verwarmen en om te koken. De Transitievisie Warmte is een visie op de stapsgewijze overgang naar aardgasvrij en omschrijft de meest logische routes per wijk of dorp in onze gemeente om deze stappen te zetten. We laten zien wat die stappen inhouden en waar we mogelijk kunnen beginnen. De visie omschrijft ook hoe we dat de komende tijd willen gaan doen. Vandaag een visie betekent niet dat we morgen aardgasvrij zijn. De visie geeft niet nu al een eindoplossing die in beton is gegoten. Dat komt omdat we nog vooraan in de transitie staan en er nog veel onzekerheden zijn. Gelukkig hebben we nog de tijd tot 2050, om ervaring op te doen en in te spelen op financiële en technische ontwikkelingen. We houden rekening met deze ontwikkelingen en richten ons vooral op maatregelen waarmee we de komende jaren uw woning voorbereiden op de transitie, met spijtvrije maatregelen. In gebieden waar we al wel kansen naar aardgasvrij zien, gaat ook niet morgen de schop in de grond. We beginnen met verdere verkenning en planvorming.

Dat betekent: een onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid, een verkenning van de bereidheid in een wijk of dorp om mee te doen, maar ook welke ondersteuning vanuit de gemeente nodig is. Daarbij kijken we ook naar wat nodig is om deze woningen geschikt te maken voordat ze comfortabel met de nieuwe oplossing verwarmd kunnen worden. Als u in één van deze gebieden woont, wordt u ruim van tevoren geïnformeerd en uitgenodigd om mee te denken. We starten niet in wijken of dorpen voordat duidelijk is dat er voldoende geld vanuit het Rijk is om de overgang naar aardgas betaalbaar te maken. Meeliften op een initiatief in wijk of dorp kan (financiële) voordelen hebben. Maar u bent vrij in uw keuze om daaraan deel te nemen of op termijn voor een eigen alternatief te kiezen. Een overgrote meerderheid van de wijken en dorpen in Sint-Michielsgestel zullen voorlopig niet van het aardgas af gaan. Wel willen we iedereen die dat wil de kans bieden om al stappen te zetten. Vanuit deze visie ontwikkelen we een

3

aanpak om u te informeren en helpen bij keuzes voor verduurzaming. Isoleren is een belangrijke eerste stap. Door dat slim te doen, zet u daarmee een stap om de woning helemaal of grotendeels klaar te maken voor een aardgasvrije oplossing. Er zijn ook andere maatregelen die u nu al in uw woning kunt nemen om stappen te zetten naar aardgasvrij en eigen duurzame energie op te wekken. Brabant Woont Slim kan u hierbij helpen. Meer informatie en suggesties om zelf aan de slag te gaan vindt u op www.iedereendoetwat.nl en www.milieucentraal.nl. Informatie over aardgasvrij wonen en voorbeelden vindt u ook op www.hierverwarmt.nl.

4

Voorwoord wethouder In het landelijke Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie Noordoost-Brabant zijn al duidelijke doelstellingen opgenomen voor de warmtetransitie. In 2050 willen we geen aardgas meer gebruiken in Nederland en in 2030 willen we in de gebouwde omgeving 49% minder CO2 uitstoten door energiebesparing en door de duurzame opwek van warmte. De Europese Commissie gaat verder en wil 55% minder uitstoot in 2030. In het coalitieakkoord 2018- 2022 van onze gemeente is opgenomen dat we in 2040 Klimaatneutraal willen zijn. Dit houdt in dat we al in 2040 geen aardgas meer willen gebruiken in onze gemeente. Wij kunnen dat niemand verplichten maar we kunnen er samen wel naar streven. Tenslotte willen we allemaal een klimaatvriendelijkere aarde aan de volgende generaties overdragen. Wij zullen u daarvoor de handschoen aanreiken, maar het is aan u als inwoner of gebouweigenaar om die handschoen op te pakken. Klimaatverandering en energietransitie zijn dé grote uitdagingen van onze tijd, die we samen met onze inwoners en bedrijven aangaan. Daarvoor is het nodig dat we verder zoeken naar mogelijkheden waardoor iedereen bewust is dat het nú tijd is voor meer acties. Als we die scherp in beeld hebben geeft dit ruimte voor overleg en debat, maar vooral voor beweging van iedereen.

We kunnen door een betere isolatie, kierdichtheid en ventilatie ons voorbereiden om van het aardgas af te gaan, maar we moeten ook kijken waar het al haalbaar is gebouwen door (hybride) warmtepompen al (gedeeltelijk) van het aardgas af te halen. Daarbij moeten we kijken wat we hierin samen kunnen bereiken door de doelgroepenaanpak uit de visie die voor u ligt. Als we daarin slagen lukt het in ieder geval dat in 2040 alle woningen voorbereid zijn om van het aardgas af te gaan, zodat we daarmee ruimschoots de landelijke doelstelling behalen. Ik ben ervan overtuigd dat als we hier samen mee aan de slag gaan, dit haalbaar en betaalbaar is. Tegelijkertijd kunnen we de gebouwde omgeving klimaatbestendiger en biodiverser maken, meer circulair en toekomstbestendig. Maar vooral kan

5

dit ook het wooncomfort vergroten. Waar een wil is, is een weg en daarmee wordt de warmtetransitie onderdeel van een duurzame transformatie, die ervoor zorgt dat we de wereld kunnen overdragen aan de volgende generaties. Ik ga die uitdagingen graag met u aan! Eric van den Dungen Wethouder duurzaamheid

Samenvatting In 2050 worden gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd. Dat is nodig om onze CO2-uitstoot terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook willen we de afhankelijkheid van aardgas verminderen, zowel uit Groningen als uit het buitenland. Daarom gaan we in gemeente Sint-Michielsgestel onze gebouwen en huizen op een duurzame manier verwarmen. Deze overstap naar duurzame, aardgasvrije verwarming noemen we de warmtetransitie. Volgens het Nederlands Klimaatakkoord moeten alle gemeenten uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen, waarin de alternatieven voor aardgas en het handelingsperspectief per dorp of wijk is uitgewerkt.

2030 als leidend boven de doelstelling om 20 procent van de gebouwde omgeving in 2030 aardgasvrij gerealiseerd te hebben. Op deze manier haakt deze visie aan bij de doelen die gesteld zijn in de RES Noordoost Brabant.

Het transitiepad naar aardgasvrije verwarming Voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente hebben we een transitiepad uitgestippeld waarin staat welke stappen op welke manier gezet kunnen worden naar een toekomst zonder aardgas.2 Een transitiepad zegt iets over hoe kansrijk een alternatief voor aardgas is voor een dorp of wijk, en hoe we dat alternatief in dat dorp of die wijk stap voor stap realiseren. Deze transitiepaden hebben we weergegeven in een transitiekaart (figuur 1). Hieronder lichten we de transitiepaden toe, ingedeeld naar gebieden.

Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie We hebben samen met de gemeenten Boxtel en Vught, zeven uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de keuzes in de warmtetransitie: draagvlak, betaalbaarheid, koppelkansen, laaghangend fruit, toekomstbestendig & duurzaam, comfort & gezondheid en omgevingspassende oplossingen.1 Deze uitgangspunten zijn opgesteld met inbreng van bewoners, raadsleden en betrokken partnerorganisaties. Op basis van deze uitgangspunten en de mogelijkheden voor Gestel, is de volgende kijk op de warmtransitie voor de komende jaren geformuleerd: In de warmtetransitie voor Sint-Michielsgestel liggen de kansen voor aardgasvrij niet voor het oprapen. We richten ons daarom op laaghangend fruit en kansen voor de korte termijn, die naast het bijdragen aan CO2besparing, ook moeten zorgen voor draagvlak en motivatie om de vervolgstappen met elkaar te gaan zetten. Om dezelfde reden kiezen we ervoor om de focus te leggen op CO2-besparing in de gebouwde omgeving. We zien daarmee de doelstelling van 49% CO2-besparing in

1 De volledige notitie met de uitgangspunten en selectiecriteria zit in het bijlagedocument.

Gemeentebreed Besparen en transitiegereed In elk transitiepad zijn maatregelen nodig die gebouweigenaren sowieso moeten nemen. Het gaat dan om isoleren, ventileren, elektrisch koken en in sommige gevallen het aanpassen van de binneninstallatie. Met deze maatregelen besparen we energie, vergroten we het wooncomfort én bereiden we de woning voor op verwarmen zonder aardgas. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit niet al gebeurd is. Het bouwjaar van gebouwen is een belangrijke factor in het bepalen hoe (ver) en welke stappen gezet kunnen worden. Een aanpak naar transitiegereed zal dan ook in eerste instantie kijken naar het bouwjaar als doelgroep in SintMichielsgestel. Categorieën hiervoor zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina. Hoe deze aanpak verder vorm krijgt de komende periode, is uitgewerkt in hoofdstuk 5.

zijn met wat door inwoners als logische grenzen gezien wordt, of wat logisch is om als grens te hanteren voor een mogelijke vervolgstap zoals een isolatie-actie. Deze CBS-grenzen zijn dan ook

2 In de vergelijkende analyse die gebruikt is om richting te geven aan het transitiepad per dorp of

wijk, gebruikt ieder model als definitie van dorpen en wijken de zogenaamde CBS-buurtgrenzen. Deze CBS-buurtgrenzen zijn nuttig omdat elk model dezelfde afbakening gebruikt, waarmee de vergelijkende analyse goed uitgevoerd kan worden. Maar deze grenzen hoeven niet altijd in lijn te

6

niet leidend geweest in het bepalen van acties voor het vervolg na deze TVW voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente.

Bouwjaar

Transitieroute

<1950

Focus op isolatie, maatwerk in verband met grote diversiteit

1951 – 1975

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC)

Waaronder: 1951 – 1965 1976 – 1990

Kansen verkennen voor gezamenlijke aanpak per blok voor gespikkeld bezit Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC) Als (al) nageïsoleerd: hybride mogelijk

>1990

Hybride warmtepomp als tussenstap naar een gasvrije oplossing

>2005

Volledige warmtepomp kansrijk

gasvrije warmteopties als dat haalbaar en betaalbaar is. Lokale gasvrije kansen zien we bijvoorbeeld in deelgebieden met nieuwere woningen in een oude buurt die wel de overstap maken naar een volledige warmtepomp. Aan het eind van de transitie blijft er een kleine gasvraag over. Die vullen we in met duurzaam gas. Periodiek herijken we de Transitievisie Warmte. Als gaat blijken dat de toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas tegenvalt, stellen we ons transitiepad bij en gaan we meer overstappen naar volledige warmtepompen. Ondertussen streven we in alle gebouwen naar een isolatieniveau dat zowel voorbereid op hybride als volledige warmtepompen. Lokale aandachtsgebieden Nieuwbouw: altijd aardgasvrij en volgt de fasering van de gebiedsontwikkeling Alle nieuwbouw in Sint-Michielsgestel wordt aardgasvrij gerealiseerd, dat is sinds 2018 landelijke wetgeving. Voor de meeste nieuwbouwontwikkelingen zal gelden dat een warmtepomp de optimale warmteoptie is. Alleen voor grootschalige ontwikkelingen kan een collectieve warmteoptie, zoals een warmtenet of bronnet, worden onderzocht. Het moet dan gaan om aantallen vanaf ca. 50 woningen in dichtheden vanaf 30 woningen per hectare. Elektrische warmtepompen

In alle gevallen is de individuele situatie leidend, met het oog op betaalbaarheid en de overstap op natuurlijke momenten. Maatwerk blijft noodzakelijk om aan te sluiten op de specifieke situatie van de gebouweigenaar. Hybride warmtepompen, lokaal gasvrij en op termijn duurzaam gas Het transitiepad hybride is het dominante pad voor de gemeente SintMichielsgestel. In de dorpskernen zien we een diversiteit in bouwperiodes, waaronder oude lintbebouwing. Gasvrije verwarming is kostbaar en technisch ingewikkeld in vooroorlogse gebouwen. Daarnaast zien we veel gebouwen tussen 1950 en 1990. De stap naar een elektrische warmtepomp vraagt in daar om een behoorlijke slag in isolatie en andere maatregelen zoals kierdichting en lage temperatuurverwarming. Voor een warmtenet is in de kernen van Sint-Michielsgestel is de dichtheid te laag. Deze opties zijn daarom erg kostbaar. In deze buurten kiezen we er daarom voor om op natuurlijke momenten, tussen nu en 2050, zoveel mogelijk gas te besparen met isolatie, hybride warmtepompen en lokale,

7

In Sint-Michielsgestel zien we geen volledige dorpen of wijken waar elektrische warmtepompen de meest logische is. Wel zien we verschillende deelgebieden in de meeste kernen waar op kleinere schaal warmtepompen voor de hand liggen. In dergelijke gebieden ligt in de toekomst in principe alleen een elektriciteitsnet in de grond. De keuze voor een warmtepomp zal door individuele gebouweigenaren gemaakt worden en afhankelijk zijn van natuurlijke momenten zoals vervanging van de CVketel. Een aanpak om gelijktijdig als wijk of dorp de overstap te maken ligt daarom niet voor de hand. Nadruk zal gaan liggen op het gericht infomeren, motiveren en faciliteren van inwoners (een ‘doelgroepenaanpak’).

Bedrijventerreinen Op bedrijventerrein Venkant, maar ook in diverse kleinere deelgebieden vinden we bedrijfspanden en utiliteit. Voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is. Bedrijventerreinen vragen om maatwerk en een makelaarsfunctie om waar mogelijk en wenselijk de kansen te verkennen voor een collectieve oplossing met de verschillende eigenaren op het terrein.

Stappen richting de uitvoering Als vervolg op deze TVW werken we aan een aantal stappen om met de uitvoering aan de slag te gaan. We beginnen met de voorbereiding om de transitiepaden naar de praktijk om te zetten. Dat doen we met een doelgroepgerichte aanpak. Met de doelgroepgerichte aanpak willen we inwoners informeren, motiveren en stimuleren om hun woningen transitiegereed te maken en waar mogelijk al de overstap te maken naar een hybride warmtepomp of een volledig elektrische warmtepomp. Communicatie, participatie en financiering zijn essentiële bouwstenen om hiermee aan de slag te kunnen. Daarnaast blijven we de mogelijkheden voor een gebiedsgerichte aanpak verder verkennen. Dan doen we door de dorpen in te gaan en gesprekken te voeren met initiatiefnemers. Maar ook door op bedrijventerreinen de gesprekken met ondernemers te voeren. We bekijken waar de behoeften liggen om de komende tijd verder uit te werken waar en hoe we inwoners en ondernemers kunnen faciliteren in hun initiatieven of gezamenlijke initiateven. Om van transitievisie naar uitvoering te komen, is extra capaciteit nodig. Voor Sint-Michielsgestel verwacht de gemeente vanaf 2022 twee fte nodig te hebben om gemeentelijke taken op het gebied van warmtetransitie en energiebesparing te kunnen uitvoeren, nog los van het opstellen en uitvoeren van eventuele uitvoeringsplannen.

