CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

10.a - Rekenkamerrapport 'Grote bouwprojecten SMG' - 260923 DEF

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 23 november 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 10 Rapport Rekenkamercommissie ‘Grote bouwprojecten Sint-Michielsgestel’29.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

financiële

beheersing

van

bouwgrondactiviteiten

door

de

Vanaf 1 juli 2018 dienen in alle bestemmingsplannen regels ten

gemeente. De grondbedrijfsfunctie dient zorg te dragen voor

aanzien van parkeren opgenomen te worden op basis van nieuwe

financiële optimalisatie bij het ontwikkelen van plannen.

landelijke wetgeving, vastgelegd in de Reparatiewet Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties 2014. In oudere bestemmingsplannen,

Het MPG is een kader voor het gemeentebestuur, op basis waarvan

zoals die van het Centrumplan, Jacobskamp en Beekveld, waren

het nemen van verantwoorde financiële beslissingen mogelijk moet

deze regels nog te algemeen opgenomen en daardoor niet juridisch

zijn. De Nota Grondbeleid stelt dat, naast de reguliere P&C cyclus en

houdbaar. Tussen 2014-2018 was sprake van een overgangstermijn

het MPG, het college kan bepalen of de raad tussentijds in kennis

voor gemeenten om parkeerregels voor oudere bestemmingsplannen

moet worden gesteld als sprake is van significante ontwikkelingen.

juridisch

te

borgen.

bestemmingsplan

Op

12

‘Parapluplan

mei

2020

Parkeren

heeft

de

raad

een

Sint-Michielsgestel’ | 26

vastgesteld. Dit vormt de wettelijke basis voor toetsing van

De volgende kaders zijn relevant voor de sturing van grote projecten:

parkeernormen bij bestemmingsplannen van verschillende projecten (met bestemmingsplannen van voor 2018) aan de Beleidsregels

•

Definitie van (grote) projecten.

parkeernormen Sint-Michielsgestel. Het Parapluplan uit 2020 werd

•

Leidraad projectmatig werken.

twee jaar later vastgesteld dan nodig was (na verloop van de

•

Risicomanagement.

overgangstermijn). De onderzoekers hebben niet beoordeeld of het

•

P&C cyclus.

ontbreken van een juridisch kader in de periode 2018-2020 negatieve

•

Participatiebeleid.

gevolgen heeft gehad voor andere projecten de gemeente in deze periode.

Wij lichten deze kaders hieronder toe.

2.5. Procesmatige kaders

Definitie van (grote) projecten

Naast inhoudelijke kaders zijn er ook procesmatige kaders die

projecten. Sommige gemeenten hanteren een expliciete definitie en

relevant zijn voor de uitvoering van grote (bouw)projecten. Deze

aanvullend

kaders gaan over processen en procedures, werkafspraken, rollen en

aanvullende eisen voor besluitvorming en verantwoording in de vorm

verantwoording. Ook voor deze kaders geldt dat ze soms zijn

van een periodieke voortgangsrapportage grote projecten). In die

vastgesteld nadat een bouwproject is gestart en afspraken met

gevallen vormt dat specifieke kader de toetssteen voor een

partijen al zijn vastgelegd. In dat geval hebben de nieuwe kaders

onderzoek naar de sturing van grote projecten. Andere gemeenten

geen directe doorwerking op projecten die eerder zijn gestart.

hanteren als basisregel dat elk project uniek is en dat (zeker voor

Gemeenten gaan verschillend om met (de definitie van) grote beleidskader

voor

grote

projecten

(bijvoorbeeld

meer risicovolle projecten) maatwerk nodig is in besluitvorming, sturing en verantwoording. Dat maatwerk komt dan tot stand in de dialoog tussen raad en college. Weer andere gemeenten zitten op de lijn dat een generiek kader voor sturing op projecten toereikend is.

| 27

De gemeente heeft in de Leidraad Projectmatig Werken 16 de

A. Bijzondere

volgende definitie van projecten vastgesteld:

projecten

(groot,

complex,

langere

looptijd,

bestuurlijk/maatschappelijk gevoelig) B. Normale projecten

‘… een project is een aantal activiteiten (gefaseerd in de tijd, met een

C. Lijnprojecten (projecten die in de reguliere lijnorganisatie worden

begin en eind) die leiden tot een uniek vooraf gedefinieerd resultaat

uitgevoerd)

en die worden uitgevoerd door een tijdelijk team van mensen …’. Als algemene lijn is vastgesteld dat de verantwoording over projecten Projecten kunnen bij alle teams en op alle niveaus voorkomen en

geïntegreerd is opgenomen in de P&C-cyclus. Dat betekent dat

kunnen variëren van beleidsmatige projecten tot uitvoeringsgerichte

verantwoording plaatsvindt in de begroting, de jaarstukken, de

projecten. Als richtlijn om te bepalen of sprake is van een ‘project’

perspectiefnota en in de voortgangsverslagen in het voor- en najaar.

worden de volgende richtlijnen gehanteerd:

Voor A-projecten wordt in de leidraad gesteld dat er een concreet

•

Activiteiten hebben een duidelijk begin en einde .

projectvoorstel dient te zijn (collegevoorstel of bestuursopdracht). Er

•

Activiteiten zijn uniek of eenmalig.

zijn

•

Het doel is bekend en er is een duidelijk resultaat te benoemen .

verantwoording van dergelijke A-projecten.

•

Meerdere partijen of afdelingen zijn nodig om tot het resultaat te

•

echter

geen

bijzondere

voorwaarden

gesteld

aan

de

komen.

Hoewel de gemeente dus wel een soort definitie hanteert voor

Afspraken moeten worden gemaakt over inzet van mensen en

verschillende type projecten, stelt de gemeente vrijwel geen

middelen.

specifieke (aanvullende) kaders die gelden voor grote, complexe projecten (A-projecten). De waarde van het onderscheid dat in de

In de leidraad projectmatig werken wordt onderscheid gemaakt in drie

leidraad wordt gemaakt, is daardoor gering.

type projecten (A, B en C projecten). Daarbij wordt gekeken naar de omvang

van

het

budget,

de

complexiteit,

de

Leidraad projectmatig werken

politieke/maatschappelijke relevantie en de looptijd . De drie typen

De gemeente heeft in 2017 de eerdergenoemde leidraad projectmatig

projecten worden als volgt beschreven:

werken opgesteld. De leidraad is bedoeld om handvatten te bieden

16 Leidraad Projectmatig Werken MijnGemeenteDichtbij (2017).

| 28

voor projectmatig werken door het aanreiken van gereedschappen.

wordt

afgeweken,

dient

de

bestuurlijk

opdrachtgever

Uit de toelichting op de leidraad blijkt dat de notitie niet wordt

bestuurlijke stuurgroep hiervoor akkoord te geven.

of

de

gepositioneerd als blauwdruk of als ‘Gestelse standaard’ voor projectmatig werken, maar als hulpmiddel bij het werken in projecten.

Rollen In de leidraad projectmatig werken wordt aandacht besteed aan de

De leidraad is opgebouwd rond vier hoofdthema’s:

verschillende rollen die van belang zijn bij projecten. In onderstaand

•

Projectdefinitie (zie vorige paragraaf)

schema worden de rollen kort toegelicht.

•

Projectfasering

Rol

Toelichting

•

Rollen

•

Projectbeheersing

Directie

• Commitment en vertrouwen

Stuurgroep

• Bestuurlijk eindverantwoordelijk, besluitvormend (go-no go)

Projectfasering Faseren is gericht op het opdelen van het projectproces in beheersbare stappen. Iedere fase eindigt met een deelresultaat en een beslismoment (‘go/no-go’).

Opdrachtgever • Ambtelijk eindverantwoordelijk • Zekerstellen budget en inzet Projectleider

• Ambtelijk opdrachtnemer • Managen van project: tijd, geld, risico’s, kwaliteit • Rapportage aan stuurgroep, opdrachtgever

Projectgroep

• Inbreng deskundigheid ten behoeve van een project

een fase – en begin van een nieuwe fase – is een beslismoment voor

College B&W

• Besluitvormend voor zover binnen kaders van de raad

de opdrachtgever.

