CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

10.a - Rekenkamerrapport 'Grote bouwprojecten SMG' - 260923 DEF

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 23 november 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 10 Rapport Rekenkamercommissie ‘Grote bouwprojecten Sint-Michielsgestel’29.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Grote bouwprojecten in SintMichielsgestel Rekenkameronderzoek naar kaders en uitvoering aan de hand van reconstructies van vier grote bouwprojecten

Opdrachtgever:

Inhoud

Rekenkamercommissie Gemeente Sint-Michielsgestel

Samenstellers:

Clemens Sengers

Samenvatting

1

Introductie

1

Onderzoeksvragen en werkwijze

1

Conclusies (samenvatting)

2

Aanbevelingen (samenvatting)

4

Opdracht en aanpak

7

1.1.

Aanleiding en doel

7

1.2.

De centrale vraag

7

1.3.

Werkwijze en onderzoeksverantwoording

7

1.4.

Leeswijzer

8

Yoram Poot Datum:

26 september 2023

1.

2.

3.

Lysias Advies

T: 033 464 70 70

IBAN: NL18 ABNA 0574 2170 53

Soesterweg 310d

E: info@lysiasadvies.nl

KvK: 30166304

3812 BH Amersfoort

www.lysiasadvies.nl

BTW: NL809282471B01

Opzet sturing grote projecten in Sint-Michielsgestel

10

2.1.

Vooraf

10

2.2.

Tijdlijn kaders en projecten.

10

2.3.

Wettelijk kader

12

2.4.

Inhoudelijke gemeentelijke kaders

14

2.5.

Procesmatige kaders

27

2.6.

Resumerend over kaders

33

Beschrijving casuïstiek

35

3.1.

Centrumplan Sint-Michielsgestel

35

3.2.

Jacobskamp - Den Dungen

38

3.3.

Beekveld - Berlicum

41

3.4.

Christinastraat - Middelrode

42

4.

Sturing in de praktijk

45

4.1.

Vooraf

45

4.2.

Toepassing wettelijke kaders

45

4.3.

Toepassing inhoudelijke kaders

47

4.4.

Toepassing procesmatige kaders in de projecten

50

4.5.

Samenspel college en raad

53

4.6.

Samenspel gemeente en externen

56

5.

Conclusies

60

6.

Aanbevelingen

68

7.

Reactie College van B&W

71

8.

Nawoord Rekenkamercommissie

74

Bijlage 1: leidraad deelvragen

75

Bijlage 2: lijst met afkortingen

76

Bijlage 3: overzicht gesprekspartners

77

Bijlage 4: overzicht geraadpleegde bronnen

79

Bijlage 5: Reconstructies casussen

80

Samenvatting

opgenomen (no. 3: met provinciaal geld woningen bouwen op de plek van voormalige boerenstallen om het landelijk gebeid te verbeteren).

Introductie

Onderzoeksvragen en werkwijze

De rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel heeft tussen medio 2022 en medio 2023 onderzoek gedaan naar sturing van grote

De centrale onderzoeksvraag voor dit onderzoek luidt:

bouwprojecten en de werking in de praktijk aan de hand van vier

“In hoeverre is er binnen de gemeente Sint-Michielsgestel sprake van

vooraf door de rekenkamercommissie geselecteerde projecten:

een

1. Centrumplan (Sint-Michielsgestel):

realisatie

van

een

nieuw

dorpshart

omgeving

Peter

adequate

kaderstelling

en

uitvoering

van

aan

grote

bouwprojecten verbonden werkzaamheden en initiatieven?” Bij het onderzoeken van de kaders gaat het over vragen met

Dondersplein

betrekking tot sturing, samenwerking, communicatie, betrokkenheid

2. Beekveld (Berlicum):

circa 200 woningen

van de raad. Zijn de kaders toereikend en zijn ze vastgesteld door de

3. Christinastraat (Middelrode)

circa 100 woningen

4. Jacobskamp (Den Dungen):

nieuwe

woonwijk

woningen)

raad? Worden de projecten binnen gestelde kaders uitgevoerd, hoe (300

verloopt het samenspel tussen raad en het college van B&W; en

en

tussen gemeente en externe partners? Hoe is de raad geïnformeerd

buitensportcomplex

en betrokken op verschillende momenten; wat betekent dit voor de sturingsrol? Hoe verloopt de communicatie met bewoners? En w ordt

Met de selectie is beoogd om verschillende soorten projecten mee te

er ook gereflecteerd op leerpunten in de opgaven? De onderzoekers

nemen: twee facilitaire projecten (no. 2 en 3) waarbij de gemeente

zijn nagegaan in hoeverre de raad op elk moment over de benodigde

met passief grondbeleid de grondverwerving en gronduitgifte aan

informatie heeft beschikt om goed afwegingen te kunnen maken en

private partijen laat. En twee (no. 1 en 4) waar sprake i s van actief

te kunnen sturen.

grondbeleid en waar de gemeente dus per definitie een actievere rol heeft (met exploitatierisico’s maar ook meer zekerheid omdat de

De analyse heeft betrekking op de periode 2010-2023 en is

gemeente regie heeft). De projecten verkeren in verschillende fasen

uitgevoerd aan de hand van vier zorgvuldig opgestelde en

van uitvoering. Verder zijn de projecten gespreid over de kernen en

gedetailleerde

is ook een bijzonder project volgens de formule ‘Ruimte voor Ruimte’

gedurende het tijdsverloop van elk geselecteerd project (zie bijlage 5

reconstructies

van

relevante

gebeurtenissen

bij het rapport). De onderzoekers hebben een uitgebreide set aan

|1

documenten

(denk

uitvoeringsnota’s,

percentages genoemd in verschillende beleidsstukken en ook is niet

bestemmingsplannen, raads- en collegevoorstellen en -besluiten,

terug te herleiden naar een bouwproject wat beoogd wordt en

bestemmingsplannen,

gerealiseerd is.

gespreksverslagen

aan

et

beleidsstukken,

(intentie)overeenkomsten, cetera)

bestudeerd.

Ook

memo’s, hebben

de

onderzoekers gesproken met 31 personen binnen en buiten de

Er zijn weliswaar beleidskaders, maar er komt relatief weinig

gemeentelijke organisatie. Twee keer is gedurende het onderzoek

informatie naar de raad hoe beleidskaders worden toegepast

met een afvaardiging van de raad gesproken over bouwprojecten in het algemeen en de vier projecten in het bijzonder.

Hoewel in twee van de drie nota’s grondbeleid 1 (2009 en 2011) dit wel als norm is benoemd, is in raadsvoorstellen voor de onderzochte

Conclusies (samenvatting)

bouwprojecten niet gespecificeerd voor de raad welke kaders van

Beleidsmatige kaders voor sturing op grote projecten zijn over

Woningbouw (een verantwoordingsdocument). Zo is niet inzichtelijk

het algemeen toereikend

voor

toepassing zijn. Dit is ook niet zichtbaar in Uitvoeringsnota de

raad

hoe

de

projecten

bijdragen

aan

de

beleidsdoelstellingen. (conclusie 2). Een belangrijke constatering in De beleidsmatige kaders zijn, naast de Wro (Wet ruimtelijke

het onderzoek is dat de gemeente geen definitie hanteert voor ‘grote’

ordening) en de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht),

of complexe’ (bouw)projecten, en dat er dan ook geen specifieke

door de gemeente zelf vastgelegd in een Structuurvisie, drie (ongeveer vijfjaarlijks opgestelde) Woonvisies en in drie nota’s

proceskaders voor dit soort bouwprojecten gelden ( conclusie 3).

Grondbeleid. In de meest recente Nota Grondbeleid 2020 – 2024 is

De informatievoorziening vanuit het college naar de raad is op

een afwegingskader opgenomen met zeven criteria waaraan nieuwe

onderdelen ontoereikend om als raad goed te kunnen sturen

bouwprojecten in de toekomst getoetst dienen te gaan worden. De beleidsmatige kaders voor sturing op projecten zijn over het

Het college kan in de praktijk naar eigen inzicht invulling geven aan

algemeen toereikend (conclusie 1). Een kanttekening bij deze

de actieve informatieplicht. Informeren van de raad gebeurt in de

belangrijke eerste positieve conclusie is het feit dat kaders voor

hiervoor genoemde uitvoeringsnota en in de Meerjarenprogramma

sociale woningbouw niet eenduidig zijn. Er worden verschillende

Grondbedrijfsfunctie (MPG). De informatievoorziening vanui t het

1

In de derde nota die betrekking heeft op de periode 2020 - 2024 is hierover niets opgenomen.

|2

college naar de raad is echter op onderdelen ontoereikend om als

Meer regie nodig van de gemeente, en de communicatie met

raad goed te kunnen sturen (conclusie 4), onder andere door het

bewoners moet beter

ontbreken van een duidelijk overzicht van de historie van een project, de projectfasering en genomen besluiten en kaders die van

Op het punt van communicatie met en betrokkenheid van bewoners

toepassing zijn. Ook legt het college nauwelijks scenario’s voor aan

is er, na jarenlang ontbreken van beleid, sinds vrij recent (2022) wél

de raad. We zijn in het onderzoek slechts eenmaal tegengekomen

sprake van een beleidsnota die hierover gaat: de Participatienota

dat aan de raad meerdere scenario’s worden voorgelegd.