Figuur 1: Transitiekaart van Sint-Michielsgestel

8

Inhoudsopgave

9

Voorwoord wethouder

5

Samenvatting

6

Inhoudsopgave

9

1

Inleiding

10

2

Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie

13

3

Duurzame alternatieven voor aardgas

16

4

De transitiepaden naar aardgasvrij voor Sint-Michielsgestel

20

5

Stappen richting uitvoering

26

Bijlage 1 Financieringsopties

39

Bijlage 2 Vergelijkende analyse en lokale analyse

41

Bijlage 3 Transitiekaart uitvergroot

42

1. Op Regionaal niveau doen we dat in de vorm van de Regionale Energie Strategie (RES) 4, waarin we duurzame energiebronnen in de regio in kaart brengen. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarmee we de regionale beschikbare warmtebronnen, het verdeelvraagstuk van warmte binnen de regio, de benodigde infrastructuur en de ruimtelijke impact en kosten in beeld brengen.

1 Inleiding Sint-Michielsgestel staat voor de opgave om in 2040 CO2-neutraal te zijn. Aardgas is één van de fossiele brandstoffen die bijdraagt aan CO2-uitstoot. Daarom gaan we vóór 2050 over op duurzame warmtebronnen om ons huis en alle andere gebouwen te verwarmen en om te koken. Om te bepalen hoe we dat gaan doen, moet SintMichielsgestel een Transitievisie Warmte (TVW) opstellen. In een TVW geven we3 aan hoe we dorpen en wijken aardgasvrij gaan verwarmen en welke stappen we daartoe kunnen zetten. De TVW is een visie op hoofdlijnen met de kennis van nu. De TVW geeft richting, maar biedt tegelijkertijd ruimte om bij te sturen en te leren. Daarom actualiseren we de TVW minimaal iedere vijf jaar.

1.1 Landelijke context Net als alle andere landen moet Nederland een flinke inspanning leveren om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2°C, en met een streven naar niet meer dan 1,5°C. Daarover hebben we afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord van Parijs. In 2019 ondertekenden overheden, organisaties en bedrijven in Nederland het Nationale Klimaatakkoord. Hierin staan concrete afspraken om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Het Nederlandse doel is om in 2050 een volledig aardgasvrije samenleving te hebben. Voor de gebouwde omgeving zijn dit bijna zeven miljoen woningen en één miljoen utiliteitsgebouwen. Zeker nu we zien dat de gasprijs stijgt, is het nodig om te zoeken naar alternatieven voor aardgas om onze gebouwen te verwarmen. Gemeenten hebben een regierol in deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus, waartussen afstemming plaatsvindt (figuur 2):

3

10

In de TVW spreken we vanuit we/wij perspectief. Daarmee bedoelen we de gemeente die in

2. Op gemeentelijk niveau doen we dat in de vorm van de TVW, die elke gemeente uiterlijk 2021 vaststelt. De TVW beschrijft hoe de gemeente samen met stakeholders de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier kan invullen en in welk tempo dat zal verlopen. Het aardgasgebruik van industriële bedrijven valt buiten de scope van de TVW. Op plekken waar we starten met een traject richting aardgasvrij stellen we een uitvoeringsplan op wijk of dorpsniveau op. In het uitvoeringsplan kan worden bepaald hoe de uiteindelijke warmtevoorziening voor bijvoorbeeld een dorp of wijk eruit komt te zien. Daarbij worden de inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden nauw betrokken. Landbouw en landgebruik

Klimaatakkoord Nederland

Elektriciteit

Regionale Energie Strategie (RES)

Gebouwde omgeving

Transitievisie Warmte (TVW)

Mobiliteit

Uitvoeringsplan (UP)

Industrie

Figuur 2 Planvorming op drie niveaus in de warmtetransitie

4

Infographic met informatie over de Regionale Energie Strategie (RES):

samenwerking met betrokken partijen in een lokale projectgroep en in gesprek met de samenleving

https://overmorgen.sharepoint.com/:b:/g/Projecten/vught/tvw/ES1dveTVZnFCnPtkGUcIEo4Bq3z5Jg

deze visie heeft opgesteld.

0ANIMtm6J5zx10Jw?e=QaoHnX

RES Noordoost Brabant De RES Noordoost Brabant is een regionale vertaalslag om de landelijke doelen te vertalen naar regionale, haalbare en betaalbare doelen. De belangrijkste doelen zijn weergeven in figuur 3.

1.2 De warmtetransitie in Sint-Michielsgestel In Sint-Michielsgestel zijn we al langere tijd bezig met beleid en uitvoering rondom verduurzaming van onze gemeente. Hier lichten we kort onze visie en activiteiten toe, waar deze TVW bij aan zal gaan sluiten. Op regionaal niveau is duurzaamheidsloket Brabant Woont Slim opgezet (zie pag. 26). Daarnaast zijn in het verleden verschillende duurzaamheidsmaatregelen gesubsidieerd via het regionale Vlagheidefonds. Op gemeentelijk niveau is er een stimuleringslening voor inwoners die hun woning duurzamer willen maken. Verder zet de gemeente met de subsidies RRE en RREW van het Rijk acties op om woningeigenaren en huurders te bewegen tot het nemen van energiebesparende maatregelen.

Figuur 3 Belangrijkste doelen in de RES Noordoost Brabant. Bron: Energiewerkplaats Brabant

RSW Noordoost Brabant Regionale Structuur Warmte (RSW) voor Noordoost Brabant brengt de uitdaging voor de transitie naar duurzame warmte in kaart en legt afspraken vast voor regionale samenwerking rondom deze opgave. Bevindingen in de RSW kunnen gebruikt worden als kader in de verschillende TVWs. Deze zijn als volgt: Er zijn op dit moment geen bronnen die bovengemeentelijke potentie hebben. Er zijn daarom geen regionale afspraken gemaakt over de verdeling van bronnen. Geothermie kan in de toekomst een warmtebron zijn, die groot genoeg is om in regionaal verband uit te zoeken. Biomassa is een bron van energie die onafhankelijk van de locatie kan worden ingezet en waar een afwegingskader voor nodig is om te bepalen voor welke gebruikers deze bron nuttig is. Regionaal zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld: -

De besparing van de warmtevraag bedraagt minimaal 24%;

-

De RES heeft een monitoringsfunctie, waarin de extra elektriciteitsvraag en energiebesparingsdoelstellingen worden gemonitord.

Daarnaast heeft inwonersinitiatief Met elkaar voor Mekaar meerjarig inkoopacties voor zonnepanelen en na-isolatie van spouwmuren georganiseerd. De gemeente Sint-Michielsgestel wil als het kan eerder energieneutraal worden dan in 2050, zoals nu in het landelijke beleid is opgenomen. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de gemeente in 2040 klimaatneutraal wil zijn. In de gemeente is ook de coöperatieve vereniging Dommelstroom actief, die zicht vooral richt op de opwek van elektriciteit. Deze coöperatieve gedachte kan ook benut worden bij de opwek van duurzame warmte.

1.3 Wie hebben meegedacht? In het traject richting onze Transitievisie Warmte hebben we ervoor gekozen om de krachten te bundelen met de gemeenten Vught en Boxtel. Per gemeente stond een projectgroep centraal waarmee we stap voor stap de keuzes hebben gemaakt in de Transitievisies Warmte. Voor de gemeente Sint-Michielsgestel zaten in de projectgroep vertegenwoordigers van Enexis Netbeheer, woningcorporaties Woonmeij, JOOST en Brabant Wonen, Den Dungen van het Gas, de waterschappen Aa en Maas & de Dommel en de gemeente zelf. Daarnaast zijn inwoners en bestuurders op diverse momenten in het proces betrokken om tot een gedragen visie te komen.

