11.e - Bijlage 5 - Bijlagen regels Hooghei
Tekst van het document
Werken en werkzaamheden BODEM 1. Afgraven (verlagen) def: Het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen. doel: Verschraling: verwijderen van bemeste/verzuurde gronden Tegengaan verdroging in verdroginggevoelige gebieden Grondstoffenwinning (humus, zand, klei, leem) Aanleggen van poelen effect: Verandering bodemprofiel Verkleining afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte) Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden (Landschap, Natuur en Cultuurhistorische waarden): Vernatting • Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) • Verlies ecologische gradiënt bij slootkanten, poelen, laagtes en overig microreliëf • Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) • Verlies vegetatiewaarden 2. Ophogen def : doel:
Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van zand van elders Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking Verschraling door aanvoer van zand van elders Bezanden van veengronden en gronden die geschikt moeten worden voor de bollenteelt effect: Verandering bodemprofiel Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verdroging • Verschraling • Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) • Verlies vegetatiewaarden • Verlies aan bodemleven
3. Vergraven def :
Het verwijderen van een of meerdere bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders. doel: Het graven en opvullen van drainagesystemen en andere sleuven en kuilen effect: Verandering bodemprofiel Verandering waterhuishouding in de bodem
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verschraling • Verandering hydrologische situatie • Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) • Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) • Verlies vegetatiewaarden • Verlies aan bodemleven 4. Diepploegen en -woelen def : Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond. (Eenmalige ingreep met blijvend effect) doel: Verbetering bodemprofiel voor agrarisch gebruik Vergroten bewortelingsdiepte Vergroten berijdbaarheid Verschraling Mengen van kleigrond met onderliggend zand effect: Homogenisatie van de bodem Vernietiging bodemprofiel Verandering waterhuishouding bodem Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Drastische wijziging bodem en daarmee groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren etc. • Verschraling • Verandering hydrologische situatie; in gebieden met stagnerend grondwater kan doorbreking van een ondoorlatende laag in de bodem leiden tot verdroging omgeving en leeglopen vennen. • Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) • Verlies microreliëf • Verlies vegetatiewaarden • Verlies aan bodemleven
5. Egaliseren def :
Het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven) doel: Wateroverlast en droogtegevoeligheid binnen agrarisch perceel tegengaan Verbetering van de bewerkbaarheid voor agrarisch gebruik Opheffen niveauverschillen die het effect zijn van inklinking effect: Afvlakken van reliëf Verandering waterhuishouding bodem
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verandering hydrologische situatie • Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) • Verlies aan biotopen van microreliëf (bermen, hellinkjes, gradiënten hoogdag 6. Indrijven van voorwerpen in de grond def: Diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen doel: Dragers voor bouwwerken aanbrengen, damwanden plaatsen effect: Bouwen op slappe bodem is mogelijk, afschermen van delen van de bodem Ondergrondse leidingen kunnen beschadigd worden Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • doorbreken ondoorlatende (grond)waterhuishouding
bodemlagen
en
daarmee
verstoring
van
de
WATERHUISHOUDING 7. Aanleg drainagestelsel def: Het aanbrengen van drainagebuizen in de grond, in het algemeen op een diepte van 80-110 cm -mv. doel: (Versterken) ontwatering van een of meerdere percelen effect: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden) • Verdroging -> verzuring • Verlies aan natte levensgemeenschappen 8. Aanbrengen onderbemaling def: Bemalen van een of meerdere percelen, waardoor de grondwaterspiegel er lager staat dan in het omringende gebied. doel: Vergroten afstand maaiveldgrondwaterspiegel, droger maken perceel effect: Verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Aantrekken grondwater uit de omgeving -> omgeving wordt droger
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verlies aan natte levensgemeenschappen • Inklinking veenbodem (onomkeerbaar) • Verdroging -> verzuring 9. Aanleggen van dammen def: Aanbrengen van een permanent, stuwend obstakel over de gehele breedte van een watergang. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig geblokkeerd wordt. doel: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Afsluiten waterloop Afwatering gebied in andere richting dwingen effect: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid Isolatie waterloop t.o.v. het stelsel van waterlopen Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water • Verlies variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit • Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) • Vernatting • Verminderen verdroging 10. Aanbrengen van stuwen def: Aanbrengen van een stuwend obstakel waarvan de werking tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven kan worden.
doel: Verminderen stroomsnelheid Vasthouden water in een gebied (verkleinen debiet) effect: Vermindering dynamiek in waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Sterk wisselende stroomsnelheid Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water • Wegspoelen levensgemeenschappen bij openen stuw • Verlies aan variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit • Verdwijnen natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) • Vernatting • Verminderen verdroging 11. Aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels def: Aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten en greppels. doel: Verbeteren ontwatering agrarische gronden.
effect: Verkleining afstand maaiveld-grondwaterspiegel (ontwateringsdiepte) Vergroten oppervlakkige afstroming neerslagwater Droger worden omgeving Verlies aan levensgemeenschappen van slootkanten door steiler worden talud Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden • Aantrekken kwelstromen in nieuwe of uitgediepte sloten -> voor natuur waardevol kwelwater wordt afgevoerd en bereikt maaiveld niet • Verdroging omgeving -> verlies aan natte biotopen, verzuring • Tijdelijke en blijvende schade aan levensgemeenschappen van sloten en slootkanten • Toename extremen in waterafvoer -> moeilijker bestaan voor levensgemeenschappen van sloten en slootkanten • Verlies aan waterplanten (door schonen en door verandering in waterafvoer en beekprofiel)-> verbraseming; slechtere waterkwaliteit • Verandering percelering (landschappelijk/cultuurhistorisch aspect) • Verandering karakter sloten en greppels (landschappelijk aspect) 12. Dempen sloten en greppels def: Dichten van sloten of greppels met van elders aangevoerde grond doel: Verkleinen waterafvoer van agrarische gronden Wijzigen perceelsindeling effect: Natter worden van omliggende gebied Afname totale slootlengte Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van sloten, slootkanten • Verdwijnen verbindingszone voor planten en dieren • Vernatting omgeving • Verandering kavelpatroon 13.