(conclusie 6). Tot deze nota was hierop geen beleid geformuleerd. Verder concludeert de rekenkamercommissie dat de gemeente tot op

De raad kan, met name bij facilitaire projecten, moeilijk zicht houden

heden bij de onderzochte facilitaire bouwprojecten de regie volledig

op de voortgang en bijvoorbeeld ook op eventuele knelpunten hierin.

bij ontwikkelaars neerlegt, en dat dit het vertrouwen van inwoners i n

Overigens is de kaderstellende taak van de raad bij facilitaire plannen

de gemeente heeft geschaad (conclusie 7. De gemeente koos in

met het vaststellen van een bestemmingsplan z o ongeveer klaar,

beide facilitaire projecten in beginsel geen actieve rol; de externe

hetgeen de raad zich niet terdege realiseert. ‘Uitvoering’ is een taak

ontwikkelaar heeft dan de regie, hetgeen bij facilitaire projecten

van het college en we zien in Sint-Michielsgestel dat als sprake is

overigens niet ongebruikelijk is. We zien echter dat er ook geen

van communicatie over een bouwproject dat deze bij de vier

afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente zijn gemaakt over

onderzochte projecten vrij sterk incident gestuurd verloopt. Terwijl

bouwtempo en over communicatie met de bewoners. Dit blijkt uit de

het behulpzaam kan zijn als de raad periodiek op de hoogte

wijze waarop de communicatie verloopt en tevens uit de bestudeerde

gehouden zou worden, ook vanuit het gezichtspunt van de vaak

anterieure overeenkomsten. Uit gesprekken met bewoners komt naar

complexe relatie met zittende bewoners. Naast deze constateringen

voren dat het ontbreken van betrokkenheid en regie vanuit de

over de rol van het college, zien we aan de andere kant ook dat de

gemeente het vertrouwen van inwoners in de gemeente heeft

raad weinig zelfbewust optreedt en ook de ter beschikking staande

geschaad. Juist bij bouwprojecten die controversieel zijn is het voor

raadsinstrumenten relatief weinig en daarmee niet effectief inzet in

de gemeente wel van belang om aan de voorkant goede afspraken te

de vier bestudeerde bouwprojecten (conclusie 5). Zo stelt de raad

maken met de betrokken partijen, in de loop van het proces betrokken

geen

te zijn en om de verschillende belangen van bewoners en andere

proceskaders

vast

voor

haar

eigen

betrokkenheid

bij

bouwprojecten en worden vragen vooral reactief naar aanleiding van

partijen

transparant

incidenten gesteld.

ontwikkelopgave.

af

te

wegen

in

de

realisatie

van

een

|3

Projectmatig

werken

nog

‘in

de

kinderschoenen’,

geen

Aanbevelingen (samenvatting)

‘scenario’s’, weinig continuïteit en overzicht Een en ander leidt tot in totaal zeven aanbevelingen, ten dele gericht Het projectmatig werken in zowel de sturing als de uitvoering van

aan de gemeenteraad en die ten dele ook richtinggevend kunnen zijn

bouwprojecten in Sint-Michielsgestel staat nog in de kinderschoenen

in het handelen van het college.

(conclusie 8). Positief is het feit dat hiervoor in 2017 uitgangspunten werden vastgelegd in de Leidraad projectmatig werken. Deze is echter te beschouwen als een zogenoemde ‘papieren tijger’, want kreeg de jaren erna geen opvolging in de praktijk We zien het onder meer aan het ontbreken van projectfasering, projectopdrachten, contractbeheer, periodieke verantwoording en refl ectie (er wordt nu niet zichtbaar onderling geleerd tussen verschillende projecten (conclusie 9). Bij de conclusie over ‘projectmatig werken’ is wellicht belangrijker nog de constatering dat er weinig expliciete aandacht is

1. Spreek af wanneer sprake is van beeldbepalende en impactvolle projecten Door ‘reguliere’ projecten en ‘beeldbepalende’ en ‘impactvolle’ projecten te onderscheiden wordt het ook mogelijk om extra aandacht aan deze specifieke grotere (bouw)projecten te besteden. En om afspraken te maken over hoe de raad wordt betrokken en geïnformeerd bij deze projecten.

voor risicomanagement en het nemen van beheersmaatregelen. We

2. Maak duidelijke afspraken tussen raad en college om ervoor te

zien dat de frequente wisselingen die er op projectleidersniveau

zorgen dat de raad beter in positie komt bij de start van nieuwe

hebben plaatsgevonden niet hebben bijgedragen aan continuïteit en

beeldbepalende en impactvolle (bouw)projecten

het meenemen van historische kennis in een project. We zien echter wel dat recent het team RO (Ruimtelijke Ordening) onder nieuwe

Gedacht kan worden aan afspraken over het voorleggen van

leiding een begin heeft gemaakt met het versterken van de

scenario’s, vroegtijdig(er) (bij gedachtenvorming in de initiatieffase)

projectsturing. Hierbij wordt nu ook de driehoekssturing (werken met

betrekken van de raad bij de (bouw)projecten die gezamenlijk als

bestuurlijk

opdrachtgever/ambtelijk

‘beeldbepalend’ of ‘impactvol’ zijn benoemd. Het gaat ook over

opdrachtnemer) in werking gebracht. De laatste conclusie is dat de

afspraken over procesmatige kaders en de wijze waarop de raad –

vastlegging en archivering van projecten te wensen over laat,

aanvullend op de reguliere P&C-cyclus – geïnformeerd wenst te

waardoor de gemeente kwetsbaarder is voor wat betreft de

worden in verschillende fases van een beeldbepalend project .

opdrachtgever/ambtelijk

informatiepositie en -verstrekking (conclusie 10). 3. Versterk de informatiepositie van de raad bij beeldbepalende en impactvolle bouwprojecten

|4

Dit kan worden gedaan door het periodiek beschikbaar stellen van

5. Draag

als

raad

het

college

op

om

uitgangspunten

van

informatie in raadsvoorstellen over de historie/context van een

projectmatige sturing formeel vast te leggen, te implementeren

project, fasering, genomen besluiten, (consistentie van) kaders die

en structureel te borgen in de gemeentelijke organisatie

van toepassing zijn en informatie over nog te nemen besluit en. Ook moet in de raadsvoorstellen expliciet worden opgenomen wanneer de

Geef het college opdracht om uitgangspunten van projectmatige

raad in welke hoedanigheid een rol speelt in het project. Op verzoek

sturing vast te leggen in een ‘Gestelse werkwijze voor projecten’. De

tussentijds informeren moet beter mogelijk maken door de huidige

gemeente

‘projectpagina’s’ verder te verbeteren en door bijvoorbeeld jaarlijks

‘projectmatig werken’ tenminste ten dele onderkend en zet gericht in

een ‘projectenraad’ te organiseren.

op verbeteren van het projectinstrumentarium. Aspecten als een duidelijke

4. Volg scherp de uitvoering van de participatienota bij facilitaire

heeft

inmiddels

het

opdrachtformulering,

onvoldoende

projectplan,

toepassen

van

fasedocumenten,

borging van risicomanagement (zie aanbeveling 6), stuurinformatie

projecten en adresseer het college op een stevigere rol van de

over

de

relatie

tussen

inhoudelijke

voortgang

en

financiële

gemeente bij facilitaire projecten

voortgang; en ook tijdpad en implementatie van verbeteringen moeten op orde zijn om de raad adequaat te kunnen informeren over

De raad dient toe te zien op de uitvoering van de Participatienota:

voortgang en risico’s rond projecten.

wordt deze gevolgd en voldoen de gestelde kaders? De interactie met bewoners bij facilitaire projecten moet gebaat zijn bij uitvoering

6. Draag als raad

het college

op om risicomanagement te

van deze nota. In het algemeen mag van de gemeente ee n steviger

implementeren en structureel te borgen in de gemeentelijke

rol in de communicatie gevraagd worden, zodat het ook mogelijk

organisatie

wordt om als gemeente tijdig de regie te pakken bijvoorbeeld als gesprekken tussen bewoners en initiatiefnemers of andere partijen in

Geef het college opdracht om te komen tot een duidelijk en integraal

de loop van een project moeizaam verlopen. Te allen tijde moet de

kader voor risicomanagement in beeldbepalende en impactvolle

gemeente

projecten.