11

1.4 Leeswijzer Deze inleiding wordt gevormd door hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten en onze kijk op de warmtetransitie. In hoofdstuk 3 gaan we in op de techniek: welke duurzame alternatieven voor aardgas zien. In hoofdstuk 4 leggen we uit welke transitiepaden naar aardgasvrij we voorzien voor Sint-Michielsgestel en hoe we zijn gekomen tot de transitiekaart. In hoofdstuk 5 gaan we ten slotte in op de eerste stappen richting uitvoering die nodig zijn om na deze visie aan de slag te gaan met de warmtetransitie.

12

2 Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie Samen met de gemeenten Boxtel en Vught zijn zeven uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de warmtetransitie nu en in de toekomst. De uitgangspunten zijn opgesteld met inbreng van bewoners en betrokken partnerorganisaties en in uitgebreidere vorm terug te lezen in de notitie van uitgangspunten. Op basis van deze uitgangspunten hebben we de kijk op de warmtetransitie geformuleerd voor Sint-Michielsgestel. Deze kijk geeft richting aan de transitiepaden (H4) en vervolgstappen (H5) per wijk, dorp of gemeente als geheel.

2.1 Uitgangspunten Deze paragraaf beschrijft op beknopte wijze de uitgangspunten: Draagvlak We streven naar draagvlak onder inwoners en stakeholders. Dit houdt in dat er veel aandacht gaat naar communicatie en participatie om inwoners zo goed mogelijk te betrekken en informeren. Waar mogelijk kijken we met inwonerinitiatieven hoe we kansen richting verduurzaming samen kunnen benutten. We bieden duidelijkheid over de invloed en impact van nieuwe warmteoplossingen. Betaalbaarheid We streven naar zo betaalbaar mogelijke oplossingen. Uitgangspunt is dat de warmtetransitie financieel haalbaar moet zijn voor iedereen. We beseffen ons dat we hiervoor ook afhankelijk zijn van keuzes die op landelijk niveau worden gemaakt en dat uit verder onderzoek in de wijken moet blijken wat de (verdeling van) kosten gaan zijn. Maar we dragen zo goed mogelijk bij door in de visie voor te sorteren op gebieden waar de maatschappelijke kosten het laagst zijn.

Laagste maatschappelijke kosten De laagste maatschappelijke kosten zijn de laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers. Dus zowel kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van energie, die nodig zijn voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen. In de analyses zijn de laagste maatschappelijke kosten als startpunt genomen voor de keuzes van alternatieven voor aardgas.

Koppelkansen We streven naar een efficiënte manier van organiseren. Dat doen we door projecten die plaatsvinden in de openbare ruimte, de ondergrond en in woningen (sociaal en particulier) waar mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. Daarmee besparen we kosten en voorkomen we bovendien onnodige overlast. Dit vraagt om een integrale aanpak van de warmtetransitie, waarbij scherp gekeken wordt naar andere (beleids-) opgaven in wijken. Koppelkansen met elektrificatie Verduurzamen van onze warmte betekent ook meer gebruik maken van duurzame elektriciteit. Daarnaast zien we in de bredere energietransitie een toename van elektriciteitsverbruik (denk aan elektrisch vervoer) en elektriciteitsopwekking. Door tijdig inzicht in de totale opgave kan Enexis op efficiënte wijze het netwerk voorbereiden op het toekomstig gebruik. Zo beperken we de overlast voor inwoners van de gemeente en worden maatschappelijke kosten zo laag mogelijk gehouden.

Laaghangend fruit We hebben aandacht voor het laaghangend fruit: kansrijke spijtvrije oplossingen op de korte termijn of aanhaken op bestaande initiatieven. Het gaat om de relatief eenvoudige maatregelen in de warmtetransitie die betrokkenen kunnen inspireren én motiveren voor de grotere opgave in de

13

wijk. Elke stap is er immers één. Zo is energiebesparing bijvoorbeeld een relatief kleine stap met grote impact om CO2 te besparen. Toekomstbestendig & duurzaam Investeringen van nu zijn duurzaam en dragen bij aan een toekomstbestendige wijk. Duurzaam betekent dat we oplossingen beschouwen die bijdragen aan de landelijke CO2-doelstellingen (49% reductie in 2030) én andere ambities zoals de circulaire economie en klimaatadaptatie. We maken hierin weloverwogen en gedragen keuzes. Verduurzamen doen we stap voor stap, waarbij we een realistische balans bewaken tussen ambitie en haalbaarheid. Comfort & gezondheid We realiseren ons dat de warmtetransitie geen doel op zich is, maar juist een middel om te komen tot een CO2-neutrale en circulaire gemeente waar inwoners gezond, veilig en comfortabel wonen, werken en leven. Om de focus te houden, beschouwen we de warmtetransitie als onderwerp van gesprek, maar liggen onze keuzes altijd in het verlengde van de bredere doelen. Dit staat ook centraal in de communicatie richting inwoners en stakeholders. Omgevingspassende oplossingen De keuzes die we in warmtetransitie maken sluiten aan bij de specifieke straat, wijk of gemeente. Uniformiteit in het type bebouwing, het bouwjaar en de mate van isolatie kan bepalend zijn voor de schaal en het soort oplossing dat toegepast gaat worden.

Maar ook de bereidheid tot meedoen en de andere opgaven die spelen hebben invloed op de keuzes die worden gemaakt.

2.2 Een blik op de transitie in Sint-Michielsgestel voor de komende jaren De uitgangspunten zijn breed geformuleerd. Ze geven richting voor de warmtetransitie voor drie gemeenten, nu en in de toekomst. Tegelijkertijd zijn we op zoek naar concrete acties, passend bij Sint-Michielsgestel met een focus op de komende jaren. Daarom hebben we de uitgangspunten vertaald naar een blik op de Gestelse transitie voor de komende jaren. Deze blik helpt ons om stelling te nemen, richting te geven en kaders te stellen in de keuzes die we de komende jaren moeten maken in de warmtetransitie in Sint-Michielsgestel.

14

Doelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030 In de warmtetransitie voor gemeente Sint-Michielsgestel liggen de kansen voor aardgasvrij niet voor het oprapen. We richten ons daarom op laaghangend fruit en kansen voor de korte termijn, die naast het bijdragen aan CO2-besparing, ook moeten zorgen voor draagvlak en motivatie om de vervolgstappen met elkaar te gaan zetten. Om dezelfde reden kiezen we ervoor om de focus te leggen op CO2-besparing in de gebouwde omgeving. We zien daarmee de doelstelling van 49% CO2-besparing in 2030 als leidend en streven naar 20 procent van de gebouwde omgeving in 2030 minimaal transitiegereed. Focus op besparen en individuele oplossingen Dat doen we omdat we een spanningsveld zien tussen de versnelling die nodig is om deze doelstelling te behalen, en de tijd die nodig is om voldoende draagvlak en middelen te creëren. Enerzijds staan we ervoor open om te starten met planvorming in gebieden waar aardgasvrij haalbaar en betaalbaar kan. Een collectieve oplossing zoals een warmtenet voor een dorp of wijk kan immers zorgen voor een duidelijke afbakening in de tijd en betere sturing op aardgasvrij. Anderzijds zien we dat de kansen voor dergelijke collectieve oplossingen vooralsnog niet aanwezig zijn in Sint-Michielsgestel en dat het tijd kost om mensen eerst mee te nemen in het verhaal van de warmtetransitie en de noodzaak daarvan.