Dempen van kleine geïsoleerde wateren def: Dichten van kleine wateren (poelen, vennen, wielen, afgesneden meanders) met van elders aangevoerde grond doel: Egaliseren agrarisch perceel Vergroting oppervlak agrarisch bruikbare grond Efficiëntere bewerking agrarische grond mogelijk maken effect: Verlies aan kleine wateren Egalisatie landschap Toename kwel in directe omgeving Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden • Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van poelen, vennen, oevers • Verlies aan voortplantingsplaatsen voor amfibieën • Vernatting directe omgeving
14. Aanbrengen oeverbeschoeiing: def : Het aanbrengen van houten of betonnen versteviging op of voor een oever doel: Tegengaan van wegslaan van de oevers door waterstroming of golfslag effect: Stabilisatie oevers (plaats en vorm) Verloren gaan natuurlijke oever Onderbreking gradiënt nat-droog Oever wordt hoger en steiler (90° t.o.v. wateroppervlak) Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Oevers worden niet-passeerbare barrières voor veel diersoorten (o.a. das, egel, kikker), en kosten daardoor dierenlevens • Verdwijnen of aantasting van groeiplaats voor oevervegetaties • Verdwijnen natuurlijke oevers en variatie daarin (bv. nestgelegenheid voor ijsvogels). BEPLANTINGEN 15. Rooien van houtgewas def : Het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houdsingels, houtwallen) doel: Verwijderen van ziek plantmateriaal Onderhoud - uitdunning Hinder voor agrarische bedrijfsvoering verminderen effect: Grotere openheid landschap Verlies aan beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden • Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos • Verlies aan oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten (o.a.
vlinders, vleermuizen, marterachtigen) • Verlies aan slaap/schuilplaatsen, nestgelegenheid, dekking tegen weersomstandigheden • Grotere openheid, betekent soms toename leefgebied weidevogels • Verlies aan landschapselementen (landschappelijk, cultuurhistorisch aspect) 16. Aanplanten van houtgewas (uitgezonderd: boomteelt) def : Het planten van bomen en/of struiken doel: Vergroten natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit Houtproductie Bescherming tegen wind effect: Verminderen openheid landschap Toename houtgewas/landschapselementen Meer beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Toename biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos e.d.
• • • •
Nieuwe oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten Beschutting voor planten en dieren Minder openheid, kan verlies betekenen voor leefgebied weidevogels Ander landschapsbeeld
17. Omzetten van grasland in bouwland of sierteeltgrond def: Verwijderen gras en aanplanten of inzaaien van andere gewassen doel: Gebruik grond voor de teelt van gewassen voor voedselproductie of productie van diervoeders effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt andere functie Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verlies aan graslandvegetaties en bijbehorende fauna • Fourageerplaats voor enkele diersoorten gaat verloren (o.a. das) • Verkleining areaal weidevogelgebied 18. Omzetten van grasland in boomkwekerij def: Verwijderen gras en aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verloren gaan van graslandvegetaties en bijbehorende fauna • Fourageerplaats voor enkele diersoorten verdwijnt (o.a. das) • Verkleining areaal weidevogelgebied • Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) 19.
Omschakeling van bouwland naar boomteelt def: Het aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen effect: Akkerbouwgrond verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van akkerbouwgronden • Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) INFRASTRUCTUUR EN ONTSLUITING 20. Aanbrengen van verhardingen def : Het bestraten of asfalteren van de bodem
doel: Tegengaan vervuiling bodem en grondwater (bv. door aanleg mestplaat, ondergrond voor containerteelt) Aanleggen ontsluitingspad in weilanden of akkers effect: Afsluiting bodem Oppervlakkige afvoer neerslag (met evt. verontreiniging) naar randen verharding Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Biotoop voor soorten die in de bodem leven gaat verloren • Verharding is barrière voor kleine diersoorten (o.a. muizen, amfibieën, insecten) • Vermindering infiltratie kan groeiplaats vegetatie in de directe omgeving beïnvloeden • Archeologisch interessante bodem wordt ontoegankelijk • Verstening buitengebied 21. Aanbrengen van ondergrondse leidingen: def: Vergraven en eventueel plaatselijk rooien van houtgewas doel: Leggen van diverse leidingen effect: als bij vergraven en rooien houtgewas Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: • Als bij vergraven en rooien houtgewas 22.
Wijzigen perceelsindeling def: Verwijderen bestaande perceelsgrenzen en/of aanbrengen nieuwe perceelsgrenzen (sloten, afrasteringen, hagen, houtwallen) doel: Efficiënter gebruik van agrarische grond mogelijk maken, veldsituatie aanpassen aan eigendomssituatie effect: Verdwijnen van perceelsgrenzen Nieuwe perceelsgrenzen Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden • het verkavelingspatroon verandert • patroon van watergangen verandert • schaalvergroting/schaalverkleining • verdwijnen/toevoegen verbindingswegen (perceelsranden) en oriëntatielijnen voor sommige diersoorten
Bijlage 4. Lijst van bedrijfsactiviteiten
Toelichting bij de lijst van bedrijfsactiviteiten Algemeen De lijst van bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de richtafstandenlijsten voor milieubelastende activiteiten uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG1. Uit de richtafstandenlijsten zijn die bedrijfsactiviteiten geselecteerd, die in beginsel passen binnen de beoogde bestemming. Richtafstanden In de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste afstand van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • het betreft 'gemiddeld' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ of ‘gemengd gebied’; • de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van activiteiten; • bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.
De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming, die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning, die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Omgevingstype Allereerst zijn er richtafstanden, die zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk2 of een vergelijkbaar omgevingstype.
1 2
Bedrijven en milieuzonering, VNG, 2007. Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.
Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten
1
Gemotiveerd kunnen kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied3, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hoge milieubelasting kent. Verdere reducties zijn in de meeste gevallen niet te verantwoorden, omdat niet aannemelijk kan worden gemaakt dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en het functioneren van bedrijven niet in gevaar wordt gebracht. In onderstaande tabel worden de richtafstanden weergegeven afhankelijk van het omgevingstype. milieucategorie
richtafstand tot omgevingstype rustige richtafstand tot omgevingstype gemengd woonwijk en rustig buitengebied
gebied
1
10 m
0 m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Aanvullende toelichtende informatie bij de richtafstanden Kolom met richtafstanden voor geluid In de kolom met richtafstanden voor geluid is – waar van toepassing – de letter C van continu opgenomen. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voorts is - waar van toepassing - de letter Z van zonering opgenomen. Het gaat hierbij om inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder (vroeger ook wel A-inrichtingen genoemd), die als zodanig zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
3
Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals, winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden, die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot dit omgevingstype. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.
2
Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten
Kolom met richtafstanden voor gevaar In de kolom “gevaar” zijn de richtafstanden aangegeven, die bij gemiddelde activiteiten van dat type aangehouden kunnen worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. In deze kolom is voor activiteiten die mogelijk onder de werking van het Bevi vallen of gaan vallen de letter R van risico opgenomen. In dezelfde kolom is voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is de letter V van vuurwerk opgenomen. Voor deze activiteiten dient altijd te worden getoetst aan de veiligheidsafstanden uit het Vuurwerkbesluit. D van ‘divers’ in kolom milieucategorie Bij de bepaling van de richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is uitgegaan van een 'gemiddeld' nieuwe activiteit met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. Bij alle activiteiten dient daarom rekening te worden gehouden met een zekere variatie. Voor activiteiten met een grote variatie in productieprocessen is de letter D van divers opgenomen. Index voor verkeersaantrekkende werking Naast de genoemde milieuaspecten kan ook de verkeersaantrekkende werking van belang zijn voor de toelaatbaarheid van milieubelastende activiteiten op een bepaalde locatie.