Gemeenteraad • Vaststellen opdracht • Budgetrecht • Formele raadsbesluiten

Voor de fasering wordt een algemeen gebruikelijke indeling gehanteerd

in

de

initiatieffase,

definitiefase,

ontwerpfase,

voorbereidingsfase, realisatiefase en evaluatiefase. Ieder einde van

Afhankelijk van de kenmerken en mate van complexiteit van een project, kan een andere fasering worden aangehouden. Aan het eind van elke fase wordt een fasedocument voorgelegd aan de (ambtelijk)

We hebben in het onderzoek geen indicatie gevonden dat in de

opdrachtgever. Op basis daarvan wordt besloten of er verder w ordt

periode voor de leidraad projectmatig werken ook een dergelijk

gegaan (‘go/no-go besluit’) en wat er in de volgende fase moet

overzicht van projectrollen werd gebruikt als leidraad voor de

gebeuren. Als gedurende een project van de oorspronkelijke fasering

invulling van de projectorganisatie.

| 29

•

De belangrijkste onderwerpen worden wel genoemd in de

Projectbeheersing

leidraad, maar de leidraad biedt weinig concrete handvatten voor

Projectbeheersing is belangrijk om het te bereiken resultaat te borgen

projectmatige sturing in de praktijk

en in stand te houden en het project binnen de gestelde kaders te

•

Er worden vrijwel geen consequenties verbonden aan de

kunnen realiseren. Daarvoor is het noodzakelijk om te sturen op een

complexiteit en omvang van project bij het vormgeven van de

aantal beheersaspecten. In de leidraad zijn de volgende aspecten

projectorganisatie, projectsturing en projectbeheersing •

(afgekort GROTIK) toegelicht:

Er

wordt

in

de

leidraad

weinig

aandacht

besteed

aan

•

Geld (budgetbeheersing)

verantwoording over projecten (anders dan via de reguliere P&C-

•

Risico’s (cyclische beheersing van kritieke succesfactoren)

cyclus)

•

Organisatie (per projectfase)

•

Tijd (planning en monitoring)

•

Informatie (met behulp van de ‘factor C’-methode)

•

Kwaliteit (SMART kwaliteitsnormen)

•

De leidraad is vooral geschreven vanuit ambtelijk perspectief . Bestuurlijke en politieke doorwerking is summier beschreven.

Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen In de notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen (november

In de leidraad staat dat voor A-projecten altijd een communicatieplan

2018) zijn de kaders vastgelegd voor het uitvoeren van het

en een crisisplan moet worden opgesteld. We hebben in de

risicomanagement en weerstandsvermogen van de gemeente. Het is

verschillende onderzochte projecten geen communicatieplannen

niet duidelijk of er voor die datum ook een vastgesteld kader was voor

aangetroffen.

risicomanagement.

Bevindingen leidraad projectmatig werken

In de notitie zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

Op zich biedt de leidraad projectmatig werken een redelijke basis

•

Samenwerken aan risicomanagement

•

Van traditioneel naar geïntegreerd risicomanagement

•

Eigenaarschap risicomanagement waar het werk gedaan wordt

•

Focus op de risico’s die ertoe doen

•

Transparante afspraken over vastlegging, verantwoording en

voor projectmatig werken. Daarbij zijn de volgende kanttekeningen te maken: •

De leidraad betreft uitdrukkelijk een handreiking. Het is niet bedoeld

en

niet

gepositioneerd

projectmatig werken in de gemeente

als

de

standaard

voor

opvolging •

Borging en continu verbeteren proces risicomanagement

| 30

In de notitie is aangegeven dat dit een wensbeeld is met als beoogd

Begroting

• Begroting komend jaar

2 e Berap

• Ontwikkelingen/afwijkingen komende jaren

Aug/nov

resultaat een geïntegreerd, geharmoniseerd en organisatiebreed risicomanagement proces. In de notitie staat een stapsgewijze aanpak beschreven om te komen tot dit resultaat. Een onderdeel van

lopend

beleid Nov

die aanpak is dat de werking van het risicomanagement in projecten en in college- en raadsvoorstellen moet worden getoetst. Voor de wijze waarop risicomanagement in projecten moet worden toegepast, wordt in de Nota verwezen naar de leidraad projectmatig werken.

In de leidraad wordt verder ingegaan op de verschillende rollen (ambtelijk en bestuurlijk) in de planning & control -cyclus. Opvallend is dat de meerjarenprognose grondexploitatie (MPG) niet wordt beschreven in de leidraad P&C cyclus.

Leidraad P&C-cyclus In de leidraad voor de planning & control cyclus (april 2021) heeft de

Nota Participatiebeleid

gemeente beschreven uit welke producten de P&C -cyclus bestaat en

Op 15 december 2022 heeft de gemeenteraad het participatiebeleid

hoe deze producten met elkaar samenhangen. In onderstaande

vastgesteld. Het is een uitwerking van de ambitie die in het

schema geven we een korte toelichting op deze producten en geven

bestuursakkoord 2022-2026 is geformuleerd. In de jaren voor de

we aan op welk moment in het jaar deze producten beschikbaar

vaststelling van de participatienota eind 2022 waren er geen

komen.

vastgestelde kaders voor de wijze waarop de gemeente of andere initiatiefnemers van gebiedsontwikkelingen partijen dienden te

Product

Omschrijving

Wanneer

Kadernota

• Inzicht in ontwikkelingen • Basis begroting nieuwe jaar

Mei/juni

1 e Berap 17

• Ontwikkelingen/afwijkingen komende jaren • Onderdeel van Kadernota

betrekken bij het initiatief, behoudens de procesvereisten die in de Wro zijn opgenomen. Drie vormen van participatie

lopend

Jaarrekening • Afleggen verantwoording t-1

beleid Mei

In het participatiebeleid maakt de gemeente onderscheid in drie vormen van participatie:

Mei/juli

17 ‘Berap’ is een afkorting voor ‘bestuursrapportage’.

| 31

1. Burgerparticipatie.

De

gemeente

nodigt

als

initiatiefnemer

belanghebbenden vroegtijdig uit om mee te doen 2. Overheidsparticipatie. Burgers zijn initiatiefnemer en de overheid

•

Streven naar zo hoog mogelijke participatie

•

Streven naar vroegtijdige inbreng

•

Elke aanpak is maatwerk, maar de aanpak is meth odisch

•

Duidelijkheid over de ruimte in het participatietraject

een

•

Rollen, invloed en belangen worden zichtbaar gemaakt

omgevingsvergunning. In de Nota wordt verwezen naar de

•

Passende inzet van participatie-instrumenten

verplichting

•

Zorgvuldig proces

•

Iedereen moet mee kunnen doen

•

Participatie wordt goed gefaciliteerd

•

De gemeente evalueert (samen met burgers)

is participant 3. Omgevingsdialoog. van

Participatie een

bij

aanvragen

omgevingsdialoog

onder

van de

nieuwe

Omgevingswet die op 1 januari 2024 wordt ingevoerd. De eerste en derde vormen van participatie zijn vooral van belang voor

dit

onderzoek.

De

tweede

vorm

gaat

vooral

over

burgerinitiatieven om in een wijk de leefbaarheid te verbeteren. Vier participatietreden De gemeente onderscheid vier ‘treden’ op de participatieladder:

Aanpak participatie Bij burgerparticipatie ligt het initiatief bij de gemeente en stelt de gemeente een startnotitie op waarin onder andere de volgende aspecten in kaart worden gebracht:

•

Informeren

•

Raadplegen

•

Adviseren

•

Coproduceren

•

Het speelveld en speelruimte

•

Het doel van de participatie

•

De participatievraag

•

De spelregels

De gemeente geeft aan dat de treden ‘Adviseren’ en ‘Coproduceren’ mogelijk passen bij onderwerpen die directe invloed hebben op de leefomgeving en waarbij draagvlak van betrokkenen van groot belang is.

Bij de omgevingsdialoog ligt het initiatief bij de aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit in de fysieke leefomgeving. De uitvoering van de omgevingsdialoog is vormvrij , maar de gemeente heeft wel een aantal uitgangspunten vastgesteld waaraan

Uitgangspunten bij participatie

de omgevingsdialoog moet voldoen:

De gemeente heeft de volgende uitgangspunten gedefinieerd voor participatie:

| 32

• • •

De aanvrager wordt gevraagd om rekening te houden met de door

Duiding participatiebeleid

de gemeente geformuleerde uitgangspunten (zie hiervoor)

Het participatiebeleid van de gemeente voldoet aan de eisen die

De aanvrager zorgt zelf voor afstemming van het initiatief met

gesteld worden in de nieuwe Omgevingswet. Het participatiebeleid

betrokkenen

van de gemeente is in lijn met de voorbeeldverordening participatie

Bij bestuurlijk gevoelige projecten of projecten met een grote

en handreiking van de VNG.

maatschappelijke impact, vindt bijna altijd vooroverleg plaats met

2.6. Resumerend over kaders

de gemeente over de (faciliterende) rol van de gemeente •

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of er een participatieproces is doorlopen en zo ja welk proces.