De focus ligt daarom voor de komende tijd primair op CO 2-besparing. Dat begint bij bewustwording en zuinig omgaan met energie. Grote stappen kunnen gezet worden met isoleren van gebouwen. Maar ook het laaghangend fruit zoals tochtstrippen en radiatorfolie kunnen helpen. Hier gaan we dan ook volop met elkaar op inzetten. Vervolgens zien we vooral de overstap naar een (hybride) warmtepomp als logische vervolgstap voor een groot deel van de gemeente. De keuzes daarvoor moeten gemaakt worden door individuele eigenaren en zal vooral plaatsvinden op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of als de Cv-ketel aan vervanging toe is. Versnelling door te informeren, motiveren en faciliteren Focus op besparen en individuele oplossingen betekent een meer geleidelijke en verspreide transitie naar aardgasvrij, maar kan ook gezien

worden als een meer vrijblijvende transitie. Daarom zien wij als gemeente een belangrijke rol als regisseur om naar de gestelde doelen toe te werken. Dit doen we door inwoners en stakeholders zo goed mogelijk te informeren, motiveren en faciliteren om de benodigde stappen te gaan zetten. Tegelijkertijd bewaken we de gestelde uitgangspunten om de transitie voor iedereen haalbaar, betaalbaar en sociaal te houden.

15

3 Duurzame alternatieven voor aardgas Er zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas. Welk alternatief waar past is afhankelijk van de gebouwde omgeving en de beschikbaarheid van schone energiebronnen. In dit hoofdstuk beschrijven we welke technieken voor Sint-Michielsgestel beschikbaar en logisch zijn.

3.1 Alle gebouwen klaar voor aardgasvrije verwarming In het kort Tussen nu en 2050 maken gebouweigenaren hun gebouwen klaar voor duurzame verwarming door optimaal te isoleren binnen de bestaande schil, door te ventileren en door elektrisch te koken. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. Daarmee beperken we de vraag naar duurzame energie en zijn we voorbereid op meerdere warmteopties. De stap naar schone verwarming kunnen we soms maken voordat we klaar zijn met isoleren. Maar ook dan is het belangrijk om daarna nog verder te isoleren.

De eerste stap naar schone verwarming is zuinig omgaan met energie. Door zuiniger om te gaan met energie hebben we minder (schone) bronnen nodig en maken we onze gebouwen geschikt voor duurzame technieken. We gaan zuinig om met energie door te isoleren, kieren te dichten, te ventileren, over te stappen naar elektrisch koken en door bewuster om te gaan met energie, door bijvoorbeeld een ruimte niet warm te maken als dat niet hoeft. Een gebouw of woning is klaar voor meerdere duurzame warmteopties als we binnen de bestaande schil optimaal isoleren en kieren dichten. De schil bestaat meestal uit een dak, gevel, ramen en vloer. Bij isolatiemaatregelen is het altijd de vraag hoe ver we moeten gaan om, zoals we dat noemen, ‘transitiegereed’ te zijn. Met andere woorden om klaar te zijn om de overstap te maken naar een aardgasvrij verwarmingsalternatief. We nemen in de TVW als uitgangspunt dat aan het einde van de transitie alle gebouwen minimaal dit niveau hebben bereikt. Met deze benadering

16

sluiten we aan bij de landelijke Standaard en Streefwaarden, zoals genoemd in het Klimaatakkoord5. Naast de schil moeten we soms ook de binneninstallatie aanpakken. Die bestaat uit elektrisch koken, ventilatie en radiatoren of vloerverwarming. Als we optimaal isoleren binnen de bestaande schil kunnen vooroorlogse woningen verwarmd worden met een duurzame warmteoptie die een temperatuur heeft van hoogstens 70°C, dat noemen we middentemperatuur. Naoorlogse woningen zijn dan geschikt om te worden verwarmd met een duurzame warmteoptie op zowel midden- als laagtemperatuur van hoogstens 50°C. Voor laagtemperatuur moeten dan ook nog de radiatoren geschikt worden gemaakt. Gebouweigenaren kunnen er altijd voor kiezen om méér te isoleren dan de bestaande schil. Het aanpassen van onze woningen en gebouwen kost veel tijd. Daarom is het belangrijk om deze maatregelen stapsgewijs te nemen en zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke vervangingsmomenten. De overstap naar duurzame warmteopties is niet altijd afhankelijk van het aanpassen van onze gebouwen: als het kan6 starten we eerder met overstappen op schone energie en gaan we ook daarna nog door met gebouwaanpassingen. Tot slot is de overstap naar schone verwarming niet alleen een kwestie van techniek. Comfortbehoefte en gebruik veranderen ook.

Energiezuinige gebouwen op schone energie vragen om een ander gebruik van verwarmingsapparaten.

3.2 Duurzame warmte, elektriciteit en gas Duurzame warmte, elektriciteit, en gas zijn alternatieve bronnen voor aardgas. Hier beschrijven we in hoeverre deze bronnen beschikbaar zijn voor Sint-Michielsgestel.

5

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2021), Standaard en Streefwaarden: uitkomst traject begeleidingscommissie.

3.2.1 Duurzame warmte In het kort Duurzame warmte is afkomstig van duurzame warmtebronnen en wordt met warmtenetten naar gebouwen gebracht. Het gebruiken van lokale, duurzame warmtebronnen is efficiënt en zorgt dat we minder afhankelijk zijn van elektriciteit en gas. Daar tegenover staat dat warmtenetten nog niet overal liggen en een minimale schaal en dichtheid nodig hebben om succesvol te kunnen worden ontwikkeld.

Duurzame warmte is warm water dat wordt opgewarmd door een duurzame warmtebron. Het warme water wordt met geïsoleerde leidingen naar woningen en gebouwen gebracht, een zogenaamd warmtenet. In de woning is alleen een afleverset aanwezig. Dit is een geïsoleerd koffertje dat zorgt voor de warmteoverdracht van het warmtenet naar de woning. Een warmtenet is een collectieve oplossing: een techniek voor de hele dorp of wijk waarbij meerdere gebouwen en woningen moeten meedoen. Warmtenetten hebben een bron nodig. Verder onderzoek naar de potentie van bronnen zou nodig zijn om te kijken waar en in welke mate deze bronnen ingezet kunnen. Maar voor Sint-Michielsgestel is los van de bronpotentie, de aard van de gebouwde omgeving een beperkende factor. Warmtenetten zijn kostbaar zijn om aan te leggen. Bij de aanleg van een warmtenet moeten daarom meerdere gebouwen in een buurt ongeveer tegelijkertijd aansluiten. Hierdoor is het voor warmtenetten gunstig als er veel gebouwen in een buurt staan; de kosten per gebouw nemen dan af. In buurten waar weinig gebouwen staan is een warmtenet vaak niet haalbaar. In Sint-Michielsgestel zien we dat de bebouwingsdichtheid in veel gevallen simpelweg niet hoog genoeg is.

Om die reden zien we een warmtenet ook niet terug als transitiepad (hoofdstuk 4), hoewel lokale warmtenetten zeker niet uit te sluiten zijn als er initiatief vanuit een dorp of wijk is om hiermee aan de slag te gaan (hoofdstuk 5).

6

Lees: als een bron voldoende hoge temperatuur heeft om een woning met beperkte maatregelen

binnen de schil toch comfortabel te verwarmen. Bij slecht geïsoleerde woningen is dan vaak hogetemperatuurverwarming nodig van boven de 70 graden.

