CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

09.c - Bijlage 2 OBP Bestemmingsplan Irenestraat2 Sint-Michielsgestel (1265717)

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 15 juli 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: 8 Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Irenestraat20.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor nationaal beschermde soorten kan sprake zijn van een overtreding van artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb. Maar voor alle in het onderzoeksgebied verwachte nationaal beschermde soorten geldt in de provincie NoordBrabant een vrijstelling omdat de werkzaamheden vallen onder de noemer ruimtelijke ontwikkelingen. Zorgvuldig handelen blijft echter vereist.

4

Cobra adviseurs, Quickscan Natuur schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel, d.d. 1 april 2019

Hoofdstuk 4

28

Vervolgstappen De volgende vervolgstappen zijn nodig:  uitvoeren van nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in het schoolgebouw;  behouden van bewoonde vogelnesten door te werken buiten het broedseizoen of door aanvullende nestcontroles;  inspecteren van de werkomgeving op dieren direct voorafgaand aan de werkzaamheden.  de gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting hanteren. Gebiedsbescherming De voorgenomen werkzaamheden hebben naar verwachting geen invloed op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of het nabijgelegen Natuurnetwerk Nederland (NNN). Vervolgstappen zijn in dit kader niet nodig. Houtopstanden Voor het kappen van bomen is geen omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden nodig omdat de betreffende bomen niet op de Bomenlijst van gemeente Sint-Michielsgestel staan. Verder is er geen sprake is van een meldings- en herplantplicht in het kader van hoofdstuk 4 Wnb. Maatregelen niet-beschermde soorten In het onderzoeksgebied is door omwonenden melding gemaakt van niet-beschermde soorten brede wespenorchis en neushoornkever. Aangeraden wordt om voorafgaand aan de werkzaamheden de groeiplaatsen van brede wespenorchis te inventariseren en deze te verplanten naar een locatie buiten het onderzoeksgebied. Ook neushoornkevers kunnen worden verplaatst samen met de hopen houtsnippers en compost waarin deze soort leeft.

Uitspraak Raad van State n.a.v. PAS In de quickscan natuur geeft het onderzoeksbureau aan dat de voorgenomen werkzaamheden naar verwachting geen invloed hebben op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Echter dient n.a.v. de Raad van State uitspraak van 29 mei 2019 beoordeling bij stikstofemissies op Natura 2000-gebieden nu conform artikel 6 van de Habitatrichtlijn te gebeuren. Dit betekent dat een project qua stikstofemissie 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden mag bijdragen. Om deze reden is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.10). Vleermuisonderzoek Er is door Cobra groeninzicht een vleermuisonderzoek5 uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Het gaat om een gericht onderzoek naar verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en/of gewone grootoorvleermuis. Deze soorten zijn in het kader van de Wnb beschermd. Het schoolgebouw moet worden gesloopt. Daarbij konden in de uitgevoerde quickscan negatieve effecten op genoemde soorten op voorhand niet uitgesloten worden. Tijdens het onderzoek met de batdetector en tijdens de visuele inspectie van de zolders zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld.

Omdat gewerkt is volgens de in het Vleermuisprotocol 2017 voorgeschreven werkwijze, kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het schoolgebouw redelijkerwijs uitgesloten worden. 5

Cobra groeninzicht, Vleermuisonderzoek schoolgebouw aan Irenestraat Sint-Michielsgestel, d.d. 22 januari 2020

Hoofdstuk 4

29

Het slopen van het schoolgebouw leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb ten aanzien van vleermuizen. Er is dus geen ontheffing in het kader van de Wnb nodig. 4.9.3 Conclusie Vanuit het aspect flora en fauna zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.