In dit hoofdstuk hebben we een analyse gemaakt van de wettelijke en gemeentelijke kaders die van toepassing zijn op bouwprojecten in de gemeente. Een belangrijke constatering is dat kaders in

De gemeente toetst aanvragen voor een omgevingsvergunning en

ontwikkeling zijn en soms beperkte doorwerking hebben in projecten

beoordeelt daarbij of de aanvrager het participatietraject zorgvuldig

die eerder zijn gestart. Dat maakt dat kaders niet zonder meer van

heeft doorlopen. Daarin maakt de gemeente een eigen afweging over

toepassing zijn op projecten die soms al een lange looptijd kennen.

de juistheid van de verstrekte informatie. Daarvoor stelt de gemeente een leidraad participatie beschikbaar voor aanvragers. Ambtelijke borging van de kwaliteit van (de uitvoering van) het participatiebeleid is belegd bij het team communicatie. Voor de omgevingsdialoog is het team VTH eerste aanspreekpunt.

Toepassing wettelijke kaders in gemeentelijke kaders We constateren dat de gemeente de wettelijke kaders op juiste wijze heeft vertaald in gemeentelijke ruimtelijke ordeningskaders. De gemeente maakt in de verschillende beleidsstukken duidelijk wat de kaders zijn die de gemeente stelt, welke ambitie de gemeente nastreeft

De rol van de raad

ten

aanzien

van

het ruimtelijk

rol

zich

verhoudt

beleid

gemeentelijke

uitgangspunten

zijn

ontwikkelaars/initiatiefnemers. De gemeente is ter voorbereiding op

beschreven. Daarnaast is de raad verantwoordelijk voor het volgen

de komst van de Omgevingswet bezig met het maken van een

en bewaken van het participatieproces.

Omgevingsvisie.

is

verantwoordelijk

participatiebeleid,

waarin

de

voor

het

kaders

en

vaststellen

rol

de

het

raad

de

hoe

van

De

tot

en

van

| 33

Gemeentelijke proceskaders

cyclus. De raad heeft voor grote projecten geen aanvullende kaders

De belangrijkste gemeentelijke proceskaders voor bouwprojecten

gesteld voor informatievoorziening en verantwoording.

zijn

de

leidraad

projectmatig

werken

(2017),

de

notitie het

Eind 2022 stelt de gemeente het participatiebeleid vast. Tot die tijd

participatiebeleid (2022). We hebben gekeken of de kaders die in

zijn er geen duidelijk vastgestelde kaders voor het betrekken

deze documenten staan ook al eerder zijn vastgelegd. Dat was van

(communicatie en participatie) van belanghebbenden. Dat geldt

belang om vast te kunnen stellen welke kaders bij aanvang van een

zowel voor actieve- als facilitaire projecten. Het vastgestelde

aantal casussen van toepassing waren. We moeten constateren dat

participatiebeleid voldoet aan de eisen die gesteld worden in de

we niet hebben kunnen vaststellen dat er eerdere proceskaders zijn

nieuwe Omgevingswet en is in lijn met de voorbeeldverordening

vastgesteld door de gemeente dan bovengenoemde kaders.

participatie en handreiking van de VNG.

risicomanagement

(2018),

de

P&C

cyclus

(2021)

en

De gemeente heeft een leidraad projectmatig werken opgesteld. Het is

een

leidraad

ter

ondersteuning

en

geen

standaard

voor

projectmatig werken in de gemeente. De leidraad bevat de meeste elementen die van belang zijn bij projectmatig werken, maar is op een vrij hoog abstractieniveau geformuleerd. Veel geïnterviewden binnen de gemeente waren niet op de hoogte van het bestaan van de leidraad. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is ambtelijk geen opvolging gegeven aan het borgen van de uitgangspunten van projectmatig werken. Ook de procesmatige kaders voor risicomanagement zijn globaal geformuleerd en bieden weinig houvast voor risicomanagement in (bouw)projecten. Dat geldt ook voor de leidraad P&C cyclus. Daarin wordt op hoofdlijnen het P&C proces en de P&C producten beschreven. Verantwoording over bouwprojecten vindt plaats in de reguliere P&C

| 34

3. Beschrijving casuïstiek 3.1. Centrumplan Sint-Michielsgestel Ontwikkeling op hoofdlijnen Project Centrumplan Sint-Michielsgestel is een initiatief van de gemeente met als doel de realisatie van een nieuw dorpshart in het centrum van Sint-Michielsgestel. De gebiedsontwikkeling betreft het centrumgebied, een groot deel van de Nieuwstraat, het binnenterrein en nagenoeg alle percelen aan de Spijt-Schijndelseweg. Functies betreffen deels commercieel en deels wonen. Er is geen sprake van sociale, culturele of maatschappelijke functies . De Dommeloever en een locatie aan het Spijt op de oostelijke hoek van de Hondsklauw zijn niet in het plangebied opgenomen. In onderstaande figuur is te zien welke blokken binnen het Centrumplan in de loop van de jaren

In 2010 stelt de raad het bestemmingsplan voor het Centrumplan

zijn of worden gerealiseerd (witte blokken reeds gerealiseerd).

vast. Hierop wordt beroep aangetekend door omwonende en een vereniging bij de Raad van State. Het gaat om verschillende

De historie van de idee- en planvorming van het Centrumplan gaat terug tot tenminste de jaren 90. Het rekenkameronderzoek richt zich

bezwaren, onder andere met betrekking tot de grens van het

op de periode vanaf 2010 (dat was het moment dat het huidige

exploitatiegebied en de omgang met cultuurhistorische waarde. De

bestemmingsplan

een

periode 2010-2012 staat in het teken van het afwachten van de

de

uitspraak. Na de uitspraak op 16 mei 2012 is het bestemmingsplan

belangrijkste ontwikkelingen en voorhanden documentatie voor de

onherroepelijk geworden. De gemeente voert het Centrumplan in drie

onderzoekers. Het Centrumplan heeft zich op hoofdlijnen als volgt

fasen uit: 1) het zuidelijk winkelgebied, later ‘Dommelsch Huys’, 2)

ontwikkeld.

noordelijk winkelgebied: later ‘Brenthof, Dommelstaete, hoekblok,

uitgebreide

werd

reconstructie

vastgesteld). van

het

De

project,

bijlage

bevat

gebaseerd

op

Meestershuis, Kloosterpadblok en Hof

van Overkerk, 3) zuid elijk

winkelgebied, later de Raadskamer en de Groene Villa. Als deze drie

| 35

fasen zijn afgerond wordt de realisatie van de openbare ruimte

parkeren niet voldoet. De gemeente heeft vervolgens een gewijzigde

afgerond.

vergunning verleend. Vervolgens is door een bezwaarmaker beroep aangetekend, hier heeft de Raad van State op het moment van

Uitvoering

schrijven nog geen uitspraak over gedaan.

In de periode 2012-2013 start de gemeente met de uitvoering. De samenwerkingsovereenkomsten met Heijmans voor de bouwblokken

Parkeren

‘Albert Heijn’ (later ‘Dommelsch Huys’), ‘Toren’ (later Raadskamer)

Een ander punt dat terugkomt in fase 3 is de parkeergelegenheid

en ‘Villa’ (later Groene Villa) worden om diverse redenen ontbonden.

binnen het Centrumplan: de discussiepunten met omwonenden

De overeenkomst met Heijmans voor ‘Dommeloever’ blijft in stand. In

betreffen voldoende parkeergelegenheid in het Centrum en inpandig

de periode 2013-2015 wordt een nieuwe samenwerkingsbijeenkomst

parkeren in de Raadskamer.

gesloten met Ahold en Brabant Wonen voor het ‘Albert Heijn’ blok. Vanaf 2015 gaat de realisatie van ‘het Dommelsch Huys’ op dit blok

Omwonenden

van start. Vanaf 2016 ligt de focus op de realisatie van fase 2, waarbij

parkeergelegenheid in het Centrumplan realiseert en spannen hier

de werkzaamheden in de periode 2018-2019 van start gaan.

ook juridische procedures over aan. De hoeveelheid parkeerplaatsen

vinden

dat

de

gemeente

onvoldoende

die wordt aangelegd zou niet corresponderen met het aantal De realisatie van fase 3 heeft de meeste voeten in de aarde. In 2019

benodigde

parkeerplaatsen

in

het

bestemmingsplan

van

het

verleent de gemeente de omgevingsvergunning voor de realisatie

Centrumplan. Het bestemmingsplan gaat uit van in totaal 360

van de Raadskamer, waartegen beroep wordt aangetekend. De

openbare parkeerplaatsen, plus 130 parkeerplaatsen exclusief voor

bezwaren betreffen de relatie tussen de omgevingsvergunning en het

bewoners (de laatste ‘voornamelijk in twee kelders’).