17

3.2.2 Duurzame elektriciteit In het kort Verwarmen met elektriciteit kan als we gebruikmaken van warmtepompen. Als we te veel gebouwen gaan verwarmen met elektrische warmteopties is er op de koudste dagen onvoldoende duurzame elektriciteit. Ook is er momenteel onvoldoende ruimte in het elektriciteitsnet om de stroom aan te voeren. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is kostbaar en tijdrovend. Dat betekent dat we elektriciteit voor onze verwarming efficiënt moeten inzetten zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet selectief kan plaatsvinden We kunnen verwarmen met elektriciteit door gebruik te maken van warmtepompen. Warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht of bodem. Warmtepompen kunnen hun warmte ook uit een warmte-koude opslag (WKO) halen met een zogenaamd bronnet. Daarnaast gebruiken zij elektriciteit. Warmtepompen leveren warmte met een lage temperatuur. Om een woning met een warmtepomp te kunnen verwarmen moet deze voldoende zijn geïsoleerd en geventileerd en moeten de radiatoren geschikt zijn voor lage temperaturen. Warmtepompen hebben een veel hoger rendement dan aardgastoestellen. Deze rendementswinst zien we ook als een vorm van besparing. Duurzame elektriciteit halen we volgens de RES 1.0 vooral uit zonne- en windenergie. Hoeveel zonne- en windenergie er is hangt af van het weer.

Warmtepompen hebben juist veel elektriciteit nodig wanneer er weinig zonne- en windenergie is. Dit noemen we de ‘piekvraag’. Het is ingewikkeld om de piekvraag in te vullen met duurzame elektriciteit. In de toekomst kunnen energieopslag en duurzaam gas daarin een rol spelen. De ruimte op het elektriciteitsnet is beperkt en als gevolg van elektrisch koken, elektrische auto’s en lokaal opgewekte stroom van zonnepanelen zal het elektriciteitsnet op de meeste plekken moeten worden verzwaard. Als we warmtepompen gaan gebruiken voor onze verwarming zal het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. Dat komt omdat warmtepompen op koude dagen allemaal tegelijk veel stroom nodig hebben. Die extra verzwaring van het elektriciteitsnet zal niet alleen moeten plaatsvinden in het dorp of de wijk, maar ook op gemeentelijk, regionaal en zelfs (inter)nationaal niveau. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is erg kostbaar en kost ook veel tijd. Bovendien heerst er transportschaarste in de regio. Daarom moeten we goed inspelen op de

18

toename van warmtepompen in de gemeente, in continue afstemming met de netbeheerder, zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet selectief kan plaatsvinden. Bij hybride warmtepompen speelt dit probleem minder, omdat daar de piekvraag wordt opgevangen door het gasnet, zodat het elektriciteitsnet niet op de piek hoeft te worden gedimensioneerd. 3.2.3 Duurzaam gas In het kort De toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas is erg onzeker: we weten niet precies hoeveel er komt en wanneer het komt. Duurzaam gas zal met name nodig zijn voor verduurzaming van de industrie en zwaar transport. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving, moeten we het vooral inzetten om de zogenoemde piekvraag te verduurzamen: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Ondertussen moeten we overal zoveel mogelijk gas besparen om een blijvende afhankelijkheid van aardgas te voorkomen.

Er zijn twee vormen van duurzaam gas: groen gas en duurzame waterstof. Groen gas komt vooral uit de landbouw. Duurzame waterstof is waterstof gemaakt van duurzame elektriciteit. Gassen hebben als voordeel dat zij hoge temperaturen maken, veel hoger dan de gebouwde omgeving nodig heeft. De beschikbaarheid van duurzaam gas is momenteel erg beperkt en blijft dat naar verwachting ook. Daarom verwachten we dat duurzaam gas nu en in de toekomst vooral ingezet zal worden om sectoren te verduurzamen die bijna niet zonder gas kunnen, zoals de industrie. Als er duurzaam gas beschikbaar komt voor woningen en gebouwen zal dat niet veel zijn. Het is belangrijk dat we dit dan zo goed mogelijk gebruiken. Het meest logische gebruik van duurzaam gas is voor de piekvraag: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Alle duurzame technieken hebben dit nodig: warmtenetten hebben centrale gasketels voor koude dagen, hybride warmtepompen hebben naast de warmtepomp een gasketel in de woning, en voor onze elektriciteit hebben we een voorziening nodig op de momenten dat de zon niet schijnt en de wind niet waait.

Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties

19

Warmte

Elektriciteit

Duurzaam gas

Gebouwmaatregelen

Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.

Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.

Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.

Techniek in de woning

Afleverset (koffertje met leidingwerk).

Elektrische warmtepomp en een afgiftesysteem dat geschikt is voor lage temperaturen.

Hybride warmtepomp.

Ondergrondse infrastructuur

Warmtenet.

Extra verzwaard elektriciteitsnet.

Bestaand gasnet.

Bronnen

Duurzame, lokaal beschikbare warmtebronnen.

Op termijn duurzame elektriciteit.

Op termijn duurzaam gas en duurzame elektriciteit.

4 De transitiepaden naar aardgasvrij voor Sint-Michielsgestel In dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende transitiepaden om in 2050 bij een aardgasvrije gebouwde omgeving uit te komen. In een transitiepad schetsen we per dorp of wijk de route om tot een warmteoptie te komen. Een transitiepad beschrijft een fasering, tussenstappen, hoe we omgaan met meerdere warmteopties binnen een dorp of wijk en wat voor aanpak erbij hoort. De transitiepaden laten we zien in de transitiekaart. We onderscheiden verschillende transitiepaden, afhankelijk van de eigenschappen en kansen van het dorp of de wijk. In Sint-Michielsgestel zijn dit de meest logische transitiepaden: •

Gemeentebreed: Besparen en transitiegereed maken van gebouwen. Zo veel mogelijk overstappen op natuurlijke momenten

•

Hybride: overstappen op hybride warmtepompen en waar mogelijk gasvrije opties zoals een volledige warmtepomp. Resterende gasvraag op termijn duurzaam invullen

•

All-electric: zo veel mogelijk op natuurlijke momenten overstappen naar all-electric met een doelgroepgerichte aanpak

•

Bedrijventerreinen: gebiedsgerichte aanpak met individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voor bedrijven.

4.1 Gemeentebreed: besparen en transitiegereed Maatregelen voor besparing en het klaarmaken van gebouwen is voor de hele gemeente belangrijk. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit niet al gebeurd is. Hoe (ver) stappen gezet kunnen worden, is afhankelijk van het type woning. Uit data-analyse is gebleken dat het gasverbruik in Sint-Michielsgestel relatief hoog is ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat de woningen in Sint-Michielsgestel gemiddeld groter zijn. De gemiddelde warmtevraag is daartegen lager, maar dit verschilt sterk per gebouw en buurt. In de regio is het verbruik en de warmtevraag van SintMichielsgestel vergelijkbaar met Boxtel en Vught.

7

Tabel 2 Gemiddelden voor gasverbruik en warmtevraag in de drie gemeenten

Voor Sint-Michielsgestel is het hybridepad - samen met uiteraard het gemeentebreed pad voor besparen en transitiegereed maken van gebouwen - het dominante transitiepad voor de gemeente. De transitiepaden all-electric en bedrijventerreinen vormen lokale aandachtsgebieden met een eigen route. Elk transitiepad start met het besparen en transitiegereed maken van gebouwen waar dat kan en nog niet is gebeurd. We starten daarom met een toelichting op besparen en

20

transitiegereed maken om vervolgens in te gaan op de verschillende transitiepaden.

Ruim de helft van de huidige woningvoorraad in de drie gemeenten heeft een bouwjaar van voor 1975, zie figuur 5. Voor deze woningen is naar verwachting dan ook sprake van een enorme isolatieopgave (rood). Voor een deel van de overige woningen is reeds sprake van een minimumisolatieniveau. Bij een kleiner deel van de woningvoorraad is de huidige isolatie in feite voldoende zonder noodzakelijke aanpassingen voor een alternatieve warmteoplossing (blauw). De warmtevraag voor woningcorporatiewoningen ligt lager dan het gemiddelde, omdat hier vaker al (in meer of mindere mate) isolatiemaatregelen zijn genomen.