Dit aspect kan niet worden vertaald naar afstanden maar is weergegeven met een kwalitatieve index, die loopt van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1: potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2: potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3: potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P). Overige aandachtspunten van activiteiten In de lijsten zijn tenslotte enkele andere aandachtspunten benoemd. Deze zijn bedoeld als aanvullende informatie waarmee in specifieke gevallen rekening gehouden kan worden gehouden. Visuele hinder De index voor visuele hinder is een indicator voor de (visuele) inpasbaarheid van activiteiten. B van 'bodemverontreiniging' De index voor bodem kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gronden, zoals bodembeschermingsgebieden. In het provinciale beleid met betrekking tot de bodembescherming speelt dit aspect een rol. Uitwerking van dit beleid vindt plaats in de provinciale milieuverordeningen. In deze kolom is de letter B opgenomen indien een activiteit een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft, bijvoorbeeld door calamiteiten, incidenten of 'sluimerende' lekkages.
Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten
3
L van 'luchtverontreiniging' De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot woningen (of andere gevoelige locaties) in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht in planologisch opzicht relevant zijn. Denk aan de neerslag van geëmitteerde schadelijke stoffen op gevoelige bodems, gewassen en flora. Ook doen zich in de praktijk regelmatig problemen voor met de afstand tot woningen bij het toepassen van ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de L van 'luchtverontreiniging' vermeld. Gebruikte afkortingen De volgende afkortingen worden in de tabel gebruikt: < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d w j B C D L Z R V
niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) vuurwerkbesluit van toepassing
4
Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten
Lijst van bedrijfsactiviteiten
Basisinformatie voor milieuzonering Uit: Bedrijven en milieuzonering Uitgave VNG, 2007
BRO
0 2 0 1 0 0
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 2500 kg meel/week Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 1584 3 200 m² 1584 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² 1592 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: Vervaardiging van wijn, cider e.d. 1593 t/m 1595 18 18 - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) 182 20 HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, 20 - KURK E.D. 2010.2 0 Houtconserveringsbedrijven: Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 205 22 UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN 22 - MEDIA Uitgeverijen (kantoren) 221 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen 2222.6 2223 A Grafische afwerking 2223 B Binderijen Grafische reproduktie en zetten 2224 Overige grafische aktiviteiten 2225 Reproduktiebedrijven opgenomen media 223 24 24 - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 2442 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 2442 2 - verbandmiddelenfabrieken 2462 0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: 26 VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN 26 - GIPSPRODUKTEN 262, 263 0 Aardewerkfabrieken: 262, 263 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 30 30 - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS 30 A Kantoormachines- en computerfabrieken 31 VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN 31 - BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g.
316 33 VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN 33 - INSTRUMENTEN 33 A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. 36 36 - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 361 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. 362 Muziekinstrumentenfabrieken 363 Sociale werkvoorziening 3661.1 40 PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM 40 - WATER 40 C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: 40 C1 - < 10 MVA 40 D0 Gasdistributiebedrijven: 40 D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A 40 D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C 40 E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: 40 E2 - blokverwarming 41 41 - WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER 41 A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: 41 B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: 41 B1 - < 1 MW 45 -
lijst van bedrijfsactiviteiten_tabel1 1-2
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
LUCHT
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van overige dieren: - bijen - overige dieren Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations
STOF
0 1 2 3 4 6 7 0 5 6 0 2 4
INDICES
GEUR
nummer
01 0111, 0113 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0125 0125 0125 014 014 014 0142 15 15 1551 1552 1581 1581 1583 1584
AFSTANDEN IN METERS
10
10
30 C
10
30
2
1 G
1
B
L
10 10 10 30 30 30
10 10 10 10 10 10
30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C
10 10 10 10 10 10
30 30 30 30 30 30
2 2 2 2 2 2
1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G
1 1 1 1 1
B B B B B
L L L
10 30
0 10
30 C 30 C
10 0
30 30 D
2 2
1 G 1 G
1 1
30 30 30
10 10 10
30 30 30 C
10 10 0
30 30 30
2 2 2
1 G 1 G 1 G
1 1 1
10
0
30
0
30
2
1 G
1
30
10
30 C
10
30
2
1 G
1
30 30
10 10
30 30
10 10
30 30
2 2
1 G 1 G
1 1
10
0
30 C
0
30
2
1 G
1
10
10
30
10
30
2
2 G
2
10
10
30
0
30
2
1 G
1
0 10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0 0
10 30 10 30 10 30 10
0 0 0 0 10 10 0
10 30 10 30 30 30 D 10
1 2 1 2 2 2 1
1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
1 1 1 1 1 1 1
10
10
30
10
30
2
2 G
1
10
10
30
10
30
2
1 G
1
30
10
30
10
30
2
1 G
1
30
10
30
10
30
2
1 G
1
30
0
30
0
30
2
1 G
1
0 30 30 0
10 10 10 30
10 10 30 30
0 10 10 0
10 30 30 30
1 2 2 2
1 P 1 G 2 G 1 P
1 1 2 1
0
0
30 C
10
30
2
1 P
1
0 0
0 0
10 C 30 C
10 10
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
10
0
30 C
10
30
2
1 P
1
0
0
30 C
10
30
2
1 P
1
1
B
B B
L
B
B
BESTEMMING
OMSCHRIJVING
SBI-CODE
BRO
lijst van bedrijfsactiviteiten_tabel1 1-2
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
0
10
30
10
30
2
1 G
1
B
10 0 10 0
0 0 0 0
30 10 30 30
10 10 0 10
30 10 30 30
2 1 2 2
2 P 1 G 3 P 1 P
1 1 1 1
B
30
0
30
10
30
2
3 P
1
B
0 10 0 10 10 30 10 10
0 10 0 0 10 10 10 10
10 30 30 30 30 30 30 30
0 0 0 0 0 0 10 10
10 30 30 30 30 30 30 30
1 2 2 2 2 2 2 2
1 P 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G
1 1 1 1 1 1 1 1
10 0
0 0
30 30
10 V 30
30 30
2 2
2 G 2 G
1 1
0
10
30
10
30
2
1 G
1
0
10
30
0
30
2
1 G
1
0 30 10
0 30 10
30 30 30
0 30 R 10
30 30 30
2 2 2
1 G 1 G 2 G
1 1 2
0
0
30
0
30
2
2 G
1
0 0 10 10 0 0 0 0
0 0 0 10 0 0 0 0
10 10 10 10 C 0 30 10 10
0 10 10 10 10 10 10 V 10
10 10 10 10 10 30 10 10
1 1 1 1 1 2 1 1
1 P 2 P 1 P 1 P 1 P 3 P 1 P 1 P
1 1 1 1 1 1 1 1
10
0
10
10
10
1
2 P
1
10 0 0 10 10
0 0 0 0 0
10 C 10 C 30 C 10 C 30 C
10 10 10 10 10
10 10 30 D 10 D 30
1 1 2 1 2
2 P 2 P 2 P 1 P 1 G/P
1 1 1 1 1
0 0
0 0
30 C 30 C
0 10
30 30 D
2 2
2 P 1 P
1 1
0
0
10
0
10