4.10 Stikstofdepositie Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, wat ligt op een afstand van ongeveer 4,1 km. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van in totaal 38 woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is daarom een AERIUS-berekening6 uitgevoerd door BRO. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

4.11 Bodem 4.11.1 Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk.

6

BRO, Notitie AERIUS-berekening Irenestraat Sint-Michielsgestel, d.d. 7 oktober 2020

Hoofdstuk 4

30

4.11.2 Onderzoek Er is door Milon een verkennend bodemonderzoek7 uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond geen bijmengingen waargenomen. Asbestverdacht materiaal is eveneens niet aangetroffen. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is ten hoogste een licht verhoogd gehalte lood aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor de aankoop, het huidige gebruik van de locatie en de voorgenomen herinrichting. 4.11.3 Conclusie Vanuit het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.

4.12 Water 4.12.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding, die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling, die mogelijk wordt gemaakt. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het rijksbeleid. Dit om door samenwerking van organen met de verschillende bevoegdheden tot een duurzaam watersysteem te komen. Naast dit beleidskader is in het provinciaal Milieu- en waterplan Noord-Brabant 2016-2021 (PNWP) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Dit plan staat voor "samenwerken aan Brabant, waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving". Voor het grotere oppervlaktewaterstelsel zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen.

De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheersplan “Waardevol Water” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap 7

Milon, Verkennend bodemonderzoek Irenestraat 2 te Sint-Michielsgestel, d.d. 3 juni 2019

Hoofdstuk 4

31

een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. Deze uitgangspunten gelden als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer over het lokale (opper)vlaktewater heeft De drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta hebben een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in of aan het oppervlaktewater kan een vergunning benodigd zijn. Het beleid voor en beheer van de riolering van de gemeente Sint-Michielsgestel is vertaald in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) voor de periode 2020-2024. Binnen de uitvoeringsstrategie van het VGRP zijn per 2020 de grootschalige vervangingen van het vrijvervalriool op wijkniveau voorzien.

Met het oog op deze strategie lag tot die tijd de prioriteit bij het planmatig vervangen van de voorzieningen binnen het rioolsysteem zoals elektromechanische pompinstallaties van rioolgemalen, drukrioolunits in het buitengebied en randvoorzieningen. De grootschalige rioolvervangingen op wijkniveau zijn gericht op maximaal afkoppelen. Het VGRP geeft tevens invulling aan de wettelijke zorgplichten voor hemelwater en grondwater. Het streven is gericht op een duurzame, klimaatbestendige leefomgeving met als doel klimaatneutraal zijn in 2040. Verder dient geanticipeerd te worden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In overeenstemming met het landelijk Bestuursakkoord Water is binnen werkeenheid De Meijerij een regionaal samenwerkingsverband ingesteld van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel, Brabant Water en de gemeenten Best, Boxtel, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Oirschot, Oisterwijk, Sint-Michielsgestel, Meierijstad en Vught. Door het verband wordt binnen het watersysteem en de waterketen samengewerkt aan doelmatig stedelijk waterbeheer. Door aan te haken bij de samenwerking (afval)waterketen De Meierij houdt de gemeente zicht op eventueel te benutten subsidiestromen. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw-, her- en verbouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd.

Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Voor de kleine planontwikkeling (<2.000 m² nieuwe verharding buiten hydrologische gevoelig gebied) is de gemeente bevoegd/toetsend gezag. Gezien de geohydrologische omstandigheden binnen de gemeente is het uitgangspunt dat perceeleigenaren in nieuw-, her- en verbouw situaties bij zowel in- als uitbreidingen hun hemelwater altijd redelijkerwijs zelf verwerken. Dit betekent het kunnen bergen/verwerken van de neerslaggebeurtenissen uit de Keur (in 2019: bergingseis van 60mm). Als ondergrens hanteert Sint-Michielsgestel een toename van 250 m². In incidentele gevallen, zoals in bestaand stedelijk gebied en/of in lokaal minder geschikte geohydrologische omstandigheden (hoge grondwaterstand en/of slechte doorlatendheid), kan hemelwaterafvoer via een openbare voorziening een doelmatiger oplossing vormen. De afweging hiervoor wordt door de gemeente gemaakt.