zich

ervan

bewust

zijn

dat

de

gemeente

een

De

huidige

kaders

(Notitie

Risicomanagement

en

verantwoordelijkheid heeft om aanspreekbaar te zijn door burgers op

weerstandsvermogen) zijn nog niet afdoende en worden daarnaast

veranderingen in de fysieke leefomgeving en te acteren als hierover

nog

onrust onder inwoners ontstaat.

geïntegreerd

onvoldoende

toegepast.

onderdeel

van

Goed de

risicomanagement

reguliere

is

een

beleidsvorming

en

bedrijfsvoering van de gemeente. Het moet worden gedragen door de top van de gemeente (bestuurlijk en ambtelijk) en hierbij is

|5

gestructureerde alertheid nodig en heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheden in de zogenaamde risico-cyclus. 7. Investeer in leren van en tussen bouwprojecten Zowel bij de raad, het college als bij de ambtelijke organisatie zien wij de behoefte om meer kennis uit te wisselen en te leren van ervaringen in projecten. Niet alleen na afloop van projecten, maar ook tussentijds en ook op het samenspel tussen raad, col lege en ambtelijke organisatie. Het is van belang om deze leerbehoefte met elkaar te verbinden en onderdeel te maken van het reguliere samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie.

|6

1. Opdracht en aanpak

“In hoeverre is er binnen de gemeente Sint-Michielsgestel sprake van een

adequate

kaderstelling

en

uitvoering

van

aan

grote

1.1. Aanleiding en doel

bouwprojecten verbonden werkzaamheden en initiatieven”.

In het eerste kwartaal van 2021 heeft het presidium van de gemeente

Deze centrale hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen die

Sint-Michielsgestel gesproken over de wens om een onderzoek uit te

als leidraad zijn gebruikt in het onderzoek. De deelvragen hebben

laten voeren naar grote bouwprojecten in de gemeente. Deze

betrekking op sturingskaders (inhoudelijk en procesmatig) en de

bespreking leidde tot een verzoek aan de rekenkamercommissie van

werking in de praktijk. Binnen deze deelvragen is specifiek aandacht

Sint-Michielsgestel om een dergelijk onderzoek op te nemen in haar

besteed aan de rol en informatiepositie van de raad en de wijze

onderzoeksprogramma voor 2022. Omdat sprake was van brede

waarop de gemeente omgaat en samenwerkt met diverse betrokken

steun in de gemeenteraad voor het uitvoeren van zo’n onderzoek

partijen, zoals bewoners/ondernemers in de betreffende gebieden en

heeft de rekenkamercommissie daaraan gehoor gegeven.

ook de bouwers en andere uitvoerders van de plannen .

Aanleiding voor het onderzoek is het verloop van een aantal grote

1.3. Werkwijze en onderzoeksverantwoording

bouwprojecten in de gemeente, waaronder het Centrumplan Sint Michielsgestel. Het onderzoeken van de rol van de gemeente in enkele beeldbepalende grote projecten dient om op grond van de bevindingen lering te trekken voor toekomstige grote bouwprojecten, maar eventueel ook voor andersoortige grote projecten. Het doel is dus met name gericht op leren, vanuit een analyse van vier grote en beeldbepalende bouwprojecten.

rekenkamercommissie

geformuleerd:

analyse gemaakt van de opzet van de sturing van (grote) projecten. Daarbij gaat het om een analyse van vastgelegde afspraken, procedures en werkwijzen die betrekking hebben op de sturing van grote projecten. De beschrijving van de opzet vormt een opmaat voor het tweede deel van het onderzoek, waarin we ingaan op de werking in de praktijk.

1.2. De centrale vraag De

Het onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste deel is een

In het tweede deel is beoordeeld in hoeverre de vastgelegde heeft

de

volgende

centrale

vraag

afspraken, procedures en werkwijzen ook in de praktijk worden gevolgd en of sprake is van adequate uitvoering. Voor de toetsing van de werking in de praktijk hebben we de volgende vier bouwprojecten geselecteerd:

|7

•

Centrumplan - Sint-Michielsgestel.

opgeleverd. Daarnaast is het door de slechte toegankelijkheid van

•

Jacobskamp - Den Dungen

het informatiesysteem van de gemeente niet mogelijk om vast te

•

Beekveld - Berlicum

stellen of alle voor het onderzoek relevante documenten (inclusief

•

Christinastraat - Middelrode

college- en raadsstukken) zijn verstrekt door de gemeente.

De bouwprojecten Centrumplan, Jacobskamp en Beekveld kennen al

In totaal zijn 31 personen van zowel binnen als buiten de

een lange geschiedenis. Het project Christinastraat is van recentere

gemeentelijke organisatie geïnterviewd. We hebben vier bewoners

datum. In overleg met de rekenkamercommissie is besloten om als

gesproken die vaak mede namens andere bewoners nauw betrokken

startdatum voor de drie langer lopende projecten het jaar 2010 te

zijn bij de projecten. Ook heeft tweemaal een gesprek met de raad

nemen.

plaatsgevonden.

Bij

Jacobskamp

wordt

de

kaderstelling

vanaf

2005

meegenomen, omdat deze kaders van toepassing zijn voor het project vanaf 2010. Voor zover er nog verbeterpunten zijn in de sturing van grote projecten die ook al door de gemeente zijn gesignaleerd en opgepakt, hebben wij volstaan met een korte beschrijving van het verbeterpunt en de door de gemeente ingezette verbeteracties. We verwachten dat dit ‘obligate’ reacties ‘dat de gemeente dit zelf al heeft geconstateerd en heeft opgepakt’ zal voorkomen.

1.4. Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de opzet van de sturing (grote) projecten in Sint-Michielsgestel en de vraag of de gestelde kaders adequaat zijn. In hoofdstuk 3 beschrijven we de vier projecten op hoofdlijnen . Hoofdstuk 4 gaat in op de werking van de sturing van grote projecten in de praktijk, de vraag in hoeverre de werking in de praktijk overeenkomstig de opzet is vormgegeven en of in de praktijk sprake is van adequate sturing. In hoofdstuk 5 presenteren we de

Voor het onderzoek is een groot aantal documenten bestudeerd. Het

belangrijkste conclusies. Afsluitend geven we in hoofdstuk 6 de

verzamelen van documenten heeft veel tijd in beslag genomen door

aanbevelingen weer.

een lastig toegankelijk informatiesysteem, beperkte overdracht tussen opeenvolgende projectleiders en het ontbreken van en duidelijk overzicht van besluitvormingsmomenten per casus. Verder was de organisatie van aanlevering van documenten ook niet altijd optimaal. Een en ander heeft ertoe geleid dat het onderzoek een langere doorlooptijd heeft gehad en het eindrapport later is

Het rapport bevat verder 5 bijlagen. In bijlage 1 zijn de deelvragen opgenomen die als leidraad voor het onderzoek zijn gebruikt. Bijlage 2 bevat een overzicht en toelichting van een aantal gebruikte afkortingen. In bijlage 3 is een overzicht van de versch illende categorieën respondenten opgenomen. Bijlage 4 bestaat uit een

|8

overzicht van geraadpleegde bronnen. Bijlage 5 bevat uitgebreide reconstructies van besluitvorming rond de vier cases.

|9

2. Opzet

sturing

grote

projecten

in

Sint-

Michielsgestel

2.2. Tijdlijn kaders en projecten. In de figuur op de volgende pagina is schematisch weergegeven op welk moment welke kaders aan de orde waren die van invloed zijn op

2.1. Vooraf

de ruimte projecten in de gemeente. Onderscheid wordt gemaakt in het

wettelijk

kader

voor

ruimtelijke

ordening

(onderaan),

In dit hoofdstuk gaan we in op kaders die worden gesteld die van

gemeentelijke inhoudelijke kaders voor ruimtelijke ordening en

belang zijn voor de sturing van grote projecten. We maken

gemeentelijke

onderscheid in:

belangrijkste kaderstellende besluiten voor de projecten tot zover. Op

procesmatige

kaders.

