11.b - Bijlage 2 - Regels bestemmingsplan Hooghei
Tekst van het document
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 34 van 151
Artikel 9 9.1
Verkeer - Fietspad
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - Fietspad aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
onverharde voet-, fiets- en bromfietspaden; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; straatmeubilair; voorzieningen van algemeen nut; civieltechnische kunstwerken; waterlopen en waterpartijen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; oeververbindingen (bruggen).
9.2
Bouwregels
9.2.1
Geb ouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 6 m².
9.2.2
Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
9.3
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 6 meter bedragen; de bouwhoogte (ashoogte) van windturbines en -molens mag niet meer dan 12 meter bedragen.
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e.
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woonen leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 35 van 151
9.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c.
kamperen; opslag van goederen en materialen; (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas.
9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden 9.5.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen voor een werk en/of werkzaamheden indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.
ingeval er twee of meer aanduidingen op de desbetreffende gronden zijn gelegen, het zwaarste regime geldt; bij de beoordeling van de een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 1 getoetst; burgemeester en wethouders kunnen voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen; indien het een werk en/of werkzaamheden binnen de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 1' betreft, waarbij de ingrepen groter zijn dan ter plaatse is toegestaan, dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat deze archeologische waarden niet worden aangetast; a. Archeologische verwachtingswaarde 1 ingrepen die groter zijn dan 100 m² en dieper dan 1 meter onder het huidig maaiveld.
9.5.2
Uitzonderingen
De omgevingsvergunningplicht in artikel 9.5.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden die: a. b. c. d. e.
f.
binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; minder dan 100 m² bedragen en buiten het bouwvlak worden uitgevoerd; van ondergeschikte betekenis zijn; betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd zijn en niet reeds in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 36 van 151
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor: a.
10.2
de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden, in concreto terreinen met een middelhoge verwachting voor de periode Neolithicum tot Middeleeuwen en/of terreinen met een middelhoge verwachting.
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming, met uitzondering van: a.
b. c. d.
10.3
ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan ter plaatse van de bestaande fundering wordt gebouwd; de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m²; activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist; activiteiten welke niet gepaard gaan met ingrepen in de bodem, dieper dan 0,5 meter.
Afwijking van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen van het bepaalde in 10.2 en toestaan dat in de andere bestemmingen gebouwen worden gebouwd mits wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden: a. b.
c.
de aanvrager van de omgevingsvergunning blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 37 van 151
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 10.4.1
Verb od
Ingeval het gaat om ingrepen: buiten het bouwvlak die groter zijn dan 100 m² en dieper dan 0,5 meter; dan is het verboden op of in de gronden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag het volgende werk en/of werkzaamheden te verrichten: a. b. c. d. e.
afgraven, vergraven, diepploegen, egaliseren, indrijven; draineren, onderbemalen, stuwen, graven sloten; planten, omzetten grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt; verharden oppervlakte van meer dan 100 m², leidingen leggen; aanleg tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3.
bij de beoordeling van de een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 1 getoetst; burgemeester en wethouders kunnen voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen; door middel van archeologisch onderzoek dient te worden aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast.
10.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 10.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. b.
c. d.
van ondergeschikte betekenis zijn dan wel die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd zijn en niet reeds in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning of; voor zover de ingreep de aanleg van een natuurgraf betreft.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 38 van 151
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 11
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 39 van 151
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Algemene regel m.b.t. ondergronds bouwen
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
12.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a.
b. c.
12.3
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak met dien verstande dat deze ook toegestaan zijn buiten het bouwvlak voor zover voldaan wordt aan het bepaalde sub b; het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil; in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet - overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. een openluchtzwembad moet gerealiseerd worden op een afstand van tenminste 3 meter achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de afstand van de openluchtzwembaden tot de perceelsgrenzen tenminste 5 meter moet bedragen; 2. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; 3. per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd; 4. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil; 5. bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen voor zover deze niet onder gebouwen gesitueerd zijn.
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 40 van 151
12.4
Bestaande afstanden en maten
12.4.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 12.4.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 12.4.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in en uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
12.5
Algemeen bouwverbod
Binnen de aanduiding bouwvlak is het verboden te bouwen in strijd met de bouwbepalingen van de betreffende bestemmingsregels. Bebouwing buiten de aanduiding bouwvlak is verboden, behoudens de bebouwing krachtens de specifieke afwijkingsmogelijkheden inclusief bouwbepalingen van de betreffende bestemmingsregels.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 41 van 151
Artikel 13 13.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 8 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de doeleinden.
13.2
Parkeren - Gebruik
13.2.1
Algemeen
a.
b.
c.
13.3
Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk of van gronden - al dan niet gecombineerd - , waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. Bij een omgevingsvergunning, dan wel bij de beoordeling of het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan wordt aan de hand van de d.d. 27 september 2016 door burgemeester en wethouders vastgestelde "Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel", bepaald c.q. getoetst of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien gedurende de planperiode nieuwe parkeernormen worden vastgesteld door de gemeente, treden deze ter toetsing in de plaats van de genoemde vastgestelde beleidsregels. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in onder 13.2.1 lid a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.