1
2 P
1
10 0 0 0
0 0 0 0
30 C 10 10 10
0 0 0 0
30 10 10 10 D
2 1 1 1
3 P 2 P 1 P 1 P
1 1 1 1
2
B
L
BESTEMMING
GEVAAR
Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. 1 Café's, bars 2 Discotheken, muziekcafé's Kantines Cateringbedrijven - VERVOER OVER LAND 0 Spoorwegen: Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER 0 Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen: 0 Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) -
GELUID
0 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 2 - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen 0 Grth in machines en apparaten: Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. - DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN A Detailhandel voor zover n.e.g. Supermarkten, warenhuizen Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Apotheken en drogisterijen Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) - LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra
STOF
553 554 554 5551 5552 60 60 601 6022 603 61, 62 61, 62 61, 62 63 63 6311.1 6311.2 6321 6322, 6323 633 634 64
- BOUWNIJVERHEID 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; - BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven B Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires 0 Benzineservisestations: 3 - zonder LPG - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in vuurwerk en munitie: 1 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton 5 - munitie 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 2 - algemeen: b.o. <= 2000 m² 4 zand en grind: 6 - algemeen: b.o. <= 200 m²
INDICES
GEUR
50 501, 502, 504 5020.4 5020.5 503, 504 505 505 51 51 511 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5155.2 5156 5162 517 52 52 52 5211/2,5246/9 5222, 5223 5224 5231, 5232 5246/9 5249 527 55 55 5511, 5512
nummer
45 45 50
AFSTANDEN IN METERS
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-CODE
BRO
lijst van bedrijfsactiviteiten_tabel1 1-2
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
0 0
30 C 10 C
0 0
30 10
2 1
2 P 1 P
1 1
0 0
0 0
0 C 0 C
10 10
10 10
1 1
1 P 1 P
2 2
0
0
10 C
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
10 10
0 10
30 30
10 10
30 30 D
2 2
2 P 2 G
1 2
0 0
0 0
10 30 C
0 0
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
30 0
10 0
30 10
30 R 0
30 10
2 1
1 P 1 P
1 1
0 10 0
0 0 0
10 30 C 10
0 10 0
10 D 30 10
1 2 1
2 P 2 G 2 P
1 1 1
0
0
10
0
10
1
2 P
1
0 10
0 0
30 30
0 10
30 30 D
2 2
1 P 2 P
1 1
10 0 0 10 0
0 0 0 0 0
30 C 10 10 30 C 30
10 0 0 0 0
30 10 10 30 30
2 1 1 2 2
3 P 2 P 1 P 1 P 2 P
2 1 1 1 1
30
0
10 C
0
30
2
1 P
1
10
10
30
30 R
30
2
1 G
1
0 0 0
0 0 0
10 30 30 C
0 0 0
10 30 30 D
1 2 2
1 P 2 P 2 P
1 1 1
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
30 C 30 C 30 C 30 30 C 10
10 0 0 0 0 0
30 30 30 30 30 10
2 2 2 2 2 1
2 G 3 P 3 P 2 P 2 P 2 P
1 1 1 1 1 1
0 0
0 0
30 C 10
0 0
30 10
2 1
2 P 2 P
1 1
0 0 0 10 0
0 0 0 0 0
30 10 C 30 C 30 C 30 C
30 10 0 0 0
30 10 30 30 30
2 1 2 2 2
1 P 1 P 2 P 3 P 2 P
1 1 1 1 1
30 0 0 0
0 0 0 0
30 30 10 10
30 R 0 0 0
30 30 10 10
2 2 1 1
2 G 1 G 1 P 1 P
1 1 1 1
0 0 10 0
0 0 0 0
10 10 30 C 10 C
0 0 0 0
10 10 30 10 D
1 1 2 1
2 P 2 P 1 P 1 P
1 1 1 1
3
B
B
L
B
L
BESTEMMING
GELUID
0 0
LUCHT
STOF
75 75 80 80 801, 802 803, 804 85 85 8511 8512, 8513 8514, 8515 853 853 90 90 9001 9001 9002.2 9002.2 9002.2 91 91 9111 9131 9133.1 92 92 921, 922 9213 9232 9234 9234.1 9251, 9252 9261.1 9261.2 9261.2 9262 9262 9262 9262 9271 9272.1 93 93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9303 9304 9305
- POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE - ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. B Switchhouses - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek - OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE - VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Ziekenhuizen Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus 1 Verpleeghuizen 2 Kinderopvang - MILIEUDIENSTVERLENING A0 RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: B rioolgemalen A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval C0 Composteerbedrijven: - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) Kerkgebouwen e.d. A Buurt- en clubhuizen - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Bioscopen Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. 0 Zwembaden: B Bowlingcentra H Golfbanen 0 Schietinrichtingen: 11 - buitenbanen met voorzieningen: boogbanen 2 - binnenbanen: boogbanen F Sportscholen, gymnastiekzalen Casino's Amusementshallen - OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: 1 - uitvaartcentra 2 - begraafplaatsen Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
INDICES
GEUR
71 711 714 72 72 72 72 73 73 731 732 74 74 74 7481.3 7484.4 75
nummer
64 641 642 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 71
AFSTANDEN IN METERS
BODEM
OMSCHRIJVING
SBI-CODE
3
30 m
2
10 m 5m
1
4 10 m
30 m
Om vanuit de omgeving het zicht op het recreatiepark weg te nemen worden houtwallen geplant. De houtwallen bestaan uit inheemse heesters en bomen.
10 m
Ten oosten van deze aarden wal is een maatschappelijk opvanghuis gelegen. Om hun zicht op het recreatiepark voldoende af te schermen is een bredere groenstrook nodig met als extra zichtbeperkend element; een begroeide aarden wal. Op deze wal wordt een bomenrij geplant en op omliggende delen van de groenstrook worden de bomen speels verspreid. Hierdoor ontstaat er een halfopen bos.
Bossingel met groenblijvende soorten Profiel 2 en 3 Breedte groenstrook: zie kaart Heesters worden aangeplant op een raster van 1,50 m x 1,50 m. Soorten: 20% Prunus spinosa (Ps), 20% Corylus avellana (Ca), 20% Rhamnus frangula (Rf), 20% Ilex aquifolium (Ia) en 20% Ligustrum vulgare (Lv). Boomvormers worden om de 10 m geplant. Soorten: 40% Quercus robur (Qr), 30% Carpinus betulus (Cb) en 30% Pinus sylvestris (Pi). Beheer: als bossingel
Bossingel Profiel 1 en 4 (met aarde wal in het oosten)
Voorbeeld plantverband profiel 2 en 3
Voorbeeld plantverband profiel 1 en 4
Breedte aarden wal: zie kaart Hoogte aarden wal: 2 m Heesters worden aangeplant op een raster van 1,50 m x 1,50 m. Soorten: 20% Prunus spinosa (Ps), 20% Corylus avellana (Ca), 10% Viburnum opulus (Vo), 10% Rhamnus frangula (Rf), 10% Sambucus nigra (Sn), 10% Prunus padus (Pp), 10% Rhamnus catharticus (Rc) en 10% Ligustrum vulgare (Lv). Boomvormers op aarden wal worden aangeplant op 10 m plantafstand. Soorten: 40% Quercus robur (Qr), 30% Acer campestre (Ac) en 30% Fraxinus excelsior (Fe). Bomen rondom de wal staan op een plantafstand tussen de 15 m en 30 m. Soorten: 25% Acer campestre (Ac), 25% Sorbus aucuparia (Sa), 25% Fraxinus excelsior (Fe) en 25% Fagus sylvatica (Fs). Beheer: als klein bosje met enkele overstaanders
Landschappelijk inpassingsplan Camping De Hooghe Heide Berlicum
Gemeente Sint-Michielsgestel 17 mei 2022
0
10
20
30
40
50 m
N
Natuurbegraafplaats Hooghei
Inrichtings- en beheerplan Maart 2022
project Natuurbegraafplaats Hooghei onderwerp
Inrichtings- en beheerplan
datum Maart 2022 opsteller
Paul van limpt
initiatiefnemer Natuurbegraven Nederland Koningsweg 2, 5211 BL ‘s-Hertogenbosch
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING 5
2.