Bovenaan

staan

de

•

Wettelijk kader (paragraaf 2.3)

die wijze is af te leiden welke wettelijke en gemeentelijke kaders van

•

Gemeentelijk kader:

toepassing waren bij de betreffende kaderstellende besluiten. In de

o Inhoudelijke kaders voor grote bouwprojecten (paragraaf 2.4)

volgende paragrafen lichten we de onderdelen verder toe.

o Procesmatige kaders voor grote bouwprojecten (paragraaf 2.5) In paragraaf 2.2 hebben we de relevante kaders en belangrijkste kaderstellende

momenten

voor

de

vier

cases

schematisch

weergegeven in een tijdlijn. Dat geeft een goed beeld van de kaders die van toepassing waren op besluitvormingsmomenten in de vier projecten. In paragraaf 2.6 geven we een korte samenvatting van de bevindingen over de kaders.

| 10

Figuur bij 2.2. Tijdlijn kaders ruimtelijke ordening en projecten in de gemeente Sint-Michielsgestel ca. 2008-2023

| 11

2.3. Wettelijk kader

De uitwerking en doorwerking van het beleid wordt juridisch geborgd door middel van het opstellen van bestemmingsplannen. Een

Wet ruimtelijke ordening

bestemmingsplan

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) 2 biedt het belangrijkste wettelijk kader voor gebiedsontwikkeling. De Wro is het instrument om ruimtelijke behoeften als wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur samenhangend te benaderen. De Wro regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en welke bestuurslaag voor welke ruimtelijke plannen verantwoordelijk is. In de Wro worden belangrijke kaders gesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de structuurvisie, bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en het zogenoemde ‘kostenverhaal’ 3.

De Wro maakt onderscheid tussen beleid en normstelling. De Wro verlangt dat iedere gemeente een structuurvisie opstelt, waarin het ruimtelijk ontwikkelingsbeeld wordt beschreven. De structuurvisie richting

geven

aan

het

uit

bestemmingen

of

locaties

(dus

specifieke stukken/percelen grond) en regels over het gebruik van deze grond. Een bestemmingsplan is te beschouwen als een ruimtelijk (ook wel planologisch) besluit over het betreffende gebied. Het

bestemmingsplan

is

dus

een

toetsingskader.

Een

bestemmingsplan is meestal een mix van beheer (het tegengaan ongewenste ontwikkelen) en uitvoering ( het mogelijk maken van bepaalde

ontwikkelingen).

De

gemeenteraad

stelt

een

bestemmingsplan vast. Verhaal kosten planontwikkeling

Structuurvisie en bestemmingsplan

moet

bestaat

beleid

omtrent

ruimtelijke

ontwikkelingen, maar het is geen toetsingskader. De gemeenteraad stelt de structuurvisie voor de gemeente vast.

De Wro biedt gemeenten onder meer instrumenten om kosten van de planontwikkeling op vooraf grondeigenaren te verhalen. Indien sprake is van een aangewezen bouwplan 4 en daarvoor een ruimtelijk besluit (bijv. bestemmingsplan) nodig is, is een gemeente verplicht om haar kosten op de initiatiefnemer te verhalen. Daarbij is het afsluiten van een vrijwillige overeenkomst met een grondeigenaar (door middel van een zogenaamde ‘anterieure overeenkomst’) het uitgangspunt. In deze overeenkomst worden afspraken met elkaar

2 Wet ruimtelijke ordening, 1 juli 2008. 3 Kostenverhaal

is een bijdrage die de ontwikkelaar betaalt voor onder andere de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte.

4 Aangewezen bouwplannen zijn bouwplannen die mogelijk worden gemaakt

in een planologisch/ruimtelijk besluit zoals een bestemmingsplan, een wijzigingsplan of een besluit tot afwijking van een bestemmingsplan of van een beheersverordening. Aangewezen bouwplannen kunnen o.a. betrekking hebben op één of meerdere woningen of andere hoofdgebouwen.

| 12

gemaakt over voorwaarden voor ontwikkeling en bijvoorbeeld

groot

gedeelte

betaling van kosten. Wanneer er geen anterieure overeenkomst is

leefomgeving.

van

het

bestaande

recht

voor

de

fysieke

afgesloten dan wordt het kostenverhaal op een andere wijze geregeld. In zo’n geval dient de gemeente een exploitatieplan op te

Omgevingswet

stellen,

Met de introductie van de Omgevingswet wil de overheid de regels

waarin

een

berekening

is

opgenomen

van

de

exploitatiebijdrage die de grondeigenaar dient te betalen.

voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Het is een complexe nieuwe wet die aanvankelijk op 1 juli 2019 zou

Het exploitatieplan is een publiekrechtelijk instrument voor het

worden ingevoerd. Nadat invoering vervolgens zes keer werd

verhalen van gemeentelijke kosten voor de ontwikkeling en het

uitgesteld is nu de geplande datum van inwerkingtreding van de

bouwrijp 5

Omgevingswet 1 januari 2024.

maken van bouwlocaties bij realisatie door bijvoorbeeld

projectontwikkelaars en particulieren. Een exploitatieplan bevat onder andere de berekening van de gemeentelijke kosten die de

De belangrijkste instrumenten voor gemeenten in het kader van de

grondeigenaar als ‘exploitatiebijdrage’ dient te betalen. De kosten die

Omgevingswet zijn de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De

de gemeente mag verhalen op grondeigenaren die een plan

(nog vast te stellen) Omgevingsvisie moet de integrale en lange

ontwikkelen zijn in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgesteld.

termijn strategische visie voor het gehele grondgebied van een

Elk exploitatieplan moet door de gemeenteraad gelijktijdig met het

gemeente omvatten, en is enigszins vergelijkbaar de huidige

ruimtelijk besluit goedgekeurd te worden.

Structuurvisie. De gemeenteraad stelt de Omgevingsvisie vast. De Omgevingsvisie

vormt

vervolgens

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Omgevingsplan.

Het

Omgevingsplan

het

uitgangspunt

voor

vervangt

geldende

Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

bestemmingsplannen en beheersverordeningen zoals die nu nog

(afgekort Wabo) in werking getreden. Met de Wabo is één vergunning

gelden op grond van de huidige Wro. Het Omgevingsplan beperkt

geïntroduceerd op het gebied van de fysieke leefomgeving. In de wet

zich niet tot planologische kaders, maar kan veel bredere eisen

zijn zo’n 25 vergunning-, ontheffing- en andere toestemmingsstelsels

stellen aan de fysieke leefomgeving. Ook het Omgevingsplan wordt

samengevoegd tot één omgevingsvergunning. De Wabo verving een

door de gemeenteraad vastgesteld, in beginsel voor onbepaalde tijd.

de

het

5 Bij bouwrijp maken van grond wordt de locatie eerst vrijgemaakt van alle

obstakels die de aanvang van het werk in de weg kunnen staan .

| 13

Voor aanvragen van een omgevingsvergunning die in strijd is met het

•

Nota grondbeleid

Omgevingsplan,

•

Nota

is

straks

na

de

inwerkingtreding

van

de

Omgevingswet geen instemming van de gemeenteraad nodig. De

parkeerbeleid

(specifiek

voor

Centrumplan

Sint-

Michielsgestel)

gemeenteraad heeft daarin nog wel een adviesrol aan het college van Het is van belang om te beseffen dat kaders die worden vastgesteld

B&W.

in veel gevallen beperkte doorwerking hebben in projecten die eerder Het feit dat wettelijke behandeltermijn van omgevingsvergunningen

zijn gestart. Zoals bijvoorbeeld geldt voor vastgelegde afspraken

korter (8 weken) is dan de huidige termijnen, zet meer druk op het

over het realiseren van bepaalde type woningen in een project. Deze

gemeentelijke

van

kunnen niet ineens worden gewijzigd indien de gemeente een besluit

Nederlandse Gemeenten stelt dat de positie van de gemeenteraad

neemt (bijvoorbeeld in een Woonvisie of in een bestuursakkoord) om

bij ruimtelijke ontwikkelingen met de invoering van de Omgevingswet

te komen tot een andere verdeling van woningtypen. Een ander

zwakker lijkt te worden 6.

voorbeeld is dat een vastgelegde systematiek voor de berekening

besluitvormingsproces.

De

Vereniging

2.4. Inhoudelijke gemeentelijke kaders Naast de hiervoor genoemde wettelijke kaders, zijn er diverse inhoudelijke gemeentelijke kaders die van invloed zijn op de wijze waarop de gemeente sturing geeft aan grote bouwprojecten. We beschrijven achtereenvolgens de volgende vijf soorten inhoudelijke kaders die binnen de gemeente Sint-Michielsgestel relevant zijn: •

Coalitieakkoorden 7 2010, 2014, 2018 en 2022

•

Structuurvisie

•

Woonvisies

6 VNG (2017), Rol gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan.

van de grondprijs in een project niet zondermeer kan worden aangepast als de gemeente een beleidswijziging doorvoert in het grondprijsbeleid.