parkeren (o.a. parkeerbalans centrum en inpandig parkeren) en het exploitatieplan. In januari 2021 stelt de Rechtbank Oost -Brabant een

In 2010 wordt bij vaststelling van het bestemmingsplan voorzien dat

bezwaarmaker deels in het gelijk De taxatie in de exploitatieopzet

met realisatie van het aantal parkeerplaatsen in het bestemmingsplan

van het perceel voor de Raadskamer correspondeerde niet met het

voldoende ruimte is voor parkeren, mits een blauwe zone wordt

bedrag voor de grondexploitatie. De uitspraak leidt tot aandacht in de

ingevoerd voor piekmomenten om het tekort van 76 parkeerplaatsen

pers en raadsvragen. Het college besluit om beroep aan te tekenen

op te vangen. Bij een blauwe zone wordt de parkeertijd begrensd.

bij de Raad van State. Op 26 april 2022 doet de Raad van State

Een onderzoeksbureau concludeert in 2020 dat er met invoering van

uitspraak en verklaart ze het beroep van de gemeente gegrond. Wel

een blauwe zone voldoende parkeerplaatsen in het centrum zijn. In

wordt de omgevingsvergunning vernietigd omdat dit op het onderdeel

2021 blijkt uit nieuw onderzoek dat ondanks invoeri ng van een

| 36

blauwe zone toch onvoldoende parkeergelegenheid aanwezig is,

en de aantallen aan te leggen parkeerplaatsen toetsen aan de

waardoor

parkeernormen uit het Parapluplan Parkeren dat in 2020 is

het

college

besluit

extra

tijdelijke

en

permanente

parkeerplaatsen te realiseren. In het najaar van 2022 worden daarop

vastgesteld.

opnieuw parkeermetingen uitgevoerd. We constateren dat inwoners

In

en gemeente met elkaar van mening verschillen over het aantal

parkeeronderzoek uit laten voeren om een nieuw actueel overzicht te

benodigde parkeerplaatsen. De gemeente gaat op dit moment uit van

krijgen in de nieuwe situatie, in verband met de oplevering van

225 parkeerplaatsen in de openbare ruimte, dit wijkt in ieder geval af

bouwplannen.

het

najaar

van

2022

heeft

de

gemeente

aanvullend

van het hogere aantal van 360 openbare parkeerplaatsen dat in het bestemmingsplan is genoemd.

Kaderstelling door de raad Op

25

februari

2010

stelt

de

raad

het

bestemmingsplan,

De discussie over inpandig parkeren spitst zich toe op de

beeldkwaliteitsplan en exploitatieplan ‘Centrum Sint-Michielsgestel

Raadskamer. In het bestemmingsplan 2010 wordt gesproken over

2010’ vast. Bijna 3 jaar later, op 14 november 2013, stelt de raad een

130 parkeerplaatsen, exclusief voor bewoners in ‘voornamelijk twee

gewijzigd bestemmingsplan vast voor het Centrumplan in verband

kelders’, waaronder 72 parkeerplaatsen in een parkeergarage in het

met de realisatie van een nieuw Gezondheidscentrum aan de

Torenblok. In de geformuleerde uitgangspunten in 2013 wordt

Schijndelseweg 15. Weer een jaar later stelt de raad op 11 december

gesproken over een ondergrondse parkeergarage voor 22 plekken.

2014 wederom een gewijzigd bestemmingsplan vast voor het

In 2015 besluit het college bij de uitgangspunten voor het in de markt

Centrumplan in verband met de herziening Nieuwstraat 1a -b. Op 21

zetten van het Torenblok dat dit ‘in principe ondergronds’ moet

december 2021 besluit de raad op voorstel van het college om het

gebeuren. In 2018 worden opnieuw uitgangspunten besproken,

Exploitatieplan Centrum Sint-Michielsgestel in te trekken. De

waarin

de

aanleiding hiervoor is een juridische procedure die een omwonende

parkeerplaatsen ondergronds of op maaiveld niveau inpandig te

had aangespannen over de verleende omgevingsvergunning voor de

realiseren. In de uiteindelijke aanbesteding in 2019 wint de

Raadskamer. De getaxeerde grondprijs voor de verkoop van het

ontwikkelaar met een plan voor inpandig parkeren. Omwonenden

perceel kwam niet overeen met het bedrag in het Exploitatieplan. De

stellen dat dit niet volgens bestemmingsplan is. De Raad van State

rechtbank tikte de gemeente op de vingers dat deze had nagelaten

is het hiermee eens en oordeelt in april 2022 eveneens dat inpandige

het Exploitatieplan jaarlijks te actualiseren. Hierop stelde het college

parkeerplaatsen niet volgens bestemmingsplan zijn, en dat hierover

de raad voor om het Exploitatieplan in te trekken. Aangehaalde

een nieuw besluit moet worden genomen. Ook moet de gemeente de

argumenten waren dat het Exploitatieplan geen doel meer zou dienen

het

college

stelt

dat

een

ontwikkelaar

vrij

is

parkeerbalans nog eens tegen het licht houden in het Centrumplan

| 37

(overeenkomsten met initiatiefnemers waren inmiddels gesloten) en

3.2. Jacobskamp - Den Dungen

dat het plan niet meer actueel was. Ontwikkeling op hoofdlijnen Project Jacobskamp betreft de realisatie van een nieuwe woonwijk

Informatievoorziening aan de raad De raad is gedurende het project op verschillende manieren geïnformeerd over het Centrumplan. De Raad wordt echter niet periodiek en in een consistente vorm geïnformeerd. In de jaren 2013, 2014, 2019 en 2020 ontving de raad een raadsinformatiebrief (RIB) met de algehele stand van zaken voor het Centrumplan . Tussentijds hebben

ook

verschillende

keren

raadsinformatieavond en

plaatsgevonden, in ieder geval in 2017, 2019, 2020 en 2021, zoals uit de documenten valt op te maken. Verder werd de raad gedurende de looptijd van het project vooral per RIB geïnformeerd bij specifieke gebeurtenissen, ontwikkelingen

bijvoorbeeld rondom

het

bij sluiten

juridische van

procedures

of

overeenkomsten

met

ontwikkelaars. De grondexploitaties van het Centrumplan worden jaarlijks

geactualiseerd

en

zichtbaar

gemaakt

in

de

Meerjarenprogramma’s Grondbedrijfsfuncties en als onderdeel van de P&C cyclus. Vanaf 2014 wordt het Centrumplan genoemd in de

(in totaal uiteindelijk 300 woningen) en buitensportcomplex in Den Dungen op initiatief van de gemeente (actief plan). In 2005 besluit de gemeenteraad om voor Jacobskamp deze ontwikkeling te starten. Daarbij geeft de raad de opdracht om de kosten voor de aanleg van het

sportcomplex

(vastgoedexploitatie)

te

dekken

door

de

opbrengsten uit de grondexploitatie voor de nieuwe woonwijk. In 2007 komt de gemeente tot een plan van aanpak voor Jacobskamp, waarover de raad wordt geïnformeerd. In de door de raad vastgestelde structuurvisie in 2009 staat dat het project in drie fasen tot stand komt. Fase 1 gaat om de realisatie van de nieuwe sportaccommodatie, verwerving van gronden en het verplaatsen van enkele gebouwen/functies. Fase 2 betreft het bouw- en woonrijp maken van kavels voor verkoop van 132 woningen. Fase 3 gaat om het bouw- en woonrijp maken van kavels voor de verkoop van nog eens 168 woningen.

uitvoeringsnota woningbouw. Hier wordt kort de stand van zaken voor het gehele Centrumplan toegelicht. Opvallend is dat de raad in de periode 2015-2018 in zeer beperkte mate formeel is geïnformeerd over de voortgang van het Centrumplan als geheel. Terwijl in die periode zich wel ontwikkelingen voordeden in het pla n, bijvoorbeeld cruciale gesprekken met ontwikkelaars en de start van de realisatie van de eerste onderdelen van het plan.

Vanaf 2008 begint de gemeente met het uitwerken van de planvorming, het verwerven van gronden en het sluiten van overeenkomsten met ontwikkelaars. Op 29 september 2008 sluit de gemeente

een

eerste

bouwclaimovereenkomst

(BCO)

met

ontwikkelaar Van Wanrooij, voor de realisatie van 80 woningen, op basis van een residuele grondprijs. Op 28 april 2010 volgt een tweede bouwclaimovereenkomst voor de realisatie van 135 woningen, op basis van een vaste grondprijs. Deze grondprijsbepaling in 2010 is

| 38

ook in lijn met de toenmalige Nota Grondbeleid (vastgesteld in 2009).

bestemmingsplan om andere woningtypen (o.a. meer in het

Met andere ontwikkelaars Heijmans, Sleutjes B.V., Groenendaal

middensegment in plaats van het hogere segment) te realiseren.