Afwijken van algemene gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 13.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 42 van 151
Artikel 14 14.1
Algemene aanduidingsregels
Herbegrenzing Natuur Netwerk Brabant
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone – in Verordening ruimte te verwijderen Natuur Netwerk Brabant' wordt het Natuur Netwerk Brabant verwijderd. 14.2
Herbegrenzing groenblauwe mantel
13.2
Herbegrenzing groenblauwe mantel
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - in Verordening ruimte toe te voegen groenblauwe mantel' wordt de groenblauwe mantel uitgebreid.
14.3
Besloten gebied
Ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied. 14.3.1
Verb odsb epaling
Het uitvoeren van de volgende werkzaamheden in een besloten gebied is niet toegestaan: a. b.
afgraven, egaliseren; rooien, omzetten van grasland naar bouwland, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt.
14.3.2
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden, zoals weergegeven in 14.3.1, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2.
bij de beoordeling van een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 1 getoetst; burgemeester en wethouders kunnen voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen.
14.3.3
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in artikel 14.3.1 en de omgevingsvergunningplicht in artikel 14.3.2 zijn niet van toepassing op het uitvoeren van werkzaamheden die: a. b. c. d. e.
binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; minder dan 100 m 2 bedragen en buiten het bouwvlak worden uitgevoerd; betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 43 van 151
f. g.
betrekking hebben op de aanleg van een natuurgraf; worden uitgevoerd krachtens paragraaf 4.2, 4.3, 4.4, figuur 11 en hoofdstuk 5 van het in Bijlage 4 opgenomen Inrichtings- en beheerplan.
14.4
Historisch landschappelijk gebied
Ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied. 14.4.1
Verb odsb epaling
Het uitvoeren van de volgende werkzaamheden in een Historisch landschappelijk gebied is niet toegestaan: a. b. c. d. e. f.
afgraven, ophogen; indrijven; onderbemalen; aanbrengen oeverbeschoeiing; planten, omzetten van grasland naar bouwland; verharden oppervlakte van meer dan 100 m².
14.4.2
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden verlenen voor een werk en/of werkzaamheden zoals weergegeven in 14.4.1, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2.
bij de beoordeling van een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 1 getoetst; burgemeester en wethouders kunnen voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen;
14.4.3
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in artikel 14.4.1 en de omgevingsvergunningplicht in artikel 14.4.2 zijn niet van toepassing op het uitvoeren van werkzaamheden die: a. b. c. d. e. f. g.
binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; minder dan 100 m2 bedragen en buiten het bouwvlak worden uitgevoerd; betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; betrekking hebben op de aanleg van een natuurgraf; worden uitgevoerd krachtens paragraaf 4.2, 4.3, 4.4, figuur 11 en hoofdstuk 5 van het in Bijlage 4 opgenomen Inrichtings- en beheerplan.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 44 van 151
14.5
Overige zone - Leefgebied van dassen
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Leefgebied van dassen', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide leefgebied van dassen.
14.5.1
Verb odsb epaling
Het uitvoeren van de volgende werkzaamheden in een gebied met de aanduiding 'overige zone Leefgebied van dassen' is niet toegestaan: a. b. c. d.
afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren; draineren, onderbemalen, dempen sloten, aanbrengen oeverbeschoeiing; rooien, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt; verharden oppervlakte van meer dan 100 m², leidingen leggen.
14.5.2
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden verlenen voor een werk en/of werkzaamheden zoals weergegeven in 14.5.1, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2.
bij de beoordeling van een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 1 getoetst; burgemeester en wethouders kunnen voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen;
14.5.3
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in artikel 14.5.1 en de omgevingsvergunningplicht in artikel 14.5.2 zijn niet van toepassing op het uitvoeren van werkzaamheden die: a. b. c. d. e. f. g.
14.6
binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; minder dan 100 m2 bedragen en buiten het bouwvlak worden uitgevoerd; betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; betrekking hebben op de aanleg van een natuurgraf; worden uitgevoerd krachtens paragraaf 4.2, 4.3, 4.4, figuur 11 en hoofdstuk 5 van het in Bijlage 4 opgenomen Inrichtings- en beheerplan;
Overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 1
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 1', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor de op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 45 van 151
14.6.1
Verb odsb epaling
Het uitvoeren van de volgende werkzaamheden in een gebied met de gebiedsaanduiding 'overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 1' is niet toegstaan bij: a.
ingrepen die groter zijn dan 100 m 2 en dieper dan 1 meter onder het huidig maaiveld;
14.6.2
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor bouwen, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen voor een werk en/of werkzaamheden zoals weergegeven in 14.6.1, indien voldaan is aan één van de volgende voorwaarden: a. b.
c.
de aanvrager van de afwijking blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; de aanvrager van de afwijking een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige.
14.7
Overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 2
Ter plaatse van de aanduiding 'Archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor de op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde.