Immers,

eventuele

overeenkomsten

met

initiatiefnemers voor de verkoop van grond zijn dan al gesloten op basis van een eerder vastgestelde systematiek. Coalitieakkoorden In de onderzoeksperiode 2010-2023 zijn vier college akkoorden verschenen: 2010-2014, 2014-2018, 2018-2022 en 2022-2026. Onderstaand staat een beschrijving van de relevante speerpunten in de verschillende bestuursperiodes. Daarbij merken we op dat dit

7 De akkoorden worden wisselend coalitie- of bestuursakkoorden genoemd,

| 14

feitelijk geen kaders zijn, maar eerder bestuurlijke ambities en

In het coalitieakkoord 2018-2022 (‘Verantwoordelijkheid nemen

prioriteiten.

waar het moet, ruimte geven waar het kan’) heeft de coalitie voor deze periode als speerpunt ‘bouwen voor de toekomst’. De coalitie 2010-2014 (‘Investeren in evenwicht,

wil onder andere minimaal 220 nieuwe betaalbare woningen bouwen

evenwicht in investeren’) is de ambitie geformuleerd om voortvarend

in alle segmenten en voor alle doelgroepen. Het college wil extra

uitvoering te geven aan een aantal ruimtelijke projecten die in gang

inzetten op woningen voor mensen met een laag inkomen, en voor

zijn gezet, waaronder Beekveld, Jacobskamp en het Centrumplan. In

‘extra kwaliteit van wonen’. Het college wil ook inwoners ruimte geven

het akkoord staat dat de coalitie nadrukkelijk aandacht wil besteden

om

aan voldoende huisvesting voor jongeren en ouderen. Daarbij zet de

nieuwprojecten te realiseren. Ook wil het college prestatieafspraken

coalitie

met woningcorporaties maken.

In het coalitieakkoord

ook

in

op

het

maken

van

prestatieafspraken

met

via

een

Collectief

Particulier

Opdrachtgeverschap

eigen

woningbouwcorporaties. In het bestuursakkoord 2022-2026 (‘Voor nu Voor later Voor elkaar’) In het bestuursakkoord 2014-2018 (‘Samen Maken Wij Sint-

zijn drie prioritaire thema’s benoemd:

Michielsgestel’) wordt de ambitie geformuleerd om de woonbehoefte per kerndorp te realiseren. Ook hier is verwezen naar realisatie van

•

Goed voor nu: wonen, werken en verkeer

de eerste fase van het project Beekveld genoemd. Tevens wordt

•

Goed voor later: duurzaam en integraal

ingegaan

•

Goed voor elkaar: iedereen kan meedoen.

op

het

starterswoningen

in

realiseren de

van

gemeente.

levensloopbestendigeDe

lokale

en

en

regionale

woningmarktontwikkeling is leidend voor verdere bouwplannen. Dat

In dit huidig geldende bestuursakkoord wordt geschetst dat er grote

sluit aan op de ambitie die is geformuleerd in de Woonvisie 2011. De

maatschappelijke opgaven zijn op het gebied van wonen en

realisatie van Centrumplan Sint-Michielsgestel wordt als belangrijk

duurzaamheid. De ambitie is om tot aan 2026 te zorgen voor een

speerpunt genoemd. Ook wil deze coalitie aandacht hebben voor

versnelling

herontwikkelingslocaties. Dit zijn locaties waar het huidige gebruik

bestuursakkoord is aangegeven dat 40% van nieuw te bouwen

van de locatie niet overeenkomt met de ruimtelijke visie van de

woningen sociale woningbouw (huur/koop) dient te zijn.

bij

het

realiseren van

nieuwe

woningen.

In

het

gemeenten, zoals beschreven in de structuurvisie. De coalitie wil verder duurzaam bouwen bevorderen. De coalitie wil tot slot ook de effecten van rijksbeleid (het scheiden van wonen en zorg, sociale huur) op de woningbehoefte en –capaciteit bewaken.

Daarnaast is een speerpunt van het college om inwoners eerder en beter te betrekken bij veranderingen in hun woon- en leefomgeving, ongeacht van wie het initiatief komt. De afspraken hierover worden

| 15

vastgelegd in integraal participatiebeleid. Daarbij gelden de volgende

Gemeentelijke toekomstvisie 2009-2025 “Zieners van 2025” (passage

uitgangspunten:

bouwopgave)

•

Vooraf

vaststellen

en

communiceren

van

kaders

en

verwachtingen, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.

In 2009 heeft de raad de strategische toekomstvisie “Zieners van 2025” voor de gemeente vastgesteld. Een van de speerpunten is een bouwopgave

van

1.800

wooneenheden

tot

2025.

Toekomstige

•

Participatie vanuit een open houding vanuit de gemeente.

•

Benutten van kennis en kunde vanuit onze inwoners.

•

Een zorgvuldige omgevingsdialoog. Daarvoor wordt een leidraad

(starters, senioren, alleenstaanden). Verdere uitgangspunten zijn

opgesteld, waarmee ontwikkelaars in staat zijn een goede

leefbaarheid voor jong en oud, en handhaving van uiteenlopende reeks

omgevingsdialoog te voeren.

van functies op het gebied van wonen.

woningbouwontwikkelingen

moeten

grotendeels

plaatsvinden

in

inbreidingsgebieden en zijn vooral gericht op specifieke doelgroepen

Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 In de nieuwe wet ruimtelijke ordening van (Wro) van 1 juli 2008 staat

De structuurvisie is de integrale ruimtelijke vertaling van (andere)

opgenomen dat de gemeenteraad voor een goede ruimtelijke

relevante

ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente een

beleidsdocumenten, waarbij het bestaande beleid uitgangspunt is

structuurvisie vaststelt. Hierin zijn de hoofdzaken van het door de

maar waarbij ook nieuwe inzichten ingebracht zijn. De structuurvisie

gemeente te voeren ruimtelijk beleid vastgelegd. Op 13 oktober 2011

fungeert

heeft de raad de structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 vastgesteld.

ontwikkelingen van de gemeente Sint-Michielsgestel. Het geeft

Het gemeentelijke toekomstperspectief 2009-2025 (‘Zieners van

hoofdlijnen aan waarbinnen ruimte wordt gelaten aan voorziene en

2025’) is hiervoor de basis, zie toelichting in het kader.

nog niet te voorziene ontwikkelingen. De structuurvisie geeft inzicht

gemeentelijke,

als

een

provinciale,

kompas

voor

het

regionale

en

toekomstige

nationale

beleid

en

in de hoofdlijnen van beleid voor de komende periode. Een voor dit onderzoek relevant speerpunt in de Structuurvisie is de kwantitatieve woningbouwopgave. Die wordt in de structuurvisie gesteld op 608 tot 730 nieuwe wooneenheden tot 2025. Dit is fors lager dan het aantal van 1.800 wooneenheden dat nog in de

| 16

toekomstvisie 2009-2025 (zie kader) stond. Voor de structuurvisie en

winkel- en verblijfsgebied met een groter aanbod aan winkels en

Woonvisie 8 zijn opnieuw de benodigde aantallen woningen berekend.

horeca te creëren. Zo blijft de dorpskern ook na sluitingstijd van de winkels leefbaar en aantrekkelijk is om te verblijven. Er komen

In de structuurvisie wordt geen verklaring gegeven voor de verschillen

met

de

lagere

aantallen

wooneenheden

in

hiertoe verschillende woningtypen, ook voor starters.

de

toekomstvisie.

Bij de ontwikkeling van Jacobskamp in Den Dungen is als uitgangspunt

gehanteerd

dat

een

‘betekenisvol’

groengebied

Een belangrijkste kwalitatieve ambitie in de structuurvisie is het

voorhanden moet zijn op niet meer dan één straat afstand van de

vergroten

woningaanbod .

voordeur van iedere woning. Daarnaast zal ruimte vrijgemaakt

Bouwmogelijkheden (op grond van het woningbouwprogramma) zijn

worden voor groene plekken en moet de verkeerskundige structuur

er

op

van

de

vrijkomende

diversiteit

zogenoemde

verbeterd worden voor dit plangebied. Voor Jacobskamp in Den Dungen zijn 290 woningen voorzien. Voor Beekveld in Berlicum moet

en

het aantal woningen na 2011 op enig moment nog bepaald worden.

van

nieuwe

in

de

het

‘inbreidingsgebieden’ 9 en langs de randen van de woonkernen. Vraag aanbod

locaties

in

kernen,

wooneenheden

in

moet

goed

worden

gemonitord, omdat op dat moment (in 2011) de woningmarkt ‘op slot’

De structuurvisie gaat verder niet op dit plan in.

zit. De gemeente wil daarom voorzichtig zijn met het realiseren van grote bouwstromen. In de structuurvisie uit 2011 worden de projecten Centrumplan, Jacobskamp en Beekveld specifiek genoemd 10. Het Centrumplan wordt in de structuurvisie genoemd als een belangrijke opgave voor de gemeente. Het Centrumplan moet leiden tot de verbetering van het voorzieningenaanbod en de openbare beleving. Hiermee beoogt de gemeente een aantrekkelijk woon-,

8 De structuurvisie en Woonvisie zijn beiden in oktober 2011 vastgesteld.

10 Christinastraat is pas later in beeld gekomen als ontwikkellocatie.

9 Gebieden binnen bestaand stedelijk gebied, die braak liggen of vrij gaan

komen en die gebruikt wordt voor woningbouw en/of andere nieuwe functies

| 17

•

Woonvisie

Beperking van bouwmogelijkheden in de landelijke woonmilieus.