Beheer B.V. en Balance B.V. worden bouwclaimovereenkomsten gesloten in 2009 voor de realisatie van kleinere hoeveelheden

De gemeente moet in de periode 2012-2013 onderhandelen met Van

kavels. De realisatie van de bouwkavels vindt in 10 fasen plaats,

Wanrooij voor het sluiten van koopovereenkomsten voor de kavels,

verspreid over 6 deelgebieden. Vanaf 2013 begint de gemeente

omdat er interpretatieverschillen zijn over de toepassing van de twee

gefaseerd met het sluiten van koopovereenkomsten met de

verschillende bouwclaimovereenkomsten uit 2008 en 2010. Deze

ontwikkelaars tot 2021 (fase 10).

interpretatieverschillen

De planvorming en realisatie van Jacobskamp is zonder grote

bouwkavels over de bouwclaimovereenkomsten, de te hanteren

knelpunten binnen de gemeente of met externe partijen uitgevoerd.

grondprijsbepaling (residueel of vaste grondprijs) en het recht op een

Relevante punten in de ontwikkeling van het project en de

voorverkooppercentage door Van Wanrooij. Het afspreken van een

betrokkenheid van de raad daarbij zijn de ontwikkeling van de

voorverkooppercentage betekent dat de bouwer mag wachten met de

grondexploitatie, drie herzieningen van het bestemmingsplan en de

start bouw tot een bepaald aantal woningen is verkocht. In 2013

grondprijsbepaling

komen de gemeente en Van Wanrooij tot een compromis met voor de

in

de

bouwclaimovereenkomsten

met

Van

Wanrooij (zie hierna).

betreffen

o.a.

de

verdeling

van

de

realisatie van fase 1. Het compromis houdt in dat er deels een vaste grondprijs en deels een residuele grondprijs wordt gehanteerd. In

Vanaf 2010 valt de grondexploitatie verschillende keren negatiever

2014 worden de aanvullende afspraken voor vervolgfasen met Van

uit dan vooraf beoogd. Deels gaat het om rekenfouten en posten die

Wanrooij

niet zijn meegenomen, maar ook om verandering van de grondprijzen

voorverkooppercentage

(context

afgesproken.

economische

crisis).

De

raad

wordt

over

deze

vastgelegd

in van

een 70%

allonge 18, met

waarin

Van

ook

een

Wanrooij

wordt

ontwikkelingen geïnformeerd en de gemeente treft maatregelen om de ontwikkeling van Jacobskamp in goede banen te leiden in tijden van een lastige woningmarkt. De maatregelen bestaan onder andere uit een gefaseerde verkoop van kavels en drie herzieningen van het

18

Een allonge is een document dat als wijziging of aanvulling aan een contract wordt toegevoegd.

| 39

2016 (2de) en 2018 (3de) stelt de raad een herziening van het bestemmingsplan vast. Reden voor deze herzieningen betreft het wijzigen van woningtypen en afmetingen van de kavels in het plangebied. Uit de documenten voor het project Jacobskamp komt het beeld naar voren dat de raad zich in de uitoefening van haar rol grotendeels heeft beperkt tot de kaderstelling voor Jacobskamp in de beginfase. Formele

schriftelijke

raadsvragen

over

dit

project

zijn

niet

aangetroffen. Van veel discussie of ‘gedoe’ binnen de raad of tussen raad en college lijkt geen sprake te zijn geweest , zoals ook in de gesprekken over het project naar voren komt. Informatievoorziening aan de raad De gemeenteraad heeft bij vaststelling van de kaders van het project geen procesmatige kaders opgenomen over informatievoorziening Plangebied Jacobskamp Den Dungen (bron: bestemmingsplan 2012)

middels een RIB op de hoogte gebracht over de algehele stand van

Kaderstelling door de raad Op 29 september 2005 besluit de raad om voor het gebied Jacobskamp een ontwikkeling te starten. Vervolgens start het college met de planvorming. Op 4 december 2008 stelt de raad een exploitatieopzet voor Jacobskamp vas t en neemt zij de conceptstructuurvisie ter kennisgeving aan. Op 14 april 2009 stelt de raad de structuurvisie Jacobskamp vast. De structuurvisie vormt het kader voor de verdere uitwerking van de ontwikkelingen in het gebied en het op te stellen bestemmingsplan. Op 9 juni 2011 stelt de raad het bestemmingsplan,

beeldkwaliteitsplan

aan de raad. Gedurende de looptijd is de raad tweemaal (2008, 2017)

en

exploitatieplan

voor

Jacobskamp vast (onherroepelijk 13-1-2012). In de jaren 2013 (1ste),

zaken voor het project. In de tussentijd werd de raad geïnformeerd middels een RIB bij specifieke omstandigheden of gebeurtenissen, zoals bij de verwerving van gronden, voortgang van afspraken met ontwikkelaars en toelichting op negatieve ontwikkelingen voor de grondexploitatie in de periode 2010-2014. De observatie van de onderzoekers is dat de raad in deze periode vol ontwikkelingen in het project goed en tijdig is geïnformeerd en meegenomen door het college.

Vanaf 2014, in de realisatiefase, is sprake van weinig

formele schriftelijke communicatie over de stand van zaken van het project via een RIB (eenmalig in 2017). Het plan komt jaarlijks terug

| 40

bij de MPG en de uitvoeringsnota Woningbouw vanaf 2014, daarbij

218 woningen zijn gepland.

gaat het om korte beschrijvingen van de stand van zaken. Uit de

Er zijn 23 inspraakreacties

interviews komt naar voren dat het project verschillende keren is

ingediend

toegelicht in informatiebijeenkomsten voor de raad , waaronder in

bestemmingsplan Beekveld.

op

het

ontwerp

2011, 2012 en 2015. In

3.3. Beekveld - Berlicum

die

discussie

periode

ontstaat

tussen

de

gemeente en de opgerichte Ontwikkeling op hoofdlijnen

belangengroep

Project Beekveld is een facilitair project en vindt zijn oorsprong in de structuurvisie 1999. Naar verluidt was in de structuurvisie vóór 1999 juist nadrukkelijk aangegeven dat Beekveld geen logische leuze was voor woningbouwontwikkeling. De eerste oriënterende gesprekken tussen de gemeente en de eerste initiatiefnemer vinden plaats medio 2009. Dat is ook het moment dat de gemeente randvoorwaarden stelt voor woningbouwontwikkeling voor het plan Beekveld.

Medio 2010 neemt het college een

principebesluit om in beginsel medewerking te verlenen aan de woningbouwontwikkeling in het plangebied Beekveld. Kort daarna vindt een informatiebijeenkomst plaats met bewoners waarbij het concept masterplan wordt gepresenteerd door de ontwikkelaar. Vrij snel daarna organiseren zittende bewoners zich om in het geweer te komen tegen de plannen (Belang bij Beekveld). 8 mei 2012 ondertekenen de gemeente en Beekveld BV de intentieovereenkomst. Een week later besluit het college het ontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen, waarin staat dat in Beekveld

bewoners

door

(Belang

bij

Beekveld) over de status van de

intentieovereenkomst.

Belang bij Beekveld is van mening dat er de facto sprake is

van

een

anterieure

overeenkomst waarmee de gemeente zich al verplicht richting de ontwikkelaar (met alle financiële

risico’s

van

dien),

dat

er

geen

toetsing

heeft

plaatsgevonden op de opgestelde randvoorwaarden en dat het plan in de huidige vorm niet haalbaar is. Het college is het onee ns met die zienswijze. Het college informeert de raad op dat moment over de zienswijze van het college. Op 3 juli 2013 besluit het college tot vaststelling van de anterieure overeenkomst met Beekveld BV. In de overeenkomst is onder andere opgenomen dat in fase I van het plan minimaal 25% van de projectmatig gerealiseerde woningen, sociale koop - en/of sociale

| 41

huurwoningen dienen te zijn. Dat is conform de uitgangspunten zoals

Kaderstelling door de raad

die zijn opgenomen in de op dat moment geldende Woonvisie.

De raad stelt op één moment directe kaders voor het project Beekveld. Dat gebeurt op 15 mei 2014 met de vaststelling van het

Na het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure stelt de raad op

bestemmingsplan

15 mei 2014 het bestemmingsplan Beekveld vast. Het betreft de

wethouder bij vaststelling van het bestemmingsplan in 2014, besluit

ontwikkeling van 84 projectmatige woningen en 11 woningen voor

het college het wijzigingsplan in 2017 vast te stellen, zonder dat het

zelfbouwers

plan wordt voorgelegd aan de raad.

in

de

eerste

fase.