Hoofdstuk 4

32

4.12.2 Onderzoek Er is door Aeres Milieu een waterparagraaf8 opgesteld voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Bij de nieuwbouw zal een gescheiden stelsel aangelegd worden. Hierdoor kan bij toekomstige scheiding van het stelsel eenvoudig afgekoppeld worden. Door het aanhouden van hetzelfde vloerpeil als bestaand (ca. 6,4 m +NAP; vloerpeil 20-30 cm boven de kruin van de weg) zonder kelder is bij het planvoornemen geen grondwateroverlast te verwachten. Op basis van het gemeentelijk klimaatbestendig beleid gaat, binnen wat mogelijk is, de voorkeur uit naar 60 mm hemelwaterverwerking op eigen terrein. Door de sloop van het schoolgebouw en de realisatie van 38 woningen zal de afvalwaterhoeveelheid naar verwachting nagenoeg gelijk blijven (ca. 1,3-1,5 m³/u). De afvoer kan derhalve zonder aanpassingen op het bestaande stelsel aangesloten worden. Voor de aansluiting dient te zijner tijd een vergunning bij de gemeente Sint-Michielsgestel aangevraagd te worden. Minimaal dient de toename van afstromend hemelwater als gevolg van de verhardingstoename (ca. 61 m³) en bij voorkeur als gevolg van de gehele verharding (ca. 284 m³) op eigen terrein opgevangen te worden.

Door de voorgenomen planinrichting met een verhard binnenterrein zijn beperkte verwerkingsmogelijkheden voor het hemelwater aanwezig. De best toepasbare hemelwatervoorzieningen voor het planvoornemen zijn de aanleg van een waterpasserende bestrating, een ondergronds infiltratieveld of een IT-riolering. Een andere, duurdere mogelijkheid is de toepassing van een groendak op het appartementencomplex en de berging om de toename aan verharding te compenseren. Het definitief type hemelwatervoorziening is nog niet bepaald. Bij het definitieve bouwplan zal voorafgaand aan de omgevingsvergunning een herberekening plaatsvinden van het uiteindelijk aanwezig verhard oppervlak en de benodigde waterberging. Een hiervoor geschikte hemelwatervoorziening zal naar verwachting onder het binnenterrein aangelegd worden waar voldoende ruimte aanwezig is om de toename aan verharding te compenseren. Bij de verdere planuitwerking dienen het toekomstige DWA- en HWA-stelsel/voorzieningen concreet opgenomen te worden. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar laagte of groen op eigen perceel en niet naar de omliggende bebouwing.

Wanneer een bronnering noodzakelijk is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in of nabij een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden via het Omgevingsloket. 4.12.3 Conclusie Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.

8

Aeres Milieu, Beknopte waterparagraaf Irenestraat 2 te Sint-Michielsgestel, d.d. 6 oktober 2020

Hoofdstuk 4

33

4.13 Archeologie 4.13.1 Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Het perceel heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ in de geldende beheersverordening. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 0,5 meter – mv. Het initiatief is daarmee onderzoeksplichtig. 4.13.2 Onderzoek ArcheoPro heeft in augustus 2010 al een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied Irenestraat 2. Het onderzoek komt voort uit een bureauonderzoek uitgevoerd door Van Sprew (maart 2010).