BESTAANDE SITUATIE 7
2.1. Landschapsecologische systeemanalyse 7 2.1.1. Abiotiek 7 2.1.2. Landgebruik 7 2.1.3. Landschap 7 2.1.4. Ecologie 7 2.1.5. Conclusies, knelpunten en kansen 9 2.2. Beleidskaders 9 2.2.1. Natuurnetwerk Brabant en provinciaal natuurbeheerplan 9 2.2.2. Structuurvisie gemeente Sint-Michielsgestel 9 3.
NATUURBEGRAVEN VOLGENS NATUURBEGRAVEN NEDERLAND 11 3.1. 3.2. 3.3.
4.
Verbetering natuurkwaliteit 11 Tijdelijke functie, eeuwige rust 11 Aanpak locatieontwikkeling 11
INRICHTING 13
4.1. Concept natuurbegraafplaats 13 4.2. Overzicht inrichtingsmaatregelen 13 4.3. Natuurontwikkeling 13 4.3.1. Bosomvorming 13 4.3.2. Vochtige zone 15 4.3.3. Graven vennen 15 4.4. Natuurbegraafplaats 15 4.4.1. Algemeen 15 4.4.2. Ceremonieruimte/informatieruimte 15 4.4.3. Bosparkeerplaats 17 4.4.4. Halfverharde padenstructuur 17 4.4.5. Ophogen gronden 17 4.4.6. Aantal natuurgraven 17 5.
NATUURBEHEER 18
5.1. Algemeen 18 5.2. Bos 18 5.3. Grasland 18 5.4. Vennen 18 5.5. Overige natuurbeheermaatregelen 19 6. SAMENVATTING 20
3
Inrichtings- en beheerplan
Figuur 1. Luchtfoto plangebied natuurbegraafplaats Hooghei. Duidelijk zichtbaar zijn de ronde poel in het zuidoosten en de woning in het westen van het plangebied
Figuur 2. Gegraven poel in zuidoost-hoek van het plangebied (Verhoek, 2020)
Natuurbegraafplaats Hooghei
Figuur 3. Bosbeeld huidige toestand plangebied (Verhoek, 2020)
4
1. Inleiding Natuurbegraven Nederland ontwikkelt en beheert natuurbegraafplaatsen. Dit zijn natuurgebieden waar mensen een laatste rustplaats kunnen vinden en de ruimte hebben om met respect voor de natuur een persoonlijke invulling aan de afscheidsceremonie te geven, waar eeuwigdurende rust gegarandeerd is en waar duurzame aandacht is voor natuurontwikkeling en natuurbehoud. Natuurbegraven Nederland is voornemens aan de Hooghei in Berlicum (gemeente Sint-Michielsgestel) een natuurgebied te realiseren waarbinnen natuurbegraven mogelijk is. Natuurbegraven Nederland maakt hiermee verbetering van de natuurkwaliteit en beleefbaarheid van dit natuurgebied mogelijk. Het plangebied heeft een omvang van 10,8 hectare en ligt ten noorden van Berlicum, aan de Hooghei. Voorliggend inrichtings- en beheerplan beschrijft de huidige waarden, de streefdoelen, de toekomstige inrichting en het toekomstige beheer van dit gebied dat als natuurbegraafplaats in gebruik zal worden genomen. Het inrichtings- en beheerplan maakt deel uit van het bestemmingsplan Hooghei te Berlicum.
Figuur 4. Topografische kaart plangebied natuurbegraafplaats Hooghei en omgeving
5
Inrichtings- en beheerplan
Figuur 5. Hoogtekaart plangebied natuurbegraafplaats Hooghei en omgeving. Rood is hooggelegen grond, blauw is laaggelegen grond. Uit deze kaart wordt duidelijk dat de natuurbegraafplaats is gelegen op een dekzandrug. Ter plaatse van de natuurbegraafplaats is deze in het zuiden afgegraven.
Figuur 6. Geomorfologische kaart plangebied natuurbegraafplaats Hooghei en omgeving. Het plangebied is gelegen op een dekzandrug
Natuurbegraafplaats Hooghei
6
2. Bestaande situatie
2.1. Landschapsecologische systeemanalyse
2.1.3.
Het plangebied bestaat op dit moment uit een voormalig productiebos met hoofdzakelijk naaldhoutopstanden, met in het centrum een kleine open plek. Het maakt deel uit het boscomplex De Hooge Heide, gelegen op een dekzandrug. De Hooge Heide kenmerkt zich door aaneengesloten droog bos en kent een golvend verloop als gevolg van de zandverstuivingen die hier in het verleden plaatsvonden. Zoals de naam al doet vermoeden, maakte het plangebied vroeger deel uit van een groter heidecomplex. Dit heidegebied is in het midden van de 19e eeuw ontgonnen en aangeplant met naaldbos. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt op een afgegraven deel van de dekzandrug en onderscheid zich landschappelijk gezien van de rest van het plangebied door de begroeiing met voornamelijk ruwe berken. Het grenst aan landbouwgebied de Werst. Dit is een van nature nat gebied dat vroeger waarschijnlijk als gemeenschappelijke weidegrond in gebruik was. Het contrast tussen het gesloten bosgebied van De Hooge Heide en het open landbouwgebied in het zuiden is groot.
De landschapsecologische systeemanalyse (LESA) die hierna volgt, maakt duidelijk welke abiotische, cultuurhistorische, landschappelijke, en natuurlijke kwaliteiten er zijn in het plangebied en welke kansen en knelpunten er liggen voor versterking van deze waarden. 2.1.1.
Abiotiek
Het plangebied maakt deel uit van de dekzandrug die zich uitstrekt van de Loofaert in het westen tot het gehucht Kaathoven in het oosten. Op de Hooghei zijn in het verleden zandverstuivingen opgetreden als gevolg van overbegrazing en strooiselroof. Daarnaast zijn delen van de dekzandrug afgegraven. Door deze factoren zijn hoogteverschillen opgetreden die in het plangebied variëren van circa 5,0 m + NAP in het zuidelijk deel tot circa 7,0 m + NAP in het midden. De ondergrond van het plangebied bestaat uit leemarme zandgronden en kunnen worden onderverdeeld in duinvaaggronden (code Zd21 op de bodemkaart) en beekeerdgronden (code pZg21 op de bodemkaart). Het voorkomen van duinvaaggronden wijst op een jonge ontginningsgrond met een dunne humushoudende bovengrond die dunner is dan 30 centimeter.
2.1.4.