Daarbij

wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de tweede

wordt

een

Beekveld.

Ondanks

de

toezegging

van

de

fase van het

plangebied (waarin ruimte is voor nog eens ongeveer 100 woningen) .

Informatievoorziening aan de raad

De wethouder zegt naar aanleiding van een ingediende motie toe dat

De raad is gedurende het project op verschillende manieren

het wijzigingsplan aan de raad moet worden voorgelegd.

geïnformeerd over Beekveld. Op initiatief van Belang bij Beekveld zijn er diverse bijeenkomsten georganiseerd waar raadsleden bij zijn

Er wordt beroep aangetekend bij de Raad van State tegen het

uitgenodigd. Daarnaast heeft het college een aantal ma len een

bestemmingsplan. Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard en

raadsinformatiebrief gestuurd naar de raad. In vrijwel alle gevallen

het bestemmingsplan wordt vervolgens onherroepelijk op 18 februari

was dat als reactie op brieven en mails van bezorgde bewoners naar

2015. Daarna wordt gestart met de bouwwerkzaamheden voor de

college

eerste fase.

aangetroffen buiten deze initiële signalen van bewoners. Daa rnaast

17 oktober 2017 stelt het college het wijzigingsplan Beekveld tweede fase vast. Daarin kunnen 102 woningen worden gerealiseerd. Het wijzigingsplan ligt tot 7 december 2017 ter inzage. In die periode zijn er diverse mail- en briefwisselingen tussen Belang bij Beekveld en de gemeente over met name verkeersveiligheid en ontsluiting van Beekveld.

en

raad.

We

hebben

geen

raadsinformatiebrieven

zijn op diverse momenten raadsvragen gesteld aan het college over onder andere de scope van het vast te stellen bestemmingsplan 2014, de ontsluiting van het gebied en de verkeersveiligheid.

3.4. Christinastraat - Middelrode Ontwikkeling op hoofdlijnen Met de voormalige eigenaar/projectontwikkelaar van het perceel aan

Er wordt beroep ingesteld tegen het wijzigingsplan bij de Raad van

de Christinastraat te Middelrode en delen van de omliggende

State. Het college stelt naar aanleiding van de gevolgde procedure

percelen, zijn in de aanloop naar het principebesluit van de gemeente

op 2 oktober 2018 het aangepast wijzigingsplan vast. Het plan wordt niet aan de raad voorgelegd. | 42

diverse gesprekken gevoerd met de gemeente over eventuele

In maart 2023 ondertekenden de gemeente en Ruimte voor Ruimte

woningbouwontwikkelingen op deze locatie.

de overeenkomst met afspraken over de ontwikkeling van het plan.

Begin

2020

zijn

deze

ontwikkelingsmaatschappij

gronden Ruimte

overgenomen

door

Ruimte 19

en

voor

projectontwikkelaar Cedrus Vastgoed. In 2020 heeft Ruimte voor Ruimte zich bij de gemeente gemeld met de wens om de locatie Christinastraat

te

ontwikkelen

voor

woningbouw

(circa

100

woningen). 23 februari 2021 en 7 oktober 2021 neemt het college een (gewijzigd) principebesluit om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling. Op basis van de gevoerde omgevingsdialoog tussen ontwikkelaar en bewoners in april 2022, is het hierna opgenomen ontwerp als voorkeursvariant aan het college voorgelegd. Daarover heeft het college in augustus 2022 positief besloten. 13 december 2022 besluit het college tot goedkeuring van de anterieure overeenkomst RvR Christinastraat. In de overeenkomst is

Kaderstelling door de raad

opgenomen dat tenminste 20% van de projectmatige woningbouw

De raad heeft naast de algemene ruimtelijke kaders als de woonvisie

wordt gebouwd ten behoeve van sociale verhuur.

en structuurvisie en de parkeernormen nog geen project specifieke kaders gesteld voor dit project. Eerstvolgend kaderstellend besluit betreft de vaststelling van het bestemmingsplan Christinastraat.

19

De ‘Ruimte voor Ruimte’-regeling maakt het mogelijk om nieuwe woningen te realiseren in ruil voor de sloop van (agrarische) bebouwing.

| 43

Wel stellen twee raadsfracties in september 2022 schriftelijke vragen

voor Ruimte gaf juist aan vast te willen houden aan de eerder

aan het college over de onrust onder bewoners in de directe

overeengekomen ruimtelijke kaders.

omgeving van de bouwlocatie bij de Christinastraat. De vragen gaan over de gestelde kaders, de passendheid van de bouwplannen

Het college stelt in de raadsinformatiebrief dat het aan het college

binnen die kaders, de rol van de gemeente in de afstemming en

van burgemeester en wethouders is om een besluit te nemen over de

communicatie met bewoners en de verdere planning van het proces.

kaders en het voortzetten van het planproces. Dat is formeel juist, aangezien het een facilitair project betreft.

Het ontwerpbestemmingsplan komt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2023 ter inzage te liggen. Bij het schrijven van dit

In maart 2023 ondertekenden de gemeente (collegebevoegdheid) en

rapport is de verwachting dat de gemeenteraad eind 2023 een besluit

Ruimte

kan nemen over het plan.

overeenkomst zijn afspraken vastgelegd tussen de gemeente en

voor

Ruimte

de

anterieure

overeenkomst.

In

die

Ruimte voor Ruimte over de ontwikkeling van het plan. Informatievoorziening aan de raad Het

college

stuurt

Omgevingsdialoog raadsinformatiebrief

ter

voorbereiding

Christinastraat (3

mei

van 2022)

op

het

raadsdebat

21

juli

2022

over

de

een

gevoerde

omgevingsdialoog Christinastraat. In de RIB geeft het college aan dat de start van de omgevingsdialoog niet vlekkeloos was en het proces opnieuw is gestart met een externe procesbegeleider en twee ontwerpsessies als onderdeel van de omgevingsdialoog. Doel van deze sessies was om met elkaar te kijken of er een schets van het plangebied kon worden gemaakt waar zowel RvR als de zittende bewoners akkoord mee konden gaan. De conclusie van de avonden was dat de bewoners zagen dat iedereen (bewoners en Ruimte voor Ruimte) zich had ingezet om tot elkaar te komen. De bewoners waren het echter niet eens met de gepresenteerde plannen en stelden de kaders (onder meer het aantal woningen, het aandeel van grote bouwkavels en de grootte van het plangebied) ter discussie. Ruimte

| 44

4. Sturing in de praktijk

exploitatieplan van het Centrumplan zelf, is de gemeente verplicht het exploitatieplan jaarlijks te actualiseren totdat alle daarin

4.1. Vooraf

benoemde werkzaamheden zijn verricht. Actualisatie is onder meer

In dit hoofdstuk bespreken we hoe de sturing van grote projecten in

exploitatieopzet. In de wet of kaders is niet vermeld of de raad bij het

de praktijk werkt bij de eerder beschreven vier projecten en maken

al dan niet wijzigen van een exploitatieplan op de hoogte moet

we daarbij steeds de vergelijking met geldende kaders. We gaan

worden gesteld.

nodig

om

de

grondprijzen

marktconform

te

houden

in

de

achtereenvolgens in op de toepassing van wettelijke kaders (4.2), procesmatige

Bij het Centrumplan heeft de gemeente een exploitatieplan

gemeentelijke kaders (4.4). Daarna gaan we in op het samenspel

vastgesteld in 2010. In de bijbehorende exploitatieopzet werd een

tussen de raad en het college (4.5) en het samenspel tussen de

taxatie van de grondprijzen opgenomen. Deze exploitatieopzet is in

gemeente en bewoners/betrokkenen (4.6)

de jaren na 2010 niet geactualiseerd. In 2019 werd het exploitatieplan

inhoudelijke

gemeentelijke

kaders

(4.3)

en

aangehaald door een bezwaarmaker tegen de omgevingsvergunning

4.2. Toepassing wettelijke kaders

van de Raadskamer. Aanleiding op dit bezwaarpunt was dat de grond

Het wettelijke RO-kader wordt primair gevormd door de Wro (2008) en de Wabo (2010).

voor de Raadskamer voor een aanzienlijk lager bedrag was verkocht dan geraamd in de exploitatieopzet. De rechter oordeelde in 2021 dat de gemeente niet heeft voldaan aan de wettelijke eis het

In de onderzochte projecten heeft de gemeente conform de wettelijke

exploitatieplan jaarlijks te actualiseren en dat de gemeente bij de

kaders gewerkt. De gemeente heeft structuurvisie(s) opgesteld,

verkoop van het perceel niet aan het exploitatieplan heeft voldaan

bestemmingsplannen

de gemeente heeft zich

(waarbij een lagere prijs voor de grondexploitatie is gehanteerd dan

gehouden aan de gestelde procesvereisten en wettelijke termijnen.