14.7.1
Verb odsb epaling
Het uitvoeren van de volgende werkzaamheden in een gebied met de gebiedsaanduiding 'overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 2' is niet toegstaan bij: a.
ingrepen die groter zijn dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidig maaiveld;
14.7.2
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor bouwen, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen voor een werk en/of werkzaamheden zoals weergegeven in 14.7.1, indien voldaan is aan één van de volgende voorwaarden: a. b.
de aanvrager van de afwijking blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; de aanvrager van de afwijking een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 46 van 151
c.
wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 47 van 151
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
15.1 Indien niet op grond van een andere bepaling van de regels afwijking kan worden verleend, kan het bevoegd gezag afwijking verlenen voor a.
b.
c. d.
e.
15.2
het afwijken van de in de regels voorgeschreven maten voor de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen binnen een bestemmingsvlak, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maten; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 20 meter; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d.
zijn alleen toegestaan: buiten de bebouwde kom langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten en viaducten; binnen de bebouwde kom op het bedrijventerrein en sportparken. 2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie; tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten.
Het plaatsen van antennemasten buiten bebouwingsconcentraties
Het bevoegd gezag kan een afwijking voor het plaatsen van antenne-installaties verlenen indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
aangetoond dient te worden dat het plaatsen van antennemasten binnen de aangeduide bebouwingsconcentraties niet mogelijk is gebleken; er moet sprake zijn van site-sharing, waardoor zo min mogelijk masten nodig zijn; indien site-sharing niet mogelijk is, dient de noodzaak van een solitaire plaatsing te worden aangetoond; de masten dienen bij voorkeur geplaatst te worden op bestaande hoge gebouwen, niet zijnde woongebouwen of hoge bouwwerken; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 48 van 151
15.3
Het plaatsen van kunstwerken
Het bevoegd gezag kan een afwijking voor het plaatsen van kunstwerken verlenen indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarde: a.
15.4
het plaatsen van kunstwerken, zoals beelden en plastieken is toegestaan na een positief advies van de gemeentelijke Kunstcommissie.
Het plaatsen van openbare nutsvoorzieningen
Het bevoegd gezag kan een afwijking voor het plaatsen van openbare nutsvoorzieningen in de vorm van gasontvang- en reduceerstations, transformatorhuisjes en gemalen verlenen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
15.5
de maximale bebouwingsoppervlakte mag niet meer dan 20 m² bedragen; de maximale bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
Verlichtingsarmaturen en bewegwijzering
Het bevoegd gezag kan een afwijking voor het plaatsen van verlichtingsarmaturen ten behoeve van verkeer(sveiligheid) en bewegwijzering verlenen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a.
de maximale bouwhoogte mag niet meer dan 15 meter bedragen.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 49 van 151
Artikel 16 16.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijziging
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
16.2
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
Aanleg landschapselementen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van de aanleg van landschapselementen, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
e. f. g.
16.3
het dient te gaan om aanleg/versterking van een samenhangend netwerk van landschapselementen op lokaal niveau; de aanleg van landschapselementen of bos zal in overleg met direct belanghebbenden alsmede de aangrenzende grondeigenaren/agrarische bedrijven plaatsvinden, op basis van een voor een samenhangend deelgebied op te stellen inrichtingsplan; voorzover het particuliere gronden betreft zal aanleg uitsluitend plaatsvinden op basis van vrijwilligheid en met instemming van de betreffende grondeigenaren; wijziging mag pas plaats vinden nadat de overdracht of aankoop, op vrijwillige basis, door particulieren aan de gemeente of aan een natuurbeherende instantie, in voldoende mate verzekerd is of al heeft plaatsgevonden; aangrenzende gronden, met een blijvende agrarische bodemexploitatie, moeten doelmatig als zodanig geëxploiteerd kunnen blijven worden; daardoor de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; het initiatief moet passen binnen de draagkracht van het gebied.
Wijziging naar Natuur, Bos of Water
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen in de bestemmingen Bos, Natuur of Water, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
wijziging vindt pas plaats nadat verzekerd is dat een aaneengesloten natuurgebied van voldoende omvang en zodanige begrenzing kan ontstaan dan de
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 50 van 151
b.
c.
aangrenzende/omringende gronden, met een blijvende agrarische bodemexploitatie, doelmatig als zodanig geëxploiteerd kunnen blijven worden; de regels van de bestemmingen Bos, Natuur en/of Water worden van overeenkomstige toepassing verklaard met dien verstande dat wanneer gewijzigd wordt in de bestemming Water dit uitsluitend ten behoeve van de beekdalontwikkeling mag geschieden; in geval de bestemming gewijzigd wordt in bestemming Bos, mag dit niet ten behoeve van bosbouw worden aangewend.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 51 van 151
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 17 17.1 a.
b.
c.
17.2 a. b.
c.
d.
17.3
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a. te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Persoonsgebonden overgangsrecht
In afwijking van het standaard overgangsrecht gebruik, geldt uitsluitend voor personen die op het moment van de inwerkingtreding van onderhavig bestemmingsplan eigenaar zijn van een recreatiewoning op recreatiepark Camping De Hooghe Heide, dat lid 7.5.1 sub d niet van toepassing is.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 52 van 151
17.4
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijking verlenen.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 53 van 151
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hooghei'.
planstatus vastgesteld
ref erentie BP2018BGHOOGHEI / 132307
pagina 54 van 151