Ecologie
Het plangebied is relatief hooggelegen en grotendeels begroeid met grove den en andere naaldhoutsoorten. De vochtige zuidrand is grotendeels begroeid met ruwe berk. Daarnaast komt plaatselijk Amerikaanse eik, zomereik, fijnspar en zeer sporadisch Japanse lariks voor. Ondergroei met struiken ontbreekt in grote delen van het plangebied door vroegere begrazing van de kudde damherten. Plaatselijk komen pitrus en vingerhoedskruid voor in de ondergroei. Er is één poel aanwezig in het zuidoosten van het gebied. Deze (aangelegde) poel heeft een lage ecologische kwaliteit. Er zijn vissen in uitgezet, wat de poel ongeschikt maakt voor amfibieën. Oeverbegroeiing ontbreekt hier grotendeels.
In het zuidelijk deel en op enkele locaties in het noordwestelijk deel komen de relatief natste grondwaterstanden voor met een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) die varieert van circa 55 tot 80 centimeter onder het maaiveld. De diepste GHG’s komen voor in de relatief hoog gelegen dekzandrug in het midden van het gebied (vanaf circa 150 tot 280 cm-mv). Er is één poel gelegen in het gebied. 2.1.2.
Landschap
Landgebruik
Rond het terrein staat op dit moment nog een hek met een toegangspoort aan de straatzijde (Hooghei, noord) en een achteringang aan de Werststeeg (zuid). Het gehele plangebied werd tot een aantal jaar geleden begraasd door een kudde tamme damherten. Het plangebied is ontoegankelijk voor recreanten. Hierdoor, en door het eentonige bosbeeld, heeft de planlocatie een lage belevingswaarde. In het westelijke deel van het plangebied is een recreatiewoning gelegen (zie figuur 1).
Tijdens veldbezoeken door Bureau Waardenburg in 2013, 2016 en 2020 zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Wel is uitgewezen dat verschillende vrij algemene vleermuizensoorten aanwezig zijn in het plangebied. Enkele voorkomende bosvogelsoorten waarvan het nest niet jaarrond beschermd is zijn de zwarte kraai, boomkruiper en grote bonte specht. In het bosgebied liggen enkele mierenhopen van de rode bosmier.
7
Inrichtings- en beheerplan
Figuur 7. Topografische kaart van het plangebied rond 1900
Figuur 8. Uitsnede ambitiekaart provinciaal natuurbeheerplan 2021
Natuurbegraafplaats Hooghei
8
2.2.
Door uitputting van de grond door ontbossing en overbegrazing vanaf de Middeleeuwen tot het midden van de 20e eeuw zijn de hoger gelegen, zandige bodems van Noord- Brabant zeer arm aan voedingsstoffen. Verzuring vanaf het midden van de 20e eeuw door atmosferische depositie van ammoniak heeft geleid tot de verdere uitspoeling uit de bodem van voedingsmineralen als calcium, kalium en fosfaat, terwijl er een overmaat aan stikstof aanwezig is. Door deze onbalans in de bodem zijn de groeiomstandigheden voor de van nature hier voorkomende plantensoorten verslechterd. Dit probleem speelt ook in het plangebied van natuurbegraafplaats Hooghei. 2.1.5.
Beleidskaders
2.2.1. Natuurnetwerk Brabant en provinciaal natuurbeheerplan Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een landelijk netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Provincie Noord-Brabant wil in 2027 het Brabantse deel van het netwerk (NNB) volledig ingevuld hebben. Het plangebied maakt volledig deel uit van het NNB. In het provinciale natuurbeheerplan 2022 (ambitiekaart en beheertypekaart) is het plangebied in de volgende natuurdoeltypen opgedeeld:
Conclusies, knelpunten en kansen
Het plangebied heeft lage natuurwaarden. Dit is te wijten aan de eentonige, vlakdekkende boomlaag van met name uitheemse naaldhoutsoorten en begrazing door damherten in het verleden. Het hoogteverschil binnen het terrein biedt kansen voor geleidelijke overgangen van droog en schraal naar vochtige en voedselrijkere landschappen. Door het uitvoeren van gerichte natuurontwikkelingsmaatregelen zoals het maken van open plekken en aanplant van loofboomsoorten, kunnen de in het plangebied aanwezige landschappelijke gradiënten (droog-vochtig, schraalvoedselrijk, open-gesloten) beter tot hun recht komen. Door tevens het plangebied toegankelijk te maken voor recreanten kan naast de natuurwaarde ook op eenvoudige wijze de belevingswaarde verbeterd worden.
· · · · ·
N15.02 Dennen-, eiken- en beukebos (circa 5,5 ha) N16.01 Droog bos met productie (circa 1,0 ha) N11.01 Droog schraalland (circa 3,2 ha) N07.01 Droge heide (circa 0,5 ha) N04.02 Zoete plas (circa 0,5 ha)
2.2.2.
Structuurvisie gemeente Sint-Michielsgestel
Het plangebied wordt in de structuurvisie buitengebied van gemeente Sint-Michielsgestel (2011) aangeduid als een heideontginning. Kenmerkende waarden van deze heideontginningen zijn de beslotenheid, de grote rechte blokverkavelingen en het grofmazige raamwerk van laanbeplantingen. Tevens beschrijft de structuurvisie dat de toegankelijkheid van natuurgebieden in de gemeente verbeterd dient te worden. De structuurvisie gaat niet concreet in op de gewenste ontwikkeling van De Hooge Heide.
Een knelpunt voor de natuurlijke ontwikkeling van de natuur in het plangebied is de mineralenonbalans in de bodem, veroorzaakt door atmosferische depositie. Hierdoor ontbreken plant- en diersoorten van schrale maar gebufferde (verrijking van bodem met mineralen) omstandigheden. Het herstel van deze mineralenonbalans is een kans voor de toekomst.
9
Inrichtings- en beheerplan
Figuur 9. Vergankelijke grafmarkering Natuurbegraven Nederland
Natuurbegraafplaats Hooghei
Figuur 10. Heideontwikkeling door Natuurbegraven Nederland op natuurbegraafplaats Maashorst
10
3. Natuurbegraven volgens Natuurbegraven Nederland Samenwerking Natuurmonumenten
Steeds meer mensen willen zich verbinden aan de natuur en voelen de behoefte aan een laatste rustplaats in de natuur. Natuurbegraven Nederland wil voor deze mensen begraven in de natuur bereikbaar maken. Dit zijn natuurgebieden waar mensen een laatste rustplaats kunnen vinden en de ruimte hebben om met respect voor de natuur een persoonlijke invulling aan de afscheidsceremonie te geven, waar eeuwigdurende rust gegarandeerd is en waar duurzame aandacht is voor natuurontwikkeling en natuurbehoud.
Natuurbegraven Nederland is in 2014 een samenwerking met Natuurmonumenten aangegaan vanuit de gezamenlijke ambitie om natuur in Nederland uit te breiden en te versterken. Vanuit deze ambitie is de gezamenlijke ontwikkeling van natuurbegraafplaatsen in de natuurgebieden van Natuurmonumenten beoogd. De natuurbegraafplaats aan de Hooghei ligt niet in een natuurterrein van Natuurmonumenten, maar bij de inrichting en het toekomstige natuurbeheer van de natuurbegraafplaats maakt Natuurbegraven Nederland wel gebruik van de expertise van Natuurmonumenten.