in het exploitatieplan opgenomen). De rechtbank stelt dat de

Daarnaast is de gemeente correct omgegaan met het vraagstuk van

gemeente dit gebrek moet herstellen. De raad is door middel van een

kostenverhaal.

brief en informatiebijeenkomst over deze uitspraak geïnformeerd. De

vastgesteld en

raad heeft op voorstel van het college vervolgens het exploitatieplan Kanttekeningen

ingetrokken. Op 26 april 2022 heeft de Raad van State het beroep

In het project Centrumplan valt een kanttekening te maken ten

van de gemeente tegen de uitspraak van 2021 gegrond verklaard,

aanzien van het opgestelde exploitatieplan. Op grond van de Wro

waarbij de Raad van State oordeelde dat op grond van het

(art. 6.15), en zoals benoemd in de Nota Grondbeleid 2009 en het

relativiteitsvereiste de bezwaarmaker geen belang had bij het

| 45

exploitatieplan. Op het intrekken van het exploitatieplan is door een

als zodanig voldoen deze zowel juridisch, stedenbouwkundig als

bezwaarmaker beroep ingesteld. Op 30 augustus 2022 heeft de

uitvoeringstechnisch…’.

voorzieningen rechter uitspraak gedaan dat het relativiteitsvereiste tegengeworpen kan worden en dat de bezwaarmaker geen belang

Op zich klopt het antwoord van het college, maar het is niet volledig.

heeft bij het exploitatieplan. In de bodemzaak is nog een uitspraak

Wat niet wordt vermeld, is het volgende. Uit de reconstructie van

gedaan.

besluitvormingsdocumenten blijkt dat het college deze weg heeft gekozen omdat vaststelling van een bestemmingsplan voor het

In

het

het

gehele gebied geen goedkeuring van de provincie kreeg op grond

bestemmingsplan voor de eerste fase van het project (mei 2014) een

van de regionale woningbouwopgave. Tegelijkertijd was het voor de

wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het plangebied voor fase 2

ontwikkelaar van belang om zoveel mogelijk zekerheid te krijgen over

van

het

de mogelijkheid van het ontwikkelen van de 2 e fase van het

bestemmingsplan in de raad op 15 mei 2014 worden raadsvragen

plangebied. Deze overweging is, voor zover wij hebben kunnen

gesteld (zie reconstructie Beekveld in de bijlage) over de opgenomen

nagaan, niet met de raad gedeeld.

het

project

project

Beekveld

is

Beekveld.

bij

Voor

de

de

vaststelling

behandeling

van

van

wijzigingsbevoegdheid in het kader van de Wro. De kernvraag is of de wijzigingsbevoegdheid inhoudt dat het college van B&W zonder

Bij de behandeling van het bestemmingsplan in de raad is vervolgens

tussenkomst van de raad en zonder de mogelijkheid tot verdere

een motie ingediend waarin gesteld wordt dat wijzigingsbesluiten op

inspraak van burgers een wijzigingsplan mag vaststellen. Het college

het

antwoord hierop naar de raad als volgt:

voorgelegd. In de notulen valt te lezen dat deze motie wordt

bestemmingsplan

steeds

aan

de

raad

moeten

worden

ingetrokken vanwege een toezegging van de wethouder dat een ‘…

dit

is

de

normale

gang

van

zaken

omdat

in

het

wijzigingsbesluit in de toekomst voorgelegd zal worden aan de raad.

voorontwerpbestemmingsplan al duidelijkheid is gegeven hoe fase 2 (qua woningbouw/infrastructuur/openbaar gebied) ingevuld gaat

Op 17 oktober 2017 stelt het college het Wijzigingsplan Beekveld 2 e

worden. In het voorontwerp is exact aangegeven wat het aantal

fase vast. Uit de stukken blijkt dat het wijzigingsplan niet is

woningen wordt, waar de locatie (bouwstroken) van deze woningen

voorgelegd aan de raad. Dat is niet conform de hiervoor genoemde

is, waar het openbaar gebied komt met daarin de infrastructuu r

eerder gedane toezegging van de wethouder. In het collegebesluit is

(wegen/parkeerplaatsen, enz.). Alle onderzoeken behorende bij het

ook niet opgenomen op welke wijze de raad in kennis is gesteld over

vast te stellen bestemmingsplan zijn gebaseerd op het totale plan en

het wijzigingsplan.

| 46

In 2022 heeft de Raad het ‘wijzigingsplan Hoogstraat naast no. 102’

ander percentage sociale woningbouw. In dat project heeft de

vastgesteld.

gemeente

Dit

wijzigingsplan

heeft

ook

betrekking

op

het

afspraken met de ontwikkelaar

bestemmingsplan voor Beekveld.

realiseren van 20% sociale woningbouw.

4.3. Toepassing inhoudelijke kaders

Onduidelijke kaders

Zoals beschreven in paragraaf 2.3 biedt de Woonvisie van de inhoudelijke

het

In het bestemmingsplan Beekveld (vastgesteld 15 mei 2014) wordt

Woon- en structuurvisie(s) gemeente

gemaakt voor

kaders

voor

de

woningbouwopgave.

Wijzigingen in de kaders en uitgangspunten die in een latere Woonvisie worden beschreven, hebben doorgaans geen directe doorwerking op gebiedsontwikkelingen die al zijn gestart en waarvan het woningbouwprogramma al is vastgesteld in een overeenkomst.

vrij uitvoerig gerefereerd aan de dan geldende Woonvisie en de structuurvisie.

In

het

raadsvoorstel

zelf

wordt

de

beoogde

woningbouwopgave voor Beekveld echter niet verbonden met de woningbouwopgave in de Woonvisie en wordt ook de structuurvisie als bovenliggend kader niet genoemd. In de jaarlijkse uitvoeringsnota woningbouw

–

waarin

staat

beschreven

in

hoeverre

woningbouwplannen zijn gerealiseerd en wat de nieuwe planning is voor de komende jaren – is de kwantitatieve woningbouwopgave voor het project Beekveld wel opgenomen als onderdeel van de totale

Sociale woningbouw Opvallend is de manier waarop het college met het percentage voor te realiseren sociale woningbouw omgaat. Er gaan verschillende percentages rond, waarbij niet duidelijk is welk percentage leidend is. Zo stelt de Woonvisie 2016 70% sociale huur als kader voor woningbouw. In het bestuursakkoord 2022 is echter aangegeven dat 40% van nieuw te bouwen woningen sociale woningbouw (huur/koop) dient te zijn. Daarbij wordt niet ingegaan de status van de Woonvisie, waar nog sprake is van 70% sociale huur als kader. Ook maakt het college

niet

duidelijk

wat

de

consequenties

zijn

van

de

geïntensiveerde regionale afstemming van woningbouwplannen voor het realiseren van sociale woningbouw in Sint-Michielsgestel. In het project Christinastraat (zie paragraaf 3.4) is weer sprake van een

woningbouwopgave in de kern Berlicum. Wat echter niet zichtbaar is in

de

uitvoeringsnota

is

in

hoeverre

de

gerealiseerde

woningbouwopgave in het project Beekveld voldoet aan de gestelde eisen voor sociale woningbouw (25%). Daarover wordt alleen gerapporteerd op het niveau van de kernen (zoals Berlicum), niet op het niveau van individuele projecten. De raad kan d aarmee niet zien of binnen het project Beekveld is voldaan aan het gestelde kader voor sociale woningbouw. Ook in de raadsvoorstellen van de bestemmingsplannen voor het Centrumplan en Jacobskamp wordt niet verwezen naar de Woonvisie of de structuurvisie. In het bestemmingsplan van het Centrumplan (2011) wordt de structuurvisie wel aangehaald, maar de Woonvisie

| 47

2005 niet. In het bestemmingsplan voor Jacobskamp wordt de

grondbeleid). In het project (RvR-project) is passieve grondpolitiek

Woonvisie 2005 juist weer wel aangehaald. Ook bij deze beide

van toepassing.

projecten is het voor de raad lastig om bij het nemen van een besluit over de bestemmingsplannen te kunnen vaststellen of het besluit valt

Beekveld

binnen andere kaders die de raad heeft gesteld (zoals de totale

Voor het facilitaire project Beekveld geldt dat het kostenverhaal en

woningbouwopgave of het percentage sociale woningbouw). Voor

planschade conform de uitgangspunten van de op dat moment

zover wij hebben kunnen nagaan heeft de raad hierover geen vragen

geldende

gesteld bij de behandeling van raadsvoorstellen van de vier

geregeld. Wel is er tussen bewoners en de gemeente een dispuut

projecten.