Op basis van dat bureauonderzoek werd proefsleuvenonderzoek geadviseerd, maar de gemeente heeft in afwijking hierop besloten eerst een verkennend booronderzoek te laten uitvoeren. Om de bodemopbouw en eventuele bodemverstoringen te kunnen vaststellen, heeft ArcheoPro met behulp van een Edelmanboor in totaal 10 boringen gezet. Daarbij bleek dat binnen het plangebied inderdaad een esdek aanwezig is. Zowel dit esdek als de onderliggende top van de C-horizont waren echter sterk verstoord. Restanten van podzolvorming ontbraken hier. De verstoringsdiepte onder het esdek bedroeg gemiddeld 33 cm. Op basis van de resultaten van het onderzoek werd - vanwege de sterk verstoorde bodem - aanbevolen om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Selectieadvies Hoewel het bureauonderzoek en het booronderzoek meer dan 10 jaar geleden zijn uitgevoerd onder KNA v. 3.1 (vigerend is KNA v. 4.1 ), kan de gemeente instemmen met de inhoud en strekking van beide rapporten. De gemeente neemt dan ook het advies over om voor de ontwikkeling aan de Irenestaat 2 geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk te stellen. Het selectieadvies is opgenomen als bijlage. Ondanks het uitgevoerde onderzoek geldt dat het te allen tijde mogelijk blijft dat er tijdens grond- en graafwerkzaamheden alsnog bepaalde archeologische waarden of resten kunnen worden aangetroffen, zogenaamde ‘toevalsvondsten’.

In dat geval bestaat er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet de wettelijke plicht om deze direct te melden. In de praktijk kan dit het beste direct worden gedaan bij de bevoegde overheid, in dezen de gemeente Sint-Michielsgestel.

Hoofdstuk 4

34

4.13.3 Conclusie Vanuit het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.

4.14 Cultuurhistorie 4.14.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. De gemeente Sint-Michielsgestel heeft een erfgoedverordening (Erfgoedverordening Sint-Michielsgestel 2017). Deze heeft met name betrekking op gemeentelijke en archeologische monumenten.

4.14.2 Onderzoek De weg Beekkant is in de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van Noord-Brabant aangeduid als een lijn met redelijk hoge historische geografie. Verder zijn er in de omgeving van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen gelegen. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de cultuurhistorische waarde van de weg Beekkant. De betrokken percelen en objecten zijn op basis van de Erfgoedverordening van de gemeente niet aangemerkt als monument of beschermd dorpsgezicht. Het initiatief tast het erfgoed van de gemeente niet aan. 4.14.3 Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.

Hoofdstuk 4

35

4.15 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.15.1 Toetsingskader Bij besluit van 21 februari 2011 zijn het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer in lijn brengen van het besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten, die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling). Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang. Op 16 mei 2017 is een herziening van de m.e.r- wetgeving in werking getreden. Als een project (activiteit die voorkomt in Bijlage D van het Besluit m.e.r.) nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet dan binnen 6 weken beslissen of een m.e.r.-plicht geldt. 4.15.2 Aanmeldingsnotitie m.e.r. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling9 opgesteld.

Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het bevoegd gezag geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld. Het bevoegd gezag dient hierover een besluit te nemen voor de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.

9

BRO, Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel, Sint-Michielsgestel, d.d. 8 oktober 2020

Hoofdstuk 4

36

5.

JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2 Plansystematiek Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

Hoofdstuk 5

37

Hoofdstuk 1: Inleidende regels In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven. Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan:  Begrippen: In deze regels zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begrippen zijn alleen nodig wanneer die gebruikt worden in de regels en wanneer deze tot verwarring kunnen leiden of op meerdere manieren te interpreteren zijn.  Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komt de bestemming aan de orde. De opbouw van de bestemming ziet er als volgt uit:  Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functie.  Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd.

Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart).  Afwijken van de bouwregels: burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning bepaalde oppervlaktematen van bijgebouwen en herbouw van een woning buiten het bouwvlak, die conform de bouwregels niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.  Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden. Hoofdstuk 3: Algemene regels In het derde hoofdstuk zijn de regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het gehele plan. De algemene regels zijn (evenals de inleidende regels) van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels.

 Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.  Algemene gebruiksregels: deze regels geven algemene regels over wat onder een strijdig gebruik wordt verstaan. Ook is een regeling opgenomen ter waarborging van voldoende parkeergelegenheid.  Algemene afwijkingsregels: in deze regels is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Hoofdstuk 5

38

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel(s) In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen:  Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsregel houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Een hardheidsclausule is opgenomen zodat het bevoegd gezag kan afwijken van het overgangsrecht voor gebruik.  Slotregel: deze regel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald (de naam van het bestemmingsplan).

5.3 Toelichting op de bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen. Tuin Deze bestemming is gelegd op de gronden die in beginsel niet mogen worden bebouwd. Het betreft in dit geval voortuinen bij woningen, waarvoor het uit ruimtelijk oogpunt gewenst is, dat deze niet worden bebouwd. Slechts erf- en terreinafscheidingen zijn toegestaan, alsmede met name in voortuinen zeer ondergeschikte bouwdelen als erkers. Verkeer – Verblijfsgebied Binnen deze bestemming zijn de gebieden met een verkeers- of verblijfsfunctie, inclusief parkeervoorzieningen, opgenomen. Er zijn alleen gebouwen mogelijk in de vorm van nutsvoorzieningen. Voor het overige zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogelijk. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor alle woningen in het plangebied met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, erven, tuinen, parkeervoorzieningen en verhardingen. De rijwoningen hebben de aanduiding ‘aaneengebouwd’ gekregen en appartementen de aanduiding ‘gestapeld’. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bergingen’ zijn bergingen toegestaan ten behoeve van de gestapelde woningen zoals een fietsenstalling, berging en/of berging voor containers.

De woningen dienen te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden als sociale huurwoningen, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 onder d van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Om dit te waarborgen is in de specifieke gebruiksregels een bepaling opgenomen. De maximum goot- en bouwhoogte van de woningen is opgenomen op de verbeelding, alsmede het maximum aantal toegestane wooneenheden per bouwvlak. Voor de regeling van bijgebouwen is aangesloten bij de standaard van de gemeente Sint-Michielsgestel.

Hoofdstuk 5

39

De aan-huis-verbonden bedrijven en beroepen zijn rechtstreeks mogelijk en middels een specifieke gebruiksregel geregeld. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de parkeersituatie goed is geregeld en dat het beroep of de bedrijfsmatige activiteit door de hoofdbewoner(s) wordt uitgeoefend. Envelop-principe Qua dakhelling is aangesloten bij de envelopprincipe die de gemeente Sint-Michielsgestel aanhoudt in komgebieden. In beginsel is een dak met een helling van 0° tot 60° voorgeschreven. Binnen de maximale grenzen, die het dak kan hebben, is het bouwen met een afwijkende dakvorm echter toegestaan. Bij een afwijkende kapvorm valt bijvoorbeeld te denken aan een rond dak, een topgevel of een andere rechtopgaande gevelconstructie, mits de voorgestelde dakoplossing van het bouwplan blijft binnen de denkbeeldige lijnen van deze dakhelling. Om dergelijke constructies mogelijk te maken, is in de regels gebruik gemaakt van het zogenaamde ‘envelop-principe’. Zolang het bouwplan blijft binnen de maximale contouren van de dakhelling, die de vorm heeft van een opengevouwen envelop, kan de bouwvergunning worden verleend, voor zover het de toetsing van het bestemmingsplan betreft.

Figuur 5.1 Envelop-principe in beeld gebracht

Overschrijding van de denkbeeldige lijnen van de dakhelling is mogelijk voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende delen van ondergeschikte betekenis. De formulering ‘van ondergeschikte betekenis’ is nader ingevuld door de bepaling dat de uitstekende delen niet meer dan de helft van de breedte van het dakvlak mogen beslaan.

Hoofdstuk 5

40

6.

UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente in beginsel zonder kosten voor de gemeente worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel verplicht om de kosten te verhalen en voor het plangebied gelijktijdig met het bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen, waarop het gebied betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12 lid 2 kan de gemeenteraad van de gemeente besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als het kostenverhaal verzekerd is. Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Echter is met de ontwikkelende eigenaar van de gronden, die binnen het plangebied gelegen zijn, een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro, voordat het bestemmingsplan is vastgesteld. Hierdoor geldt geen verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan. In deze anterieure overeenkomst zijn de afspraken tot verhaal van kosten goed vastgelegd. Er worden door de gemeente voorzieningen getroffen buiten het plangebied, maar binnen het exploitatiegebied.

Dit gebied wordt nader aangeduid op een tekening en als zodanig benoemd in de anterieure overeenkomst die wordt aangegaan. Alle kosten i.v.m. en voor in het exploitatiegebied te treffen maatregelen en voorzieningen worden verhaald op Woonmeij op basis van de anterieure overeenkomst. Ook is vooraf een overeenkomst tot verhaal van kosten tegemoetkoming planschade aangegaan.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het gewenst dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:  Vooroverleg;  Inspraak;  Vaststellingsprocedure.

Hoofdstuk 6

41

6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan is aangemeld bij de Provincie Noord-Brabant (e-formulier) en bij Waterschap De Dommel. De Provincie heeft aangegeven dat het ingevulde formulier over de in het voorontwerp betrokken ruimtelijke aspecten geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Het wettelijk vooroverleg kan dan ook als afgerond beschouwen volgens de Provincie. Het Waterschap heeft aangegeven in te stemmen met het voorontwerpbestemmingsplan. Het plan geeft op een goede manier invulling aan de waterbelangen. 6.2.2 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken.

Dit plan is voor inspraak in procedure gebracht. In verband met de corona maatregelen is de informatieavond vervangen door een online platform waarop de informatie met betrekking tot het bestemmingsplan en een uitleg over de procedure staat aangegeven. Er zijn geen inspraakreacties binnengekomen bij de gemeente. 6.2.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van de ter inzagelegging en de consequenties voor het bestemmingsplan worden beschreven in deze paragraaf.

Hoofdstuk 6

42

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Quickscan natuur Bijlage 3: Vleermuisonderzoek Bijlage 4: AERIUS-berekening Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Waterparagraaf Bijlage 7: Selectieadvies archeologische monumentenzorg Bijlage 8: Aanmeldingsnotitie m.e.r.

Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Wonen

13 14 15

Hoofdstuk 3

Algemene regels

19

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

19 20 22

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

23

Artikel 9 Artikel 10

Overgangsrecht Slotregel

23 24

2

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

Regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

het plan

het bestemmingsplan 'Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel' van de gemeente Sint-Michielsgestel; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0845.BP2021SMGIRENESTR2-ON01 met de bijbehorende regels en bijlage; 1.3

aanbouw

een aan een hoofdgebouw toegevoegd afzonderlijk gebouw dat in functioneel opzicht een integrerend onderdeel van het hoofdgebouw vormt en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aanduidingsvlak

een aangegeven vlak, waarop een aanduiding betrekking heeft; 1.7

aaneengebouwd gebouw

een gebouw, deel uitmakend van een bouwmassa, bestaande uit drie of meer aan elkaar gebouwde grondgebonden hoofdgebouwen; 1.8

aan-huis-verbonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9

aan-huis-verbonden bedrijf

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, evenwel ook met uitzondering van kapperszaken, of het uitoefenen van een ambachtelijk bedrijf in of bij een woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

4

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

1.10

afhankelijke woonruimte

een bijgebouw dat qua aard en ligging een ruimtelijke eenheid vormt met het woonhuis en, waarin een gedeelte van het huishouden uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.11

ambachtelijk bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken, of herstellen van goederen, alsook – in verband hiermee als ondergeschikt belang – het verkopen en/of leveren van goederen; 1.12

bebouwing

één of meer gebouwen en/of één of meer bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13

bebouwingspercentage

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; 1.14

bed & breakfast

een nevenactiviteit in een bestaande woning waar logies wordt verstrekt en waar eventueel afzonderlijke maaltijden worden verstrekt aan gasten; 1.15