Een natuurbegraafplaats is in de eerste plaats een natuurgebied dat beheerd wordt op basis van natuurdoelen. Het natuurgebied is vrij toegankelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang. De natuurbegraafplaats is zowel tijdens de gebruiksfase als daarna opengesteld voor nabestaanden en andere bezoekers.
Zorgvuldige planvorming Bij de ontwikkeling van een nieuwe natuurbegraafplaats worden belanghebbenden vroegtijdig betrokken (onder andere door informatieavonden en afstemming met lokale natuurpartijen). Onafhankelijke onderzoeksbureaus worden ingeschakeld om onderzoek te doen naar de ecologische, landschappelijke, archeologische en maatschappelijke waarden, waterhuishouding en de verkeerssituatie van de locatie. De uitkomsten van de onderzoeken vormen het kader voor een waardevolle inrichting van het natuurgebied met mogelijkheid voor natuurbegraven.
Bij de ontwikkeling van natuurbegraafplaatsen zijn de volgende uitgangspunten leidend.
3.1.
Verbetering natuurkwaliteit
Natuurbegraven Nederland streeft naar verbetering van de natuurkwaliteit en een duurzame instandhouding van natuurgebieden waar natuurbegraven wordt ontwikkeld. Sterker nog, de bestaande natuurambities voor het plangebied zijn leidend bij de ontwikkeling van en beheer op een natuurbegraafplaats. Natuurbegraven Nederland investeert in het uitvoeren van extra natuurherstel maatregelen voor een versnelde natuurontwikkeling in de inrichtings- en gebruiksfase, bijvoorbeeld door de aanplant van inheemse boom- en struiksoorten met een gunstige uitwerking op de mineralenbalans van de bodem.
Minimale ingrepen bij inrichting De bestaande aanwezige landschappelijke en ecologische waarden zijn belangrijke uitgangspunten voor de inrichting van het natuurgebied. Niet-natuurlijke ingrepen beperken zich tot de aanleg van een jaarrond begaanbare halfverharde padenstructuur, een bosparkeerplaats en een ceremonieruimte/informatieruimte. Er worden alleen inheemse, autochtone bomen en struiken geplant.
Van elk verkocht grafrecht wordt door Natuurbegraven Nederland een bedrag gestort in het fonds ‘Stichting Nieuwe Natuur’. Met geld uit dit fonds wordt nieuwe natuur in de omgeving van de natuurbegraafplaats gerealiseerd. Deze nieuwe natuur is openbaar toegankelijk en heeft geen functie als natuurbegraafplaats. Daarnaast wordt een fonds opgericht waarmee de kosten voor het natuurbeheer op de natuurbegraafplaats voor minimaal 100 jaar geborgd wordt.
3.2.
Borging natuurwaarden Het sturen op natuurdoelen en –kwaliteit bij het beheer van de natuurbegraafplaats gebeurt op basis van het inrichtings- en beheerplan, dat gebaseerd is op de natuurambities voor het gebied, en het ecologisch werkprotocol. De werkprotocollen borgen dat werkzaamheden bij de inrichting en het beheer geen negatieve effecten hebben op de flora en fauna. Zo schrijft het werkprotocol beheer en gebruik voor dat een natuurgraf alleen gegraven mag worden buiten de kwetsbare wortelzone van bomen. De natuurambitie en het werkprotocol beheer en gebruik bepalen waar natuurgraven gerealiseerd kunnen worden. Hierdoor varieert de dichtheid van natuurgraven binnen het plangebied. Om de bescherming van de natuur en kwetsbare flora en fauna juridisch te borgen koppelt Natuurbegraven Nederland tevens het inrichtings- en beheerplan aan de bestemmingsplanregels. Het werkprotocol beheer en gebruik is bijgevoegd als bijlage bij de regels.
Tijdelijke functie, eeuwige rust
Een natuurgraf zal nooit worden geruimd, er heerst eeuwige grafrust. Natuurbegraven zelf is echter een tijdelijke functie: na het vergeven van alle grafrechten blijft de natuurbegraafplaats behouden als opengesteld natuurgebied. Als de laatste natuurbegrafenis heeft plaatsgevonden verdwijnt de functie natuurbegraven. Gebouwen die dan geen functie of cultuurhistorische waarde meer hebben, zullen worden afgebroken.
3.3.
Aanpak locatieontwikkeling
11
Inrichtings- en beheerplan
Figuur 11. Maatregelenkaart natuurbegraafplaats Hooghei
Natuurbegraafplaats Hooghei
12
4. Inrichting
4.1.
Concept natuurbegraafplaats
4.2.
Overzicht inrichtingsmaatregelen
Natuurontwikkeling
De natuurontwikkelingsmaatregelen bestaan uit:
Bij de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats wordt uitgegaan van het behoud van bestaande waardevolle ecologische elementen en het verbeteren van de algehele natuurkwaliteit in het plangebied. Het verbeteren van de natuurkwaliteit wordt zorgvuldig aangepakt. Eerst wordt een deel van het plangebied opnieuw ingericht. Vervolgens wordt de natuurontwikkeling in het gehele plangebied door middel van een omvormingsbeheer begeleid naar het gewenste eindbeeld. Wanneer dit eindbeeld bereikt is, wordt het plangebied beheerd door middel van een zogenaamd ‘eindbeheer’.
· · · · · ·
In ecologische zin wordt met de komst van de natuurbegraafplaats een bijdrage geleverd aan de verbetering van de natuurwaarden van dit deel van de Hooge Heide door het uitvoeren van bosomvormings maatregelen, aanplant van nieuw gemengd bos en een verschralingsbeheer op het grasland. Daarnaast wordt een ven aangelegd, wordt een poel omgevormd tot een ven en wordt een vochtige zone ontwikkeld.
Natuurwinst
bosomvorming van circa 2,5 hectare bestaand structuur- arm naaldbos naar structuurrijk gemengd bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten, door middel van beheermaatregelen; omvorming van circa 4,2 hectare structuurarm naaldbos voor ontwikkeling van heischraal grasland; bosomvorming van circa 2,2 hectare open gebied (ontstaan na ophoging) naar structuurrijk bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten, door middel van kap en aanplant; omvorming van zuidelijke, laaggelegen bosperceel naar halfopen, vochtige zone (circa 0,8 hectare); omvorming van de bestaande poel naar een zwak-gebufferd ven met een oppervlakte van circa 1.000 m2; graven van een zwak gebufferd ven van circa 2.100 m2.
Om natuurbegraven mogelijk te maken worden de volgende inrichtingsmaatregelen genomen:
Met deze maatregelen wordt het plangebied omgevormd naar een halfopen bosgebied met heischrale vegetaties, water- en oeverbegroeiingen en bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten, passend binnen een structuurrijk heideontginningslandschap. Overgangen tussen natuurtypen worden verbeterd, waardoor het habitat van soorten als roodborsttapuit en veldkrekel wordt verbeterd. Daarnaast ontstaan door de toevoeging van waardevolle waterbiotopen leefgebieden voor nieuwe planten- en diersoorten. Aanvullend wordt gestreefd naar het herstel van de mineralenbalans van de bodem.