7 Bouwjaren: Kadaster. Bron: Basisregistratie adressen en gebouwen. Wat halen we eruit?

Energieverbruik: CBS. Bron: Wijk- en Buurtkaart. Energielevering aan woningen en bedrijven naar

Pandgeometrie, oppervlaktes, gebouwfuncties, bouwjaar.

postcode. Wat halen we eruit? Buurtgeometrie, energieverbruik per postcode.

In alle gevallen is de individuele situatie leidend, met het oog op betaalbaarheid en de overstap op natuurlijke momenten. Maatwerk blijft noodzakelijk om aan te sluiten op de specifieke situatie van de gebouweigenaar. Een ‘doelgroepenaanpak’ kan helpen om gericht de inwoners de informeren en motiveren om individuele keuzes te maken rondom verduurzaming. Een blokaanpak kan uitkomst binnen om gespikkeld bezit in Sint-Michielsgestel te verduurzamen. Deze aanpakken worden verder toegelicht in hoofdstuk 5: Stappen richting uitvoering.

4.2 Hybride

Figuur 5 Bouwperiode van woningen in Vught, Boxtel en Sint-Michielsgestel

Bouwjaar

Transitieroute

<1950

Focus op isolatie, maatwerk in verband met grote diversiteit

1951 – 1975 Waaronder: 1951 – 1965 1976 – 1990

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC) Kansen verkennen voor gezamenlijke aanpak per blok voor gespikkeld bezit Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC) Als (al) nageïsoleerd: hybride mogelijk

21

>1990

Hybride warmtepomp als tussenstap naar een gasvrije oplossing

>2005

Volledige warmtepomp kansrijk

Wat? Het transitiepad hybride is het dominante pad voor de gemeente SintMichielsgestel. In de dorpskernen zien we een diversiteit in bouwperiodes, waaronder oude lintbebouwing. Gasvrije verwarming is kostbaar en technisch ingewikkeld in vooroorlogse gebouwen. Daarnaast zien we veel gebouwen tussen 1950 en 1990. De stap naar een elektrische warmtepomp vraagt voor de huizen uit deze bouwperiode om een behoorlijke slag in isolatie en andere maatregelen zoals kierdichting en lage temperatuurverwarming. Voor een warmtenet is in Sint-Michielsgestel de dichtheid te laag. Deze opties zijn daarom erg kostbaar. Naast isolatie, ventilatie en elektrisch koken, beginnen we in deze buurten met de overstap naar hybride warmtepompen. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp met een Cv-ketel ernaast voor koude dagen en voor warm tapwater. Hybride warmtepompen besparen snel veel gas en CO 2uitstoot en zijn daarnaast relatief goedkoper in aanschaf dan een volledige warmtepomp Naast hybride warmtepompen zullen ook elektrische warmtepompen en kleinschalig collectieve opties, zoals een WKO, een rol spelen. De ouderdom van het gebouw zal vaak bepalend zijn of de overstap naar een elektrische warmtepomp logisch is, of dat een hybride warmtepomp logischer is.

Een hybride warmtepomp kan een tussenoplossing zijn voor een elektrische warmtepomp als de woning nog onvoldoende is geïsoleerd, en een hybride warmtepomp kan alleen een eindoplossing zijn als er op termijn voldoende duurzaam gas beschikbaar komt. Bij het herijken van de TVW houden we in de gaten hoeveel duurzaam gas er beschikbaar komt. Ondertussen blijven we inzetten op voldoende

stapsgewijze isolatie volgens de landelijke Standaard voor woningisolatie, zodat we zoveel mogelijk voorbereid zijn op elektrische warmtepompen, mocht er in de toekomst onvoldoende duurzaam gas beschikbaar zijn. Waar? Alle buurten en dorpen van Sint-Michielsgestel (maar niet alle woningen, zie aandachtsgebieden Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen en waar mogelijk naar elektrische warmtepompen of kleinschalig collectieve opties. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak (zie hoofdstuk 5) te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.3 Elektrische warmtepompen Wat? Bij dit transitiepad stappen we over naar elektrische warmtepompen. Uiteindelijk is er dan alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk nodig. Dit heet ook wel ‘all-electric’. Voordat een woning over kan naar een elektrische warmtepomp moet deze volledig transitiegereed zijn én beschikken over een afgiftesysteem voor lage temperaturen. Hybride warmtepompen, waarbij een cv-ketel bijspringt als het buiten heel koud is en dient voor warm tapwater, zijn een tussenoplossing voor gebouwen die nog onvoldoende zijn geïsoleerd. In deze dorpen of wijken kunnen gebouweigenaren ook kiezen voor kleinschalig collectieve oplossingen met bijvoorbeeld WKO. Ook dan is er vaak nog een warmtepomp in het gebouw of de woning aanwezig. Waar? In gemeente Sint-Michielsgestel zien we geen volledige dorpen of wijken waar de all-electricall-electric oplossing de voorkeur heeft, maar er is wel sprake van deelgebieden binnen buurten waar all-electric een logisch transitiepad voor is. Voor woningeigenaren in relatief nieuwe (delen van) buurten met lagere dichtheden is all-electric de voor de hand liggende warmteoptie.

22

Hoe? De route naar elektrische warmtepompen wordt bepaald door de gebouweigenaren. Zij zullen tussen nu en 2050, zoveel mogelijk op natuurlijke momenten de overstap maken, dit doen zij door hun gebouw geschikt te maken voor verwarmen met lage temperatuur. Het is van belang om de overstap naar elektrische warmtepompen stapsgewijs te doen. Ten eerste omdat er nog innovaties worden verwacht, zoals warmteopslag in de woning, en warmtepompen die nog steeds efficiënter worden. Daarnaast zijn dit vaak relatief nieuwe dorpen of wijken waar gasleidingen nog niet zijn afgeschreven. Bovendien is de klimaatwinst in deze dorpen of wijken beperkt omdat deze al vrij goed geïsoleerd zijn. Wanneer gebouweigenaren overstappen naar elektrische warmtepompen zal uiteindelijk het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. De netbeheerder houdt in de gaten wanneer dit nodig is, en zij kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment uit om het elektriciteitsnet te verzwaren, bij voorkeur op een moment dat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk zijn. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.4 Warmteopties voor bijzondere gebieden Wat? In de gebouwde omgeving zijn verschillende gebieden met een warmtevraag die afwijkt van bestaande woonwijken. Voor deze gebieden geldt dat per type gebied moet worden bekeken welke warmteoptie optimaal is. We onderscheiden de volgende bijzondere gebieden: •

Bedrijventerreinen: voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is.

•

Gebiedsontwikkeling: Op gebiedsontwikkelingslocaties ligt de keuze voor de duurzame warmteoptie vaak nog open. Bij vrijwel alle nieuwe woningbouw zal een elektrische warmtepomp de meest logische keus zijn. Alleen bij locaties waar in korte tijd veel woningen in hoge dichtheden worden gebouwd is het logisch om een collectieve oplossing zoals een warmtenet of bronnet te onderzoeken.

Waar? Op bedrijventerrein in Berlicum, Venkant, maar ook in diverse kleinere deelgebieden vinden we bedrijfspanden en utiliteit. Bedrijven op bedrijventerreinen bepalen op basis van natuurlijke momenten wanneer ze de overstap naar aardgasvrij maken. Voor hen geldt dat zij onder de Wet milieubeheer, en onder regie van de Omgevingsdienst, sowieso werk moeten maken van energiebesparing. Hoe? Voor bedrijventerreinen en gebiedsontwikkelingslocaties geldt dat een gebiedsgerichte aanpak logisch is om voor die locatie de optimale warmteoptie te kiezen en ontwikkelen. In alle gevallen is er namelijk maar sprake van één of enkele eigenaren of ontwikkelaars. De gemeente kan een rol spelen om deze eigenaren, samen met andere belanghebbenden en marktpartijen, te helpen met een aanpak om te komen tot de overstap naar aardgasvrij. Dat kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een uitvoeringsplan.