ontstaan over de vraag of de afgesloten intentieovereenkomst tussen

Nota

grondbeleid

in

een

anterieure

overeenkomst

de gemeente en Beekveld BV van 8 mei 2012 niet eigenlijk al een Nota grondbeleid

soort anterieure overeenkomst is waarmee

Verschillende Nota’s van toepassing op de projecten

verplicht tot medewerking aan het plan.

de gemeente zich al

De vaststelling van de projectkaders voor zowel het Centrumplan als Jacobskamp vonden plaats in de periode dat de Nota Grondbeleid

Het principebesluit van het college voor project Beekveld dateert van

2009 het beleidskader was (actieve grondpolitiek als uitgangspunt) .

juli 2010. Op 17 november 2011 heeft een raadsinformatieavond

Zowel het Centrumplan als Jacobskamp zijn op initiatief van de

plaatsgevonden waarin het project Beekveld door Beekveld B.V. is

gemeente gestart. In beide projecten is zichtbaar dat de gemeente

gepresenteerd aan de raad. Dit is voor zover bekend de eerste keer

een actieve rol pakt in het project, onder andere in het contact leggen

geweest dat de raad over het project inhoudelijk is geïnformeerd.

met ontwikkelaars voor de aankoop en realisatie van bouwkavels . Dat is conform vastgestelde kaders.

In de Nota’s grondbeleid 2009 en 2011 staat dat het college bij gebiedsontwikkelingen

de

raad

verschillende

scenario’s

en

Vaststelling van de projectkaders voor het project Beekveld vond

beleidsuitgangspunten moet aanreiken voor de inhoudelijke plannen.

plaats onder de werking van de Nota Grondbeleid 2011 (passieve

Bestudering van de betreffende raadsvoorstellen laat zien dat dit bij

grondpolitiek).

de onderzochte projecten niet is gebeurd. Daarmee voldoet de gemeente niet aan de kaders die de gemeente zelf heeft opgesteld.

De projectkaders voor het project Christinastraat zijn vastgesteld onder de werking van de Nota Grondbeleid 2020 (situationeel

Jacobskamp In

het

project

Jacobskamp

grondprijsbenaderingen.

Het

hanteert betreft

de

gemeente een

twee

residuele | 48

grondprijsbenadering voor de bouwclaimovereenkomst (BCO) met de

op de voortgang van projecten en de verhoudingen onder druk

ontwikkelaar in 2008 en een vaste grondprijsbenadering voor een

hebben gezet.

tweede BCO in 2010. De vaste grondprijsbenadering in 2010 sluit aan bij de Nota Grondbeleid 2009. Het hanteren van een vaste

Ook wordt in de Nota Grondbeleid 2020 net zoals in de voorgaande

grondprijs door de gemeente in 2010 is begrijpelijk gezien de

Nota’s nauwelijks aandacht besteed aan het belang van projectmatig

onzekerheid op de grondmarkt destijds. Echter, het hanteren van

werken. Dat is des te opvallender aangezien het in de onderzochte

twee verschillende grondprijsmethodes bij twee verschillende BCO’s

projecten juist ontbreekt aan structurele aandacht voor projectmatig

voor eenzelfde plangebied vraagt om heldere afspraken en het

werken (zie paragraaf 4.4).

vastleggen van duidelijke uitgangspunten over de toepassing van de twee BCO’s wanneer tot koopovereenkomsten wordt overgegaan. Deze afspraken en uitgangspunten bleken onvoldoende helder te zijn vastgelegd. Hierdoor waren aanvullende onderhandelingen nodig tussen gemeente en ontwikkelaar. Dit heeft volgens betrokkenen de verhoudingen onder druk gezet tussen de gemeente en de projectontwikkelaar en heeft een nadelig effect gehad op het tempo van de gebiedsontwikkeling. De

Nota’s

Grondbeleid

(2009,

2011

en

2020)

laten

geen

projecten in de periode die voorafgaat aan de respectievelijke volgende Nota’s Grondbeleid. Zo gaat de Nota Grondbeleid uit 2020 net als de beide eerdere versies niet in op de wijze waarop communicatie en participatie met belanghebbenden moet worden vormgegeven bij actieve versus facilitaire projecten. Terwijl in de projecten

op

grondprijsbepaling, dat bij Jacobskamp tot discussie met de ontwikkelaars leidde. In de Nota Grondbeleid van 2020 worden alleen de verschillende vormen van grondprijsbepaling genoemd, maar er zijn geen voorkeuren, afwegingen of aandachtspunten benoemd om richting te geven bij keuzes en het hanteren van deze methoden. Parkeerbeleid

doorontwikkeling zien op basis van lessen die te leren waren uit grote

onderzochte

Een ander voorbeeld is de eerdergenoemde toepassing van de

verschillende

momenten

en

over

verschillende onderwerpen controverses zijn ontstaan tussen de gemeente en bewoners, die een belangrijke stempel hebben gedrukt

Zoals we hebben toegelicht in paragraaf 2.4 is de gemeente onzorgvuldig geweest met het (juridisch) borgen van parkeerregels voor grote bouwprojecten. Wettelijk moesten uiterlijk in 2018 (na een overbruggingsperiode van vier jaar) parkeerregels voor vastgestelde bestemmingsplannen goed juridisch zijn geborgd. De gemeente heeft dit twee jaar later in 2020 geregeld via het Parapluplan Parkeren. Dit leidde ertoe dat er in de periode 2018 – 2020 geen juridische basis was om parkeerregels aan te toetsen bij grote projecten. Dit was aan de orde bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de Raadskamer in het Centrumplan in 2019. De Raad van State benoemde dit ook in een uitspraak op 26 april 2022. Daarnaast heeft

| 49

de gemeente de plannen voor de aanleg van parkeerplaatsen niet

projectmatig

werken

wel

kort

aangestipt

als

werkwijze

voor

altijd goed getoetst aan het parkeerbeleid. Zo stelde de Raad van

gebiedsontwikkeling, maar dat blijft beperkt tot een korte beschrijving

State in dezelfde uitspraak dat de gemeente het aantal aan te leggen

van projectfasering en het uitgangspunt dat in projecten wordt

parkeerplaatsen in het Centrumplan nog moest toetsen aan de

gestuurd op tijd, geld, kwaliteit, organisatie en informatie. Een nadere

Paraplunota Parkeren. Daarnaast heeft de Raad van State ook

beschrijving ontbreekt op dit punt in deze nota’s.

geoordeeld dat de bouw van een parkeergarage in de Raadskamer niet paste binnen het bestemmingsplan van het Centrumplan, en dat

We zien dat projectmatig werken bij drie van de vier projecten

hiervoor een apart besluit nodig was.

(Beekveld, Jacobskamp en Christinastraat) in de praktijk nauwelijks is toegepast. Voor deze projecten geldt dat er geen projectfasering

Een ander

communicatie en

is, geen projectopdracht is vastgesteld bij aanvang van een project

transparantie over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan

leerpunt voor

de gemeente is

en niet is gewerkt met beslismomenten bij faseovergangen in het

parkeerregels en bepalingen over parkeren in bestemmingsplannen.

project. Ook hebben we geen periodieke projectverantwoording of

Bij het Centrumplan is discussie ontstaan tussen de gemeente en

evaluaties aangetroffen bij de onderzochte projecten, waarin is

inwoners over de vraag hoeveel en in welke vorm parkeerplaatsen in

gereflecteerd op de gemeentelijke werkwijze in de projecten.

de Raadskamer gerealiseerd moeten worden (zie reconstructie Centrumplan). Daarin is sprake van een substantiële afwijking tussen

Ambtelijk opdrachtgeverschap

het bestemmingsplan en het daadwerkelijk aantal gerealiseerde

Het ambtelijk opdrachtgeverschap bij de onderzochte projecten is in

parkeerplaatsen. Ook zijn de kaders en uitgangspunten voor het

de praktijk niet ingevuld. In de praktijk betekent dit dat de

Torenblok/Raadskamer in het Centrumplan onduidelijk of parkeren

driehoeksturing die van belang is bij projectsturing (bestuurlijk

inpandig al dan niet met een parkeerkelder moet gebeuren.

opdrachtgever/ambtelijk

opdrachtgever/ambtelijk

opdrachtnemer)

niet functioneerde en de projectsturing tot stand kwam in bilaterale

4.4. Toepassing procesmatige kaders in de projecten

afstemming tussen de verantwoordelijk portefeuillehouder en de ambtelijk opdrachtnemer. Het feit dat een ambtelijk opdrachtgever

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=4fea4d80-6215-4dd6-ac3e-7572ed1ccf5f