· · · ·
Natuurbeleving
Naast het ecologisch waardevoller en toekomstbestendig maken van het plangebied en de Hooge Heide als heideontginningslandschap, wordt het plangebied door de ontwikkeling van het natuurgebied met natuurbegraafplaats ook de natuurbeleving gestimuleerd. Dit wordt gedaan door het openstellen van het terrein voor wandelaars en door de aanleg van een halfverharde padenenstructuur.
sloop van de bestaande recreatiewoning en bouw van een ceremonieruimte/informatieruimte (inclusief werkschuur, omvang gebouw 500 m2, bouwvlak 750 m2); aanleg van een bosparkeerplaats met plaats voor 60 auto’s (oppervlakte 2.000 m2); aanleg halfverharde padenstructuur (totale lengte circa 2.150 m); ophogen gronden (circa 4,5 hectare, 12.500 m3).
De inrichtingsmaatregelen zijn weergegeven op de maatregelenkaart (figuur 11).
4.3.
Natuurontwikkelingsmaatregelen
4.3.1.
Bosomvorming
De omvormingsmaatregelen in het bestaande bos zijn drieledig. Het gaat om:
Aansluiting natuurbeleid
De natuurbegraafplaats aan de Hooghei wordt zo ingericht en beheerd, dat het past binnen het natuurbeleid van provincie Noord-Brabant en de ambities zoals verwoord binnen het natuurbeheerplan. Sterker nog, de natuurambitie voor het gebied is door de provincie overgenomen in het Natuurbeheerplan (Natuurbeheerplan, 2022).
· · ·
13
een omvorming naar een halfopen, heischraal grasland door eenmalige kap; een omvorming naar structuurrijk gemengd bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten door eenmalige kap en herplant; een omvorming naar structuurrijk gemengd bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten enkel door middel van beheermaatregelen.
Inrichtings- en beheerplan
Figuur 12. Sfeerbeeld zomereiken-berkenbos (Heidepol)
Figuur 13. Sfeerbeeld zwakgebufferd ven (Schoorsveld)
Figuur 14. Sfeerbeeld mantel- en zoomvegetatie en droog schraalland (Natuurbegraafplaats Heidepol)
Sfeerbeeld vogelkersen-essenbos
Sfeerbeeld halfopen heidelandschap
Sfeerbeeld bosparkeerplaats (Natuurbegraafplaats Heidepol)
Natuurbegraafplaats Hooghei
14
open gebied in het noorden en het ven in het zuidoosten.
Voor de laatste categorie van omvorming zijn geen inrichtingsmaatregelen nodig, deze categorie wordt in hoofdstuk vijf behandeld.
4.3.3.
De twee vennen worden aangelegd ter vergroting van het leefgebied voor amfibieën. De vennen hebben een beperkte omvang van 2.100 en 1.000 m2 en hebben flauwe taluds van minimaal 1:3. De noordelijke oevers zijn het flauwst. Hierdoor ontstaan opwarmplekken voor amfibieën. Maximaal 25% van de oevers zijn begroeid met houtige gewassen. Hierdoor wordt de bladinval beperkt en de zoninstraling verhoogd. Het natuurtype wat hier wordt nagestreefd is een (zeer) zwak gebufferd ven (natuurbeheertype N04.02 Zoete plas). Doelsoorten hierbij zijn draadzegge, waterviolier, waterlobelia.
De omvormingsmaatregelen zijn weergegeven op de maatregelenkaart (figuur 11).
Ontwikkeling van droog schraalland Een deel van de bestaande bosopstanden (4,2 hectare) wordt omgevormd naar een halfopen heischraal grasland (natuurbeheertype N11.01 droog schraalland). Dit is een natuurtype dat in Nederland ernstig bedreigd wordt. Op de meest schrale plekken kan een heidevegetatie ontstaan (natuurbeheertype N07.01 Droge heide). Op deze plekken vindt geen nieuwe aanplant van bomen en struiken plaats. In dit halfopen tot open landschap wordt gestreefd naar droge varianten van droog schraalland, afhankelijk van de grondwaterstand. Doelsoorten hierbij zijn zandblauwtje, muizenoor, hazenpootje, biggenkruid, grasklokje, roodborsttapuit en veldleeuwerik.
4.4.
Natuurbegraafplaats
4.4.1.
Algemeen
Om de functie van een natuurbegraafplaats te kunnen vervullen is het nodig een ceremonieruimte/informatieruimte, een bosparkeerplaats en halfverharde padenstructuur te realiseren. Met de situering van de ceremonieruimte/informatieruimte en de bosparkeerplaats nabij de ingang van het plangebied wordt aangesloten bij de wens de bezoeker eerst in de buurt van de informatieruimte te ontvangen, om ze daarna de kans te bieden het natuurgebied te verkennen. Hiermee worden de intensievere gebruiksfunctie geconcentreerd nabij de doorgaande weg en wordt de rust in het natuurgebied zoveel mogelijk bewaard.
Omvorming naar structuurrijk bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten Het deel van de bestaande bosopstanden dat door kap en nieuwe aanplant wordt omgevormd naar structuurrijk bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten (2,2 hectare) bestaat in de huidige situatie voornamelijk uit monotone naaldhoutopstanden. Na kap worden deze percelen aangeplant met inheemse boom- en struiksoorten. Het streefbeeld voor de bossen op de hoger gelegen gronden is een zomereiken-berkenbos, in het lager gelegen, zuidelijke deel is dit een vogelkersen-essenbos (beide natuurbeheertype N15.02 dennen-, eiken- en beukenbos). Doelsoorten hierbij zijn boommarter, bosmuis, das, vleermuizen, groene specht en bruine eikenpage.
Wettelijk kader Er vindt compensatie plaats van het deel dat uit het NNB wordt gehaald ten behoeve van de aanleg van de bosparkeerplaats en de ceremonieruimte/informatieruimte (gezamenlijk 2.750 m2, minus het oppervlak van de aanwezige recreatiewoning). Zie hiervoor het compensatieplan in de bijlage bij de regels.
Wettelijk kader Bomen worden enkel gekapt als dit past bij de natuurambitie voor het gebied. Bij kap van bomen wordt altijd gehandeld conform de Wet natuurbescherming 2017. 4.3.2.
Graven vennen
4.4.2.
Ceremonieruimte/informatieruimte
Om te kunnen functioneren als natuurbegraafplaats is een voorziening nodig op het terrein van waaruit eventueel uitvaarten georganiseerd kunnen worden, waar informatie over natuurbegraven verstrekt kan worden en waar materiaal ten behoeve van het natuurbeheer opgeslagen kan worden. Hiertoe wordt één nieuw gebouw gerealiseerd in het noordwesten van het plangebied binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. Het gebouw waarin de ceremonieruimte, informatieruimte en werkschuur is gevestigd zijn, is een rustig element. Het gebouw krijgt een omvang van maximaal 500 m2 binnen een bouwvlak van 750 m2.