Voor de onderzoeksperiode zijn drie Woonvisies van toepassing: de

Onder bepaalde voorwaarden mag een sloop van een stal een

Woonvisie 2005, de Woonvisie 2011-2025, en de Woonvisie 2016-

woning worden teruggebouwd (Ruimte voor Ruimte regeling).

2021. Voor het Uitwerkingsplan Boxtel, Haaren en Sint-Michielsgestel moet Woonvisie 2005 (vastgesteld 10 november 2005)

de gemeente tot 2015 bouwlocaties zoeken voor 7 35 woningen

Doel van de Woonvisie 2005 is om voor de periode 2005-2009, met

(o.b.v. het streekplan van de provincie). Voor nieuwbouw en

doorkijk tot 2015, een ‘toetsingskader te bieden voor al het beleid en

grondbeleid maakt de gemeente de volgende hoofdkeuzes:

de maatregelen die gerelateerd zijn aan het wonen’. De Woonvisie moet aansluiten op het ruimtelijk beleid van de Structuurvisie en het

•

per locatie aantallen verdeeld worden naar doelgroep en type.

Uitwerkingsplan Boxtel, Haaren en Sint-Michielsgestel, waarin staat waar en hoeveel in de gemeente gebouwd mag worden. De

Jaarlijkse actualisatie van het Woningbouwprogramma waarin

•

Gemeente koopt zelf actief grond. Indien de gemeente dit

Woonvisie moet kaders geven voor wat gebouwd mag worden. De

financieel niet kan of wil, gaat de voorkeur uit naar aankoop van

meest relevante kaders voor grote projecten worden hierna

grond door de lokale woningcorporatie. •

toegelicht.

Strategische

nieuwbouw

moet

bevorderen

dat

senioren

doorstromen, waardoor ook meer ruimte komt voor gezinnen met De

Woonvisie

2005

beschrijft

vier

hoofdkeuzes

voor

de

‘woonmilieus’: •

Nadruk op het versterken van de ‘centrumdorpse woonmilieus’ (de

drie

grootste

kernen).

Hier

worden

de

meeste

woningbouwlocaties ontwikkeld en de voorzieningenstructuur versterkt. •

•

een middeninkomen om door te stromen •

Deel bouwprogramma wordt gereserveerd voor starters .

•

Deel bouwprogramma gereserveerd voor levensloop-bestendige woningen.

•

Duurzaam

bouwen

nastreven

bij

nieuwbouw-

en

renovatieprojecten.

De gemeente wil in de drie ‘centrumdorpse’ dorpscentra meer

Woonvisie 2011-2025 (vastgesteld 19 oktober 2011)

woningen

De Woonvisie gaat uit van 608-730 te bouwen woningen tot 2025.

bouwen,

zowel

gestapelde

als

grondgebonden

woningen, met inachtneming van de ruimtelijke kwaliteit.

Bouwen

In beperkte mate de komende vier jaar bouwen op locaties in

uitgangspunt. Er wordt uitgegaan van een migratiesaldo dat ‘nul’

dorpse woonmilieus.

bedraagt. Deze woningbouwopgave wil de gemeente geleidelijk

voor

de

eigen

natuurlijke

bevolkingsgroei

is

het

| 18

realiseren tot 2025. De Woonvisie is toegespitst op verschillende

De gemeente ziet de Woonvisie 2016-2021 als een ‘kompas waarmee

doelgroepen. De gemeente heeft de volgende uitgangspunten

wordt aangegeven hoe de gemeente aankijkt tegen de opgaven in

geformuleerd:

het woonbeleid en de doelen die we willen bereiken ’. In de Woonvisie staat dat in samenspraak met de gemeenteraad nog een aantal

•

In zowel de huur- als koopsector moet het nieuwbouwprogramma

beleidskeuzes gemaakt moeten worden.

vooral gericht zijn op starters en senioren. •

Bij

nieuwbouw

moet

in

zowel

de

koop-

als

huursector

In de Woonvisie wordt gesteld dat de beschikbaarheid van goedkope

levensloopbestendig bouwen gestimuleerd worden.

huurwoningen in de gemeente onder druk staat. De prognoses gaan

Bouw van goedkope betaalbare koopwoningen stimuleren om

uit van een vraag naar minimaal 220 sociale huurwoningen in de

doorstroom van huurders naar koopsector te stimuleren

periode tot 2025, terwijl in de bestaande plannen 58 sociale

•

Realiseren van middeldure koopwoningen is van belang.

huurwoningen

•

Bouw van duurdere koopappartementen moet getemporiseerd

nieuwbouwplannen, die ontwikkeld gaan worden, vol ingezet zou

worden.

moeten worden op sociale huurwoningen. Daarnaast wordt er meer

Een belangrijk deel van de nieuwbouw in de huursector richt zich

vraag verwacht naar middeldure huur en sociale koopwoningen. Het

op de behoeften van senioren, zoals het realiseren van

college legt drie scenario’s voor in de Woonvisie, met een voorkeur

grondgebonden (duurdere) huurappartementen.

voor scenario 2. In dat scenario is aangegeven dat de bestaande

De gemeente zet in op het realiseren van goedkope tot

nieuwbouwplannen nog eens tegen het licht worden gehouden om te

middeldure huur- en koopwoningen voor huishoudens met een

kijken naar de mogelijkheden voor sociale huur 11. Verder wordt bij

beperkt inkomen. Het uitgangspunt van 30% huur- en 70%

komende nieuwbouwplannen ingezet op 70% sociale woningbouw.

koopwoningen wordt omgezet naar het uitgangspunt 30%

De overige 30% mag vrije sector (huur of koop) zijn. Het college

sociale- en 70% commerciële woningbouw.

beseft dat in dit scenario minder wordt verdiend op de grondprijs,

•

•

•

zijn

ingepland.

Dit

betekent

dat

er

in

de

maar dat het wel een grote maatschappelijk meerwaarde heeft. In de Woonvisie 2016-2021 (vastgesteld 10 mei 2016)

Woonvisie is verder aangegeven dat sprake is van een inhaalslag op

11 In de uitvoeringsnota woningbouw 2018 is aangeven dat de gemeente daadwerkelijk aanvullende sociale woningbouw heeft gerealiseerd in een aantal bouwprojecten (niet in de onderzochte bouwprojecten).

| 19

het gebied van sociale en middeldure huurwoningen. In 2020 zal er

regionale

woningbehoefte

een evaluatie plaatsvinden om te bepalen of er in de periode daarna

informeert het college de raad middels een raadsinformatiebrief over

een minder sterke focus op huurwoningen nodig is. De raad stemt in

deze

met scenario 2 op 4 juni 2016.

portefeuillehouder overleg worden gemaakt. Het college maakt in

nieuwe

regionale

(kwaliteit). afspraken,

Op die

27 in

augustus een

2019

regionaal

deze brief kenbaar dat de aandacht voor sociale huurwoningen uit de In het kader van ‘vergrijzing en wonen met zorg’ geeft de gemeente

Woonvisie 2016 (70% sociale huur bij nieuwbouw) ‘naadloos aansluit’

een aantal ‘mogelijkheden mee. In de visie staat dat bouwen in hoge

bij de ambitie de regionale ambitie omdat de opgave van 220 sociale

dichtheden, waaronder gestapelde bouw, zeker overwogen moet

huurwoningen ‘per locatie kwalitatief wordt uitgewerkt’. Het college

worden in de centra.

maakt echter niet scherper hoe de kwantitatieve ambitie van de Woonvisie zich precies verhoudt tot de regionale ambitie. Ook maakt

In het kader van ‘kwaliteit leefomgeving’ wil de gemeente inzetten op

het college niet duidelijk welke betekenis de regionale afspraken over

het concentreren van grootschalige woningbouwplannen in de

woningbouwplannen hebben voor de positie en inhoud van de

grotere kernen (ook gestapelde bouw), waardoor voorzieningen

Woonvisie; is 70% sociale huur nog steeds leidend? De implicaties

levensvatbaar blijven. Woningen moeten ‘flexibel’ worden gebouwd,

van de regionale afspraken voor de positie van de Woonvisie als

om mee te kunnen bewegen met de demografische veranderingen.

kader voor woningbouw maakt het college niet duidelijk.

Ook moet een goede mix van goedkope en duurdere woningen tot stand komen.

In het bestuursakkoord 2022 is een nieuwe Woonvisie aangekondigd. Deze Woonvisie was nog niet gereed bij het schrijven van dit rapport 12.