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.16

bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.17

bedrijfswoning/dienstwoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.18

begane grond

het met de straat gelijk liggende deel van een gebouw; 1.19

beleidsregel parkeren

een beleidsregel die voor de uitoefening van de in het plan opgenomen regels uitleg geeft met betrekking tot het aspect parkeren, als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 2 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening;

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

5

1.20

beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.21

bestaand(e situatie)

a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, die gebouwd is met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet verleende omgevingsvergunning dan wel verleende vergunning, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dit tijdstip aangevraagde vergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond- en bouwwerken, zoals aanwezig op het tijdstip waarop dit bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen; 1.22

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.23

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming (een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde bestemming); 1.24

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.25

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.26

bouwvlakgrens

de grens van een bouwvlak; 1.27

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.28

bouwmassa

een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen;

6

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

1.29

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.31

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.32

bouwwerk, geen gebouw zijnde

een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.33

carports

een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat, voorzien van een dak en ten hoogste twee wanden, door zijn plaatsing, indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor het stallen van motorvoertuigen; 1.34

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35

dienstverlening

het bedrijfsmatig verrichten van maatschappelijke en economische diensten van of ten behoeve van het publiek al dan niet met baliefunctie, waaronder zijn inbegrepen kantoren, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.36

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond; 1.37

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.38

functie

doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan;

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

7

1.39

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met minimaal twee wanden omsloten ruimte vormt; 1.40

gestapeld gebouw

bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten; 1.41

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.42

huishouden

Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksverbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband. 1.43

kantoor

een gebouw, gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch, ontwerp technisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan of geholpen; 1.44

mantelzorg

langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.45

nutsvoorziening

bouwwerk ten behoeve van een op het openbaar netwerk aangesloten voorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het wegverkeer; 1.46

ondergeschikt

een functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen als zodanig mag worden gebruikt; 1.47

ontsluitingsweg

een openbare voor het verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten, betreffende woonstraten waar maximaal 30 km per uur mag worden gereden;

8

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

1.48

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één gesloten wand; 1.49

pick up point

een locatie waar de consument uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten. Pick up points worden gezien als detailhandel; 1.50

plangrens

de begrenzing van het bestemmingsplan; 1.51

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding; 1.52

seksinrichting

a. een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; b. onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.53

sociale huurwoning

Een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1., eerste lid, onder d. van het Besluit ruimtelijke ordening. 1.54

strijdig gebruik

niet verenigbaar met of tegengesteld aan het toelaatbaar gestelde gebruik op grond van de bepalingen in dit plan; 1.55

teeltondersteunende voorzieningen

voorzieningen in, op of boven die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt. a. hoge teeltondersteunende voorzieningen met een meer permanent karakter: teeltondersteunende voorzieningen, in de regel hoger dan 1,5 m, ter bescherming van zaaisels en planten, tegen onkruid en wildschade en tegen weersinvloeden, die vrij gemakkelijk verwijderbaar zijn, maar waarbij dat niet na elk teeltseizoen plaatsvindt, zoals teeltbakken in stellingen, plastic en foliekassen, -tunnels en -regenkappen; b. hoge ondersteunende voorzieningen met een tijdelijk karakter: teeltondersteunende voorzieningen, in de regel hoger dan 1,5 m, ter bescherming van zaaisels en planten, tegen weersinvloeden, die aanwezig zijn gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 8 maanden, weer worden verwijderd, zoals voor mensen toegankelijke wankelkappen, schaduwhallen en hagelnetten; c. lage teeltondersteunende voorzieningen met een meer permanent karakter:

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

9

teeltondersteunende voorzieningen voorplantaardige teelten, met een hoogte van maximaal 1,5 m, die op of nabij de grond worden aangebracht, voor zogenaamde containerteelt; d. lage teeltondersteunende voorzieningen met een tijdelijk karakter: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, aanwezig gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 8 maanden, weer wordt verwijderd, zoals lage tunnels, insectengaas, afdekfolies en vlakveldfolies. 1.56

tuin

een stuk grond behorende bij een woonhuis, welke is ingericht met (open) water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en/of groenvoorzieningen en/of verhardingen ten behoeve van het woongenot en ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw; 1.57

uitbouw

de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.58

voorgevellijn

de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.59

vrijstaand

bebouwing waarvan het hoofdgebouw niet grenst of aansluit aan andere hoofdgebouwen; 1.60

water en waterhuishoudkundige voorzieningen

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.; 1.61

weg

een openbare voor het verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten, met een doorgaand karakter waar 50 km per uur of harder mag worden gereden; 1.62

werk

een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.63

wonen

het gehuisvest zijn of het huisvesten van personen in een woonhuis/woning; 1.64

woonhuis/woning

Woonhuis, tevens woning genoemd (en vice versa), zijnde een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van: 1. één huishouden, of;

10

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

2. één huishouden plus maximaal twee individuele personen, of; 3. maximaal 4 individuele personen.

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

11

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

goothoogte van een gebouw

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3

hoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5

lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren). De in deze regels gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en soortgelijke bouwdelen. 2.6

peil

a. voor bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, of de bovenkant van de afgewerkte vloer van de begane grond; b. indien in of op het water wordt gebouwd dient het plaatselijk peil, dan wel het afgewerkte maaiveld aangehouden te worden; 2.7

Ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits het bouwdeel niet meer dan 1 meter uitsteekt. Balkons mogen maximaal 2,5 meter uitsteken.

12

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e.

ontsluitingswegen en paden; (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groen en groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen;

3.2

Bouwregels

3.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. uitbouwen bij op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend als erfafscheidingen. 3.2.2

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen uitsluitend uitbouwen in de vorm van erkers bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m bedraagt; b. de erker over ten hoogste 50% van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; c. de bouwhoogte van de erker ten hoogste gelijk is aan de hoogte van de eerste bouwlaag + 0,25 m van het hoofdgebouw. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn c.q. voorgevel niet meer dan 1 m mag bedragen.

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

13

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

wegen en ontsluitingswegen; infrastructurele voorzieningen; parkeervoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; kunstobjecten; groen en groenvoorzieningen; (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; straatmeubilair.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zoals bedoeld in 4.1 sub h; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 12 m; b. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 12 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.

14

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woonhuis/woning al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep, inclusief tuinen en erven; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e.

ontsluitingswegen en paden; (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groen en groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 5.1 onder a en b; 2. bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de in 5.1 onder a en b bedoelde doeleinden; 3. carports, veranda's en overkappingen; 4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de in 5.1 bedoelde doeleinden; 2. carports, veranda's en overkappingen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; d. het aantal woningen mag niet worden uitgebreid. 5.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding: 1. 'aaneengebouwd'; 2. ‘gestapeld’; mogen de hoofdgebouwen uitsluitend in het aangegeven bebouwingstype worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' is aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bergingen' zijn (gemeenschappelijke) bergingen toegestaan voor onder andere fietsenstalling, bergingen en containers; d. voor de dakhelling gelden de volgende bepalingen: vanaf de maximaal toegestane goothoogte dienen de gebouwen te worden afgedekt met hellende dakvlakken, waarvan de helling niet meer mag bedragen dan 60°, met dien verstande dat: 1. tussen de aldus bepaalde (denkbeeldige) maximale contouren van het dak ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 60° en rechtopgaande gevelconstructies, waaronder ook topgevels, zijn toegestaan; 2. overschrijding van de (denkbeeldige) 60° -lijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en

Bestemmingsplan "Irenestraat 2 Sint-Michielsgestel" (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=22fdb856-05b3-4b7c-aed9-b5993aa97bbc