4.5 De transitiekaart voor Sint-Michielsgestel 4.5.1 Hoe is de transitiekaart tot stand gekomen? De transitiekaart is tot stand gekomen op basis van een vergelijkende analyse en zorgvuldige afwegingen per dorp of wijk, waarbij onze uitgangspunten leidend zijn geweest:

23

•

Een vergelijkende analyse van drie verschillende modelstudies waarmee we inzicht hebben gekregen in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties per dorp of wijk.

•

Als dorps- of wijkgrenzen zijn de dorps- en wijkgrenzen aangenomen zoals het CBS die hanteert. Omdat die grenzen niet altijd logisch of herkenbaar zijn, hebben we daarbovenop gebieden gemarkeerd waar de gebouwde omgeving afwijkt van de

rest van het dorp of de wijk, en waar dus ook een ander transitiepad gevolgd zal worden. •

Lokale omstandigheden in overleg met de betrokken partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over plannen over renovaties, de ruimte in de ondergrond en gebiedsontwikkelingen.

4.5.2 Wat betekent de transitiekaart? De transitiekaart laat zien welk transitiepad we in welk dorp of welke wijk doorlopen. Zoals eerder aangegeven beschrijft de TVW de hoofdlijnen van het transitiepad en is het nog geen definitief besluit voor een bepaalde warmteoptie per dorp of wijk. Wel biedt de transitiekaart een richtlijn waarmee we als gemeente stappen kunnen zetten: •

Op basis van de transitiekaart kunnen we per dorp of wijk duidelijkheid geven aan gebouweigenaren over welke maatregelen zij moeten nemen voor hun gebouw. Die maatregelen zijn in deze TVW al op hoofdlijnen beschreven.

•

Met de transitiekaart kunnen we uitvoeringsplannen voor dorpen en wijken gaan opstellen. Daarin worden zaken zoals techniek, betaalbaarheid en uitvoering voor een dorp of wijk duidelijk.

•

De transitiekaart opent het gesprek voor de gemeente en haar partners, zoals de woningcorporaties, inwonerscollectieven en netbeheerders. De gemeente kan de transitiekaart gebruiken als onderbouwing om bepaalde initiatieven van partners te steunen.

•

De transitiekaart biedt een onderbouwing voor het gebruik van nieuwe regels en middelen die de gemeente ontvangt van de Rijksoverheid. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat de gemeente tijdens de nieuwe kabinetsperiode instrumenten voor warmtenetten in de bestaande bouw.

4.5.3 Tot welk eindbeeld leidt de transitiekaart? Nu maken we in bijna de hele gemeente nog gebruik van aardgasverwarming. In 2050 hebben we te maken verschillende warmteopties die gebruik maken van duurzame elektriciteit, duurzaam gas en lokale, duurzame warmtebronnen. Wij hebben uitgerekend hoeveel energie onze mix van warmteopties in 2050 zal gebruiken op jaarbasis. Daarbij hebben we gekeken naar het hele energiegebruik in de gebouwde omgeving, dus verwarming, koeling, apparaten, licht en elektrisch koken bij elkaar.

Om te beginnen zien we dat we in de toekomst veel minder energie gaan gebruiken in de gebouwde omgeving. Dat komt vooral omdat we gaan isoleren. Daarnaast zien we dat we veel minder gas gaan gebruiken. Dat komt omdat we verwachten dat duurzaam gas schaars zal blijven en we dus onze gasvraag zo klein mogelijk moeten maken. In de toekomst gebruiken we alleen nog duurzaam gas voor de piekvoorziening van warmtenetten en voor hybride warmtepompen. We zien dat ons elektriciteitsverbruik zal toenemen. Dat komt vooral omdat we op verschillende plekken in de gemeente gebruik zullen maken van warmtepompen. Voor de levering van schone elektriciteit en gas zullen we afhankelijk zijn van de verduurzaming van de landelijke elektriciteits- en gasvoorziening, omdat we daarvoor een nationale infrastructuur hebben. 4.5.4 Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in SintMichielsgestel aardgasvrij te verwarmen. Alle dorpen en wijken zullen hier dus op den duur mee aan de slag moeten, daarom hebben alle dorpen en wijken een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de kaart, is dat de (tussen)stappen en de snelheid en intensiteit daarvan, sterk kunnen wisselen, en dat een transitiepad een proces beschrijft en niet een moment waarop de schop in de grond gaat.

Concrete stappen zoals een dorp- of wijkaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de TVW. Dat wil niet zeggen dat er nog niks moet en kan gebeuren. Gemeentebreed zijn energie besparen en het transitiegereed maken van gebouwen de eerste stappen richting aardgasvrij. Dat zal bij voorkeur gebeuren op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of als de CV-ketel aan vervanging toe is, en als dat haalbaar en betaalbaar is voor de gebouweigenaar. Het doel van de TVW en de transitiekaart is om inzicht te bieden in de richting voor de komende jaren.

Figuur 4: De transitiekaart van gemeente Sint-Michielsgestel. Een grotere afbeelding is te vinden in bijlage 3.

24

25

5 Stappen richting uitvoering De warmtetransitie voeren we niet van de ene op de andere dag uit. Het gaat niet alleen om veranderingen in en aan gebouwen en infrastructuur. Er zijn ook energiebronnen nodig en er komen investeringen bij kijken. De transitie vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met inwoners, gebouweigenaren, het bedrijfsleven en overheden. Het vraagt ook om een andere manier van werken binnen de gemeentelijke organisatie. Het gaat om meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van individuele stakeholders. Een belangrijke rol is het coördineren van de (samenhang tussen) specifieke projecten en opgaven. Anderzijds gaat het om het opzetten van een samenwerking, uitvoeringsstrategie, communicatie & participatie en financiering. Daar is een gestructureerde aanpak en sturing voor nodig. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk staan de eerste stappen richting uitvoering beschreven.

5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk In hoofdstuk 4 hebben we al gezien dat elk transitiepad een eigen route en aanpak heeft. Op hoofdlijnen maken we onderscheid tussen een gebiedsgerichte aanpak en een doelgroepenaanpak. 5.1.1 Doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen Een gebiedsgerichte aanpak is zinvol als inwoners en gebouweigenaren binnen afzienbare tijd gezamenlijk stappen richting aardgasvrij zetten in een dorp, wijk of bedrijventerrein. Dat is het geval bij een collectieve oplossing zoals een warmtenet. Maar als het gaat om individuele oplossingen zoals isolatie of een (hybride) warmtepomp, zullen inwoners en gebouweigenaren vaak hun eigen tempo willen aanhouden. De keuzemomenten zijn afhankelijk van natuurlijke momenten, zoals een verhuizing, renovatie of als de CV-ketel aan vervanging toe is. Een gebiedsgerichte aanpak ligt dan vanuit technisch-financieel oogpunt minder voor de hand (maar is zeker niet onmogelijk, zie paragraaf 5.1.2). Een gemeentebrede aanpak lijkt de meest logische start om deze inwoners en gebouweigenaren te informeren, motiveren en faciliteren voor een stap richting aardgasvrij. Het helpt daarbij om doelgroepen te formuleren, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar zoals we eerder in tabel op pagina 17 hebben gezien. Want per doelgroep zal de meest haalbare

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=521fdfa6-a2a6-4d19-80b7-982d46417915