Regionale afspraken woningbouwplannen Vanaf 2019 maakt de gemeente samen met andere gemeenten op regionale

niveau

afspraken

over

het

regionale

Uitvoeringsnota’s wonen en woningbouw

woningbouwprogramma in zogenoemde ‘regionale perspectieven’

Jaarlijks wordt door het college de uitvoeringsnota wonen en

voor

woningbouw

de

regio

Noordoost-Brabant.

Daarin

zijn

niet

langer

kwantitatieve prognoses van individuele gemeenten leidend, maar de

opgesteld.

woningbouwplannen

zijn

Hierin

staat

gerealiseerd

beschreven en

wat

in

hoeverre

de

nieuwe

12 Vaststelling van de ‘Woonzorgvisie’ is gepland in de raad van 29 juni 2023.

| 20

woningbouwplanning

is

voor

de

komende

jaren.

In

de

uitvoeringsnota’s wordt ook per kern ingegaan op de geplande capaciteit ten opzichte van de verwachte woonbehoefte en is een korte beschrijving opgenomen van de verschillende bouwplannen die in uitvoering zijn. Daarnaast wordt in de Nota’s stilgestaan bij de belangrijkste ontwikkelingen in het woonbeleid.

plannen en de opbrengst van gebiedsontwikkeling in te kunnen zetten voor andere publieke doelen. Actief en passief grondbeleid Bij actief grondbeleid opereert de gemeente als ondernemer. De gemeente verwerft en exploiteert zelf de gronden. Bij actief grondbeleid is het voor de gemeente eenvoudiger om de regie in handen te houden.

Nota’s Grondbeleid

Het kan winstgevend zijn, maar er de gemeente loopt ook financiële

De Nota grondbeleid vormt een beleidskader voor het realiseren van

risico’s. Het onder eigen verantwoordelijkheid realiseren van ruimtelijke

ruimtelijke doelstellingen door de gemeente op het gebied van wonen

plannen biedt enerzijds de zekerheid dat ontwikkelingen conform

en werken. In de Nota grondbeleid wordt vastgelegd welke rol de

vastgestelde plannen wordt uitgevoerd, maar zorgt anderzijds voor een

gemeente kan en wil innemen in ruimtelijke ontwikkelingen en op welke wijze de gemeente

samenwerkt met externe partijen.

Gemeenten zijn niet verplicht om een Nota grondbeleid op te stellen. Voor de onderzoeksperiode zijn drie Nota’s Grondbeleid van toepassing: 2009, 2011 en 2020-2024.

exploitatierisico. De geraamde opbrengsten kunnen in de toekomst immers ook lager uitvallen dan voorzien. Bij passief grondbeleid (ook wel faciliterend grondbeleid genoemd) laat de gemeente de grondverwerving en gronduitgifte over aan private partijen.

De

gemeente

stelt

kaders

(in

de

vorm

van

een

bestemmingsplan) voor de ontwikkeling vast, maar derden (zoals ontwikkelaars of woningcorporaties) zijn verantwoordelijk voor de

Nota Grondbeleid 2009 (vastgesteld op 14 mei 2009)

realisatie. Projecten die worden gerealiseerd op initiatief van private

Uitgangspunt in de Nota grondbeleid 13 2009 is het voeren van actief

partijen worden ook wel facilitaire projecten genoemd.

grondbeleid (zie kader), met uitzondering van niet-strategische locaties en/of risicovolle projecten. De gemeente kiest voor dit uitgangspunt om regie te houden op ontwikkeling en uitvoering van

13 De gemeente hanteer de termen grondbeleid en grondpolitiek door elkaar.

In het rapport spreken we steeds van grondbeleid.

| 21

In publiek-private samenwerkingen geeft de gemeente de voorkeur

kunnen kosten die aan de exploitatie van een gebied zijn verbonden

aan het bouwclaimmodel, omdat dit model het principe van actief

via de publiekrechtelijke weg worden verhaald (het zogenaamde

grondbeleid het dichtst benadert. Bij een bouwclaimmodel dragen

kostenverhaal). Vaststelling van een exploitatieplan dient gelijktijdig

private eigenaren hun gronden over aan de gemeente. Deze maakt

te gebeuren met vaststelling van een bijbehorend ruimtelijk plan. Als

de gronden bouw- en

woonrijp 14

om de kavels vervolgens uit te

het kostenverhaal op een andere manier al is verzekerd (bijvoorbeeld

geven. De private partijen krijgen dan het recht op koop van een

omdat al overeenkomsten over de exploitatie zijn gesloten), is een

aantal

exploitatieplan niet nodig. De Nota vermeldt dat exploitatieplannen

kavels.

Deze

afspraken

worden

vastgelegd

in

een

bouwclaimovereenkomst.

jaarlijks moeten worden geactualiseerd.

Bij gebiedsontwikkelingen wil de gemeente gebruik maken van

Verder is als uitgangspunt geformuleerd dat wordt uitgegaan van een

projectfaseringen. Hierbij moet het college een go/no-go besluit

vaste grondprijs. Bij gebiedsontwikkelingen houdt het college het

nemen

recht

bij

een

faseovergang.

Bij

de

projectfasering

wordt

voor

om

hiervan

onderscheid gemaakt in de initiatieffase, definitiefase, ontwerpfase,

grondwaardemethode 15

voorbereidingsfase, realisatiefase en beheerfase. Ook wordt in deze

grondprijsstelling mogelijk is.

Nota

gesteld

dat

voorafgaand

gebiedsontwikkeling)

meerdere

aan

een

af

te

wijken

en

een

residuele

toe te passen, waarbij dus wel afwijkende

project

(of

een

aan

de

raad

De Nota gaat ook in op de provinciale Ruimte voor Ruimte -regeling

gepresenteerd worden. Voor elk project moeten ook heldere

(RvR). In reconstructiegebieden is deze regeling sinds 2000 van

beleidsuitgangspunten worden geformuleerd waarop de raad kan

kracht. Doel van de regeling is de kwaliteit van het landelijke gebied

sturen.

te verbeteren zonder dat dit tot kosten van de overheid leidt. De

scenario’s

provincie biedt de mogelijkheid om extra woningen te realiseren In de Nota is verder aangegeven dat de gemeente in sommige

bovenop

gevallen verplicht is een exploitatieplan op te stellen.

contingenten), om van de opbrengsten de sloop en van stallen te

14

Daarmee

Woonrijp maken gebeurt in de afrondende fase van een ontwikkeling en behelst de afwerking van het openbare gedeelte van een bebouwd terrein.

15

reeds

toegekende

aantallen

woningen

(zogenaamde

Bij de residuele grondprijsberekening wordt de hoogte van de grondwaarde bepaald door de totale kosten voor bouwen af te trekken van de totale opbrengstwaarde van het te realiseren vastgoed . Grondkosten is dan het sluitstuk.

| 22

betalen. De gemeente wijst locaties voor Ruimte voor Ruimte-kavels

risicomijdend en kostenverhalend. De gemeente heeft een

aan. In samenspraak met de eventuele aanvrager wordt een

toezichthoudende rol.

bestemmingsplan op kosten en risico van de aanvrager opgesteld.

•

Actief grondbeleid: de gemeente fungeert als ondernemer, regisseert,

In de Nota is aangegeven dat de verantwoording over het grondbeleid plaatsvindt

via

de

producten

in

de

P&C

cyclus

verwerft

en

exploiteert

gronden

zelf.

Actieve

grondpolitiek is risicodragend en kan winstgevend zijn.

(begroting,

jaarrekening en bestuursrapportage).

De gemeente kiest bij passief grondbeleid voor het kostenverhaal middels

een

anterieure

overeenkomst.

Deze

moet

vóór

het

Nota Grondbeleid 2011 (vastgesteld op 23 juni 2011)

vaststellen van een exploitatieplan worden opgesteld en het college

Aanleiding om na twee jaar een nieuwe Nota Grondbeleid vast te

is wettelijk bevoegd een besluit te nemen over het aangaan van een

stellen is dat de gemeente wil inspelen op veranderingen in wet- en

dergelijke overeenkomst. Het college moet daarover verantwoording

regelgeving, de veranderende markt en de wens om een eenduidige

afleggen aan de gemeenteraad. Evenals in de versie van 2009

kaderstellende werkwijze te hanteren voor projecten met actief en

vermeldt de Nota van 2011 dat de gemeente jaarlijks de grondprijs

passief grondbeleid.

moet herzien, om daarmee het exploitatieplan actueel te houden.

De gemeente kiest in deze Nota primair voor passief grondbeleid

Bij actief grondbeleid wil de gemeente bij projecten met een

vanwege risico-overwegingen, in de context van de economische

gebiedsontwikkeling met een ‘bijzonder karakter’ (bijvoorbeeld

crisis op dat moment. In 2009 werd nog het uitgangspunt van actief

ontwikkelingen in een dorpscentrum) of met meer dan 25 woningen

grondbeleid als uitgangspunt gehanteerd. De gemeente houdt in

een residuele grondprijsbepaling hanteren. De residuele methode is

deze nieuwe Nota de mogelijk open om bij potentiële winstgevende

erop gericht de marktwaarde van grond direct af te leiden van de

gebiedsontwikkelingen voor actief grondbeleid te kunnen kiezen.

marktwaarde van een object dat wordt gebouwd. Voorwaarde bij het hanteren van deze methode is dat de opbrengst van de grond

De Nota geeft de volgende toelichting op actieve en passieve

tenminste gelijk is aan de vastgestelde grondprijs. De Nota stelt dat

grondpolitiek:

het college jaarlijks de raad moet inlichten over vastgestelde

•

grondprijzen middels een raadsnotitie.

Passieve grondpolitiek: initiatief voor de uitvoering van ruimtelijke plannen ligt bij derden. De gemeente stelt kaders door middel van het

bestemmingsplan.

Passief

grondbeleid

is

afwachtend,

In de Nota staat dat Ruimte voor Ruimte projecten ook een financiële bijdrage opleveren voor de gemeente. Afhankelijk van het aantal | 23

RvR-kavels dat wordt gerealiseerd in de gemeente, kan de

niet toe te passen om projecten (financieel) haalbaar te houden. De

provinciale bijdrage voor de gemeente oplopen tot 100.000 euro per

inspanningsverplichting om zoveel mogelijk beleidsambities te

kavel.

realiseren, blijft staan. Het college geeft verder aan dat afwijkingen van het geldende beleid gemotiveerd en financieel onderbouwd

Ook in deze Nota is opgenomen dat voorafgaand aan een project

dienen te worden. Het college geeft aan dat door deze pragmatische

(gebiedsontwikkeling)

raad

insteek een goede balans ontstaat tussen de ruimtelijke opgave, de

heldere

toepassing van het geldende beleid en de financiële en ruimtelijke

gepresenteerd

meerdere

worden.

Elk

scenario’s project

moet

aan

de

ook

beleidsuitgangspunten hebben waarop de raad kan sturen.

kaders. Deze keuzes worden zichtbaar gemaakt voor de gemeenteraad op

In de Nota wordt verder aangegeven dat de gemeente projectmatig

het moment dat bestemmingsplannen ter besluitvorming voorliggen.

werkt in gebiedsontwikkelingen. De Nota geeft zeer summier een

De gemeenteraad kan dan indien nodig bijsturen. Dit kan de raad

beschrijving van projectmatig werken.

ook doen aan de hand van de jaarlijkse meerjarenprognose grondexploitatie (zie verderop), waarin de kosten en opbrengsten van

Nota Grondbeleid 2020-2024

een ruimtelijk ontwikkelplan beschreven staan.

Vervolgens duurt het enige tijd voordat het grondbeleid opnieuw wordt geactualiseerd. Dat gebeurt in 2020 met de Nota Grondbeleid

In de nieuwe Nota maakt de gemeente onderscheid tussen actief,

voor de periode 2020-2024. daarin wordt kort teruggeblikt op de

faciliterend (passief) en situationeel grondbeleid. De gemeente kiest

afgelopen jaren. Er wordt gesteld dat de gemeente in voorgaande

nu voor situationeel grondbeleid. Dit houdt in dat de gemeente per

jaren zeer terughoudend is geweest met het verwerven van

ruimtelijke ontwikkeling bepaalt welke vorm van grondbeleid het

grondposities als gevolg van de (financiële) crisis. Door de

meest geschikt is (actief, faciliterend of een mengvorm). Onder de

veranderde situatie op de woningmarkt is daarom herijking van het

mengvorm

grondbeleid aan de orde.

samenwerking.

In de Nota geeft de gemeente aan dat het een uitdaging is om de

De keuze voor situationeel grondbeleid biedt de gemeente de

beleidsambities

(woning)bouwprogramma,

mogelijkheid om maatwerk per locatie en per ontwikkeling te creëren,

duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit integraal in alle ruimtelijke

om zoveel mogelijk doelstellingen en ambities te realiseren. In de

ontwikkelingen toe te passen. Indien nodig kan de gemeente

Nota staat een afwegingskader van de voor- en nadelen van actief of

besluiten (onhaalbare) beleidsambities naar beneden bij te stellen of

faciliterend grondbeleid. Als nadeel van situationeel grondbeleid

op

de

thema’s

verstaat

verschillende

vormen

van

publiek-private

| 24

staat in de Nota genoemd dat het niet meteen helder is welke rol de

In de Nota Grondbeleid is een afwegingskader opgenomen om een

gemeente bij een ruimtelijke ontwikkeling gaat spelen , omdat zij

keuze voor de vorm van grondbeleid te maken . De belangrijkste

hierin haar rol moet bepalen. De Nota gaat niet in op het moment

criteria zijn:

waarop de gemeente een keuze maakt in de vorm van het

•

Passend bij de ambitie van de gemeente

grondbeleid bij een project. De Nota gaat ook niet in op de eventuele

•

Maatschappelijk belang

rol van de raad bij de keuze voor het type toe te passen grondbeleid.

•

Grondposities nodig om de doelstelling te realiseren

•

Afweging middelen en financiële belangen

De besluitvorming over grondexploitaties vindt net als in de

•

Risicoprofiel

voorafgaande Nota grondbeleid van 2011 plaats via de P&C cyclus

•

Marktontwikkelingen

in de jaarlijkse ‘meerjarenprognose grondexploitatie’ die gedeeld

•

Gewenste rol gemeente

wordt met de raad. De onderzochte projecten zijn niet getoetst aan dit kader aangezien de vier projecten zijn gestart voor vaststelling van deze Nota in juni 2020. In tegenstelling tot de Nota Grondbeleid 2011 wordt in deze Nota Grondbeleid niet meer over het voorleggen van scenario’s aan de raad gesproken. In de Nota wordt verwezen naar bevoegdheden die de raad heeft gedelegeerd aan het college in een zogeheten ‘delegatieverordening’. Uit het navragen bij de ambtelijke organisatie is naar voren gekomen dat dit zou moeten gaan om een verordening die is vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2000. Dit besluit is echter niet meer van toepassing omdat daar nog een verwijzing in P&C cyclus grondexploitaties (bron: Nota Grondbeleid 2020 -2024)

staat naar wettelijke bepalingen van voor de invoering van de Wro per 1 juli 2008. Er is geen andere delegatieverordening aangetroffen.

| 25

In de drie onderzochte Nota’s grondbeleid wordt niet ingaan op de

Parkeerbeleid

communicatie

De gemeente heeft het parkeerbeleid vastgelegd in de ‘beleidsregels

en

participatie

als

instrumenten

voor

effectief

samenspel met belanghebbenden bij bouwprojecten. Dat betekent

parkeernormen

Sint-Michielsgestel’.

Deze

beleidsregels

zijn

dus ook dat er op het terrein van communicatie en participatie geen

vastgesteld door het college op 27 september 2016 en vier jaar later

onderscheid wordt gemaakt in actieve en facilitaire projecten, terwijl

met enkele wijzigingen opnieuw vastgesteld op 13 oktober 2020.

de gemeente in beide type projecten juist wel een andere rol heeft.

De beleidsregels bevatten onder andere de volgende bepalingen:

Ook in andere beleidsdocumenten zijn hiervoor geen kaders

•

De gemeente hanteert geen vastgestelde parkeernormen , maar

aangetroffen. Dit kader was er wel vanaf de vaststelling van de Nota

gaat uit van een theoretische parkeerbehoefte op basis van

participatiebeleid eind 2022.

CROW-kengetallen die geactualiseerd worden. Die theoretische parkeerbehoefte wordt aangehouden als norm. •

MPG (Meerjarenprogramma Grondbedrijfsfunctie)

Elke (nieuwe) ruimtelijke ontwikkeling moet voorzien in de eigen

paragraaf

‘theoretische parkeerbehoefte’. Een zogenoemde parkeerbalans

grondexploitaties in de jaarbegroting stelt de gemeente twee keer per

moeten laat zien dat deze theoretische parkeerbehoefte en de

jaar (voorjaar, najaar) een (MPG) op, die wordt aangeboden aan de

beschikbare parkeerruimte in evenwicht zijn.

In

aanvulling

raad.

In

op

het

de

Nota

MPG

grondbeleid

wordt

inzicht

en

de

gegeven

in

de

•

De beleidsregels zijn van toepassing op nieuwe ruimtelijke

grondbedrijfsactiviteiten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen

ontwikkelingen (en gelden dus niet met terugwerkende kracht

actieve

voor eerdere projecten).

projecten

(eigen

exploitaties)

en

facilitaire

projecten

(exploitaties door derden). Het MPG functioneert als instrument voor de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=4fea4d80-6215-4dd6-ac3e-7572ed1ccf5f